CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.1. Ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8.17: Bestemmingsplan Stationslocatie Doetinchem 2023 en beeldkwaliteitsplan18.949 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing

Doetinchem, Terborgseweg 74-80

Gemeente Doetinchem

Datum: 30 april 2024 Projectnummer: 170151.01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 5

2

Planbeschrijving

6

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

6 7

3

Beleidskader

11

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

11 12 14 15

4

Haalbaarheid

24

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Water Natuur Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Trillinghinder Klimaatadaptatie Windhinder

24 25 27 30 31 33 35 41 42 46 48 49 58

5

Uitvoerbaarheid

60

5.1 5.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

60 60

Bijlagen Bijlage 1 - Stedenbouwkundig ontwerp Bijlage 2 - Voorstel groene inrichting buitenruimte Bijlage 3 - Boomeffectanalyse Bijlage 4 - Bezonningsstudie Bijlage 5 - Laddertoets Bijlage 6 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 7 - Bodemonderzoek Bijlage 8 - Saneringsplan Bijlage 9 - Evaluatie bodemsanering Bijlage 10 - Besluit instemmen evaluatie bodemsanering Bijlage 11 - Akoestisch onderzoek Bijlage 12 - QS externe veiligheid Bijlage 13 - QS Bedrijven en milieuzonering Bijlage 14 - Watertoets Bijlage 15 - QS natuur Bijlage 16 - Stikstofonderzoek Bijlage 17 - Archeologische bureau- en verkennend booronderzoek Bijlage 18 - Inventariserend veldonderzoek archeologie Bijlage 19 - Proefsleuvenonderzoek archeologie Bijlage 20 - Parkeerbalans Bijlage 21 - Trillingonderzoek Bijlage 22 - Windhinderonderzoek

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de Terborgseweg te Doetinchem bevindt zich een braakliggend terrein. Het terrein ligt in de directe nabijheid van het treinstation van Doetinchem. Passend bij de ruimtelijke en functionele kenmerken van de omgeving bestaat nu het voornemen om het besluitgebied te ontwikkelen tot woningbouwlocatie, bestaande uit 84 appartementen, 13 stadswoningen en circa 299 m2 aan commerciële ruimte. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde woningen en commerciële ruimte te kunnen realiseren dient een separate bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Middels deze procedure zal een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden voor de locatie. Onderhavig document betreft de ruimtelijke onderbouwing bij dit bestemmingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing besluitgebied Het besluitgebied ligt in de bebouwde kom van Doetinchem, gemeente Doetinchem in de provincie Gelderland. Het besluitgebied staat kadastraal bekend als gemeente Doetinchem, sectie M, perceelnummers 5310, 5311, 5314, 5318, 5322 en 5324, 5325 en 5335. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en de globale begrenzing van het besluitgebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de kaart met het besluitgebied, behorende bij deze toelichting.

Ligging besluitgebied (rode cirkel) ten opzichte van Doetinchem (bron: pdok.nl)

3

Het besluitgebied bij benadering rood omlijnd (bron: pdok.nl)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Op dit moment geldt voor het besluitgebied het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’, vastgesteld door de gemeenteraad van Doetinchem op 24 juni 2021. Daarnaast geldt het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening Geluidszone Hamburgerbroek’.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’, onderhavig besluitgebied is rood omkaderd.

4

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’ Binnen het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’ heeft het besluitgebied de enkelbestemming ‘Gemengd - 6’. De voor ‘Gemengd - 6’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven met bijbehorende bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 en 2, met detailhandel in ter plaatse geproduceerde goederen, uitsluitend ten dienste van en voor maximaal 10% van de bruto-vloeroppervlakte van het gevestigde bedrijf, met een maximum van 200 m 2, maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen voor een 24uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden, detailhandel, niet zijnde detailhandel in de vorm van een supermarkt, dienstverlening, bestaande sportvoorzieningen met de bestaande bijbehorende sportactiviteiten, kantoren, met een maximum brutovloeroppervlakte van 500 m2 per perceel, instellingen voor cultuur en ontspanning, met uitzondering van attractieparken, seksinrichtingen en casino's, horeca categorie 1, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1', bestaande woningen, groen- en nutsvoorzieningen en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen. Daarmee is de voorgenomen woningbouwontwikkeling niet mogelijk binnen het geldende juridisch-planologisch regime.

Parapluherziening Geluidszone Hamburgerbroek Naast het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’ geldt een parapluherziening inzake geluid. Hierin is de zonegrens rondom het bedrijventerrein Hamburgerbroek herzien; enerzijds om deze conform werkelijke geluidbelasting vast te stellen en anderzijds om een milieukundige belemmering voor de gebiedsontwikkeling weg te nemen. Voor de beoogde ontwikkeling dient een bestemmingsplan procedure gevolgd te worden om de toekomstige planologisch juridische situatie vast te leggen.

1.4

Leeswijzer De ruimtelijke onderbouwing is opgebouwd uit 5 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie van het besluitgebied en komt de planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt de toets aan het beleidskader weergegeven, waarna in hoofdstuk 4 de haalbaarheid van het project aangetoond wordt voor wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. Ten slotte behandelt hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

5

2 2.1

Planbeschrijving Huidige situatie Omgeving Het besluitgebied ligt ten zuidoosten van de binnenstad van Doetinchem (zie de gele cirkel in onderstaande afbeelding), globaal omgeven door de wegen Stationsstraat, Terborgseweg en het Stationsplein. De Terborgseweg is één van de historische linten naar het stadscentrum en eindigt ter hoogte van de Raadhuisstraat. De Raadhuisstraat vormt een scheiding tussen de binnenstad (blauwe cirkel) en de omliggende schil van de kern Doetinchem. De stedenbouwkundige structuur buiten het centrumgebied van Doetinchem bestaat hoofdzakelijk uit planmatige stadsuitbreidingen uit de 20ste eeuw (zowel grondgebonden woningen als gestapelde woningen), aangevuld met stedelijk functies als detailhandel, horeca en dienstverlening. Vanwege de diversiteit aan functies heeft de omgeving van het besluitgebied een gemengd centrumkarakter, eens temeer gezien de directe ligging bij het stationsgebied.

SCHIL

Globale weergave omgeving besluitgebied (gele cirkel) Bron: Google Earth, bewerking SAB

6

Besluitgebied Het besluitgebied betreft een vrijgekomen inbreidingslocatie binnen Doetinchem. In het verleden hebben hier diverse (bedrijfsmatige) activiteiten plaatsgevonden, waaronder horeca, detailhandel, autoreparatie, opslag en woningen. Het gebied wordt omsloten door de Stationsstraat, het Stationsplein en de Terborgseweg en wordt zodoende in hoge mate gekarakteriseerd door de dominante verkeersfunctie die de directe omgeving bepaalt. Dit wordt versterkt door de aanwezigheid van het treinstation direct ten zuiden van het besluitgebied. Het besluitgebied kent een oppervlakte van ruim 5.552 m2 en is braakliggend. Op de locatie is een weelderige bloemenzee met kruiden aanwezig die typisch zijn voor braakliggende terreinen. Navolgende afbeelding toont een impressie van de huidige situatie van het besluitgebied, bezien van de Terborgseweg.

Impressie huidige situatie besluitgebied (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om ter plaatse van het besluitgebied te voorzien in woningbouw en een commerciële plint. Dit is weergegeven in bijgevoegde stedenbouwkundig ontwerp1. Het programma bestaat in totaal uit 84 appartementen, 13 stadsvilla’s en 299 m2 aan commerciële ruimte. Evenwijdig aan de Terborgseweg zijn drie koop stadswoningen beoogd en langs de Stationsstraat en op de hoek aan de spoorzijde 10 stadswoningen. Aan de Terborgseweg wordt daarnaast een appartementengebouw gerealiseerd met vijf bouwlagen, waarin ruimte is voor 25 appartementen. Op de hoek van de Terborgseweg en het Stationsplein is een landmark gewenst, bestaande uit 11 bouwlagen. Hierin is ruimte voor 19 appartementen en een commerciële plint op de begane grond. Evenwijdig aan het spoor is ten slotte een appartementengebouw gewenst, waarin ruimte is voor 40 sociale huurappartementen. De commerciële plint moet zorgdragen voor het versterken van de levendigheid en daarmee de verblijfskwaliteit van het stationsplein. De locatie is een knooppunt voor reizigers. Het trein en busstation liggen in de directe nabijheid. Van de grote gratis parkeerplaats aan de Stationsstraat wordt veelvuldig gebruik gemaakt door werknemers die op kantoor- en winkellocaties in de stad werken. De invulling van de commerciële plint dient passend te zijn bij de snelheid van de locatie. Te denken valt aan 1

Weusten Liedenbaum architecten. Stedenbouwkundig ontwerp, stationslocatie Doetinchem, Het baken aan de stadsrand. Projectnummer: 230717. 20 november 2023 7

een lunchroom, afhaalwinkel, gemakswinkel, servicepunt voor pakketten, stomerij en dergelijke. Ook kan de ruimte deels benut worden als bijeenkomstruimte/ (thuis)werklocatie. Het terrein tussen de drie gebouwen in wordt ingericht als parkeerterrein. Op het parkeerterrein worden in totaal 82 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast worden er 15 parkeerplaatsen afgekocht middels het parkeercompensatiefonds. Ten slotte herbergen de gebouwen nog algemene ruimtes, zoals bergingen, techniekruimtes en trappenhuizen. Daarnaast draagt het project bij aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden door deze te integreren in het ontwerp. Dit is uitgewerkt in de notitie ‘voorstel groene inrichting buitenruimte’2. De maatregelen helpen tegelijkertijd bij het realiseren van een groene en klimaatadaptieve omgeving. Naast ecologische en klimaatadaptieve waarden wordt zo ook bijgedragen aan de kwaliteit van de leefomgeving, waaronder de gezondheid van bewoners, bevordering van sociaal contact, toerisme en de luchtkwaliteit.

De volgende maatregelen worden uitgevoerd: − het toepassen van gemengd groen, zowel op maaiveld- als gebouwniveau; − regentuinen met vaste planten; − pergolaconstructies boven parkeerplaatsen en daktuinen voor schaduwwerking en privacy; − klimplanten en gevelgroen voor schaduwwerking en privacy; − erfafscheidingen welke bestaan uit plantenbakken; − geïntegreerde plantenbakken op de balkons van de woontoren; − bloemrijke beplanting in de openbare ruimte; − suggestie voor bomenrijen in openbaar gebied (ca. 20 bomen) welke functioneren als vliegroutes voor vleermuizen. Wanneer bepaalde maatregelen door onvoorziene omstandigheden niet uitvoerbaar blijken te zijn, dan wordt hiervoor het voorstel voor de groene inrichting van de buitenruimte in overleg met de gemeente aangepast. Voor de locatie wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin aandacht zal zijn voor de te nemen maatregelen. In het besluitgebied staan twee kastanjebomen, welke worden gekapt. De twee lindebomen net buiten het besluitgebied blijven behouden. Hiervoor is een boomeffectanalyse3 (BEA) uitgevoerd. Uit de BEA is gebleken dat de uitvoering van het voorgenomen projectplan, geen direct gevaar voor de duurzame instandhouding van de lindes oplevert. Bij de herinrichting van de buitenruimte zijn er goede mogelijkheden om de groeiplaats van de lindes te verbeteren.

Onder meer door het toepassen van gronduitwisseling bij de bouwblokzijde en het toepassen van een drukverspreidingssysteem binnen de kroonprojectie van de bomen onder de (eventueel) aan te brengen verharding. De bovengenoemde verbetering van de groeiplaatsinrichting zal een positieve invloed hebben op de conditie en toekomstverwachting van de lindes.

2

SAB (2023). Voorstel groene inrichting buitenruimte, Stationslocatie Doetinchem. Projectnummer: 220306. 7 november 2023.

3

Jansen boomadvies (2023). Boom Effect Analyse, Stationsplein Doetinchem. Projectnummer: BEA23174. 18 oktober 2023. 8

De navolgende afbeeldingen tonen een impressie van het beoogde bouwplan. Voor dit bouwplan is een bezonningsstudie uitgevoerd 4.

Impressie beoogde bouwplan vanuit het oosten

Impressie beoogde bouwplan vanuit het westen

Met de voorgenomen ontwikkeling krijgt een inbreidingslocatie en een sleutelpositie binnen het stationsgebied een passende invulling. Een gemengd woon- en werkprogramma zorgt voor een voortzetting van de functionele structuur, zoals die in de omgeving van het besluitgebied bestaat. De positionering van de bebouwing volgt de ori4

Weusten liedenbaum architecten (2024). Stedenbouwkundig ontwerp 19-04-2024bezonningsstudie, Stationslocatie Doetinchem. 19 april 2024. 9

entatie van de omliggende infrastructuur, waarmee de stedenbouwkundige structuur wordt gerespecteerd en doorgezet. Voorliggend initiatief is passend op de onderhavige locatie.

10

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing Het rijk zet in de NOVI onder andere in op meer dichtheid, minder leegstand en verval, en meer groen en water. Het besluitgebied betreft een inbreidingslocatie binnen de bebouwde kom van Doetinchem, op een sleutelpositie. Door op deze locatie te voorzien in woningbouw inclusief commerciële plint wordt de ruimte optimaal benut en wordt bijgedragen aan het principe van inbreiding boven uitbreiding. Verder wordt in de NOVI gesteld dat een goede bereikbaarheid cruciaal is. Het besluitgebied bevindt zich in de directe omgeving van het trein- en busstation van Doetinchem, waardoor de voorgenomen functies op deze locatie uitermate geschikt zijn.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten 11

nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. SAB heeft een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking5 opgesteld. In deze toets wordt geconcludeerd dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Tevens is aangetoond dat deze ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het verzorgingsgebied. Deze behoefte kan worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het project haalbaar wordt geacht voor wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Voorliggend project is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. 5

SAB (2023). Toets Ladder voor duurzame verstedelijking. Doetinchem, Terborgseweg 74-80 Projectnummer: 170151.01. 3 oktober 2023. 12

− Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. − Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 Het Ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 heeft van 12 mei tot en met 23 juni 2023 ter inzage gelegen. De Omgevingsverordening Gelderland is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook deze verordening is een dynamisch instrument dat kan worden aangepast als beleidsontwikkelingen of de praktijk daar om vragen. De volgende onderwerpen ondervinden wijzigingen binnen de verordening: agrifood, energietransitie, erfgoed, landschap, natuur, water en bodem en wegen. Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten van de Omgevingsvisie Gelderland heeft uitgewezen dat het besluitgebied geen provinciale belangen raakt. In meer algemene zin geldt daarentegen wel dat voorliggend project een bijdrage levert aan het realiseren van de provinciale ambities ten aanzien van de woon- en leefomgeving. Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt immers zowel kwantitatief als kwalitatief gezien voorzien in een behoefte én wordt aardgasloos ontwikkeld. Deze ambities sluiten aan bij hetgeen gesteld in de Omgevingsvisie. Daarmee vormen de Omgevingsvisie en -verordening geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig project.

Verder is in de Omgevingsverordening Gelderland opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan worden wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionale Woonagenda 2022-2030 voor de betreffende regio. In paragraaf 3.3.1 is aangegeven dat het plan in overeenstemming is met de regionale woonagenda.

13

Daarnaast is in de Omgevingsverordening Gelderland artikel 2.65b (klimaatadaptatie) opgenomen, dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen bevat of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: − waterveiligheid; − wateroverlast; − droogte; en − hitte. Dit onderdeel wordt in paragraaf 4.12 nader toegelicht. Voor het overige staan in de Omgevingsverordening Gelderland geen specifieke regels waar in het voorliggende bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden. Raadpleging van de digitale kaarten van het ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 heeft uitgewezen dat het besluitgebied valt binnen de Gelderse streek Achterhoek op de Themakaart – Landschap 2. Dit landschap wordt gekenmerkt door dorpen, kleine kernen en buurtschappen met Doetinchem als centrumplaats. Bij stedelijke opgaven is het behoud van het karakteristieke dorpenlandschap van belang, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van de stadsranden. Het besluitgebied betreft een braakliggend terrein in het centrum van Doetinchem.

De kernkwaliteiten en de ontwikkelingsdoelen van dit landschap zullen met het onderhavig project niet worden aangetast. Conclusie Onderhavig project is in lijn met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonagenda Achterhoek 2023 - 2030 In februari/maart 2023 hebben de Achterhoekse gemeenten en de provincie een nieuwe Regionale Woonagenda 2023-2030 vastgesteld waarin langs 4 programmalijnen de woondoelen uit de Achterhoek Visie 2030 verder zijn uitgewerkt. In Doetinchem is deze agenda op 2 maart 2023 vastgesteld. Deze agenda bevat het volgende: − De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar, inclusief 28% sociale huur. − De Achterhoek investeert in de kwaliteit van de bestaande voorraad, onder andere door verbetering van 7.000 sociale huurwoningen en 24.000 particuliere woningen. − De Achterhoek wil een plek zijn voor iedereen, voor starters, ouderen, werknemers en arbeidsmigranten en andere aandachtsgroepen. − De Achterhoek wil dit realiseren via gebiedsgerichte integrale opgaven: 1. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten 2. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus 3. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteits-knooppunten 4. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied 14

Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een inbreidingslocatie op een prominente stationslocatie ingevuld met woningbouw inclusief commerciële plint. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het realiseren van een grotere dynamiek in de regio. Op basis van de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 3.1.2) is de behoefte aangetoond. Daarnaast is sprake van inbreiding in plaats van uitbreiding. Daarmee is de ontwikkeling in lijn met de kwalitatieve toetsingscriteria. Het woningbouwprogramma bestaat uit 40 sociale huurappartementen, 44 appartementen en 13 stadswoningen, zoals benoemd in paragraaf 2.2. Hierbij wordt voldaan aan de percentages welke aangegeven worden voor sociaal en betaalbaar, waarbij zelfs 41% van de woningen uit sociale huur bestaat. Daarnaast bestaat 5% uit betaalbare koop- of huurwoningen, 21% uit middenhuur- of betaalbare koopwoningen en 33 % uit dure koop- of huurwoningen. Hiermee voldoet onderhavig plan aan de Regionale Woonagenda. Conclusie Onderhavig project is in lijn met het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het besluitgebied van belang zijn. Dit zijn: − beherend ontwikkelen van stad en land; − kwaliteit en beleving in het buitengebied; − economische kansen. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving in het buitengebied De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven.

In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. 15

Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Trends: leegstand en herbestemming De trend leegstand en herbestemming is zeer actueel voor de gemeente Doetinchem. Naar verwachting zal dit alleen nog maar verder toenemen. Binnen het kader van de verschillende structuurvisie-opgaven is hier op ingespeeld. Om een krachtig beleid te voeren op dit specifieke onderwerp, is er behoefte aan nieuwe instrumenten. Gedacht wordt aan een prioriteitenlijst, een beslisboom sloop/herbestemming en anticipeermaatregelen. Instrumenten die het doen van strategische keuzes mogelijk moeten maken. Op basis van een heldere strategie, kan ook worden bepaald welke middelen beschikbaar zijn om gewaardeerd vastgoed te kunnen behouden en voor welk vastgoed ze worden gereserveerd. Ook moet waar mogelijk flexibele regelgeving worden gestimuleerd zodat er geen belemmeringen zijn voor het toestaan van nieuwe, interessante functies.

Toetsing De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 97 wooneenheden met commerciële plint op een inbreidingslocatie nabij het treinstation van Doetinchem. Hiermee wordt aangesloten op de Structuurvisie Doetinchem 2035, waarin vermeld staat dat de focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden. Verder bevat de Structuurvisie geen specifieke voorwaarden voor de ontwikkeling van het besluitgebied. 3.4.2

Woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036 De Woonvisie Doetinchem 2023-2036 ‘Stadse allure - dorpse gemoedelijkheid’ is op 20 april 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. In de nieuwe woonvisie zijn de woningbouwstrategie voor nieuwbouwprojecten en de woonvisie voor het volkshuisvestingsbeleid samengevoegd. Ook is er samenhang met de regionale woonagenda. De hoofdpunten van de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 zijn: 1. Groeien in kwaliteit. Doetinchem heeft de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036. Dit hoofdpunt is gekoppeld aan Programmalijn 1: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie. Met deze programmalijn wordt ingegaan op de bouw van nieuwe woningen en de noodzaak om de plancapaciteit te vergroten en adaptief te programmeren. Deze groeiambitie is geen doel op zich, maar een middel om de centrumfunctie van Doetinchem met de daarbij behorende voorzieningen te kunnen behouden en om de omgevingskwaliteit te versterken.

16

2. Kwalitatief goed wonen. Dit punt draait om de kwaliteit van de huidige woningvoorraad. Programmalijn 2: Investeren in de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad beschrijft hoe wordt gewerkt aan een toekomstbestendige woningvoorraad. Denk hierbij aan duurzaamheid, levensloopbestendige woningen maar ook aan transformatie van kantoren of winkels naar woningen. 3. Een passende woning voor iedereen. Doel is een compleet en divers woningaanbod waarbij het bevorderen van beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod centraal staat. Programmalijn 3: Doetinchem, een plek voor iedereen beschrijft hoe aan dit doel gewerkt wordt. Tot en met 2030 wil de gemeente minimaal 2.470 woningen toevoegen in de hele gemeente via het onderstaande programma. Dit gewenste programma is opgenomen in de regionale woonagenda en vastgelegd in de woondeal met de provincie en het rijk.

Totaal: minimaal 2.470 woningen, onderverdeeld in: − 28% sociale huur tot € 808,06, eventueel te vervangen door goedkope koopwoningen tot € 225.000; − 8% middenhuur tot € 1.000, eventueel te vervangen door betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000; − 14% betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen tot € 1.000; − 17% betaalbare koopwoningen (categorie 2) tot € 355.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen (tot € 1.000,00); − 33% dure koopwoningen (boven € 355.000) of dure huur (boven € 1.000). Plannen van meer dan 20 woningen moeten in principe voldoen aan de gegeven verdeling over de segmenten van het gewenste programma, tenzij de ligging in een bepaalde wijk een andere verdeling rechtvaardigt. Plannen van minder dan 20 woningen die bijdragen aan het realiseren van het gewenste programma hebben een pré. Voor bestaande woningbouwprojecten geldt een overgangsperiode. 4. Wonen als onderdeel van integrale gebiedsopgaven. Wonen gaat ook over leefbaarheid, naoberschap en vitaliteit. Ook de inrichting van de buitenruimte is een belangrijk onderdeel. De woonomgeving draagt bij aan de gezondheid en het welbevinden van de inwoners.

Programmalijn 4: Wonen als integrale gebiedsopgave beschrijft hoe dit bereikt kan worden, onder andere door koppelkansen te benutten en via programmering te zorgen voor een beter mix aan woningen in de wijk. Het ruimtelijk streefbeeld voor nieuwe woningbouwontwikkelingen. Uitgangspunt voor de woonvisie is dat bij de ontwikkeling van woningbouw primair moet worden ingezet op inbreiding en transformatie. Waar nodig kunnen uitbreidingen plaats vinden aan de stads- en dorpsranden. Het ruimtelijk streefbeeld bestaat uit 5 speerpunten en 1 kaartbeeld. De vijf speerpunten zijn: 1. Kwalitatief groeien met Doetinchems DNA; 2. Bouwen in en aan buurten; 3. Bodem en water belangrijk bij ruimtelijke keuzes; 4. Waar nodig stadsranden en dorpsranden; 5. Woonmilieus voor ontwikkelingen.

17

De woonmilieus zijn ingedeeld van Gemengd stedelijk wonen en werken (hoge dichtheid) tot Wonen in het groen (lage dichtheid). Per woonmilieu is uitgewerkt wat de belangrijkste kenmerken zijn.

De transformatie van de spoorzone is in de woonvisie als sleutelproject opgenomen. Toetsing De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 97 wooneenheden binnen bestaand stedelijk gebied, waarvan 40 sociale huurappartementen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de vergroting van de woningvoorraad en voorzien in het gewenste aandeel sociale huurwoningen (41%). Daarnaast wordt voorzien in 26% middenhuur woningen en/of betaalbare koopwoningen en de overige 33% wordt ingevuld met dure koop- of huurwoningen. Dit voldoet niet volledig aan de onderverdeling die is opgenomen in woonvisie. Aangezien sprake is van een reeds langer lopend project, is de overgangsperiode van toepassing en kan hiervan worden afgeweken. Het voorliggende project past binnen het ruimtelijke streefbeeld van de gemeente. Het besluitgebied ligt in het centrum van Doetinchem nabij het station en de voorgenomen hoogbouw en grote dichtheid sluiten aan bij de stadse allure die in dit deel van Doetinchem gewenst is. In de nabijheid van deze locatie zijn de benodigde voorzieningen (OV en winkels) aanwezig en bij de planvorming is uitgebreid rekening gehouden met water en groen (zie paragraaf 2.2., 4.7 en 4.12). Het besluitgebied ligt in het woonmilieu ‘gemengd stedelijk wonen, werken leren spoorzone’.

Het bouwen van de voorziene gestapelde woningen met een hoge dichtheid is passend voor dit woonmilieu.

18

3.4.3

Structuurschets (visie) Spoorzone De gemeente is bezig met het opstellen van een visie voor de zone rondom het station. Het doel is een bruisende Spoorzone als toegangspoort van Doetinchem waarin functies elkaar versterken. De spoorzone is opgedeeld in 4 karaktergebieden, welke zijn weergegeven op de onderstaande afbeelding.

Het besluitgebied valt binnen het karaktergebied ‘Stationsomgeving’. Het doel is om bezoekers en inwoners hier warm te verwelkomen en het moet dienen als visitekaartje voor de stad en de Achterhoek. De omgeving moet groen worden ingericht met maatschappelijke functies aan het plein. Toetsing Bij het voorliggende project is aandacht besteed aan de groene inrichting en het maken van een aantrekkelijke entree richting de stad vanuit het station (zie paragraaf 2.2). Het plan past hiermee binnen de structuurschets spoorzone.

19

3.4.4

Groenstructuurplan 2017: Op weg naar de groene waas Het groenstructuurplan, dat is vastgesteld op 27 juni 2017, beschrijft de groene ambities en opgaven van de gemeente Doetinchem. De groene hoofdopgave is zodanig ingevuld dat de groenstructuur duurzaam wordt versterkt, waarbij er ruimte blijft voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het groenstructuurplan heeft de volgende doelen: − Vastleggen van bestaande, te behouden, te versterken en nieuw te ontwikkelen (hoofd)groen- en bomenstructuren. − Verwoorden van groene ambities en deze uit te werken naar concrete projecten en acties. − Bieden van richtlijnen voor belangenafwegingen bij ruimtelijke ontwikkelingen en claims en bij het afstoten van openbaar groen. − Fungeren als toetsingsinstrument voor de Bomenverordening. − Richting geven aan aanleg, beheer en onderhoud. Het plan is modulair opgebouwd en bestaat uit een basismodule met de algemene informatie, een aantal beleidsmodules en een realisatiemodule. De onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de groenstructuurkaart. Het groen op deze kaart is een combinatie van bestaande groenstructuren, gemeentelijk en provinciaal beleid en actuele kennis van deskundigen. Vanuit het gemeentelijk groenbeleid is de wens om dit groen te behouden, beschermen en waar mogelijk uit te breiden.

Deze kaarten dienen als toetsingsinstrument bij de beoordeling van kapaanvragen en verzoeken voor aankoop van gemeentelijk groen.

Groenstructuurkaart Doetinchem 2017 rondom het besluitgebied (globaal rood omkaderd) (bron: Groenstructuurplan gemeente Doetinchem)

Toetsing Het onderhavig project valt in zijn geheel buiten de hoofdgroenstructuur van de gemeente Doetinchem. De woningbouwontwikkeling heeft dus geen invloed op de groene kwaliteiten en ambities van de gemeente. De geplande groene inrichting en de

20

toevoeging van een bomenrij met ca. 20 bomen en bloemenrijk beplanting in de openbare ruimte dragen juist bij aan het creëren van een groener Doetinchem. 3.4.5

Doetinchem Natuurlijk Duurzaam Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om onze duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote "winsten" behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen.

Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen. In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Toetsing Met onderhavig project is sprake van duurzaam ruimtegebruik. Een inbreidingslocatie op een sleutelpositie van Doetinchem krijgt een invulling die de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving respecteert en versterkt. Daarbij komt dat aardgasvrij wordt gebouwd en dat hoge duurzaamheidsambities worden nagestreefd, namelijk: − Het toepassen van gemengd groen, zowel op maaiveld- als gebouwniveau; − Bloemrijke wadizones en regentuinen; − Klimplanten voor schaduwwerking en privacy; − Erfafscheidingen welke bestaan uit plantenbakken; − Bloemrijke beplanting in de openbare ruimte. Daarmee wordt nadrukkelijk beantwoord aan de ambities uit het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid.

3.4.6

Duurzame energieopwekking in Doetinchem Op 25 april 2019 heeft de gemeenteraad het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem vastgesteld. In dit kader worden richtlijnen en randvoorwaarden gegeven, waar en onder welke voorwaarden duurzame energiebronnen in de gemeente Doetinchem tot stand mogen komen. Dit beleidskader is een nadere uitwerking van het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam. Het biedt inwoners de mogelijkheid om mee te doen en mee te beslissen bij projecten voor duurzame energieopwekking in hun buurt. Daarnaast geeft het initiatiefnemers een handelingsper21

spectief 26 waarmee zij projecten voor duurzame energieopwekking tot ontwikkeling kunnen brengen in Doetinchem. De doelstelling van het beleidskader is drieledig: 1. Het beleidskader heeft als doel ruimte te bieden voor duurzame energieopwekkingsinitiatieven. Door het beleidskader is de gemeente in staat om initiatieven te 'toetsen' op hun inpasbaarheid. 2. De ruimtelijke kwaliteit van het grondgebied waarborgen en waar mogelijk versterken. Het beleidskader geeft richtlijnen voor 'inpassing' van initiatieven met een grote ruimtelijke impact zoals zonneparken en windparken. 3. Ten derde is het doel dat grootschalige initiatieven met een zo groot mogelijke maatschappelijke betrokkenheid tot stand komen. Dit alles om de betrokkenheid te vergroten en de omgeving mee te laten profiteren van de voordelen die ook ontstaan. Binnen het document worden de mogelijkheden en regels voor het opwekken van groene stroom (zon, wind, biomassa, bodemenergie en waterkracht) en het netwerk nader toegelicht. Verder komen onderwerpen als de samenwerking met belanghebbenden, de landschappelijke inpassing en versnelling aan de orde. Toetsing De nieuw te bouwen woningen zullen voldoen aan de wettelijke en gemeentelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid. Bovendien is aardgasvrij bouwen (wet VET) de norm.

In de wet voortgang energietransitie is bepaald dat per 1 juli 2018 de nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het gasnet. Met de nieuw te bouwen woningen ontstaat bovendien een uitgelezen kans tot verduurzaming. Er zijn verschillende manieren waarop deze verduurzaming bereikt kan worden. Voorbeelden zijn: − een (bodem)warmtepomp; − PV-panelen; − zonnewarmtecollector; − een verbeterde naad- en kierdichting; − extra isolatie; − douche-warmteterugwinning (douche-wtw); − hotfill aansluiting van Wasmachine en vaatwasser; − een energiezuinig ventilatiesysteem. 3.4.7

Parkeervisie Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 20172020' vastgesteld. In de parkeervisie wordt ingegaan op hoe de gemeente het parkeren optimaal kan inrichten en faciliteren voor gebruikers. Het parkeren biedt in en rond de binnenstad van Doetinchem, in de kernen van Wehl en Gaanderen en in woongebieden en buitengebied ondersteuning aan de daar aanwezige functies (zoals: wonen, winkelen, werken en recreëren). De parkeervisie is opgedeeld in vier pijlers: 1. parkeerlocatie en kwaliteit: alle openbare parkeerplaatsen moeten sociaal veilig, beschikbaar, vindbaar en te financieren zijn; 2. doelgroep gericht: per locatie hebben specifieke parkeerdersgroepen prioriteit. a. binnenstad - personeel en publiek; b. woongebieden - bewoners en bezoek; c. bedrijfsterreinen - personeel;

22

3. flexibiliteit: de uitvoering van de werkzaamheden uit de parkeervisie moeten gefaseerd uitgevoerd kunnen worden; 4. exploiteerbaarheid: de parkeerexploitatie dient te voldoen aan de financiële taakstelling. Naast de visie is ook de ‘Nota Parkeernormen Auto- en Fiets’ vastgesteld door de gemeente vastgesteld. Parkeernormen hebben tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen voor te schrijven, dat voorzien wordt in de in te schatten parkeervraag. De nota wil ook de toepassing van de normen voor burgers, bedrijven, gebouweigenaren, ontwikkelaars, et cetera inzichtelijk maken. Ook juridisch gezien dient de invulling van de parkeernormen dus gewaarborgd te zijn. Toetsing Het onderhavig project betreft de ontwikkeling van een woongebouw waarvoor 82 parkeerplaatsen op eigen terrein zullen worden aangelegd. Verder zijn er zijn 15 parkeerplaatsen in openbaar gebied voorzien, waarvoor een bijdrage in het parkeercompensatiefonds geldt. Om te bepalen of wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen word getoetst aan de ‘Nota Parkeernormen Auto- en Fiets. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.10. Conclusie Onderhavig project is in lijn met het gemeentelijk beleid.

23

4 4.1

Haalbaarheid Milieueffectrapportage Algemeen Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Toetsing Onderhavig project betreft de herijking van het Stationsplein in Doetinchem. Het project kan worden gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd en een herontwikkeling wordt als wijziging in de zin van het Besluit m.e.r. beschouwd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: − een oppervlakte van 100 hectare of meer; − een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; − een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Het project blijft ver onder de indicatieve drempelwaarden en daarmee kan in eerste instantie met een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden volstaan. In de vormvrije m.e.r.beoordeling wordt beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: − de kenmerken van het project; − de plaats waar de activiteit plaatsvindt; − de kenmerken van het potentiële effect. Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling6 uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

6

SAB (2023). Vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doetinchem Terborgseweg 74-80. Projectnummer: 170151.01. 3 oktober 2023. 24

Conclusie Het aspect vormvrije m.e.r.-beoordeling vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig project.

4.2

Bodem Algemeen In het kader van de ruimtelijke procedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Toetsing Bodemonderzoeken Ter plaatse van besluitgebied is een actualiserend bodemonderzoek, onderzoek asbest in bodem en nader bodemonderzoek7 uitgevoerd. Op basis hiervan kan het volgende worden geconcludeerd: − Deellocatie A: Op basis van de resultaten blijkt dat ter plaatse van deellocatie A in het zuidwestelijke hoek van het terrein sprake is van een sterke verontreiniging met zink en PAK. De oppervlakte van de sterke verontreiniging wordt ingeschat op circa 255 m2. Met een gemiddelde dikte van 1,0 meter wordt de omvang geschat op circa 255 m3. De verontreiniging wordt gerelateerd aan verontreiniging vanuit het spooremplacement en wordt beschouwd als een historisch geval; − Deellocatie B: Bij deellocatie B is een sterke verontreiniging aangetroffen met lood en zink. De sterk verontreinigde boringen zijn gelegen ter plaatse van de voormalige tuin ten zuiden van het voormalige café. De oppervlakte wordt ingeschat op circa 160 m2.

Met een gemiddelde laagdikte van 0,7 meter wordt de omvang ingeschat op circa 112 m3 sterk verontreinigde grond; − Deellocatie C: Deellocatie C is gelegen op het noordelijke deel van het terrein, nabij de voormalige bebouwing van Terborgseweg 78. Hier is in de bovengrond van boring 04 van het voorgaande onderzoek (2015) een matig verhoogd gehalte aan zink gemeten. Bij deellocatie C is bij het huidige onderzoek de matige verontreiniging met zink niet opnieuw aangetroffen. Er is sprake van licht verhoogde gehalten aan zink in de bovengrond van de uitgevoerde boringen; − Deellocatie D: In het rapport van het voorgaande bodemonderzoek zijn verder verspreid over het gehele terrein licht verhoogde gehalten aan metalen, PCB, PAK en minerale olie aangetoond, als gevolg van jarenlang gebruik van het besluitgebied voor industriële en bedrijfsactiviteiten; − Met betrekking tot PFAS parameters zijn in de bovengrond geen gehalten aan PFAS-verbindingen aangetoond welke de huidige toets normen voor klasse ‘landouw/natuur’ overschrijden. Het is niet de verwachting dat de kwaliteit van de ondergrond hiervan zal afwijken met betrekking tot PFAS;

7

Econsultancy (2020). actualiserend verkennend bodemonderzoek, verkennend onderzoek asbest in bodem en nader bodemonderzoek. Stationsstraat-Terborgseweg te Doetinchem. Rapportnummer: 13414.001. 30 oktober 2020. 25

− Ten aanzien van asbest is in één mengmonster een gehalte aan asbest aangetoond van 0,4 mg/kg d.s. (fijne fractie <20 mm). In de overige twee mengmonsters van de fijne fractie is analytisch geen asbest gemeten. Visueel is in de grove fractie (>20 mm) geen asbestverdacht materiaal waargenomen; − Opgemerkt dient te worden dat bij het uitvoeren van eventuele saneringswerkzaamheden (middels ontgraving) de kwaliteit van de bovengrond van het omliggende terrein grotendeels als kwaliteitsklasse Industrie is beoordeeld (indicatief). Een terugsaneerwaarde bijhorende bij de toekomstige functie (wonen) zal hierdoor moeilijk haalbaar zijn zonder volledig afgraving van het gehele terrein. Afstemming met het bevoegd gezag hierover wordt aanbevolen. Sanering Naar aanleiding van de sterke verontreinigingen met PAK, lood en zink, die tijdens de bodemonderzoeken zijn aangetoond is een saneringsplan 8 opgesteld. In het project van aanpak is een functiegericht saneringsvariant op milieuhygiënische en organisatorische aspecten uitgewerkt, waarbij als doelstelling geldt de locatie geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Er wordt uitgegaan van toepassingen van een bewezen saneringstechniek.

De bodemsanering zal op ‘conventionele’ wijze plaatsvinden: − de sterk verontreinigde grond (> Klasse Industrie) zal worden ontgraven en gecontroleerd worden afgevoerd en verwerkt; − de graafwerkzaamheden vinden in den droge plaats; − er blijft na sanering een lichte restverontreiniging achter in de grond op het terrein. Na het afronden van de saneringswerkzaamheden ontstaat een situatie waarin de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De sterke verontreinigingen in de grond zijn volledig verwijderd. Het terrein wordt hierna ingericht conform het ontwerp van de nieuwbouw met appartementencomplex en centraal gelegen parkeerterrein. Op het centrale gedeelte van het besluitgebied blijft een lichte restverontreiniging achter in de bovengrond welke wordt verhard voor gebruik als parkeerterrein met zeer plaatselijk enkele boomvakken. Er is geen sprake van siertuinen op maaiveldniveau. Er is na de uitgevoerde saneringswerkzaamheden geen humane of ecologische risico met betrekking tot de bodemkwaliteit. Verspreidingsrisico’s zijn verder niet aan de orde. Het saneringsplan is goedgekeurd door het bevoegd gezag en de sanering is uitgevoerd. Naar aanleiding van de bodemsanering is een evaluatierapport opgesteld 9. Het bevoegd gezag heeft ingestemd met deze evaluatie 10. In totaal is er 596 ton met lood, zink en/of PAK minerale olie verontreinigde grond afgevoerd naar Attero Wilp.

Daarnaast is zo’n 8,8 ton aan zand, water en restproduct uit de ondergrondse brandstoftanks alsmede de twee tanks zelf afgevoerd naar Adico Milieutechniek BV te Arkel. Uit

8

Econsultancy (2022). Rapportage saneringsplan. Stationsstraat-Terborgseweg te Doetinchem. Rapportnummer: 13414.002. 16 november 2022.

9

Econsultancy (2023). Rapport evaluatie bodemsanering. Stationsstraat-Terborgseweg, Doetinchem. Rapportnummer: 13414.004. 4 juli 2023.

10

Omgevingsdienst regio Arnhem (2023). Besluit instemming evaluatie. Zaaknummer: ODRA23MA2385. 8 september 2023. 26

de analyseresultaten van de verificatiemonsters is gebleken dat de saneringsdoelstelling niet geheel behaald is. Ter plaatse van vak A blijkt dat de noordwestelijke putwand (WA01-1) nog sterk verontreinigd is met zink. Daarmee voldoet de putwand niet aan de saneringsdoelstelling. De putwand betreft de perceelsgrens, tevens de projectgrens en ligt direct tegen/onder de rijbaan van de Stationsstraat waardoor een restverontreiniging achter blijft. De putwand is, conform het saneringsplan, afgedekt met folie. De overige putwanden en putbodems voldoen aan de terugsaneerwaarde (klasse Industrie) en aan de saneringsdoelstelling. Voor de voorgenomen (bouw)werkzaamheden vormt de restverontreiniging geen risico. Wel dient, bij toekomstige werkzaamheden op het aangrenzend perceel, rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de sterke verontreiniging met zink. Tevens is nog sprake van een licht (rest)verontreiniging op het terrein. Een deel van de grond van het overige plangebied met indicatieve kwaliteitsklasse Industrie wordt (in eigen beheer) ontgraven voor hergebruik elders. Eventueel noodzakelijk aanvullingen zullen in het kader van de herinrichting uitgevoerd worden.

Het betreffende grondverzet na het verwijderen van de sterk verontreinigde grond valt buiten de scoop van de saneringswerkzaamheden conform het door de provincie Gelderland goedgekeurde saneringsplan of milieukundige begeleiding. Bij het geplande grondverzet dient rekening te worden gehouden met de regels uit het Besluit Bodemkwaliteit en de bodemnota Regio Achterhoek. Conclusie De locatie is gesaneerd en de achtergebleven restverontreiniging vormt geen risico voor de voorgenomen (bouw)werkzaamheden. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig project.

4.3

Geluid De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het plan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterrein. Toetsing Door SAB is een akoestisch onderzoek 11 uitgevoerd. Het plangebied ligt in de geluidszone van wegen, een spoorlijn en een industrieterrein. In het kader van het voorliggende project is daarom onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. In dit onderzoek is de in onderstaande afbeelding opgenomen nummering van gebouwen gehanteerd.

11

SAB (2024). Akoestisch onderzoek Terborgseweg, Doetinchem. projectnummer: 170151.04, versie 4.1, 26 april 2024. 27

Nummering gebouwen in akoestisch onderzoek

Op basis van het akoestisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Wegverkeerslawaai − Vanwege de niet-gezoneerde Stationsstraat zijn er overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op gebouw 1, 2 en 3. − De geluidbelasting vanwege de gezoneerde wegen Hamburgerbroeklaan, J.F. Kennedylaan en Ambachtstraat is lager dan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege deze wegen wordt voldaan aan de Wgh. − De geluidbelasting vanwege de gezoneerde Terborgseweg bedraagt maximaal 61 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar lager dan de maximaal te ontheffen geluidsbelasting. Het toepassen van balkons met scherm en een verdiepingshoge afscheiding kan een geluidsluwe gevel en buitenruimte voor iedere woning opleveren. Railverkeerslawaai De geluidbelasting vanwege de gezoneerde spoorlijn Arnhem-Winterswijk voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege de spoorlijn wordt voldaan aan de Wgh. Industrielawaai De geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein Hamburgerbroek voldoet niet aan de geldende grenswaarden. Op een aantal toetspunten van elk gebouw wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden. De ontwikkeling is zonder maatregelen niet mogelijk. De geluidbelasting vanwege het emplacement voldoet aan de grenswaarden. Vanwege het emplacement wordt voldaan aan de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening.

28

Aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen Aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen zijn nodig en onderzocht. Hierbij moet volgens het gemeentelijk beleid worden voldaan aan één geluidluwe zijde voor alle woningen. Hieraan kan worden voldaan met (ten dele verdiepingshoge) afscherming langs de balkons/terrassen van gebouwen 4 en 5; voor gebouw 2 en 6 kan hieraan worden voldaan met enkel gevelmaatregelen voor vrijwel alle woningen. Voor de woningen van gebouw 1, 2, 3 en 6 waarvoor dit niet geldt kan wel worden voldaan aan een gevel en buitenruimte met een geluidbelasting van maximaal 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient een uitzondering op het gemeentelijk beleid te worden gemaakt. Voor alle geluidbelastingen vanwege het gezoneerde industrieterrein welke meer dan 55 dB(A) bedragen geldt dat gevelmaatregelen moeten worden toegepast zoals bijvoorbeeld dove gevels, vliesgevels of serres. De volgende afbeelding toont een algemeen overzicht van de maatregelen die worden genomen.

Overzicht maatregelen

Binnenwaarde en hogere waarden − Door het treffen van maatregelen bij de ontvanger en een bouwakoestisch onderzoek wordt de binnenwaarde uit het Bouwbesluit gewaarborgd. − De hogere waarden moeten verleend worden voordat dit bestemmingsplan wordt vastgesteld. De hoogste grenswaarde per gebouw is weergegeven in de volgende tabel.

29

Conclusie Tegelijk met de bestemmingsplanprocedure moeten hogere waarden voor alle woningen worden vastgesteld betreffende de Terborgseweg en/of het industrieterrein Hamburgerbroek. De procedure voor vaststelling van hogere waarden loopt gelijk op met de bestemmingsplanprocedure. Daarnaast moet worden gewaarborgd dat de voorgestelde maatregelen worden genomen en dat de binnenwaarde van 33 dB wordt behaald. Het milieuaspect geluid vormt, uitgaande van de vast te stellen hogere waarden, geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.4

Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7974/documents/47546