CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01_10 Toelichting bijlage 1 - RO Supermarkt Julianastraat Koningin Wilhelminastraat te Wehl_20240404.pdf

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8.16: Bestemmingsplan Plus supermarkt Wehl 202316.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Supermarkt Julianastraat/Koningin Wilhelminastraat te Wehl Gemeente Doetinchem Definitief

Ruimtelijke onderbouwing Supermarkt Julianastraat/Koningin Wilhelminastraat te Wehl Gemeente Doetinchem Definitief

te Wehl Gemeente Doetinchem Rapportnummer:

P05545

Datum:

4 april 2024

Contactpersoon opdrachtgever:

PLUS Vastgoed BV

Projectteam BRO:

TSc

Concept:

September 2022

Definitief:

Juni 2023, Maart 2024, april 2024

Bron foto kaft:

BRO

Definitief

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Planologische situatie

3 3 3 5

2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 9

3. BELEID 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid

12 12 12

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.3 Provinciaal beleid

12 13 13 15

3.3.1 Omgevingsvisie Gelderland 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland 3.4 Regionaal beleid

15 16 17

3.4.1 Achterhoekvisie 2030 3.4.2 Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek (2017) 3.5 Gemeentelijk beleid

17 18 19

3.5.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 3.5.2 Visie boodschappenstructuur 2017 3.5.3 Dorpsplan Wehl en Nieuw-Wehl (Dorpsraad, 2015) 3.5.4 Dorpshart Wehl 3.5.5 Koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam

19 20 22 22 22

4. HAALBAARHEID 4.1 Algemeen 4.2 Bodem

24 24 24

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Geluid

24 24 25 26

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Luchtkwaliteit

26 26 26 26

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie

26 27 28

Inhoudsopgave

1

4.5 Externe veiligheid

28

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Bedrijven en milieuzonering

28 29 30 30

4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Flora en fauna

30 31 32 32

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Water

32 33 36 36

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Archeologie en cultuurhistorie

36 38 41 41

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Molenbiotoop 4.11 Verkeer en parkeren

41 42 44 44 44

4.11.1 Verkeer 4.11.2 Parkeren 4.11.3 Conclusie 4.12 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling

45 46 46 46

5. UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

48 48 48

SEPARATE Bijlagen Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Verkeersonderzoek Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Waterparagraaf Bijlage 5: Archeologisch onderzoek Bijlage 6: Bodemonderzoek Bijlage 7: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 8: Aanmeldnotitie MER Bijlage 9: Nader bodemonderzoek Bijlage 10: Bezonningsstudie Bijlage 11: Vervolgonderzoek ecologie Bijlage 12: Stikstofonderzoek Bijlage 13: Ontheffing Wet natuurbescherming Bijlage 14: Oplegnotitie ecologie Bijlage 15: Programma van Eisen archeologie

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel Het voornemen bestaat om in het centrum van Wehl (gemeente Doetinchem) een PLUS-supermarkt van 1.723 m² bvo (max. 1.200 m² winkelvloeroppervlak) te realiseren. Het betreft een verplaatsing van de huidige PLUS aan de Stationsstraat. De ontwikkeling betreft bovendien een beperkte uitbreiding (ca. 280 m² wvo) ten opzichte van de huidige PLUS aan de Stationsstraat. Op de beoogde locatie in het centrum staat momenteel een bibliotheek-pand en enkele woningen. De bibliotheek is inmiddels verplaatst en ook met woningcorporaties Sité en De Woonplaats is overeenstemming. Op de achter te laten locatie aan de Stationsstraat zal geen nieuwe supermarkt gevestigd worden. Om de ontwikkeling van de PLUS-supermarkt in het centrum mogelijk te maken is een (partiële) bestemmingsplanherziening nodig. Onderhavige toelichting is onderdeel van het nieuwe bestemmingsplan dat de realisatie van de supermarkt mogelijk maakt en de nieuwe ruimtelijke kaders geeft aan het plangebied.

1.2 Plangebied De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats in het centrum van de kern Wehl in de gemeente Doetinchem. Het dorp Wehl is gelegen ten westen van Doetinchem en ten noorden van de A18 en de spoorlijn van traject Arnhem-Winterswijk. Het plangebied is gelegen op de hoek van de Julianastraat en de Koningin Wilhelminastraat. Aan de noordoostzijde sluit het plangebied aan op het Kerkplein. Kadastraal staat het plangebied bekend als de gemeente Wehl, sectie H en perceelnummers 4470, 4471, 4472, 5923 (gedeeltelijk), 5924 en 5925 (gedeeltelijk). Het plangebied heeft in totaal een oppervlakte van circa 3.700 m2. De locatie waar de PLUS supermarkt zal verdwijnen is gelegen aan de Stationsstraat 14. Hier zal de huidige supermarktaanduiding worden verwijderd. In figuur 1.1 zijn luchtfoto’s met de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven.

Hoofdstuk 1

3

N813

N815 WEHL

Kerk plein

Figuur 1.1: Ligging en globale begrenzing plangebied (rood omkaderd)

Hoofdstuk 1

4

1.3 Planologische situatie Ter plaatse van het plangebied op de hoek van de Julianastraat en de Koningin Wilhelminastraat is het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021’ (d.d. 24 juni 2021) geldend. Een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven. Daarnaast gelden voor het plangebied ook de volgende bestemmingsplannen als parapluherziening:  Parapluherziening Externe veiligheid – 2020;  Parapluherziening Archeologie – 2020;  Parapluherziening Cultuurhistorie – 2021;  Parapluherziening Kantoren, uitsluiten woningbouw en supermarkten – 2019;  Parapluherziening Uitsluiten woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd – 2018;  Parapluherziening Parkeren – 2018 (d.d. 1 november 2018). De bestemmingsplannen ‘Parapluherziening Archeologie – 2020’ en ‘Parapluherziening Cultuurhistorie – 2021’ worden verder behandeld in paragraaf 4.9. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Externe veiligheid – 2020’ is van belang voor paragraaf 4.5. Stedelijk gebied - 2021 In het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied - 2021’ zijn voor het plangebied de volgende bestemmingen opgenomen: ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’ en ‘Centrum’.

Daarnaast liggen over het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’, ‘Waarde – Archeologie’, de aanduidingen ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 1’ en ‘overige zone – nieuwe risicobronnen uitgesloten’ en is voor een groot deel van het plangebied een bouwvlak opgenomen. De locatie van de toekomstige supermarkt is vooral gelegen binnen de bestemming ‘Centrum’. De beoogde situatie kan niet gerealiseerd worden conform de gebruiks- en bouwregels van de bestemmingen ter plaatse. Om deze reden moet het bestemmingsplan worden herzien voor deze ontwikkeling.

Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan

Hoofdstuk 1

5

In artikel 60.2 is van het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2021’ is een regel opgenomen ten aanzien van het verplaatsen van een supermarkt. Deze luidt als volgt: 60.2 Verplaatsen supermarkt Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het bepaalde in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening bij de bestemmingen 'Centrum', 'Detailhandel' of 'Gemengd - 2', binnen de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1', de aanduiding 'supermarkt' verplaatsen of toevoegen, met dien verstande dat: a. de aanduiding 'supermarkt' verdwijnt op de plek waar de supermarkt in kwestie weg gaat (oude locatie); b. de aanduiding 'supermarkt' opgenomen wordt op de plek waar de supermarkt naar toe verplaatst wordt (nieuwe locatie); c. de verkoopvloeroppervlakte van de nieuwe supermarkt voldoet aan de maatvoeringen (individueel en per gebied), zoals opgenomen in de 'Visie boodschappenstructuur' van Bureau Stedelijke planning van 18 december 2017, projectnummer 2017.A.515, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 22 februari 2018 (Bijlage 9), met dien verstande dat wanneer deze visie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; d.

de nieuwe supermarkt ook voor het overige past in het gemeentelijk detailhandelsbeleid, zoals vastgelegd in de bovenbedoelde 'Visie boodschappenstructuur' van Bureau Stedelijke planning van 18 december 2017, projectnummer 2017.A.515; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; g. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 5), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; h. het parkeren en de logistieke afwikkeling op eigen terrein gaat plaatsvinden, of op een andere manier voldaan wordt aan de in sub g genoemde Nota Parkeernormen. In dit geval is sprake van een verplaatsing van een supermarkt. Echter zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Centrum’, ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Verkeer’. Aangezien de wijzigingsbevoegdheid voor het verplaatsen van een supermarkt specifiek beschrijft dat het moet gaan om het toevoegen van de aanduiding ‘supermarkt’ binnen de bestemmingen 'Centrum', 'Detailhandel' of 'Gemengd - 2' kan in dit geval geen gebruik worden gemaakt van deze optie.

De nieuwe supermarkt en de bijbehorende gronden hieromheen overschrijden namelijk de huidige bestemming ‘Centrum’. In dit geval is dus een partiële herziening van het bestemmingsplan nodig. Parapluherziening Uitsluiten woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd – 2018 De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 28 juni 2018 de parapluherziening ‘Uitsluiten woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd – 2018’ vastgesteld. In deze herziening zijn regels opgenomen met betrekking tot de realisatie van woningen binnen de bestemmingen Centrum en Gemengd. Met onderhavig plan is geen sprake van woningbouw binnen een van deze bestemmingen. De parapluherziening ‘Uitsluiten woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd – 2018’ zorgt dan ook niet voor belemmeringen noch mogelijkheden voor onderhavig plan.

Hoofdstuk 1

6

Parapluherziening Parkeren – 2018 De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 1 november 2018 de parapluherziening ‘Parkeren - 2018’ vastgesteld. Deze parapluherziening is vastgesteld om het geldende parkeerbeleid in de gemeente Doetinchem middels een dynamische verwijzing van toepassing te verklaren binnen alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente. Ook voor onderhavig plan is daarom de Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 – 2020 (waarnaar wordt verwezen) van toepassing. Toetsing van het plan aan deze parkeervisie vindt plaats in paragraaf 4.11 ‘Verkeer en parkeren’. Hier wordt dan ook naar verwezen. Parapluherziening Kantoren, uitsluiten woningbouw en supermarkten – 2019 In dit bestemmingsplan zijn in de kern Wehl (en in de andere kernen van de gemeente Doetinchem) locaties aangeduid waar bijvoorbeeld uitsluitend supermarkten zijn toegestaan. De huidige PLUS aan de Stationsstraat heeft de bestemming detailhandel gekregen en een aanduiding voor een supermarkt. De beoogde verplaatsing van de supermarkt wijkt dus af van deze parapluherziening, aangezien op de nieuwe locatie geen detailhandelsbestemming is opgenomen of een aanduiding voor een supermarkt. Met deze herziening wordt gezorgd voor een positieve bestemming. Locatie Stationsstraat Ook ter plaatse van de huidige PLUS-supermarkt aan de Stationsstraat geldt het bestemmingsplan “Stedelijk gebied – 2021” (d.d.

24 juni 2021). In figuur 1.3 is de plankaart op deze locatie weergegeven. De supermarktaanduiding die hier geldt zal worden verwijderd. Verder zijn er in deze ruimtelijke procedure geen wijzigingen of ontwikkelingen voorzien op deze locatie. De begrenzing van de supermarktaanduiding is weergegeven in figuur 1.3.

Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding locatie PLUS Stationsstraat

Hoofdstuk 1

7

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie In Wehl (gemeente Doetinchem) is de huidige PLUS-supermarkt aan de Stationsstraat met circa 920 m² winkelvloeroppervlak (wvo) te klein naar de huidige maatstaven voor een moderne service-supermarkt en hierdoor komt de formule niet optimaal tot zijn recht. Een modernisering op de huidige locatie is gelet op de locatie (rand centrum) en de bereikbaarheid, niet mogelijk en wenselijk. Zodoende is een verplaatsing van de supermarkt voorzien naar de (voormalige) bibliotheeklocatie, aan het Kerkplein 6, de locatie van De Woonplaats aan het Kerkplein 8, alsmede woningen van Sité, gelegen aan de Julianastraat 1 t/m 7 en Koningin Wilhelminastraat 2 t/m 8. Op de achter te laten locatie aan de Stationsstraat zal geen nieuwe supermarkt gevestigd worden. In de huidige situatie heeft het plangebied zowel een woonbestemming als een bestemming centrum, verkeer en tuin. Aan de zijde van de Julianastraat en de Koningin Wilhelminastraat staan acht rij/hoekwoningen verdeeld over twee blokken. Deze woningen, gebouwd in 1968, zijn georiënteerd op de twee wegen en bestaan uit één bouwlaag met kap. Aan de achterzijde van deze woningen staat de bibliotheek (bouwjaar 1980). De bibliotheek is georiënteerd op het Kerkplein en heeft een oppervlakte van circa 800 m2. Zowel de woningen als de bibliotheek hebben in de huidige situatie een verouderde uitstraling.

In figuur 2.1 zijn aanzichten van de huidige situatie van het plangebied weergegeven. Zuidwesten

Zuidoosten

Noordwesten

Noordoosten

Figuur 2.1: Huidige situatie plangebied (bron: Google Street view)

Hoofdstuk 2

8

2.2 Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om de huidige PLUS-supermarkt aan de Stationsstraat in Wehl te verplaatsen naar de locatie op de hoek Julianastraat en Koningin Wilhelminastraat. De gewenste supermarkt krijgt 1.723 m2 brutovloeroppervlak (bvo), waarvan max. 1.200 m2 winkelvloeroppervlak (wvo). De ontwikkeling betreft daarmee een beperkte uitbreiding ten opzichte van de huidige PLUS aan de Stationsstraat, namelijk ca. 280 m² wvo. Een schets van de toekomstige inrichting van het terrein is weergegeven in figuur 2.2. De supermarkt wordt ontsloten vanaf zowel de Julianastraat als de Koningin Wilhelminastraat. Ook is het pand per voet en fiets te bereiken vanaf het Kerkplein. De entree van de supermarkt is gericht op het oosten aan de doorgang naar het Kerkplein. Tevens worden 62 parkeerplekken gerealiseerd. Dit gaat ten koste van 6 bestaande parkeervakken in de openbare ruimte. Feitelijk worden er dus 56 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de Koningin Wilhelminastraat en op het Raadhuisplein zijn daarnaast nog verschillende openbare parkeerplekken beschikbaar. Aan de oostzijde is ruimte voor fietsparkeerplaatsen. Het laden en lossen vindt plaats aan de westzijde van het plangebied (aan de Julianastraat).

Figuur 2.2: Schets toekomstige inrichting plangebied

In figuur 2.3 zijn aanzichten van het gewenste supermarktpand weergegeven. Het lagere gedeelte van de supermarkt krijgt een bouw- en goothoogte van circa 5,5 meter. Het hogere gedeelte van het pand aan de oostzijde krijgt een nokhoogte van circa 6,5 meter. Het hogere gedeelte van het pand aan de zuidwestzijde krijg een bouwhoogte van circa 8,5 meter. In de bijlagen is daarnaast een bezonningsstudie opgenomen die het verschil in schaduwwerking tussen de huidige en toekomstige bebouwing laat zien.

Hoofdstuk 2

9

Westgevel

Zuidgevel

Noordgevel met links bestaande woning aan Kerkplein 10-12 en rechts woning aan Kerkplein 4

Figuur 2.3: Aanzichten gewenste PLUS-supermarkt

Hoofdstuk 2

10

Duurzaamheid Duurzaamheid in de afbouw:  Ledverlichting.  Warmteterugwinning vanuit de koelmotoren (Co2 installaties).  Luchtbehandeling met warmteterugwinning.  Er komt geen gasaansluiting.  Mogelijkheid toepassing zonnepanelen. Bouwkundige duurzame maatregelen:  Losse constructieopbouw, staalconstructie wandvulling met kalkzandsteen, kanaalplaatvloeren en staaldak.  Het gebouw is daarmee eenvoudig te ontmantelen.  Dakopbouw wordt gemaakt van HSB-elementen.  Spouwmuurisolatie.  Dakisolatie EPS.  Dak geschikt voor zonnepanelen.  Dakbedekking Bitumen of kunststof.  Buitenschil baksteen met aluminium kozijnen.  Beglazing op de oost-, zuid- en westgevel is zonwerend.  De oostgevel is voorzien van een groot overstek tegen direct zonlicht op het grote glasvlak.  De scheidende wanden worden systeemwanden.  Het gebouw is zo flexibel in deelbaar en eenvoudig aan te passen naar een ander gebruik. Stedenbouw en welstand Het centrum van Wehl heeft zicht ontwikkeld rondom de RK-kerk op het Kerkplein waar kleinschalige horeca en detailhandel gevestigd is. Vlak naast het centrum ligt de Wilhelminastraat die zich ontwikkeld heeft als één van de belangrijkste ontsluitingswegen van Wehl en waar met een verzorgingstehuis, de sporthal, een school en het voormalige gemeentehuis een aantal grootschalige gebouwen staan.

Tussen deze twee ‘werelden’ liggen een tweetal lage woningstroken en de voormalige bibliotheek die gesloopt zullen worden. De ontstane locatie vormt de schakel tussen het kleinschalige, historische centrum van Wehl en de meer grootschalige, moderne bebouwing aan de Wilhelminastraat. De supermarkt wordt aan de noordzijde van de kavel gesitueerd zodat tussen de supermarkt en de Koningin Wilhelminastraat ruimte ontstaat ten behoeve van de benodigde parkeerplaatsen. Dit zorgt voor een overzichtelijke indeling en een royaal straatprofiel. Aan de oostzijde komt een nieuwe openbare ruimte die de Wilhelminastraat voor langzaam verkeer verbindt met het Kerkplein én ook als entreegebied van de supermarkt zal fungeren. De gevel aan de noordzijde komt op een kleine afstand van de erfgrens te staan waarbij de noordoosthoek onderdeel wordt van de zuidelijke pleinwand. Door de locatie kent de supermarkt 3 gevels die aan de openbare ruimte liggen. Om de supermarkt een alzijdige uitstraling te geven worden de sociale ruimtes op de zuidwesthoek gesitueerd, zodat op deze plek er openheid en transparantie ontstaat richting de Koningin Wilhelminastraat als naar de Julianastraat. De entree van de supermarkt richt zich op het entreegebied, maar wordt overhoeks opengemaakt zodat deze ook vanaf de Wilhelminastraat zichtbaar is.

Door de oost- en westgevel op te knippen ontstaat een kleinere korrelgrootte die aansluit bij het historische centrum. De zuidgevel wordt niet opgeknipt om aan te sluiten bij de grotere bouwblokken aan de Wilhelminastraat.

Hoofdstuk 2

11

3.

BELEID 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI-delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.

Hoofdstuk 3

12

Doorwerking plangebied Onderhavig plangebied bevindt zich niet in de nationale hoofdstructuur en omvat geen ontwikkelingen van Rijksbelang. Daarnaast worden in de NOVI geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijkeordeningsbeleid op nationaal niveau. Het initiatief conflicteert niet met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking voor dit plan.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied De locatie van de beoogde ontwikkeling bevindt zich binnen bestaand stedelijk gebied en betreft een verplaatsing binnen hetzelfde stedelijk gebied. In de bijlagen is een laddertoets toegevoegd. Hieronder worden alleen de belangrijkste conclusies beschreven. 1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

13

In Wehl (gemeente Doetinchem) is de PLUS-supermarkt met circa 920 m² winkelvloeroppervlak (wvo) te klein naar de huidige maatstaven voor een moderne service-supermarkt en hierdoor komt de formule niet optimaal tot zijn recht. Een modernisering op de huidige locatie is gelet op de locatie (rand centrum) en de bereikbaarheid, niet mogelijk en wenselijk. Zodoende is een verplaatsing van de supermarkt voorzien naar de voormalige bibliotheek-locatie, aan het Kerkplein 6, de locatie van De Woonplaats aan het Kerkplein 8, alsmede woningen van Sité, gelegen aan de Julianastraat 1 t/m 7 en Koningin Wilhelminastraat 2 t/m 8. Hierna worden de effecten van de toekomstige supermarkt op deze locatie beschreven. Hierbij wordt tevens ingegaan op de effecten van het plan op de Boni supermarkt (voorheen Coop) ten oosten van het plangebied. Omzeteffecten winkelaanbod Het omzeteffect van het planinitiatief op de overige aanbieders in dagelijkse artikelen zal beperkt en aanvaardbaar zijn. Hierbij is het volgende van belang:  Een grotere winkelomvang leidt niet ‘één op één’ tot een hogere omzet voor de PLUS. Het dpomodel gaat hier echter wel van uit. In werkelijkheid is het effect kleiner. De uitbreiding van PLUS is vooral nodig om het winkelcomfort te verbeteren (bredere gangpaden en dergelijke).  Daarbij zal vooral de PLUS-supermarkt zelf met een wat lagere vloerproductiviteit functioneren.

 Er wordt een beperkt omzeteffect verwacht voor de Boni-supermarkt2. Dit zal niet zodanig zijn dat deze winkel niet meer rendabel kan functioneren. Ook is geen sprake van een drastische wijziging van de concurrentieposities.  Ook het omzeteffect op de versspeciaalzaken van Wehl zal beperkt zijn. Deze winkels functioneren immers nu ook in aanwezigheid van de beide supermarkten. Er zal naar verwachting juist sprake zijn van toenemend combinatiebezoek met de andere winkels, omdat de PLUS naar het centrum verhuist.  Toch bestaat de mogelijkheid dat er onverhoopt een speciaalzaak verdwijnt. De krimp van het aantal (kleinschalige) verszaken is overigens ook (deels) een autonome trend. Vanuit de structuur bezien is dit echter aanvaardbaar.  De kleine kern Kilder (gemeente Montferland) heeft een dagwinkel. We verwachten niet dat de beperkte uitbreiding van PLUS, ertoe leidt dat deze dagwinkel verdwijnt. Mocht er onverhoopt toch een dagwinkel sluiten, dan is dit vanuit het Doetinchemse detailhandelsbeleid aanvaardbaar. Er wordt in het beleid immers een sanering van de winkelhiërarchie (kleine kernen, buurtsupers) voorzien.  Ook het omzeteffect op de supermarkten in de omliggende grotere kernen (Doetinchem en Didam) zal zeer beperkt en aanvaardbaar zijn. De boodschappen worden primair dicht bij huis, gedaan.

Zodoende zijn deze supermarkten slechts in zeer beperkte zin afhankelijk van de koopkracht vanuit Wehl en omgeving. Ruimtelijke (leegstands)effecten op woon- leef- en ondernemersklimaat De conclusie is dat eventuele (leegstands)effecten van het planinitiatief om de volgende redenen aanvaardbaar zijn voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat:  Over de hele linie heeft het initiatief een positieve invloed op de consumentenverzorging en de detailhandelsstructuur. De consument krijgt de beschikking over een moderne toekomstbestendige supermarkt, die inspeelt op de actuele consumententrends.  Door de verplaatsing ontstaat er een sterk en compact centrum met twee supermarkten op loopafstand van elkaar. Het combinatiebezoek van de supermarkt en andere winkels zal toenemen,

2

Deze Boni-supermarkt is recent omgezet van voorheen aanwezige een Coop-supermarkt. Ook is recent is vergunning verleend om deze Bonisupermarkt te vergroten tot 1.000 m2 wvo

Hoofdstuk 3

14

  

waardoor ook het overig voorzieningenaanbod profiteert van de supermarktontwikkeling. De ontwikkeling betreft bovendien een beperkte uitbreiding (ca. 280 m² wvo). Op de achter te laten locatie aan de Stationsstraat komt geen andere supermarkt. De supermarktfunctie zal hier worden uitgesloten. Gelet op het voorgaande, zal er naar verwachting geen sprake zijn van onaanvaardbare leegstand, bezien vanuit het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Mocht er onverhoopt een versspeciaalzaak in Wehl verdwijnen, zal dit effect aanvaardbaar zijn gelet op de beperkte toename van de leegstand in dat geval en het beperkte effect op omliggende winkels. Ook in de kleine kernen (Nieuw-Wehl en Kilder) zal eventuele leegstand aanvaardbaar zijn. In de Visie Boodschappenstructuur wordt het verdwijnen van kleinere supermarkten buiten de winkelgebieden bovendien als aanvaardbaar beschouwd. Daarbij zijn de meeste bewoners van deze kernen voor de reguliere boodschappen voor een belangrijk deel al aangewezen op het aanbod in Wehl. Mocht de supermarkt in Wehl niet kunnen uitbreiden, dan wordt een geleidelijke verschraling van het winkelaanbod voorzien en daarmee een achteruitgang van het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Op termijn zullen dan meer en meer inwoners voor hun boodschappen gaan uitwijken naar elders (bijvoorbeeld Doetinchem).

Een mogelijk gevolg hiervan zou zijn dat de supermarktvoorziening in Wehl ‘een stap’ terug moet maken naar het niveau van een minisupermarkt welke slechts een beperkte verzorgingsfunctie heeft.

3.3 Provinciaal beleid Het plangebied is gelegen in de gemeente Doetinchem in de provincie Gelderland. Hieronder wordt ingegaan op het relevante ruimtelijke beleid van de provincie Gelderland. 3.3.1 Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De provincie wil met deze Omgevingsvisie een gaaf Gelderland voor bewoners, ondernemers en bezoekers realiseren, zodat er in provincie prettig gewoond, gewerkt, gestudeerd en ontspannen kan worden. De visie is onderverdeeld onder zevental thema’s: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. In het kader voor onderhavig plan is het laatste thema ‘woon- en leefomgeving’ relevant. Gelderland heeft de ambitie de provincie aantrekkelijk te houden voor mensen en bedrijven. Hierom is het van belang de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden. De provincie vindt het daarom van belang te voorzien in goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Tevens wil de provincie investeren in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, wordt er nagedacht over uitbreiden aan de randen van steden of dorpen.

Hoofdstuk 3

15

Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit plan van belang zijn. Het plan is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In februari 2022 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Doorwerking plangebied Het provinciale beleid dat is opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland is in beeld gebracht op een kaart. Het plangebied ligt op deze kaart slechts binnen de aanduiding “tijdelijk verbod hervestiging/nieuwvestiging/uitbreiding (bestaande) glastuinbouw”.

Dit thema is niet van toepassing op het plan, omdat er in de huidige en toekomstige situatie geen sprake is van glastuinbouw. Instructieregels bestemmingsplan detailhandel De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In januari 2023 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd. De instructieregel voor specifieke detailhandel op een perifere locatie wijzigt daarbij niet, enkel de nummering zal wijzigen. In de provinciale verordening zijn in artikel 2.13 en 2.14 tevens instructieregels opgenomen voor bestemmingsplannen die detailhandel en specifiek ook supermarkten mogelijk maken op een perifere locatie: “Een bestemmingsplan maakt de vestiging van een supermarkt alleen mogelijk binnen of aansluitend aan een winkelcentrum, tenzij vanwege bijzondere omstandigheden vestiging op zo’n locatie niet mogelijk is” De projectlocatie van de beoogde supermarkt ligt in het centrum van Wehl. Het dorp Wehl kent geen groot winkelcentrum, maar wel een winkelgebied. De supermarkt wordt verplaatst van een vestiging rond dit centrum naar een andere vestiging in het centrum. Het plangebied kent ook al voor een groot deel de bestemming ‘Centrum’. De provinciale instructieregels zijn van toepassing op perifere locaties en daarmee niet op het plangebied.

Klimaatadaptatie De provinciale verordening bevat een (instructie)regel welke betrekking heeft op klimaatadaptatie (2.65b). Deze luidt als volgt: 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden

Hoofdstuk 3

16

getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. In paragraaf 2.2 wordt ingegaan op enkele duurzaamheidsmaatregelen van de Plus op deze locatie. Daarnaast wordt in paragraaf 4.8 ingegaan op het onderdeel water en daarbij ook onderdelen als waterveiligheid, wateroverlast, hitte en droogte. Hier wordt dan ook naar verwezen in het kader van de genoemde provinciale instructieregel. De Omgevingsverordening Gelderland zorgt niet voor beperkingen voor onderhavig plan.

3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Achterhoekvisie 2030 Sinds september 2018 trekken ondernemers, maatschappelijke organisaties en de overheid in de Achterhoek intensief samen op. Het eerste product van de nieuwe samenwerking is de Achterhoek Visie 2030 die op 14 mei 2019 is vastgesteld. De visie is opgesteld door de zes Thematafels en de Achterhoek Board. Naast de Achterhoek Raad hebben zo’n 150 bestuurders van Achterhoekse bedrijven, onderwijsinstellingen, gemeenten, zorgorganisaties, ziekenhuizen, woningcorporaties, waterschappen, belangenorganisaties en vele anderen hiervoor hun inbreng geleverd. De Visie 2030 geeft aan waar de Thematafels, Achterhoek Board en Achterhoek Raad de komende jaren samen hun energie op richten. De visie is een voorwaarde voor een flexibele agenda waarmee de Achterhoek wil inspelen op ontwikkelingen buiten en binnen de Achterhoek. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor samenwerkingskansen met andere regio’s in Nederland en over de Duitse grens. De Achterhoek staat voor flinke opgaven komende jaren. De beroepsbevolking neemt sneller af dan elders (-12% tot 2030), de huidige woningvoorraad voldoet niet aan de toekomstige vraag, de lichte huishoudensgroei die nu nog aan de orde is, zal over tien jaar omslaan in een daling, de bereikbaarheid van bedrijven en voorzieningen is matig tot slecht.

Tevens is de verwachting dat circa 40% van de agrariërs in de Achterhoek in 2030 is gestopt met hun bedrijf. In de visie zijn daarom zes streefbeelden geformuleerd waar de regio Achterhoek zich komende jaren op gaat richten: 1. De productieve regio Richt zich op de regio als open innovatiesysteem, waarbij het gaat om economische én sociale innovatie.

Hoofdstuk 3

17

2. De gekwalificeerde regio Richt zich op de beschikbaarheid van de juiste kwaliteiten op de arbeidsmarkt (onderwijs) en het benutten van talenten. Hieronder valt ook de inclusieve arbeidsmarkt, met als uitgangspunt dat iedereen in de Achterhoek mee kan doen. 3. De bereikbare regio Richt zich op duurzame en slimme mobiliteitsoplossingen voor alle vervoersmodaliteiten, en het op een innovatieve wijze verbinden en integreren hiervan. 4. De schone regio Gaat over de energietransitie, verduurzaming en grootschalige energieopwekking, kringlooplandbouw, circulair ondernemen en circulair vastgoed. 5. De leefbare regio Gaat over duurzame en passende woningen en de ontwikkeling van dorpen. Bij die leefbaarheid hoort ook aandacht voor vastgoed, voorzieningen, groen en sociale cohesie. 6. De gezonde regio Werkt aan het langer gezond blijven van mensen door preventie en zorginnovatie. Doorwerking plangebied Het voorliggend plan vindt vooral aansluiting bij de leefbare regio. Hier wordt daarom nader op ingegaan. Om de aantrekkelijkheid van de Achterhoek te waarborgen liggen er uitdagingen in de centra van steden en dorpen en het buitengebied. Denk aan het verkleinen van kernwinkelgebieden om leegstand te voorkomen, nieuwe bestemmingen voor of sloop van vrijkomende agrarische bebouwing en de noodzaak van grootschalige asbestsanering.

Ook gaat de regio een transformatie- en sloopstrategie voor leegstaand en leegkomend vastgoed ontwikkelen en uitvoeren (agrarische bebouwing, kantoren, detailhandel, maatschappelijk vastgoed). Onderhavig project betreft een supermarktontwikkeling binnen verstedelijkt gebied. Hiermee voorziet het project in het versterken van het lokale voorzieningenniveau en daarmee in het vitaal houden van het platteland en het creëren van een ‘leefbare regio’. Omdat de ontwikkeling binnenstedelijk plaatsvindt, zal het niet ten koste gaan van natuur. Hiermee sluit het plan aan op de ambities als beschreven in de Achterhoekvisie 2030. 3.4.2 Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek (2017) Op regionaal niveau is door de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk een aantal basisbeleidsafspraken vastgelegd in dit afsprakenkader. Doel is behoud van een zo aantrekkelijk mogelijke winkelstructuur voor inwoners van en bezoekers aan de Achterhoek. De focus ligt hierbij op behoud van vitale centra, groot en klein. Centra zijn het visitekaartje van een kern en zijn hierdoor zeer belangrijk voor het woon- en leefklimaat. De regionale afspraken vormen de basis voor lokaal beleid en (toetsing van) lokale ontwikkelingen. De toekomstig haalbare gewenste winkelstructuur is als volgt:  Regionaal centrum: Doetinchem en Winterswijk.

Hoofdstuk 3

18

Lokaal centrum (kern en omliggende kleine kernen): Aalten, Borculo, Didam, Dinxperlo, Eibergen, Gaanderen, Gendringen, Groenlo, ’s-Heerenberg, Hengelo, Lichtenvoorde, Neede, Ruurlo, Steenderen, Terborg, Ulft, Varsseveld, Vorden, Wehl en Zelhem. Het centrum van Silvolde heeft in de regionale detailhandelsstructuur eenzelfde positie als niethoofdkernen in de regio.

Doorwerking plangebied Er blijft met deze ontwikkeling sprake van een lokaal centrum in het dorp. Er is slechts sprake van een verplaatsing van een supermarkt binnen het huidige centrum van Wehl, die gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van het winkelvloeroppervlak (ca. 280 m2). Dit is in lijn met de gemeente visie, waarin een maximum is gesteld aan het gezamenlijke winkelvloeroppervlak aan supermarkten in een winkelgebied.

3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving in het buitengebied De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na.

De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief sluit aan bij het uitgangspunt van de gemeente om bestaande functies te verbeteren, vervangen of aan te passen. De relatief verouderde bebouwing die op dit moment in het plange-

Hoofdstuk 3

19

bied aanwezig is wordt namelijk gesloopt en vervangen door een supermarkt. De vestiging van de supermarkt zorgt voor een aantrekkelijker centrum en heeft een positieve impuls op de ruimtelijke kwaliteit van Wehl. Bestaande kwaliteiten raken met dit plan niet in het geding. Om deze redenen kan worden gezegd dat het plan aansluit op de uitgangspunten die beschreven zijn in de Structuurvisie Doetinchem 2035. 3.5.2 Visie boodschappenstructuur 2017 De gemeente Doetinchem is ruim bedeeld met supermarkten: in aantal, omvang, diversiteit en geografische spreiding. Toch is uitbreiding en modernisering soms nodig om de winkels toekomstbestendig te maken en de consumentenverzorging op peil te houden. Wel vraagt het voorgaande om een zorgvuldige afweging bij de toetsing van nieuwe supermarktinitiatieven. Om deze reden wordt in de visie een aanbeveling gedaan op een aantal aspecten met betrekking tot supermarktinitiatieven:  terughoudendheid bij initiatieven; enkel optimalisering bestaand;  functiesprong uitgesloten;  alleen honoreren perspectiefvolle supermarkten, ofwel binnen winkelstructuur;  versterking bestaande (boodschappen)structuur;  plek in winkelhiërarchie; aangewezen ‘boodschappen’ centra;  ongewenste supermarktbestemming wegbestemmen. Het voorgaande heeft geresulteerd in het volgende stroomdiagram.

Figuur 3.1: Stroomdiagram visie boodschappenstructuur

Hoofdstuk 3

20

Doorwerking plangebied Toetsing passendheid uitbreiding PLUS In het gemeentelijk beleid wordt het planinitiatief beschouwd als een zacht plan. Hierdoor is het plan een ‘nieuwe ontwikkeling’ en zodoende moet het plan getoetst worden in het stroomschema. De uitbreiding en verplaatsing van de PLUS betreft een optimalisatie van het bestaande aanbod. Dit houdt in dat er aan 6 voorwaarden voldaan moet worden:  versterking boodschappenstructuur;  passend bij huidige functie gebied en supermarkt in kwestie;  bij verplaatsing vervalt supermarktbestemming achtergelaten pand;  haalbaar/kansrijk;  juiste belangenafweging;  geen ruimtelijke argumenten tegen. Versterking boodschappenstructuur Met de ontwikkeling kan de beoogde supermarkt beter inspelen op de actuele consumententrends. De hedendaagse consument kiest immers voor ruimer opgezette supermarkten met voldoende parkeervoorzieningen. Dit betekent dat wanneer de supermarkt in Wehl niet kan uitbreiden, meer en meer inwoners voor hun boodschappen (op termijn) gaan uitwijken naar elders. Een onvermijdelijk gevolg hiervan zou zijn dat de supermarktvoorziening in Wehl ‘een stap’ terug moet maken naar het niveau van een buurtsupermarkt, welke slechts een beperkte verzorgingsfunctie heeft.

Passend bij huidige functie gebied en supermarkt in kwestie Supermarktuitbreidingen dienen passend te zijn bij huidige functie van het boodschappen-gebied en supermarkt in kwestie, dat wil zeggen dorp-, wijk- of stadsverzorgend. Dit betekent dat er een richtlijn is voor de maximale maatvoering van het totaal aantal supermarktmeters in een winkelgebied. Het centrum van Wehl wordt aangemerkt als dorpsverzorgend winkelgebied en zodoende is er een richtlijn aangegeven van de maximale m² wvo van de supermarkten per winkelgebied 2.200 m² wvo en een richtlijn van de maximale maatvoering per supermarkt van 1.200 m² wvo. Hier voldoet het initiatief aan, aangezien de uitbreiding max 1.200 m² wvo bedraagt. Bij de Boni supermarkt is inmiddels een vergunning verleend waarmee het wvo van de supermarkt vergroot kan worden tot 1.000 m 2. Het gezamenlijke winkelvloeroppervlak in dit winkelgebied bedraagt daarmee maximaal 2.200 m 2.

Hoofdstuk 3

21

Bij verplaatsing vervalt supermarktbestemming achtergelaten pand Op de achter te laten locatie aan de Stationsstraat zal geen nieuwe supermarkt gevestigd worden. Wat de exacte invulling wordt van de locatie is nog niet bekend, maar er zal in ieder geval geen supermarkt terugkomen. Haalbaar / kansrijk, Juiste belangenafweging, Geen ruimtelijke argumenten tegen Onderhavige rapportage onderbouwt de meerwaarde van het initiatief. Er wordt ingespeeld op actuele consumentenbehoeften, door modernisering en concentratie van het aanbod. Voorts worden er geen onaanvaardbare effecten verwacht. Vanuit ruimtelijk oogpunt is er sprake van de juiste belangenafweging en er zijn geen ruimtelijk relevante argumenten tegen het plan in het kader van de behoefte. 3.5.3 Dorpsplan Wehl en Nieuw-Wehl (Dorpsraad, 2015) Door de Dorpsraad Wehl is in 2014/2015 een Dorpsplan opgesteld. Door het ontwikkelen van een toekomstvisie wil de Dorpsraad de leefbaarheid van de dorpen op het huidige niveau handhaven en daar waar mogelijk zelfs uitbreiden. Ten aanzien van het thema Economie is als ambitie gesteld: Het verplaatsen van winkels naar het dorpshart. Het realiseren van een aantrekkelijk terras. Verplaatsen van grote bedrijven binnen het dorp naar het bedrijvenpark om leefbaarheid in het dorp te vergroten en behoud van agrarische bedrijven waar mogelijk.

Ten aanzien van het centrum zijn er de volgende acties benoemd:  het centrumplan 2009 uitvoeren;  beleid ontwikkelen waardoor ondernemers zich alleen kunnen vestigen in het centrum. 3.5.4 Dorpshart Wehl Door de Wehlse Ondernemersvereniging, de Dorpsraad Wehl en de gemeente Doetinchem is een project opgestart met als doel het creëren van een aantrekkelijk en duurzaam leefbaar dorpshart van Wehl (bestuursopdracht College B&W d.d. 24 oktober 2017). De bedoeling is dit te bereiken via een planproces dat inspeelt op bestaande initiatieven en ruimte geeft aan gewenste ontwikkelingen en initiatieven. Op 12 oktober 2020 is een raadsmededeling gepubliceerd met daarin de actuele ontwikkelingen in het project Dorpshart Wehl. De realisatie en de ruimtelijke procedure van de PLUS supermarkt wordt hier specifiek beschreven. 3.5.5 Koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om de duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten.

De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse

Hoofdstuk 3

22

gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen. Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen. In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Doorwerking plangebied Met dit plan wordt gezorgd dat verschillende verouderde bebouwing gesloopt wordt en plaats maakt voor duurzame nieuwbouw. De huidige woningen op het terrein en het (inmiddels leegstaande) gebouw van de bibliotheek worden/werden op gas verwarmd. Deze gebouwen worden gesloopt. De nieuwbouw wordt gasloos gerealiseerd, wat op zichzelf al een duurzame ontwikkeling is op deze locatie. In paragraaf 2.2 is daarnaast een overzicht weergegeven van de te nemen duurzame maatregelen in het plan.

Mede door het treffen van deze maatregelen (zoals zonnepanelen, isolatie en duurzaam materiaalgebruik) zal gezorgd worden voor een duurzaam gebouw op deze plek in het centrum van Wehl. Op het parkeerterrein worden bomen gerealiseerd. Samen met het ontwerp van het dak/de overstek aan de oostzijde (tegen direct zonlicht op het grote glasvlak) wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met hittestress.

Hoofdstuk 3

23

4.

HAALBAARHEID 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.2 Bodem 4.2.1 Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Derhalve is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk. 4.2.2 Onderzoek Verkennend bodemonderzoek Er is in januari 2019 door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL).

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bodem is bovendien plaatselijk zwak tot matig humeus, zwak tot matig wortelhoudend, zwak tot matig grindig, zwak gleyhoudend en/of zwak kleihoudend. De bodem is tot maximaal 1,2 m -mv zwak tot matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend (baksteen, beton en/of aardewerk), zwak glashoudend en resten tot zwak kolengruishoudend. Ter plaatse van boring 18 is een laag gebroken puinfundatie waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De verdachte laag direct onder de laag gebroken puinfundatie ter plaatse van boring 18 (traject 0,31,0 m -mv; zwak puinhoudend (baksteen, beton en aardewerk)) is sterk verontreinigd met zink. Verder is de verdachte laag van de gehele onderzoekslocatie licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en/of PAK. Ook de onverdachte ondergrond is licht verontreinigd met koper, kwik en lood.

Hoofdstuk 4

24

De aangetroffen verontreinigingen in de verdachte laag zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de zintuiglijke verontreinigingen in de bodem. De sterke verontreiniging ter plaatse van boring 18 is zowel in horizontale als in verticale richting nog niet afgeperkt. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Gelet op het regionale karakter van de lichte bariumverontreinigingen in het grondwater kan deze verontreiniging als "onverdacht" worden beschouwd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de verontreinigingen, bevestigd. De sterke zinkverontreinging ter plaatse van boring 18 dient zowel in horizontale als in verticale richting verder afgeperkt te worden om de aard en omvang van de verontreiniging vast te stellen. Er wordt dan ook geadviseerd een nader bodemonderzoek uit te voeren op het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie. Nader bodemonderzoek Er is in juli 2022 naar aanleiding van het eerdere verkennend bodemonderzoek een nader bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt onder andere, dat de ondergrond ter plaatse van de openbare parkeerplaatsen aan de zuidoostzijde van de onderzoekslocatie plaatselijk sterk verontreinigd is met zink. Het nader bodemonderzoek is opgenomen in de bijlagen. Hierna worden de belangrijkste resultaten beschreven.

De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot sterk siltig, zeer tot matig fijn zand. De boven- en ondergrond zijn plaatselijk zwak humeus en plaatselijk is de bovengrond zwak grindig. De bovengrond bestaat plaatselijk uit een volledige puinlaag. Verder is de ondergrond plaatselijk zwak baksteenhoudend en zwak betonhoudend. Met de HXRF-meter zijn in het veld geen waardes gemeten die de achtergrondwaarde van zink overschrijden. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. De in de bovengrond aangetroffen volledige puinlaag zijn op basis van het verkennend bodemonderzoek (d.d. 31 januari 2019) als niet-asbestverdacht aangemerkt. Uit de analyseresultaten blijkt dat slechts in één van de afperkende boringen een licht verhoogd gehalte aan zink aangetoond is. Ten opzichte van de resultaten van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is in het verificatiemonster geen verhoogd gehalte aan zink aangetoond. De sterke zinkverontreiniging is derhalve niet bevestigd. De in het verkennend bodemonderzoek aangetoonde sterke verontreiniging met zink is niet meer aangetoond middels de verificatie en afperkende analyses van onderhavig onderzoek. Het is onbekend wat de oorzaak is geweest voor het initieel aangetoonde sterk verhoogde gehalte aan zink.

Gezien het consistente beeld van de analyseresultaten van onderhavig onderzoek, worden deze analyseresultaten als leidend beschouwd. Uitgaande van bovenstaande en van de mate en het volume van de geconstateerde grondverontreiniging op de onderzoekslocatie (maximaal licht verhoogd gehalte in één grondmonster) wordt gesteld dat het hier in het kader van de Wet Bodembescherming géén geval van ernstige bodemverontreiniging betreft (ontstaan voor 1 januari 1987). 4.2.3 Conclusie Op basis van de resultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie.

Hoofdstuk 4

25

4.3 Geluid 4.3.1 Toetsingskader Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. 4.3.2 Onderzoek Met dit initiatief wordt de realisatie van een supermarkt op de hoek Julianastraat/Koningin Wilhelminastraat te Wehl mogelijk gemaakt. Een supermarkt kan niet gezien worden als een geluidsgevoelige functie op basis van de Wet geluidhinder. Om deze reden is zowel wegverkeerslawaai als railverkeerslawaai en industrielawaai niet relevant voor dit initiatief. Het geluid naar de omgeving dat wordt gevormd door de gewenste supermarkt is behandeld in paragraaf 4.4 ‘Bedrijven en milieuzonering’. 4.3.3 Conclusie Het aspect ‘geluid (wegverkeer)’ zorgt dan ook niet voor belemmeringen.

4.4 Luchtkwaliteit 4.4.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.  Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.  Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.

 Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3).

Hoofdstuk 4

26

4.4.2 Onderzoek Invloed initiatief op luchtkwaliteit Om te bepalen wat de invloed is van het initiatief op de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de NIBMtool. De verkeersgegevens die zijn bepaald in het verkeersonderzoek (paragraaf 4.11) zijn hiervoor gebruikt. Er is uitgegaan van de extra verkeersgeneratie op een weekdag. Hieronder zijn de resultaten van de tool weergegeven.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2024

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

1949

Aandeel vrachtverkeer

1,0%

NO2 in μg/m

3

1,17

PM10 in μg/m

3

0,30

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m

3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Figuur 4.1: Resultaten NIBM-tool

Uit de NIBM-tool blijkt dat het initiatief ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Invloed luchtkwaliteit op initiatief Daarnaast moet aangetoond worden dat sprake is van een goed werk- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe supermarkt. Om deze reden zijn de achtergrondwaarden (m.b.t. de luchtkwaliteit) ter plaatse van het plangebied onderzocht middels de NSL-monitoringstool. In figuur 4.2 zijn de dichtstbijzijnde/maatgevende meetpunten weergegeven. De navolgende tabel laat de achtergrondwaarden ter plaatse van deze meetpunten zien. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden hier ruim onder de norm liggen. Hierdoor kan worden gezegd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed werk- en leefklimaat met betrekking tot de luchtkwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7974/documents/47527