CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.10 Toelichting Bijlage 10 - Toetsing Wet natuurbescherming.pdf

beeldvormende raad 15 juni 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Provinciaal inpassingsplan N3159.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7.1

Mogelijk nadere toetsing GNN/GO-beleid en Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden

GNN/GO-beleid Het plangebied ligt voor een aanzienlijk deel in GNN/GO gebied, zie Figuur 7 en Figuur 8. De ontwikkeling moet passen in de doelstellingen opgesteld voor deelgebieden, beschreven in de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ (Figuur 9 t/m Figuur 12). Wanneer er negatieve effecten zijn op de ontwikkelingsdoelen is er sprake van aantasting en is compensatie en mitigatie noodzakelijk. Bij vaststelling van het schetsontwerp moet door een ecoloog beoordeeld worden of er sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Hierop kunnen de plannen aangepast worden, of moet een nadere toetsing plaatsvinden. Wnb Houtopstanden Het kappen van aaneengesloten bosgebied, boomgroepen en bijvoorbeeld lanen kan meldingsplichtig zijn conform het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming. De voorwaarden hiervoor zijn beschreven in paragraaf 3.3. In de voorgenomen ontwikkeling moet hier rekening mee gehouden worden. Bij vaststelling van het schetsontwerp moet door een ecoloog beoordeeld worden of er sprake is van meldingsplichtige werkzaamheden. Hierop kunnen de plannen aangepast worden, of moet een nadere toetsing plaatsvinden.

Integrale trajectverkenning, N315 Doetinchem - Ruurlo Definitief

37

Opmerking Naast de Wet natuurbescherming bestaat bij het verwijderen van bomen de mogelijkheid dat op grond van het bestemmingsplan ook een omgevingsvergunning uitvoering werk (voorheen aanlegvergunning) nodig is. Dit kan worden bepaald zodra bekend is welke bomen worden verwijderd.

7.2

Overige soorten waarvoor vrijstellingen zijn opgesteld

De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt, tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten als gevolg van verstoring tijdens de uitvoeringswerkzaamheden. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming is voor deze soorten dan ook niet noodzakelijk.

7.3

Rekening houden met vogels

Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de wet Natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen2 uitgevoerd mogen worden. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Indien toch in het broedseizoen door gewerkt of gestart wordt, moet vóór het broedseizoen (uiterlijk in februari) contact gelegd worden met de begeleidend ecoloog. In samenspraak met de ecoloog moeten eventuele nadere acties bepaald worden, zoals vroegtijdig kappen van bomen of het maaien van beplanting.

7.4

Vervolgonderzoek naar vleermuizen mogelijk noodzakelijk bij bomenkap

Check van het schetsontwerp Uit het schetsontwerp wordt duidelijk welke maatregelen waar uitgevoerd moeten worden. Op basis van het schetsontwerp kan een korte check door een ecoloog uitsluitsel geven of vleermuisonderzoek conform het vigerend vleermuisprotocol noodzakelijk is. Indien geschikte holtes, spleten, of verblijfsfuncties in potentieel te verwijderen bomen niet uitgesloten kunnen worden, dient onderstaand nader onderzoek plaats te vinden. Vleermuisonderzoek Indien in het kader van de werkzaamheden negatieve effecten voor vleermuizen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Eventuele aanwezige vliegroutes en foerageergebied blijven intact.

2

In het kader van de wet Natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli.

Integrale trajectverkenning, N315 Doetinchem - Ruurlo Definitief

38

Het vleermuisonderzoek kan slechts in een beperkte periode van het jaar worden uitgevoerd. Het onderzoek moet bestaan uit:  2 bezoeken tussen 15 mei - 15 juli en;  2 bezoeken tussen 15 augustus en 1 oktober en;  tussen de bezoeken zit in de regel 20 dagen. Afhankelijk van wat wordt aangetroffen bij het nader onderzoek kan dit consequenties hebben voor de planning en wijze van de uitvoering van werkzaamheden. Daarnaast kunnen compenserende en mitigerende maatregelen nodig zijn.

7.5

Nader onderzoek reptielen noodzakelijk bij werkzaamheden in droge bermen bosomgeving Ruurlo

In het plangebied leven mogelijk levendbarende hagedis en hazelworm. Bij werkzaamheden die bermen (tijdelijk) aantasten is nader onderzoek naar deze twee reptielensoorten noodzakelijk. Afhankelijk van de exacte locatie en omvang zal inzet bepaald worden, maar doorgaans zijn enkele bezoeken en plaatjesonderzoek noodzakelijk. Op basis van het schetsontwerp kan hierover meer duidelijkheid worden gegeven.

7.6

Zorgplicht en zorgvuldig handelen

In het kader van de zorgplicht zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: Tijdens de uitvoering dient men bijvoorbeeld alert te zijn op aanwezigheid van fauna en deze, indien noodzakelijk, te verplaatsen. Bij onvoorziene situaties dient daarnaast contact opgenomen te worden met een ter zake kundige. De breedte van de transportwegen wordt zo beperkt mogelijk gehouden, opdat zo min mogelijk holen en dieren aangetast worden. De uitvoering van werkzaamheden wordt uitsluitend overdag uitgevoerd. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, moet contact gelegd worden meteen ecoloog voor nadere afstemming. Bij uitvoering dient zoveel mogelijk rekening gehouden te worden met soortenrijke wegbermen. Deze dient men zoveel mogelijk te sparen.

7.7

Ecologisch werkprotocol (EWP) voor uitvoering

Er komt een aantal zwaarder beschermde soorten voor in en in de omgeving van het plangebied. Ook komen er lokaal algemene beschermde soorten voor. Negatieve effecten tijdens werkzaamheden zijn niet geheel uit te sluiten, bijvoorbeeld door de kap van bomen, of het werken in bermen. Geadviseerd wordt een ecologisch werkprotocol (EWP) op te stellen om tijdens de uitvoering zorgvuldig te handelen en te voldoen aan de zorgplicht. Eventuele maatregelen vanuit andere beschermde soorten kunnen tevens opgenomen worden in dit EWP.

Integrale trajectverkenning, N315 Doetinchem - Ruurlo Definitief

39

7.8

Geldigheid onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “ Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.” Voor onderzoeken waar alleen algemeen voorkomende soorten, de overige beschermde soorten van de wet Natuurbescherming aan de orde zijn, mag worden volstaan met een geldigheid van 5 jaar. Waarbij ook geldt dat er in die periode weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen optreden. Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

Integrale trajectverkenning, N315 Doetinchem - Ruurlo Definitief

40

LITERATUURLIJST -

-

-

-

-

-

-

-

Bos, F., Bosveld, M., Groenendijk, D., Swaay, C. van, & Wynhoff, I. (2006). De dagvlinders van Nederland, - Nederlandse fauna 7. Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers R.C.M. & van Delft J.J.C.W. (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European invertabrate Survey – Nederland, Leiden. Dietz, C., Helversen, O. van, & Nill, D. (2011). Vleermuizen: Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Utrecht, Nederland: De Fontein & Tirion Uitgevers. Gittenberger, E., Janssen, A. W., Kuijper, W. J., Kuiper, J. G. J., Meijer, T., Velde, G. van der, & Vries, J. N. de. (1998). De Nederlandse zoetwatermollusken: Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water, - Nederlandse fauna 2. Utrecht/Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij, EIS Nederland & Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis. Limpens, H. , K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie. (2002). De Nederlandse libellen (odonata), - Nederlandse fauna 4.

Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertabrate Survey – Nederland. SOVON Vogelonderzoek Nederland. (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5. Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertabrate Survey – Nederland. Vogel R.L., Bouwma I., Koese B., Kranenbarg J., La Haye M., Odé B., Sierdsema H., Sparrius L., Verburg P. & Zollinger R. (2013). Het belang van Nederland buiten de Ecologische Hoofdstructuur voor soorten van de Vogelrichtlijn en van bijlage V van de Habitatrichtlijn. Sovon-rapport 2013.015. Sovon, Nijmegen. Weeda, R., Westra, C., Westra, E. J., & Westra, T. (1985-1991). Nederlandse oecologische flora: Wilde planten en hun relaties 1 t/m 5. Amsterdam, Nederland: IVN in samenw. met de Vara en de VEWIN.

Integrale trajectverkenning, N315 Doetinchem - Ruurlo Definitief

41

Natura 2000: - www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 Soortinformatie: - www.zoogdiervereniging.nl - www.ravon.nl - www.libellennet.nl - www.sovon.nl - www.blwg.nl - www.anemoon.org - www.floron.nl - www.mycologen.nl - www.vlindernet.nl - www.eis-nederland.nl - www.zwgzh.nl - www.nederlandsesoorten.nl Waarnemingen: - ndff-ecogrid.nl

Integrale trajectverkenning, N315 Doetinchem - Ruurlo Definitief

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7859/documents/43130