CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 Rekenkamerrapport Inburgering in Doetinchem.pdf

gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.4: Rekenkamerrapport Inburgering in Doetinchem24.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarom kunnen zij niet direct starten met het aanbieden van de participatie. Om dualiteit aan te sporen, worden mensen in deze stap aangezet tot het voeren van gesprekken. Het gaat dus niet alleen om ‘naar school gaan’, maar ook om het ontmoeten van mensen. Dit gebeurt door middel van informele taalles. Stap 3. Sociale activering extern Net als bij de interne sociale activering besteden inburgeraars 12 weken lang twee dagdelen per week (totaal 96 uur) aan de externe sociale activering. Deze stap vindt plaats bij Stichting Present. De sociale activering is gericht op het informeel spreken van de Nederlandse taal en het in contact komen met andere mensen. Sociale activering is een afwisselend programma, genaamd Meedoen in Doetinchem, met een diversiteit aan activiteiten. Er worden bezoeken gebracht aan bedrijven en instellingen. Er wordt voorlichting gegeven over thema’s die spelen in het leven van de inburgeraars. Er is aandacht voor het reizen met het openbaar vervoer, maar er is ook veel ruimte voor gesprek met Nederlandse vrijwilligers om op deze wijze informeel met de taal te oefenen. Stap 4. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) De MAP is een verplicht onderdeel in de inburgeringsroute voor inburgeraars die de B1- of de Zroute volgen.

Binnen de onderwijsroute is het doel doorstromen naar regulier Nederlands onderwijs en daarmee is het verkrijgen van vaardigheden/informatie over de Nederlandse arbeidsmarkt op dat moment minder relevant (en daarom geen onderdeel). In deze stap maakt de inburgeraar kennis met de Nederlandse arbeidsmarkt, de verwachtingen en de mogelijkheden. Daarnaast krijgen inburgeraars inzicht in de eigen competenties en arbeidskansen. Laborijn heeft verschillende MAP trainingen ontwikkeld. Er is een intensieve versie voor inburgeraars met een lagere leerbaarheid, maar er is ook een specifieke versie voor gezinsmigranten. Op deze wijze geeft Laborijn nog meer invulling aan het bieden van maatwerk. Tijdens de MAP is er een cultuurjobcoach betrokken om de overstap naar stap 5 optimaal te laten verlopen. Stap 5. Participatie Het gewenste resultaat van het inburgeringstraject voor de statushouder is participatie en

25

zelfredzaamheid op een zo hoog mogelijk niveau, zoals vastgelegd in het PIP. Participatie komt in verschillende vormen voor, zoals: - In de leerlijnen. - Door middel van vrijwilligerswerk (met de vrijwilligerscentrale van Doetinchem). - Op een werkervaringsplek. - Door middel van betaald werk. - Waarbij Laborijn tracht om deze vormen te combineren met het behalen van Praktijkverklaringen. Eventueel kan iemand weer terug naar de stap van sociale activering als dit nog te snel is. Stap 6. Afronding inburgering De inburgering wordt afgesloten met een inburgeringsexamen voor taal en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). Uitzondering hierop zijn inburgeraars die de Z-route volgen; deze wordt afgesloten met een eindgesprek. Momenteel zijn er nog geen inburgeraars die stap 6 hebben afgerond.

Analyse Wettelijke kaders en afspraken aan de voorkant De Wet inburgering 2021 biedt gemeenten duidelijke kaders voor de uitvoering van de wet. De wet maakt inzichtelijk aan welke verschillende stappen het inburgeringstraject moet voldoen en geeft aan waar de gemeenten per stap op moeten inzetten. De wet biedt beleidsvrijheid in de visievorming, het kiezen van samenwerkingspartners in de uitvoering en enkele keuzemogelijkheden bij verschillende stappen in het proces. Voor het vormgeven van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 heeft de gemeenteraad het beleidskader Integratie en participatie statushouders Gemeente Doetinchem 2019-2022 vastgesteld. Na 2022 heeft de gemeente geen nieuw beleidskader vastgesteld voor de inburgering van statushouders. Wel is op basis van dit eerdere beleidskader de Startnotitie Integratie en participatie statushouders Gemeente Doetinchem 2022 opgesteld. Ook heeft de gemeente een DVO afgesloten met uitvoeringsorganisatie Laborijn, waarin doelstellingen staan uitgewerkt ten behoeve van de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Laborijn heeft in het voortraject kaders en wensen meegekregen van de gemeente.

Zo staat in de DVO expliciet benoemd dat de uitvoering van de Wet inburgering 2021 geïntegreerd moet worden met de Participatiewet door inburgeringstrajecten te combineren met participatie en werk, waarbij inburgeraars zo snel mogelijk starten met werken of een vorm van dagbesteding, naast hun taallessen. Daarnaast is in de DVO aan Laborijn verzocht om gebruik te maken van de kennis en expertise van haar samenwerkingspartners. Het beleggen van de uitvoering bij Laborijn was voor de gemeente een logische keuze aangezien Laborijn sinds 2021 al verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening. Verder komt uit de gesprekken naar voren dat er tijdens de start van de implementatie met Laborijn is afgesproken dat de inwoner ‘warm’ wordt begeleid, dat de inwoner een vaste begeleider heeft gedurende het gehele inburgeringstraject en dat de insteek moet zijn dat het hoogst haalbare voor de inwoner wordt nagestreefd. Ook heeft de gemeente in het voortraject de wens geuit dat Laborijn in het inburgeringstraject een brede rol speelt, inclusief het bieden van financiële ondersteuning aan inburgeraars, met een duidelijk oog voor de evaluatie van deze aanpak. Tot slot heeft gemeente aan de voorkant aangeven de inzet van ervaringsdeskundigen en cultuurvertalers als cruciaal te zien om een brug te slaan tussen de inwoners en de lokale samenleving.

26

Doelstellingen De doelstellingen van Laborijn vloeien logisch voort uit de wettelijke kaders en de wensen die de gemeente aan Laborijn heeft meegegeven. Laborijn heeft daarbij toegelicht op welke punten zij inzet om de doelstellingen te behalen. Een deel van deze doelstellingen en actiepunten is concreet uitgewerkt, bijvoorbeeld het binnen tien weken afronden van de brede intake en het PIP (wat ook wettelijk verplicht is), en het voeren van minstens twee voortgangs-gesprekker per jaar per inwoner. Deze punten zijn specifiek en daarmee goed te monitoren. Deze concreetheid geldt echter minder voor een aantal andere doelstellingen. Wat verstaat Laborijn onder een ‘plan op maat’? Waar moet zo’n plan volgens Laborijn aan voldoen? Wanneer is het personeel ‘optimaal geschoold’ om de Wet inburgering goed te kunnen uitvoeren? Op welke manier wil Laborijn deze scholing voor het personeel vormgeven? Wat is ‘het maximaal haalbare’? Welke ruimte is er voor bijsturing op het moment dat ‘het maximaal haalbare’ niet realistisch blijkt? Wanneer is ‘zo snel als mogelijk’? Doordat een aantal doelstellingen en actiepunten weinig concreet is uitgewerkt, kan het voor Laborijn lastig zijn om zicht te houden op de voortgang van het inburgeringstraject en waar nodig bij te sturen. Vervolgens is de voortgang van deze doelstellingen lastig inzichtelijk te maken voor de gemeente.

Inburgeringsproces Laborijn heeft de verschillende elementen die verplicht zijn vanuit de Wet inburgering 2021 expliciet terug laten komen in het uitgewerkte stappenplan. Bij Laborijn begint de inburgeraar met de brede intake, die uiteindelijk in tien weken moet resulteren in een afgerond PIP. Gedurende de brede intake wordt op basis van de leerbaarheidstoets bepaald welke leerroute de inburgeraar gaat volgen. Verder starten het wettelijk verplichte PVT en de maatschappelijke begeleiding bij Laborijn ook aan het begin van het inburgeringstraject. De MAP, die verplicht is voor inburgeraars die de B1of de Z-route volgen, komt als vierde stap terug in het inburgeringstraject. Tot slot heeft Laborijn in het proces geborgd dat de inburgeraar tijdens de eerste periode van zes maanden financieel wordt ontzorgd. Daarbij ziet Laborijn in het inburgeringstraject een rol voor verschillende samenwerkingspartners, die in het volgende hoofdstuk aan bod komen. Om te borgen dat het inburgeringsproces ook in de praktijk soepel verloopt, is het belangrijk dat er duidelijke afspraken worden gemaakt met de verschillende samenwerkingspartners. In het volgende hoofdstuk komt aan bod op welke manier de samenwerking tussen Laborijn en deze partijen is vormgegeven.

Toetsing op de normen Bij de beoordeling van de normen gebruiken we de volgende categorieën: - Aan deze norm wordt voldaan. - Aan deze norm wordt deels voldaan. - Aan deze norm wordt niet voldaan. Aspect Beleid

Norm De gemeente heeft beleid voor de inburgering van statushouders.

Voor het vormgeven van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 heeft de gemeenteraad het beleidskader ‘integratie en participatie statushouders Gemeente Doetinchem 2019-2022’ vastgesteld.

27

Op basis van dit beleidskader, en de inhoud van de wet, is de startnotitie Integratie en participatie statushouders gemeente Doetinchem 2022 opgesteld die de uitgangspunten voor inburgering van statushouders in de gemeente Doetinchem vanaf 1 januari 2022 beschrijft. Vanaf de inwerkingtreding van de Wet Inburgering op 1 januari 2022 is de uitvoeringsagenda geldend. De uitvoeringsagenda is vertaald in een DVO met uitvoeringsorganisatie Laborijn voor de periode 2022 en 2023, waarin doelstellingen staan uitgewerkt ten behoeve van de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Beiden zijn gebaseerd op het vastgestelde beleidskader. Laborijn heeft daarvoor in het voortraject kaders en wensen meegekregen van de gemeente, zoals de integratie met de Participatiewet en het inzetten op cultuursensitief werken. Laborijn heeft hierop geanticipeerd door het inzetten van cultuurvertalers. Er is niet expliciet besloten dat de periode van het geldende beleidskader verlengd is. Vanaf 2024 is er dus geen beleidskader vastgelegd. In de praktijk is, conform de afspraken in het DVO, in 2023 niet afgeweken van de geldende principes en kaders uit het beleidskader. De uitgangspunten uit het eerdere beleidskader zijn wel terug te zien in de startnotitie en in de DVO, daarmee wordt aan deze norm ‘deels voldaan’. Aspect Beleid

Norm In het beleid wordt aandacht geschonken aan de doelstellingen die bereikt moeten worden en de wijze waarop die bereikt worden.

Laborijn heeft doelstellingen ten aanzien van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 opgesteld die logisch voortvloeien uit de wettelijke kaders en wensen van de gemeente. Het is een lerend stelsel waarbij in de praktijk continu wordt gemonitord wat werkt (welke instrumenten/dienstverlening) en wat niet werkt en indien nodig wordt er bijgestuurd. Laborijn heeft toegelicht op welke punten zij inzet om de doelstellingen te behalen. De concreetheid van deze doelstellingen en actiepunten is wisselend. Een deel is concreet uitgewerkt, maar andere doelstellingen zijn minder concreet en roepen juist vragen op. Laborijn heeft dus een aantal doelstellingen voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021, maar deze zijn beperkt concreet en daardoor is beperkt inzichtelijk op welke wijze doelstellingen deze bereikt moeten worden. Daarmee wordt aan deze norm deels voldaan. Aspect Beleid

Norm Het beleid voldoet aan de landelijke en gemeentelijke regelgeving.

In het uitgewerkte stappenplan van de inburgering bij Laborijn komen de verschillende elementen die verplicht zijn vanuit de Wet inburgering 2021 expliciet terug. Zo zijn de brede intake, het PIP en de leerbaarheidstoets op basis waarvan de leerroute wordt bepaald, hierin uitgewerkt. Verder komen het PVT, de maatschappelijke begeleiding, de MAP, die verplicht is voor de inburgeraars die de B1- of de Z-route volgen, en de financiële ontzorging als stappen terug in het inburgeringstraject. Daarmee wordt aan deze norm wordt voldaan.

28

Uitvoering en samenwerking In dit hoofdstuk staan de volgende deelvragen centraal: - Hoe verloopt de uitvoering van het beleid in de praktijk? - Met welke organisaties en instellingen heeft de gemeente Doetinchem te maken bij het bepalen en uitvoeren van beleid? - Hoe verloopt de samenwerking met deze partijen, hoe vinden besluitvorming en communicatie tussen de partijen plaats en welke verantwoordelijkheden hebben deze organisaties? - Wat zijn de gevolgen van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering voor andere beleidsvelden? In dit hoofdstuk gaan we in §3.1. in op de samenwerkingspartners van de gemeente Doetinchem en Laborijn, de activiteiten die zij uitvoeren en de afspraken die hierover zijn vastgelegd. In §3.2. wordt vervolgens beschreven in hoeverre het inburgeringsbeleid invloed heeft op andere beleidsvelden binnen de gemeente. In §3.3. wordt een analyse gegeven van de uitvoering en de samenwerking in het inburgeringsbeleid in Doetinchem. In §3.4 worden de normen getoetst.

Samenwerkingspartners Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, heeft de gemeente Doetinchem ervoor gekozen om de uitvoerende regie van de Wet inburgering bij Laborijn te beleggen. Voor het maken van het programma-aanbod heeft de gemeente inhoudelijke en financiële uitgangspunten meegegeven waaraan de activiteiten moeten voldoen. De gemeente heeft Laborijn verzocht om bij de uitvoering de kennis en expertise van haar samenwerkingspartners te benutten. Om de uitvoering goed op te zetten, zet Laborijn een aantal deskundige partners in. Deze partijen hebben elk expertise die Laborijn zelf niet heeft. Laborijn gaat de samenwerking met deze partijen aan en is verantwoordelijk voor de contractering. In onderstaande figuur wordt weergegeven in welke fase(n) van het inburgeringstraject de partners betrokken zijn.

Figuur 3. Betrokkenheid van samenwerkingspartners in het inburgeringstraject in Doetinchem

29

In deze paragraaf wordt het aanbod van de verschillende partners uitgelicht. Daarnaast worden de werkafspraken beschreven die de gemeente en/of Laborijn met deze partijen heeft/hebben gemaakt over de uitvoering, de verantwoordelijkheden en de samenwerking. In deze werkafspraken zijn de eisen aan de kwaliteit van het aanbod vastgelegd en wordt beschreven hoe Laborijn er voor zorgt dat die kwaliteit en continuïteit zijn gewaarborgd. Woningcorporatie Sité Woondiensten Woningcorporatie Sité Woondiensten, bewonersvereniging Siverder en de gemeente Doetinchem werken samen aan een goed woonklimaat in Doetinchem. Daartoe hebben zij prestatieafspraken vastgelegd. Deze afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en Sité; hier zit Laborijn niet tussen. De huisvesting van statushouders vindt namelijk eerst plaats; daarna beginnen zij pas met het inburgeringstraject bij Laborijn. Sité en de gemeente Doetinchem onderkennen een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het realiseren van huisvesting voor vergunninghouders. Beide organisaties zoeken naar creatieve oplossingen en betrekken andere partijen om de toename van het aantal te huisvesten vergunninghouders (taakstelling) te realiseren.

Afhankelijk van de vraag en het aanbod bemiddelt Sité maximaal 20% van de vrijgekomen woningen naar urgente doelgroepen (naast vergunninghouders ook uitstroom uit maatschappelijke opvang, uit beschermd wonen, Wmoaanvragen en sociale urgentie). Er is geen exacte verdeling gemaakt tussen de verschillende doelgroepen die onder de prestatieafspraak vallen. Wel is de afspraak gemaakt dat de jaarlijkse taakstelling ‘huisvesting statushouders’ gerealiseerd moet worden. Het afgelopen jaar was de taakstelling nog niet gerealiseerd en hebben de gemeente en Sité in de laatste twee maanden extra ingezet op de huisvesting van statushouders. Er is bekeken of er goede matches gemaakt konden worden om de taakstelling alsnog te behalen. Uit de gesprekken komt naar voren dat er op ambtelijk niveau veel contact is tussen de gemeente en Sité over de huisvesting van statushouders. Zo vindt er wekelijks een intensief overleg plaats waarin alle te huisvesten personen worden besproken. Sité neemt verder deel aan het kwartaaloverleg van Vluchtelingenwerk. Sité speelt een rol in de interventie/vroegsignalering bij huurachterstanden en bij overlastproblematiek. Met betrekking tot de huisvesting van AMV-ers zijn duidelijke afspraken gemaakt over het huisvesten van het aantal AMV-ers. Hierin heeft de gemeente de regie.

Ook zijn er procesafspraken gemaakt, onder regie van de gemeente, met Sité, Nidos en EntreaLindenhout/YOIN Vluchtelingenwerk Doetinchem Laborijn heeft op verzoek van de gemeente Doetinchem met Vluchtelingenwerk Nederland een overeenkomst gesloten voor de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de Wet inburgering. De overeenkomst is aangegaan voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2023. Er is een nieuwe overeenkomst gesloten met ingang van 1 januari 2024. Vluchtelingenwerk ontvangt van Laborijn een vergoeding voor de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding. De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de middelen die het Rijk daarvoor beschikbaar stelt; per 1 januari 2022 bedraagt deze vergoeding € 1.944,00 per inburgeraar. De rolverdeling tussen de maatschappelijk begeleiders en professionals van Vluchtelingenwerk en de consulenten inburgering van Laborijn, is vastgelegd in (werk)processen en werkafspraken. De duur van de maatschappelijke begeleiding is sterk afhankelijk van de individuele situatie van de inburgeraar. De gewenste duur van de begeleiding is volgens Vluchtelingenwerk minimaal zes maanden. Dit kan worden uitgebreid met een traject van drie maanden voor wie verlenging van de individuele begeleiding nodig is.

30

Het begeleidingstraject van Vluchtelingenwerk bestaat uit de volgende vier fasen: 1. Regeldag en opstarten. 2. Individuele maatschappelijke begeleiding en de leefomgeving verkennen. 3. Verlenging met drie maanden van individuele maatschappelijke begeleiding. 4. Inloopspreekuur. In de werkafspraken zijn de rolverdeling tussen Vluchtelingenwerk en Laborijn, afspraken rondom de voortgang en informatievoorziening op casusniveau en de monitoring van de voortgang vastgelegd. Met Laborijn stemt Vluchtelingenwerk af op drie niveaus, namelijk: via deelname in multidisciplinair overleg (MDO), op casusniveau en op managementniveau over beleid en algemene resultaten van de maatschappelijke begeleiding. De maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk en de consulent inburgering van Laborijn bespreken tijdens de periode van maatschappelijke begeleiding de signalen en indrukken over de situatie van de statushouder. Daarnaast is er een nauwe samenwerking met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) op het gebied van financieel ontzorgen. Indien noodzakelijk, vindt er afstemming plaats tussen BvFO en de medewerkers van Vluchtelingenwerk. Voor deze samenwerking zijn verschillende afspraken gemaakt.

Allereerst levert Vluchtelingenwerk Doetinchem bij de start van het financieel ontzorgen bescheiden aan over de huur, gas-water-elektra en ziektekostenverzekeringen en eventuele overige vaste lasten. Daarnaast vraagt Vluchtelingenwerk Doetinchem relevante toeslagen bij de Belastingdienst aan en geeft dit na toekenning van deze toeslagen direct door aan BvFO. Aan het eind van de zes maanden financiële ontzorging bespreken de maatschappelijk begeleider en de consulent inburgering of medewerker van BvFO de financiële zelfredzaamheid van de statushouder. Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) gemeente Doetinchem Het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) is verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van de inburgeraars. Uit de gesprekken komt naar voren dat het aanvankelijk even heeft geduurd voordat BvFO bij het inburgeringstraject betrokken werd, maar inmiddels gebeurt dit structureel. In een algemene voorlichtings-/startbijeenkomst over het bevorderen van financiële zelfredzaamheid worden de algemene dienstverlening van Vluchtelingenwerk en de specifieke dienstverlening van BvFO toegelicht. Het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid vindt zoveel mogelijk op individuele wijze plaats. De rolverdeling tussen medewerkers van BvFO en de consulenten inburgering van Laborijn is vastgelegd in (werk)processen en afspraken.

Hierin is vastgelegd dat BvFO verantwoordelijk is voor de volgende taken: - Bij start financieel ontzorgen een machtiging verzorgen om de uitkering in ontvangst te nemen. - Budgetbeheer: o Opstellen van een individueel budgetplan voor de inburgeraar. Over dit plan stemt BvFO af met Vluchtelingenwerk en Figulus. o Beheer van inkomsten en uitgaven inburgeraar. - Coachen van de inburgeraar in het beheer van financiën en het streven naar financiële zelfredzaamheid. - Regelmatig contact onderhouden met de consulent inburgering van Laborijn over de voortgang en (behaalde) resultaten van het financieel ontzorgen. - Opstellen van een eindevaluatie met een nazorgadvies en bespreken met de consulent inburgering. In de werkafspraken zijn ook afspraken opgenomen over de communicatie en monitoring van de voortgang. De medewerkers van BvFO bespreken met de betreffende consulent inburgering van

31

Laborijn tijdens de periode van financiële ontzorging zo nodig signalen en indrukken over de (financiële) situatie van de statushouder. Aan het einde van de periode van financiële ontzorging bespreken zij de (ontwikkeling van de) financiële zelfredzaamheid van de statushouder. Complexe situaties worden geagendeerd en besproken in een casusoverleg waaraan de medewerker van BvFO, de consulent inburgering en de medewerkers van Vluchtelingenwerk of Figulus Welzijn deelnemen. Verder vindt driemaal per jaar het Ketenoverleg Inburgering plaats waaraan Vluchtelingenwerk Doetinchem, Figulus Welzijn, manager OPR Laborijn, consulenten inburgering, consulenten budgetbeheer van BvFO, taalaanbieders en de vertegenwoordigers van de lokale welzijns- en cultuurorganisaties en woningcorporatie(s) deelnemen. In dit overleg worden trends, lacunes, voortgang en knelpunten in de inburgeringsketen gesignaleerd, geagendeerd en besproken. Wat betreft de monitoring, zijn de volgende afspraken gemaakt: - Laborijn ontvangt managementinformatie van de activiteiten van BvFO over een kalenderjaar in het eerste kwartaal van het daaropvolgende jaar. - Tweemaal per jaar is er een bestuurlijk overleg. Deelnemers aan dit overleg zijn de manager van BvFO, beleidsmedewerker BvFO, de manager Ontwikkeling, Participatie en Re-integratie (OPR) en de beleidsmedewerker van Laborijn.

In dit overleg worden de managementinformatie, de voortgang van de dienstverlening, de overeenkomst, en relevante trends en ontwikkelingen besproken. De beleidsmedewerker organiseert dit overleg. - Tweemaal per jaar wordt in dit overleg van de directeur-bestuurder de onderstaande managementinformatie besproken. Deze informatie wordt minimaal één week voorafgaand aan dit overleg aan de manager OPR van Laborijn toegezonden: o Aantallen instroom in de financiële ontzorging van de voorgaande zes maanden. Instroom op basis van leeftijd, burgerlijke staat en land van herkomst. o Aantallen uitstroom uit de financiële ontzorging, inclusief eindresultaat (zelfstandig verder of noodzaak voortzetting ontzorging). Stichting Present Stichting Present is een organisatie van vrijwilligers die kwetsbare groepen kunnen helpen. Present organiseert in Doetinchem al acht jaar activiteiten voor statushouders om alle mensen uit een andere cultuur te verbinden met de inwoners van Doetinchem. Een van de speerpunten van Present in inburgeringsvraagstukken is dat ze altijd contact zoeken met Nederlanders. Voorheen waren er meerdere partijen in Doetinchem die participatieactiviteiten organiseerden voor inburgeraars. De gemeente heeft Laborijn de opdracht gegeven om met een integraal programmaaanbod voor participatie en integratie te komen, waaronder geen lacunes en dubbelingen.

Er is een aantal inhoudelijke voorwaarden aan dit aanbod gesteld. Onder uitvoerende regie van Laborijn en begeleid door BMC heeft deze veranderopgave plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een programma-aanbod door Present. Present biedt in opdracht van Laborijn de module Sociale Activering Extern, het Participatieverklaringstraject (PVT) en een aantal losse activiteiten zoals Meet en Connect aan. In het PVT werkt Present ook samen met andere organisaties. Zo komen Buurtplein en Sité woondiensten langs om voorlichting te geven. Present heeft verder geen rol in het vormgeven van de participatieactiviteiten of het aanleveren van vaardigheden. Indirect zit dit in het aanbod verweven, maar Laborijn heeft de regie over de participatie.

32

Inburgeraars kunnen verder meedoen aan projecten van Present zoals Klets en Koek en Meet en Connect. In Meet en Connect worden nieuwkomers gekoppeld aan vrijwilligers uit Doetinchem. Ze spreken een jaar lang met elkaar af en ondernemen activiteiten op basis van vriendschap en gelijkwaardigheid, zoals wandelen, koken of spelletjes doen. Daarnaast biedt Present bijvoorbeeld fietslessen aan. In een overeenkomst tussen Laborijn en stichting Present zijn de werkafspraken vastgelegd. De regie over het door de inburgeraar te volgen programma ligt bij de inburgeringsconsulent van Laborijn.

Regionale aanbestedingspartners

Naast de partijen die benoemd zijn in de vorige paragraaf, heeft Laborijn ook afspraken met enkele regionale aanbestedingspartners via de Arbeidsmarktregio Achterhoek. Met deze regio is in de voorbereiding naar de nieuwe Wet inburgering gezamenlijk opgetrokken. De gemeenten Berkelland, Bronckhorst, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk en Laborijn hebben namens de gemeenten Aalten en Doetinchem besloten om de leerroutes gezamenlijk aan te besteden. Hiertoe hebben zij een aanbestedingsleidraad en -strategie opgesteld waarin onder andere de selectiecriteria, gunningscriteria en doelstellingen staan beschreven. De leerroutes zijn eind 2021 gegund aan vier partijen: TopTaal, Interbeek, Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN)/Universiteit Nijmegen en het Graafschap College. Voor de afronding van het inkooptraject zijn begin 2022 de eerste werkafspraken besproken en vastgelegd. TopTaal TopTaal verzorgt taallessen voor inburgeraars. In de raamovereenkomst die met Laborijn (16 maart 2022) is gesloten voor de uitvoering van inburgeringstrajecten is vastgelegd dat TopTaal voor Laborijn uitvoering geeft aan de B1- en de Z-route.

In de raamovereenkomst inburgeringstrajecten tussen Laborijn en TopTaal is opgenomen dat TopTaal eens per kwartaal een rapportage en een analyse van de totale dienstverlening aanlevert, inclusief informatie over het taalniveau van de deelnemers; dit geldt ook voor de overige partijen. In het werkafsprakenboek is verder opgenomen dat TopTaal en Laborijn vier keer per jaar overleggen op basis van de voortgang. Interbeek Interbeek Support is een organisatie die gemeenten ondersteunt in de begeleiding van werkzoekenden en statushouders naar werk, participatie en meer zelfredzaamheid. Interbeek verzorgt ook taalonderwijs en inburgering. Voor de Achterhoekse gemeenten verzorgt Interbeek in de uitvoering van inburgeringstrajecten een gecombineerde B1-/Z-route. In deze routes verzorgt Interbeek ook een zogenaamde Icoach; een coach die de inburgeraar begeleidt, steunt en motiveert tijdens het hele inburgeringsproces. In het werkafsprakenboek is, net als bij TopTaal, opgenomen dat er tussen Laborijn en Interbeek vier keer per jaar overleg plaatsvindt op basis van de voortgang. Daarnaast ontvangt Laborijn van Interbeek driemaandelijks, vanaf de start van de leerroute, een voortgangsrapportage met daarin onder andere de presentie en de voortgang die de inburgeraar maakt. Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) De HAN voert de onderwijsroute hbo/wo uit voor de Achterhoekse gemeenten.

De HAN stuurt in de maanden december, maart, juni en september een voortgangsrapportage naar alle betrokken gemeenten. In deze rapportage worden onder andere de presentie, voortgang en eventuele belemmeringen of vertragingen opgenomen.

33

Graafschap College Het Graafschap College verzorgt de onderwijsroute voor inburgeraars die een mbo-opleiding volgen. De inburgeraars zijn met name jonge mensen van 19 tot 28 jaar. Zij gaan ongeveer 25 uur per week naar school, waarvan circa 80% besteed wordt aan het leren van de Nederlandse taal. Daarnaast krijgen inburgeraars vakken als rekenen en Engels. Het belangrijkste doel van de onderwijsroute is dat de student binnen anderhalf jaar klaar is om de overstap naar een mbo-opleiding te maken. Het Graafschap College stuurt alle betrokken gemeenten aan het begin van elk kwartaal een voortgangsrapportage over de deelnemers van de onderwijsroute. Werkafspraken met externe partners De Arbeidsmarktregio Achterhoek heeft ter afronding van het gezamenlijke inkooptraject begin 2022 werkafspraken vastgelegd in het ‘werkafsprakenboek leerroutes inburgering’ voor gemeenten en aanbieders. Hierin zijn afspraken opgenomen over onder andere de communicatie en de taakverdeling tussen Laborijn en de verschillende aanbieders en richtlijnen over de uitvoering van de intake en de leerroutes. De Achterhoekse gemeenten hebben met elk van de aanbieders een apart werkafsprakenboek opgesteld. Dit is een dynamisch stuk dat jaarlijks wordt bekeken en waar nodig wordt herzien. Uit de interviews met betrokkenen van de gemeente blijkt dat het beheer van de regionale inkoop niet duidelijk geregeld was.

Er zijn op regionaal niveau afspraken gemaakt. Vervolgens gingen gemeenten echter ieder voor zich in gesprek met de uitvoeringsorganisaties wanneer zij tegen vraagstukken rondom de klant aanliepen. Doetinchem wilde aansluiten op het regionale contractbeheer. Echter, dit team was niet goed op orde. Sinds kort heeft de gemeente Doetinchem een medewerker aangesteld om het contractbeheer op te pakken, met name voor de inkoop van onderwijs. In de Aanbestedingsstrategie voor de aanbesteding Leerroutes nieuwe Wet inburgering worden per leerroute KPI’s benoemd. In de werkafspraken met Interbeek en Toptaal over de B1- en de Z-route is opgenomen dat de aanbieders twee keer per jaar contact hebben met de contractmanager aan de hand van de in de contractnotie vastgestelde KPI’s. In het werkafsprakenboek over de onderwijsroute mbo bij het Graafschap College en hbo/wo bij de HAN/RU Nijmegen, zijn de KPI’s echter niet expliciet benoemd. Wel wordt de voortgangsrapportage benoemd waarin over de voortgang van alle deelnemers wordt gerapporteerd.

Invloed op andere beleidsvelden In deze paragraaf wordt inzicht geboden in mogelijke knelpunten en de consequenties van de uitvoering van de Wet inburgering voor de beleidsvelden wonen, onderwijs, en financiën, armoede en schuldhulpverlening.

Wonen

Vanaf het moment dat het COA een asielstatushouder koppelt aan de gemeente, is de gemeente verantwoordelijk voor de huisvesting van deze statushouder. De gemeente Doetinchem heeft voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen een Woonzorgvisie opgesteld om er voor te zorgen dat er voldoende woningen worden gebouwd. In de huisvesting van deze groep werkt de gemeente Doetinchem samen met Sité Woningdiensten. De samenwerking tussen de gemeente en Sité wordt als zeer positief ervaren. Wekelijks vindt er overleg plaats tussen Sité en de beleidsmedewerker inburgering waarin alle statushouders worden besproken.

34

Zoals in de vorige paragraaf benoemd, heeft de gemeente Doetinchem prestatieafspraken voor Sité vastgesteld. Laborijn benoemt in haar implementatieplan dat de beschikbare woningvoorraad een knelpunt is voor de huisvesting van statushouders. Ook uit de gesprekken met betrokkenen bij de gemeente blijkt dat de situatie rondom het vinden van woonruimte voor bijzondere doelgroepen gespannen is. Dit heeft met de lage mutatiegraad van vrijgekomen woningen te maken, maar ook met bijvoorbeeld het vinden van een goede match. Het gaat daarbij onder andere over de passendheid van de woning. Een vrijgekomen woning wordt beoordeeld op basis van een aantal criteria; ligging, grootte en huurprijs. Maar ook wordt gekeken naar datum van aanmelding. Er wordt hierbij een zorgvuldige afweging gemaakt waarbij de best passende match de woning krijgt toegewezen. Statushouders zijn niet de enige doelgroep voor wiens huisvesting de gemeente verantwoordelijk is. Het afgelopen jaar hebben de gemeente en Sité in de laatste twee maanden extra ingezet op het maken van matches om de taakstelling voor de huisvesting van statushouders te behalen. In zijn algemeenheid staat de huisvesting van aandachtsgroepen onder druk. Het inburgeringsbeleid heeft hiermee niet alleen invloed op het beleidsterrein wonen, maar ook op het gebied van zorg en maatschappelijke opvang.

Een ander knelpunt in de huisvesting van statushouders, dat blijkt uit de gesprekken met beleidsmedewerkers van de gemeente, is de kwaliteit van woningen die vrijkomen. Gezien de krappe arbeidsmarkt, is het lastig om personeel te vinden om bijvoorbeeld asbest te saneren. Daardoor moeten statushouders langer wachten totdat de woning beschikbaar en bewoonbaar is. Alleenstaande Minderjarige Vluchtelingen In Doetinchem zijn er relatief veel alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) en de gemeente heeft dus ook structureel te maken met nareizigers. Voor de huisvesting van AMV’ers zijn specifieke proces- en werkafspraken gemaakt. Voor deze groep werkt de gemeente niet alleen samen met Sité maar ook met Yoin, een organisatie voor minderjarige vluchtelingen, en de jeugdbeschermingsorganisatie voor vluchtelingen Nidos. Laborijn komt pas in beeld bij een AMV’er bij het verstrekken van inkomen of als een AMV’er onder de Wet inburgering gaat vallen. Vanuit de samenwerking met Yoin en Nidos worden doorstroomwoningen gerealiseerd voor jongeren die op gezinshereniging wachten. Een voorwaarde die de gemeente en Sité hebben gesteld, is dat de jongeren ook begeleiding ontvangen als ze in een doorstroomwoning wonen.

Onderwijs

Minderjarige kinderen van inburgeraars en AMV’ers volgen onderwijs. Internationale Schakel Klassen (ISK) zijn er voor kinderen van 12 tot 18 jaar die nieuw zijn in Nederland en/of nog niet voldoende Nederlands spreken om aan het reguliere onderwijs deel te nemen. Het streven is dat zij vanuit de ISK instromen in het reguliere onderwijs. Door de grote instroom van AMV-ers, jonge statushouders en jonge Oekraïners staat het ISK onder druk. Dit gaat met name over het vinden van voldoende gekwalificeerde leerkrachten. Dit is een landelijk probleem. Uit de gesprekken met betrokkenen bij Laborijn en de gemeente blijkt dat er wel contact is met het onderwijs rondom de voortgang van minderjarige statushouders. Verder lijkt er geen sprake te zijn van een grote impact van inburgering op dit beleidsveld.

35

Financiën, armoede, schuldhulpverlening

Tijdens het eerste half jaar van de inburgering worden bijstandsgerechtigde asielstatushouders verplicht financieel ontzorgd door de gemeente. Daarnaast moet de gemeente vanuit de Wet inburgering de financiële zelfredzaamheid van deze groep stimuleren en hierin begeleiding bieden, zodat zij na de periode van financieel ontzorgen zelfstandig in staat zijn inkomsten en uitgaven in balans te houden. In Doetinchem is de financiële ontzorging belegd bij het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) van de gemeente. BvFO voert ook het schuldhulpverleningsbeleid van de gemeente uit. Door de ontzorging hier te beleggen, kan de gemeente statushouders begeleiden richting duurzame financiële zelfredzaamheid. Na de brede intake bij Laborijn, hebben inburgeraars nog een intake bij BvFO. Elke zes weken is er een afstemmings-moment op casusniveau om het algemeen beeld van de statushouders te bespreken. Hierbij zijn BvFO, Laborijn en Vluchtelingenwerk betrokken. In de DVO zijn afspraken opgenomen over de doorloop van de dossiers, het aantal dossiers en het succes ervan. Jaarlijks is er een overleg waarin de gemeente op hoofdlijnen het verloop van de financiële ontzorging bespreekt. Daarnaast zijn er halfjaarlijkse overleggen met de beleidsmedewerker armoedebeleid/ schulphulpverlening en de beleidsmedewerker Participatie over hoe de werkafspraken lopen.

Wanneer de financiële ontzorging afloopt, kunnen statushouders reguliere financiële dienstverlening krijgen. Zo kan Buurtplein betrokken worden als er nog aandachtspunten zijn en kan er bijvoorbeeld schuldhulpverlening geboden worden. BvFO en Laborijn zijn momenteel nog bezig met het opstarten van een educatief programma om statushouders meer informatie over financiën mee te geven. Participatie Gezien de dualiteit die de wetgever beoogt in de inburgering, wilde de gemeente Doetinchem de nieuwe wet in nauwe samenwerking met de Participatiewet uitvoeren. Laborijn was al verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet in Doetinchem; deze koppeling bleek daarom een logische keuze. Verhaal van een statushouder A wil heel graag aan het werk. Hij heeft in Nederland een certificaat behaald zodat hij aan het werk kan. Laborijn helpt hem om een baan te zoeken. Knelpunt is dat A 9 uur per week naar school gaat en het lastig is om een baan te vinden die hij hiernaast kan doen. De meeste bedrijven zoeken namelijk iemand voor 40 uur per week. Daardoor wacht A nu al een tijdje op werk.

In het duale traject dat Laborijn aanbiedt, doen inburgeraars werkervaring op terwijl ze met de inburgering bezig zijn. Laborijn streeft er naar om iedere statushouder die daartoe in staat is, aan een betaalde baan te helpen. Laborijn werkt samen met het Werkgeversservicepunt Achterhoek (WSPA) in de bemiddeling van werkzoekenden naar werk. In de MAP maken inburgeraars kennis met de Nederlandse arbeidsmarkt, de verwachtingen en de mogelijkheden. Hiernaast krijgen inburgeraars inzicht in de eigen competenties en arbeidskansen. Het blijkt in de praktijk nog lastig om inburgeraars aan een baan te helpen. Doordat Laborijn zowel de Wet inburgering als de Participatiewet uitvoert, ziet zij inwoners via de Participatiewet in beeld komen die nog onder de oude inburgeringswet vallen. Deze groep heeft niet de begeleiding gekregen die inwoners onder de nieuwe wet wel krijgen. Ook zijn het taalniveau en de leerbaarheid van die groep niet goed bekend. Laborijn wil ook deze groep helpen op basis van de nieuwe Wet inburgering.

36

Analyse Laborijn is de uitvoeringspartner van de gemeente Doetinchem. De samenwerking is aanvankelijk via een DVO geregeld, om te kijken of dit bevalt. Inmiddels is de samenwerking in de GR Laborijn belegd. Laborijn en de gemeente hebben in samenspel het uitvoeringsplan opgesteld. De samenwerking wordt door betrokkenen bij de gemeente en bij Laborijn als positief ervaren. Er zijn korte lijnen, signalen en zorgen worden gedeeld. Bij uitvoeringsvraagstukken is Laborijn aan zet. Indien nodig, kan altijd de gemeente worden ingeschakeld. De uitvoering van de Wet inburgering is nog in ontwikkeling; de eerste beelden zijn overwegend positief Momenteel is de uitvoering nog volop in ontwikkeling. Het uiteindelijke doel is volgens betrokkenen dat mensen regie hebben op hun eigen leven en op eigen benen kunnen staan. Het gaat om meedoen op de best passende plek. Voor de een is dit betaald werk; voor de ander kan dit vrijwilligerswerk zijn, maar ook het zelfstandig doen van boodschappen. Momenteel zijn er nog geen statushouders die het volledige inburgeringstraject hebben doorlopen, maar geraadpleegde betrokkenen laten positieve geluiden horen. Dit geldt zeker voor de cultuurvertalers die Laborijn inzet om cultuursensitief te kunnen werken. Ten eerste zorgen cultuurvertalers er voor dat inburgeraars en professionals elkaar beter begrijpen.

Daarnaast verzorgt Laborijn een opleidingstraject voor de cultuurvertalers, wat voor de cultuurvertalers zelf ook een opstap biedt naar ander, betaald werk. Daarnaast blijkt uit de interviews dat Laborijn creativiteit toepast om voor iedereen tot een passend aanbod te komen. Verhaal van een statushouder In september is B met het inburgeringstraject gestart. Ze wilde ook graag zo snel mogelijk beginnen met het leren van de Nederlandse taal om mee te kunnen doen in de samenleving. Ze heeft aan het begin een heldere uitleg gekregen van Laborijn over het inburgeringstraject. Alles wat Laborijn heeft beloofd, ziet B terug in de praktijk. Verder is B blij met het prettige contact met de medewerkers van Laborijn.

Laborijn geeft aan dat het SPUK-budget te beperkt is om bijvoorbeeld maatwerk te bieden voor de B1-route. Daarvoor zou teruggegrepen kunnen worden op het re-integratiebudget, maar dat is alleen mogelijk als iemand ook een uitkering ontvangt. Verder geeft Laborijn aan dat het door het ontwikkelde modulaire systeem zeker in de eerste fase juist geen uitdaging is om een passend traject te vinden. Na de module MAP kan Laborijn een diversiteit aan vormen/trajecten bieden aan de inburgeraar. Wel is de uitdaging soms gelegen in het vinden van een werktraject. Dit is soms lastig te combineren met de taallessen die op vaste momenten worden gegeven. Laborijn geeft aan dat daar bij het evalueren van de inkoop van de leerroutes aandacht voor is. Verhaal van een statushouder C is erg blij met Laborijn en geeft aan niks te missen in de begeleiding vanuit Laborijn. Ze geeft aan goed geholpen te worden en dat Laborijn heel benaderbaar is op het moment dat ze hulp nodig heeft. Zo heeft Laborijn C geholpen met het regelen van een fiets en het krijgen van fietslessen. C geeft aan periodiek gesprekken te hebben met haar contactpersoon bij Laborijn over de voortgang van het inburgeringstraject.

En dat er wordt gestreefd naar een nieuw aanbod met bijvoorbeeld avondonderwijs, zodat werken en leren van de taal makkelijker gecombineerd kan worden.

37

De drie leerroutes kennen een diversiteit aan inburgeraars terwijl er maar één onderwijssystematiek is met weinig ruimte voor maatwerk en persoonlijke begeleiding, passend bij het tempo en de vorderingen van de inwoner. De standaard leerroutes passen dus niet voor iedereen. Dit geldt ook voor jongeren waarvoor het de wens is om hen zoveel mogelijk regulier onderwijs te laten volgen. Voor jongeren die analfabeet zijn, is dit echter niet mogelijk. Voor hen is volgens de Wet inburgering de Z-route de enige optie. Hierdoor komen zij bij hun ouders in de klas te zitten. Laborijn heeft de wens om jongeren na het doorlopen van de inburgerroute door te laten stromen naar regulier onderwijs. Direct doorstromen naar regulier onderwijs is geen optie, want dat is geen bestaande inburger-/leerroute. De onderwijsroute biedt wel de mogelijkheid om door te stromen naar regulier onderwijs, maar voorwaarde voor deze route is wel dat een inwoner gealfabetiseerd is. Anders krijgt de inwoner geen toegang tot de onderwijsroute. Laborijn heeft ervoor gekozen om een aantal jongeren op kosten van Laborijn een alfabetiseringstraject te bieden. Indien de onderwijsroute niet haalbaar is dan is niet alleen de Z-route, maar soms ook de B1-route een optie.

Zowel de B1-route als de Z-route biedt geen volledig programma voor de inburgeraar, maar wel worden er drie keer per week drie lesuren verzorgd door Laborijn, in samenwerking met een taalaanbieder. Laborijn heeft daarnaast een ‘Z-route jong’ ingericht voor jongeren die niet de Onderwijsroute kunnen volgen, om deze jongeren zo wel fulltime onderwijs te kunnen bieden. Kansen om het inburgeringstraject te versterken Naast de positieve geluiden, dragen betrokkenen verschillende verbeterpunten aan om de inburgering in Doetinchem te versterken. Een eerste knelpunt is de capaciteit voor het verzorgen van het taalonderwijs. Vanwege het docenten-tekort zijn er wachtlijsten ontstaan bij de taalscholen. Om te voorkomen dat inburgeraars thuis zitten te wachten op de start van hun cursus, heeft Laborijn zelf een taaltrainer in dienst genomen. Deze verzorgt geen formele opleiding voor statushouders, maar zorgt wel voor daginvulling voor de statushouders. Daarnaast geeft de taaltrainer jongeren de kans om snel te alfabetiseren om toegang tot de onderwijsroute mogelijk te maken. Het docententekort blijft volgens betrokkenen ook de komende periode nog een punt van zorg. Verhaal van een statushouder C volgt de onderwijsroute en de bedoeling is dat C snel mogelijk vijf dagen naar school gaat in plaats van drie.

Dit kan nu nog niet doordat er bij zijn school sprake is geweest van een vermindering van lesuren in verband met het lerarentekort. C benoemt graag vijf dagen naar school te willen gaan zodat hij sneller de taal kan leren, maar dat hij anders ook bij Laborijn meer activiteiten zou willen ondernemen. De onderwijsroute is echter in principe full time, waardoor er geen ruimte is om naast het volgen van onderwijs nog andere activiteiten te ondernemen bij Laborijn.

Een ander knelpunt betreft de periode na afronding van het inburgeringstraject. Momenteel is nog niemand zo ver, maar volgend jaar zullen de eerste inwoners onder de Wet inburgering 2021, als het goed is, hun traject afronden. Betrokkenen uiten hun zorgen over het feit de inwoners bij Laborijn uit het zicht raken als ze betaald werk hebben en geen uitkering ontvangen. Om te volgen hoe het inburgeringstraject gelopen is en wat de effecten ervan zijn, is het wenselijk om deze groep wel in beeld te houden. Bovendien kan er problematiek ontstaan rondom zaken die in de eerste jaren van de inburgering nog niet leven, zoals kinderen die ouder worden. Daarom geven meerdere betrokkenen aan dat de groep die de inburgering heeft afgerond, ook op de lange termijn in beeld moet blijven om waar nodig ondersteund te kunnen worden.

38

Verder noemt een aantal betrokkenen verbeterpunten rondom de financiële ontzorging. De huidige invulling van de financiële ontzorging - naar de letter van de wet - kan belemmerend werken voor inburgeraars. Zij worden in de eerste zes maanden van de inburgering verplicht financieel ontzorgd, waarbij BvFO de betalingen voor hen verricht. Uit de gesprekken blijkt dat deze zes maanden voor de ene inburgeraar te lang zijn, terwijl een ander juist langer ondersteuning nodig heeft; bepaalde problematiek kan namelijk ook na zes maanden nog ontstaan. De financiële ontzorging is dan niet meer verplicht en de gemeente heeft daardoor weinig handvatten om dan nog in te kunnen grijpen. BvFO geeft aan dat het proces, na een lange opstartperiode, nu aan het verbeteren is. Er is meer focus nodig op maatwerk en financiële zelfredzaamheid, vanuit het bewustzijn dat de financiële ontzorging niet binnen een standaardperiode van zes maanden eindigt. Wel heeft zowel de gemeente als Laborijn de wens om meer aandacht te hebben voor financiële educatie. In dit kader wordt ook genoemd dat er cultuurvertalers nodig zijn die financieel onderlegd zijn. Dit om ervoor te zorgen dat de nieuwe inwoners het Nederlandse financiële systeem beter leren begrijpen. Er wordt op een nieuwe werkwijze ingericht waarbij een cultuurvertaler opgeleid wordt door BVFO.

De nieuwe werkwijze richt zich op het meer kunnen ondersteunen, uitleggen, oefenen in plaats van het Verhaal van een statushouder De periode van financiële ontzorging was voor het gezin van B een moeilijke periode. De gemeente betaalde gedurende deze periode de rekeningen. Voor een gezin van zes ontving het gezin€ 150 per week om te besteden aan levensmiddelen. Ten aanzien van het leefgeld wordt altijd aansluiting gezocht met de geldende NIBUD normen. De periode van financiële ontzorging is inmiddels afgelopen. Het gezin heeft aanvullende ondersteuning, die standaard wordt aangeboden na de verplichte zes maanden, geweigerd. Het gezin ontvangt nu een bijstandsuitkering vanuit Laborijn en toeslagen en kan zich hiermee net redden.

‘’harde’’ ontzorgen. Ervaringen van de gemeente, Laborijn en aanbestedingspartners over de samenwerking In de uitvoering van het inburgeringsbeleid werken de gemeente Doetinchem en Laborijn met verschillende organisaties samen, zoals BvFO, Vluchtelingenwerk, Present en Sité. Over het algemeen zijn de geraadpleegde betrokkenen van mening dat ze met de uitvoering op de goede weg zijn. De samenwerking met Laborijn wordt als fijn ervaren en de lijntjes in de uitvoering zijn kort. Verhaal van een statushouder B is in maart 2023 naar Doetinchem gekomen met haar familie: haar man, twee zoons en twee dochters. In het AZC vond de familie het moeilijk, maar in Doetinchem was alles goed geregeld. Ze hebben een woning gekregen en de gemeente was hierin erg behulpzaam. Ook Vluchtelingenwerk is voor B erg behulpzaam; als ze iets nodig hebben, kunnen ze altijd contact opnemen.

Wel geven verschillende betrokkenen aan dat het voor sommige organisaties even wennen was dat zij nu met Laborijn moeten afstemmen in plaats van met de gemeente. Voorheen werden deze activiteiten door middel van rechtstreekse subsidie van de gemeente uitgevoerd. Nu Laborijn de regie heeft, maken de activiteiten bij partners integraal deel uit van het totale aanbod op het gebied van inburgering. In het verleden was er weinig zicht op de partijen die subsidie ontvingen om activiteiten voor statushouders uit te voeren. De gemeente wil doelgerichter haar middelen inzetten op het vlak van inburgering en Laborijn wil daarom een heldere bijdrage van deze partijen zien. Laborijn en de beleidsadviseur van de gemeente hebben hier tweewekelijks contact over.

39

Een kenmerk van de uitvoering van het inburgeringsbeleid dat door betrokkenen als typisch Doetinchems wordt beschouwd, is de veelheid aan ondersteuning uit het maatschappelijk middenveld. Zo is er het Platform Nieuwe Nederlanders dat vier à vijf keer per jaar overlegt. In dit platform, waar het aanbod voor nieuwkomers besproken wordt, hebben de organisaties die iets bieden aan deze groep, zich verenigd. Het vrijwillige aanbod voor nieuwkomers in Doetinchem is groot. Wel plaatst een van de betrokkenen hierbij de kanttekening dat de structuur in dit aanbod soms te wensen over laat. De regievoering mist in de afstemming tussen deze organisaties en verantwoordelijkheden zijn niet altijd even duidelijk belegd. Aanvankelijk weinig afstemming met andere gemeenten in de regionale inkoop van inburgeringsroutes Laborijn trekt, namens Doetinchem en Aalten, met de gemeenten Berkelland, Bronckhorst, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk gezamenlijk op in de aanbesteding en de inkoop van leerroutes. Hier zouden regionale contractmanagers op ingezet worden. Vanwege capaciteitsproblemen en ziekte was er echter een tijd lang geen contractmanagement rondom de ingekochte leerroutes. Uit een gesprek met een betrokkene blijkt dat er destijds niet veel overleg was tussen de gemeenten onderling.

Sommige gemeenten liepen tegen dezelfde dingen aan, maar gingen elk afzonderlijk met de partijen in gesprek. De regionale afstemming miste en contractmanagement werd als dringend nodig ervaren. Daarom heeft een contractmanager van de gemeente Doetinchem dit in de zomer van 2023 opgepakt. Inmiddels zijn er ook twee regionale contractmanagers aangenomen. De contractmanager is nu met de gemeenten in gesprek om structuur te geven aan de samenwerking. In dit kader is er beleidsoverleg over de hoofdlijnen, waarbij het COA en Fijnder ook aansluiten. Daarnaast is er een tweewekelijks inkoopoverleg met beleidsmedewerkers van de gemeenten. De afstemming tussen gemeenten en aanbieders wordt gestroomlijnd en regionaal belegd. Inmiddels lijkt de samenwerking met de komst van het contractmanagement verbeterd. De verschillende gemeenten zoeken elkaar op en er is veel meer overleg.

Toetsing op de normen Bij de beoordeling van de normen gebruiken we de volgende categorieën: - Aan deze norm wordt voldaan. - Aan deze norm wordt deels voldaan. - Aan deze norm wordt niet voldaan. Aspect Organisatie en uitvoering

Norm De afwegingen bij de keuze van externe partijen is transparant.

De gemeente is transparant over de keuze om de uitvoering van de Wet inburgering 2021 bij uitvoeringsorganisatie Laborijn te beleggen. De gemeente heeft bewust voor deze partij gekozen aangezien het de nieuwe Wet inburgering in nauwe samenhang met Participatiewet wil uitvoeren, wat Laborijn al deed voor de gemeente. Deze afweging is daardoor duidelijk. Daarmee wordt aan deze norm ‘voldaan’.

40

De gemeente heeft Laborijn verzocht om bij de uitvoering de kennis en expertise van haar samenwerkingspartners te benutten. Om de uitvoering goed op te zetten, zien we dat Laborijn een aantal deskundige partners inzet die voorzien in een bepaalde expertise en capaciteit die Laborijn zelf niet heeft. De keuze voor deze partijen is daardoor logisch, maar de specifieke afwegingen die bij Laborijn ten grondslag lagen aan het kiezen voor deze samenwerkingspartners, zijn niet inzichtelijk. Wel gaat dit om partners die ook voorheen al betrokken waren bij inburgeringsactiviteiten. Er wordt nu ingezet op het versterken en doorontwikkelen van de relaties met deze partners. Aspect Organisatie en uitvoering

Norm De gemeente en Laborijn stellen eisen aan de kwaliteit van het aanbod (cursussen, opleidingen en andere (participatie)activiteiten en zorgt ervoor dat die kwaliteit en continuïteit zijn gewaarborgd.

De gemeente heeft inhoudelijke en financiële uitgangspunten meegegeven aan Laborijn waaraan de inburgerings-activiteiten moeten voldoen. Verschillende onderdelen van het inburgeringstraject, zoals participatieactiviteiten en het taalonderwijs, worden door externe partners uitgevoerd. De gemeente en/of Laborijn hebben/heeft werkafspraken gemaakt met deze partners over de uitvoering, de verantwoordelijkheden en de samenwerking. In deze werkafspraken liggen de eisen aan de kwaliteit van het aanbod vastgelegd en wordt beschreven hoe Laborijn er voor zorgt dat die kwaliteit en continuïteit zijn gewaarborgd. Aan deze norm wordt voldaan. Aspect Organisatie en uitvoering

Norm De samenwerkingspartners hebben afspraken gemaakt over de uitvoering, de verantwoordelijkheden en de samenwerking.

Laborijn heeft met Vluchtelingenwerk, BvFO en Present overeenkomsten gesloten waar werkafspraken integraal deel van uitmaken. De werkafspraken gaan over de rolverdeling, informatievoorziening, bewaking van de voortgang en het overleg tussen Laborijn en deze partijen. De gemeente Doetinchem heeft met Sité prestatieafspraken vastgelegd rond de huisvesting van statushouders. Een deel van de samenwerkingen, namelijk op het gebied van (taal)onderwijs, wordt regionaal aanbesteed in de Arbeidsmarktregio Achterhoek. Voor elk van deze samenwerkingen is een werkafsprakenboek opgesteld. Hierin zijn afspraken vastgelegd over de intake en uitvoering van de leerroute, de monitoring van de voortgang en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gemeente/uitvoeringsorganisatie en de partner. Aan deze norm wordt voldaan. Aspect Organisatie en uitvoering

Norm De gemeente pakt haar regierol in de samenwerking met externe organisaties.

De gemeente Doetinchem heeft de regierol voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 overgedragen aan uitvoeringsorganisatie Laborijn. Wel heeft de gemeente de regierol voor de huisvesting van de statushouders. Laborijn heeft de regierol in de samenwerking met de externe organisaties. Laborijn heeft wel regelmatig afstemming met de gemeente over de uitvoering. Omdat het niet pakken van de regierol een weloverwogen en onderbouwde keuze is van de gemeente, krijgt deze norm geen kleurtoetsing.

41

Doeltreffendheid en doelmatigheid In dit hoofdstuk staan de volgende deelvragen centraal: - Is de uitvoering van het inburgeringsbeleid doeltreffend? - Hoe ervaren statushouders zelf de opvang en de integratie van statushouders en zijn zij zo snel mogelijk in staat gesteld om mee te doen in de samenleving? - Welke knelpunten ervaren inburgeringsplichtigen bij de inburgering? - Hoe doelmatig heeft de gemeente gewerkt, welke kosten zijn gemaakt en hoe verhouden die zich tot de Rijksvergoedingen en -compensaties? In dit hoofdstuk gaan we in §4.1. op de doeltreffendheid van de uitvoering van de Wet inburgering door Laborijn. In §4.2. wordt beschreven hoe statushouders zelf de opvang en integratie ervaren. In §4.3. wordt ingegaan op de doelmatigheid van de uitvoering van de Wet inburgering, door te bekijken naar in hoeverre de gemaakte kosten die Laborijn via de gemeente van het Rijk heeft ontvangen, zich verhouden tot de beschikbaar gestelde budgetten. In §4.4. worden tot slot de normen getoetst.

Doeltreffendheid Voortgang van het inburgeringstraject6

Op het moment van het uitvoeren van dit onderzoek zijn er nog geen inburgeringsplichtigen die het gehele traject hebben doorlopen, waarmee de doeltreffendheid van het inburgeringstraject - zoals uitgevoerd door Laborijn - beperkt inzichtelijk is. Wel rapporteert Laborijn middels kwartaalrapportages over de voortgang van de uitvoering. In het concept implementatieplan van Laborijn, dat is opgesteld bij de start van de uitvoering, is onderstaande prognose opgenomen voor het aantal te bedienen inwoners onder de Wet inburgering. Zoals de tabel laat zien, verwachtte Laborijn destijds een jaarlijkse instroom van 85 inwoners. Prognose te bedienen inwoners WI Nieuw Lopend Totaal

2022

2023

2024

2025

85 85

85 85 170

85 170 255

85 170 255

In kwartaalrapportages maakt Laborijn het aantal toegewezen inburgeringsplichtigen inzichtelijk. In de volgende tabel is de informatie uit de verschillende kwartaalrapportages samengevoegd. Zoals te zien, zijn delen van deze tabel niet ingevuld. Dat komt doordat de verschillende kwartaalrapportages geen eenduidige informatie bevatten over de voortgang van de Wet inburgering 2021.

6

Deze in deze paragraaf zijn opgesteld op basis van gegevens die beschikbaar waren ten tijde van uitvoering van dit onderzoek (t/m Q4 2023).

42

Voortgang Wet inburgering Doetinchem (t/m Q1 2023)

2022

2023

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

21

32

50

90

108

Nog niet woonachtig in gemeente

4

2

30

24

Begeleiding brede intake gestart

20

26

28

56

Uitgevoerde leerbaarheidstoetsen

8

13

18

40

9

14

35

Toegewezen inburgeringsplichtigen

Inburgering beschikt en gestart

De voortgang in de kwartaalrapportages wordt sinds de tweede kwartaalrapportage uitgesplitst in asielstatushouders en gezinsmigranten. Dit mede gelet op het onderscheid in financiering en ondersteuning. Voortgang Wet inburgering Doetinchem (Q2 en Q3 2023)

2023 Q2

Q3

Toegewezen inburgeringsplichtigen (asielstatushouders)

89

118

Toegewezen inburgeringsplichtigen (gezinsmigranten)

52

66

Nog niet woonachtig in gemeente (asielstatushouders)

11

12

Nog niet woonachtig in de gemeente (gezinsmigranten)

7

12

41

38

23

20

37

68

22

34

Woonachtig in de gemeente met lopend inburgeringstraject (asielstatushouders) Woonachtig in de gemeente met lopend inburgeringstraject (gezinsmigranten) Woonachtig in de gemeente en brede intake opgestart (asielstatushouders) Woonachtig in de gemeente en brede intake opgestart (gezinsmigranten)

Verder laten de kwartaalrapportages de onderverdeling van de inburgeringsplichtigen per leerroute zien. Volgens de meest recent gepubliceerde kwartaalrapportage is de onderverdeling per leerroute van asielstatushouders en gezins-migranten die onder de Wet inburgering 2021 vallen, als volgt (30 september 2023). Onderverdeling per leerroute Onderwijsroute B1-route Z-route Totaal

Asielstatushouders

Gezinsmigranten

Totaal

24 21 23 68

4 27 3 34

28 48 26 102

43

Aantal te verwachten inburgeraars onder de Wet inburgering In de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027 geeft Laborijn voor de gemeente Doetinchem voor de aankomende jaren de volgende prognose weer van het aantal te verwachten inburgeraars die onder de Wet inburgering vallen. Verwachte ontwikkeling aantal inwoners Wet inburgering Stand 1-1 Instroom Uitstroom Stand 31-12

2024

2025

2026

2027

206 150 356

356 150 -23 483

483 150 -183 450

450 150 -150 450

Middels de kwartaalrapportages en de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027, geeft Laborijn dus kwantitatief inzicht in de volgende gegevens: - Het aantal (te verwachten) inwoners dat onder Wet inburgering valt. - Welke leerroute de inwoners volgen. - Voor hoeveel inwoners de begeleiding brede intake is gestart. - Hoeveel leerbaarheidstoetsen er zijn uitgevoerd. - Voor hoeveel inburgeringsplichtigen de inburgering is beschikt en gestart.

Inzicht in doeltreffendheid per doelstelling

Bovenstaande inzichten laten maar beperkt de voortgang zien van de doelrealisatie van de verschillende doelen, zoals opgesteld door Laborijn. Laborijn heeft middels de kwartaalrapportages wel enige kwalitatieve toelichting gegeven over de voortgang van een aantal van de doelstellingen. Op basis van deze informatie, in combinatie met de informatie uit de interviews, wordt hierna per doelstelling aangegeven wat daar de voortgang van is. De brede intake en afronding PIP wordt binnen de wettelijke termijn (tien weken) uitgevoerd Volgens de gemaakte afspraken houdt Vluchtelingenwerk de casusregisseur (of een andere medewerker van Laborijn) op de hoogte van de maatschappelijke begeleiding van de inburgeraars (inclusief brede intake en afronding van het PIP) middels verschillende afstemmingsmomenten en (voortgangs)rapportages. De kwartaalrapportages van Laborijn bevatten deze informatie echter niet en maken daarmee niet inzichtelijk in hoeverre Laborijn er samen met Vluchtelingenwerk in slaagt om de brede intake en het afronden van het PIP binnen de wettelijke termijn van tien weken uit te voeren. In het Jaarverslag 2022 van Laborijn wordt wel benoemd dat Laborijn heeft geïnvesteerd in het goed en zorgvuldig neerzetten van deze brede intake, waardoor er een goed beeld ontstaat van de wensen en de mogelijkheden voor de inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8094/documents/48168