CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2027 gemeente Doetinchem

informatieve raadsbijeenkomst 1 oktober 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Begroting 2027 gemeente Doetinchem83.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 10

Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Voor bouwwerken met een lage bouwsom brengen we bijvoorbeeld een tarief in rekening dat niet kostendekkend is. Dit compenseren we met een overdekking bij de grote projecten met een hoge bouwsom. Onder de tabel 'Marktgeld' vindt u de legestabel. Door lagere kosten is er sprake van een overdekking waarbij aangetekend kan worden dat de afgelopen jaren de begrote opbrengsten niet gerealiseerd konden worden. Naar aanleiding van de bevindingen van het rekenkameronderzoek, wordt in het laatste overzicht aansluiting gemaakt met de totalen op de taakvelden. (Bedragen x € 1.000) Marktgelden Taakveld Lasten Taakveld Baten Dekking 3.3 Warenmarkt 104 3.3 Warenmarkt 192 0.4 Overhead 0 Totaal 104 192 185% Hoofdstuk / | Onderwerp | Taakveld | Lasten | Over- | Lasten | Baten | Dekking Paragraaf | (incl.

| head | totaal rente) (bedragen x 1.000) Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1 Burgerlijke stand | 0.2 Burgerzaken | 115 | 45 | 160 | 124 | 78% 2 Reisdocumenten en | 0.2 Burgerzaken | 1.076 | 168 | 1.244 | 986 | 79% Nederlandse identiteitskaart 3 Rijbewijzen | 0.2 Burgerzaken | 188 | 37 | 224 | 249 | 111% 4 Verstrekkingen in het | 0.2 Burgerzaken | 28 | 5 | 33 | 20 | 60% kader van de basisregistratie persoonsgegevens 5 Bestuursstukken | 0.4 Overhead | - | - | - | - 6 Vastgoedinformatie | 0.2 Burgerzaken | - | - | - | - 7 Overige publiekszaken | 0.2 Burgerzaken | 45 | 3 | 48 | 55 | 115% 8 Gemeentearchief | 0.2 Burgerzaken | - | - | - | - 9 Bijzondere wetten | 2.2 Parkeren | 31 | 8 | 39 | 36 | 93% (wegenverkeerswetgeving) 10 Diversen | Diversen | - | - | - | - Subtotaal Hoofdstuk 1 | 1.483 | 265 | 1.748 | 1.470 | 84% Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 1 t/m 14 | Omgevingsvergunning | 8.3 Wonen en | 2.170 | 804 | 2.974 | 2.095 | 70% bouwen Subtotaal Hoofdstuk 2 | 2.170 | 804 | 2.974 | 2.095 | 70% Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn Paragraaf 1 t/m 9 | Diversen o.a.

horeca, | 1.2 Openbare | 104 | 47 | 151 | 21 | 14% evenementen en | orde en veiligheid kinderopvang | en 6.1 Samenkracht en burgerpartici- patie Subtotaal Hoofdstuk 3 | 104 | 47 | 151 | 21 | 14% Totaal | 3.757 | 1.116 | 4.873 | 3.586 | 74% 99 Activiteit | Taakveld | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjaren- | Meerjaren- | Meerjaren- 2025 | ná wijziging | 2027 | raming 2028 raming 2029 raming 2030 Bedragen x | 2026 € 1.000 Legesactiviteite | 0.2 | 1.150 | 1.391 | 1.301 | 1.301 | 1.301 | 1.301 n | Burgerzake n Overige | 0.2 | 1.949 | 1.955 | 1.654 | 1.429 | 1.610 | 1.794 activiteiten | Burgerzake n Totaal taakveld | 0.2 | 3.099 | 3.346 | 2.955 | 2.730 | 2.911 | 3.095 Burgerzake n Leeg Legesactiviteite | 0.4 | 955 | 1.031 | 1.007 | 1.007 | 1.007 | 1.007 n | Overhead Overige | 0.4 | 24.382 | 28.902 | 28.618 | 28.484 | 28.374 | 28.315 activiteiten | Overhead Totaal taakveld | 0.4 | 25.337 | 29.933 | 29.625 | 29.491 | 29.381 | 29.322 Overhead Leeg Legesactiviteite | 1.2 | 27 | 97 | 97 | 97 | 97 | 97 n | Openbare orde en veiligheid Overige | 1.2 | 2.085 | 2.327 | 2.405 | 2.474 | 2.473 | 2.473 activiteiten | Openbare orde en veiligheid Totaal taakveld | 1.2 | 2.112 | 2.424 | 2.502 | 2.571 | 2.570 | 2.570 Openbare orde en veiligheid Leeg Legesactiviteite | 2.2 | 21 | 367 | 31 | 31 | 31 | 31 n | Parkeren Overige | 2.2 | 3.284 | 3.840 | 3.498 | 3.498 | 3.583 | 3.530 activiteiten |

Parkeren Totaal taakveld | 2.2 | 3.305 | 4.207 | 3.529 | 3.529 | 3.614 | 3.561 Parkeren Leeg Legesactiviteite | 8.3 Wonen | 2.026 | 1.988 | 2.028 | 2.028 | 2.028 | 2.028 n | en bouwen Overige | 8.3 Wonen | 3.055 | 5.649 | 3.259 | 3.242 | 2.542 | 2.545 activiteiten | en bouwen Totaal taakveld | 8.3 Wonen | 5.081 | 7.637 | 5.287 | 5.270 | 4.570 | 4.573 en bouwen Leeg Totaal | 38.934 | 47.547 | 43.898 | 43.591 | 43.046 | 43.121 De ontwikkeling van de tarieven in 2027 De belangrijkste tarieven voor 2027 (in vergelijking met het tarief 2026) zien er als volgt uit: 100 Belastingsoort | Tarief 2026 | Tarief 2027 | Percentage OZB voor woningen Tarief eigenaar per WOZ-waarde | 0,0875% | 0,0842% | -3,8% OZB voor niet-woningen Tarief eigenaar per WOZ-waarde | 0,3007% | 0,3000% | -0,2% Tarief gebruiker per WOZ-waarde | 0,2698% | 0,2691% | -0,3% Afvalstoffenheffing Éénpersoonshuishouden | 255,60 | 261,96 | 2,5% Meerpersoonshuishouden | 291,60 | 299,04 | 2,6% Lediging per keer 240 L | 12,00 | 12,00 | 0,0% Lediging per keer 140 L | 6,00 | 6,00 | 0,0% Inwerptrommel per keer 60 L | 2,40 | 2,40 | 0,0% Inwerptrommel per keer 30 L | 1,20 | 1,20 | 0,0% Extra emmer groen voor gft-afval | 42,00 | 43,20 | 2,9% Extra emmer grijs voor restafval | 162,72 | 166,80 | 2,5% Extra emmer blauw voor papier | 42,00 | 43,20 | 2,9% Extra emmer oranje voor plasticafval | 42,00 | 43,20 | 2,9% Rioolheffing Per

object | 255,60 | 262,08 | 2,5% *Bij de tarieven OZB voor 2027 is voorlopig rekening gehouden met een (landelijke) ingeschatte waardestijging volgens de meicirculaire 2026 van 6,5% voor woningen en van 2,75% voor niet-woningen. Dit betekent dat het woningtarief met 3,8% kan dalen om de opbrengststijging van 2,5% te realiseren. Het niet-woningentarief kan met ongeveer 0,2% dalen om de geraamde opbrengst te verwezenlijken. Voor de burger betekent dit een gemiddeld hogere OZB belastingaanslag van 2,5%. De definitieve OZB tarieven worden bepaald op basis van de daadwerkelijke waardeontwikkeling in Doetinchem. De definitieve OZB tarieven 2027 worden aan uw raad voorgelegd bij de behandeling van de belastingverordeningen voor 2027 in de raadsvergadering van donderdag 17 december 2026. Lokale lastendruk Onderstaand overzicht geeft de berekende belastingdruk voor Doetinchem in 2027. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing, de zogenaamde gemeentelijke woonlasten. De volgende uitgangspunten gelden bij de vergelijking van de belastingdruk van 2027 met die van 2026: • | De waarde van een woning van € 378.000 (2026: € 355.000 + 6,5%); • | Één- en meerpersoonshuishoudens.

Toelichting bij onderstaande tabel: • | *1ph= éénpersoonshuishouden; • | **Mph= meerpersoonshuishouden; • | ***In onderstaand overzicht is rekening gehouden met 5 ledigingen (240 L) per jaar voor een meerpersoonshuishouden en 3 ledigingen (140 L) voor een eenpersoonshuishouden. Dit kan natuurlijk per huishouden afwijken. Inwoners gaan bij een gemiddelde woningwaarde circa 15% (€ | 125,00) meer betalen aan woonlasten (onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing) ten opzichte van 2026. Dit is wel een vertekend beeld. De stijging van 15% wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de belastingverlaging in 2026. Deze regeling vervalt namelijk voor 2027. Zonder de eenmalige belastingverlaging van € | 100,00 in 2026 zou de verhoging in 2027 ongeveer 2,5% zijn. De belastingdruk voor een bewoner die ook eigenaar is ziet er in 2027, vergeleken met 2026, als volgt uit: 101 Jaar Soort | OZB | Afval | Afval | Riool | Eenmalige | Totaal | Landelijk | Woonlasten huishouden | basis | lediging | belastingverlaging | gemiddelde | t.o.v.

landelijk gemiddelde 2027 1ph* | 18,00*** | - 318,28 | 261,96 | 262,08 | 860,32 2027 Mph* | 60,00*** | - 318,28 | 299,04 | 262,08 | 939,40 2026 1ph* | 18,00*** | -/-100,00 | 1.000,00 | 74% 310,63 | 255,60 | 255,60 | 739,83 2026 Mph* | 60,00*** | -/-100,00 | 1.095,00 | 75% 310,63 | 291,60 | 255,60 | 817,83 Het kwijtscheldingsbeleid In de belastingverordeningen is geregeld dat kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen verleend kan worden voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB. Kwijtschelding wordt verleend op basis van de Rijksnormen. De kwijtscheldingsnorm is 100% van de bijstandsnorm. We hebben dit vastgelegd in het beleidsplan armoedebeleid. In de begroting 2027 zijn de volgende budgetten (exclusief uitvoeringskosten) opgenomen om uitvoering te kunnen geven aan het kwijtscheldingsbeleid. Hierbij wordt rekening gehouden met kwijtschelding als gevolg een aanpassing van de momenteel geldende vermogenstoets en de mogelijkheid tot kwijtschelding voor zzp’ers. De kosten voor kwijtschelding worden gedekt door een opslag op de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing.

Omschrijving soort | Realisatie | Begroting ná | Begroting | Meerjaren- | Meerjaren- | Meerjaren- kwijtschelding | 2025 | wijziging | 2027 | begroting | begroting | begroting 2006 | 2028 | 2029 | 2030 Afvalstoffenheffing | 591 | 598 | 613 | 613 | 613 | 613 OZB | 1 | - | - | - | - | - Rioolheffing | 397 | 481 | 493 | 493 | 493 | 493 Eindtotaal | 989 | 1.079 | 1.106 | 1.106 | 1.106 | 1.106 De opbrengsten van de gemeentelijke belastingen Het beleid ten aanzien van de gemeentelijke belastingen leidt tot een raming van de onderstaande belastingopbrengsten voor 2027. We hebben deze opbrengsten vergeleken met die van 2026 en 2025.

102 Belastingsoort | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjaren- | Meerjaren- | Meerjaren- 2025 | ná | 2027 | raming | raming | raming wijziging | 2028 | 2029 | 2030 (bedragen x € 1.000) | 2026 Ozb - woningen | 8.612 | 8.900 | 9.419 | 9.662 | 9.870 | 10.118 Ozb - niet woningen | 3.136 | 3.179 | 3.354 | 3.441 | 3.515 | 3.603 gebruikers Ozb - niet woningen eigenaren | 4.002 | 3.976 | 4.196 | 4.304 | 4.397 | 4.507 Eenmalige belastingverlaging | - | -2.900 | - | - | - | - Toeristenbelasting | 104 | 98 | 100 | 100 | 100 | 100 Belasting bedrijven | 160 | 220 | 225 | 225 | 225 | 225 investeringszone (BIZ) Reclamebelasting | 410 | 406 | 416 | 416 | 416 | 416 Precariobelasting | 120 | 125 | 128 | 128 | 128 | 128 Parkeerbelastingen | 3.666 | 3.834 | 3.929 | 3.929 | 3.929 | 3.929 Totaal Algemene | 20.210 | 17.837 | 21.768 | 22.205 | 22.581 | 23.027 dekkingsmiddelen Afvalstoffenheffing | 9.239 | 9.214 | 9.490 | 9.536 | 9.582 | 9.628 Marktgelden | 122 | 187 | 192 | 192 | 192 | 192 Rioolrecht | 6.987 | 7.309 | 7.597 | 7.708 | 7.890 | 8.138 Reinigingsrechten | 218 | 166 | 170 | 170 | 170 | 170 Leges - Hoofdstuk I Algemene | 1.357 | 1.433 | 1.164 | 1.164 | 1.164 | 1.164 dienstverlening Leges - Hoofdstuk II | 4.593 | 2.043 | 2.095 | 2.095 | 2.095 | 2.095 Omgevingsvergunningen Leges - Hoofdstuk III | 74 | 60 | 61 | 61 | 61 | 61 Dienstverlening vallend onder Europese richtlijnen Totaal |

42.800 | 38.250 | 42.536 | 43.131 | 43.734 | 44.474 Belastingopbrengsten 103 104 3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Dit gebeurt door het aanhouden van een weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: 1. Alle risico’s waarvoor geen/onvoldoende maatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 2. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Om een inschatting te maken van de mogelijk tegenvallers worden, door middel van risicoanalyses, de belangrijkste risico's in kaart gebracht. Als dekking van de risico's wordt een weerstandsvermogen aangehouden. Het doel van het aanhouden van een weerstandsvermogen is dat bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct tot een bezuiniging hoeft te worden overgegaan. Ook wordt in deze paragraaf een samenvatting gegeven van de financiële kengetallen. Risicomanagement door middel van risicogestuurd werken We werken aan risicomanagement door middel van risicogestuurd werken. Risicogestuurd werken richt zich op het managen van doelen en risico's.

In de reguliere processen vindt een voortdurende afweging plaats tussen het realiseren van doelen en de effecten van risico's op het behalen van deze doelen. Binnen de gemeentelijke organisatie werken we momenteel aan het verder professionaliseren van het risicomanagementproces. Ook is er aandacht voor de controle op de werking van beheersmaatregelen. Door het frequent in gesprek te blijven over risico's en risicomanagement in de gehele gemeentelijke organisatie zullen we nog beter in staat zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Hiervoor zal mede een risicomanagementtool worden ingezet. Risico's Gekwantificeerde risico's (is benodigde weerstandscapaciteit) Hieronder geven we een actualisatie van de gekwantificeerde risico's in de gemeentelijke begroting en de daardoor benodigde weerstandscapaciteit. We geven een korte toelichting op de gekwantificeerde risico's. Vervolgens tonen we de beschikbare weerstandscapaciteit (is algemene reserve + stelpost incidentele onvoorziene uitgaven). Tenslotte tonen we de ratio van het weerstandsvermogen (is de verhouding tussen risico's en weerstandscapaciteit).

N Risico's | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjaren- | Meerjaren- | Meerjaren- r | 2025 | 2026 | 2027 | raming 2028 | raming 2029 | raming 2030 Bedragen x € 1.000 1 Sociaal domein | 6.000 | 4.000 | 3.000 | 3.000 | 3.000 | 3.000 (inclusief BUIG) 2 Verbonden partijen | 1.500 | 2.900 | 2.850 | 2.850 | 2.850 | 2.850 (GR's en BV's gD) 3 Ontwikkellocaties | 1.000 | 1.000 | 1.200 | 1.200 | 1.200 | 1.200 (grexen en gebiedsontwikkelingen ) 4 Garanties & leningen | 710 | 650 | 589 | 589 | 589 | 589 5 Belastbaarheid | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 leningen 6 Rentestijgingen | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 7 Subsidies van derden | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 8 Gemeentefonds: | 2.000 | 2.000 | 4.000 | 4.000 | 4.000 | 4.000 reguliere risico's 9 Algemene basis AR | 2.000 | 2.000 | 3.000 | 3.000 | 3.000 | 3.000 onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures 10 Loon- | 4.000 | 4.000 | 4.000 | 4.000 | 4.000 | 4.000 prijsontwikkelingen 11 Data-beveiliging (IM, | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 avg, bio) 12 IT- infrastructuur | 1.000 | 1.000 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 13 Onvolledige | 500 | 500 | - | - | - | - compensatie door het Rijk voor de opvang van vluchtelingen 14 Leges derving a.g.v. | 500 | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 implementatie omgevingswet 15 Risico's i.v.m.

| 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 landelijke en regionale beleidsontwikkelingen Totaal | 23.210 | 22.300 | 23.989 | 23.989 | 23.989 | 23.989 gekwantificeerde risico's 1. Sociaal domein Gemeenten bevinden zich nog steeds in een financieel onzekere tijd. Financiering van doorlopende activiteiten worden in toenemende mate in eerste instantie gedekt uit incidentele specifieke uitkeringen, zoals de uitkeringen rondom IZA en AZWA, om op termijn te worden ondergebracht in het gemeentefonds. Waarbij het risico bestaat dat de overgang niet budgettair neutraal verloopt. Daarnaast wordt de onzekerheid veroorzaakt door bezuinigingen van eerdere kabinetten en door de ingeboekte besparingsmaatregelen voor de jeugdzorg vanaf boekjaar 2028. Als de beoogde kostendaling niet behaald wordt, dreigen er forse tekorten te ontstaan bij gemeenten. De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd onder leiding van Tamara van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van deze besparingsmaatregelen en hoe om te gaan met het verschil tussen kosten en beschikbare middelen voor de jeugdzorg bij gemeenten. 105 106 In de Voorjaarsnota 2025 zijn afspraken gemaakt over het zwaarwegende advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd in 2027 met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdzorg.

Deze afspraken heeft het huidige kabinet in het Overhedenoverleg van 13 april 2026 herbevestigd. Vooruitlopend op deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen, omdat we erop vertrouwen dat het rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt. In de Voorjaarsnota 2026 is een korting toegepast op het Gemeentefonds vanwege het afschaffen van de huishoudelijke hulp in de Wmo. Het is nog onduidelijk hoe deze bezuiniging wordt ingevuld, wat maakt dat wij de korting vanaf 2029 via een stelpost tenietdoen. Deze stelpost is onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthouder. De kosten voor huishoudelijke hulp stijgen in Doetinchem door herijkte contracten en een veranderende samenstelling van de bevolking. In het boekjaar 2026 constateren we tegelijkertijd dat de beheersbaarheid van de kosten voor jeugdzorg en beschermd wonen lijkt te verbeteren. Naast de beweging van specifieke uitkeringen en risico’s op maatwerkvoorzieningen, zijn er ook in de bredere thematiek van het sociaal domein mogelijke risico’s. Voor thema’s als sport en cultuur staat de exploitatie van voorzieningen onder druk. Op een ander beleidsterrein, dat van de onderwijshuisvesting, is een risico aanwezig op de tijdige anticipatie op de ontwikkeling van het aantal leerlingen voor scholen (leerlingenprognose) en het effect dat dit heeft op bijstellingen van het Integraal Huisvestingsplan.

Het geheel van risico’s in het sociaal domein wordt geraamd op € 3 miljoen. 2. Verbonden partijen Tot de verbonden partijen behoren o.a. de gemeenschappelijke regelingen (GR’s) en de gemeentelijke BV’s. Zie hiervoor ook de paragraaf ‘verbonden partijen’ in deze begroting. De risico’s van onze verbonden partijen worden op verschillende manieren verwerkt in de gemeentebegroting: • De deelnemende gemeenten stellen de begrotingen van de GR’en vast. Als dit ertoe leidt dat de gemeentelijke bijdragen omhoog moeten om tot een sluitende begroting van de GR te komen, dan wordt dit vertaald in een aanmelding in de begroting. • Daarnaast maken we jaarlijks een nauwkeurige berekening van de kosten van nominale ontwikkelingen in de begroting, waaronder die voor de verbonden partijen. De berekeningen van de totale kosten voor nominale ontwikkelingen kunnen leiden tot een aanmelding voor nominale ontwikkelingen in de gemeentebegroting. Daar staat tegenover dat we geen afzonderlijk risico voor nominale ontwikkelingen op de verbonden partijen opnemen. • Blijft, dat onze gemeentelijke BV’s ook overige risico’s melden in hun begrotingen. Met hen zijn we zowel als aandeelhouder alsmede als opdrachtgever hierover met in gesprek.

Weerstandsratio voor BV’s (Buha, Buurtplein en Sport-ID) Volgens het vigerende beleid wordt voor de BV's waarvan de gemeente 100% aandeelhouder is een weerstandsratio gehanteerd met als ondergrens 0,8 en als bovengrens 1,2. Bij al onze gemeentelijke bv's bevindt de weerstandscapaciteit zich binnen de afgesproken grens. Omdat in een aantal gevallen deze ratio zich naar de ondergrens beweegt rekenen we in onze begroting hiermee met een risico. Daarnaast voeren zij taken uit, waarvoor de risico's bij de gemeente Doetinchem liggen. Per saldo houden we rekening met een benodigde weerstandscapaciteit van € 1.350.000 voor onze BV's. 107 Door de sterk gestegen loon- en prijsontwikkelingen, bezuinigingen en andere ontwikkelingen zien we dat de uitvoeringskracht van onze verbonden partijen onder druk staat. De afgelopen jaren hebben we geanticipeerd op deze ontwikkelingen in onze begroting. Zo hebben we de loonontwikkelingen die meer bedragen dan onze afgesproken indexen bij Buha en Buurtplein gerepareerd. Om ervoor te zorgen dat Buha haar taken in de openbare ruimte op een betrouwbare en kwalitatief goede manier kan blijven uitvoeren hebben we structureel € 2.429.000 aanvullende prijscompensatie geraamd. Zie hiervoor programma 4 volgnummer 30 en programma 5 volgnummer 38.

Op basis van het onderzoek naar de kostenstructuur en indexeringsmethodiek onderzoeken we de komende periode de mogelijkheden om te komen tot duurzame afspraken met betrekking tot prijsontwikkelingen. Overige verbonden partijen SaZa Topsporthal is een belangrijke maatschappelijke voorziening in Doetinchem. Het is een brede maatschappelijke accommodatie, die ook het beroepsonderwijs en enkele commerciële partijen bedient. Om de continuïteit van de voorziening te waarborgen is onderzoek gedaan naar een toekomstbestendige SaZa Topsporthal. De gemeente en de stichting hebben gezamenlijk onderzocht hoe de eigendoms-, beheer- en exploitatiestructuur toekomstbestendig kan worden ingericht. Op basis van deze verkenning is het wenselijk om het eigendom van de accommodatie over te nemen. Hiermee behouden we een toekomstbestendige topsport- en evenementenvoorziening. In 2027 investeren we daarom in de uitvoering van het toekomstplan, de overname van de bijbehorende lening en de dekking van aanvullende structurele exploitatielasten (€ 50.000). Hiermee blijft de topsporthal toekomstbestendig en wordt voorzien in de dekking van het benodigde groot onderhoud. Naar de toekomst van de cultuurpanden wordt op dit moment nog onderzoek gedaan. Vooruitlopend op het resultaat van dit onderzoek verwachten we mogelijke knelpunten in de exploitatie met betrekking tot het onderhoud.

We houden rekening met een risico van € 1.000.000. Bij de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) spelen ontwikkelingen naar aanleiding van het rapport van J. van Aartsen. Het versterken van het Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Vth)-stelsel is landelijk vormgegeven in het Interbestuurlijk programma (IBP). Uit dit programma komen een aantal robuustheidseisen waaraan alle Omgevingsdiensten moeten voldoen. De ODA voldoet niet aan de robuustheidscriteria en zal stappen moeten zetten. Het Algemeen Bestuur van de ODA en de Omgevingsdienst Veluwe (ODV) en de deelnemende gemeenten hebben de intentie uitgesproken om te fuseren om zo te kunnen voldoen aan de gestelde robuustheidscriteria en daarmee te zorgen dat de kwetsbaarheid verminderd wordt, de kwaliteit van de uitvoering stijgt en de Omgevingsdienst door schaalvergroting beter kan inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Het moeten voldoen aan de door het ministerie gestelde robuustheidscriteria brengt met zich dat er geïnvesteerd moet worden in de ODA. Dit zal van elke aangesloten gemeente een financiële bijdrage vergen. Hoe groot deze investering wordt en wanneer deze investering actueel is, is nu nog niet te zeggen. In het risicoprofiel houden we rekening met een risico van € 500.000. 3.

Ontwikkellocaties: grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten Het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) is het basisdocument. Het MPO wordt jaarlijks door de raad vastgesteld en bevat de uitgangspunten, het programma, de resultaten, de financiën en de risico’s van de lopende grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten. Een actualisatie van deze gegevens vormt de basis voor de begroting 2027. In het MPO 2026 is een analyse van de risico’s van de ontwikkellocaties opgenomen met de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit gedurende de komende jaren. Voor de risico’s in de ontwikkellocaties rekenen we in de komende jaren € 1.200.000 weerstandscapaciteit in de algemene reserve. Het bedrag is hoger dan vorig jaar. Dit wordt veroorzaakt door de toename van het aantal projecten. 108 4. Garanties en leningen Als bestuur zoeken we de juiste balans tussen de wens om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen en de financiële houdbaarheid van onze lening- en garantieportefeuille. Daarom heeft de raad op 3 november 2016 kaders gesteld. Het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven mag de financiële positie van de gemeente niet in gevaar brengen. Bij nieuw te verstrekken garanties en geldleningen maken we uitdrukkelijk de afweging tussen het maatschappelijk belang van het initiatief en het risicoprofiel dat ermee gepaard gaat.

Om het risicoprofiel te bepalen, beoordelen we de kredietwaardigheid van de betrokkene en de getroffen risico-beperkende maatregelen zoals gekoppelde zekerheden in de vorm van bijvoorbeeld een hypotheekrecht voor de gemeente. Jaarlijks maken we een actuele analyse van de risico’s bij alle verstrekte leningen en garanties. Deze rapportage is als bijlage bij deze begroting opgenomen. Op basis van de deze risicoanalyse rekenen we voor risico’s in de garanties en leningen € 589.000 weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 5. Belastbaarheid leningen Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in november 2024 een uitspraak gedaan over de belastbaarheid van personeelshypotheken. Het gaat hier voornamelijk om de vraag of er al dan niet sprake is van zgn. normaal vermogensbeheer. Als dat het geval is, is er geen sprake van een onderneming voor de Vpb en dus geen belastingplicht. Naar onze mening is dit met betrekking tot het verstrekken van personeelshypotheken, maar ook bij het verstrekken van andere leningen het geval. We zetten geen extra arbeid in om uit deze activiteiten meer rendement te kunnen halen. Zouden we dat wel doen, dan is er geen sprake meer van normaal vermogensbeheer. Het Hof komt tot de conclusie dat er geen sprake is van een belaste activiteit. We wachten af of de Hoge Raad tot een andere conclusie komt. We schatten het risico nu in op € 250.000. 6.

Rentestijgingen Voor 2027 verwachten de meeste grote Nederlandse banken en economische instituten (zoals ABN AMRO, ING en Rabobank) een stabiel tot licht schommelend rentebeeld, waarbij de rentes historisch gezien op een neutraal niveau blijven liggen. Naar verwachting zal de rente voor langlopende leningen (een rentevast periode > 1jaar) zich bewegen tussen de 3,0% en 4,0%. Een terugkeer naar de extreem lage rentes tussen 0% en 1% (zoals rond 2020/2021) wordt door economen niet verwacht. Belangrijkste onzekerheidsfactoren hierbij zijn de ontwikkeling van de inflatie en de geopolitieke spanningen. Binnen de algemene reserve achten we het daarom noodzakelijk € 500.000 beschikbaar te houden voor het risico van verdere rentestijgingen. 7. Subsidies van derden Als gemeente zijn we voortdurend op zoek naar subsidiemogelijkheden bij de provincie, landelijke overheid of de Europese Unie. Vaak gaat de subsidie gepaard met cofinanciering van de gemeente. Subsidieverleners stellen een beschikking op waarin afspraken met ons als subsidieontvanger worden vastgelegd. We sturen op maatregelen om de inhoudelijke en procedurele afspraken na te komen. Als we niet aan de voorwaarden voldoen, moeten we de ontvangen subsidies geheel of gedeeltelijk terugbetalen. Als er nog geen of weinig kosten op een project gemaakt zijn, dan heeft dit geen of beperkte nadelige financiële gevolgen.

Naar huidige inzichten kunnen we voldoen aan de afspraken en voorwaarden. Gegeven de omvang van het totale subsidiebedrag en de veelheid aan subsidievoorwaarden, houden we € 250.000 in de algemene reserve beschikbaar voor mogelijke risico’s bij dit onderwerp. 109 8. Gemeentefonds: reguliere risico's We ontvangen jaarlijks het grootste deel van onze inkomsten via een uitkering van het Rijk in het gemeentefonds. De omvang fluctueert door rijksbeleid, economische ontwikkelingen en herverdeling. Een lagere uitkering dan verwacht kan leiden tot beleidsmatige bijstellingen of bezuinigingen. Dit hebben we afgelopen jaar ervaren met de verwachte onderuitputting op het BTW compensatiefonds. De rijksbijdrage aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond is gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. De onderuitputting bleek helaas minder hoog dan begroot. In de meicirculaire 2026 is aangekondigd dat het geldende ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering wordt doorgeschoven naar 1 januari 2029. Er komt een vervolgonderzoek, die mogelijk een effect zullen heeft op de herverdeling. We schatten het risico op de fluctuerende omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Doetinchem in op € 2.000.000.

Door het vooruitschuiven van het ravijnjaar schatten we dit risico vanaf 2028 op € 4.000.000 in. In deze inschatting is geen rekening gehouden met het risico dat we lopen op de loon- en prijsontwikkelingen. Deze is apart in beeld gebracht. 9. Algemene basis algemene reserve onvoorziene risico's Niet alle risico’s kunnen worden voorzien of (nu al) met ramingen worden onderbouwd. We willen voor dergelijke risico’s een basisreserve aanhouden. Daarom hanteren we een algemene basis in onze algemene reserve voor onvoorziene risico’s van € 3.000.000. Uit deze algemene basis dekken we ook de risico’s voor kapitaallasten en lopende procedures. De risico’s voor de kapitaallasten schatten we in als gering. Bij procedures en handhaving lopen we risico’s. Hieronder beschrijven we enkele specifieke risico's in deze categorie: Handhavingstraject Voltastraat 86a Ten aanzien van het dossier Voltastraat 86a blijven er financiële risico’s voor de gemeente Doetinchem. Nadat de PFAS houdende vloeistoffen waren afgevoerd en de silo's verwijderd, is de grond gesaneerd. Naar verwachting start eind 2026 of begin 2027 de grondwatersanering, die meerdere jaren zal duren. De saneringskosten zullen zoveel als mogelijk worden gedekt met subsidie van het Rijk (zogenaamd SPUK-geld). Echter, het is nog niet zeker of alle SPUK aanvragen worden toegekend.

De kans dat de gemeente een deel van de kosten voor haar rekening moet nemen blijft aanwezig. We schatten het risico in op € 2.600.000. Verzekeringsportefeuille Als gemeente hebben we een groot aantal verzekeringen. Met behulp van een verzekeringsmakelaar is onze verzekeringsportefeuille goed in beeld gebracht. Ook is al het gemeentelijk vastgoed opnieuw getaxeerd tegen herbouwwaarde. Daarop is bij de aanbesteding van de brand-/opstalverzekering de lijst met verzekerde objecten geactualiseerd. Een groot deel van het risico op onderverzekering is hiermee weggenomen. Jaarlijks wordt er relatiegesprek gehouden met onze verzekeringsmakelaar en worden eventuele nieuwe risico’s in kaart gebracht. Juridische procedures Evenals veel andere gemeenten is de gemeente Doetinchem verwikkeld in juridische procedures. Partijen starten soms een procedure tegen de gemeente indien er een geschil ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld doordat zij vinden dat geldende procedures niet goed zijn gevolgd of dat afspraken in contracten niet juist of onvolledig zijn vastgelegd. 110 10. Loon- en prijsontwikkelingen De loon- en prijsontwikkelingen hebben zich de afgelopen jaren bewezen als een grote bron van onzekerheid. De hoge inflatiestanden en huidige arbeidsmarktkrapte leiden tot opwaartse druk op contractloonstijgingen en tot prijsontwikkelingen in de markt.

De loon- en prijsontwikkelingen worden in basis vergoed door het rijk via het gemeentefonds. Deze systematiek is in de meicirculaire 2025 aangepast. De koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product is met ingang van 2025 ingevoerd. We zien dat deze aangepaste wijze van de accresontwikkeling onvoldoende is om de loon- en prijsontwikkeling in onze begroting te dekken. Met name de lonen, zorgkosten en producten en diensten die afhankelijk zijn van fossiele stoffen en veel arbeidskosten met zich meebrengen stijgen veel meer. We schatten het risico voor de komende jaren op de nominale ontwikkelingen dan ook in op € 4.000.000. 11. Databeveiliging /Informatieveiligheid De gemeente verwerkt grote hoeveelheden persoonsgegevens en maatschappelijk gevoelige informatie. Onzorgvuldige gegevensverwerking, menselijke fouten, onvoldoende autorisatiebeheer of het onbedoeld delen van informatie kunnen leiden tot datalekken, schending van privacyrechten, reputatieschade en verlies van vertrouwen van inwoners en ketenpartners. Daarnaast kunnen wijzigingen in wet- en regelgeving (AVG, Woo, BIO2 en NIS2) leiden tot aanvullende eisen aan de informatiehuishouding en beveiliging van gegevens.

Hoewel de gemeente diverse beheersmaatregelen heeft getroffen, waaronder bewustwordingscampagnes, privacy- en informatiebeveiligingsbeleid, periodieke controles op autorisaties en monitoring van datalekken, blijft een restrisico aanwezig. De nieuwe Cyberbeveiligingswet (CBW – in werking sinds augustus 2026) zet meer in op risicobeheersing. Vanaf die datum gelden een registratieplicht bij het NCSC, een meldplicht voor incidenten en een zorgplicht om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen. Bestuurders zijn persoonlijk aanspreekbaar op naleving, onder meer op het volgen van de verplichte cursus informatiebeveiliging. De verantwoording over naleving van BIO2 loopt via ENSIA. Niet-naleving van de Cbw kan leiden tot boetes voor de organisatie en, in specifieke gevallen, persoonlijke sancties voor bestuurders. We schatten dit risico op € 1.000.000. 12. IT-infrastructuur Geen enkele organisatie kan volledig uitsluiten dat zij slachtoffer wordt van een cyberaanval. Ondanks het treffen van uitgebreide beveiligingsmaatregelen blijft er altijd een restrisico bestaan dat we slachtoffer worden van een cyberaanval. Cybercriminelen ontwikkelen voortdurend nieuwe aanvalstechnieken en maken gebruik van onbekende kwetsbaarheden, terwijl ook menselijke fouten, zoals phishing of onzorgvuldig omgaan met gegevens, een oorzaak van beveiligingsincidenten kunnen zijn.

Wanneer we worden gehackt, kan dit een grote impact hebben op de IT-infrastructuur. Systemen kunnen onbeschikbaar raken. Een aanvaller kan zich mogelijk binnen het netwerk verder verspreiden en meerdere systemen compromitteren, waardoor het herstel complex en tijdrovend wordt. Ondanks alle maatregelen om een hack te voorkomen, is het niet uit te sluiten dat de gemeente bij een aanval schade ondervindt voor het herstellen van de IT-infrastructuur. Hierbij valt te denken aan kosten voor forensisch onderzoek, herstel van netwerk, databases en servers en crisismanagement. Op basis van het Doetinchemse aandeel binnen de ICT-samenwerking wordt dit risico ingeschat op € 1.100.000. 13. Opvang vluchtelingen Met de invoering van de nieuwe financiële methodiek voor de bekostiging van de opvang van vluchtelingen is het financiële risico voor gemeenten aanzienlijk afgenomen. De kosten van opvang worden in belangrijke mate gecompenseerd via rijksvergoedingen, waardoor het risico op substantiële gemeentelijke lasten beperkt is. Hierdoor wordt het risico van de opvang van vluchtelingen niet langer als een materieel risico voor het weerstandsvermogen aangemerkt. Uiteraard blijft de gemeente ontwikkelingen in regelgeving, instroom en bekostiging volgen. 14. Leges derving a.g.v. implementatie Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) werd gewaarschuwd voor mogelijke financiële gevolgen. Daarom werd er een bedrag in de risicoparagraaf opgenomen van € 500.000 als structureel te verwachten nadeel. Dit nadeel heeft zich in de jaren 2024, 2025 en 2026 niet voorgedaan. Dat komt vooral omdat er in Doetinchem veel gebouwd wordt waardoor er ook meer legesopbrengsten zijn. Het beeld van de gevolgen van de omgevingswet zijn nog steeds niet geheel duidelijk en de netcongestie (beperkte beschikbaarheid van stroom) speelt wellicht een grotere rol in het jaar 2027. Voorgesteld wordt om voor de begroting 2027 nog een risicobedrag aan te houden van € 250.000. 15. Risico's i.v.m. landelijke, regionale en plaatselijke beleidsontwikkelingen Door landelijke ontwikkelingen in bijvoorbeeld de wet- en regelgeving, politieke verschuivingen en nationale crises kunnen gemeenten geconfronteerd extra kosten. Nieuwe wetten of aanpassingen in bestaande regelgeving (zoals belastingwetgeving, arbeidswetgeving, klimaatbeleid) kunnen bijvoorbeeld leiden tot compliance-risico’s of extra kosten. Veranderingen in het politieke landschap kunnen leiden tot onzekerheid over subsidies, financiering of prioriteiten in beleid. Op het moment van het opstellen van deze begroting hebben we te maken met een minderheidskabinet.

Het is afwachten wat de consequenties zijn voor de rijksbegroting en de impact daarvan voor de gemeenten. Nationale crises, zoals pandemieën, cyberdreigingen of energiecrises die landelijk worden aangepakt hebben vaak ook lokale impact. Ook zien we door toenemende netcongestie op het elektriciteitsnet, dat dit risico's met zich meebrengt waarbij nieuwe woningbouwprojecten, maatschappelijke voorzieningen, bedrijventerreinen en verduurzamingsinitiatieven niet of vertraagd kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Ook uitbreidingen van bestaande voorzieningen kunnen hierdoor worden beperkt. Dit kan leiden tot projectvertragingen, hogere investeringskosten en mogelijk een latere realisatie van maatschappelijke doelen. Het is onduidelijk op welke wijze de geopolitieke omstandigheden zich verder ontwikkelen. Ook regionale beleidsontwikkelingen en samenwerkingen kunnen gevolgen hebben voor onze gemeente. Denk hierbij aan de bepaling van de prioritaire risico's door de veiligheidsregio, maar ook aan regionale samenwerkingen die kunnen leiden tot nieuwe eisen of verwachtingen voor organisaties, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of toezicht. Op plaatselijk niveau kunnen lokale initiatieven en betrokkenheid van burgers leiden tot reputatierisico’s of druk op beleidsaanpassing.

Beschikbare weerstandscapaciteit en ratio weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjaren- | Meerjaren- | Meerjaren- 2025 | 2026 | 2027 | raming 2028 raming 2029 raming 2030 Bedragen x € 1.000 Algemene reserve per | 55.142 | 40.712 | 40.103 | 33.128 | 25.905 | 21.669 31-12 Stelpost incidentele | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 onvoorziene uitgaven Totale beschikbare | 55.222 | 40.792 | 40.183 | 33.208 | 25.985 | 21.749 weerstandscapaciteit 111 Onderstaand wordt de ontwikkeling van de weerstandsratio geschetst. Door de begrote onttrekkingen aan de algemene reserve als gevolg van de begrote negatieve exploitatiesaldi ontwikkelt zich de weerstandsratio in 2030 net onder de minimale ratio van 1. Hiermee is onze financiële positie naar de toekomst toe kwetsbaar. Op termijn zijn dan ook maatregelen om de financiële houdbaarheid op de lange termijn te waarborgen.

Verhouding gewenst versus beschikbaar weerstandsvermogen | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Bedragen x € 1.000 Totaal gekwantificeerde risico's per 31-12 | 22.300 | 23.989 23.989 23.989 | 23.989 Totale beschikbare weerstandscapaciteit per 31-12 | 40.792 | 40.183 33.208 25.985 | 21.749 Ratio weerstandsvermogen | 1,83 | 1,68 | 1,38 | 1,08 | 0,91 Financiële kengetallen Bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente gelden nu primair de twee hoofduitgangspunten die de raad heeft vastgesteld. Deze zijn in de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vastgelegd. Het R | ijk heeft daarnaast in het BBV nog vijf kengetallen opgenomen voor het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De berekeningswijze is vastgelegd in een ministeriële regeling. De financiële kengetallen nemen we op in de begroting en de jaarstu | kken. De bedoeling ervan is om de raadsleden meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. En omdat de berekeningswijze voor iedere gemeente gelijk is, zouden kengetallen tussen gemeenten onderling kunnen worden vergeleken. De Commissie B | BV heeft geen landelijke normen vastgesteld om de kengetallen te beoordelen. De gemeenteraad mag per kengetal zelf een norm of een gewenste richting bepalen. De Provincie Gelderland heeft zelf kaders voor de kengetallen bepaald.

In haar begrotingsbrief ver | gelijkt de provincie de kengetallen van de gemeente met deze kaders. De kengetallen spelen geen rol bij het besluit van de provincie over het financieel toezicht op de gemeentebegroting. Hoe kunnen we de financiële kengetallen gebruiken? De kengetallen zoals de schuldquote (verhouding tussen schulden en inkomsten) en de solvabiliteit (deel van bezittingen dat we met eigen middelen hebben betaald) dienen vooral als indicatieve sturingsinstrumenten. Ze zijn aanvullend op de bestaande financiële uitgangspunten voor de begroting. De kengetallen geven een ontwikkeling aan die het bestuur in acht kan nemen bij de besluitvorming. Daarom zullen bij raadsvoorstellen met grote investeringen of grote financiële consequenties, de gevolgen voor de ontwikkeling van de schuldquote en/of de solvabiliteit worden vermeld. Dit, in relatie tot risico’s en kansen van het voorstel en de gevolgen ervan voor het weerstandsvermogen. De raad kan deze aspecten betrekken in de afwegingen bij de besluitvorming. Deze ken | getallen zijn echter pas op de lange termijn te beïnvloeden. De financiële kengetallen in één overzicht Hieronder treft u een overzicht aan van de financiële kengetallen. Daarna geven we een toelichting op elk kengetal.

Omdat de rente en schulden van verstrekte leningen en grondvoorraden niet drukken op onze begroting hebben we aan de verplichte kengetallen toegevoegd het kengetal 1a ‘netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen’ en 2a ‘solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden’. De landelijk gemiddelde belastingcapaciteit is gebaseerd op het begrotingsjaar 2026 (2027 is no | g niet bekend). 112 Financiële | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjaren- | Meerjaren- | Meerjaren- kengetallen | 2025 | 2026 | 2027 | raming 2028 | raming 2029 | raming 2030 1. Netto schuldquote | 26% | 46% | 55% | 63% | 61% | 74% 1a. Netto schuldquote | 21% | 39% | 47% | 55% | 53% | 66% gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio | 41% | 36% | 35% | 33% | 31% | 27% 2a. Solvabiliteitsratio | 47% | 40% | 38% | 35% | 33% | 29% exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden 3. Kengetal | 8% | 2% | 2% | 1% | -1% | -1% grondexploitatie 4. Structurele | 8% | 0% | 1% | 0% | -1% | -1% exploitatieruimte 5. | 85% | 82% | 86% | 86% | 86% | 86% Belastingcapaciteit: woonlasten als % van landelijk gemiddelde 1. Netto Schuldquote Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen de inkomsten.

De omvang van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente (maar dat is voor bedrijven en particulieren niet anders) kan dragen. De Provincie Gelderland geeft de volgende norm: zodra de netto schuldquote boven 130% is, is sprake van een zeer hoge schuld. Is de quote hoger dan 100%, dan is waakzaamheid geboden. Tot 100% is deze voldoende. We zien dat de schuldquote onder de 100% ligt. Dit komt doordat we aflossen op onze schulden (zie hiervoor de toelichting op de geprognosticeerde balans, onderdeel vaste passiva). Een deel van onze schuld zijn we aangegaan om deze vervolgens door te lenen. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal (eigen en vreemd vermogen samen). Het cijfer geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. De Provincie Gelderland acht een solvabiliteit lager dan 20% risicovol, tussen 20% en 50% voldoende en boven 50% minst risicovol. We zien dat onze solvabiliteitsratio een constante lijn laat zien, waarbij de ratio zich beweegt onder de 50%. De geprognosticeerde balans laat zien dat ons eigen vermogen de komende jaren naar verwachting tussen de € 116.000.000 en € 135.000.000 ontwikkelt. Ons balanstotaal daalt onder andere doordat we onze schulden aflossen.

Wat moeten we doen om de solvabiliteit/netto schuldquote te verbeteren? De solvabiliteit is de mate waarin het bezit van onze gemeente is gefinancierd met eigen vermogen. Dit kengetal zegt dus iets over de schuldpositie van de gemeente. Volgens deze begroting is ons totale bezit ultimo 2027 voor 43% gefinancierd met eigen vermogen. Voor het restant hebben we vreemd vermogen moeten aantrekken. De Provincie Gelderland normeert een solvabiliteit lager dan 20% als onvoldoende. 113 114 3. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de boekwaarde van de grondpositie is ten opzichte van de jaarlijkse baten van de gehele gemeentebegroting. Gemeenten met gronden met een lage boekwaarde lopen minder risico dan gemeenten met een hoge boekwaarde. Ultimo 2027 ligt het kengetal op 2%. Dit kengetal ligt onder de 20% waardoor deze in de minst risicovolle categorie wordt geclassificeerd. In de jaren daarna zakt het kengetal nog verder. De boekwaarde afgezet tegen de totale baten zegt overigens weinig. Om te kunnen beoordelen of een gemeente goed scoort met haar grondbedrijf, moeten ook afzetprognoses en getroffen voorzieningen beoordeeld worden. We doen de beoordeling en bijstelling jaarlijks via het Meerjaren Perspectief Ontwikkellocaties (MPO) en onze accountant beoordeelt deze vanuit zijn verantwoordelijkheid. 4.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening zoals die nu is voorgeschreven moeten we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen delen door de totale baten. Het kengetal moet hierdoor minimaal groter dan 0 zijn, anders duidt dit op een tekort in de structurele ruimte. Het kengetal komt in het meerjarenperspectief onder de 0%. 5. Belastingcapaciteit: woonlasten als percentage van landelijk gemiddelde Bij dit kengetal worden de Doetinchemse woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ- waarde afgezet tegen het landelijk gemiddelde tarief van het jaar vóór het begrotingsjaar. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten in Doetinchem dus lager dan gemiddeld in Nederland. Voor 2026 zijn onze tarieven bekend evenals het landelijk gemiddelde tarief voor 2025. Om de kengetallen voor de jaren 2027 en verder te berekenen kunnen we niet anders dan zowel onze tarieven als het landelijk gemiddelde tarief verhogen met het prijsindexcijfer. Het percentage blijft hierdoor steeds hetzelfde. De lokale belastingdruk is 86% (in 2027) ten opzichte van het verwachte landelijke gemiddelde.

Het landelijke gemiddelde is gebaseerd op het begrotingsjaar 2025. Het gemeentelijk percentage wordt in 2026 beïnvloed door de eenmalige belastingverlaging van € 100. Wat moeten we doen om de onbenutte belastingcapaciteit te verbeteren? De woonlasten worden berekend op basis van de belastingen OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Aanpassingen van deze belastingen beïnvloeden het percentage van de belastingcapaciteit. 3.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen Buha is de verbonden uitvoeringsorganisatie van de gemeente Doetinchem als het gaat om het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van de gemaakte afspraken tussen opdrachtgever gemeente Doetinchem en opdrachtnemer Buha BV (OGON) worden de kapitaalgoederen onderhouden volgens de samenwerkingsovereenkomst en bijhorende dienstenkaarten. Waar gaat deze paragraaf over? Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die regelmatig onderhoud vergen, zoals wegen, gebouwen, groen, riolering en watervoorziening. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van de gemeente, onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie.

Overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2027 Beheerplannen | Door college/gemeenteraad vastgesteld in | Looptijd tot en met Wegen | 2021 | 2031 Riolering | 2026 | 2035 Groen | 2017 | 2027 Gebouwen | 2023 | 2032 Civieltechnische kunstwerken | 2023 | 2032 Openbare verlichting | 2022 | 2027 Kapitaalgoed wegen Te onderhouden kapitaalgoederen De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 4.038.000 m2 verharding. • | 56% uit elementenverharding (klinkers en tegels) • | 39% uit asfaltverharding • | 5% uit overige toplagen zoals puin- en zandwegen Het beleidskader • | Wegenbeleidsplan 2021-2031 • | Amendement onderhoudsniveau elementenverharding 2022 • | Mobiliteitsvisie 2016-2026 • | Mobiliteitsplan Doetinchem 2036 • | Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan Doetinchem 2036 • | Nota verkeerslichten 2025 • | Beheerplan Verkeersregelinstallaties 2022-2027 • | Richtlijnen, normen en instrumenten voor het wegontwerp van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) De leidraad voor onderhoud van de wegen is de systematiek voor rationeel wegbeheer van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). Jaarlijks houden we een weginspectie en wordt een meerjarig beheer- en onderhoudsplan opgesteld.

In het beheerplan wegen wordt jaarlijks aangegeven welk onderhoud uitgevoerd is, wat de kwaliteit is van het wegennet en welke onderhoudsmaatregelen met bijbehorende financiën de komende jaren uitgevoerd worden. Het nieuwe | beleidsplan Wegen is in 2021 aan het college van burgemeester en wethouders en de raad voorgelegd en vastgesteld. Daarnaast is er een amendement aangenomen om ook de elementenverharding op het kwaliteitsniveau basis te onderhouden. Door het toegekende extr | a budget is de verwachting dat de kwaliteit van de wegen weer zal gaan toenemen. 115 De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Vanaf 2025 is € 400.000 structureel toegekend voor het onderhoud wegen. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het wegenbeleidsplan is er een kaderstellend document hoe de gemeente Doetinchem het beheer van de bestaande wegen, voet- en fietspaden en infrastructurele kunstwerken vormgeeft binnen de wettelijke, bestuurlijke en financiële kaders.

Kwalitatieve indicatoren voor kapitaalgoed wegen Product Wegen | Voldoende | Matig | Onvoldoende Kwaliteit totaal areaal verhardingen | 93% | 2% | 5% Norm CROW totaal areaal verhardingen | 77-87% | 9-14% | 4-9% Kwaliteit areaal asfaltverhardingen | 93% | 2% | 5% Norm CROW asfaltverhardingen | 75-85% | 10-15% | 5-10% Kwaliteit areaal elementenverhardingen | 92% | 2% | 6% Norm CROW elementenverhardingen | 80-90% | 7-12% | 3-8% Voor het totale areaal wegen is geen sprake van achterstallig onderhoud. Echter we zien dat 5% van het asfaltareaal onvoldoende van kwaliteit is. Dit percentage is ten opzichte van 2026 gelijk gebleven. Dit valt binnen de normen die het CROW daaraan stelt (5-10%). Bij het nieuwe beleidsplan Wegen 2021-2031 is extra onderhoudsbudget toegekend om het onderhoudsniveau van de infrastructuur op peil te houden en te voorkomen dat onveilige situaties of kapitaalvernietiging ontstaat.

Kapitaalgoed riolering Te onderhouden kapitaalgoederen • | 388 km vrijverval riool o | 178 km gemengd riool o | 94 km vuilwaterriool o | 116 km hemelwaterriool • | 140 km pers- en drukleidingen • | 4.625 m duikers • | 9.200 stuks inspectieputten • | 20.530 straatkolken • | 25 overstorten • | 7 randvoorzieningen / bergbezinkbassins • | 52 rioolgemalen • | 512 drukrioolunits • | 123 IBA’s (individuele behandeling afvalwater) • | 72 grondwatermeetpunten Het beleidskader In het voorjaar 2026 is het Water- en Rioleringsprogramma (WRP 2026-2035) door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Het WRP is een omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Het WRP beschrijft hoe we als gemeente voldoen aan onze gemeentelijk zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het bevat de beleidsuitwerking van onze visie over hoe we om willen gaan met water en sluit aan op de Omgevingsvisie. Ook beschrijft het WRP de maatregelen en onderzoeken die we komende planperiode gaan uitvoeren. Het kostendekkingsplan en het uitvoeringsprogramma maken onderdeel uit van dit WRP. De volgende doelen zijn opgenomen in het WRP 2026-2035: • | Duurzame bescherming van de volksgezondheid • | Handhaving van een goede leefomgeving • | Duurzame bescherming van natuur en milieu Daarnaast hebben we belangrijke doelen op het gebied van schoon oppervlaktewater en klimaatadaptie.

116 De hoofddoelen zijn in het kader van het Water en Rioleringsprogramma als volgt vertaald: • | Inzameling van binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater; • | Inzameling van afvloeiend hemelwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding; • | Transport van ingezameld stedelijk afvalwater naar het ontvangstpunt van de zuiveringsinstallatie; • | Verwerken van hemelwater en het voorkómen van wateroverlast; • | Zorgen dat het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert; • | Streven naar een duurzaam milieu (bodem, grond- en oppervlaktewater) door lozing van zo weinig mogelijk vervuilende stoffen; • | Het voorkomen van overlast voor de gemeenschap (anders dan door wateroverlast). Naast bovenstaande specificaties van de hoofddoelen is een doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering binnen het bredere kader van de afvalwaterketen het uitgangspunt. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Door de maatregelen vanuit het Delta Programma Ruimte Adaptatie (DPRA) stijgen de uitgaven de komende jaren. Vanaf 2025 zijn deze kosten opgenomen in de begroting. De maatregelen rondom riolering, water, klimaatadaptatie zijn opgenomen binnen het Water- en Rioleringsprogramma.

In 2026 is het Water | - en Rioleringsprogramma (WRP 2026-2035) door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. De financiële middelen voor de extra formatie, het onderhoud en de investeringen worden gedekt via de rioolheffing en zijn verwerkt in de begroting 2027. Uit het WRP bleek dat de eerder voorgenomen aanvullende tariefsverhoging ad 1,3% tot en met 2034 niet meer nodig is. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het vervangen van de vrijvervalriolering gaat volgens een vastgestelde vervangingsplanning en is voor de komende jaren redelijk stabiel. De uitvoering van klimaatmaatregelen (afkoppelen, aanleg blauwe aders enz.) drukken de komende jaren op de investeringen. In de vervangingsinvesteringen van de begroting zijn de vervangingsinvesteringen riolering opgenomen. Kwalitatieve indicatoren voor kapitaalgoed riolering Product Afvalwatersysteem Aanlegperiode riolering: | Voldoet aan doelen, functionele eisen en maatstaven conform het geldende beleid. 12% ouder dan 1970 | Ja 32% tussen 1970 en 1989 | Ja 36% tussen 1990 en 2009 | Ja 19% na 2010 | Ja Leeftijd is niet alleen de bepalende factor voor de kwaliteit van de riolering. Aantastingen, extreme vervuiling, overlast van boomwortels e.d. zijn medebepalend voor het moment van vervangen/renoveren.

Daarnaast worden er keuzes gemaakt om integraal met projecten mee te liften, waardoor er soms eerder of later vervangen wordt, met minder kosten als gevolg door werk met werk te maken. Ook is het zo dat de levensduur soms langer blijkt te zijn dan die technisch is. Daardoor zit er altijd een bepaalde flexibiliteit in waardoor we het gemeentelijke rioolstelsel optimaal kunnen laten functioneren. Kapitaalgoed groen Te onderhouden kapitaalgoederen Bomen, plantsoenen, bermen, parken, bospercelen inclusief de daar binnen aanwezige technische voorzieningen. • | Openbaar groen ca. 570 ha. • | Bomenbestand ca. 37.500 stuks • | Speeltoestellen 690 stuks 117 118 Het beleidskader Het in stand houden van het openbaar groen en de recreatievoorzieningen op het niveau ‘eenvoudig’ ligt vast in verschillende beleidsdocumenten zoals de omgevingsvisie, de beeldkwaliteitscatalogus, het biodiversiteitsplan en het groenstructuurplan. Bij de bepaling van het niveau hebben doelmatigheid, onderhoudskosten en uitstraling een rol gespeeld. Uitgangspunt is dat er sprake is van instandhouding passend bij het gebruik en ecologisch kwaliteit in het gebied, binnen vastgestelde financiële kaders.

De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Er sterven momenteel meerdere (oude) bomen af (deels als gevolg van klimaatverandering, dit geldt voor zowel de droge maar ook zeker de (te) natte perioden), ook ontstaan er hier en daar gevaarlijke situaties (met name zwaar dood hout in beuken), hier moeten we extra actie op ondernemen. Kosten met betrekking tot calamiteiten nemen toe. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Door de klimaatsverandering valt er meer groen uit waardoor de kosten voor onderhoud en vervanging hoger uitvallen. De klimaatsverandering heeft ook invloed op de vitaliteit van het bomenbestand en in het bijzonder de bomen met een al verminderde vitalitei t. Door de verminderde vitaliteit zijn deze vatbaarder voor ziekten en plagen waardoor deze ook eerder uitvallen. De onderhoudsbudgetten zullen hiervoor niet toereikend zijn. Voorbeelden hiervan zijn: Door extra (snoei-) onderhoudsmaatregelen worden de kosten voor het onderhoud van het groen en bomenbestand hoger. De uitval van een grotere hoeveelheid aantal bomen, waardoor er een groter aantal bomen gekapt moet worden wat als gevolg heeft dat er ook meer bomen ingeboet (opnieuw aangeplant) moeten worden en de kosten voor kap, aanplant en de nazorg toenemen.

Door aanbesteding van de verschillende groenbestekken en de stijgende marktconforme prijzen zijn de kosten voor deze onderhoudsbestekken flink gestegen. Kapitaalgoed gebouwen Te onderhouden kapitaalgoederen • 12 binnensportaccommodaties • 6 buitensportaccommodaties • 2 wijkcentra • 1 welzijnsgebouw • 3 cultuurgebouwen • 2 gebouwen eigen huisvesting gemeente Doetinchem • Huisvesting Buha • 2 centra voor kinder-, en peuteropvang • 3 gebouwen op de begraafplaatsen • Riool, - trafo en nutsgebouwen • Diverse gebouwen zoals molens, kinderboerderij en opstallen Koekendaal etc. • Kunstwerken Het beleidskader Het gemeentelijk vastgoed wordt beheerd en geëxploiteerd vanuit het vastgoedfonds. Uitgangspunt hierbij is dat er gewerkt wordt vanuit een sluitend meerjarenperspectief. Het gaat om beleidsondersteunend of strategisch vastgoed. In maart 2022 heeft de raad de herijking van het vastgoedfonds vastgesteld. Het meerjaren onderhoudsplan gebouwen 2023-2032 (MJOP) is december 2023 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. In 2024 is door de Raad besloten om eenmalig bedrag van 1.35 miljoen in het vastgoedfonds te doteren zodat tijdelijk het onderhoud van het maatschappelijk vastgoed op onderhoudsniveau 3 kan plaatsvinden. De verwachting is dat onderhoudsniveau 3 hierdoor kan worden gehandhaafd tot 2034.

119 De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Voor het onderhouden van het gemeentelijk vastgoed is voor 2027 een bedrag geraamd van € 1.488.178. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het onderhoudsniveau te verhogen naar onderhoudsniveau 3 gedurende 10 jaar. Product Accommodaties Onderhoudsniveau Conditiescore conform NEN 2767 Matig Plaatselijk zichtbare veroudering. Functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel niet in gevaar. Voldoet aan onderhoudsniveau 3 Kapitaalgoed civieltechnische kunstwerken Te onderhouden kapitaalgoederen We beheren 91 grote civieltechnische kunstwerken: • 5 beweegbare bruggen • 59 bruggen (beton/staal/hout) • 10 tunnels • 10 steigers • 1 geluidsscherm • 2 kademuren • 1 flaneersteiger • 3 duikers Het beleidskader Het in stand houden van de civieltechnische kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘eenvoudig’ zoals vastgesteld in de Programmabegroting 2021. De gebruikers moeten de kunstwerken veilig kunnen gebruiken. In de wegenverkeerswet staat dat de wegbeheerder maatregelen moet treffen om de verkeersveiligheid te waarborgen. Net als bij wegbeheer wordt naar duurzaamheid gekeken ter voorkoming van kapitaalvernietiging. Het beheerplan voor de civieltechnische kunstwerken 2022-2032 is in 2023 door de raad vastgesteld.

De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beheerplan civieltechnische kunstwerken 2022-2032 staan de financiële consequenties opgesomd. Op basis van het BBV (Besluit begroting en verantwoording) mag klein- en groot onderhoud niet geactiveerd worden. Om fluctuaties in de lasten groot onderhoud op te vangen is met ingang van 2023 een voorziening civieltechnische kunstwerken gevormd. In 2026 is een financiële actualisatie beheerplan civieltechnische kunstwerken uitgevoerd. De voorziening groot onderhoud die in 2023 is ingesteld wordt daarop naar beneden bijgesteld en is verwerkt in de begroting 2027. In de begroting 2027 zijn de vervangingsinvesteringen civieltechnische kunstwerken opgenomen. Doordat een deel (camera’s en afsluitbomen) van de eerder geplande investeringen zijn opgenomen in het project vervangen besturing beweegbare bruggen valt de investering voor 2027 lager uit dat opgenomen in het beheerplan 2022-2032. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting De vervanging van de besturingssystemen van de bruggen, om deze toekomstbestendig te maken en te laten voldoen aan de veiligheidsnormen, is eind 2025 gestart. De verwachting is dat dit in het derde kwartaal van 2027 is afgerond. Met ingang van 2026 is hiervoor een structurele kapitaallast van € 4,5 ton opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8404/documents/52949