CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_00 Bestemmingsplan 'Wehl_Fokkenkamp-2023'.pdf

gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.3: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Wehl Fokkenkamp35.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Onderzoek en conclusie Het Barro doet geen specifieke uitspraken over zaken die in voorliggend bestemmingsplan worden geregeld en bevat dan ook geen regels die van toepassing zijn op voorliggend bestemmingsplan.

3.2.3 De Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS).

De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Onderzoek en conclusie Met de ontwikkeling van Wehl Fokkenkamp is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die in de woonbehoefte voorziet. Daarnaast wordt het project buiten bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Voor het project Wehl Fokkenkamp is daarom een toets aan de Ladder opgesteld. Deze toets is bijgevoegd als bijlage 1 Laddertoets Wehl Fokkenkamp bij deze toelichting.

3.2.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda (vastgesteld 11 maart 2022) worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en

62

Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De beschikbaarheid van een passende woning staat voor veel mensen onder druk: mensen zijn onvoldoende in staat om snel een woning te vinden die bij hen past. Dit hangt sterk samen met de betaalbaarheid van wonen: veel mensen hebben moeite met hun woonlasten of kunnen geen voor hen betaalbare woning vinden. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat. Het doel is om te groeien naar het realiseren van 100.000 woningen per jaar. Het langetermijndoel is om 900.000 woningen tot en met 2030 te realiseren. Van de nieuwe huur- en koopwoningen is het streven twee derde betaalbare woningen, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Om de al in gang gezette woningbouwprojecten geen vertraging te laten oplopen door nieuwe betaalbaarheidsvereisten, zal dit streven gelden voor nieuwe projecten. Onderzoek en conclusie Het project Fokkenkamp kent zijn oorsprong in 2020 en is daarmee al gestart voor de Nationale Woon- en Bouwagenda. Het woningbouwprogramma voor Wehl Fokkenkamp bestaat voor 2/3 uit betaalbare woningen, waarvan 24% (ongeveer 13 woningen) sociale huur.

Naast de 24% sociale huurwoningen zijn er ook 3 goedkope koopwoningen opgenomen in het plan. In het kader van de woondeal zijn afspraken gemaakt over het toevoegen van het aantal sociale huurwoningen. In de nieuwe regionale woonagenda die door de provincie (24 januari 2023) en vervolgens door de gemeente (2 maart 2023) is vastgesteld, staat dat goedkope koop een alternatief is voor sociale huur. In de Achterhoek, en zeker in de dorpen, is veel vraag naar eigen woningbezit. Deze goedkope koopwoningen voorzien daarin. Het woningbouwprogramma voor Wehl Fokkenkamp draagt hiermee bij aan het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Wehl.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving.De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd. Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. 2. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar.

In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. 3. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie.Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. 4. Biodiversiteit

63

In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. 5. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal.In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. 6. Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten.In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland. 7. Woon- en leefklimaat. Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning.

We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Themakaarten Daarnaast zijn een aantal themakaarten onderdeel van de omgevingsvisie waar specifiek beleid in is vastgelegd. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Voor de uitvoering van de omgevingsvisie zijn tevens drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma; • Handreiking plussenbeleid; • Beleidslijn windenergie. Onderzoek en conclusie Woon -en leefklimaat en energietransitie Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van verschillende woningtypen mogelijk. Vanzelfsprekend worden de woningen conform huidige wet- en regelgeving aardgasloos gebouwd, dus de daken zullen ruim voorzien zijn van zonnepanelen. Daar het om nieuwbouw woningen gaat, zullen deze zonnepanelen op een zo goed mogelijke manier geïntegreerd zijn met de bebouwing.

Klimaatadaptatie Bij de inrichting van het openbare gebied wordt nadrukkelijk gekeken naar een inrichting die rekening houdt met de nu geldende zaken ten aanzien van klimaatbestendige oplossingen. Zo wordt het hemelwater in het plan vastgehouden om in het gebied in de bodem te kunnen zakken. Daartoe wordt langs de Broekhuizerstraat, in het hondenlosloopgebied, een wadi gerealiseerd van voldoende bergingscapaciteit. Naast de vasthouden van het hemelwater in het openbaar gebied, geldt dat ook voor het hemelwater op de bouwkavels. Hemelwater wordt op het

64

eigen perceel opgevangen en geïnfiltreerd. De oppervlakte aan verharding rondom de woningen zal waar mogelijk niet meer als nodig zijn en van waterdoorlatende eigenschappen. Dit draagt mede bij aan het voorkomen van risico's van klimaatverandering (verminderen/voorkomen van hittestress en wateroverlast). Ook het zo veel mogelijk behouden en versterken van het aanwezige groen draagt bij aan het verminderen/voorkomen van hittestress. Biodiversiteit Voorliggend plan draagt ook bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit. De basis voor de verkaveling is de bestaande groen-singel structuur. Deze is opgenomen in het plan en wordt waar mogelijk versterkt. De bestaande bomen zijn zoveel als mogelijk behouden en opgenomen in het plan. Vanuit de flora en fauna toets wordt het behoudenswaardige aspect van de singels bevestigd. Ten aanzien van de singel tussen Doesburgseweg en Broekhuizerstraat is een versterking aan de oostzijde noodzakelijk om de bestaande vleermuis-vliegroute voldoende rust en minimaal kunstlicht te geven. Hiervoor is in dit plan de bestaande groenstrook verbreed. Themakaarten Het plangebied maakt alleen onderdeel uit van de themakaart ruimtelijk beleid als zijnde aandachtsgebied windenergie, maar dat is inzake de voorliggende ontwikkeling niet relevant. Conclusie Geconcluseerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan c.q.

de ontwikkeling Wehl Fokkenkamp aansluit bij de ambities van de Provincie Gelderland zoals die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. In samenhang daarmee kan de conclusie worden getrokken dat de ontwikkeling Fokkenkamp de totale opgave om te verduurzamen niet groter maakt.

3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland De laatste actualisatie van de Omgevingsverordening (Actualisatieplan 9) is op 5 juli 2022 vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland. Op 14 januari 2023 is de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) in werkinggetreden. Het merendeel van de regels die onder de Wet milieubeheer vallen is vanaf dat moment in werking getreden. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De volledige regels gelden vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn de instructieregels bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda en de instructieregel klimaatadaptie van toepassing. Deze regels zijn niet veranderd ten opzichte van de vorige actualisatie. Onderhavig project voldoet daarmee nog steeds aan hetgeen in de Omgevingsverordening staat opgenomen. Onderzoek en conclusie Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn de volgende regels uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing. a. Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art. 2.2) b. Instructieregel klimaatadaptie (2.65b) Ad a.

In de Omgevingsverordening Gelderland is opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan worden wanneer dit past in de geldende, door Gedeputeerde Staten vastgestelde, regionale woonagenda. In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen, dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen planologisch mogelijk. Dit is passend in het woningbouwprogramma van de gemeente en daarmee ook in afspraken die binnen de regio Achterhoek en met de

65

Provincie Gelderland zijn gemaakt over de kwalitatieve woonopgave. Zie hiervoor paragraaf 3.5.5. Ad b. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet de beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Risico's als gevolg van klimaatverandering Op basis van de klimaatatlas gemeente Doetinchem is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen als gevolg van kliaatmaatverandering. • Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken in beperkte mate risico op plasvorming wordt verwacht na een korte bui (70mm/1 uur en 160/2 uur). In samenhang daarmee blijft de bereikbaarheid van wegen goed bij extreme buien.

Daar waar binnen het plangebied een (beperkt) risico wordt verwacht op plasvorming worden wadi's voorzien (zie ook de Watertoets). Daarnaast is de doorlatendheid van de grond in het plangebied in algemene zin goed en daarmee ruim voldoende voor wat minimaal nodig is voor infiltratievoorziening (in openbare ruimte en op eigen terrein). Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. • Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige agrarisch gebruik van het gebied. Het behouden en versterken van het bestaande groen/bestaande groenstructuren draagt bij aan het verminderen/voorkomen van een toename van hitte ondanks het toevoegen van de beoogde bebouwing. De aanwezigheid van groen zorgt namelijk voor verdampingskoeling en schaduwvorming.Ook ontstaan door het behoud en versterking van het bestaande groen geen grote oppervlakten aaneengesloten bebouwing Daarnaast is sprake van nieuwbouwwoningen die goed geïsoleerd zijn conform de huidige normen.

Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door hittestress als gevolg van klimaatverandering. • Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 een beperkte verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering • Overstroming.

De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat bij het bezwijken van een dijk van de IJssel of de Rijn een deel van het plangebied naar verwachting een waterhoogte heeft van 0-20 cm. Daarnaast bestaat een kleine overstromingskans (1x per 300 tot 3000 jaar) in 2050 op meer dan 50 cm water. Er is geen significante overstromingskans op meer dan 200 cm (plaatsgebonden overstromingskans). Gezien de geringe overstromingskans wordt daarnaast het mogelijke risico als gevolg van overstroming door het bezwijken van een dijk van de IJssel of de Rijn geaccepteerd. Temeer ook verwacht wordt dat de Waterschappen c.q. verantwoordelijke medeoverheden zich ook inzetten om zorg te dragen voor een goede waterveiligheid in het stroomgebied van de IJssel en de Rijn. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of

66

beperken van mogelijke risico's als gevolg van klimaatverandering. Voor het overige staan in de Omgevingsverordening Gelderland geen specifieke regels waar in het voorliggende bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden.

3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Regionale structuurvisie Achterhoek 2012 Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: • omgaan met de krimp; • externe relaties; • veranderingen in het landelijk gebied; • overstap naar duurzame energie. De kern Doetinchem bevindt zich op basis van deze structuurvisie in de dragerzone, waar naast normale ontwikkelingsruimte ruimte wordt geboden aan ontwikkelingen met grote ruimtelijke effecten (bv. door schaal, omvang of verkeersaantrekkend effect). Doetinchem speelt een belangrijke rol indeze dragerzone. Het stedelijk voorzieningenniveau van de stad kan verder worden uitgebreid ter versterking van de zelfstandigheid van de regio. De kernen en regionale bedrijventerreinen in de 'dragerzone' moeten relatief grootschalige ontwikkelingen opvangen, maar kunnen toch niet onbeperkt groeien. Om ook in de 'dragerzone' de maat en schaal van de Achterhoek te behouden worden deze gebieden begrensd, onder andere op basis van de schaal en de lokale identiteit van de kern en de nabijgelegen kwaliteiten vanuit landschap, natuur en water.

Onderzoek en conclusie De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 is opgesteld vanuit een andere context dan waar op dit moment sprake van is. Daarmee is deze visie deels achterhaald door de tijd en de ontwikkelingen. Van bevolkingskrimp is geen sprake meer, maar er dient gebouwd te worden naar behoefte. De ontwikkeling van Wehl Fokkenkamp dat met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, geeft invulling aan die behoefte (zie 3.5.5 ). Daarnaast sluit de realisatie van gaslose duurzame woningen aan bij de overstap naar duurzame energie. De voorliggende ontwikkeling is niet strijdig met de regionale structuurvisie Achterhoek.

3.4.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023 - 2030 In februari/maart 2023 hebben de Achterhoekse gemeenten en de provincie een nieuwe Regionale Woonagenda 2023 -2030 vastgesteld waarin langs 4 programmalijnen de woondoelen uit de Achterhoek Visie 2030 verder zijn uitgewerkt. In de gemeente Doetinchem is deze agenda op 2 maart 2023 vastgesteld. Deze agenda bevat het volgende: • De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar, inclusief 28% sociale huur. • De Achterhoek investeert in de kwaliteit van de bestaande voorraad, onder andere door verbetering van 7.000 sociale huurwoningen en 24.000 particuliere woningen. • De Achterhoek wil een plek zijn voor iedereen, voor starters, ouderen, werknemers, arbeidsmigranten en andere aandachtsgroepen. • De Achterhoek wil dit realiseren via gebiedsgerichte integrale opgaven: ◦ 1. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten ◦ 2. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus ◦ 3. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteits-knooppunten ◦ 4. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied

67

De ontwikkeling waarvoor het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld sluit aan op deze agenda. Het plan Fokkenkamp voorziet in de toevoeging van circa 53 woningen. De volgende tabel geeft het woningbouwprogramma per woningcategorie van Wehl Fokkenkamp weer: Woningcategorie

Aantal

Sociale huur

13

Goedkope koop

3

Betaalbare koop categorie 1

4

Betaalbare koop categorie 2

17

Koopwoningen > € 355.000

16

Totaal

53

Hiermee draagt het plan bij aan het vergroten van de woningvoorraad (programmalijn 1) en aan programmalijn 3 (een plek voor iedereen) mede doordat er 13 sociale huurwoningen en 3 goedkope koopwoningen worden gerealiseerd. Ook draagt het plan bij aan het vergroten van differentiatie in het woningaanbod aangezien er verschillende typologieen worden gerealiseerd (vrijstaand, twee-onder-een kap, aaneengebouwd, sociale huur en levensloopbestendige woningen). Het woningbouwprogramma bestaat voor twee derde uit betaalbare woningen. Het toevoegen van de sociale huurwoningen gebeurt in afstemming met de corporatie. In het kader van de woondeal zijn afspraken gemaakt over het toevoegen van het aantal sociale huurwoningen. In de nieuwe regionale woonagenda die door de provincie (op 4 januari 2023) en vervolgens door de gemeente (op 2 maart 2023) is vastgesteld, staat dat goedkope koop een alternatief is voor sociale huur. In de Achterhoek, en zeker in de dorpen, is veel vraag naar eigen woningbezit. Deze goedkope koopwoningen voorzien daarin. Onderzoek en conclusie Het ontwikkelen van Wehl Fokkenkamp is passend binnen de Regionale woonagenda Achterhoek 2023 - 2030. Het woningbouwprogramma voor Wehl Fokkenkamp draagt bij aan het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Wehl.

Dit past bij de uitgesproken ambities bij de actualisatie van de regionale woonagenda. Daarbij is de ambitie uitgesproken om te zorgen voor 1/3e sociale huur en koopwoningen tot € 250.000. In Wehl Fokkenkamp worden ongeveer 20 woningen (sociale huur, goedkope koop en betaalbare koop categorie 1) ontwikkeld in deze categorieën. Dit sluit aan bij de ambitie om 1/3e sociale huur en/of goedkope koop woningen te realiseren.

3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn: • beherend ontwikkelen van stad en land; • kwaliteit en beleving; • economische kansen; • Doetinchem en haar omgeving. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat

68

goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Doetinchem en haar omgeving Als centrumgemeente zal Doetinchem de komende jaren een steeds belangrijkere rol vervullen. Als gevolg van bevolkingsontwikkeling zullen omliggende dorpen steeds vaker gebruik maken van de Doetinchemse voorzieningen.

Goede verbindingen met de buurgemeenten zijn noodzakelijk. Er zijn verschillende samenwerkingsvormen, ook met buurland Duitsland. Belangrijke aandachtsgebieden zijn momenteel de infrastructuur, de zorg, het onderwijs, de werkgelegenheid en de cultuur. Onderzoek en conclusie In de Structuurvisie Doetinchem 2035 is opgenomen dat, om de continuiteit te borgen, het niet verstandig is om naast Wehl Heideslag nieuwe woonprojecten op te pakken of te laten ontstaan in Wehl die in concurrentie gaan met Heideslag. Op het moment van vaststelling van de Structuurvisie Doetinchem 2035 lag de woningbouw in de gemeente Doetinchem nagenoeg stil. Door de keuzes in de woonvisie en de taskforce wonen stonden de woningaantallen onder druk. De woningmarkt is inmiddels gewijzigd en daarmee is de vraag naar woningen weer toegenomen. Het oppakken van het project Wehl Fokkenkamp kan vanuit dat perspectief/de huidige situatie niet als concurrentie worden gezien; er is vraag naar woningen en het project Wehl Fokkenkamp richt zich in beginsel op een andere doelgroep dan Wehl Heideslag fase II. De structuurvisie Doetinchem 2035 bevat verder geen specifieke voorwaarden voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. De structuurvisie bevat de volgende overkoepelende opgaven: • acupunctuur in de stad; • beleef het land; • ruimte voor het water en • de groene waas.

Van deze overkoepelende opgave is alleen Beleef het land van toepassing. Doelstelling van deze opgave is het behoud en de versterking van bestaande landschapskarakteristieken. Binnen het gevarieerde landschap moet er extra aandacht komen voor de cultuurhistorische parels. Dit samenspel kan de attractiviteit van het buitengebied verder vergroten. Door gebruik te maken van de grote verschillen in het landschap, wordt het mogelijk om functies onder te brengen in de gebieden die zich daar het beste voor lenen. Een recreatiefnetwerk verbindt in deze ambitie de uiteenlopende kwaliteiten met elkaar. Voor de ontwikkeling van Wehl Fokkenkamp zijn de bestaande groenstructuren als uitgangspunt gehanteerd. En worden deze ook versterkt. Daarmee wordt ook ingezet op behoud en versterking van de bestaande landschapskarakteristieken. Naast de overkoepelende opgaven kent de structuurvisie ook opgaven voor deelgebieden. De opgave 'Wezenlijk Wehl’ is in deze relevant. Wezenlijk Wehl

69

Doelstelling van deze opgave is het faciliteren van de bewoners van Wehl en Nieuw-Wehl bij het creëren van kansen voor hun woonomgeving. De pijlen zijn daarmee gericht op het behoud van de leefbaarheid binnen de dorpen. De opgave doet geen specifieke uitspraken over het project Wehl Fokkenkamp. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling van Wehl Fokkenkamp indirect bijdraagt aan de leefbaarheid binnen het dorp. De structuurvisie Doetinchem 2035 bevat verder geen specifieke voorwaarden voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan.

3.5.2 Doetinchem Natuurlijk Duurzaam Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om onze duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen.

Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen. In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Onderzoek en conclusie De nieuw te bouwen woningen worden conform geldende wet- en regelgeving aardgasloos gerealiseerd. Omdat het gaat om een gasloze wijk, zullen de daken ruim voorzien zijn van zonnepanelen. De zonnepanelen zullen op een zo goed mogelijke manier geintegreerd worden met de bebouwing. Als alternatief voor de verwarming worden naar verwachting individuele oplossingen toegepast c.q. wordt op voorhand geen collectieve vooorziening aangelegd. De aanwezige groensingels blijven behouden. Van de twee singels op het oostelijke deel wordt de noordelijkste singel behouden en versterkt met beplanting uit de zuidelijke singel. Er is in hoge mate aandacht voor klimaatadaptieve maatregelen bij de inrichting van het openbare gebied. Er zal nadrukkelijk gekeken worden naar een inrichting die rekening houdt met de nu geldende zaken ten aanzien van klimaatbestendige oplossingen. Zo wordt het hemelwater in het plan vastgehouden om in het gebied in de bodem te kunnen zakken. Daartoe wordt langs de Broekhuizerstraat, in het hondenlosloopgebied, een wadi gerealiseerd van voldoende bergingscapaciteit.

In aansluiting op de klimaatbestendige aanpak in het openbaar gebied, zal ook op de bouwkavels daar meer dan nadrukkelijk aandacht voor moeten zijn. Hemelwater wordt op het eigen perceel opgevangen en geïnfiltreerd. De oppervlakte aan verharding rondom de woningen zal waar mogelijk niet meer als nodig zijn en van waterdoorlatende eigenschappen. Dit draagt mede bij aan het voorkomen van risico's van klimaatverandering (verminderen/voorkomen van hittestress en wateroverlast). Mobiliteit De wijk Fokkenkamp wordt ingericht met het uitgangspunt dat de auto te gast is in de wijk en niet dominant in het straatbeeld aanwezig. De wegen worden ingericht met de bedoeling enkel ontworpen te zijn voor het bestemmingsverkeer van de wijk, te denken aan bewoners, bezoekers en hulpdiensten. Daarnaast wordt, in het kader van duurzame omgang van regenwater, ingezet op het minimaliseren van verhardingsmaterialen en het toepassen van waterpasserende verhardingen.

3.5.3 Duurzame energieopwekking in Doetinchem

70

Op 25 april 2019 heeft de gemeenteraad het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem vastgesteld. Met dit beleidskader is helder hoe de gemeente initiatieven voor duurzame energieopwekking in behandeling wil nemen. Het biedt inwoners de mogelijkheid om mee te doen en mee te beslissen bij projecten voor duurzame energieopwekking in hun buurt. Daarnaast geeft het initiatiefnemers een handelingsperspectief waarmee zij projecten voor duurzame energieopwekking tot ontwikkeling kunnen brengen in Doetinchem. De doelstelling van het beleidskader is drieledig: 1. Het beleidskader heeft als doel ruimte te bieden voor duurzame energieopwekkingsinitiatieven. Tot de vaststelling van het beleidskader werden initiatieven voor energieopwekking welke afwijken van het bestemmingsplan, door gebrek aan beleid, niet in behandeling genomen. Het beleidskader heeft hier verandering in gebracht. Door het beleidskader is de gemeente in staat om initiatieven te 'toetsen' op hun inpasbaarheid binnen Doetinchem. 2. De ruimtelijke kwaliteit van het grondgebied waarborgen en waar mogelijk versterken. Bronnen voor duurzame energieopwekking nemen ruimte in beslag. Afhankelijk van de beschikbare ruimte, het soort bron en de ruimtelijke impact die het heeft, is de benodigde ruimte en impact van het initiatief kleiner of groter.

Met het beleidskader worden richtlijnen gegeven voor 'inpassing' van initiatieven met een grote ruimtelijke impact. 3. Ten derde is het doel dat grootschalige initiatieven met een zo groot mogelijke maatschappelijke betrokkenheid tot stand komen. Initiatiefnemers voor ontwikkeling van bronnen van duurzame energieopwekking beogen over het algemeen een zo groot mogelijk rendement. Deze rendementen keren over het algemeen niet terug in het gebied. De omgeving van zo'n project ervaart daardoor vaak alleen de lasten (als visuele hinder, geluidhinder, enz.) en niet de lusten. Met het beleidskader wordt juist lokaal initiatief en eigenaarschap gestimuleerd. Daarnaast wordt beoogd dat initiatiefnemers van buiten de gemeente aangezet worden tot het betrekken van omwonenden in het totale proces van idee tot exploitatie. Dit alles om de betrokkenheid te vergroten en de omgeving mee te laten profiteren van de voordelen die ook ontstaan. In het beleidskader staan richtlijnen en randvoorwaarden, waar en onder welke voorwaarden de duurzame energiebronnen in de gemeente tot stand mogen komen. De drie belangrijkste uitgangspunten zijn: • Alle bronnen en vormen van duurzame energieopwekking zijn nodig. • Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden samen met de omgeving en belanghebbenden vormgegeven.

• Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden landschappelijk ingepast. Onderzoek en conclusie Van grootschalige initiatieven gericht op de opwek van duurzame energie is geen sprake en wordt met voorliggend bestemmingsplan dus ook niet mogelijk gemaakt. De wijk Fokkenkamp moet een duurzame wijk worden waarbij duurzame energieopwekking zeker een rol speelt. De daken zullen ruim voorzien zijn van zonnepanelen. Zie daarvoor paragraaf 3.4.2.

3.5.4 Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem Op 7 juli 2022 heeft de gemeenteraad de Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem vastgesteld. Deze strategie beschrijft hoe de Gemeente Doetinchem in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust wil zijn. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Het is belangrijk dat we ons aanpassen aan deze veranderingen. Het klimaatadaptatiebeleid beschrijft twee stappen: 1) De verwachte klimaateffecten in onze gemeente (zie Klimaateffectatlas Doetinchem: Klimaatatlas - Weet van Water); 2) De visie en ambities voor een klimaatbestendige inrichting (de Klimaatadaptatiestrategie).

71

De klimaatadaptatiestrategie beschrijft de ambities voor 2050 aan de hand van vijf pijlers: • Stad en dorp gezond en groen; • Adaptief landelijk beleid; • Robuuste vitale infrastructuur; • Ontwikkelingen klimaatbestendig; • Betrokken en actieve mensen. Om onze ambities en doelen voor 2050 te bereiken heeft de gemeente een eerste uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026 vastgesteld. Hierin staan per pijler uitvoeringsacties om ons doel te bereiken. In 2026 volgt een nieuwe stresstest en uitvoeringsagenda. Het klimaat verandert en we moeten ons voorbereiden op extremer weer in 2050. Zo willen we bij de Gemeente Doetinchem buiten aan de slag: • Neerslag vasthouden waar het valt (bodem als ‘spons’ gebruiken); • Meer schaduw en minder verharding door meer groen en bomen; • Bebouwing en vitale infra en objecten hoog en droog. De onderstaande opgaven hebben de hoogste prioriteit gekregen.

Onderzoek en conclusie Risico's als gevolg van klimaatverandering en klimaatadaptieve maatregelen in het plangebied Op basis van de klimaatatlas gemeente Doetinchem is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen als gevolg van klimaatverandering Water. Verwacht wordt dat in het noordwestelijk deel van het plangebied plasvorming optreedt na zowel een korte bui van 70 mm/1 uur (1x per 100 jaar) en 160 mm/2 uur (1x per 1000 jaar). Het laatste geval is ook van invloed op toegankelijkheid van de openbare weg. Op het gebied van water worden de volgende klimaatadaptieve maatregelen genomen in het plangebied: Het hemelwater wordt zichtbaar afgevoerd richting de wadi's en de groenstroken. De gebouwen moeten minimaal 80 mm bergen op eigen terrein. Bouwers moeten zelf voorzieningen treffen. Denk aan kratjes in de grond, wateropvang op platte daken, grijswater systeem in huis etc etc. De parkeerplaatsen in het plan krijgen een halfverharding en grasbetonstenen. Tenslotte is de rijbaan smal en van klinkers, dus redelijk water passerend. Hittestress. Uit de kaartbeelden is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige inrichting van het plangebied als landbouwgrond.

Hittestress in de toekomstige situatie met bebouwing wordt voorkomen/beperkt door een aantal zaken. De nieuw te bouwen woningen zijn goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Daarnaast is Wehl Heideslag fase II zo opgezet dat geen grote hoeveelheden woningen aaneengesloten zijn. Met een groene wig/as van west naar oost en van noord naar zuid wordt bebouwing van elkaar gescheiden. Er worden bomen geplant in het

72

hondenuitlaatveld en langs de parkeerkoffers en bestaande bomen blijven zoveel mogelijk behouden. Door de verdampingskoeling van het groen wordt hittestress in de aangrenzende bebouwde omgeving naar verwachting beperkt. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door hittestress als gevolg van klimaatverandering. Droogte. De grondwaterstanden en droogtegevoeligheid laten in 2050 een beperkte verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te infiltreren blijft het hemelwater in het gebied zelf, zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Binnen het plangebied worden wadi's aangelegd en redelijk wat groengebieden. Tot slot ligt het plangebied niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. Wel ligt aan de overzijde van de Plantage Allee een gebied waarvoor een hoog risico op natuurbrand wordt verwacht. Het uiteindelijker risico is afhankelijk van het soort begroeiing (heide, naaldbos), het aantal en type gebruikers (wandelaars, kampeerders) en de weersomstandigheden (droogte, wind).

Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. Door het bezwijken van een dijk van de IJssel of de Rijn heeft het plangebied naar verwachting een waterhoogte van 0-20 cm. Hiermee in samenhang bestaat in 2050 ter plaatse van het plangebied geen significante overstromingskans op meer dan 50 cm water en op meer dan 200 cm. Verwacht wordt dat de Waterschappen c.q. verantwoordelijke medeoverheden zich ook inzetten om zorg te dragen voor een goede waterveiligheid in het stroomgebied van de IJssel en de Rijn. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende aandacht wordt besteed aan klimaatadaptieve maatregelen ter voorkoming of beperking van mogelijke risico's als gevolg van klimaatverandering.

3.5.5 Woningbouwstrategie 2019 De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 2 maart 2023 de regionale woonagenda en op 20 april 2023 de nieuwe woonvisie vastgesteld. Voor een toets aan dit nieuwe beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.4.2 en 3.5.6. Met het vaststellen van de nieuwe woonvisie is de Woningbouwstrategie 2019 ingetrokken. Het project Wehl Fokkenkamp kent zijn oorsprong al in 2020 en is daarmee al voor het nieuwe beleid voor wonen gestart. Het woningbouwprogramma voor Fokkenkamp is daarom in het voortraject getoetst aan het oude beleid. In de nieuwe woonvisie is alleen nog een programma opgenomen voor de hele gemeente Doetinchem. Dit programma is nog niet onderverdeeld naar de verschillende dorpen/wijken/deelgebieden binnen de gemeente. De Woningbouwstrategie 2019 bevat wel deze onderverdeling. Hieronder volgt voor de volledigheid de toetsing van het plan op de Woningbouwstrategie 2019. De 'Woningbouwstrategie 2019' vormt de uitwerking van dat kader c.q. de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek'. Met de 'Woningbouwstrategie 2019' kan de gemeente Doetinchem sturen op het toevoegen van woningen waar behoefte aan is voor de verschillende doelgroepen, op het toevoegen van stedenbouwkundige kwaliteit en op het bestrijden van leegstand.

Daarmee geeft de 'Woningbouwstrategie 2019' mede invulling aan de opvatting van de gemeente dat degenen die in de gemeente Doetinchem willen wonen ook terecht moeten kunnen op de woningmarkt binnen de gemeente Doetinchem. Met de 'Woningbouwstrategie 2019' wordt het voor initiatiefnemers duidelijk aan welke voorwaarden hun initiatieven in ieder geval moeten voldoen om in principe medewerking van de gemeente te verkrijgen.

73

Gewenste toevoegingen woningvoorraad gemeente Doetinchem Onderzoek en conclusie Het voorliggende bestemmingsplan sluit aan bij de Woningbouwstrategie - 2019 en de daarin opgenomen behoefte aan type woningen voor de kern Wehl/Nieuw-Wehl. In samenhang hiermee sluit voorliggend bestemmingsplan/Wehl Fokkenkamp aan bij een kwalitatief woononderzoek die voor specifiek de kern Wehl/Nieuw-Wehl is gedaan. Daarbij is in beeld gebracht dat de locatie Wehl Fokkenkamp in een behoefte kan voorzien van de doelgroep 50+. Juist ook omdat deze locatie relatief dicht bij het centrum ligt en door de doelgroep 50+ daarom als gewenste woonlocatie wordt gezien. In samenhang hiermee bestaat het programma van Wehl Fokkenkamp voor een belangrijk deel ook uit toegankelijke woningen. Dit zijn woningen met op de begane grond ook een slaap- en badkamer. Onderstaande afbeelding geeft het programma van Wehl Fokkenkamp weer:

Met de realisatie van 16 woningen in de categorie sociale huur en goedkope koop bestaat ruim 30% van de nieuwe woningen uit goedkope woningen. In totaal bestaat 70% van het woningbouwprogramma uit woningen met een prijs van maximaal €350.000. Tegelijkertijd wordt gekozen voor een ‘adaptief woonprogramma’. Dat wil zeggen dat bij veranderende behoefte het op te stellen bestemmingsplan ook de flexibiliteit geeft om een ander woningtype in een andere woningcategorie te realiseren. Juist om bij de daadwerkelijke realisatie van de woning te kunnen aansluiten bij de behoefte. Met het voldoen aan de Woningbouwstrategie - 2019 wordt voorzien in de behoefte aan verschillende woningtypen/vormen op een binnenstedelijke locatie in de kern Wehl.

3.5.6 Woonvisie gemeente Doetinchem 2023-2036 De Woonvisie Doetinchem 2023-2036 ‘Stadse allure - dorpse gemoedelijkheid’ is op 20 april 2023 vastgesteld. In de nieuwe woonvisie zijn de woningbouwstrategie voor nieuwbouwprojecten en de woonvisie voor het volkshuisvestingsbeleid samengevoegd. Ook is er samenhang met de regionale woonagenda.

74

De hoofdpunten van de Woonvisie Doetinchem 2023-2036 zijn: 1. Groeien in kwaliteit. Doetinchem heeft de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036. Dit hoofdpunt is gekoppeld aan Programmalijn 1: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie. Met deze programmalijn wordt ingegaan op de bouw van nieuwe woningen en de noodzaak om de plancapaciteit te vergroten en adaptief te programmeren. Deze groeiambitie is geen doel op zich, maar een middel om de centrumfunctie van Doetinchem met de daarbij behorende voorzieningen te kunnen behouden en om de omgevingskwaliteit te versterken. 2. Kwalitatief goed wonen. Dit punt draait om de kwaliteit van de huidige woningvoorraad. Programmalijn 2: Investeren in de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad beschrijft hoe wordt gewerkt aan een toekomstbestendige woningvoorraad. Denk hierbij aan duurzaamheid, levensloopbestendige woningen maar ook aan transformatie van kantoren of winkels naar woningen. 3. Een passende woning voor iedereen. Doel is een compleet en divers woningaanbod waarbij het bevorderen van beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod centraal staat. Programmalijn 3: Doetinchem, een plek voor iedereen beschrijft hoe aan dit doel gewerkt wordt. Tot en met 2030 wil de gemeente minimaal 2.470 woningen toevoegen in de hele gemeente via het onderstaande programma.

Dit gewenste programma is opgenomen in de regionale woonagenda en vastgelegd in de woondeal met de provincie en het rijk. Totaal: minimaal 2.470 woningen, onderverdeeld in: • 28% sociale huur tot € 808,06, eventueel te vervangen door goedkope koopwoningen tot € 225.000; • 8% middenhuur tot € 1.000, eventueel te vervangen door betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000; • 14% betaalbare koopwoningen (categorie 1) tot € 280.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen tot € 1.000; • 17% betaalbare koopwoningen (categorie 2) tot € 355.000, eventueel te vervangen door middenhuurwoningen (tot € 1.000,00); • 33% dure koopwoningen (boven € 355.000) of dure huur (boven € 1.000). Plannen van meer dan 20 woningen moeten in principe voldoen aan de gegeven verdeling over de segmenten van het gewenste programma, tenzij de ligging in een bepaalde wijk een andere verdeling rechtvaardigt. Plannen van minder dan 20 woningen die bijdragen aan het realiseren van het gewenste programma hebben een pré. Voor bestaande woningbouwprojecten geldt een overgangsperiode. 4. Wonen als onderdeel van integrale gebiedsopgaven. Wonen gaat ook over leefbaarheid, naoberschap en vitaliteit. Ook de inrichting van de buitenruimte is een belangrijk onderdeel. De woonomgeving draagt bij aan de gezondheid en het welbevinden van de inwoners.

Programmalijn 4: Wonen als integrale gebiedsopgave beschrijft hoe dit bereikt kan worden, onder andere door koppelkansen te benutten en via programmering te zorgen voor een beter mix aan woningen in de wijk. Overgangsperiode ontwikkelingen De verdeling van de nieuwe woningen volgens aangegeven programma bij punt 3 geldt voor nieuwe woningbouwprojecten. De huidige planvoorraad sluit niet in alle gevallen aan bij de nieuwe kaders. De gemeente gaat in overleg met ontwikkelaars om het woningbouwprogramma meer in lijn te brengen met de woonvisie en meer betaalbare woningen toe te voegen. Maar door de gestegen bouwkosten, ontwikkelingen die al enige tijd in procedure zitten, al gemaakte afspraken en plankosten is dit niet altijd mogelijk. Het voorliggende plan gaat over het realiseren van circa 53 woningen en moet dus getoetst worden op punt 3. Het plan valt in de overgangsperiode maar is toch passend binnen de woonvisie gemeente Doetinchem. Het woningbouwprogramma bestaat voor twee derde uit betaalbare woningen waarvan 16 sociale huurwoningen.

75

In de Achterhoek, en zeker in de dorpen, is veel vraag naar eigen woningbezit. Deze goedkope/betaalbare koopwoningen voorzien daarin. Het ruimtelijk streefbeeld voor nieuwe woningbouwontwikkelingen. Uitgangspunt voor de woonvisie is dat bij de ontwikkeling van woningbouw primair moet worden ingezet op inbreiding en transformatie. Waar nodig kunnen uitbreidingen plaats vinden aan de stads- en dorpsranden. Het ruimtelijk streefbeeld bestaat uit 5 speerpunten en 1 kaartbeeld. De vijf speerpunten zijn: a. Kwalitatief groeien met Doetinchems DNA; b. Bouwen in en aan buurten; c. Bodem en water belangrijk bij ruimtelijke keuzes; d. Waar nodig stadsranden en dorpsranden; e. Woonmilieus voor ontwikkelingen.

De woonmilieus zijn ingedeeld van Gemengd stedelijk wonen en werken (hoge dichtheid) tot Wonen in het groen (lage dichtheid). Per woonmilieu is uitgewerkt wat de belangrijkste kenmerken zijn. Onderzoek en conclusie De ontwikkeling waarvoor het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld past binnen dit ruimtelijk streefbeeld aangezien het valt binnen het woonmilieu 'Kansrijke zoekgebieden stads- en dorpsranden'. Er worden duurzame (gasloos), energiezuinige woningen toegevoegd. De toevoeging van circa 53 woningen, draagt bij aan een toenemende beschikbaarheid van (koop en huur) woningen in de gemeente Doetinchem in verschillende segmenten. Ook past het plan binnen het woningbouwprogramma zoals opgenomen in de regionale woonagenda en de nieuwe lokale woonvisie. Het plan bestaat voor twee derde deel uit betaalbare woningen. Ongeveer 16 woningen behoren tot de categorie goedkoop. Dit betreft 13 sociale huurwoningen en 3 goedkope koopwoningen. Het woningbouwprogramma sluit hiermee onder andere aan bij de doelstellingen van het Rijk en de Provincie om meer betaalbare woningen toe te voegen. En ook bij de ambities van de regionale woonagenda om voor iedereen een thuis te bieden. Tegelijkertijd wordt ingestoken op een adaptief woonprogramma.

Dat wil zeggen dat bij veranderende behoefte het op te stellen uitwerkingsplan ook de flexibiliteit bevat om een ander woningtype in een andere woningcategorie te realiseren, aansluitend bij de behoefte. Uitgangspunt hierbij is wel dat het woonprogramma past binnen het geldende woonbeleid.

3.5.7 Planologisch beleid 2011 Op 6 januari 2011 heeft de gemeenteraad van Doetinchem ingestemd met het Planologisch beleid 2011. Bij de

76

vaststelling van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - najaar - 2019' op 30 maart 2020 heeft de gemeenteraad een aantal wijzigingen doorgevoerd. In deze paragraaf komt de integrale versie van het Planologisch beleid terug. Het planologisch beleid vormt het ruimtelijk beleidskader voor woningen en bijbehorende bouwwerken. In de nota wordt beleid geformuleerd voor kleine bouwplannen met betrekking tot woningen. Ook voorziet de nota in een belangrijke verruiming en versoepeling van de tot nu toe gehanteerde bouwvoorschriften. In de voorgestelde regeling is een onderscheid gemaakt tussen: a. ruimtelijke aspecten die betrekking hebben op het woonhuis en bijbehorende bouwwerken alleen; b. se ruimtelijke aspecten van de woning die alleen geregeld kunnen worden als de kenmerken van de omgeving daarbij betrokken worden. Daarnaast zijn een aantal relatief ondergeschikte bouwactiviteiten die voorheen als afwijking verleend kon worden, nu als 'bij recht' toegestane bouwactiviteiten opgenomen. Dit zijn bijvoorbeeld erkers, toegangspartijen en overkappingen in de voortuin van een woning. Verder zijn versoepelingen doorgevoerd voor: • woonruimte in bijbehorende bouwwerken; • overkappingen; • erfafscheidingen; • beroepen en bedrijven aan huis; • mantelzorg. Met het Planologisch beleid ligt er een vernieuwde basis voor omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen.

Daarnaast is het beleid de basis voor nieuwe planontwikkelingen. De regels uit het planologische beleid komen, zover ze niet zijn vertaald op de plankaart, terug in de verbale regels van dit bestemmingsplan. Onderzoek en conclusie Voor het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan is het planologisch beleid als uitgangspunt gehanteerd.

3.5.8 Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 vormt de basis voor de omgang met water in het algemeen en het rioleringsstelsel in het bijzonder. Met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het stedelijk gebied zijn de volgende gidsprincipes voor integraal waterbeheer van belang: • het toepassen van de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren; • water van schoon naar minder schoon laten stromen (geen afwenteling); • met water de identiteit van een plek zichtbaar maken; • een goede communicatie opzetten (intern en extern); • water als mede-ordenend principe toepassen bij ruimtelijke plannen; • samenwerken en afstemmen; • balans in watersysteem en waterketen. Door het toepassen van deze principes wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een robuust, veerkrachtig en gezond watersysteem binnen de gemeentegrenzen, gecombineerd met een aantrekkelijke woonomgeving met optimale belevings- en gebruiksmogelijkheden van het water. Er is een goede samenwerking en afstemming tussen alle bij het waterbeheer betrokken partijen, en er vindt geen bestuurlijke, financiële of ruimtelijke afwenteling plaats. Dit is het algemene streefbeeld voor 2030. In het Gemeentelijk Rioleringsplan wordt het algemene streefbeeld per functie en thema nader uitgewerkt.

Onderzoek en conclusie Dit bestemmingsplan sluit aan op de principes van het Gemeentelijk Rioleringsplan.

77

3.5.9 Groenstructuurplan Doetinchem 2017 Het Groenstructuurplan Doetinchem 2017 vormt de basis van de groene bestemmingen in dit plan. Het groenstructuurplan is recent geactualiseerd en op 27 juni 2017 vastgesteld door het college. Het plan is het beleidsdocument waarin beleid en ambities ten aanzien van de groen- en bomenstructuren zijn vastgelegd. Het gaat daarbij zowel om de functionele als de visueel-ruimtelijke aspecten van het groen. Het groenstructuurplan is leidend bij ruimtelijke vraagstukken waar zij onderdeel van uitmaakt. De beleidsuitgangspunten voor het plan komen voort uit de Structuurvisie Doetinchem 2035. De belangrijkste doelen van het plan zijn: • vastleggen van bestaande, te behouden, te versterken en nieuw te ontwikkelen (hoofd)groen- en bomenstructuren; • verwoorden groene ambities en uitwerken naar concrete projecten en acties; • handvatten bieden voor afwegingen bij ruimtelijke claims, afstoten en verkoop van het openbaar groen; • functioneren als toetsingsinstrument voor de Bomenverordening; • mede richting geven aan aanleg, beheer en onderhoud.

Groenstructuurkaart, Kaart Wehl en Nieuw-Wehl Onderzoek en conclusie Bovenstaande uitsnede uit de groenstructuurkaart van Wehl en Nieuw-Wehl laat zien dat het gebied gedeeltelijk behoort tot de 'Hoofdstructuur Groen'. Volgens de basismodule groenstructuur is planontwikkeling mogelijk mits deze planontwikkeling wordt ingepast. Zoals in paragraaf 2.2 verwoord vormen de bestaande groenstructuren in het gebied de drager voor de opzet c.q. het geactualiseerde stedenbouwkundigplan. In samenhang hiermee betekent ook het zoveel mogelijk behouden van natuurwaarden vanuit de bestaande situatie. Geconcludeerd wordt dat sprake is van passende inpassing van de beoogde ontwikkeling van het gebied.

3.5.10 Bomenbeleid en de Bomenverordening De bescherming, de herplant en het kappen van bomen is geregeld in de gemeentelijke bomenverordening. De beleidsregels voor toepassing van deze regelgeving zijn opgenomen in de Bomenverordening 2015. Deze verordening bevat regels ten aanzien van de beoordeling kapaanvragen en belangenafweging, bijzondere bomen en de duurzame instandhouding en bescherming van bomen. Het bomenbeleid is in essentie gericht op het behoud van (toekomstig) waardevolle bomen en boomstructuren. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan de structuur, identiteit, belevingswaarde, ecologische waarde en

78

gebruikswaarde van de (woon)omgeving en worden dan ook beschouwd als de belangrijkste groenelementen in de stedelijke omgeving. Hierbij geldt dat naarmate bomen ouder zijn de waarde voor de omgeving toeneemt. Om deze reden is het van belang in de bestaande situatie en bij nieuwe ontwikkelingen met zorg om te gaan met aspecten van beheer en inrichting van de boom en zijn groeiplaats. Onderzoek en conclusie In het gebied zijn geen zogenaamde bijzondere/waardevolle bomen in de zin van de Bomenverordening aanwezig. De bomen aan de Doesburgseweg behoren wel tot de "hoofdstructuur bomen". Bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt voor zover van toepassing de aanwezigheid van deze bomen en bescherming via de Bomenverordening in acht genomen. Voor het overige zal voor zover van toepassing voor het uitvoering van werkzaamheden de Bomenverordening in acht worden genomen.

3.5.11 Mobiliteitsvisie 2016-2026 De gemeenteraad heeft op 3 november 2016 de nieuwe Mobiliteitsvisie 2016-2026 vastgesteld. Dit plan is gericht op kwaliteit (snel, veilig en comfortabel) en op gelijkwaardige belangen van autoverkeer, openbaar vervoer en fiets. Oftewel, op welke wijze kan de gemeente er voor zorgen datde hele gemeente en binnenstad voor de inwoners en bezoekers een veilige stad is die ook makkelijkte bereiken is en een goede doorstroming biedt de auto maar zeker ook voor de fiets: de auto heeft niet automatisch prioriteit. Daarbij gaat de gemeente slimmer en efficiënter gebruik maken van de bestaande infrastructuur. Niet perse meer infrastructuur maar beter benutten van wat er al is. Het wijzigingen van het mobiliteitsgedrag en de eigen verantwoordelijkheid van de burgers staat centraal bij het beoogde effect van de maatregelen.In het wegcategoriseringplan hebben alle wegen op gemeentelijk grondgebied een functie gekregen. Onderzoek en conclusie In het wegcategoriseringplan hebben alle wegen op gemeentelijk grondgebied een functie gekregen. Een concretisering van de mobiliteitsvisie voor het plangebied en toetsing aan het wegcategoriseringsplan is weergegeven in paragraaf 4.12

3.5.12 Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020 Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017-2020' en de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' vastgesteld. De gemeente biedt voor haar eigen inwoners en bezoekers een aantrekkelijke binnenstad waarbij bereikbaarheid en parkeren belangrijke pijlers zijn. Het parkeren biedt in en rond de binnenstad van Doetinchem, in de kernen van Wehl en Gaanderen en in woongebieden en buitengebied ondersteuning aan de daar aanwezige functies (zoals: wonen, winkelen, werken en recreëren). De parkeervisie is opgedeeld in vier pijlers: a. parkeerlocatie en kwaliteit: alle openbare parkeerplaatsen moeten sociaal veilig, beschikbaar, vindbaar en te financieren zijn; b. doelgroep gericht: per locatie hebben specifieke parkeerdersgroepen prioriteit. 1. binnenstad - personeel en publiek; 2. woongebieden - bewoners en bezoek; 3. bedrijfsterreinen - personeel; c. flexibiliteit: de uitvoering van de werkzaamheden uit de parkeervisie moeten gefaseerd uitgevoerd kunnen worden; d. exploiteerbaarheid: de parkeerexploitatie dient te voldoen aan de financiële taakstelling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7973/documents/46991