CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_08 Toelichting bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Lamsweerde e.o. Wehl - 2023.pdf

beeldvormende raad 16 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan Lamsweerde e.o. Wehl - 2023 en beeldkwaliteitsplan Lamsweerde en Plak Wehl24.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de behoefte voor de nieuwe woning(en) moet zijn aangetoond; de nieuwe woning(en) in principe binnen de bebouwde kom wordt gerealiseerd; met het realiseren van de woning(en) de kwaliteit van de omgeving verbetert (bijvoorbeeld doordat een leegstaand en/of vervallen pand wordt omgebouwd naar woningen). De navolgende tabel geeft een indicatie van de woningbehoefte. Hoe meer V-tjes, hoe groter de behoefte.

Indicatie woningbehoefte gemeente Doetinchem

Toetsing Voor de ontwikkeling is de vragen- en antwoordenlijst Toetsing Woningbouwstrategie 2019 (versie januari 2021) ingevuld (zie Bijlage 5). De 55 appartementen bevinden zich in de diverse categorieën binnen huur en koop, te weten: 'sociaal' en 'middenhuur' (huur) en 'goedkoop', 'middelduur laag', 'middelduur hoog' en 'duur' (koop). In Wehl is er een grote behoefte aan woningen in de benoemde segmenten, waarbij meerdere V'tjes voor zijn opgenomen. Het plan bevat dan ook meerdere typen koop- en huurwoningen in de vorm van appartementen. De appartementen worden ontwikkeld in een goede mix, als wooncategorieën 2-, 3- of 4- kamerappartementen en zijn daarmee aantrekkelijk voor senioren, huishoudens (gezinnen) met of zonder kinderen en andere doelgroepen. Door het realiseren van 55 diverse typen appartementen, verdeeld over vier appartementengebouwen, komen er echter andere woningen vrij in de gemeente Doetinchem. Het plan zorgt daarmee voor doorstroom op de woningmarkt. Door onderhavige ontwikkeling wordt de kwaliteit in de directe omgeving verbeterd. Op dit moment is de locatie een braakliggend terrein, dat al enige tijd wacht op een invulling. De vier appartementengebouwen met 55 appartementen en de herontwikkeling van de bijbehorende openbaar toegankelijke tuin zullen met diverse functionele verbindingen aansluiten op de omliggende bebouwing en omgeving.

De omliggende percelen bevatten veelal vrijstaande woningen/gebouwen en een landschappelijk karakter. 36 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de 'Woningbouwstrategie 2019'. 3.5.4

Woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036

De Woonvisie Doetinchem 2023-2036 'Stadse allure - dorpse gemoedelijkheid' is op 20 april 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. In de nieuwe woonvisie zijn de woningbouwstrategie voor nieuwbouwprojecten en de woonvisie voor het volkshuisvestingsbeleid samengevoegd. Ook is er samenhang met de regionale woonagenda. De hoofdpunten van de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 zijn: 1. Groeien in kwaliteit. Doetinchem heeft de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036. Dit hoofdpunt is gekoppeld aan Programmalijn 1: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie . Met deze programmalijn wordt ingegaan op de bouw van nieuwe woningen en de noodzaak om de plancapaciteit te vergroten en adaptief te programmeren. Deze groeiambitie is geen doel op zich, maar een middel om de centrumfunctie van Doetinchem met de daarbij behorende voorzieningen te kunnen behouden en om de omgevingskwaliteit te versterken. 2. Kwalitatief goed wonen. Dit punt draait om de kwaliteit van de huidige woningvoorraad. Programmalijn 2: Investeren in de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad beschrijft hoe wordt gewerkt aan een toekomstbestendige woningvoorraad. Denk hierbij aan duurzaamheid, levensloopbestendige woningen maar ook aan transformatie van kantoren of winkels naar woningen. 3. Een passende woning voor iedereen.

Doel is een compleet en divers woningaanbod waarbij het bevorderen van beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod centraal staat. Programmalijn 3: Doetinchem, een plek voor iedereen beschrijft hoe aan dit doel gewerkt wordt. Tot en met 2030 wil de gemeente minimaal 2.470 woningen toevoegen in de hele gemeente via het onderstaande programma. Dit gewenste programma is opgenomen in de regionale woonagenda en vastgelegd in de woondeal met de provincie en het rijk. Totaal: minimaal 2.470 woningen, onderverdeeld in: 28% sociale huur tot € 808,06, eventueel te vervangen door goedkope koopwoningen tot € 225.000; 8% middenhuur tot € 1.000, eventueel te vervangen door betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000; 14% betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen tot € 1.000; 17% betaalbare koopwoningen (categorie 2) tot € 355.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen (tot € 1.000,00); 37 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

33% dure koopwoningen (boven € 355.000) of dure huur (boven € 1.000). Plannen van meer dan 20 woningen moeten in principe voldoen aan de gegeven verdeling over de segmenten van het gewenste programma, tenzij de ligging in een bepaalde wijk een andere verdeling rechtvaardigt. Plannen van minder dan 20 woningen die bijdragen aan het realiseren van het gewenste programma hebben een pré. Voor bestaande woningbouwprojecten geldt een overgangsperiode. 4. Wonen als onderdeel van integrale gebiedsopgaven. Wonen gaat ook over leefbaarheid, naoberschap en vitaliteit. Ook de inrichting van de buitenruimte is een belangrijk onderdeel. De woonomgeving draagt bij aan de gezondheid en het welbevinden van de inwoners. Programmalijn 4: Wonen als integrale gebiedsopgave beschrijft hoe dit bereikt kan worden, onder andere door koppelkansen te benutten en via programmering te zorgen voor een beter mix aan woningen in de wijk.

Overgangsperiode ontwikkelingen De verdeling van de nieuwe woningen volgens aangegeven programma bij punt 3 geldt voor nieuwe woningbouwprojecten. De huidige planvoorraad sluit niet in alle gevallen aan bij de nieuwe kaders. In de woonvisie is daarvoor de volgende tekst opgenomen voor plannen die al in ontwikkeling waren: Het bovenstaande geldt voor nieuwe woningbouwprojecten. De huidige planvoorraad sluit niet in alle gevallen aan bij de nieuwe kaders. We gaan in overleg met ontwikkelaars om het woningbouwprogramma meer in lijn te brengen met de woonvisie en meer betaalbare woningen toe te voegen. Door de gestegen bouwkosten, ontwikkelingen die al enige tijd in procedure zitten, reeds gemaakte afspraken en plankosten is dit niet altijd mogelijk.

Het ruimtelijk streefbeeld voor nieuwe woningbouwontwikkelingen. Uitgangspunt voor de woonvisie is dat bij de ontwikkeling van woningbouw primair moet worden ingezet op inbreiding en transformatie. Waar nodig kunnen uitbreidingen plaats vinden aan de stads- en dorpsranden. Het ruimtelijk streefbeeld bestaat uit 5 speerpunten en 1 kaartbeeld. De vijf speerpunten zijn: Kwalitatief groeien met Doetinchems DNA; Bouwen in en aan buurten; Bodem en water belangrijk bij ruimtelijke keuzes; Waar nodig stadsranden en dorpsranden; Woonmilieus voor ontwikkelingen.

38 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

De woonmilieus zijn ingedeeld van Gemengd stedelijk wonen en werken (hoge dichtheid) tot Wonen in het groen (lage dichtheid). Per woonmilieu is uitgewerkt wat de belangrijkste kenmerken zijn.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in 55 appartementen die zich in diverse categorieën binnen huur en koop bevinden, te weten: 'sociaal' en 'middenhuur' (huur) en 'goedkoop', 'middelduur laag', 'middelduur hoog' en 'duur' (koop). Het gewenste woonprogramma met de verdeling van de woningtypen (zie paragraaf 2.2.1) voldoet niet volledig aan het derde hoofdpunt van de Woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036. Onderhavig plan is past wel binnen de uitgangspunten van de overige hoofdpunten. Er wordt met voorliggend initiatief afgeweken van de nieuwe Woonvisie, aangezien deze planontwikkeling al een lange looptijd heeft en dat daardoor de overgangsperiode hierop van toepassing is. Reeds op 15 december 2021 is een eerste plan positief beoordeeld door de Omgevingskamer voor de transformatie van het plangebied tot woongebied. Vanaf die periode zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, is het stedenbouwkundig plan verfijnd en is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld. De Woningbouwstrategie 2019 was de basis hiervoor. Op 24 januari 2023 heeft het college van B&W een besluit genomen om in 39 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

principe mee te werken aan het plan. Het voorliggend plan voldoet aan de destijds geldende Woningbouwstrategie 2019 (zie paragraaf 3.5.3). Ondertussen heeft de gemeente nieuw beleid voor wonen vastgesteld. Dat is de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 (zie paragraaf 3.4.3) en de Woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036. Dit initiatief sluit niet geheel aan op de nieuwe woonvisie, maar is akkoord bevonden, omdat het aansloot bij de woningbouwstrategie 2019 en nu valt onder de overgangsregeling. Daarnaast past het plan in de totale opgave van Doetinchem (zie totale opgave onder derde hoofdpunt) binnen de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 en wordt er op andere locaties in de gemeente Doetinchem meer in het sociale segment gerealiseerd ter compensatie. 3.5.5

Koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam

Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument 'Doetinchem Natuurlijk Duurzaam' vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om die duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken.

Toetsing De te realiseren 55 appartementen worden goed geïsoleerd, voorzien van energiezuinige installaties en gasloos opgeleverd. Hierdoor wordt op meerdere manieren energie bespaard bij de nieuwe appartementen in de vier appartementengebouwen. Daarnaast worden de daken van de vier appartementengebouwen ruimtelijk optimaal benut door deze mogelijk te voorzien van zonnepanelen (tot waar de dakoppervlakte toereikend is) ten behoeve van duurzame energieopwekking. Zo wordt er bij voorliggend plan voornamelijk focus gelegd op het terrein van energie en wordt de energietransitie gestimuleerd op deze wijze. Ten aanzien van circulair bouwen zijn er voor de planontwikkeling belangrijke kansen in het duurzaam slopen van de bestaande bebouwing (St. Rosaklooster uitgezonderd) in het plangebied, het bouwen met natuurlijke materialen en aandacht voor toxiciteit. Hierbij worden herbruikbare grond- en bouwmaterialen geleverd voor de nieuwbouw, wordt het 40 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

groene karakter van het plangebied behouden door de vier appartementengebouwen in te passen om er 'tuingericht' te wonen en worden toxische, vervuilde en gesmette materialen vermeden aangezien het plangebied naast een agrarisch (landbouw)gebied is gelegen. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het koersdocument 'Doetinchem Natuurlijk Duurzaam'. 3.5.6

Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem

De gemeenteraad heeft op 7 juli 2022 de 'Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem' vastgesteld. Het gemeentelijke klimaatadaptatiebeleid beschrijft twee stappen: 1. De verwachte klimaateffecten in onze gemeente; 2. De visie en ambities voor een klimaatbestendige inrichting (de klimaatadaptatiestrategie). De basis voor de Klimaatadaptatiestrategie is de stresstest: een analyse van de te verwachten effecten van klimaatverandering in Doetinchem. Hiervoor zijn kaarten ontwikkeld met daarop de te verwachten effecten bij hevige neerslag, langdurige droogte, extreme hitte en overstromingen, uitgaande van de KNMI-klimaatscenario’s voor 2050. De resultaten van deze stresstest staan in de online Klimaatatlas van Doetinchem. In het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie hebben rijk, provincies, gemeenten en waterschappen als mijlpaal bepaald dat in 2050 sprake moet zijn van een klimaatbestendige inrichting van de omgeving. Hierin hebben overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners ieder hun eigen verantwoordelijkheid. De gemeente Doetinchem heeft in samenwerking met Waterschap Rijn en IJssel een klimaatatlas opgesteld. De klimaatatlas maakt duidelijk op welke klimaateffecten we ons moeten instellen. De getoonde effecten zijn gebaseerd op de klimaatscenario’s voor 2050 van het KNMI.

De gemeente en het waterschap stellen met deze atlas een klimaatagenda op, in overleg met vertegenwoordigers uit de omgeving. Daarnaast biedt de atlas inzicht in mogelijke effecten zodat maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven hun leefomgeving hierop kunnen aanpassen. De klimaatadaptatiestrategie (met visie en ambities) is gebaseerd op vijf pijlers: 1. 2. 3. 4. 5.

Stad en dorp gezond en groen; Adaptief landelijk gebied; Robuuste vitale infrastructuur; Ontwikkelingen klimaatbestendig; Betrokken en actieve mensen.

Voor het plangebied is pijler 4 van belang 'Ontwikkelingen klimaatbestendig': “We bouwen met het oog op de toekomst. Als we nu iets ontwikkelen, houden we rekening met het klimaat van de toekomst. Dit betekent dat we nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatbestendig realiseren. En dat we daarbij de effecten op de bestaande woon- en leefomgeving expliciet meenemen". Voor deze pijler is de ambitie om voor 2050: 41 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Wordt een 'basisveiligheidsniveau' gehanteerd om nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatbestendig te realiseren; Werken we regionaal samen op dit thema; Benutten we meekoppelkansen maximaal totdat het 'basisveiligheidsniveau er is'. De leidende principes om de ambities waar te maken zijn: Neerslag vasthouden daar waar het valt; De bodem inzetten als spons; Meer schaduw door meer groen; Minder verharding door meer groen; Bebouwing en vitale objecten hoog en droog. Kansen worden gezien in: Aanleg groene daken op bezit woningbouwcorporaties; Klimaatadaptatie als randvoorwaarde in aanbestedingen voor nieuwbouw en herinrichting; Betere communicatie over klimaatadaptatie richting bewoners, ondernemers en organisaties.

Toetsing Om aan de klimaatambities te voldoen worden een aantal maatregelen en voorzieningen getroffen. Hierbij zijn de klimaateffecten wateroverlast, droogte, hitte en waterveiligheid van belang. Onderstaand wordt per aspect beschreven wat de situatie in het plangebied is en welke maatregelen of voorzieningen er worden getroffen. Hierbij is tevens rekening gehouden met het advies en de eisen van het waterschap, welke naar voren zijn gekomen uit de Digitale Watertoets en zijn verwerkt in de waterhuishoudkundige analyse (zie paragraaf 4.9).

Wateroverlast Een extreem hevige regenbui kan wateroverlast veroorzaken. Op navolgende afbeeldingen is het risico van wateroverlast in beeld gebracht voor een klimaatbui met respectievelijk een kans van eens per 100 jaar (70 mm in één uur) en eens per 1.000 jaar (160 mm in twee uur). Het laat zien waar een korte extreem hevige bui leidt tot grote plassen water op straat, in tuinen en op het land. Hoe donkerder de blauwe kleur, hoe dieper de plas.

42 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Uitsnede klimaatatlas plasvorming na korte bui 70 mm / 1 uur (plangebied globaal rood omcirkeld)

43 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Uitsnede klimaatatlas plasvorming na korte bui 160 mm / 2 uur (plangebied globaal rood omcirkeld)

Op de afbeeldingen is te zien dat het plangebied gevoelig is voor wateroverlast als gevolg van extreme neerslag. De Keppelseweg blijft begaanbaar (voor calamiteitenverkeer) gedurende beide klimaatbuien. Om effecten van wateroverlast in het plangebied tegen te gaan worden de volgende maatregelen en voorzieningen getroffen: Het regenwater wordt opgevangen en geïnfiltreerd op eigen terrein, waarbij rekening wordt gehouden met de eisen zoals beschreven in de waterhuishoudkundige analyse (zie paragraaf 4.9); Verharding, waaronder parkeerplaatsen/wegen/paden, worden waterdoorlatend of waterpasserend uitgevoerd; Bij de uitwerking van de openbaar toegankelijke tuin wordt rekening gehouden met een natuurlijke en waterrobuuste inrichting, waarbij gebruik wordt gemaakt van zoveel mogelijk groen en diverse bovengrondse en ondergrondse bergingsvoorzieningen zoals wadi's en infiltratiekratten (en mogelijk groene daken). Er wordt een bouwpeil gehanteerd van minimaal 20 cm boven straatniveau.

Hitte Door de stijging van de temperatuur van de lucht, zullen ook huizen, wegen en wateren sneller opwarmen. Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. In onderstaande afbeelding is het risico van hitte in beeld gebracht. De kaart geeft aan in welke gebieden het op warme dagen extra heet aanvoelt, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van veel bebouwing en verharding. Ook zijn de koelere plekken in de omgeving zichtbaar, zoals wegen met laanbeplanting, parken en bosgebieden. Of er in de gebouwen zelf ook hittestress ervaren wordt is onder andere afhankelijk van de isolatie van gebouwen.

44 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Uitsnede klimaatatlas hittestress (plangebied globaal rood omcirkeld)

Verharde gebieden als wegen en huizen warmen overdag op en blijven 's nachts beduidend warmer dan landelijke gebieden. Dit wordt het stedelijk hitte-eiland effect genoemd. Groen vermindert het hitte-eiland effect. Groen zorgt voor verdampingskoeling en biedt schaduw. Naast het verminderen van hitte kan groen ook water bergen en hiermee wateroverlast tegen gaan. Om de effecten van hittestress tegen te gaan worden de volgende maatregelen en voorzieningen getroffen: Bij de aanwezige parkeerplaatsen/wegen/paden wordt half-verharding toegepast, zodat er zo weinig mogelijk verharding gerealiseerd wordt; Diverse bomen in het plangebied blijven behouden, waardoor er ook voldoende schaduwwerking gerealiseerd wordt ten behoeve van verkoeling; Bij de uitwerking van de openbaar toegankelijke tuin wordt rekening gehouden met een natuurlijke en waterrobuuste inrichting, waarbij gebruik wordt gemaakt van zoveel mogelijk groen en een landschappelijk karakter.

Droogte We zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van zoetwater. Tijdelijke watertekorten kunnen optreden als de hoeveelheid neerslag kleiner is dan de vraag. In (droge) zomers ontstaan dan tekorten, met schade aan de landbouw en de natuur als gevolg. Ook kunnen belangrijke beken droog vallen, waardoor vissen sterven, en er kunnen risico's op bosbranden ontstaan. In Liemers, Twente en de Achterhoek is meestal geen wateraanvoer mogelijk vanuit 45 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

bijvoorbeeld grote rivieren. Deze gebieden zijn altijd aangewezen op neerslag en grondwater. Te lage grondwaterstanden vormen voor veel functies een bedreiging. Natuurterreinen, landbouwgewassen en funderingen van gebouwen kunnen ernstige schade oplopen. Ook leidt een lage grondwaterstand tot droogval van beken en andere waterpartijen. In extreem droge situaties zijn er niet alleen lokale effecten, maar ontstaat er in het hele gebied schade aan landbouw, plantsoenen en natuur. Grondgebruikers zullen zich op deze situatie moeten gaan instellen. Drogere omstandigheden hebben gevolgen voor de soortensamenstelling in de natuur en gewaskeuze in plantsoenen. In de landbouw vraagt droogte om geschikte gewassen, het verbeteren van het vochthoudende vermogen van de grond en het inschatten of beregening kan helpen. Grondgebruikers zullen zich op droogte kunnen voorbereiden door andere vormen van beregening te kiezen. Daarnaast kunnen ze bodemverbetering toe passen waardoor het vochtvasthoudend vermogen van de bodem toeneemt of meer droogteresistente gewassoorten telen. Droogval van beken leidt tot sterfte onder het waterleven. Ook als in beekjes de stroming stopt kunnen zeldzame stromingsminnende soorten niet overleven. Een geringe waterdiepte door droogte in combinatie met hitte leidt tot waterkwaliteitsproblemen met risico’s voor het waterleven en voor de volksgezondheid.

Op navolgende afbeelding is te zien hoe diep het grondwater in een gemiddelde zomer weg kan zakken in het plangebied.

Uitsnede klimaatatlas droogte (plangebied globaal blauw omcirkeld)

Maatregelen tegen wateroverlast helpen ook tegen droogte in het plangebied. Om effecten 46 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

van wateroverlast tegen te gaan worden in het plangebied de volgende maatregelen en voorzieningen getroffen: Het regenwater wordt opgevangen en geïnfiltreerd op eigen terrein, waarbij rekening wordt gehouden met de eisen zoals beschreven in de waterhuishoudkundige analyse (zie paragraaf 4.9); Verharding, waaronder parkeerplaatsen/wegen/paden, worden waterdoorlatend of waterpasserend uitgevoerd; Bij de uitwerking van de openbaar toegankelijke tuin wordt rekening gehouden met een natuurlijke en waterrobuuste inrichting, waarbij gebruik wordt gemaakt van zoveel mogelijk groen en diverse bovengrondse en ondergrondse bergingsvoorzieningen zoals wadi's en infiltratiekratten (en mogelijk groene daken). Er wordt een bouwpeil gehanteerd van minimaal 20 cm boven straatniveau.

Overstroming De kans op overstroming vanuit de grote rivieren is niet groot, maar het kán gebeuren dat een dijk overstroomt of zelfs doorbreekt. Dan zijn de gevolgen meestal groot omdat er in korte tijd heel veel water het gebied binnenstroomt. Navolgende afbeeldingen tonen de waterhoogte in het plangebied als ergens een dijk van de IJssel of de Rijn bezwijkt. De waterhoogte bepaalt hoeveel land er overstroomt. Hoe hoger het water, hoe groter de schade en het aantal slachtoffers. De kans op een overstroming is niet overal even groot. Dit verschilt per gebied. Daarom verschilt de noodzaak om maatregelen te nemen per gebied.

47 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Uitsnede klimaatatlas overstromingskaart (plangebied globaal rood omcirkeld)

Legenda overstromingskaart

Voor een gedeelte van het plangebied geldt in 2050 een kleine kans van 1x per 300 tot 3.000 jaar op meer dan 50 cm water bij overstroming. Er is in het plangebied geen significante overstromingskans op meer dan 200 cm water. Om wateroverlast/overstroming tegen te gaan worden de volgende maatregelen getroffen: Er wordt een bouwpeil gehanteerd van minimaal 20 cm boven straatniveau; De halfverdiepte parkeergarage wordt op basis van een civieltechnische uitwerking aangelegd. De voorgenomen ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met de uitgewerkte klimaateffecten van de gemeentelijke klimaatadaptatiestrategie.

48 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

3.5.7

Beleidsregels zelfbewoningsplicht Gemeente Doetinchem 2021

Op 25 november 2021 heeft de gemeenteraad de 'Beleidsregels zelfbewoningsplicht Gemeente Doetinchem 2021' vastgesteld. Er is sprake van grote schaarste op de woningmarkt. Starters en inwoners met een (laag) middeninkomen hebben moeite om een betaalbare woning te kopen. Door het behouden van betaalbare koopwoningen voor inwoners, met een budget dat past bij deze woningen, streeft de gemeente Doetinchem het doel van de Huisvestingswet, om te komen tot een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte, na. Met deze beleidsregels verkleint de gemeente de concurrentie van potentiële kopers die nieuwbouw koopwoningen opkopen om deze te gaan verhuren. Het invoeren van de zelfbewoningsplicht heeft tot doel dat de beoogde doelgroep daadwerkelijk betaalbare koopwoningen kan bewonen. Met deze invoering is het voor ontwikkelaars en beleggers niet meer mogelijk om meerdere betaalbare koopwoningen op te kopen en op de vrije markt te verhuren. Argumenten hiervoor zijn dat: Tegenwoordig sommige betaalbare woningen niet bewoond worden door de eigenaar, maar verhuurd; De beleidsregels zelfbewoningsplicht zijn in lijn met de Woningbouwstrategie 2019 en de motie zelfbewoningsplicht; Betaalbare nieuwbouw koopwoningen worden bewoond door de eigenaar van de woning; Dit is het moment om te sturen op de woningmarkt (huidige schaarste aan betaalbare woningen).

Toetsing De ontwikkeling voorziet in de kwalitatieve vraag naar diverse soorten betaalbare huur- en koopwoningen binnen de gemeente Doetinchem. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 55 appartementen, waardoor het aanbod betaalbare woningen stijgt en de schaarste hiervan wordt teruggedrongen. Het gewenste woonprogramma (zie paragraaf 2.2.1) is net als de beleidsregels zelfbewoningsplicht in lijn met de Woningbouwstrategie 2019. De regels zoals opgesteld in de artikelen van de 'Beleidsregels zelfbewoningsplicht Gemeente Doetinchem 2021' gelden ook voor de voorliggende planontwikkeling. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de 'Beleidsregels zelfbewoningsplicht Gemeente Doetinchem 2021'.

49 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

3.5.8

Omgevingsvisie Doetinchem

Sinds medio 2023 ligt de omgevingsvisie Doetinchem in ontwerp. De omgevingsvisie is een belangrijk document. Het schetst in grote lijnen de richting die men op wil met de ruimte in de gemeente Doetinchem. Welke doelstellingen dienen te worden behaald om gemeente Doetinchem ook in de toekomst een prettige gemeente te laten zijn? Een gemeente waarin het fijn leven, wonen en werken is. De omgevingsvisie bestaat uit vier hoofdthema’s: Woongemeente voor iedereen; Werkgemeente met ruimte voor talent en innovatie; Landelijk gebied in balans; Mensen en ontmoeten. Aan de hand van deze vier thema’s wordt een beeld geschetst van waar we de gemeente op dit moment staat. Ook wordt een toekomstbeeld gegeven richting een Doetinchem in het jaar 2036. Hierbij telt Doetinchem om en nabij de 70.000 inwoners en is de stad het kloppend hart van de Achterhoek. Waar de gemeente Doetinchem in 2036 wil staan, is onder andere bepaald op basis van de deelvisies waaraan veel inwoners en ondernemers meewerkten. Ook dient er in deze visie natuurlijk rekening te worden gehouden met landelijke doelstellingen, wetten en regels. Daarnaast is er bestaand beleid. Al deze bouwstenen samen maken de omgevingsvisie.

Toetsing De ontwikkeling voorziet in de kwalitatieve vraag naar diverse soorten betaalbare huur- en koopwoningen binnen de gemeente Doetinchem. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 55 appartementen, waardoor het aanbod in (betaalbare) woningen toeneemt in de kern Wehl en daarmee in de gemeente Doetinchem. Hierdoor wordt voornamelijk bijgedragen aan het hoofdthema 'Woongemeente voor iedereen' uit de omgevingsvisie Doetinchem, waarbij er met het gewenste woonprogramma (zie paragraaf 2.2.1) bijgedragen wordt aan woningen voor diverse doelgroepen. Op deze wijze wordt met nieuwbouw binnen de grenzen van de bebouwde omgeving (inbreiding) een nieuwe woonomgeving ontwikkeld, waardoor het inwonersaantal van de gemeente Doetinchem groeit. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de omgevingsvisie Doetinchem. Conclusie gemeentelijk beleid Hoewel de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem op 2 maart de regionale woonagenda en op 20 april een nieuwe lokale woonvisie heeft vastgesteld, gelden deze kaders voor deze ontwikkeling niet. Het betreft hier een woningbouwproject waar al meerdere jaren over wordt gesproken en afspraken zijn gemaakt. Voor deze ontwikkeling gelden dan ook de kaders gesteld in de Regionale woonagenda Achterhoek 2015 - 2025, 50 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025. en de WBS 2019. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het relevante gemeentelijk beleid.

51 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

52 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Hoofdstuk 4 4.1

Haalbaarheid

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen, is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht.

4.2

Bodem

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Toetsing Door Ortageo Noordoost B.V. is in november 2022 een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 6 bijgevoegd. De uitkomsten uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. Resultaten en conclusies Gehele perceel Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: De volgende waarnemingen zijn gedaan: 1. in de bovengrond op het terrein van de voormalige school, zijn bijmengingen waargenomen met sporen puin. Lokaal is sprake van een bijmenging met kolengruis of een volledige laag met puinmenggranulaat; 2. op enkele plekken is in de bovengrond een bijmenging waargenomen met plastic; 3. achter het appartementencomplex is een asfaltpad aanwezig. Hier is een asfaltboring uitgevoerd om inzicht te krijgen in de opbouw van de onderliggende bodemlaag. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen; 4. in de meest zuidelijk gelegen te slopen bijgebouw is sprake van een kruipruimte onder de betonnen vloer tot circa 1,0 m -mv. Onder de kruipruimte is ook een betonnen laag aanwezig. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten PCB, PAK en/of zware metalen aangetoond. In de ondergrond is een (zeer) licht verhoogd gehalte kobalt aangetoond. Er is geen directe relatie tussen de bodemvreemde bijmengingen en de licht verhoogde gehalten. PFAS is in geringe mate aangetoond.

Deze grond op basis van het Besluit bodemkwaliteit indicatief geclassificeerd is als klasse 'wonen'. Plaatselijk tussen de 53 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

aanbouwen van villa 'Lamsweerde' is sprake van klasse 'industrie' grond. De boven- en ondergrond zonder verhoogde gehalten is indicatief geclassificeerd als klasse 'altijd toepasbaar, met uitzondering van toepassing binnen grondwaterbeschermingsgebied'. In de grond is geen asbest aangetoond; In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties nikkel, barium, lood, xylenen en naftaleen aangetoond; De lokaal waargenomen laag bestaande uit puinmenggranulaat is op basis van samenstelling en uitloging toepasbaar als 'niet-vormgegeven bouwstof'. Asbest is in een licht verhoogd gewogen gehalte aangetoond. Ondergrondse tank Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: In de bovengrond zijn zwakke bijmengingen met grind waargenomen, ook is in de bovenen ondergrond sprake van een olie-water reactie. In het ongeroerde bodemmonster rond grondwaterstand is een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. In boven- en ondergrond zijn geen aromaten aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan xylenen aangetoond (net als op rest terrein). Druppelzone In de bovengrond zijn zwakke tot sterke bijmengingen met grind waargenomen. PCB en asbest is niet aangetoond. Er zijn geen chemische verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde. Daarnaast is geen asbest aangetoond in de grond.

In het puin is geen asbest aangetoond boven de halve interventiewaarde. Het uitvoeren van een nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkelingen op locatie en voor de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw).

Aanbevelingen Zeer plaatselijk is de bovengrond op de locatie indicatief geclassificeerd als 'industrie', waardoor deze niet voldoet aan de gewenste functieklasse 'wonen'. Op de rest van de onderzoekslocatie is zowel de gehele boven- als ondergrond indicatief geclassificeerd als 'altijd toepasbaar' en/of klasse 'wonen'. Gezien de slechts plaatselijke verhoging wordt geadviseerd om in overleg te gaan met het bevoegd gezag betreffende de plaatselijke indicatieve classificering van klasse "industrie". Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit 54 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het 'meldpunt bodemkwaliteit'. In het kader van kostenefficiëntie is geadviseerd om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.3

Geluid

Algemeen De mate waarin geluid, veroorzaakt door verkeer en/of door industrie, geluidgevoelige functies (waaronder milieu) mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van 55 appartementen verdeeld over vier gebouwen en de herontwikkeling van de bijbehorende openbaar toegankelijke tuingrond. Woningen zijn geluidsgevoelige bestemmingen. De nieuwe appartementen staan nabij diverse geluidsbronnen. Om de haalbaarheid van het plan te beoordelen is in oktober/november 2022 door Buro Ontwerp & Omgeving een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 7 opgenomen. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld.

Selectie van geluidsbronnen De nieuwe woningen staan nabij diverse geluidsbronnen. Aan de hand van de zones rondom de diverse wegen, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen kan worden bepaald voor welke geluidsbronnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. In de omgeving van de nieuwe woningen liggen geen spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen zijn niet aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet in de zones van spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Akoestisch onderzoek naar spoorlijnen en gezoneerde bedrijven is dan ook niet nodig. De ontwikkeling ligt aan de Keppelseweg. Deze weg heeft een 30 km-regime. Formeel geldt voor deze weg volgens de Wgh geen onderzoeksplicht, omdat de maximaal toegestane 55 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

snelheid 30 km/uur bedraagt. De verkeersintensiteit op de Keppelseweg is dusdanig dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet kan worden uitgesloten. Daarom is in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch akoestisch onderzoek uitgevoerd de Keppelseweg. Ten noorden van de ontwikkeling liggen de Broekhuizerstraat (N813) en de Keppelseweg (N814). Deze wegen liggen in buitenstedelijk gebied en hebben twee rijstroken. De zone van deze wegen bedraagt 250 meter op basis van de Wgh. De ontwikkeling ligt dan ook in de zone van beide wegen. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk naar de geluidhinder afkomstig van Broekhuizerstraat (N813), de Keppelseweg (N814) en Keppelseweg met 30 km-regime.

de

Toetsing aan de Wgh Broekhuizerstraat (N813) De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Broekhuizerstraat (N813) bedraagt 50 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen van de twee noordelijke appartementengebouwen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voldaan. Keppelseweg (N814) De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Keppelseweg (N814) bedraagt 39 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Keppelseweg (30 km/uur) In de bebouwde kom heeft de Keppelseweg een 30 km-regime. Deze weg heeft op basis van de Wgh geen zone. Formeel gelden de normen uit de Wgh dan ook niet voor 30 km/uur wegen. Echter bij de beoordeling van de geluidsbelastingen zijn de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en de hoogste toelaatbare geluidsbelastingen van 63 dB gebruikt, deze normen gelden voor een vergelijkbare weg met een 50 km-regime. De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Keppelseweg (30 km/uur) bedraagt 50 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen in het appartementengebouw in het voormalige St.

Rosaklooster wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voldaan.

Verlening hogere grenswaarden Het doel van de Wgh is geluidhinder te voorkomen. Maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te bereiken zijn bijvoorbeeld het toepassen van stil wegdek op de 56 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Broekhuizerstraat (N814), het vergroten van de afstand tussen de woningen en de weg of het toepassen van dove gevels. Het is niet mogelijk of gewenst om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De ontwikkeling komt langs de Keppelseweg. Door de ontwikkeling worden de bestaande open plekken volgebouwd. Hierdoor is er sprake van het ontheffingscriteria uit het gemeentelijke geluidsbeleid te weten: ‘De woningen een open plaats opvullen tussen bestaande bebouwing’. Op basis van het gemeentelijke geluidbeleid en de Wgh kan de gemeente Doetinchem een hogere waarde verlenen voor de geluidsbelasting van 50 dB voor de gebouwen 3 en 4 afkomstig van de Broekhuizerstraat (N813).

Toetsing aan het Bouwbesluit 2012 Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij woningen ten gevolge van wegverkeerslawaai gegarandeerd te worden. Volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. De hoogste cumulatieve geluidsbelastingen en de minimaal benodigde gevelwering per gevel zijn weergegeven in de onderstaande tabel:

Ter indicatie: volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. Echter door de hogere eisen voor de thermische isolatie voor nieuwe woningen is ook de geluidsisolatie van nieuwe woningen verbeterd. Bij nieuwe woningen is een gevelisolatie van 24 dB zonder extra geluidsisolatie goed mogelijk, wanneer er is gekozen voor goed geluidsgeïsoleerde ventilatievoorzieningen. Naar verwachting wordt de binnenwaarde van 33 dB in de nieuwe woningen gehaald zonder dat er aanvullende geluidsisolerende maatregelen worden getroffen. Bij de aanvraag van een ‘Omgevingsvergunning bouwen’ (voormalige bouwvergunning) zal door middel van een aanvullend bouwakoestisch onderzoek worden aangetoond dat de binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit 2012 wordt gehaald.

Conclusie 57 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Het aspect geluid vormt, mits er een besluit hogere waarde wordt genomen, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.4

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen 58 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.

Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's.

In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.5

Geur

Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (c.q. het Activiteitenbesluit) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. 59 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad.

Toetsing In de omgeving van Wehl zijn ten oosten, ten noorden en ten westen van het plangebied diverse agrarische bedrijven in de vorm van veehouderijen (rundvee, varkens, kippen, schapen, geiten en overig) gelegen. De Wgv maakt voor de afstandsnormen onderscheid tussen een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (minimaal 100 meter tot emissiepunt) en buiten de bebouwde kom (minimaal 50 meter tot emissiepunt). Het gaat hierbij niet om de verkeerskundige bebouwde kom, maar om de ruimtelijke situatie. Het voorgenomen plan ligt binnen de bebouwde kom van Wehl en daarom moet de afstand van de nieuwe geurgevoelige objecten (55 appartementen) in het plangebied tot het emissiepunt (veehouderijen) minimaal 100 meter bedragen. De dichtstbijzijnde veehouderijen in de nabije omgeving van het plangebied zijn gelegen op de percelen aan de Keppelseweg 43 (circa 550 meter) en de Groenestraat 19 (circa 600 meter). Overige veehouderijen zijn gelegen op minstens circa 750 meter afstand van het plangebied. Ten behoeve van de toetsing is de IGO-viewer ten aanzien van "Veehouderijen in Gelderland" geraadpleegd, waarvan een uitsnede in onderstaande afbeelding is weergegeven. Onderstaande afbeelding laat de ligging van de diverse veehouderijen (zwarte icoontjes) zien in de omgeving van het plangebied (blauwe markering).

60 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Uitsnede IGO-viewer met het plangebied (blauwe markering)

Met de afstand van de toekomstige appartementen in het plangebied tot de diverse veehouderijen in de omgeving wordt voldaan aan de afstandsnormen uit de Wgv. De te realiseren nieuwbouw van 55 appartementen (als geurgevoelige objecten) wordt op voldoende afstand van veehouderijen in de nabije omgeving van het plangebied gerealiseerd. De te realiseren appartementen in het plangebied bevinden zich dus op een afstand die voldoet aan de afstandseis die is bepaald in de Wgv. Voorliggende planontwikkeling zorgt niet voor een (verdere) beperking van de bedrijfsvoering van veehouderijen in de nabije omgeving van het plangebied. Er is daarom geen aanvullend geuronderzoek nodig.

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.6

Gezondheid en veehouderij

Algemeen Regelgeving: Uit onderzoek van de Gezondheidsraad (14 februari 2018) en Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden (VGO)-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt naar voren dat de associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en wonen in de buurt van een geitenhouderij consistent is. Binnen een straal van twee km rond geitenhouderijen (met meer dan 50 geiten) is sprake van een verhoogde incidentie van longontstekingen. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit 61 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

moment kan er geen broneffect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen (zoals woningen, kinderopvang en scholen). Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking zorgvuldig mee te wegen.

Toetsing Doorvertaling bestemmingsplan Het onderhavig initiatief ligt binnen een straal van 1,0 km van de in het buitengebied van Wehl gelegen geitenhouderijen (dichtstbijzijnde aan Broekhuizerstraat 6). Beargumenteerd moet daarom worden waarom het aspect gezondheid en veehouderij geen belemmering vormt. Met de functiewijziging van agrarisch/maatschappelijk naar wonen kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gewaarborgd. Bovendien wordt de geitenhouderij niet in zijn bedrijfsvoering beperkt.

Woon- en leefklimaat De in de VGO-onderzoeken geconstateerde verhoogde kans op longontsteking rond geitenhouderijen valt onder de bestaande gezondheidslast door milieufactoren. Het in de provinciale verordening opgenomen geitenmoratorium voorkomt in dit verband dat de bestaande gezondheidslast kan toenemen en er een nog hogere kans op longontsteking ontstaat. Voorlopig, omdat onderzoek wordt uitgevoerd naar de oorzaak, om zo over enkele jaren de risico's te kunnen verminderen of te voorkomen door bedrijfsmatige maatregelen. Door de omzetting van een als agarisch/maatschappelijk bestemd gebied naar een woongebied binnen een afstand van 1,0 km van geitenhouderijen in het buitengebied van Wehl neemt de kans op longontsteking voor de (nieuwe) bewoners enigszins toe. Vanwege de geitenhouderij zal het woon- en leefklimaat niet verder verslechteren. In de toekomst zal het woon- en leefklimaat door bijvoorbeeld bedrijfsmatige maatregelen waarschijnlijk verbeteren. Wel worden er (tijdelijk) extra woningen blootgesteld aan stoffen uit de geitenhouderijen die de longontsteking mogelijk veroorzaken. Het bevoegd gezag acht dit ter overweging aan de nieuwe bewoners. Zij zullen worden geïnformeerd over het verhoogde risico op longontsteking vanwege de geitenhouderij. 62 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Tevens zullen de initiatiefnemers in een anterieure overeenkomst verplicht worden om kandidaatkopers te informeren over het verhoogde kans op longontsteking, zolang vanuit het Rijk nog geen regelgeving is vastgesteld op basis waarvan risicoreducerende maatregelen genomen kunnen worden door geitenhouderijen.

Geen beperking van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsruimte van de geitenhouderij Het toevoegen van woningbouw zal de bedrijfsbelangen van de geitenhouderijen niet schaden omdat het geitenmoratorium uitbreidingsplannen verbiedt. Enige voorwaarde is dat nieuwe woningen niet dichterbij de geitenhouderij liggen dan de al bestaande woningen. Door niet dichterbij woningen op te richten wordt voorkomen dat toekomstige maatregelen om de gezondheidseffecten van de geitenhouderij te verminderen minder effectief worden of dat een grotere inspanning moet worden gedaan aan toekomstige eisen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat al meerdere woningen dichterbij de geitenhouderijen liggen dan het beoogde woningbouwplan in het plangebied aan de Keppelseweg wordt het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.

Conclusie Het aspect gezondheid en veehouderij vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.7

Externe veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het 63 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. 64 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik Op grond van het beleid dat in de circulaire is vastgelegd, dient rond iedere opslagplaats voor ontplofbare stoffen een veiligheidsafstand te worden aangehouden tot kwetsbare objecten zoals woningen, kantoren en winkels. Deze veiligheidsafstand moet in het bestemmingsplan worden vastgelegd. In de circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten.

Activiteitenbesluit milieubeheer In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico (PR) als risiconorm.

Vuurwerkbesluit Het Vuurwerkbesluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.

Toetsing Ten behoeve van de toetsing is de Risicokaart Nederland geraadpleegd, waarvan een uitsnede in onderstaande afbeelding is weergegeven. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 55 appartementen verdeeld over vier vrijstaande appartementengebouwen en de herontwikkeling van de bijbehorende openbaar toegankelijke tuingrond. Het plangebied heeft een blauwe markering. De rode stippellijn betreft een aardgasleiding en de paarse lijn is een hoogspanningslijn.

65 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Uitsnede Risicokaart Nederland (plangebied blauwe markering)

Buisleidingen Op circa 620 meter ten oosten van het plangebied ligt een aardgasleiding van Gasunie. Het plaatsgebonden risicocontour ligt op deze leiding. De aardgasleiding heeft de volgende kenmerken: Naam leiding

Uitwendige diameter Werkdruk

Invloedsgebied groepsrisico

A-523

48,03 inch

532 meter

66,20 bar

Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van het groepsrisico voor voorgenoemde leiding. Een nadere beoordeling van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en de weg Op circa 2.100 meter ten zuiden van het plangebied ligt de snelweg A18. Over deze weg worden gevaarlijke stoffen vervoerd volgens de Regeling Basisnet. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de weg. Nadere toetsing is daarom niet noodzaak.

66 Ruimtelijke onderbouwing "Lamsweerde e.o. Wehl - 2023"

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen, is de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geraadpleegd. Hierin worden richtafstanden voor het omgevingstype 'gemengd gebied' als 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied' aanbevolen. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en het buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van het gebiedstype 'rustig woongebied'. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap worden verkleind. Een richtafstand van 50 meter is op die manier bijvoorbeeld te verlagen naar 30 meter. In gevallen waarbij het onderdeel gevaar de richtafstand bepaalt, mag dit niet zomaar.

De richtafstanden gelden tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de gevel van de voorgenomen woning.

Toetsing Rondom het plangebied zijn een aantal bedrijven en voorzieningen gevestigd. Het plangebied is echter nabij het centrum van Wehl gelegen en ligt binnen het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied-2021'. Het plangebied ligt aan de rand van Wehl en is voornamelijk omringd door diverse woonfuncties (woningen en ouderencomplex Henricushove). Om deze redenen kan het plangebied niet worden aangemerkt als 'gemengd gebied', maar als 'rustig woongebied'. Door Buro Ontwerp & Omgeving is in oktober 2022 een quickscan bedrijven- en milieuzonering uitgevoerd ten aanzien van de nabije omgeving van het plangebied. Het onderzoek is als Bijlage 8 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8153/documents/46684