CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B12.0 Onderbouwing Kempsestraat 1-3 Wehl.pdf

beeldvormende raad 12 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G26.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE DOETINCHEM

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Januari 2026

EDOK-RO

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld  06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl  www.edok-ro.nl

Documenttitel

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Datum

26-01-2026

Gemeente

Doetinchem

Webadres gemeente

www.doetinchem.nl

Projectnummer

2025-FR-01

Opsteller

EDOK-RO

Contactpersoon

Dhr. E. Dokter

2

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Leeswijzer

7 7 7 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving huidige situatie 2.1 Historie 2.2 Huidige inrichting plangebied 2.3 Landschap 2.4 Huidig planologisch regime

11 11 12 15 16

Hoofdstuk 3 Voorgenomen ontwikkeling 3.1 Wat houdt de ontwikkeling in? 3.2 Medewerking opheffen strijdigheid 3.3 Conclusie

19 19 21 22

Hoofdstuk 4 Voorbereiding en participatie 4.1 Verkenningsfase 4.2 Participatie omgeving

23 23 23

Hoofdstuk 5 Beleid en regelgeving 5.1 Rijksbeleid en Rijksregels 5.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 5.3 Regionaal beleid 5.4 Beleid waterschap 5.5 Gemeentelijk beleid

25 25 27 32 34 36

Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten 6.1 Geluid 6.2 Luchtkwaliteit 6.3 Geur 6.4 Bodemkwaliteit 6.5 Waterhuishouding 6.6 Mobiliteit en parkeren 6.7 Omgevingsveiligheid 6.8 Natuur 6.9 Cultureel erfgoed 6.10 Duurzaamheid 6.11 M.e.r.-beoordeling 6.12 Milieubelastende activiteiten 6.13 Spuitzone 6.14 Gezondheid

49 49 50 52 52 55 58 61 63 65 67 70 71 73 75

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

77 77 77

Bijlagen

79

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

81

Bijlage 2

Woning Kempsestraat 1

83

Bijlage 3

Bodemonderzoek

85

Bijlage 4

Aanvullend bodemonderzoek

87

Bijlage 5

Natuurwaardenonderzoek

89

Bijlage 6

Vleermuis onderzoek

91

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

93

Bijlage 8

Watertoets

95

3

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

4

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Motivering

5

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

6

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Voor het perceel aan de Kempsestraat 1-3 in Wehl is een plan ontwikkeld. De eigenaren van het ter plaatse aanwezige agrarische bedrijf (hierna: initiatiefnemer) willen de agrarische activiteiten beëindigen. De stallen op dit erf worden grotendeels gesloopt. In ruil voor de te slopen stallen, wil de initiatiefnemer op het erf vier extra woningen toevoegen. Samen met de bestaande twee woningen die behouden blijven, zal het aantal woningen op het erf in de toekomstige situatie in totaal zes woningen bedragen. Momenteel is het voorgenomen plan van de initiatiefnemer in strijd met het geldende omgevingsplan van de gemeente Doetinchem, omdat de beëindiging van het agrarische bedrijf en de functiewijziging naar wonen binnen de huidige planologische mogelijkheden niet is toegestaan. De gemeente Doetinchem is bereid om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling, indien het geldende omgevingsplan wordt gewijzigd. Wanneer sprake is van een wijziging van het omgevingsplan, dan moet worden aangetoond dat deze wijziging voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Voorliggende motivering voorziet daarin.

1.2

Plangebied

Ligging Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Doetinchem, ten zuidwesten van de kern Nieuw - Wehl. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Globale ligging plangebied In figuur 1.2 wordt de ligging en de nabijgelegen straten weergegeven.

7

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Figuur 1.2: Luchtfoto directe omgeving Begrenzing Het plangebied wordt aan de noordzijde en westzijde begrensd door de Kempsestraat en aan de oostzijde en zuidzijde door agrarische gronden. In figuur 1.3 wordt de indicatieve begrenzing van het plangebied weergegeven door middel van een luchtfoto en rode lijnen.

Figuur 1.3: begrenzing plangebied Kadastraal Kadastrale gemeente

: Wehl

Sectie

:M

Nummer

: 231

8

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Figuur 1.4: Uitsnede kadastrale kaart

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de voorgenomen ontwikkeling die deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele-landschappelijke situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt beschreven op welke manier participatie heeft plaatsgevonden en in hoofdstuk 5 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 7 komen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

9

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

10

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving huidige situatie

Historie

Op de historische kaart van 1850 lijkt het erop dat er rond deze tijd nog geen bebouwing aanwezig was in het plangebied. In de omgeving is echter wel bebouwing zichtbaar, te herkennen aan zwarte punten die zich voornamelijk langs de wegen bevinden. Het plangebied bestond destijds uit gras- en bouwland op de drogere delen, terwijl de nattere delen, vooral aan de oost- en zuidzijde, uit bos en woeste gronden bestonden. Op de ingekleurde kaart van 1900 zijn de cultuurgronden duidelijk te herkennen aan de lichte kleuren. Het aanwezige bos is groen weergegeven op de kaart. Rond 1930 is de eerste bebouwing in het plangebied zichtbaar, aangeduid met een rode stip. Het bos aan de oost- en zuidzijde van het plangebied is in deze periode ontgonnen en omgezet in landbouwgrond. De hogere zandkopjes zijn op de kaart te herkennen aan de taludlijnen. Op de kaart van 1970 is te zien dat de bebouwing in het plangebied is toegenomen. Rond deze tijd is voor de oorspronkelijke boerderij een nieuw woonhuis gebouwd, dat nog steeds verbonden is met het originele voorhuis. Dit voorhuis is tegenwoordig herkenbaar als een schuur of bijgebouw. Rond het jaar 2000 bereikte het bedrijf bijna zijn maximale omvang. Tussen 1970 en 2000 werd een extra bedrijfswoning gebouwd en kwamen er meerdere agrarische schuren bij. In deze periode waren er ook veel houtsingels aanwezig rondom de bebouwing.

Tussen 2000 en 2023 zijn de houtsingels rondom de bebouwing gerooid; alleen enkele bomen zijn blijven staan. De ruimtes tussen de bestaande schuren zijn in deze periode verder volgebouwd.

Figuur 2.1: Uitsnede topokaarten

11

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

2.2

Huidige inrichting plangebied

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit het erf, enkele graslandjes en beplantingen. De toegangsweg en het erf zijn grotendeels verhard. Verder bevinden zich op het perceel twee woonhuizen met bijbehorende bouwwerken, een mestopslag en vijf schuren. Dit is in figuur 2.2 weergegeven.

Figuur 2.2: Huidige situatie De woningen worden ontsloten via de Kempsestraat aan de noordzijde (zie figuur 2.3) en het bedrijf wordt ontsloten op de Kempsestraat aan de oostzijde (zie figuur 2.4). Er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig.

Figuur 2.3: Ontsluiting van de twee woningen

12

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Figuur 2.4: Ontsluiting van de bedrijfsbebouwing Landschapstype De landschapstypekaart van de provincie Gelderland geeft aan dat het noordelijke deel van het plangebied zich bevindt in het broekige kampenontginningslandschap, dat op de kaart in het rood is aangegeven. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in het jonge ontginningslandschap, in een nat-droog zandgebied, en is op de kaart in het geel weergegeven.

Figuur 2.5: Landschapstype (bron: www.gelderland.nl/kaarten-en-cijfers) Bodemtype De bodem in het plangebied bestaat grotendeels uit een Vlakvaaggrond (Zn23) met lemig fijn zand. Op de kaart is dit aangegeven met een lichtgele kleur. De bebouwing in het plangebied staat voornamelijk op een Vorstvaaggrond (Zb23) met eveneens lemig fijn zand, die op de kaart in het geel is weergegeven. Vaaggronden zijn kalkloze zandgronden zonder minerale eerdlaag.

Figuur 2.6: Landschapstype (bron: www.bodemdata.nl

13

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl Grondwatertrap De gemiddelde hoogste grondwaterstand aan de oostzijde van het plangebied (het natste deel van het plangebied) ligt op gemiddeld 52 cm onder het maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand bevindt zich op deze locatie op gemiddeld 151 cm onder het maaiveld. De bodemkaart deelt de Vlakvaaggronden in bij grondwatertrap 3 en de Vorstvaaggronden bij grondwatertrap 7.

Figuur 2.7: Grondwatertrap (bron: www.bodemdata.nl) GNN GO Op de kaart is de Groene Ontwikkelingszone van de provincie Gelderland in het groen weergegeven. In de directe nabijheid is geen gebied aangewezen als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het nieuw te ontwikkelen erf ligt buiten de Groene Ontwikkelingszone.

14

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Figuur 2.8: GNN/GO (bron: www.arcgis.com/apps/mapviewer.nl

2.3

Landschap

De initiatiefnemers hebben door Staring Advies, een adviesbureau voor natuur en landschap, een erfen landschappelijk inrichtingsplan laten opstellen. Dit plan is opgenomen als Bijlage 1 bij de voorliggende motivering. In het erf- en landschappelijk inrichtingsplan is o.a. een landschapsanalyse gemaakt van de huidige situatie. Aanwezige kwaliteiten Buiten het plangebied ligt een houtsingel die eigendom is van Staatsbosbeheer (1). Binnen het plangebied bevinden de landschappelijke kwaliteiten zich voornamelijk rondom de randen van de bebouwing: Een bomenrij die richting het erf leidt (2). Enkele oude zomereiken die in het bouwland staan (3). Een inheemse haag rondom de voortuin (4). Een haag rondom de tweede woning (5). Een rij bestaande uit voornamelijk zomereiken (6).

Figuur 2.9: Aanwezige kwaliteiten

15

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl Potentiële kwaliteiten De nieuw te plaatsen bebouwing wordt gesitueerd binnen dit zoekgebied (1), om de compactheid van het erf te waarborgen. De bestaande bomenrij richting het erf kan worden versterkt wanneer de schuren worden gesloopt (2). Meer kwaliteit kan worden toegevoegd aan de bestaande groenstructuren (3). De lage, natte delen in het plangebied zijn geschikt voor de aanleg van een amfibieënpoel (4).

Figuur 2.10: Potentiële kwaliteiten

2.4

Huidig planologisch regime

Het plangebied ligt binnen het toepassingsbereik van het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem, tijdelijk onderdeel ‘Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022’. Ook gelden er andere tijdelijke onderdelen, maar voor de planologische mogelijkheden is voornoemd tijdelijk onderdeel het meest relevant, waarop in onderstaande alinea’s nader wordt ingegaan. In figuur 2.11 is de geldende plankaart van het tijdelijke onderdeel ‘Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022’ weergegeven. Het plangebied is daarop indicatief aangegeven door middel van een rode cirkel.

Figuur 2.11: Uitsnede huidig planologisch regime

16

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl Binnen het plangebied geldt in hoofdzaak de functie ‘Agrarisch’. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bedoeld voor agrarische bedrijvigheid. Aan het plangebied is de aanduiding ‘ng’ toegekend, waardoor ook niet-grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan, zoals een varkenshouderij. Verder is binnen de functie 'Agrarisch' een bouwblok aanwezig, waarbinnen gebouwd mag worden ten dienste van de agrarische functie. Tot slot is op het plangebied een dubbelfunctie van toepassing, te weten 'Waarde - Archeologische verwachting 2’ en 'Waarde - Archeologische verwachting 6'. Hierdoor zijn de gronden binnen het plangebied, naast het agrarische gebruik, tevens geschikt voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Strijdigheid met geldend omgevingsplan Momenteel is het voorgenomen plan in strijd met het geldende omgevingsplan, tijdelijk onderdeel ‘Landelijk gebied - 2020, reparatie 2022’. Dit omdat de beëindiging van het agrarische bedrijf en de functiewijziging naar wonen met daarbij behorende bouwmogelijkheden binnen de huidige planologische mogelijkheden niet toegestaan zijn.

17

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

18

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Hoofdstuk 3 3.1

Voorgenomen ontwikkeling

Wat houdt de ontwikkeling in?

Zoals reeds beschreven, zijn de initiatiefnemers van plan om het agrarische bedrijf te beëindigen. De bestaande 2 woningen blijven behouden en de stallen worden gesloopt. In figuur 3.1 zijn de te slopen gebouwen in kaart gebracht. De te slopen oppervlakte bedraagt afgerond 3.071 m².

Figuur 3.1: Te verwijderen bestrating en bebouwing (rode contour) Op de plek van de te slopen schuren en te verwijderen verharding worden twee maal een twee-onder-een-kapwoning gerealiseerd welke geschakeld zijn door middel van de garages. Op de achtererfgrens van de nieuwe woningen mag een bijgebouw worden gerealiseerd (zie figuur 3.2). Het parkeren vindt op eigen terrein plaats, zie ook 6.6.

19

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Figuur 3.2: Situering van de woningen Figuur 3.3 geeft een overzicht van de situering van de woningen op het gehele perceel en figuur 3.4 geeft een sfeerimpressie weer. Bij de verder uitwerking wordt nog bekeken of het aantal m 2 aan verharding nog kan afnemen.

Figuur 3.3: Situering van de woningen op het perceel.

20

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Figuur 3.4: Sfeerimpressie De woningen wordt gebouwd met natuurlijke materialen en kleurgebruik. Bij de vergunningsaanvraag bouwen, zal worden aangegeven welke materialen en kleuren worden toegepast. De woningen worden aan elkaar gekoppeld d.m.v. garages. De woningen krijgen een goot-nokhoogte van respectievelijk maximaal 4,5 en 10 meter. De hoogte van de tussenliggende garages is maximaal 6 meter en de goot maximaal 3 meter. De inhoud van de noordelijke twee-onder-een-kapwoning krijgt een inhoud van maximaal 750 m3 en de andere twee-onder-een-kapwoning een inhoud van maximaal 375 m3. Volgens voorwaarde 4 uit de notitie wonen landelijk gebied moet alle bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt worden en is er per vrijstaande woning recht op maximaal 150 m 2 (inclusief 50m2 vergunningsvrije) bijgebouwen. Kempsestraat 1 Ook de bebouwing die aan de bestaande bedrijfswoning is gebouwd geldt als agrarisch bijgebouw en zou dus gesloopt moeten worden. Echter mag volgens het beleid van de gemeente, de woning worden vergroot tot maximaal 750 m3. Doordat de woning inpandig wordt vergroot tot 715 m3, wordt het agrarisch bijgebouw verkleind tot 130 m2 en voldoet daarmee aan de voorwaarde van maximaal 150 m2.

Voor de vergroting van de woning zal na het onherroepelijke omgevingsplan een vergunning worden aangevraagd zodat de juiste afbakening tussen woning en bijgebouw met een vergunning wordt geregeld. Dit wordt weergegeven in Bijlage 2. Kempsestraat 3 De inhoud van deze woning bedraagt maximaal 750 m3. Een bijgebouw is in de bestaande situatie niet aanwezig. De toekomstige bewoners kunnen een bijgebouw realiseren, mits deze voldoet aan de maximum afmetingen.

3.2

Medewerking opheffen strijdigheid

De initiatiefnemers hebben een vooroverleg aangevraagd bij de gemeente Doetinchem, waarin medewerking is gevraagd voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente Doetinchem heeft aangegeven dat er onder bepaalde voorwaarden medewerking verkregen kan worden tot de voorgenomen ontwikkeling. Deze voorwaarden zijn als volgt:  Het plan moet voldoen aan de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’.  Alle agrarische bebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van de twee bedrijfswoningen.

21

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl Er moeten afspraken worden gemaakt met de gemeente die vastgelegd worden in een anterieure overeenkomst.  De ambtelijke medewerking vervalt na 12 maanden na de datum van het principebesluit. De gemeente Doetinchem werkt sinds 1 januari 2024 met veegplannen. Tweemaal per jaar wordt een omgevingsplanwijziging doorlopen. Om mee te kunnen doen met de het veegplan geldt dat er op 1 augustus of 10 januari een goedgekeurde ruimtelijke onderbouwing bij de gemeente aanwezig moet zijn. 

3.3

Conclusie

Alles overwegende draagt de ontwikkeling bij aan een goede fysieke leefomgeving. Uit voorliggende motivering blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Besluit kwaliteit leefomgeving, Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Uit de uitgevoerde onderzoeken en tekstuele motiveringen bij de omgevingsaspecten blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Op basis van die onderzoeken dient in de regels en/of verbeelding het volgende te worden opgenomen:  Verplichting voor de landschappelijke inpassing van de woningen.  Verplichting voldoende waterberging.  (aanvullend) bodemonderzoek en verplichting bodemsanering.

22

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Hoofdstuk 4

Voorbereiding en participatie

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.

4.1

Verkenningsfase

De initiatiefnemers hebben op 24 maart 2024 een vooroverleg aangevraagd bij de gemeente Doetinchem, waarin medewerking is gevraagd voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente Doetinchem heeft op 13 mei 2024 per mail aangegeven dat er onder bepaalde voorwaarden medewerking verkregen kan worden tot de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Participatie omgeving

De initiatiefnemers hebben op 20 februari 2025 de omwonenden uitgenodigd en gesproken over de voorgenomen ontwikkeling. Tijdens dit gesprek hebben de initiatiefnemers de buren zo volledig mogelijk ingelicht en aan hen een exemplaar van het schetsplan overhandigd. Allereerst is aangegeven dat de initiatiefnemers willen stoppen met het bedrijf. De omwonenden begrepen de keuze en staan er volledig achter. Het landschappelijk inpassingsplan is getoond. De aanwezigen waren geïnteresseerd en reageerde zeer positief op het plan. Er zijn geen negatieve reacties binnengekomen en iedereen wenst de initiatiefnemers veel succes.

23

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

24

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

Hoofdstuk 5

Beleid en regelgeving

5.1

Rijksbeleid en Rijksregels

5.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan:  periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval;  de zeespiegelstijging;  de overgang naar duurzame energie;  de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen;  de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen;  de groei en het bereikbaar houden van steden;  plekken voor distributiecentra;  het versterken van de natuur en biodiversiteit;  het behoud van het landschap;  de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuze we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuze.

Die keuze hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Toets Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de beëindiging van een agrarisch bedrijf en de toevoeging van 4 extra woningen binnen het plangebied. Zoals reeds beschreven, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het provinciale- en gemeentelijke beleid. Er wordt daarbij gemotiveerd dat het plan binnen het door de provincie en gemeente vastgesteld beleid ten aanzien van wonen past. Hierdoor past het plan ook binnen de prioriteiten van de NOVI en kan er geconcludeerd worden dat geen sprake is van een strijdigheid met het rijksbeleid 5.1.2

Regels: Instructieregels Rijk (AMvB’s)

De Omgevingswet werkt door in 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);

25

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels:  Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl).  Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl).  Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl).  Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl).  Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl).  Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl).  Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Toets Het project houdt rekening met de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl.

In deze motivering wordt onder andere ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project ten aanzien van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), ten aanzien van (externe) veiligheid, waterbelangen en de bescherming van gezondheid en het milieu. De volgende instructieregels zijn voor onderhavig project van toepassing:  §5.1.2 Bkl Waarborgen van veiligheid (zie paragraaf 6.6)  §5.1.3 Bkl Beschermen waterbelangen (zie paragraaf 6.9)  §5.1.4 Bkl Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (zie hoofdstuk 6)  §5.1.5 Bkl Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragrafen 2.3, 3.1, 6.8 en 6.11) Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

Daarnaast gelden de:  instructieregels van de provincie voor het omgevingsplan;  eventuele instructies van Rijk en provincie;  de voorbeschermingsregels in het omgevingsplan; Voor het plangebied zijn geen voorbeschermingsregels gesteld waar rekening mee gehouden moeten worden. In de volgende hoofdstukken wordt nader ingegaan op de relevante provinciaal-, en gemeentelijke beleid en de omgevingsaspecten. Als gevolg van het project worden geen rijksbelangen geschaad. Het plangebied bevindt zich op grote afstand van autowegen, buisleidingen, spoorwegen, natuurgebieden, etc. De functie wonen is geen milieubelastende activiteit voor de omgeving en wordt daarom passend geacht in de omgeving. Voor een nadere motivering hierop wordt verwezen naar Hoofdstuk 6. 5.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Onder de Omgevingswet is in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. In artikel 5.129g van het Bkl wordt de ladder als volgt omschreven: Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

26

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met:  de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en  als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor:  op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en  nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Toets Dit plan maakt de realisatie van vier woningen mogelijk. Dit zijn minder dan 11 woningen, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de behoefte van de ontwikkeling niet hoeft te worden aangetoond. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor het voorliggende plan.

5.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

5.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch kr8ig Gelderland. Hiervoor zijn 7 ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie. 2. Klimaatadaptatie. 3. Circulaire economie. 4. Biodiversiteit. 5. Bereikbaarheid. 6. Vestigingsklimaat. 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen:  Ruimtelijk beleid.

27

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl  Waterbeleid.  Milieubeleid.  Natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Doetinchem. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook 3 beleidsdocumenten vastgesteld:  Regionaal waterprogramma.  Handreiking plussenbeleid.  Beleidslijn windenergie. Toets Voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op de beëindiging van een agrarisch bedrijf en de toevoeging van 4 extra woningen binnen het plangebied. De beëindiging van het agrarisch bedrijf draagt bij aan de verbetering van het woon- en leefklimaat van omliggende woningen, omdat een hinderveroorzakende functie met bijbehorende hindermogelijkheid verdwijnt. Daarnaast draagt de beëindiging van het agrarisch bedrijf bij aan de verhoging van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden in de nabijheid van het plangebied, aangezien er in de toekomst geen dieren meer gehouden zullen worden die kunnen leiden tot stikstof- en ammoniakemissie. Verder zal er in de toekomstige situatie door de afname van de bebouwde oppervlakte en bestrating binnen het plangebied meer ruimte zijn voor het treffen van klimaatadaptieve maatregelen.

Dit is gunstig voor de waterhuishouding, het tegengaan van hitte en voorkomen van droogte. Tot slot zullen de nieuwe woningen gasloos worden gebouwd, waardoor zonnepanelen voor het opwarmen van de woningen en de stroom voor het dagelijkse huishouden nodig zullen zijn. De eventuele overtollige stroom kan worden teruggeleverd aan de energiemaatschappij, die deze kan doorverkopen aan derden. Hiermee kan aan de energietransitie worden bijgedragen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling aan meerdere ambities (energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en woon- en leefklimaat) van de provincie kan bijdragen. Vanuit de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ zijn dan ook geen belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.2.2

Omgevingsverordening provincie Gelderland

De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en 1 van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden de volgende provinciale instructieregels:  Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening).  Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening).  Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening).  Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening).  Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening).  Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening).  Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

Toets Ten aanzien van voorliggend plan wordt opgemerkt dat het plangebied binnen diverse

28

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl aanwijzingsgebieden ligt. In de onderstaande alinea’s worden deze aanwijzingsgebieden beschreven en vindt er een toetsing plaats. Artikel 2.1 (regionale woonagenda) 1. Per regio stellen de gemeentebesturen een regionale woonagenda op. 2. Gedeputeerde Staten stellen de regionale woonagenda vast, als de agenda in overeenstemming is met de regionale opgave en het meest recente provinciale beleid. 3. Als nog geen regionale woonagenda is vastgesteld of een noodzakelijke actualisatie van de vigerende regionale woonagenda nog niet heeft plaatsgevonden, beoordelen Gedeputeerde Staten, totdat die regionale woonagenda is vastgesteld of na actualisering opnieuw is vastgesteld een plan dat nieuwe woningen mogelijk maakt aan de volgende criteria: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling. Artikel 2.2 (instructieregel plan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een plan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2.

Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een plan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Toetsing Het toevoegen van vier woningen in het buitengebied van Wehl, geeft invulling aan de grote woningbehoefte. De ontwikkeling is in paragraaf 5.1.3 getoetst aan de ladder. Artikel 2.65b Klimaatadaptie 1. Voor zover een plan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het plan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.

Toetsing In het plangebied neemt het aantal m2 aan verharding enorm af, wordt er extra groen aangelegd en wordt een ruime wadi (zie figuur 6.5) en een poel (zie figuur 3.2) aangelegd. Dit komt klimaatadaptatie ten goede. Artikel 3.32m (bodemenergiesystemen, boringen en graafwerkzaamheden) 1. Het is verboden in een Minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd. 2. Het is verboden in een Minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied op een diepte van 30 meter of meer onder het maaiveld: a. boringen te verrichten, boorputten aan te leggen, in exploitatie te nemen of te hebben; b. grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als wordt voldaan aan de voorschriften in bijlage Grondwaterbescherming, onderdeel F. 4. Van het voornemen tot het aanleggen of gebruiken van een bodemenergiesysteem of het verrichten van een activiteit op een diepte van 30 meter of meer onder het maaiveld als bedoeld in het derde lid doet degene die de activiteit wil ondernemen een melding.

29

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl 5. Op deze melding is artikel 3.35 van toepassing. Toetsing Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Gelderse streek Liemers (artikel 5.40 Omgevingsverordening) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Liemers wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Liemers. Toets De kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap zijn als uitgangspunt genomen bij het opstellen van het erf- en landschappelijk inrichtingsplan, zoals reeds beschreven in hoofdstuk 2 en 3. Aan artikel 5.40 uit de Omgevingsverordening provincie Gelderland wordt derhalve voldaan. Provinciale weg (artikel 5.61 Omgevingsverordening) Een omgevingsplan bevat geen regels die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van een provinciale weg belemmeren. Toets Voorliggend plan heeft alleen betrekking op gronden en bouwwerken binnen het plangebied, waar de provinciale weg geen onderdeel van is. Aan artikel 5.61 uit de Omgevingsverordening provincie Gelderland wordt derhalve voldaan. Wateroverlast in het Omgevingsverordening)

beheergebied

van

waterschap

Rijn

en

IJssel

(artikel

5.85

Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; d. hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Toets In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt in paragraaf 5.4 getoetst aan het waterbeleid van het waterschap, droogte, hitte en wateroverlast. Doordat het aantal m 2 aan verharding behoorlijk afneemt, er extra groen en een wadi en een poel wordt aangelegd neemt de kans op wateroverlast, droogte en hitte af. Geacht wordt hiermee dat aan artikel 5.85 uit de Omgevingsverordening provincie Gelderland wordt voldaan. Werkgebied van Faunabeheereenheid Gelderland (artikel 2.1 en 2.2 Omgevingsverordening) Binnen de provincie Gelderland is er 1 faunabeheereenheid. Het werkgebied van Faunabeheereenheid Gelderland omvat het hele grondgebied van de provincie Gelderland, met uitzondering van Kroondomein Het Loo. De faunabeheereenheid heeft tot taak: a.

het coördineren van de uitvoering van het faunabeheerplan; en b. het adviseren van Gedeputeerde Staten over faunabeleid. Een faunabeheerplan wordt elke 6 jaar herzien. In aanvulling op artikel 6.2 van het Omgevingsbesluit bevat een faunabeheerplan: a. een beschrijving van de handelingen van het huidige en voorgaande faunabeheerplan; en b. de gegevens en bescheiden die op grond van de Omgevingsregeling worden verstrekt voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit die nodig is voor de

30

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl uitvoering van het faunabeheerplan voor de onderdelen: c. het beperken van de omvang van populaties van in het wild levende dieren; en d. het bestrijden van schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers. Op verzoek van de faunabeheereenheid kan de termijn waarbinnen een faunabeheerplan wordt herzien, worden verlengd met ten hoogste 1 jaar. Toets Voorliggend plan heeft geen invloed op het faunabeheersplan van de faunabeheereenheid. Daarnaast is in het kader van het plan een quickscan flora en fauna uitgevoerd, waaruit blijkt dat voorliggend plan geen nadelig effect heeft op beschermde flora- en fauna. Zie hiervoor paragraaf 6.8. Op basis van het vorenstaande wordt geacht dat aan artikel 2.1 en 2.2 uit de Omgevingsverordening provincie Gelderland voldaan wordt. 5.2.3

Gelderse Woondeal

Het Rijk heeft met de provincies afspraken gemaakt over de provinciale bijdrage aan de nationale opgaven. In Gelderland is afgesproken de komende jaren in te zetten op de bouw van 100.000 woningen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en waarvan minimaal 28% sociale huur door corporaties. Om de gestelde Gelderse woningbouwambitie te kunnen realiseren, riep de provincie het Kabinet op om steun te geven (=randvoorwaarden). Het gaat dan om: 1. Onrendabele toppen: De grote hoeveelheid eisen aan woningbouwprojecten kan er toe leiden dat ze meer geld kosten dan ze opleveren. Om de woningen betaalbaar te houden is een financiële bijdrage nodig. 2. Bereikbaarheid: Er zijn extra investeringen (en dus financiële ondersteuning) nodig in diverse mobiliteitsnetwerken (weg, ov, fiets etc.) zodat werkgelegenheid en voorzieningen bereikbaar blijven. 3. Ambtelijke capaciteit: Er is structureel geld nodig voor extra ambtelijke capaciteit bij gemeenten om onder andere plannen te maken, te toetsen en te begeleiden. 4. Stikstof: Er is voldoende stikstofruimte nodig om voldoende (betaalbare) woningen te kunnen realiseren. De provincie Gelderland zet in op het realiseren van minimaal 3.000 flexwoningen tot medio 2025. 5.2.4

Actieplan Wonen 2020-2025

De provincie Gelderland heeft haar woonbeleid vastgelegd in het Actieplan Wonen 2020-2025. Daarbij spelen verschillende opgaven:  Belangrijke kwalitatieve verbeteringen op de woningmarkt vragen om aandacht. Bijvoorbeeld de snellere doorstroming van huishoudens en de grotere beschikbaarheid van zowel betaalbare woningen voor starters, ouderen en andere doelgroepen, als van sociale en middeldure koop en huurwoningen.  Bij de bouwproductie spelen een aantal belangrijke ambities: een zorgvuldig en zuinig gebruik van de ruimte, klimaatadaptatie, een circulaire bouw en energievoorziening, en inspelen op demografische ontwikkelingen.  Een vlotte woningbouw wordt bemoeilijkt door verschillende knelpunten. Denk aan de capaciteitstekorten bij bouwbedrijven, gemeenten en nutsbedrijven en gestegen bouwkosten. Met name bij energievragende grondstofproducten is er onzekerheid door de oorlog in Oekraïne. We zien op dit moment al dat grote veiligheidsmarges worden afgegeven bij prijzen tussen ontwikkelaars en aannemers, mede ten gevolge van grondstof schaarste. Ook door stikstofregels en -toetsen, duurzaamheidscriteria en procedures komt de bouw op locaties minder snel van de grond. De urgentie is zo hoog, dat provincie Gelderland met het Actieplan Wonen een bijdrage wil leveren aan de uitvoering van de bouwopgave.

Drie doelen staan in het actieplan centraal:  Doelstelling 1: versnelling van de woningbouw (sneller).  Doelstelling 2: meer betaalbare woningen (betaalbaar).  Doelstelling 3: meer flexibele woonvormen (flexibel). Met het Actieplan Wonen wil de provincie de komende vijf jaar de bouw van circa 45.000 woningen versnellen. De provincie heeft 14 maatregelen en acties ontwikkeld om deze versnelling haalbaar te maken. Daarvoor is 30 miljoen euro beschikbaar gesteld.

31

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl 5.2.5

Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels

Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland past.

5.3

Regionaal beleid

5.3.1

Regionale structuurvisie Achterhoek 2012

Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid is er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn:  omgaan met de krimp;  externe relaties;  veranderingen in het landelijk gebied;  overstap naar duurzame energie.

Figuur 5.1: Visiekaart Achterhoek De Visiekaart Achterhoek geeft de regionale structuren en kwaliteiten weer. Landschap De verschillen in landschapstypen zijn een belangrijke identiteitsdrager van de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten willen die kenmerken en landschappelijke verschillen in de toekomst behouden, versterken of herstellen. Het gaat er daarbij niet om terug te keren naar het verleden, maar om het opdoen van inspiratie uit het verleden bij de toekomstige inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De karakteristieken van deze landschapstypen bieden aanknopingspunten voor de

32

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het Achterhoekse landschap kan veel functies absorberen. De ‘landschapstypekaart’ (bijlage 5 van de structuurvisie) geeft het regionale kader weer. De aanbevelingen met betrekking tot lokale wijze van inpassing staan hier ook verder beschreven. Functieverandering van VAB of andere vrijgekomen/ vrijkomende complexen naar woon-, werk- of recreatiefuncties kan worden toegestaan. Infrastructuur Bereikbaarheid van en in de regio is van groot belang. De infrastructuur is derhalve wel functioneel van belang. Deze is voor de toekomst maar zeer beperkt ruimtelijk ordenend, niet meer dan het nu al is. De pijlen geven de verbindingen aan waar verbetering noodzakelijk-wenselijk is. Dorpenlandschap Voorzieningen worden in een bepaalde mate geconcentreerd in bestaande grotere kernen, te weten Doetinchem, Winterswijk, Vorden, Hengelo, Borculo, Eibergen, Ruurlo, Neede, Lichtenvoorde, Groenlo, Aalten, Dinxperlo, Varsseveld, Gendringen, Steenderen, Wehl, Didam, 'sHeerenberg, Zelhem, Ulft /Gendringen en Silvolde/Gaanderen/Terborg. Dit betekent echter niet dat overal hetzelfde voorzieningenniveau wordt nagestreefd. In eerste instantie bepalen lokale behoefte en initiatief het niveau van de voorzieningen. Regionaal wordt afstemming gezocht om overaanbod en/of concurrentie door nabijheid te voorkomen.

Het uitkristalliseren van deze afstemming is nog in voorbereiding. Overige speerpunten, zoals duurzame energie, toerisme enzovoort: deze speerpunten gelden regionaal en zijn in banners in de zijkant weergegeven. Er zijn geen specifieke locaties voor aangewezen. Wel wordt regionale afstemming nagestreefd. Toets De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan de bestaande infrastructuur. Verder heeft het plangebied geen betrekking op voorzieningen. Wat betreft de overige speerpunten, zoals duurzame energie, toerisme enzovoort, kan worden opgemerkt dat met de realisatie van de woningen een bijdrage geleverd kan worden aan de energietransitie en toerisme in het landelijk gebied niet wordt belemmerd. Gelet op het vorenstaande wordt geacht dat voorliggend plan passend is voor het landelijk gebied. 5.3.2

Regionale woonagenda 2023-2030

In februari/maart 2023 hebben de Achterhoekse gemeenten en de provincie een nieuwe Regionale Woonagenda 2023-2030 vastgesteld waarin langs 4 programmalijnen de woondoelen uit de Achterhoek Visie 2030 verder zijn uitgewerkt. In Doetinchem is deze agenda op 2 maart 2023 vastgesteld. Deze agenda bevat het volgende: 1. De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar, inclusief 28% sociale huur. 2. De Achterhoek investeert in de kwaliteit van de bestaande voorraad, onder andere door verbetering van 7.000 sociale huurwoningen en 24.000 particuliere woningen. 3. De Achterhoek wil een plek zijn voor iedereen, voor starters, ouderen, werknemers en arbeidsmigranten en andere aandachtsgroepen. 4. De Achterhoek wil dit realiseren via gebiedsgerichte integrale opgaven: a. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten. b. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus. c. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteits-knooppunten. d. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Toets Voorliggende ontwikkeling maakt o.a. de realisatie van 4 extra woningen in het duurdere en midden dure segment mogelijk binnen het plangebied. De regio Achterhoek wil op korte termijn 8.390 woningen en op lange termijn 11.500 woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar.

Middels voorliggend plan kan daaraan een steentje worden bijgedragen. Geacht wordt hierdoor dat vanuit de Regionale Woonagenda 2023-2030 geen belemmeringen zijn voor voorliggende ontwikkeling. Twee woningen mogen een inhoud hebben van maximaal 750 m 3 en twee woningen maximaal 375 m3. Beide woningen kunnen levensloopbestendig en/of voor gezinnen zijn. 5.3.3

Conclusie regionaal beleid

33

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling binnen de doelstellingen en het beleid van de regio Achterhoek past.

5.4

Beleid waterschap

5.4.1

Waterschapsverordening

De eerste versie van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel is van rechtswege ontstaan bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet):  De regels die zijn opgenomen in de Waterschapsverordening Rijn en IJssel 2009, met uitzondering van hoofdstuk 2 (over de onderhoudsplichten).  De regels die zijn opgenomen in de Aansluitverordening Rijn en IJssel.  De regels die zijn opgenomen in de Algemene regels, nadere regels en verplichtingen i.v.m. Waterschapsverordening Rijn en IJssel 2009.  Artikel 8 Verkeersbesluit Oude IJssel.  De zones rond waterstaatswerken, die zijn opgenomen in de legger op grond van artikel 5.1 van de Waterwet.  De zogeheten ‘bruidsschat’: voormalige rijksregels (met name over lozingsactiviteiten), die onder de Omgevingswet niet op rijksniveau terugkeren. De eerste wijziging van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel heeft tot doel om de Waterschapsverordening die van rechtswege is ontstaan te integreren tot een goed geordende versie, die conform de toepasselijke standaarden is vormgegeven en van de benodigde annotaties en digitale werkingsgebieden is voorzien. Toets Voorliggend plan doet geen afbreuk aan de Waterschapsverordening Rijn en IJssel.

Het plangebied ligt niet in de Waterschapsverordening waar beperkende regels gelden, ook niet binnen een zone rond waterstaatswerken. Tevens worden geen lozingsactiviteiten uitgevoerd waarbij de bruidsschat van toepassing is. 5.4.2

Waterbeheerprogramma 2022-2027

In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen van waterschap Rijn en IJssel weergegeven in 4 thema’s:  Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en mede overheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.  Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken.  Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert.  Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied.

Er wordt naar gestreefd dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. Toets

34

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl Voorliggend plan doet geen afbreuk aan het waterbeheerprogramma. De ontwikkeling is immers beperkt tot het plangebied en kan geen effect hebben op het regionaal watersysteem, dijken in Nederland en op het oppervlaktewatersysteem. Het plan kan wel een steentje bijdragen aan de klimaatadaptatie, omdat in de toekomstige situatie minder verhard oppervlak aanwezig is en dus meer ruimte voor groen. Daarnaast wordt het hemelwater van de nieuwe daken en verhardingen afgevoerd naar de wadi. 5.4.3

Weging van het waterbelang

De weging van het waterbelang is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. Het heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De weging heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Met behulp van de weging van het waterbelang kan eenvoudig worden bepaald welke wateraspecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is, zal een uitgebreidere procedure van de weging van het waterbelang moeten worden doorlopen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende 3 resultaten van de weging van het waterbelang: 1. Plan raakt geen wateraspecten: geen wateradvies van het waterschap nodig. 2. Korte procedure: het plan past binnen de uitgangspunten van het waterschap. De initiatiefnemer of gemeente ontvangt van het waterschap een standaardwaterparagraaf, en werkt de voor het plan relevante wateraspecten uit. De waterparagraaf wordt vervolgens door het waterschap van een wateradvies voorzien. 3. Normale procedure: er zijn grote of meerdere wateraspecten van belang.

De initiatiefnemer overlegt met het waterschap om tot maatwerk te komen. De initiatiefnemer brengt opties in beeld en onderbouwt keu6 m.b.t. de waterhuishouding. In de toelichting op de omgevingsplanwijziging moet een stapsgewijze benadering van het huidige en toekomstige watersysteem worden opgenomen. Deze bestaat uit de volgende stappen: 1. Omschrijf het huidig watersysteem. 2. Omschrijf de visie op het watersysteem in het plangebied. Houdt hierbij rekening klimaatontwikkeling en benut uitkomsten uit stresstesten voor wateroverlast, droogte, hitte en overstroming. 3. Omschrijf de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op het watersysteem. 4. Omschrijf welke maatregelen worden genomen om met de gevolgen om te gaan. Hierbij geldt als uitgangspunt, dat de ontwikkeling waterneutraal en klimaatrobuust is. In de weging van het waterbelang komen de in onderstaande tabel opgenomen thema’s en vragen aan de orde. Als het antwoord op 1 of meer van onderstaande vragen ‘ja’ is, raakt het plan een waterbelang (resultaat 2 of 3). Neem dan contact op met het waterschap. Als het antwoord op alle vragen ‘nee’ is, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang, en kan volstaan worden met de standaard waterparagraaf (resultaat 1). De vragenlijst kan ook digitaal doorlopen worden op www.hetwateradvies.nl. 5.4.4

Conclusie beleid waterschap

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past voorliggend plan binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap Rijn en IJssel. Voor de uitwerking/resultaten van de watertoets wordt verwezen naar paragraaf 6.5.

35

Wijziging omgevingsplan Doetinchem, Kempsestraat 1-3 Wehl

5.5

Gemeentelijk beleid

5.5.1

Omgevingsvisie Doetinchem, kloppend hart van de Achterhoek

Op 30 november 2023 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Omgevingsvisie ‘Doetinchem, kloppend hart van de Achterhoek’ vastgesteld. Daarin is de ambitie voor Doetinchem 2036 verwoord. Er spelen grote vraagstukken op het gebied van wonen, werken, landelijk gebied en leefbaarheid. Daarover wordt geschreven in het nieuws, zowel landelijk, provinciaal als lokaal. Die vraagstukken spelen ook bij in Doetinchem. Daarom benoemt de gemeente opgaven die hoge prioriteit hebben en waar als eerst mee aan de slag gaan gegaan wordt. Het gaat om de volgende opgaven: 1. Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor Doetinchem woonstad en woondorpen richting 70.000 inwoners in 2036. Deze opgave is verwerkt in het opstellen van een woonvisie. 2. Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor de spoorzone (omgeving rond station Doetinchem, eerder bekend onder de naam ‘stationsgebied’). 3. Het opstellen van een procesaanpak landelijk gebied voor de Slangenburg en omgeving en Gaanderen en omgeving. 4. Het opstellen van een ontwikkelstrategie voor een toekomstbestendig centrum. Deze 4 opgaven vormen de kern van de visie op onze leefomgeving. Daarom is de visie op de leefomgeving opgebouwd aan de hand van de 4 thema’s: 1. Woongemeente voor iedereen. 2. Werkgemeente met ruimte voor talent en innovatie. 3. Landelijk gebied in balans. 4. Mensen en ontmoeten.

Hierna wordt ingegaan op de verschillende onderwerpen binnen deze thema. Landelijk gebied gaat hand in hand met bebouwde omgeving Het landelijk gebied bepaalt de groene uitstraling van de gemeente. Opvallend is de afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd gebied. Daardoor kan het landelijk gebied niet los gezien worden van de stad, dorpen en buurtschappen. Het landelijk gebied ademt tegelijkertijd een sfeer uit van rust en ruimte. Want doordat het zo direct naast de stad ligt, is het eenvoudig een fietstocht of natuurwandeling te combineren met een bezoek aan het centrum of de dorpskernen. Veelzijdig landelijk gebied van grote waarde Kenmerkend voor de gemeente is de veelzijdigheid van het landelijk gebied. De gemeente ziet op korte afstand van de stad en de dorpskernen veel verschillende soorten landschappen. Het landschap is wat je ziet en beleeft als je om je heen kijkt. Die veelzijdigheid komt door het verschil in de ondergrond, de bodem en het watersysteem. De ondergrond heeft effect op de mogelijkheden om de grond te gebruiken, zoals de hoge zandgronden en de ligging van de Oude IJssel. Die verschillen in gebruik hebben weer invloed op wat je buiten ziet als je om je heen kijkt, een grasvlakte of een bos. Deze landschapskenmerken zorgen voor de verschillende soorten landschappen en dus de veelzijdigheid die de gemeente kent.

Zo ook het halfopen landschap met rijen bomen, hagen en houtwallen. Door de gelijkenis met de coulissen van een toneel, noemen we dit een coulisselandschap. Bijzondere gebouwen, zoals kasteel de Slangenburg, molens en fraaie boerderijen versterken dat landschap. Het landelijk gebied vormt bovendien een belangrijke schakel tussen natuurgebieden (Gelders Natuurnetwerk), denk aan De Zumpe en Kruisbergse Bos. Die schakels worden de ecologische verbindingszones genoemd. Uit onderzoek van de provincie Gelderland blijkt dat de meeste ecologische verbindingszones nog niet goed functioneren.1 Het ontbreekt aan voldoende kleinschalig landschap met bijvoorbeeld houtwallen, bomenrijen en poelen. Hier liggen nog opgaven om dit te verbeteren. Daarom zijn de ecologische verbindingszones, zoals deze ook in de provinciale omgevingsverordening zijn opgenomen, overgenomen als Groen Ontwikkelingsgebied. Het landelijk gebied kenmerkt zich als leefgebied voor tal van soorten amfibieën, insecten, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Te denken valt aan soorten zoals de steenuil, die op boerenerven voorkomt en de boomkikker en kamsalamander die (veedrink)poelen bezetten. Hoewel het landelijk gebied voor dier- en plantensoorten vaak onder druk staat, komen sommige soorten nog

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8364/documents/51590