CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.12 Toelichting Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6 Wehl.pdf

beeldvormende raad 26 januari 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Bestemmingsplan Broekstraat 6 - Wehl17.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Broekstraat 6, Wehl

De beëindiging van een varkensbedrijf en de bouw van vier woningen in twee woongebouwen, na sloop van alle voormalige agrarische opstallen

2 december 2022

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Planologische situatie 1.3 Conclusie 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

6 6 8

Hoofdstuk 3

10

Conclusie

Hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse 4.1 Landschap 4.2 Erf 4.3 Bebouwing

11 11 14 16

Hoofdstuk 5 Beleidskader 5.1 Inleiding 5.2 Rijksbeleid 5.3 Provinciaal beleid 5.4 Regionaal beleid 5.5 Gemeentelijk beleid

18 18 18 20 24 25

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid 6.1 Algemeen 6.2 Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht 6.3 Bodem 6.4 Akoestiek 6.5 Luchtkwaliteit 6.6 Externe veiligheid 6.7 Bedrijven en milieuzonering 6.8 Flora en fauna 6.9 Water 6.10 Archeologie en cultuurhistorie 6.11 Verkeer en parkeren 6.12 Economische uitvoerbaarheid 6.13 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

33 33 33 34 35 36 36 37 39 41 43 45 47 47

Bijlagen

48

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 4

Stikstofberekening

Bijlage 4a

Berekening stikstof

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

Bijlage 6

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Bijlage 6a

Boorstaten verkennend booronderzoek

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

2

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Ruimtelijke onderbouwing

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

3

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De eigenaren van de percelen Broekstraat 6 en 8, Wehl zijn voornemens het agrarisch (varkens)bedrijf te beëindigen, de agrarische bedrijfsgebouwen (circa 2.100 m²) te slopen om vervolgens vier woningen in twee woongebouwen te realiseren. Het agrarisch bouwvlak voor een intensief agrarisch bedrijf komt daarmee te vervallen en de twee bedrijfswoningen (Broekstraat 6 en 8) worden omgezet naar twee burgerwoningen. Het initiatief past niet binnen de geldende beheersverordening. Om de beoogde plannen mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk.

Op 13 juli 2021 besloot het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem medewerking te verlenen aan de beoogde plannen. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van de planologische wijziging.

1.2

Planologische situatie

Op de locatie geldt de beheersverordening Landelijk gebied 2020 – reparatie 2022. Voor het perceel geldt de bestemming “Agrarisch”. Er is een functieaanduiding en maatvoeringsaanduiding opgenomen voor de twee aanwezige bedrijfswoningen. Ook is er een functieaanduiding opgenomen voor een niet grondgebonden agrarisch bedrijf. Daarnaast is er een functieaanduiding voor cultuurhistorie opgenomen. Er geldt ook een paraplubestemmingsplan “Parkeren - 2018”. De parapluherziening “Externe Veiligheid – 2020” en parapluherziening “Archeologie – 2020” zijn overgenomen in de geldende beheersverordening. Het initiatief past niet binnen de geldende agrarische bestemming omdat er geen nieuwe (burger)woningen zijn toegestaan. Om het initiatief mogelijk te maken is een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van de planologische wijziging. De planologische wijziging dient te voldoen aan de regels voor functieveranderingen in het buitengebied. Deze regels zijn vertaald in het Vab-beleid. In hoofdstuk 5 is onderbouwd dat het initiatief voldoet aan het Vab- beleid.

Afbeelding 1: Uitsnede verbeelding geldend beheersverordening (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

4

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

1.3

Conclusie

Het betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij een intensief agrarisch bedrijf wordt beëindigd, de niet cultuurhistorisch waardevolle (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. En er worden vier nieuwe woningen gerealiseerd in twee woongebouwen. De twee bedrijfswoningen worden omgezet naar twee burgerwoningen. Het initiatief is een positieve ontwikkeling voor de omgeving doordat er een bedrijf wordt gesaneerd. Het toekomstige gebruik past beter in de omgeving door de afname van vrachtverkeer. Ook zorgt de ontwikkeling voor een verbetering van het woon- en leefklimaat doordat de hindercirkel (geur, geluid, fijnstof) komt te vervallen. Het initiatief past binnen de beleidskaders van het Rijk, provincie en gemeente.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 Conclusie zijn de conclusies en eventuele randvoorwaarden weergegeven van hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse, hoofdstuk 5 Beleidskader en hoofdstuk 6 Haalbaarheid. De volledige ruimtelijke analyse waar de beoogde ontwikkeling plaatsvindt staat in hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse. Hoofdstuk 5 geeft het relevante beleid weer. Tenslotte komt in hoofdstuk 6 de haalbaarheid aan de orde.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

5

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Dit hoofdstuk gaat in op het concrete plan waarvoor de ruimtelijke onderbouwing opgesteld is.

2.1

Huidige situatie

Het perceel Broekstraat 6, Wehl is gelegen in het buitengebied van de gemeente Doetinchem tussen Doetinchem en Wehl ten noorden van de rijksweg A18. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de omgeving van het plangebied.

Afbeelding 2: Globale begrenzing plangebied (bron: google maps)

Huidig gebruik Het plangebied is grotendeels bebouwd met agrarische bedrijfsgebouwen en twee bedrijfswoningen. De bedrijfsbebouwing is in gebruik voor het varkensbedrijf. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het plangebied. In de huidige situatie is er een fokzeugenhouderij voor het houden van 280 zeugen. De niet cultuurhistorisch waardevolle bebouwing wordt verwijderd voorafgaande aan de nieuw te bouwen woningen.

Afbeelding 3: Luchtfoto en begrenzing plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

6

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Afbeelding 4: Het huidige erf, gezien vanaf de Broekstraat

Afbeelding 5: Zicht op het erf vanaf de Broekstraat met rechts de veeschuren en centraal de bestaande woning.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

7

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

2.2

Toekomstige situatie

Het initiatief voorziet in de sloop van alle voormalig agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van een nieuw erf voor twee woongebouwen met ieder twee woningen. Daarnaast wordt er een gezamenlijk bijgebouw gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoningen, waarbij het bouwvlak aan de zuid- en westzijde wordt verkleind ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Dit betreft een juridische (planologische) wijziging. Feitelijk zal er aan de bestaande woningen niets wijzigen. Het perceel wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast, ook is in de erfopzet rekening gehouden met de landschappelijke kwaliteiten van het gebied en de locatie. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 4 en bijlage 1 het landschappelijk inpassingsplan.

Afbeelding 6: Landschappelijk inpassingsplan (Bron: Staring Advies)

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

8

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Het plan voor de nieuwe woningen wordt blijvend landschappelijk, natuurinclusief en volgens het 'boerenerfprincipe ingepast. Daarbij is aangesloten bij de richtlijnen notitie 'Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem' en de bestemming wonen van de beheersverordening Landelijk Gebied (art. 21.2.2): - de inhoud van een nieuwe woning mag maximaal 750 m3 bedragen; - de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; - de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen. - voor erkers en overkappingen dienen de regels van de bestemming wonen van de beheersverordening Landelijk Gebied gevolgd te worden.

Afbeelding 7: Inrichtingsplan (Bron: Architekten Groep Gelderland)

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

9

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Hoofdstuk 3

Conclusie

In dit hoofdstuk komen de conclusies naar voren van hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse, hoofdstuk 5 Beleidskader en hoofdstuk 6 Haalbaarheid. Ruimtelijke analyse In het Landschapsontwikkelingsplan voor de gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek worden twee aandachtspunten benoemd voor het deelgebied waarbinnen het plangebied ligt die mogelijk toepasbaar zijn voor dit erf: • •

Aanleg/ontwikkeling van gemengde struweel- en robuuste knipheggen langs weiden en akkers. Aanleg van knipheggen van meidoorn of beuk rond erven en boomgaarden.

Bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

De bestaande woningen en de te bouwen woningen en de gezamenlijke berging worden gesitueerd rond een verharde binnenplaats met een solitaire boom. Deze opbouw komt in grote lijnen overeen met de opbouw van de meeste erven in de omgeving. • De tuinen van de nieuwe woningen worden van elkaar gescheiden door knipheggen, alsook de scheiding van de tuinen naar de omgeving. • Verspreid worden in de tuinen bomen geplant om het gezamenlijke erf een groene uitstraling te geven. De landschappelijk inpassing bestaat uit de aanleg van enkele solitaire bomen, knipheggen, een struweelhaag en een aantal hoogstam fruitbomen. De uitgangspunten ten aanzien van de inrichting zijn zoveel mogelijk verwerkt in het plan. Beleidskader De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij het beleid van de verschillende overheden. De beoogde ontwikkeling, de realisatie sanering van een intensief agrarisch bedrijf, de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van vier woningen in twee woongebouwen, is een kleinschalige ontwikkeling. Een dergelijke transformatie sluit aan op het beleid van zowel Rijk, provincie, regio en de gemeente. De ontwikkeling zorgt voor een ruimtelijke verbetering en zorgt voor een verbetering van het woon- en leefklimaat van omliggende woningen. De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast op één erf en daarmee passend in de omgeving.

Haalbaarheid Het project levert geen problemen op ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten (archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, verkeer en parkeren, externe veiligheid, milieuzonering, flora en fauna, water). Er zijn geen aanvullende voorwaarden voor de realisatie van het initiatief.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

10

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijke analyse

Landschap

In onderstaande afbeeldingen zijn topografische kaarten uit 1850, 1900, 1950 en 2020 van de planlocatie en omgeving weergeven. Hieruit is de landschappelijk ontwikkeling op en rond de planlocatie in de afgelopen 170 jaar af te leiden. Op de topografische kaart uit 1850 is te zien dat de omgeving van de planlocatie uit een broeklandschap bestond: een drassig gebied met heide en moerasbossen. Hier en daar waren al percelen ontgonnen tot landbouwgrond. Het huidige wegenpatroon van toen nog onverharde weggetjes was al aanwezig. De kaart van 1900 laat nauwelijks veranderingen zien ten opzichte van die van 1850. Het areaal bos is iets kleiner geworden. Op de projectlocatie verschijnt de eerste bebouwing. Tussen 1900 en 1950 neemt het areaal bos in de omgeving drastisch af. De inrichting van het cultuurlandschap wordt iets grootschaliger. Tussen 1950 en 2020 neemt de kleinschaligheid van het agrarische landschap verder af, verschijnen landbouwbedrijven met grote veeschuren, wordt de A18 aangelegd en verschijnen de eerste bedrijven in het westen op het A18 Bedrijvenpark.

Afbeelding 8: De topografische kaart van 1850. De planlocatie is rood omcirkeld (Bron: Topotijdreis.nl)

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

11

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl Afbeelding 9: De topografische kaart van 1900 (Bron: Topotijdreis.nl)

Afbeelding 10: De topografische kaart van 1950. De planlocatie is rood omcirkeld ( Bron: Topotijdreis.nl)

Afbeelding 11: De topografische kaart van 2020. De planlocatie is rood omcirkeld (bron: Topotijdreis.nl)

Bodem Onderstaande afbeelding is een weergave van de bodemkaart. Op de planlocatie wordt het bodemtype Hn23F-V aangetroffen. Dit is een veldpodzolgrond, ontstaan door het gebruik als heide in het verleden. Veldpodzolgronden liggen in lagere delen, zoals afvoerloze laagten, en op lage ruggen, met relatief hoge grondwaterstanden. De grondwatertrap is hier V, d.w.z. dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand minder dan 40 cm beneden maaiveld reikt en de gemiddeld laagste grondwaterstand tot meer dan 120 cm beneden maaiveld reikt.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

12

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Afbeelding 12: Bodemkaart van de planlocatie en omgeving (Bron: geoportaal.gelderland.nl)

In de omgeving zijn geringe hoogteverschillen aanwezig. Het hoogteverschil tussen het laagste en hoogste punt in de ruime omgeving van de planlocatie is ruim een meter. De erven zijn gesitueerd op ophogingen in het landschap. Zie ook afbeelding 12. De projectlocatie ligt op de overgang van iets hogere gronden in het zuiden naar wat lager gelegen gronden in het noorden.

Afbeelding 13: Hoogtekaart van de omgeving. Rood is hoog, blauw is laag (bron: ahn.arcgisonline.nl)

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

13

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl Aanwezige landschappelijke kwaliteiten Het landschap betreft een broekontginningslandschap, maar is nauwelijks nog als zodanig te herkennen door de landschappelijke ontwikkelingen in de afgelopen honderd jaar. Het landschap rond de planlocatie wordt anno 2021 sterk bepaald door de A18, grote landbouwbedrijven en relatief grote agrarische percelen. De nog vrij jonge houtsingel direct ten oosten van de planlocatie is ruim 30 jaar geleden aangelegd en is een sterk landschapsbepalend element. Staatsbosbeheer is eigenaar van deze houtsingel.

4.2

Erf

In het Landschapsontwikkelingsplan voor de gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek worden twee aandachtspunten benoemd voor het deelgebied waarbinnen het plangebied ligt die mogelijk toepasbaar zijn voor dit erf: • •

Aanleg/ontwikkeling van gemengde struweel- en robuuste knipheggen langs weiden en akkers. Aanleg van knipheggen van meidoorn of beuk rond erven en boomgaarden.

Bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

de nieuw te bouwen woningen betreffen twee blokken van twee aaneengebouwde woningen.

•

Conform bestemming “Wonen” van de beheersverordening Landelijk Gebied – reparatie 2022 (art. 21.2.2) gelden voor de nieuwe woningen de volgende uitgangspunten: -

•

de inhoud van een nieuwe woning mag maximaal 750 m³ bedragen; de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 10 bedragen; voor erkers en overkappingen dienen de regels voor de bestemming wonen van de beheersverordening “Landelijk gebied – reparatie 2022” gevolgd te worden.

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de navolgende regels: - de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m² per woning bedragen, met dien verstande dat niet meer dan 50 % van het hoofdfunctievlak mag worden bebouwd; - bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd; - de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning; - de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; - voor zover sprake is van de aanduiding 'bijgebouwen' binnen het hoofdfunctievlak, mogen de bijbehorende bouwwerken alleen binnen het vlak met deze aanduiding worden gerealiseerd. - erf- en terreinafscheidingen op ten minste 1 m achter de voorgevel, maximaal 2 m bedragen; - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen, 2 m bedragen op ten minste 1 m achter (het verlengde van) de in de gevellijn gesitueerde gevel van de woning; - speeltoestellen en tuinmeubilair - maximaal 3,5 m bedragen; - verlichting, vlaggenmasten en - vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; - antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

14

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl •

De bestaande woningen en de te bouwen woningen en de gezamenlijke berging worden gesitueerd rond een verharde binnenplaats met een solitaire boom. Deze opbouw komt in grote lijnen overeen met de opbouw van de meeste erven in de omgeving. • De tuinen van de nieuwe woningen worden van elkaar gescheiden door knipheggen, alsook de scheiding van de tuinen naar de omgeving. • Verspreid worden in de tuinen bomen geplant om het gezamenlijke erf een groene uitstraling te geven. De landschappelijke inpassing bestaat uit de aanleg van enkele solitaire bomen, knipheggen, een struweelhaag en een aantal hoogstam fruitbomen. Binnen 6 maanden na afronding van de werkzaamheden voor het bouwen van de 4 nieuwe woningen wordt het landschappelijk inrichtingsplan gerealiseerd. De uitgangspunten ten aanzien van de inrichting zoals geformuleerd in de vorige paragraaf zijn zoveel mogelijk verwerkt in het plan. Zie onderstaande afbeelding voor het landschappelijk inpassingsplan.

Afbeelding 14: Landschappelijk inpassingsplan (Bron: Staring Advies)

•

Solitaire bomen. Bij de aansluiting van de inrit van het gezamenlijke erf op de Broekstraat worden twee solitaire bomen geplant. Deze bomen vormen een duidelijke markering van deze inrit. Bij de inrit naar de zelfstandige woning wordt één solitaire boom geplant. Het aanplanten van twee bomen is hier niet praktisch omdat hier ook de inrit naar het naastgelegen bouwland ligt. Door het aanplanten van één boom wordt ook duidelijk dat hier niet de hoofdtoegang ligt naar het gezamenlijk erf. Een vierde solitaire boom wordt op de verharde binnenplaats van het gezamenlijke erf geplant. Boomsoorten die passend zijn op deze locatie zijn bijvoorbeeld zomereik, winterlinde, beuk en fladderiep. Zomereik is in verband met het risico op het binnenhalen van de eikenprocessierups misschien een minder gelukkige keus. De fladderiep is een sterke, snelgroeiende boom met goed verterend blad die niet gevoelig is voor de iepziekte. Deze boom is bovendien de waardplant van twee vrij zeldzame dagvlinders die in de omgeving voorkomen: iepenpage en grote vos. De bomen hebben bij het planten een minimale stamomtrek op borsthoogte van 10 tot 12 centimeter. De bomen worden voorzien van boompalen. Er wordt plantmateriaal van streekeigen, autochtone herkomst gebruikt.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

15

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl •

Knipheggen. Op de locaties zoals op de plantekening is weergegeven worden heggen geplant door per strekkende meter 4 stuks plantgoed (meidoorn of beuk) met een lengte van 60 tot 100 cm te planten. Een uitzondering hierop vormt de haag rond de moestuin ten oosten van de huidige woning. Hier is al een knipheg aanwezig. Er wordt plantmateriaal van streekeigen, autochtone herkomst gebruikt.

•

Struweelhaag. Aan de achterzijde van de gezamenlijke nieuw te bouwen gezamenlijke berging wordt een struweelhaag met een lengte van circa 40 meter aangelegd. Hiertoe worden in zigzag-verband twee rijen beplanting geplant. De afstand tussen deze twee rijen is ongeveer 75 cm. Per strekkende meter worden 4 stuks plantgoed met een lengte van 60 tot 100 cm geplant. Daarbij wordt groepsgewijze menging toegepast. Dat wil zeggen dat circa 5 tot 10 stuks plantgoed van dezelfde soort bij elkaar worden gezet om te voorkomen dat één soort gaat overheersen. De volgende soorten en aantallen worden geplant: eenstijlige meidoorn 40 st., veldesdoorn 40 st., hazelaar 40 st. en Gelderse roos 40 st. Er wordt plantmateriaal van streekeigen, autochtone herkomst gebruikt. De struweelhaag vormt een natuurlijke overgang van het erf naar het achterliggende landschap en vormt een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit van het erf.

•

Fruitbomen. Verspreid worden 8 hoogstamfruitbomen geplant, bij voorkeur oude rassen. Oude rassen zijn over het algemeen minder gevoelig voor ziektes. Bovendien draagt het bij aan het behoud van deze oude rassen. De bomen hebben bij aanplant een minimale stamomtrek op borsthoogte van 8 tot 10 centimeter. De bomen worden voorzien van boompalen.

Om de biodiversiteit van het erf te verhogen is aan te bevelen om in de nieuw te bouwen berging een nestkast voor een kerkuil of steenuil te integreren, evenals het aanbrengen van kunstmatige nestgelegenheden voor de huismus en vleermuiskasten in deze berging en/of in de nieuw te bouwen woningen. Beheer Hieronder wordt het gewenste beheer van de groenelementen toegelicht. •

• •

4.3

Solitaire bomen. Het beheer kan hier beperkt blijven tot het watergeven van de bomen in de eerste jaren in droge perioden. Afgestorven bomen worden vervangen door nieuwe aanplant. Op termijn kan het nodig zijn om laaghangende takken te snoeien. Knipheggen. Afgestorven plantmateriaal vervangen. Jaarlijks de haag één of twee keer knippen of scheren. • Struweelhaag. Afgestorven plantmateriaal vervangen. Eens per 5 tot 10 jaar de beplanting afzetten, bij voorkeur gefaseerd. Hoogstam fruitbomen. Afgestorven bomen worden vervangen door nieuwe aanplant. Na enkele jaren vormsnoei toepassen. Op termijn de appel- en perenbomen eens per twee jaar snoeien.

Bebouwing

De nieuwe bebouwing bestaat uit twee woongebouwen en een gezamenlijk bijgebouw. Per woongebouw zijn maximaal twee woningen toegestaan. De nieuwbouw dient een agrarische uitstraling te krijgen. De bebouwing is gesitueerd aan één gezamenlijk erf. Het erf rondom de bestaande woningen blijft ongewijzigd. Er is voldoende ruimte op het erf voor de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen. In het bestemmingsplan wordt het erf zodanig bestemd dat er beperkte mogelijkheden zijn voor het vergunningsvrij bouwen, zodat het geen afbreuk kan doen aan de erfgedachte. De samenhang tussen de nieuw te bouwen woningen en de overige woningen aan de Broekstraat wordt bereikt door het toepassen van en aansluiting te zoeken bij dezelfde karakteristieken op gebied van oriëntatie, massa en schaal. De woningen bestaan veelal uit 1 of 1,5 bouwlaag met een kap. Om de erfgedachte van de nieuw te bouwen woningen te accentueren dienen deze ook gericht te zijn op het erf. Een gesloten gevel aan de erfzijde is uitgesloten gelet op het aanzicht vanaf het erf.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

16

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl De woning zal in massa afgestemd worden op de bebouwing in de omgeving. Gezien de karakteristieken van de omgeving heeft een zadelkap daarbij de voorkeur. De woningen krijgen verder bij voorkeur een eenduidige hoofdvorm, wat betekent dat aan- en uitbouwen in beginsel tot een minimum worden beperkt. De eventuele dakkapellen, aan- of uitbouwen blijven ondergeschikt aan de hoofdvorm. Bijgebouwen moeten beperkt blijven tot het gezamenlijke bijgebouw. Eventueel wordt het bijgebouw geïntegreerd in de hoofdmassa, maar het blijft ondergeschikt aan de woning. Bij gebruik van zonnepanelen dient bij voorkeur op het dak van de woning en eventueel het bijgebouw te worden gesitueerd. Als dit wordt meegenomen in het ontwerp van de woning, kan worden gekozen voor geïntegreerde panelen in het dakvlak. Op de afbeelding hieronder illustreren de mogelijkheden.

Afbeelding 15: Mogelijkheden voor geïntegreerde zonnepanelen

Kleur, materialisering en detaillering De woningen in de omgeving zijn uitgevoerd met traditionele materialen als baksteen, hout, gebakken dakpannen etc. De nieuw te bouwen woningen dienen hierbij aan te sluiten, met de voorkeur voor deze traditionele materialen. Overigens betekent dit niet per definitie een “kopie” van bestaande bebouwing of historiserende architectuur; in de vormentaal is het uiteraard toegestaan om ook hedendaagse vormgeving en detaillering te gebruiken. Dit zou zelfs een bijdrage leveren aan het zichtbaar maken van de organische groei van woningbouw in de straat, zolang het maar een ondergeschikte detaillering is in de verder overwegend traditionele en historische structuur.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

17

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Hoofdstuk 5 5.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op de specifieke ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn: 1. structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), Rijksoverheid, inwerking getreden op 13 maart 2012; 2. besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), Rijksoverheid, vastgesteld op 22 augustus 2011, inclusief de latere aanvullingen; 1. cultuur en Erfgoed 2017-2020, Beleef het mee! Provincie Gelderland, vastgesteld 29 juni 2016; 2. regionale Structuurvisie Achterhoek 2012, Regio Achterhoek, vastgesteld 26 april 2012; 3. afsprakenkader detailhandel, Regio Achterhoek, 24 september 2015; 4. doetinchem natuurlijk Duurzaam, gemeente Doetinchem, vastgesteld 16 februari 2016; 5. beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem, vastgesteld 25 april 2019; 1. masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007; 2. cultuurnota Dossier Cultuur 2003, gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d. 18 december 2003; 3. detailhandelsbeleid Doetinchem, gemeente Doetinchem, 18 juli 2013; 4. visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018; 5. kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008; 6. beleidskader Bedrijventerreinen In Verandering (BIVA), vastgesteld 27 juni 2019; 7.

continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017; 8. mobiliteitsvisie 2016-2026, gemeente Doetinchem, vastgesteld 3 november 2016; 9. parkeervisie gemeente Doetinchem 2017-2020, gemeente Doetinchem, vastgesteld 8 juni 2017. Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid wat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen.

5.2

Rijksbeleid

5.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan de Rijksoverheid inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

18

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen plannen voorzien in de realisatie van verblijfsrecreatie. Daarnaast wordt de locatie landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een passende combinatie van functies voorgesteld die aansluit op de kenmerken en identiteit van het gebied. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Onderzoek en conclusie Het voorgenomen initiatief voorziet in de sanering van een intensief agrarisch bedrijf en de ontwikkeling van een woonbestemming voor vier nieuwe woningen in twee woongebouwen. Hiermee wordt een passende combinatie van functies voorgesteld die aansluit op de kenmerken en identiteit van het gebied. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.

5.2.2 De Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? 2. Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? 3. Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS).

De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Onderzoek 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In het voorliggende plan is er sprake van de sanering van een intensief agrarisch bedrijf en de bouw van vier nieuwe woningen in twee woongebouwen. Dit wordt niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat het aantal woningen met vier zal toeneemt. Op basis van jurisprudentie wordt een plan vanaf twaalf woningen pas gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie Omdat er bij dit plan geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is een motivering van het plan volgens de Ladder niet nodig.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

19

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

5.3

Provinciaal beleid

5.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd.

Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overals waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen.

In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

20

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Doetinchem. Bij 'onderzoek en conclusie' is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • • •

Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie.

Onderzoek en conclusie De sanering van een intensief agrarisch bedrijf draagt bij aan de doelstellingen van de provincie. De sloop van ruim 2.100 m² voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de bouw van 4 nieuwe woningen in twee woongebouwen zorgt voor een ruimtelijke verbetering. Bij de realisatie van de nieuwe woningen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de energietransitie, circulair bouwen en klimaatadaptatie. De landschappelijke inpassing van het perceel en de sanering van een intensief agrarisch bedrijf levert een positieve bijdrage aan de biodiversiteit.

5.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is op 15 december 2021 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 februari 2022. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. De verordening bevat relevante regels op het gebied van: 1. Ruimte (hoofdstuk 2): 2. Milieu, ontgrondingen en natuur (hoofdstuk 3): Wonen Ten aanzien van 'Wonen' is in artikel 2.1 opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen. In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een ruimtelijk plan worden opgenomen; dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd.

Zoals in subparagraaf 3.3.2 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling binnen de gemeentelijke woonagenda (en derhalve binnen de subregionale woonagenda). Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsverordening.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

21

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

Nationaal landschap Het plangebied ligt niet in een 'Nationaal landschap, GNN, GO en NHW’. Aangezien het een kleinschalige functieverandering betreft en de sanering van een intensief agrarisch bedrijf zijn er geen negatieve effecten te verwachten op deze beschermde natuurgebieden. In paragraaf 6.8 wordt hier nader op ingegaan.

Afbeelding 16: Uitsnede Omgevingsverordening (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Klimaatadaptatie In de nieuwe omgevingsverordening van de provincie Gelderland zijn regels opgenomen over klimaatadaptatie (artikel 2.65b). Artikel 2.65b (klimaatadaptie) 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan a) een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te b) beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a) waterveiligheid; b) wateroverlast; c) droogte; en d) hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

22

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl Onderzoek en conclusie Het initiatief voorziet in de sanering van een intensief agrarisch bedrijf en de realisatie van vier nieuwe woningen in twee woongebouwen. De bebouwing neemt daardoor aanzienlijk af. Ook wordt het gebruik minder intensief door de sanering van een intensief agrarisch bedrijf. De landschappelijke inpassing zorgt voor een versterking van het landschap en tevens voor de gewenste schaduw voor de nieuwe bewoners. De woningen worden gasloos gerealiseerd en dragen daardoor bij aan de energietransitie. De afname van verharding en infiltratie van het hemelwater in de bodem zorgt voor het tegenaan van verdroging. Het plan draagt daarmee op verschillende aspecten bij aan de doelstellingen van de provincie op het gebied van klimaatadaptatie. Gelet op de kleinschaligheid van het initiatief, heeft er geen overleg plaatsgevonden met het Waterschap. Voor het overige staan in de Omgevingsverordening geen specifieke regels die de ontwikkeling beïnvloeden. 5.3.3 Cultuur en Erfgoed 2017-2020 Beleef het mee! Gelderland is rijk aan cultuur en erfgoed: onder andere musea, theater, dans, festivals, monumenten, archeologie en het historische landschap. Het stimuleren van toegankelijkheid van cultuur en erfgoed voor de inwoners van Gelderland is een belangrijke provinciale kerntaak.

Vanuit het programma Cultuur en Erfgoed worden verbindingen gezocht met overige provinciale kerntaken en de gebiedsopgaven. De duidelijkste verbindingen liggen bij de programma's Leefbaarheid, SteenGoed Benutten, Energietransitie, Gebiedsopgaven en Toerisme en Recreatie. Inwoners en bezoekers van Gelderland moeten de mogelijkheid hebben om cultuur en erfgoed te beleven en ervan te genieten. De provincie faciliteert dat hiertoe in alle regio's initiatieven ontplooid kunnen worden. Versterking van de regionale identiteit door middel van cultuur en erfgoed is hierbij het uitgangspunt. De provincie wil hierbij een verbindende en inspirerende rol vervullen, en investeren in de verdere ontwikkeling van kennis en onderzoek. Ondernemerschap en innovatie van de culturele sector worden gestimuleerd.

Erfgoed ontwikkelen en beleven Erfgoed is om te beleven en om van te genieten. Toeristen en inwoners genieten van kastelen, historische steden en oude bossen. Erfgoed ontleent zijn bestaansrecht aan de waardering van mensen. Er is een onderscheid tussen materieel en immaterieel erfgoed. Materieel erfgoed bestaat uit historische bebouwing, historisch landschap en archeologie. Immaterieel erfgoed bestaat uit verhalen, tradities, gewoonten en gebruiken. Op het gebied van materieel erfgoed worden drie hoofddoelen onderscheiden. A. Versterken van de functionaliteit van erfgoed. Dit doet de provincie door het stimuleren van restauratie en herbestemming van monumenten en het tegengaan van leegstand. Extra aandacht is er voor duurzaamheid van monumenten door het stimuleren van energiebesparende maatregelen, en het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan duurzaam onderhoud van groen erfgoed. B. Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk. Bundeling van kennis en capaciteit bij het uitvoeren van restauraties, het opstellen van uitvoeringsvoorschriften en een kwaliteitsborgingssysteem de zogenaamde Gelderse Voet en de Groene Voet voor erfgoedhoveniers, en voorzetten van het beleid op het gebied van regioarcheologie. C. Stimulering van innovatie en nieuwe ontwikkelingen.

Samen met de erfgoedsector wordt gewerkt aan de onderwerpen: klimaat en duurzaamheid, kennis en innovatie in de praktijk, nieuwe opgaven (bijv. leegstand van monumentaal vastgoed), toegankelijk maken van cultuurhistorische en archeologische waardenkaarten en een kennisagenda Archeologie van Gelderland. Onderzoek en conclusie Het initiatief voorziet in de sanering van een intensief agrarisch bedrijf en de realisatie van vier nieuwe woningen in twee woongebouwen. In paragraaf 6.11, wordt nader ingegaan op de aanwezige cultuurhistorie in het ontwikkelingsgebied. De ontwikkeling sluit aan op de doelstellingen zoals aangegeven in het beleidskader.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

23

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

5.4

Regionaal beleid

5.4.1

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: 1. omgaan met de krimp; 2. externe relaties; 3. veranderingen in het landelijk gebied; 4. overstap naar duurzame energie.

Afbeelding 17: Visiekaart Achterhoek (Bron: Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012)

Huidige kwaliteit als basis voor de toekomst De kaart geeft de regionale structuren en kwaliteiten weer. Landschap: De verschillen in landschaptypen zijn een belangrijkste identiteitsdrager van de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten willen die kenmerken en landschappelijke verschillen in de toekomst behouden, versterken of herstellen. Het gaat er daarbij niet om terug te keren naar het verleden, maar om het opdoen van inspiratie uit het verleden bij de toekomstige inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De karakteristieken van deze landschapstypen bieden aanknopingspunten voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het Achterhoekse landschap kan veel functies absorberen. De 'landschapstypekaart' (bijlage 5 van de structuurvisie) geeft het regionale kader weer. De aanbevelingen met betrekking tot lokale wijze van inpassing staat hier ook verder beschreven. Infrastructuur: Bereikbaarheid van en in de regio is van groot belang. De infrastructuur is derhalve wel functioneel van belang. Deze is voor de toekomst maar zeer beperkt ruimtelijk ordenend, niet meer dan het nu al is. De pijlen geven de verbindingen aan waar verbetering noodzakelijk-wenselijk is.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

24

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl Dorpenlandschap: Voorzieningen worden in een bepaalde mate geconcentreerd in bestaande grotere kernen, te weten Doetinchem, Winterswijk, Vorden, Hengelo, Borculo, Eibergen, Ruurlo, Neede, Lichtenvoorde, Groenlo, Aalten, Dinxperlo, Varsseveld, Gendringen, Steenderen , Wehl, Didam, 'sHeerenberg, Zelhem, Ulft /Gendringen en Silvolde/Gaanderen/Terborg. Dit betekent echter niet dat overal hetzelfde voorzieningenniveau wordt nagestreefd. In eerste instantie bepalen lokale behoefte en initiatief het niveau van de voorzieningen. Regionaal wordt afstemming gezocht om overaanbod en/of concurrentie door nabijheid te voorkomen. Het uitkristalliseren van deze afstemming is nog in voorbereiding. Overige speerpunten, zoals duurzame energie, toerisme enzovoort: deze speerpunten gelden regionaal en zijn in banners in de zijkant weergegeven. Er zijn geen specifieke locaties voor aangewezen. Wel wordt regionale afstemming nagestreefd. 5.4.2

Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025

Op 25 juni 2015 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schets de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar procesbegeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De kernboodschap voor de komende jaren luidt dan ook: 1. er zijn (bijna) voldoende woningen (in aantallen) om te voorzien in de vraag. Het is noodzakelijk om de regionale ambitie (5.900 woningen toevoegen tussen 2010 en 2025) verder te verlagen met 10%. Het nieuwe regionale aantal is 3.145 woningen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025; 2. een integrale aanpak is nodig om de bestaande woningen toekomstbestendig te maken (kwalitatief), waarbij de eigenaar een persoonlijke mix kiest van onderhoud, isolatie, energieopwekking en levensloopbestendig maken. Sloop/nieuwbouw kan een optie zijn; 3. voor leegstaand en leegkomend vastgoed is een gezamenlijke beeldvorming met een lokale aanpak nodig. Naast herbestemmen zal in toenemende mate ook sloop aan de orde zijn; 4. wonen en zorg vormt een belangrijk aandachtspunt bij al deze genoemde ontwikkelingen.

De zeven gemeenten uit de regio zijn na vaststelling van de Regionale woonagenda begonnen om deze lokaal uit te werken. Doetinchem heeft daartoe een herziene woningbouwstrategie en een lokale woonagenda opgesteld. Op 5 november 2015 is de Herziene woningbouwstrategie 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor Doetinchem betekent dit dat is ingestemd met een maximaal aantal woningen. In de gemeente Doetinchem mogen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025 maximaal 1.375 woningen toegevoegd worden. De Lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025 is op 22 september 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Meer hierover in paragraaf 5.5.5 Herziene woningbouwstrategie 2015 en paragraaf 5.5.6 Lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025.

5.5

Gemeentelijk beleid

5.5.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan twee voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn: 1. beherend ontwikkelen van stad en land; 2. kwaliteit en beleving. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

25

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Onderzoek en conclusie De Structuurvisie Doetinchem 2035 van de gemeente bevat geen specifieke voorwaarden voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. Wel draagt de sanering van een intensief agrarisch bedrijf, de realisatie van vier nieuwe woningen in twee woongebouwen en de beoogde landschappelijke inpassing bij de doelen van de gemeente. Het initiatief is een ruimtelijke verbetering en draagt bij aan de beleving van het gebied.

5.5.2

Notitie ‘Wonen landelijk gebied Gemeente Doetinchem’

Op 17 december 2020 heeft de gemeente Doetinchem de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’ vastgesteld. Deze notitie is opgesteld in navolging op het besluit van 28 november 2019 woningbouwstrategie 2019 waarin het toevoegen van woningen in het landelijk gebied niet expliciet is opgenomen. Deze notitie biedt meer duidelijkheid over nieuwe woningen in het landelijk gebied. Centraal daarbij staat dat het toevoegen van nieuwe woningen geen doel op zich moet zijn, maar een middel om bij te dragen aan het waarborgen en versterken van de sociale en fysieke kwaliteit van het landelijk gebied. Daarnaast staat centraal dat het landelijk gebied kortgezegd ook het landelijk gebied moet blijven. Voornoemde maakt dat ruimte wordt geboden voor het splitsen van bestaande burgeren bedrijfswoningen en voor het toevoegen van woningen als daarvoor agrarische bebouwing wordt gesloopt (functieverandering VAB (vrijkomende agrarische bebouwing) naar wonen). De voorwaarden die in deze notitie zijn opgenomen voor woningsplitsing en functieverandering van VAB naar wonen zijn waar mogelijk gebaseerd op bestaande regelingen/voorwaarden die daarmee een relatie kennen. Een belangrijke basis ligt in de nota van uitgangspunten die ten grondslag heeft gelegen aan het (vernietigde) bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’.

Daarnaast zijn de voorwaarden ook zodanig opgesteld dat de juiste kwaliteit woningen worden toegevoegd met name als het gaat om de levensloopbestendigheid en duurzaamheid van de woning. Wat betreft het laatste wordt de wens uit gesproken dat het besef dat een duurzame woning bijdraagt aan het wooncomfort, het verminderen van de energielasten, het verhogen dan wel behouden van de waarde en het verbeteren van het milieu leidt tot initiatieven die verder gaan dan wat nodig zou zijn. Tot slot is binnen de voorwaarden in het bijzonder ook aandacht voor een goede ruimtelijke (landschappelijk en stedenbouwkundige) inpassing van de situatie na woningsplitsing of functieverandering van VAB naar wonen met ook aandacht voor een thema als natuur inclusiviteit. De voorwaarden zijn tegelijkertijd geen blijvend vaststaand gegeven. Er is, met in achtneming, van het doel en de uitgangspunten van voorliggende notitie onderbouwd maatwerk mogelijk en aanpassing van de voorwaarden is mogelijk als daar op basis van de uitvoering aanleiding voor zou zijn. Op de volgende pagina zijn de voorwaarden in deze notitie samenvattend opgenomen. Voor een toelichting op de voorwaarden wordt verwezen naar de betreffende delen van deze notitie. 1. In de basis geldt het volgende: a.

Aangetoond is dat de te slopen opstallen legaal tot stand zijn gekomen en gedurende minimaal 3 jaar in gebruik zijn geweest ten dienste van het agrarische bedrijf; b. Vaststaat dat de bedrijfsvoering wordt beëindigd vóór vaststelling van het ruimtelijk plan dat de functieverandering naar wonen mogelijk maakt; c. De agrarische bestemming ter plaatse geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’, met dien verstande dat het agrarisch bouwvlak in elk geval is verwijderd; d. Aangetoond is dat het realiseren van de woning(en) met bijbehorende bouwwerken niet leidt aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken en dat een aanvaardbaar woon-en leefklimaat is gewaarborgd. 2. De behoefte aan de te realiseren woning(en) moet zijn aangetoond. Daarom moet een onderbouwd verzoek om medewerking gezamenlijk worden ingediend door de eigenaar van locatie en de (potentiële) koper(s) van de te realiseren woning(en). 3. Voor het realiseren van de woning(en) wordt een termijn gesteld van maximaal 1 jaar.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

26

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl

4. Alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met uitzondering van monumentale en/of gebouwen met een cultuurhistorische waarde. In ruil daarvoor zijn maximaal vier zelfstandige woningen toegestaan verdeeld over maximaal twee woongebouwen (elk woongebouw maximaal 2 woningen) binnen de contouren van het voormalig agrarisch bouwvlak. Voor de realisatie van één woongebouw van 750 m³, moet minimaal 950 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing worden gesloopt. 5. Als om bepaalde redenen de nieuwbouw van een woning niet kan plaatsvinden binnen het voormalig agrarisch bouwvlak, dan wordt bekeken of maatwerk kan worden geboden. 6. De benodigde sloop voor de realisatie van het aantal gewenste woningen kan verdeeld over meerdere locaties plaatsvinden. Voor een slooplocatie geldt een sloopondergrens van minimaal 300 m2 . Planologisch wordt vastgelegd dat gesloopte bebouwing niet kan worden teruggebouwd. De bouw van de woning(en) vindt plaats op één locatie en voor deze locatie geldt een sloopondergrens van 500 m². 7. Als op basis van een Rijks-of provinciale regeling een financiële vergoeding is of wordt toegekend voor het beëindigen van agrarische bedrijfsactiviteiten, dan moet worden aangetoond dat de realisatie van één of meerdere woningen noodzakelijk is om de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te kunnen bekostigen. 8.

De te realiseren woning(en) moet(en) aardgasloos, levensloopbestendig, natuurinclusief en (bijna) energieneutraal zijn gebouwd en in ieder geval voldoen aan het Bouwbesluit. 9. De herontwikkeling van het erf wordt benut om ook de bestaande woning te verduurzamen naar bij voorkeur minimaal energielabel B. Op welke wijze de bestaande woningen kunnen worden verduurzaamd wordt nader onderzocht. 10. Per woning (zowel bestaande als nieuw te bouwen) is maximaal 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Als monumentale bebouwing en/of met een cultuurhistorische waarde op het erf aanwezig zijn, dan moeten deze gebruikt worden als bijbehorende bouwwerken. 11. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige ruimtelijke (landschappelijke en stedenbouwkundige) inpassing. Daarvoor moet een door de gemeente goedgekeurd (samenhangend) erf-en landschappelijk inrichtingsplan worden opgesteld, welke voldoet aan bijlage 1, 2, 3 en 4. De landschappelijke inpassing moet gerealiseerd zijn binnen 1 jaar na ingebruikname van de nieuwe bestemming (Wonen) en dient vervolgens in stand te worden gehouden. Concluderend Ten aanzien van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat aan alle genoemde punten wordt voldaan en zijn verder uitgewerkt in de paragrafen onder hoofdstuk 6. 5.5.3

Doetinchem Natuurlijk Duurzaam

Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om de duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven.

(definitief)

VDW Ruimtelijk Advies

27

Ruimtelijke onderbouwing Broekstraat 6, Wehl Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen. Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen. In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Onderzoek en conclusie In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft de gemeente waar mogelijk al rekening gehouden met de ambitie om energieneutraal te willen zijn. Zo is het toegestaan om op daken van gebouwen zonnepanelen en -collectoren te plaatsen. Dit kan vergunningsvrij als rekening wordt gehouden met de bijbehorende randvoorwaarden.

Het plaatsen van zonnepanelen en -collectoren op monumenten is niet vergunningsvrij. Het realiseren van zonnepanelen op de grond is alleen toegestaan als er een omgevingsvergunning is aangevraagd. De gedachtegang is dat eerst het dak wordt gebruikt om zonnepanelen te realiseren en dat daarna eventueel nog zonnepanelen tot maximaal 100 m2 op de grond gerealiseerd worden. De hoogte mag maximaal 1,5 meter zijn. Daarnaast dienen de zonnepanelen landschappelijk te worden ingepast.

5.5.4

Duurzame energieopwekking in Doetinchem

Op 25 april 2019 heeft de gemeenteraad het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem vastgesteld. Met dit beleidskader is helder hoe de gemeente initiatieven voor duurzame energieopwekking in behandeling wil nemen. Het biedt inwoners de mogelijkheid om mee te doen en mee te beslissen bij projecten voor duurzame energieopwekking in hun buurt. Daarnaast geeft het initiatiefnemers een handelingsperspectief waarmee zij projecten voor duurzame energieopwekking tot ontwikkeling kunnen brengen in Doetinchem. De doelstelling van het beleidskader is drieledig: 1. Het beleidskader heeft als doel ruimte te bieden voor duurzame energieopwekkingsinitiatieven. Tot de vaststelling van het beleidskader werden initiatieven voor energieopwekking welke afwijken van het bestemmingsplan, door gebrek aan beleid, niet in behandeling genomen. Het beleidskader heeft hier verandering in gebracht. Door het beleidskader is de gemeente in staat om initiatieven te 'toetsen' op hun inpasbaarheid binnen Doetinchem. 2. De ruimtelijke kwaliteit van het grondgebied waarborgen en waar mogelijk versterken. Bronnen voor duurzame energieopwekking nemen ruimte in beslag. Afhankelijk van de beschikbare ruimte, het soort bron en de ruimtelijke impact die het heeft, is de benodigde ruimte en impact van het initiatief kleiner of groter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7893/documents/42008