bestemmingsplan Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021 bijlage 1 bij de toelichting ROB.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2020 Gemeente Doetinchem
Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021 NL.IMRO.0222.R07H315A-0001 Ontwerp 28 januari 2021 89.38.03
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever: Betrokken gemeente:
Buha b.v. Mevr. E. van Schooten Doetinchem
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon: E-mail: Internet:
2
Mevr. J. Jentink Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.burosro.nl
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing Bladwijzer niet gedefinieerd. Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Inleiding Aanleiding en doel Planologische situatie Conclusie Leeswijzer Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie Conclusie Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Haalbaarheid Algemeen Bodem Akoestiek Lucht Externe veiligheid Bedrijven Flora en fauna Water Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Fout! 5 5 5 6 6 7 7 10 19 20 20 20 24 26 29 31 31 31 31 32 32 33 33 34 35 37 37
39 Inrichtingsplan Beplantingslijst Profiel west-oost Verkennend bodemonderzoek Quick scan flora en fauna Archeologisch onderzoek Waterparagraaf
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
41 43 45 47 49 51 53
3
4
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De Buha b.v. heeft het voornemen om de natuurbegraafplaats Slangenburg uit te breiden en een ceremoniepaviljoen op de uitbreidingslocatie te realiseren. De functie en het gebouw zijn binnen het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling gewenst is, wordt middels een herziening van het bestemmingsplan medewerking verleend aan de voorgenomen ontwikkeling. Via voorliggend document is gemotiveerd waarom medewerking kan worden verleend en waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Planologische situatie
Doordat het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' door de Raad van State is vernietigd, wordt voor de planologische regeling teruggevallen op het bestemmingsplan 'Buitengebied 2000, herziening 2002', vastgesteld door de raad op 24 juni 2004. Het bestemmingsplan beslaat het gehele buitengebied van de gemeente Doetinchem. Voor het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch gebied met landschapswaarden'. Tevens geldt deels de gebiedsaanduiding 'Natuurrandzone'. De volgende afbeelding toont de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2000, herziening 2002'.
Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2000, herziening 2002' met het plangebied rood omlijnd
Het initiatief past niet binnen de bestemming omdat het gebruik als natuurbegraafplaats en de bouw van een ceremoniepaviljoen niet is toegestaan. Om de ontwikkeling toe te staan dient het bestemmingsplan te worden herzien. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd waarom medewerking kan worden verleend aan het initiatief. In een latere fase zal een bestemmingsplan worden opgesteld.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
5
1.3
Conclusie
De ontwikkeling is niet strijdig met het geldende rijksbeleid (SVIR, Barro, Ladder), provinciaal beleid (Omgevingsvisie, Omgevingsverordening), regionaal beleid (Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012, Landschapsontwikkelingsplan PLUS) en gemeentelijke beleid (Structuurvisie Doetinchem 2035, Bomenverordening 2015), zoals beschreven in hoofdstuk 4. Er moet voor gezorgd worden dat de ontwikkeling van natuur aansluit bij het omliggende landschap in het kader van de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012. Het initiatief is ook uitvoerbaar met betrekking tot de haalbaarheidsaspecten. Er zijn voor de uitwerking van de plannen nog wel enkele aandachtspunten op het gebied van flora en fauna, water en archeologie. Rekening houdende met de voorgenoemde aandachtspunten is de beoogde ontwikkeling haalbaar.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 Conclusie zijn de conclusies en eventuele randvoorwaarden weergegeven van hoofdstuk 2. Hoofdstuk 4 geeft het relevante beleid weer. Tenslotte komen in hoofdstuk 5 de haalbaarheidsaspecten aan de orde.
6
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
De ruimtelijke structuur van het plangebied en de directe omgeving wordt bepaald door de open agrarische gronden. Het gebied ligt ten oosten van Doetinchem, ca 3 km vanaf het centrum. Bijgevoegd luchtfoto's waarop de ligging van het plangebied is te zien.
Luchtfoto met het plangebied rood omcirkeld
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
7
Luchtfoto met het plangebied (rood) en de bestaande (natuur)begraafplaats Slangenburg (blauw)
Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Ambt-Doetinchem, sectie K, nrs. 1118 en 1119. Dit is op de volgende afbeelding te zien. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 44.000 m².
Kadastrale grenzen met het plangebied rood gemarkeerd
Onderstaand volgen enkele historisch topografische kaarten van het plangebied en de omgeving.
Topografische situatie rond 1850 met plangebied rood omcirkeld
8
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Topografische situatie rond 1925 met plangebied rood omlijnd
Topografische situatie rond 1960 met plangebied rood omlijnd
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
9
Begraafplaats Slangenburg is in het begin van de jaren '80 aangelegd. Het is een groene begraafplaats in een landelijke omgeving. Op de begraafplaats bevindt zich het crematorium van Yarden. Op de reguliere begraafplaats is het mogelijk om op verschillende manieren begraven te worden: kistbegravingen, urnenbegravingen en sinds 2012 is er ook een islamitisch gedeelte. Ook bestaat de mogelijkheid tot asverstrooiingen. Naast de reguliere begraafplaats bevindt zich natuurbegraafplaats Slangenburg. Natuurbegraafplaats Slangenburg ligt aan de rand van landgoed Slangenburg. Het landgoed bestaat uit afwisselend natte en drogere bospercelen, doorsneden met statige lanen en omringd door een bonte zoom van droge akkers en nattere hooilanden richting de Slingebeek. De begraafplaats ligt op de overgang van het landgoed naar het omliggende cultuurlandschap. Al eeuwenlang wordt op deze grond geboerd. De oude boerderijen zijn makkelijk terug te vinden op historische kaarten en getuigen van vruchtbare grond in de nabije bescherming van het landgoed. Het plangebied ligt ten zuiden van de bestaande natuurbegraafplaats. Het terrein wordt aan de oostzijde begrensd door de wegbeplantingen langs de Kommendijk en de toegangsweg naar de woonkavel aan de Kommendijk 10. Aan de noordzijde ligt een sloot tussen de bestaande natuurbegraafplaats en het plangebied.
In de omgeving van het plangebied liggen voornamelijk agrarische gronden. De gemeente Doetinchem heeft de gronden in 2014 aangekocht. Het terrein is altijd als agrarische grond in gebruik geweest. Sinds het voorjaar 2015 heeft het Zone college (voorheen het Agrarisch Opleidingscentrum AOC) deze grond in opdracht van Buha in gebruik genomen. Ten tijde van de aankoop van de gronden zocht het Zone college grond ten behoeve van praktijklessen voor de leerlingen. Omdat de uitbreiding van de begraafplaats niet direct speelde, is besloten samen te werken met het Zone college. Het gedeelte dat het Zone college beheert is opgedeeld in 3 percelen, deze zijn door brede bloemenstroken/weides omsloten. De grond wordt bewerkt met reguliere, moderne landbouwmachines. Er worden wisselend gewassen verbouwd, zoals zomergerst, wintergerst, haver en koolzaad.
2.2
Toekomstige situatie
Natuurbegraafplaats Slangenburg wordt uitgebreid in zuidelijke richting. De uitbreiding betreft een oppervlakte van 4,4 ha. Met de natuurbegraafplaats wordt naast regulier begraven het alternatief geboden om in de natuur te begraven. Deze uitbreiding biedt plaats aan ongeveer 2500 graven. Het aantal diensten of ceremonies neemt door de ontwikkeling niet toe. Wel is het zo dat in de toekomst het aantal overledenen gaat toenemen (prognose CBS). Hierdoor wordt wel een toename in het aantal begrafenissen verwacht. In bijlage 1 is de inrichtingsschets van de toekomstige situatie opgenomen. Op de tekening is ook te zien welke nieuwe beplanting er wordt aangelegd, deze is benoemd in de belantingslijst in bijlage 2. In bijlage 3 is een doorsnede opgenomen met details van de grafstrook.
10
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Impressie van de toekomstige situatie
Ontwerp De natuurbegraafplaats ligt ingeklemd tussen het bos van het landgoed Slangenburg en het beboste terrein van de bestaande begraafplaats. Het terrein is ontworpen vanuit de gedachte een laatste rustplek te bieden in de natuur. Het noordelijk deel zal met nieuwe boomaanplant op de graven geleidelijk aan transformeren naar een bos met natuurlijke open plekken en bijna naadloos aansluiten bij de omgeving. Het ontwerp van de uitbreiding is een aanvulling hierop en is gebaseerd op een meer cultuurhistorisch landschap. Het geheel bestaat uit glooiende akkers, bloemrijke hooilanden, slenken met beplante steilranden en een centraal gelegen ceremoniepaviljoen. Dit wordt met elkaar verbonden door halfverharde paden en graspaden. Landschap De uitbreidingslocatie bestaat uit akkers die werden bewerkt vanuit de oude boerderij 'De Nutselaar'. Het ontwerp borduurt verder op deze basis. Het komt tegemoet aan mensen die het oude Achterhoekse boerenlandschap waarderen en een laatste rustplek vinden aan de rand van een akker. De historische kaarten hebben handvatten gegeven voor het ontwerp. De akkers en weilanden rond de Nutselaar zijn al eeuwenlang in gebruik als boerengrond. Het huidige plan doet recht aan die cultuurhistorische oorsprong.
Lopend over het centrale pad van de huidige natuurbegraafplaats richting het nieuwe terrein, kijkt men weg over de omliggende landerijen met daarin centraal de oude boerderij ‘De Nutselaar’. De natuurlijke laagten en slenken in het terrein worden opnieuw aangegraven of versterkt. Door deze te beplanten wordt de kleinschaligheid van het landschap benadrukt. De kruidenrijke graanakkers zijn interessant voor zowel de plaatselijke fauna, als voor bezoekers. Ook in de winter bieden de overblijvende randstroken genoeg aantrekkelijkheid voor vogels en klein wild. Solitaire bomen leggen gericht accenten op het terrein.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
11
Een ander pad loopt langs de beplante westrand van het gebied, daar waar het terrein iets wegduikt naar een oude slenk. Met name die randen zijn interessant om afwisseling in het terrein te krijgen. Iedereen kan een plek zoeken die hen persoonlijk aanspreekt en die genoeg identiteit aan de plek meegeeft zodat nabestaanden ook later de locatie zullen herkennen. De graven gaan namelijk op in het grote geheel, maar evengoed is het belangrijk dat de plek enigszins herkenbaar is en terug te vinden is. Graven tussen de akkers De natuurbegraafplaats is opgedeeld in drie akkers. Deze akkers worden omzoomd door brede akkerranden. De akkerranden zijn een aantal jaren geleden ingezaaid met een bloemenmengsel. De akkers worden jaarlijks ingezaaid met diverse granen. De granen op de glooiende velden tegen de donkergroene eikenlanen presenteren de bezoekers een rustiek Achterhoeks landschapsbeeld. Op termijn is het de bedoeling ook de akkers open te stellen voor begraven. Bebouwing Het te realiseren ceremoniepaviljoen komt centraal op de natuurbegraafplaats te liggen: door deze positionering wordt eenheid gecreëerd tussen de huidige natuurbegraafplaats en de uitbreiding. Bij de keuze van de locatie van het gebouw is goed gekeken naar de hoogteverschillen in het terrein. Gelegen in een natuurlijke laagte van het terrein gaat de nieuwe bebouwing op in het omringende landschap.
Met name de dakvlakken zullen zichtbaar zijn, zoals van oudsher de boerderijen gedeeltelijk uit het zicht verdwenen door de opbolling van de omringende akkers. Hieronder een aantal afbeelding met een impressie van de toekomstige bebouwing.
12
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
13
14
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
3d afbeeldingen ceremoniepaviljoen (ontwerp: Giesen Architektuur)
Steilrand Een deel van de bestaande steilrand wordt iets zuidelijk verlegd. Het reliëf van de nieuwe steilrand omsluit het paviljoen aan de zuidzijde. Aan de noordzijde grenst het paviljoen aan de bestaande wadi. Het paviljoen Het ceremoniepaviljoen moet een duurzaam en natuurlijk ogend gebouw worden. Daarvoor worden de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: Lineaire organische vorm Eenvoudige basic opbouw. Een stoere houten draagconstructie. 2 tot 3 bouwmaterialen bepalen het aanzicht: hout, leem en sedum dakbedekking. “Dicht bij de natuur” in uitstraling. Passend bij het principe van natuurbegraven. Biobased en gebruik makend van bouwmaterialen uit de regio: hout en leem. Het paviljoen wordt aan de zijde van de steilrand uitgevoerd met een glazen pui. De noordzijde krijgt een organische vorm en wordt uitgevoerd in natuurlijke bouwmaterialen. De wanden worden vleksgewijs beplant met varens. De wanden aan de noordzijde zijn organisch van vorm. In de wand bevindt zich een eenvoudig toilet, een kleine keuken/ruimte voor catering en de technische ruimte. Er is beperkte ruimte voor catering. Denk hierbij aan koffie/thee en eventueel een broodje of andere versnapering. In de binnenste ‘ring’ wordt een ‘sfeerhaard’ ingepast. Deze draagt bij aan de aan de sfeer en geeft warmte. Er staan stoelen en banken rondom de baar.
De baar wordt vanaf boven verlicht door middel van een lichtkoepel.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
15
Het paviljoen heeft aan de westzijde een stoere overkapping. Samen met het houten looppad geeft dit een uitnodigend gebaar. Ter hoogte van de laatste meters van het looppad wordt het zicht op de zuidzijde van de natuurbegraafplaats onttrokken door een muur, opgetrokken uit natuurlijke materialen. Deze muur bereidt de bezoeker voor op het intieme samenzijn tijdens de ceremonie. De plattegrond van het ceremoniepaviljoen “volgt” de dienst in een doorlopende route: de baar wordt via de gedeeltelijk overdekte entree binnen gereden, richting de lichtkoepel. Deze markeert de centrale ruimte waar de dienst plaatsvindt. Daarna verlaat men het gebouw via één van de twee uitgaande routes in noordelijke of zuidelijke richting naar de laatste rustplaats op de natuurbegraafplaats. Tijdens de dienst biedt het paviljoen een intieme sfeer. Zittend op een stoel rondom de baar heeft men geen direct zicht op de omgeving en natuurbegraafplaats. Staand kijkt men uit over de varens richting zuidzijde van de natuurbegraafplaats. Bouwoppervlak Aan de noordwestelijke grens van het plangebied wordt het ceremoniepaviljoen binnen een bouwvlak van ca. 550 m2 gerealiseerd. Het ceremoniepaviljoen heeft een vloeroppervlak van ca. 450 m2. Het gebouw wordt voor een deel geplaatst op het perceel van de huidige natuurbegraafplaats (ca. 60 m2).
Bruggen en vlonders De huidige natuurbegraafplaats en de uitbreiding zijn via twee routes verbonden: een vlonderpad vanuit het ceremoniepaviljoen en een loopbrug tussen de huidige natuurbegraafplaats en de uitbreiding. De loopbrug en de aansluitingen van paden op de loopbrug worden in een later stadium gerealiseerd. Qua vormgeving en materialisering vormen de constructies een eenheid met de galerij en overkapping van het ceremoniepaviljoen. Routing en paden Bezoekers Bezoekers volgen vanaf de centrale parkeerplaats het bestaande asfaltpad. Op een gegeven moment buigt de route naar de natuurbegraafplaats af via het nieuwe halfverharde pad. Dit pad ligt tussen 2 cirkels op de reguliere begraafplaats en loopt door de bosrand naar het paviljoen. De route wordt (grotendeels) in halfverharding uitgevoerd. Het pad heeft een maximale breedte van 3 meter. Zo is er voldoende ruimte voor de facilitaire dienstverleners zoals de cateraar en schoonmaakdienst. Voor mensen die slecht ter been zijn, is de afstand vanaf de parkeerplaats naar het ceremoniepaviljoen relatief groot. Dit kan worden opgelost door te zorgen voor vervangend vervoer, bijvoorbeeld de inzet van een golfkar. Zone college Voor het bewerken van de akkers is het terrein voor het Zone College te bereiken via de Kommendijk. Via de particuliere in- en uitrit rijden zij direct het terrein van de natuurbegraafplaats op (werkpad).
Zij gebruiken zo min mogelijk de particuliere toegangsweg richting Kommendijk 10. De machines die vanuit Buha nodig zijn voor de uitbreiding (maaien en graafmachine) rijden via het nieuwe halfverharde pad via het paviljoen richting de natuurbegraafplaats. Cateraar en schoonmaakdienst Een cateraar heeft voor de dienst tijd nodig om de catering voor te bereiden. Om conflicten met een stoet voor het crematorium of begraafplaats te voorkomen, kan de cateraar en eventueel de schoonmaakdienst via de parkeerplaats van de medewerkers van Yarden over het asfaltpad, tegen de klok in, via het nieuw te realiseren pad richting ceremoniepaviljoen rijden.
16
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Verkeer en parkeren Voor autoverkeer wordt gebruik gemaakt van de bestaande toegang en parkeerplaats aan de Nutselaer. In de huidige situatie is er sprake van ceremonies voor crematie, begraven en natuurbegraven. Tussen de exploiteerders wordt onderling afgestemd zodat mogelijke overlast wordt voorkomen. Dit wijzigt niet. De ontwikkeling zorgt niet voor een toename van het aantal ceremonies. Hierdoor hoeft er geen nieuwe verkeerstructuur aangelegd te worden. Op verkeer en parkeren wordt verder ingegaan in paragraaf 5.10. Afstemming externe partijen Crematorium Yarden De natuurbegraafplaats is in eigendom van de gemeente Doetinchem en wordt beheerd en geëxploiteerd door Buha bv. Yarden is eigenaar van het crematorium. Yarden en Buha functioneren als 2 aparte bedrijven. Waar mogelijk wordt door beide partijen samengewerkt en wordt in de dagelijkse gang van zaken afstemming gezocht. Zone College Sinds 2015 beheert het Zone College de uitbreidingslocatie. Het Zone College zaait de graanakkers jaarlijks in met o.a. haver, zomergerst, wintergerst, winterrogge en koolzaad. De samenwerking met de opleiding heeft een maatschappelijke en educatieve meerwaarde. Leerlingen leren hier direct uit de praktijk. Zodra de eerste graven op de uitbreidingslocatie zijn verkocht, eindigt de overeenkomst met het Zone College. Buha onderhoudt vanaf dat moment de akkers met klein materieel.
Uitgifte van graven Net als op de huidige natuurbegraafplaats worden hier zowel kist- als urnenbegravingen toegestaan. Verstrooiingen zijn niet mogelijk. De leeftijd van de doelgroep van de kopers van een natuurgraf is ongeveer 55+. Na de koop van een natuurgraf hopen velen nog lang te leven. We verkopen niet alleen een graf, maar ook een sfeer en een gevoel. De redenen dat mensen voor een natuurgraf kiezen is heel divers. Sommigen willen hun nabestaanden niet opzadelen met kosten na hun overlijden (zoals een grafsteen en later een verlenging van het grafrecht), anderen kiezen bewust voor begraven in de natuur. Hier spelen wij op in. Kopers moeten het gevoel hebben een vrije keus te hebben in hun laatste rustplaats. Deze ligt voor hen midden in de natuur op een door hen gekozen plek. Ervaringen leren dat mensen graag een herkenningspunt hebben. Op enkele van te voren aangewezen graven is het ook hier mogelijk om een boom als herinnering op het graf te planten. Een herkenningspunt kan ook zijn een bankje, hoekje, bosschage of de steilrand. Uiteindelijk gaan alle graven op in het totale beeld van de natuurbegraafplaats. Het uiteindelijke beeld moet kloppen en een eenheid uitstralen, maar voor het individu moet er herkenbaarheid zijn. Beplanting en beheer De akkers worden sinds enkele jaren niet meer bemest. Op deze manier worden de gronden langzaam verschraald.
De (oogst)opbrengsten nemen af. Na verloop van tijd krijgen de (on)kruiden op de akker meer kans om zich te ontwikkelen. De akkers worden gemarkeerd met hoekpalen. Akker 1 Alle akkers zijn omzoomd met paden en bloemrijke akkerranden. Akker 1 ligt aan de oostzijde nabij grote eiken. Het terrein buiten het wandelpad wordt beplant met bosplantsoen en ingezaaid met een bloemenmengsel.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
17
Beheer: akkerbeheer, het onderhoud bestaat uit het bewerken, zaaien en maaien van de akker. De akkerranden worden 1x per jaar gemaaid. Akker 2 en 3 en bomengroep bij steilrand (westzijde) In deze zone zit een kleine verlaging. Deze wordt geaccentueerd door een gedeelte af te graven. Er loopt een pad onderlangs de verlaging. Het hoogteverschil is 0,75 - 1,00 meter. De uiteindelijke samenstelling van de bomen is: berk, eik, linde, haagbeuk, prunus en overige inplant (vogelrijke beplanting zoals besdragers: lijsterbes, vogelkers). De helft wordt aangeplant door Buha bij de inrichting van het terrein als basis beplanting, de andere helft wordt aangeplant door nabestaanden. Beheer: als bosplantsoen/ bomengroep. Beplanting nabij Kommendijk 10 Randbeplanting bestaat uit lage struikvormers en losse boomgroepen zodanig dat zichtlijnen blijven bestaan. Er is bij de aanleg rekening gehouden met de wensen van aanwonenden. Beheer: bosplantsoenbeheer. Bijenkasten De bijenkasten op de huidige natuurbegraafplaats worden verplaatst naar het gedeelte waar het nieuwe toegangspad wordt aangelegd. Eventueel kan deze locatie ingezet worden als winterstalling. Meerdere bijenvolken kunnen hier overwinteren. Fasering Na de vaststelling van de nieuwe bestemming vormt de realisatie van het ceremoniepaviljoen de eerste fase.
Na verloop van tijd wordt het terrein van de nieuwe natuurbegraafplaats ingericht zoals weergegeven op de inrichtingsschets.
18
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Hoofdstuk 3
Conclusie
In dit hoofdstuk komen de conclusies naar voren van hoofdstukken 2, 4 en 5. Ruimtelijke analyse De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de ruimtelijke en historische structuur van het landschap. Deze structuur is gevormd door de huidige agrarische percelen/velden, de overgang in het landschap van hoog naar laag, diverse wegen/paden en de overgang naar de Slingebeek en het voormalig agrarisch erf. Beleidskader De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij het beleid van de verschillende overheden. Bij de uitvoering van het plan moet vooral rekening gehouden worden met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 namelijk: Voor het plangebied geldt volgens de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 het landschapstype 'Landgoederenzone'. Het toevoegen van nieuwe bouwlocaties wordt niet geambieerd, met uitzondering van landgoederen en (recreatieve) woonbebouwing ter financiering of compensatie van grootschalige natuurontwikkeling. Bij de uitbreiding van de natuurbegraafplaats moet de aan te leggen natuur aansluiten op de landschappelijke karakteristiek. Hiermee wordt het landschap versterkt. Het bouwen van het ceremoniepaviljoen is doet gezien de beperkte omvang geen afbreuk aan het landschap. De ontwikkeling gaat namelijk gepaard met de aanleg van natuur- en landschapselementen, waardoor het landschap wordt versterkt.
Haalbaarheid Het project levert geen belemmeringen op ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke haalbaarheidspunten (archeologie en cultuurhistorie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, verkeer en parkeren, externe veiligheid, milieuzonering, flora en fauna, water). De volgende aspecten verdienen wel nog enige aandacht: Flora en fauna Het plan is uitvoerbaar op het gebied van flora en fauna. Er zijn wel aanbevelingen gedaan voor soorten die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Door de aanbevelingen op te volgen kan, ondanks dat dit niet strikt noodzakelijk is, het leefgebied van deze soorten nog verder worden vergroot tot in het plangebied. In paragraaf 5.7 wordt hier nader op in gegaan. Water Het Waterschap staat positief in het overleg. Bij de uitwerking van de plannen dienen maatregelen te worden genomen om de benodigde drooglegging van graven/urnen te garanderen. Ook deze zullen bij de uiteindelijke watervergunning worden uitgewerkt. Archeologie Wanneer de locatie van het te bouwen ceremoniepaviljoen definitief is, kan nader archeologisch onderzoek worden uitgevoerd met de resultaten van het uitgevoerde bureauonderzoek als basis.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
19
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn: Cultuur- en erfgoedprogramma 2013-2016; provincie Gelderland, vastgesteld 2 oktober 2012; Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025; vastgesteld 25 juni 2015 Herziene woningbouwstrategie Masterplan Schil; vastgesteld 13 december 2007 Mobiliteitsplan, gemeente Doetinchem, vastgesteld 12 juli 2007; Groenstructuurplan, gemeente Doetinchem, vastgesteld 27 juni 2017; Cultuurnota Dossier Cultuur 2003, gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d. 18 december 2003; Detailhandelsnota 'Perspectief detailhandel Doetinchem', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 27 november 2006; Kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008; Nota cultuurhistorie, Doetinchem Cultuurhistorierijk, gemeente Doetinchem, vastgesteld 25 september 2008; Parapluherziening Verbod dak- en thuislozenvoorziening - 2013; Planologisch beleid 2011, gemeente Doetinchem, vastgesteld op 30 juni 2011 en onherroepelijk op 5 september 2011; Parapluherziening verbod bedrijfswoningen 2009, onherroepelijk op 1 juni 2011. Nota Parkeerbeleid 2012; vastgesteld 23 februari 2012; Kadernota sportbeleid Doetinchem 2004 t/m 2007; vastgesteld 23 oktober 2003.
Stadsvisie 'Het besef van Doetinchem' (2000) Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid wat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen. Beleid op het gebied van water komt aan bod in paragraaf 5.8.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 inwerking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte. De structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden.
Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van
20
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Onderzoek en conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling staan in de SVIR geen specifieke opgaven die van belang zijn. 4.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht.
Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast. Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Onderzoek en conclusie Het Barro doet geen specifieke uitspraken over zaken die in dit plan worden geregeld. 4.2.3 De Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) geïntroduceerd. Deze Ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2) en per 1 juli 2017 herzien. De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." In het bestemmingsplan moet een motivatie worden opgenomen of er aan de hand van de duurzaamheidsladder gekeken is of het project past bij de behoefte en of de functies binnenstedelijk kunnen worden gerealiseerd.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
21
Bij de herziening van de ladder is 2017 zijn de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten. Bij toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking moeten nu de volgende vragen worden beantwoord: 1. Voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een behoefte waarin nog niet elders in de regio is voorzien? Het kan zowel om een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte gaan; 2. Indien er sprake is van een behoefte, dan moet worden beoordeeld of deze in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, eventueel door benutting van beschikbare gronden, herontwikkeling of transformatie van bestaande locaties; Bij deze manier van presenteren lijkt het of de eerste stap die genomen moet worden het aantonen van de behoefte is. Maar daaraan vooraf gaat de vraag of de Ladder wel moet worden doorlopen. Daarmee wordt bedoeld de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij een "strenge uitleg" van het begrip stedelijke ontwikkeling zou nagenoeg ieder bouwplan daaronder vallen. Dat is echter nooit de bedoeling geweest. In de eerste plaats blijkt dat uit de achtergrond van en motivatie bij de Ladder, zoals die is opgenomen in de SVIR. De Ladder voor duurzame verstedelijking is bedoeld om een goede afweging te kunnen maken bij de regionale planning van met name nieuwe woningbouwlocaties en bedrijventerreinen.
In de tweede plaats blijkt dit uit de publicatie van de "Handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking" op de website van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. In de Handreiking wordt een nadere omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" gegeven. Het gaat daarbij om : werken: (1) bedrijventerreinen, zoals distributieterreinen, (2) industrieterreinen (3) gemengde terreinen, (4) zeehaventerreinen en (5) kantoorlocaties; detailhandel: de Ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op initiatieven voor stedelijke detailhandel in stedelijke centra, subcentra en in woonomgevingen en op de grootschalige detailhandel en perifere detailhandelsvestigingen (woonboulevards, bouwmarkten, factory outlet, retailparken, et cetera); overige stedelijke voorzieningen: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Uit de Handreiking blijkt dat onder verstedelijking relatief grote en substantiële ontwikkelingen worden bedoeld, waarbij op regionaal niveau een goede planning en afstemming tussen de verschillende locaties en gebieden nodig en gewenst is om overprogrammering te voorkomen. Bij de regionale behoefte speelt bovendien het tegen elkaar afwegen van verschillende locaties een belangrijke rol.
Het gaat daarbij om een goed overleg en afspraken tussen de verschillende overheden en partijen, zoals die bijvoorbeeld worden vastgelegd in de regionale bedrijvenconvenanten. In de derde plaats blijkt dit uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft op 28 juni 2017 een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder, waarbij op veel punten een nadere interpretatie en uitleg is gegeven over de verschillende bepalingen en onderdelen van de Ladder. Daarbij is ook ingegaan op de vraag wat onder het begrip stedelijke ontwikkeling moet worden verstaan. Uit deze uitspraken volgt dat er een zekere ondergrens wordt gehanteerd over wat een stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder is. Bij kleinschalige initiatieven hoeft de Ladder niet te worden toegepast. Hetzelfde geldt voor een woningbouwlocatie voor 11 woningen en een kleinschalige ontwikkeling van bedrijfsbebouwing van 500 m². In de uitspraken wordt niet alleen gewicht toegekend aan de kleinschaligheid van de bebouwing, maar ook aan een beperkte omvang en beperkte gebruiksmogelijkheden. Onderzoek en conclusie Het initiatief betreft het uitbreiden van een bestaande natuurbegraafplaats. Onderdeel hiervan is het aanleggen van natuur- en landschapselementen (houtwallen, boomgaard, solitaire bomen, geriefbosjes, hagen etc.) en paden.
Deze elementen zijn binnen het vigerende bestemmingsplan reeds toegestaan en zorgen voor een ruimtelijke kwaliteitswinst. De inrichting van het plangebied (ca. 4,4 ha) zal geleidelijk worden
22
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
vormgegeven. Binnen dit gebied zal ook begraven op een 'natuurlijke wijze' mogelijk worden gemaakt. Dit heeft echter geen ruimtelijke impact. Naast de landschappelijke versterking waarbij er duidelijk geen sprake is van stedelijke ontwikkeling, wordt er een ceremoniepaviljoen gerealiseerd van circa 450 m². Verhoudingsgewijs is dit circa 1 % van het gehele plangebied. Vergelijkend met de intentie van de ladder en de uitspraken van de Raad van State kan geconcludeerd worden dat deze ontwikkeling dermate kleinschalig is dat er geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in Bro en dus dat de Ladder niet van toepassing is. Aangezien het ceremoniepaviljoen aansluitend op de bestaande natuurbegraafplaats wordt gerealiseerd, landschappelijk wordt ingepast en het gebouw een natuurlijk karakter krijgt, is er geen sprake van negatieve impact op het landschap. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt toch ingegaan op de behoefte voor de uitbreiding van de natuurbegraafplaats. Tegenwoordig willen mensen graag een unieke begrafenis. Natuurbegraven past binnen dit concept. Veel mensen die geïnteresseerd zijn in natuurbegraven willen geen graf meer dat je moet onderhouden. De aankoopkosten van een natuurgraf zijn hoger dan van een regulier graf. Een natuurgraf hoef je nooit te verlengen, hier geldt een eeuwigdurend grafrecht.
Dit spreekt een grote groep mensen aan; de nabestaanden worden immers ontzorgd. Het aandeel 65-plussers in de Gelderse gemeenten in 2015, 2025 en 2035 gaat flink toenemen. Het Gelderse gemiddelde is hoger dan het landelijk gemiddelde. Het gemiddelde in de Achterhoek ligt hier ruim boven. In 2035 is meer dan 30% van de bevolking 65 of ouder. Door deze ontwikkeling zal naar rato ook het aantal begravingen (en crematies) gaan toenemen. Bijgevoegde tabellen laten de toename van het aantal 65-plussers zien.
Percentage 65-plussers 2015
Percentage 65-plussers 2025
Percentage 65-plussers 2035
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
23
Natuurbegraafplaats Slangenburg is geopend sinds juni 2013. Zoals verwacht is er een toenemende interesse in de natuurbegraafplaats. Buha rekent gemiddeld met 100 begravingen per jaar. Op het moment is de verdeling tussen begraven en natuurbegraven 50/50. De natuurbegraafplaats voorziet hiermee in een behoefte voor de bewoners van Doetinchem en de regio. Hieronder een overzicht van alle verkochte graven (graven en urnengraven) tot op heden: 2013: 47 graven 2014: 78 graven 2015: 85 graven 2016: 116 graven 2017: 107 graven 2018: 126 graven 2019: 115 graven 2020: ca. 170 graven Ruim 30% van de graven op de huidige natuurbegraafplaats is inmiddels verkocht. Er is voorlopig nog genoeg ruimte om te begraven. Echter is uitbreiding nu al gewenst om de volgende redenen: Met de realisatie van een ceremoniepaviljoen voor de natuurbegraafplaats kunnen veel betere en passendere faciliteiten worden geboden voor het afscheid. Door nu al te starten met de inrichting en de aanleg van de natuur ontstaat er binnen kortere tijd al een mooie passende omgeving voor de nieuwe natuurbegraafplekken. De natuur heeft tijd nodig om tot ontwikkeling te komen en vorm te geven aan de begraafplaats. Omdat mensen bij leven een plek uitzoeken, krijgen ze nu al een beeld van hoe het in de toekomst zal worden.
De nieuwe uitbreiding van de natuurbegraafplaats biedt door zijn inrichting ook meer variatie aan begraafplekken, in de vorm van de open weiden in plaats van de voornamelijk bosrijke omgeving van de bestaande natuurbegraafplaats. De verwachting is dat het aantal natuurbegraven na realisatie van het ceremoniepaviljoen verder zal gaan stijgen. Natuurbegraafplaats Slangenburg krijgt veel vragen of er een ruimte beschikbaar is voor een dienst. Bij een natuurbegrafenis wil men een totaalbeleving. Het afscheid en de begrafenis worden op een plek in de natuur gehouden. Men heeft de mogelijkheid zelf invulling aan het laatste afscheid van een dierbare te geven. In de huidige moeten mensen bij slechte weersomstandigheden uitwijken naar het gebouw van Yarden (of elders). Deze locatie is niet passend bij een natuurbegraving. Het ceremoniepaviljoen past landschappelijk beter op de uitbreidingslocatie. Door het gebouw op de aangewezen locatie te realiseren, kan dit gedeelte van de natuurbegraafplaats in de toekomst beter betrokken worden.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld op 19 december 2018, gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer.
24
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden.
Uitwerking van de Omgevingsvisie voor nieuwe ontwikkelingen en kansen vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. Onderzoek en conclusie De voorliggende ontwikkeling maakt het gebruik van agrarische gronden als natuurbegraafplaats en de bouw van een ceremoniepaviljoen van 450 m² mogelijk in het buitengebied. Deze ontwikkeling kan gezien worden als kleinschalige ontwikkeling, die geen invloed heeft op het karakter van het buitengebied. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.2.3. Verdere toetsing aan Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik is daarom niet nodig. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling of locatie. De Omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. 4.3.2 Omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening geeft een aantal instructieregels onder welke voorwaarden natuurbegraven kan worden toegestaan. Deze regels gelden alleen voor het GNN en alleen voor die gebieden die aangegeven zijn als 'verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven en kleinschalige recreatie Gelders natuurnetwerk'. Buiten het GNN stelt de provincie daar geen regels voor.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
25
Onderzoek en conclusie In de Omgevingsverordening staan geen specifieke regels die de ontwikkeling beïnvloeden. Het plangebied ligt niet binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene ontwikkelingszone (GO). De voorwaarden voor natuurbegraven zijn hier dus niet van toepassing. Het gebied ten oosten van het plangebied ligt wel in de Groene ontwikkelingszone. Dit is op de volgende afbeelding te zien. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op deze natuurgebieden. Dit komt ook naar voren bij het aspect flora en fauna (paragraaf 5.7).
Uitsnede Omgevingsverordening Gelderland met het plangebied in rood
4.4
Regionaal beleid
4.4.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: omgaan met de krimp; externe relaties; veranderingen in het landelijk gebied; overstap naar duurzame energie.
26
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Visiekaart Achterhoek
Huidige kwaliteit als basis voor de toekomst De kaart geeft de regionale structuren en kwaliteiten weer. Landschap: De verschillen in landschapstypen zijn een belangrijkste identiteitsdrager van de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten willen die kenmerken en landschappelijke verschillen in de toekomst behouden, versterken of herstellen. Het gaat er daarbij niet om terug te keren naar het verleden, maar om het opdoen van inspiratie uit het verleden bij de toekomstige inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De karakteristieken van deze landschapstypen bieden aanknopingspunten voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het Achterhoekse landschap kan veel functies absorberen. De 'landschapstypekaart' (bijlage 5 van de structuurvisie) geeft het regionale kader weer. De aanbevelingen met betrekking tot lokale wijze van inpassing staat hier ook verder beschreven. Voor het plangebied geldt het landschapstype 'Landgoederenzone', welke wordt gekenmerkt door een besloten landschap, waarbij bospercelen en agrarische percelen elkaar afwisselen. De bebouwing in het agrarisch gebied is niet per definitie direct aan de weg gelegen. De gewenste landschappelijke ontwikkeling is dat het landschap in hoge mate in evenwicht is en er wordt gestreefd naar het behouden en versterken van het totale beeld.
Het toevoegen van nieuwe bouwlocaties wordt niet geambieerd, met uitzondering van landgoederen en (recreatieve) woonbebouwing ter financiering of compensatie van grootschalige natuurontwikkeling. Bij de inrichting van nieuwe landgoederen of de realisatie van nieuwe natuur dient aansluiting te worden gezocht bij de landschappelijke karakteristiek, door bijvoorbeeld landgoederen te laten bestaan uit gehele percelen bos en niet uit een groot aantal kleinschalige landschapselementen. Bij de uitbreiding van de natuurbegraafplaats zal er ook sprake zijn van aanleg van natuur, waarmee het totale beeld van het landschap wordt versterkt. Het toevoegen van bebouwing in de vorm van het
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
27
ceremoniepaviljoen doet geen afbreuk aan het landschap. De ontwikkeling gaat namelijk gepaard met de aanleg van natuur- en landschapselementen, waardoor het landschap wordt versterkt. Infrastructuur: Bereikbaarheid van en in de regio is van groot belang. De infrastructuur is derhalve wel functioneel van belang. Deze is voor de toekomst maar zeer beperkt ruimtelijk ordenend, niet meer dan het nu al is. De pijlen geven de verbindingen aan waar verbetering noodzakelijk-wenselijk is. Voor onderhavig plan zijn er geen regionale belangen op het gebied van infrastructuur gemoeid. Dorpenlandschap: Voorzieningen worden in een bepaalde mate geconcentreerd in bestaande grotere kernen, te weten Doetinchem, Winterswijk, Vorden, Hengelo, Borculo, Eibergen, Ruurlo, Neede, Lichtenvoorde, Groenlo, Aalten, Dinxperlo, Varsseveld, Gendringen, Steenderen, Wehl, Didam, 's-Heerenberg, Zelhem, Ulft /Gendringen en Silvolde/Gaanderen/Terborg. Dit betekent echter niet dat overal hetzelfde voorzieningenniveau wordt nagestreefd. In eerste instantie bepalen lokale behoefte en initiatief het niveau van de voorzieningen. Regionaal wordt afstemming gezocht om overaanbod en/of concurrentie door nabijheid te voorkomen. Het uitkristalliseren van deze afstemming is nog in voorbereiding. De natuurbegraafplaats heeft de gehele Achterhoek als verzorgingsgebied en de centrale ligging is dan ook passend.
Overige speerpunten, zoals duurzame energie, toerisme etc.: Deze speerpunten gelden regionaal. Er zijn geen specifieke locaties voor aangewezen. Wel wordt regionale afstemming nagestreefd. Voor onderhavig plan speelt dit nagenoeg geen rol. Onderhavig plan sluit wel aan bij het duurzaamheidsvraagstuk. De aanleg van de natuurbegraafplaats heeft een duurzaam karakter doordat er rekening is gehouden met een ruime opzet (lage dichtheid graven), geen zerken, veel aandacht voor natuur en landschap en water etc. Het ceremoniepaviljoen wordt met natuurlijke materialen gebouwd en er wordt getracht het gebouw energieneutraal te maken. Ten opzichte van het huidige agrarisch gebruik is dit tevens een verduurzaming (voorkomen van uitstoot, bestrijdingsmiddelen etc.). 4.4.2 Landschapsontwikkelingsplan PLUS De gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek hebben gezamenlijk een landschapsontwikkelingsplan (LOP+) opgesteld waarin zij vastleggen hoe zij het historisch cultuurlandschap willen beschermen, waar nodig verbeteren en vooral ook bruikbaar maken. Niet alleen natuur en landschap krijgen daarbij aandacht, maar ook economie, leefbaarheid, toerisme en recreatie. Het doel van het LOP+ is de inrichting van het gebied vorm te geven.
Het stimuleert gewenste ontwikkelingen, zoals het (opnieuw) aanleggen en beheren van landschapselementen, het realiseren van ecologische verbindingszones, het verbinden van recreatieve en economische activiteiten en het tegengaan van ongewenste ontwikkelingen, zoals de verrommeling van het landschap. Op basis van landschappelijke samenhang is het grondgebied van Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek onderverdeeld in zeven kleinere gebieden. De drie gemeenten hebben voor elk gebied een aantal specifieke landschappelijke kenmerken geformuleerd met daarbij behorende opgaven. Per deelgebied is daarvoor een werkboek ontwikkeld, dat als hulpmiddel kan fungeren bij het uitwerken van plannen en het toepassen van de richtlijnen van het LOP. Het plangebied is gelegen in deelgebied 6 “De stad Doetinchem”. In het werkboek van het LOP wordt het beleid verwoordt.
28
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Deelgebied 4: de landgoederen, het kampenlandschap, de rivierduinen het natte elzenbroekbos aan de oostzijde.
Voor het plangebied is het deelgebied 4 van toepassing. Deze landschappelijke eenheid omvat de natte lage gronden ten oosten van Doetinchem. Voor dit deelgebied zijn werkboeken gemaakt, welke zijn onderverdeeld in landschappelijke eenheden (deelgebieden). Tevens is in de werkboeken het “landschapsensemble” uitgewerkt met specifieke eigen landschapselementen. De natuurbegraafplaats is in het landschapsensemble (werkboek deel 5) gelegen met de titel ”de zoom van het zand: broekbos de Zumpe”. Belangrijke elementen die genoemd worden zijn: meidoornhagen, struwelen, opgaande bomen, kleinere bosjes. Planspecifiek Het te bouwen ceremoniepaviljoen op de natuurbegraafplaats wordt landschappelijk ingepast. Er worden geen nieuwe parkeerplaatsen aangelegd, er wordt gebruik gemaakt van de bestaande parkeervoorziening. Bij de uitwerking van het landschapsplan wordt ook een landschappelijke overgang gecreëerd naar de boerderij Groot Nutselaer. Het open landschap en het zicht op de karakteristieke boerderij blijft behouden. De ruimtelijke en historische structuur van het landschap wordt versterkt. Deze structuur is gevormd door de huidige agrarische percelen/velden, de overgang in het landschap van hoog naar laag, diverse wegen/paden en de overgang naar het voormalig agrarisch erf. Het initiatief sluit aan bij het Landschapsontwikkelingsplan PLUS.
4.5
Gemeentelijk beleid
4.5.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
29
Kwaliteit en beleving in het buitengebied De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Onderzoek en conclusie De ontwikkeling komt de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied ten goede door de aanleg van natuurelementen, die aansluiten bij de bestaande kwaliteiten in de omgeving. Met de ontwikkeling wordt een bestaande voorziening voor begrafenissen uitgebreid en versterkt. De Structuurvisie Doetinchem 2035 van de gemeente bevat geen specifieke voorwaarden voor de voorgenomen ontwikkeling. Het plan is niet in strijd met de structuurvisie.
4.5.2 Bomenverordening 2015 De bescherming, de herplant en het kappen van bomen is geregeld in de gemeentelijke bomenverordening. De beleidsregels voor toepassing van deze regelgeving zijn opgenomen in de Bomenverordening 2015. Deze verordening bevat regels ten aanzien van de beoordeling kapaanvragen en belangenafweging, bijzondere bomen en de duurzame instandhouding en bescherming van bomen. Het bomenbeleid is in essentie gericht op het behoud van (toekomstig) waardevolle bomen en boomstructuren. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan de structuur, identiteit, belevingswaarde, ecologische waarde en gebruikswaarde van de (woon)omgeving en worden dan ook beschouwd als de belangrijkste groenelementen in de stedelijke omgeving. Hierbij geldt dat naarmate bomen ouder zijn de waarde voor de omgeving toeneemt. Om deze reden is het van belang in de bestaande situatie en bij nieuwe ontwikkelingen met zorg om te gaan met aspecten van beheer en inrichting van de boom en zijn groeiplaats. Er zijn geen bijzondere bomen in het plangebied aanwezig. In dit bestemmingsplan zijn derhalve geen maatregelen opgenomen. Het bestemmingsplan sluit daarmee aan op dit beleid.
30
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
Hoofdstuk 5 5.1
Haalbaarheid
Algemeen
Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en overige aspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties.
5.2
Bodem
Bij een bestemmingsplan moet worden bepaald dat de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Met betrekking tot de effecten van begraven op de bodemkwaliteit (en grondwaterkwaliteit) is een onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 7). Hierin worden een aantal aandachtspunten genoemd met betrekking tot het begraven van asurnen. Wanneer hieraan wordt voldaan, zijn er geen belemmeringen met betrekking tot de bodemkwaliteit. Met de herziening van het bestemmingsplan wordt voorzien in de mogelijkheid de bestaande natuurbegraafplaats uit te breiden en een ceremoniepaviljoen te realiseren. Deze functies worden niet gezien als bodemgevoelige functies, omdat er niet dagelijks mensen langer dan twee uren achtereen aanwezig zijn. Ter plaatse zijn bovendien geen (ernstige) bodemverontreinigingen bekend. Hetzelfde geldt voor de directe omgeving van het plangebied. Er is in het verleden in het kader van diverse ontwikkelingen in de nabijheid van het plangebied een bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er slechts lichte verontreinigingen zijn aangetroffen. Het volledige rapport van het onderzoek is opgenomen als Bijlage 4. Een bodemonderzoek wordt daarom voor de voorgenomen ontwikkeling niet noodzakelijk geacht. De geldende bodemkwaliteitskaart is leidend voor de te verwachten bodemkwaliteit.
Volgens deze kaart is sprake is van een zone “Overig” en is de te verwachten kwaliteit van de grond van een klasse Achtergrondwaarde (natuur- en landbouwgrond). Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.3
Akoestiek
De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh): woningen; geluidsgevoelige terreinen (terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan categorale en academische ziekenhuizen, verpleeghuizen, woonwagenstandplaatsen); andere geluidsgevoelige gebouwen, waaronder onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, andere gezondheidszorggebouwen dan ziekenhuizen en verpleeghuizen die zijn aangegeven in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder (Bgh): 1. een verzorgingstehuis; 2. een psychiatrische inrichting; 3. een kinderdagverblijf. Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Verder gaat de Wgh onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen, geluidbelastingkaarten en actieplannen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. De voorgenomen ontwikkeling maakt geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk. Het plan is uitvoerbaar wat betreft het aspect geluid.
Uitbreiding Natuurbegraafplaats Slangenburg - 2021
31
5.4
Lucht
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen om o.a. de verkeersgerelateerde emissies (o.a. fijnstof en stikstofdioxide) te reguleren. Bij ieder (ruimtelijk) project moet toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaatsvinden, met andere woorden het moet duidelijk zijn welke gevolgen het project heeft voor de luchtkwaliteit. Uitgangspunt is dat de luchtkwaliteit niet verslechtert c.q. dat het project 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project draagt NIBM bij aan de luchtkwaliteit als de luchtkwaliteit als gevolg van het project met ten hoogste 1% verslechterd. Aangezien de ontwikkeling niet zorgt voor een toename van het aantal ceremonies, is er geen sprake van een extra verkeersaantrekkende werking en zijn er geen gevolgen voor de luchtkwaliteit. Het project draagt dus 'niet in betekenende mate' bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect lucht staat de uitvoerbaarheid van het plan dus niet in de weg.