CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting gD 2024.pdf

beeldvormende raad 12 oktober 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 2: Begroting 202438.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

26

Verschuiving taken bodem van provincie naar gemeente / ODA

-100

-100

-100

-100

S

26 27 27 28 28

Dekken bijdrage rijk/provincie Programma vitaal Platteland (2024 t/m 2026) Vorming best.res. Programma Vitaal Platteland Indexering vervangen funderingen doorgaande wegen *Dekking uit accres lpo AU

100 -150 150 -3 3

100 -150 150 -3 3

100 -150 150 -3 3

100 0 0 -3 3

S I I S S

29

Uitvoering wijkaanpak klimaatopgaven (formatie 1,0 fte, schaal 10)

-120

-120

0

0

I

29 29 30

Periode werving medewerker Dekking uit klimaatgelden Subsidie wijkaanpak klimaatopgaven

30 90 -50

0 120 0

0 0 0

0 0 0

I I I

30

Subsidie wijkaanpak klimaatopgaven tlv voorziening riolering

25

0

0

0

I

31 32 33 34 35 36 36 36 36 37 37 38 38

Vrijwilligerscompensatie gemeentelijke natuurparken Herinrichting Mercuriusstraat Fietsverbindingen Doetinchem Zevenaar / Emmerich Wassinkbrink, Slagen (BUHA) Verkeerstellingen Uitvoeringsstrategie woonvisie (1fte, schaal 11) Periode werving medewerker Ontwikkelstrategie 2036 Dekking uit bestemmingsreserve investeringsfonds Deelname volkshuisvestingsfonds Dekking uit te vormen bestemmingsreserve Gladheidsbestrijding areaal *Dekking uit stelpost areaal (nominale ontwikkelingen)

-15 -20 -10 -25 -10 -130 33 -50 50 -100 100 -8 8

0 0 0 0 -10 -130 0 0 0 -100 100 -8 8

0 0 0 0 -10 -130 0 0 0 -100 100 -8 8

0 0 0 0 -10 -130 0 0 0 -100 100 -8 8

I I I I S S S I I S S S S

Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving

-203

-193

-193

-193

2024

2025

2026

2027

0

0

0

0

S

-230

-230

-230

-230

S

-230

-230

-230

-230

Nr.

Aan- en afmeldingen Begroting 2024 Bedragen * € 1000,3 Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en 20 energiebeleid (F28) Kosten verhaal ruimtelijke initiatieven deel taakstelling van Programma 21 3 naar Programma 1 Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving

Struct./ Incid. S of I

72

Wat mag het kosten? Programma: 3. Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving 5.7 Openbaar groen en (openlucht) personeelskosten recreatie wijkbeheer 7.2 Riolering Riolering 7.3 Afval Afval 7.4 Milieubeheer Bodem geluid lucht milieubeleid Omgevingsdienst Achterhoek overige milieutaken personeelskosten uitvoeringsprogramma duurzaamheid vergunningen 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Begraven 8.1 Ruimte en leefomgeving actualisatie bestemmingsplannen implementatie omgevingswet omgevingskamer overige milieutaken overige ro taken personeelskosten Planschades robuust groen wonen en bouwen algemeen 8.2 Grondexploitatie (niet grex algemeen bedrijventerreinen) Heelweg Heideslag Iseldoks HBB lookwartier personeelskosten Strategische gronden Vijverberg zuid Wijnbergen EVZ Totaal

Uitgaven 171.238 5.606.358 4.751.557 7.353.116 16.957 4.898 10.801 -36.411 1.233.711 15.221 852.706 1.273.255 29.696 24.826 409.981 46.835 150.997 -39.360 62.729 1.214.556 198.181 200.000 3.968.880 942.652 1.705.437 8.356 -1.624 350.304 37.940 0 30.563.793

Inkomsten 691.622 6.678.386 9.438.848

100.000

988.955

54.001

216.640

3.690 46.452 3.865.430 942.652 1.705.437 8.356 -1.624

0 90.752 24.829.597

Saldo begroot -171.238 -4.914.736 1.926.829 2.085.732 -16.957 -4.898 -10.801 36.411 -1.133.711 -15.221 -852.706 -284.300 -29.696 29.175 -409.981 -46.835 65.643 39.360 -62.729 -1.214.556 3.690 -151.729 -200.000 -103.450 0 0 0 0 -350.304 -37.940 0 90.752 -5.734.196

73

3.4 Programma - Organisatie en financiën Voor dit programma zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: A. Doetinchem heeft een toekomstbestendige organisatie B. Doetinchem zet Informatietechnologie in voor een eigentijdse en efficiënte organisatie C. De gemeentelijke organisatie heeft een passende kantooromgeving D. Doetinchem blijft werken aan het verbeteren van de dienstverlening E. Samen maken we Doetinchem, Gaanderen en Wehl: aan de slag met participatie F. Doetinchem is een solide financiële gemeente Wat willen we bereiken? A. Doetinchem heeft een toekomstbestendige organisatie Om de ambities van de gemeente Doetinchem waar te maken en in te kunnen springen op allerlei trends en ontwikkelingen, blijft de organisatie zich voortdurend ontwikkelen. Wat gaan we daarvoor doen? A1. Een vernieuwde organisatievisie De afgelopen jaren vormde ‘gD2020’ de visie van de organisatie. Het is nu duidelijk dat de organisatie nieuwe doelen en ambities heeft. Daar hoort een vernieuwde organisatievisie bij. Het doel is om in 2023 een organisatievisie te vormen die de basis vormt voor de toekomst en toekomstige begrotingen. A2. Strategische visie op menselijk kapitaal Om de ambities van de organisatie waar te kunnen maken en de uitdagingen op de arbeidsmarkt aan te kunnen pakken, is het belangrijk dat het personeelsbestand kwalitatief en kwantitatief op orde is.

De arbeidsmarkt vraagt van organisaties om te investeren op de in-, door- en uitstroom van medewerkers. Het doel is om in 2023 een strategische visie op HR te formuleren met bijbehorende uitvoeringsagenda. Onze strategische visie vormt de basis voor ons personeelsbeleid dat we verder uitwerken en optimaliseren. Ons menselijk kapitaal is daardoor toekomstbestendig. Wat willen we bereiken? B. Doetinchem zet Informatietechnologie in voor een eigentijdse en efficiënte organisatie Het informatie- en ICT-domein ontwikkelt zich snel. Nieuwe technologische ontwikkelingen bieden ons de mogelijkheid om beleid en uitvoering te verbeteren. We blijven dit jaar inzetten om datagedreven werken. We zetten een stip op de horizon door een nieuwe i-visie voor de komende jaren te ontwikkelen. We houden aandacht voor onze medewerkers door proces optimalisaties door te voeren en te kijken waar nieuwe technieken ons kunnen helpen. Daarnaast hebben we aandacht voor verschillende nieuwe digitale wetten de komende jaren gefaseerd geïmplementeerd worden.

74

Wat gaan we daarvoor doen? B1. Werken aan een datagedreven organisatie Ook in 2024 zetten we in op datagedreven werken. Goed gebruik van data helpt ons om effectieverbeleid te ontwikkelen en middelen goed te besteden. Als gemeente hebben we veel taken, en om voor veel van deze taken data te gebruiken werken we door aan een stevig datafundament. We werken aan het datavaardig maken van medewerkers middels bijeenkomsten en leermiddelen. Ook werken we aan een organisatiebrede data-infrastructuur. Om data voor meer producten te hergebruiken, makkelijker te kunnen actualiseren en beter te kunnen beheren. Voor de ontwikkeling en beheer hiervan hebben we een aanmelding gedaan voor een ‘dataengineer’. De initiële deelname aan DataLab GO loopt eind 2024 af. We evalueren de samenwerking en bepalen of en hoe we de samenwerking zullen vervolgen. B2 . Met nieuwe Informatievisie klaar voor de toekomst De wereld staat niet stil. De komende jaren komen diverse landelijke en Europese wettelijke ontwikkelingen in het informatiedomein op ons af. Ook gaan de technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen in de samenleving snel. Hierin nemen we de ambities van onze organisatie mee zowel op bestuurlijk als ambtelijk vlak (coalitieagenda en organisatievisie).

Voor ons als organisatie met een breed (wettelijk) takenpakket is het een uitdaging om kansen en eisen die hieruit voortkomen te vertalen in ons werk. We stellen hiervoor een nieuwe I-visie op en vertalen deze naar een plan om ons digitale fundament voor dienstverlening & participatie, digitaal werken en goed informatiebeheer efficiënt en innovatief te maken. B3 . Medewerkers optimaal ondersteunen bij uitvoering taken We blijven inzetten op digitalisering van onze processen en voorzien medewerkers van de juiste apparatuur om werkzaamheden uit te kunnen voeren. We hebben hierbij aandacht voor digitale vaardigheden en informatieveiligheid. Waar mogelijk zetten we nieuwe technieken in om processen efficiënter te laten verlopen. B4. Verdere implementatie van wetten in het informatiedomein We bereiden ons voor op de verdere implementatie van wetten in het informatiedomein zoals Wet Open Overheid, Wet Modernisering Electronisch Bestuurlijk Verkeer, Wet Digitale Overheid. Onze basis moet op orde zijn om verdere digitale stappen te kunnen zetten. Wat willen we bereiken? C. De gemeentelijke organisatie heeft een passende kantooromgeving De kantooromgeving van de gemeentelijke organisatie is een belangrijk aandachtspunt. De visie op het werkconcept geeft antwoord op de vraag hoe we willen samenwerken en wat daarvoor nodig is.

De kantooromgeving moet de visie optimaal ondersteunen en daarom is herinrichting noodzakelijk.

75

Wat gaan we daarvoor doen? C1. Herinrichten kantooromgeving We werken samen met een externe adviespartner om inzichtelijk te maken welke aanpassingen aan de kantooromgeving nodig zijn. Binnen dit project is de huidige situatie geanalyseerd en zijn wensen en eisen opgehaald. Deze opbrengsten zijn vertaald naar een programma van eisen welke als basis dient voor de ontwerpfase. Inmiddels is duidelijk dat het past om de collega’s van de ambtelijke organisatie vanuit Bergzicht in het Stadhuis te huisvesten. In de verdere uitwerking van de ontwerpfase wordt duidelijk wat de ruimtelijke- en financiële consequenties zijn. C2. Aandacht voor draagvlak en gedrag van medewerkers Draagvlak onder medewerkers voor de gewenste aanpassingen is belangrijk. Dit heeft een positief effect op het gedrag van medewerkers in de toekomstige situatie binnen een nieuwe kantooromgeving. Daarom hebben medewerkers op meerdere momenten input kunnen geven door het houden van interviews, inloopsessies en het invullen van vragenlijsten. Ook zijn er werksessies georganiseerd waarbij van ieder team een vertegenwoordiger aanwezig was. Een aanpak met ruimte voor participatie kost meer tijd. Deze aanpak zetten we in 2024 door. Wat willen we bereiken? D. Doetinchem blijft werken aan het verbeteren van de dienstverlening Het is belangrijk een duidelijke focus op dienstverlening te hebben en houden.

De activiteiten ontwikkelen we integraal en in samenwerking om de dienstverlening op pijl te houden en ook echt te kunnen verbeteren. Bewaakt wordt of de resultaten en doelstellingen worden behaald. Er wordt aan verbetering van de dienstverlening gewerkt in beleid, projecten en opgaven. Voor 2023 is er een concernopgave dienstverlening vastgesteld. De speerpunten zijn: 1. Afstemmen van onze processen op inwoners en deze verbeteren en optimaliseren. 2. De (digitale) toegankelijkheid van onze (overheids)informatie te verbeteren. 3. Het bevorderen van "leren van elkaar" en het experimenteren met nieuwe mogelijkheden. Wat gaan we daarvoor doen? D1. Afstemmen van onze processen op inwoners en deze verbeteren en optimaliseren In 2023 hebben we de kwaliteit van onze dienstverlening in beeld gebracht en onderzocht hoe de inwoner de dienstverlening ervaart en waar de inwoner behoefte aan heeft. In 2024 gaan we hiermee verder en geven we uitvoer aan de inzichten die zijn opgedaan. Concrete acties: • Monitoren op te behalen servicelevels • Verbeteren van (telefonische) bereikbaarheid van de gemeente in het algemeen en de individuele teams in het bijzonder • Uitvoeren van een uitvraag aan het burgerpanel via ‘waar staat je gemeente’ over hoe de dienstverlening door de inwoner wordt ervaren.

Daarna bepalen hoe we klantonderzoek willen doen en wat we willen weten • Het doen van pilots voor de invoer van een chatbot, livechat en/of WhatsApp • In kaart brengen van klantreizen

76

•

Data (kwantitatief en kwalitatief) inzichtelijk en toegankelijk maken, intern en voor de inwoner Er is structureel een jaarlijks budget van € 30.000 beschikbaar voor uitvoering van acties ten behoeve van de verbetering van de dienstverlening. Er wordt elk jaar een jaarplan dienstverlening opgesteld. D2. De (digitale) toegankelijkheid van onze (overheids)informatie verbeteren Overheidsinstanties zijn wettelijk verplicht om hun websites toegankelijk te maken voor mensen met een functiebeperking. Het goed regelen van digitale toegankelijkheid brengt extra kosten met zich mee. Deze bestaan uit 2 onderdelen: 1. Er zijn op dit moment 2 websites waarvoor een digitale toegankelijkheidsverklaring is opgesteld. Er zijn 11 andere websites waarvoor de gemeente Doetinchem volledig verantwoordelijk is en 12 websites waarvoor we gedeeltelijk verantwoordelijk zijn. Naast het digitaal toegankelijk houden van de website(s) is er achterstallig onderhoud, waarvoor een inhaalslag gemaakt moet worden. Er wordt ook structureel advies gevraagd vanuit de organisatie. Dit kost structureel meer tijd. 2. Kosten voor het doen van de toegankelijkheidstoets/audit en het oplossen van de issues die daaruit naar voren komen en onderhoud van de websites. Voor 2022 en 2023 was incidenteel budget beschikbaar. Om de digitale toegankelijkheid te waarborgen is structurele uitbreiding van fte en budget nodig. D3.

Het bevorderen van ‘leren van elkaar’ en het experimenteren met nieuwe mogelijkheden Ook in 2024 gaan we op bezoek bij gemeenten en andere organisaties om inspiratie op te doen en concrete voorbeelden te bekijken. We hebben periodiek overleg met de regiogemeenten over dienstverlening en de verbetering van de toegankelijkheid van onze (overheids)informatie. Wat willen we bereiken? E. Samen maken we Doetinchem, Gaanderen en Wehl: aan de slag met participatie Gemeente Doetinchem vindt het belangrijk om de samenleving te betrekken bij het beleid en de plannen van de gemeente én om ruimte te geven aan initiatieven vanuit de samenleving. Om hier gestructureerd vorm aan te geven, is in 2023 het Participatiebeleid vastgesteld. In 2024 gaan we aan de slag met de implementatie en uitvoering. Wat gaan we daarvoor doen? Specifieke aandacht gaat uit naar: • Het uitbreiden van de online participatie-instrumenten om daarmee ook 'het stille midden' en jongeren beter te kunnen bereiken. • Het verder professionaliseren van de ondersteuning die wij bieden aan derden (projectontwikkelaars et cetera) in het kader van de Omgevingswet. • Het moderniseren van de ondersteuning voor bewonersinitiatieven door middel van een platform, zodat de gehele samenleving kan bijdragen aan het realiseren van de initiatieven.

• Het uitbreiden van het aanbod via de Visvijver voor medewerkers om zich verder te bekwamen in het toepassen van participatie.

77

Wat willen we bereiken? F. Doetinchem is een solide financiële gemeente We willen graag dat de financiën van onze gemeente op orde zijn en deze ook naar de toekomst op orde houden. Als uitgangspunt hierbij stellen we dat er niet meer geld wordt uitgeven dan er binnenkomt. In onze coalitieagenda hebben we aangegeven dat we bij de uitvoering van taken binnen de vanuit de medeoverheden beschikbaar gestelde geoormerkte middelen blijven. Dit is in deze begroting een hele lastige gebleken door de ontwikkelingen van de kosten op de inkoop sociaal domein. Daarnaast heeft de financiële uitwerking van de meicirculaire en de forse loon- en prijsontwikkeling bij onze gemeentelijke organisatie alsook de gelieerde instellingen een grote invloed op de ontwikkeling van onze financiële positie. Door de VNG is in het voorjaar van 2023 een claim van 3 miljard bij het Rijk neergelegd. In de meicirculaire is echter voor de jaarschijf 2027 maar voor een deel (ca. € 1 miljard) door het Rijk tegemoet gekomen aan deze claim. De onzekerheden naar de toekomst worden daarmee vergroot. Voor de VNG is dit aanleiding om de gemeenten op te roepen om in de laatste jaren een niet sluitende meerjarenbegroting te presenteren. Het is ons gelukt om voor de komende jaren een sluitende begroting te presenteren.

Hierbij hebben we wel een aantal forse maatregelen moeten nemen die hun weerslag krijgen op zowel onze interne organisatie, onze uitvoeringsorganisaties, de instellingen en de inwoners van Doetinchem. Wat gaan we daarvoor doen? F1 Inzetten op een structureel sluitende begroting en gezond meerjarenperspectief Met de VNG delen we de zorgen over de ontwikkelingen. De demissionaire status van het kabinet draagt naar verwachting niet bij aan meer duidelijkheid op korte termijn. De onzekerheden over de hoogte van de algemene uitkering, de opschalingskorting, de Rijksbijdrage in de kosten jeugdzorg en inspanningen die het Rijk van ons verwacht op een breed scala van taken bepalen voor de komende jaren onze mogelijkheden. Vanuit ons streven naar een solide financiële positie blijven we onverkort inzetten op een structureel sluitend begroting en gezond meerjarenperspectief. Een structureel sluitende begroting wil zeggen dat we ervoor zorgen dat langjarige uitgaven ook worden gedekt door langjarige inkomsten. Dit is ook het belangrijkste toetsingscriterium van de provincie voor de gemeentelijke begroting. Voor ons is leidend dat onze gemeentelijke financiën op orde zijn. In de kadernota schetsten we al het beeld dat de september- en decembercirculaire leidde tot een verslechtering van onze financiële positie.

Op dat moment slaagden we er, met uitzondering van 2027, een klein positief saldo in de jaarschijven te presenteren. De verwachting was, op basis van de voorjaarsnota van het Rijk, dat de meicirculaire meer ruimte zou geven. Die verwachting is helaas niet uitgekomen. Het meerjarenperspectief biedt zeer beperkt ruimte. De ontwikkeling van de lonen en prijzen (ook bij partijen die taken voor ons uitvoeren) en het tekort op de inkoop sociaal domein noodzaakten ons tot het nemen van maatregelen. In 2024 zijn we genoodzaakt om voor het sluitend maken van de begroting een uitname uit de algemene reserve te doen. Vanaf 2025 presenteren we een sluitende begroting. Dit door enerzijds het nemen van maatregelen, maar anderzijds ook door in onze ramingen scherper aan de wind te gaan varen. F2 Inzetten op voldoende weerstandsvermogen We hebben een voldoende financiële buffer nodig om daadwerkelijk onze ambities te realiseren en risico's op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorzien) en de financiële risico's. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. We zetten in op een 78

ratio tussen de 1,0 en 1,5. Daarmee beschikken we over voldoende buffer om risico's op te vangen zodat ze geen bedreiging vormen voor onze financiële positie. Beneden de ondergrens nemen we maatregelen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico's te beperken. Boven de norm is er ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor anderen doeleinden. Mede door onze hoge weerstandsratio hebben we een deel van de algemene reserve in 2024 kunnen inzetten ter compensatie van het tekort in het sociaal domein en voor het sluitend maken van de begroting in 2024. Wie hebben we daarbij nodig (verbonden partijen) ? Verbonden partijen en/of andere partijen die bijdragen aan de realisatie van deze doelstellingen zijn: Verbonden partijen - Alliander; - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). - Vitens - VNG Realisatie - Datalab GO Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen (zie paragraaf 4.6). Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen in de begroting 2023? Dit betreffen onderstaande ontwikkelingen zoals toegelicht in de vastgestelde kadernota 2024 en de ontwikkelingen zoals geschetst in hoofdstuk 2.5 van deze begroting.

79

Nr.

39 39 40 41 42 42 43 43 43 44 45 45 45 46 46 46 46 47 48 48 49 49 50 50 50 51 51 51 52 52 53 54 54 54 54 54

Aanmeldingen Kadernota 2024 Bedragen x € 1000,4 Organisatie en financiën Loon- en prijsontwikkeling Ingeschatte ontwikkeling accres meicirculaire op basis van vooraankondiging dec.circulaire en CEP Besparing reproductie Interventie Team Doetinchem (ITD) / Beveiliging Werkconcept: deelproject gebouwinrichting Dekking uit opslag overhead (2024 en 2025) Formatie: applicatiebeheerder (0,67 fte, schaal 8) Periode werving medewerker Dekking ten laste van de overhead Verschuiving budget DataLabGO Bijdrage gD aan de ICT-samenwerking (vanaf begroting 2024) Bijdrage aan ICT-samenwerking deels dekking uit overhead Bijdrage aan ICT-samenwerking deels dekking uit nominaal Datagedreven werken: toekomstvaste data-infrastructuur Datagedreven werken: data-engineer (1FTE, schaal 10) Periode werving medewerker Dekking ten laste van de overhead in 2024 Uitvoeringsbudget businesscontinuïteit Capaciteit vastgoed en grondzaken Dekking uit reserve investeringsfonds Uitvoering bouwkundige- en duurzaamheidsonderz (toekomstbestendig) Dekken uit vastgoedfonds Ambitie gD 2036: Inhuur specialistische expertise vastgoed Ambitie gD 2036: kosten makelaar Dekking: budget strategische grond Budget verkiezingen Dekking uit resultaatbestemming rekening 2022 Budget verkiezingen Formatie digitale toegankelijkheid Periode werving medewerker Budget ARBO Arbo adviseur (0,22 fte schaal 10) Periode werving medewerker

Arbo ondersteuning (0,22 fte schaal 8) Periode werving medewerker Dekking ten laste van de overhead Organisatie en financiën

Struct./ Incid. S of I

2024

2025

2026

2027

-1.200

-2.300

-3.300

-5.100

S

3.100

4.200

4.800

4.900

S

20 -24 pm pm -62 15 47 13 -333 167 167 -25 -114 29 86 -10 -100 100 -60 60 -35 -34 69 0 0 -15 -81 20 -35 -25 6 -20 5 34

20 -24 pm pm -62 0 62 0 -333 167 167 -25 -114 0 0 0 0 0 -60 60 -35 -34 69 0 0 -15 -81 0 -35 -25 0 -20 0 45

20 -24 pm pm -62 0 0 0 -333 167 167 -25 -114 0 0 0 0 0 0 0 -35 -34 69 0 0 -15 -81 0 -35 -25 0 -20 0 45

20 -24 pm pm -62 0 0 0 -333 167 167 -25 -114 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -15 -81 0 -35 -25 0 -20 0 45

S S S S S S S I S S S S S S S I I I I I I I I I I S S S S S S S S S

1.765

1.627

1.165

-535

80

Nr.

Aan- en afmeldingen Begroting 2024

Struct./ Incid. S of I

2024

2025

2026

2027

-400 123 -588 -776 25 50

-400 -9 -588 -228 25 0

-400 -8 -588 -800 25 0

-400 -8 -588 -79 25 0

S S S S S S

500 150 150 99 0 500 368 380 150 91 117

0 0 0 99 750 500 392 380 150 91 245

0 0 0 99 750 500 392 380 150 91 378

0 0 0 99 750 500 392 380 150 91 522

S S S S S S S S S S S

939

1.407

969

1.834

Bedragen * € 1000,4 Organisatie en financiën 22 Rentelasten 23 Fasering verduurzaming gemeentelijke panden 24 Buha: Loonontwikkeling 25 Actualisatie loon- en prijsontwikkeling 26 Doorontwikkeling privacy activiteiten agv (nieuwe) wetgeving 27 Transitie software on premis naar saas 28 Besparing loonkosten (incidenteel) - Gemeentelijke organisatie -Buurtplein -Buha 29 Actualisatie raming OZB o.b.v. realisatie 2022 30 Verlaging gemeentebrede subsidies vanaf 2025 met € 750.000 31 Besparing door lagere indexatie prijsgevoelige budgetten met € 500.000 32 Diversen in relatie tot de overhead 33 Aanpassen kapitaallasten door af te schrijven tot WOZ-waarde 34 Dekking deel bestaande loonkosten uit rijksbijdrage energie en klimaat 35 Kostendekkend ramen leges 36 Ramen algemene uitkerking/OZB op groei woningen en inwoners Organisatie en financiën

81

Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? Programma: 4. Organisatie en financien 0.1 Bestuur Bestuurlijke samenwerking bestuursondersteuning college overige baten en lasten raad raadscommissies rekenkamer 0.10 Mutaties reserves algemene reserve Resultaat Begroting 2024 overige bestemmingsreserve reserve dekking kapitaallasten reserve onderhoud 0.11 Resultaat van de rekening van resultaat baten en lasten 0.2 Burgerzaken basisregistratie personen burgerlijke stand dienstverlening gemeentewinkel GEO informatie naturalisatie personeelskosten registratie niet ingezetenen reisdocumenten verkiezingen 0.4 Overhead overhead facilitair Overhead huisvesting overhead ict Overhead overig Overhead personeel 0.5 Treasury Bespaarde rente deelnemingen personeelskosten rente verstrekking leningen 0.61 OZB woningen ozb personeelskosten 0.62 OZB niet-woningen ozb 0.64 Belastingen overig baatbelasting belasting biz hondenbelasting personeelskosten precariobelasting reclamebelasting uitvoeringskosten belastingen 0.7 Algemene uitkering en overige algemene uitkering uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten kapitaallasten overige baten en lasten personeelskosten reservering doetinchemmer olie reservering nominaal reservering onvoorzien reservering personeelskosten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) overige baten en lasten Totaal

Uitgaven 2.941.037 1.264.140 1.537.635 179.910 686.391 32.023 52.016 776.102 0 10.316.898 552.241 963.079 0 42.910 25.750 177.759 47.871 13.770 1.590.856 20.350 405.277 114.605 1.122.792 1.561.845 11.742.622 75.014 9.709.395 73.723 16.379 10.915 429.270 467.389 140.665 417.734 0

Inkomsten Saldo begroot 1.688.000 -1.253.037 -1.264.140 1.720 -1.535.915 -179.910 -686.391 12.210 -19.813 -52.016 -776.102 4.050.000 4.050.000 1.351.773 -8.965.125 1.817.491 1.265.250 915.672 -47.407 0 84.425 129.668 108.362 43.890 323.239 817.482 343.130 583.990 8.060.828 34.690 2.759.041 2.165.698 554.978 214.728 8.069.426 6.531.574 0 208.480 0

280.315

208.016 10.915 -15.346 2.169.167 3.588.848 97 1.157.682 171.838 847.262 36.395 55.963.552

118.110 385.430 374.983 169.723.000

0 2.017.240 -12.140

213.477.118

41.515 103.918 -69.397 -47.871 30.120 -1.590.856 302.889 412.205 -114.605 -779.662 -977.855 -3.681.794 -40.324 -6.950.354 2.091.975 538.599 -10.915 -214.542 -467.389 7.928.761 -417.734 6.531.574 0 208.480 0 -280.315 118.110 385.430 166.967 169.712.085 15.346 -2.169.167 -1.571.608 -97 -1.169.822 -171.838 -847.262 -36.395 157.513.566

82

4. Paragrafen

83

4.1 Lokale heffingen Deze paragraaf bevat informatie over de gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in drie typen belastingen. De algemene belastingen, de bestemmingsheffingen en retributies. Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn dit de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Kaders De inwoners van de gemeente krijgen jaarlijks een aanslag gemeentelijke belastingen. Voor de beoordeling van de lastendruk zijn de tarieven dan ook van groot belang. Naast volumeontwikkelingen en ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering (in geval van onroerendezaakbelastingen) is uitgegaan van een indexering van de tarieven voor 2024 met 3,0% voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit is in overeenstemming met het percentage BBP (Bruto Binnenlands Product) uit de meicirculaire gemeentefonds 2023. In de raadsmededeling van 4 juli 2023 (2023-62) bent u hierover al geïnformeerd. Bij sommige tarieven kan de verhoging licht afwijken van 3,0%, omdat het anders onwerkbare bedragen worden. De bestemmingsheffingen en de retributies mogen niet meer dan kostendekkend zijn. We kennen een gesloten belastingstelsel. Dit betekent dat de gemeente een belasting alleen kan heffen als de wet daar de bevoegdheid toe geeft.

Het beleid over de gemeentelijke belastingen is opgenomen in de volgende beleidsdocumenten: • Landelijke wet- en regelgeving (alle belastingen); • Belastingverordeningen, raadsbesluit van 22 december 2022 en voorgaande jaren (alle belastingen); • Coalitieagenda 2022-2026 “Samen groeien in kwaliteit” raadsbesluit van 9 juni 2022 (alle belastingen); • Grondstoffenplan 2020 – 2024 raadsbesluit van 29 oktober 2020 (afvalstoffenheffing en reinigingsrechten); • Gemeentelijk rioleringsplan 2016 – 2020 (verlengd tot en met 2024), raadsbesluit van 14 april 2016 (rioolheffing); • Financiële verordening gemeente Doetinchem 2017, raadsbesluit 8 juni 2017 (toerekening overheadkosten en BTW-Compensatiefonds); • Parkeervisie 2017 – 2020, raadsbesluit 8 juni 2017 (parkeerbelastingen); • Uitvoeringsagenda Armoedebeleid & Schulddienstverlening 2022-2024, raadsmededeling van 16 november 2021 (kwijtschelding afvalstoffenheffing en rioolheffing). De samenhang van het beleid met betrekking tot de gemeentelijke belastingen wordt geborgd in de bovengenoemde documenten. Daarnaast houden we rekening met de aanbevelingen van de gemeentelijke rekenkamer. Vorming voorziening Om een gelijkmatige ontwikkeling van tarieven te bewerkstellingen worden overschotten en tekorten zo nodig verrekend met een voorziening. Dit kan van toepassing zijn bij de voorziening voor afvalstoffenheffing en rioolheffing.

Hieronder wordt per type en soort belasting toegelicht op welke wijze het beleid is verwerkt. Daarnaast hebben we inzichtelijk gemaakt hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit hebben we alleen gedaan voor de tarieven van belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn.

84

Algemene belastingen De opbrengsten van de algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De onroerendezaakbelastingen, parkeerbelastingen, precariobelasting, reclamebelasting, bedrijveninvesteringszone en de toeristenbelasting behoren tot deze categorie. Hierbij moet opgemerkt worden dat de opbrengsten van de reclamebelasting en de bedrijveninvesteringszone niet worden toegevoegd aan de algemene middelen, maar worden uitgekeerd aan de verschillende ondernemersfondsen. Onroerendezaakbelastingen Onder de naam onroerendezaakbelastingen (verder OZB) worden een gebruikers- en een eigenarenbelasting geheven. Voor woningen wordt alleen een eigenarenbelasting in rekening gebracht. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt ieder jaar van elk object de waarde vastgesteld. De waarde vormt de grondslag voor de berekening van de OZB aanslagen. Ontwikkelingen in de waarde als gevolg van de jaarlijkse herwaardering worden gecompenseerd via het tarief. Eigenaren van woningen in de gemeente Doetinchem gaan in 2024 gemiddeld ongeveer 3,0% meer OZB betalen. Parkeerbelastingen Tijdens de behandeling van de Parkeervisie 2017 – 2020 is besloten om de huidige tariefstructuur te handhaven.

Dit betekent dat de binnenstad verdeeld blijft in vier tariefzones (€ 1,20, € 1,50, € 1,80 en € 2,40 per uur). Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het in gebruik nemen van gemeentegrond, zoals het inrichten van een terras of het innemen van een standplaats. Het gebruik van gemeentegrond is gekoppeld aan een vergunning en gebaseerd op het standplaatsenbeleid 2012. De tarieven voor 2024 zijn verhoogd met de algemene prijsverhoging van 3,0%. Reclamebelasting Reclamebelasting is ingevoerd op verzoek van de ondernemers in vijf afgebakende gebieden. Het gaat om de binnenstad en de bedrijventerreinen De Huet, Keppelseweg, Verhuelsweide en Akkermansweide. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de heffingskosten, uitgekeerd aan de ondernemersfondsen van de desbetreffende gebieden. Hieruit worden activiteiten betaald om de binnenstad en de bedrijventerreinen economisch aantrekkelijk te houden. De tarieven voor 2024 zijn geïndexeerd met de algemene prijsverhoging van 3,0%. Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Vanaf het belastingjaar 2019 is voor vastgoedondernemers in de binnenstad de BIZ ingevoerd. Het principe is hetzelfde als bij de reclamebelasting, dit betekent dat de opbrengst wordt uitgekeerd aan het ondernemersfonds van de vastgoedondernemers.

Alle vastgoedondernemers in het BIZ-gebied betalen een bijdrage om activiteiten en investeringen mogelijk te maken. Dit zijn extra activiteiten naast dat wat de gemeente standaard aan onderhoud en investeringen doet. De BIZ geldt voor vijf jaren. De tarieven worden in deze periode niet gewijzigd. De BIZperiode eindigt in 2023. Op 26 oktober 2023 heeft uw gemeenteraad een nieuwe belastingverordening vastgesteld voor de periode 2024 – 2028. In november 2023 wordt er een wettelijk verplichte draagvlakmeting gehouden onder de belastingplichtigen. Bij voldoende steun treedt de belastingverordening voor de komende vijf jaren in werking.

85

Toeristenbelasting Het doorvoeren van de prijsverhoging van 3,0 % bij de toeristenbelasting zou onwerkbare tarieven met zich meebrengen. De tarieven van de toeristenbelasting worden daarom niet verhoogd in 2024. Dit betekent dat we in 2024 net als in 2023 voor een hotelovernachting € 1,50 in rekening brengen en voor de overige overnachtingen een bedrag van € 1,00. Bestemmingsheffingen Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder deze categorie vallen de afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en de rioolheffing. Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en reinigingsrechten worden betaald voor het ophalen van bedrijfsafval. De kosten van de afvalinzameling worden gedekt door de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Dit gebeurt op basis van 100% kostendekkendheid. Samen met Buha bv en met inspraak van bewoners is in 2020 een nieuw grondstoffenplan opgesteld. De methode ‘betalen per lediging van de restafvalcontainer’ vormt de basis van dit plan. De afvalbeheerskosten zijn met dit plan lager dan de kosten, die de gemeente gehad zou hebben als de maatregelen uit het grondstoffenplan niet uitgevoerd zouden worden.

De kostenstijging van de verwerking- en verbrandingstarieven wordt dus gedempt door de maatregelen uit dit grondstoffenplan. Het grondstoffenplan levert een sterke afname van de hoeveelheid restafval op en daarmee van de verbrandingskosten voor restafval. Dit dempt de verhoging van de afvalbeheerskosten. De verwachte kostenstijging is wel afhankelijk van de mate van stijging van de verwerkingstarieven en de mate van afvalscheiding. Hoe beter de afvalscheiding hoe lager de kosten. De BTW die we moeten betalen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en reinigingsrechten kunnen we verhalen op het BTW-Compensatiefonds. Doordat we deze BTW kunnen verhalen zijn alle gemeenten gekort op de algemene uitkering. Op grond hiervan mogen we de BTW als last aan de afvalstoffenheffing toe rekenen. Zoals vermeld is het uitgangspunt binnen de gemeente om de tarieven voor 2024 van alle belastingen, heffingen en leges met het inflatiepercentage te laten stijgen met het BBP, zijnde 3%. Voor de afvalstoffenheffing is ervoor gekozen om het vaste tarief gelijk te houden en het variabele tarief meer te laten stijgen. Door alleen de variabele tarieven te verhogen, krijgen inwoners een extra prikkel om afval te scheiden. Bovendien hebben inwoners op het variabele gedeelte zelf invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing.

In 2024 betalen inwoners daarom net als in 2023 een basistarief van € 244,80 voor éénpersoonshuishoudens en € 278,40 voor meerpersoonshuishoudens. De variabele tarieven voor het ledigen van de grote en kleine rolcontainer en het storten in de ondergrondse verzamelcontainer worden € 12,00, € 6,00, € 2,40 en € 1,20. Het inzamelen en verwerken van afval, wordt door Buha bv uitgevoerd. Bedrijven betalen in 2024 een vast tarief van € 411,48 incl. BTW. Het inzamelen en verwerken van afval, wordt door Buha bv uitgevoerd. Ook bij reinigingsrechten is er sprake van 100 % dekking.

86

Afvalstoffenheffing Taakveld

Lasten

Baten

7.3 Afval

6.310.000 Opbrengsten belastingen

BCF

1.303.000 Overige opbrengsten

Voorziening afval

763.000

6.3 Kwijtschelding

584.000

Subtotaal

8.960.000

Dekking

8.863.000 97.000

8.960.000

100%

Reinigingsrechten Taakveld

Lasten

Baten

Dekking

7.3 Afval

178.000 Opbrengsten belastingen

178.000

Totaal

178.000

178.000

100%

Rioolheffing De gemeente kan uit de rioolheffing naast de zorg voor het riool ook voorzieningen bekostigen die het mogelijk maken in te spelen op de zorg voor het hemel- en grondwater binnen de gemeente. Op 14 april 2016 is het Gemeentelijk Rioleringsplan Doetinchem 2016 – 2020 vastgesteld. Dit GRP (2016-2020) is in 2023 -net als in 2022- met één jaar verlengd (2016-2023). Het beleid en de investeringsplanning rondom riolering, water en klimaatadaptatie wordt met ingang van 2024 opgenomen binnen de Omgevingsvisie en plannen. Het beheer en onderhoud van de riolering wordt eveneens uitgevoerd en ingekocht bij Buha bv. Met de vernieuwde BBV is het vanaf de begroting 2018 verplicht om de omslagrente toe te rekenen aan onze taakvelden. Uitzondering hierop zijn de projectfinancieringen en de GREX. Voor nadere informatie wordt u verwezen naar de paragraaf financiering. Voor de investering riolering hanteren we een ander rentepercentage dan ons omslagrentepercentage. Dit wordt gedaan, gelet op de lange looptijden met een langdurige financiering. Deze vergoeding is voor 2024 berekend op 2,84% en is gebaseerd op het historisch gemiddeld rentetarief voor leningen met een looptijd van 20 jaar. Ten opzichte van 2023 is dit een daling van 0,06%.

Door de positieve ontwikkeling van de voorziening ten opzichte van het vastgestelde GRP 20162023, is het niet nodig om een extra tariefsverhoging door te voeren. Om de voorziening de komende jaren op peil te houden wordt het tarief geïndexeerd met 3,0 %. Het tarief voor de rioolheffing in 2024 bedraagt € 237,12 per object. In onderstaande tabel is te zien dat er sprake is van 100% dekking. Taakveld 7.2 Riool

Lasten

Baten

€ 5.009.000 Opbrengsten belastingen

Storting voorziening

€ 25.000 Bijdrage voorziening

BTW

€ 758.000

Rente

€ 356.000

6.3 Kwijtschelding

€ 470.000

Totaal

€ 6.618.000

Dekking € 6.618.000 €0

€ 6.618.000

100%

87

Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. De belangrijkste retributies zijn het marktgeld en de leges. Marktgeld Ondernemers die een standplaats op de markt innemen moeten hiervoor marktgeld betalen. De tarieven zijn marktconform en in overeenstemming met de tarieven uit regiogemeenten. De tabel met een cijfermatig overzicht van de baten en de lasten leest u verderop. Leges De leges zijn belastingen die de gemeente kan heffen voor het verstrekken van diensten. Uitgangspunt bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100 % kostendekkendheid. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Voor bouwwerken met een lage bouwsom brengen we bijvoorbeeld een tarief in rekening dat niet kostendekkend is. Dit compenseren we met een overdekking bij de grote projecten met een hoge bouwsom. In decemberraad 2023 wordt u nader geïnformeerd over de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor de legesverordening. Onder de tabel ‘Marktgeld’ vindt u de legestabel. Hieruit blijkt dat er inderdaad geen winst wordt gemaakt op de leges.

Naar aanleiding van de bevindingen van het rekenkameronderzoek, wordt in het laatste overzicht aansluiting gemaakt met de totalen op de taakvelden.

Marktgeld Taakveld

Lasten

Baten

3.3 Warenmarkt

€ 171.000 Opbrengsten belastingen

0.4 Overhead

€ 27.000

Totaal

€ 198.000

Dekking € 178.000 € 178.000

90%

88

Onderwerp

Taakveld

Aan leges toe te rekenen

Overhead

lasten (incl

Lasten totaal

Baten

Dekking

rente en btw) Algemene dienstverlening Burgerlijke stand

0.2 Burgerzaken

€ 111.000

€ 35.000

€ 146.000

€ 130.000

89%

Reisdocument

0.2 Burgerzaken

€ 557.000

€ 161.000

€ 718.000

€ 628.000

87%

Rijbewijzen

0.2 Burgerzaken

€ 175.000

€ 47.000

€ 222.000

€ 189.000

85%

Verstrekkingen uit basisregistratie personen

0.2 Burgerzaken

€ 26.000

€ 3.000

€ 29.000

€ 63.000

217%

Verstrekkingen uit het kiezers- register

0.2 Burgerzaken

€0

€0

€0

€0

Verstrekkingen op grond van Wet

0.2 Burgerzaken

€0

€0

€0

€0

Bestuursstukken

0.4 Overhead

€0

€0

€0

€0

Vastgoedinformatie

0.2 Burgerzaken

€0

€0

€0

€0

Overige publiekszaken

0.2 Burgerzaken

€ 18.000

€0

€ 18.000

€ 21.000

117%

Diversen

2.2 Parkeren

€ 307.000

€ 3.000

€ 310.000

€ 320.000

103%

€ 1.194.000

€ 249.000

€ 1.443.000

€ 1.351.000

94%

€ 1.988.000

€ 703.000

€ 2.691.000

€ 2.078.000

77%

€ 112.000

€ 23.000

€ 135.000

€ 102.000

76%

€ 3.294.000

€ 975.000

€ 4.269.000

€ 3.531.000

83%

Lasten

Baten

bescherming persoons-gegevens

Subtotaal Omgevingsvergunning

8.3 Wonen en bouwen

Dienstverlening vallend onder Europese

1.2 Openbare

Dienstenrichtlijn

orde en veiligheid

Totaal

Activiteit

Taakveld

Legesactiviteiten

0.2 Burgerzaken

€ 640.000

Overige activiteiten

0.2 Burgerzaken

€ 1.799.000

€ 781.000

Totaal taakveld

0.2 Burgerzaken

€ 2.439.000

€ 1.507.000

Legesactiviteiten

0.4 Overhead

€0

€0

Overige activiteiten

0.4 Overhead

€ 24.212.000

€ 11.782.000

Totaal taakveld

0.4 Overhead

€ 24.212.000

€ 11.782.000

Legesactiviteiten

1.2 Openbare orde en veiligheid

€ 112.000

€ 114.000

Overige activiteiten

1.2 Openbare orde en veiligheid

€ 1.679.000

€ 109.000

Totaal taakveld

1.2 Openbare orde en veiligheid

€ 1.791.000

€ 223.000

Legesactiviteiten

2.2 Parkeren

€ 307.000

€ 321.000

Overige activiteiten

2.2 Parkeren

€ 3.031.000

€0

Totaal taakveld

2.2 Parkeren

€ 3.338.000

€ 321.000

Legesactiviteiten

8.3 Bouwen en wonen

€ 1.988.000

€ 2.078.000

Overige activiteiten

8.3 Bouwen en wonen

€ 1.608.000

€ 416.000

Totaal taakveld

8.3 Bouwen en wonen

€ 3.596.000

€ 2.494.000

€ 726.000

89

De ontwikkeling van de tarieven in 2024 De belangrijkste tarieven voor 2024 (in vergelijking met het tarief 2023) zien er als volgt uit: Belastingsoort

Tarief 2023

Tarief 2024

Percentage

OZB voor woningen * -

Tarief eigenaar per WOZ-waarde

0,0955%

0,0955%

0,0%

OZB voor niet-woningen * -

Tarief eigenaar per WOZ-waarde

0,2814%

0,2842%

1,0%

-

Tarief gebruiker per WOZ-waarde

0,2523%

0,2548%

1,0% 0,0%

Afvalstoffenheffing ** -

Éénpersoonshuishouden

€ 244,80

€ 244,80

-

Meerpersoonshuishouden

€ 278,40

€ 278,40

0,0%

-

Lediging per keer 240 L (laagbouw)

€ 10,00

€ 12,00

20,0%

-

Lediging per keer 140 L (laagbouw)

€ 5,00

€ 6,00

20,0%

-

Inwerptrommel per keer 60 L (hoogbouw)

€ 2,00

€ 2,40

20,0%

-

Inwerptrommel per keer 30 L (hoogbouw)

€ 1,00

€ 1,20

20,0%

-

Extra emmer groen voor gft-afval

€ 39,60

€ 40,68

3,0%

-

Extra emmer grijs voor restafval

€ 151,20

€ 155,64

3,0%

-

Extra emmer blauw voor papier

€ 39,60

€ 40,68

3,0%

-

Extra emmer oranje voor plasticafval

€ 39,60

€ 40,68

3,0%

€ 230,16

€ 237,12

3,0%

Rioolheffing -

Per object

*Bij de tarieven OZB voor 2024 is voorlopig rekening gehouden met een (landelijke) ingeschatte waardestijging volgens de meicirculaire 2023 van 3,0 % voor woningen en van 2,0 % voor nietwoningen. Dit betekent dat het woningtarief gelijk blijft om de opbrengststijging van 3,0 % te realiseren. Het niet-woningentarief moet met 1,0 % stijgen om de geraamde opbrengst te verwezenlijken. Voor de inwoner betekent dit een gemiddeld hogere OZB belastingaanslag van 3,0 %. De definitieve OZB tarieven worden bepaald op basis van de daadwerkelijke waardeontwikkeling in Doetinchem. De definitieve OZB tarieven 2024 worden voorgelegd aan de raad en naar verwachting vastgesteld bij de behandeling van de belastingverordeningen voor 2024 in de raadsvergadering van donderdag 21 december 2023. **Voor de afvalstoffenheffing is ervoor gekozen om het vaste tarief gelijk te houden en het variabele tarief meer te laten stijgen. Door alleen de variabele tarieven te verhogen, krijgen inwoners een extra prikkel om afval te scheiden. Bovendien hebben inwoners op het variabele gedeelte zelf invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Lokale lastendruk Onderstaand overzicht geeft de berekende belastingdruk voor Doetinchem in 2024. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing, de zogenaamde gemeentelijke woonlasten.

De volgende uitgangspunten gelden bij de vergelijking van de belastingdruk van 2024 met die van 2023: • De waarde van een woning van € 309.000 (2023: € 300.000 + 3,0 %); • Één- en meerpersoonshuishoudens.

90

Toelichting bij onderstaande tabel: • *1ph= éénpersoonshuishouden; • **Mph= meerpersoonshuishouden; • ***In onderstaand overzicht is rekening gehouden met 5 ledigingen (240 L) per jaar voor een meerpersoonshuishouden en 3 ledigingen (140 L) voor een eenpersoonshuishouden. Dit kan natuurlijk per huishouden afwijken. De belastingdruk voor een bewoner die ook eigenaar is ziet er in 2024, vergeleken met 2023, als volgt uit: Jaar Soort huishouden

OZB

Afval basis

Afval lediging

Riool

Verlaging belasting eenmalig

2024 1ph*

€ 295,10

€ 244,80

18,00***

€ 237,12

2024 Mph*

€ 295,10

€ 278,40

60,00***

€ 237,12

2023 1ph*

€ 286,50

€ 244,80

15,00***

€ 230,16

-/- 100,00

2023 Mph*

€ 286,50

€ 278,40

50,00***

€ 230,16

-/- 100,00

Totaal

Landelijk gemiddelde

Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde

€ 676,46

€ 867,00

78,00%

€ 745,06

€ 944,00

79,00%

€ 795,02 € 870,62

Het kwijtscheldingsbeleid In de belastingverordeningen is geregeld dat kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen verleend kan worden voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB. Kwijtschelding wordt verleend op basis van de Rijksnormen. De kwijtscheldingsnorm is 100 % van de bijstandsnorm. We hebben dit vastgelegd in het beleidsplan armoedebeleid. In de begroting 2024 zijn de volgende budgetten (exclusief uitvoeringskosten) opgenomen om uitvoering te kunnen geven aan het kwijtscheldingsbeleid. Soort kwijtschelding

Begroting 2023

Begroting 2024

Kwijtschelding afvalstoffenheffing

€ 567.000

€ 570.000

Kwijtschelding rioolheffing

€ 456.000

€ 459.000

€0

€0

Kwijtschelding OZB

Hierbij wordt rekening gehouden met kwijtschelding als gevolg een aanpassing van de momenteel geldende vermogenstoets en de mogelijkheid tot kwijtschelding voor zzp’ers. De kosten voor kwijtschelding worden gedekt door een opslag op de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De opbrengsten van de gemeentelijke belastingen Het beleid ten aanzien van de gemeentelijke belastingen leidt tot een raming van de onderstaande belastingopbrengsten voor 2024. We hebben deze ramingen vergeleken met die van 2023.

91

Belastingsoort

Begroting 2023

Begroting 2024

OZB -

Eigenaar

woningen

€ 7.807.000

€ 8.069.000

-

Gebruiker

niet woningen

€ 3.480.000

€ 3.630.000

niet woningen

€ 2.719.000

€ 2.902.000

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

€ 8.607.000

€ 9.041.000

Rioolheffing

€ 6.375.000

€ 6.618.000

€0

€0

Parkeerbelastingen

€ 3.354.000

€ 3.474.000

Precariobelasting

€ 115.000

€ 118.000

Reclamebelasting

€ 374.000

€ 385.000

Belasting bedrijven investeringszone (BIZ)

€ 202.000

€ 208.000

Toeristenbelasting

€ 90.000

€ 92.000

Marktgeld

€ 160.000

€ 178.000

€ 763.000

€ 1.351.000

€ 1.891.000

€ 2.078.000

€ 88.000

€ 102.000

Hondenbelasting

Leges: -

Algemene dienstverlening

-

Omgevingsvergunning

-

Dienstverlening vallend onder Europese richtlijn

92

4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf geven we inzicht in de meest relevante (gekwantificeerde) risico’s en ons weerstandsvermogen. Ook geven we een samenvatting van de financiële kengetallen. Door te investeren op risicomanagement beheersen we de risico’s die de gemeentelijke bedrijfsvoering kunnen belemmeren. In deze paragraaf wordt dan ook de relatie gelegd tussen deze risico’s en de financiële weerstand. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de financiële draagkracht van de gemeente als zich tegenvallers voordoen. Risicomanagement door middel van risicogestuurd werken De gemeente Doetinchem werkt aan risicomanagement door middel van risicogestuurd werken. Risicogestuurd werken is een voortgaand proces dat deel is van de reguliere werkprocessen in de organisatie. Bewustzijn van en omgaan met risico’s in de organisatie en het bestuur is onderdeel van ons dagelijks werk. Risicogestuurd werken richt zich op het managen van doelen én risico’s. In de reguliere processen vindt een voortdurende afweging plaats tussen het realiseren van doelen en de effecten van risico’s. Kunnen we onze doelen realiseren door kansen te benutten of risico’s te beheersen? Of moeten we bijsturen en maatregelen nemen? De informatie erover en de bestuurlijke besluitvorming gebeurt via college- en raadsvoorstellen en in de cyclusdocumenten.

In onze begroting vertalen we het risicogestuurd werken door in de programma’s duidelijke doelen te formuleren. Vervolgens beschrijven we de activiteiten om die doelen te bereiken. Bovendien brengen we de belangrijkste risico’s in beeld. Voor een aantal risico’s brengen we de financiële gevolgen in beeld en vergelijken die met onze weerstandscapaciteit om zo het weerstandsvermogen te bepalen. Aan de hand van de informatievoorziening in de cyclusdocumenten vindt het gesprek tussen raad en college plaats over het managen van risico’s en het weerstandsvermogen. Risico's Gekwantificeerde risico's (is benodigde weerstandscapaciteit) Hieronder geven we een actualisatie van de gekwantificeerde risico's in de gemeentelijke begroting en de daardoor benodigde weerstandscapaciteit. We geven een korte toelichting op de gekwantificeerde risico's. Vervolgens tonen we de beschikbare weerstandscapaciteit (is algemene reserve + stelpost incidentele onvoorziene uitgaven). Tenslotte tonen we de ratio van het weerstandsvermogen (is de verhouding tussen risico's en weerstandscapaciteit).

93

Nr

Risico's

Bedragen x € 1.000,-

2024

2025

2026

2027

1

Sociaal domein (inclusief BUIG)

6.000

6.000

6.000

6.000

2

Verbonden partijen (GR's en BV's gD)

1.500

1.500

1.500

1.500

3

Ontwikkellocaties (grexen en gebiedsontwikkelingen)

1.740

1.740

1.740

1.740

4

Garanties & leningen

720

720

720

720

5

Belastbaarheid leningen

50

50

50

50

6

Rentestijgingen

500

500

500

500

7

Subsidies van derden

250

250

250

250

8

Gemeentefonds: reguliere risico's

2.000

2.000

2.000

2.000

9

Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures

2.000

2.000

2.000

2.000

10 Loon- prijsontwikkelingen

4.000

4.000

4.000

4.000

11 Data-beveiliging

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

500

500

500

500

2.000

2.000

2.000

2.000

23.260

23.260

23.260

23.260

12

Onvolledige compensatie door het Rijk voor de opvang van vluchtelingen

13 Leges derving a.g.v. implementatie omgevingswet 14 Risico's i.v.m. landelijke en regionale beleidsontwikkelingen

Totaal gekwantificeerde risico's

1. Sociaal domein De verschillende wetten binnen het sociaal domein betreffen een zogenaamd open-einde regeling. Dit brengt financiële risico's met zich mee doordat het gebruik van de regelingen maar in beperkte mate tussentijds te sturen is. In de afgelopen jaren zien we de benodigde budgetten voor het BUIG-budget, Jeugdhulp, Wmo en Beschermd Wonen sterk fluctueren. In de begroting 2023 constateerden we nog van een structureel tekort, ondanks de fluctuaties, geen sprake was. In het voorjaar van 2023 werden we echter geconfronteerd met een aanzienlijke stijging van de kosten voor inkoop jeugd en Wmo. De cumulatie van lonen en prijzen bij de aanbieders, de intensiteit en de duur van het gebruik van de voorzieningen hadden een grote impact. De financiële gevolgen hebben structureel een impact die het risico van € 5 miljoen ruimschoots overtreft vanaf 2024. In reactie hierop zijn direct maatregelen getroffen die naar de toekomst toe moeten leiden tot het volledig ondervangen van het verwachte tekort van € 6,2 miljoen. De onzekerheden over de financiële vertaling van de Hervormingsagenda jeugd en de Rijksbijdrage voor jeugdzorg blijven met het vallen van het kabinet bestaan. De risico's voor beschermd wonen en op de BUIG-budgetten blijven ook onverkort van toepassing. In dat licht hebben we het risico, dat voorheen op € 5 miljoen was ingeschat, nu verhoogd tot € 6 miljoen.

Het realiseren van het maatregelenpakket tekort inkoop sociaal domein vraagt immers een enorme inspanning en kent daarmee ook onzekerheden.

94

2. Verbonden partijen Tot de verbonden partijen behoren o.a. de gemeenschappelijke regelingen (GR’s) en de gemeentelijke BV’s. Zie de paragraaf ‘Verbonden partijen’ in de gemeentebegroting. De risico’s van onze verbonden partijen worden op verschillende manieren verwerkt in de gemeentebegroting: • De deelnemende gemeenten stellen de begrotingen van de GR’en vast. Als dit ertoe leidt dat de gemeentelijke bijdragen omhoog moeten om tot een sluitende begroting van de GR te komen, dan wordt dit vertaald in een aanmelding in de kadernota en/of de begroting. • Daarnaast maken we jaarlijks een nauwkeurige berekening van de kosten van nominale ontwikkelingen in de begroting, waaronder die voor de verbonden partijen. De berekeningen van de totale kosten voor nominale ontwikkelingen kunnen leiden tot een aanmelding voor nominale ontwikkelingen in de gemeentebegroting. Daar staat tegenover dat we geen afzonderlijk risico voor nominale ontwikkelingen op de verbonden partijen opnemen. • Blijft, dat enkele van onze gemeentelijke BV’s ook overige risico’s melden in hun begrotingen. Met hen zijn we zowel als aandeelhouder alsmede als opdrachtgever in gesprek over hun eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden voor een totaal sluitende bedrijfsbegroting.

Gegeven de recente ontwikkelingen rekenen we voor de risico’s bij de verbonden partijen vanaf 2024 op € 1,5 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 3. Ontwikkellocaties: grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten Het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) is het basisdocument. Het MPO wordt jaarlijks door de raad vastgesteld en bevat de uitgangspunten, het programma, de resultaten, de financiën en de risico’s van de lopende grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten. Een actualisatie van deze gegevens vormt de basis voor de begroting 2024. In het MPO 2023 is een analyse van de risico’s van de ontwikkellocaties opgenomen. Met de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit gedurende de komende jaren. Voor de risico’s in de ontwikkellocaties rekenen we in de komende jaren € 1,74 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 4. Garanties en leningen Als bestuur zoeken we de juiste balans tussen de wens om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen en de financiële houdbaarheid van onze lening- en garantieportefeuille. Daarom heeft de raad op 3 november 2016 kaders gesteld. Het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven mag de financiële positie van de gemeente niet in gevaar brengen.

Bij nieuw te verstrekken garanties en geldleningen maken we uitdrukkelijk de afweging tussen het maatschappelijk belang van het initiatief en het risicoprofiel dat ermee gepaard gaat. Om het risicoprofiel te bepalen, beoordelen we de kredietwaardigheid van de betrokkene en de getroffen risico-beperkende maatregelen zoals gekoppelde zekerheden in de vorm van bijvoorbeeld een hypotheekrecht voor de gemeente. Jaarlijks maken we een actuele analyse van de risico’s bij alle verstrekte leningen en garanties. Deze rapportage is als bijlage bij deze begroting opgenomen. Op basis van de deze risicoanalyse rekenen we voor risico’s in de garanties en leningen € 720.000 weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 5. Belastbaarheid leningen De rechtbank Gelderland heeft een uitspraak gedaan over de belastbaarheid van personeelshypotheken voor de Vpb. Het gaat hier voornamelijk om de vraag of er al dan niet sprake is van zgn. normaal vermogensbeheer. Als dat het geval is, is er geen sprake van een onderneming voor de Vpb en dus geen belastingplicht. Naar onze mening is dit met betrekking tot het verstrekken van personeelshypotheken, maar ook bij het verstrekken van andere leningen niet het geval. Wij zetten geen extra arbeid in om uit deze activiteiten meer

95

rendement te kunnen halen. Zouden we wij dat wel doen, dan is er geen sprake meer van normaal vermogensbeheer. Op dit moment wachten we de uitspraken van overige rechtbanken af en (naar verwachting) de uitspraken in hoger beroep. We schatten het risico nu op € 50.000. 6. Rentestijgingen De financieringsmarkt blijft zich ongunstig te ontwikkelen als gevolg van de inflatie. De Europese bank anticipeert hierop door rentebijstellingen naar boven. Dit heeft mogelijk ongunstige effecten op onze financieringsportefeuille. In de begroting is nu rekening gehouden met gemiddeld 2,0% rente en een verdere stijging kan niet uitgesloten worden. Binnen de algemene reserve achten we het daarom noodzakelijk € 0,5 miljoen beschikbaar te houden voor het risico van verdere rentestijgingen 7. Subsidies van derden Als gemeente zijn we voortdurend op zoek naar subsidiemogelijkheden bij de provincie, landelijke overheid of de Europese Unie. Vaak gaat de subsidie gepaard met cofinanciering van de gemeente. Subsidieverleners stellen een controleprotocol op waarin afspraken met ons als subsidieontvanger worden vastgelegd. We sturen op maatregelen om de inhoudelijke en procedurele afspraken na te komen. Als we niet aan de voorwaarden voldoen moeten we de subsidies terugbetalen. Naar huidige inzichten voldoen we aan de afspraken en voorwaarden.

Gegeven de omvang van het totale subsidiebedrag en de veelheid aan subsidievoorwaarden, houden we € 250.000 in de algemene reserve beschikbaar voor mogelijke risico’s bij dit onderwerp. 8. Gemeentefonds: reguliere risico's Wij ontvangen jaarlijks het grootste deel van onze inkomsten via een uitkering van het Rijk in het gemeentefonds. Het risico bestaat dat het Rijk (onverwachts) de bijdrage wijzigt. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de algemene uitkering sterk fluctueert met grote gevolgen voor de gemeentebegroting. Tot deze risico’s behoren o.a. de opschalingskorting. We kunnen helaas weinig invloed uitoefenen op de Rijksbesluiten over de uitkeringen. In de kadernota 2024 hebben we vanwege de onzekerheden in de invoering van het abonnementstarief Wmo, Rijksbijdrage jeugd en hervormingagenda verhoogd. In het licht van de richtlijnen van de provincie hebben we deels hierop geanticipeerd. De ontoereikende compensatie van de volumeontwikkeling (door het schrappen van het trap op, trap af mechanisme) vergroten het risico. De VNG spreekt macro van een hiaat van € 3 miljard, waar door het kabinet bij meicirculaire slechts beperkt in tegemoet is gekomen. We schatten het voor Doetinchem in op risico op € 2 miljoen. 9. Algemene basis algemene reserve onvoorziene risico's Niet alle risico’s kunnen worden voorzien of (nu al) met ramingen worden onderbouwd.

We willen voor dergelijke risico’s een basisreserve aanhouden. Daarom hanteren we een algemene basis in onze algemene reserve voor onvoorziene risico’s van € 2 miljoen. Uit deze algemene basis dekken we ook de risico’s voor kapitaallasten en lopende procedures als specifieke risico’s. De risico’s voor de kapitaallasten schatten we in als gering. Bij procedures en handhaving lopen we risico’s in een specifieke casus. Hieronder beschrijven we enkele specifieke risico's in deze categorie: Handhavingstraject Voltastraat 86a Ten aanzien van het dossier Voltastraat 86a blijven er financiële risico’s voor de gemeente Doetinchem. Uitgangspunt is de kosten zoveel als mogelijk te verhalen. Echter of, en in welke mate dit gaat lukken is nog niet te voorspellen. Het definitief afvoeren van de opgeslagen

96

vloeistoffen met PFAS, de bodem- en grondwater sanering en de ontmanteling van de silo’s zal leiden tot een financiële investering. De kans dat de gemeente een deel van deze kosten voor haar rekening moet nemen is groot. PFAS-problematiek Iseldoks Project Iseldoks heeft te maken met PFAS-problematiek. Het is juridisch niet duidelijk wie, en in welke mate de verantwoordelijkheid draagt voor de zuiveringskosten. Dat kan de ontwikkelende partij zijn maar ook kan de gemeente daar door de rechter voor verantwoordelijk gehouden worden. Er lopen gesprekken met Waterschap, Rijk en Provincie over de hoogte en proportionaliteit van deze kosten. In deze gesprekken komt begrip naar voren dat de gemeente niet gehouden kan worden aan het onmogelijke en dat de eventuele maatregelen/ingrepen in verhouding moeten staan tot de kosten. Op dit moment is er geen zekerheid over de vereiste maatregelen, noch over de precieze hoogte van de kosten. Verzekeringsportefeuille Als gemeente hebben we een groot aantal verzekeringen. Het risico bestaat dat we onbewust onvoldoende verzekerd zijn. In dat licht is de voor 2023 voorgenomen taxatie van de panden voor de brandverzekeringen relevant. 10. Loon- en prijsontwikkelingen De loon- en prijsontwikkelingen hebben zich de afgelopen jaren bewezen als een grote bron van onzekerheid.

Inflatie door energie- en brandstofprijzen, toegenomen loonkosten in reactie op de inflatie hebben geleid tot een forse stijging van de uitgaven. Het risico bestaat dat er een soort van vicieuze cirkel ontstaat, waarbij de prijsontwikkelingen leiden tot hogere looneisen en die vervolgens weer vertaald worden naar de prijzen. Dit kan gelden voor alle activiteiten van onze gemeente. Het is bijzonder lastig een goede inschatting te maken van deze ontwikkelingen. De gewijzigde systematiek voor bepaling van de algemene uitkering draagt niet bij aan het beperken van dit risico. Het risico voor de komende jaren wordt ingeschat op € 4 miljoen. 11. Databeveiliging De verdergaande digitale vastlegging van gegevens vraagt er om alert te zijn op de risico’s die automatisering met zich meebrengt. Op basis van het vastgestelde Informatieveiligheidsbeleid werken we in 2021 verder aan de realisatie van alle te nemen maatregelen die gesteld worden vanuit de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG). Daarnaast streven we er naar te voldoen aan de AVG. Hiertoe is er een Functionaris Gegevensbescherming benoemd en wordt Privacybeleid vastgesteld en uitgevoerd. We zoeken steeds een goede balans tussen de kerntaken van de gemeente en de privacy van de burger. Hierbij streven we naar transparantie over ons handelen en de achtergronden daar van.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7996/documents/44237