CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2.1 Bestemmingsplan Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023_Bijlagen toelichting.pdf

gemeenteraad 26 oktober 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7.3: Bestemmingsplan Parapluherziening cultuurhistorie - 202323.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het gebouw watert af via brede, overstekende bakgoten. De gevels zijn rondom uitgevoerd in schoon metselwerk met een trasraam, waarbij de vleugels zijn opgetrokken in bruingele baksteen en het middengedeelte met poort in roodbruine baksteen. De gevels zijn voor zover zichtbaar voorzien van op regelmatige afstand geplaatste houten vensters. De voorgevel van het middengedeelte bevat centraal de poort in een middenrisaliet met een brede onderdoorgang onder een rondboog. In de doorrit is een tegeltableau met voorstelling van het fabrieksproces aangebracht. Rechts van de onderdoorgang een houten deur als toegang naar de voormalige portierswoning op de verdieping. B. Fabriekshallen, bestaande uit twee afwerkhallen uit 1946 onder boogdaken, een links aangebouwde voormalige verfhal uit 1950 onder een plat dak en haaks hierop aan de achterzijde de in 1960 herbouwde lijmhal onder een boogdak. De daken van de afwerkhallen en de verfhal zijn voorzien van lichtstraten. Zeer waarschijnlijk zijn in de hallen de door Nemaho zelf vervaardigde gelamineerde houten spanten toegepast. De gevels van de fabriekshallen zijn

Zaagmolenpad 45-47 Doetinchem (153)

beperkt zichtbaar en zijn omkleed met schoon metselwerk in halfsteens verband. In de noordgevel bevinden zich brede bedrijfstoegangen met ter plaatse van de afwerkhallen boven de toegangen vier tweeruits vensters en tussen de toegangen smalle, hoge vensters. In de zijgevels zijn brede bedrijfstoegangen geplaatst met daartussen regelmatig geplaatste smalle, hoge vensters. C. IJzermagazijn uit 1946-1950, gebouwd op een rechthoekige plattegrond van één bouwlaag onder een boogdak. De rechter zijgevel is uitgevoerd in schoon metselwerk. De linker zijgevel was voorzien van liggende vensters en (blauw geverfde) houten schuifdeuren, maar is later net als de voorgevel afgedekt met een moderne gevelbekleding. Zeer waarschijnlijk zijn de door Nemaho zelf vervaardigde gelamineerde houten spanten toegepast in de constructie. waardering Zaagmolenpad 45-47 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2, I.3 en I.4) Het complex is van bovenregionaal belang vanwege de directe herinnering aan de ‘Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies’ (Nemaho), die hier vanaf 1941 tot zeer recent was gevestigd.

De Nehamo was landelijk en zelfs internationaal georiënteerd en was in Nederland pionier op het gebied van de vervaardiging van gelamineerde houten spanten. De bewaard gebleven fabriekshallen bieden samen met het poortgebouw en het ijzermagazijn inzicht in het voormalige productieproces. De herbouw van het fabriekscomplex in 1946 herinnert op tastbare wijze aan het geallieerde bombardement op Doetinchem op 19 maart 1945 en de daaropvolgende wederopbouw van het complex. architectuurhistorische waarde (II.1, II.3, II.6 en II.7) Het complex is typologisch van belang vanwege het herkenbare hoofdgebouw uit 1941/1946, het bewaard gebleven ijzermagazijn en de relatief gaaf bewaard gebleven fabriekshallen uit de periode 1946-1960. Het ensemble is van belang vanwege de utilitaire vormgeving en deels oorspronkelijke gevelindeling, het materiaalgebruik, de geschiedenis van de bouwtechniek en de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis. Het betreft een voor Nederland unieke en zeldzame combinatie van een producent van bouwconstructies die zijn fabriek in eigen beheer bouwde en zijn eigen producten (gelamineerde houten spanten) daarbij heeft toegepast.

stedenbouwkundige waarden (III.2 en III.5) Het hoofd- en poortgebouw, de fabriekshallen en het ijzermagazijn vormen samen een waardevol historisch industrieel ensemble, ook in relatie tot de overige fabrieksbebouwing van Nemaho: de timmerwerkplaats, trafogebouw en houtopslagloodsen. Het fabriekscomplex is beeldbepalend vanwege de situering op een zeer groot terrein op de noordoever van de Oude IJssel, de omvang van de fabriekshallen en vanwege de samenhang tussen de verschillende bouwvolumes.

Kantoorgebouw (A)

Zaagmolenpad 45-47 Doetinchem (153)

Fabriekshal (B)

IJzermagazijn (C)

Fabriekshal (B)

Zaagmolenpad 45-47 Doetinchem (153)

Bijlage 2 Doetinchem centrum cultuurhistorisch waardevolle panden

45 bestemmingsplan 'Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023' vastgesteld

DOETINCHEM CENTRUM cultuurhistorisch waardevolle panden

colofon Doetinchem Centrum, cultuurhistorisch waardevolle panden © Belfort Cultuurhistorie en Monumenten, Doetinchem 25 oktober 2021 Belfort Cultuurhistorie en Monumenten Stevinlaan 28, 7002 HD Doetinchem www.belfortcultuurhistorie.nl www.tijdbeeld.com i.s.m. ARCX buro voor monumentenzorg en cultuurhistorie opdrachtgever: gemeente Doetinchem inventarisatie, fotografie en beschrijvingen: Jacco Vromen en Peter Boer rapportage: Jacco Vromen

Belfort heeft zijn best gedaan de rechten met betrekking tot de illustraties te regelen volgens de bepalingen van de Auteurswet. Zij die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, worden verzocht contact op te nemen.

1

INHOUD 1. INLEIDING 2. HISTORISCHE GEBIEDSANALYSE BRONNEN EN LITERATUUR 3. ADRESSENLIJST 4. CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE PANDEN

4 8 31 32 36

2

Legenda Gemeentegrens

Deelgebied 1) Gaanderen 2) Doetinchem West 3) Doetinchem Oost 4) Wehl en Nieuw Wehl 5) Bedrijventerreinen 6) Langerak 7) Doetinchem Centrum 8) Buitengebied

6

5 3 4

7

4

2 8

5 5

1

3

1. INLEIDING aanleiding Met het oog op de totstandkoming van het omgevingsplan wordt door de gemeente Doetinchem de actualisatie van bestemmingsplannen in de kernen voorbereid. Een vast onderdeel betreft een paragraaf over de aanwezige- of te verwachten cultuurhistorische waarden in het plangebied. Panden die op dit moment geen monumentenstatus hebben, maar wel beschermenswaardig zijn, kunnen in het bestemmingsplan de functie-aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol’ krijgen. Dit betekent dat ze niet zonder vergunning mogen worden gesloopt. Om beter zicht te krijgen op potentieel cultuurhistorisch waardevolle objecten is aan Belfort Cultuurhistorie en Monumenten gevraagd een inventarisatie en waardering uit te voeren in de deelgebieden Doetinchem Centrum, Doetinchem Oost, Doetinchem West, Bedrijventerreinen, Langerak, Gaanderen, Wehl en Nieuw Wehl. Deze rapportage biedt een actueel overzicht van cultuurhistorisch waardevolle objecten in het deelgebied Doetinchem Centrum en voorziet

in een beknopte waardering en beschrijving per object. methode en werkwijze Het onderzoek is in de periode juni 2019 t/m maart 2020 uitgevoerd in samenwerking met ARCX buro voor monumentenzorg en cultuurhistorie. Op basis van literatuuronderzoek, bestaande cultuurhistorische rapportages, beperkt archiefonderzoek en historische kaartvergelijking is begonnen met het maken van een beknopte gebiedsanalyse van Doetinchem Centrum. Deze analyse geeft een overzicht van de historisch-ruimtelijke ontwikkeling en context van het betreffende gebied en vormt de inhoudelijke basis voor de waardering van individuele objecten. Vervolgens zijn de cultuurhistorisch waardevolle objecten in beeld gebracht door middel van een veldverkenning vanaf de openbare wegen en paden en door het raadplegen van de betreffende bouwdossiers. De door de gemeente samengestelde groslijst met potentieel cultuurhistorisch waardevolle panden van 14

4

januari 2019 heeft als startpunt gediend voor de inventarisatie. In het algemeen is de periode tot en met de wederopbouw (ca. 1965) geïnventariseerd. In een enkel geval zijn ook panden van kort na die periode bekeken, omdat deze in de groslijst van de gemeente waren opgenomen. Alle panden die op deze lijst stonden, aangevuld met objecten die op het moment van onderzoek al de status ‘cultuurhistorisch waardevol’ hadden, zijn beoordeeld. Daarnaast zijn enkele panden toegevoegd die niet op de lijst stonden, maar gedurende het onderzoek wel als cultuurhistorisch waardevol zijn geselecteerd. Begraafplaatsen zijn uitgezonderd van het onderzoek. De panden die bij dit onderzoek niet als cultuurhistorisch waardevol zijn beoordeeld, zijn voorzien van het advies ‘niet geselecteerd’. Tot slot zijn ook rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen de kernen in de lijst opgenomen.

De rapportage bestaat uit drie onderdelen: • de historische gebiedsanalyse • een adressenlijst met beoordeelde objecten • de beschrijvingen met waardering van de individuele cultuurhistorisch waardevolle objecten

selectiecriteria Van de gebouwen die geselecteerd zijn als cultuurhistorisch waardevol is een beknopte beschrijving met waardering gemaakt. Het door de gemeente Doetinchem gehanteerde Kader selectie en waardering cultuurhistorische objecten en gebieden, afgeleid van onder meer de landelijke Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek, heeft hierbij als leidraad gediend. De gebruikte waarderingscriteria zijn: cultuurhistorische waarden, architectuurhistorische waarden en stedenbouwkundige/ensemble/ landschappelijke waarden. In de beschrijvingen van de cultuurhistorisch waardevolle panden wordt met nummers verwezen naar de subcriteria die bij de desbetreffende panden van toepassing zijn. Hieronder volgt een integraal overzicht van de waarderings- en selectiecriteria.

I Cultuurhistorische waarden 1. Nederzettingsgeschiedenis: belang van het object/complex/gebied als bijzondere uitdrukking van een geografische, landschappelijke, beleidsmatige en/of bestuurlijke ontwikkeling. 2. Sociaal-economische waarde: belang van het object/complex/gebied als bijzondere uitdrukking van een sociaalhistorische, economische, technische of religieuze ontwikkeling. 3. Innovatieve waarde: belang van het object/complex/gebied vanwege innovatieve waarde of pionierskarakter. 4. Historische waarde: belang van het object/complex/gebied vanwege de bijzondere plaatselijke, regionale en/of landelijke herinneringswaarde; bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten en/of gebeurtenissen. II Architectuurhistorische waarden 1. Ontwerper: bijzonder belang van het object/complex voor het oeuvre van een bouwmeester, architect, ingenieur of kunstenaar. 2. Esthetiek: bijzonder belang van het object/complex vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp.

5

3. Detaillering: bijzonder belang van het object/complex vanwege het materiaalgebruik, de ornamentiek en/of monumentale (toegepaste) kunst. 4. Interieur: bijzonder belang van het object/complex vanwege de interieurafwerking (in samenhang met het exterieur). Dit subcriterium speelt in dit onderzoek een ondergeschikte rol, omdat de inventarisatie vanaf de openbare weg is uitgevoerd. 5. Bouwstijl: bijzonder belang van het object/complex als goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtrant - al dan niet met plaatselijke variaties. 6. Bouwtype: bijzonder belang van het object/complex als goed voorbeeld van een functionele en/of typologische ontwikkeling. 7. Bouwtechniek: bijzonder belang van het object/complex voor de geschiedenis van de architectuur, bouwhistorie en/of bouwtechniek. 8. Historische gelaagdheid: bijzonder belang van het object/complex voor de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis.

III Stedenbouwkundige waarden, ensemblewaarden en landschappelijke waarden 1. Concept: belang van het object/complex/ gebied als essentieel onderdeel van een groter geheel, dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch, stedenbouwkundig, landschappelijk van belang is voor Doetinchem. 2. Gegroeid geheel: bijzondere beeldbepalende betekenis van het object vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van Doetinchem. 3. Verkaveling: bijzondere betekenis van het object/landschap vanwege de wijze van verkaveling/inrichting van de openbare ruimte/specifieke functies en/of de relatie met de omgeving, zoals groenvoorzieningen, wegen en/of water (vormgeving). 4. Silhouet: bijzondere betekenis van het object/complex/gebied voor het aanzicht van Doetinchem. 5. Ensemble: bijzondere betekenis van het object vanwege de situering en/of de historisch-ruimtelijke relatie met de omgeving, zoals groenvoorzieningen, park/tuin, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie.

6. Openbare ruimte: belang van het object/ complex/gebied vanwege de ruimtelijke kwaliteiten. beschrijvingen De rapporten van de cultuurhistorisch waardevolle panden zijn zo opgezet dat de materiële, behoudenswaardige onderdelen zijn verwerkt in de beschrijving. Hieruit volgt wat de karakteristieke hoofdvorm is en welke elementen van belang zijn voor het aangezicht. Afhankelijk van de architectuur, is de ene beschrijving langer en specifieker dan de andere. De beschrijving gaat vooral in op de hoofdvorm, de materialisatie van het exterieur en de gevelindeling. Elementen die vrij recent zijn vernieuwd of gemoderniseerd zijn niet in de beschrijving opgenomen of worden in enkele gevallen ter verduidelijking specifiek vermeld als ‘modern’ (bijvoorbeeld bij een vernieuwde winkelpui). Er is in de beschrijving geen sprake van hiërarchie tussen bijvoorbeeld de architectuurhistorische waarde van een deur ten opzichte van een raam, of van een dakkapel ten opzichte van een luifel. De afzonderlijke elementen bepalen samen de materiële architectuurhistorische waarde.

6

waardering De totale cultuurhistorische waarde van individuele panden wordt bepaald door een samenspel of combinatie van de drie hoofdwaarden of hoofdcriteria. Bij de selectie heeft de betekenis van het betreffende pand als fysieke drager van een specifieke lokale herinnering, historische gebeurtenis of ontwikkeling een belangrijke rol gespeeld. Deze lokale historische context van Doetinchem, Gaanderen, Wehl en Nieuw-Wehl wordt in grote lijnen uiteengezet bij de inleiding van de rapporten en gewaardeerd onder ‘cultuurhistorische waarden’. Bij de architectuurhistorische waarde is met name gekeken naar de gaafheid (authenticiteit) en/of zeldzaamheid van de uiterlijke verschijningsvorm van het betreffende gebouw in de gemeente Doetinchem. Dit heeft er toe geleid dat enkele panden, die in het verleden bij diverse quickscans en inventarisaties als beeldbepalend of cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid, bij dit onderzoek (gemeentebreed) niet geselecteerd zijn. Bij een deel van deze panden is de cultuurhistorische waarde in de loop der jaren aangetast door latere verbouwingen en zijn ze daarom niet geselecteerd. Bij een

ander deel van deze panden lag de cultuurhistorische waarde hoofdzakelijk in het aanzien van een heel gebied of omvangrijk stedenbouwkundig ensemble en minder in de bijzondere architectuurhistorische waarde van het individuele object. Voorbeelden zijn de naoorlogse gevelwanden in traditionalistische architectuur (wederopbouw) aan en rond het Simonsplein in de binnenstad en het complex woningen aan de Van der Grijnstraat in Doetinchem. Voor deze categorie panden is eventuele gebiedsgerichte waardering en bescherming meer geschikt. Dit geldt ook voor andere historisch-stedenbouwkundige ensembles die op het moment van onderzoek nog geen status van ‘cultuurhistorisch waardevol’ bezaten. Representatieve voorbeelden zijn villawijk De Pas, het Worpplein, tuinwijk ‘Kleintjeskamp’ en de naoorlogse woonwijken in Doetinchem en de bijzondere ruimtelijke structuur van Gaanderen.

Kennedylaan, in het oosten door de Rozengaardseweg/Raadhuisstraat, in het zuiden door de IJsselkade en de Oude IJssel en in het westen door de Europaweg.

plangebied Het deelgebied Doetinchem Centrum bestaat uit de historische binnenstad aan de Oude IJssel en een gebied ten noordwesten daarvan. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de J.F.

7

Plattegrond van Doetinchem en omgeving door Jacob van Deventer uit ca. 1560

8

2. HISTORISCHE GEBIEDSANALYSE stroomgebied van de Oude IJssel Door duizenden jaren van grind- en zandafzetting door de Oude IJssel is aan weerszijden van de rivier een rivierduinlandschap ontstaan. De rivier voerde zijn water af door een zeer brede riviervlakte, waarin zich ondiepe stroomgeulen en (hoger) gelegen rivierduinen vormden. Op de noordelijke rivieroever ontstond bij de monding van de Slinge in de Oude IJssel in de middeleeuwen een nederzetting die Deutinghem, Deutekom of Doetekum werd genoemd. De vroegste vermelding dateert uit een oorkonde uit 838 na Chr. Hieruit blijkt dat in dat jaar op de plaats van het latere Doetinchem al een nederzetting met kerk bestond. De Oude IJssel vormde de belangrijkste vaarverbinding naar het oosten, in de richting van Westfalen en naar het westen in de richting van Doesburg. Aanvankelijk had

de stad de beschikking over een veerverbinding over de rivier, maar reeds voor 1560 kon men via een vaste brug de Oude IJssel oversteken. de middeleeuwse binnenstad Doetinchem ontwikkelde zich in de Late Middeleeuwen tot een stad vanuit een ten westen van de Waterstraat gelegen hof van de Graaf van Gelre (het goed Brewinck) en een aangrenzende handelsnederzetting rond de Grutstraat. In de 13e eeuw werd het terrein van de graaf van Gelre opgesplitst en bouwden particulieren huizen langs de Waterstraat. Over deze vroegste nederzetting is verder niet veel bekend.1 Aanvankelijk lag de oostelijke begrenzing van de stad nog niet definitief vast. Mogelijk vormde de Synagogestraat een vroege begrenzing en is bij de bouw van de Hamburgerpoort aan het begin van de 14e eeuw de bestaande stad een stuk

uitgebreid. Dit zou ook de naam Nieuwstad kunnen verklaren. Voorafgaand aan deze uitbreiding vormde de Boliestraat mogelijk de belangrijkste route van het stadscentrum in oostelijke richting. In het begin van de 13e eeuw kreeg Doetinchem stadsrechten. Aanvankelijk was het stedelijke gebied beschermd met een houten palissade, in combinatie met een wal en een gracht. De Slinge voerde overtollig water uit het achterland in de richting van de Oude IJssel. Er zijn een aantal aanwijzingen dat deze beek aanvankelijk langs de Heezenstraat en aan de westzijde van de Waterstraat door de stad stroomde om nabij de Waterpoort in de rivier te stromen. Later stroomde de Slinge aan de noordoostzijde van de stad in de stadsgracht, waarlangs het water rond de stad werd geleid. Dit deel van de beek werd na de Tweede Wereldoorlog overkluisd.

1 De teksten over de ruimtelijke ontwikkeling van de middeleeuwse stad zijn grotendeels ontleend aan het rapport Stadsrand Doetinchem: cultuurhistorische analyse en waardering van de buitenrand van

het stadscentrum van ARCX en SB4 uit 2012.

9

Schetsmatige weergaven van Doetinchem (van linksboven naar rechtsonder) omstreeks 1200, 1560, 1832 en 1885. Tekeningen ontleend aan ARCX en SB4, Stadsrand Doetinchem: cultuurhistorische analyse en waardering van de buitenrand van het stadscentrum, 2012.

10

verdedigingswerken rond het ‘Ei’ De kenmerkende eivorm van de historische stad is pas aan het het eind van de 13e eeuw ontstaan. In die tijd werd de stad voorzien van een bakstenen stadsmuur met aan de buitenzijde een brede gracht. De stadsmuur was voorzien van vier stadspoorten, de Hamburgerpoort, de Heezenpoort, de Gruitpoort en de Waterpoort. De Waterpoort gaf toegang naar het veer over de Oude IJssel.

Links: Door Nicolaes van Geelkercken in 1654 getekende stadsplattegrond van Doetinchem. De stad is inmiddels voorzien van een buitenwal en -gracht, buitenpoorten en rondelen.

Onder: Gezicht op de stad vanaf de zuidzijde van de Oude IJssel, in 1743 getekend naar een origineel van Jan de Beijer. De stad is volledig omringd door verdedigingswerken.

Ten gevolge van het steeds effectiever wordende geschut werd in het begin van de 16e eeuw voor de gracht een wal opgeworpen en een buitengracht gegraven. Voor de bestaande stadspoorten kwamen buitenpoorten. In de tweede helft van de 16e eeuw werd de wal voorzien van een zevental rondelen. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog blijven de verdedigingswerken intact, ondanks de wisselende bezetting van Spaanse en Staatse troepen. Tijdens het rampjaar 1672 bezetten Franse troepen de stad. Bij hun vertrek in mei 1674 brengen zij substantiële schade aan de vesting aan die vervolgens niet meer hersteld zal worden, maar wel in opzet nog lange tijd gehandhaafd blijft.

11

Onder de Terborgseweg, voor de kruising met de Raadhuisstraat is in 2019 een deel van het buitenpoortcomplex opgegraven dat voor de Hamburger binnenpoort lag. De meest in het oog springende vondst is het opgegraven deel van een kazemat die in de buitengracht lag en voorzien was van een aantal schietgaten. (Foto van de Historische Vereniging Deutekom) De inzet links toont het complex van de Hamburger binnen- en buitenpoort in 1743.

12

stad met een agrarisch karakter De middeleeuwse stad kent een bescheiden dynamiek, in Doetinchem blijft agrarische bedrijvigheid lange tijd het belangrijkste bestaansmiddel. Ook binnen de stadsmuren worden eenden, ganzen, varkens schapen en duiven gehouden en langs de spaarzaam bebouwde stadsranden liggen moestuinen en boomgaarden. Ook direct buiten de stad waren tuinen gelegen, aan de noordzijde herinnert bijvoorbeeld de naam van het Hovenstraatje hieraan.

concentreert zich nog lange tijd langs de hoofdstraten die uitkomen op het centrale marktplein naast de St. Catharinakerk. Voor ruimtelijke ontwikkelingen bood de stad binnen de middeleeuwse stadsmuur nog voldoende ruimte.

sloop vestingwerken en stadsuitbreiding In de tweede helft van de 19e eeuw werden de vestingwerken gesloopt en de buitengrachten ten behoeve van stadsuitbreidingen gedempt. De Hamburgerpoort werd in de tweede helft van

De bebouwing had een open karakter en bestond voor een groot deel uit houten vakwerkhuizen. De belangrijkste bebouwing

Afbeelding van de Markt (Simonsplein) met de Catharinakerk in 1743

Kadastrale minuutkaart van de binnenstad van Doetinchem uit 1832. Binnen de grenzen van de verdedigingswerken was nog voldoende ruimte.

13

Ansichtkaart uit 1908 van de Burgemeester van Nispenstraat, met rechts de kerk en pastorie van de Nederlandsch hervormde Zendinggemeente.

Op initiatief van Dominee Jan van Dijk werd niet alleen een kerk gebouwd, maar verrezen ook een christelijke lagere school, de Groen van Prinsterer normaalschool en het Gymnasium.

Foto van de Plantsoenstraat omstreeks 1900 met rechts de laat 19e-eeuwse villabebouwing en links het plantsoen. Op de voorgrond het bruggetje over de Slinge. Deze beek werd hier pas na 1945 gedempt.

de 19e eeuw afgebroken, de Gruitpoort volgt als laatste in 1862. Van de Heezenpoort en de Waterpoort is het exacte jaar waarin zij gesloopt zijn onbekend. Tussen de Gruitpoort en de Waterpoort bleven de binnen- en de buitengracht aanvankelijk bestaan en werd alleen de wal voor een deel afgegraven. Op het voormalige rondeel in de wal tussen de Waterpoort en de Hamburgerpoort verrees ter plaatse van een in 1850 afgebrande standerdmolen de huidige walmolen. De binnengracht werd hier gedempt. De binnengracht die vanaf het noordelijke Plantsoen, langs de Nieuwstad, achter de Burgemeester van Nispenstraat en langs de Gaswal achter de muurhuizen in de Kapoeniestraat liep, werd pas in 1934

gedempt in het kader van de werkverschaffing. Het vrijkomende terrein werd voor een deel toegevoegd aan de ondiepe achtertuinen van de aangrenzende huizen.

aan de Plantsoenstraat en de Burgemeester Van Nispenstraat een aaneensluitend ensemble van villa’s en bijzondere bebouwing in het groen. Langs de uitvalswegen richting omliggende dorpen en buurtschappen reeg de bebouwing zich vanaf het einde van de 19e eeuw geleidelijk aaneen tot linten: Hofstraat/Ds. van Dijkweg, Dr Huber Noodtstraat en Rozengaardseweg. De ontwikkeling van (villa)bebouwing aan de Hofstraat en Ds. van Dijkweg (voorheen Ruimzichtseweg) werd gestimuleerd door de aanleg van de tramlijn richting ZutphenEmmerik langs deze weg (1902), de vestiging van de gebouwen van de bijbehorende Tramweg Maatschappij en de directe nabijheid van internaat Ruimzicht.

In de loop van de 19e raakte de bebouwing in het stadscentrum steeds verder verdicht. Kort na 1880 vond de eerste echte stadsuitbreiding buiten het ‘Ei’ plaats. Op initiatief van de uit Franeker afkomstige predikant Jan van Dijk werden op voormalige vestinggrond aan de huidige Burgemeester van Nispenstraat in deze periode een aantal nieuwe scholen en een kerk (Predik het Evangelie) gesticht. Buiten de voormalige vestingwerken ontstond zo

14

de ontwikkeling van Doetinchem als regionaal centrum De groei van de stad en haar bevolking en de toenemende welvaart in de late 19e eeuw is enerzijds te danken aan verbeterde verbindingen, maar is ook sterk beïnvloed door een aantal instanties en personen. Onder leiding van dominee Jan van Dijk groeide Doetinchem geleidelijk uit tot centrum van onderwijs. Om voor zijn zendingsgemeente een blad te maken, trok Van Dijk de jonge Haarlemse drukker Cornelis Misset aan. Misset richtte een drukkerij/uitgeverij op en trad als initiatiefnemer op bij de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Door de verbetering van de bevaarbaarheid van de Oude IJssel, de verharding van landwegen, de exploitatie van tramlijnen en de aanleg van de spoorlijn ZevenaarDoetinchem-Winterswijk in 1885 ontwikkelde Doetinchem zich tot infrastructureel knooppunt in de regio. Dit leidde tot een toename van de bevolking en de welvaart. Ook de aansluiting op het elektriciteitsnet en de komst van waterleiding leidt tot een aanzienlijke verbetering van de leefomstandigheden. Hoewel in de tweede helft van de 19e eeuw al de eerste aanzetten tot industrialisatie werden gegeven, zou

Doetinchem zich pas na 1900 ontwikkelen tot een industriestad van regionale betekenis. Tegelijkertijd bevestigden de bloeiende veemarkt en de opkomst van de productie van conserven en vleesverwerkende industrieën het beeld van een stad met een groot agrarisch achterland. Door industriële productiemethoden en verbeterde transportmogelijkheden gingen winkeliers zich tegen het einde van de 19e eeuw in toenemende mate richten op het aanbieden van hoogwaardige (consumptie)goederen, zoals bijvoorbeeld kleding, serviesgoed, huisraad en keukengerei. De presentatie van goederen gaat een steeds belangrijker rol spelen en daarvoor ontstaan vanaf grofweg 1860 de eerste winkelpuien, voorzien van etalages met veel glas. Deze ontwikkeling zou met name na de Tweede Wereldoorlog het beeld van de hoofdstraten ingrijpend veranderen. Winkels vormden aanvankelijk zeker geen concurrentie voor de bestaande markten, beide vormen van bedrijvigheid versterkten elkaar. Het kernwinkelgebied besloeg hoofdzakelijk de aanloopstraten naar de Markt (Simonsplein).

15

concentratie van bedrijvigheid langs de stadsrand In de loop van de 19e eeuw hadden industriële activiteiten en de opslag in pakhuizen zich vanwege hun vervuiling en geluidsoverlast grotendeels verplaatst naar de periferie van de binnenstad. Zo hadden de gebroeders Van Zadelhoff een vleeswarenfabriek achter hun slagerswinkel aan de Grutstraat, lag aan de Waterstraat/ Gasthuisstraat vanaf 1846 de Doetinchemse Stoom-Likeur en PomeranzenspiritusFabriek van Philip Perlstein, stichtten Maurits en Justus Mogendorff omstreeks 1910 een fabrieksgebouw aan de Gart Seevinckgang en bezette Cornelis Misset met zijn drukkerij door achtereenvolgende uitbreidingen vanaf 1886 vrijwel het gehele bouwblok tussen Waterstraat, IJsselkade, Gasthuisstraat en Prinsenhof. planmatige uitbreiding en volkshuisvesting De Woningwet van 1901 en de naderende samenvoeging van de gemeenten Stad- en Ambt Doetinchem in 1920 waren een impuls voor een meer planmatige groei van de stad. De nieuwe gemeente Doetinchem telde in 1921 twaalfduizend inwoners, een aantal dat voor de Tweede Wereldoorlog zou doorgroeien tot tot ongeveer 17.500.

Luchtfoto van Doetinchem uit 1928 vanuit het noorden. Helemaal onderaan het tracé van de Hofstraat, met ten westen daarvan (rechts) de gebouwen van de Tramwegmaatschappij Zutphen-Emmerik. Direct ten noorden (onder) van de binnenstad de lintbebouwing aan de Plantsoenstraat en Dr Huber Noodtstraat.

16

Boven: Foto van de zuidzijde van de Markt (Simonsplein), met in de achtergrond het 18e-eeuwse raadhuis bij de doorgang naar de Boliestraat. Onder: Foto van de Grutstraat in de jaren ’30 van de vorige eeuw in de richting van de St. Catharinakerk.

Boven: Foto van de Heezenstraat uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Boven: Foto van de Hamburgerstraat uit 1912 vanaf de Terborgseweg in de richting van het Simonsplein.

Onder: Foto van de Boliestraat in de jaren ’30 van de 20e eeuw in de richting van het Simonsplein.

Onder: Foto van het noordoostelijk deel van de Waterstraat in de richting van de Oude IJssel, met de toren van de R.K. kerk.

17

Als gevolg van de sterke bevolkingsgroei werd de gemeente verplicht tot het opstellen van een uitbreidingsplan. Reeds in 1911-’12 trof de gemeente hiervoor de eerste voorbereidingen. In 1918 werd de Arnhemse stedenbouwkundige Ir. W.F.C. Schaap ingeschakeld. Hij maakte een ontwerpplan, in 1925 verder uitgewerkt in een ‘Plan van Uitbreiding van de Kom der Gemeente en de Aangrenzende Gedeelten’. Dit plan werd een jaar later vastgesteld. Het geprojecteerde stratenplan met ringwegen is nooit op deze wijze tot stand gekomen, maar de uitgangspunten van het plan van Schaap (scheiding industrie en wonen en planmatige woningbouw) vormden wel het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van Doetinchem gedurende het interbellum. Intussen had de Woningwet uit 1901 geleid tot de oprichting van de lokale woningbouwverenigingen ‘Vereeniging tot Verbetering der Volkshuisvesting’ (1909) en ‘De Goede Woning’ (1920). Laatstgenoemde vereniging liet in het stichtingsjaar al veertien blokjes met geschakelde arbeiderswoningen bouwen aan de Paul Krugerlaan. In 1922 ontwierp architect P. Hamers de Tuinwijk ‘Kleintjeskamp’ in opdracht van de Vereeniging tot Verbetering der Volkshuisvesting. De arbeidersbuurt op

Uitbreidingsplan van Doetinchem uit 1928 van ir. W.F.C. Schaap.

18

de IJkenberg werd kort daarna uitgebreid met honderd extra woningen tussen de IJkenbergerweg en de Nieuweweg (later gesloopt). Deze noordelijke, uitgerekte stadsuitbreiding sloot aan bij de arbeiderswoningen die in het begin van de 20e eeuw langs de Hofstraat en het zuidelijk deel van de Nieuweweg waren gerealiseerd. Hier waren tevens twee protestantse kerken gebouwd aan de kruising van de Hofstraat met de Ds. van Dijkweg en aan de Nieuweweg. Een derde (gereformeerde)

kerk stond aan het begin van de Hofstraat, naast de ‘School met den Bijbel’. In 1980 is dit oude kerkgebouw vervangen door nieuwbouw voor het Apostolisch Genootschap.

plaats, maar veranderde het in de 19e eeuw ontstane beeld van de stad op hoofdlijnen niet ingrijpend. Een wijziging op structuurniveau was de aanleg van de Adelaarstraat, waarmee de Boliestraat met de IJsselkade werd verbonden.

Tussen de Nieuweweg, Paul Krugerlaan, Rozengaardseweg en Dr. Huber Noodtstraat bleef tot in de jaren ’60 van de 20e eeuw een drassig, agrarisch gebied onbebouwd, ‘De Veentjes’ genoemd. In de binnenstad zelf vond er tussen 1900 en 1945 op pandniveau veel vernieuwing en verandering

Bouwtekening uit 1920 van een complex van veertien blokken met arbeiderswoningen aan de Paul Krugerlaan van ‘De Goede Woning’.

Foto uit 1976 van de planmatige woningbouw aan de Nieuweweg in de richting van de huidige J.F. Kennedylaan.

19

Tweede Wereldoorlog en wederopbouw2 Doetinchem kwam redelijk ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog, tot kort voor de bevrijding het noodlot toesloeg. In maart 1945 werd de stad in vijf dagen tijd getroffen door drie bombardementen, uitgevoerd door geallieerde bommenwerpers. De binnenstad veranderde in een grote rokende puinhoop en ongeveer 170 inwoners verloren het leven. Belangrijke gebouwen, zoals de Catharinakerk, de Gasthuiskapel en het raadhuis werden grotendeels verwoest. Daarnaast ging ook een belangrijk deel van de historische woon-, winkel- en bedrijfsbebouwing in vlammen op. De ‘schadekaart’ en oude luchtfoto’s laten zien hoe de bombardementen met name het centrale en zuidoostelijk deel van het stadscentrum hadden weggevaagd. De eerste jaren na de bevrijding stonden vooral in het teken van puinruimen, herstelwerkzaamheden en planontwikkeling. Na het puinruimen onteigende de gemeente Doetinchem de betreffende percelen om zo een efficiëntere verkaveling en een iets aangepast stratenpatroon mogelijk te maken. Gedupeerden konden kiezen voor

Kaart van de vooroorlogse situatie van de binnenstad met daarop aangegeven welke gebouwen licht beschadigd (groen), zwaar beschadigd (blauw) en verwoest (rood) waren.

herbouw op dezelfde plek of op een nieuwe locatie in het wederopbouwplan. De wederopbouw zelf werd landelijk strak

geregisseerd door het Rijk. De plannen voor Doetinchem werden beoordeeld door Pieter Verhagen vanuit het College van Algemeene

2 De teksten over het bombardement en de wederopbouw zijn grotendeels ontleend aan de rapporten Cultuurhistorische verkenning: binnenstad Doetinchem (1940-1965) van Van Meijel adviseurs in

cultuurhistorie uit 2009 en Stadsrand Doetinchem: cultuurhistorische analyse en waardering van de buitenrand van het stadscentrum van ARCX en SB4 uit 2012.

20

De gehavende binnenstad van Doetinchem na het puinruimen in 1947. De bombardementen hebben vooral de omgeving van de Catharinakerk en de Gasthuiskapel weggevaagd.

21

Beelden van de verwoesting als gevolg van de geallieerde bombardementen. Van linksboven naar rechtsonder: Waterstraat, omgeving Catharinakerk, omgeving Gasthuiskapel en raadhuis, hoek Simonsplein-Heezenstraat.

22

Commissarissen voor den Wederopbouw. Johannes Albertus Kuiper werd aangesteld om vanuit het Streekbureau als supervisor over de architectuur te waken. Beide architecten werkten volgens de principes van de Delftse School (Traditionalisme, als tegenhanger van het Nieuwe Bouwen). De Doetinchemse stedenbouwkundige en architect Franciscus Bruininkweerd was belast met het ontwerp van het wederopbouwplan.

De Catharinakerk (de toren is later buiten tegen de kerk herbouwd) en Gasthuiskapel werden kort na de oorlog gerestaureerd/herbouwd.

Na een periode van plannen maken behandelde de Doetinchemse gemeenteraad op 23 januari 1947 het wederopbouwplan. Na enkele aanpassingen, waarbij onder meer aandacht was voor de opruiming van krotten aan de Nieuwstad, Walstraat en Kapoeniestraat, werd het plan op 16 maart 1949 vastgesteld. In grote lijnen ging het wederopbouwplan uit van het herstellen van de stadskern, het omleggen van het doorgaande verkeer via de Gaswal, de IJsselkade en de latere Raadhuisweg en het saneren van de vroegere wallen en het bebouwen daarvan met nieuwe vrijstaande bebouwing. Dankzij het behoud van de historische hoofdstraten en het herstel van enkele monumentale gebouwen (St. Catharinakerk, Gasthuiskapel) bleef de historische structuur

23

in de binnenstad herkenbaar. Het oude stadsbeeld werd op ‘historiserende’ wijze hersteld met hoofdzakelijk Traditionalistische architectuur. Wel vond er door de nieuwbouw schaalvergroting plaats, werden het Simonsplein en aanloopstraten verruimd door het terugleggen van oude rooilijnen en legde men expeditiestraten aan voor de bevoorrading van winkels in de bouwblokken achter de Hamburgerstraat en de Boliestraat. Ook de geplande raadhuishof rond de gerestaureerde Gasthuiskapel devalueerde uiteindelijk tot een expeditieterrein achter de nieuwbouw van hotel ‘De Graafschap’. De verwoeste synagoge en R.K. kerk aan de Waterstraat en het zwaar beschadigde 18eeeuwse raadhuis aan de Markt werden niet herbouwd. De gemeentelijke diensten vonden tijdelijk onderdak in een noodgemeentehuis aan de Burgemeester Tenkinkstraat. De realisatie van een nieuw gemeentehuis zou nog jaren op zich laten wachten. Uiteindelijk werd pas in 1969 aan de huidige Raadhuisstraat een nieuw raadhuis naar ontwerp van prof. ir. P.H. Tauber geopend.

Wederopbouwplan van de stad zoals goedgekeurd in 1947. De bestaande bebouwing is rood, nieuw geprojecteerde bebouwing is oranje weergegeven. In geel zijn t.b.v. de invulling van openbare ruimte onteigende percelen gemarkeerd. Het terugleggen van de rooilijnen rond de kerk zorgde voor een betere doorstroming van het verkeer. De inzet rechts bevat het aanvullende wijzigingsplan voor het gedeelte ten zuidoosten van de Waterstraat.

24

Beelden van de kort na de Tweede Wereldoorlog herbouwde stadshart van Doetinchem. De lege plekken zijn opgevuld met hoofdzakelijk traditionalistische architectuur. Van linksboven naar rechtsonder: winkel-woonhuizen SimonspleinHamburgerstraat, Hotel de Graafschap aan de zuidzijde van het Simonsplein, Overling’s Bank en winkel-woonhuizen Simonsplein-Waterstraat, winkelwoonhuizen in de Boliestraat.

25

Enkele voorbeelden van modernistische wederopbouwarchitectuur in het centrum, gebouwd in de jaren ’60 van de 20e eeuw. Linksboven: Recent gesloopte showroom en voorlichtingsgebouw van de PGEM (Provinciale Geldersche Elektriciteitsmaatschappij) in de Grutstraat. Rechtsboven: Winkelpand van C&A op de hoek van de Hamburgerstraat en Raadhuisstraat. Linksonder: Winkel, woning en magazijn van de fa. Meubelfabriek Mogendorff op de hoek van het Simonsplein en de Hamburgerstraat. Later vestigde De Twentsche Bank zich in een deel van het gebouw.

26

Luchtfoto uit 1962 van het noorden van Doetinchem, met in het midden de nog onbebouwde gronden in De Veentjes en de kruising van de Dr. Huber Noodtstraat en de Raadhuisstraat. Rechts de volkshuisvesting aan de Nieuweweg, Paul Krugerlaan en de vooroorlogse bebouwing aan de Steinlaan. Linksonder het Veemarktterrein.

27

Ontwikkeling van De Veentjes3 Bij de gewenste uitbreiding van de binnenstad na de Tweede Wereldoorlog liet de gemeente haar oog vallen op het gebied direct ten noorden van het stadscentrum. Hier lag namelijk nog de relatief grote, onbebouwde restruimte van De Veentjes. Het Uitbreidingsplan in Onderdelen ‘De Veentjes’ werd in 1959 door de gemeenteraad vastgesteld en beoogde een beter economisch en cultureel klimaat in Doetinchem te scheppen. Het plan was vooral ontworpen om ontwikkelingsmogelijkheden in de toekomst veilig te stellen. De gunstig gelegen bouwgronden boden ruimte voor extra stedelijke voorzieningen. De uitvoering begon in de tweede helft van de jaren ’60. Om een rechtstreekse verbinding tot stand te brengen, werd een doorbraak geforceerd in het verlengde van de Heezenstraat (ten koste van enkele panden). De nieuwe verbindingsweg eindigde in een dwarsstraat (tracé Amphionstraat), waaraan in 1968 het Amphion Theater met Schouwburgplein werd gebouwd. De schouwburg was ontworpen door architect W. Davidse, die in 1976 ook het ontwerp zou verzorgen voor de nieuwe bibliotheek aan de Raadhuisstraat.

Uitbreidingsplan De Veentjes uit 1958-1960.

Tegenover de splitsing PlantsoenstraatHeezenstraat maakte de bestaande villabebouwing in 1967 plaats voor een nieuw blok met winkels en bovenwoningen. In het ‘Kernplan Doetinchem’ uit 1975 werd De Veentjes aangewezen als uitbreidingslocatie voor winkelvoorzieningen.

3 Meijel, L. van, De Veentjes: quickscan cultuurhistorische waarden, Van Meijel adviseurs in cultuurhistorie, Nijmegen 2010.

28

Eind jaren ’70 startte men met de bouw van een winkelcentrum met woningen. Deze uitbreiding op De Veentjes bleek zowel ruimtelijk als economisch niet erg succesvol. In 2007 maakte de directeur van Schouwburg Amphion bekend dat er aan de Hofstraat een nieuw gebouw in gebruik

Foto uit 1978 van het op 19 april 1968 geopende Amphion Theater in het nieuwe stadsdeel De Veentjes.

genomen zou worden. De schouwburg op De Veentjes werd gesloopt en het nieuwe Amphion werd in 2010 geopend. Het winkelgebied is recent omgevormd tot woongebied in een parkachtige omgeving. stadsvernieuwing in en rond de binnenstad In de tweede helft van de 20e eeuw was vooral langs de randen van het stadscentrum de verkrotting en verpaupering verder toegenomen. In het kielzog van de wederopbouw werd in het kader van de stadssanering en krotopruiming de meeste bebouwing in de voormalige walstraten gesaneerd. Voor een deel heeft nieuwbouw de ontstane gaten opgevuld, maar op

diverse plekken bieden open ruimten zicht op de ‘achterkanten’ van het bouwblok. De stad breidde zich inmiddels fors uit aan de andere oever van de Oude IJssel en het groeiende autogebruik stelde nieuwe eisen aan de bereikbaarheid en ontsluiting van het stadscentrum. Met de opening van de nieuwe Europabrug over de Oude IJssel in 1976 en de aansluitende Europaweg (ter plaatse van de gedempte buitengracht) in combinatie met de aanleg van een brede autoring op de Gaswal/IJsselkade Raadhuisstraat, werd tegemoet gekomen aan de eisen van de nieuwe tijd. De binnenstad transformeerde in een modern uitgaans- en winkelcentrum. De woonfunctie werd voor een belangrijk deel

29

Begin jaren ’70 maakte de Haagse architect Wim Davidse een ontwerp voor een bibliotheek aan de Raadhuisstraat in structuralistische stijl.

teruggedrongen naar de stadsrand en naar de nieuwe uitbreidingswijken. Nijverheid en kleine industrieën verdwenen vrijwel geheel uit het centrum. Sinds 1965 vonden met name aan de stadsrand belangrijke ingrepen in het stedelijk weefsel van de binnenstad plaats. Enkele voorbeelden zijn: de totstandkoming van grootschalige woonbebouwing tussen de Gasthuisstraat en de IJsselkade en in de Kapoeniestraat, het bouwen van een winkelgalerij op de hoek van de Hamburgerstraat en Raadhuisstraat, de bouw van de Walveste en het Cultureel Centrum ‘De Gruitpoort’, de bouw van het appartementengebouw aan de

Waterstraat en de historiserende reconstructie van de bebouwing van het Lyceumkwartier aan de Burgemeester van Nispenstraat. Wijzigingen op structuurniveau betroffen de doorbraken van de Heezenpoort en de Catharinastraat, het aanleggen en bebouwen van de Van Capellenstraat en het doortrekken van de Nieuwstad naar de Raadhuisstraat. Op dit moment is de realisatie van een nieuw (horeca)plein ter plaatse van het gesloopte, voormalige voorlichtingsgebouw en showroom van de PGEM aan de Grutstraat in uitvoering.

Moderne winkel- en kantoorpanden uit ca. 1990 aan de Raadhuisstraat, een voorbeeld van relatief recente stadsvernieuwing aan de rand van het centrum. De foto is in 1998 genomen vanaf het gemeentehuis, in de binnenstad staan drie grote hijskranen.

30

BRONNEN EN LITERATUUR literatuur Boer, P. en K. van Dam, Stadsrand Doetinchem: cultuurhistorische analyse en waardering van de buitenrand van het stadscentrum, ARCX en SB4, 2012. Boogman, J.C. en S. Oosterhaven, Geschiedenis van Doetinchem, Zutphen 1986. Dinkla, A., en W.P. Nederkoorn jr., Oud Doetinchem vanuit de lucht, Hoogeveen z.j. Meijel, L. van, Cultuurhistorische verkenning binnenstad Doetinchem (1940-1965), Van Meijel adviseurs in cultuurhistorie, Nijmegen 2009.

Meijel, L. van, Binnenstad: quickscan cultuurhistorische waarden, Van Meijel adviseurs in cultuurhistorie, Nijmegen 2010. Meijel, L. van, De Veentjes: quickscan cultuurhistorische waarden, Van Meijel adviseurs in cultuurhistorie, Nijmegen 2010. afbeeldingen Boer, P. en K. van Dam, Stadsrand Doetinchem. Dinkla, A. en W.P. Nederkoorn, Oud Doetinchem vanuit de lucht. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers Gelders Archief Google Maps Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Meijel, L. van, Cultuurhistorische verkenning woonwijken Doetinchem (1940-1965), Van Meijel adviseurs in cultuurhistorie, Nijmegen 2010.

31

3. ADRESSENLIJST ADRES

WOONPLAATS

NUMMER

STATUS

FUNCTIE

ADVIES

Boliestraat 1, 1A en 3

Doetinchem

440

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Boliestraat 38

Doetinchem

144 en 155

CHW

Winkel met pakhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Burgemeester van Nispenstraat 2 Doetinchem

7

RM

Postkantoor met directeurswoning

n.v.t.

Burgemeester van Nispenstraat 6-12

Doetinchem

71

GM

Woonhuis

n.v.t.

Burgemeester van Nispenstraat 14

Doetinchem

48

GM

Woonhuis

n.v.t.

Burgemeester van Nispenstraat 19

Doetinchem

5

RM

Kerk en pastorie

n.v.t.

Dr Huber Noodtstraat 1-9

Doetinchem

432

Geen

Woonhuizen

Cultuurhistorisch waardevol

Ds. van Dijkweg 14

Doetinchem

50

GM

Boerderij

n.v.t.

Gasthuissteeg 2

Doetinchem

12

RM

Gasthuiskapel

n.v.t.

Gasthuisstraat 11

Doetinchem

337

CHW

Pakhuis

Niet geselecteerd

Gasthuisstraat 13

Doetinchem

331

CHW

Pakhuis

Niet geselecteerd

Grutstraat 1

Doetinchem

67

GM

Bankgebouw

n.v.t.

Grutstraat 3

Doetinchem

424

Geen

Woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Grutstraat 14

Doetinchem

70 en 135

GM

Winkel-woonhuis

n.v.t.

Grutstraat 16

Doetinchem

134

GM

Slagerij-woonhuis

n.v.t.

Grutstraat 31

Doetinchem

148

CHW

Kantoor PGEM

Niet geselecteerd

Grutstraat 43

Doetinchem

133

GM

Winkel (voorgevel)

n.v.t.

32

ADRES

WOONPLAATS

NUMMER

STATUS

FUNCTIE

ADVIES

Grutstraat 44

Doetinchem

68

GM

Woonhuis

n.v.t.

Grutstraat 45

Doetinchem

425

Geen

Winkel-woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Grutstraat 49

Doetinchem

69 en 79

GM

Woonhuis

n.v.t.

Hamburgerstraat 1

Doetinchem

441

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Hamburgerstraat 4-6 / Simonsplein 7-8

Doetinchem

426

Geen

Winkel, kantoor en woning

Cultuurhistorisch waardevol

Hamburgerstraat 12 X 01

Doetinchem

276

Geen

Trafo

Cultuurhistorisch waardevol

Hamburgerstraat 17

Doetinchem

136

GM

Winkel (voorgevel)

n.v.t.

Hamburgerstraat 71

Doetinchem

334

Geen

Bioscoop

Cultuurhistorisch waardevol

Heezenstraat 6

Doetinchem

442

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Heezenstraat 12-14

Doetinchem

332-333

Geen

Winkel-woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Hovenstraatje 8

Doetinchem

143

CHW

Telefooncentrale

Cultuurhistorisch waardevol

IJsselkade 30

Doetinchem

8

RM

Walmolen

n.v.t.

Kapoeniestraat 4

Doetinchem

80

GM

Woonhuis

n.v.t.

Kapoeniestraat 6

Doetinchem

82

GM

Woonhuis

n.v.t.

Kapoeniestraat 52

Doetinchem

302

Geen

Pakhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Korte Heezenstraat 1 en 1A

Doetinchem

443

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Korte Heezenstraat 3, 5 en 5A

Doetinchem

444

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Korte Heezenstraat 9A

Doetinchem

445

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Korte Heezenstraat 11

Doetinchem

446

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Korte Kapoeniestraat 1 B

Doetinchem

76

GM

Woonhuis

n.v.t.

Korte Kapoeniestraat tussen 3-5 en 9-11

Doetinchem

138

GM

Gevelstenen

n.v.t.

33

ADRES

WOONPLAATS

NUMMER

STATUS

FUNCTIE

ADVIES

Korte Kapoeniestraat 56

Doetinchem

13

RM

Woonhuis

n.v.t.

Nieuwstad 73

Doetinchem

137

GM

Pakhuis

n.v.t.

Nieuwstad 76

Doetinchem

6

RM

’t Gevang

n.v.t.

Plantsoenstraat 73

Doetinchem

75

GM

Woonhuis

n.v.t.

Plantsoenstraat 75

Doetinchem

422

Geen

Woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Plantsoenstraat 77

Doetinchem

81

GM

Woonhuis

n.v.t.

Plantsoenstraat 81

Doetinchem

423

Geen

Woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Plantsoenstraat 83

Doetinchem

341

Geen

Woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Plantsoenstraat 87

Doetinchem

342

Geen

Woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Plantsoenstraat 89

Doetinchem

84

GM

Woonhuis

n.v.t.

Plantsoenstraat 91

Doetinchem

51

GM

Woonhuis

n.v.t.

Plantsoenstraat 93

Doetinchem

283

Geen

Woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Raadhuisstraat 25

Doetinchem

370

Geen

Bibliotheek

Cultuurhistorisch waardevol

Simonsplein 3

Doetinchem

447

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Simonsplein 4

Doetinchem

448

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Simonsplein 9

Doetinchem

449

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Simonsplein 10

Doetinchem

450

CHW

Winkel-woonhuis

Niet geselecteerd

Simonsplein 12

Doetinchem

451

CHW

Hotel De Graafschap

Niet geselecteerd

Simonsplein 15-17

Doetinchem

147

CHW

Bankgebouw

Cultuurhistorisch waardevol

Simonsplein 25

Doetinchem

1

RM

Kerk

n.v.t.

Synagogestraat 3-7

Doetinchem

427

Geen

Woonhuizen

Cultuurhistorisch waardevol

Walstraat 37

Doetinchem

20

GM

Woonhuizen Gasthuis

n.v.t.

Walstraat 39

Doetinchem

21

GM

Woonhuizen Gasthuis

n.v.t.

34

ADRES

WOONPLAATS

NUMMER

STATUS

FUNCTIE

ADVIES

Walstraat 41

Doetinchem

72

GM

Woonhuizen Gasthuis

n.v.t.

Walstraat 43

Doetinchem

23

GM

Woonhuizen Gasthuis

n.v.t.

Walstraat 45

Doetinchem

22

GM

Woonhuizen Gasthuis

n.v.t.

Waterstraat 3

Doetinchem

452

CHW

Hotel De Graafschap

Niet geselecteerd

Waterstraat 11 (bij)

Doetinchem

368

Geen

Brug

Cultuurhistorisch waardevol

Waterstraat 28

Doetinchem

73

GM

Woonhuis

n.v.t.

35

4. CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE PANDEN

36

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

144 en 155 Boliestraat 38, Gart Seevinckgang 2-10, 7001BC Meubelmagazijn Maurits en Justus Mogendorff 1915 Architectenbureau Ovink Doetinchem 22 januari 2020

inleiding In 1913 stichtten Maurits en Justus Mogendorff een meubelmagazijn aan de Gart Seevinckgang. Uit december 1915 bleef een ontwerptekening voor nieuwbouw van het deel van het gebouw aan de Boliestraat bewaard, getekend door architectenbureau Ovink uit Doetinchem. Enkele jaren later vond aan de achterzijde een uitbreiding plaats met een pakhuis. Na de oorlog werd het bedrijf voortgezet aan Hamburgerstraat 6 en Simonsplein 8. beschrijving Op de hoek van de Boliestraat en de Gart Seevinckgang gebouwd pand, opgebouwd uit twee delen. Met de voorgevel aan de Boliestraat een gebouw op een rechthoekige plattegrond dat twee bouwlagen onder een mansardedak telt. Aan de achterzijde grenst hieraan een hoger bouwdeel, gebouwd op een min of meer vierkante plattegrond dat vier bouwlagen telt onder een plat dak. De bakstenen gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk. De gevels van het voorste deel worden aan de bovenzijde afgesloten met een geprofileerde gootlijst op klossen en een met geel siermetselwerk gedecoreerd fries. In de gevels zijn banden en stroken geel siermetselwerk opgenomen. De Vlaamse gevel aan de straatzijde is op de verdieping drie vensterassen breed. De vensters worden afgesloten met strekken. Boven de voormalige hijsopening is een houten hijsbalk aangebracht. De voorgevel van het achterste deel aan de Gart Seevinckgang is drie vensterassen breed.

De gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten met een gemetselde rollaag die afgedekt is met rode keramische muurafdekkingen. Daar onder is een fries uitgespaard. Hierop in reliëf in kalkzandsteen de teksten: ‘MEUBELEN ENGROS’ (voorgevel) en ‘Fa M. MOGENDORFF’ (zijgevels) aangebracht. Onder de dakvoet van de in witte kalkzandsteen uitgevoerde achtergevel is het opschrift ‘MEUBELEN ENGROS’ uitgespaard. Boven de voormalige hijsopeningen bevat de daklijst een stalen hijsbalk. De vensters zijn in licht verdiepte velden geplaatst en worden aan de boven- en onderzijde afgesloten met rollagen. Op de begane grond in het midden een brede dichtgezette bedrijfsdeur, afgesloten met een betonnen latei met daarin in reliëf het opschrift ‘Fa M. MOGENDORFF’. waardering Boliestraat 38, Gart Seevinckgang 2-10 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het pand is sociaal-economisch van belang als representatief voorbeeld van de ontwikkeling van de groot- en detailhandel aan de rand van het stadscentrum van Doetinchem en vanwege de directe verwijzing naar de bedrijfsactiviteiten van de familie Mogendorff.

architectuurhistorische waarde (II.1, II.5 en II.6) Het pand is van belang voor het oeuvre van architectenbureau Ovink, vormgegeven in een traditioneel-ambachtelijke bouwstijl met invloeden uit het rationalisme en neorenaissance. De uitbreiding is van belang als pakhuis met aan het expressionisme verwante decoraties in baksteen. stedenbouwkundige waarde (III.4) Het pand is van betekenis vanwege het dominante silhouet van de daken, met name het van opschriften voorziene achterste deel vormt een zeer herkenbaar onderdeel van het lokale stadsbeeld.

Boliestraat 38, Gart Seevinckgang 2-10 (144 en 155)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

368 Waterstraat - Gaswal brug over de Oude IJssel Gemeente Doetinchem 1948-1951 Ingenieursbureau vh J. van Hasselt & de Koning, Nijmegen 28 januari 2020

inleiding De in 1937 over de Oude IJssel gebouwde hefbrug werd in 1945 door het terugtrekkende Duitse leger opgeblazen. Bovenstrooms werd door de geallieerden een baileybrug gebouwd die later voorzien werd van een hefdeel. Om de vrije scheepvaart te garanderen en het toenemende wegverkeer af te wikkelen werd in 1948 ter plaatse van de oude brug een nieuwe ophaalbrug ontworpen die eind januari 1951 in gebruik genomen werd. beschrijving De brug is opgebouwd uit twee vaste aanbruggen en een klap- of ophaalbrug. De brugdelen rusten op twee bakstenen landhoofden en twee bakstenen peilers in de rivier. De beide aanbruggen zijn van beton vervaardigd, de stalen ophaalbrug heeft vrijstaande hameistijlen en een balans met een geklonken balanskist. Het hefmechanisme via twee panamawielen wordt elektrisch aangedreven. Het val heeft een symmetrisch dwarsprofiel met een centrale rijbaan en daarnaast verhoogde fiets- en voetgangersstroken. Tegen de kantliggers van de brug is een leuning aangebracht, opgebouwd uit stalen profielen. waardering De brug over de Oude IJssel is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen.

cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) De brug is een belangrijke schakel in de locale infrastructuur en levert een belangrijke bijdrage aan de verbinding van de stadsdelen op de linker en rechter rivieroever en de bevaarbaarheid van de Oude IJssel. De brug verwijst verder naar de strijd in de nadagen van de tweede Wereldoorlog en de wederopbouw in de jaren daarna. architectuurhistorische waarde (II.1, II.2 en II.6.) Bij het ontwerp van de brug speelde naast een vrije doorvaarthoogte ook de esthetische waarde van het ontwerp een belangrijke rol. De brug is van belang voor het oeuvre van Ingenieursbureau vh J. van Hasselt & de Koning. stedenbouwkundige waarden (III.1, III.4 en III.5) De brug markeert de historische plaats waar de centrale as van de historische stad de rivier kruist en is in die zin stedenbouwkundig van groot belang. De brug vormt met de rivier een ensemble en levert vanwege de situering aan de rand van de stedelijke bebouwing een belangrijke bijdrage aan het stadsbeeld ter plaatse.

Waterstraat - Gaswal brug over de Oude IJssel (368)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

432 Dr. Huber Noodstraat 1, 3, 5, 7 en 9, Hovenstraatje 1 en 3, 7001DS geschakelde herenhuizen H. Geurden 1903 H. Geurden, Doetinchem 30 januari 2020

inleiding De Doetinchemse architect Hendrikus Geurden bouwde waarschijnlijk naar eigen ontwerp en voor eigen rekening in 1903 vijf geschakelde herenhuizen aan de Dr. Huber Noodstraat. In de middelste geveltop staat abusievelijk het jaartal 1908 als stichtingsjaar. Geurden hield deze huizen in bezit tot 1921. beschrijving Op een rechthoekige plattegrond gebouwd blok met geschakelde woningen met twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak, gedekt met gesmoorde gegolfde Friese pannen. Aan de achterzijde verdiepingloze aanbouwen met een plat dak. In de voor- en zijschilden staat een reeks dakkapellen met een zinken tentdak. De voorgevel is 15 vensterassen breed. De middelste drie venstersassen en de eerste en laatste twee vensterassen zijn licht risalerend en afgesloten met een geschouderde tuitgevel. De in schoon metselwerk opgetrokken voor- en zijgevels hebben een horizontale geleding met geprofileerde water- en cordonlijsten en een gootlijst boven een uitkragend fries opgebouwd uit siermetselwerk. Ter hoogte van de boven-, onder- en wisseldorpel van de vensters op de verdieping zijn gevelbanden in kalkzandsteen aangebracht. De vensteropeningen zijn afgesloten met segmentbogen, hanekammen en rondbogen met aanzet- en sluitstenen. In het fries van de linker topgevel is het opschrift ‘Maurice’ aangebracht. waardering Dr.

Huber Noodstraat 1, 3, 5, 7 en 9 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (1.2 en 1.4) De huizen zijn als complex van belang vanwege de herinnering aan de stadsuitbreiding van Doetinchem na de slechting van de vestingwerken in de tweede helft van de 19e eeuw. architectuurhistorische waarde (2.6) Het pand is van belang als representatief en voor Doetinchem zeldzaam voorbeeld van complexmatig gebouwde geschakelde herenhuizen uit de vroege 20e eeuw. De panden zijn als complex van belang vanwege de uniformiteit in massa en schaal en de esthetische kwaliteiten van het ontwerp in neorenaissance stijl. Het complex is verder van belang voor het oeuvre van de Doetinchemse architect Hendrikus Geurden. stedenbouwkundige waarde (3.2 en 3.4) Het huizenblok vormt aan de noordelijke uitvalsweg van de stad een belangrijke verbinding van het aaneengesloten ensemble van laat 19e-eeuwse woonhuizen aan de Plantsoenstraat en de Burgemeester van Nispenstraat met de Dr. Huber Noodstraat. De woningen zijn verder van bijzondere beeldbepalende betekenis voor het ruimtelijke beeld ter plaatse.

Dr. Huber Noodstraat 1, 3, 5, 7 en 9, Hovenstraatje 1 en 3 (432)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

424 Grutstraat 3, 7001BW Doetinchem Woonhuis 19e eeuw 17 januari 2020

inleiding De verschijningsvorm van het voorname stadswoonhuis aan de Grutstraat is waarschijnlijk tot stand gekomen in de tweede helft van de 19e eeuw. Het casco is waarschijnlijk ouder. In het begin van de 19e eeuw woonde hier Hendrik Ketjen, die Officier ter Zee was. Vervolgens was het huis eigendom van likeurstoker Carel Ketjen. Van 1951 tot 1967 diende het pand als woon- en werkruimte van tandarts Hut. Later is het woonhuis bij het naastgelegen bankgebouw getrokken, waarbij de dakkapel, attiek en de consoles op de kroonlijst zijn verdwenen. Voor de entree lag oorspronkelijk een stoep. beschrijving Breed pand in de zuidelijke gevelwand van de Grutstraat, gebouwd op een rechthoekige plattegrond. De hoofdbouw aan de straat telt twee bouwlagen en een zolder onder een met gesmoorde muldenpannen gedekt (dwarsgeplaatst) schilddak. De voorgevel van vier vensterassen is asymmetrisch ingedeeld en deels opgetrokken in schoon metselwerk in kruisverband. De hoeken zijn uitgevoerd met gepleisterde hoekkettingen. De gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten met een omlopende geprofileerde lijst en aan de onderzijde door een hoge plint van hardsteen. Ter plaatse van de vensters steekt de plint iets uit met gedecoreerde velden. Rechts van het midden de entree in een gepleisterde vensteras.

De gevelopeningen op de begane grond zijn voorzien van een omlijsting van smalle pilasters met gietijzeren kapiteeltjes, met daarboven een gebogen fronton met cartouche. De frontons sluiten met gepleisterde velden aan op de cordonlijst. De vensters op de verdieping zijn afgesloten met strekken waarop rijk gedecoreerde stucornamenten zijn geplaatst. waardering Grutstraat 3 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.4) Het gebouw is van belang vanwege het herkenbare historische gebruik als voornaam stadswoonhuis en vanwege de plaatselijke herinneringswaarde als woning van de welgestelde familie Ketjen. architectuurhistorische waarde (II.1, II.2, II.3, II.5 en II.6) Het gebouw is een herkenbaar en in Doetinchem zeer zeldzaam voorbeeld van een voornaam stadswoonhuis uit de 19e eeuw met rijke decoraties in eclectische stijl. Het pand is van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, het materiaalgebruik en de ornamentiek.

stedenbouwkundige waarden (III.3 en III.4) Het pand maakt deel uit van de bewaard gebleven historische bebouwing en verkaveling aan de Grutstraat en is vanwege de rijke vormgeving en de situering nabij de Catharinakerk van beeldbepalende betekenis voor het ruimtelijke beeld ter plaatse.

Grutstraat 3 Doetinchem (424)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

425 Grutstraat 45, 7001BW Doetinchem Woonhuis Late middeleeuwen en later 17 september 2021

inleiding De percelering van het westelijke deel van de Grutstraat vindt zijn oorsprong in de late middeleeuwen. Het huis is waarschijnlijk gebouwd of ingrijpend verbouwd in de 16e- of 17e eeuw. Uit deze periode bleef in ieder geval een deel van de verdiepingsbalklaag aan de achterzijde bewaard. Deze bestaat uit een eiken moerbalk waarin eiken kinderbinten zijn opgelegd. Bij de oplegging in de bouwmuren wordt de moerbalk ondersteund door gesneden sleutelstukken. De sleutelstukken zijn uitgevoerd met een rijk ojiefprofiel met gedecoreerde voluten. De voorgevel met blokbepleistering is in het laatste kwart van de 19e eeuw tot stand gekomen. Het pand grensde aan de linkerzijde oorspronkelijk aan een steeg die naar een achtergelegen open binnenterrein leidde. Deze steeg werd in de late 19e eeuw overbouwd na de bouw van de huidige linker belending De indeling op de begane grond is meerdere keren gemoderniseerd, waarbij doorbraken zijn gemaakt naar beide buurpanden. beschrijving Pand in de zuidelijke gevelwand van de Grutstraat, gebouwd op een rechthoekige plattegrond. Het huis telt twee bouwlagen onder een met gesmoorde pannen gedekt schilddak. De voorgevel is een gepleisterde lijstgevel met drie vensterassen die aan de bovenzijde wordt afgesloten door een kroonlijst. Op de verdieping is de gevel afgewerkt met een blokbepleistering met schijnvoegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7997/documents/44418