CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_03_Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten.pdf

beeldvormende raad 16 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Augustinuspark Gaanderen - 2023 en beeldkwaliteitsplan Het Augustinuspark12.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van de bominslag is niet bekend. Deze gebeurtenis wordt in slechts één secundaire bron genoemd. Het valt niet vast te stellen of deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

1942 1942

In 1942 vinden er, voor zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats in de omgeving van het projectgebied.

Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied.

6 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328; BA, toeg. nr. RL2, inv. nr. 220 7 Z.a. Erop of eronder! , 414. 8 Z.a. Erop of eronder! , 419.

28

BB21-056-VO-01

Datum 1943 26 maart 1943

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Gebeurtenis

Relevantie

Rond 22:15 uur vindt te Gaanderen een bombardement plaats op de Kerkstraat. Twee bommen van 1.000 pond komen daar neer als het gevolg van een noodafworp door een Handley Page Halifax van No 78 Squadron die in de problemen gekomen is. Er vallen ook bommen in Etten en Terborg. De afworp mag voor het vliegtuig niet baten: kort daarna stort deze neer aan de Peppelmansdijk, nadat de bemanning het toestel heeft verlaten.9

Niet relevant. De genoemde inslaglocaties liggen allemaal op minimaal 800 meter afstand van het projectgebied.

Rond 11:00 uur wordt het inslaan van twee bommen in de Hoofdstraat te Gaanderen gemeld. Eén van de bommen valt op de hoek met de Korte Huitinkstraat, een tweede bij de watertap. Er wordt gesteld dat er ter plaatse van de voetbalvelden mogelijk een blindganger aanwezig is.10

Niet aantoonbaar relevant. De dichtstbijzijnde inslaglocatie ligt op 250 meter afstand van het projectgebied. De exacte locatie van de blindganger is niet bekend.

Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

1944 12 december 1944

Deze gebeurtenis wordt in slechts één (primaire) bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

1945 Begin 1945

In de eerste maanden van 1945 worden rondom Doetinchem op grote schaal verdedigingswerken aangelegd. Op toegangswegen naar de stad worden versperringen geplaatst. Tankgrachten en loopgraven worden ook aangelegd. Doetinchem wordt hierdoor een zogenaamde ‘Egelstelling’ die voorbereid is op een aanval vanuit elke hoek. 11

Relevant. Ter plaatse van het projectgebied zijn op grote schaal verdedigingswerken zichtbaar op het luchtfotomateriaal. Dit vormt een indicatie voor het achterblijven van Ontplofbare Oorlogsresten in de vorm van diverse hoofdsoorten. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

9 Haggeman, De Laatste dagen van soldaat Haggeman, 40-42; Volker, Doetinchem in oorlogstijd, 133; SGLO, crash database, crashnummer

T2142. 10 ECAL, toeg. nr. 0311, inv. nr. 46. 11 Volker, Doetinchem in Oorlogstijd, 227

29

BB21-056-VO-01

Datum 10 februari 1945

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Gebeurtenis Op deze datum voeren 8 Hawker Typhoons van No 184 Squadron een raketbeschieting uit te Gaanderen. Een fabriek bij het coördinaat A.045710 (Vermoedelijk de fabriek nabij de spoorlijn) wordt beschoten met 22 raketten van 60 lb. Zes van deze raketten slaan in op de spoorlijn. Verdere resultaten worden door het slechte weer niet waargenomen.12

Relevantie Niet aantoonbaar relevant. Er zijn op de luchtfoto van 14 februari 1945 geen sporen van deze gebeurtenis waargenomen in de omgeving van het projectgebied. Tevens liggen het doelwit op circa 250 meter afstand op het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

25 februari 1945

Volgens het boek Doetinchem in Oorlogstijd vindt op deze datum een bombardement plaats te Gaanderen, waarbij het doelwit de spoorlijn was. Een aantal huizen te Gaanderen zou hierbij vernield zijn. De auteur stelt dat de spoorlijn, het station, het vliegveld Groenendaal en een aantal fabrieken hiervan het doelwit waren.13 Auteur Eversteijn stelt dat er op 24 februari 1945 een bombardement plaatsvond, waarbij vier bommen ingezet werden. Hierbij zouden de spoorlijn bij kilometerpaal 17.3 en een aantal woningen zijn getroffen.

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van het bombardement is niet bekend. De locatie die Eversteijn noemt komt niet overeen met de kilometrering van de spoorwegen te Gaanderen. Ook aan de hand daarvan kan de exacte locatie niet vastgesteld worden. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

19 maart 1945

Voor deze datum is een Defense Overprint stafkaart beschikbaar voor het projectgebied. Op deze stafkaart staat een deel van het projectgebied aangewezen als zijnde ‘MA’. Mogelijk staat dit voor Military Area.

Relevant. Het geallieerde leger beschouwt de objecten binnen het projectgebied als zijnde militair van aard. Dit vormt een indicatie voor het achterblijven van Ontplofbare Oorlogsresten van diverse hoofdsoorten. Deze gebeurtenis wordt in slechts één (primaire) bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

12 TNA, AIR37/717; AIR27/1138. 13 Volker, Doetinchem in oorlogstijd, 244.

30

BB21-056-VO-01

Datum

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Gebeurtenis

Relevantie

Figuur 7. Defense overprint stafkaart van de omgeving van het projectgebied. Met de rode pijl staat het gebied dat de geallieerden als ‘MA’ hebben aangewezen aangegeven. Rondom het projectgebied is ook sprake van de aanwezigheid van andere stellingen, welke ec hter geen invloed hebben op het projectgebied. Bron: NARA, toeg. nr. RG331.

30 maart 1945

Volgens een getuige die aan het woord komt in het boek Doetinchem in Oorlogstijd, ‘zijn er overal in Gaanderen granaten terecht gekomen’.14

Niet aantoonbaar relevant. Er is geen tweede melding of ander bewijsmateriaal dat het plaatsvinden van artilleriebeschietingen bevestigt. Te Gaanderen is, voor zover bekend, nooit geschutmunitie als het gevolg van artilleriebeschietingen geruimd. Tevens was er na de oorlog slechts op beperkte schaal schade te Gaanderen. Mogelijk heeft deze gebeurtenis nooit plaatsgevonden. Deze gebeurtenis wordt in slechts één secundaire bron genoemd. Het valt niet vast te stellen of deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

14 Volker, Doetinchem in oorlogstijd, 245.

31

BB21-056-VO-01

Datum 1 april 1945

Na de bevrijding

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Gebeurtenis Op deze datum wordt Gaanderen bevrijd. In de week daarvoor waren de geallieerde troepen de Rijn overgestoken en bezig met een opmars in de richtingen van Duitsland en Noord-Nederland. De Canadese troepen steken vanuit Duitsland de grens over bij Gendringen. Via Ulft, Silvolde, Terborg en Etten trekken zij in de richting van Doetinchem. Veel verzet ondervinden zij hierbij in het algemeen niet. Wel wordt er te Terborg Duits artillerievuur gemeld door Canadese troepen en het boek Erop of Eronder! In de vroege ochtend van 1 april trekt het 8th Canadian Recce Regiment door Gaanderen. Eerder hadden zij van de plaatselijke bevolking al vernomen dat de Duitsers zich reeds hadden teruggetrokken op Doetinchem. Enkele uren later, rond 08:40 volgen troepen van de 5th Canadian Infantry Brigade. Het plaatsvinden van gevechten wordt niet gemeld door deze eenheden.

Een enkele oorlogshandeling die auteur Volker noemt is dat een aantal waarschuwingsschoten gelost worden door tanks op de school te Gaanderen, om de Duitsers aldaar tot overgave te dwingen.15 Na de bevrijding blijkt de hoeveelheid oorlogsschade te Gaanderen mee te vallen: 800 gulden schade aan de Hoofdstraat en de beplantingen aldaar; Gezamenlijk 1500 gulden schade aan een schuur en twee woningen, locatie onbekend; 800 gulden schade aan de muziektent; 500 gulden schade aan de Rooms-Katholieke school; De enige echt grote schadepost in de omgeving wordt gevormd door de brug over de Bielheimerbeek. Deze is opgeblazen, het herstel ervan kost zo’n 80.000 gulden.16

12 april 1945

Te Gaanderen wordt de aanwezigheid van de volgende munitie gemeld: Twaalf trommels van 3.7 cm granaten voor luchtafweergeschut bij perceel N.246, bij de Bouwhuisbrug;

Relevantie Relevant. Het projectgebied is, voor zover bekend, bevrijd zonder grondgevechten. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van Ontplofbare Oorlogsresten. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

Relevant. De hoeveelheid schade te Gaanderen is zeer beperkt gebleven. Geen van de schadegevallen ligt (aantoonbaar) in de directe omgeving van het projectgebied. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van Ontplofbare Oorlogsresten. Deze gebeurtenis wordt in slechts één (primaire) bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

Niet relevant. De vondst van luchtdoelgranaten heeft niet in de omgeving van het projectgebied plaatsgevonden. De opgeslagen munitie in de loods vormt geen indicatie voor

15 Canadiana, toeg. nrs. T7611, T11343 en T12002; Christ en Schoenmaker, Oorlog op de Flank, 288; Volker, Doetinchem in Oorlogstijd, 274.;

z.a., Erop of Eronder!, 456. 16 ECAL, toeg. nr. 0313, inv. nr. 146

32

BB21-056-VO-01

Datum

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Gebeurtenis Diverse handgranaten, patroonbanden voor machinegeweren, geschutsgranaten, panzerfausten en andere zaken in een loods aan de Hoofdstraat17

Relevantie het achterblijven van Ontplofbare Oorlogsresten. Deze gebeurtenis wordt in slechts één (primaire) bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

3.3. Mijnenvelden In het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie is nagegaan of tijdens de verschillende oorlogshandelingen binnen of in de directe nabijheid van het projectgebied Duitse of geallieerde mijnenvelden zijn aangelegd. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van mijnenvelden binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. 3.4. Ruimingen Ontplofbare Oorlogsresten (1945-heden) Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten die zijn geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en haar voorgangers, de M.M.O.D. en het korps Hulpverleningsdienst. Tevens worden eventuele incidentele vondsten uit overige bronnen vermeld. Ruimingen en meldingen M.M.O.D. (1945-1947) Voor de periode 1945-1947 zijn geen voor het projectgebied relevante meldingen en ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten bekend. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (1971-heden) Binnen- en in de directe nabijheid van het projectgebied zijn bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie de volgende meldingen en ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten bekend. MORA 19793428

Ligplaats Peppelmansdijk 24, Gaanderen

Aantal 180 1 1

Benaming/soort 4 lb staafbrandbom 30 lb fosforrubberbrandbom Tellermine 42

Bijzonderheden Onderdeel van vliegtuigwrak Zonder ontsteker

19831590 19881931

Rijksweg Doetinchem-Terborg, Doetinchem Vinkenstraat 47, Gaanderen

1

Pantsergranaat van 3.7 inch

Verschoten

19971389 20011750

Woudlaan, Doetinchem

1

Handgranaat Mills 36

Watertapweg 118, Gaanderen

1

Nabij de Pol, Doetinchem

2

Oefenantitankbrisantgranaat DM18 van Panzerfaust Brisantgranaten van 8,8 cm

20020739

Met schokbuis AZ. 23

17 GAA, toeg. nr. 1037, inv. nr. 285.

33

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 8. Meldingen van de EODD in de omgeving van het projectgebied. Bron: EODD, bron satellietbeeld: World Imagery.

Samenhang ruimingen Ontplofbare Oorlogsresten/oorlogshandelingen Opvallend is het zeer kleine aantal ruimingen in de omgeving van het projectgebied. Binnen de straal van een kilometer is slechts vijf maal munitie geruimd door de EODD sinds 1971. Tevens is er, met uitzondering van de pantsergranaat van 3.7 inch, nooit verschoten geschutmunitie geruimd. Dit spreekt het plaatsvinden van artilleriebeschietingen, zoals een literatuurwerk stelde dat die ‘overal te Gaanderen’ hadden plaatsgevonden, tegen. Pantsergranaten worden niet ingezet voor artilleriebeschietingen, maar dienen voor direct vuur, doorgaans als antitankwapen. Mogelijk is er in de omgeving van de vondst een schermutseling geweest, of is de granaat van elders meegenomen en op het adres te Gaanderen gemeld.

34

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

4. Luchtfotoanalyse 4.1. Algemeen Ten behoeve van dit vooronderzoek is een aantal luchtfoto’s door BeoBOM geanalyseerd. Deze luchtfoto’s zijn geïnterpreteerd op de aanwezigheid van schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en militaire werken. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s)

Sortie

Datum

Schaal

Kwaliteit

Dekking

Bron

4269

J/773

31 maart 1944

onbekend

Redelijk

100%

DOTKA

3292

106G/4309

7 februari 1945

1:7.000

Zeer goed

100%

LUFT

3017

7-9306

14 februari 1945

1:12.000

Goed

100%

LUFT

Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s wordt de validiteit van de classificatie vastgelegd in drie niveaus van betrouwbaarheid, conform het CS-VROO: Bevestigd. BeoBOM is nagenoeg zeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto; Waarschijnlijk. BeoBOM is overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto; Mogelijk. BeoBOM is overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. De betrouwbaarheid van de classificatie is per object vastgelegd. Wanneer één of meerdere objecten met de betrouwbaarheid ‘mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van één of meer verdachte gebieden wordt dit bij het resultaat van de luchtfotoanalyse omschreven. Bij de luchtfotoanalyse/interpretatie zijn de volgende deskundigen betrokken geweest. Dit geldt tevens voor de classificatie van de objecten als van het betrouwbaarheidsniveau. Deskundige J. Boelen J. Rotteveel

Functie Historisch Onderzoeker Senior Historisch Onderzoeker

4.2. Resultaat luchtfotoanalyse Uit de analyse van het luchtfotomateriaal zijn vele verstoringen binnen- en in de omgeving het projectgebied gesignaleerd. Deze verstoringen worden hier per type/datum omschreven. Luchtfoto 31 maart 1944 Op de luchtfoto van 31 maart 1944 zijn nog geen sporen van oorlogshandelingen waargenomen op het luchtfotomateriaal.

35

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 9. De luchtfoto van 31 maart 1944. Luchtfotonummer 4269

Luchtfoto 7 februari 1945 Op de luchtfoto van 7 februari 1945 zijn grote hoeveelheden verstoringen waargenomen binnen en in de omgeving van het projectgebied.

Figuur 10. De luchtfoto van 7 februari 1945. Een grote concentratie verstoringen (rood omlijnd) is zichtbaar binnen en rondom het projectgebied. Dit lijken vooral verdedigingswerken te zijn, zoals mogelijk loopgraven, schuttersputten en wapenopstellingen. Vast staat in elk geval dat het objecten van militaire aard zijn. Vanwege de hoge concentratie zijn deze amper van elkaar te onderscheiden. Luchtfotonummer 3292.

36

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 11. Enige inslagen (oranje) en schade aan de daken van de fabriek (wit) vlakbij de spoorlijn, even ten oosten van het projectgebied. Het formaat van de inslagkraters suggereert dat het inslagen van 60 lb raketten zijn, afgevuurd door Typhoons. Het is niet be kend wanneer deze raketbeschieting heeft plaatsgevonden. Deze foto zou genomen zijn vóór de raket aanval van 10 februari 1945.

Luchtfoto 14 februari 1945 Op de luchtfoto van 14 februari 1945 zijn geen aanvullende verstoringen bovenop de reeds besproken verstoringen waargenomen.

Figuur 12. De luchtfoto van 14 februari 1945. Luchtfotonummer 3017.

37

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Objecten luchtfotomateriaal Object Inslagen van 60 lb raketten Diverse verdedigingswerken, waaronder mogelijk schuttersputten, wapenopstellingen, en loopgraven als onderdeel van een militair terrein

Datum/Luchtfotonummer 7 februari 1945/3292 14 februari 1945/3017 7 februari 1945/3292 14 februari 1945/3017

Betrouwbaarheid Waarschijnlijk Waarschijnlijk

Motivatie Door twee deskundigen als zodanig beoordeeld. Door twee deskundigen als zodanig beoordeeld. Defense Overprint erkent militaire aard van het object tevens.

4.3. Hoogteverschillen Ter aanvulling van de luchtfotoanalyse wordt tevens middels LIDAR nagegaan in hoeverre sprake is van oorlogsgerelateerde verstoringen in het landschap. LIDAR staat voor Light Detection and Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging, en houdt in dat hoogteverschillen in het landschap in kaart worden gebracht middels laserpulsen. Door hoogteverschillen te analyseren, kunnen verstoringen zoals bomkraters of verdedigingswerken in sommige gevallen worden opgespoord. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan hoogteverschillen in het landschap, die niet zichtbaar zijn op luchtfoto’s door bebossing of andere vegetatie. Ook hoogteverschillen die niet met het menselijk oog zichtbaar zijn, zijn wel zichtbaar als LIDAR wordt ingezet. Naast het in kaart brengen van mogelijke verstoringen als gevolg van oorlogshandelingen, wordt LIDAR hier eveneens toegepast om de naoorlogse bodemroering in kaart te brengen. Naoorlogs opgehoogde gebieden onderscheiden zich duidelijk, wanneer LIDAR wordt toegepast. Op het LIDAR-beeld zijn geen oorlogsgerelateerde verstoringen waargenomen. Uit gegevens van LIDAR en TOPhoogte blijkt dat het maaiveld ter plaatse van het projectgebied tussen de 14,50m+NAP en 15,70m+ NAP ligt. Vermoedelijk is dit sinds de oorlog weinig veranderd.

Figuur 13. LIDAR-afbeelding van het projectgebied, hier in rood weergegeven voor de zichtbaarheid. Bron: PDOK.

38

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

5. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal 5.1. Algemeen Uit het onderzoek zijn indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten naar voren gekomen. Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende indicaties, contra-indicaties, leemten in de kennis en conclusies voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied. Allereerst wordt de tabel getoond waarin specifiek wordt ingegaan op indicaties welke mogelijk leiden tot een verdacht gebied binnen- of in de directe omgeving van het projectgebied, vervolgens worden de overige (contra)indicaties en leemten in de kennis genoemd. 5.2. Indicaties Op basis van het literatuur- en archiefmateriaal zijn de volgende indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in de omgeving van het projectgebied aangetroffen: Binnen het projectgebied was op het luchtfotomateriaal een grote hoeveelheid verstoringen aanwezig van militaire aard; In de directe omgeving is meerdere malen sprake geweest van luchtaanvallen, waarbij raketten of afwerpmunitie zijn ingezet; Canadese troepen zijn via de Rijksweg, gelegen aan de grens van het projectgebied, opgerukt richting Doetinchem; Een bron vermeld het plaatsvinden van artilleriebeschietingen op Gaanderen kort voor de bevrijding.

5.3. Contra-Indicaties De volgende contra-indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten zijn aangetroffen: Er hebben, voor zover bekend, geen grondgevechten plaatsgevonden in de meidagen van 1940 of gedurende de bevrijding van het projectgebied; Er hebben geen luchtaanvallen of bombardementen plaatsgevonden die (aantoonbaar) invloed hebben gehad op het projectgebied; Het plaatsvinden van artilleriebeschietingen kan niet door een tweede bron bevestigd worden, en wordt door overige feiten met betrekking tot munitievondsten en schaderapporten tegengesproken; Binnen delen van het projectgebied is sprake geweest van ingrijpende naoorlogse bodemroering door de bouw van panden, de aanleg van wegen en bijbehorende ondergrondse infrastructuur, waarbij eventueel aanwezige Ontplofbare Oorlogsresten verwijderd zullen zijn.

5.4. Leemten in de kennis De volgende leemten in de kennis zijn gesignaleerd: Algemeen De ervaring leert dat niet alle archiefstukken de tand des tijds doorstaan, wat verschillende oorzaken kan hebben (onbewuste oorzaken zoals brand, of bewuste vernietiging van archiefstukken). Het is 39

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

in principe mogelijk dat Ontplofbare Oorlogsresten-gerelateerde informatie sinds 1945 verloren is gegaan. Hiermee samenhangend kan het eveneens voorkomen dat bepaalde gebeurtenissen, door verdwijning van de oorspronkelijke bron, niet meer getoetst kunnen worden en er enkel nog sprake is van een interpretatie van de oorspronkelijke bron (bijvoorbeeld in de literatuur). Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog worden verder niet alle gebeurtenissen vastgelegd, simpelweg omdat deze onopgemerkt bleven, of omdat deze niet de moeite van het vastleggen waard geacht werden. Specifiek voor het projectgebied Niet alle in de bronnen genoemde oorlogshandelingen, kunnen aan een specifieke locatie worden gekoppeld; Niet alle naoorlogs gevonden/gemelde Ontplofbare Oorlogsresten, konden aan een specifieke locatie worden gekoppeld. Ook voor sommige MORA’s geldt, dat het niet altijd bekend is waar deze precies geplaatst dienen te worden. Dit geldt voornamelijk voor vondsten ‘op het politiebureau’ etc; Het gemeentearchief van Doetinchem gedurende de oorlog is tijdens de oorlog grotendeels vernield. Informatie met betrekking tot Luchtbescherming, politie of brandweer was daardoor niet of beperkt beschikbaar; Er is over Gaanderen gedurende de oorlog weinig geschreven dat de leemte van het gemeentearchief kan compenseren.

Dit komt vermoedelijk door het feit dat Gaanderen toentertijd vrij klein was en in de schaduw lag van het veel grotere Doetinchem; Er is geen luchtfotomateriaal beschikbaar gebleken van het projectgebied van kort na de bevrijding op 1 april 1945; De exacte aard van de grote hoeveelheid verstoringen binnen het projectgebied is lastig vast te stellen. Mogelijk is het geheel een militair oefenterrein geweest; De exacte locaties van de bombardementen van 17 november 1940 en 25 februari 1945 konden door het ontbreken van luchtfotomateriaal niet vastgesteld worden.

5.5. Mogelijk aan te treffen (sub)soorten Ontplofbare Oorlogsresten Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn diverse indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied naar voren gekomen. In onderstaande tabel wordt weergegeven welke (sub)soorten en typen Ontplofbare Oorlogsresten kunnen worden aangetroffen: Hoofdsoort Klein-kalibermunitie, handgranaten, geweergranaten en munitie voor granaatwerpers

Subsoort/type/ontsteker Onbekend

Nationaliteit Duits

Verschijningsvorm 18 Achtergelaten

Verwachte hoeveelheid Onbekend

18 De wijze waarop Ontplofbare Oorlogsresten

in het verleden in de (water)bodem terecht zijn gekomen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in: afgeworpen, verschoten/gegooid/gelegd/weggeslingerd/opgeslagen/gedumpt/begraven (inclusief redepositie), als rest anten uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.

40

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

5.6. Horizontale afbakening verdacht gebied In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn diverse indicaties aangetroffen welke wijzen op de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied is het document ‘Nadere bepalingen beoordelen bronnenmateriaal en afbakening verdacht gebied, behorende bij het CS-VROO’ (CS-VROO-002)19 als richtlijn gehanteerd. Tevens worden richtlijnen afkomstig uit het WSCS-OCE gehanteerd waar het CS-VROO geen handvaten bied (met name de in acht te nemen afstanden/risicostralen van verdachte gebieden). Indien van deze richtlijnen (deels) is afgeweken is dit gemotiveerd en zijn de daarbij gemaakte keuzes onderbouwd. Op basis van de in het onderzoek aangetroffen indicaties zijn de volgende verdachte gebieden afgebakend: Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (achtergelaten), Duits. Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal is gebleken dat binnen het projectgebied sprake is van de aanwezigheid van verschillende militaire objecten.

In het CS-VROO-0220 is met betrekking tot de indicatie militair(e) object(en) het volgende opgenomen: Militair object/afbakening verdedigingswerken Indicatie: Militair object Algemene omschrijving: Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of ontplofbare oorlogsresten, dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: Veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); Zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); Duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen); Hierbij dient te worden gedacht aan o.a. gevechtsloopgraven, wapenopstellingen, geschutopstellingen, tankgrachten/geulen, bunkers, kampementen of een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. In geval van het projectgebied te Noordwijkerhout is sprake van verschillende wapenopstellingen, een tankgracht/geul, gevechtsloopgraven e.d. welke deel uitmaken van een groter geheel.

Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied: Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: De aard/functie van het object; Of het object onderdeel vormde van een groter geheel; Het aantal vermoedelijk aanwezige OO ter plaatse van het militair object gedurende het gebruik daarvan; De vermoedelijke locatie in of nabij het object waar OO werden opgeslagen; Tijdstip en reden van verlaten van het militair object (bijvoorbeeld voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); Informatie over het opruimen van het militaire object en/of de daar aanwezige OO;

19 Stichting VOMES, CS-VROO-002, versie 21-01, d.d. 8 februari 2021. 20 Centraal College van Deskundigen OO, Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht ge bied

behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (d.d. 29 januari 2021).

41

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest; Of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object. De meeste van de bovenstaande factoren zijn niet bekend. Wel is bekend dat: De geallieerde inlichtingendiensten de verstoringen in het projectgebied beschouwden als zijnde militair van aard; Deze objecten uitmaakten van een groter geheel, zijnde een militair terrein; Het projectgebied en omgeving zijn verlaten in een haastige terugtocht uit de Achterhoek aan het einde van maart en het begin van april 1945; Er, voor zover bekend, nooit Ontplofbare Oorlogsresten zijn aangetroffen binnen of in de omgeving van het projectgebied. De exacte aard van de waargenomen verstoringen is onzeker, echter kan gesteld worden dat het een terrein van militaire aard betreft, zijnde mogelijk een oefenterrein of een troepenpositie. Om deze reden heeft BeoBOM ervoor gekozen om het gehele terrein waarbinnen de verstoringen liggen af te bakenen als zijnde verdacht op achtergelaten klein-kalibermunitie, handgranaten, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers. Hieraan is een buffer van 5 meter toegevoegd voor luchtfotocorrectie.

Het resulterende verdachte gebied is weergegeven op de bodembelastingkaart (bijlage 2.) 5.7. Verticale afbakening verdacht gebied De diepteligging van de bovengenoemde Ontplofbare Oorlogsresten is als volgt bepaald: Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (achtergelaten), Duits. Voor de bepaling van de diepteligging van de Ontplofbare Oorlogresten ter plaatse het verdachte gebied achtergelaten klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers is ook uitgegaan van de Duitse voorschriften voor stellingbouw van 1 juni 1944.21 Hierin wordt een diepte van 2,00 meter voorgeschreven bij de aanleg van loopgraven. Hieraan wordt door BeoBOM 0,50m veiligheidsmarge toegevoegd, voor een maximale diepteligging van 2,50m-MV. Gezien de wisselende maaiveldhoogte binnen het projectgebied is enige situationele bepaling van de plaatselijke maximale diepteligging noodzakelijk.

21 Bildheft fur Neuzeitlicher Stellungbau, 1 juni 1944.

42

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 14. Doorsnedes van Duitse loopgraven zoals voorgeschreven in de Bildheft fur Neuzeitlicher Stellungbau, 1 juni 1944.

Al waren de objecten binnen het projectgebied mogelijk niet direct bedoeld als zijnde verdedigingswerken, kan men er van uit gaan dat op een oefenterrein of ander militair terrein dezelfde regels aangehouden werden zoals deze bij de aanleg van echte verdedigingswerken golden. 5.8. Overzicht naoorlogse bodemingrepen Uit onderzoek is gebleken dat sinds de Tweede wereldoorlog er in de directe omgeving van het diverse bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden.

Figuur 15. De situatie binnen het projectgebied op de luchtfoto van 7 februari 1945. Luchtfotonummer 3292.

43

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 16. De situatie binnen het projectgebied op een kaart uit 1966. Er zijn verschillende panden en wegen aangelegd binnen het projectgebied. Bron: topotijdreis.nl

Figuur 17. De situatie binnen het projectgebied op een kaart uit 1987. Er zijn nog een aantal panden bijgebouwd sinds de vorige momentopname. Bron: topotijdreis.nl

44

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 18. De situatie binnen het projectgebied op modern satellietbeeld. Verschillende van de eerder aanwezige panden binnen het projectgebied zijn weer verdwenen. Bron satellietbeeld: World Imagery.

Figuur 19. BAG-gegevens van het projectgebied. In het midden van het projectgebied is in 2020 nog een nieuw pand gebouwd. Bron satellietbeeld: World Imagery.

Binnen het projectgebied zijn een aantal grote panden gebouwd; Binnen het projectgebied zijn verschillende panden in het verleden gebouwd en weer verwijderd; Binnen het projectgebied zijn een aantal toegangswegen aangelegd of aanwezig geweest; Ten behoeve van de gebouwde panden zijn in het projectgebied kabels en leidingen aangelegd.

45

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Voor het huidige projectgebied geldt dat de sinds de oorlog plaatsgevonden bodemroerende werkzaamheden het verdachte gebied mogelijk kunnen verkleinen. Dit dient echter vastgesteld te worden in een vooronderzoek na-conflictperiode en een risicoanalyse.

46

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Conclusie en aanbevelingen Ten behoeve van project Nieuwbouwlocatie Gaanderen in de gemeente Doetinchem staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Gaanderen zoals getoond in dit vooronderzoek. Daar waar het CS-VROO nog geen richtlijnen heeft opgesteld met betrekking tot de afbakening van verdachte gebieden, is gebruikt gemaakt van de richtlijnen als beschreven in het Werkveldspecifiek Certificatieschema Opsporing Conventionele Explosieven (WSCS-OCE, versie juli 2016). In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn diverse feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen.

Verdacht gebied klein-kalibermunitie, handgranaten, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers (achtergelaten) Duits Als het gevolg van de aanwezigheid van een militair terrein is binnen het projectgebied een gebied verdacht op achtergelaten klein-kalibermunitie, handgranaten, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers afgebakend. Deze Ontplofbare Oorlogsresten kunnen aangetroffen worden tot een diepte van 2,50m-MV, oftewel 12,00m+NAP op het laagste punt binnen het projectgebied. Enige situationele bepaling van de maximale diepteligging is door de wisselende maaiveldhoogte binnen het projectgebied noodzakelijk. Advies: Voorafgaande aan het uitvoeren van de geplande werkzaamheden in verdacht gebied, adviseert BeoBOM het volgende: Het laten uitvoeren van een vooronderzoek na-conflictperiode en een risicoanalyse om de naoorlogse bodemroering verder in kaart te brengen, het verdachte gebied waar mogelijk te verkleinen en de risico’s voor de voorgenomen werkzaamheden te inventariseren; Op basis van de bovenstaande risicoanalyse het laten uitvoeren van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd.

Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.

47

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 1. BB21-056-01-OT-01 GEBEURTENISSENKAART (losbladig)

48

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 2. BB21-056-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8153/documents/46738