CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B13.05a Bijlage 5a onderbouwing - aanvullend verkennend bodemonderzoek Kop van de Passerelle

beeldvormende raad 14 oktober 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2026-1G25.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

september ’26 0 Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl Onderwerp: verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem Projectnummer: 25-M11871-01 Opdrachtgever: BJZ.nu Datum: 8-9-2026 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 1 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem datum 8-9-2026 projectnummer 25-M11871-01 in opdracht van BJZ.nu Dokter van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle uitgevoerd door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN- ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018” (het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (excl. maaiveldinspectie)) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. onderwerp verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem Inhoudsopgave 1 | INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1 | Algemeen.................................................................................................................................... 3 1.2 | Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................... 3 1.3 | Doel van het onderzoek .............................................................................................................. 3 1.4 | Referentiekader van het onderzoek ...........................................................................................

4 1.5 | Opbouw van het rapport ............................................................................................................. 4 2 | VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1 | Hypothese en onderzoeksstrategie .......................................................................................... 24 3.1 | Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 25 3.2 | Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 28 4 | CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 30 4.1 | Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................................ 30 4.2 | Toetsingscriteria ....................................................................................................................... 32 4.3 | Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................................ 38 4.3.1 | Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740..............................................................

38 4.3.2 | Verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ....................................... 41 4.3.3 | verkennend onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 .......................................... 43 5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 45 6 | LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 49 7 | COLOFON ...................................................................................................................................... 50 Bijlagen 1. | Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. | Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 2A Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 2B.Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Boorprofielen onderzoekslocatie 4. | Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring september ’26 | 2 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 3 1 INLEIDING 1.1 Algemeen In opdracht van BJZ.nu is door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740, een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 en een verkennend onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 uitgevoerd op het kadastrale perceel Ambt-Doetinchem sectie L nr. 4840 (ged.) gelegen aan de Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem (gemeente Doetinchem). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besp roken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).

Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) (exclusief maaiveldinspectie) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein. 1.2 Aanleiding van het bodemonderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. 1.3 Doel van het onderzoek Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging.

Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is verder om vast te stellen of de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde bodemgebruik. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 4 Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5897+C2 heeft tot doel om na te gaan of de op de locatie aanwezige puinverharding op de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen in puin.

1.4 Referentiekader van het onderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5740+C1 (versie 2024); strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond'. Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond (versie 2017). Het verkennend bodemonderzoek asbest in puin is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5897+C2; Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (versie 2017). 1.5 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5). verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 5 2 VOORONDERZOEK Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd.

Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is uitgevoerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. In de NEN-5725 (2023) zijn negen aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten Aanleiding tot vooronderzoek A B C D1 D2 E F G H 1. Locatiegegevens Eigendomssituatie O O Hoogteligging ✓ 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond ✓ ✓ ✓ ✓ O ✓ ✓ ✓ ✓ Geohydrologie ✓ ✓ Oa Oa 3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Geval van ernstige bodemverontreiniging? ✓ ✓ ✓ ✓b ✓ ✓ ✓ ✓ bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart ✓ 0 ✓ ✓ ✓b ✓ ✓ ✓ ✓ bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken ✓ ✓ ✓ ✓ Ob ✓ ✓ ✓ 4.

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Huidig ✓ Oc ✓ ✓ ✓ Toekomstig O Od O Asbestverdacht? ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel a) ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven b) het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij c) bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel d) bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 6 aanleiding vooronderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie.

Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.3.2 “uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie” uit de NEN-5725 (2023). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Doetinchem (d.d. 14-07-2025); • informatie van de asbestdakenkaart van de gemeente Doetinchem; • informatie van de omgevingsrapportage provincie Gelderland; • informatie van bodemloket; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Hamburgerbroeklaan achter 22 Plaats Doetinchem Gemeente Doetinchem Topografisch overzicht Zie bijlage 1 Coördinaten X = 217.293 Y= 441.463 (middelpunt) Kadastrale aanduiding Perceel Ambt-Doetinchem sectie L nr. 4840 (ged.) Eigendomssituatie Niet nagegaan. Oppervlakte onderzoekslocatie (totaal) Ca. 4.080 m2 Algemene omschrijving De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel sectie F nr. 4840 (ged.) gelegen aan de Hamburgerbroeklaan te Doetinchem. De onderzoekslocatie is onbebouwd, grotendeels verhard met betonklinkers en asfalt, en in gebruik als parkeerplaats. De onbebouwde delen zijn in gebruik als perkjes. De opdrachtgever is voornemens op de onderzoekslocatie nieuwbouw te realiseren. verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 7 Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd. figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd) Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) De locatie is onbebouwd. Terreinverharding De onderzoekslocatie is verhard met betonklinkers en asfalt. Ondergrondse infrastructuur Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. Geplande herinrichting Geplande nieuwbouw.

bijzonderheden: -

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 8 bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving Gebruik Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Op basis van de topografische kaarten is de onderzoekslocatie voor 1957 voor zover te beoordelen niet eerder bebouwd geweest. Vanaf 1957 is te zien dat er door een deel van de onderzoekslocatie een treinspoor gelopen heeft dat onderdeel uitmaakte van het naastgelegen station. Op kaarten vanaf 1966 is er enige bebouwing te herkennen op de onderzoekslocatie, deze bebouwing is op basis van de kaarten tot 2010 aanwezig waarna in 2011 de locatie herontwikkeld is tot de huidige parkeerplaats. ●Langdurige bebouwing/gebruik. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Vanaf het jaar 1957 is er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / gewijzigd. ●Treinspoor en treinstation.

Huidig In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk bedrijfspanden. Noordzijde: naastgelegen treinspoor. Oostzijde: bedrijfspand aan de Hamburgerbroeklaan nrs. 12 t/m 20. Zuidzijde: bedrijfspand aan de Hamburgerbroeklaan nr. 22. Westzijde: braakliggend stuk grond. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 9 bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik Op basis van topografische kaarten is te zien dat vanaf ca. 1954 tot 1965 op een deel van de locatie een treinspoor aanwezig was. Op basis van de topografische kaarten vanaf 1966 tot 2008 is op de locatie enige bebouwing te herkennen. Voor 1954 is de onderzoekslocatie niet eerder bebouwd geweest en, voor zover bekend, in gebruik geweest als agrarisch perceel. De onderzoekslocatie is in het verleden onderdeel geweest van het bfi-terrein.

Op het noordelijk deel van de locatie stond een pand (nr. 18-20). Het zuidelijk deel van de locatie was voor zover te beoordelen in het verleden als parkeerplaats in gebruik. In 2008 is op de locatie een nieuwe parkeerplaats aangelegd. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten, (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen andere concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. Bouwvergunning De onderzoekslocatie is onbebouwd. Milieuvergunning Niet bekend. Handelsregister De onderzoekslocatie wordt niet in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld. Aanwezigheid brandstoftanks Er is geen informatie bekend over de eventuele aanwezigheid van zowel boven- als ondergrondse brandstoftanks. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en/of ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding/ De aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 10 vervolg tabel 5: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Aanwezigheid asbest Op basis van de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland zijn de daken van de nabijgelegen panden niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest. figuur 2: asbestdakenkaart provincie Gelderland Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van asbest. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven.

De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 11 vervolg tabel 6: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten PFAS-verdachtheid PFAS is een stofgroep van persistente, giftige fluorverbindingen die zijn toegepast in coatings van consumentenproducten als textiel, tapijt, leer en papieren in industriële producten zoals verf en blusschuim. Op en nabij locaties waar PFAS is toegepast,kan de bodem (grond en grondwater) verontreinigd zijn. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie en mobiliteit en het feit dat de stof niet of nauwelijks afbreekt. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen sprake geweest van activiteiten die de locatie verdacht maken op het voorkomen van PFAS.

Zo is er op de locatie (voor zover bekend) bijv. geen sprake geweest van: ♦ brand met gebruik van blusschuim; ♦ brandblusoefenterrein; ♦ bedrijfsactiviteiten bijv. op het gebied van: - teflonproductie; - galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; - afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, ijzerinzamellocaties (inzamelen brandblussers). Calamiteiten Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Verdachte activiteiten < 25 m In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk bedrijfspanden. ►Broekweg 29

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 12 ►Broekweg 20 ►Broekweg 14 ►Broekweg 4 t/m 12 ►NS-Emplacement ►NS-Emplacement (Wbb geval 1) Het is op voorhand onbekend of de activiteiten in de directe omgeving een negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 13 voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie ►Boekweg 18-20 Actualiserend / nader onderzoek, d.d. 04-09-2007, ref. Syncera b.v. B07B0122 conclusies: figuur 3: boorpunten overzicht onderzoek 2007

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 14 Omgeving < 25 m BUS-evaluatie, d.d. 07-01-2008 conclusies: In totaal is 172 m3 grond ontgraven en afgevoerd. Op 02-04-2008 is ingestemd met de evaluatie. De verontreiniging is voldoende gesaneerd en is geen restverontreiniging. ►Boekweg/Industrieweg Combi onderzoek bodem en wegverharding, d.d. 21-03-2007, ref. Syncera B.V., B06B0517

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 15 figuur 4: overzichtstekening bodemonderzoek 2007 ►Stationsplein Verkennend bodemonderzoek, d.d. 08-1994, ref. Heidemij Advies, 6341EA941F004128029. Grond: concentraties cadmium (max. 1,4S), koper (max. 1,9S), lood (max. 1,3S), zink (max. 2,6S) en minerale olie (max. 21S) aangetoond. De concentratie PAK in de bovengrondmengmonsters is licht tot matig verhoogd (max. 1,6 (S+I)/2). Het bovengrondmonster G5.013.1 is zintuiglijk matig verontreinigd met kolengruis. Dit bovengrondmonster is geanalyseerd op PAK. Uit de analyseresultaten blijkt dat de concentratie PAK sterk verhoogd is (311). Grondwater: In het grondwatermonster W5.001 zijn licht verhoogde gehalten nikkel (3,9S) en arseen (2,6S) aangetoond. Voor de overige parameters zijn in het grondwatermonster W5001 analytisch geen verhoogde concentraties boven de S-waarde aangetoond. In het grondwatermonster W5.013 is de fenol-index licht verhoogd (3,8S). Voor de overige geanalyseerde parameters zijn analytisch geen concentraties aangetoond groter dan de S-waarde. Conclusie: Aangezien voor een gedeelte van de onderzoekslocatie door de eigenaren/gebruikers geen toestemming werd verleend om boorwerkzaamheden uit te voeren, hebben de conclusies geen betrekking op deze terreindelen.

Bij een eventuele bestemmingswijziging wordt aanbevolen om ter plaatse van deze terreindelen een verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Met uitzondering van de PAK-verontreiniging kan voor zowel de boven-, de ondergrond en het grondwater worden geconcludeerd dat er geen noodzaak tot nader onderzoek is omdat alleen de streefwaarde en niet de 1/2(S+I) wordt overschreden. De geringe overschrijding van de ½(S+I)- waarde door nikkel in het grondwatermonster W5.001 vormt geen aanleiding tot nader onderzoek vanwege het feit dat de concentratie nikkel in de vaste bodem beneden de streefwaarde ligt en het daarom niet waarschijnlijk is dat de vaste bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is verontreinigd. De sterk verhoogde concentratie arseen in de vaste bodem heeft waarschijnlijk een natuurlijke oorzaak.

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 16 figuur 5: overzichtstekening ►Broekweg 4-12 Verkennend bodemonderzoek, d.d. 22-12-1989, ref. Maatman Milieu B.V., GE028-VO1 Nulsituatie bodemonderzoek, d.d. 01-04-2000, ref. Mol Milieu Begeleiding B.V., 03410. Grond: Naar de aangetroffen matig tot sterke verontreinigingen met minerale olie en/ of aromaten in grond en grondwater ter plaatse van deellocatie D, H, 1, K, L, N en R dient op basis van de "circulaire Inwerkingtreding Saneringsregeling Wet bodembescherming` een nader onderzoek te worden aanbevolen. Door middel van het plaatsen van aanvullende boringen en peilbuizen dient de omvang van de verontreinigingen in kaart gebracht te worden. Een nader onderzoek naar de aangetroffen sterke verontreiniging met zink in de grond ter plaatse van deellocatie C dient op basis van voornoemde circulaire eveneens te worden aanbevolen. Door middel van het plaatsen van aanvullende boringen en uitvoeren van analyses dient de omvang van de verontreinigingen in kaart gebracht te worden. Grondwater: De in eerder onderzoek aangetroffen sterke verontreiniging met tetrachlooretheen en de lichte verontreiniging met trichlooretheen in het grondwater ter plaatse van de Broekweg 12 is in onderhavig onderzoek niet meer aangetroffen.

Het betreft ten hoogste een lichte verontreiniging met tetrach looretheen. Conclusie: Op basis van de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat voor het grootste gedeelte van de onderzochte deellocaties de nulsituatie afdoende is vastgelegd. Weliswaar zijn plaatselijk in de boven- en ondergrond lichte verontreinigingen aangetroffen, deze vormen echter geen belemmering voor het gebruik. Ter plaatse van de deellocaties C, D, H, 1, K, L, N en R is de nulsituatie nog niet afdoende vastgelegd. In de grond en/of het grondwater ter plaatse zijn matig tot sterke verontreinigingen met minerale olie, aromaten of zink aangetroffen. Plaatselijk is in de ondergrond asbestverdacht materiaal aangetroffen. Een nader onderzoek naar de aangetroffen matig tot sterke verontreinigingen in grond en/ of grondwater dient te worden aanbevolen.

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 17 figuur 6: overzichtstekening deellocatie’s figuur 7: overzichtstekening deellocatie H,M,N en O

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 18 figuur 8: overzichtstekening deellocatie A,F,G,I,J,K,S,T en V figuur 9: overzichtstekening deellocatie D,E,U en W figuur 10: overzichtstekening deellocatie B,C,L,P,Q en R

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 19 Verkennend, aanvullend en nader bodemonderzoek, d.d. 08-12-2000, ref. De Bondt B.V., 00.2130.16 Conclusie: Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat op onderhavige locatie sprake is van vijf deellocaties (1, III, VI, IX en XII), waarbij de omvang van de sterke grondverontreiniging meer dan 25 m3 bodemvolume bedraagt (ernstig geval van bodemverontreiniging). In tabel 28 is een overzicht opgenomen van de onderzochte deellocaties, waarbij tevens de omvang van de grond- en grondwaterverontreiniging is aangegeven. De deellocaties, waarbij sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, zijn vet afgedrukt. Dit betekent dat voor onderhavige locatie op vijf afzonderlijke deellocaties sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, waarvoor een saneringsnoodzaak geldt. Omdat verder op de deellocaties IV, V en VIII: • sprake is van een verontreiniging welke mogelijk na 1 januari 1987 is ontstaan • de huidige bedrijfsactiviteiten worden (zijn) beëindigd, waardoor voor die deellocaties sprake is van een bestemmingswijziging, is vanuit die invalshoeken voor die deellocaties sprake van een saneringnoodzaak.

Broekweg 4-12 (voormalig BFI terrein en zuidelijke deel NS-Emplacement ► Evaluatierapport bodemsanering d.d. 19-11-2001, Aveco de Bondt, ref. nr. 01.2194.01. Omschrijving De bodemsanering omvatte het ontgraven van de met minerale olie en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) verontreinigde grond en het onttrekken van het met minerale olie en vluchtige aromaten verontreinigd grondwater. De bodemsanering is uitgevoerd in de periode van 5 juni tot en met 4 juli 2001. Conclusie Aveco De bij de grondsanering vrijgekomen verontreinigde grond, 2028,88 ton is afgevoerd naar de Asfaltcentrale Dostal te Lochem en Smink afvalverwerking te Hoogland. Tevens is 202,98 ton puin afgevoerd naar de gemeentelijke puinbreker en 16,9 ton asbest verdachte grond naar Zweekhorst te Zevenaar. De deellocaties zijn aangevuld met schone grond uit de diverse deellocaties en toplaag van de gehele locatie. In totaal is 30.982 m3 grondwater onttrokken. Op grond van de resultaten van de uitgevoerde bodemsanering zijn wij van mening dat is voldaan aan het vooraf gestelde doel van de sanering namelijk het wegnemen van de verontreiniging uit de bodem ten einde de multifunctionele eigenschappen van de grond te herstellen. verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr.

22 te Doetinchem september ’26 20 figuur 11: overzicht saneringslocatie en deellocatie XI Deellocatie XI t.p.v. onderhavig onderzoek Deze deellocatie betreft het zuidelijke deel van het NS-emplacement en het noordelijke deel van het BFl-terrein aan de Broekweg (wasplaats?). Deellocatie Xl betreft een deel van het zuidelijke gedeelte van het NS- emplacement Doetinchem en het noordelijke deel van het BFI-terrein. Het NS- terreindeel is in gebruik als parkeerterrein en fietsenstalling. Op het noordelijke BFI-terreindeel zijn een wasplaats en een werkplaats aanwezig. figuur 12: verontreinigingssituatie deellocatie XI Grond De vooraf verwachte oorzaak voor de door Tebodin in 1998 aangetroffen minerale olieverontreiniging in het grondwater (peilbuis 15.2) is tijdens dit onderzoek niet aangetoond. In geen van de horizontaal afperkende boringen is zintuiglijk noch analytisch een verontreiniging met minerale olieproducten aangetoond. Op basis van deze resultaten kan aangenomen worden dat ter plaatse van deze deellocatie geen sprake is van een sterke bodemverontreiniging.

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 21 Grondwater In het grondwater uit de horizontaal afperkende peilbuizen nrs. 2, 3, 4 en 6, de verticaal afperkende peilbuis 1 en de opnieuw bemonsterde 'kernpeilbuis' 15.2 zijn tijdens dit aanvullend bodemonderzoek, met uitzondering van een licht verhoogde concentratie aan xylenen, geen verhoogde concentraties aan minerale olie of vluchtige aromaten aangetoond. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de minerale olieverontreiniging zich waarschijnlijk in geringe mate naar het grondwater heeft plaatsgevonden en dat de in 1998 door Tebodin waarschijnlijk een toevalstreffer betreft. Verder aanvullend onderzoek ter plaatse naar de minerale olieverontreiniging in het grondwater wordt ons inziens niet nodig geacht. ►NS- Emplacement Oriënterend bodemonderzoek NS-emplacement Doetinchem In 1998 is in opdracht van de SBNS door Tebodin een oriënterend bodemonderzoek verricht op het NS-emplacement Doetinchem, waaronder ook het zuidelijke deel van dit emplacement. Tijdens dat onderzoek is in het grondwater uit peilbuis 152 op het onderhavige terreindeel een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie (1.200 pg/l) aangetoond. De herkomst en omvang van deze minerale olieverontreiniging in het grondwater is tot op heden niet vastgesteld.

Ter plaatse van deellocatie XII is sprake van een, plaatselijk sterke verontreiniging met PAK. De totale oppervlakte van deze verontreiniging is op basis van zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten bepaald op ongeveer 1.000 m2. Op basis van ervaring en de zintuiglijke waarnemingen uit voorgaande onderzoeken wordt verwacht dat ongeveer 100 m3 grond sterk verontreinigd is met PAK. In tabel 1 is een overzicht van de verontreinigde deellocaties weergegeven, welke tijdens het nulsituatie-bodemonderzoek zijn onderzocht. Tevens is, per deellocatie, de status van de bekende bodemhygiënische toestand en de eventueel te nemen vervolgactie op het moment van aanvang van dit bodemonderzoek weergegeven. figuur 13: overzichtstekening

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 22 Verkennend bodemonderzoek, d.d. 07-11-2014, ref. Anteagroup, 1691-VO ►Tracé persleiding te Doetinchem-Etten ►Hamburgerbroeklaan ong. Doetinchem ►RegioExpres Achterhoek, Doetinchem figuur 14: overzichtstekening verontreiniging

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 23 Vermoeden van bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan ► niet bekend. informatie bodemkwaliteitskaart ► ontgravingskaart: bovengrond en ondergrond: landbouw/natuur ► toepassingkaart: bovengrond en ondergrond: landbouw/natuur ► bodemfunctiekaart: industrie Bron: Nota bodembeheer Regio Achterhoek bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket. De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 11-14 m+NAP. In figuur 15 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. figuur 15: De geohydrologische opbouw De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreinverkenning uitgevoerd.

De terreinverkenning heeft als doel om te controleren of de vooraf bekende informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie. In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde terreinverkenning. tabel 6: terreininspectie onderdeel: uitgevoerd door: datum: bijzonderheden: locatie-inspectie dhr. R.F. Dob (erkend en geregistreerd) 30-7-2025 geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 24 2.1 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van topografische kaarten is te zien dat vanaf ca. 1954 tot 1965 op een deel van de locatie een treinspoor aanwezig was. Op basis van de topografische kaarten vanaf 1966 tot 2008 is op de locatie enige bebouwing te herkennen. De onderzoekslocatie is in het verleden onderdeel geweest van het bfi-terrein. Op het noordelijk deel van de locatie stond een pand (nr. 18-20). Het zuidelijk deel van de locatie was voor zover te beoordelen in het verleden als parkeerplaats in gebruik. In 2008 is op de locatie een nieuwe parkeerplaats aangelegd. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen andere concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. Er is geen actuele informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het onderzoeksgebied beschikbaar. Op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart geldt voor de bovengrond- en ondergrond (ontgravingskaart/toepassingskaart) dat er op de onderzoekslocatie sprake is van achtergrondwaarde bodemkwaliteit (landbouw/natuur).

Verwacht wordt dat de gekozen onderzoeksstrategie een voldoende beeld zal geven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. In tabel 7 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 7: gehanteerde onderzoeksstrategie (deel)locatie verwachte bodemkwaliteit mogelijke verontreiniging onderzoeksstrategie grond grondwater NEN-5740 onderzoekslocatie bovengrond voldoet aan wonen/industrie, ondergrond voldoet aan landbouw/natuur, grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering PAK’s, zware metalen, PCB’s, minerale olie - NEN-5740 strategie VED-HE (bovengrond) (vanwege langdurig menselijk gebruik en sloopwerkzaamheden) strategie ONV-NL (ondergrond, grondwater) NEN-5707 onderzoekslocatie (onverharde deel) verdacht voor asbest in grond asbest - VED-HE (bovengrond) NEN-5897 onderzoekslocatie (verharde deel) verdacht voor asbest in puin asbest - afgedekte funderingslagen verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem 3 | VELDONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.

3.1 | Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018 (excl. maaiveldinspectie) (opgemerkt wordt dat voor onderzoek naar asbest in puin geen protocol bestaat, de werkzaamheden zijn afgeleid van protocol 2018). De bemonstering van grond en grondwater t.b.v. PFAS onderzoek is uitgevoerd op basis van het protocol bemonstering PFAS-verbindingen in grond en grondwater (expertisecentrum PFAS). In tabel 8 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 8: uitvoeringsaspecten onderdeel: | uitgevoerd door: | datum: | bijzonderheden: uitvoeren van boringen, het | dhr. R.F. Dob | 30-7-2025 | geen bijzonderheden t.a.v. plaatsen van de peilbuizen en het | (erkend en geregistreerd) | 17-09-2025 | de uitvoering nemen van grondmonsters | dhr. D. Haar | 09-04-2026 (protocol 2001) | (in opleiding, erkend vanaf 03-03-2026) Het graven van inspectiegaten en | dhr. R.F. Dob | 17-09-2025 | geen bijzonderheden t.a.v. het nemen van grondmonsters en | (erkend en geregistreerd) | 09-04-2026 | de uitvoering puinmonster | dhr. D. Haar | 24-06-2026 (protocol 2018) | (erkend en geregistreerd) | 20-08-2026 27-08-2026 nemen van grondwatermonsters | dhr. R.F. Dob | 17-09-2026 | geen bijzonderheden t.a.v. (protocol 2002) | (erkend en geregistreerd) | de uitvoering dhr. D.

Haar | 27-08-2026 (erkend en geregistreerd) Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Rijkswaterstaat. Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 6. veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 heeft betrekking op het onverharde terreindeel. Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van het maaiveld in combinatie met het graven van inspectiegaten. Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen de volgende te onderzoeken bodemlagen: 1) | het maaiveld 2) | de bovengrond (0.0 m-mv-0.5 m-mv) 3) | de ondergrond (vanaf 0.5 m-mv) september ’26 | 25 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 26 maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. de onderzochte terreindeken een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018.

Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand -picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei). inspectiegaten bovengrond (0.0-ca. 0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. Teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van tenminste 0.3 m x 0.3 m tot ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een graafmachine. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten.

monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal. veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5897 Het onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 heeft betrekking op het terreindeel waar zich onder de bestrating een puinlaag bevindt, zie bijlage 2. inspectiegaten In het kader van het verkennend onderzoek asbest in puin is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in het aanwezige puinmateriaal onder een deel van het plangebied. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in puin is, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t.

het voorkomen van asbest in puinverharding, een inspectiegat van tenminste ca. 0.3 m x 0.3 m tot de onderzijde van de puinlaag, op a-selecte wijze, gegraven met een graafmachine. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem september ’26 27 monstername puin en materialen De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5897+C2 een representatief monster van ca. 25 kg uit de fractie <20 mm verzameld uit enkele inspectiegaten. Alle geplaatste boringen/inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9.

tabel 9: veldwerkprogramma (deel)locatie Aantal Diepte (m-mv) Nummers verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 plangebied Boringen 14 ca.0.5 5 t/m 18 3 ca.2.0 2+3+4 Peilbuis 2 ca.4.5 1+19 verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 onverharde deel van het plangebied Inspectiegaten 14 ca.0.5 G1 t/m G14 Boringen 3 ca.2.0 G1+G7+G12 verkennend onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897 verharde deel van het plangebied Inspectiegaten 18 ca.0.5 G15 t/m G32 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem 3.2 | Resultaten van het veldonderzoek maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Door de aanwezigheid van vegetatie t.p.v. de onbebouwde delen van de locatie was, op de onverharde delen, een maaiveldinspectie conform de NEN 5707 (par. 7.2) en protocol 2018 niet mogelijk. De uitgevoerde maaiveldinspectie is daarom indicatief. Bij een inspectie | -efficiëntie lager dan 50% is de waarde van een maaiveldinspectie onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte op het | maaiveld. De maaiveldinspectie kan derhalve ook niet dienen om de onderzoekstrategie (eventueel) bij te stellen.

Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen vanwege de indicatieve maaiveldinspectie niet zijn opgemerkt. In tabel 10 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 10: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied | inspectie-efficiëntie | conditie maaiveld onverharde delen van de | <50% | vegetatie (<25% van het maaiveld is zichtbaar) onderzoekslocatie onverharde deel van de | - | betonklinkers onderzoekslocatie Op basis van de indicatieve visuele locatie-inspectie zijn op het maaiveld t.p.v. het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag | hoofdbestanddeel | toevoeging | kleur m-mv 0.0-0.2 | zand | zwak siltig, matig fijn | licht geel 0.2-0.65 | menggranulaat 0.65-0.9 | zand | zwak siltig, humeus, matig fijn | bruin/grijs 0.9-1.9 | zand | zwak siltig, matig fijn | bruin/geel 1.9-3.0 | zand | zwak siltig, matig fijn | licht geel 3.0-4.5 | zand | zwak siltig, zwak grindig, matig grof | grijs/beige veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn | weergegeven in | tabel 12.

tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis | filtertraject | grondwaterstand | voorpompen | pH | EGV | troebelheid m-mv | m-mv | liter | geleidingsvermogen | (NTU) µS/cm Pb1 | 3.5-4.5 | 3.00 | 5 | 7.1 | 285 | 28 Pb19 | 3.0-4.0 | 2.46 | 5 | 7.1 | 233 | 12 In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab | - en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. september ’26 | 28 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem zintuiglijke waarnemingen Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen.

De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat | Diepte m-mv. | zintuigelijke waarnemingen 1 | 0.2-0.65 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) 1 | 0.65-0.9 | resten baksteen 5 | 0.15-0.6 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) 6 | 0.15-0.6 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) 7 | 0.15-0.6 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) 8 | 0.2-0.6 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) 9 | 0.15-0.6 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) 11 | 0.15-0.6 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) 15 | 0.15-0.6 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) G1 t/m G5 | 0.0-0.5 | puinresten, fractie <20 mm = <5% G15 t/m G32 | 0.1-max.0.5 | uiterst menggranulaat (>50% bodemvreemd materiaal) Onder de verharding van de parkeerplaats bevindt zich een funderingslaag bestaande uit gebroken puin, deze puinlaag betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en valt buiten de scope van dit onderzoek. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 14 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond.

tabel 14: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat | asbestverdacht | asbestverdacht materiaal materiaal | grond in de fractie >20 mm maaiveld | diepte (m-mv) | aantal gram maaiveld | nee | 0.0 | - G1 t/m G32 | nee | 0.0-0.5 | - * = veldvochtig september ’26 | 29 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem 4 | CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond en puin is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van | Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1 | Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek grond Op basis van de bodemsoort, kleur en aangetroffen bijmengingen zijn grond(meng)monsters samengesteld.

Hierbij is ook gekeken naar de spreiding, de ruimtelijke verdeling, van de boorpunten over het terrein. In tabel 15 is een overzicht van de monstersamenstelling en het bijbehorende analysepakket weergegeven. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd. tabel 15: analyseschema Monster-code | boringnummer(s) | diepte (m-mv) | zintuiglijke | analysepakket waarnemingen verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 onderzoekslocatie grond MM1 | 5+6+11+15 | 0.6-1.0# | - | NEN-grond(*)+AS3000 MM2 | 4+14+16+17 | 0.0-0.5 | - | NEN-grond(*)+AS3000 MM3 | 7+8+9 | 0.6-1.0# | - | NEN-grond(*)+AS3000 MM4 | 1+2+3+4 | 0.9-2.0 | - | NEN-grond(*)+AS3000 PFAS1 | G1+G4+G7+G8 | 0.0-0.5 | - | PFAS-29+AS3000 PFAS2 | G10+G12 | 0.0-0.5 | - | PFAS-29+AS3000 PFAS3 | G7+G12 | 0.5-2.0 | - | PFAS-29+AS3000 grondwater Pb1 | 1 | 3.5-4.5 | - | NEN-grondwater(**) +PFAS-29+AS3000 Pb19 | 19 | 3.0-4.0 | - | PFAS-29+AS3000 verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: | (1) * NEN-grond | = | Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en | lutum; **NEN-water | = | Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl.

naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen | = | barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten | = | Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB | = | Polychloorbifenylen; PAK | = | Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH | = | Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform | = | Tribroommethaan # | = | i.v.m. de aanwezigheid van een puinfundering in het traject tot 0.5 m | -mv, is de laag onder deze puinfundering onderzocht als zijnde de bovengrond september ’26 | 30 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr.

22 te Doetinchem vervolg tabel 15: analyseschema Monster-code | boringnummer(s) | diepte (m-mv) | zintuiglijke | analysepakket waarnemingen verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 onverharde deel van de onderzoekslocatie M1 | G1 t/m G5 | 0.0-0.5 | puin | asbest M2 | G6+G7+G13+G14 | 0.0-0.5 | - | asbest M3 | G8 t/m G12 | 0.0-0.5 | - | asbest verkennend onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897 verharde deel van de onderzoekslocatie M4 | G15 t/m G20 | 0.1-ca.0.5 | puin (>50% | asbest (NEN5898) bodemvreemd materiaal) M5 | G21 t/m G26 | 0.1-ca.0.49 | puin (>50% | asbest (NEN5898) bodemvreemd materiaal) M6 | G27 t/m G32 | 0.1-ca.0.48 | puin (>50% | asbest (NEN5898) bodemvreemd materiaal) verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: | (1) * NEN-grond | = | Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water | = | Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl.

naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen | = | barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten | = | Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB | = | Polychloorbifenylen; PAK | = | Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH | = | Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform | = | Tribroommethaan september ’26 | 31 verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin Hamburgerbroeklaan achter nr. 22 te Doetinchem 4.2 | Toetsingscriteria De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden: • Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B, regeling bodemkwaliteit 2022); • Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa, Besluit activiteiten leefomgeving); • Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd, Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa).

Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: Landbouw/natuur | = | bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden Wonen | = | geschikte toestand voor functie Wonen Industrie | = | geschikte toestand voor functie Industrie Interventiewaarde | = | aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu Signaleringsparameter | = | beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel. Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: tabel 16: overzicht van de toegepaste termen bij de toetsing volgens het kader van de Omgevingswet.

kwaliteitseis | ondergrens kwaliteitsklasse | bovengrens kwaliteitsklasse landbouw/natuur1 | - | landbouw/natuur wonen2 | landbouw/natuur | wonen industrie | wonen | industrie matig verontreinigd | industrie | matig verontreinigd sterk verontreinigd | interventiewaarde bodemkwaliteit | - De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemve | rontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen: 1 De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per s | tof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8370/documents/52992