CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4.1 - Toelichting bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 26 oktober 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7.2: Bestemmingsplan Over de Beek 12 - 12a - 202320.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

(definitief)

46

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Afbeelding 23: Uitsnede legger (Bron: Waterschap Rijn en IJssel)

6.9.3

Gemeentelijk Rioleringsplan

In paragraaf 5.5.6 Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 is het rioleringsplan van de gemeente Doetinchem behandeld. Het beleid dat daarin is verwoord komt terug in deze waterparagraaf. 6.9.4

Watertoets

Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is in de navolgende tabel opgenomen.

Thema

Toetsvraag

Relevant

Hoofdthema's Veiligheid

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale 1. Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade? 2. Nee

Riolering en afvalwaterketen

1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap?

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? 1. Nee 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard 2. Nee oppervlak? 3. Nee 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

(definitief)

1. Ja 2. Nee 3. Nee

47

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Grondwater- overlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de 1. Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of 2. Nee IJssel? 3. Nee 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Nee 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater 1. Nee geloosd? 2. Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Nee 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?

Grondwaterkwaliteit

Ligt het plangebied in drinkwateronttrekking?

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het 1. Nee gemengde of verbeterde stelsel? 2. Nee 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte natuur?

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 1. Nee 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones 2. Nee voor natte natuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in 1. Nee eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Nee 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

de

beschermingszone

van

een Ja

Aandachtsthema's Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

Afbeelding 24: Watertoets (Bron: Waterschap Rijn en IJssel)

De beoogde ontwikkeling zorgt door de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen door een afname van het verhard oppervlak. De opvang van het hemelwater bij zowel de bestaande woning als de nieuwe woningen worden afgekoppeld en geïnfiltreerd in de bodem. Toename afwater: In de huidige situatie wordt het afvalwater van de bedrijfswoning afgevoerd naar het riool. In de toekomstige situatie geldt deze afvoer voor in totaal drie woningen (één bestaande en twee nieuwe woningen). De nieuwe woningen kunnen evenals de bestaande woning worden aangesloten op het bestaande riool. De kosten voor de aansluiting zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Grondwaterkwaliteit Het plangebied is gelegen binnen het intrekgebied. De beoogde ontwikkeling, de sanering van een agrarisch bedrijf en de bouw van twee vrijstaande woningen, heeft geen negatieve gevolgen voor het intrekgebied.

(definitief)

48

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

6.10

Archeologie en cultuurhistorie

Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. 6.10.1 Archeologisch erfgoed Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen.

Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep. De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 18 november 2010 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek.

De geldende meest recente versie van de kaarten vastgesteld op 30 maart 2020 is terug te vinden op de website van de gemeente. De uitgangspunten voor het archeologiebeleid sluiten aan bij het beleid, dat regionaal is opgesteld.. Dit beleid staat in de nota 'Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek' (vastgesteld in 2013). Dit beleid geeft een verlichting van de grenzen voor archeologisch onderzoek. De gebieden zoals deze in de archeologische beleidskaarten onderscheiden zijn, veranderen hier niet door. Wel zijn er nu in de basis 5 verschillende niveaus van bescherming. Het plangebied is op basis van de beleidskaart gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. Bureauonderzoek Het plangebied is gelegen op dekzandwelvingen met een oud-bouwlanddek en op een terrasvlakte bedekt met dekzand. Al op de kaart van 1822 is een erf aangegeven ter hoogte van het huidige erf; De Huuthorst. Het is mogelijk dat dit erf een middeleeuwse voorganger heeft. In de omgeving van het plangebied is bouwmateriaal uit de Middeleeuwen aangetroffen, maar er zijn ook oudere vondsten gedaan uit de Bronstijd. Op basis van de beschikbare gegevens krijgt het plangebied daarom een hoge verwachting voor resten uit alle periodes vanaf het Laat-Paleolithicum.

De huidige bebouwing heeft de bodem tot minimaal 45 en maximaal 220 cm-mv verstoord als gevolg van de aanleg van funderingen en kelders. In de geraadpleegde dossiers is aangegeven dat de bodemafsluiting uit zand bestaat, waarvoor de ondergrond tot op de vaste grondlaag afgegraven is (aangegeven op 60 cm-mv).

(definitief)

49

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Booronderzoek In het plangebied is in alle boringen sprake van een subrecente bouwvoor waarin in boring 3, 4 en 8 modern betonpuin en baksteenpuin aangetroffen is. Onder de subrecente ophoging is in boring 1 tot en met 6 sprake van een sterk gevlekte menglaag (A/C-horizont) waarbij de oorspronkelijke eerdlaag en de top van het dekzand met elkaar vermengd zijn. De menglaag is aangetroffen op dieptes variërend van 40 cm-mv in boring 4 tot 80 cm-mv in boring 1 en is gemiddeld 20 tot 35 cm dik. In boring 8 bestaat de bodemopbouw onder de graszode tot 80 cm-mv uit een sterk gevlekte subrecente ophogingslaag met brokjes beton en kiezels waarna de ophoging scherp over gaat in het onderliggende dekzand. In de overige boringen is de top van het dekzand aangetroffen op dieptes variërend van 65 cm-mv in boring 6 tot 110 cm-mv in boring 1. Het grote verschil in diepte is afhankelijk van hoe diep de bodem ter plaatse verstoord is. Conclusie Vanwege de grote mate van bodemverstoring waarbij de oorspronkelijke bodemopbouw en de eerdlaag grotendeels verloren zijn gegaan, is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan gering. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk en plangebied kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling.

Te allen tijde moet rekening worden gehouden met de wettelijke meldingsplicht bij toevalsvondsten (Erfgoedwet, art. 5.10): Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

6.10.2 Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorie is in Doetinchem vastgelegd in de nota cultuurhistorie 'Continuïteit in Karakter' (vastgesteld 21 september 2017) en de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013 (vastgesteld 30 mei 2013). Voor al deze locaties is de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' opgenomen. Voor de locaties waar alleen het gebouw cultuurhistorisch waardevol is, daar ligt de aanduiding alleen op het gebouw. Daar waar de gehele ensemble beschermd moet worden, ligt de aanduiding over het gehele perceel. Aan deze aanduiding wordt een sloopvergunningstelsel gekoppeld. Dit houdt in dat zonder vergunning van de gemeente geen sloopwerkzaamheden mogen plaatsvinden. De voornaamste doelen van de sloopvergunning zijn bescherming tegen ernstige aantasting en voorkomen van sloop van de cultuurhistorisch waardevolle panden. Een sloopvergunning is geen sloopverbod. Er kunnen redenen zijn dat er toch tot geheel of gedeeltelijk sloop moet worden overgegaan. In dat geval moet die eventuele sloop in goede orde gebeuren met behoud van de cultuurhistorische waarden. De commissie Welstand en Monumenten of vergelijkbaar orgaan zal bij een aanvraag om een sloopvergunning eerst nagaan of de gewenste aanpassing aan het pand geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde. Als de aanduiding geldt voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken, dan is ruimer gebruik mogelijk.

De regeling voor ander gebruik (onder andere beroep en/of bedrijf aan huis) die normaal alleen voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken bij woningen geldt, is hier ook toegestaan in vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Voor de woning zelf die de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' heeft, is het mogelijk een andere bouwaanduiding te krijgen. Dit wil zeggen dat een woning bijvoorbeeld van vrijstaand mogelijk een twee-aaneen (twee-onder-een-kap) woning wordt. De genoemde ruimere mogelijkheden zijn alleen mogelijk als duidelijk vaststaat dat dit bijdraagt aan het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle pand. Voor de adressen waar de waarde ook in het ensemble zit, geldt de regeling voor gebouwen ook. Maar voor deze gevallen wordt een specifieke regeling getroffen voor behoud van het ensemble. Deze regeling houdt in dat voor elk ensemble maatwerk wordt geleverd voor situeringsmogelijkheden van bijgebouwen. Deze situeringsmogelijkheden bij de ensembles kunnen afwijken van de situeringsmogelijkheden voor bijgebouwen bij andere gebouwen/erven. Deze afweging is gebaseerd op het zicht/de beleving vanuit de openbare ruimte.

(definitief)

50

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen De gemeente wil voorkomen dat een te ruim aanwijzings- en beschermingsregime het enthousiasme bij eigenaren om de cultuurhistorische waarden van hun pand te koesteren zal doen afnemen. Met bovengenoemde beschermingsregime en regeling is de gemeente van mening dat de cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan voldoende worden beschermd. Conclusie Zowel binnen het plangebied als in de directe omgeving is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. De sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen is een ruimtelijke verbetering.

6.11

Verkeer en parkeren

Wegcategoriseringplan In het wegcategoriseringsprogramma zijn de verschillende wegen (binnen en buiten de bebouwde kom) in Doetinchem ingedeeld in een drietal categorieën. 1. Stroomwegen (autosnelweg A18) 2. Gebied ontsluitingswegen (50 km wegen) 3. Erftoegangswegen 30 km wegen) Uitgangspunten bij de inrichting van de wegen binnen de gemeente Doetinchem zijn bepaald in het Wegcategoriseringsplan: 1. de inrichting van de weg (het wegbeeld) moet het gewenste rijgedrag en de rijsnelheid 'afdwingen'; 2. herkenbare inrichting van de verschillende verkeersruimtes door materiaal/kleur; 3. de (kwaliteit van de) leefomgeving staat centraal; 4. de weg moet na realisatie goed te beheren zijn (beheerbewust ontwerpen); 5. snelheidsremmende maatregelen worden getroffen in erftoegangsstraten en op gebiedsontsluitingswegen waar kwetsbare verkeersdeelnemers de weg moeten kruisen. De meeste woonstraten in de gemeente Doetinchem zijn inmiddels aangewezen tot 30 km/uur gebied. Niet alle straten voldoen al helemaal aan de bijbehorende inrichtingseisen. De komende jaren zullen bij groot onderhoud steeds meer woonstraten worden ingericht tot 30 km/uur straat. De gebiedsontsluitingswegen zijn bedoeld om het verkeer uit de woongebieden verwerken richting bijvoorbeeld de snelweg A18. Het is duidelijk welke wegen dit zijn maar ook deze voldoen nog niet allemaal aan de gestelde eisen.

Niet alle gebiedsontsluitingswegen hebben bijvoorbeeld aparte fietspaden.

Afbeelding 25: De gebiedsontsluitingswegen in Doetinchem

(definitief)

51

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Voor beide categorieën geldt dat de kwaliteit van de leefomgeving moet centraal staan. Een duidelijk onderscheid aanbrengen tussen de verschillende verkeersruimtes zorgt er voor dat de verkeersdeelnemer duidelijk zijn plek en die van anderen op de weg weet en zo de verkeersruimte op de juiste wijze gebruikt. Op drukke erftoegangsstraten is het belangrijk dat voetgangers veilig kunnen lopen op een trottoir. Voor rustige erftoegangsstraten kan worden overwogen alle verkeersdeelnemers gebruik te laten maken van dezelfde ruimte. Een smalle weg die gebruikt wordt door iedereen leidt tot een lagere rijsnelheid. Fysieke maatregelen als drempels ondervinden een steeds grotere weerstand bij de gebruikers en omwonenden en hulpdiensten. Ze leiden tot trillinghinder en toename van de geluidsoverlast. Bij voorkeur wordt gezocht naar maatregelen die een lagere snelheid afdwingen, maar die geen of beperkte bijeffecten hebben voor de leefomgeving en hulpdiensten. Parkeren De normering uit de Nota Parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem, zal aangehouden worden. Hierbij is gekozen voor een dynamische verwijzing naar dit beleidsdocument (in lijn met jurisprudentie van de ABRS, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Het moet met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd worden.

Het beleid van de gemeente is erop gericht dat parkeeroplossingen bij woningen meer worden gezocht op eigen terrein of in clusters. Voorwaarde is wel dat de kwaliteit van de openbare ruimte gewaarborgd blijft. Spoorweg Doetinchem ligt aan de spoorlijn Arnhem - Winterswijk. Binnen de gemeentegrenzen liggen 4 stations. Wehl, Doetinchem -De Huet, Doetinchem en Gaanderen. Onderzoek en conclusie Er zijn geen openbare wegen gelegen in het plangebied. Wel is het plangebied gelegen aan een ontsluitingsweg (Over de Beek). Het aantal verkeersbewegingen nemen beperkt toe, daarentegen nemen de verkeersbewegingen voor vrachtwagens af. De beperkte toename van de verkeersbewegingen kunnen zonder problemen worden afgewenteld op Over de Beek en de Kerkstraat. Parkeren dient op eigen perceel plaats te vinden. Er is voldoende ruimte op eigen perceel voor de realisatie van de benodigde parkeergelegenheid (3 parkeerplaatsen per woning). Hiermee vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering.

6.12

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een planologische wijziging dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: - het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; - het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; - het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. In het plan wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden. Er is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal (waaronder eventuele planschade). De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen voor de realisatie van het beoogde plan. De kosten, zoals de sloop

(definitief)

52

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen van de voormalige agrarische bebouwing, zijn lager dan de opbrengsten. Daardoor kan worden geconcludeerd dat het plan financieel uitvoerbaar is. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is.

6.13

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan is meerdere keren besproken met de omwonenden / belanghebbenden in de directie omgeving. De omwonenden zijn persoonlijk door de initiatiefnemer geïnformeerd en hebben positief gereageerd op de beoogde plannen. Er zijn tijdens deze gesprekken geen wensen of bedenkingen naar voren gebracht door omwonenden. De sanering van het bedrijf en kleinschalige woningbouwontwikkeling zien alle omwonenden als een wenselijke ontwikkeling. Daarmee kunnen we concluderen dat de beoogde functie een beter passende functie is en er draagvlak is in de omgeving voor de beoogde ontwikkeling.

(definitief)

53

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Bijlagen Bijlage 1

Inrichtingsplan

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Stikstofrapportage

Bijlage 3a

Berekening stikstof gebruiksfase

Bijlage 3b

Berekening stikstof realisatiefase

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

Bijlage 5

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Bijlage 5a

Boorstaten verkennend booronderzoek

(definitief)

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7997/documents/44400