B12.08 Bijlage 8 onderbouwing - Archeologisch onderzoek verkennende fase
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 1645 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 , Gaanderen , gemeente Doetinchem (GD). augustus 2025 Versie 1. 1 (concept) In opdracht van: BJZ. nu Colofon Laagland Archeologie Rapport 1645 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen, gemeente Doetinchem (GD) In opdracht van: BJZ.nu Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie Status rapport: concept Redactie: MN (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Senior KNA-archeoloog/Senior KNA-prospector: (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) kiwa gecertdicaerd (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) pe ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876 © Laagland Archeologie BV, Almelo, augustus 2025 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v3.3 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juli 2025 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Bethlehemstraat 25 te Gaanderen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom geplande nieuwbouw. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype , datering , diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke , archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van de landschappelijke situatie (vermoedelijke zandopduiking in het noordelijke gebied) en het relatief geringe aantal vondsten uit die periode in de omgeving , kan een middelhoge verwachting worden aangehouden voor resten uit de periode Laat- Paleolithicum- Vroeg-Neolithicum. Voor de periode Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen kan een hoge verwachting worden aangehouden , met name voor het noordelijke , wat hoger gelegen deel van het plangebied. Deze verwachting is gebaseerd op de vermoedelijke opduiking en podzolbodem ter plaatse , waarbij het noordelijke deel is afgedekt door een plaggendek.
Voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd kan een middelhoge/hoge verwachting worden aangehouden. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Er is een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen bestaande uit een AC-profiel met een plaggendek Om die reden kan de archeologische verwachting voor de periode Laat- Paleolithicum- Vroeg-Neolithicum naar laag worden bijgesteld. Vanwege de onverstoorde bodemopbouw moet de hoge archeologische verwachting voor de periode Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen en de middelhoge/hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd worden gehandhaafd. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).
Hiervoor is een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen benodigd. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid , de gemeente Doetinchem. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige , Omgevingsdienst Achterhoek. Samenvatting | ___________________________________________________ | 3 1 Inleiding | _____________________________________________________ | 5 1. 1 Aanleiding | onderzoek ______________________________________________ | 5 1. 2 Afbakening | plan- en onderzoeksgebied | ________________________________ | 5 1. 3 Administratieve | gegevens | __________________________________________ | 6 1. 4 Huidige situatie en toekomstig | gebruik ________________________________ | 8 1. 5 Geplande | verstoring _______________________________________________ | 9 1. 6 Gemeentelijk | beleid _______________________________________________ | 9 1. 7 Onderzoeksdoel | _________________________________________________ | 10 2 Inventarisatie | ________________________________________________ | 11 2. 1 Inleiding _______________________________________________________ | 11 2. 2 Landschappelijke | ontwikkeling ______________________________________ | 11 2. 3 Archeologie | ____________________________________________________ | 15 2. 3. 1 | Bekende | archeologische | waarden | _________________________________ | 15 2. 3.
2 | Waarnemingen | _______________________________________________ | 15 2. 3. 3 | AMK-terreinen | ________________________________________________ | 16 2. 3. 4 | Gemeentelijke | verwachtingskaart | _________________________________ | 16 2. 3. 5 | Eerder archeologisch | onderzoek | __________________________________ | 16 2. 4 Historie _______________________________________________________ | 17 3 Conclusie | en verwachtingsmodel | _________________________________ | 22 3. 1 Conclusie ______________________________________________________ | 22 3. 2 Verwachtingsmodel | ______________________________________________ | 22 3. 3 Advies | ________________________________________________________ | 23 4 Veldonderzoek________________________________________________ | 24 4. 1 Beschrijving | onderzoeksmethodiek | __________________________________ | 24 4. 2 Resultaten: | lithologie , lithogenese en bodemontwikkeling | _________________ | 24 4.
3 Resultaten: | archeologie ___________________________________________ | 25 5 Conclusie | en verwachting | _______________________________________ | 26 6 Selectieadvies | ________________________________________________ | 27 literatuur______________________________________________________ | 28 BIJLAGE | 1 | AMZ-cyclus | __________________________________________ | 30 BIJLAGE | 2 | Archeologische | perioden ________________________________ | 31 BIJLAGE | 3 | Geologische | kaart _____________________________________ | 32 BIJLAGE | 4 | Landschappelijke | waardenkaart | __________________________ | 33 BIJLAGE | 5 | Vergraven | gronden | ____________________________________ | 34 BIJLAGE | 6 | Actueel | Hoogtebestand | Nederland | ________________________ | 35 BIJLAGE | 7 | Gemeentelijke | archeologische | verwachtingskaart | ____________ | 36 BIJLAGE | 8 | Bodemkaart | _________________________________________ | 38 BIJLAGE | 9 | Waarnemingen | , AMK-terreinen | en onderzoeksmeldingen | ______ | 39 BIJLAGE | 10 | Boorpuntenkaart | veldonderzoek | _________________________ | 40 BIJLAGE | 11 | Boorstaten | _________________________________________ | 41 BIJLAGE | 12 | Verklarende | woordenlijst | ______________________________ | 44 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 1 INLEIDING 1.
1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem (GD). De gemeente Doetinchem heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het Omgevingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt. 1. 2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Bethlehemstraat 25 in Gaanderen , gemeente Doetinchem (GD) , zie onderstaande afbeelding. 5 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok. nl Het plangebied heeft een omvang van circa 2955 m. 2 Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’. 1.
3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie Gelderland Gemeente Doetinchem Plaats Gaanderen Beheerder/eigenaar grond - Toponiem Bethlehemstraat 25 Kadastrale 1 perceelnummer(s) DTC01-I-4089 Laagland Archeologie projectnummer GABE251 Datum conceptrapportage 1-8-2025 1 kadastralekaart. com 6 - Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | verkennende | fase Bethlehemstraat | 25 te Gaanderen, | gemeente | Doetinchem, | Gelderland XY-coördinaten | 220980/439290 220950/439230 220995/439205 221015/439245 Oppervlakte/lengte | circa 2955 m? Plangebied - Type | onderzoek | Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek verkennende | fase Datum | begin veldonderzoek | 29-7-2025 Datum | eind veldonderzoek | 29-7-2025 Opdrachtgever Goedkeuring | bevoegde | nog niet beoordeeld overheid Bevoegde | overheid | Gemeente | Doetinchem Adviseur namens | bevoegde | Omgevingsdienst | Achterhoek overheid Beheer documentatie | Archeologisch | Depot Gelderland E-depot voor de Nederlandse | archeologie Archief Laagland archeologie BV Uitvoerder | Laagland Archeologie | BV Virulyweg | 21F-G 7602 RG Almelo 06 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Projectleider/opsteller | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) onderzoek | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)@laaglandarcheologie.nl Tabel 1. Objectgegevens.
2 www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 1. 4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel in gebruik als bos. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch 3 waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig. In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities , huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie. 3 bron: gemeentelijke monumentenlijst 8 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron: pdok. nl 1. 5 GEPLANDE VERSTORING De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden. 1. 6 GEMEENTELIJK BELEID Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden.
In het omgevingsplan is aangegeven dat archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m 2 , indien geen andere regeling is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de zogenaamde ‘bruidsschat’ , waarin de oude bestemmingsplannen zijn opgenomen). Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om die bestemmingsplannen om te zetten naar nieuwe onderdelen van het omgevingsplan. In de praktijk geldt dus nog het oude bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie 2020. Het plangebied ligt hier in een zone met een dubbelbestemming archeologie. Het noordelijke deel heeft een Waarde – archeologische verwachting 3: 2 archeologisch onderzoek is vereist bij bodemverstorende ingrepen groter dan 250 m en dieper dan 40 cm. Het zuidelijke plangebied ligt in een zone Waarde – Archeologische verwachting 6. Hiervoor geldt dat onderzoek is vereist bij ingrepen 2 groter dan 5000 men dieper dan 30 cm -mv. De omvang van de geplande 9 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende Omgevingsplan zijn aangegeven. 1. 7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1).
De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen , en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja , welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. 10 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 2 INVENTARISATIE 2. 1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2. 2. 2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien).
Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap , met dekzandvlakten , - welvingen en –ruggen. Beken doorsnijden dit landschap en her en der komen grotere en kleine stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende , dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei , zand , grind) , die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap (glaciaal , inclusief subglaciaal (keileem/grondmorene) , fluvioglaciaal (sandur , kame en esker ; (kei)zand) , en glaciale meersedimenten (klei met warven) die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel , Laagpakket van Wierden). De basis van het landschap is vooral gevormd gedurende de laatste fasen van de laatste ijstijd (Weichselien). Gedurende deze periode verzamelde zich in de wat warmere maanden een zeer grote hoeveelheid smeltwater , dat zich bundelde in een tot een vlechtend rivierstelsel. Daarbij werd een brede , maar relatief ondiep riviervlakte uitgesleten , waarin zich in het Holoceen een meanderende Oude IJssel ontwikkelde.
Die brede riviervlakte omvatte een groot deel van de westelijke Achterhoek en de Liemers. Binnen die vlakte stroomden zich telkens verplaatsende ondiepe stroomgeulen , die aanvankelijk grote hoeveelheden grof zand en grind afzetten en later ook rivierklei (‘oude rivierklei’). In het Laat-Glaciaal verplaatste de hoofdstroom van de Rijn zich in westelijke richting en in het gebied rond Gaanderen ontstond een stelsel van meanderende , zich insnijdende rivieren. Daarna , in een periode van tijdelijke afkoeling , ontstonden opnieuw vlechtende rivieren. Gedurende de koude periode van het jaar lag het rivierdal nagenoeg droog en had de wind vrijspel op het dagzomende zand. Dit zand werd aan de naast de geulen getransporteerd en vormden langgerekte rivierduinen. Ook tijdens het Laat-Glaciaal werd dekzand afgezet , waardoor de oude riviervlakte werd bedekt. Er ontstonden 11 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 4 dekzandvlakten , - welvingen – en – ruggen/-koppen. Op de geologische kaart (Bijlage 3) ligt het plangebied in een dekzandgebied (Formatie van Boxtel , Laagpakket van Wierden).
Ongeveer 200 m W ligt een strook met oude rivierklei (Formatie van Kreftenheye , Laagpakket van Wijchen) en nog verder westelijk en ook zuidelijk van het plangebied liggen rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel , Laagpakket van Delwijnen). Op palaeogeografische kaarten (afbeelding 3) is te zien dat het plangebied tegen het einde van de laatste ijstijd nabij een rivierdal lag. In het westelijke dal zou hier de Oude IJssel stromen. Noordoostelijk ligt een rivierdal waarin later de Bietheimer Beek zou stromen. Aanvankelijk stroomde deze beek ruim 500 m westelijk van het plangebied. Rond 1975 is de beek deels gekanaliseerd , waarbij de waterloop naar de huidige locatie (circa 260 m W van het plangebied) is verplaatst. Rond ongeveer 1500 voor Chr. kwam in de omgeving van het plangebied veengroei voor , maar zover bekend is in of direct rondom het plangebied geen veengroei van enige betekenis geweest. Tegenwoordig is in de wijde omgeving van het plangebied 5 geen veen meer aanwezig De gemeente beschikt over een eigen landschappelijke waardenkaart (zie Bijlage 6 Het plangebied ligt hier op een rivierterrasvlakte (groen). Het noordelijke deel 4). is afgedekt met een dik plaggendek (bruin). Ongeveer 150 m zuidelijk is een langgerekt rivierduin aangegeven (geel). Op de (minder accurate) bodemkaart ligt het plangebied in een grote zone met hoge zwarte enkeerdgronden.
Enkeerdgronden zijn zandgronden met een plaggendek van tenminste 50 cm dik. Dit plaggendek is vanaf de Late Middeleeuwen ontstaan door het periodiek opbrengen van met mest vermengde plaggen op de akker. Doel hiervan was de bodemvruchtbaarheid op peil te houden of te verbeteren. Enkeerdgronden zijn voor wat betreft archeologie om twee redenen relevant. De oudste enkeerdgronden zijn meestal ontstaan op locaties die ook vóór het in zwang komen van plaggenbemesting al als akker in gebruik waren. Dat waren meestal relatief hooggelegen , goed ontwaterde zandgronden waarin zich een podzol had ontwikkeld en die redelijk goed met de toenmalige landbouwtechnieken konden worden bewerkt. Door deze eigenschappen zijn deze gronden vaak al heel vroeg – soms al vanaf het Midden-Neolithicum – in gebruik genomen als landbouwgrond. Resten van bewoning uit deze perioden worden daarom vaak onder een plaggendek aangetroffen. Daarnaast fungeert het plaggendek in meer moderne tijden als een dikke beschermende laag , waardoor eventueel aanwezige resten niet of in mindere mate zijn aangetast door allerlei bodemingrepen. 4 Scholte Lubberink , 1997. 5 Geraadpleegd is de veendiktekaart (niet afgebeeld). Bron: bodemdata. nl 6 Deze biedt een aanzienlijk beter beeld van de daadwerkelijke situatie dan de landelijke geomorfologische kaart 1:50. 000.
Om deze reden wordt alleen de gemeentelijke kaart hier gebruikt. 12 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 9000 BC 1500 BC 500 BC 800 AD HUIDIGE SITUATIE 13 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland dekzand jong dekzand veen rivierdal plangebied onderzoeksgebied Afbeelding 3. Paleogeografische ontwikkeling van 9000 – 2750 voor Chr. (naar Vos e.a. , 2020). De landschappelijke waardenkaart is voor een belangrijk deel gebaseerd op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland). Het AHN (een latere , meer gedetailleerde versie dan beschikbaar was tijdens het opstellen van deze waardenkaart) is opgenomen in bijlage 6. Het plangebied ligt hierop in een overwegend vlak gebied. Direct noordelijk en zuidelijk komen wat lagergelegen terreinen voor. Het rivierduin zuidelijk van het plangebied is goed te herkennen , evenals het rivierdal ten westen van het plangebied. Onderstaande afbeelding toont een detailopname van het AHN. Hier is een duidelijke , scherp begrensde verhoging zichtbaar in binnen het plangebied. Even ten noorden van het plangebied is sprake van een soortgelijke scherpe begrenzing. Het hoogteverschil is ongeveer 70 cm ; hier is sprake van menselijk ingrijpen.
Op basis van oude topografische kaarten kan worden aangenomen dat in ieder geval de grond in het zuidelijke plangebied deels is afgegraven. In en rondom het plangebied zijn een aantal kronkelige lijnen te zien die sterk doen denken aan oude beeklopen. Dat is echter , gezien de afgegraven grond in het zuidelijke deel en diverse T-vormige aansluitingen , onwaarschijnlijk. Vermoedelijk gaat het hier om recente paden. 14 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland Afbeelding 4. Detailopname van het plangebied op het AHN. 2. 3 ARCHEOLOGIE In de omgeving van Gaanderen zijn relatief weinig vondsten van jagers/verzamelaars (Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum) bekend. Daarentegen zijn er relatief veel vindplaatsen van resten uit het Laat-Neolithicum , de Bronstijd en IJzertijd geregistreerd. Het latere Gaanderen lag niet ver van de noordgrens van het Romeinse Rijk (de Rijn) en in de omgeving zijn diverse resten gevonden die getuigen van contacten van de inheemse bewoners met het Romeinse rijk. 2. 3. 1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 9 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. 2. 3.
2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Zaakid 3084223100 (circa 50 m O) betreft de vondst van diverse handgevormde aardewerkfragmenten (voornamelijk wikkeldraadaardewerk) en natuursteen uit de Vroege 15 Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | - verkennende | fase | Bethlehemstraat | 25 te Gaanderen | , gemeente | Doetinchem | , Gelderland Bronstijd. | De | vondsten | worden | toegeschreven | aan | complextype | ‘bewoning | inclusief verdediging) | en zijn | gevonden | in 1980 | tijdens | niet-archeologische | graafwerkzaamheden Zaakid | 3289665100 | (circa | 385 | m | ZO) | betreft | een | metaaldetectorvondst | van | een | zilveren munt | uit de | Vroeg-Romeinse | tijd. | Het | complextype | is niet | bekend. Zaakid | 3288417100 | (circa | 370 | m | Z) | betreft | een | fragment | handgevormd | aardewerk | uit de Late | Middeleeuwen | , aangetroffen | tijdens | een | archeologische | inspectie | in 2013. Complextype: | bewoning | , inclusief | verdediging. 2. 3. 3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen | ( = | Archeologische | Monumentenkaart) | zijn terreinen | waarvan | bekend | is dat zich | archeologische | resten | in de | grond | bevinden. | Het | archeologisch | belang | daarvan | is bovendien | gewaardeerd.
| Zo | zijn er | AMK-terreinen | van | archeologische | waarde | en | van | hoog | , zeer | hoog | archeologisch | belang | en | wettelijk | beschermde | AMK-terreinen | van | zeer | hoog archeologisch | belang). | Binnen | het | onderzoeksgebied | zijn | geen | AMK-terreinen geregistreerd: 2. 3. 4 | GEMEENTELIJKE | VERWACHTINGSKAART Op | de | gemeentelijke | verwachtingskaart | (bijlage | 7) ligt de | noordelijke | helft | van | het plangebied | in een | zone | met | een | hoge | verwachting | ; de | zuidelijke | in een | lage. 2. 3. 5 | EERDER | ARCHEOLOGISCH | ONDERZOEK In de | omgeving | van | het | plangebied | hebben | eerder | archeologische | onderzoeken plaatsgevonden. | De | onderzochte | locaties | zijn afgebeeld | in bijlage | 9. Twee | daarvan betreffen | zeer | grootschalige | bureauonderzoek | ; de | derde | betreft | een | gecombineerd | bureau- en booronderzoek | van | omvangrijk | leiding | traject | waarvan | een | klein | aantal | de boringen ongeveer | 400 | m | N | van | het | plangebied | zijn | gezet. | Bureauonderzoeken | leveren | geen primaire | informatie | en | de | omvang | van | deze | drie | onderzoeken | is noodzakelijkerwijs | te globaal | om | relevant | voor | het | plangebied | te zijn. | Ze | blijven | hier | daarom | buiten beschouwing.
Relevant | zijn | de | volgende | onderzoeken: Zaakid | 5289799100 | (circa | 325 | m | N) | betreft | een | bureau- | en booronderzoek | door | Hamaland Advies. | 7 Op | basis | van | het | bureauonderzoek | heeft | het | betreffende | terrein | een | hoge verwachting | op | alle perioden | vanaf | het | Laat-Paleolithicum. | Uit | het | booronderzoek | blijkt | een tot in de | C-horizont | verstoord | bodemprofiel. | Nader | onderzoek | wordt | niet | aanbevolen. Zaakid | 2226069100 | (circa | 95 | m | NO) | betreft | een | bureau- | en | verkennend | booronderzoek uitgevoerd | door | Syntegra. | 8 | Op | basis | van | het | bureauonderzoek | geldt | voor | de | periode | Laat- Paleolithicum | – Mesolithicum | een | middelhoge | verwachting. | Voor | de | periode | Neolithicum | tot en met | Vroege | Middeleeuwen | geldt | een | hoge | verwachting | en | voor | de | periode | Late 7 Woolschot | e.a. , 2022 8 Kremer | , 2009 16 Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | - verkennende | fase | Bethlehemstraat | 25 te Gaanderen | , gemeente | Doetinchem | , Gelderland Middeleeuwen | – | Nieuwe | Tijd | een | lage | verwachting. | Het | booronderzoek | heeft | een | verstoord bodemprofiel | aangetoond. | Nader | onderzoek | is niet | aanbevolen.
Zaakid | 2684157100 | (circa | 340 | m | ZW) | betreft | een | bureau- | en | karterend | booronderzoek | , uitgevoerd | door | Raap. | 9 Op | basis | van | het | bureauonderzoek | geldt | een | hoge | verwachting voor | alle | perioden. | Uit | het | booronderzoek | blijkt | dat | het | aanwezige | plaggendek | en | ook | de top | van | het | rivierduin | is vergraven. | De | verstoring | reikt | echter | niet | tot | de | gehele archeologische | laag | en | heeft | volgens | de | onderzoekers | geen | ernstige | gevolgen | voor eventuele | archeologische | resten. | Nader | onderzoek | wordt | aanbevolen | indien bodemverstorende | werkzaamheden | dit niveau | bedreigen. Zaakid | 2095384100 | (circa | 345 | m | Z-ZO) | betreft | een | booronderzoek | , uitgevoerd | door Arcadis | in 2004. | Het | betreffende | onderzoek | is niet | gepubliceerd | en | de | eerste | bevindingen zijn | niet | beschreven. Zaakid | 2202310100 | (circa | 360 | m | Z-ZO) | betreft | een | bureau- | en | karterend | booronderzoek. Dit rapport | is niet | gepubliceerd | in Archis | of het | e-depot | (datastations) | , maar | tijdens | het onderzoek | zijn | aardewerkfragmenten | uit | de | periode | Bronstijd | – | Romeinse | tijd | en | Nieuwe Tijd | opgeboord. 2. 4 | HISTORIE Gaanderen | is vermoedelijk | als | nederzetting | rond | 800 | na | Chr. | ontstaan.
| De | eerste schriftelijke | vermelding | is echter | pas | in 1427 | (‘Aldinchem’ | , later | ‘Gemere’). | De | oudste | kern lag vermoedelijk | ruim | 1 | km | ten | zuiden | van | het | plangebied. | Het | toponiem | ‘Gemere’ | is mogelijk | een | samenvoeging | van | ‘Ger’ | en | ‘Laar’ | , wat | kan | worden | omschreven | als | ‘spitse heuvelrij’. | Die | oude | kern | lag | landschappelijk | gezien | tussen | rivierduinen | , omgeven | door drassige | laagten. | De | latere | nederzetting | Gander | is rond | de | 12 | e eeuw | ontstaan | ter | hoogte van | de | Kerkstraat | , ruim | 200 | m | oostelijk | van | het | plangebied. | Rond | 1660 | bestond | de nederzetting | vermoedelijk | uit | ongeveer | 20 | boerderijen | die | verspreid | over | het | gebied | lagen. De | omliggende | gronden | zijn | vermoedelijk | vanaf | de | 14 | e eeuw | ontgonnen | als kampen. | 10 Op | de | eerste | kadastrale | kaart | (circa | 1832) | 11 | is het | plangebied | en | haar | omgeving | nog onbebouwd | (zie | onderstaande | afbeelding). | Het | grootste | deel | van | het | terrein | is op | de | OAT (Oorspronkelijke | Aanwijzende | Tafel) | aangeduid | als | bouwland | ; het | zuidelijke | als | heide. Langs | de | zuidwesthoek | liep | waarschijnlijk | een | pad | (aangeduid | als | heide) | als ontsluitingsweg | naar | aangrenzende | velden | en | bebouwing.
| Opvallend | zijn | de | vlakken heideareaal | aan | weerszijden | van | dit pad. | Dergelijke | vlakken | of duidelijke | afwijkingen | in | de terreininrichting | duiden | soms | op | een | voormalige | bebouwing. Op | de | Cultuurhistorische | kaart | van | Gelderland | 12 betreft | het | bouwlandperceel | een | ‘droge kampontginning’ | en | een | zone | met | ‘oude | ontginningen | en | bossen | in het | droge | zandgebied’. Het | heideveldje | in het | zuidelijke | plangebied | is aangemerkt | als | ‘jonge | ontginningen | en bossen | in | het | droge | zandgebied’ | en | ‘jonge | droge | bossen | op | voormalige | heide’. De | begrenzing | tussen | bouwland | en | heide | komt | vrijwel | overeen | met | de | grens | tussen hoog/laag | op | het | AHN | (Afbeelding | 4) , wat | doet | vermoeden | dat | hier | oorspronkelijk | sprake 9 Ringenier | e.a. , 2015. 10 Roes | , 2002. 11 bron: | hisgis. nl 12 Bron: | geoportal. | gelderland. | nl (histland50 | , histland500) 17 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland is van een zandopduiking waarop later een plaggendek is aangebracht waardoor het hoogteverschil nog is geaccentueerd. heide opgaande bomen boomgaard bebouwing erf plein/weg weideland bouwland plangebied onderzoeksgebied Afbeelding 5.
Eerste kadastrale kaart (Minuutplan) , circa 1832. Bron: hisgis. nl ste Ook op 20 eeuwse kaarten is meestal een duidelijk hoogteverschil aangegeven (zie onderstaande afbeeldingen). Daarbij zijn delen van het plangebied afwisselend in gebruik geweest als akker of als grasland. Het plangebied is aldoor onbebouwd gebleven. Het terrein rondom het plangebied raakt in toenemende mate bebouwd. 18 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: Topotijdreis. nl Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1955. Bron: Topotijdreis. nl 19 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1970. Bron: Topotijdreis. nl Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1975. Bron: Topotijdreis. nl 20 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1999. Bron: Topotijdreis. nl 21 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 3CONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL 3.
1 CONCLUSIE Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt op een rivierterras waar grove zanden en grind is te verwachten. Hierboven ligt dekzand (meestal matig fijn , goed gesorteerd zand). In de top van dit dekzand is waarschijnlijk sprake van bodemvorming (een podzolprofiel). Het noordelijke deel ligt ongeveer 70 cm hoger dan het zuidelijke. Dit verschil is deels te zoeken in de aanwezigheid van een plaggendek in het noordelijke deel , maar waarschijnlijk lag de natuurlijke bodem hier ook wat hoger. In de nabije omgeving lag een nederzetting uit de Bronstijd. In een wat ruimere omgeving zijn veel resten uit de periode Laat-Neolithicum tot en met IJzertijd bekend , hoewel ook andere perioden zeker vertegenwoordigd zijn. Het huidige Gaanderen is even ten oosten van het e e plangebied ontstaan vanaf de 12 eeuw. De omliggende gronden zijn vanaf de 14 eeuw ontgonnen (kampontginningen). Het plangebied is aldoor onbebouwd gebleven. Als zodanig kan , mede door het plaggendek in het noordelijke plangebied , een overwegend intacte bodemopbouw worden verwacht , waardoor eventuele resten onder dit plaggendek nog goed bewaard kunnen zijn gebleven. 3.
2 VERWACHTINGSMODEL Op basis van de landschappelijke situatie (vermoedelijke zandopduiking in het noordelijke gebied) en het relatief geringe aantal vondsten uit die periode in de omgeving , kan een middelhoge verwachting worden aangehouden voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum- Vroeg-Neolithicum. Resten uit die periode zijn overwegend in de directe omgeving van vers zoet water te vinden. Voor zover bekend was daarvan geen sprake. Ongeveer 260 m NW van het plangebied stroomt de rond 1975 gekanaliseerde Bietheimer Beek. Voor de kanalisatie lag het stroomgebied westelijker. Voor de periode Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen kan een hoge verwachting worden aangehouden , met name voor het noordelijke , wat hoger gelegen deel van het plangebied. Deze verwachting is gebaseerd op de vermoedelijke opduiking en podzolbodem ter plaatse , waarbij het noordelijke deel is afgedekt door een plaggendek. Voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd kan een middelhoge/hoge verwachting worden aangehouden. Weliswaar is het plangebied op oude kaarten vanaf 1832 onbebouwd e gebleven. Rond de 11 eeuw ontstond een tendens waarbij boerenerven naar de randen van de es werden verplaatst en daarna vrijwel plaatsvast bleven. Daarvoor lagen boerenerven temidden van de bouwlanden.
Wanneer een boerderij aan vervanging toe was , werd vaak elders op de es een nieuwe boerderij gebouwd. Bovenstaande pleit eerder voor een lage of hooguit middelhoge verwachting voor deze periode. Op de kadastrale kaart van 1832 zijn echter op het heideperceel in/nabij het plangebied aan weerszijden van een pad vlakken aangegeven die sterk doen denken aan oude erfpercelen. Wellicht gaat het hier om 22 Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | - verkennende | fase | Bethlehemstraat | 25 te Gaanderen | , gemeente | Doetinchem | , Gelderland boerenerven | die rond | 1832 | verlaten | waren | , maar | waarvan | de | oude | perceelsgrenzen | nog terug | te vinden | zijn op | de | kaart. | In dat | geval | kunnen | resten | uit die periode | in het | plangebied worden | verwacht | , hetzij | van | een | bebouwing | of van | erfinrichting. Eventuele | nederzettingen | uit de | steentijd | hebben | een | omvang | van | 50 | – 200 | m(kleine 2 variant) | of 200 | – 1000 | m(middelgrote 2 | variant). | Nederzettingen | uit | de periode | Bronstijd | – middeleeuwen | hebben | meestal | een | omvang | tussen | 500 | – 2000 | m(huisplaats) 2 | of meer dan | 8000 | m(dorp).
2 | 13 Deze | resten | liggen | in de | top | van | de | natuurlijke | ondergrond | , mogelijk | dicht | onder | het maaiveld | onder | een | bouwvoor | (zuidelijke | plangebied) | of plaggendek | (noordelijke plangebied). | De | natuurlijke | bodem | wordt | hier | gevormd | door | (dek)zand | waarin | zich | een podzol | heeft | ontwikkeld. | Eventuele | resten | bestaan | uit vuursteenstrooiingen | (voornamelijk Laat-Paleolithicum | tot en | met | Neolithicum | , in mindere | mate | Bronstijd | en | IJzertijd). Daarnaast | kan | (gefragmenteerd) | aardewerk | worden | verwacht | , evenals | houtskool | , verbrande | huttenleem | en | natuursteen. | Vanaf | ongeveer | de | 17eeuw e | is ook | baksteen | te verwachten | (rurale | gebieden | ; in bewoningskernen | al eerder). | Deze | vondstcategorieën bevinden | zich | aan | of in het | pleistocene | zand | , direct | onder | een | bouwvoor. | Daarnaast kunnen | grondsporen | worden | verwacht. | Het | gaat | daarbij | overwegend | om | paalkuilen | , greppels | en | afvalkuilen | en | dergelijke. | Deze | bevinden | zich | in de | top | van | de | pleistocene ondergrond | en | kunnen | zich | tot op | grote | diepte | uitstrekken. 3. 3 | ADVIES Op | basis | van | de | resultaten | van | het | bureauonderzoek | worden | archeologische | resten verwacht.
| De | geplande | bodemingrepen | zullen | deze | resten | zeer | waarschijnlijk | aantasten. We | adviseren | daarom | vervolgonderzoek | aan | in de | vorm | van | een | verkennend booronderzoek. | Hierbij | worden | verspreid | over | de | toegankelijke | delen | van | het | plangebied | in totaal | zes | grondboringen | gezet. | De | boringen | hebben | tot | doel | het | archeologische verwachtingsmodel | te toetsen | en | zonodig | aan | te vullen. | Met | dit | booronderzoek | wordt | de bodemopbouw | in kaart | gebracht. | Aangezien | de | daadwerkelijke | bodemopbouw | in het plangebied | niet | precies | bekend | is , vormt | een | verkennend | booronderzoek | de | aangewezen onderzoeksmethode. | Op | basis | van | de | resultaten | van | dit onderzoek | kunnen | kansrijke | delen worden | geselecteerd | voor | eventueel | vervolgonderzoek | , terwijl | delen | met | geen | of weinig kansrijke | delen | van | vervolgonderzoek | kunnen | worden | uitgesloten. 13 bron: | Tol e.a. , 2006. 23 - Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | verkennende | fase | Bethlehemstraat | 25 te Gaanderen, | gemeente | Doetinchem, | Gelderland Ave | vonverzoek 4.1 | BESCHRIJVING | ONDERZOEKSMETHODIEK Het | veldonderzoek | heeft | tot doel | om | meer | inzicht | te | verkrijgen | in de | fysische | situatie | in het plangebied.
| Het | dient | de | in het | plangebied | aanwezige | bodems, | de | mate | van | verstoring | en de | aanwezigheid | van | potentiële | archeologische | niveaus | in kaart | te brengen. | Aan | de | hand daarvan | kan | er voor | het | plangebied | een | gespecificeerd | verwachtingsmodel | worden opgesteld | dat | gedetailleerder | en | nauwkeuriger | is dan | een | verwachtingsmodel | dat | louter gebaseerd | is op | bronnen | en | globalere | bodem- | en | geomorfologische | kaarten. Het | hele | plangebied | was | toegankelijk | voor | archeologisch | booronderzoek. Voor | aanvang | van | het | veldonderzoek | is een | Plan | van | Aanpak | (PvA) | opgesteld!“ | en gedeponeerd | in Archis3. | Het | veldonderzoek | bestond | uit het | zetten | van | zes | verkennende boringen. | Verkennend | booronderzoek | is een | snelle | en | kostenefficiënte | onderzoeksmethode om | de | archeologische | potentie | van | een | plangebied | in kaart | te | brengen. | Aangezien | de specifieke | bodemopbouw | in het | plangebied | niet | bekend | is, is verkennend | onderzoek | in dit stadium | de | meest | geschikte | onderzoeksmethode. De | boringen | zijn | uitgevoerd | met | een | Edelmanboor | met | een | diameter | van | 7 cm. | De boorkernen | zijn | visueel | geïnspecteerd | op | het | voorkomen | van | archeologische | indicatoren.
De | boringen | zijn | gemeten | met | GPS | met | een | nauwkeurigheid | van | 3 m. | Het | bodemprofiel | is beschreven | volgens | de | norm | NEN | 5104 | en | ASB. | De | NAP-maaiveldhoogtes | van | de | boringen zijn | bepaald | aan | de | hand | van | het | AHN. | De | profielbeschrijvingen | zijn | opgenomen | in Bijlage 11. | De | boorpuntenkaart | met | de | posities | van | de | boringen | is opgenomen | in bijlage | 10. 4.2 | RESULTATEN: | LITHOLOGIE, | LITHOGENESE | EN BODEMONTWIKKELING Algemeen | is onder | een | dikke | A-horizont | (plaggendek) | de | ondergrond | (C-horizont) aangetroffen | bestaande | uit afzettingen | van | de | Formatie | van | Kreftenheye. | De | Aap-horizont heeft | een | dikte | van | 60 | à | 90 | cm | en | bestaat | uit twee | subhorizonten. | De | ondergrond | (top | van het | potentiële | archeologische | niveau) | is aangetroffen | op | 60 | à 90 | cm | -mv | (13,48 | à | 14,82 | m +NAP). | Als | goede | representatie | van | de | bodemopbouw | binnen | het | plangebied | wordt | boring 4 beschreven: e | _Otot | 50cm | -mv | tot | m | zwak | zwak (14,75 | 15,25 | +NAP): | bruin, | humeus, | siltig, | matig 1 | 202 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) EN, 24 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland fijn zand met enkele houtskoolspikkels.
• 50 tot 80 cm -mv (1445 tot 1475 m +NAP): geelbruin , zwak humeus , zwak siltig , , , matig fijn , zwak roesthoudend zand met enkele houtskoolspikkels • 80 tot 120 cm -mv (1405 tot 1445 m +NAP): lichtgeel , zwak siltig , matig fijn , , , matig roesthoudend , enigszins scherp zand , C-horizont , Formatie van Kreftenheye. De bodemopbouw is niet verstoord. In de natuurlijke ondergrond zijn geen bodemhorizonten aangetroffen die bodemvorming vertonen. 4. 3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Overal zijn enkele houtskoolspikkels aangetroffen in de bovenste subhorizont van de A- horizont. Verder zijn er houtskoolspikkels aangetroffen in de onderste subhorizont van de A-horizont van de boringen 1 , 2 , 4 en 5. In de natuurlijke ondergrond zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. De in de A-horizont (plaggendek) aangetroffen houtskoolspikkels kunnen van elders afkomstig kunnen zijn en kunnen niet aan een archeologische vindplaats gekoppeld worden. Er zijn geen (relevante) archeologische indicatoren aangetroffen. Opsporing hiervan vergt meer intensieve vormen van archeologisch veldonderzoek en was niet het doel van het hier uitgevoerde verkennende booronderzoek (zie paragraaf 1. 7).
25 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 5 CONCLUSIE EN VERWACHTING Er is een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen bestaande uit een dikke A-horizont (plaggendek) op de afzettingen van de Formatie van Kreftenheye. In deze ondergrond zijn geen bodemhorizonten aangetroffen die door bodemvorming zijn ontstaan. Er is dan ook een AC-profiel aangetroffen. Om die reden kan de archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum - Vroeg-Neolithicum naar laag worden bijgesteld. Vanwege de onverstoorde bodemopbouw moet de hoge archeologische verwachting voor de periode Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen en de middelhoge/hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd worden gehandhaafd. De top van het potentiële archeologische niveau) is aangetroffen op 60 à 90 cm -mv (1348 à 1482 m +NAP). , , 26 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bethlehemstraat 25 te Gaanderen , gemeente Doetinchem , Gelderland 6 SELECTIEADVIES Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).
Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: 15 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Programma van Eisen benodigd. Hiervoor is een door het bevoegd gezag goed te keuren De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Doetinchem , hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente , de Omgevingsdienst Achterhoek. 15 Borsboom e.a. , 2012 27 Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | - verkennende | fase | Bethlehemstraat | 25 te Gaanderen | , gemeente | Doetinchem | , Gelderland literatuur Berendsen | , H.J.A. | , 2005 | (1997). | Landschappelijk | Nederland. | De | fysisch | geografische regio’s. | Assen. Berendsen | , H.J.A. | , 2008. | De | vorming | van | het | land. | Assen. Borsboom | , A. J. en J. W. H. P. Verhagen | , 2012. | KNA | Leidraad | Inventariserend | Veldonderzoek. Deel: | Proefsleuvenonderzoek | (IVO-P). | Gouda. Bosch | , J.H.A.2008. , | Archeologische | Standaard | Boorbeschrijvingsmethode | versie | 1. 1. Op basis | van | de | Standaard | Boorbeschrijvingsmethode | versie | 5. 2. Deltares-rapport | 2008-U- R0881/A. Kremer | , H. , 2009. | Bureauonderzoek | en karterend | veldonderzoek | d. m. | v. boringen.
Bethlehemstraat | te Gaanderen | , gemeente | Doetinchem. | Synthegra-rapport | S090011. Doetinchem. Mulder | , E. F. J. de. , 2003. | De | ondergrond | van | Nederland. | Groningen. Nederlands | Normalisatie-instituut | , 1989. | Nederlandse | Norm | NEN | 5104 | , Classificatie | van onverharde | grondmonsters | , Nederlands | Normalisatie-instituut | Delft. Ringenier | H. | en E. Goossens | , 2015. | Plangebied | MFA | terrein | te Gaanderen | , gemeente Doetinchem | , archeologisch | vooronderzoek: | een | bureau- | en inventariserend | veldonderzoek (karterend | booronderzoek). | Raap-notitie | 5189. | Weesp. Roes | , R.L. , 2002. | Geschiedenis | van | Gaanderen. | Nederzetting | Aldinchem | is oorsprong | van Gaanderen | deel | I en | II. In: Kronyck: | tijdschrift | van | de | oudheidkundige | kring | Deutekom | en de oudheidkundige | vereniging | Salehem | en | Gander | , Doetinchem. Scholte | Lubberink | , H. B. | G. , 1997. | Gemeente | Doetinchem | , Landelijk | gebied | en | stadskern. Archeologische | inventarisatie | en | verwachtingskaart. | Raap-rapport | 293. | Amsterdam. Tol , A.J. , J. W. H. P. Verhagen | en M. | Verbruggen | , 2012. | Leidraad | inventariserend veldonderzoek | ; Deel: | karterend | booronderzoek | v2. | SIKB Woolschot | , D. en | E. E. A. van | der | Kuijl , 2022.
| Bureauonderzoek | en verkennend Booronderzoek | archeologie | plangebied | Over | de | Beek | 12 | te Gaanderen | , gemeente Doetinchem. | Hamaland | Advies | Rapport. | Zelhem. Wijnen | , J. , 2025. | Plan | van | Aanpak | ivo-verkennend | Gaanderen | Bethlehemstraat | 25. Eindhoven. Archeologische | databases/internetbronnen ArchisIII www. | boorstaten. | nl www. | topotijdreis. | nl www. | hisgis. | nl www. | grondwatertools. | nl www. | kadastralekaart. | com Gebruikte | kaarten Historische | kaarten | vanaf | 1890 | tot en | met | 2015. | Bron: | www. | topotijdreis. | nl. Geraadpleegd | op | 23-7-2025 28 Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | - verkennende | fase | Bethlehemstraat | 25 te Gaanderen | , gemeente | Doetinchem | , Gelderland Bodemkaart | van | Nederland | , schaal | 1:50. | 000. | Bron: | www. | pdok. | nl. Geraadpleegd | op 23-7-2025 Geologische | kaart | van | Nederland | , schaal | 1:600. | 000. | Bron: | www. | dinoloket. | nl. Geraadpleegd | op | 23-7-2025 Topografische | kaart | , schaal | 1:10. | 000. | Bron: | www. | pdok. | nl. Geraadpleegd | op | 23-7- 2025 archeologische | vindplaatsen- | en | verwachtingskaart | Gaanderen. | Bron: | gemeente Doetinchem. | Geraadpleegd | op | 23-7-2025 Actueel | Hoogtebestand | Nederland | (AHN4) | , nauwkeurigheid | Z-waarde | < = | 5 cm. | Bron: www. | ahn. | nl.
Geraadpleegd | op | 23-7-2025 minuut | 1832. | Bron: | beeldbank. | cultureelerfgoed. | nl. Geraadpleegd | op | 23-7-2025 landschappelijke | waardenkaart. | Bron: | gemeente | Doetinchem. | Geraadpleegd | op | 23-7- 2025 Kaart | waarnemingen | , AMK-terreinen | en | onderzoeksmeldingen. | Bron: www. | zoeken. | cultureelerfgoed. | nl. | Geraadpleegd | op | 23-7-2025 Lijst | afbeeldingen Afbeelding | 1. Ligging | van | het | plan- | en | onderzoeksgebied. | Bron: | pdok. | nl | 6 Afbeelding | 2. | Huidige | situatie | (boven) | en | nieuwe | situatie | (onder). | Bron: | pdok. | nl9 Afbeelding | 3. Paleogeografische | ontwikkeling | van | 9000 | – 2750 | voor | Chr. | (naar | Vos | e.a. , 2020). | 14 Afbeelding | 4. Detailopname | van | het | plangebied | op | het | AHN. | 15 Afbeelding | 5. | Eerste | kadastrale | kaart | (Minuutplan) | , circa | 1832. | Bron: | hisgis. | nl18 Afbeelding | 6. | Uitsnede | uit | de | topografische | kaart | van | 1900. | Bron: | Topotijdreis. | nl19 Afbeelding | 8. | Uitsnede | uit | de | topografische | kaart | van | 1955. | Bron: | Topotijdreis. | nl19 Afbeelding | 9. | Uitsnede | uit | de | topografische | kaart | van | 1970. | Bron: | Topotijdreis. | nl20 Afbeelding | 10. | Uitsnede | uit | de topografische | kaart | van | 1975. | Bron: | Topotijdreis. | nl20 Afbeelding | 11. | Uitsnede | uit | de topografische | kaart | van | 1999.
| Bron: | Topotijdreis. | nl21 29 BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN BIJLAGE 3 GEOLOGISCHE KAART BIJLAGE 4 LANDSCHAPPELIJKE WAARDENKAART BIJLAGE 5 VERGRAVEN GRONDEN BIJLAGE 6 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND BIJLAGE 7 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
BIJLAGE 8 BODEMKAART bEZ21 Hn21 Hn30 zEZ21 Zn23 Rn95c Zb21 Zb30 Hoge bruine enkeerdgronden ; leemarm en zwak lemig fijn zand veldpodzolgronden ; leemarm en zwak lemig fijn zand veldpodzolgronden ; grof zand hoge zwarte enkeerdgronden , leemarm en zwak lemig fijn zand vlakvaaggronden ; lemig fijn zand kalkloze poldervaaggronden , zware zavel en lichte klei pv5 vorstvaaggronden , leemarm en zwak lemig zand vorstvaaggronden , grof zand plangebied onderzoeksgebied BIJLAGE 9 WAARNEMINGEN , AMK- TERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN BIJLAGE 10 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK BIJLAGE | 11 | BOORSTATEN Boring | 1 | RD-coördinaten: | 220992/439209 | Boring 2 | RD-coördinaten: | 220958/439231 -mv (m) | NAP(m | -mv (m) | _NAP(m) ithologie kleurbeeld | lithologie kleurbeeld T | T 0 | 14,38 | T | Te | 0 | 4 | Ee: | | zand, | matig | fijn, zwak | zand, | matig | fijn, zwak siltig, goed | gesorteerd, | siltig, goed | gesorteerd, zwak | humeus, | bruin, | m | zwak | humeus, | bruin, baksteenhoudend, | atig | A-horizont, | bouwvoor 4 A-horizont, | bouwvoor | weinig | houtskool 1413 | weinig | houtskool | 0,25 | 14,14 | zand, | matig | fijn, zwak zwak | | | 30 40 | zand, | fijn, | siltig, goed | gesorteerd, matig / / siltig, goed | gesorteerd, | zwak | humeus, | geel/ | bru zwak | humeus, | geel/ bru | zwak | roesthoudend, | A-horizont | n, zwak | roesthoudend, | in ú 13,88 | A-horizont | 0,5 | 13,89
| eo | weinig | houtskool weinig | houtskool | zand, | matig | fijn, zwak zand, | matig | fijn, zwak | siltig, goed | gesorteerd, T siltig, goed | gesorteerd, | lichtgeel, | matig ú ri | z | roesthoudend, | C-horizo |roesthoudend, | C-horizo | Formatie | van | Kreftenhe 13,63 | Ee | 0,75 | oo | Formaue | van | Krertenne | 13,64 | nt | | , | | nt, | ye | | —_ | ve 13,38 120 —_ —_ Projectnummer | Locatie-adres GABE251 | Bethlehemstraat | 25 | LAAGLAND Boormeester | Plaats | ARCHEOLOGIE (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Boring | 3 | RD-coördinaten: | 220974/439242 | Boring | 4 | RD-coördinaten: | 220997/439232 -mv | (m) | _NAP(m | -mv | (m) | _NAP(m) ithologie | kleurbeeld | lithologie | kleurbeeld T | T nj 0 | 15,24 | 0 | 15,25 zand, | matig | fijn, zwak | zand, | matig | fijn, zwak siltig, goed | gesorteerd, | siltig, | goed | gesorteerd, zwak | humeus, | bruin, | zwak | humeus, | bruin, | zw A-horizont | baksteenhoudend, | ak + | + weinig | houtskool | A-horizont 025 | | | 14,99 | zand, | matig | fijn, zwak | o2s| | 15 | weinig | houtskool siltig, goed | gesorteerd, | zand, | matig | fijn, zwak í | 7 | siltig, | goed | gesorteerd, so | zwak | roesthoudend, | 5 T | 1 | En | | A-horizont | | zwak | roesthoudend, n, | A-horizont De: | zand, | matig | fijn, zwak | | 14,74 | | | 14,75 | | weinig | 9 | houtskool | in, 05 | ; | Siltig, goed | gesorteerd, | 05 | f zo matg | zand, |
matig | fijn, zwak (memtgeer, T | T | roesthoudend, | C-horizo | zo | fles | aredgegerteerd, | Formatie | van | Kreftenhe | Í n | | roesthoudend, | C-horizo 0,75 | 14,49 | nt, | 075 | 14,5 | Formatie | van | Kreftenhe * | —_ | f | | ye An —_ | nt, ye 1 | 14,25 120 —_ —_ — Boring | 5 | RD-coördinaten: | 221007/439243 | Boring | 6 | RD-coördinaten: | 220983/439275 -mv | (m) | _NAP(m | -mv | (m) | _NAP(m) ithologie | kleurbeeld | lithologie | kleurbeeld T | T i | i 0 | 1546 | 0 | 15,52 zand, | matig | fijn, zwak | zand, | matig | fijn, zwak siltig, goed | gesorteerd, | siltig, | goed | gesorteerd, zwak | humeus, | bruin, | m | zwak | humeus, | bruin, baksteenhoudend, | atig | A-horizont + | + A-horizont, | bouwvoor | weinig | houtskool o2s | | 1521 | weinig | houtskool | 025 | | 15,27 | zand, | matig | fijn, zwak zand, | matig | fijn, zwak | [siltig, | goed | gesorteerd, |siltig, | goed | gesorteerd, | | zwak | humeus, | geel/ | bru zwak | humeus, | grijs/ | 50 | zwak | roesthoudend, L | L | | | | n ú | bruin, | zwak | roesthoude | | A-horizont | 0,5 | 14,96 | A-horizont | 0,5 | 15,02 ’ | ’ | | einia | houtskool | nd, | zand, | matig | fijn, zwak ‚ Wwemig | oo goed | gesorteerd, 5 | [siltig, matig ou fijn, zwak | zo zand | | nentgeel, | matig T | T | | C-horízo so | | files | aged,gegerteerd, | roesthoudend, 0,75 | | 14,71 | - | 0,75 |_ 14,77 | Formatie | van | Kreftenhe | ;, ij
| roesthoudend, | C-horizo Formatie | van | y ë Kreftenhe,; | , ye | 100 | | L — id 1 | 14,46 | 1 | 14,52 120 Projectnummer | lecatie-adres GABE251 | Bethlehemstraat | 25 | LAAGLAND Boormeester | Plaats | ARCHEOLOGIE (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) | Gaanderen | 1u93Pi520OE @ (er wanen 5s000 wava — 0229 % Z &T - 50 eau ‘Buysinagdo aseqsooy 0E %5'0 VEP Japuyw ‘Bursinsqdo vaas wa gz g zoog ayYIstUEGPaN wa st g 300q ayastueUdaN wa zr g zoog aYIsILEUSIN ij Waor gs0og ayostLEYHON wa 4 g100q apissaard Joogafenz Í woe gsing | wa gsing f| we sr gzeoqvewjapa Ï wo zr gs00quewjapg Il wo ot g1ooquewjapg | wag gaoogvewjapa adÁuoog z02e5 #z e T ‘Buisinagdo aseqyoIz WIT > WIE pargaBsZueZsaro WIE >-€Q paige3sZueBiano wa €'Q > paygeBsBueBssro fen wenjen soopjIex ogegodjer snngIp diayasuo days See) opuoBsijsopuo Buyzuossog «> Sjuram (ieejsoy og “uaarsannn hooysnoy weamapsee ‘sed sinsBuajoy vind ‘vanseg “mou 'sjarsom ‘uadjayas “spajsom ‘uaruejd ven uaisaa) uasozearpur ayostdojoaydse/sarsnjauj € <0T0/090 € >8'T OTQ/0S0 8'T > 0TQ/090 url oooz >-0zp uei preauoseë 1423js puaauosa3 Byew p1aauosa] paoë Zuuazospuez 4038 1ssarn j018 zoa J018 Sew ug Baew ulij zaaz ufij 3ssan uveerpawpuez OZt > - 00E 00E > -OIZ Or > "OSL OST >- SOT Sor > BipuuB says 8 Sypuud new dj BipuuB gem | snawny y1a3s mn snawny Sew 5 snawny gez L_ uo3ui3aonaog o8119A0 Buys ‘pLUg Sipuez zssan ‘puug Sypuez pars 'puUD Sipuez Snew
‘puug Sipuezr yemz ‘puis Sipuez sas ‘aan Bipuez jemz ‘'u3IN Soy 1935 ‘usor Syrapy jemz ‘uaaA wjejeesaujw ‘uaar Bipuez 103 “waar ENIS waa Bypuez ars tan TZ En 7 Sipuez Sijeus vary DI Bipuez yemz opt VIA Bays assen tet Ì Jij Bays vers vor SI) Buys Bgew ‘lanx Bups geze won OI Bray ‘puez Sys ssaun ‘puez E Says Snew‘puez | nen) Snyts zemz ‘puez PT) (asv ue ONL-OLIN ven wisousBurnfpyosoqsoog ‘POTS NIN Wiojuoo) epuoêay ad LAAGLAND ARCHEOLOGIE Ln N pj © © W v 0 TD € 5 0 U Le dol, 8 RE 5 VO 0 0 Els eo v|E © Jaja 0 - ù e E kaj E 5 ne 3 0 5 he ë BIE S als 2 <Io a Oja (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) BIJLAGE 12 VERKLARENDE WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende , behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische , hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek , vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bodemhorizont – een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Deze onderscheidt zich van andere lagen door kleur , textuur , structuur en abiotische factoren.
De aan- of afwezigheid hiervan in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water , waardoor klei , humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. De BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel , bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. Bronstijd - In de Bronstijd (2. 000 – 800 voor Chr. ) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt , hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet.
Es – een es (enk , eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar , maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Esker – Een esker of smeltwaterrug is een heuvel in het landschap of onder de grond die is veroorzaakt door smeltwater onder een ijskap , zoals een gletsjer. Een esker in ons land is gevormd tijdens het Saalien aan de rand van het landijs. De heuvel bestaat uit glaciofluviaal sediment , hoofdzakelijk grove zanden en grind met kleine keien. Formatie van Kreftenheye - deze afzettingen zijn gevormd door (voorlopers van) de Rijn gedurende de periode Laat-Saalien – Laat-Weichselien. Deze sedimenten zijn afgezet in een | vlechtend | fluvioglaciaal | en | fluviatiel | milieu. | Kreftenheye-afzettingen | bestaan overwegend | uit | matig- | uiterst | grof | zand | met | een | grijze | tot bruine | kleur. | Het | kan | zowel kalkhoudend | als | kalkloos | zijn | en | vaak | komt | grind | voor. | Ook | uiterst | –matig | fijn zand | wordt aangetroffen | , evenals | zwak | siltige | – zandige | klei. Formatie | van | Boxtel | – de | Boxtel-afzettingen | bestaan | overwegend | uit zand | en | in wat mindere | mate | uit | leem. | Deze | afzettingen | zijn | vooral | onder | koude | , periglaciale omstandigheden | gevormd.
| Het | betreft | onder | andere | afzettingen | die | door | de | wind | zijn afgezet | (eolisch | zand | ; inclusief | stuifzandvlakte | , rivierduin) | , periglaciaal | eolisch | (dekzand | , löss , deflatielaag) | , periglaciaal | lacustrien | , kleinschalige | fluviatiele | afzettingen | (beek) | , hellingafzettingen | , lacustriene | afzettingen | en | moeras | (veen | en | gyttja). IJzertijd | - In | de | IJzertijd | (800 | – 12 | voor | Chr. | ) werden | de | eerste | ijzeren | voorwerpen gemaakt. | IJzer | was | harder | dan | brons | en | ijzererts | was | veel | breder | beschikbaar | dan | de grondstoffen | voor | brons | (koper | en | tin). | Het | winnen | en | smeden | van | ijzer | vereiste | echter veel | kunde | en | kennis. | Naast | aardewerk | worden | vanaf | deze | periode | soms | resten | van ijzeroventjes | gevonden | of afval | dat | is ontstaan | bij | ijzerwinning. | Op | de | hogere | zandgronden kwamen | celtic | fields | (raatakkers) | tot | ontwikkeling. | Dit | waren | akkercomplexen | die | zich soms | tot | over | een | groot | gebied | konden | uitstrekken | en | gekenmerkt | werden | door | relatief kleine | akkertjes | die | omgeven | werden | door | raatvormige | wallen. | Men | woonde | temidden | van de | akkers. | Ten | opzichte | van | de | voorgaande | en | latere | perioden | werden | vaak | nattere gronden | opgezocht.
| Vanaf | de | IJzertijd | ook | werden | de | zeekleigebieden | in gebruik | genomen. Kampontginning | – | kampontginningen | zijn | veelal | kleinschalige | , meestal | vrij late ontginningen | die | vanuit | een | of | een | beperkt | aantal | personen | zijn | opgezet | (eenmanses). Vaak | zijn | diverse | kampontginningen | op | den | duur | samengegroeid | tot | een | grotere | es. Laagpakket | van | Wierden | - (Formatie | van | Boxtel). | Tot | dit laagpakket | worden | de | (jonge) dekzanden | gerekend. | Dekzand | is gedurende | het | laat-Weichselien | – vroeg-Holoceen gevormd | onder | invloed | van | de | wind. Mesolithicum | - Het | Mesolithicum | (8. 800 | – 4. 900 | voor | Chr. | ) begon | tijdens | het | begin | van het | Holoceen. | De | gemiddelde | temperatuur | steeg. | Vegetatie | ontwikkelde | zich | sterk | en | de variatie | in flora | en | fauna | nam | toe. | De | mens | trok | als | jager/verzamelaar | door | het | land. Materiële | resten | uit | deze | periode | worden | gekenmerkt | door | kleine | vuursteenvoorwerpen (microlithen). Middeleeuwen | - De | Middeleeuwen | duurden | van | 450 | – 1500 | na | Chr. | Over | de | periode | vlak na | het | definitieve | vertrek | van | de | Romeinen | uit Nederland | is weinig | bekend. | Tot | op | heden zijn | relatief | weinig | vindplaatsen | uit deze | periode | aangetroffen.