6.2 VNOG, 25-06-2026, definitieve jaarstukken VNOG 2025
Tekst van het document
Wereld- | 70% | 840.000 | 588.000 wijde ontwikkelingen w.o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod, doen de prijzen van grondstoffen, materialen en dienstverlening (w.o. opleidin- gen) stijgen. 4 | Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door | 50% | 38.000 | 19.000 vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 5 | Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of ge- | 30% | 90.000 | 27.000 brek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 6 | Extra prijsstijgingen aanschaf materieel. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen ma- | 50% | 1.200.000 | 600.000 teriaal/materieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (ge- vormde) egalisatiereserve. 7 | Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Extra kosten (on- | 30% | 500.000 | 150.000 derhoud) bij doorvoeren elektrificatie , nog onzeker. Pagina 27 van 101 8 | Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazer- | 50% | 600.000 | 300.000 nes) gemeenten, voortvloeiende uit (onduidelijkheid over demarcatie) afspraken, (voortschrijdende) ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). 9 | Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materia- | 30% | 900.000 | 270.000 len/kleding.
Vanuit voortschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS hou- dende materialen (bluskleding/-laarzen), versneld te worden vervangen. 10 | Digitale verstoring (hack systemen), verhinderen uitvoering taken bij crisis en alle on- | 30% | 500.000 | 150.000 dersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT systemen. 11 | Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - bereke- | 10% | 450.000 | 45.000 ningen en ontoereikende kennis en controles. 12 | Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbe- | 10% | 150.000 | 15.000 stedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 13 | Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door verande- | 10% | 300.000 | 30.000 ringen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 14 | Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. | 10% | 112.500 | 11.000 15 | Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stij- | 50% | 832.500 | 416.000 ging van het rentepercentage. 16 | Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de alge- | 10% | 300.000 | 30.000 mene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoons gerela- teerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.
17 | Extra inzet mensen en ICT-middelen t.b.v. eisen informatie 'huishouding' en -bevei- | 50% | 300.000 | 150.000 liging (mede) door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG. Totaal gekwantificeerde risico's | 3.197.000 Niet kwantificeerde risico's Kans in | Effect in | Weer- Nr. | Risico's en oorzaken | % | euro's | stands-ca- bedrag | paciteit (euro's) 1 | Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst pro- ject Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke al- ternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 | Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 | Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. Onverwachte situa- ties/crises (mogelijk) i.c.m. het onvoldoende beschikbaar stellen/hebben van financiële middelen bij (decentrale) overheden, kunnen leiden tot ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor (bijv.) coördinatietaken door VNOG (zie ook risico hierna over 'Weerbaarheid' (nr. 8)) 4 | Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kos- ten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging. 5 | Beperkingen bedrijfsvoering door stikstofregels. Stikstofregels beperken benodigde ontwikkelingen m.b.t.
(ver-/nieuw)bouw en aanpassingen (oefen) terreinen. 6 | Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) ta- ken. Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij Veiligheidsregio's. 7 | Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post. De rooste- ring en het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties is (nog) een risico c.q. uitdaging, na realisatie van 1-post in Apeldoorn 8 | Weerbaarheid/vitaliteit: (nog) geen duidelijkheid over gestelde eisen/ beschikbare middelen. VNOG moet als vitaal verklaarde organisatie 'in positie komen', daarnaast moet duidelijk worden welke (faciliterende) rol de organisatie krijgt bij het 'weerbaar- heidsvraagstuk'. Pagina 28 van 101 Pagina 29 van 101 Weerstandscapaciteit De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatrege- len nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandsca- paciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen.
De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de be- schikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus, zoals bij het voorstel over de bestemming van het resultaat van deze jaarrekening) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel ge- kwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Be- drijfsvoeringreserve, eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitga- ven niet meegenomen, omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestem- ming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden.
De algemene reserve is voor afdekking van risico's en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, als daarvan bijv. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prio- riteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Be- drijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapa- citeit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen be- stuurlijke besluitvorming t.a.v. specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden.
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2025 | € Saldo Algemene reserve | 1.135.114 Stand bedrijfsvoeringsreserve per 31-12-2025 | 3.992.656 Onderdelen bedrijfsvoeringsreserve welke niet tot het weerstandsvermogen moeten worden gerekend: Af: egalisatie tijdelijke huisvesting | -210.343 Af: egalisatie inrichtingkazernes | -25.943 -236.286 Toekomstige onttrekkingen Af: Personele knelpunten (t/m 2026) | -295.000 Af: Uitbreiding 24-uursdienst (t/m 2028) | -240.000 Af: Tijdelijke formatie VSP (t/m 2028) | -105.000 Af: Versterking bedrijfsvoering | -407.345 -1.047.345 Saldo Bedrijfsvoeringsreserve onderdeel weerstandsvermogen | 2.709.025 Beschikbaar weerstandsvermogen | 3.844.139 Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2025 | € Beschikbare weerstandscapaciteit | 3.844.139 Benodigde weerstandscapaciteit | 3.197.000 Ratio | 1,2 Toelichting De hoogte van de weerstandscapaciteit eind 2025 is zodanig dat de weerstandsratio als positief is aan te merken, deze waarde is passend binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4 (namelijk op 1,2).
Financiële kengetallen VNOG Begroting 2025 | Rekening 2025 Netto schuldquote | 77% | 32% Solvabiliteitsratio | 19% | 33% Structurele exploitatieruimte | -2,9% | 1,23% Pagina 30 van 101 Pagina 31 van 101 Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschap- pelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de fi- nanciële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Categorie A= minste risico B - gem. risico C = meeste risico Netto schuldquote < 90% 90%-130% > 130% Solvabiliteitsratio > 50% 20%- 50% < 20% Structurele exploitatieruimte begr. > 0% begr. = 0 begr.< 0% De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2025. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen.
De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door de jaarlijkse baten. De berekende netto schuldquote valt in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale om- vang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de sol- vabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclu- sief het exploitatieresultaat over 2025) bedraagt 33% en valt daarmee binnen de categorie ‘ge- middeld risico’. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bij- voorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en las- ten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wan- neer de uitvoering van de begroting niet (te veel) wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals er eerder zijn geweest door crises als corona en extra vluchtelingenopvang. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid blijft in de huidige context nog wel beperkt. Pagina 32 van 101 4.2.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De roerende kapitaalgoederen bestaan uit materieel en materialen welke bij VNOG worden inge- zet voor de verschillende afdelingen. Het grootste deel is repressief materieel/materiaal dat wordt gebruik door de afdeling Brandweerzorg. De afschrijvingslasten van deze kapitaalgoederen komen voor rekening van VNOG. Voor dit ma- terieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen. Er is daarnaast nog onroerend goed, zijnde één kazerne (Doetinchem) in eigendom van VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten voor deze kazerne is in de jaarrekening van VNOG een voorziening gevormd voor rekening van de gemeente Doetinchem; dit op basis van een meer- jarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne is door VNOG aangekocht in 2013. Vanaf eind 2023, na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar, wordt met de gemeente Doetinchem gesproken over de afgesproken terug levering van de kazerne. Er is echter nog geen overeenstemming over het moment van deze terug levering en de overdracht van de bijbehorende onderhoudsvoorziening van de kazerne. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreiniging. Pagina 33 van 101 4.3.
Paragraaf Financiering Inleiding De financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de pro- grammarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobe- heer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Het vige- rende treasurystatuut is ‘Treasurystatuut Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2021’ Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geld- lening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico.
De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan ren- terisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet vol- doen aan deze limitering kan voor de provincie, als toezichthouder van VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laat- ste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening porte- feuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen.
Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2025 : € 80,3 miljoen Percentage : 20% Renterisiconorm : € 16 miljoen afgerond De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 16 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 3,34 miljoen op de vaste schuld afgelost. In 2025 was er geen sprake van renteherziening op de lopende geldleningen. Wel heeft VNOG in 2025 twee leningen gestort gekregen waarvan de rente al was overeengekomen in 2024. Het aantrekken hiervan was nodig om het vervangingsprogramma voor de 75 nieuwe blusvoer- tuigen bij Brandweerzorg mogelijk te maken. Daarnaast worden ook de gevormde reserves bin- nen VNOG als intern financieringsmiddel aangewend. De VNOG heeft ook in 2025 ruimschoots voldaan aan de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zoge- naamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de jaarbegro- ting van VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2025 van VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2025 € 80,3 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afge- rond circa € 6,6 miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden”.
Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1.000 Vlottende SchuldenVlottende Middelen Saldo Gemiddeld | over=+/onder=- schrijding limiet Januari | - | 20.513 | -20.513 Februari | - | 22.692 | -22.692 Maart | - | 20.078 | -20.078 kwartaal 1 | -21.094-€ 27.680 April | - | 21.777 | -21.777 Mei | - | 19.644 | -19.644 Juni | - | 14.968 | -14.968 kwartaal 2 | -18.796-€ 25.382 Juli | - | 25.375 | -25.375 Augustus | - | 23.801 | -23.801 September | - | 21.881 | -21.881 kwartaal 3 | -23.686-€ 30.272 Oktober | - | 22.811 | -22.811 November | - | 23.808 | -23.808 December | - | 17.354 | -17.354 kwartaal 4 | -21.324-€ 27.910 Kasgeldlimiet VNOG: | € 6.585.710 Afgerond € 6.585.710 Begroot aan het begin van het jaar 2025 | € 80.313.535 conform artikel 2d van het uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden geldt voor een gemeenschappelijke regeling een percentage van | 8,2% Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2025 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aange- merkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden.
Voor VNOG is het drempelbedrag voor 2025 bepaald op € 1.606.000 (2% van begrotingstotaal). VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2025 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd. Pagina 34 van 101 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 1606,2707 Kwartaal 1 Kwartaal 2Kwartaal 3Kwartaal 4 (2) | Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's | 831870 | 808 | 843 Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 737 | 775 | 798 | 763 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - | - | - | - (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 80.314 (4b) | Het deel van het begrotingstotaal dat | 80.314 kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) | Het deel van het begrotingstotaal dat de € | - 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 | Drempelbedrag | 1.606 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2Kwartaal 3Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks (5a) | schatkist aangehouden middelen | 75.63078.257 | 74.378 | 77.562 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) | Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks | 831870 | 808 | 843 schatkist aangehouden middelen Uit dit overzicht blijkt dat VNOG in 2025 de regels schatkistbankieren heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Aan de investeringen is in 2025 1,5% rente toegerekend. Het resultaat op treasury (€ 487.000) behaald door uitzetting in de Schatkist is onderdeel van het jaarrekeningresultaat. Pagina 35 van 101 Pagina 36 van 101 4.4. Crises paragraaf Oekraïne Het Ministerie had aanvankelijk aan de veiligheidsregio’s een rol toebedeeld in de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Deze taak zou daarna overgaan naar een door de gemeenten te kiezen regionaal openbaar lichaam. In een later stadium hebben het algemeen bestuur van VNOG en de 22 gemeenten besloten deze taak door de veiligheidsregio te laten continueren. Het Ministerie heeft ter dekking van de te maken kosten een ‘Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen’ vastgesteld.
Regionale openbare li- chamen kunnen op basis hiervan kosten voor regie, coördinatie van de spreiding van ontheem- den, communicatie, zorg en materiële uitgaven declareren. VNOG moet op grond van deze rege- ling niet alleen haar eigen hieronder vallende kosten declareren, maar ook de door de GGD ge- maakte kosten voor zover ze voldoen aan de voorwaarden in de regeling. Op basis van een inschatting heeft VNOG voor 2025 een voorschot aangevraagd van € 857.295. Dit bedrag bestaat vooral uit de werkzaamheden voor de coördinatie van de spreiding van ont- heemden. Daarnaast heeft de GGD een voorschot ingediend bij VNOG voor de kosten van werk- zaamheden over 2025. Deze activiteit is door de bekostigingsregeling van het Rijk in principe budgettair neutraal. De opgestelde declaratie van de over 2025 gemaakte kosten komt uit op een bedrag van € 696.273 exclusief de kosten van medeoverheden. Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepas- sing. De door VNOG samengestelde declaratie moet uiterlijk 15 juli 2026 worden ingediend. Dreigingen, verstoringen en weerbaarheid Door alle globale spanningen, dreigingen en verstoringen heeft het thema ‘weerbaarheid’ een grote vlucht genomen in 2025, zoals bijvoorbeeld met de landelijke ‘Denk vooruit’ campagne.
Het thema was in het regionaal beleidsplan benoemd als trend, maar is dit jaar ook binnen VNOG verder doorontwikkeld. In nauw overleg met de gemeenten is in 2025 een Programma- plan Weerbaarheid tot stand gekomen en partners hebben bestuursafspraken gemaakt. Binnen VNOG is een Stuurgroep Weerbaarheid met thematafels opgestart om de diverse deelonderwer- pen op te pakken, de gemeenten goed te ondersteunen en VNOG zelf ook voor te bereiden op verstoringen. Een onderdeel van weerbaarheid vormen de noodsteunpunten. De invulling van de landelijke pilot ‘noodsteunpunten’ is eind 2025 uitgewerkt en opgestart. VNOG is medio 2025 door het Rijk vitaal verklaard voor een aantal processen, namelijk proces ‘crisisorganisatie’, ‘inzet brandweer’ en ‘informatievoorziening’. Dit brengt de plicht met zich mee dat deze processen altijd door moeten gaan. Dit maakt versterking van de eigen bedrijfs- continuïteit van VNOG noodzakelijk. Anderzijds brengt dit ook rechten met zich mee, bijvoor- beeld voorrang op noodrantsoenen vanuit het Rijk. De gevolgen van de vitaal verklaring worden komende periode landelijk verder uitgewerkt. Er is bij dit alles ook een verbinding met het gro- tere thema ‘weerbaarheid’: ook VNOG zelf moet weerbaar zijn. Alleen een weerbare en ro- buuste VNOG kan van meerwaarde zijn voor de weerbaarheidsopgave waar de samenleving als geheel voor staat. Pagina 37 van 101 4.5.
Voortgang besteding extra BDuR-middelen Inleiding Het Rijk heeft per 2023 de reguliere bijdrage aan alle veiligheidsregio’s (de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) structureel verhoogd met extra-BDuR. Deze extra-BDuR is expliciet door het Rijk bedoeld voor versterking van de crisisbeheersing (incl. vergroting flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (incl. informatiestromen tussen regio’s onderling en Rijk). De extra-BDuR komt in vier tranches, waarbij de eerste tranche per 2023 is toegekend. De laatste tranche volgt in 2026. Ieder jaar in juni geeft het Ministerie over de (hoogte van de) tranche voor het volgende jaar pas definitieve zekerheid. Dat is dus een belangrijk voorbehoud. Het AB heeft in maart 2023 een meerjarig bestedingsplan 2023-2026 voor de besteding van de extra-BDuR vastgesteld en ook gedeeld met de gemeenten. Er worden hierin functionarissen ge- worven voor ondersteuning van de multi operationele crisisorganisatie, crisiscommunicatie, versterking vakbekwaamheid, risico-analyse en data-specialisten, o.a. voor het wettelijk ver- plichte 24/7 veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Korting op de totale BDuR en dekking daarvan Eind 2024 werd duidelijk dat alle 25 veiligheidsregio’s per 2026 een structurele korting van 10% op de totale BDuR krijgen (dus reguliere BDuR en extra-BDuR samen).
Gelet op de juist ingezette verbeterslag met de extra-BDuR en alle ontwikkelingen en dreigingen, is er landelijk veel discus- sie geweest over deze korting. Voor VNOG gaat het om een korting van € 1,1 miljoen. Voor de tijdelijke dekking in 2026 is het volgende gedaan. Het AB heeft in december 2024 de jaarschijven 2025 en 2026 van het Bestedingsplan extra-BDuR voorlopig bevroren1. Zo kwam er dekking beschikbaar om de korting in 2026 te dragen. De inhoudelijke gevolgen van deze voorlo- pige bevriezing zijn in juni 2025 voor het AB in beeld gebracht. De structurele maatregelen voor de BDuR korting per 2027 zijn beschreven in de Kadernota 2027 en zijn binnen de bestaande middelen van VNOG gevonden. De maatregelen hebben vooral tot gevolg dat de versterking van de crisisbeheersing wordt versoberd, doordat onderde- len van het Bestedingsplan extra-BDuR permanent niet of verminderd worden uitgevoerd. Een aantal van de in 2025 en 2026 bevroren onderdelen van het Bestedingsplan extra-BDuR worden per 2027 wel in uitvoering genomen. Hun bevriezing eindigt per 2027. Ook dit is beschreven in de Kadernota 2027. Eenmalige inzet jaarschijf 2025 extra-BDuR De korting gaat in per 2026. Dat betekent dat de extra-BDuR voor 2025 in het jaar 2025 nog éénmalig incidenteel kan worden ingezet. Deze eenmalige inzet is toegelicht in het AB van 26 juni 2025.
De inzet is zoveel mogelijk in lijn met het door het AB vastgestelde Bestedingsplan ex- tra-BDuR, zodat toch nog zoveel mogelijk van de plannen rondom de extra-BDuR voortgang krij- gen. Voortgang bestedingsplan – eenmalige inzet jaarschijf 2025 Omdat de eenmalige inzet pas later in het jaar is gestart, worden een aantal onderdelen over de jaargrens heen afgerond; daartoe wordt budget overgeheveld. Het AB heeft op 27 november 2025 besloten dat deze overheveling via de bestaande bestemmingsreserve noodfonds verloopt en deze middelen tijdelijk aan het noodfonds kunnen worden toegevoegd. Het AB heeft daarbij besloten dat het noodfonds tijdelijk voor één jaar boven het afgesproken plafond mag uitstijgen. 1 Samen met de inzet van (het grootste deel van) de structureel hogere BDuR bijdrage 2025 (=loon-en prijscompensa- tie 2024) - die VNOG nog niet had ingezet - is er dan in 2026 dekking. Pagina 38 van 101 De overblijvende middelen van de extra-BDuR jaarschijf 2025 hebben daardoor geen effect op het jaarresultaat. Door incidentele inzet in 2025 van de jaarschrijf 2025 zijn de gevolgen van het bevriezen inciden- teel verzacht. Daarmee is voor in 2025 verdere voortgang geboekt op de versterking van crisisbe- heersing en informatievoorziening, waar de extra-BDuR voor is bedoeld.
Via tijdelijke inzet zijn de volgende onderdelen van het Bestedingsplan in 2025 eenmalig nog door ontwikkeld: Onderzoek naar een toekomstbestendige organisatie inrichting van Risico- en Crisisbeheer- sing in VNOG. Incidentele inhuur om het opleidingsplan Bevolkingszorg uit te voeren en op onderdelen ge- meenten te begeleiden, zodat verbeterstappen zijn gezet. Werkzaamheden Multi Opleiden en Oefenen door het tijdelijk aanstellen van een trainee. Het opzetten van het functioneel beheer Proeftuin-IGW door inhuur (tijdelijk). Gemeenten zijn ondersteund met weerbaarheidsvraagstukken. Resumé Samengevat zag de besteding in 2025 er als volgt uit: BDuR ophoging Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Formatie en inhuur 2.001.610 1.697.735 Exploitatie 672.946 364.800 Storting in noodfonds crisisbeheersing 612.021 Pagina 39 van 101 4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoe- ring toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgeno- men. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt ver- wezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de be- drijfsvoering.
Werkkostenregeling Het werken met een groot aantal vrijwilligers zorgt ervoor dat de verhouding tussen de totale loonsom en het aantal medewerkers voor wat betreft de Werkkostenregeling (WKR) ongunstig uitvalt. Hierdoor bestaat er kans op een eindheffing vanwege de WKR. Voor een vroegtijdig in- zicht in de ontwikkeling van de WKR-eindheffing, berekent VNOG gedurende het jaar de cumula- tieve effecten van de WKR. Op die manier kunnen eventuele bijsturingsacties worden genomen. In 2025 is er geen naheffing WKR. Dit is in lijn met vorige jaren waarbij er geen of beperkte nahef- fing bestond. Toekomstvisie 2020 Vanuit de Toekomstvisie 2020-2025 loopt nog het ontwikkeltraject voor de postcommandanten. Hiervoor is nog een bedrag in de reserve aanwezig. VNOGinBeweging! Het nieuwe programma VNOGinBeweging! is in 2025 samengesteld en eind 2025 formeel ge- start. De samenleving verandert voortdurend en snel en VNOG moet mee bewegen, zodat wij kunnen blijven voldoen aan de (hulp)vragen vanuit de samenleving, onze medewerkers vitaal blijven en duurzaam inzetbaar. Met het programma maken wij onze organisatie en medewerkers toekomstbestendig, omgevingsbewust, wendbaar en weerbaar. Het programma bouwt voort op de organische werkwijze van ‘de Expeditie’ van de afgelopen jaren en bundelt bestaande en nieuwe initiatieven, zoals trainingen, HRM-instrumenten en werkwijzen, onder één paraplu.
Alle acties en hulpmiddelen zijn verzameld in een ‘gereedschapskist’. Zo kunnen medewerkers en leidinggevenden gemakkelijk uit het beschikbare gereedschap een keuze maken en zo werken aan de doelen en visie. Sommige gereedschappen zijn verplicht, maar met ruimte voor maat- werk. Het programma loopt parallel aan het regionaal beleidsplan 2025-2028 en wordt uitge- voerd binnen bestaande middelen. In de P&C-documenten zullen wij rapporteren op de voort- gang. Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en Arbo In de periode van ͺͿ t/m ͺ is een Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd (on- derdelen: warme RI&E, koude RI&E, specialistische RI&E). In ͺ werd het RI&E rapport defini- tief en is een Plan van Aanpak opgesteld, om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren. De actiepunten staan in het Arbomanagementsysteem (AMS). De meeste actiepunten van het plan van aanpak zijn uitgevoerd, een aantal zijn nog in uitvoe- ring. Voor de nieuwe verdiepende RI&E’s worden de actiepunten toegevoegd aan het AMS. Van- uit Arbo zijn samen met team VSP (Vastgoed, Services en Projecten) de resterende actiepunten voor gebouwen integraal opgepakt en met de gebouweigenaren (de gemeenten) geïmplemen- teerd. Het afgelopen jaar is gewerkt aan het oplossen en uitvoeren van de actiepunten op de lo- caties (kantoren en de 56 posten).
Voorbereidingen zijn getroffen voor de RI&E voor de rieten- kapbrandbestrijdingsteams (RKBB) en de PSA voor de meldkamer brandweer. Ongevallen, bijna ongevallen, gevaarlijke situaties en Agressie & geweld Vanaf januari 2022 kunnen voorvallen (ongevallen, bijna-ongevallen, gevaarlijke situaties, etc.) digitaal op MijnVNOG, op elke tablet van een post en een QR-code digitaal worden gemeld. Dit maakt het melden laagdrempeliger. Overzicht: Jaar | Totaal | Bijna ongeval | Ongeval | Gevaarlijke situatie | Agressie & geweld 2023 | 36 | 12 | 24 | - | - 2024 | 46 | 18 | 27 | - | 1 2025* | 53 | 22 | 31 | - | - *2025 aantallen t/m november 2025 Een toename in voorvallen wil niet direct betekenen dat de organisatie onveiliger is geworden. Bij VNOG zien we dat de bereidheid om voorvallen te melden is toegenomen. Arbobeleid 13 november 2025 heeft het dagelijks bestuur een voorgenomen besluit genomen met betrek- king tot de vaststelling van het geactualiseerde Arbobeleid. Duurzame inzetbaarheid en Vitaliteit Vanuit Arbo wordt deelgenomen aan de projectgroep Duurzame inzetbaarheid en de werkgroep Vitaliteit. ͺͺͽ stond in het teken van de Vitaliteitsdagen met een gevarieerd programma bij de diverse werklocaties. Duurzaamheid en Vitaliteit zijn onderdeel van het nieuwe programma VNOGinBeweging! (zie elders in deze paragraaf).
Geluidsonderzoek In ͺͺͽ is een geluidsonderzoek voor gehoorbescherming uitgevoerd om inzicht te krijgen of er bij werkzaamheden blootstelling is aan schadelijk geluid. Voor diverse werkzaamheden in werk- plaatsen en bij repressie zijn geluidsmetingen verricht door een extern bedrijf. De conclusie is dat de huidige voorzieningen toereikend zijn en er geen verdiepende RI&E nood- zakelijk is. O-bundels Bij Brandweerzorg is in ͺͺͺ het gebruik van de O-bundels verder geïmplementeerd. In ͺͺͻ en ͺͺͼ zijn respectievelijk ͼ en ; voorvallen gemeld met O-bundels. In september ͺͺͼ is beslo- ten om een verdiepend onderzoek op te starten. Begin ͺͺͽ is het onderzoek afgerond met een advies voor Brandweerzorg. Door brandweerzorg wordt een aanvullend materieelonderzoek uit- gevoerd. PPMO onderzoek traplooptest, variant VNOG In de huidige situatie wordt er bij de PPMO test o.a. gebruik gemaakt van de stairmaster voor de traplooptest. Als alternatief is een onderzoek gedaan of in de toekomstige -post Apeldoorn ge- bruik gemaakt kan worden van een reguliere trap. Het onderzoek heeft geresulteerd in een trap- looptest ‘variant-VNOG’. Bedrijfshulpverlening BHV Voor de kantoorpanden en alle brandweerposten is een MT-voorstel gemaakt met een format plan van aanpak voor uitvoering BHV op de locaties. Door het MT en de OR is dit geaccordeerd. Samen met VSP wordt aan een uitvoeringsplan gewerkt.
Projecten Arbo heeft deelgenomen aan diverse projectgroepen t.b.v. aanbestedingen en er is geadviseerd bij aankoop en afnamen. O.a: watertransport-500, project vuil/ schoon voor ademlucht kazer- nes, kleding en ademlucht reiniging, de nieuwbouw 1-post Apeldoorn, het project (opstarten en uitvoering) Riet Kap Brand Bestrijdingen teams (RKBB-Teams). Pagina 40 van 101 ARBO Oost 5 Arbo-VNOG neemt deel aan Arbo Oost-5. Er is onderlinge samenwerking en afstemming op di- verse onderwerpen. Een voorbeeld is het programma ‘Stoffenmanager’, registreren van opslag van stoffen en blootstelling van medewerkers. Tevens zijn we verbonden met het landelijk net- werk Arbeidsveiligheid. Verzekeringen Per 1-1-2024 is de Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen van start gegaan. Bij de uitvoering van deze regeling worden wij geadviseerd door Het Expertisebureau Risicobeheer. Dit betekent dat alle nieuwe ongevallen vanaf 1-1-2024 door het Expertisebureau in behandeling worden genomen. De aanspraken uit de Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen worden deels gefinancierd uit het waarborgfonds veiligheidsregio’s en deels uit een door het Ex- pertisebureau afgesloten verzekering. Het Expertisebureau en Waarborgfonds worden verder toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen (zie 4.7). In 2023 heeft VNOG een aanbesteding doorlopen voor de verzekering van het wagenpark.
Het gevolg van deze aanbesteding is dat er een verhoogd eigen risico is van € 5.000 per schade. In- middels is het voorlopige beeld over 2024 bekend. Over 2025 is er een beeld tot en met augus- tus 2025. De verwachte totale kosten waren begroot op afgerond € 220.000. Dit bedrag bestaat uit de verzekeringspremie en de te verwachte schade (eigen risico) op basis van de schadehis- torie. De aanbesteding leverde een besparing op van € 70.000. Dit is gereserveerd voor het duur- dere schadeherstel, maar ook voor eventuele tegenvallende resultaten. Het (voorlopige) resul- taat over 2024 is afgerond € 230.000. Dat sluit aan bij de verwachting waaruit blijkt dat de be- sparing grotendeels gerealiseerd is. Het (voorlopige) resultaat over 2025 is afgerond € 290.000 op de peildatum tot en met augustus. Omdat er nog 4 maanden voor 2025 volgen én nog een grote post niet uitgekeerd is, zal dit resultaat nog veranderen. Hierna volgt een overzicht van het aantal dossiers over ͺͺͽ dat in behandeling is genomen bij onszelf als eigen risicodrager of bij verzekeraar; bijgewerkt tot ͺ januari ͺͺ;: Personele dossiers: | Ongevallen: 17 dossiers, variërend in financiële omvang. | Eigendommen: 23 dossiers. Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG. o | 15 dossiers onder de € 500 o | 8 dossiers boven de € 500 | Aansprakelijkheid richting/van derden: 11 dossiers.
| Aansprakelijkheid richting/van medewerkers: 2 dossiers. | Rechtsbijstand: 1 dossier. Materiele dossiers: | Instrumenten/materialen: 3 dossiers. Door het hele land heen zien we een inbraakgolf voorbij komen. Ook bij een van onze kazernes is ingebroken en materiaal gesloten. | Werkmateriaal: 0 dossiers. | Brandverzekering: 0 dossier. | Wagenpark: Totaal 83 dossiers: o | Schadeclaim tussen: € 0,01 – € 5.000: 55 o | Schadeclaim tussen: € 5.000 – € 10.000: 4 o | Schadeclaim tussen: € 10.000 – € 25.000: 4 o | Schadeclaim: > € 25.000: 1 o | 19 dossiers staan nog open waarbij de omvang nog niet bekend is. Specificatie: o | 19 (nog) geen claim o | 13 claims alleen WA o | 45 claims alleen casco o | 6 claims zowel WA als casco Pagina 41 van 101 Pagina 42 van 101 Uitkeringen in dossiers ouder dan 2025: 32 facturen op personele dossiers en 21 facturen op materiele dossiers (zowel betalingen en ontvangsten). Er staan nog een aantal letseldossiers van het medewerkers open: o 2023: 2 dossiers o 2024: 2 dossiers o 2025: 14 dossiers Privacy en Security In 2025 heeft VNOG gewerkt aan het verder verbeteren van de gegevensbescherming (Privacy) en de informatieveiligheid (Security). VNOG heeft hierbij rekening gehouden met landelijke ont- wikkelingen. Deelname aan landelijke gremia op deze twee terreinen maakte dat relevante ken- nis werd uitgewisseld en binnengehaald.
Voor het terrein Security is van belang dat de minister van Justitie en Veiligheid in 2025 de veilig- heidsregio’s heeft aangemerkt als vitale aanbieder binnen de sector Openbare Orde en Veilig- heid. Deze vitaalverklaring maakt dat veiligheidsregio’s rekening moeten houden met aange- scherpte eisen op het gebied van informatieveiligheid, en ook dat van gegevensbescherming. Naar verwachting zullen deze eisen aansluiten bij nieuwe Europese regelgeving, die is bedoeld om de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van essentiële diensten in EU-lidstaten te verbete- ren. Steeds toenemende dreigingen, zowel in de samenleving als op geopolitiek vlak dwingen tot het stellen van aanvullende eisen. Hiermee raakt Security nadrukkelijk aan de weerbaarheids- opgave voor de veiligheidsregio’s. Dit vraagt om continue groei in investeringen voor de verdere versterking van de informatieveiligheid. Deze ontwikkeling is van structurele aard. Op het terrein van de gegevensbescherming is de uitvoering van de ambities, met name door personele wisselingen, achtergebleven bij hetgeen voorgenomen was. Door vervolgens de per- sonele bezetting op sterkte te brengen is de uitvoering voortvarend opgepakt. Hiermee heeft VNOG de governance met betrekking tot Privacy verder op orde gebracht en is, in samenhang met Security, ook in 2025 geïnvesteerd in bewustwording van de medewerkers op beide terrei- nen.
In de beveiliging van informatie is het menselijk handelen een kwetsbaar onderdeel. In de afgelopen jaren heeft VNOG met het Actieplan BIO-AVG2 een belangrijke impuls gegeven aan met name de governance met betrekking tot Privacy en Security. Naast de blijvende aan- dacht hiervoor is in 2025 een eerste aanzet gegeven om de organisatie en de inrichting van de informatievoorziening, -veiligheid en privacy verder te stroomlijnen. Doel hiervan is om door bundeling van kennis en deskundigheid, die binnen de organisatie aanwezig is, de informatie- voorziening, met name op strategisch niveau, te versterken. Deze ontwikkeling is ook in het ka- der van de genoemde vitaalverklaring van belang. In het jaarverslag over 2025 laat de functiona- ris voor gegevensbescherming duidelijker zien hoe het staat met de privacy binnen VNOG. Vol- gens het beleid moet dit verslag aan het bestuur worden voorgelegd en worden besproken. De Securityboard heeft in 2025 vanwege een vacante functie slechts zeer beperkt kunnen func- tioneren. De rol en de positie van de Securityboard raken aan het verder stroomlijnen van infor- matievoorziening, -veiligheid en privacy. Rechtmatigheid Over ͺͺͽ wordt door het dagelijks bestuur een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven (zie ook hoofdstuk ͺ).
Deze rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op het in de waarde- ringsgrondslagen opgenomen en door het algemeen bestuur vastgestelde normenkader. Deze normen zijn uitgewerkt in een toetsingskader en getoetst aan het begrotings- en voorwaardencri- terium. Het misbruik- en oneigenlijk gebruik- criterium heeft betrekking op het verstrekken van 2 Baseline Informatiebeveiliging Overheid en Algemene verordening gegevensbescherming Pagina 43 van 101 subsidies en of uitkeringen of het innen van heƯingen van derden. Daar dit geen activiteiten voor VNOG zijn, is dit toetsingscriterium in lijn met voorgaande jaren niet van toepassing. De rapporteringsgrens bedraagt € 157.800, zijnde 10% van de verantwoordingsgrens. Hieronder zijn de afwijkingen boven de rapporteringsgrens nader toegelicht. Begrotingscriterium Bevinding Bedrag Toelichting Overschrijding van lasten pro- gramma 6.0 Bedrijfsvoering € 206.015 De overschrijding wordt onder meer veroorzaakt door ho- gere licentiekosten en een hogere bijdrage aan het NIPV. In nog volgende begrotingsjaren is hier al op ingespeeld. Hier- naast is sprake van incidentele exploitatielasten voor de tij- delijke verhuizing van het hoofdkantoor.
Totaal € 206.015 Voorwaardencriterium Bevinding Bedrag Toelichting Bevindingen ten aanzien van de naleving Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot inhuur door VNOG € 910.346 Er zijn onvolkomenheden geconstateerd in de naleving van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot opdrachten voor inhuur binnen de VNOG. In 2026 is gestart met de sa- menwerking met een Managed Service Provider (MSP) om de risico’s op onrechtmatige inhuur te beperken en de na- leving structureel te verbeteren. Overig € 555.901 Bij lopende overeenkomsten is vastgesteld dat de contrac- tuele voortzetting niet volledig binnen de aanbestedings- rechtelijke kaders heeft plaatsgevonden. Dit houdt verband met onder andere vertraging in de voorbereiding van nieuwe aanbestedingen, waardoor tijdelijke voortzetting van deze overeenkomsten noodzakelijk was. Totaal € 1.466.247 Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG, waar op allerlei manieren invulling aan wordt gegeven. Het gaat daarbij zowel om technische innovaties, nieuwe werkwijzen, nieuwe samen- werkingsvormen en onderwerpen rondom informatievoorziening. Bij de programma’s in hoofd- stuk 3 wordt nader op initiatieven ingegaan. Ter illustratie worden een paar voorbeelden ge- noemd: Samenwerking met start-ups op basis van co-creatie.
Voorbereidingen voor een permanent construct en landelijk platform voor samenwerking veiligheidsregio – start-ups zijn gestart. Start-ups zijn gefaciliteerd voor het aandragen van innovatieve oplossingen voor vraagstuk- ken bij VNOG. Voorbeelden zijn het ontwikkelen van een virtuele assistent voor de begin- nend bevelvoerder en het slim in kaart brengen van brandoorzaken t.b.v. voorlichting. Duurzame toepassing van de digitwin (een gedetailleerde, virtuele kopie van de fysieke om- geving) als onderdeel van het informatiegestuurd werken ter ondersteuning van de informa- tiebehoefte van adviseurs. Toepassing van een tijdelijke integrale werkorganisatie (Proeftuin) voor de ondersteuning van het informatiegestuurd werken binnen VNOG. De Proeftuin is in 2025 geëvalueerd, hier- uit blijkt dat een structurele positie binnen de lijnorganisatie wenselijk is. Implementatie van een nieuw softwaresysteem voor decentrale uitgifte van meldingen. Doorontwikkeling en verbetering van de intranetsite “Brandpunt” voor informatievoorziening van de brandweervrijwilligers. Invoering van nieuwe en innovatieve materialen om vakbekwaam te blijven. Pagina 44 van 101 Ontwikkeling en uitvoering van een opleidingsprogramma voor de nieuwe 4x2-blusvoertui- gen en de 4x4-combi voertuigen.
Een grote bijdrage aan het landelijk project “Aantoonbare vakbekwaamheid” en de herzie- ning van onderwijsstelsels veiligheidsregio’s; Het project Witte Informatiebron Oost-5 geïntegreerd in de reguliere samenwerking op Oost- 5 niveau. Duurzaamheid Het Klimaatplan VNOG, behandeld in het algemeen bestuur in november 2024, is in uitvoering. Het richt zich op de thema’s inkoop, vastgoed, facilitair, mobiliteit, gedrag en specifieke VNOG- activiteiten. De grootste winst valt te behalen bij vastgoed en mobiliteit. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. Acties op dit gebied liggen daarom primair bij de gemeenten (die ook zelf een opgave hebben voor het ver- duurzamen van gemeentelijk vastgoed) en gaan altijd in nauwe afstemming met de gemeenten. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een aanvullende kans om stappen te zetten. Bij de reductie op het thema ‘mobiliteit’ gaat het o.a. om de elektrificatie van het wagenpark, met voor nu focus op de dienstauto’s en -bussen, omdat een betaalbaar en voor onze omstan- digheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet/onvoldoende voorhanden is. De voornaamste ontwikkelingen van het afgelopen jaar waren: Vastgoed: Hier liggen grote kansen.
VNOG ziet echter dat gemeenten om diverse redenen moeilijk aansluiting vinden om maatregelen uit het vastgestelde Klimaatplan te realiseren. VNOG is afhankelijk van de gemeenten en blijft hierover in overleg. Mobiliteit: De eerste elektrische auto's worden in het eerste kwartaal van 2026 uitgeleverd. Het onderzoek voor verduurzamen van woon- werkverkeer loopt. Er wordt meer biodiesel getankt. Inkoopbeleid: Het concept 'groen inkoopbeleid' is klaar en de verwachting is dat het aan het einde van het eerste kwartaal 2026 gereed is. CO2 voetafdruk (bepalen, monitoren en volgen): er is externe ondersteuning ingehuurd ten behoeve van de doorontwikkeling van de monitoring van de voetafdruk, ook om de staande organisatie te ontlasten. Het verzamelen van de benodigde data en dit borgen in de P&C cy- clus zal in 2026 nog de nodigde aandacht vragen. Na de oplevering van de voetafdrukcijfers van 2025 zal gekeken worden of de gestelde doe- len in het Klimaatplan bijgesteld moeten worden. Naar verwachting zullen ambities naar be- neden moeten worden bijgesteld. Huisvesting Demarcatie Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘Rege- ling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de 22 colleges en het algemeen bestuur. De Demarca- tie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q.
huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de op- stal gebruikt. Als gevolg van de Regeling Demarcatie moesten bepaalde werkzaamheden en bij- behorende contracten (waar nodig) worden overgedragen van gemeenten naar VNOG. Inmid- dels zijn alle werkzaamheden overgedragen, met uitzondering van groenvoorziening/-onder- houd. Dit volgt in 2026. Pagina 45 van 101 De kosten van de Demarcatie worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de ge- meenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Deze kosten ko- men tot uiting in programma 6 ‘Bedrijfsvoering’ van de begroting. Van het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) was afgesproken dat deze vier jaar (2023 t/m 2026) per individu- ele gemeente worden afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werke- lijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten. Deze verrekening komt tot uiting in programma 8 van de begroting. Het was de bedoeling dat per 2027 deze kosten ook onder het verdeelmodel komen te vallen, te regelen via de concept Kadernota 2027-2030. Eind 2025 (bij het opstellen van de concept Kadernota) bleek dat deze transactie nog te vroeg komt.
Er zijn nog te weinig ervaringscijfers en bovendien wordt de hele Regeling De- marcatie in 2026 nog geëvalueerd. Evaluatie wordt gedaan met medewerking van de volgende gemeenten: Oost-Gelre, Nunspeet, Hattem, Epe, Zutphen, Lochem en Apeldoorn. De overbrenging naar het verdeelmodel is daarom uitgesteld tot een volgende Kadernota, mede afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie. De Regeling Demarcatie bevat naast de taakverdeling ook werkafspraken, afspraken over de pe- riodieke afstemming tussen gebouwbeheerders van gemeenten en VNOG, alsook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Dit traject is nog niet voor alle gemeenten afgerond (kazerne Putten, kazerne Hierden, kazerne Hattem en ka- zerne Uddel). Kazernes gemeente Lochem worden in 2026 ter hand genomen. Ook dit onder- werp wordt in de genoemde evaluatie meegenomen. Tenslotte is er conform de Regeling Demarcatie in 2025 een periodiek overleg met de gebouw- beheerders geweest om zaken af te stemmen over de algehele stand, de samenwerking, lo- pende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden.
Nieuw- en verbouw in 2025 In 2025 heeft VNOG aan de gemeente Heerde voor de nieuwbouw kazerne Wapenveld input ge- leverd en hen ondersteund bij de nieuwbouw. Deze nieuwe kazerne is in 2025 opgeleverd. Di- verse andere nieuwbouwtrajecten zijn in 2025 opgestart (Oene, Terwolde, Voorst, oplevering volgt in 2026 e.v.). Diverse (grote) verbouwingen heeft VNOG in 2025 ook ondersteund (kazerne Nunspeet en kazerne Brummen en Eerbeek). Nieuwe 1-post Apeldoorn Afgelopen jaar is intensief, in nauw overleg met de gemeente Apeldoorn, weer verder gewerkt aan de vele voorbereidende werkzaamheden van deze nieuwbouw. De nieuwe 1-post vervangt drie bestaande kazernes (Apeldoorn centrum, Apeldoorn De Maten en Apeldoorn Zuid) in het stedelijk gebied van Apeldoorn en is daarnaast (beoogd) veiligheidscentrum en kantoorlocatie voor VNOG. Oplevering is naar verwachting in 2028/2029. Pagina 46 van 101 4.7. Paragraaf Verbonden partijen Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financi- eel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprake- lijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een be- stuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur van de rechtspersoon of zeggen- schap daarin kan uitoefenen.
Verder kan de situatie zich voordoen dat er òf bestuurlijke òf fi- nanciële belangen zijn. Hieronder het overzicht van (semi)verbonden partijen: Partij Beschrijving Werkgeversvereniging Sa- menwerkende Veiligheidsre- gio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. De WVSV onderhandelt namens de besturen van de veiligheidsregio’s met de werknemersorganisaties om af- spraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veilig- heidsregio’s. De WVSV is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. Stichting Risicobeheer Veilig- heidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsre- gio’s De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de vei- ligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Tevens kan het expertisebureau advies geven bij (complexe) casussen. De Stichting Waarborgfonds van de 25 veiligheidsregio’s is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's.
De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het be- stuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uit- voert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Stichting Brandweeropleidin- gen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes vei- ligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. Veluws Bosbrandweer Co- mité (VBC) De stichting VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten en veilig- heidsregio’s op de Veluwe voor het voorkomen en beperken van bos- en natuur- branden. Daarvoor organiseert en coördineert zij een systeem van detectie (o.a. via vliegtuigen, drones en meetapparatuur). Deelnemers zijn: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG, gemeente Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scher- penzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Inci- dentbestrijding IJsselmeerge- bied (SAMIJ) De SAMIJ is een netwerk-samenwerking van diverse partijen voor bovenregio- nale bestuurlijke- en operationele afstemming t.b.v.
de incidentbestrijding in het IJsselmeergebied (IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Gouwzee en de Rand- meren, inclusief het Zwartemeer). Partijen zijn: veiligheidsregio’s, waterschap- pen, Rijkswaterstaat, KNRM, Reddingsbrigade Nederland, Kustwacht en de Na- tionale Politie. Pagina 47 van 101 4.8. Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) verplicht een bestuursorgaan tot actieve en passieve openbaarma- king van informatie. De Woo verplicht een bestuursorgaan om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die zijn uitge- voerd in 2025 op de thema’s openbaarmaking en informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo) VNOG heeft de vier al in 2024 verplichte informatiecategorieën in dat jaar openbaar gemaakt. De planning die in 2025 op landelijk niveau was gegeven voor de inwerkingtreding van de open- baarmakingsplicht van de overige categorieën is verschoven naar 2026. Op basis hiervan treft VNOG verdere voorbereidingen voor de openbaarmaking van die categorieën waarvoor deze plicht in 2026 gaat gelden. Openbaarmaking geschiedt via de Woo-index. VNOG plaatst daartoe documenten op Overheid.nl of op de eigen website met een link naar de Woo-index.
De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de ver- plichte categorieën (artikelen 3.1 en 3.3.b. Woo) Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft. In het verslagjaar heeft VNOG zich met name gericht op de wettelijke verplichte informatie-categorieën. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo) In 2025 heeft VNOG vijf Woo-verzoeken ontvangen, waarvan er drie zijn gehonoreerd. Eén Woo- verzoek is afgewezen en één verzoek is niet in behandeling genomen. In zes gevallen kreeg VNOG als belanghebbende de gelegenheid om te reageren op voorgenomen openbaarmakingen ingevolge Woo-verzoeken aan andere organisaties, waarin documenten van VNOG betrokken waren. In geen van de gevallen waren er bedenkingen tegen openbaarmaking. Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo) VNOG beschikt over meerdere Woo-contactpersonen. De digitale informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Met het oog op verbeteringen van de digitale informatiehuishouding werden de landelijke ont- wikkelingen op het gebied van informatie- en archiefbeheer gevolgd en waar mogelijk toegepast. Bij het oplossen van lokale vraagstukken werd informatie gebruikt van ondermeer VNG Realisa- tie, dat werkt aan ontwikkel-, uitvoering- en handhavingsondersteuning.
Ontwikkelingen in de organisatie, aanbevelingen in de rapportage archief KPI’s en landelijke wet- en regelgeving (waaronder de nieuwe Archiefwet en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer) be- paalden welke activiteiten in 2025 uitgevoerd werden. VNOG heeft in 2025 verder gewerkt aan: Aanschaf en implementatie nieuw zaaksysteem VNOG heeft een nieuw zaaksysteem aangeschaft, dat naar verwachting medio 2026 uitge- rold kan worden. Het uitgangspunt is om met de uitvoering van het implementatieplan in 2026 de kwaliteit van de informatiehuishouding te verbeteren. Beschikken over een informatiebeheerplan VNOG heeft nog geen informatiebeheerplan opgesteld. De intentie is uitgesproken om VIND Informatiemanagement/i-Navigator aan te schaffen. De kern van VIND Informatiemanage- ment is een model Documentair Structuur Plan (DSP), met daarin een overzicht van alle Pagina 48 van 101 zaaktypen/processen die VNOG uitvoert. De processen zijn dusdanig voorzien van meta- data dat deze de basis vormen voor de uitvoer van alle informatiefuncties. Aansluiten op een e-depotvoorziening VNOG volgde hiervoor de ontwikkelingen bij de gemeente Apeldoorn, die is aangewezen als bewaarplaats van het VNOG-archief. Hierover heeft periodiek overleg met de archiefinspec- teur plaatsgevonden.
Beheer organiseren op e-mailarchivering VNOG is aangesloten bij de selectielijst e-mailbewaring, een initiatief van de VNG. De pro- cedure moet nog aangepast worden op het punt van de te gebruiken techniek. Een kwaliteitssysteem hanteren voor het informatiebeheer De mogelijkheden van een passend kwaliteitssysteem zijn in onderzoek genomen en wor- den uitgewerkt na de uitrol van het nieuwe zaaksysteem. Een metagegevensschema vaststellen Het vaststellen van een metagegevensschema vormt (deels) een onderdeel van de imple- mentatie van het nieuwe zaaksysteem en wordt in dat kader ter hand genomen. Implementeren nieuwe wet- en regelgeving Met ingang van 2026 wordt nieuwe wetgeving van kracht, de nieuwe Archiefwet (naar ver- wachting 1 juli 2026) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (per 1 januari 2026). In dit jaar is onderzocht wat de gevolgen van de invoering van deze wetten voor VNOG zijn. Het Collectie Hulpverleningsplan Voor de locatie Vosselmanstraat in Apeldoorn, waar het fysieke archief is gehuisvest, is een CHV-plan opgesteld. Dit plan wordt in 2026 ter behandeling voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Rapportage archief KPI’s Voorheen werd in het kader van provinciaal archieftoezicht twee-jaarlijks het rapport archief KPI’s verzonden naar de provincie.
Nu dient jaarlijks toezichtinformatie IBT (Inter Bestuurlijk Toezicht) aangeleverd te worden. Dit jaar is de informatie ter beoordeling aangeleverd bij de archivaris en met deze en de archiefinspecteur besproken. Het document wordt in 2026 ter behandeling voorgelegd aan het algemeen bestuur. Pagina 49 van 101 4.9. Toekomstparagraaf Regionaal beleidsplan 2025-2028 In december 2024 heeft het algemeen bestuur het regionaal beleidsplan 2025-2028 vastgesteld, na een internsief vaststellingtraject met de partners. De basis van het plan vormen de twee pri- maire vragen van de samenleving en de vijf Opgaven van VNOG als antwoord op die vragen. De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder de opgavege- richte begroting. In het regionaal beleidsplan staat de visie van VNOG voor de (middel)lange ter- mijn en die luidt als volgt: Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar nu en in de toekomst veilig en gezond ge- woond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen. Bij een incident, crisissituatie of ramp staat VNOG garant voor professionele hulpverlening: o VNOG heeft een fijnmazig netwerk van slagvaardige brandweerposten met passend materieel en goed opgeleide en getrainde medewerkers (Brandweer).