CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_03_Toelichting_Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Van Damstraat 19.pdf

beeldvormende raad 16 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Augustinuspark Gaanderen - 2023 en beeldkwaliteitsplan Het Augustinuspark18.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK VAN DAMSTRAAT 19 TE GAANDEREN GEMEENTE DOETINCHEM

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Van Damstraat 19 te Gaanderen Opdrachtgever

gemeente Doetinchem Postbus 9020 7000 HA Doetinchem

Rapportnummer

15425.003

Versienummer1

2

Datum

30 november 2021

Vestiging

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

De heer E. Steijsiger, MSc & de heer ir. E.M. ten Broeke

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

15425.003

Toponiem

Van Damstraat 19

Opdrachtgever

gemeente Doetinchem

Gemeente

Doetinchem

Plaats

Gaanderen

Provincie

Gelderland

Kadastrale gegevens

Gemeente Ambt-Doetinchem, sectie I, nummer 4083

Omvang plangebied

Circa 7.385 m²

Kaartblad

41 A (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 220.830 / Y: 438.440

Bevoegde overheid

Gemeente Doetinchem Postbus 9020 7000 HA Doetinchem Tel. 0314 - 377377 Email: gemeente@doetinchem.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Omgevingsdienst Achterhoek Postbus 200 7255 ZJ Hengelo (Gld.) Email: archeologie@odachterhoek.nl

ARCHIS3

Bureauonderzoek 5105781100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Booronderzoek 5105798100

Archeoregio NOaA

Overijssels-Gelders zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

Uitvoerders

Econsultancy, E. Steijsiger, MSc & ir. E.M. ten Broeke

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van de heer A. Gerritsen een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de van Damstraat 19 te Gaanderen. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing (Augustinusschool) te slopen en vervolgens de nieuwbouw van woningen te realiseren. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek wordt verwacht dat het plangebied op rivierduinafzettingen ligt. Voor de Jagers-Verzamelaars in het (Laat-)Paleolithicum tot het Midden-Neolithicum vormde deze hoge gelegen gebieden een gunstige liggen voor (tijdelijke) nederzettingen. Vanaf het LaatNeolithicum vestigde de eerste boeren zich juist op de overgangsposities. Het rivierduinlandschap werd wel gebruikt als landbouwgronden, hoewel de vaak droge gronden op de rivierduin een beperkende factor vormde. Vanaf de Middeleeuwen is het rivierduinlandschap met potstalbemesting opgehoogd waardoor de plaggendekken zijn ontwikkeld. Het geraadpleegde historisch kaartmateriaal laat zien dat het noordwestelijke deel van het plangebied sinds in ieder geval het einde van de 18 e eeuw gebruikt is voor landbouw, waarschijnlijk met plaggenbemesting. Het zuidoostelijke deel van het plangebied maakte deel uit van woeste gronden. Deze verdeling houdt aan tot in 1950 wanneer de Augustinusschool wordt gebouwd in het plangebied.

Sindsdien wordt het gehele plangebied gebruikt door de school. Diverse uitgevoerde archeologische onderzoeken in het onderzoeksgebied hebben zelden geresulteerd in het aantreffen een archeologische vindplaats en geven aan dat er diverse bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden. Ten westen van en aangrenzend aan het plangebied heeft een booronderzoek er toe geleidt tot het vinden van een archeologische vindplaats met vondsten daterend uit de Bronstijd – Late-Middeleeuwen. Het plangebied heeft een hoge verwachtingen op het voorkomen van archeologische resten voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen. Voor de periode Nieuwe tijd geldt een lage verwachting. Voornamelijk in het noordwestelijke deel van het plangebied geldt een hoge verwachting dankzij de conserverende werking van het plaggendek. Er worden geen resten verwacht uit de Tweede Wereldoorlog. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het verkennende booronderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat in het merendeel van het plangebied de in het verleden uitgevoerde bodemverstorende ingrepen niet of net tot aan de top van de C-horizont reiken en de C-horizont is niet of nauwelijks verstoord. Alleen in de westelijke en noordwestelijke delen van het plangebied is de bodem tot minimaal 60 cm in de C-horizont verstoord.

Onder de tegelverharding van het voormalige schoolplein zijn de bodemverstorende ingrepen relatief beperkt gebleven, namelijk tot een circa 70 cm -mv. Onder deze verstoringen ligt een intacte plaggendek van gemiddeld 40 cm dik, tot aan de top van de rivierduinafzettingen. In de delen van het plangebied waar de top van de C-horizont nog intact is, geldt dat ook het archeologische potentiële sporenniveau nog (merendeel) intact is. Het eventuele aanwezige vondstmateriaal zal opgenomen zijn in (de top van) de rivierduinafzettingen en/of onder het plaggendek daar waar deze nog intact aanwezig is. De top van de rivierduinafzettingen en het archeologische sporenniveau liggen in deze delen van het plangebied op circa 14,0 m +NAP. Alleen in de westelijke en noordwestelijke delen van het plangebied is de bodem tot (diep) in de rivierduinafzettingen verstoord. Op grond van de gezette boringen is binnen dit deel van het plangebied zowel het archeologisch potentiële vondst- als het sporenniveau aangetast, zo niet volledig verstoord/vergraven.

Rapport 15425.003 versie 2

Conclusie Op basis van de resultaten uit het bureauonderzoek en het verkennende booronderzoek wordt geconcludeerd dat in de delen van het plangebied waar de top van de C-horizont nog intact is, geldt dat ook het archeologische potentiële sporenniveau nog (merendeel) intact is. Het eventuele aanwezige vondstmateriaal zal opgenomen zijn in (de top van) de rivierduinafzettingen en/of onder het plaggendek daar waar deze nog intact aanwezig is. De top van de rivierduinafzettingen en het archeologische sporenniveau liggen in deze delen van het plangebied op circa 130 cm -mv, circa 14,0 m +NAP. In het noordwestelijke deel van de tegelverharding ligt het archeologisch relevante niveau ondieper, namelijk op circa 80 cm -mv. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge verwachting geldt voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen en een lage verwachting voor de Nieuwe tijd, blijft op dit deel van het plangebied behouden. Op basis van de resultaten uit het verkennend booronderzoek wordt geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn om restanten van een archeologische vindplaats te verwachten in de westelijke en noordwestelijke delen van het plangebied. Hier zijn (diep) verstoorde bodems aangetroffen waardoor zowel het archeologisch potentiële vondst- als het sporenniveau aangetast, zo niet volledig verstoord/vergraven.

De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek kan worden bijgesteld naar geen verwachting voor alle perioden. Advies Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het deel van het plangebied met een nog intacte Chorizont een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Het archeologische niveau wordt in de top van de intacte C-horizont verwacht en ligt in het grootste deel van het plangebied op circa 130 cm -mv, circa 14,0 m +NAP. Alleen in het noordoostelijke deel van het voormalige schoolplein ligt de top van de Chorizont en daarmee het archeologische niveau ondieper, namelijk op 80 cm -mv. Er dient een dikte van circa 30 cm behouden te blijven als bufferzone en conserveringslaag van de onderliggende vondsten- en sporenlaag die in de top van de C-horizont nog merendeels intact wordt verwacht. Behoud van de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats is daarom alleen mogelijk als mogelijke bodemingrepen niet dieper gaan dan circa 100 cm onder het huidige maaiveld in het grootste deel van het plangebied en 50 cm -mv in het noordoosten van het schoolplein.

Wanneer er plannen zijn om diepere bodemverstorende ingrepen te realiseren over een oppervlakte van meer dan 250 m 2 wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuven onderzoek (IVO-P). Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Op grond van de al in sterke mate aangetaste/verstoorde bodemopbouw binnen de westelijke en noordwestelijke delen van het plangebied adviseert Econsultancy, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. De mogelijke ingrepen kunnen, voor zover het archeologische waarden betreft, zonder beperkingen worden uitgevoerd.

Rapport 15425.003 versie 2

Bovenstaand betreft adviezen (zie figuur 19), opgesteld door Econsultancy. Het bevoegd gezag (gemeente Doetinchem) neemt het advies voor een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek niet over. Het adviseert om een vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een karterend booronderzoek rondom boringen 2, 4, 7 en 5. Tijdens dit onderzoek wordt het opgeboorde materiaal in het veld bodemkundig beschreven en de archeologisch relevante bodemlagen dienen te worden gezeefd met behulp van een zeef met een maaswijdte van 4 mm. Het zeefresidu dienen te worden geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc. Door middel van het karterend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het geadviseerde vrijgegeven deel van het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten.

Mochten tijdens de graafwerkzaamheden daar toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2).

2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 15425.003 versie 2

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 18 3.1 3.2 3.3

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 13 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 15 Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ...................... 17

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 18 Methoden ........................................................................................................................ 18 Resultaten ....................................................................................................................... 18

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 21 4.1 4.2

Conclusie ........................................................................................................................ 21 Advies ............................................................................................................................. 22

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 24 BRONNEN .......................................................................................................................................... 26

Rapport 15425.003 versie 2

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII. Tabel VIII.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Hoofdlijn bodemopbouw langs de rand van het plangebied Hoofdlijn bodemopbouw onder het voormalige schoolplein

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17. Figuur 18. Figuur 19.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de (geactualiseerde) archeologische beleidskaart gemeente Doetinchem Situering van het plangebied binnen de binnen de (geactualiseerde) archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met als achtergrond het AHN Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad 83 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1822 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1888 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1927 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1936 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1954 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1994 Boorpuntenkaart plangebied met als achtergrond de luchtfoto Resultaten van het verkennend booronderzoek met als achtergrond de luchtfoto Advies voor vervolgonderzoek op basis van de resultaten met als

achtergrond de luchtfoto

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen

Rapport 15425.003 versie 2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van A. Gerritsen een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de van Damstraat 19 te Gaanderen in de gemeente Doetinchem (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing (Augustinusschool) te slopen en vervolgens de nieuwbouw van woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 18 en 19 augustus 2021 door E. Steijsiger, MSc en ir. E.M. ten Broeke (senior KNA Prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 31 augustus 2021 door E. Steijsiger, MSc en ir. E.M. ten Broeke (senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog). 2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:      3

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 1 van 26

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:             2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Doetinchem; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 750 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 7.385 m² en ligt aan de van Damstraat 19, in het centraal-westelijke deel van de bebouwde kom van Gaanderen in de gemeente Doetinchem (zie figuren 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich van noordwest naar zuidoost op een hoogte tussen circa 14,6 en 15,4 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Doetinchem, sectie I, nummer 4083. Volgens de topografische kaart van Nederland, 40 F (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 220.830/Y: 438.440. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.

Het plangebied is bebouwd met een basisschool (Augustinusschool), een sporthal en een fietsenstalling/berging. De terreindelen rondom deze bebouwing zijn deels voorzien van een tegelverharding en in gebruik als schoolplein. De onverharde delen van het plangebied zijn verder in gebruik als siertuin/groenstrook. De van Damstraat en de Mosterweg lopen respectievelijk langs de zuidoost- en noordzijde van het plangebied. Het gebruik van de terreindelen rondom het plangebied is divers, met ten westen een zorghotel, ten noorden een enkel woonperceel en agrarische percelen, ten oosten liggen woonpercelen en ten zuiden staat de Sint-Augustinuskerk (zie figuur 2).

4

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 2 van 26

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie – 2020 (vastgesteld op 03-12-2020).5 Volgens dit bestemmingsplan heeft het merendeel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – archeologische verwachting 3. Alleen het uiterst westelijke deel van het plangebied heeft een dubbelbestemming Waarde – archeologische verwachting 2, vanwege de ligging binnen de 50 meter attentiezone van een vondstlocatie/archeologische vindplaats. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij een onderzoekslocatie groter dan 250/100 m² en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv, vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

De dubbelbestemming is afgeleid van de (geactualiseerde) archeologische beleidskaart voor het gebied binnen de gemeente Doetinchem.6 Volgens deze kaart (zie figuur 4) ligt de het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachting, waarbij eventueel aanwezige archeologische resten afgedekt zijn door een plaggendek en waarschijnlijk goed geconserveerd zijn (Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV) categorie 5). Het uiterst westelijke deel van het plangebied ligt binnen de 50 meter attentiezone van een vondstlocatie/archeologische vindplaats (Archeologisch Waardevol Gebied (AWG) categorie 3). Atlas Gelderland7 Met de Atlas Gelderland wilt de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Het raadplegen van de Atlas Gelderland heeft voor het plangebied geen aanvullende gegevens opgeleverd. 2.4

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing (Augustinusschool) te slopen en vervolgens de nieuwbouw van woningen te realiseren. Het inrichtingsplan is echter nog niet bekend. Wel is te verwachten dat bij de aanleg van een standaard staalfundering voor de nieuwbouwwoningen, de bodem tot aan de top van het “gele” zand (top van de C-horizont) worden afgegraven (bouwput). Tevens zullen diverse nutsvoorzieningen worden aangelegd (kabels en leidingen). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

5

Portaal voor Ruimtelijke Plannen Willemse et al., 2019 7 https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default 6

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 3 van 26

2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie8

Als basis fluviatiele zanden/vlechtende rivierterrasafzettingen van de Formatie van Kreftenheye, behorende tot het Laagterras, welke mogelijk is afgedekt met een dunne laag Laat-Glaciale overstromingsklei (1e Laag van Wijchen). Hierboven een dikke laag rivierduinafzettingen, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

Geomorfologische kaart gemeente Doetinchem (archeologische waarden- en verwachtingskaart)9

Binnen een gebied van eolisch gevormde ruggen/koppen met een plaggendek van meer dan 50 cm dik (Era1P).

Bodemkunde en grondwatertrap10

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, maar meest waarschijnlijk veldpodzolgronden, bestaande uit grof zand (Hn30) met grondwatertrap VI, of hoge bruine enkeerdgronden, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (bEZ21) met grondwatertrap VII".

Landschappelijke ontwikkeling 11 De ondergrond van de omgeving van Doetinchem maakt deel uit van een groot preglaciaal bekken. Dit bekken is in eerste instantie gevormd door een voorloper van de Rijn, waarna het subglaciaal verder is geërodeerd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden). Tevens is het stuwwallengebied van Montferland ontstaan, dat zich verder ten zuidwesten van het plangebied bevindt. Het preglaciaal bekken is tijdens het terugtrekken en daarmee het afsmelten van het landijs gedeeltelijk opgevuld met een dunne laag keileem met daarop glaciofluviale afzettingen van de Formatie van Drente. Nadat het landijs zich had teruggetrokken hervatte de Rijn zijn oorspronkelijke loop ten oosten van de stuwwallen van Montferland, richting het glaciale bekken van het huidige IJsseldal. Tijdens deze periode vulde de Rijn het IJsseldalbekken deels op met fluviatiele afzettingen van het Laagpakket van Twello (Formatie van Krefteheye) bestaande uit matig fijn tot grof zand. Lokaal zijn de afzettingen kleiig ontwikkeld. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 120.000 - 10.000 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. In die tijd heerste er in Nederland wel een continentaal periglaciaal klimaat. Dit houdt in dat de omstandigheden erg koud en droog waren.

Het landschap in Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. Ook in de eerste helft van het Weichselien bleef de Rijn stromen via het IJsseldal, tot na het eerste koude maximum (Vroeg-Pleniglaciaal, 74.000 tot 60.000 jaar geleden). In de tweede helft van het Weichselien (vanaf 60.000 jaar geleden) boog het Rijndal langzaam westwaarts af, om tussen Montferland en de Veluwezoom richting de Betuwe en West-Nederland te gaan stromen. Tussen 40.000 en 25.000 jaar geleden heeft het merendeel van de Rijn door dit gebied gestroomd. Daarna verloor ook dit deel van de Rijn stapsgewijs haar afvoer, omdat de nog zuidelijker geleden verbindingen via het Niersdal en uiteindelijk de Gelderse Poort actief werden.

8

De Mulder et al., 2003 Willemse et al., 2019 10 Stichting voor Bodemkartering, 1966 11 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2005 / Berendsen, 2008 / Van Oosterhout, 2008 / Cohen et al., 2009 9

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 4 van 26

In het Oude IJsseldal is echter tot in ieder geval het einde van het Weichselien een Rijntak actief gebleven. Doordat de rivier zich insneed, zijn verschillende terrasniveaus ontstaan. In het Laat-Glaciaal stroomde de Rijn ten oosten/noordoosten van het plangebied. Tijdens overstromingen kon het plangebied nog wel blank komen te staan waarbij een dunne laag klei werd afgezet, welke wordt gerekend tot de 1e Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Daar waar dit kleipakket voorkomt, worden deze gronden ook wel aangeduid als oude rivierkleigronden. Tijdens de laatste koude periode (het Jonge Dryas, 12.750 tot 11.755 jaar geleden) werd door de nog actieve Rijntak ten zuidwesten van het plangebied een nieuw, ondiep dal gevormd, welke ook bekend staat als Terras X. Hierbinnen zijn nog veel vlechtende riviergeulen bewaard gebleven, welke op basis van de aanwezige topografie nog in het landschap te herkennen zijn. Vanuit de vaak geheel of gedeeltelijk droog liggende bedding kon in het tweede deel van het Jonge Dryas (een zeer droge fase met sterke eolische activiteit) verstuivingen optreden, waardoor een rivierduincomplex is gevormd langs de noordoostzijde van het dal van de Oude IJssel, bovenop het in het Pleniglaciaal reeds gevormde Laagterras. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

Aan het begin van het Holoceen (Preboreaal) heeft de Rijn het gebied van de Oude IJssel definitief verlaten (geen actief watervoerende nevengeul meer aanwezig). Tijdens perioden van hoge Rijnwaterstanden is wel een vrij dikke laag rivierklei afgezet, welke behoort tot de 2e Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Deze kleilaag werd ook uitwiggend op de lagere flanken van het rivierduincomplex gesedimenteerd. Ter plaatse van het plangebied wordt een afdekkende kleilaag niet verwacht, op basis van het te verwachten bodemtype weergegeven op de Bodemkaart van Nederland (wordt verderop behandeld). Vanaf het Boreaal stroomde er circa 7000 jaar lang bijna geen Rijnwater meer door het dal van de Oude IJssel, welke dus alleen maar zorgde voor lokale afwatering. Pas vanaf de Romeinse tijd werden er weer sedimenten afgezet binnen de begrenzing van het huidige rivierengebied van de Oude IJssel, als gevolg van een toenemende sedimentlast (intensieve houtkap) en overstromingsfrequentie van de Rijn. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Echteld. Ook deze afzettingen worden binnen het plangebied niet verwacht. DINO12 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland.

Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket is een boringen bestudeerd gelegen direct ten noorden van het plangebied.13 Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit minder dan 2 meter rivierduinzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) bestaande uit zwak lemig matig grof zand. Onder de rivierduinafzettingen ligt vlechtende rivierterrasafzettingen van de Formatie van Krefteheye uit het Wechselien. Deze laag bestaat voornamelijk uit zeer en uiterst grof zand en soms komt een zeer zandige grindlaag voor.

12 13

Dinoloket DINO boornummer B41A0064

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 5 van 26

Geomorfologie Op de geomorfologische kaart die specifiek voor de gemeente Doetinchem is opgesteld (Aardkundige kaart met reliëfvormen en ontstaanswijzen) en het bijbehorend rapport 14, ligt het noordwestelijke deel van het plangebied binnen een gebied met een plaggendek. De rest van het plangebied ligt binnen een gebied met een hoge rivierterrasrest met (rivier)duinzand 15. De rivierduinafzettingen hebben een goede bewoonbaarheid dankzij hun relatieve hoge ligging in het landschap. Het plakkendek geeft aan dat hier lange tijd landbouw is bedreven. Tevens functioneert het plaggendek als een goede conserverende laag. Door deze twee kenmerken geldt hier een hoge archeologische verwachting. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Door de aanwezige bebouwing wordt de topografie van het maaiveld vertroebeld (zie figuur 6). Tevens is door de inrichting van de bebouwde kom veel van het oorspronkelijke reliëf door egalisatie of opvulling genivelleerd, bijvoorbeeld voor de realisatie van de Augustinusschool. Wel is goed zichtbaar dat het plangebied op een rivierduin ligt.

Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Gaanderen bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 7). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk binnen het plangebied een veldpodzolgrond (Hn30) dan wel een vlakvaaggrond (Zn30) te verwachten, beide bestaande uit grof zand. Podzolgronden worden gekenmerkt door podzolering: er komt een duidelijke B-horizont in voor die tot stand is gekomen door inspoeling van niet-amorfe humus samen met ijzerverbindingen (moderpodzolen), of door inspoeling van amorfe humus (humuspodzolen). Veldpodzolgronden behoren tot de suborde van de humuspodzolen, waarbij de bovengrond sporen van een sterke uitloging vertoond, in de vorm van gebleekte zandkorrels. De zandkorrels vertonen geen ijzerhuidjes als gevolg van de relatief hoge grondwaterstanden die tijdens de bodemvorming optreden17. Deze gronden zijn over het algemeen kenmerkend voor de overgang van de hoger terreindelen (dekzandruggen) naar de lager gelegen vlaktes (beekdalen, vlaktes van verspoelde dekzanden). Tevens komen deze gronden vaak voor op jonge ontginningen18. Vlakvaagrond zijn zandgronden waar weinig bodemvormende processen hebben plaats gevonden. Ze bestaan bijna geheel uit een C-horizont met mogelijk een dunne, relatief arme, humushoudende laag die in de toplaag is ontwikkeld.

Het grondwater staat periodiek hoog in deze gronden. In het oosten van Nederland komen de vlakvaaggronden voor in laagtes in stuifzandgebieden waar geen menselijke activiteiten plaatsvinden of in recentelijk ontgonnen heidegronden19.

14

Willemse et al., 2019

15 Op de kaart Aardkundige kaart met reliëfvormen en ontstaanswijzen is dit gebied ingekleurd als een hoge rivierterrasrest

met dekzand maar is gelabeld als een hoge rivierterrasrest met stuifzand. Het bijbehorend rapport Willemse et al., 2019 geeft aan dat het hier gaat om rivierduinafzettingen. Gezien de ligging langs de oude IJssel gaat het om rivierduinafzettingen. 16 AHN 17 De Bakker & Locher, 1990 18 De Bakker & Schelling, 1989 19 Idem

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 6 van 26

In het archeologisch booronderzoek uitgevoerd door RAAP in 2006 20 in het aangrenzende deelgebied direct ten westen van het plangebied, is een plaggengrond gevonden. De dikte van dit plaggendek varieert tussen de 60 tot 110 cm. In sommige boringen is ook een oude cultuur laag gevonden onder het plaggendek. Aangrenzend ten zuidenwesten van het plangebied is tijdens het booronderzoek een verstoorde bodem gevonden met een regelmatig geploegde bouwvoor van 50 cm dik. Hier is ook tot 75 cm -mv bouwpuin gevonden. In de meeste boringen is onder het rivierduinzand een dunne kleilaag gevonden van de 1e Laag van Wijchen. Op historische kaarten (wordt later verder toegelicht in §2.7) is te zien dat de zuidoostelijke helft van het plangebied tot in de 20 e eeuw heidegrond is geweest. De noordwestelijke helft is daarentegen al sinds de 18e eeuw gebruikt als landbouwgrond, mogelijk al eerder. Het is daarom te verwachten dat de noordwestelijke helft van het plangebied een plaggendek bevat, zoals aangetroffen op het terrein direct ten westen van het plangebied. In de zuidoostelijke helft van het plangebied wordt een bodemopbouw verwacht typerend voor een gebied dat recentelijk is ontgonnen, zoals een veldpodzolgrond of vlakvaaggrond. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan.

De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling21

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Gaanderen bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd. Uit extrapolatie van grondwater gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied in een gebied ligt dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VI. In het verleden zal het plangebied geschrikt zijn geweest voor landbouw en vormt dan ook een gunstige vestigingslocatie voor landbouwsamenlevingen. De relatief diepe grondwaterstanden zorgen er wel voor dat eventueel aanwezige metalen en organische resten waarschijnlijk minder goed/niet goed geconserveerd zijn. Tegenwoordig wordt het grondwater gereguleerd.

20 21

zaak nummer 2122461100 Locher & De Bakker, 1990

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 7 van 26

2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).22 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 750 meter rondom het centrale punt van het plangebied weergegeven. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied23 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen géén AMK-terreinen (zie figuur 8).

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 24 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal veertien archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om twaalf bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek), een proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding (zie tabel III en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die binnen het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd laten zien dat, vanwege de aanwezigheid van rivierduinen en plaggengronden, er een hoge verwachting geldt voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (gespecificeerde archeologische verwachting). Uit het merendeel van deze onderzoeken (uitgevoerde veldonderzoeken) blijkt echter dat er rondom het plangebied vrijwel geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen en dat de bodem veelal sterk verstoord is. Tijdens een booronderzoek uitgevoerd aangrenzend ten westen van het plangebied is een mogelijke vindplaats gevonden met aardewerk fragmenten uit de Bronstijd–Late-Middeleeuwen onder het plaggendek en in een oude akkerlaag. Mogelijk duidt dit op de aanwezigheid van restanten van een nederzettingslocatie/huisplaats. Navolgend is een vervolgonderzoek uitgevoerd, in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.

Tijdens dit onderzoek zijn geen sporen aangetroffen uit de perioden Bronstijd–Late-Middeleeuwen. Wel zijn karrensporen, aardewerk en gietijzeren slakken gevonden uit de Nieuwe tijd. De karrensporen liepen van het westen naar het oosten, van de hoger gelegen heidegebieden naar het lager gelegen bouwland, en dateren waarschijnlijk rond het begin van de 19e eeuw. Deze karresporen lopen waarschijnlijk verder door ten zuiden van het plangebied in oostelijke richting. Bij een booronderzoek uitgevoerd circa 350 meter ten oosten van het plangebied zijn meerdere archeologische vondsten gevonden uit de periode Late IJzertijd–Middeleeuwen, mogelijk duidend op restanten van een nederzettingsterrein/huisplaats. 22

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Idem 24 Idem 23

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 8 van 26

De meeste archeologische vondsten zijn gedaan in het plaggendek of in de top van de rivierduinen. De rivierduinen zijn vanwege hun hogere ligging in het landschap goede bewoningslocaties. Ook het plangebied met de Augustinusschool ligt waarschijnlijk op een rivierduin, wat betekent dat het plangebied mogelijk in het verleden een aantrekkelijke bewoningslocatie was. Tabel III.

Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaaknummer (OMnummer)

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

2122461100 (17796)

Aangrenzend ten westen van het plangebied St. Jozefterrein te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 220678/438412

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 23-6-2006 Resultaat: In opdracht van DHV Ruimte en Mobiliteit B.V. heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in juni 2006 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande nieuwbouw van woningen op het St. Jozefterrein te Gaanderen in de gemeente Doetinchem. Dit onderzoek is uitgevoerd in het deel 1A van het plangebied. Doel van dit onderzoek was eventueel aanwezige archeologische resten op te sporen en, voor zover mogelijk, een eerste indruk te geven van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging ervan. Tijdens het veldonderzoek is door middel van elf boringen een archeologische vindplaats aangetroffen in het noordoostelijke deel van het plangebied, direct naast het plangebied. Hier zijn in drie boringen archeologische indicatoren waargenomen in de basis van het plaggendek en de onderliggende oude cultuurlaag (tussen ca. 60 en 130 cm -mv). Het betreft mogelijk een klein nederzettingsterrein. De gaafheid en conservering van de vindplaats lijken goed te zijn. Het wordt aanbevolen om ter hoogte van de vindplaats een waarderend onderzoek door middel van proefsleuven uit te laten voeren.

Dit om in een vroeg stadium over voldoende gegevens te kunnen beschikken op grond waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen met betrekking tot beschermende maatregelen of het al dan niet (geheel) opgraven van de vindplaats. In het overige deel van het plangebied zijn geen duidelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats gevonden. Mogelijk is de archeologisch interessante laag hier tijdens eerdere grondwerkzaamheden volledig verdwenen. Het vervolg onderzoek dat is uitgevoerd is onderzoek met zaaknummer 4750386100.

4750386100

Aangrenzend ten westen van het plangebied St. Jozefterrein te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 220685/438406

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaaknummer (OMnummer) 2122461100 (17796)) Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 18-11-2019 Resultaat: Dit onderzoek is het vervolgonderzoek op het bureau- en booronderzoek met zaaknummer 2122461100. In dat onderzoek zijn er aardewerken fragmenten gevonden uit de Bronstijd – Late-Middeleeuwen. Dit proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd onder de nieuwbouw in deel 1A van het plangebied. In de proefsleuven is geen aardewerk uit de Bronstijd – Late-Middeleeuwen gevonden. Wel is er in een proefsleuf op 60 cm -mv karrenspoor, aardewerk en gietijzeren slakken gevonden uit de Nieuwe tijd. Op basis van deze vondsten is bepaald dat in het plangebied een landweg heeft gelopen tussen de hoger gelegen heide gebieden naar het lager gelegen landbouwgronden. Omdat deze weg niet is aangegeven op de kadastrale kaart uit 1832 is deze weg van voor 1832. Tevens zijn er ook sporen gevonden van esgreppels uit de Nieuwe tijd. Door het gebrek aan vondsten die samenhangen met de weg is de vindplaats als niet behoudenswaardig bestempeld en is het plangebied vrijgegeven.

2249268100 (35811)

250 meter ten zuiden van het plangebied Rijksweg 126-128 te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 220845/438191

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 26-6-2009 Resultaat: In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog. Indien archeologische resten aanwezig zijn komen deze voor direct aan of onder het maaiveld. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. De archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Als gevolg van bebouwing op de locatie

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 9 van 26

vanaf 1927 kunnen bodemverstoringen in het plangebied voorkomen. Tijdens het booronderzoek zijn geen indicatoren aangetroffen die wijzen op archeologische sporen in de bodem. Geadviseerd is om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. 2353182100 (49929) & 2353190100 (49930)

300 meter ten zuidoosten van het plangebied Rijksweg - Vulcaanstraat te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 220983/438160

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 19-12-2011 Resultaat: Vanwege de ligging op het rivierduin, in de nabijheid van de Holocene riviervlakte, zal het plangebied gedurende het Holoceen een gunstige (tijdelijke) nederzettingslocatie hebben gevormd, met name voor landbouwers. Dit wordt tevens bevestigd door de bekende archeologische waarden in de nabijheid van het plangebied. De kans op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Neolithicum – Nieuwe tijd wordt dan ook hoog geacht. Vanwege het ontbreken van bekende archeologische waarden van jagers/verzamelaars in de omgeving van het plangebied, en de ligging van hogere rivierduinen in de directe nabijheid, wordt de kans op het aantreffen van resten uit de perioden LaatPaleolithicum – Mesolithicum middelhoog geacht. Archeologische resten worden verwacht in de top van de rivierduinzanden. Indien verstuiving heeft plaatsgevonden ter plaatse van het plangebied, dan zouden archeologische resten jonger dan de verstuiving zich ook in de verstoven zanden kunnen bevinden. De aangetroffen bodemopbouw is grotendeels intact en komt overeen met de verwachtingen op basis van het bureauonderzoek. In het opgeboorde sediment zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van archeologische waarden.

De gespecificeerde archeologische verwachting kan op basis van de resultaten van het booronderzoek worden bijgesteld tot een lage verwachting voor alle archeologische perioden. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden, heeft Econsultancy geadviseerd om de locatie vrij te geven

2473346100 (65379)

300 meter ten oosten van het plangebied Bloemenweg te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 221147/438476

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 27-2-2015 Resultaat: In het plangebied is onder een verstoord niveau een restant van het verwachte plaggendek aangetroffen. De top van de C-horizont is in praktisch het hele plangebied intact aangetroffen op en diepte variërend van 70 tot 130 cm beneden maaiveld, maar niet ter plaatse van boring 5 en 8. In de C-horizont is voor een deel een restant van de oorspronkelijke podzolgrond aangetroffen; het betreft de BC-horizont in boring 2, 7, 9, en 12. Omdat de bovengrond van de podzolgrond is verstoord wordt geen vuursteenvindplaats verwacht. Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal is een archeologische indicator aangetroffen die wijst op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Het betreft een fragment kogelpot aardewerk met een vroegmiddeleeuwse datering. Het fragment is aangetroffen aan de onderzijde van het plaggendek in boring 11, op een diepte van 80 tot 90 cm beneden maaiveld. Op basis van het aangetroffen fragment aardewerk kan een vindplaats worden verwacht uit de VroegeMiddeleeuwen. Deze kan worden verwacht in de top van de C-horizont en kan tot diep in de C-horizont reiken. Het booronderzoek bevestigt de lage verwachting voor vindplaatsen uit de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd.

Op basis van de resultaten van het booronderzoek is mogelijk een archeologische vindplaats in het plangebied aanwezig. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk (hierbij is een marge van 20 cm meegenomen). Ter plaatse van het centrum van het plangebied is dit niveau waarschijnlijk al verstoord en zijn eventueel aanwezige archeologische resten verdwenen. Wij adviseren planaanpassing of ophoging van het terrein zodat de te plegen verstoringen niet dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld. Indien dit niet mogelijk is adviseren wij een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor dit proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd.

2058391100 (8592)

350 meter ten oosten van het plangebied Neerlandia/Pelgrim te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 221170/438345

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-7-2003 Resultaat: In overeenstemming met het bureauonderzoek zijn in het plangebied archeologische resten gevonden. In de vermoedelijk oude akkerlaag zijn verscheidene archeologische indicatoren aangetroffen: mogelijk een nederzettingsterrein, uit de Late-IJzertijd t/m de Middeleeuwen. Omtrent de omvang en aard

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 10 van 26

kunnen geen uitspraken gedaan worden door dit onderzoek. Indien men bij nieuwbouw het terrein ophoogt en fundeert d.m.v. schroefpalen hoeft er geen vervolgonderzoek plaats te vinden. 2266748100 (38226)

350 meter ten zuidwesten van het plangebied Gieterijstraat 28 t/m 38 te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 220626/438162

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 24-11-2009 Resultaat: De resultaten van het bureauonderzoek zijn niet bekend in ARCHIS. Wel is geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren

2116913100 (16992)

400 meter ten oosten van het plangebied Akkerstraat 23/23A te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 221226/438287

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-3-2005 Resultaat: In het rivierduin is een oude akkerlaag aangetroffen. De top van deze laag bevindt zich op een gemiddelde diepte van 1,3 m -mv. Het voorkomen van houtskool kan wijzen op de aanwezigheid van archeologische resten. Bij grootschalige bodemingrepen dieper dan 1,3 m -mv moet vervolgonderzoek door middel van proefsleuven plaatsvinden.

2173832100 (25103)

450 meter ten zuidoosten van het plangebied Akkerstraat 8 te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 221218/438188

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 5-11-2007 Resultaat: Het oorspronkelijke bodemprofiel is nergens meer intact. In een groot deel van het plangebied is de bodem tot op grote diepte verstoord tot 100-120 cm beneden maaiveld. Waarschijnlijk is hier de bodem net als in de rest van het plangebied tot op grote diepte afgegraven, waarna puinhoudende zandpakketten zijn aangebracht ten behoeve van de huidige bebouwing. In het noorden is de verstoring minder, maar ook hier is geen intact bodemprofiel meer aanwezig. De hoge archeologische verwachting voor nederzettingssporen uit het LaatPaleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen en de middelhoge verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd kan naar laag worden bijgesteld. Bovendien zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische resten of indicatoren gevonden die wijzen op een archeologische vindplaats. Op basis van deze resultaten is voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.

2684157100

450 meter ten noorden van het plangebied Pelgrimstraat te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 220785/438869

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 25-6-2015 Resultaat: Op grond van de ligging van het plangebied op een rivierduin en het voorkomen van meerdere archeologische vindplaatsen op het duin, geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor resten uit alle archeologische perioden. Meer specifiek geldt de hoge archeologische verwachting voor vuursteenstrooiingen uit de periode Laat Paleolithicum-Neolithicum en/of grote (vondstrijke) nederzettingen uit de periode Bronstijd-Nieuwe tijd. In het plagendek en de top van de rivierduinen zijn kleine aardewerk en vuursteen fragmenten aangetroffen. Het meeste aardewerk is te klein om verder te dateren dan de Bronstijd – VroegeMiddeleeuwen. Twee scherven kunnen wel gedateerd worden tot een tonpot (Wolbwandtopf) uit de 6e- 7e eeuw en tot een proto-steengoed uit de 13e eeuw. Het stukje vuursteen kan niet nader gedateerd worden dan Mesolithicum - Bronstijd. Het plaggendek op rivierduinafzettingen is tijdens het veldonderzoek ook geconstateerd. Wel moet worden opgemerkt dat het gehele plaggendek en de top van de rivierduin vergraven is. Deze verstoring reikt echter niet tot de gehele archeologische laag en heeft daarom geen ernstige gevolgen voor de archeologische resten. De diepteligging van de archeologische laag, d.w.z.

het niveau waarop zich archeologische resten kunnen manifesteren, betreft de bovenste 50 cm van de rivierduin. Aangeraden wordt om een verstoringsbuffer van 30 cm ten opzichte van de top van de archeologische laag aan te houden. Vanwege wisselde verstoringsdiepte en het glooiende verloop van de top van de rivierduin kan geen uniform NAP-niveau worden aangehouden.

2202310100 (29247)

500 meter ten noordoosten van het plangebied Warnersstraat te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 221086/438862

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 23-6-2008 Resultaat: Op grond van de resultaten van het onderzoek is voor het plangebied vervolgonderzoek geadviseerd. Geadviseerd is om een waarderend onderzoek door middel van een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Voorafgaand aan een dergelijk onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat dient te worden getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Doetinchem.

RAPPORT 15425.003 versie 2

Pagina 11 van 26

3288417100

500 meter ten noordoosten van het plangebied Warnersstraat te Gaanderen Gemeente Doetinchem Coördinaat: 221097/438857

Type onderzoek: archeologische inspectie, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaaknummer (OMnummer) 2202310100 (29247)) Uitvoerder: Hamaland Advies vof Datum: 4-11-2013 Resultaat: Dit is het vervolgonderzoek op het bureau- en booronderzoek uitgevoerd door Synthegra in 2008. In het vooronderzoek is geconstateerd dat er diverse aardewerkscherven gevonden uit de periode Bronstijd-Romeinse tijd gevonden. Daarom is geadviseerd om een proefsleuven onderzoek uit te voeren. Van dit advies is afgeweken en gekozen voor een archeologische begeleiding. Tijdens de begeleiding is puin gevonden van de oude protestante kerk dat is gebruikt om het maaiveld op te hogen. De puinlaag ligt voornamelijk in het noorden van het plangebied en rijkt tot 65 cm -mv, De archeologische laag die door Synthegra is aangetroffen ligt op een diepte van 100 tot 130 cm -mv. Tijdens de opgravingen is een aardewerk fragment gevonden uit de periode Late-Bronstijd – Vroege-IJzertijd in het duinzand onder een Middeleeuwse plaggendek. Zolang de bodem verstorende werkzaamheden niet dieper gaan dan 65 cm -mv, wordt de archeologische laag niet bedreigt. Als er wel plannen zijn om dieper dan 65 cm mv. te gaan wordt geadviseerd om dit te doen onder archeologische begeleiding om te controleren of er sporen aanwezig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8153/documents/46726