B06.00 Onderbouwing Kruisbergseweg 172, Doetinchem
Tekst van het document
In de woonvisie is daarvo or de volgende tekst opgenomen voor plannen die al in ontwikkeling waren: Het ruimtelijk streefbeeld voor nieuwe woningbouwontwikkelingen Uitgangspunt voor de woonvisie is dat bij de ontwikkeling van woningbouw primair moet worden ingezet op inbreiding en transformatie. Waar nodig kunnen uitbreidingen plaats vinden aan de stads- en dorpsranden. Het ruimtelijk streefbeeld bestaat uit 5 speerpunten en 1 kaartbeeld. De vijf speerpunten zijn: 1. Kwalitatief groeien met Doetinchems DNA; 2. Bouwen in en aan buurten; 36 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 3. Bodem en water belangrijk bij ruimtelijke keuzes; 4. Waar nodig stadsranden en dorpsranden; 5. Woonmilieus voor ontwikkelingen. Toetsing Met de ontwikkeling wordt in het projectgebied een appartementengebouw gerealiseerd met 32 woningen. Daarmee wordt sowieso aangesloten bij het eerste hoofdpunt: een groei van de gemeente Doetinchem. Door 32 woningen toe te voegen wordt immers het woningaanbod verhoogd. Binnen het projectgebied is voldoende aandacht voor groen, water, wandelpaden voor de bewoners en een k ruidentuin. Daarmee vindt ook een kwalitatieve impuls van het projectgebied plaats, waarmee het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt verbeterd. Door de transformatie van een horecapand naar woningen, is er ook een goede aansluiting met het tweede hoofdpunt.
Met de toevoeging van 32 woningen wordt de grens va n 20 woningen, zoals in punt 3 genoemd, overschreden. De woningen zijn als volgt verdeeld: goedkope koop: 9 appartementen (28%); betaalbare koop (categorie 1): 7 appartementen (22%); betaalbare koop (categorie 2): 6 appartementen (19%); dure koop: 10 appartementen (31%). Gezien het grote aandeel van goedkope tot betaalbar e koopwoningen (ongeveer 69%) is het initiatief wel gewenst op de locatie. Er is vanuit de omgeving een grote vraag naar dergelijke woningen. De ontwikkeling is een zeer welkome aanvulling op h et woningaanbod in Doetinchem. Het betreft bovendien appartementen van verschillen de woonoppervlaktes, in een lommerrijke omgeving, die alle ook levensloopbesten dig zijn. De woningen zijn daarmee geschikt voor een brede doelgroep. Het plan voorziet bovendien in een gemeenschappelijke tuin, waarmee het ontmoeten tuss en bewoners wordt gestimuleerd en men actief bezig kan zijn met bijvoorbeeld tuinonderhoud. 5.5.3 Maatschappelijke behoefte Zoals in dit hoofdstuk naar voren is gekomen, is er in heel Nederland behoefte aan meer woningen. Woningen zijn nu onbereikbaar of onbet aalbaar. In het hele land moeten er meer woningen bij om zowel aan de vraag t e voldoen als om de betaalbaarheid van deze woningen te verhogen. De uitdaging geldt voor alle regio’s en alle gemeenten, waaronder de gemeente Doetinchem.
O ok in de gemeente Doetinchem moeten er daarom meer woningen bijkomen. De behoefte hieraan wordt verder getoetst aan de Ladder voor duurzame versted elijking. Hier wordt in paragraaf 6.11 nader op ingegaan. 5.5.4 Conclusie gemeentelijk beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past d e activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Doetinchem. 37 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinchem" concept 5.6 Omgevingswaarden De gemeente heeft voorlopig geen gebruik gemaakt va n de in het Bkl verankerde bevoegdheid tot het vastleggen van facultatieve omg evingswaarden. Toetsing hieraan is daarom niet mogelijk. 38 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bi j de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefom geving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op het onderzochte omgevingsaspect. 6.1 Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootges teld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid.
Deze regels gaan over het behee rsen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de be scherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 6.1.1 (Wettelijk) kader De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder d e Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevi ngsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondhei d. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieu belastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbro nnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet ge luid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige w erking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aa nleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bi j het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een gel uidsbron.
De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: Het voorkomen van een onbeheerste groei van de gelu idsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; Het reduceren van geluidbelastingen op en in geluid sgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; Het bevorderen van bronmaatregelen; Het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; Het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaanda chtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moe ten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidg egevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden g ehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of l ocatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoord eeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties het aspect geluid afgewogen worden.
39 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.1.2 Onderzoek Voor de voorgenomen planontwikkeling is door Buro Ontwe rp & Omgeving in juli 2025 een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 5. Navolgend volgt een samenvatting van de resultaten en conclusies van het onderzoek. Het projectgebied bevindt zich binnen het geluidaan dachtsgebied van diverse gemeentelijke wegen (Kruisbergseweg, Klootsemastraa t, Velswijkseweg en Bezelhorstweg) en de provinciale weg N316. Het geluid afkomstig van de gezamenlijke gemeentelijke wegen bedraagt maximaal 53 L den. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de toelaatbare standaardwaarde van 53 dB L den op de gevels, als gevolg van het wegverkeer op de gemeentelijke wegen in de directe omgevin g van het projectgebied, op geen enkel beoordelingspunt wordt overschreden. Het geluid afkomstig van de provinciale weg bedraag t maximaal 49 L den. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de toelaatbare standaardwa arde van 50 dB L den op de gevels, als gevolg van het wegverkeer op de gemeent elijke wegen in de directe omgeving van het projectgebied, op geen enkel beoordelingspunt wordt overschreden. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) schrijft voor hoe geluid van industrieterreinen, wegen en spoorwegen op de gevels van geluidgevoelig e gebouwen beoordeeld moet worden.
Een onderdeel hiervan is de berekening van het ’gezamenlijke geluid’ om de benodigde geluidwering van de gevel te kunnen bepalen. De cumulatieve geluidsbelasting is maximaal 53 dB. Er is sprake van een redelijk tot goed woonklimaat. Op basis van de optredende cumula tieve geluidsbelastingen en het Bkl kan de gemeente de geluidsbelastingen accepteren. 6.1.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 6.2 Luchtkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze b ij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. 6.2.1 (Wettelijk) kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwalite itseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenome n in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5).
Een activiteit is toelaatbaar als aan ØØn van de vo lgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende oversch rijding van een grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. 40 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM 10 niet hoger is dan 1,2 ug/m 3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogel ijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ’standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepa alde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl.
Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden; 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3 %-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier berekend worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontrei niging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Buiten de zogenaamde aandachtsgebieden (die liggen in de grotere stedelijke agglomeraties) blijft toetsing aan het onderwerp luchtkwaliteit i n het omgevingsplan beperkt tot de aanleg van auto(snel)wegen en langer e tunnelbuistrajecten. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit gelden ni et voor arbeidsplaatsen. Daartoe behoren bijvoorbeeld bedrijventerreinen, maar ook bedrijfswoningen. Ten slotte moet in het kader van een evenwichtige t oedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 6.2.2 Onderzoek Het voorgenomen initiatief voorziet in de transform atie van een horecabedrijf naar een nieuw appartementengebouw.
Om te bepalen of een woningontwikkeling als NIBM moet worden beschouwd kan naar de grenswaarden worden ge keken. Dit betreft 3.000 woningen bij 2 of meer ontsluitingswegen of 1.500 w oningen bij 1 ontsluitingsweg. Met voorliggende ontwikkeling is sprake van de toevoeging van 32 woningen. Dit ligt ruim onder de grenswaarde en de ontwikkeling kan daarom als NIBM worden beschouwd. Verdere toetsing is niet aan de orde. In het kader van een evenwichtige toedeling van fun cties aan locaties is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezo ndheidsrisico’s kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NS L) van de rijksoverheid geraadpleegd. Het CIMLK geeft inzicht in de concent raties stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10 en PM 2,5) in het projectgebied tussen 2023 en 2030. Het CIM LK maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2023, 2025 en 2030 in het projectgebied onder de grenswaarden lig gen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tege n schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s.
41 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept Het projectgebied ligt tussen twee rekenpunten aan de K ruiserberg in, te weten rekenpunt 09215668_15994571 en 09215668_15994410. Hierbij zijn de volgende waarden NO 2, PM 10 en PM 2,5 gemeten in 2023 (de maximale waarden worden hier benoemd): NO2: 9,3994 µg/m3 PM10: 14,173 µg/m3 PM2,5: 7,865 µg/m3 Voor NO2 en PM10 verbindingen geldt een grenswaarde van 40 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 20 µg/m 3. De hoeveelheid NO 2, PM 10 en PM 2,5 in het projectgebied blijft ruimschoots onder de gestelde grenswaarden. De monitoringstool maakt dus duidelijk dat de concentraties luchtvervu ilende stoffen in de peiljaren 2023, 2025 en 2030 in het projectgebied onder de grenswaa rden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De grenswaarden worden op Europees niveau vanaf 2030 verlaagd naar 20 µg/m3 voor NO2 en PM 10 en naar 10 µg/m 3 voor PM2,5. Ook als wordt uitgegaan van de nieuwe grenswaarden, voldoet de ontwikkeling aan het maximaal toelaatbare. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdo or beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s.
6.2.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect luchtk waliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 6.3 Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze b ij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 6.3.1 (Wettelijk) kader De instructieregels van het Bkl voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringen en landbouwhuisdieren zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige g ebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Op industrie- en bedrijventerreinen kunnen bedrijfs matige activiteiten voorkomen die geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf e en relevante geurbron. Het bevoegd gezag bepaalt echter zelf welke mate van ge urhinder ze aanvaardbaar vindt. Er moet dus worden beoordeeld of de geur van een ac tiviteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. 42 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.3.2 Onderzoek Met de ontwikkeling vindt de realisatie van een app artementengebouw met 32 nieuwe woningen plaats. Dit betreft een geurgevoelig gebou w.
De dichtstbijzijnde veehouderij bevindt zich aan de Bezelhorstweg 15 te Doetinchem, op ongeveer 120 meter ten noordoosten van het projectgebied. Voor niet-intens ieve veehouderijen geldt een minimale afstand van 100 meter als richtlijn. Het b etreft een veehouderij met 17 runderen zonder geuremissiefactor. Bovendien bevind en zich al bestaande woningen tussen het projectgebied en de veehouderij, die (ev entueel) een beperkende werking hebben op de activiteiten van de veehouderij. Negatieve invloed van de veehouderij ter plaatse van het projectgebied is daarom uit te sluiten. Ligging veehouderij ten opzichte van projectgebied 6.3.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geur g een belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 6.4 Bodemkwaliteit Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de b eoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert v oor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze b ij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 43 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.4.1 (Wettelijk) kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voo r het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen.
De inhoud va n deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het Aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik ondersc heiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogr enswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, re kening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende his torische verontreinigingen en -aantastingen. 6.4.2 Onderzoek Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen in he t projectgebied is een Vooronderzoek bodem uitgevoerd door Montferland Milieu. In deze paragraaf wordt de samenvatting en de conclusie toegelicht. Het volledige rapport is opgenomen als Bijlage 6 bij deze motivering. In het rapport wordt geconcludeerd dat zich op het perceel geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit.
Er zijn lichte verhogingen in de bovengrond en het grondwaterbekend, maar deze zijn van dusdanig geringe aard dat ze als niet significant w orden beschouwd. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen tijdens het onderzoek en een verkennend onderzoek kan daarom worden uitgesloten. 6.4.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect bodemk waliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 6.5 Mobiliteit en parkeren In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze b ij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten verkeer en parkeren. 6.5.1 (Wettelijk) kader In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen me t betrekking tot mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geborgd in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtli jnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom). Wel kan een verandering van functies zorgen voor ee n verkeersaantrekkende werking. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect 44 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.
De gemeente Doetinchem heeft parkeerbeleid opgesteld met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden. 6.5.2 | Onderzoek Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen van de nieuwe woningen is uitgegaan van de kengetallen van CROW (publicatie 744). Voor het bepalen van de parkeernorm is gekeken naar de ’Nota Parkeernormen 2024’ van de gemeente Doetinchem. Op basis aan CBS Statline en de Nota Parkeernormen is Doetinchem aan te wijzen als ’matig stedelijk’. Het projectgebied bevindt zich in de ’Schil centrum’. Voor het aantal verkeersbewegingen valt de volgende berekening te maken: Type en omvang | Aantal | Voertuigbeweginge | Voertuigbewegingen woning | n per woning | totaal goedkope koop <75 m2 | 9 | 4,5 à 5,0 mvt/etmaal | 40,5 à 45 mvt/etmaal betaalbare koop 72-100 | 13 | 5,0 à 5,8 mvt/etmaal | 65 à 75,4 mvt/etmaal m2 dure koop 75-100 m2 | 7 | 5,0 à 5,8 mvt/etmaal | 35 à 40,6 mvt/etmaal dure koop >100 m2 | 3 | 6,5 à 7,3 mvt/etmaal | 19,5 à 21,9 mvt/etmaal TOTAAL | 32 | 160 à 182,9 mvt/etmaal Op basis van bovenstaande is sprake van maximaal 183 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie van het hotel is 10,8. Om de toename van het aantal verkeersbewegingen te bepalen kan dit van de 151 worden afgetrokken, waardoor een toename van 172 overblijft.
Ontsluiting vindt plaats via de Kruisbergseweg. Via de Bezelhorstweg | zit | het | verkeer | vrijwel | direct | op | de | N316. | De | toename | van | de verkeersgeneratie leidt op de locatie dan ook niet tot problemen. Voor de parkeerbehoefte valt de volgende berekening te maken: Type woning | Aantal | Parkeerbehoefte per | Parkeerbehoefte woning | totaal goedkope koop | 9 | 1,4 parkeerplaatsen | 12,6 parkeerplaatsen betaalbare koop | 13 | 1,6 parkeerplaatsen | 20,8 parkeerplaatsen dure koop | 10 | 1,7 parkeerplaatsen | 17 parkeerplaatsen TOTAAL | 32 | 50 parkeerplaatsen De parkeerbehoefte voor de woningen bedraagt 50 parkeerplaatsen. Binnen het projectgebied is voldoende ruimte om deze parkeerplaatsen te realiseren. Daarmee 45 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinchem" concept wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. 6.5.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect mobili teit en parkeren geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenome n ontwikkeling in het projectgebied. 6.6 Omgevingsveiligheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze b ij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt tus sen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderschei d gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 6.6.1 (Wettelijk) kader De hoofdlijnen van het (Wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zij n van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zij n verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen al s milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveil igheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden v astgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico.
Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kw etsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voors chriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouw en zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voo r de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel ge bruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 46 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). 6.6.2 Onderzoek De ontwikkeling voorziet in de transformatie van ee n horecabedrijf naar een appartementengebouw. In de volgende afbeelding is een uitsnede van het Portaal Atlas Veiligheid te zien.
Daaruit blijkt dat het projectgebied niet binnen een PR 10-6 contour ligt of binnen een brand-, explosie- of gilfwolkaandacht sgebied. Er is daarom geen (beperkte) verantwoording van het groepsrisico nood zakelijk. Op onderstaande afbeelding is het projectgebied blauw omcirkeld. Uitsnede Atlas veiligheid 6.6.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect omgevi ngsveiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenome n ontwikkeling in het projectgebied. 6.7 Natuur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze b ij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie. 47 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.7.1 (Wettelijk) kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse re gels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die waren opgeno men in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste pl aats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebie den, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en die rsoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven).
Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit vo or een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). 6.7.2 Onderzoek Door BNL advies is een Quickscan flora en fauna uit gevoerd. Deze is als Bijlage 7 bij de motivering opgenomen. Het doel van de quickscan is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingr eep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Deze quickscan is gebaseer d op bureauonderzoek en een veldonderzoek. De belangrijkste resultaten uit het onderzoek zijn in de navolgende alinea’s samengevat. Daarnaast is door Buro Ontwerp & Omgeving een voortoets stikstof uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 8 toegevoegd. 6.7.3 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natur a 2000-gebied. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is ’Rijntakken’ op ongeveer 10 kilometer ten westen van het projectgebied. Vanwege de afstand zijn negati eve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten uitgesloten.
48 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept Afstand projectgebied tot Natura 2000-gebied Door het gebruik van werktuigen kunnen er indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Uit de uitgevoerde voortoets stikstof blijkt dat de realisatie en het gebruik van het appartementengebouw niet leidt tot een toen ame aan stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jr op stikstofgevoelige habitatty pen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden. D e ontwikkeling betreft dus geen Natura 2000-activiteit zoals beschreven in het Besluit kwa liteit leefomgeving (Bkl), waardoor de aanvraag van een omgevingsvergunning ni et aan de orde is. Ook op gebieden met een hersteldoel leidt de ontwikkeling niet tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jr. Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO) Het projectgebied ligt niet binnen de Groene ontwikkelingszone (GO) en bevindt zich op ongeveer 200 meter afstand van het Gelders Natuurne twerk (GNN). Vanwege de afstand is er geen verwachting dat de geplande ontw ikkeling leidt tot een negatieve invloed op dit gebied. 49 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept Ligging projectgebied (blauwe pin) t.o.v.
het Gelde rs Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene ontwikk elingszone (lichtgroen) 6.7.4 Soortbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan zijn negatieve effecten op strikt beschermde plant- en diersoorten niet bij voorbaat uit te slui ten. Er wordt geconcludeerd dat nader onderzoek naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk is, evenals naar huismussen en de gierzwaluw. De onderz oeken naar de huismus en gierzwaluw, en naar de vleermuizen zijn als respectie velijk Bijlage 9 en Bijlage 10 toegevoegd aan deze motivering. Huismussen Tijdens de veldbezoeken zijn geen huismussen en ook geen nesten van huismus in de te slopen gebouwen aangetroffen. Gierzwaluw Tijdens de veldbezoeken zijn geen nesten van gierzwal uw in de te slopen gebouwen aangetroffen. Tijdens alle terreinbezoeken zijn vier tot tien foeragerende, hoog overvliegende gierzwaluwen in de directe omgeving van het projectgebied waargenomen. Er zijn geen gierzwaluwen gesignaleerd die aan de ge bouwen gelinkt zijn. Vleermuizen Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er geen ve rblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de te slopen bebouwing. 50 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.7.5 Conclusie Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat het aspect Natuur geen belemmering oplevert voor de geplande ontwikkeling.
6.8 Cultureel erfgoed Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houd en met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buite n de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waar de. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verw even zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken. 6.8.1 (Wettelijk) kader Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omg evingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde mo numenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. 6.8.2 Onderzoek Archeologie Archeologische bescherming zorgt ervoor dat archeol ogische waarden van gronden worden behouden en beschermd. In de regels horende bij het ’Omgevingsplan gemeente Doetinchem’ wordt de bescherming en het gebruik verder geregeld.
Het projectgebied ligt volgens het geldende bestemm ingsplan ’Stedelijk gebied - 2021’ (als onderdeel van het ’Omgevingsplan gemeente Doet inchem’) in een zone met de dubbelbestemming ’Waarde - Archeologische verwachti ng 4’ en ’Waarde - Archeologische verwachting 6’. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan respectievelijk 250 m 2 en 5.000 m 2 en indien deze dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld plaatsvinden. Het Archeologisch onderzoek is uitgevoerd door Hamaland Advies en als Bijlage 11 bij deze motivering opgenomen. De boorstaten zijn als Bij lage 12 opgenomen. Als gevolg van agrarische activiteiten in de 19e eeuw heeft al bodemverstoring plaatsgevonden, met name in de laag 0,3-0,5 meter onder het maaivel d. In het noordwesten van het projectgebied heeft ook bodemverstoring plaatsgevonden bij de aanleg van de tramlijn Zutphen-Emmerik in 1902, en het afbreken van deze l ijn in 1953. Uit het bouwdossieronderzoek blijkt dat de fundering van he t horecabedrijf De Kruisberg tot een diepte van 90 centimeter onder het maaiveld loopt. Uit het booronderzoek blijkt dat onder de verhardin g de bodem grotendeels uit aangebrachte ophooglagen met zand en plaatselijk pu in bestaat.
Daaronder zijn op 51 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept enkele plekken restanten van een oude, humusrijke b odemlaag aangetroffen, passend bij een voormalige beekzone. Lokaal is ook een oude slootbodem herkend. De natuurlijke ondergrond bestaat uit fijn dekzand. Er zijn geen diepere natuurlijke rivierafzettingen aangetroffen. De aangetroffen bodemopbouw geeft geen aanleiding tot aanvullende beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling. Selectieadvies Hamaland advies adviseert om het gehele plangebied vrij te geven voor de beoogde bodemingrepen. Uit het bouwdossieronderzoek is gebl eken dat de bodem onder de bestaande bebouwing vrijwel vlakdekkend verstoord i s tot in de C-horizont. Het merendeel van de boringen buiten de bebouwing verto ond eveneens een subrecent verstoorde bodemopbouw, waarschijnlijk als gevolg v an de realisatie en inrichting van het terrein voor Hotel-Restaurant de Kruisberg. Er zijn geen indicaties voor menselijke bewoning in het verleden aangetroffen en de in de b oringen aangetroffen beekeerd is onder relatief natte omstandigheden gevormd. Daardo or achten zij de kans nihil dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Cultuurhistorie Het bestaande hotel en het bijbehorende perceel hee ft geen specifieke cultuurhistorische waarde.
De aan de overkant van d e Kruisbergseweg gelegen voormalige penitentiaire inrichting is wel een beschermd gebouw, maar deze ligt buiten het projectgebied op een dusdanig afstand tot de cu ltuurhistorische waarden hiervan niet worden verstoord door de ontwikkeling. 6.8.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect cultur eel erfgoed geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 6.9 Duurzaamheid Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie n aar een duurzamere samenleving te bevorderen. In deze onderbouwing is het begrip duurzaamheid uitgesplitst in drie categorieºn; ’energietransitie ’, ’circulariteit’ en ’klimaatadaptatie en water’. 6.9.1 (Wettelijk) kader Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en komt tot uiting in verschillende aspecten van de wet. Zo introducee rt de Omgevingswet het begrip ’duurzame ontwikkeling’ als een overkoepelend doel. Duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent dat bij besluitvorming rekening moet worden gehouden me t langetermijneffecten.
Het (wettelijk) kader voor duurzaamheid onder de Omgevi ngswet wordt verder ingevuld door onderliggende regelgeving, zoals het Bkl en het Bbl. Energietransitie Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken. Er gelden BENG-eisen vo or de thermische isolatie, de 52 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. De be rekening dat aan de eisen wordt voldaan is onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van een alternatief voor aardgas voor verwarming. Circulariteit Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een woonfunctie, een kantoorgebouw en nevengebruiksfuncties daarvan (artikel 4.159 Bbl). De milieuprestatie wordt bepaald volgens de Bepalin gsmethode Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken. Klimaatadaptatie en water Het project is getoetst aan de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. De maatlat biedt een houvast aan overheden en ontwikke laars zodat ontwikkelingen voldoende klimaatadaptief zijn. Hiertoe behoren geen voorgeschreven regels, maar wel richtlijnen op het gebied van biodiversiteit, droogte, bodemdaling, hitte, overstromingen en wateroverlast. Op een deel van deze aspecten is in paragraaf 5.2.2 al ingegaan.
6.9.2 Onderzoek Energietransitie Het nieuwe appartementengebouw wordt volledig gaslo os gerealiseerd en uitgevoerd als een full electric woonconcept. Dat betekent dat alle woningen worden voorzien van duurzame installaties die efficiºnt en toekomstbest endig energiegebruik mogelijk maken. Verwarming van de ruimten en van het water w ordt dus ook met elektrische installaties gedaan. Zo wordt er met een laag energ ieverbruik een comfortabel binnenklimaat gecreºerd. Het gebouw draagt hiermee bij aan de energietransitie, vermindert de CO2-uitstoot en sluit naadloos aan op de ambities voor een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving. Circulariteit Het appartementengebouw wordt op een traditionele w ijze uitgevoerd, met betonnen vloeren, kalkzandsteenwanden, metselwerkgevels en een prefab kapconstructie. Deze materialen hebben een lange levensduur en zijn onderh oudsarm. Er is daarmee een robuuste en toekomstbestendige bouwkaliteit, waarme e wel aan de eisen uit het Bbl wordt voldaan. Klimaatadaptatie en water Met de ontwikkeling vindt een transformatie plaats van een locatie die momenteel nog grotendeels verhard is. Het huidige verhard oppervlak bedraagt 4.440 m2. Dat zal in de toekomstige situatie 3.520 m2 zijn, ofwel een afnam e van 920 m2.
De ontwikkeling zorgt ervoor dat de buitenruimte een kwalitatieve i mpuls krijgt door de toevoeging van tuinen, wandelpaden, een kruidentuin en een wadi, in combinatie met bomen. Dit zorgt voor meer schaduw (en dus minder hittestress), meer verkoeling en een beter opvang van het water, wat uitdroging tegengaat. Voor de volledige maatregelen ten aanzien van water wordt verwezen naar paragraaf 5.4.3. 6.9.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect duurza amheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 53 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.10 M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het o mgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moe t worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in het kade r van de fysieke leefomgeving een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. E en milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtel ijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. 6.10.1 (Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opge nomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij he t Omgevingsbesluit (hierna: Ob).
Onder de Omgevingswet geldt de plan-m.e.r.-plicht voor een plan: Dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r .-plichtig of project-m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit of; Waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is. In bijlage V van het Ob zijn de projecten genoemd met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Deze lijst is niet limitatief, zoda t ook voor andere dan de hierin genoemde projecten moet worden bezien of sprake is van mo gelijk aanzienlijke milieueffecten. Daarnaast is er de figuur van de plan-m.e.r-beoorde ling voor kleine gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen. Deze beoordeling is alleen verplicht als het plan leidt tot mogelijk aanzienlijke milieueffecten en signifi cant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob zijn genoemd. 6.10.2 Onderzoek De beoogde ontwikkeling is te categoriseren als een ’Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’, zoals opgenomen onder Nr. J11 in Bijlage V bij het Ob. Om te beoordelen of aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten is door Buro Ontwero & Omgeving e en project-m.e.r.(-beoordeling) uitgevoerd.
Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 13 6.10.3 Conclusie Het aspect M.e.r. vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. 54 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.11 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een inst ructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het d oel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de t otstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, o nder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammerin g. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden a fgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoeft e aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ’buiten het st edelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. 6.11.1 (Wettelijk) kader In het Bkl (artikel 5.129g) is bepaald dat bij een wijziging van het omgevingsplan/bopa voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de toepassi ng van de ladder is vereist.
Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als ’de ontwikkelin g of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbo uwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke vo orziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreidin g voldoende substantieel is volgt uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201 501297/1/R4). Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangeme rkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. 6.11.2 Onderzoek Door Buro Ontwerp & Omgeving is een laddertoets uitgevoerd. Deze is opgenomen als Bijlage 14 bij deze motivering. Uit de meest recente regionale afspraken (Woondeal en Woonagenda) blijkt dat binnen de Regio Achterhoek een behoefte is aan minimaal 8.390 in de periode tot en met 202, waarvan minimaal 60% betaalbaar en inclusief minimaal 28% so ciale huurwoningen. Specifiek voor de gemeente Doetinchem geldt in die periode een woningbouwopgave van 2.740 woningen. Om dit aantal te realiseren bes taat een harde plancapaciteit van 925 woningen.
Dit betekent dat de behoefte aan het mogelijk maken van nieuwe woningen groot is en er meer dan voldoende vraag is om nieuwe harde plancapaciteit toe te voegen. Ook in de Omgevingsvisie en de Woonv isie van de gemeente is een groei in de woningvoorraad als doel opgesteld, temeer omdat er ook sprake is van een verwachte bevolkingsgroei naar 70.000 inwoners in 2036. Er is in de regio ook een duidelijke behoefte aan b etaalbare woningen. Met name in de Woonvisie wordt hierop ingegaan. Een van de hoofdpu nten is ’een passende woning voor iedereen’. Het projectgebied ligt in de kern van Doetinchem. Daar is sprake van behoefte aan verschillende woonvormen. Met de ontwi kkeling worden verschillende appartementen voor verschillende prijscategorieºn ( goedkoop tot duur) mogelijk 55 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept gemaakt. Daarnaast betreft het een inbreiding binnen bestaan d, bebouwd gebied op een passende locatie, waarbij het centrum van Doetinche m goed bereikbaar is en voorzieningen dus dichtbij zijn. Het plan voegt ook groen, water en biodiversiteit toe aan een perceel dat in de huidige vorm bijna volledig v erhard is. De ontwikkeling sluit daarmee ook goed aan bij de ambities die er vanuit provincie en gemeente zijn om de fysieke leefomgeving te verbeteren, met name op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaamheid.
6.11.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorg enomen ontwikkeling in het projectgebied. 6.12 Milieubelastende activiteiten Een goede omgevingskwaliteit en de integratie van m ilieu en ruimte betekent het integreren van (vaak technische) milieunormen in he t omgevingsplan/vergunning. In deze paragraaf is duidelijk gemaakt: Of de ontwikkeling een nieuwe milieubelastende acti viteit (mba’s) mogelijk maakt, en zo ja; Op welke manier een keuze is gemaakt in de na te st reven omgevingskwaliteit binnen het gemeentelijk grondgebied vanuit het thema milieubelastende activiteiten; Op welke manier aan het reguleren van de omgevingsk waliteit vanuit het thema milieubelastende activiteiten in een omgevingsplan vorm zou kunnen worden gegeven dan wel via een omgevingsvergunning kan worden geregeld. 6.12.1 (Wettelijk) kader Het begrip ’milieubelastende activiteit’ (mba) is als volgt gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet: activiteit die nade lige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op e en oppervlaktewater lichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Het gaat dus in feite om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van ’directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). Het is een breed begrip; er vallen namelijk ook nie t-bedrijfsmatige activiteiten, ook niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten onder het mba-begrip. In dit gedeelte worden regels over mba’s bedoeld di e op gemeentelijk niveau kunnen worden geregeld. Zie bijvoorbeeld afdeling 2.3 van de Bruidsschat, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege in het tijdelijke deel van elk gemeentelijk omgevingsplan wordt opgenomen. Deze af deling 2.3 is getiteld ’Milieubelastende activiteiten’ en bevat gemeentelijke regels over mba’s. Het Bkl bevat in hoofdstuk 5 onder andere instructieregels voor het omgevingsplan over milieu. De Bkl-regels spreken daarbij van ’activiteiten’. Uit de NvT van het Bkl blijkt dat daarmee ’milieubelastende activiteiten’ worden bedoeld. 56 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.12.2 Onderzoek Met dit initiatief worden nieuwe woningen gerealise erd. Daarmee is geen sprake van nieuwe milieubelastende activiteit. Ten noordoosten van het projectgebied bevindt zich wel een agrarisch bedrijf aan de Bezelhorsterweg 15. E r liggen al bestaande woningen tussen dit agrarisch bedrijf en het projectgebied.
Voor zover daar sprake van is wordt deze deze veehouderij dus al gehinderd in de bedrij fsvoering door de bestaande woningen en zal er geen hinder zijn ter plaatse van het projectgebied. Dit geldt ook voor de voormalige penitentiaire inrichting die op ongev eer 50 meter ten westen van het projectgebied ligt. 6.12.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect milieu belastende activiteiten geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenome n ontwikkeling in het projectgebied. 6.13 Gezondheid De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op we lke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzonder e omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot e rnstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). 6.13.1 (Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het berei ken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goed e omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet.
De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwalitei t hangen nauw met elkaar samen. 6.13.2 Onderzoek In de Omgevingsvisie van de gemeente Doetinchem wor dt gesteld dat nieuwe woonlocaties groen moeten worden ingericht (zie ook paragraaf 5.5.1). Dit draagt bij aan een fijne en goede fysieke leefomgeving. In het plan wordt hier ook rekening mee gehouden door de aanleg van groene tuinen rondom he t gebouw en wandelpaden die niet alleen functioneel zijn, maar ook uitnodigen tot bewegen. De groene beleving wordt versterkt door de aanwezigheid van enkele kleine cl usters van bomen, aangevuld met een wadi en een kruidentuin. 6.13.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect gezondheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 57 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 6.14 Afvalinzameling en afvalpreventie De gemeente Doetinchem heeft voor afval en grondstoffen twee doelstellingen, die relevant zijn voor dit project. 3. 65% van al ons afval wordt in 2028 gerecyceld 4. Stimulering van afvalpreventie en producthergebru ik Maatregelen om deze doelstellingen te bereiken zijn vastgelegd in onderstaande documenten.
6.14.1 Wettelijk kader Afvalstoffenverordening 2022 en bijbehorend uitvoeringsbesluit In het uitvoeringsbesluit staat dat bij alle huisho udens, dus ook bij hoogbouw, afval gescheiden wordt ingezameld. Huishoudens uit hoogbouwwoningen krijgen voor GFT, restafval en papier en karton (ondergrondse) verzamelcontainers. Plastic verpakkingen, blik en drinkpakken (PBD) wordt ingezameld middels plastic za kken. Bij de plaatsing van verzamelcontainers dient o.a. rekening te worde n gehouden met de (verkeers)veiligheid, de loopafstand en de afstand tot woningen. Grondstoffenplan gemeente Doetinchem 2025-2028 De gemeente richt zich op meer deelgebruik van spul len. Door meer spullen te delen, wordt minder afval geproduceerd. Bij nieuwe project en wordt de inrichting van een deelhoek of -plek een vast onderdeel. 6.14.2 Onderzoek Aan de Kruisbergseweg wordt een afvalverzamelingspl ek ingericht voor de bewoners van het appartementengbouw. Hier worden twee ondergrond se containers voor restafval gerealiseerd, evenals een verzamelbak voo r GFT-afval. Tenslotte wordt ook een verzamelpaal voor PMD-zakken aangelegd. De bewoners krijgen daarnaast ook de mogelijkheid hun spullen te ruilen, dit om onnodig afval te voorkomen. 6.14.3 Conclusie Het aspect Afvalverzameling en afvalpreventie vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
58 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept Hoofdstuk 7 Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip e n wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een we rk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom (spoor)wegen en watersta atswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, zowel ter plaatse van de weg of het waterst aatswerk alsook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Voor het voorgenomen initiatief zijn er geen beperkingengebieden naar voren gekomen. Een extra onderzoek is daarom ook niet nodig. 59 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept 60 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.1.1 Financieel economische haalbaarheid De gemeente hoeft geen belangrijke voorinvesteringen te doen om het plan haalbaar te maken. De overige kosten komen op rekening van de initia tiefnemer. Hiermee is het plan volledig financieel economisch haalbaar. 8.1.2 Kostenverhaal De voorliggende ontwikkeling wordt gerealiseerd op initiatief van een initiatiefnemer.
De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieur e overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de initiatiefnemer als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling ten aanzien van het kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekkin g. De economische uitvoerbaarheid van het initiatief is hiermee voldoende aangetoond. 8.1.3 Nadeelcompensatie In geval voor realisatie van het onderhavige initia tief een schadeveroorzakend besluit nodig is als bedoeld in artikel 15.1, eerst lid van de Omgevingswet, kan dit tot voor vergoeding in aanmerking komende nadeelcompensatie leiden. 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Participatie Voor het onderwerp participatie wordt verwezen naar paragraaf 4.1. 8.2.2 Advies en instemming De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om zichzelf a ls adviseur aan te wijzen met recht van instemming. Indien gebruik wordt gemaakt van het advies-/ instemmingsrecht bedraagt de beslistermijn 12 i.p.v. 8 weken. De gem eenteraad van Doetinchem heeft op 26 oktober 2023 besloten zichzelf als adviseur a an te wijzen voor een wijziging van het omgevingsplan. a. (bouw)plannen voor het realiseren van grootschali ge energieopwekking op land, waarbij de energieopwekking niet voor eigen gebruik is (zoals windmolenparken en zonneparken); b.
(bouw)plannen die niet passen binnen een door de gemeenteraad vastgesteld ruimtelijk beleidskader en voor zover de strijdighe id betrekking heeft op de (kaderstellende) doelstelling van dat beleidskader; c. (bouw)plannen die ter beoordeling door het coll ege van burgemeester en wethouders en daarbij ontvangen signalen vanuit de raad meewegend een politiek bestuurlijk gevoelig karakter hebben door de aanzie nlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving die ze hebben of kunnen hebben. In voorliggend geval is geen sprake van de situaties onde r a, b of c. Het initiatief past 61 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders e n heeft geen politiek bestuurlijk gevoelig karakter. Om die reden is het adviesrecht niet van toepassing. 62 omgevingsvergunning "Kruisbergseweg 172 te Doetinc hem" concept