CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B14.18 Bijlage 18 onderbouwing Laborijnlocatie - vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten.pdf

beeldvormende raad 12 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G26.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Afbeelding 12: Uitsnede van de 3D-luchtfoto van 21 februari 1945. Bron: WAG , sortieref. DS776 , fotonr. 4258 , 4259.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

44

Luchtfoto‘s d. d. 21 maart 1945 De luchtfoto’s van 21 maart 1945 werden ter controle geraadpleegd en zijn van matige kwaliteit (B). De luchtfoto’s dekken het onderzoeksgebied grotendeels en van een onbekende schaal. Er werden twee wapenopstellingen gezien dichtstbijzijnde op circa 90 meter afstand van het onderzoeksgebied ligt.

waarvan

de

Luchtfoto d. d. 23 maart 1945 Voor het bombardement op 21 maart 1945 [RAP_450321A] werd luchtfoto van 23 maart 1945 bekeken. De luchtfoto dekt het hele onderzoeksgebied en is van slechte kwaliteit (C). Daarnaast is de luchtfoto van een schaal van 1:10. 000. Er werden geen sporen van een bombardement of andere bijzonderheden waargenomen op de luchtfoto.

Luchtfoto’s d. d. 17 juli 1945 De luchtfoto’s van 17 juli 1945 werden geraadpleegd om de naoorlogse situatie in het onderzoeksgebied in kaart te brengen. De luchtfoto’s zijn van goede kwaliteit (A) en dekken het hele onderzoeksgebied. Daarnaast zijn de luchtfoto’s van een schaal van 1:8. 000 en er werden geen bijzonderheden waargenomen. 3. 9

Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • •

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Een groot deel van de archiefstukken van het gemeentearchief van Doetinchem uit de Tweede Wereldoorlog zijn verloren gegaan tijdens de bombardementen in maart 1945; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Tevens waren niet voor alle (voormalige) gemeenten (bruikbare) omnummeringslijsten aanwezig. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren.

Voor dit onderzoek geldt dat een deel van de luchtfoto’s matige (B) of slechte (C) kwaliteit waren; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; Defence Overprints geven doorgaans een indicatie voor de locatie van eventuele militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied. Defence Overprints werden echter gemaakt op basis van luchtfoto’s en geven derhalve net als luchtfoto’s een momentopname weer. De militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied kan zowel voor tussen als na de betreffende Defence Overprints gewijzigd zijn; De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. ,

•

•

•

,

,

•

,

,

,

•

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

45

Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven. 3. 10

bronnen

,

zoals

Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. ,

In

de

onderstaande

afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied kaart (losbladig bijlage 5) zijn ook de corresponderende unieke

weergegeven. Op de A1 nummers weergegeven.

,

Afbeelding 13: Inventarisatiekaart archiefanalyse onderzoeksgebied Terborgseweg , Doetinchem.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

46

Afbeelding 14: Inventarisatiekaart luchtfotoanalyse onderzoeksgebied Terborgseweg Doetinchem.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

47

4

ANALYSE GEGEVENS

4. 1

Inleiding analyse: verdacht of onverdacht gebied Op basis van de geraadpleegde gegevens kan worden vastgesteld of een onderzoeksgebied (deels) verdacht of onverdacht op OO is. Indien er in het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden en/of indien er geen OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven is een gebied onverdacht. ,

Als uitgangspunten voor de conclusie verdacht of onverdacht wordt bijlage 2 als leidraad gebruikt voor aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Verder wordt gebruikgemaakt van kennis en ervaring door het maken van een beredeneerde inschatting: Verhoogde kans op OO: VERDACHT (bij specifieke meldingen van OO en bij oorlogshandelingen of militaire aanwezigheid en daardoor aanwezigheid van OO) Geen verhoogde kans op OO: ONVERDACHT (bij alle andere gevallen dan verdacht en bij contra-indicaties op verdachte gebieden).

• •

Indien van de bovengenoemde richtlijnen (zie bijlage 2) voor de horizontale afbakening wordt afgeweken is dit gemotiveerd. ,

Als er indicaties zijn dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken (zijn) is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld voor elk van het op OO verdachte gebied: • • • • • • • • •

4. 2

Indicaties en contra-indicaties van oorlogshandelingen; (Hoofd- en sub-) soort mogelijk aan te treffen OO; Kalibers/ gewichtsklasse van de mogelijk aan te treffen OO; Nationaliteit van de mogelijk aan te treffen OO; Verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO; Type ontstekingsinrichtingen voor de hoofdsoort afwerpmunitie; De hoeveelheid mogelijk aan te treffen OO; De horizontale afbakening van het verdachte gebied; De verticale afbakening van het verdachte gebied.

Indicaties en verdachte gebieden In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat in het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor mogelijk OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven. Daardoor is in (delen van) het onderzoeksgebied sprake van een verhoogde kans op de mogelijke aanwezigheid van OO. In de onderstaande tabel is weergegeven welke oorlogshandelingen hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. RAP-nummer [RAP_450208A]

Indicatie 8 februari 1945 Er vielen ’s ochtends bommen op het Houtbedrijf aan de Terborgseweg.

Bron Volker , Doetinchem in oorlogstijd , 223; Nederkoorn , Er op of er onder. Hoe de Achterhoek en Liemers de Duitse bezetting , 456.

Argumentatie Op 8 februari 1945 vond er een raketaanval door geallieerde Typhoon jachtbommenwerpers plaats op het Houtbedrijf in het onderzoeksgebied. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn raketkraters zichtbaar en is in het er onderzoeksgebied oorlogsschade zichtbaar bij een van de gebouwen.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

48

RAP-nummer

Indicatie

Bron

[RAP_450519A]

19 mei 1945 Op het terrein van het N. V. Houtbedrijf werd een raketbom gevonden.

GA , toeg. nr. 1037 , inv. nr. 279.

Geen

Oorlogsschade

Luchtfoto’s van 21 februari 1945

Geen

Wapenopstellingen

Luchtfoto’s van 21 februari 1945

Argumentatie Het wordt daarom waarschijnlijk geacht dat er raketten terecht zijn gekomen in het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve afgebakend. De vondst van de raket laat zien dat het zien dat het Houtbedrijf getroffen is bij de raketaanval op 8 februari 1945. Op de luchtfoto’s van 21 februari 1945 werd oorlogsschade in het waargenomen onderzoeksgebied bij een van de gebouwen van het Houtbedrijf. Hoogstwaarschijnlijk werd dit gebouw geraakt tijdens de raketaanval op 8 februari 1945. De indicatie is derhalve afgebakend. Op de luchtfoto’s van 21 februari 1945 werden vier wapenopstellingen in het onderzoeksgebied waargenomen. In april 1945 hebben hevige gevechten plaatsgevonden tijdens de bevrijding van de binnenstad Doetinchem. Het wordt hierdoor waarschijnlijk geacht dat de stellingen haastig verlaten zijn en mogelijk in gebruik zijn geweest en hierbij diversen typen munitie zijn gedumpt. De indicatie is derhalve verdacht verklaard.

In de volgende paragrafen komen per verdacht gebied de horizontale afbakening hoofdsoort subsoort kaliber/gewichtsklasse/type nationaliteit ontstekingsinrichting hoeveelheid en verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO aan bod evenals de verticale afbakening van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied. ,

,

,

,

,

,

,

4. 3

Horizontale afbakening Aan de hand van de richtlijnen van het ‘Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse OO’ zijn de op OO verdachte gebieden vastgesteld en afgebakend. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 (CS-VROO) als richtlijn gehanteerd. Indien hiervan wordt afgeweken is dit gemotiveerd en zijn de gemaakte keuzes onderbouwd. Aan de horizontale afbakening is door Bombs Away telkens een extra buffer van 5 meter aan de afbakening toegevoegd. Dit is het gevolg van het gebruik van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog. Luchtfoto’s wijken af van de daadwerkelijke situatie op de grond omdat een luchtfoto een vlakke weergave is van de bolling van de aarde en de cameralens niet altijd loodrecht op de aardoppervlakte was gericht. Om dit op te vangen is rondom de verdachte gebieden de bovengenoemde buffer van 5 meter toegevoegd. Bij de horizontale afbakening van de verdachte gebieden is de afbakening in meters weergegeven inclusief de genoemde buffer.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

49

Raketaanval op 8 februari 1945 [RAP_450208A] Op 8 februari 1945 vond er een raketaanval plaats op het Houtbedrijf in het onderzoeksgebied. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn raketkraters zichtbaar en is er in het onderzoeksgebied oorlogsschade zichtbaar bij een van de gebouwen. Er zijn geen raketkraters zichtbaar in het onderzoeksgebied zelf waardoor ervoor gekozen is om op basis van de waargenomen schade de horizontale afbakening vast te stellen. Hierbij is gebruik gemaakt van de methode van Bombs Away voor het afbakenen van raketaanvallen met behulp van de maximale horizontale afstand tussen raketkraters en de ondergrondse verplaatsing oftewel offset. De maximale afstand tussen raketkraters bedraagt 10 meter en de grondsoort in het verdachte gebied bestaat uit zand wat betekent dat de maximale horizontale ondergrondse verplaatsing vastgesteld is op 4 meter. De waargenomen schade is daarom met een buffer van 14 meter (+ 5 meter luchtfotoafwijking) afgebakend. Wapenopstellingen [zonder RAP-nummer] Op de luchtfoto van 21 februari 1945 werden vier wapenopstellingen in het onderzoeksgebied waargenomen. In april 1945 hebben hevige grondgevechten plaatsgevonden tijdens de bevrijding van de binnenstad Doetinchem. De stellingen zijn vermoedelijk in gebruik geweest bij Duitse en later door geallieerde troepen.

Zodoende is het mogelijk dat verschillende eenheden bij de wapenopstellingen munitie hebben gedumpt/achtergelaten toen zij zich onder druk moesten terugtrekken of zich verplaatsten. De wapenopstellingen zijn daarom verdacht verklaard en hun contouren zijn afgebakend (+5 meter georeferentie-afwijking). Binnen dit verdachte gebied kunnen verschillende soorten Duitse Britse (gedumpte) en kleinkalibermunitie handgranaten munitie voor granaatwerpers en geweergranaten munitietoebehoren worden aangetroffen. ,

,

4. 4

,

,

Gegevens aan te treffen OO Naast de aan te treffen hoofdsoorten en subsoorten OO zijn de hoeveelheden OO de verschijningsvorm OO alsmede de kalibers/gewichtsklassen OO nationaliteit OO en ontstekingsinrichtingen (bij afwerpmunitie) per indicatie vastgesteld ook als aanwijzingen in de ,

,

,

geraadpleegde bronnen ontbreken. Dit gebeurt dan op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. Raketaanval op 8 februari 1945 [RAP_450208A] Een Typhoon jachtbommenwerper vuurde dit type raket af: Hoofdsoort

Subsoort

Raketmunitie

Halfpantser (SAP)

Kaliber (nationaliteit) 3” inch met gevechtslading van 60 lb. SAP (Brits)

Ontsteker

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

BB

Enkele

Afgevuurd

Wapenopstellingen [zonder RAP-nummer] De wapenopstellingen in het onderzoeksgebied werden het voor het eerst waargenomen op de luchtfoto van 21 februari 1945. De stellingen zijn dus aangelegd in de periode dat Doetinchem nog in Duitse handen was. In april 1945 lag Doetinchem echter in een actief frontgebied waardoor het aannemelijk wordt geacht dat de wapenopstellingen zowel door geallieerde troepen als Duitse troepen in gebruik zijn geweest. Hoofdsoort

Subsoort

Kleinkalibermunitie

Diversen

Handgranaten

Aanvals , verdedigings , rook , licht , rook WP , brand Brisant , antitankbrisant ,

Geweergranaten

Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits)/ 20 mm (geallieerd) n. v. t. (Duits/geallieerd)

Ontsteker

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

N. v. t.

Honderdtallen

Gedumpt/ achtergelaten

N. v. t.

Tientallen

Gedumpt/ achtergelaten

n. v. t.

SB TSB

Tientallen

Gedumpt/ achtergelaten

(Duits/geallieerd)

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

50

4. 5

Hoofdsoort

Subsoort

Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

rook , sein , rook WP Brisant , antitankbrisant n. v. t.

Kaliber (nationaliteit)

Ontsteker

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

n. v. t.

SB

Enkele

N. v. t.

Tientallen

Gedumpt/ achtergelaten Gedumpt/ achtergelaten

(Duits/geallieerd) Beschermkappen , verpakkingen , etc. (Duits/geallieerd)

Verticale afbakening In onderstaande tabellen is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen OO (per hoofdsoort) in het verdacht gebied weergegeven ten opzichte van het maaiveld (situatie 1940-1945). Indien mogelijk wordt de verticale afbakening uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP. De hoogte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (in NAP) wordt vastgesteld op basis van topografische kaarten. Voor het huidige onderzoeksgebied geldt dat de hoogte van het maaiveld ongeveer +116 meter NAP ten tijde van de Tweede Wereldoorlog bedroeg. De hoogte van het huidige maaiveld (in NAP) en eventuele verschillen met het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kan worden vastgesteld in een Vooronderzoek ,

Na-Conflictperiode. Bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort is specifiek rekening gehouden met minimaal gewicht en het kaliber/de diameter van OO alsmede de bodemopbouw. Raketaanval op 8 februari 1945 [RAP_450208A] Met behulp van de website dinoloket. nl is vastgesteld dat de grond in het verdachte gebied uit zand bestaat. Het wordt waarschijnlijk geacht dat de raketten hierdoor niet dieper de grond in zijn gedrongen dan 25 meter minus maaiveld. ,

Hoofdsoort Raketmunitie

Verschijningsvorm Afgevuurd

Min. & max. diepteligging t. o. v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (+116, meter NAP). De maximale diepteligging is 25, meter minus maaiveld ten tijde van Tweede Wereldoorlog (+91, meter NAP).

Wapenopstellingen [zonder RAP-nummer] Tot slot is de diepteligging van de gedumpte/achtergelaten munitie afhankelijk van de diepte van de wapenopstellingen loopgraven en mangaten in het verdachte gebied. De diepteligging voor de wapenopstellingen loopgraven en mangaten is bepaald op basis van de gemiddelde lengte van de Nederlandse militair tijdens de Tweede Wereldoorlog (tussen de 171 en 173 m). Er kan aangenomen worden dat deze gemiddelde lengte ook gold voor Duitse of geallieerde militairen. Bij een mangat of wapenopstelling was de diepte waarop een militair stond om vuur uit te brengen in het algemeen de lengte tot aan de borst. Dat was met een hierboven genoemde lichaamslengte ongeveer 13 m. De uitgegraven grond werd in het algemeen als een borstwering of achterdekking aangebracht. Door de achterdekking waren de contouren van het hoofd vanaf de zijde van de vijand minder zichtbaar. Onder in het mangat of de wapenopstelling kon nog een verlaging zijn aangebracht voor afwatering of om geheel te kunnen schuilen in de put. Bij een voorbereide gevechtsloopgraaf werd tevens in veel gevallen een verlaging aangebracht zodat militairen zich gedekt konden verplaatsen. Zo’n verlaging was tussen de 30 en 60 cm diep.

Zodoende is bij de verticale afbakening van mangaten wapenopstellingen en loopgraven een algemene diepteligging van 15 meter minus maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog gehanteerd. ,

,

,

,

,

,

,

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

51

Afbeelding 15: Duitse wapenopstellingen en mangaten in een dijk bij de Nederlands-Belgische grens nabij Antwerpen in oktober 1944. De Duitse militairen hebben hier beschikking over een MG-42 op een lafette onderstel. Bron: https://www. canadashistory. ca/explore/military-war/a-grateful-nation. Dergelijke opstellingen bevonden zich ook in het onderzoeksgebied. Hoofdsoort Verschijningsvorm KleinkalibermunitGedumpt , achtergelaten ie (KKM) Handgranaten Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Toebehoren van munitie

4. 6

Min. & max. diepteligging t. o. v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (+116, meter NAP). De maximale diepteligging is 15, meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog (+101, meter NAP).

Naoorlogse ontwikkelingen Naoorlogse ontwikkelingen in een gebied kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van OO in de bodem. In onderstaande afbeelding(en) zijn de veranderingen in het onderzoeksgebied aan de hand van een vergelijking van een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog met een recent satellietbeeld en de tijdlijn van Kadasterkaarten op www. topotijdreis. nl getoond.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

52

Afbeelding 16: Vergelijking tussen de luchtfoto van 19 november 1944 en nu. Er is sinds de Tweede Wereldoorlog veel veranderd in het verdachte gebied. Er is namelijk veel meer bebouwing dan ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Bron: KAD , sortieref. 16-1380 , fotonrs. 3111 , 3112.

4. 7

Indicaties zonder verdacht gebied In de geraadpleegde bronnen zijn tevens indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen die betrekking hebben op het onderzoeksgebied en/of de nabije omgeving maar die niet hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. In de onderstaande tabel is per indicatie met RAP-nummer beargumenteerd waarom de indicatie niet heeft geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. RAP-nummer [RAP_441104A]

[RAP_450123A] , [RAP_450123B]

Gebeurtenis 4 november 1944 Vier Britse Spitfire jachtbommenwerpers van 411 Squadron bombardeerden tussen 16. 35 uur en 17. 15 uur de brug in rA. 0174 met 4 x 500 lb. en 8 x 250 lb. brisantbommen. 23 januari 1945 Geallieerde vliegtuigen schoten 15. 30 om uur meerdere malen boven Doetinchem. Er waren kogels neergekomen het op emplacement van de NS. Ook werd een stuk uit het dak geschoten van het pand op de hoek TerborgsewegSpoorstraat.

Bron TNA UK AIR37/716; TNA UK AIR27/1804/21; TNA UK AIR27/1804/22.

Argumentatie Er werden op de luchtfoto van 29 november 1944 geen

sporen

bombardement

van

een

in het onderzoeksgebied. Er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Op basis van boordwapenbeschieting bakent Bombs Away geen verdachte gebieden omdat de OO zich verspreid over een groot gebied en dus niet precies te lokaliseren. Bovendien is het niet bekend uit welke richting de toestellen aanvielen alsmede hoogte en hoek zij met de waarop boordwapens schoten. De indicatie is derhalve niet afgebakend. waargenomen

Volker , Doetinchem oorlogstijd , 223.

in

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

53

RAP-nummer [RAP_450205A]

Gebeurtenis 5 februari 1945 Er bommen waren neergekomen bij het station. De schade was gering en er vielen geen gewonden

Bron Volker , Doetinchem in oorlogstijd , 223;.

21 maart 1945 De Terborgseweg raakte beschadigd tijdens het bombardement op 21 maart 1945

Nederkoorn , Er op of er onder. Hoe de Achterhoek en Liemers de Duitse bezetting , 466-468.

[RAP_450401A]

1 april 1945 De spoorwegovergang in de Terborgseweg werd opgeblazen door Duitse troepen.

NIMH , toeg. nr. 420 , inv. nr. 28; Volker , Doetinchem in oorlogstijd , 249.

[RAP_450606A] , [RAP_450606B]

6 juni 1945 Op de volgende plekken lagen er nog munitie in Doetinchem: Jeulink , Terborgscheweg: munitie en handgranaten; Terborgscheweg achter de muur ingang links van het kerkhof: één handgranaat;

GA , toeg. nr. 1037 , inv. nr. 285.

[RAP_920301A]

ECAL , toeg. nr. 0758 , inv. nr. 2986.

De locaties waar munitie gedumpt werd , bevinden zich buiten het onderzoeksgebied. de dichtstbijzijnde munitiedumplocatie bevindt zich op circa 20 meter het van onderzoeksgebied. Er zijn geen indicaties gevonden dat er in het huidige onderzoeksgebied dat er op andere locaties dan de waar wapenopstellingen hebben gestaan , OO is achtergebleven. De indicatie is derhalve niet afgebakend.

Geen

3 januari 1992 Na een raketaanval in maart 1945 lagen er twee nietontplofte raketten op de Terborgseweg ter hoogte van de Broekweg. Door een agent waren de raketten in een bomkrater gedeponeerd. Nadat Doetinchem werd bevrijd door Canadese troepen werden de bomkraters in veel gevallen dichtgegooid wat betekende dat de raketten mogelijk waren achtergebleven in de grond. Daarnaast had er op hetzelfde terrein nog een Duitse mitrailleurpost en mortierstelling gestaan waar mogelijk ook munitie bij was achtergebleven. Geschutopstellingen

Luchtfoto’s van 21 februari 1945

Geen

Loopgraven

Luchtfoto’s van 21 februari 1945

Er werden op de luchtfoto’s van 21 februari 1945 twee geschutopstellingen die zich op circa 135 meter van het onderzoeksgebied bevinden waargenomen. De geschutopstellingen bevinden zich daarmee ruim buiten het onderzoeksgebied en werden derhalve niet afgebakend. Op de luchtfoto van 21 februari 1945 werden

[RAP_450321A]

Argumentatie Er werden op de luchtfoto van 21 februari 1945 geen sporen waargenomen van een bombardement in het

onderzoeksgebied. Er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Er werden op de luchtfoto van 23 maart 1945 geen sporen waargenomen van een bombardement in het

onderzoeksgebied. Er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. De spoorwegovergang bevindt zich op circa 75 meter afstand van het onderzoeksgebied. De indicatie werd derhalve niet afgebakend. Een de van munitievondsten werd gedaan op circa 180 meter afstand van het onderzoeksgebied en van de andere munitievondst kon de exacte locatie niet worden vastgesteld. De indicatie is derhalve niet afgebakend.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

54

RAP-nummer

Gebeurtenis

Bron

Argumentatie loopgraven de dichtstbijzijnde loopgraaf zich op circa 150 meter afstand van het onderzoeksgebied bevindt gezien. De loopgraven bevinden zich op ruime afstand van het onderzoeksgebied en werden derhalve niet afgebakend. Op de luchtfoto’s van 21 februari 1945 werden er twee rijen van mangaten in het onderzoeksgebied waargenomen. Mangaten worden alleen verdacht verklaard wanneer ze binnen een straal van 25 meter verdachte van of wapengeschutopstellingen liggen. In dit geval ligt de dichtstbijzijnde wapenopstelling op circa 50 meter. De mangaten zijn daarom niet afgebakend. Op de luchtfoto’s van 21 februari 1945 werden er in de omgeving van het elf onderzoekstracé raketkraters zeven waarvan

Geen

Mangaten

Luchtfoto’s van 21 februari 1945

Geen

Raketkraters

Luchtfoto’s van 21 februari 1945

waargenomen

waarvan

de dichtstbijzijnde zich op circa 35 meter afstand van het onderzoekstracé werd gezien. Wanneer de raketkraters conform de methode Bombs van Away worden afgebakend , leidt dat niet tot een verdacht gebied in het huidige onderzoeksgebied. De raketkraters hebben echter wel bijgedragen aan het vaststellen van het plaatsvinden van een raketaanval het en aantonen dat de schade in het onderzoeksgebied hoogstwaarschijnlijk ontstaan is tijdens een raketaanval en niet veroorzaakt is door een andere oorlogshandeling. De raketkraters – buiten het verdachte gebied – zelf zijn niet als verdacht afgebakend.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er OO in onverdachte gebieden worden aangetroffen. Op basis van dit onderzoek zijn in de geraadpleegde bronnen voor de onverdachte gebieden geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er een verhoogde kans is op OO.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

55

4. 8

Leemten in kennis Op basis van de analyse van de gegevens zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: •

•

• •

Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de nationaliteit van de aan te treffen soorten OO. Dit geldt in het bijzonder voor eventuele door de Duitse eenheden ingezette Beutewaffen en Beutemunition; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen; Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen. Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers. In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar. ,

•

4. 9

Bodembelastingkaart OO Op de Bodembelastingkaart OO is het verdachte gebied (horizontaal en verticaal) binnen het onderzoeksgebied weergegeven gespecificeerd naar hoofdsoort OO. In overleg met de opdrachtgever is de verticale afbakening niet weergegeven op de kaart; voor gegevens over de verticale afbakening wordt verwezen naar paragraaf 4. 5. In de onderstaande afbeelding is de Bodembelastingkaart OO weergegeven. Deze kaart is ook losbladig op A1-formaat (bijlage 6) aan dit Vooronderzoek Conflictperiode OO toegevoegd. ,

,

Afbeelding 17: Bodembelastingkaart OO van het onderzoeksgebied Terborgseweg Doetinchem.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

56

4. 10

Verschillen met reeds uitgevoerde vooronderzoeken In paragraaf 2. 2 staat een overzicht van de reeds uitgevoerde onderzoeken die voor het huidige onderzoek geraadpleegd zijn. Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit deze onderzoeken en de conclusies van het huidige rapport. Hierin zijn verschillen aangetroffen.

VO Spoortracé Zevenaar-Winterswijk T&A Survey ROZ-147 Door T&A Survey werd een groot deel van het onderzoeksgebied verdacht verklaard op geallieerde afwerpmunitie en raketten. Door T&A werd het tracé in Doetinchem verdacht verklaard op afwerpmunitie van 250 lb. tot en met 1. 000 lb. geallieerde brisantbommen en omdat gebleken was uit literatuur archiefstukken uit het gemeentearchief en luchtfoto’s dat er bommen terecht waren gekomen bij de spoorbrug over de Oude IJssel en het gebied langs het ,

spoor bij het station. Daarnaast werd het ook verdacht verklaard op 3 inch luchtgrondraketten met gevechtskop 60 lb. SAP aangezien er ook aanvallen waren geweest met raketten op treinen en werden er raketten gevonden door de EOD bij het station. De horizontale afbakening werd T&A vastgesteld op 144 meter en gedaan aan de hand van de aangevallen doelwitten , namelijk de spoorbrug , spoor en fabrieken vanaf de brug over de Oude IJssel tot aan het spoor bij de Terborgseweg). Tijdens het huidige vooronderzoek werd slechts een deel van het onderzoeksgebied verdacht verklaard op raketten op basis van waargenomen schade aan bebouwing. In het huidige onderzoeksgebied werden daarnaast geen sporen waargenomen van een bombardement met vliegtuigbommen. Op basis hiervan werd er geen verdacht gebied op afwerpmunitie afgebakend. Daarnaast verschilt de verticale afbakening van de raketten ook

met het huidige vooronderzoek. De raketten konden volgens T&A Survey worden aangetroffen tot op een diepte van 35 meter minus maaiveld. Bombs Away stelt daarentegen aangezien er sprake is van een ondergrond met hoofdzakelijk zand waardoor de raketten niet dieper zullen indringen dan 25 meter minus maaiveld (situatie Tweede Wereldoorlog). ,

,

Aanvullend Vooronderzoek Conventionele Explosieven Stationsomgeving Doetinchem Bombs Away 13P036 Het door Bombs Away onderzochte gebied uit 2013 werd ter hoogte van het huidige onderzoeksgebied verdacht verklaard op afwerpmunitie en raketmunitie. De horizontale afbakening werd gedaan aan de hand van de Pin-Pointtargetmethode waarbij er 181 meter (+ 5 meter luchtfotoafwijking) getrokken werd rondom de spoorbrug houtfabriek station en de Becconfabriek. De houtfabriek ligt in het huidige onderzoeksgebied. Tijdens het huidige onderzoek werd enkel een deel van de fabriek verdacht verklaard op raketten. In het huidige onderzoeksgebied werden geen sporen waargenomen van een bombardement waardoor er geen verdacht gebied op afwerpmunitie is afgebakend. De genoemde Pin-Pointtargetmethode is daarnaast een methode die in de huidige richtlijnen van het CS-VROO niet is opgenomen maar wel in de richtlijnen van het WSCS-OCE is vermeld. Dit verklaart het verschil in horizontale ,

,

afbakening. Aanvullend Vooronderzoek Explosieven ZevenaarConventionele Spoortracé Winterswijk BeoBOM 2015-65-VO-09 In het huidige onderzoeksgebied werd door BeoBOM verdacht verklaard op afwerpmunitie tot 1. 000 lb. De horizontale afbakening werd met behulp van Pin-Pointtargetmethode gedaan waarbij er met een buffer van 181 meter is getrokken + 10 meter voor de luchtfotocorrectie. In het huidige onderzoeksgebied werden geen sporen waargenomen van een bombardement met vliegtuigbommen. Hierdoor is er geen verdacht gebied op afwerpmunitie afgebakend.

OO-Verwachtingskaart Gemeente Doetinchem REASeuro RO-220364 Het huidige onderzoeksgebied werd door REASeuro deels verdacht verklaard op raketten en deels verdacht verklaard op afwerpmunitie. Het op afwerpmunitie verdachte gebied in het huidige onderzoeksgebied werd vastgesteld op basis van waargenomen oorlogsschade. Er werd een buffer van 100 meter rondom het gebouw met oorlogsschade getrokken en verdacht verklaard op 250 lb. 500 lb. en 1. 000 lb. brisantbommen. Daarnaast werden de waargenomen raketkraters bij het onderzoeksgebied situationeel afgebakend. Daarvoor werd gekeken naar ,

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

57

de maximale afstand tussen waargenomen schade die gerelateerd kan worden aan een van de raketbeschietingen. Deze afstand bedraagt 87 meter. Deze afstand wordt vermeerderd met 5 meter ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid en 8 meter ter ondervanging van de horizontale ondergrondse verplaatsing. Tijdens het huidige vooronderzoek werd oorlogsschade bij het gebouw niet gekoppeld aan een bombardement maar aan de raketaanval d. d. 8 februari 1945. De oorlogsschade is op raketmunitie afgebakend en niet op afwerpmunitie. Bovendien hebben de raketkraters nabij het onderzoeksgebied hebben niet tot een afbakening van een verdacht gebied in het huidige onderzoeksgebied geleid omdat Bombs Away heeft afgebakend met een kleinere buffer en deze valt niet binnen de grens van het huidige onderzoeksgebied.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

58

5

CONCLUSIE EN ADVIES

5. 1

Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen de beoordeling en evaluatie van de indicaties en contra-indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied Terborgseweg Doetinchem getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog waardoor OO in de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven. Het onderzoeksgebied is derhalve VERDACHT op OO. Het gaat ,

,

om de volgende indicaties: • •

Raketaanval op 8 februari 1945 [RAP_450208A]; Wapenopstellingen.

Aan de hand van deze indicaties zijn binnen de grenzen van het onderzoeksgebied de hoofdsoort subsoort kaliber/gewichtsklasse nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke OO alsmede de horizontale en de verticale afbakening van het verdachte gebied vastgesteld. Ook is voor de hoofdsoort afwerpmunitie het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal vastgesteld. De conclusies staan in de onderstaande paragrafen beschreven. ,

5. 1. 1

,

,

Afbakening verdachte gebieden Raketaanval op 8 februari 1945 [RAP_450208A] Op 8 februari 1945 vond er een raketaanval

plaats op het Houtbedrijf in het onderzoeksgebied uitgevoerd door geallieerde jachtbommenwerpers. Er werd bij een van de gebouwen van het Houtbedrijf oorlogsschade waargenomen op de luchtfoto’s van 21 februari 1945. De waargenomen oorlogsschade is met een buffer van 14 meter (+ 5 meter georeferentie-afwijking) afgebakend. De raketmunitie kan worden aangetroffen tot op een maximale diepte van 25 meter minus maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Dit staat gelijk aan +91 meter NAP ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. ,

,

Wapenopstellingen Op de luchtfoto’s van 21 februari 1945 werden de vier wapenopstellingen in het onderzoeksgebied verdacht verklaard op KKM handgranaten geweergranaten munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren omdat er in de binnenstad van Doetinchem grondgevechten hebben plaatsgevonden in april 1945. Tijdens de grondgevechten was het terrein in gebruik door Duitse eenheden en direct na de bevrijding werd het terrein door geallieerden eenheden betrokken. Op basis hiervan bestaat de kan dat bij het verlaten van het terrein zowel Duitse als geallieerde militairen munitie en toebehoren hebben achtergelaten/gedumpt. De wapenopstellingen zijn daarom verdacht verklaard en hun contouren zijn afgebakend (+5 meter georeferentie-afwijking). De KKM handgranaten geweergranaten munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren kunnen daarnaast worden aangetroffen tot op een maximale diepte van 15 meter minus maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Dit staat gelijk aan +101 meter NAP ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

5. 1. 2

Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit dit rapport en de conclusies van eerder uitgevoerde vooronderzoeken. Hierin zijn verschillen aangetroffen met de onderzoeken van T&A Survey Bombs Away BeoBOM en REASeuro met betrekking tot de afbakening van raketten en afwerpmunitie. Deze verschillen zijn in paragraaf 4. 10 in detail beschreven. ,

5. 2

,

Leemten in kennis Samenvattend zijn er de volgende leemten in kennis zijn:

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

59

• • • •

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Een groot deel van de archiefstukken van het gemeentearchief van Doetinchem uit de Tweede Wereldoorlog zijn verloren gegaan tijdens de bombardementen in maart 1945; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Tevens waren niet voor alle (voormalige) gemeenten (bruikbare) omnummeringslijsten aanwezig. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren.

Voor dit onderzoek geldt dat een deel van de luchtfoto’s matige (B) of slechte (C) kwaliteit waren; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; Defence Overprints geven doorgaans een indicatie voor de locatie van eventuele militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied. Defence Overprints werden echter gemaakt op basis van luchtfoto’s en geven derhalve net als luchtfoto’s een momentopname weer. De militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied kan zowel voor tussen als na de betreffende Defence Overprints gewijzigd zijn; De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO.

Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de nationaliteit van de aan te treffen soorten OO. Dit geldt in het bijzonder voor eventuele door de Duitse eenheden ingezette Beutewaffen en Beutemunition; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen; Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen. Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers. In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar. ,

•

•

•

,

,

•

,

,

,

•

,

•

•

• •

,

•

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

60

5. 3

Advies Op basis van de resultaten van dit Vooronderzoek Conflictperiode OO en de conclusies is het onderzoeksgebied gedeeltelijk VERDACHT op OO. 5. 3. 1

Onverdachte gebieden In de gedeelten van het onderzoekdgebied die ONVERDACHT zijn op OO kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de opsporing van OO. De (grond-)werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd. Indien tijdens werkzaamheden toch een OO of verdacht voorwerp wordt aangetroffen is het zaak de juiste procedure direct te starten: het voorwerp niet beroeren en de politie meteen op de hoogte stellen. Deze zal indien noodzakelijk de EODD inschakelen om het OO te ruimen. ,

,

5. 3. 2

,

Verdachte gebieden In de gebieden die VERDACHT zijn op OO wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen (grond-)werkzaamheden vervolgstappen te ondernemen in de opsporing van OO. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. •

•

Het verplaatsen van de werkzaamheden buiten de verdachte gebieden binnen de grenzen van het huidige onderzoeksgebied (in horizontale en/of verticale zin) indien dit mogelijk is. Worden de werkzaamheden buiten de grenzen van het onderzoeksgebied verplaatst dan wordt geadviseerd om een (nieuw) Vooronderzoek Conflictperiode OO uit te laten voeren voor de locaties waar de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd; Het laten uitvoeren van een Vooronderzoek Na-Conflictperiode (VNC) met een risicoanalyse (RA) OO waarbij dit Vooronderzoek Conflictperiode OO als basis zal dienen. Het VNC heeft als doelstelling om de naoorlogse werkzaamheden binnen de verdachte gebieden nauwkeurig in beeld te brengen. Hierbij wordt gekeken naar reeds uitgevoerde naoorlogse afgravingen en/of verhogingen indien alle naoorlogse werkzaamheden in beeld zijn kan een definitieve verticale afbakening worden opgesteld pas hierna kan er gekeken worden of het mogelijk is de verdachte gebieden in verticale zin te passeren. De RA-OO heeft tot doelstelling het vaststellen en beoordelen van de risico’s van de in de verdachte gebiedenmogelijk aanwezige OO gegeven de toekomstige werkzaamheden in het onderzoeksgebied. Daartoe worden de risico’s op schade en letsel ten gevolge van een accidentele werking van OO geïnventariseerd en beoordeeld.

Tevens wordt op basis van een analyse van de risico’s van OO voor de daadwerkelijke uitvoering van het project bepaald wat de meest geschikte opsporingstechniek of andere beheersmaatregelen zijn; Het direct laten uitvoeren van opsporingswerkzaamheden door een CS-OOO 52 gecertificeerd bedrijf. De opsporingstechniek is afhankelijk van de hoofdsoort OO en de diepteligging hiervan. ,

,

,

,

•

5. 3. 3

Advies voor het huidige onderzoeksgebied Aangezien er veel naoorlogse ontwikkelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied wordt er geadviseerd om een VNC (Vooronderzoek NaConflictperiode) uit te laten voeren. Met een VNC kan in kaart gebracht worden in hoeverre de grond in het verdachte gebied sinds de Tweede Wereldoorlog geroerd is en of de verdachte laag in de bodem nog wel of niet aanwezig is.

Tot slot wordt aan de opdrachtgever aanbevolen om het rapport te overleggen aan de gemeente Doetinchem. Aangezien er sprake is van de afbakening van een verdacht gebied wordt hier conform de richtlijnen van het CS-VROO door Bombs Away melding van gemaakt bij de gemeente waarbinnen dit gebied is gelegen. ,

52 Indien een gecertificeerd

opsporingsbedrijf beschikt over een managementsysteemcertificaat OCE dat is afgegeven voor 1 januari 2021 , behoudt dit certificaat zijn geldigheid voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat , mits de certificaathouder vanaf die datum voldoet aan de eisen van het huidige certificaatschema en de daarbij behorende bijlagen. 24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

61

6

BIJLAGEN

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

62

Bijlage 1

Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (VO OO)

In het ‘Certificatieschema vooronderzoek (VO) en risicoanalyse (RA) Ontplofbare oorlogsresten (OO)’ staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit het bronnenonderzoek worden beoordeeld en op basis daarvan wordt gemotiveerd vastgesteld: 1.

of er in het onderzoeksgebied sprake is van concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en zo ja; hoofdsoort subsoort kaliber/gewichtsklasse nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke ontplofbare oorlogsresten en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ,

2. 3.

,

,

,

ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal; horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied.

Bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1.

Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a.

Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een concrete aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied wordt bijlage 2a als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwt; Indien er sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd; Indien er geen sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd. ,

b.

,

c.

,

2.

Indicaties/contra-indicaties

dienen een locatieverwijzing te hebben aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.

b. c.

,

indicaties/contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing wordt dit ,

gedocumenteerd; bij gebruikmaking van indicaties/contra-indicaties uit geschreven bronnen dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden ,

overgenomen.

3.

Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s dient de validiteit van de classificatie vastgelegd te worden in de volgende twee niveaus van betrouwbaarheid. a.

b. c.

Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50 % of hoger). Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid lager dan 50 %).

De betrouwbaarheid van de classificatie wordt per object vastgelegd. Indien een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. 4.

,

De interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 vindt als volgt plaats:

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

63

a.

b.

c.

De organisatie rapporteert de wijze waarop de luchtfotobeelden zijn geoptimaliseerd voor interpretatie; De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de indicaties zoals genoemd in bijlage 2; Bij de interpretatie dienen aantoonbaar ten minste twee deskundigen ter zake luchtfotointerpretatie te worden betrokken zowel betreffende de classificatie van objecten als het betrouwbaarheidsniveau zoals bedoeld onder punt 3. ,

5.

De conclusie wordt vastgesteld op basis van indicaties en/of contra-indicaties waarvan de betrouwbaarheid door de organisatie is getoetst door het stellen van de onderstaande vragen. a.

b. c.

d.

Betreft het informatie uit een primaire bron of uit een secundaire bron?; Kan de informatiebron op zichzelf als betrouwbaar worden beschouwd aangaande de feiten die de bron vermeldt?; Komt de informatie uit een bron overeen met informatie over dezelfde -(contra-)indicatie? Aan de hand van de antwoorden op deze vragen wordt de betrouwbaarheid van de bron geëvalueerd. Indien een informatiebron of informatie welke doorslaggevend is voor de conclusie VERDACHT als overwegend onbetrouwbaar wordt beschouwd dient dit in de rapportage te worden vastgelegd. ,

6.

Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT/ONVERDACHT voor het onderzoeksgebied of een deel daarvan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a.

b. 7.

Het

De conclusie VERDACHT wordt gehanteerd indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er volgens een onderbouwde inschatting van de organisatie voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten; De conclusie ONVERDACHT wordt gehanteerd voor dat deel van het onderzoeksgebied dat niet als verdacht gebied wordt aangemerkt. verdachte

gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend gespecificeerd per mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

hoofdsoort a.

b.

,

van

Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 als richtlijn gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwd. Uitgangspunten verticale afbakening: i. bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort dient specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval: bodemtype gewicht en kaliber/diameter van ontplofbare oorlogsresten; ii. voor het berekenen van de indringingsdiepte van afwerpmunitie wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode. Indien de verwachtte ontplofbare oorlogsresten in de catalogus van het ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven (Deltares 1210497-000 2015) aanwezig zijn dient tenminste deze rekenmethode gebruikt te worden. Bevinden de verwachte ontplofbare oorlogsresten niet in de catalogus wordt beschreven en gemotiveerd welke rekenmethode wel is gebruikt. Indien naast de “Deltares methode” andere rekenmethoden worden toegepast worden de verschillen tussen beide methoden en de uitkomsten daarvan in de rapportage verklaard; iii. indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden wordt op basis daarvan bepaald of en zo ja tot welke diepte minus huidig maaiveld/ huidige (water)bodem en ten opzichte van NAP de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten kan worden uitgesloten; iv.

de verticale afbakening wordt uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP en als dat niet mogelijk is wordt dit uitgedrukt in de diepte ten opzichte van de maaiveldhoogten ten tijde van WOII. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

64

c.

Uitgangspunten horizontale afbakening: i. bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt op basis van het beschikbare bronnenmateriaal de geografische tolerantie gerapporteerd en bij een geografische tolerantie van meer dan 10 meter wordt de reden daarvan gemotiveerd; ii. voor luchtfoto’s wordt de wijze waarop dit is gegeorefereerd beschreven; iii. het verdachte gebied wordt weergegeven op een wijze waardoor de positie ten opzichte van het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting (RD) nauwkeurig te herleiden is; iv. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening een basis hebben in wetenschappelijk of empirisch onderzoek wordt voor dit onderzoek een voor derden herleidbare bronvermelding gegeven; v. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening arbitrair bepaald zijn wordt dit als zodanig in de rapportage benoemd. De verschijningsvorm van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten wordt vastgesteld en gerapporteerd. ,

,

,

,

d.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

65

Bijlage 2

Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek (CS-VROO)

Deze bijlage maakt onderdeel uit van hoofdstuk 3 van de Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten en wordt gebruikt om te beoordelen of er concrete aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken. Deze bijlage bevat per indicatie een uitgebreide opsomming van factoren waarmee de onderzoeker rekening moet houden bij de beoordeling of sprake is van een verdacht gebied en zo ja bij de afbakening van dit gebied. Naast deze uitgangspunten die door de onderzoeker worden toegepast is een ‘referentiekader’ opgesteld met gedeelde kennis uitgangspunten en referentiedocumenten. Dit is een meer dynamisch deel en dat valt buiten dit certificatieschema. ,

,

,

,

Beoordelen bronnenmateriaal conflictperiode Militair object Indicatie Algemene omschrijving

Militair object Gebouw , bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken , al dan niet voorzien van wapens en/of OO , dat dient ter verdediging , voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: • veldversterkingen (lichte constructie van hout , grond e. d. ); • zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton , baksteen/beton combinaties); • duurzame versterking (zwaar gewapend beton , eventueel met stalen pantserdelen).

Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht: • wapenopstelling; • geschutopstelling; • barak; • munitieopslag , al dan niet in open veld; • zoeklichtopstelling; • radaropstelling; • gevechtsloopgraaf; • communicatieloopgraaf; • schuilloopgraaf; • schuttersput; • mangat; • tankgracht- of geul; • bunker , in de vorm van zware of duurzame versterking; • kampement; • obstakel , zoals prikkeldraadversperring , wegafzetting ,

Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied

drakentand , palenveld tegen luchtlandingen , net tegen torpedo’s en afgezonken schip; • een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de aard/functie van het object; • of het object onderdeel vormde van een groter geheel; • het aantal vermoedelijk aanwezige OO ter plaatse van

het militair object gedurende het gebruik daarvan; • de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar OO werden opgeslagen; • tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: voordat de bevrijding plaatsvond , opmars vijandelijke troepen , algehele capitulatie , verplaatsen van wapens); • informatie over het opruimen van het militaire object en/of de daar aanwezige OO; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest. • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan , en zo ja , welke relatie deze OO heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

66

Mijnenveld Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied

Mijnenveld Geregistreerd mijnenveld of gebied waar ooit de aanwezigheid van landmijnen is vermoed. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het aantal en type gelegde mijnen; • het aantal en type geruimde mijnen; • of het mijnenveld meerdere keren op aanwezigheid van mijnen is onderzocht; • de nauwkeurigheid van de aangegeven begrenzing van het mijnenveld; • verschijningsvorm; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het mijnenveld

aanwezig zijn geweest; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het mijnenveld of in de nabijheid daarvan , en zo ja , welke relatie deze OO heeft/hebben met het mijnenveld.

Dumplocatie van OO Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied

Dumplocatie van OO Informatie dat op een specifieke locatie OO in de landbodem en/of waterbodem zijn gedumpt met als doel OO te verwijderen of te verbergen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het type of de typen OO die zijn gedumpt; • losse OO of verpakt; • wijze van dumping (met vrachtwagen , met de hand , vanaf een vaartuig); • locatie van dumping (land/water); • de verplaatsing van OO in het water en de ophoping bij obstakels in het water

dumping van OO in water.

ingeval van

Vliegtuigcrash Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied

Vliegtuigcrash Het neerkomen van (delen van) een militair vliegtuig , niet zijnde een geslaagde (nood)landing. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • of er aanwijzingen

zijn dat er onderdelen van het toestel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de waterbodem zijn achtergebleven , en zo ja: • de bekende locatie(s) van neerkomen; • de OO die aan boord waren bij neerkomen; • de toestand van het toestel bij neerkomen; • schadebeeld; • de bergingswerkzaamheden die in de verschillende tijdvakken (in de directe nasleep van de crash , direct na de bevrijding en daarna) hebben plaatsgevonden; • de ondergrondse verplaatsing van het toestel of delen daarvan; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de crashlocatie , en zo ja , welke relatie deze OO heeft/hebben met de crash; • de mogelijke aanwezigheid van stoffelijke resten , milieukundige bodemverontreiniging (zoals brandstof) en archeologisch erfgoed.

Vernielingslading Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied

Vernielingslading Vernielingslading (al dan niet in werking gesteld) Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • gebruikte OO als vernielingslading; • de aard van het te vernietigen object , zoals gebouwen , bruggen en wegen; • de (locatie van) de plaatsing van de vernielingslading ten opzichte van het

te vernietigen object; • of de lading (gedeeltelijk) in werking is gesteld en of daardoor een deel van de vernielingslading is verplaatst; • schadebeeld; • opruimwerkzaamheden ter plaatse van het vernietigde object;

24P099 definitief rapport VO OO Terborgseweg Doetinchem versie 1. 0 d. d. 17 september 2024

67

Indicatie

Vernielingslading • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het te vernietigen object , of in de nabijheid daarvan.

(Ongecontroleerde) massa explosie/vernielingslocatie Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied

(Ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie (Sympathische) detonatie van een explosievenvoorraad zoals bijvoorbeeld een munitieopslag of munitietrein of een locatie waar OO vernietigd zijn. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locatie waar de explosie(s) heeft/hebben plaatsgevonden (primaire detonatiehaard); • de wijze waarop de explosie(s) tot stand is/zijn gekomen (bijv. beschieting , ongeval of

gecontroleerde detonatie); • de voorziening waarin de OO waren ondergebracht/gelegen ten tijde van de explosie (bijvoorbeeld een gebouw , een open munitieopslagvoorziening , een springput waarin de OO zijn ingegraven , aan boord van trein/vrachtwagen/schip); • de terreineigenschappen/geografische omstandigheden van het gebied waar de explosie/vernietiging heeft plaatsgevonden; • de hoofdsoort , subsoort , type en aantal/hoeveelheid van de opgeslagen/aanwezige bij de explosie betrokken OO; • het tijdsbestek waarin de massa-explosie/munitievernietiging heeft plaatsgevonden; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van de (ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie , en zo ja , of deze OO een relatie heeft/hebben met de explosie; • de locaties waar als gevolg van de explosie weggeslingerde OO zijn beland en de spreiding ervan; • de vraag of weggeslingerde OO direct na de explosie aan de oppervlakte is/zijn gebleven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8364/documents/51619