CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_03_Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten.pdf

beeldvormende raad 16 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Augustinuspark Gaanderen - 2023 en beeldkwaliteitsplan Het Augustinuspark12.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

KENMERK:

BB21-056-VO-01 (CONCEPT)

BETREFT:

VOORONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

PROJECT:

NIEUWBOUWLOCATIE GAANDEREN

OPDRACHTGEVER:

GEMEENTE DOETINCHEM

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

BB21-056-VO-01

Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:

BB21-056-VO-01 46 10 september 2021 Concept

BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:

+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl

KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01

Afbeelding voorzijde: Het projectgebied op 7 februari 1945. Grote hoeveelheden verstoringen ontsieren het landschap, mogelijk op dit moment een oefenterrein van de Duitsers.

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Inhoud

Managementsamenvatting ...............................................................................................................5 Inleiding .............................................................................................................................................6 1. Algemeen .......................................................................................................................................7 1.1 Aanleiding..................................................................................................................................7 1.2. Begrenzing onderzoeks- en projectgebied ..............................................................................7 1.3. Doel ..........................................................................................................................................7 1.4. Terminologie ............................................................................................................................8 1.5. Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) en Ontplofbare Oorlogsresten ................................................................................................................................9 1.6. Eerder uitgevoerde onderzoeken.......................................................................................... 11 2.

Vooronderzoek conflictperiode (1939-1945) ................................................................................ 13 2.1. Inleiding ................................................................................................................................. 13 2.2. Literatuur ............................................................................................................................... 13 2.3. Gemeentearchief en provinciaal archief ................................................................................ 15 2.4. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ..................................................... 16 2.5. Nationaal Archief Den Haag (NA) .......................................................................................... 18 2.6. Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA) ................................ 19 2.7. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden ................................... 19 2.8. Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh ......................................................................... 19 2.9. Krantenberichten .................................................................................................................. 22 2.10.

Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) collecties 409 en 575 ........... 22 2.11. National Archives, Kew, Surrey............................................................................................. 23 2.12. Bundesarchiv/Militärarchiv ................................................................................................... 24 2.13. The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) ................... 24 2.14. Getuigenverklaringen .......................................................................................................... 25 2.15. Kadaster ............................................................................................................................... 25 2.16. Héritage Canadiana .............................................................................................................. 25 2.17. Overige bronnen .................................................................................................................. 26 3. Bronnenanalyse ........................................................................................................................... 27 3.1. Algemeen ............................................................................................................................... 27 3.2.

Chronologische gebeurtenissenlijst ...................................................................................... 27 3.3. Mijnenvelden ......................................................................................................................... 33 3.4. Ruimingen Ontplofbare Oorlogsresten (1945-heden) .......................................................... 33 4. Luchtfotoanalyse ......................................................................................................................... 35 4.1. Algemeen............................................................................................................................... 35 4.2. Resultaat luchtfotoanalyse ................................................................................................... 35 4.3. Hoogteverschillen ................................................................................................................. 38

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

5. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal................................................................................ 39 5.1. Algemeen ............................................................................................................................... 39 5.2. Indicaties ............................................................................................................................... 39 5.3. Contra-Indicaties ................................................................................................................... 39 5.4. Leemten in de kennis ............................................................................................................ 39 5.5. Mogelijk aan te treffen (sub)soorten Ontplofbare Oorlogsresten ....................................... 40 5.6. Horizontale afbakening verdacht gebied .............................................................................. 41 5.7. Verticale afbakening verdacht gebied ................................................................................... 42 5.8. Overzicht naoorlogse bodemingrepen ................................................................................. 43 Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................ 47 Bijlage 1.

BB21-056-01-OT-01 GEBEURTENISSENKAART .................................................................... 48 Bijlage 2. BB21-056-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART.................................................................. 49

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Managementsamenvatting Ten behoeve van project Nieuwbouwlocatie Gaanderen in de gemeente Doetinchem staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Gaanderen zoals getoond in dit vooronderzoek. Daar waar het CS-VROO nog geen richtlijnen heeft opgesteld met betrekking tot de afbakening van verdachte gebieden, is gebruikt gemaakt van de richtlijnen als beschreven in het Werkveldspecifiek Certificatieschema Opsporing Conventionele Explosieven (WSCS-OCE, versie juli 2016). In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn diverse feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen.

Verdacht gebied klein-kalibermunitie, handgranaten, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers (achtergelaten) Duits Als het gevolg van de aanwezigheid van een militair terrein is binnen het projectgebied een gebied verdacht op achtergelaten klein-kalibermunitie, handgranaten, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers afgebakend. Deze Ontplofbare Oorlogsresten kunnen aangetroffen worden tot een diepte van 2,50m-MV, oftewel 12,00m+NAP op het laagste punt binnen het projectgebied. Enige situationele bepaling van de maximale diepteligging is door de wisselende maaiveldhoogte binnen het projectgebied noodzakelijk. Advies: Voorafgaande aan het uitvoeren van de geplande werkzaamheden in verdacht gebied, adviseert BeoBOM het volgende: Het laten uitvoeren van een vooronderzoek na-conflictperiode en een risicoanalyse om de naoorlogse bodemroering verder in kaart te brengen, het verdachte gebied waar mogelijk te verkleinen en de risico’s voor de voorgenomen werkzaamheden te inventariseren; Op basis van de bovenstaande risicoanalyse het laten uitvoeren van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd.

Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Inleiding Projectnaam:

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Project:

Nieuwbouwlocatie Gaanderen

Opdrachtgever:

Gemeente Doetinchem

Projectadres:

Mosterdweg, Doetinchem

Besteknr./opdrachtnr.

BB21-056-VO-01

Werkomschrijving:

Uitvoering vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten en samenstellen bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten conform het CS-VROO

Doelstelling:

Uitvoering vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Uitvoerder

BeoBOM

Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart: Naam Dhr. F.G.J. Barink

Functie Adviseur, senior Deskundige Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten, bevoegd lid management Senior Historisch Onderzoeker

Paraaf

Naam Dhr. J. Boelen MA

Functie Historisch Onderzoeker

Paraaf

Dhr. J. Rotteveel

Senior Historisch Onderzoeker

Dhr. J. Rotteveel

Auteur(s):

Bodembelastingkaart: Naam Dhr. J. Boelen MA

Functie Historisch Onderzoeker

Paraaf

6

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

1. Algemeen 1.1 Aanleiding Ten behoeve van project Nieuwbouwlocatie Gaanderen in de gemeente Doetinchem staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal zoals gesteld in de Arbeidsomstandighedenwet gezorgd moeten worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient voorafgaande aan de geplande werkzaamheden een onderzoek naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten te worden uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek conflictperiode (1939-1945) genoemd. Voorliggend onderzoek is opgesteld conform de bij opdrachtverstrekking meest actuele versie van het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (29 januari 2021). Daar waar het CS-VROO nog geen richtlijnen heeft opgesteld met betrekking tot de afbakening van verdachte gebieden, wordt gebruikt gemaakt van de richtlijnen als beschreven in het WSCS-OCE.

1.2. Begrenzing onderzoeks- en projectgebied Het projectgebied is begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Deze begrenzing wordt getoond in onderstaande figuur. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien zijn, zijn noord-zuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen is ter verduidelijking een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.

Figuur 1. De begrenzing van het projectgebied te Gaanderen (groene kader). Bron satellietbeeld: World Imagery/Google.

1.3. Doel Een vooronderzoek heeft als doel te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen (indicaties) voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten, en indien deze aanwijzingen bestaan, het 7

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

verdachte gebied af te bakenen. Een dergelijk onderzoek bestaat zowel uit het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Het eindresultaat is voorliggende rapportage en een bijbehorende Gebeurtenissenkaart en Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten. 1.4. Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken worden voor alle Ontplofbare Oorlogsresten-gerelateerde werkvlakken een vijftal gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied waarbinnen het vooronderzoek is uitgevoerd. Het CS-VROO schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien. Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv.

straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – het deel van het onderzoeksgebied waarbinnen sprake is van de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 5 (indien van toepassing). Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen.

Wanneer sprake is van een opsporingsgebied dienen aanvullende maatregelen te worden genomen, welke kunnen bestaan uit een opsporingsproces als omschreven in het CS-OOO, maar ook uit aanvullend bureauonderzoek of andere beheersmaatregelen. Onverdacht gebied – het gebied dat op de bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten niet als ‘verdacht gebied’ is aangemerkt. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten.

8

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 2. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.

1.5. Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) en Ontplofbare Oorlogsresten In de praktijk worden vaak de termen NGE (Niet Gesprongen Explosieven) of CE (conventionele explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang Ontplofbare Oorlogsresten. NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. CE was de term waarmee binnen het WSCS-OCE gedoeld werd op: ‘Fabrieksmatig geproduceerde explosieven die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarop de richtlijnen van het WSCS-OCE van toepassing zijn.’ Binnen deze definitie vielen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan. Met de ingang van 2021 is het WSCS-OCE als het ware opgesplitst in een tweetal nieuwe certificatieschema’s, te weten het CS-OOO (Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten) en het CS-VROO (Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten). Deze laatste heeft betrekking op het voorliggende vooronderzoek.

Onder Ontplofbare Oorlogsresten wordt verstaan alle achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie zoals bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (1997). Artikel 4.10 luidt als volgt: Artikel 4.10. Ontplofbare oorlogsresten 1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a. ontplofbare munitie: conventionele munitie die explosieve stoffen bevat als bedoeld in het protocol inzake Ontplofbare Oorlogsresten van 28 november 2003 (Trb. 2004, 227) met inbegrip van mijnen, valstrikken en andere mechanismen;

9

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

b. achtergelaten ontplofbare munitie: ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet is gebruikt, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict en al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid; c. niet-gesprongen munitie: in een gewapend conflict gebruikte ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp is gezet of anderszins voor gebruik is voorbereid, en die niet tot ontploffing is gekomen; d. Ontplofbare Oorlogsresten: achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie. 2. In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld. 3. Indien het oriënterend onderzoek de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit wordt een nader onderzoek ingesteld. 4.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van werknemers door de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten , worden die Ontplofbare Oorlogsresten opgespoord of andere passende maatregelen getroffen om dit gevaar te voorkomen. 5. Het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een bedrijf dat voor de te verrichten arbeid in het bezit is van een certificaat opsporen Ontplofbare Oorlogsresten dat is afgegeven door Onze Minister of een door hem aangewezen certificerende instelling. 6. De arbeid ten behoeve van het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken defensiemedewerkers of het Register veilig werken met explosieve stoffen, bedoeld in artikel 1.5j, eerste lid, onderdelen b of d, dan wel door een persoon van wie de beroepskwalificaties zijn gecontroleerd en toereikend bevonden overeenkomstig de artikelen 23, 27 en 28 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en die deze arbeid verricht onder voortdurend toezicht van een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken met explosieve stoffen. 7. Het ruimen van Ontplofbare Oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door explosievenopruimingseenheden van het Ministerie van Defensie. 8.

Een bewijs van registratie en herregistratie in het Register veilig werken met explosieve stoffen dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig. 9. Artikel 1.5ha is van overeenkomstige toepassing. 10. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede tot en met vijfde lid. Er worden de volgende 16 hoofdsoorten van Ontplofbare Oorlogsresten onderscheiden: Klein-kalibermunitie (KKM); Geschutmunitie; Handgranaten; Geweergranaten; Munitie voor granaatwerpers; Raketten; Afwerpmunitie; Submunitie; Onderwatermunitie; Landmijnen; Valstrikken; Explosieve stoffen; 10

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Vuurwerken; Vernielingsmiddelen; Ontstekingsinrichtingen; Toebehoren van munitie.

1.6. Eerder uitgevoerde onderzoeken In het kader van dit vooronderzoek is nagegaan of in het verleden in, of in de nabijheid van, het projectgebied reeds (voor)onderzoeken door derden zijn uitgevoerd. Hiervoor heeft BeoBOM de volgende bronnen geraadpleegd: De VEO bommenkaart; Gemeenten waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen; ProRail indien in het onderzoeksgebied railinfrastructuur aanwezig is; Rijkswaterstaat, waterschap en/of provincie indien in het onderzoeksgebied infrastructuur aanwezig is die in het beheer van één of meerdere van deze organisaties is. Uit deze inventarisatie zijn onderstaande (voor)onderzoeken naar voren gekomen: Rood: T&A Survey, Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven spoortracé Zevenaar-Winterswijk (kenmerk ROZ-147, d.d. 1 mei 2012) In 2012 heeft T&A Survey een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het spoortracé Zevenaar-Winterswijk. Het projectgebied overlapt met de noordoostelijke hoek van het huidige projectgebied. T&A beschouwt deze locatie als zijnde onverdacht op de aanwezigheid van CE. Rood: BeoBOM, Aanvullend Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven spoortracé Zevenaar-Winterswijk (Kenmerk 2015-65-VO-10, d.d. 22 september 2015). In 2015 heeft BeoBOM een aanvulling gemaakt op het bovenstaande vooronderzoek van T&A Survey ter plaatse van het spoortracé Zevenaar-Winterswijk.

Het projectgebied is hetzelfde als dat van T&A Survey, en overlapt met het huidige projectgebied op dezelfde manier. Ook BeoBOM bestempelt het overlappende gebied als onverdacht op de aanwezigheid van CE. Blauw: BeoBOM, Projectleiderssamenvatting GSM Radio Netwerk (kenmerk 2016-BB-79-PLS-NGE-02, d.d. 13 december 2016). In 2016 heeft BeoBOM een addendum opgesteld op het bovenstaande vooronderzoek met betrekking op het spoortracé Zevenaar-Winterswijk. Op een aanvullende locatie nabij Terborg, op zo’n 1,2 kilometer afstand van het huidige projectgebied, wordt een klein gedeelte verklaar als zijnde verdacht op afwerpmunitie. Geel: BeoBOM, Vooronderzoek Conventionele Explosieven persleiding Doetinchem-Etten (kenmerk BB20-130, d.d. 18 november 2020). In 2020 heeft BeoBOM een historisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van een leidingtracé tussen Doetinchem en Etten, op circa 1,4 kilometer ten noordwesten van het huidige projectgebied. In het tracédeel dat het dichtste bij het huidige projectgebied ligt zijn geen verdachte gebieden afgebakend.

11

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 3. De ligging van de verschillende (voor)onderzoeken van derden t.o.v. het huidige projectgebied (groen) . Bron satellietbeeld: World Imagery.

12

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

2. Vooronderzoek conflictperiode (1939-1945) 2.1. Inleiding Voor het vooronderzoek conflictperiode dienen de relevante bronnen te worden geïdentificeerd en geraadpleegd. In elk geval dienen te worden geraadpleegd de in onderstaande tabel als ‘verplicht’ (conform de eisen van het CS-VROO) aangemerkte bronnen. De als ‘aanvullend’ aangeduide bronnen worden geraadpleegd indien daarvoor aanleiding bestaat. Onderstaande tabel is niet limitatief. In het vervolg van deze rapportage wordt gemotiveerd waarom een aanvullende bron wel of niet is geraadpleegd. De eventuele leemten in de kennis zijn gespecificeerd in paragraaf 4 van hoofdstuk 5.

Bron Literatuur Gemeentearchief en provinciaal archief Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Nationaal Archief Den Haag (NA) Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh Krantenberichten Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409 The National Archives te Londen, gegevens aangaande luchtaanvallen door de Royal Air Force The National Archives te Londen, gegevens aangaande artilleriebeschietingen Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg National Archives and Records Administration II (NARA College Park, VS) Getuigenverklaringen Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)

Verplicht (CSVROO) √ √ √ √ √

Aanvullend

Geraadpleegd

Paragraaf

√ √ √ √ √

2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

√ √

√ √

2.7. 2.8.

√ √

√ √

2.9. 2.10.

√ √

2.10. √

√ √

2.11. √

√ √ √

2.11.

√

2.12. 2.13. 2.14. 2.15.

2.2. Literatuur Ten behoeve van een vooronderzoek worden diverse literatuurbronnen geraadpleegd, zowel enkele standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen (macro- en microniveau). Conform het CS-VROO zijn ten aanzien van literatuurbronnen de volgende (standaard)werken geraadpleegd: Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen, Den Haag 1970). Nierstrasz e.a. (Ministerie van oorlog, hoofdkwartier van de chef van de generale staf, krijgsgeschiedkundige afdeling), De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II (diverse delen, Den Haag 1952-1963). Tevens worden voor elk vooronderzoek geraadpleegd: Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011). 13

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Klep, C. en Schoenmaker, B., De bevrijding van Nederland 1944-1945: oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995). Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.). Specifiek voor het huidige projectgebied zijn daarnaast onderstaande literatuurbronnen verzameld en geraadpleegd: Christ, P., Gelderland bevrijd (Hulst 1994). Haggeman, H., De laatste dagen van soldaat Haggeman en andere Achterhoekse oorlogsverhalen (Doetinchem 2019). Krosenbrink, H. (red.), Met de moed van de angst. Oorlogsbelevenissen in Achterhoek en Liemers (Zutphen 1981). Luesink, W.H., Mijn belevenissen over de periode mei 1940-mei 1945 van 11 tot 16 jaar beleefd in Doetinchem (z.p. 2007). Nederkoorn, W.P. en Stork, G.J.B., Er op of er onder. Hoe Achterhoek en Lijmers de Duitsche bezetting doorstonden en ervan werden bevrijd (Arnhem 1977). Rhebergen, W. en P., Vermist boden de Achterhoek: neergestorte geallieerde vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Historische feiten en achtergronden. (Naarden 1991). Van de Weerd,E., Veldheer, P. en Crebolder, G., Bevrijdingsatlas Veluwe (Barneveld 1985). Volker, I., Doetinchem in oorlogstijd.

Vijf jaar Duitse bezetting in Doetinchem en Gaanderen (Deutekom 1996).

14

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

2.3. Gemeentearchief en provinciaal archief Ten behoeve van dit vooronderzoek is conform het CS-VROO een aantal archiefstukken uit het provinciaal en de relevante gemeentelijke archieven geïnventariseerd en geanalyseerd. Gedurende de oorlog was het projectgebied reeds gelegen in de gemeente Doetinchem Derhalve zijn de stukken uit het archief van deze gemeente geraadpleegd in het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers te Doetinchem. Behalve deze gemeentelijke archieven zijn stukken uit het provinciaal archief te Arnhem, in het Gelders Archief Arnhem, geïnventariseerd en geraadpleegd. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties1 kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied.

Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die verder niets zeggen over de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied. In dat geval staat de reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met chronologische gebeurtenissen, verderop in deze rapportage. Het is gebleken dat het grootste deel van het archief van Doetinchem uit de oorlog (Toegangsnummer 0566) verloren is gegaan toen het gemeentehuis door oorlogsgeweld is verwoest, met uitzondering van een aantal (voor dit onderzoek) niet relevante inventarissen. Deze leemte in de kennis wordt deels opgevangen door het gebruik van archiefstukken uit het Nationaal Archief en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, waarin meldingen over luchtaanvallen over de periode 1940-1942 opgenomen zijn.

Gemeentearchief Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) 0311 Gemeentepolitie Doetinchem, 1920-1950 Toeg.nr 0313

Inv.nr 46

Omschrijving Dagrapporten 1944 november-december

47

Dagrapporten 1945 januari - april

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

0313 Gemeentebestuur Doetinchem, 1945-1969. Toeg.nr 0313

Inv.nr 146

1109

Omschrijving Oorlogsschade. Wederopbouw. Hierin o.a. een plattegrond van het centrum van Doetinchem (‘Wederopbouwplan’), met daarop aangegeven de mate van schade aan gebouwen, 1946-1961 Luchtbeschermingsdienst; o.m. liquidatie, 1944-1949

1111

Ruiming van explosieven, 1945-1946

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

1 Onder indicatie wordt verstaan: gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte daarvan,

verdacht is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Een contra-indicatie betreft een gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het verdacht gebied, of een gedeelte daarvan, als onverdacht kan worden aangemerkt.

15

BB21-056-VO-01

Toeg.nr

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Inv.nr 1213

Omschrijving Herstel oorlogsschade aan bruggen, 1945-1957

1701

Groen van Prinsterenschool, Loolaan 27 – Oorlogsschade, 1949

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

0566 Gemeentebestuur Doetinchem, 1920-1944 Toeg.nr 0566

Inv.nr -

Omschrijving Archief grotendeels verloren gegaan; geen relevante archiefstukken aanwezig.

Relevant -

Provinciaal Archief Gelders Archief Arnhem (GAA) 1037 Militair Gezag in Gelderland Toeg.nr 1037

Inv.nr 285 372 379

Omschrijving Stukken betreffende door gemeenten verstrekte opgaven van aangetroffen explosieven A-H, 1945 Stukken betreffende brandweer, luchtbescherming en mijnopruiming, 1945 Stukken betreffende openbare werken en wederopbouw, 1945

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.4. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Ten behoeve van het vooronderzoek worden conform het CS-VROO in het NIOD ten minste de collecties van het Departement van Justitie (toegangsnummer 216k) en het Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) geraadpleegd. In de collectie van het Departement van Justitie bevinden zich processen-verbaal met betrekking tot bomafworpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. In de collectie van het Generalkommissariat bevindt zich een relatief compleet overzicht van bomafworpen en overige luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in Nederland tussen september 1940 en april 1941. Indien gemeentelijke archieven met betrekking tot luchtbescherming, bominslagen en luchtaanvallen ontbreken wordt deze leemte gedeeltelijk opgevangen door dit archief. Behalve bovengenoemde toegangen worden standaard enkele collecties geraadpleegd welke mogelijk aanvullende informatie bevatten over bijvoorbeeld luchtaanvallen en/of de aanwezigheid van Duitse troepen, troepenposities of verdedigingswerken (Groep Albrecht, 190a). Waar van toepassing, afhankelijk van de locatie, worden ook aanvullende toegangen geraadpleegd. 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr 077

Inv.nr 1328

Omschrijving Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

16

BB21-056-VO-01

Toeg.nr

Inv.nr 1332

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Omschrijving Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

42

Omschrijving Stukken betreffende rapporten, berichten, kaarten en schetsen, afkomstig van de diverse sectoren van de groep Albrecht: Midden-Overijssel, Twente en Achterhoek Idem, diverse steden en dorpen in Gelderland

43

Idem, diverse steden en dorpen in Gelderland (vervolg)

115

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse door de groep Albrecht vervaardigde berichten, rapporten en schetsen, alsmede enkele microfilms, 1945 Map, bevattende fotografische reproducties van diverse niet nader gerubriceerde notities en berichten (merendeels in handschrift), afkomstig van de groep Albrecht, z.d. Map, bevattende fotografische reproducties van diverse niet nader gerubriceerde notities en berichten (merendeels in handschrift), afkomstig van de groep Albrecht (vervolg), z.d. Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d.. Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d. Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d. Bevrijdingsrapporten, 1945

190a Groep Albrecht Toeg.nr 190a

Inv.nr 39

116

117

122

123

124

140

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

216k Departement van Justitie Toeg.nr 216k

Inv.nr 178 180

185 186

637

Omschrijving Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945 Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944 Idem, Echt-Zwolle Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober - 8 december 1944

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

17

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

249-0592B Dossier – Oorlogsschade Toeg.nr 249-0592B

Inv.nr 24

28

Omschrijving "Schade-opgave van Nederland: oorlogsgeweld van 10 mei 1940-5 mei 1945": handgeschreven overzicht van de oorlogsschade in Nederland aan woningen, van het College van Algemeene Commissarissen voor den Wederopbouw, afd. B.B.C., Kruisbessenstraat 12, 's-Gravenhage, Oktober 1945 Lijsten met vernielde panden, doden en gewonden, maart 1943 - 5 september 1944

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.5. Nationaal Archief Den Haag (NA) In het Nationaal Archief worden conform het CS-VROO standaard diverse collecties geraadpleegd, in het bijzonder de beide vereiste toegangen 2.04.53.15 (Binnenlandse Zaken/Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag 1940-1943) en 2.04.110 (collectie krantenknipsels). Daarnaast zijn verschillende overige collecties welke betrekking hebben op bombardementen, oorlogsschade, verdedigingswerken en diverse andere onderwerpen geraadpleegd. 2.04.53.15 lnspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen Toeg.nr 2.04.53.15

Inv.nr 38

73

Omschrijving Ingekomen minuten en uitgaande brieven van en aan diverse overheidsinstellingen 1940-1941: Commissaris van de koningin in de provincie Gelderland Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten, 1940-1941, Gelderland

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst 1945-19742 Toeg.nr 2.04.110

Inv.nr 20

Omschrijving Registers met krantenknipsels inzake explosieven (z.d.)

21

Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1945-1947)

22

Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1957-1959)

27

Registers met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr 2.13.71

Inv.nr 1846

Omschrijving Rapporten betreffende verdedigingsstelsels in Nederland: De Achterhoek

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2 Zie ook paragraaf 2.9.

18

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

2.6. Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA) In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is conform het CS-VROO in de collectie MMOD (Mijn- en Munitieopruimingsdienst) nagegaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied in de periode 1945-1947 ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten zijn uitgevoerd. 2.7. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Sinds 1971 worden meldingen van ruimingen (MORA’s) van Ontplofbare Oorlogsresten centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD). De MORA’s uit deze periode zijn eveneens ondergebracht in het SSA te Rijswijk en worden op aanvraag als scan aangeleverd. Meldingen van ruimingen van na 2010 worden door de EODD alléén digitaal geregistreerd en in een excelbestand verstrekt. Deze zijn conform het CS-VROO in de rapportage verwerkt. Ten behoeve van de nauwkeurigheid en volledigheid wordt bij de aanvraag van MORA’s ten allen tijde rekening gehouden met eventuele wijzigingen in de gemeentelijke indelingen in de periode 1971-2010 en mogelijk niet geheel correcte/foutieve registratie van de locatie (plaats/gemeente).

Om na te gaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied tevens sprake is van de aanwezigheid van mijnenvelden worden conform het CS-VROO standaard ook de gegevens uit de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD geraadpleegd. 2.8. Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh Op basis van luchtfotoanalyse kan in veel gevallen een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten. Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, (te) grote opnamehoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Luchtfoto’s blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn.

Om deze reden wordt te allen tijde getracht diverse luchtfoto’s van variërende data en van goede kwaliteit aan te schaffen. Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn, verschilt per locatie. Ten behoeve van dit vooronderzoek is conform het CS-VROO het beschikbare luchtfotomateriaal met betrekking tot de datums waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden geïnventariseerd in onderstaande luchtfotocollecties: Collecties ‘JARIC’ en ‘ACIU’ berustend bij Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland / National Collection of Aerial Photography te Edinburgh; Wageningen UR te Wageningen; Kadaster te Zwolle. Voor de inventarisatie van luchtfotomateriaal in de buitenlandse luchtfotocollecties (JARIC en ACIU) is gebruik gemaakt van de diensten van de Luftbilddatenbank gevestigd in Estenfeld, Duitsland. Door deze instantie is een overzicht verstrekt van beschikbaar luchtfotomateriaal, waarbij tevens de kwaliteit en schaal is vastgelegd. Behalve de bovengenoemde luchtfotocollecties is ten behoeve van dit vooronderzoek tevens een 19

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

inventarisatie van het beschikbare luchtfotomateriaal uitgevoerd in de collectie van het Laurier Military History Archive (LMHA). Uit de geïnventariseerde luchtfoto’s zijn de meest geschikte foto’s geselecteerd. Bij deze selectie is rekening gehouden met dekking, opnamedatum in relatie tot de oorlogshandelingen, kwaliteit (eigen beoordeling) van het fotobeeld en de schaal. Het streven daarbij is luchtfoto’s te gebruiken van (kort) vóór een gebeurtenis/oorlogshandeling, en van zo kort mogelijk ná de relevante gebeurtenis. Een belangrijke voorwaarde voor laatstgenoemde is dat de foto van zodanige kwaliteit is dat een interpretatie op oorlogsschade mogelijk is. Om de betrouwbaarheid van de conclusies te vergroten is zo mogelijk luchtfotomateriaal van meerdere verschillende opnamedata gebruikt. Over het algemeen kan worden gesteld dat hoe meer sprake is van (mogelijk) relevante oorlogshandelingen, hoe meer luchtfoto’s worden geraadpleegd. Wanneer geen sprake is van enige (mogelijk) relevante (ingrijpende) oorlogshandelingen is volstaan met fotomateriaal van twee verschillende datums waarop de situatie binnen het projectgebied duidelijk zichtbaar is. Van het projectgebied waren geen luchtfoto’s van na de oorlogshandelingen van geschikte schaal of datum beschikbaar. De laatst beschikbare en bruikbare foto dateert van 14 februari 1945, 6 weken voor de bevrijding.

In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie

Datum

Schaal

Kwaliteit Dekking Bron

Motivatie

4269

J/773

31 maart 1944

onbekend

Redelijk

100%

DOTKA

Gebruikt om inzicht te krijgen in de situatie binnen het projectgebied vóór de belangrijkste oorlogshandelingen

3292

106G/4309 7 februari 1945

1:7.000

Zeer goed

100%

LUFT

Gebruikt om inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verdedigingswerken.

3017

7-9306

1:12.000

Goed

100%

LUFT

Gebruikt om inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verdedigingswerken en om de situatie binnen het projectgebied op een zo laat mogelijk moment in de oorlog in kaart te brengen.

14 februari 1945

20

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Dekking luchtfotomateriaal

Figuur 4. dekking 31 maart 1944 ten opzichte van het projectgebied. Luchtfotonummer 4269.

Figuur 5. dekking 7 februari 1945 ten opzichte van het projectgebied. Luchtfotonummer 3292.

21

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Figuur 6. dekking 14 februari 1945 ten opzichte van het projectgebied. Luchtfotonummer 3017.

2.9. Krantenberichten Voor het onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenruimingen in de periode 1940-1972 is conform het CS-VROO gezocht naar krantenberichten via www.delpher.nl en via de verzameling krantenknipsels uit het archief van de Hulpverleningsdienst (NA, toegang 2.04.110, zie paragraaf 2.5.). Bovendien is via Google gezocht naar eventuele aanvullende krantenberichten uit regionale en nationale dagbladen. 2.10. Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) collecties 409 en 575 Conform aan het CS-VROO dienen uit het archief van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie verschillende collecties te worden geraadpleegd. Voor elk vooronderzoek wordt standaard onderzoek uitgevoerd in de collectie 575 ‘Duitse verdedigingswerken’ om na te gaan of binnen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de aanwezigheid van verdedigingswerken. Daarnaast wordt nagegaan of in de meidagen van 1940 mogelijk grondgevechten of artilleriebeschietingen hebben plaatsgehad. Hiervoor wordt allereerst onderzoek uitgevoerd in de collectie 492 ‘De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II’.

Indien hier aanwijzingen uit voortvloeien voor het plaatsvinden van troepenbewegingen, beschietingen en/of grondgevechten, worden uit de collectie 409 ‘Gevechtsverslagen en -rapporten’ de relevante gevechtsverslagen van de (mogelijk) daarbij betrokken Nederlandse eenheden geraadpleegd. Er zijn in de literatuur geen aanwijzingen aangetroffen voor het plaatsvinden van grondgevechten binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. Het is derhalve niet noodzakelijk bevonden de collectie ‘409’ te raadplegen. Collectie 492 De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II / De Groene Serie Toeg.nr 492

Inv.nr -

Omschrijving Geen relevante stukken aangetroffen.

Relevant

22

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Collectie 575 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken (575-serie) Toeg.nr 575

Inv.nr 378

487

500

Omschrijving Datum: december 1943; Omschrijving: Berichten betreffende verdedigingswerken, herstel infrastructuur en SS oefeningen in Arnhem, tevens aanwezigheid Duitse hoge officieren in Oosterbeek en Duitse Dienststellebij Doetinchem, van Geheime Dienst Nederland (GDN) Datum: 04-06-1943; Omschrijving: Inlichtingenrapport van Engelandvaarder Eduardus Anthonius Barten, betreffende onder andere Arnhem, Doesburg, Doetinchem, Schiedam, Wilhelminahaven, Tilburg en Zandvoort Datum: september 1944 - januari 1945; Omschrijving: Inlichtingen betreffende tankgrachten en versterkingen in de Achterhoek, bij Doesburg en bij Doetinchem, van het Bureau inlichtingen der Nederlandsche regeering te Nijmegen

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.11. National Archives, Kew, Surrey Conform aan het CS-VROO wordt voor elk vooronderzoek nagegaan of sprake is van luchtaanvallen uitgevoerd door één van de onderdelen van de Britse Royal Air Force, welke mogelijk invloed hebben op het projectgebied. De hierbij in ogenschouw genomen periode is die van 10 mei 1940 tot en met 8 mei 1945. Er wordt onderzoek verricht in de relevante stukken van de vier belangrijkste onderdelen van de RAF, te weten: Bomber Command; Coastal Command; Fighter Command/Air Defence Great Britain; Second Tactical Air Force. Voor deze onderdelen geldt dat het raadplegen van de collectie van Coastal Command niet in alle gevallen noodzakelijk is, daar dit onderdeel met name belast was met de uitvoering van aanvallen in het Nederlandse kustgebied. Daarentegen wordt voor elk vooronderzoek wél onderzoek uitgevoerd in de collectie van de 2nd Tactical Air Force, gezien de zeer grote spreiding en intensiteit van operaties van dit onderdeel op Nederlands grondgebied vanaf september 1944. Het onderzoek in de stukken van de Royal Air Force is met name gericht op het vaststellen van het aantal, de hoofd- en subsoort(en), het gewicht en het type ontsteker(s) van zowel afwerpmunitie (vliegtuigbommen) als raketten die tijdens luchtaanvallen zijn ingezet, maar ook, ter ondersteuning van de luchtfotoanalyse, de inslaglocaties daarvan.

AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files. Night Bomb raid sheets & Day bomb raid sheets Toeg.nr 14

Inv.nr 2665-2680

Omschrijving Night Bomb Raid Sheets 1940-1945

3360-3368

Day Bomb Raid Sheets 1940-1945

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

23

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons Toeg.nr 27

Inv.nr 1138

Omschrijving No 184 Squadron

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Toeg.nr 37

Inv.nr 715

Omschrijving Second Tactical Airforce Daily Log (september – oktober 1944) Second Tactical Airforce Daily Log (November – December 1944) Second Tactical Airforce Daily Log (januari – februari 1945) Second Tactical Airforce Daily Log (maart – mei 1945)

716 717 718

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

War Diaries geallieerde troepen Behalve stukken met betrekking tot de luchtoorlog beheren de National Archives tevens rapporten en overige documenten van het Britse leger. Wanneer sprake is van het mogelijk plaatsvinden van geallieerde artilleriebeschietingen, maar bijvoorbeeld ook grondgevechten (al dan niet van geringe omvang) wordt conform het CS-VROO onderzoek verricht in de collectie War Diaries. Gaanderen en Doetinchem zijn bevrijd door Canadese troepen. Derhalve zijn de War Diaries van deze eenheden geraadpleegd, in plaats van War Diaries van Britse troepen (zie paragraaf 2.16) 2.12. Bundesarchiv/Militärarchiv Conform aan het CS-VROO worden de collecties van de Luftwaffenführungsstab geraadpleegd voor informatie over luchtaanvallen en bombardementen, al dan niet uitgevoerd door de Luftwaffe. Het gaat om onderstaande collecties, waarvan de RM7 een aanvulling vormt op de RL2. Deze collecties bevatten meldingen over bomafworpen op Nederlands grondgebied vanaf de Duitse inval op 10 mei 1940 tot 10 november 1941. RL 2 Luftlageberichte Toeg.nr RL2

Inv.nr 205 t/m 269

Omschrijving Luftlageberichte mei 1940 t/m november 1941

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

RM7 Luftwaffenführungsstab, Luftlageberichte Toeg.nr RM7

Inv.nr 344 t/m 353

Omschrijving Luftlageberichte augustus-november 1940

Relevant Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.13. The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) Wanneer sprake is van duidelijke indicaties dat het onderzoeksgebied getroffen is door luchtaanvallen met afwerpmunitie uitgevoerd door de United States Army Air Forces, worden stukken met betrekking hierop 24

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

geraadpleegd conform het CS-VROO. Deze stukken zijn ondergebracht in The National Archives (NARA) te College Park (Verenigde Staten). Het onderzoek in dit archief wordt dan gericht op het vaststellen van het aantal, de hoofd- en subsoort, gewichtsklasse en het type ontsteker(s) van de afwerpmunitie die tijdens de desbetreffende luchtaanval is ingezet, en op de inslaglocaties daarvan. Er zijn voor dit onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor het plaatsvinden van Amerikaanse luchtaanvallen binnen of in de omgeving van het projectgebied. In de collectie van NARA wordt tevens gekeken naar eventueel beschikbare geallieerde stafkaarten, waarop (Duitse) verdedigingswerken zijn ingetekend (zogeheten Defense Overprints). Indien beschikbaar zijn deze kaarten gebruikt ter ondersteuning bij de uitvoering van de analyse van het luchtfotomateriaal. Voor het projectgebied waren de volgende Defense Overprints beschikbaar: Toeg.nr RG 331

Inv.nr -

Omschrijving Defense Overprint Kaartblad Terborg, 1:25.000, 19 maart 1945

Relevant Ja

2.14. Getuigenverklaringen In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald of getuigen worden gehoord. Dit wordt conform het CSVROO gerapporteerd. Indien getuigen worden gehoord, dient een schriftelijke getuigenverklaring te worden opgesteld en getekend door de getuige en / of door een vertegenwoordiger van de opdrachtgever die bij het horen van de getuige aanwezig is. Een getuigenverklaring wordt opgenomen als bijlage bij het rapport. Deze getuigenverklaringen staan los van getuigenverklaringen aangetroffen in bijvoorbeeld literatuur of archiefstukken. Voor het voorliggende vooronderzoek zijn er geen getuigen gehoord, daar er geen getuigen zijn aangedragen door de opdrachtgever/geen getuigen gevonden zijn.

2.15. Kadaster In het kader van het onderzoek naar contra-indicaties wordt in elk geval naoorlogs kaartmateriaal uit het archief van het kadaster geraadpleegd met het doel om naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen, conform het CS-VROO. 2.16. Héritage Canadiana Wanneer uit het overige bronnenmateriaal blijkt dat binnen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de mogelijke inzet van Canadese troepen, wordt tevens de collectie Héritage Canadiana (https://heritage.canadiana.ca) geraadpleegd. Deze collectie bevat een veelheid aan War Diaries van Canadese eenheden die op het Europese vasteland zijn ingezet, op verschillende bevelniveaus. Voor voorliggend vooronderzoek zijn uit de collectie Canadiana onderstaande stukken geraadpleegd.

Toeg.nr -

Inv.nr T-7611 T-11343 T-12002 T-12690

Omschrijving Headquarters 2nd Canadian Infantry Division General Staff (december 1944 – october 1945) Headquarters 5th Canadian Infantry Brigade (december 1944 – october 1945) Headquarters 6th Canadian Infantry Brigade (december 1944 – october 1945) Headquarters 8th Reconnaissance Regiment (november 1944 – november 1945)

Relevant Ja Ja Ja Ja

25

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

2.17. Overige bronnen Ter aanvulling van de bronnen geraadpleegd conform het CS-VROO zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere aanvullende bronnen geraadpleegd: ahn.nl; beeldbankwo2.nl; gahetna.nl; google earth; kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; topotijdreis.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl. ecal.nu

26

BB21-056-VO-01

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

3. Bronnenanalyse 3.1. Algemeen In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. 3.2. Chronologische gebeurtenissenlijst Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende oorlogshandelingen die, blijkens de geraadpleegde archief- en literatuurbronnen, hebben plaatsgehad in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ is nader toegelicht in hoeverre de gebeurtenis is beschouwd als relevant voor/van invloed op het huidige projectgebied en daardoor kan worden beschouwd als een indicatie voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten . Conform het CS-VROO worden de verschillende oorlogshandelingen/indicaties vertaald naar een locatie in de huidige topografie. Waar sprake is van onduidelijkheid of onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing of andere elementen van een melding/oorlogshandeling wordt dit gedocumenteerd. Locatieverwijzingen uit geschreven bronnen worden ongewijzigd overgenomen, tenzij sprake is van een dergelijke verschrijving/afwijkende spelling dat deze onleesbaar of onduidelijk is. Aanpassingen in deze worden te allen tijde in blokhaken weergegeven. Datum Meidagen (1015 mei) 1940

31 augustus 1940

Gebeurtenis Voor zover bekend vinden er in de directe omgeving van het projectgebied geen gevechtshandelingen plaats gedurende de meidagen. In de vroege ochtend van 10 mei 1940 wordt de brug over de Bielhamerbeek gesprongen door Nederlandse troepen. Kort hierna trekken deze troepen zich terug achter de IJssel. Gaanderen en omgeving worden in de loop van de ochtend door Duitse troepen bezet.3 In de nacht van 30 op 31 augustus valt volgens het boek Erop of Eronder! Een bom achter de kerk te Gaanderen.4

Relevantie Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied.

Niet relevant. De genoemde locatie ligt op minstens 400 meter afstand van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in slechts één secundaire bron genoemd. Het valt niet vast te stellen of deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

13 november 1940

Rond 04:00 uur ’s nachts vallen op een onbekende locatie in de gemeente Doetinchem 4 brisantbommen op een weiland. De eerste drie ontploffen direct, de laatste ontploft pas later in de ochtend. Er ontstaat geen schade bij het incident.5

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van de inslagen is niet bekend. Deze gebeurtenis wordt in slechts één (primaire) bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële

3 Volker, Doetinchem in Oorlogstijd, 24. 4 Z.a. Erop of eronder! , 414. 5 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328.

27

BB21-056-VO-01

Datum

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Gebeurtenis

Relevantie melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

17 november 1940

Op deze datum komen meerdere bommen neer te Gaanderen, rond 21:15 uur. Hierbij vallen twee doden en drie gewonden. Enige huizen en straten worden vernield of raken beschadigd.6 Volgens het boek Erop of eronder! Komt een van de bommen neer op de Rijksweg te Gaanderen.7

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locaties van de bominslagen zijn niet bekend. De Rijksweg loopt langs het projectgebied, echter is deze te Gaanderen twee kilometer lang. Het is derhalve niet waarschijnlijk dat dit bombardement heeft plaatsgevonden nabij het projectgebied. Omdat tevens geen verdere informatie bekend is over het bombardement, kan op basis van deze gebeurtenis geen verdacht gebied worden afgebakend. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

1941 7 november 1941

Volgens het boek Erop of Eronder! Slaat op deze datum een bom in achter de boerderij van Bruil in Gaanderen.8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8153/documents/46738