CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Jaarstukken gD 2024.pdf

gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Jaarstukken 2024 gemeente Doetinchem37.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De tarieven voor 2024 zijn verhoogd met de algemene prijsverhoging van 3,0 %. Reclamebelasting Reclamebelasting is ingevoerd op verzoek van de ondernemers in vijf afgebakende gebieden. Het gaat om de binnenstad en de bedrijventerreinen De Huet, Keppelseweg, Verheulsweide en Akkermansweide. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de heffingskosten, uitgekeerd aan de ondernemersfondsen van de desbetreffende gebieden. Hieruit worden activiteiten betaald om de binnenstad en de bedrijventerreinen economisch aantrekkelijk te houden. De tarieven voor 2024 zijn geïndexeerd met de algemene prijsverhoging van 3,0%. Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Vanaf het belastingjaar 2019 is voor vastgoedondernemers in de binnenstad de BIZ ingevoerd. Het principe is hetzelfde als bij de reclamebelasting, dit betekent dat de opbrengst wordt uitgekeerd aan het ondernemersfonds van de vastgoedondernemers. Alle vastgoedondernemers die eigenaar zijn van een bedrijfspand in het BIZ-gebied betalen een bijdrage om activiteiten en investeringen mogelijk te maken. Dit zijn extra activiteiten naast dat wat de gemeente standaard aan onderhoud en investeringen doet. De BIZ geldt voor vijf jaren. De tarieven worden in deze periode niet gewijzigd. Toeristenbelasting Het doorvoeren van de prijsverhoging van 3,0% bij de toeristenbelasting zou onwerkbare tarieven met zich meebrengen.

De tarieven van de toeristenbelasting zijn daarom niet verhoogd in 2024. Dit betekent dat we in 2024 voor een hotelovernachting € 1,50 in rekening hebben gebracht en voor de overige overnachtingen een bedrag van € 1,00. Bestemmingsheffingen Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder deze categorie vallen de afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en de rioolheffing.

47

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en reinigingsrechten worden betaald voor het ophalen van bedrijfsafval. De kosten van de afvalinzameling worden gedekt door de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Dit gebeurt op basis van 100 % kostendekkendheid. Samen met Buha bv en met inspraak van bewoners is in 2020 een nieuw grondstoffenplan opgesteld. De methode “betalen per lediging van de restafvalcontainer” vormt de basis van dit plan. De afvalbeheerskosten zijn met dit plan lager dan de kosten, die de gemeente gehad zou hebben als de maatregelen uit het grondstoffenplan niet uitgevoerd zouden worden. De kostenstijging van de verwerking- en verbrandingstarieven wordt dus gedempt door de maatregelen uit dit grondstoffenplan. Het grondstoffenplan levert een sterke afname van de hoeveelheid restafval op en daarmee van de verbrandingskosten voor restafval. Dit dempt de verhoging van de afvalbeheerskosten. De verwachte kostenstijging is wel afhankelijk van de mate van stijging van de verwerkingstarieven en de mate van afvalscheiding. Hoe beter de afvalscheiding hoe lager de kosten. De btw die we moeten betalen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en reinigingsrechten kunnen we verhalen op het btw compensatie fonds.

Doordat we deze btw kunnen verhalen zijn alle gemeenten gekort op de algemene uitkering. Op grond hiervan mogen we de btw als last aan de afvalstoffenheffing toe rekenen. Zoals vermeld is het uitgangspunt binnen de gemeente om de tarieven voor 2024 van alle belastingen, heffingen en leges met het inflatiepercentage te laten stijgen met het BBP, zijnde 3%. Voor de afvalstoffenheffing is ervoor gekozen om het vaste tarief gelijk te houden en het variabele tarief meer te laten stijgen. Door alleen de variabele tarieven te verhogen, krijgen inwoners een extra prikkel om afval te scheiden. Bovendien hebben inwoners op het variabele gedeelte zelf invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing. In 2024 betalen inwoners daarom net als in 2023 een basistarief van € 244,80 voor éénpersoonshuishoudens en € 278,40 voor meerpersoonshuishoudens. De variabele tarieven voor het ledigen van de grote en kleine rolcontainer en het storten in de ondergrondse verzamelcontainer worden € 12,00, € 6,00, € 2,40 en € 1,20. Het inzamelen en verwerken van afval, wordt door Buha bv uitgevoerd. Bedrijven betalen in 2024 een vast tarief van € 411,48 incl. btw. Het inzamelen en verwerken van afval, wordt door Buha bv uitgevoerd. Ook bij reinigingsrechten is er sprake van 100% dekking. (Bedragen x € 1.000) Taakveld

Afvalstoffenheffing Lasten

7.3 Afval

6.823 Opbrengsten belastingen

BCF

1.434 Overige opbrengsten

6.3 Kwijtschelding Subtotaal dotatie aan voorz Totaal (Bedragen x € 1.000) Taakveld

Baten

Dekking

8.881 90

596 8.853

8.971

101%

8.971

100%

118 8.971 Reinigingsrechten Lasten

Baten

7.3 Afval

178 Opbrengsten belastingen

178

Totaal

178

178

Dekking 100%

48

Rioolheffing De gemeente kan uit de rioolheffing naast de zorg voor het riool ook voorzieningen bekostigen die het mogelijk maken in te spelen op de zorg voor het hemel- en grondwater binnen de gemeente. Op 14 april 2016 is het Gemeentelijk Rioleringsplan Doetinchem 2016 – 2020 vastgesteld. Dit GRP (2016 – 2020) is in 2023 – net als in 2021 en 2022 – met één jaar verlengd (2016 – 2023) in afwachting van de nieuwe Omgevingsvisie en bijbehorende plannen. Het beheer en onderhoud van de riolering wordt eveneens uitgevoerd en ingekocht bij Buha bv. Met de vernieuwde BBV is het vanaf de begroting 2018 verplicht om de omslagrente toe te rekenen aan onze taakvelden. Uitzondering hierop zijn de projectfinancieringen en de GREX. Voor nadere info wordt u verwezen naar de paragraaf financiering. Voor de investering riolering hanteren we een ander rentepercentage dan ons omslagrentepercentage. Dit wordt gedaan, gelet op de lange looptijden met een langdurige financiering. Deze vergoeding is voor 2024 berekend op 2,84% en is gebaseerd op het historisch gemiddeld rentetarief voor leningen met een looptijd van 20 jaar. Ten opzichte van 2023 is dit een daling van 0,06%. Door de positieve ontwikkeling van de voorziening ten opzichte van het vastgestelde GRP 2016-2023, was het niet nodig om een extra tariefsverhoging door te voeren.

Om de voorziening de komende jaren op peil te houden wordt het tarief alleen geïndexeerd met 3,0%. Het tarief voor de rioolheffing in 2024 bedroeg € 237,12 per object. (Bedragen x € 1.000) Taakveld 7.2 Riolering

Rioolheffing Lasten

Baten

4.303 Opbrengsten belastingen

BCF

753

Rente

757

6.3 Kwijtschelding subtotaal dotatie voorziening totaal

Dekking

6.704

409 6.222

6.704

108%

6.704

100%

482 6.704

Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. De belangrijkste retributies zijn het marktgeld en de leges. Marktgeld Ondernemers die een standplaats op de markt innemen moeten hiervoor marktgeld betalen. De tarieven zijn marktconform en in overeenstemming met de tarieven uit regiogemeenten. (Bedragen x € 1.000) Taakveld 3.3 Warenmarkt 0.4 Overhead Totaal

Marktgelden Lasten

Taakveld 131 3.3 Warenmarkt

Baten

Dekking

133

2 133

133

100%

Leges De leges zijn belastingen die de gemeente kan heffen voor het verstrekken van diensten. Uitgangspunt bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Voor bouwwerken met een lage bouwsom

49

brengen we bijvoorbeeld een tarief in rekening dat niet kostendekkend is. Dit compenseren we met een overdekking bij de grote projecten met een hoge bouwsom. Uit de hieronder ingevoegde tabel blijkt dat er inderdaad geen winst wordt gemaakt op de leges. Hoofdstuk/ paragraaf

Onderwerp

Taakveld

(bedragen x 1.000)

Lasten (incl. rente)

Overhead Lasten Baten Dekking totaal

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening 1.1 Burgerlijke stand

0.2 Burgerzaken

80

33

113

101

89%

1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

0.2 Burgerzaken

747

146

893

842

94%

1.3 Rijbewijzen

0.2 Burgerzaken

215

46

261

235

90%

1.4 Verstrekkingen in het kader van de BRP 0.2 Burgerzaken

55

18

73

66

91%

-

-

-

-

0%

1.5 Bestuursstukken

0.4 Overhead

1.6 Vastgoedinformatie

0.2 Burgerzaken

-

-

-

-

0%

1.7 Overige publiekszaken (RNI VOG naturalisatie)

0.2 Burgerzaken

53

4

57

61

107%

1.8 Gemeentearchief

0.4 Overhead

-

-

-

-

0%

1.9 Bijzondere wetten

2.2.Parkeren

21

3

25

35

139%

1.10 Diversen

0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead

-

-

-

-

0%

1.171

250

1.421

2.026

693

2.719

2.026

693

2.719

27

12

39

28

73%

28

73%

Subtotaal Hoofdstuk 1

1.340

94%

Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

8.3 Wonen en bouwen

Subtotaal Hoofdstuk 2

2.138 2.138

79% 79%

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2 3.1 t/m 3.9 Diversen o.a evenementen kinderopvang en horeca Subtotaal Hoofdstuk 3 Totaal

1.2 Openbare orde en veiligheid

27

12

39

3.224

955

4.179

3.506

84%

50

De ontwikkeling van de tarieven in 2024 Belastingsoort

Tarief 2024

Tarief 2023

OZB voor woningen Tarief eigenaar per WOZ-waarde

0,0958%

0,0955%

Tarief eigenaar per WOZ-waarde

0,2888%

0,2814%

Tarief gebruiker per WOZ-waarde

0,2610%

0,2523%

Éénpersoonshuihouden

244,80

244,80

Meerpersoonshuishouden

278,40

278,40

Lediging per keer 240 L

12,00

10,00

Lediging per keer 140 L

6,00

5,00

Inwerptrommel per keer 60 L

2,40

2,00

Inwerptrommel per keer 30 L

1,20

1,00

Extra emmer groen voor gft-afval

40,68

39,60

Extra emmer grijs voor restafval

155,64

151,20

Extra emmer blauw voor papier

40,68

39,60

Extra emmer oranje voor plasticafval

40,68

39,60

Per object

237,12

230,16

OZB voor niet-woningen

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

Lokale lastendruk Onderstaand overzicht geeft de berekende belastingdruk voor Doetinchem in 2024. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing, de zogenaamde gemeentelijke woonlasten. De volgende uitgangspunten golden bij de berekening van de belastingdruk van 2024: • gemiddelde woningwaarde van € 307.500 (2023: € 300.000 + 2,5 %); • één- en meerpersoonshuishoudens. De belastingdruk voor een bewoner die ook eigenaar is ziet er in 2024 als volgt uit: Soort huishouden

OZB

Afval vast

Afval variabel

Riool

Eenpersoonshuishouden

294,59

244,80

18,00 237,12

Meerpersoonshuishouden 294,59

278,40

60,00 237,12

Verlaging belasting

Belasting druk 2024

Belasting druk 2023

nvt

794,51

676,46

nvt

870,11

745,06

In bovenstaand overzicht is rekening gehouden met 5 ledigingen (240 L) per jaar voor een meerpersoonshuishouden en 3 ledigingen (140 L) voor een eenpersoonshuishouden. Dit kan natuurlijk per huishouden afwijken. In 2023 is de belastingdruk lager in verband met de eenmalige belastingverlaging van € 100. Het kwijtscheldingsbeleid In de belastingverordeningen is geregeld dat kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen verleend kan worden voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB. Kwijtschelding wordt verleend op basis van de rijksnormen. De kwijtscheldingsnorm is 100% van de bijstandsnorm. We hebben dit vastgelegd in de Uitvoeringsagenda Armoedebeleid & Schulddienstverlening 2022 – 2024. In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de begrote en benutting van de kwijtscheldingsbudgetten.

51

Soort kwijtschelding

Primitieve begroting 2024

Begroting ná wijziging 2024

Realisatie 2024

(bedragen x € 1.000) Afvalstoffenheffing

569

569

596

Rioolheffing

459

459

409

-

-

1

1.028

1.028

1.006

OZB Totale kwijtschelding

De opbrengsten van de gemeentelijke belastingen Het beleid ten aanzien van de gemeentelijke belastingen heeft geleid tot onderstaande belastingopbrengsten voor 2024. De gerealiseerde belastingopbrengsten hebben we vergeleken met de begrote opbrengsten. Belastingsoort

Primitieve begroting 2024

Begroting ná wijziging 2024

Ozb - woningen

8.069

8.069

8.154

Ozb - niet woningen gebruikers

3.630

3.630

3.000

Ozb - niet woningen eigenaren

2.902

2.902

3.696

-

-

-

Toeristenbelasting

92

92

85

Belasting bedrijven investeringszone (BIZ)

157

(bedragen x € 1.000)

Heffingskorting

Realisatie 2024

208

208

Hondenbelasting

-

-

-0

Reclamebelasting

385

385

405

Precariobelasting

118

118

119

Parkeerbelastingen

3.474

3.474

3.620

Totaal Algemene dekkingsmiddelen

18.878

18.878

19.237

Afvalstoffenheffing

8.863

8.863

8.443

Rioolrecht

6.618

6.618

6.704

Reinigingsrechten

178

178

223

Marktgelden

178

178

133

Leges - Titel I Algemene dienstverlening

1.351

1.114

1.338

Leges - Titel II Omgevingsvergunningen

2.078

1.948

2.138

102

114

28

38.246

37.891

38.244

Leges - Titel III Dienstverlening vallend onder Europese richtlijnen Totale belastingopbrengsten

52

2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf informeren we u over de wijze waarop we in 2024 ons risicomanagement door middel van risicogestuurd werken hebben uitgevoerd. Risicogestuurd werken is onderdeel van de reguliere werkprocessen in de organisatie. De informatie erover gebeurt via college- en raadsvoorstellen en in de documenten van de planning- en controlcyclus. Wat hebben we in 2024 gedaan aan risicogestuurd werken? Naast voldoende buffers in het beschikbare weerstandsvermogen is een goede sturing op en beheersing van de risico’s belangrijk. Er zijn risico analyses uitgevoerd op de processen binnen de gemeente, waarbij ook is gekeken welke (beheers)maatregelen er zijn genomen. Door middel van interne controles is beoordeeld of deze maatregelen in de praktijk ook effectief werken. Om het College van B&W in staat te stellen een rechtmatigheidsverklaring af te kunnen geven, zijn er ook controles uitgevoerd om te beoordelen of er wordt voldaan aan de eisen vanuit wet- en regelgeving met betrekking tot de baten en lasten en balansmutaties. In 2024 zijn verdere stappen gezet op de inzet van de nieuwe risicomanagementtool. Deze tool dient ter ondersteuning van het complexe cyclische proces rondom risicomanagement. Naast de geïnventariseerde risico's en beheersmaatregelen wordt ook de uitvoering van de interne controles vastgelegd in deze tool.

De uitrol van de tool binnen de organisatie vindt gefaseerd plaats en zal in 2025 verder worden uitgebreid. Het is van belang om inzicht te hebben in de financiële positie (hoe financieel gezond is de gemeente) en de financiële continuïteit (welke mogelijkheden zijn er financieel). Met andere woorden hoe financieel stevig is de gemeente Doetinchem? Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit en de financiële risico's. De financiële positie van Doetinchem wordt met een vijftal financiële kengetallen (schuldquote, solvabiliteit, kengetal grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit: woonlasten als een percentage van het landelijke gemiddelde) in samenhang met het weerstandsvermogen in beeld gebracht en beoordeeld. Financiële positie De financiële positie is het vermogen van de gemeente in relatie tot de exploitatie en met in achtneming van de risico's. De financiële positie is een breder begrip dan het vermogen, dat kan worden afgeleid van de balans, maar is ook een breder begrip dan het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen richt zich op de mogelijkheden tot het opvangen van onverwachte tegenvallers, terwijl de financiële positie ook betrekking heeft op de reguliere exploitatie.

Over het jaar 2024 is een positief saldo van inkomsten en uitgaven gerealiseerd en bedraagt het voordelig resultaat € 6,1 miljoen ná resultaatbestemming. Het financieel voordelig jaarresultaat heeft positief doorgewerkt op meerdere niveaus van stevigheid aan de hand waarvan is te beoordelen hoe de gemeente er voor staat. • De begroting 2024 is sluitend gemaakt met een uitname uit de algemene reserve. De jaarschijven 2025 tot en met 2027 waren structureel sluitend. De begroting was hierdoor voldoende stevig. In de realisatie over 2024 zijn de baten hoger dan de lasten, wat resulteert in een voordelig jaarrekeningresultaat. • Bij het opstellen van de begroting werd voor 2024 uitgegaan van een weerstandsfactor van 1,53. De weerstandsfactor bij de jaarrekening bedraagt per 1 januari 2025 (ná resultaatbestemming) 1,83. De hogere weerstandsfactor ten opzichte van de begroting is ontstaan doordat de risico’s vanaf de begroting 2024 zijn afgenomen en de beschikbare weerstandscapaciteit ook. Per saldo resulteert dit in een stijging van de ratio met 0,20. • De robuustheid van de balans: Hierbij gaat het onder andere om de omvang van de schulden van de gemeente (netto schuldquote) en de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen (solvabiliteit). De financiële kengetallen hebben zich in 2024 in positieve richting ontwikkeld. Met name de solvabiliteit is hoger dan 53

voorgaande jaren. Dit is het gevolg van meerdere incidentele meevallers die leiden tot een hogere algemene reserve. De uitkomsten van de financiële kengetallen worden verderop in deze paragraaf toegelicht Samenvattend is te zeggen dat de financiële positie van de gemeente in 2024 steviger is geworden op basis van het hierboven geschetste beeld. De financiële positie is 'op orde' en toereikend om de risico's op te vangen. Risicogestuurd werken in 2024: wat werd verwacht en wat is gebeurd? In deze jaarstukken evalueren we in hoeverre de in de begroting 2024 opgenomen risico's zich hebben gemanifesteerd en welke onverwachte risico's realiteit zijn geworden. Dat verantwoorden we in het betreffende programma waarop het risico betrekking heeft, deze paragraaf en/of bij de analyse van het jaarrekeningresultaat 2024. We beperken ons tot de gebeurtenissen met de grootste impact. Toelichting op de ontwikkeling van de risico's in 2024 In de geamendeerde begroting 2024 waren onderstaande risico's beschreven. We schetsen de belangrijkste ontwikkelingen in 2024 bij deze risico's. 1.Sociaal domein Het sociaal domein is breed. Ieder taakveld kent eigen financiële risico’s, deze verschillen sterk in (financiële) omvang.

De grootste risico’s zien we terug op het werkgebied van de Jeugdwet, Wmo (inclusief Beschermd Wonen en de participatiewet en deze zijn ten opzichte van voorgaande jaren niet veranderd. Deze wetten kennen een open-einde regeling, waarbij er maar een beperkte mate van tussentijdse sturing mogelijk is. In de afgelopen jaren zien we de benodigde budgetten voor het BUIG-budget, Jeugdhulp, Wmo en Beschermd Wonen sterk fluctueren. In 2023 hebben we daarbij te maken gehad met een onvoorziene grote prijsstijging binnen de regionale maatwerkcontracten Jeugd en Wmo. Het structurele tekort dat hierdoor ontstaan is, wordt gedekt door een breed scala aan beheersmaatregelen. Ook hiervoor geldt dat de open-einde regelingen van invloed zijn op de tussentijdse sturing. Een extra aandachtspunt hierbij is de verwachte groei van inwonersaantallen de komende jaren (+17% in 2036), zeker in relatie tot de opvang van nieuwkomers in onze gemeente. Met deze groei zal het aantal inwoners met een ondersteuningsvraag ook toenemen. In het sociaal domein zijn beheersmaatregelen ingezet sinds de zomer van 2023, ter voorkoming van overschrijding van budgetten voor maatwerkvoorzieningen Jeugd/Wmo. Aanleiding van de overschrijding was de herijking van tarieven met aanbieders voor maatwerkvoorzieningen.

We zien een stabilisatie in de aantallen indicaties en cliënten, ondanks externe invloeden waaronder de gevolgen van de Coronacrisis en de opvang van Oekraïners. Deze stabilisatie is toe te schrijven aan het succes van in de toegang genomen beheersmaatregelen. We zien dan ook dat door de beheersmaatregelen het tekort beperkt is en dat dit zich alleen nog heeft gemanifesteerd op Jeugd. Deze overschrijding is met name het gevolg van de huidige inkoop systematiek met bandbreedtes. We zien daarnaast dat regionaal veel Wmo-cliënten overgaan naar Beschermd thuis. Dit resulteert voor de regiogemeenten vaak in een voordeel , terwijl voor ons als centrumgemeenten deze ontwikkeling een steeds zwaardere last gaat worden op het Beschermd wonen. 2. Verbonden partijen (GR's, en BV's gD) Op grond van de BBV worden de verbonden partijen onderverdeeld in gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen (2.6) staat een verdere toelichting per verbonden partij. Een aantal verbonden partijen zien (nog steeds) financiële uitdagingen door inflatie (met name op energie-, brandstof- en overige kosten), waarbij de verwachting is dat deze prijsontwikkeling zich ook in 2025 verder voortzet.

54

3. Ontwikkellocaties (grexen en gebiedsontwikkeling) In de paragraaf grondbeleid van deze jaarstukken en het Meerjaren Perspectief Ontwikkellocaties 2025 (MPO) wordt u uitgebreid geïnformeerd over de resultaten en ontwikkelingen van de grondexploitaties en overige gebiedsontwikkelingsprojecten. Er worden projecten afgesloten en er worden nieuwe projecten opgestart. Vanwege de groeiambitie Doetinchem 2036 verwachten we dat we de komende jaren meerdere nieuwe grondexploitaties worden geopend. Elk project en elke grondexploitatie kent risico’s. Dat is inherent aan gebiedsontwikkeling. Voor elk project wordt altijd een risicoanalyse uitgevoerd en zoeken we naar mogelijkheden om deze risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Op basis van de huidige grondexploitatieprojecten verwachten we dat het totale risico ongeveer gelijk blijft aan het risico van vorig jaar. Het MPO 2025 wordt gelijktijdig met de jaarstukken 2024 aan uw raad voorgelegd. De resultaten 2024 uit het MPO zijn in het rekeningresultaat van deze jaarrekening verwerkt. 4. Garanties en leningen De gemeente staat vanuit het verleden garant voor betaling van rente en aflossing van diverse geldleningen. Het totale saldo van de garantie portefeuille is per eind 2024 € 258 miljoen. De waarborgen en garanties zijn onder te verdelen in drie categorieën. 1.

Leningen die geborgd zijn door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Voor deze leningen is de gemeente Doetinchem achtervang. Hoewel deze leningen in omvang het grootste deel van de garantieportefeuille beslaan (saldo 2024 € 250 miljoen), hebben deze een laag risicoprofiel. Wanneer het daadwerkelijk komt tot een aanspraak op deze achtervang dan heeft deze door het borgstelsel van de WSW een geringe financiële impact voor de gemeente Doetinchem. 2. Voor geldleningen die geborgd zijn door de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) staat de gemeente voor de helft van het bedrag garant. Het saldo hiervan bedraagt in 2024 € 4 miljoen. 3. Daarnaast zijn er ook leningen waarvoor de gemeente Doetinchem 100% garant staat. Dit saldo is in 2024 € 4 miljoen. Naast de garantieportefeuille heeft de gemeente Doetinchem ook aan aantal geldleningen verstrekt. Het saldo van de verstrekte leningen in 2024 bedraagt € 10 miljoen. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting gerapporteerd over de garanties en leningen en van alle afzonderlijke garanties en leningen een risicoafweging gemaakt. Op basis van het risicoprofiel van de garanties en leningen wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. In 2024 zijn er géén aanspraken op garanties of borgstellingen van de gemeente Doetinchem geweest. 5. Belastbaarheid leningen De situatie m.b.t.

de belastbaarheid van leningen is niet veranderd. Hierbij gaat het vooral om de vraag of er al dan niet sprake is van zgn. normaal vermogensbeheer. Aangezien wij geen extra arbeid inzetten om uit deze activiteiten meer rendement te kunnen halen zijn wij van mening dat er sprake is van normaal vermogensbeheer. Dit geldt voor zowel de verstrekte personeelshypotheken en de verstrekte andere leningen. Er is dus geen sprake van een onderneming voor de Vpb en dus geldt er geen belastingplicht. We zijn nog steeds in afwachting van uitspraken van overige gerechtshoven en (naar verwachting) de uitspraak in hoger beroep. 6. Rentestijgingen In 2024 kroop de rente langzaam omhoog, waarna in juli een daling werd ingezet, die tot december aanhield waarna de rente opnieuw ging stijgen tot niveaus die we in de eerste helft van het jaar kenden. Voor onze gemeente hadden de renteontwikkelingen beperkte invloed, doordat er in 2024 sprake was van overtollige middelen als gevolg van met name vooruit ontvangen subsidies en toegenomen eigen vermogen. Overtollige middelen moet we uitzetten bij het Rijk, hiervoor ontvangen we een rentevergoeding.

55

Doordat we op deze manier goedkoop in onze financieringsbehoefte konden voorzien ontstonden in 2024 rentevoordelen op het taakveld treasury. Deze voordelen zijn niet volledig geland in het rekening resultaat maar zijn door noodzakelijke verlaging van de renteomslag uitgekeerd aan de diverse taakvelden. Ten opzichte van de begroting leidde dit tot een nadeel op het taakveld treasury en een voordeel op de taakvelden. Doordat de rentevoordelen op de taakvelden deels neutrale producten betreffen (riool, afval etc.) wordt het nadeel op taakveld treasury niet volledig gecompenseerd. 7. Subsidies van derden Als gemeente zijn we voortdurend op zoek naar subsidiemogelijkheden. Dit kunnen regionale, provinciale, landelijke of Europese regelingen zijn. Vaak is co-financiering van de gemeente aan de subsidieverlening verbonden. Subsidieverleners stellen een beschikking op waarin de voorwaarden voor ons als subsidieontvanger worden vastgelegd. Bij hogere subsidiebedragen kan een accountantscontrole deel uitmaken van de subsidievaststelling. We sturen op maatregelen en processen om de inhoudelijke en financiële voorwaarden na te komen. Als we niet aan de voorwaarden kunnen voldoen, bestaat het risico dat de subsidie lager wordt vastgesteld en dat we evt. ontvangen voorschotten moeten terugbetalen. In 2024 is dit zeer beperkt het geval geweest. 8.

Gemeentefonds: reguliere risico's Jaarlijks ontvangen wij het grootste deel van onze inkomsten via de uitkering van het rijk via het gemeentefonds. In verantwoording vindt plaats in programma 4. Organisatie en financiën. De reden dat de uitkering van het gemeentefonds als risico wordt opgenomen is dat de uitkering sterk aan fluctuaties onderhevig is. In de begroting 2024 hebben we melding gemaakt van onder andere het risico van de opschalingskorting. In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 geschrapt. Ondanks het schrappen van de opschalingskorting blijft de uitkering uit het gemeentefonds een risico. Het ravijnjaar 2026 en het schrappen van het trap op, trap af mechanisme zijn hiervan voorbeelden. Tenslotte kijken wij uit naar de meicirculaire 2025. Hierin wordt waarschijnlijk zichtbaar welke maatregelen het nieuwe kabinet gaat nemen in relatie tot het gemeentefonds. 9. Algemene basis AR onvoorziene risico's Niet alle risico's kunnen worden voorzien of met ramingen worden onderbouwd. We houden voor dergelijke risico's een basisreserve aan in onze algemene reserve voor onvoorziene risico's. Hieronder beschrijven we de voortgang van enkele specifieke risico's in deze categorie. Handhavingstraject Voltastraat 86A Ten aanzien van het dossier Voltastraat 86a blijven er financiële risico's bestaan voor de gemeente Doetinchem.

Uitgangspunt is nog steeds om de kosten zoveel als mogelijk te verhalen. Echter of, en in welke mate dit gaat lukken is nog niet te voorspellen. Op dit moment vindt dekking van de kosten plaats door het inzetten van SPUK-subsidies en deels ook door een bijdrage van de eigenaar van het terrein. Maar uiteindelijk is het nog steeds niet volledig uitgesloten dat de gemeente een deel van de kosten voor haar rekening moet nemen. Nadat de PFAS houdende vloeistoffen waren afgevoerd en de silo's zijn verwijderd, is gestart met de voorbereidingen voor de bodemsanering. Deze is in eind 2024 gestart en wordt naar verwachting medio 2025 afgerond. Daarna start de grondwatersanering. Dit wordt een langlopend traject. PFAS problematiek Iseldoks In de periode januari t/m juni 2024 is de laatste grondwatersanering uitgevoerd. Dit is afgerond. Vanaf juli 2024 is het projectrisico PFAS sterk afgeschaald. Wat rest is de sanering van 2 spotverontreiniging PFAS in de bodem in 2025. Dat zijn voorziene kosten in de GREX.

56

Verzekeringen Als gemeente lopen we het risico op het onbewust onderverzekerd zijn. Dit geldt zeker voor het vastgoed wat we als gemeente bezitten. In 2024 zijn weer verdere stappen gezet om dit risico te mitigeren, hetgeen in de paragraaf Bedrijfsvoering nader is toegelicht. 10. Loon- prijsontwikkelingen In de begroting 2024 was in een stelpost nominale ontwikkelingen rekening gehouden met hogere energiekosten, loonkosten van Buha en de stijgende contracten en bestekken bij Buha. Buha heeft als gevolg van deze ontwikkelingen voor € 1 miljoen aanspraak moeten maken op deze stelpost. In het sociaal domein hebben we gezien, dat de indexatie waarmee gerekend is bij de totstandkoming van de begroting 2024 fors is gestegen. Hierdoor zijn in de tweede bestuurlijke monitor tekorten ontstaan. 11. Databeveiliging We werken continu aan de digitale veiligheid van onze gemeente. Dit doen we op basis van de eisen en maatregelen uit de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) en de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). De onderkende risicovolle gebeurtenissen uit de begroting 2024 hebben zich in meer of mindere mate wel voorgedaan, maar hebben niet geleid tot grote excessen en/of tot financiële kostenposten. De onderkende risico’s, welke continu spelen in onze organisatie, kunnen we beperken door maatregelen te nemen, maar we kunnen deze niet altijd helemaal voorkomen. 12.

Onvolledige compensatie door het Rijk voor de opvang van vluchtelingen Het Rijk heeft ons voor zowel de crisisnoodopvang als voor de opvang van Oekraïners volledig gecompenseerd. De Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne voorziet in het vergoeden van kosten aan gemeenten die zijn gemaakt bij het realiseren en exploiteren van de opvang en verstrekkingen aan ontheemden uit Oekraïne. Met ingang 1 januari 2024 bedraagt de vergoeding € 61 per dag (was in 2023 € 83 per dag) per gerealiseerde gemeentelijke opvangplek. In de begroting 2024 is een positief voordeel van € 500.000 geraamd. Bij de tweede bestuurlijk monitor is aanvullend een verwacht voordeel van € 4.000.000 toegevoegd aan de reserve Crisisherstelfonds. In deze jaarrekening wordt voorgesteld om nog € 741.000 aan de BR crisis herstelfonds toe te voegen. Het normbedrag dat gemeenten in 2025 per dag per bed ontvangen voor de opvang van Oekraïners gaat overigens omlaag naar € 44 in 2025. Het voordeel op opvang van Oekraïners zal hierdoor afnemen. 13. Leges derving a.g.v. implementatie omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Het risico van derving van legesinkomsten heeft zich niet voorgedaan in het jaar 2024. Er is een voordelig resultaat op leges gerealiseerd van ongeveer € 100.000.

De bouwproductie blijft in Doetinchem (relatief) hoog waardoor er meer legesopbrengsten worden ontvangen dan begroot. Aangezien de maximale omvang van de bestemmingsreserve omgevingsvergunningen is bereikt valt het voordelig resultaat vrij ten gunste van de algemene middelen. 14. Risico's i.v.m. landelijke en regionale beleidsontwikkelingen Om de ambities uit de coalitieagenda te realiseren hebben en gaan we de komende jaren fors investeren. Voorbeelden hiervan zijn huisvesting scholen, cultuur, sport, sociaal domein, ruimtelijke projecten, onderhoudsbudgetten ruimte en onze groei-ambities in het kader van gD 2036. Net als afgelopen jaar blijkt ook nu weer dat de vacatures op m.n. specialistische functies binnen de gemeenten moeilijk ingevuld kunnen worden, waardoor werkzaamheden zijn blijven liggen. Dit risico heeft zich zowel in de tweede bestuurlijke monitor als ook in deze jaarrekening gemanifesteerd, doordat we op personele kosten middelen overhouden.

57

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico's. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Sinds de begroting 2022 geldt dat de ondernorm van de ratio bepaald is op 1,0 en de bovennorm op 1,5. In de begroting 2024 werd geconstateerd bij confrontatie tussen de beschikbare en de berekende benodigde weerstandscapaciteit, dat de gemeente Doetinchem in 2024 met een weerstandsratio van 1,53 over voldoende weerstandsvermogen zou beschikken. In de volgende tabel treft u het bij de begroting 2024 geïnventariseerde risicoprofiel aan, geactualiseerd op basis van het MPO. Nr Risico's

Realisatie Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 2024 2025 2026 2027 2028 Bedragen x € 1.000

1 Sociaal domein (inclusief BUIG)

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

2 Verbonden partijen (GR's en BV's gD)

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

3 Ontwikkellocaties (grexen en gebiedsontwikkelingen)

1.740

1.000

1.000

1.000

1.000

4 Garanties & leningen

720

710

710

710

710

5 Belastbaarheid leningen

50

250

250

250

250

6 Rentestijgingen

500

500

500

500

500

7 Subsidies van derden

250

250

250

250

250

8 Gemeentefonds: reguliere risico's

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

9 Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

10 Loon- prijsontwikkelingen

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

11 Data-beveiliging (IM, avg, bio)

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

12 IT- infrastructuur

-

1.000

1.000

1.000

1.000

13 Onvolledige compensatie door het Rijk voor de opvang van vluchtelingen

1.000

500

500

500

500

14 Leges derving a.g.v. implementatie omgevingswet

500

500

500

500

500

15 Risico's i.v.m. landelijke en regionale beleidsontwikkelingen

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal gekwantificeerde risico's

23.260

23.210

23.210

23.210

23.210

De weerstandscapaciteit per 1-1-2025 verbetert door de toevoeging van het resultaat van € 6.141.000 aan de algemene reserve. Weerstandscapaciteit

2025

2026

2027

2028

42.372

42.452

42.532

42.612

80

80

80

80

42.452

42.532

42.612

42.692

Bedragen x € 1.000 Algemene reserve per 1-1 incl. jaarrekeningresultaat 2024 Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven Totale beschikbare weerstandscapaciteit

Wanneer we de omvang van risico's afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit, dan blijkt dat onze weerstandscapaciteit ten opzichte van de begroting 2024 in de komende jaren verbeterd. Bij de begroting 2026 wordt deze opnieuw berekend.

58

Verhouding gewenst versus beschikbaar weerstandsvermogen

2024

2025

2026

2027

2028

Bedragen x € 1.000 Totaal gekwantificeerde risico's per 1-1

23.260 23.210 23.210 23.210 23.210

Totale beschikbare weerstandscapaciteit per 1-1

35.611 42.452 42.532 42.612 42.692

Ratio weerstandsvermogen

1,53

1,83

1,83

1,84

1,84

Financiële kengetallen De vijf financiële kengetallen zijn vastgesteld in het BBV. De berekeningswijze is vastgelegd in een ministeriële regeling. Omdat de rente en schulden van verstrekte leningen en grondvoorraden niet drukken op onze begroting hebben we aan de verplichte kengetallen het kengetal 'netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen' (1a) en het kengetal 'solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden' (2a) toegevoegd. Hieronder leest u een overzicht van de financiële kengetallen. Vervolgens geven we een toelichting bij ieder kengetal. Financiële kengetallen

Primitieve begroting 2024

Realisatie 2024

Realisatie 2023

1. Netto schuldquote

69%

38%

49%

1a. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

62%

33%

43%

2. Solvabiliteitsratio

27%

35%

32%

2a. Solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden

33%

43%

40%

3. Kengetal grondexploitatie

13%

12%

15%

4. Structurele exploitatieruimte

4,8%

4,7%

1,0%

5. Belastingcapaciteit: woonlasten als % van landelijk gemiddelde

88%

88%

79%

Toelichting op de financiële kengetallen Netto schuldquote Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle inkomsten minus de reserve mutaties. De omvang van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een lagere netto schuld in combinatie met een hogere inkomsten zorgt voor een lagere schuldquote ten opzichte van de begroting. In 2024 hoefden we minder te lenen dan begroot. Enerzijds doordat de kredieten nog niet volledig zijn uitgegeven en anderzijds doordat we geld hebben overgehouden in onze begroting. Hierdoor hoefde er minder geleend te worden. De hogere inkomsten ontstaan onder andere door verkoop gronden en ontvangen subsidies of uitkeringen. Een deel van onze schuld zijn we aangegaan om deze vervolgens door te lenen. Daarom wordt ook de netto schuldquote berekend gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De Provincie Gelderland geeft de volgende norm: zodra de netto schuldquote boven 130% is, is sprake van een zeer hoge schuld. Is de quote hoger dan 100%, dan is waakzaamheid geboden. Tot 100% is deze voldoende. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal (eigen- en vreemd vermogen samen). Het cijfer geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen.

Wanneer we het balanstotaal zouden verlagen door grondverkopen en/of door aflossingen van verstrekte leningen waarmee onze schulden kunnen worden afgelost, dan wijzigt de solvabiliteitsratio. De Provincie Gelderland acht een solvabiliteit lager dan 20% risicovol, tussen 20% en 50% voldoende en boven 50% minst risicovol. De gemeente Doetinchem is voldoende solvabel. De ratio is licht verbeterd ten opzichte van de begroting en de rekening 2023.

59

Kengetal grondexploitaties Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de boekwaarde van de grondpositie is ten opzichte van de jaarlijkse baten van de gehele gemeentebegroting. Gemeenten met gronden met een lage boekwaarde lopen minder risico dan gemeenten met een hoge boekwaarde. De Provincie Gelderland stelt geen norm voor dit kengetal. Alleen de boekwaarde afgezet tegen de totale baten zegt immers weinig. Om te kunnen beoordelen of een gemeente goed scoort met haar grondbedrijf, moeten ook afzetprognoses en getroffen voorzieningen beoordeeld worden. Wij doen de beoordeling en bijstelling jaarlijks via het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) en onze accountant beoordeelt deze vanuit zijn verantwoordelijkheid. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening zoals die nu is voorgeschreven moeten we het saldo van structurele baten en lasten delen door de totale baten minus de onttrekking aan de reserves. Het kengetal moet hierdoor minimaal groter dan 0 zijn, anders duidt dit op een tekort in de structurele ruimte.

Belastingcapaciteit: woonlasten als percentage van het landelijk gemiddelde Bij dit kengetal worden de Doetinchemse woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZwaarde afgezet tegen het landelijk gemiddelde tarief van het jaar vóór het begrotingsjaar. Het gaat om de woonlasten: OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Aanpassingen van deze belastingen beïnvloeden het percentage van de belastingcapaciteit. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten in Doetinchem lager dan gemiddeld in Nederland. In 2023 was het percentage lager in verband met de eenmalige belastingverlaging van € 100. Het huidige percentage bedraagt 88%.

60

2.3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Buha is de verbonden uitvoeringsorganisatie van de gemeente Doetinchem als het gaat om het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van de gemaakte afspraken tussen opdrachtgever gemeente Doetinchem en opdrachtnemer Buha BV (OGON) worden de kapitaalgoederen onderhouden volgens de samenwerkingsovereenkomst en bijhorende dienstenkaarten. Waar gaat deze paragraaf over? Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die regelmatig onderhoud vergen, zoals wegen, gebouwen, groen, riolering en watervoorziening. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van de gemeente, onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2024 Door college/raad vastgesteld in

Looptijd t/m

Wegen

Beheerplannen

2021

2031

Riolering

2022

2025

Groen

2017

2027

Gebouwen/accommodaties

2023

2032

Civieltechnische kunstwerken

2023

2032

Openbare verlichting

2022

2027

Kapitaalgoed wegen Te onderhouden kapitaalgoederen De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 4.031.000 m2 verharding. • 54% uit elementenverharding (klinkers en tegels) • 42% uit asfaltverharding • 4% uit overige toplagen zoals puin- en zandwegen Het beleidskader • Wegenbeleidsplan 2021-2031 • Amendement onderhoudsniveau elementenverharding 2022 • Mobiliteitsvisie 2016-2026 • Uitvoeringsprogramma mobiliteit • Nota verkeerslichten 2013 • Beheerplan Verkeersregelinstallaties 2022-2027 • Wegcategoriseringsplan 2009 • Richtlijnen, normen en instrumenten voor het wegontwerp van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) De leidraad voor onderhoud van de wegen is de systematiek voor rationeel wegbeheer van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). Jaarlijks houden we een weginspectie en wordt een meerjarig beheer- en onderhoudsplan opgesteld. In het beheerplan wegen wordt jaarlijks aangegeven welk onderhoud uitgevoerd is, wat de kwaliteit is van het wegennet en welke onderhoudsmaatregelen met bijbehorende financiën de komende jaren uitgevoerd worden. Het nieuwe beleidsplan Wegen is in 2021 aan het college van burgemeester en wethouders en de raad voorgelegd en vastgesteld.

Daarnaast is er een amendement aangenomen om ook de elementenverharding op het kwaliteitsniveau basis te

61

onderhouden. Door het toegekende extra budget is de verwachting dat de kwaliteit van de wegen weer zal gaan toenemen. Financiële consequenties in de begroting In de kadernota 2022 heeft de raad heeft besloten in de planperiode 2022-2025 jaarlijks € 100.000 (€ 400.000 vanaf 2025 structureel) toe te kennen voor het onderhoud van wegen. Hiermee is er in 2024 € 300.000 extra beschikbaar ten opzichte van 2021. Stand van zaken planuitvoering begroting 2024 De uitvoering van het reguliere onderhoud wegen loopt volgens planning. Verder zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Keppelseweg – Gaswal – Hofstraat te Doetinchem • Bokkenstraat te Wehl • Over de Beek te Gaanderen • Ellegoorsestraat te Doetinchem • Houtsmastraat te Doetinchem • Notenstraatje en Bleeksestraat te Wehl • Vogelstraat – Belderstraat te Doetinchem • Gele plateaus buitengebied Doetinchem en Gaanderen • Spaarenbergstraat te Gaanderen • Fietspad Liemerstunnel te Doetinchem • Fietspad station de Huet te Doetinchem • Steverinkstraat te Gaanderen • Van Hogendorplaan te Doetinchem • Willem Dreeslaan te Doetinchem • Molenstraat te Wehl • Dennenweg te Doetinchem Kwalitatieve indicatoren voor kapitaalgoed wegen Product Wegen Kwaliteit totaal areaal verhardingen Norm CROW totaal areaal verhardingen

Voldoende

Matig

95%

1%

Onvoldoende 4%

77-87%

9-14%

4-9%

Kwaliteit areaal asfaltverhardingen

93%

2%

5%

Norm CROW asfaltverhardingen

75-85%

10-15%

5-10%

Kwaliteit areaal elementenverhardingen Norm CROW elementenverhardingen

96%

1%

3%

80-90%

7-12%

3-8%

Voor het totale areaal wegen is geen sprake van achterstallig onderhoud. Echter we zien dat 5% van het asfaltareaal onvoldoende van kwaliteit is. Dit percentage is ten opzichte van 2023 gelijk gebleven. Dit valt binnen de normen die het CROW daaraan stelt (510%). Bij het nieuwe beleidsplan Wegen 2021-2031 is extra onderhoudsbudget toegekend om het onderhoudsniveau van de infrastructuur op peil te houden en te voorkomen dat onveilige situatie of kapitaalvernietiging ontstaat.

Kapitaalgoed riolering Te onderhouden kapitaalgoederen • 380 km vrijverval riool • 17,5 km persleiding • 9.000 stuks inspectieputten • 19.750 straatkolken • 25 overstorten • 7 randvoorzieningen / bergbezinkbassins • 48 rioolgemalen • 491 drukrioolunits • 123 IBA’s (individuele behandeling afvalwater) • 86 grondwatermeetpunten

62

Het beleidskader Gemeenten hebben de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het stedelijk afvalwater. Dit is/was vastgelegd in de Wet Milieubeheer en werd vertaald in een Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP). Met de invoering van de Omgevingswet is dit vervallen en wordt het beleid vastgelegd in de Omgevingsvisie. Medio 2025 wordt het Water- en Riolerings Plan (WRP) aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd. Tot die tijd worden de beleidslijnen uit het laatste GRP (2016-2020) gehanteerd tot het moment dat het WRP is vastgesteld. Het kostendekkingsplan en het uitvoeringsprogramma zijn aparte onderdelen geworden die natuurlijk wel met elkaar samen hangen. Het kostendekkingsplan voor de komende 10 jaar is gemaakt. Hierbij is ook een tweede versie gemaakt om de klimaatmaatregelen te dekken. Het uitvoeringsplan voor de riolering is in 2022 door de Raad vastgesteld en loopt t/m 2025. • Beheerplan Rioleringen 2022-2025 De volgende doelen zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (GRP). Deze is verlengd tot de vaststelling van het Water- en Riolerings Plan (WRP).

Daarna zal middels de bouwsteen water het beleid worden vastgelegd in de Omgevingsvisie: • Duurzame bescherming van de volksgezondheid • Handhaving van een goede leefomgeving • Duurzame bescherming van natuur en milieu Deze doelstellingen bereiken we door: • Het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering • Het renoveren van rioolgemalen, mechanische riolering en IBA’s • Het renoveren, vervangen en vernieuwen van riolen • Het dagelijkse beheer en onderhoud aan rioolgemalen, drukriolering, IBA’s, kolken en de overige rioleringssystemen Door het afkoppelen van verharde oppervlakten wordt geanticipeerd op de klimaatverandering door afvalwater en hemelwater te scheiden. Zo wordt de kans op wateroverlast vanuit de gemengde rioolstelsels verkleind. Jaarlijks inspecteren we een deel van het rioolstelsel, alle gemalen, drukrioleringsunits en IBA’s. Financiële consequenties in de begroting Door de maatregelen vanuit het Delta Programma Ruimte Adaptatie (DPRA) stijgen de uitgaven de komende jaren. Vanaf 2025 zijn deze kosten opgenomen in de begroting. De maatregelen rondom riolering, water, klimaatadaptatie worden opgenomen binnen de Omgevingsvisie en plannen. In 2025 stellen wij daarom een Water- en RioleringsPlan (WRP 2026-2035) op. De financiële consequenties van dit plan worden vertaald in de begroting 2026.

Stand van zaken planuitvoering begroting 2024 Het reguliere onderhoud aan de riolering is volgens planning uitgevoerd. Verder zijn de onderstaande onderzoeken en projecten gestart/uitgevoerd: • Het bepalen van de kwaliteit van de duikers binnen de bebouwde kom te gaan bepalen d.m.v. camera inspectie. Door de extreme regenval zijn de uitvoeringswerkzaamheden doorgeschoven naar 2024 • Voorbereiding van gemeentelijke projecten, en deelgenomen in projectgroepen, met kennis en expertise van Buha • Ampsen • Wijnbergseweg - Doetinchemseweg • Vijverbergroute • J.F. Kennedylaan • Wijk de Pas • Subsidieregeling Water en Groen

63

Binnen het vervangingsplan zijn de volgende investeringen uitgevoerd: • 3 IBA’s compleet vervangen en een deel van het renovatieprogramma van de IBA’s uitgevoerd • Een kolkenreparatie ronde plaats gevonden • Een gedeelte van de J.F. Kennedylaan is afgekoppeld en de uitleggers zijn vernieuwd • Een gedeelte van de Wijnbergseweg is afgekoppeld, een paar rioolstrengen zijn vervangen en de uitleggers zijn vervangen • Vervangen elektro-/mechanische installaties gemalen Hoekhorsterweg en de Kruithofseweg opdracht voor gegeven ivm stroomaansluiting uitvoering begin 2025 • Modems en loggers van diverse grondwatermeetpunten vervangen • Het reinigen van duikers in het buitengebied • Het reinigen en inspecteren van duikers binnen de bebouwde kom • Een deel van onze waterdoorlatende verharding is gereinigd • Renoveren van een aantal rioolstrengen in de Wolborgenmate, Fabrieksstraat Boerhaavelaan, Eduard Schilderinkstraat, Spoorstraat, Rembrandtweg inclusief putrenovaties De onderstaande investeringen zijn in 2024 voorbereid / in voorbereiding en worden in 2025 en verder uitgevoerd: • Afkoppelen en herinrichten De Ampsen • Renoveren en water robuust inrichten wijk De Pas In 2024 is wederom goed gebruik gemaakt van de stimuleringsregeling voor het afkoppelen van woningen. In totaal zijn 67 woningen geheel of gedeeltelijk afgekoppeld.

Hiermee is circa 3.445 m2 dakoppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering. Product Afvalwatersysteem Aanlegperiode riolering:

Voldoet aan doelen, functionele eisen en maatstaven conform het geldende beleid.

15% ouder dan 1970

Ja

31% tussen 1970 en 1989

Ja

38% tussen 1990 en 2009

Ja

16% na 2010

Ja

Leeftijd is niet alleen de bepalende factor voor de kwaliteit van de riolering. Aantastingen, extreme vervuiling, overlast van boomwortels e.d. zijn mede bepalend voor het moment van vervangen/renoveren. Daarnaast worden er keuzes gemaakt om integraal met projecten mee te liften, waardoor er soms eerder of later vervangen wordt, met minder kosten als gevolg door werk met werk te maken. Ook is het zo dat de levensduur soms langer blijkt te zijn dan die technisch is. Daardoor zit er altijd een bepaalde flexibiliteit in waardoor we het gemeentelijke rioolstelsel optimaal kunnen laten functioneren.

Kapitaalgoed groen Te onderhouden kapitaalgoederen Bomen, plantsoenen, bermen, parken, bospercelen inclusief de daar binnen aanwezige technische voorzieningen. • Openbaar groen ca. 568 ha. • Bomenbestand ca. 37.500 stuks • Speeltoestellen 639 stuks Het beleidskader Het technisch en functioneel in stand houden van de openbare groen- en recreatievoorzieningen op het niveau ‘eenvoudig’ binnen de budgettaire kaders. Voldoen aan de wettelijke zorgplicht met betrekking tot bomen, groen en spelen. Met de instandhouding wordt concreet bedoeld het onderhoud en de noodzakelijke vervanging van bomen en overig groen op het land en in het water, zodanig dat de voorzieningen in stand blijven op het kwaliteitsniveau ‘eenvoudig’ zoals vastgesteld in de Beeldkwaliteitcatalogus / Structuurvisie / Groenstructuurplan (In de programmabegroting 2012 zijn de kwaliteitsniveaus aangepast naar ‘eenvoudig’). In 2017 is het

64

Groenstructuurplan vastgesteld, waarin een visie wordt neergelegd met betrekking tot de groenontwikkeling in en om de stad. Stand van zaken planuitvoering begroting 2024 De onderhoudsniveaus zoals deze zijn vastgelegd in de beeldkwaliteit catalogus zijn gehaald, 1/3 van de werkzaamheden is uitbesteed aan de markt. Doetinchem werkt met het Wijkbedrijf: een slimme combinatie van eigen vakmensen, mensen van het werkvoorzieningsschap en wijkbewoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het wijkbedrijf doet ruim 2/3 van de werkzaamheden binnen de gemeente Doetinchem. Het reguliere werk is volgens planning uitgevoerd. • Inspectie 1/3 deel van het bomenbestand • Onderhoud 1/3 deel van het bomenbestand • Onderhoud openbaar groen, bos en natuur • Er is uitvoering gegeven aan het bestek ruw gras, gazon, sierplantsoen en schapenbegrazing. Bestrijding invasieve exoten In totaal zijn er op dit moment ca. 240 locaties geregistreerd waar de Japanse Duizendknoop is aangetroffen. Het betreft circa 10.000 m2. Momenteel worden er 127 locaties bestreden (circa 4.900 m2). Het totaal oppervlak Japanse Duizendknoop is in 2024 gestegen met circa 5 %. De verwachting is dat in de aankomende jaren een extrapolatie van het oppervlak en de kosten voor beheer en bestrijding is te verwachten. Eikenprocessierups De plaagdruk van de eikenprocessierups is in 2024 wederom lager gebleken dan voorgaande jaren.

Er is aandacht voor het verhogen van biodiversiteit, bijvoorbeeld door het aanleggen bloemrijk gras, ander maaibeheer en gebruik van diverse soorten beplantingen. Dit lijkt een positief effect te hebben op de plaagdruk van de eikenprocessierups. Spelen De dienstenkaart Sport, speel- en ontmoetingsvoorzieningen is in 2024 geactualiseerd. Daarin is als bijlage een kaart opgenomen met verschillende typen speelplekken: trapveldje, wijkspeelplek, buurtspeelplek en particuliere speelplek. Op deze locaties wordt naast het reguliere onderhoud (onderhoud, inspectie en reparatie) indien gewenst ook geïnvesteerd. De zogenaamde straatspeelplekken zullen op den duur allemaal verdwijnen. In 2024 zijn een aantal locaties aangelegd en/of vernieuwd. Voorbeelden hiervan zijn: Heideslag te Wehl, Remmelinkstraat en Pelgrimstraat. Kapitaalgoed gebouwen Te onderhouden kapitaalgoederen • 12 binnensportaccommodaties • 6 buitensportaccommodaties • 2 wijkcentra • 1 welzijnsgebouw • 3 cultuurgebouwen • 2 gebouwen eigen huisvesting gemeente Doetinchem • Huisvesting Buha • 2 centra voor kinder-, en peuteropvang • 3 gebouwen op de begraafplaatsen • Riool, - trafo en nutsgebouwen • Diverse gebouwen molens, kinderboerderij en opstallen Koekendaal etc. • Kunstwerken Het beleidskader Het gemeentelijk vastgoed wordt beheerd en geëxploiteerd vanuit het vastgoedfonds .

In maart 2022 heeft de raad de herijking van het vastgoedfonds vastgesteld. Het meerjaren

65

onderhoudsplan gebouwen 2023-2032 (MJOP) is december 2023 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. In 2024 is door de Raad besloten om eenmalig bedrag van € 1.350.000 in het vastgoedfonds te doteren zodat tijdelijk het onderhoud van het maatschappelijk vastgoed op onderhoudsniveau 3 kan plaatsvinden. De verwachting is dat onderhoudsniveau 3 hierdoor kan worden gehandhaafd tot 2031/2032. Stand van zaken planuitvoering begroting 2024 Naast het reguliere beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • De dakbedekking van de sporthal van de Pol is vervangen inclusief de isolatie zodat deze weer aan de huidige maatstaven voldoet; • Bij het Koningin Beatrixcentrum (KBC) in Wehl is de conventionele verlichting door Led vervangen; • Het pand Stichting Jongeren Opvang Doetinchem, Spoorstraat 46 is geschilderd; • Bij de Benninkmolen is de kap gedeeltelijk van dakleien voorzien en de rest weer geconserveerd; • Bij de Walmolen is een gedeelte van het voegwerk vervangen; • Bij Kentalis Doetinchem, Vondelstraat 220 is een gedeelte van de kozijnen vervangen; • Voor 5 panden (het gemeentehuis, Het Kleurrijk, de Zuwe, de Pol en het KBC) is een verduurzamingssubsidie beschikbaar gesteld. De komende jaren worden deze panden verduurzaamd. Product Accommodaties Onderhoudsniveau Conditiescore conform NEN 2767

Niveau 3 Redelijk

Plaatselijke zichtbare veroudering. Functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel niet in gevaar

Voldoet aan onderhoudsniveau 3

Kapitaalgoed civieltechnische kunstwerken Te onderhouden kapitaalgoederen We beheren 87 grote civieltechnische kunstwerken: • 5 beweegbare bruggen • 59 bruggen (beton/staal/hout) • 9 tunnels • 10 steigers • 1 geluidsscherm • 2 kademuren • 1 flaneersteiger Het beleidskader Het in stand houden van de civieltechnische kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘eenvoudig’ zoals vastgesteld in de Programmabegroting 2021. Het beheerplan voor de civieltechnische kunstwerken 2022-2032 is in 2023 door de raad vastgesteld. Stand van zaken planuitvoering begroting 2024 Het reguliere onderhoud aan de civieltechnische kunstwerken is volgens planning uitgevoerd. Verder zijn de onderstaande werkzaamheden uitgevoerd: • Inspecties van de kunstwerken uitgevoerd • Er is gestart met het conserveren van negen civieltechnische kunstwerken • Er is een Human Factors toets uitgevoerd op de beweegbare bruggen • Er is een asbestonderzoek uitgevoerd op de beweegbare bruggen • De marifooninstallatie is vervangen • Er zijn voegovergangen vervangen bij meerdere tunnels • Er zijn diverse klein onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd

66

Voor het vervangen van de besturing van de beweegbare bruggen is de aanbesteding afgerond en gegund. De aannemer is gestart met het uitwerken van de ontwerpdocumenten. De realisatie zal vanaf eind 2025 gaan plaats vinden. Product Kunstwerken Kapitaalgoed

Norm NEN 2767-4

Brug beton

Redelijk

Beweegbare brug

Redelijk

Brug hout

Redelijk

Brug staal

Redelijk

Geluidsscherm

Goed

Kademuur

Redelijk

Steiger

Redelijk

Tunnel

Redelijk

Kapitaalgoed openbare verlichting Te onderhouden kapitaalgoederen De openbare verlichting binnen de gemeentegrenzen totaal ongeveer 14.050 lichtmasten. Het beleidskader De kaders voor de komende periode (vastgestelde beheerplan 2022-2027) zijn: • Verlichten op maat • Het tegengaan van lichtvervuiling • Het toepassen van duurzame materialen en het benutten van de technische levensduur • Het energieverbruik verminderen • Producten circulair inkopen Financiële consequenties in de begroting 2024 In 2022 is het nieuwe beheersplan Openbare Verlichting 2022-2027 vastgesteld. In de Begroting 2024 zijn de financiële gevolgen meegenomen. Stand van zaken planuitvoering begroting 2024 Het onderhoud aan de verlichting is dit jaar volgens planning gerealiseerd. De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd. • 1360 armaturen zijn omgebouwd naar led • 400 armaturen zijn vervangen • 120 schade masten zijn vervangen • 240 masten zijn vervangen i.v.m de leeftijd • 300 masten zijn geïnspecteerd op kwaliteit, om levensduur te verlengen Financieel overzicht Voor het uitvoeren van het onderhoud op onze kapitaalgoederen is door de raad budget beschikbaar gesteld. Het onderhoud van de kapitaalgoederen wordt voornamelijk gedaan door Buha bv. Hiervoor zijn afspraken gemaakt. Onderstaande tabel laat de uitgaven per product, exclusief de investeringslasten zien.

67

Taakveld

Product omschrijving

(bedragen x € 1.000) 2.1 - Verkeer en vervoer

Wegen, straten en pleinen e.d.

2.1 - Verkeer en vervoer

Openbare verlichting

5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Openbaar groen

5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie 7.2 - Riolering

Primitieve begroting 2024

Begroting ná wijziging 2024

Realisatie 2024

5.885

5.955

400

418

5.955 418

5.562

5.735

5.735

Speelvoorzieningen (groen)

301

311

311

Riolering en Watervoorziening

2.508

2.357

2.357

Jaarlijks bedrag voor het periodiek onderhoud voor de gebouwen

1.000

807

883

68

2.4 Financiering Om onze bezittingen te financieren is geld nodig. Dit kan ons eigen gespaarde geld zijn of van derden geleend geld. Omdat geld lenen geld kost, is de uitvoering van ons financieringsbeleid een risicovolle taak. Deze taak is daarom gebonden aan wettelijke kaders (met name de wet Fido en de wet Hof) en aan kaders in de door de raad vastgestelde financiële verordening. De nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in het door het college vastgestelde treasurystatuut. In deze paragraaf gaan we in op ons financieringsbeleid en de beheersing van de risico’s. 1. Welke beleidsdocumenten vormen de basis voor deze paragraaf? In de financiële verordening en het treasurystatuut hebben we kaders gesteld ten aanzien van financiering. 2. Wat wilden we bereiken ? Het gemeentelijk financieringsbeleid is er op gericht om: - te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn; - de risico’s die met deze transacties verbonden zijn te beheersen; - de rentekosten van de leningen zoveel mogelijk te beperken; - de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities te beperken. Onze uitgangspunten daarbij zijn: - Onze schulden zijn niet hoger dan de waarde van onze bezittingen.

- In de begroting wordt de rente voor nieuw leningen gebaseerd op prognoses van gerenommeerde instellingen waarbij voorzichtigheidshalve een opslag wordt gehanteerd. - Wij proberen de kasgeldlimiet optimaal te benutten vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld (bijv. daggeld en kasgeld) vrijwel altijd lager is dan van langlopende leningen. 3. Wat hebben gedaan Om onze investeringen te financieren gebruiken we ons eigen gespaarde geld in de reserves en voorzieningen en lenen we geld. Wat betreft de langlopende geldleningen (dat zijn leningen met een looptijd langer dan één jaar) hebben we in 2024 € 15,9 miljoen afgelost en zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Voor het aantrekken van leningen vragen we minimaal twee offertes op. Eind 2024 hebben we in totaal € 128,6 miljoen aan langlopende leningen opgenomen (was eind 2023 € 144,6 miljoen). Naast langlopende leningen lenen we ook met kort geld. Omdat kort geld goedkoper is dan lang lenen we ook met kort geld. Kort geld lenen mogen we niet onbeperkt. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel we met kort geld mogen financieren. De limiet is door het rijk vastgesteld en bedraagt 8,5% van de totale lasten in de begroting. De kasgeldlimiet is voor 2024 berekend op € 24,2 miljoen. In 2024 was er sprake van overtollige middelen als gevolg van met name door vooruit ontvangen subsidies en toegenomen eigen vermogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8207/documents/50053