B13.07 Bijlage 7 onderbouwing - vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten spoortrace Zevenaar-Winterswijk
Tekst van het document
| Van | een | allesvernietigende | werking | is | sprake op | relatief | korte | afstand | van | de | ontploffing. | Op | grotere | afstand | kan | echter | ook | enorme | schade worden | aangericht | , | door | de | drukgolf | , | welke | o. a. | scherfwerking | tot | gevolg | heeft. 830 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | | Op basis van het archief- en literatuuronderzoek , alsmede de luchtfotoanalyse is het verdachte gebied in horizontale dimensie als volgt begrensd: Afwerpmunitie Uit het archiefmateriaal en de geraadpleegde literatuur is gebleken dat grote delen van de projectlocatie zijn getroffen door bombardementen. Binnen het werkgebied zijn meer dan 150 kraters van afwerpmunitie gesignaleerd. Door deze hoge concentratie kraters , valt het niet meer vast te stellen welke kraters door welk bombardement zijn veroorzaakt. Uit enkele gesignaleerde kraterpatronen kon wel de maximale onderlinge afstand tussen twee opvolgende bommen vastgesteld worden. Het verdachte gebied afwerpmunitie is derhalve als volgt conform het WSCS-OCE afgebakend: Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende door deze afstand inslagen te projecteren binnen een op inslagpatroon de buitenste bepaald. inslagen van Het het verdachte inslagenpatroon.
gebied wordt Dat afgebakend is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Uit de luchtfoto-analyse is gebleken dat gemiddeld genomen de maximale afstand tussen twee opvolgende kraters , binnen een duidelijk kraterpatroon , maximaal 80 meter bedraagt. Hierbij dient dan nog de luchtfotocorrectie van 10 meter en een maximale ondergrondse horizontale verplaatsing van 15 meter bij opgeteld te worden. Deze 105 meter is als buffer rond iedere krater getrokken is getrokken , teneinde rondom er de zeker op een van gemeentekaart te zijn dat alle geregistreerde kraters correct inslagen zijn afgebakend. van de gemeente Eenzelfde Wisch. buffer Ten Doetinchem. slotte is er Daarom geen duidelijk is ervoor kraterpatroon gekozen om zichtbaar dit bombardement van het bombardement af te bakenen volgens op de spoorbrug de definitie bij ‘duikbombardement op zgn. “Pin Point Target” , inslagenpatroon onbekend’. Hierbij is het hart van de spoorbrug over de Oude IJssel als doel genomen en van daaruit een buffer gemeten van 181 meter en een luchtfotocorrectie van 10 meter. 81 ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | Aanvullend | vooronderzoek | | EL | mn | B | 4 Jy | N Figuur | 44. | Het | op | de aanwezigheid | van | afwerpmunitie | (max. | 1000 | Ib. ) verdachte | gebied | tussen | Varsseveld | en | Aalten.
Raketten Op | basis | van | een | analyse | van | de | literatuur | , | het | archiefmateriaal | en | luchtfoto’s | is | bekend | dat tussen | september | 1944 | en | maart | 1945 | er | raketbeschietingen | hebben | plaatsgevonden | binnen | het projectgebied | , | waarbij | het | maximale | kaliber | van | de | gebruikte | springkoppen | op | de | 3 | en | 4. 5 | inch raketten | een | 60 | Ib. | SAP | was. | De | kraterpatronen | van | deze | aanvallen | zijn | op | de | luchtfoto’s | echter niet | voor | alle | aanvallen | te | zien. | Daarom | is | ervoor | gekozen | om , | conform | de | WSCS-OCE | , | het | op raketten | verdachte | gebied | af | te | bakenen | volgens | de | indicaties | ‘raketbeschieting | op | zgn. | Pin | Point Target’ | en | ‘raketbeschieting | inslagenpatroon | bekend’. Volgens | de | WSCS-CE | dient | het | op | raketten | verdachte | gebied | afgebakend | te | worden | door | een afstand | te | meten | van | 108 | meter | vanuit | het | hart | van | de | doelen | (Pin | Point | Target). | In | dit | geval waren | twee | bekende | doelen | de | Beccon-fabriek | bij | Doetinchem | en | het | fabriekencomplex | Pelgrim bij | Gaanderen. | BeoBOM | heeft | besloten | hier | nog | eens | 10 | meter | extra | bij | op | te | tellen | vanwege | de afwijkingen | die | kunnen | ontstaan | bij | de | luchtfotocorrectie.
| Het | verdachte | gebied | is | dus afgebakend | op | 118 | meter | vanuit | Pin | Point | Targets. Bij | de | waargenomen | inslagen | van | raketbeschietingen | bij | Wehl | en | tussen | Aalten | — | Winterswijk | is de | maximale | afstand | gemeten | tussen | twee | opeenvolgende | inslagen | binnen | een | patroon. | Deze afstand | bedraagt | 40 | meter. | Daarbovenop | is een | luchtfotocorrectie | van | 10 | meter | genomen | en | vijf meter | voor | de | eventuele | maximale | ondergrondse | horizontale | verplaatsing. | Het | verdachte | gebied rondom | de | kraters | is dus | afgebakend | op | 55 | meter | vanuit | het | hart | van | de | inslagpunten. Ten | slotte | dient | nog | wel | opgemerkt | te | worden | dat | raketaanvallen | hoogst | onnauwkeurig | waren | , zo | blijkt | uit | de | recente | studie | over | ‘Aanvallen | met | jachtbommenwerpers | — | tactieken | en nauwkeurigheid{/spreiding | van | inslagen’. | In | deze | studie | wordt | gesteld | dat | ‘onder | de | meest 82 Aanvullend vooronderzoek \ ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) gunstige omstandigheden piloten met een gemiddelde ervaring geluk hadden als de raketten binnen een cirkel van 150 yards [137 meter] van het doelwit insloegen’. ”® SAP) verdachte Lt gebied bij Gaanderen. fe Figuur 45.
Het op de aanwezigheid van raketten (6o Ib , Restanten V-1 Op basis van een analyse van de luchtfoto’s is bekend dat binnen het projectgebied een Va is neergestort. Conform het WSCS-OCE is een gebied van 50 meter vanuit het hart van de zichtbare krater afgebakend als zijnde verdacht op de aanwezigheid van restanten van een V4. In veel gevallen dat in de trad bodem bij het brokken neerstorten springstof niet alle aanwezig explosieve zijn. stof De brandstof in werking , van waardoor de V1 bevat er de kans voorts bestaat sterk kankerverwekkende stoffen en levert risico’s op voor het milieu. “6 _Expload Explosievenadviseurs , Informatiebundel nauwkeurigheid/spreiding van inslagen (10 juni 2014) , blz. 15. 1B-140211: Aanvallen met jachtbommenwerpers — tactieken en 83 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) Nm K N Figuur 46. Het op restanten van een Vi verdachte gebied ten westen van Didam. 84 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | | Geschutmunitie Op basis van een (verschoten) analyse van de literatuur , het archiefmateriaal en luchtfoto’s kan worden gesteld dat een groot deel van het gebied getroffen is door beschietingen met geschut.
Conform het WSCS-OCE is daarom een gebied afgebakend volgens de indicatie ‘Artillerie , mortier- of raketbeschieting ; gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut , mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Volgens de WSCS-OCE dient een dergelijk gebied situationeel afgebakend te worden in de horizontale dimensie. BeoBOM heeft ervoor gekozen om het verdachte gebied verschoten geschutmunitie af te bakenen aan de hand van de waargenomen inslagkraters op de luchtfoto’s. Uit deze analyse blijkt dat er slechts een aantal locaties binnen het projectgebied verdacht zijn , te weten Didam , Varsseveld en enkele gebieden ten oosten van Aalten. Er blijf daarnaast wel een verhoogd risico bestaan van het aantreffen van (verschoten) geschutmunitie rondom Westervoort in , de Didam buurt van en Doetinchem. Duitse loopgraven Hoewel en er aan stellingen de hand , voornamelijk van het luchtfotomateriaal in het gebied geen verdacht gebied bij deze locaties kan worden afgebakend , zijn er in het verleden wel enkele EOD-ruimingsmeldingen geweest van (verschoten) geschutmunitie. Daarom valt niet uit te sluiten dat in deze gebieden geschutmunitie kan worden aangetroffen. /i En Figuur 47. Het op verschoten geschutmunitie verdachte gebied bij Varsseveld.
85 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | Nm Geschutmunitie (achtergelaten) Op basis van een analyse van de luchtfoto’s zijn er verschillende geschutstellingen in het projectgebied gesignaleerd. Conform het WSCS-OCE dient een geschutstelling als verdacht op (achtergelaten) opstelling. geschutmunitie te worden afgebakend 25 meter rondom het hart van de ì dé ek Figuur 48. Voorbeeld van de horizontale afbakening van het op achtergelaten geschutmunitie verdachte gebied bij Wehl. 86 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | | Klein-kalibermunitie , hand- en geweergranaten , (munitie voor) granaatwerpers Op basis van een analyse van de luchtfoto's zijn er verschillende loopgraven en wapenopstellingen binnen het projectgebied gesignaleerd. Conform het WSCS-OCE is het gebied binnen de contour loopgraaf en wapenopstelling verdacht op de aanwezigheid van achtergelaten klein-kalibermunitie , hand- en geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers. Bij de afbakening van het verdachte gebied is een buffer getrokken van 10 meter vanuit het hart van de loopgraven en wapenopstellingen , ten behoeve van de luchtfotocorrectie. Didam.
Om de verticale afbakening van het verdachte gebied te kunnen vaststellen dient conform het WSCS-OCE rekening te worden gehouden met de volgende gegevens: & Verwachte indringingshoek en —snelheid ; & Gewicht ; & De vorm en diameter van de CE ; & _Bodemweerstand. Bodemweerstand Bij DINOloket zijn voor het werkgebied de beschikbare sonderinggegevens opgevraagd. Bij de berekening van de maximale penetratiediepte van CE dient te worden uitgegaan van deze sonderingen. Bij het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) zijn de huidige maaiveldhoogten binnen het werkgebied nagegaan. Met behulp van historisch kaartmateriaal zijn de maaiveldhoogten voor de periode 19401945 nagegaan. Hierbij is vastgesteld dat de laagste maaiveldhoogte binnen het werkgebied , rond de 113m+NAP , ligt. De hoogste maaiveldhoogte , ligt 87 Aanvullend vooronderzoek | | rond de 350m+NAP. , Hiermee samenhangend , is vastgesteld dat de bodemopbouw per locatie zeer verschillend is. Zo valt de regio Zevenaar in het rivierengebied , terwijl de regio rondom Varsseveld en Winterswijk op een dekzandrug ligt. Daar n kilometer , een rvlakte heeft van een heeft van le len het werkgebi kleine 14. 000 vierkante kilometer en verschillende geologische grondafzettingen doorsnijdt , mn: ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) de maximale penetratiediepte van CE per locatie zeer sterk.
Om deze reden is voor dit Ï vooronderzoek geen verticale Û afbakening itgevoerd en dient in geval van geplande werkzaamheden , per locatie te worden berekend wat de maximale penetratiediepte van CE bedraagt. Een algemene berekening is om bovengenoemde redenen niet representatief voor het gehele gebied. De voornaamste verschillen tussen de huidige bodembelastingkaart en de bestaande van T&A Survey ontstaan door een vernieuwde afbakening van de verdachte gebieden (namelijk conform het WSCS-OCE). Op enkele plaatsen zijn door BeoBOM meer verstoringen gesignaleerd dan in het ook dit leidt tot een afwijkende horizontale vooronderzoek door T&A Survey het geval is ; afbakening. Een voorbeeld hiervan betreft bijvoorbeeld de regio Varsseveld. De verdachte (deel)gebieden 13 , 14 en 15 van T&A Survey zijn door het hanteren van Bijlage 3 (Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek) uit het WSCS-OCE aanzienlijk gekrompen. In het onverdachte (deel)gebied ten westen van Varsseveld zijn daarentegen twee indicaties (een bomkrater en granaatinslagen) op het luchtfotomateriaal aangetroffen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van CE binnen dit gebied.
88 ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | Aanvullend | vooronderzoek | | | Conclusie | en | aanbevelingen ProRail | is voornemens | over | te | gaan | tot | de | uitvoering | van | diverse | werkzaamheden | op | het | tracé Zevenaar | — | Winterswijk. | Het | gaat | hierbij | om | de | vernieuwing | van | spoorstukken | , | de overwegbevloering | , | de | ballast | , | ES-dassen | , | bevestigingsconstructie | , | dwarsliggers | , | wissels | en | de 3kV-kabel | Winterswijk-Terborg. | Dit | vindt | plaats | bij | kilometrering | 1. 05-1. | 08 , | 1. 32-1. | 36 , | 20. | 84-26. | 28 , 27. | 05-27. | 42 , | 32. | 52-32. | 56 , | 0. 00-27. | 30. | Omdat | de | mogelijkheid | bestaat | dat | tijdens oorlogshandelingen | in | de | Tweede | Wereldoorlog | conventionele | explosieven | (hierna: | CE) | in | of | in de | directe | nabijheid | van | het | werkgebied | zijn | achtergebleven | , | heeft | BeoBOM | voorafgaande | aan de | werkzaamheden | voorliggend | onderzoek | uitgevoerd. Het | gaat | hierbij | om | een | aanvullend | vooronderzoek. | In | 2012 | heeft | T&A | Survey | een | vooronderzoek uitgevoerd | (Historisch | vooronderzoek | naar | de | aanwezigheid | van | niet | gesprongen | conventionele explosieven | ter | plaatse | van | spoortracé | Zevenaar-Winterswijk | , | projectnummer | L-NGEoo1 | , rapportnummer | ROZ-147 | versie | 20 , | d. d.
| 01-05-2012) | , | dat | niet | volledig | voldoet | aan | de | eisen | van | het WSCS-OCE. | De | betreffende | onderdelen | welke | niet | voldoen | aan | het | WSCS-OCE | zijn | in | dit aanvullende | vooronderzoek | uitgevoerd | , | met | betrekking | tot | het | werkgebied | zoals | getoond | in voorliggend | document. In | de | geraadpleegde | bronnen | zijn | enkele | feitelijke | aanwijzingen | aangetroffen | voor | de | mogelijke aanwezigheid | van | CE | binnen | het | werkgebied. | Uit | het | geraadpleegde | bronnenmateriaal | is gebleken | dat | binnen | de | contouren | van | het | werkgebied | (mogelijk) | de | volgende | typen | CE | kunnen worden | aangetroffen: Afwerpmunitie Uit | de | beschikbare | gegevens | is gebleken | dat | er | binnen | het | huidige | werkgebied | mogelijk | CE | in | de vorm | van | afwerpmunitie | (max. | 1000 | Ib. | GP) | is | achtergebleven. | Omwille | van | de | lengte | van | het tracé , | dient | in geval | van | geplande | werkzaamheden | de | maximale | penetratiediepte | van | dit | CE | per locatie | te | worden | berekend. Raketten Tevens | is gebleken | dat | er | binnen | het | huidige | werkgebied | mogelijk | CE | in de | vorm | van | raketten | (60 Ib. ) | is | achtergebleven.
| Omwille | van | de | lengte | van | het | tracé | , | dient | in | geval | van | geplande werkzaamheden | de | maximale | penetratiediepte | van | dit | CE | per | locatie | te | worden | berekend. Restanten | van | V-1 | wapen Uit | het | luchtfotomateriaal | is | gebleken | dat | er | ten | westen | van | Didam | een | V1 | wapen | is neergekomen. | Omdat | in | veel | gevallen | niet | alle | explosieve | stof | in | werking | trad | bij | detonatie | , waardoor | er | de | kans | bestaat | dat | in | de | bodem | brokken | springstof | aanwezig | zijn , | is conform | het WSCS-OCE | een | verdacht | gebied | afgebakend | van | 5o | meter | rondom | het | hart | van | de | inslagkrater. Tevens | dient | er | rekening | worden | gehouden | met | risico’s | voor | het | milieu | , | wegens | de | sterk kankerverwekkende | stoffen | die | de | brandstof | van | het | V-1 | wapen | bevat. Geschutmunitie | (verschoten) Binnen | het | werkgebied | zijn | mogelijk | CE | in | de | vorm | van | verschoten | geschutmunitie | (diverse kalibers | tot | maximaal | 12 | cm) | achtergebleven. | Omwille | van | de | lengte | van | het | tracé | , | dient | in | geval 89 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | | van berekend.
geplande werkzaamheden de maximale penetratiediepte van dit CE per locatie te worden Geschutmunitie (achtergelaten) Op diverse locaties binnen het werkgebied is mogelijk sprake van CE in de vorm van achtergelaten geschutmunitie geplande werkzaamheden (onbekend kaliber). de maximale Omwille penetratiediepte van de lengte van van dit het CE tracé per , dient locatie in te geval worden van berekend. Klein-kalibermunitie , handgranaten , geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers Op diverse locaties binnen het werkgebied is mogelijk sprake van CE in de vorm van achtergelaten klein-kaliber Omwille van munitie de lengte , hand- van en het geweergranaten tracé , dient in geval en munitie van geplande voor granaatwerpers werkzaamheden (diverse de maximale typen). penetratiediepte van dit CE per locatie te worden berekend. Advies Ter plaatse van de diverse verdachte gebieden voorgenomen werkzaamheden de uitvoering van een opsporingsproces. adviseert BeoBOM voorafgaande aan de 90 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | Inventarisatiekaart ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) Bijlage 1. (losbladig) NN 91 Aanvullend vooronderzoek ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) | ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) Bijlage 2. Bodembelastingkaart (losbladig) 92