CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Philipsstraat ong. - 2022.pdf

gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.5: Bestemmingsplan Philipsstraat ong. - 20229.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PHILIPSSTRAAT ONG. - 2022 gemeente Doetinchem

INHOUDSOPGAVE regels

3

hoofdstuk 1 Inleidende regels

4

artikel 1 Begrippen

4

artikel 2 Wijze van meten

11

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

13

artikel 3 Groen

13

artikel 4 Wonen

14

hoofdstuk 3 Algemene regels

17

artikel 5 Anti-dubbeltelregel

17

artikel 6 Algemene bouwregels

17

artikel 7 Algemene gebruiksregels

18

artikel 8 Algemene aanduidingsregels

18

artikel 9 Algemene afwijkingsregels

19

artikel 10 Algemene wijzigingsregels

20

artikel 11 Overige regels

20

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

21

artikel 12 Overgangsrecht

21

artikel 13 Slotregel

22

bijlagen bij regels

23

Bijlage 1 Lijst van vrije beroepsbeoefenaars

24

Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven

25

Bijlage 3 Nota parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem

26

Bijlage 4 gebiedstypen

27

toelichting

28

1 Inleiding

29

1.1 Aanleiding en doel

29

1.2 Plangebied

29

1.3 Geldende bestemmingsplannen

30

2 Planbeschrijving

33

2.1 Historische en huidige situatie

33

2.2 Toekomstige situatie

33

3 Beleidskader

34

3.1 Inleiding

34

3.2 Provinciaal beleid

34

3.3 Regionaal beleid

34

3.4 Gemeentelijk beleid

34

4 Haalbaarheid

35

5 Wijze van bestemmen

36 1

5.1 Inleiding

36

5.2 Toelichting op de regels

36

6 Economische uitvoerbaarheid

40

7 Procedure

41

7.1 Algemeen

41

7.2 Overleg 3.1.1. Bro

41

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41

bijlagen bij toelichting

42

Ruimtelijke onderbouwing

43

Bijlage 1 bij ruimtelijke onderbouwing - Inrichtingstekening

44

Bijlage 2 bij ruimtelijke onderbouwing - Aerius-berekening (aanlegfase)

45

Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Aerius-berekening (gebruiksfase)

46

Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - ecologische quickscan

47

Bijlage 5 bij ruimtelijke onderbouwing - Parkeerdrukonderzoek

48

Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

49

Bijlage 7 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek industrielawaai

50

Bijlage 8 bij ruimtelijke onderbouwing - Watertoets

51

ADC rapport 978 - Archeologisch onderzoek Saronixterrein te Doetinchem

52

2011u00572 Beoordeling rapport ADC - Doetinchem SaRonixterrein IVO

53

Omgevingsdialoog

54

2

REGELS

3

hoofdstuk 1 Inleidende regels artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'Philipsstraat ongenummerd - 2022' met identificatienummer NL.IMRO.0222.DoB010-0002 van de gemeente Doetinchem;

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen;

1.6 aan huis gebonden beroep en/of bedrijf een beroep en/of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en waarbij het beroep en/of bedrijf een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is (zie Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven);

1.7 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.8 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;

1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10 bebouwingspercentage een percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde;

4

1.11 bed & breakfast een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Hieronder wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;

1.12 bedrijf een zelfstandige productie-eenheid;

1.13 bestaand op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan;

1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak;

1.17 boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal;

1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.20 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.22 bouwperceelsgrens

5

de grens van een bouwperceel;

1.23 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.24 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.25 bronmaatregel maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen;

1.26 dagrecreatie recreatie in de vorm van: a. extensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen; b. intensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aantrekken van (grote) groepen mensen zoals een attractiepark en een dierentuin;

1.27 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ter verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.28 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen (dus geen kantoor);

1.29 druiplijn onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak;

1.30 erf al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van dat gebruik van dat gebouw en het plan deze inrichting niet verbiedt;

1.31 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

1.32 externe veiligheid de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting

6

waarbij een gevaarlijke stof betrokken is;

1.33 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.34 gevaarlijke stof stof zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

1.35 groepsrisico de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is;

1.36 hoofdgebouw gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.37 huishouden persoon of groep personen die een huishouden voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;

1.38 kantoor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of uitsluitend in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

1.39 kleine windturbine een windturbine om energie op te wekken, deze staat op het maaiveld;

1.40 luifel een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond;

1.41 maaiveld bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft;

1.42 mini windturbine een windturbine om windenergie op te wekken, deze staat op het dak van een gebouw;

1.43 mogelijkheden voor ontmoeting

7

terrassen, standplaatsen voor de ambulante handel, weekmarkten, rommelmarkten, braderieën, stadspromotionele activiteiten en andere vergelijkbare activiteiten niet zijnde evenementen;

1.44 naar de weg gekeerde bouwgrens (voorgevelrooilijn) een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten;

1.45 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen;

1.46 ondergronds bouwwerk een bouwwerk of een gedeelte van een bouwwerk, dat zich geheel onder het niveau van het maaiveld bevindt en daarmee niet gelijk ligt of erboven uit steekt;

1.47 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, maar ook pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar toegankelijk gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.48 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.49 overkapping een bouwwerk met een open constructie;

1.50 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

1.51 peil a. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 0,30 m; b. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. als in of op het water wordt gebouwd: het gemiddeld waterpeil ter plaatse; d. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afgewerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend);

1.52 plaatsgebonden risico (PR) risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en

8

onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

1.53 plaatsgebonden risicocontour 10-6 plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

1.54 raamprostitutie een vorm van prostitutie, waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostituee, die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden;

1.55 reclamezuil een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame;

1.56 rijbaan elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van fietspaden;

1.57 (rij)wegen alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

1.58 risicobron 1. inrichtingen bij welke ingevolge het 'Bevi' een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en/of; 2. inrichtingen waar opslag, overslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen plaatsvindt én die behoren tot een categorie van inrichtingen als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer én waarvan het invloedsgebied tot over de eigen perceelsgrens reikt en/of; 3. inrichtingen waarvoor, krachtens artikel 3.12, 3.17, 3.18, 3.28, 4.1, 4.3, 4.4, 4.5, 4.7 of 4.81 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, regels gelden bij de opslag, overslag en / of het gebruik van gevaarlijke stoffen met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten en/of; 4. een inrichting waarin meer dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit of waarin professioneel vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit wordt opgeslagen of bewerkt of; 5. inrichtingen die niet onder 1 tot en met 4 vallen en waarvan de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico is gelegen buiten de eigen perceelsgrens; 6.

Transporten van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor die vallen per 1 april 2015 onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); 7. Transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);

1.59 risicocontour

9

denkbeeldige contour rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden;

1.60 ruimtelijke uitwerking de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de ruimtelijke uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken;

1.61 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een seksbioscoop; b. een seksautomatenhal; c. een sekstheater; d. een parenclub; e. een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder ook begrepen een erotische massagesalon; al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. Thuisprostitutie en een escortbedrijf vallen niet onder het begrip seksinrichting.

1.62 straatmeubilair bij of op de weg behorende bouwwerken zoals verkeersgeleiders, abri's, zitbanken, reclamezuilen, bloembakken, ondergrondse vuilcontainers en cocons van vuilcontainers;

1.63 terrasinrichting bij een terras behorende (semi-permanente) bouwwerken zoals terrasschermen, parasols en vlonders;

1.64 thuisprostitutie een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook uitsluitend door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee;

1.65 toegangspartij een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte;

1.66 verantwoording groepsrisico het afleggen van verantwoording over het genomen besluit om toename van het groepsrisico toe te staan. Hierbij moet aandacht worden besteed aan mogelijke alternatieven en risico reducerende maatregelen en het belichten van de mogelijkheid voor rampenbestrijding en hulpverlening;

1.67 verblijfsrecreatie vormen van vrijetijdsbesteding waarbij ook in overnachtingsmogelijkheden is voorzien;

10

1.68 vliering bergruimte onder het dak en niet voor bewoning geschikt;

1.69 voorgevel de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

1.70 vrij beroep een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van verworvenheden verkregen door een academische of een hogere beroepsopleiding (zie );

1.71 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, woonwagens niet inbegrepen;

1.72 woonfunctie wonen in enge zin;

1.73 zolder ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met veelal schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen;

artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend;

2.2 de bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein de som van de oppervlakten van alle op een perceel of een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten;

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4 de breedte van een bouwwerk

11

van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte;

2.5 de bruto-vloeroppervlakte (b.v.o.) de som van de horizontale vloeroppervlakten van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten;

2.6 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak;

2.7 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is;

2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend;

2.9 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.10 de oppervlakte van een overkapping tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.11 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine;

2.12 de vloeroppervlakte van een woning de som van de horizontale vloeroppervlakten van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede moeten worden verstaan keukens, slaapvertrekken, gangen, toiletten, bad- en doucheruimten, zolders en vlieringen welke gebruikt worden als berging, maar ook inpandige of aangebouwde bergingen die op grond van het bestemmingsplan verbouwd mogen worden tot woonruimte, binnenwerks gemeten;

12

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. structurele groenvoorzieningen waaronder houtige opstanden; b. extensieve dagrecreatie en mogelijkheden voor ontmoeting en spelen, niet zijnde terrassen en standplaatsen; c. fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen; d. waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. kunstobjecten; g. straatmeubilair en speeltoestellen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Groen' worden gebouwd.

3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de navolgende regels: a. er mogen maximaal twee gebouwen of bijbehorende bouwwerken per bestemmingsvlak worden opgericht; b. de afstand tot de bestemmingsgrens moet minimaal 2 m te bedragen; c. de oppervlakte per gebouw of bijbehorende bouwwerken mag maximaal 20 m2 bedragen; d. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen.

3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van 1. speeltoestellen maximaal 6 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de oppervlakte van een bouwwerk geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 bedragen.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.2, op gronden met de bestemming 'Groen' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken;

13

onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Vleermuisvriendelijke verlichting Het toepassen van (openbare) buitenverlichting op gronden met de bestemming 'Groen' is, om aantasting van het leefgebied van de vleermuis te voorkomen, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat sprake is van vleermuisvriendelijke verlichting door in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. uitsluitend niet-uitstralende verlichting/armaturen wordt toegepast; b. geen sprake is van verlichting van boomkronen; c. uitsluitend UV-vrije (led)lampen met een vleermuisvriendelijke lichtkleur worden toegepast.

artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen ' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, uitsluitend in de vorm van aaneengebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; b. tuinen en erven; c. nutsvoorzieningen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Wonen' worden gebouwd.

4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de navolgende regels: a. realisatie is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is maximaal het aantal aangegeven woningen mogelijk.

4.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. bijbehorende bouwwerken en overkappingen mogen alleen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de goot- en bouwhoogte mogen maximaal 3 m bedragen.

4.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels:

14

a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 m boven het dakvlak worden gebouwd.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 4.2, op gronden met de bestemming 'Wonen' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; e. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Vrij beroep en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Een als zodanig bestemde woning mag ook worden gebruikt voor zowel een vrij beroep (Bijlage 1 Lijst van vrije beroepsbeoefenaars) als een beroep en/of bedrijf (Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven), in het laatste geval uitsluitend mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor woondoeleinden mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; c. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; d. degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; e. uitsluitend een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toelaatbaar is, dat behoort tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in bijlage; f. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2.

een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis; g. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; h. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; i. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 Nota parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; j. uitsluitend onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen; k. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het

15

aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; l. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf.

4.4.2 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 Nota parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

4.4.3 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 7 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning.

4.4.4 Vleermuisvriendelijke verlichting Het toepassen van (openbare) buitenverlichting op gronden met de bestemming 'Wonen' is, om aantasting van het leefgebied van de vleermuis te voorkomen, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat sprake is van vleermuisvriendelijke verlichting door in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. uitsluitend niet-uitstralende verlichting/armaturen wordt toegepast; b. geen sprake is van verlichting van boomkronen; c. uitsluitend UV-vrije (led)lampen met een vleermuisvriendelijke lichtkleur worden toegepast.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dat niet in de lijst is opgenomen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.4.1 sub e voor het toelaten van een beroep en/of bedrijf aan huis, dat naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met één of meer in Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven, onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

16

hoofdstuk 3 Algemene regels artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Bouwregels bij overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen Het verbod tot bouwen met overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen is niet van toepassing met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voorzover zij de grens van de weg niet overschrijden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt en daarbij de grens van de weg niet wordt overschreden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, reclame-uitingen, galerijen en luifels, voorzover de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 50 cm bedraagt en zij niet lager zijn aangebracht dan: 1. 4,20 m boven een rijbaan of boven een strook ter breedte van 1,50 m langs een rijbaan; 2. 2,20 m boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder nummer 1 genoemde strook; d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voorzover dezen de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; e. goten, ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen; f.

hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voorzover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand: 1. de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 1 m overschrijden; 2. de grens van de weg overschrijden; 3. lager zijn geplaatst dan 4,20 m boven een rijbaan.

6.2 Afwijken van de bouwregels bij overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 voor het overschrijden van bouw- en/of bestemmingsgrenzen met ten hoogste 2 m, als het betreft: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen die de grens van de weg overschrijden; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen en schoorstenen, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 12 cm overschrijden, dan wel die de grens van de weg overschrijden; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, die de naar de weg gekeerde bouwgrens met meer dan 50 cm overschrijden, met inachtneming van het bepaalde in lid 6.1 onder c, nummers 1 en 2; d. overbouwingen voor de verbinding van twee bouwwerken, met inachtneming van het bepaalde in lid 6.1 onder c; e. bloemenkozijnen, balkons en galerijen, mits zij bij overschrijding van de grens van de weg voldoen aan het bepaalde in lid 6.1 onder c; f. luifels en draagconstructies voor reclame, mits zij bij overschrijding van de weggrens voldoen aan het bepaalde in lid 6.1 onder c; g.

hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen die in enige stand de naar de weg gekeerde bouwgrens met ten hoogste 1,50 m overschrijden, mits zij niet lager zijn geplaatst dan 4,20 m boven de rijbaan; h. toegangen van bouwwerken, voor wat de hoogte boven de weg betreft, die de grens van de weg niet overschrijden; i. kelderingangen en kelderkoekoeken; j. bouwwerken waarvan de bovenzijde niet hoger is gelegen dan:

17

1. de hoogte van de weg, voorzover de bouwwerken in de weg zijn gelegen; 2. de terreinhoogte bij voltooiing van de bouw, voorzover de bouwwerken niet in de weg gelegen zijn.

6.3 Bestaande maten Voor een legaal bouwwerk dat op grond van de geldende bestemming is toegestaan, maar waarvan de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud afwijken van de bouwregels in dit plan: a. is de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud maatgevend; b. is herbouw uitsluitend mogelijk op dezelfde plaats; c. is het overgangsrecht in dit bestemmingsplan niet van toepassing.

6.4 Ondergronds bouwen In dit plan gelden de bouwregels uitsluitend voor het bovengronds bouwen; niet voor het ondergronds bouwen.

artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Verboden gebruik Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het plan. a. Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan (het gebruik als): 1. staan- en/of ligplaats voor wagens en/of onderkomens; 2. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan; 3. opslagplaats voor gerede en/of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en/of onderdelen daarvan; 4. stortplaats voor puin, mest- en/of afvalstoffen; 5. voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden; 6. het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning; 7. seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft; 8. verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie; 9. het racen en/of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen. b. Het bepaalde onder sub a 1 t/m 4 is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud, gebruik en/of beheer van gronden en/of bouwwerken.

7.2 Toegestaan gebruik - opwekken duurzame energie Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde - voorzieningen op het dak is toegestaan.

artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten 8.1.1 Algemeen Het is ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten' verboden om: a. een nieuwe risicobron te vestigen; b. een bestaande risicobron uit te breiden.

8.1.2 Afwijking van het vestigings- en uitbreidingsverbod voor risicobronnen

18

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.1 en de vestiging van een nieuwe of uitbreiding van een bestaande risicobron toestaan, onder voorwaarden dat: a. de risicobron zich niet binnen het gebiedstype 'woongebieden' bevindt, zoals weergegeven op de kaart 'Gebiedstypen' (Bijlage 4 gebiedstypen); b. uit onderzoek blijkt dat er geen kwetsbare objecten in de plaatsgebonden risicocontour 10-6 liggen; beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan indien er zwaarwegende redenen voor zijn; c. wordt voldaan aan minimale veiligheidsafstanden op grond van wet- en regelgeving; d. ingeval de nieuw te vestigen of uit te breiden risicobron een risicovolle inrichting betreft moet de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de inrichting gelegen zijn binnen de inrichtingsgrens van de inrichting; e. de nieuwvestiging of uitbreiding in overeenstemming is met de geldende bestemming; f. het groepsrisico is verantwoord; g. advies is ingewonnen bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland.

artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, in uitzonderlijke gevallen, gemotiveerd bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. het oprichten van bouwwerken van algemeen nut (zoals abri's, transformatorhuisjes, gasregelstations en gasdrukstations en conmatics), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m3 en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 4 m; b. het overschrijden van de bouwregels inzake de goothoogte, de bouwhoogte en de (vloer)oppervlakte van gebouwen, met niet meer dan 10%, met uitzondering van de regels in de bestemmingen 'Wonen'; c. het overschrijden van de bouwregels inzake de bouwhoogte en de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 10%; d. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bouwgrens, te veranderen, als bij definitieve uitmeting en verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan gewenst of noodzakelijk is, en waarbij de grens met niet meer dan 3 m worden verschoven; e. het oprichten van masten voor mobiele (beeld)telefonie en zendmasten tot een bouwhoogte van maximaal 15 m; f. het oprichten van kunstobjecten tot een bouwhoogte van maximaal 10 m, voor alle bestemmingen.

9.2 Kleinschalige duurzame energie Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. Het oprichten van zonnepanelen op de grond onder voorwaarde dat: 1. de zonnepanelen worden geplaatst op eigen grond, op het perceel dat als erf gebruikt wordt; 2. de hoogte maximaal 1,5 m is; 3. de totale oppervlakte van de op de grond geplaatste zonnepanelen maximaal 100 m2 bedraagt; 4. de zonnepanelen landschappelijk zijn/worden ingepast en hiervoor vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en landschap; b. het oprichten van een mini windturbine op het dak van een bouwwerk onder voorwaarde dat: 1. de as van de mini windturbine maximaal 5 m uitsteekt boven het hoogste punt van het bouwwerk waarop de turbine geplaatst wordt; 2. de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; 3. voor de mini windturbine geen vergunningplichtige beplanting verwijderd hoeft te worden;

19

c. het oprichten van een kleine windturbine, onder voorwaarde dat: 1. de kleine windturbine een maximale as-hoogte heeft van 30 m; 2. de kleine windturbine niet mag staan in het gebiedstype 'woongebieden', zoals weergegeven op de kaart 'Gebiedstypen' (Bijlage 4 gebiedstypen) mag staan; 3. in het landelijk gebied op het erf gerealiseerd moet worden, op maximaal 100 m afstand van het op dat erf aanwezige hoofdgebouw; 4. de kleine windturbine moet minimaal (A) m van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' af liggen, zoals berekend uit de volgende formule: A = H + 1/3 W; Waarin: A = minimale afstand H = ashoogte W = Wieklengte De wieklengte = 1/2 ashoogte 5. de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; 6. voor de kleine windturbine geen vergunningplichtige beplanting verwijderd hoeft te worden.

artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen voor: a. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens of een bouwgrens, te veranderen, als bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan gewenst of noodzakelijk is en de bestemmingsgrens niet meer dan 5 m en de bouwgrens niet meer dan 10 m worden verschoven; b. het oprichten van gebouwen van openbaar nut (zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes) met een inhoud van maximaal 100 m3 en een goothoogte van maximaal 4 m; c. het enigszins anders situeren en/of begrenzen van bouwvlakken, als dit voor de uitvoering van een bouwplan nodig mocht blijken, een en ander, mits de oppervlakte van het desbetreffende bouwvlak met niet meer dan 20% van het in het plan vastgelegde afwijkt; d. het geheel of gedeeltelijk verwijderen of wijzigen van een aanduidingsvlak als bedoeld in artikel 8 Algemene aanduidingsregels als vaststaat dat ter plaatse van de aanduiding, hetzij geen functie of waarde meer aanwezig is, hetzij de begrenzing van de functie of waarde veranderd is, hetzij de wijziging meer recht doet aan het beoogde doel van de regeling.

Vooraf moet advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige op het gebied van het onderwerp in kwestie.

artikel 11 Overige regels Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan.

20

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

12.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

12.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.4 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

12.5 Persoonsgebonden overgangsrecht Indien toepassing van het in het in lid 12.4 opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kunnen burgemeester en wethouders met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, voor die persoon of personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten. . . . . .

21

artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Philipsstraat ong. - 2022' Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doetinchem in de openbare raadsvergadering d.d. 30-03-2023 de griffier,

de voorzitter,

22

BIJLAGEN BIJ REGELS

23

Bijlage 1 Lijst van vrije beroepsbeoefenaars Bijlage 1 Lijst van vrije beroepsbeoefenaars

24

Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven

25

Bijlage 3 Nota parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem Bijlage 3 Nota parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem

26

Bijlage 4 gebiedstypen Bijlage 4 gebiedstypen

27

TOELICHTING

28

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De transformatie van het voormalige Saronixterrein in Doetinchem van industrieterrein naar woonwijk is al grotendeels uitgevoerd. Alleen de strook braakliggende grond ten zuiden van de supermarkt aan de Keppelseweg moet nog ingevuld worden. Hiervoor is een plan ontwikkeld dat ziet op de realisatie van tien woningen in de vorm van drie woonvilla’s. De woningen zijn bedoeld voor jonge starters. De realisatie van de tien starterswoningen is niet geheel mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021'. Omdat de gemeente het wel als een wenselijke ontwikkeling ziet, wordt er medewerking verleend via een herziening van het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan kan alleen worden herzien als de activiteit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Op basis van de daarvoor opgestelde ruimtelijke onderbouwing is daarom het voorliggende bestemmingsplan 'Philipsstraat ong. 2022' opgesteld. De opgestelde Ruimtelijke onderbouwing is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

1.2 Plangebied Het plangebied betreft een strook braakliggende grond globaal gelegen tussen de IJsselstraat, Philipsstraat, en de supermarkt aan de Keppelseweg in Doetinchem. Kadastraal staat het gebied bekend als: - Circa 1365 m2 van perceel Ambt-Doetinchem, sectie O, nummer 1574. Op de volgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar Bijlage 1 bij ruimtelijke onderbouwing - Inrichtingstekening.

Globale ligging plangebied (blauwe stip)

29

Globale begrenzing plangebied (blauw omlijnd in het midden)

1.3 Geldende bestemmingsplannen Voor de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied - 2021’ (vastgesteld op 24 juni 2021). In dit plan is aan de locatie een viertal bestemmingen toegekend. Hierbinnen is voor het plangebied op hoofdlijnen het volgende gebruik toegestaan (zie voor de afbeelding de volgende pagina): Woongebied-1 (lichtgeel aan linkerzijde) woningen, in de vorm van: • vrijstaande woningen; • twee-onder-een-kap woningen; • aaneengebouwde woningen; met bijbehorende tuinen/erven en voorzieningen t.b.v. verkeer/parkeren/water/groen. Verkeer (grijze strook in het midden en aan de noordzijde) Verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting met voorzieningen t.b.v. verkeer/parkeren/water/groen. Wonen (donkergeel aan rechterzijde) Eén nieuwe vrijstaande woning met bijbehorende tuin/erf. Tuin Tuinen en erven. Over de gehele locatie ligt de dubbelbestemming ‘Waarde-archeologische verwachting 5’ en de gebiedsaanduiding ‘overig zone – nieuwe risicobronnen uitgesloten’. De informatie rondom externe veiligheid is verwerkt in paragraaf 4.5 die voor de archeologische waarden in paragraaf 5.9.1 van de Ruimtelijke onderbouwing.

30

Overzicht van geldende enkelbestemmingen (plangebied blauw omlijnd) Het plan zoals omschreven in paragraaf 2.2 van de Ruimtelijke onderbouwing is op de volgende onderdelen strijdig met het geldende bestemmingsplan: Woningnr.

Strijdigheden

1

Afstand tot zijdelingse perceelgrens minder dan 3 meter Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 6,5 meter)

2

Voorgevel op minder dan 3 meter van de voorste perceelgrens Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter)

3

Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter)

4

Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter)

5

Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter) Voorgevel op minder dan 3 meter van de voorste perceelgrens

6

Afstand tot zijdelingse perceelsgrens minder dan 3 meter Deels in verkeersbestemming Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter) Voorgevel op minder dan 3 meter van de voorste perceelgrens

7

Afstand tot zijdelingse perceelgrens minder dan 3 meter Deels in verkeersbestemming Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter)

8

Niet vrijstaand gebouwd Deels buiten bouwvlak Meer dan één woning Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter) Niet vrijstaand gebouwd

9

Deels buiten het bouwvlak Meer dan één woning Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter) Niet vrijstaand gebouwd

10

Deels buiten het bouwvlak Goothoogte meer dan 6 meter (tussen 6 en 7 meter)

31

Bergruimten

Niet op meer dan 1 meter achter (het verlengde) van de voorgevel van alle woningen.

Er is daarom voor gekozen om het bestemmingsplan te herzien. Een bestemmingsplan kan alleen worden herzien als de activiteit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De onderbouwing dat de beoogde ontwikkeling hieraan voldoet is opgenomen in voorliggend document.

32

2 Planbeschrijving 2.1 Historische en huidige situatie Voor de historische en huidige situatie wordt verwezen naar paragraaf 2.1 historische en huidige situatie van de Ruimtelijke onderbouwing.

2.2 Toekomstige situatie Voor het plangebied is een plan ontwikkeld voor in totaal 10 woningen. Voor een uitgebreide beschrijving van het plan en daarmee de toekomstige situatie wordt verwezen naar paragraaf 2.2 toekomstige situatie van de Ruimtelijke onderbouwing. Onderstaande afbeeldingen geven de nieuwe terreininrichting en situering van de toekomstige situatie weer.

Nieuwe terreininrichting

Situering drie startersvilla's met bijbehorende bouwwerken t.o.v. bestaande situatie

33

3 Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op het voorliggende bestemmingsplan.

3.2 Provinciaal beleid Voor het relevante provinciaal beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.2 Provinciaal beleid van de Ruimtelijke onderbouwing.

3.3 Regionaal beleid Voor het relevante regionaal beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.3 Regionaal beleid van de Ruimtelijke onderbouwing.

3.4 Gemeentelijk beleid Voor het relevante gemeentelijk beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.4 Gemeentelijk beleid van de Ruimtelijke onderbouwing.

34

4 Haalbaarheid In de ruimtelijke onderbouwing is de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling van het plangebied onderbouwd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 Haalbaarheid van de Ruimtelijke onderbouwing. In dit hoofdstuk zijn ook de uitkomsten en conclusies terug te vinden van de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd (Bijlage 2 bij ruimtelijke onderbouwing - Aerius-berekening (aanlegfase), Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Aerius-berekening (gebruiksfase), Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - ecologische quickscan, Bijlage 5 bij ruimtelijke onderbouwing Parkeerdrukonderzoek). Mede op basis daarvan is te concluderen dat de beoogde ontwikkeling geen probleem oplevert ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten (milieueffectrapportage, bodem, akoestiek, lucht, externe veiligheid, milieuzonering, flora en fauna, water, archeologie & cultuurhistorie en verkeer & parkeren mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de onderzoeken. Daarbij gaat het om de volgende zaken: Wegverkeerslawaai Voor wat betreft wegverkeerslawaai wordt door het bevoegd gezag een ontheffing hogere waarde geluid verleend om een hogere geluidsbelasting toe te staan dan de voorkeurswaarde.

Uit akoestisch onderzoek (Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai) blijkt namelijk dat de geluidbelasting ten gevolge van de Keppelseweg maximaal 49 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) bedraagt. Hiermee wordt de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder niet gerespecteerd. Aan de maximale ontheffingswaarde wordt wel voldaan. De te verlenen ontheffing hogere waarde geluid sluit aan op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

35

5 Wijze van bestemmen 5.1 Inleiding Met dit bestemmingsplan worden de huidige bestemmingen 'Woongebied-1' en 'Verkeer' herzien in de bestemmingen 'Wonen' en 'Groen'. De huidige bestemming 'Wonen' wordt ook aangepast. Door het herzien en aanpassen van het bestemmingen wordt de ontwikkeling van 10 aaneengebouwde woningen mogelijk gemaakt, ook wel alzijdige woningen genoemd . Duidelijk is voor welke doeleinden de grond en de gebouwen mogen worden gebruikt en wat er in de nieuwe bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt rechtszekerheid aan de burger. Het plan is daarom opgezet als een gedetailleerd bestemmingsplan die specifiek gericht is op de realistie van alzijdige woningen. Er vinden voortdurend nieuwe ontwikkelingen plaats. Het plan moet flexibiliteit bieden om op deze ontwikkelingen in te kunnen spelen. Voor een deel is dat mogelijk met de in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Daarmee kunnen (relatief kleinschalige) ontwikkelingen planologisch worden geregeld, zoals uitbreidingen van gebouwen en functies of het toelaten van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven.

5.2 Toelichting op de regels De regels bestaan uit de volgende onderdelen: • hoofdstuk 1: Inleidende regels; • hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • hoofdstuk 3: Algemene regels; • hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

5.2.1 Inleidende regels De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip.

5.2.2 Bestemmingsregels In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: • een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; • de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; • nadere eisen; • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheid.

5.2.2.1 Groen Met de bestemming 'Groen' wordt geborgd dat de als zodanig bestemde gronden primair bedoeld zijn als structurele groenvoorziening. Voor de ontsluiting van de woningen kunnen fiets- en wandelpaden en verhardingen worden aangebracht. Voor het infiltreren van water zijn waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen in de bestemming toegestaan. In de regels is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen (nutsvoorzieningen) en bouwwerken geen gebouwen zijnde (straatverlichting, straatmeubilair, en dergelijke) ten

36

behoeve van de bestemming en eromheen gelegen openbaar gebied.

5.2.2.4 Wonen De bestemming 'Wonen' omvat alle percelen waarop woningen en bijbehorende bouwwerken zijn toegelaten. De hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Met voorliggend plan zijn aaneegebouwde woningen toegestaan (de alzijdige woningen worden ook als aaneengebouwde woningen beschouwd). Dit is met een bouwaanduiding op de bouwvlakken opgenomen op de verbeelding/plankaart. De maximaal toegestane goothoogte (7m) en de maximaal toegestane bouwhoogte (7m) van gebouwen zijn in een maatvoeringssymbool op de plankaart opgenomen. Bouwwerken op daken Afscherming technische installatie op daken zoals airco's, warmtepompen, zonnepanelen, e.d. zijn mogelijk tot 0,5 m boven het dakvlak. Als het dak daarbij al de maximum bouwhoogte heeft bereikt. Deze maat komt dan extra bovenop de maximum bouwhoogte. Zodat de afscherming van technische installaties ook op deze daken mogelijk zijn. Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn alleen toegestaan binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen'.

5.2.2.5 Referentiekader nadere eisen- en afwijkingsbevoegdheden Een aantal planregels geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere eisen te stellen of een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d, respectievelijk onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. Deze kunnen toegepast worden als het concrete bouwplan voor de genoemde onderdelen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een ongewenst gevolg voor de omgeving heeft. Binnen de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden komen veelal de volgende voorwaarden voor: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen; b. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is. Deze voorwaarden zijn als volgt uit te leggen: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen: als een afwijking of wijziging op een aangrenzend perceel van zodanige invloed is dat deze grond, minder goed te gebruiken is dan het was, dan is het niet gewenst om aan de afwijking of wijziging mee te werken; b.

de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is: ten aanzien van de binnen een regeling toegelaten gebruiksvormen moet rekening worden gehouden met de milieu- en andere aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. Als hierdoor de omgeving nadelig belast wordt, dan is medewerking niet gewenst; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is: de (met name) financiële uitvoerbaarheid van een plan moet hierbij onderbouwd worden. Aan een (financieel) niet haalbaar plan kan niet meegewerkt worden.

5.2.2.6 Specifieke gebruiksregels 5.2.2.6.1 Parkeren Daar waar het relevant is voor de bestemming, is een specifieke gebruiksregel voor parkeren opgenomen. Op grond

37

van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel. In Doetinchem ligt het parkeerbeleid vast in de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020' en 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017. In het bestemmingsplan wordt tot uitdrukking gebracht, dat bij de toets op het onderdeel parkeren, deze beleidsregel betrokken moet worden bij bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State blijkt, dat een zogenoemde dynamische verwijzing in het bestemmingsplan acceptabel is. Daarom is aan de parkeerbepaling in het bestemmingsplan de zinsnede 'met dien verstande dat wanneer deze parkeerregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging'. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht, dat in principe te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus gedurende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk.

5.2.2.6.2 Vleermuisvriendelijke verlichting Daar waar relevant is voor de bestemming, is een specifieke gebruiksregel vleermuisvriendelijke verlichting opgenomen. Met deze gebruiksregels wordt geborgd dat bij het gebruik van de gronden conform de bestemmingsomschrijving, indien van toepassing, vleermuisvriendelijke verlichting wordt toegepast. Daarmee wordt gewaarborgd dat het leefgebied van vleermuizen niet wordt aangetast, wat op basis van de ecologische quickscan noodzakelijk wordt geacht.

5.2.3 Algemene regels 5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

5.2.3.2 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De 'bestaande matenregeling' is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, gooten/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit bestemmingsplan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor bouwwerken boven de grond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7862/documents/42587