CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.00 TOELICHTING Inpassingsplan N315 23 maart 2023.pdf

gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 10.2: Provinciaal inpassingsplan N31520.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inpassingsplan | Toelichting

N315

Provincie Gelderland

Datum: 23 maart 2023 Projectnummer: 190279 ID: NL.IMRO.

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding Doel Ligging en begrenzing plangebied Bij het plan behorende stukken Vigerende bestemmingsplannen Keuze voor provinciaal inpassingsplan Leeswijzer

3 3 4 5 5 6 6

2

Bestaande situatie

7

2.1 2.2

Ruimtelijke structuur Functionele structuur

7 9

3

Beleidskader

11

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

11 13 22

4

Planbeschrijving

24

4.1 4.2

Planbeschrijving algemeen Integraal inrichtingsplan

24 27

5

Uitvoerbaarheid

43

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Inleiding Besluit milieueffectrapportage Archeologie Bodem Niet-gesprongen explosieven Externe veiligheid Natuur Verkeer en parkeren Geluidhinder Luchtkwaliteit Watertoets Kabels en leidingen

43 43 48 55 56 59 61 67 68 71 73 77

6

Juridische planopzet

79

6.1 6.2

Inleiding 79 Bevoegd gezag omgevingsvergunningen en wijzigingsplannen 79

6.3 6.4

Opbouw van verbeelding en regels Bestemmingen

79 81

7

Economische uitvoerbaarheid

83

7.1 7.2 7.3 7.4

Inleiding Beoordeling plan Grondverwerving Conclusie

83 83 83 83

8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

84

8.1 8.2 8.3 8.4

Participatie Inspraak Wettelijk vooroverleg Procedure na terinzagelegging van dit ontwerpinpassingsplan

84 84 84 85

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16:

Integraal inrichtingsplan Archeologisch bureauonderzoek Berkelland Archeologisch bureauonderzoek Bronckhorst 2018 Archeologisch bureauonderzoek Bronckhorst 2020 Archeologisch bureauonderzoek Doetinchem Archeologisch inventariserend veldonderzoek Briefrapportage historisch bodemonderzoek Verkennend (water)bodemonderzoek Vooronderzoek niet-gesprongen explosieven Toetsing Wet natuurbescherming Toetsing natuurbeleid Quick scan flora en fauna + nader onderzoek reptielen en vleermuizen Stikstofberekening Verkenningsrapportage verkeer Akoestisch onderzoek Onderzoek luchtkwaliteit

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Dit provinciaal inpassingsplan betreft de N315 tussen Doetinchem en Ruurlo. Deze weg maakt onderdeel uit van de provinciale infrastructuur van Gelderland. De weg vormt een belangrijke regionale vervoersas binnen Oost-Gelderland. De weg ligt in de gemeenten Doetinchem, Bronckhorst en Berkelland. Voor het jaar 2020 stond er groot onderhoud gepland voor de N315 Doetinchem Ruurlo. In dit kader is een trajectaanpak ontwikkeld. Deze ging niet alleen uit van onderhoudswerkzaamheden, maar ook van maatregelen om de verkeersveiligheid en de aansluiting bij het landschap te verbeteren. Er is voor gekozen deze trajectaanpak in twee fases uit te voeren. De eerste fase is uitgevoerd in 2020-2021. Deze fase bestond uit onderhoud, bestaande uit de vernieuwing van de asfaltverharding, de vervanging van enkele verkeersborden voor de bewegwijzering en het onderhoud aan de openbare verlichting. Ook betrof het de verbetering van onderdelen van de weg in het kader van de verkeersveiligheid. De aansluitingen op enkele zijwegen zijn verbeterd (verbreed of verplaatst), twee rotondes zijn verbeterd en één brug (over de Veengoot) is vervangen. Naast het onderhoud en de genoemde specifieke verbeteringen, worden echter nog meer ingrepen beoogd aan deze weg.

De tweede fase betreft specifiek het verbreden van het weggedeelte ter hoogte van Zelhem (van km 12.4 tot 14.1, inclusief asfaltonderhoud) en het uitvoeren van een integraal inrichtingsplan. Dit inrichtingsplan voorziet in de gewenste landschappelijke inbedding van de weg in combinatie met verbetering van de verkeersveiligheid en voorziet specifiek in de aanleg van nieuw groen en de aanplant van nieuwe bomen om de te kappen bomen te compenseren en om de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden te beschermen. Deze aanpassingen zijn nog niet geheel mogelijk binnen de geldende planologische regelingen van de drie gemeenten. Daarom wil de Provincie Gelderland het instrument van een provinciaal inpassingsplan inzetten. Dit provinciaal inpassingsplan kan er tevens voor zorgen dat de gehele weg in een passende planologische regeling komt te liggen. Om de gedeeltelijke verbreding van de weg en het inrichtingsplan te kunnen realiseren, moeten daarnaast gronden worden aangekocht. Het inpassingsplan is daarom mogelijk ook nodig om in het uiterste geval gronden te kunnen onteigenen, mocht minnelijke verwerving onverhoopt niet lukken.

1.2

Doel Het doel van dit inpassingplan is het bieden van een juridisch planologisch kader om de totale beoogde nieuwe inrichting van de N315 mogelijk te maken. Specifiek gaat het dan om het verbreden van een weggedeelte ter hoogte van Zelhem (ca 2 km lang, inclusief asfaltonderhoud) en het uitvoeren van het inrichtingsplan. Het inrichtingsplan 3

betreft zoals gesteld de landschappelijke inpassing van de weg, in combinatie met het verbeteren van de verkeersveiligheid en de aanleg van nieuw groen en de aanplant van nieuwe bomen, mede om te kappen bomen te compenseren.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied Het gedeelte van de N315 waar dit inpassingsplan betrekking op heeft, ligt tussen Ruurlo en Doetinchem. Het plangebied wordt gevormd door het wegtracé inclusief de extra ruimte voor de rotondes, bermen, fietspaden en bomencompensatie. Het plangebied valt binnen de gemeenten Berkelland, Bronckhorst en Doetinchem. De exacte begrenzing van het plangebied is gebaseerd op het ontwerp voor de weg en de daarvoor benodigde aanpassingen van de geldende bestemmingsplannen. De verbeelding bij dit inpassingsplan geeft de exacte begrenzing van het plangebied weer.

Figuur 1.1. ligging plangebied N315 tussen Doetinchem en Ruurlo aangeduid op een plattegrond van de omgeving (Bron: Eelerwoude).

4

1.4

Bij het plan behorende stukken Het inpassingsplan bestaat uit een verbeelding, regels, een toelichting en de bij het plan behorende bijlagen. De regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. In deze toelichting wordt een beschrijving van het plan gegeven en wordt ingegaan op de planologische randvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen.

1.5

Vigerende bestemmingsplannen Het project heeft betrekking op drie gemeenten. De belangrijkste bestemmingsplannen die op het moment van kracht zijn voor het onderhavige plangebied, zijn de bestemmingsplannen: Gemeente Berkelland: − ‘Buitengebied Berkelland 2020: In het huidige bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ‘wegen’, met een dubbelbestemming ‘archeologische verwachting’, alsmede verschillende gebiedsaanduidingen. Het gaat om de volgende aanduidingen: ‘overige zone – groene ontwikkelingszone’, ‘vrijwaringszone – laagvliegroute straaljagers’, ‘vrijwaringszone – radar 1’, ‘overige zone - ammoniakbuffergebied’ en ‘overige zone – nationaal landschap’. Tot slot ligt ook over een deel van de weg een dubbelbestemming ‘leiding’. Gemeente Bronckhorst: − ‘Landelijk gebied Bronckhorst’: De N315-weg heeft de bestemming ‘verkeer’, met een dubbelbestemming archeologische verwachting, alsmede een functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - 1’. Deze functieaanduiding geeft aan dat de bestaande gebouwen herbouwd mogen worden of uitgebouwd mogen worden , mits minimaal 40 meter aan weerszijden van de as van een ontsluitings- en gebiedstoegangsweg geborgd worden. Verder gelden er in het plangebied de bestemmingen Agrarisch (met waarde – Landschap) en Natuur.

− ‘Stedelijk gebied Bronckhorst’: De rondweg is niet inbegrepen in dit bestemmingsplan, maar vormt de westelijke grens van dit bestemmingsplan. De bestemming ‘agrarisch’ is het meest aanwezig langs de weg. − ‘Buitengebied Zelhem herziening 2-1988’: de weg wordt in dit bestemmingsplan gerangschikt als ‘secundaire weg’ en loopt vooral langs agrarische doeleinden. − ‘Landelijk gebied; Veegplan 2019-1A’ ,‘Landelijk gebied Veegplan 2020 – 2A en 2B’ en Landelijk gebied Veegplan 2022 – 1B de aanpassingen aan de plannen zijn niet van toepassing voor het voorliggende inpassingsplan. Gemeente Doetinchem: − ‘Parapluherziening Parkeren – 2018’: dit bestemmingsplan regelt de parkeernormen per bestemming. De N315 is een weg en in het kader van voorliggend plan is het parapluplan parkeren niet relevant. − ‘Het paraplubestemmingsplan buitengebied’: de weg vormt ook de grens van dit bestemmingsplan. De zonering is agrarisch bedoeld, met soms natuur als ecologische hoofdstructuur, maar ook soms aangewezen als een multifunctioneel gebied.

5

1.6

Keuze voor provinciaal inpassingsplan Om de verbreding en het inrichtingsplan te kunnen realiseren, moeten gronden worden aangekocht en moet de planologische bestemming daarvan worden aangepast. Ook is het nodig om in het uiterste geval gronden te kunnen onteigenen, mocht minnelijke verwerving onverhoopt niet kunnen. Daarom wil de provincie het instrument van een provinciaal inpassingsplan inzetten. Een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) is het geëigende instrument bij dit plan om de volgende redenen: − Ten eerste is sprake van een duidelijk provinciaal belang: het plan betreft een provinciale weg en vanuit de trajectaanpak is actie vereist. Het verbeteren van de regionale bereikbaarheid overstijgt het gemeentelijk belang. − Ten tweede is een PIP het meest efficiënte instrument. Omdat dit plan zich uitstrekt over het grondgebied van drie gemeenten (Berkelland, Bronckhorst en Doetinchem) ligt het voor de hand om niet voor drie aparte gemeentelijke bestemmingsplannen te kiezen, maar voor één provinciaal inpassingsplan. De provincie kan sneller en efficiënter voor het benodigde juridisch-planologische kader zorgdragen. Provinciale Staten beslissen, na het doorlopen van de procedure, uiteindelijk over de vaststelling van het provinciaal inpassingsplan.

1.7

Leeswijzer Dit inpassingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen. In hoofdstuk 4 wordt het plan beschreven. Hoofdstuk 5 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de juridische planopzet (hoofdstuk 6), de economische uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 7) en de gevoerde procedure bij de totstandkoming van het plan (Hoofdstuk 8).

6

2

Bestaande situatie

2.1

Ruimtelijke structuur Vanaf 1800 waren tussen de stad Doetinchem en de dorpen Zelhem en Ruurlo al verbindingen aanwezig, maar deze hadden nog niet het verloop van de huidige N315. De meeste verbindingen waren op de hoge zandgronden gelegen, omdat de overige lagere en nattere gronden moeilijker toegankelijk waren. Het tracé tussen Zelhem en Ruurlo is constant gebleven in de tijd, totdat een rondweg bij Zelhem aan het begin van de 21ste eeuw werd aangelegd. Het tracé Doetinchem- Zelhem lag aan het begin op de hoge zandgronden. In de 2e helft van de 19e eeuw worden ook deze gronden steeds meer ontgonnen en ontstaan er meer wegen en paden. Er wordt dan ook de spoorlijn Doetinchem-Winterswijk aangelegd. Het traject van de N315 ligt nu deels op deze oude spoorroute.

Figuren 2.1: het stuk Zelhem-Ruurlo , in 1950 (links) en in 1975 (rechts)

Figuur 2.2: het stuk Doetinchem-Zelhem in 2000 (links) en 2008 (rechts) Bron: Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten (topotijdreis.nl)

7

Het tracé doorsnijdt een zeer divers landschap dat grofweg is in te delen in een drietal landschapstypen: − het kleinschalige tot besloten oude boerenland: half-open tot dichte beplantingsstructuren. − het open oude boerenland: de open weidse es-complexen, glooiend landschap door hoogteverschillen, grillig verkavelingspatroon, bochtig verloop van wegen. − het half-open jonge boerenland: open weidse percelen, geringe hoogteverschillen, een meer geordend rechthoekig verkavelingspatroon, bomenlanen en groene erven. Het plangebied ligt dichtbij het nationaal landschap De Graafschap. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2.

oude boerenland jonge boerenland boslandschap Figuur 2.3: Landschapstypen (bron: Eelerwoude)

8

Figuur 2.4 Het huidige N315-tracé

2.2

Functionele structuur De N315 tussen Doetinchem en Ruurlo maakt als ondersteunende weg onderdeel uit van de provinciale infrastructuur van Gelderland. De gehele N315 maakt deel uit van het hoofdwegennet in Oost-Gelderland. Dit deel van de N315 verbindt Doetinchem en Ruurlo.

Figuur 2.5 Traject van het PIP

9

Het vrijliggende fietspad tussen Zelhem en Doetinchem maakt onderdeel uit van de bovenlokale snelfietsroute Zelhem-Doetinchem-Wehl. De fietsverbinding tussen Zelhem en Ruurlo maakt geen onderdeel uit van het bovenlokale fietsnetwerk. Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit de bestaande weg inclusief de daarbij behorende bermen. Voor een groot deel van het traject ligt er binnen het plangebied een vrijliggend fietspad. Die delen die nu (nog) geen onderdeel uitmaken van het wegtracé bestaan voornamelijk uit groen en agrarische gronden.

10

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. De NOVI is een nieuw instrument uit de Omgevingswet dat vooruitloopt op de verwachte inwerkingtreding op 1 juli 2023. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. De NOVI geeft richting aan grote en complexe opgaven die in Nederland spelen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Uitgangspunt van de NOVI is dat Nederland staat voor grote en complexe opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal als internationaal spelen. Deze opgaven als klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Daarbij is Omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt daartoe als aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk.

Op die manier zullen de volgende vier prioriteiten worden aangepakt: 1 Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3 Sterke en gezonde steden en regio's; 4 Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier prioriteiten geldt dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1 De NOVI heeft de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is en een duurzame energievoorziening kent. Daartoe moeten per direct functies die gebruikmaken van de fysieke leefomgeving meer worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Verder vraagt dit op lange termijn om ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Daarbij zijn aanpassingen aan de energie-infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie nodig; 2 De ambitie voor de lange termijn van de NOVI op het vlak van de 2e prioriteit is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving.

Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken; 3 Voor wat betreft prioriteit 3 zet de NOVI in op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van

11

steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. De woningbouwontwikkeling moet plaatsvinden in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd; 4 De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van natuur, landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn neemt de NOVI zich daarom geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied voor, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. Daarnaast benoemt de NOVI een aantal nationale belangen en opgaven.

De volgende belangen en opgaven zijn belangrijk voor het voorliggende project: − waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; − in stand houden en ontwikkelen van de hoofinfrastructuur voor mobiliteit; − waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; − behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Al deze ambities vragen veel van de leefomgeving. Daarbij moeten onvermijdelijk keuzes worden gemaakt. In de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor deze keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond: een 'omgevingsinclusieve benadering'. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Toetsing Op het voorliggende plan zijn de prioriteiten 3 en 4 van belang. Het verbeteren van de N315 draagt bij aan een goed bereikbaar netwerk in de regio, alsmede een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening / Regeling algemene regels ruimtelijke ordening In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), met de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

12

Toetsing In het Rarro is bepaald dat over een deel van het plangebied een laagvliegroute voor jacht- en trasportvliegtuigen ligt. Onder deze laagvliegroutes mag niet hoger worden gebouwd dan 40 meter. Dit inpassingsplan voorziet zowel bij recht als bij afwijking of wijziging niet in bouwhoogtes die in strijd zijn met de genoemde ruimtelijke regels ten dienste van de laagvliegroutes.

Figuur 3.1 Uitsnede uit Kaart militaire laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, bijlage 11 (Rarro, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het plan valt verder niet binnen de reikwijdte van andere onderwerpen uit het Barro. Het plan is gezien het voorgaande niet strijdig met het Barro. 3.1.3

Conclusie rijksbeleid Het plan is niet in strijd met het rijksbeleid. In verband met de laagvliegroute wordt binnen het bestemmingsplan een gebiedsaanduiding opgenomen die bebouwing hoger dan 40 meter uitsluit.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland en op 1 maart 2019 in werking getreden. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal:

13

Gezond en veilig: − een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna; − voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen; − aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend: − een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen; − het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen; − het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. De focus wordt verdiept door middel van 7 ambities voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De 7 ambities zijn energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woonen leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat thematische visieschetsen. De visieschetsen dienen als onderlegger om met partners het gesprek te voeren over de thema's, vraagstukken en oplossingsrichtingen, zowel op de schaal van Gelderland als op regionale en lokale schaal. De provincie streeft naar efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag.

De ambitie: − In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. − In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. − In 2030 is al het busvervoer in de provincie zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. De aanpak: De provincie blijft een veilig en toegankelijk Gelders netwerk van (water)wegen, spoor, fiets- en voetpaden verbeteren en pakt knel- en knooppunten en ontbrekende schakels aan. De aandacht richt zich daarbij vooral en in eerste instantie op (logistieke) knelpunten en knelpunten rond de Gelderse steden. De provincie zoekt naar slimme alternatieve vormen van vervoer voor het landelijk gebied. Ze benut en optimaliseert bestaande mogelijkheden, voordat ze overgaat tot het aanleggen van nieuwe infrastructuur. De provincie stimuleert duurzame en alternatieve vormen van vervoer. Zoals elektrisch rijden. Ze werkt samen met partners aan een dekkend netwerk van duurzame oplaad- en tankpunten in Gelderland en een goede aansluiting daarvan op nationale en internationale netwerken.

Ook wil de provincie het gebruik van de fiets stimuleren, onder andere met de aanleg van snelfietspaden en het oplossen van knelpunten in het (snel)fietsnetwerk.

14

De provincie werkt zelf duurzaam. Bijvoorbeeld bij de aanleg, het beheer en onderhoud van de provinciale wegen. Duurzaamheid is ook een voorwaarde die ze meegeeft aan de partners en opdrachtnemers. De provincie gaat voor een emissieloos spoor in 2050 en voor busvervoer zonder uitstoot in 2030. Duurzame bereikbaarheid betekent voor de provincie ook: kansen creëren en investeren in nieuwe, duurzame vormen: in een snel internet – daar waar de markt het niet oppakt – als alternatief voor fysieke verplaatsingen. Maar ook in proeftuinen, bijvoorbeeld rondom duurzaam asfalt of zelfrijdende auto’s. Toetsing Het onderhavige plan maakt het mogelijk om de N315 verkeersveiliger te maken, onder andere door bomen te kappen die nu belemmerend werken voor de verkeersveiligheid. Hiermee draagt het plan bij aan het thema “Gezond en veilig” uit de omgevingsvisie. Een ander onderdeel van het plan is het verbreden van de weg ten noorden van Zelhem. De voor het plan relevante kaarten uit de visie betreffen: − Themakaart Waterbeleid, waarop het plangebied valt onder "intrekgebieden"; − Themakaart Ruimtelijk beleid, waarop het plangebied onder bijna alle zones valt. Met de zones is aangegeven in hoeverre windenergie of zonne-energie wel of niet wenselijk of mogelijk geacht wordt op de desbetreffende locatie. − Themakaart Natuur en landschapsbeleid.

De provinciale belangen uit de Omgevingsvisie zijn vertaald in regels in de Omgevingsverordening. Het plan is in paragraaf 3.2.2 getoetst aan deze regels. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is de vertaling van provinciaal beleid in regels. De Omgevingsverordening sluit aan op de Omgevingsvisie. De Omgevingsverordening richt zich net zoals de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. De Omgevingsverordening bevat regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. Deze regels zijn gekoppeld aan diverse thematische kaarten. Toetsing In de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie januari 2023) is het plangebied opgenomen op de volgende kaarten (kaartnummer met kaartnaam): Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels Natuur – kaart 1 Kaart 6: Regels Natuur – kaart 4 Kaart 7: Regels Landschap – kaart 1 Kaart 9: Regels Water en Milieu Kaart 10: Regels Erfgoed

15

Landbouw en glastuinbouw Het plan voorziet niet in het toevoegen, wijzigen, uitbreiden dan wel verwijderen van een landbouwfunctie of glastuinbouwfunctie. Wel worden gronden met een agrarische bestemming herbestemd voor andere functies ten dienste van de wegverbreding en bomencompensatie. Natuur Het wegtracé valt op verschillende plaatsen binnen de ‘Groene ontwikkelingszone’ en doorkruist op een aantal plekken het ‘Gelders Natuurnetwerk’. In paragraaf 5.7 wordt nader op dit thema ingegaan.

Figuur 3.2 Themakaart Regels Natuur – kaart 1 (bron: Omgevingsverordening Provincie Gelderland)

Landschap Net ten noorden van Veldhoek grenst het plangebied aan het Nationaal Landschap Graafschap. De Kernkwaliteiten van het landschap mogen niet aangetast worden. De kernkwaliteiten van dit landschap worden gevormd door kleinschalig coulissenlandschap met grote variatie. Het landschap van de Graafschap is een mozaïek van

16

bossen en weilanden. Ten aanzien van de wegen is het doel de beleving van het landschap vanaf doorgaande wegen te bevorderen. De voorgenomen ontwikkeling tast de aanwezige kernwaarden niet aan en de beleving van het landschap zal grotendeels behouden blijven en versterkt worden met de bomencompensatie. Water en Milieu Binnen het plangebied ligt een intrekgebied. In de verordening is bepaald dat een bestemmingsplan, gelegen binnen een intrekgebied, geen bestemmingen krijgt die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. Onderhavig inpassingsplan voorziet niet in een dergelijke bestemming. Binnen het plangebied zijn ook gebieden aangewezen met de waterfuncties ((Beschermingszone) Natte landnatuur, Water als verbinder, Hoogst ecologisch niveau wateren en Specifiek ecologische doelstelling wateren). Deze gebieden maken ook onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk. In paragraaf 5.7 wordt daar nader op ingegaan.

17

Figuur 3.3 Themakaart Regels Water en Milieu (bron: Omgevingsverordening Provincie Gelderland)

Erfgoed Ten westen van Zelhem ligt een molen. Het tracé van de weg ligt binnen de molenbiotoop. Hierbinnen is geen nieuwe bebouwing of beplanting toegestaan die de windvang belemmert. Binnen het plangebied zal geen nieuwe bebouwing en beplanting aangelegd worden binnen de molenbiotoop.

18

Figuur 3.4 Themakaart Regels erfgoed (bron: Omgevingsverordening Provincie Gelderland)

3.2.3

Functioneel kader wegennet Gelderland, Wegennetvisie In het Functioneel kader wegennet Gelderland beschrijft de provincie hoe ze met haar wegennet om wil gaan. In het Functioneel kader wegennet Gelderland is het regionale hoofdwegennet beschreven en getekend op kaarten. Dat zijn voornamelijk provinciale wegen, maar ook de rijkswegen en een aantal gemeentelijke wegen vervullen een belangrijke economische functie voor de provincie. Uitgangspunt is dat provincie Gelderland vooral investeert in die wegen die een belangrijke rol vervullen voor de economische bereikbaarheid. Behalve om woon-werkverkeer, gaat het ook om verkeer voor het leveren van diensten en goederen.

Figuur 3.5 Afbeelding functiekaart

Binnen het functionele kader heeft de N315 Doetinchem-Ruurlo de status van een ondersteunende weg. Een ondersteunende weg is een weg waarover geen beleidsmatig

19

gewenste voorkeursroute is geprojecteerd, maar die in bijzondere omstandigheden wel een alternatief kan zijn van een voorkeursroute. De bijzondere omstandigheid varieert per ondersteunende weg. Een ondersteunende weg is vaak een parallelle route van een doorgaande snelweg, regionale verbindingsweg of stedelijke as. Bepalend voor het inzetten van een weg als ondersteunende weg zijn aspecten van leefbaarheid (geluid, luchtkwaliteit, oversteekbaarheid, landschap) en verkeersveiligheid. Deze wegen zijn te categoriseren en uit te voeren als gebiedsontsluitingsweg of een goed ingerichte erftoegangsweg en hebben in de regel geen prioriteit. Toetsing De N315 Doetinchem-Ruurlo heeft de status van ondersteunende weg. In dit specifieke geval is een inrichting van gebiedsontsluitingsweg gewenst. Onderhavig plan draagt bij aan de gewenste inrichting van deze weg. 3.2.4

Provinciale Werkwijze Bomen langs provinciale wegen In Provincie Gelderland is een ‘werkwijze bomen langs provinciale wegen’ uitgewerkt en vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 30 maart 2021. Deze werkwijze maakt duidelijk hoe provincie Gelderland omgaat met bomen langs wegen in relatie tot verkeersveiligheid, landschap, natuur en cultuurhistorie. Alleen in het uiterste geval kunnen gezonde bomen worden gekapt, bijvoorbeeld ten behoeve van de verkeersveiligheid. Bij ieder groot onderhoud aan een provinciale weg verkent de provincie hoe de natuurwaarden kunnen worden versterkt. Die versterking wordt geïntegreerd in het groot onderhoud. Ook geeft de Werkwijze richting aan het betrekken van de omgeving bij besluitvorming over bomen langs provinciale wegen. De Werkwijze sluit hiermee aan bij de Gelderse participatieaanpak. Er is een uniforme werkwijze uitgewerkt waarin project-specifieke thema’s zijn bepaald aan de hand van de thema’s die zijn genoemd in het Ambitieweb, een tool van de aanpak Duurzaam GWW (Grond- weg- en waterbouw). Op basis van een analyse van elk van deze thema’s, wordt per project/wegvak voor elk van deze thema’s een principekeuze geformuleerd. Daarna volgt een integrale afweging waarin de principekeuzes tegen elkaar worden afgewogen.

De bedoeling van deze werkwijze is dat afwegingen over bomen langs wegen voor de verschillende projecten zo transparant en uniform mogelijk worden uitgevoerd. Tegelijkertijd blijft de provincie recht doen aan de lokale situatie: maatwerk dus. In navolgende afbeelding is het afwegingskader schematisch weergegeven.

20

Figuur 3.6: Afwegingskader

Toetsing Het integraal inrichtingsplan voor de N315 is in lijn met de provinciale werkwijze opgesteld. Uit een inventarisatie is gebleken dat er momenteel ca. 1.200 bomen in de obstakelvrije zone van de weg staan. Er is een inrichtingsplan gemaakt waarmee maatwerk is geleverd om zoveel mogelijk bomen te handhaven. Het huidige wegprofiel, de positie, vitaliteit en waarde voor landschap, net als thema’s als landschap, cultuurhistorie en natuur zijn hierbij gewogen. Ook is voorzien in een uitgebreide landschappelijke inpassing waarbij er aanmerkelijk meer nieuwe bomen aangeplant worden, dan er gekapt worden. Het inrichtingsplan is tot stand gekomen in samenwerking met een werkgroep, waarin aan- en omwonenden, belangengroepen en de drie gemeenten betrokken zijn.

3.2.5

Conclusie provinciaal beleid Het plan is niet in strijd met het provinciaal beleid en de provinciale verordening.

21

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Berkelland De Structuurvisie Berkelland 2025 is het kader voor de ontwikkeling in de gemeente Berkelland tot 2025. Deze visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente. Het is een integrale visie die geldt voor het grondgebied van de hele gemeente. Een uitgangspunt is het behouden van de rust, de variatie en de kleinschaligheid van het woningaanbod. De gemeente Berkelland heeft twee grote verkeersaders en diverse ontsluitingswegen en verbindingswegen, maar ook een spoorverbinding met een station in Ruurlo. Om Berkelland te beschermen voor verkeersonveiligheid en overlast van het verkeer is het van belang het verkeer zo veel mogelijk te concentreren op de duurzaam veilig ingerichte verkeersaders. Verblijfsgebieden kunnen dan zo ingericht worden dat de rust, variatie en kleinschaligheid van de gemeente behouden blijft. Toetsing De N315 is een van de ontsluitingswegen in de gemeente Berkelland. Het verbeteren van de weg inclusief het bevorderen van de verkeersveiligheid sluit aan bij het beleid zoals neergelegd in de structuurvisie.

3.3.2

Structuurvisie Bronckhorst De Structuurvisie Bronckhorst vindt zijn basis in de Structuurvisie bebouwd gebied en het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) voor de gemeenten Bronckhorst, Lochem en Zutphen. In de visie wordt onderscheid gemaakt in grote kernen, kleinere kernen, buurtschappen en overig buitengebied. Met het LOP willen de drie gemeenten zich inzetten voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Het landschap, de ecologie, duurzame economie, culturele identiteit en leefbaarheid moeten in het plangebied van het LOP een stimulans krijgen. De gemeenten willen de sterke kenmerken van het landschap zo mogelijk versterken, de zwakkere plekken verstevigen en samenhang en verscheidenheid aanbrengen zodat het buitengebied met al zijn verschillen een eenheid vormt. Toetsing De N315 is aangeduid als werk- en transportroute en als sociaal-economische route. De weg loopt door diverse gebieden zoals verwevingsgebied en overig landelijk gebied. De werk- en transportroute heeft primair een functie voor stromen en afwikkelen van transport- en werkverkeer. Deze wegen hebben als primair doel het ontsluiten van werk- en transportgebieden naar de hoofdwegen A18/N18, A50 en A1. Het gaat hier om 80 km/u wegen buiten de bebouwde kom en 50 km/u wegen binnen de bebouwde kom.

De sociale en economische routes hebben primair een verbindende functie voor het verbinden van kernen met bovenlokale voorzieningen en kernen onderling. Het gaat hier om 60 km/u wegen buiten de bebouwde kom en 30 km/u wegen binnen de bebouwde kom. De verbetering aan de weg draagt bij aan de bovengenoemde functies van de weg. Daarnaast wordt middels de bomencompensatie de kenmerken van het landschap versterkt. 22

3.3.3

Structuurvisie Doetinchem De structuurvisie van Doetinchem schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. De in de visie opgenomen vier thema’s drukken stuk voor stuk uit waar de gemeente voor staat. Het gaat om de thema’s Beherend ontwikkelen van stand en land, Kwaliteit en beleving, Economische kansen en Doetinchem en haar omgeving. De gemeente legt het accent op beheer in plaats van op ontwikkeling. Het stopzetten van de kwantitatieve ontwikkeling wordt door de gemeente opgepakt als kans voor een kwalitatieve ontwikkeling. De uitdaging is om Doetinchem aantrekkelijk te houden voor bewoners, bezoekers en de mensen die er hun geld verdienen. Het buitengebied is attractief voor de recreant. De recreant zoekt naar de mooiste routes door het landschap om te genieten van natuur, cultuurhistorische relicten en het kenmerkende boerderijenlandschap van de Achterhoek en de Liemers en trekt zich daarbij weinig aan van de gemeentegrenzen. De beleving van bezoekers en bewoners is bij al dit soort zaken cruciaal. In de structuurvisie ligt de focus op die beleving.

Om tegen de trend in van bevolkingsafname, vergrijzing en wellicht ook een lichte mate van versobering, aantrekkelijk te blijven als gemeente, is het noodzakelijk om bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Als centrumgemeente vervult Doetinchem een belangrijke rol. Goede verbindingen met de buurgemeenten zijn daarbij noodzakelijk om iedereen mee te laten profiteren van het aanbod in Doetinchem. Toetsing Met het voorliggende plan worden de kwaliteiten van het landschap niet aangetast en kan met bomencompensatie verbeterd worden. Met het beplantingsplan wordt ruim meer gecompenseerd dan nodig is. Er vindt hierbij compensatie plaats voor toekomstige uitval. Daarnaast zorgt de verbetering van de weg ervoor dat de verbindingen binnen de regio behouden blijven en verbeteren.

3.3.4

Conclusie gemeentelijk beleid Dit inpassingsplan is niet in strijd met het ruimtelijk beleid van de drie gemeenten.

23

4 4.1

Planbeschrijving Planbeschrijving algemeen Het gedeelte van de N315 waarop dit inpassingsplan betrekking heeft, betreft de provinciale weg tussen Doetinchem en Ruurlo. De weg is ongeveer 17 km lang en ligt in de gemeenten Doetinchem, Bronckhorst en Berkelland. Provincie Gelderland hanteert een trajectaanpak voor al haar provinciale wegen. In het kader van het benodigde reguliere onderhoud, is enkele jaren geleden een trajectverkenning uitgevoerd van de provinciale weg N315 van Doetinchem naar Ruurlo (ook bekend als traject 126). Hieruit is gebleken dat het gewenst was om naast het reguliere onderhoud enkele aanpassingen aan de weg aan te brengen. In dit kader is een integraal inrichtingsplan uitgewerkt voor de hele weg. Omdat het inrichtingsplan echter tevens het kappen van bomen langs de provinciale weg inhoudt, moest er worden gewacht op de uitwerking van het de nieuwe algemene provinciale werkwijze voor de omgang met bomen langs provinciale wegen. Omdat met het onderhoud van de N315 niet kon worden gewacht tot na de vaststelling van dit nieuwe beleid (dit is voorjaar 2021 vastgesteld, zie paragraaf 3.2.4 voor een bespreking hiervan), is besloten om het plan te splitsen in twee fases.

24

Figuur 4.1 Traject van het PIP

Fase 1 De eerste fase betrof, naast het onderhoud, uitsluitend de planonderdelen die niet interfereerde met de nieuwe provinciale werkwijze bomen en ook niet of slechts beperkt afweken van de geldende planologische regelingen. De eerste fase omvatte hiermee het groot onderhoud aan de asfaltverharding en de aanpak van enkele specifieke knelpunten, te weten de aansluiting van enkele zijwegen en uitritten, de vormgeving van rotondes en de vervanging van de brug.

25

Meer concreet zijn voor fase 1 de volgende werkzaamheden uitgevoerd: − asfalt is vernieuwd over bijna de gehele lengte van de weg, waarbij de bovenlaag is vervangen; − borden voor bewegwijzering zijn (waar nodig) vervangen; − er is onderhoud aan openbare verlichting uitgevoerd; − de aansluitingen van de Schovenweg, Wassinkbrinkweg, Terborgseweg en Heidenhoekweg zijn verbeterd, door deze te verbreden of te verplaatsen; − de bestaande brug over de Veengoot is vervangen en verbreed en de weg is aangepast; − de rotondes in de rondweg om Zelhem zijn verruimd. Het gaat om de rotondes Ruurloseweg, Hengeloseweg, Hummeloseweg en Stikkenweg. Deze onderdelen zijn in het voorjaar 2021 allemaal uitgevoerd en gerealiseerd. Een deel van het werk kon nog niet worden uitgevoerd, omdat een nieuw bomenbeleid in de maak was. Begin 2021 is de vernieuwde ‘Werkwijze bomen langs provinciale wegen’ vastgesteld. Daarna kon verder worden gegaan met fase 2 van de N315: aanplant bomen en struiken. Fase 2 De overige planonderdelen maken deel uit van fase 2. In deze fase van het onderhoud aan de N315 Doetinchem - Ruurlo verbreedt de provincie het wegvak boven Zelhem (tussen km 12.4 - 14.1), op enkele plaatsen richt ze de wegbermen verkeersveiliger in en ze investeert in de natuur en het landschap langs de gehele provinciale weg tussen Doetinchem en Ruurlo.

Ten behoeve hiervan is een integraal inrichtingsplan opgesteld. Onderdeel van dit inrichtingsplan is het kappen van een aantal bomen, maar ook de realisatie van nieuw groen en de aanplant van nieuwe bomen ter vervanging van de te kappen bomen en de realisatie van groen ten behoeve van de versterking van het landschap, de cultuurhistorische waarden en de natuur. In het kader van dit inrichtingsplan is de aankoop van gronden nodig. Meer concreet betreft fase 2 de volgende onderdelen: − Het verbreden van het weggedeelte tussen km 12.4 en 14.1 (het weggedeelte direct ten noorden van Zelhem) naar een profiel van 6,85 meter breed. Onderdeel van de wegverbreding vormt het asfaltonderhoud. Met de verbreding voldoet de N315 overal aan de minimaal vereiste wegbreedte en dat maakt de weg veiliger. Aan de noordwestelijke zijde van de rijbaan (waar geen fietspad ligt) maakt de Provincie de weg breder. Daarvoor moeten er bomen weggehaald worden. − Het uitvoeren van het integraal inrichtingsplan. In dit kader worden het volgende gerealiseerd: − Houtsingels met boomvormers en onderbegroeiing 19.476 m2 − Bomen in rij 178 stuks (kap 112-117 stuks) − Boomvormers in houtsingel 1.132 stuks − De bermen worden voorzien van afwaterend geprofileerd en de draagkracht verbeterd (veiligheid en doorstroming). − Er dienen kabels en leidingen verlegd te worden.

26

− Het plaatsen van houten geleiderails in de buitenbochten bij de Aaltenseweg (km 13.4) en de Oude Zelhemseweg (km 21.8). Hiermee worden twee bochten veiliger gemaakt. Dat is nodig, aangezien de bomen daar te dicht op de weg staan. Met het plaatsen van een geleiderail wordt de verkeersveiligheid vergroot. Om ruimte te maken voor die geleiderail, moeten enkele bomen worden gekapt. Als er geen geleiderail geplaatst zou worden, dan zouden veel meer bomen gekapt moeten worden om de verkeerssituatie op deze plaatsen veiliger te maken. Anders gezegd, het plaatsen van een geleiderail kost enkele bomen maar spaart de bomen die erachter staan. − Bomen kappen: Langs de N315 staan ruim 1.200 bomen op korte afstand van de rijbaan. De meeste bomen vormen geen direct gevaar voor de verkeersveiligheid en kunnen blijven staan, deels na het nemen van aanvullende maatregelen zoals het plaatsen van geleiderails. Voor ongeveer 40 tot 45 bomen blijft kap onvermijdelijk: − circa 30-35 bomen bij de wegverbreding boven Zelhem − circa 10 bomen voor het plaatsen van een geleiderail in 2 buitenbochten (Aaltenseweg en Oude Zelhemseweg). Daarnaast worden nog circa 70 bomen gekapt omdat de conditie van deze bomen onvoldoende is (Compartiment D: Dit betreft het wegtraject tussen km 16,27 - 18,1. Dit deelgebied ligt geheel binnen gemeente Bronckhorst).

− Om het integraal inrichtingsplan te kunnen realiseren is de aankoop van ongeveer 20.500 m2 grond nodig. Eindresultaat Met dit inpassingsplan wordt bereikt dat de gehele N315 tussen Doetinchem en Ruurlo in een passende planologische regeling is gelegd. Ook kan het inpassingsplan als basis dienen om in het uiterste geval de benodigde gronden te kunnen onteigenen, mocht minnelijke verwerving onverhoopt niet volledig slagen.

4.2

Integraal inrichtingsplan Langs de N315 staan relatief veel bomen dicht op de weg. Dit vormt een risico voor de verkeersveiligheid. Daarnaast hebben de bomen landschappelijke en ecologische waarden. Om een goede afweging te kunnen maken heeft de provincie een integraal inrichtingsplan laten opstellen1. In het integraal inrichtingsplan zijn de thema’s landschap, verkeersveiligheid en vitale groenstructuur, ecologie en draagvlak afgewogen. Op grond van werksessies met onder andere bewoners zijn er meerdere varianten opgesteld. Uiteindelijk hebben deze varianten geleid tot een integraal inrichtingsplan. Aangezien de N315 verschillende gebieden met diverse belangen doorkruist, is ervoor gekozen de weg op te delen in zeven compartimenten. Op onderstaande afbeelding is deze opdeling te zien.

1

Eelerwoude, Integraal inrichtingsplan N315, Projectnummer 202327, 13 februari 2023 27

Locatie compartimenten (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

− Compartiment A: Dit betreft het wegtraject tussen km 6,12 en 9,04. Dit deelgebied ligt deels binnen de gemeente Doetinchem en deels binnen de gemeente Bronckhorst. De begrenzing van het compartiment is bepaald door de unieke landschappelijke kenmerken die dit compartiment karakteriseert. − Compartiment B: Dit betreft het wegtraject tussen km 12 en 14,31. Dit deelgebied ligt geheel binnen gemeente Bronckhorst. De begrenzing ervan is bepaald door de specifieke opgave voor wegverbreding en unieke landschappelijke kwaliteiten. − Compartiment C: Dit betreft het wegtraject tussen km 14,31 – 16,27. Dit deelgebied ligt geheel binnen gemeente Bronckhorst. De begrenzing is bepaald door unieke landschappelijke kwaliteiten.

28

− Compartiment D: Dit betreft het wegtraject tussen km 16,27 – 18,1. Dit deelgebied ligt geheel binnen gemeente Bronckhorst. De begrenzing is bepaald door unieke landschappelijke kwaliteiten. − Compartiment E: Dit betreft het wegtraject tussen km 18,1 – 19,01. Dit deelgebied ligt geheel binnen gemeente Bronckhorst. De begrenzing is bepaald door unieke landschappelijke kwaliteiten. − Compartiment F: Dit betreft het wegtraject tussen km 19,01 – 20,84. Dit deelgebied ligt geheel binnen gemeente Berkelland. De begrenzing is bepaald door unieke landschappelijke kwaliteiten. − Compartiment G: Dit betreft het wegtraject tussen km 20,84 – 22,94. Dit deelgebied ligt geheel binnen gemeente Berkelland. De begrenzing is bepaald door unieke landschappelijke kwaliteiten. Bij elk compartiment is een integrale afweging tussen belangen gemaakt. Landschap en cultuurhistorie, verkeersveiligheid, natuur en sociale relevantie zijn aspecten die onderdeel uitmaken van deze belangenafweging. Compartiment A

Ligging compartiment A (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment: − houtsingels met bosplantsoen: geen kap en 428 m2 wordt aangeplant; − bomen in rij: één boom wordt gekapt en 25 bomen worden aangeplant; − boomvormers in houtsingel: geen kap en 54 stuks boomvormers worden aangeplant.

29

Beplantingsplan compartiment A (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

30

Compartiment B

Ligging compartiment B (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment. − Houtsingels met bosplantsoen: geen kap en 4730 m2 wordt aangeplant. − Bomen in rij: 30 tot 35 bomen worden gekapt en er worden geen bomen aangeplant. − Boomvormers in houtsingel: geen kap en 591 stuks boomvormers worden aangeplant.

31

Beplantingsplan compartiment B (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

Compartiment C

Ligging compartiment C (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

32

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment. − Houtsingels met bosplantsoen: geen kap en er wordt 2.490 m2 aangeplant. − Boomvormers in houtsingel: geen kap en er worden 326 stuks boomvormers aangeplant.

Beplantingsplan compartiment C (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

33

Compartiment D

Ligging compartiment D (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment. − Bomen in rij: 71 bomen worden gekapt en er worden 132 bomen aangeplant. Eén boom is ondertussen al gekapt.

34

Beplantingsplan compartiment D (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment. − Bomen in rij: 71 bomen worden gekapt en er worden 132 bomen aangeplant

35

Compartiment E

Ligging compartiment E (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment. − Houtsingels met bosplantsoen: er is geen kap en er wordt 453 m2 aangeplant. − Bomen in rij: er worden geen bomen gekapt en er worden 21 bomen aangeplant. − Boomvormers in houtsingel: er is geen kap en er worden 77 stuks boomvormers aangeplant.

36

Beplantingsplan compartiment E (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

37

Compartiment F

Ligging compartiment F (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment. − Houtsingels met bosplantsoen: er is geen kap en er wordt 2,381 m2 aangeplant. − Bomen in rij: er wordt één boom gekapt en geen bomen aangeplant. − Boomvormers in houtsingel: er is geen kap en er worden 84 stuks boomvormers aangeplant.

38

Beplantingsplan compartiment F (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

39

Compartiment G

Ligging compartiment G (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

De afweging tussen de verschillende belangen maakt dat provincie Gelderland de volgende acties gaat uitvoeren in dit compartiment. − Bomen in rij: 9 m2 wordt gekapt en er worden geen nieuwe stuks aangeplant. Herplant kan niet binnen de gemeente Berkelland en vindt elders langs het traject plaats.

40

Beplantingsplan compartiment G (bron: Integraal inrichtingsplan N315, Eelerwoude).

Samenvattend is in onderstaande tabel een overzicht gegeven van de te kappen en aan te planten beplanting van het totale plangebied langs de N315 tussen Doetinchem en Ruurlo.

41

Er wordt bij de aanplant onderscheid gemaakt tussen bomen(rijen) en houtsingels met boomvormers en dichte onderbegroeiing. Een singel wordt namelijk altijd aangeplant met een mix van inheemse bomen en een inheemse struiklaag als onderlaag van bosplantsoen. Voor de aanplant van de houtsingel worden een aantal grotere boomvormers geplant met een onderlinge afstand van 10 meter in de houtsingel. Dit, zodat de houtsingel al een aantal redelijk grote toekomstbomen heeft en de singel een meer volwassen uitstraling heeft bij aanplant.

42

5 5.1

Uitvoerbaarheid Inleiding Op grond van de Wet ruimtelijke ordening moet de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan worden aangetoond en moet worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de in dit verband ruimtelijk relevante onderzoeksaspecten beschreven. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf. Er wordt in deze paragrafen diverse keren verwezen naar uitgevoerde onderzoeken. Deze onderzoeken zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

5.2

Besluit milieueffectrapportage

5.2.1

Inleiding Een milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.-procedure) is een hulpmiddel bij de besluitvorming over ingrijpende projecten, met als doel om in de besluitvorming het milieubelang een volwaardige rol te laten spelen. Niet alle ruimtelijke ontwikkelingen vallen onder de m.e.r.(beoordelings)-plicht. Dit is afhankelijk van de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) en de Wet natuurbescherming. Daarin staat beschreven in welke gevallen de milieueffecten van een project nader onderzocht moeten worden om te kunnen beoordelen of het project doorgang kan vinden. Verder kan de plicht van een nader onderzoek volgen uit de mogelijke negatieve gevolgen die een project heeft voor de natuurwaarden binnen de beschermde Natura 2000-gebieden. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden kan een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan om de milieubelangen te beoordelen.

5.2.2

Toetsing Voor de vraag of een m.e.r.-plicht geldt, moet allereerst worden beoordeeld of sprake is van een activiteit die wordt genoemd in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Voor auto(snel)wegen en de m.e.r.-plicht zijn de categorieën C 1.2, C 1.3 en D 1.2 mogelijk relevant: − C 1.2: "de aanleg van een autosnelweg of autoweg"; er is geen sprake van de aanleg van een nieuwe autosnelweg of autoweg. Een autoweg is voor de goede orde een weg met een snelheidsregime van 100 km/u. Hiervan is geen sprake. De weg is immers niet alleen toegankelijk via knooppunten of door verkeerslichten geregelde kruispunten en het is ook niet verboden om op de weg te stoppen. Ook worden geen borden autoweg of autosnelweg geplaatst.

43

− C 1.3: "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg"; Er is geen sprake van een plan waarbij sprake is van een weg met vier rijstroken. − D 1.2, “De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg).”; Er is geen sprake van een plan waarbij sprake is van een weg met vier rijstroken. Geconcludeerd kan worden dat de N315 Doetinchem-Ruurlo niet voldoet aan de activiteitomschrijvingen van deze categorieën, zodat geen m.e.r.-(boordelings)plicht geldt. De omvang van onderhavig plan blijft hiermee ver onder de indicatieve drempelwaarden. Om toch een beeld te krijgen van de mogelijke milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is beoordeeld of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij is ingegaan op de volgende onderdelen: − de plaats waar de activiteit plaatsvindt; − de kenmerken van het potentiële effect.

Plaats van het project Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een korte analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, of gebieden die krachtens nationale en provinciale regels zijn aangewezen. Hieruit ontstaat het volgende beeld: Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Speciale beschermingszones,

Wet natuurbescherming

Het plangebied maakt geen onderdeel

door de lidstaten aangewezen

uit van Natura 2000-gebieden. Gelet

krachtens Richtlijn 79/409/EEG

op de afstand tot andere Natura 2000-

(Vogelrichtlijn) en Richtlijn

gebieden wordt een nadere toetsing

92/43/EEG (Habitatrichtlijn).

niet noodzakelijk geacht (zie ook paragraaf 5.7.2).

44

Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voor-

Provinciale verordening

Het plangebied ligt voor een deel in

heen: Ecologische Hoofdstruc-

GNN/GO gebied. In paragraaf 5.7.2,

tuur)

wordt daar nader op ingegaan. Een nadere toetsing aan de beschermde GNN/GO gebieden, alsmede een toetsing aan de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden, is uitgevoerd. Met de kap is geen sprake van significante aantasting van de kernkwaliteiten van de GNN/ GO gebieden ter plaatse van de N315 door vermindering van areaal, aantasting van de aaneen geslotenheid of versnippering. Met dit inpassingsplan wordt de compensatie voor de te kappen bomen vastgelegd.

Gebieden met een hoge bevol-

Het plangebied ligt niet binnen een ge-

kingsdichtheid

bied met een hoge bevolkingsdichtheid

Gebied geschikt voor be-

Wet natuurbescherming

schermde soorten

Het plangebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie volgende tabel).

Kenmerken van het potentiële effect De omgeving van het plangebied kent een aantal kwetsbaarheden. Gezien voorgaande zijn de milieugevolgen voor de volgende aspecten nader beoordeeld: − natuur: flora en fauna: het plan kan voor wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna (wat betreft gebiedsbescherming worden geen belemmeringen voorzien); − verkeer: het plan kan leiden tot negatieve milieueffecten op de verkeerssituatie (doorstroming, congestie, etc.). − geluid: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van geluid veroorzaakt door onderhavig plan; − lucht: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, veroorzaakt door onderhavig plan; − archeologie: er kan sprake zijn van negatieve effecten op de archeologische waarden in het plangebied. − externe veiligheid: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van de externe veiligheidsrisico’s op de omgeving, veroorzaakt door onderhavig plan; − bodem: er kan sprake zijn van milieueffecten op de bodem veroorzaakt door onderhavig plan; − water: bij onderhavig plan neemt de verharding toe en ook is sprake van activiteiten die mogelijk van invloed zijn op waterhuishouding; Hierna volgt de beoordeling van de genoemde aspecten.

45

Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Natuur (soortenbescherming)

Verkeer

Geluid

Lucht

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat negatieve effecten op het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Op basis van de beschikbare literatuurgegevens en een veldbezoek is vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele veel voorkomende overige beschermde soorten en voor vogels, vleermuizen, zoogdieren en reptielen. Uit nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied voor vleermuizen afwezig zijn binnen het plangebied en dat er vrijwel geen reptielen aanwezig zijn. Tussen Ruurlo en Zelhem kunnen reptielen in kleine aantallen voorkomen. Zolang de werkzaamheden beperkt blijven tot het grazige deel van de berm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. In paragraaf 5.7.2 wordt nader ingegaan op het soortenonderzoek. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er slechts sprake is van een zeer beperkt negatief milieueffect, welke niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd. De toename in het verkeer als gevolg van voorliggende ontwikkeling kan worden opgenomen in het verkeersbeeld. Daarbij zijn er geen negatieve gevolgen voor de doorstroming en de verkeersveiligheid. Deze zal met het plan verbeteren.

De verbetering van de weg leidt niet tot een toename in de parkeerdruk op de omgeving. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op het gebied van verkeer geen sprake is van negatieve milieueffecten. Een verdere beschrijving is te vinden in paragraaf 5.8. De toename van de geluidshinder zal naar verwachting slechts beperkt zijn. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40%. Bij dit plan is evenwel te verwachten dat de verkeerstoename veel lager zal zijn dan 40%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename. Een verdere beschrijving is te vinden in paragraaf 5.9. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het verbreden van de weg op bepaalde trajecten beïnvloedt de lokale concentraties luchtverontreinigende 46

Archeologie

Externe veiligheid

Bodem

Water

stoffen (stikstofdioxide en fijnstof) niet of nauwelijks. Daardoor blijven ook in de toekomstige situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen beneden de wettelijke grenswaarden. Een verdere beschrijving is te vinden in paragraaf 5.10. Voor een groot deel van het wegtracé is de archeologische verwachting laag of is de grond verstoord. Op grond van inventariserend veldonderzoek is de verwachting dat er geen archeologische waarde worden aangetast. Een verdere beschrijving is te vinden in paragraaf 5.3. De weg is geen onderdeel van het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen, waardoor het geen risicoplafond heeft. Tevens kan uit de telgegevens van diverse basisnet wegvakken geconcludeerd worden dat het zeer onwaarschijnlijk is dat grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden vervoerd over deze weg. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de risico’s voor de omgeving op het gebied van externe veiligheid als gevolg van voorliggende ontwikkeling beperkt zijn. Een verdere beschrijving is te vinden in paragraaf 5.6. Sinds jaar en dag is ter plaatse van het plangebied reeds een weg aanwezig. Voorliggende ontwikkeling voegt geen nieuwe functie toe aan het plangebied. De lichte verontreinigingen die in de bodem zijn aangetroffen, zijn geen gevolg van deze weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7865/documents/43457