6.2 Laborijn, 02-02-2026, Kadernota 2027-2030.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2027 - 2030 Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn
Meedoen op de best passende plek Laborijn als partner voor de uitdagingen in het sociaal domein
Doetinchem, januari 2026 1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................... 2 Voorwoord ........................................................................................................................... 3 1.
Ontwikkelingen, kaders en basisopdracht ................................................................. 5 1.1 De basisopdracht vanuit onze GR-gemeenten ............................................................. 5 1.2 De (financiële) kaders vanuit de raden ......................................................................... 7 1.3 Ontwikkelingen landelijk en politiek .............................................................................. 8
2.
De klantstromen ..........................................................................................................15
3.
Het potentieel en perspectief van de basisopdracht, dilemma's en keuzes ...........19 3.1 Het potentieel en (financieel) perspectief van de klantaantallen en de basisopdracht .19 3.2 Dilemma’s en keuzes m.b.t. de basisopdracht versus ambities en ontwikkelingen ......20
4.
De taak, opdracht en pijlers van Laborijn ..................................................................22 4.1 Mensontwikkeling........................................................................................................22 4.2 Inkomenszekerheid .....................................................................................................24 4.3 Inburgering..................................................................................................................26 4.4 Wsw ............................................................................................................................28 4.5 Overhead en inzet bestemmingsreserve re-integratie .................................................29
5.
De budget ontwikkeling en financiële bijdrage van de GR-gemeenten ...................31 5.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) ..........................................31 5.2 Re-integratie en participatie budget.............................................................................32 5.3 Budget beschut werk ..................................................................................................33 5.4 Inburgering..................................................................................................................33 5.5 Rijksbijdrage Wsw.......................................................................................................34 5.6 Impulsbudget sociale infrastructuur .............................................................................34 5.7 Rijksbijdrage sociale infrastructuur ..............................................................................35 5.8 Overige technische uitgangspunten ............................................................................35 5.9 Samenvattende prognose bijdragen deelnemende gemeenten...................................36
Bijlage: Samenvattend kaderstellend overzicht ...............................................................38 Bijlage: Afkortingen ...........................................................................................................41
2
Voorwoord Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2027 tot en met 2030. De kadernota is, naast de begroting en de jaarstukken, één van de documenten in onze Planning & Control cyclus die wij u jaarlijks voorleggen. Het doel van deze kadernota is tweeledig: het weergeven van zowel de beleidsinhoudelijke als de financiële kaders die worden gehanteerd bij het opmaken van de komende begroting. We zien om ons heen veel politieke en maatschappelijke ontwikkelingen met forse impact die op vele fronten doorwerken. Een voorbeeld daarvan op internationaal niveau zijn de voortdurende conflicten. En ook nationaal spelen er veel vraagstukken, zoals de krapte op de arbeidsmarkt, komende politieke keuzes inzake migratie, de acute situatie op de woningmarkt en een aanhoudend hoog prijspeil. We hebben getracht, op basis van wat we weten, een goede inschatting te maken van de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen binnen ons domein. Wij verwerken de (structurele) effecten in de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 – 2030. De Laborijn-bijdrage aan bestaanszekerheid Het is onze diepgevoelde wens dat iedere inwoner kan ‘meedoen op de best passende plek’. Graag ondersteunen we onze inwoners bij het zetten van de ontwikkelstappen daarnaartoe en het behouden daarvan.
Ons uitgangspunt daarbij is altijd het realiseren van regulier betaald werk en als dat (nog) niet lukt ondersteunen wij bij het zo optimaal mogelijk participeren in de samenleving. De professionals van Laborijn leveren daaraan dagelijks met veel inzet en passie hun bijdrage. In onze dienstverlening staat de mens centraal waarbij we in ons werk logischerwijs veel te maken hebben met wet- en regelgeving. Daar waar deze ons echt belemmert om tot goede stappen te komen, zoeken we creatief naar oplossingen. Dat doen we als Laborijn niet alleen. Graag werken we nauw samen met vele partijen in het brede sociale domein om een bijdrage te kunnen leveren aan bestaanszekerheid. In deze kadernota beschrijven we, opnieuw langs dezelfde 4 lijnen, de Laborijnbijdrage voor het bieden van bestaanszekerheid voor inwoners en onze medewerkers: 1. Inkomenszekerheid: we zorgen voor een stabiel inkomen via een dienstverband SW, een dienstverband cao Aan de Slag, een Participatiewet-uitkering of het verstrekken van een loonkostensubsidie waarmee inwoners bij reguliere werkgevers aan het werk blijven. Daarnaast bieden we voor zowel inwoners als zelfstandig ondernemers advies en ondersteuning bij inkomensvraagstukken 2. Ontwikkeling van inwoners: we bieden op alle treden van de Participatieladder trajecten om ontwikkelstappen mogelijk te maken, gericht op 'de best passende plek' 3.
Inburgering van inwoners: we bieden inburgeringstrajecten waarmee naast het behalen van de formele inburgering ook taalontwikkeling plaatsvindt en duurzame stappen worden gezet naar (betaald) werk of – indien dat nog niet lukt – andere vormen van participatie binnen onze samenleving 4. Levensloopbestendig werkgeverschap doelgroep-collega's: de stijgende gemiddelde leeftijd van onze Wsw-collega's vraagt om begeleiding en maatwerk voor behoud van vitaliteit en werkplezier. Daarbij houden we vast aan onze visie dat we zo veel mogelijk werkplekken invullen in een reguliere setting.
3
In het proces van de kadernota 2025 – 2028 hebben de gemeenteraden gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het geven van een zienswijze. Aan deze (financiële) kaders is opvolging gegeven en de kaders vanuit de raden zijn vervolgens ook opgenomen in de kadernota 2026 – 2028. De afgelopen jaren hebben wij, mede vanuit onze verantwoordelijkheid richting de financiële beheersing van de gemeenten, scherp gestuurd op kosten. Daarbij hebben wij naast terughoudendheid aan de kant van de bedrijfsvoering ook besparingsmaatregelingen doorgevoerd die de directe dienstverlening aan onze inwoners raken. Die inzet heeft zijn (financiële) waarde bewezen. Jaar na jaar laten we zien dat we onze taken binnen de gestelde financiële kaders uitvoeren en dat we in staat zijn om ook bij tegenwind beheerst te opereren. Die basis staat. De afgelopen periode hebben wij echter ervaren, en in dit huidige kadernota-proces met de gemeenten en Laborijn gezamenlijk geconcludeerd, dat de kaders vanuit de raden te strak zijn geformuleerd. Het kader legt het vergrootglas op slechts een deel van de bredere opdracht en zet daarnaast een (onbedoelde) rem op de organisatie, waarbij het strikt houden aan deze kaders de organisatie op slot zet. In deze kadernota illustreren wij waarom (een aantal passages van) deze kaders in de praktijk niet langer wenselijk, of goed hanteerbaar zijn.
In lijn hiermee is het kader op dit punt herzien, waarbij - bij het maken van (nieuwe) keuzes - de kern van het gesprek blijft om de uitvoeringskosten zoveel mogelijk te (blijven) beperken. In de eerste vier hoofdstukken zijn de kaderstellende keuzes opnieuw schuin gedrukt zichtbaar gemaakt. Deze vormen, net als in eerdere jaren, de basis voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028 – 2030. Daarbij blijven we nadrukkelijk de balans zoeken tussen ruimte bieden voor ontwikkeling en het behouden van financiële beheersing. Het ondersteunen van inwoners via ontwikkel- en participatietrajecten blijft één van onze kernopdrachten. Het is van belang om deze opdracht te bezien vanuit de vraag van de inwoner, zonder daarbij de realiteit van beperkte middelen uit het oog te verliezen. Zo bouwen we voort op wat er staat, met aandacht voor kwaliteit van dienstverlening en toekomstbestendigheid van onze organisatie. In de periode van deze kadernota werken wij in Doetinchem vanuit ons nieuwe pand, waarbij wij verwachten dat dit een extra impuls gaat geven aan het enorme enthousiasme waarmee wij ons dagelijks inzetten voor onze inwoners. Tot slot wil ik, ook in deze kadernota, onze deelnemende gemeenten bedanken voor het vertrouwen en de prettige constructieve samenwerking.
Juist in een fase waarin er voortdurend moet worden gezocht naar balans tussen inhoud en financiën is het van belang om samen te blijven optrekken en gezamenlijk richting te geven aan de verdere ontwikkeling van Laborijn. We zien dit als een gezamenlijke opgave, waarin we stap voor stap bouwen aan een robuust werkontwikkelbedrijf dat klaar is voor de toekomst en blijft aansluiten bij de behoeften van onze inwoners.
Doetinchem, januari 2026 J.T. Spruit Algemeen directeur
4
1.
Ontwikkelingen, kaders en basisopdracht
Dit eerste hoofdstuk beschrijft allereerst de inhoudelijke basisopdracht vanuit de 3 GRgemeenten Aalten, Doetinchem en Montferland aan Laborijn als hun sociaal werkontwikkelbedrijf voor de periode van deze kadernota. En ook de (financiële) kaders die de raden in een eerdere zienswijze hebben gegeven. Vervolgens schetsen wij een aantal belangrijke en voor ons relevante (landelijke, politieke) ontwikkelingen die aan onze opdracht raken en waar wij als organisatie rekening mee dienen te houden of op zullen moeten anticiperen. 1.1 De basisopdracht vanuit onze GR-gemeenten De 3 GR-gemeenten Aalten, Doetinchem en Montferland hebben allen een beleidskader waarin leidende principes en sociale opgaven zijn opgenomen. Met bestaanszekerheid als basis. Deze leidende principes van de 3 gemeenten komen sterk met elkaar overeen. Gemeente Aalten: Inwoner centraal, veerkracht/positieve gezondheid, preventie/sterke sociale basis, iedereen doet mee, samen werken aan oplossingen, we zijn vindbaar en helder in communicatie Gemeente Doetinchem: Inwoner centraal, veerkracht, preventie, perspectief en vertrouwen Gemeente Montferland: Samenwerken voor de inwoners, iedereen moet mee kunnen doen. Bestaanszekerheid bieden door onzekerheid te verminderen, kansengelijkheid te vergroten door ongelijk te investeren, gezond samenleven versterken door mensen te verbinden.
Het principe ‘de inwoner centraal’ springt eruit. Het gericht kijken naar wat de inwoner nodig heeft en zo nodig met partners een integrale samenhangende aanpak realiseren. Daarbij staat het werken volgens de bedoeling centraal. Niet de wet, regeling of voorziening/aanbod, maar het dagelijks leven van de inwoner en/of het gezin staat centraal. Ook bij het maken van nieuw beleid is het belangrijk om de input van inwoners centraal te stellen, door bijvoorbeeld de kennis van ervaringsdeskundigen te benutten. Laborijn dient deze principes in zijn werkwijze en opdracht als uitgangspunt te nemen. De slag naar de uitvoering Om echt impact te maken, is het belangrijk dat we niet alleen op papier zetten wat de gewenste ontwikkelingen zijn. Het moet ook landen bij de professionals in de uitvoering die dagelijks in contact staan met de inwoner, zoals in de spreekkamer, tijdens participatieactiviteiten, trainingen en op de werkvloer. Het is van belang dat professionals begrijpen wat het concreet betekent om ‘de inwoner centraal’ te stellen in de praktijk. En welke keuze een professional maakt als het uitgangspunt is om te werken vanuit de bedoeling, het meervoudig klantperspectief én er ook nog een wettelijk kader is om rekening mee te houden.
Vanuit de dilemma’s die dit mogelijk oplevert, is het belangrijk om professionals de juiste handvatten te bieden die zij nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Integraal werken sociaal domein breed Ook integraal werken is een belangrijk thema. Iedereen snapt het belang, waarbij het in de praktijk nog niet zo eenvoudig is om hier op een goede wijze uitvoering aan te geven. Er zijn soms zoveel verschillende partijen betrokken bij een inwoner, dat het onduidelijk is wie de regie heeft. Hier ligt een rol voor de GR-gemeenten, om samen met Laborijn, de slag naar de uitvoering te maken. Het is belangrijk dat alle professionals die werkzaam zijn in het sociaal domein weten wat de gewenste beweging is die we willen maken voor en met onze inwoners. Dit geldt niet alleen voor de professionals van Laborijn, maar ook voor de Wmoen Jeugdconsulenten van de gemeenten Aalten en Doetinchem. De GR-gemeenten en 5
Laborijn geven hier samen vorm aan door uitvoering te geven aan projecten, zoals Simpel Switchen, Sterke lokale teams, Activerend werken en de Doorbraaktafel. Bestaanszekerheid Laborijn is een belangrijke partner waar het gaat om de opgave bestaanszekerheid; de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, een dak boven het hoofd, toegang tot zorg, onderwijs, et cetera. Het zelfstandig voorzien van een (parttime) inkomen door middel van werk is een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van bestaanszekerheid. Voor veel inwoners is parttime werk echter het hoogst haalbare. Daar waar het (nog) niet lukt om geheel zelfstandig in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, is er een (financieel) vangnet. Inwoners moeten de mogelijkheid krijgen zich te kunnen ontwikkelen zodat zij kunnen meedoen in de maatschappij. Daar komen we op de missie/basisopdracht van Laborijn: “Laborijn helpt inwoners aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt biedt Laborijn ondersteuning bij ontwikkelstappen om te participeren in de samenleving.” Het wettelijk kader voor het uitvoeren van deze basisopdracht is gelegen in de: • • •
Participatiewet Wet Sociale Werkvoorziening Wet Inburgering 2021
Naast deze 3 wetten, die de gemeenten in de GR Laborijn hebben belegd, vervult Laborijn een bredere rol in ook andere aanpalende wetten, zoals de Wet van school naar duurzaam werk, en andere gemeentelijke taken die samenhangen met de 3 GR-wetten, zoals taken vanuit de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) Oekraïense ontheemden. De doorontwikkeling als toekomstbestendig sociaal werkontwikkelbedrijf De komende jaren staat de volgende opgave centraal voor de 3 gemeenten: de doorontwikkeling van Laborijn als toekomstbestendig sociaal werkontwikkelbedrijf. In 2015 is de Participatiewet ingevoerd. Hierdoor is de instroom in de Wsw gestopt en is de Wajong alleen nog beschikbaar voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Het gevolg hiervan is dat er een steeds grotere, nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking een beroep doet op Laborijn voor ondersteuning. De middelen die voor de nieuwe doelgroep vanuit de Rijksoverheid beschikbaar zijn, zijn een stuk lager dan voorheen onder de Wsw. Daarmee zitten we in een meerjarige, langdurige transitie, waarin de huidige Wsw geleidelijk wordt vervangen door een steeds grotere, nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking.
Dit maakt dat we voor strategische vraagstukken staan, zoals ‘Waar staat Laborijn nu en wat is de belangrijkste transformatieopgave?’, ‘Wanneer komt het kantelpunt, gelet op de afbouw van het Wsw-bestand en wat zijn daarvan de gevolgen?’, ‘Hoe kunnen we daarop inspelen zodat de nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking gebruik kan blijven maken van de dienstverlening en infrastructuur van Laborijn?’ en ‘Hoe houden we dit betaalbaar?’. Kortom: hoe kunnen we (blijven) werken aan een toekomstbestendig sociaal werkontwikkelbedrijf? De komende jaren blijven er vanuit de Rijksoverheid middelen beschikbaar gesteld om aan deze opgave te werken. Voor de GR-gemeenten is het belangrijk dat we hierin met elkaar blijven optrekken en met enige regelmaat gezamenlijk de koers voor de toekomst blijven evalueren en - waar nodig - herzien. Naast de activiteiten die we met inzet van de impulsmiddelen al oppakken, gaan we in 2026 in samenspraak aan de slag met een lange termijn visie met een horizon van 10 jaar, waarbij de bovenstaande vragen aan de orde komen. In samenwerking met experts vanuit het landelijk adviesteam van het ministerie van SZW onderzoeken we in hoeverre de huidige koers van Laborijn toekomstbestendig is. En dat met ook een financiële doorrekening. We kijken hierbij ook naar in hoeverre de impuls- en infrastructurele middelen op de juiste manier 6
worden ingezet en wat de risico’s en aandachtspunten zijn. Als dit in kaart is gebracht, kunnen we hierop inspelen de komende jaren.
1.2 De (financiële) kaders vanuit de raden In het proces van de kadernota 2025 – 2028 hebben de raden gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het geven van een zienswijze. Aan deze (financiële) kaders hebben wij in de eerstvolgende begrotingsronde opvolging gegeven en de kaders vanuit de raden zijn vervolgens ook opgenomen in de kadernota 2026 – 2028. Zij luiden als volgt: Kaderstellend (nr.1): de focus van Laborijn ligt op haar basisopdracht: Laborijn is er om iedere inwoner te helpen aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt hem/haar te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. Laborijn heeft daarbij de taak het beheersen en waar mogelijk terugdringen van het uitkeringsvolume. Kaderstellend (nr.2): de uitvoeringskosten moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Er komt geen nieuw beleid als dat tot toename van de uitvoeringslasten leidt. Kaderstellend (nr.3): het uitgangspunt van indexatie van het huidige beschikbare reintegratiebudget blijft gehandhaafd. De afgelopen periode hebben wij ervaren, en in dit huidige kadernota-proces met de gemeenten en Laborijn gezamenlijk geconcludeerd, dat deze kaders te strak zijn geformuleerd.
Het kader legt het vergrootglas op slechts een deel van de bredere opdracht en het strikt houden aan deze kaders zet daarnaast een rem op het (kunnen) anticiperen op (noodzakelijke) ontwikkelingen en het benutten van innovatieve kansen, waarbij dit gevolgen kan hebben voor de mate waarin de (potentiële) toegevoegde waarde en relevantie van ons sociaal ontwikkelbedrijf wordt benut en versterkt. Het eerste kader is in de basis goed: de focus van Laborijn ligt op haar basisopdracht om iedere inwoner te helpen aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt hem/haar te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. De extra nadruk op de taak van het beheersen en waar mogelijk terugdringen van het uitkeringsvolume wekt de indruk dat dit het hoofddoel is, terwijl dit een beoogd (financieel) effect is van onze (maatschappelijke) missie en dagelijkse inzet om iedere inwoner mee te laten doen op de voor hen best passende plek. Om dit (financiële) doel te bereiken, voeren wij vele andere minstens zo belangrijke (maatschappelijke) kerntaken uit. De afgelopen jaren hebben wij, mede vanuit onze verantwoordelijkheid richting de financiële beheersing van de gemeenten, scherp gestuurd op kosten. Daarbij hebben wij naast terughoudendheid aan de kant van de bedrijfsvoering ook besparingsmaatregelingen doorgevoerd die de directe dienstverlening aan onze inwoners raken.
Die inzet heeft zijn (financiële) waarde bewezen. Jaar na jaar laten we zien dat we onze taken binnen de gestelde financiële kaders uitvoeren en dat we in staat zijn om ook bij tegenwind beheerst te opereren. Die basis staat waarbij de financiële verantwoordelijkheid van zuinig omgaan met uitvoeringskosten, en daarmee het eerste deel van het tweede kader, een randvoorwaarde blijft. Echter, dat er geen nieuw beleid mag komen als dat tot toename van de uitvoeringskosten leidt, zet een rem op de organisatie en blijkt in de praktijk niet realistisch en niet toepasbaar. Het is van belang om vanuit de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen te blijven redeneren en te blijven kijken naar wat inwoners nodig hebben om zich te ontwikkelen, mee te doen en perspectief te houden op werk en participatie. En wat dit van Laborijn als organisatie vraagt vanuit goed werkgeverschap en goed partnerschap. Dit vraagt om een bewuste afweging: nieuwe (aanvullende) beleidskeuzes (extra taken) en ontwikkelingen leiden geregeld tot hogere uitvoeringslasten. Het is daarom van belang om deze keuzes 7
zorgvuldig te maken, realistisch te blijven over wat uitvoerbaar is en scherp te blijven op doelmatigheid. En daarbij nadrukkelijk te zoeken naar de balans tussen ruimte bieden voor ontwikkeling en het behouden van financiële beheersing. Hieraan gerelateerd is kader nr.16 van deze kadernota. Al eerder hebben we afgesproken dat de basisopdracht wordt gefinancierd vanuit structurele middelen. En dat met incidentele middelen extra, tijdelijke taken en experimenten in pilotvorm kunnen worden gefinancierd. Met als doel om te kunnen anticiperen op (noodzakelijke) ontwikkelingen en het benutten van innovatieve kansen ten behoeve van de doorontwikkeling van onze infrastructuur, en daarmee het behouden van de relevantie en benutten van het potentieel van ons sociaal ontwikkelbedrijf. Helpend bij het vinden van de juiste balans tussen ruimte bieden voor ontwikkeling en het behouden van financiële beheersing is de afspraak dat een inhoudelijk goede en financieel gezonde business case op de langere termijn voorwaardelijk is om activiteiten duurzaam te borgen in de basisopdracht. Met dit kader kan de afspraak dat er geen nieuw beleid mag komen als dat tot toename van de uitvoeringskosten leidt, worden losgelaten, aangezien de hogere uitvoeringskosten dan altijd opwegen tegen de baten.
Op basis van het bovenstaande is kader nr.2 herzien naar het volgende: Kaderstellend (nr.2): de uitvoeringskosten moeten zoveel mogelijk beperkt worden.
1.3 Ontwikkelingen landelijk en politiek In deze paragraaf beschrijven we een aantal (landelijke en/of politieke) ontwikkelingen die van belang zijn voor Laborijn. De Participatiewet in balans en transformatie naar een algemene zorgwet Laborijn is voor de deelnemende gemeenten een belangrijke partner in het sociaal domein. Samen kijken we gericht naar wat de inwoner nodig heeft en realiseren we, vaak in combinatie met andere partijen (zoals Bureau voor Financiële Ondersteuning, Buurtplein en Figulus Welzijn), een integrale samenhangende aanpak. Daarbij is het werken volgens de bedoeling leidend. Niet de wet of regeling, maar het dagelijks leven van de inwoner staat centraal. Voor een aanzienlijk deel van de inwoners met een Participatiewet uitkering is (betaald) werk daarbij niet realistisch (meer). Voor deze inwoners is het bieden van inkomenszekerheid, maatschappelijke participatie en zorg belangrijk. Daarmee zal in de toekomst de Participatiewet een meer algemenere zorgwet worden waarop aanpalende wettelijke voorzieningen zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zullen aanhaken. Voor het realiseren van inkomenszekerheid en mensontwikkeling staat de Participatiewet centraal.
De toepassing van de huidige Participatiewet wordt door inwoners en professionals in voorkomende gevallen als te complex en ‘hard’ ervaren, met te veel focus op regels en te weinig op de menselijke maat. De in de huidige wet opgenomen eisen en verantwoordelijkheden kunnen leiden tot onbedoelde en ongewenste effecten, waarbij in de uitvoering soms te weinig ruimte wordt ervaren om het benodigde maatwerk te kunnen bieden. In 2021 is het toenmalige kabinet een traject gestart om de huidige Participatiewet hierop aan te passen. Op 30 september 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. Doel van de wet is om de regels en ondersteuning op grond van de Participatiewet beter af te stemmen op de mogelijkheden en behoeften van inwoners die afhankelijk zijn van bijstand. Kernbegrippen hierbij zijn: vereenvoudiging, vertrouwen en menselijke maat. Om het doel van de wet te bereiken, is een wijziging van regels nodig en ook een cultuurverandering en een andere manier van kijken naar mensen: van denken in systemen naar denken in wat mensen nodig hebben. Om dit proces vorm te geven, is door 8
het Ministerie van SZW in samenwerking met de gemeenten en overige partners een programmaplan opgesteld. Dit programma bestaat uit 3 sporen. In het eerste spoor worden wetswijzigingen ingevoerd die de eerste hardheden uit de wet halen. Dit eerste spoor wordt gefaseerd ingevoerd. Een deel van deze wetswijzigingen is per 1-1-2026 van kracht. De overige wijzigingen komen in de tweede fase per 1-1-2027, waarmee de wet dan volledig in werking zal zijn getreden. Onderdeel van deze tweede fase is het inrichten van de gemeentelijke re-integratieverordening op het onderwerp ‘Ondersteuning bij maatschappelijke participatie’. Het tweede spoor is onderdeel van het bredere kabinetsplan om te komen tot een hervormingsagenda om de sociale zekerheid, toeslagen en inkomstenbelasting te hervormen. Deze ‘hervormingsagenda inkomensondersteuning’ bevat ook de ontwikkeling van het simpel switchen in de participatieketen en de wetgeving rond proactieve dienstverlening in de sociale zekerheid. In dit tweede spoor wordt de Participatiewet in de komende jaren opnieuw opgebouwd: wat zijn de doelen van de nieuwe wet en welke instrumenten kunnen het best worden ingezet om deze doelen te bereiken. Er wordt gebruik gemaakt van de (wetenschappelijke) kennis en ervaringen van professionals en bijstandsgerechtigden van de afgelopen jaren.
Er wordt een nieuwe beleidstheorie opgesteld, een menukaart met concrete beleidsopties en waar nodig worden nieuwe instrumenten getoetst in de praktijk. Bij de herziening wordt nadrukkelijk het financiële kader betrokken. De focus van de huidige wet blijft op uitstroom naar betaald werk en de rechtmatigheid van de uitkering. Een andere manier van werken en kijken naar mensen moet ook bij uitvoerders van de wet tot stand komen. Alleen het feitelijk herzien van de Participatiewet is hiervoor niet voldoende. In het derde spoor gaat het Ministerie van SZW daarom de uitvoerders van de wet ondersteunen bij de beweging richting vertrouwen, menselijke maat en eenvoud. Kaderstellend (nr.4): voor Laborijn liggen de aanpassingen in de Participatiewet op grond van de ‘Participatiewet in balans’ in de lijn met de doelstelling en al gehanteerde werkwijze. Laborijn zal zich in deze richting verder blijven doorontwikkelen. Preventie en handhaving Het doel in het sociaal domein is dat regelgeving ervoor zorgt dat inwoners kunnen meedoen op de voor hen best passende plek en dat waar nodig wordt voorzien in een inkomensvoorziening. Hierbij is sinds een aantal jaren een maatschappelijke ontwikkeling gaande over de wijze waarop overheid en burger zich onderling hebben te verhouden.
Deze ontwikkeling weerspiegelt zich ook in de Participatiewet in balans waar de focus ligt op vertrouwen en vereenvoudiging, met als doel meer evenwicht tussen bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Laborijn werkt op basis van het in 2025 vastgestelde ‘Visiedocument preventie & handhaving’. Het handhaven van regels en wetten is daarbij een middel en geen doel op zich. We gaan uit van vertrouwen, zetten in op preventie en vroegsignalering en leveren maatwerk waar nodig. Die benadering heeft als doel om de spontane nalevingsbereidheid van inwoners die een beroep doen op onze (sociale) voorzieningen te bevorderen. Het merendeel van de inwoners maakt niet opzettelijk misbruik van sociale voorzieningen. Door persoonlijke omstandigheden en soms complexe regelgeving kunnen fouten worden gemaakt. Kijken naar de omstandigheden, het doel van beleid en regels en het beoogd effect voor inwoners zijn voor ons basisprincipes. Wel zijn we ons bewust dat er ook een kleine groep inwoners bestaat die wel opzettelijk misbruik maakt. Het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik blijft daarom belangrijk, ook om draagvlak te behouden binnen de samenleving voor het bestaande sociale stelsel. Ook hiervoor is aandacht vanuit preventie en handhaving.
Om de inwoner adequaat te informeren en ondersteunen, maar zo nodig ook te handhaven in het naleven van wetten en regels, is een goede samenwerking nodig, zowel intern als 9
extern. Intern vindt deze samenwerking plaats in de integrale teams waarin de betrokken Laborijn professionals vanuit hun expertise de inwoner begeleiden. Extern werken we, in directe verbinding met de integrale teams, nauw samen met onze deelnemende gemeenten en andere directe samenwerkingspartners (denk aan partners als Bureau voor Financiële Ondersteuning, Buurtplein en Figulus) en maken we afspraken over onze uitvoering. Daarnaast is er een brede kring van andere ketenpartners, zoals politie, regionale en andere samenwerkingsverbanden en organisaties die hulp- en/of dienstverlening aan onze inwoners bieden. Een samenwerking steeds vanuit het doel het voorkomen en vroegtijdig opsporen van het, al dan niet onbewust, misbruik maken van sociale voorzieningen. Kaderstellend (nr.5): op basis van het vastgestelde ‘Visiedocument preventie & handhaving’ geeft Laborijn invulling en uitvoering aan haar taken. Dit doen we vanuit een integrale benadering van de inwoner en in lijn met de uitgangspunten van de Participatiewet in balans: meer evenwicht tussen bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Werkcentrum Achterhoek De Arbeidsmarktregio Achterhoek streeft naar een volledig ontschotte (arbeidsmarkt) dienstverlening die meer werkgevers en inwoners bereikt.
In de vastgestelde notities ‘Naar een toekomstbestendige arbeidsmarktdienstverlening in de Achterhoek’ en het hieruit voortvloeiende ‘Inrichtings- en implementatieplan’ zijn hiervoor de contouren van het Werkcentrum Achterhoek geschetst. Daarbij is ook rekening gehouden met de kaders die het Rijk heeft opgenomen in de Kamerbrief van 29 april 2024 over de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Het Werkcentrum Achterhoek is een netwerkorganisatie waaraan we vanuit Laborijn een actieve bijdrage leveren bij het vormgeven en bemensen. Laborijn is als uitvoeringsorganisatie voor het Werkcentrum een belangrijke aangesloten partner voor meer specialistische dienstverlening. Bij complexere hulpvragen waarbij veelal langdurige ondersteuning, diagnose en/of gerichte trainingen aan de orde zijn, wordt via een warme overdracht vanuit het Werkcentrum doorverwezen naar Laborijn als partner van het Werkcentrum. Kaderstellend (nr.6): Laborijn is een actieve partner van het Werkcentrum Achterhoek. Aan de doorontwikkeling van het centrum leveren wij onze kennis en expertise als het gaat om de ondersteuningsbehoefte van inwoners die niet zelfstandig in staat zijn de stap richting de arbeidsmarkt te maken en/of te behouden.
Wet van school naar duurzaam werk Het doel van de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ is om jongeren tot 27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Dit om jongeren aan het werk te krijgen en te houden, ongeacht de economische conjunctuur. En daarmee de kansengelijkheid onder jongeren te vergroten. Het wetsvoorstel stimuleert de regionale samenwerking tussen onderwijs, doorstroompunten en gemeenten. Dit gebeurt middels een aantal samenhangende maatregelen. Zo bieden scholen aanvullende loopbaanbegeleiding tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school in het beroepsonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Doorstroompunten begeleiden jongeren tot 27 jaar (nu tot 23 jaar) zonder startkwalificatie terug naar school of naar werk. Gemeenten richten zich, onder aansturing van de centrumgemeente, op een preventieve en passende ondersteuning terug naar school, naar werk of een combinatie van beiden. Laborijn investeert al lange tijd in het realiseren van een soepele overgang van school naar duurzaam werk. De ingangsdatum van deze wet is 1 januari 2026, waarbij de wet moet gaan zorgen voor een meer regionale aanpak, borging en aansturing, en beoogt daarmee voor de doelgroep tot een beter sluitende dienstverlening te komen. 10
Kaderstellend (nr.7): Laborijn investeert in een adequate regionale samenwerking om te komen tot en in een passende dienstverlening gericht op een sluitende aanpak ten aanzien van een soepele overgang van school naar duurzaam werk voor jongeren tot 27 jaar. Vanuit Laborijn ligt daarbij de focus op de ontwikkeling van een doorlopende ontwikkellijn met de samenwerkingspartners op het snijvlak van onderwijs, zorg en werk. Dit op basis van zowel de ondersteuningsbehoefte van jongeren op de verschillende leefgebieden als de ontschotting van dienstverlening en de bijbehorende budgetten. Beschut werk en de doorlopende ontwikkellijn van dagbesteding naar werk In de vorige kadernota is aangegeven dat er voor beschut werk sprake is van onderrealisatie en het niet toegroeien naar volledige realisatie van onze taakstelling mogelijk (financiële) risico’s voor Laborijn met zich meebrengt. Daarmee stonden we voor het dilemma in hoeverre we de taakstelling beschut werk versneld willen realiseren, hoe we dit kunnen stimuleren en hoe zich dit verhoudt tot ons adagium “de best passende plek voor de inwoner”. Begin 2025 is afgesproken om de verbeteragenda beschut werk, met concrete maatregelen om beschut werk verder te stimuleren, vanuit het Rijk eerst af te wachten.
In juli 2025 is deze agenda verschenen, aangevuld met de voortgangsbrief over sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk, met als doel om vanaf 2048 minimaal 30.300 beschutte banen structureel te realiseren, de groei en de aanpak van knelpunten in de uitvoering te versnellen en de sociale infrastructuur rond beschut werk te versterken. Vanuit de verbeteragenda, de aanvullende brief van de staatssecretaris en de septembercirculaire 2025 is een analyse gemaakt en een ‘Plan Beschut werk’ opgesteld en vastgesteld. Daaruit blijkt dat het, gezien de huidige onderrealisatie, inderdaad van groot financieel belang is om voor zowel de gemeente Aalten als de gemeente Doetinchem zoveel als mogelijk in te zetten op het realiseren van de taakstelling. Tegelijkertijd is het van groot strategisch belang om niet direct de taakstelling volledig te gaan vullen, maar dit doordacht en geleidelijk te gaan doen op basis van onze gezamenlijke visie en ons adagium “de best passende plek voor de inwoner”.
Om die reden wordt in de aanpak gekozen voor een “tweesporenbeleid”: daar waar nodig directe invulling van de taakstelling door het aanvragen van indicaties waarvan direct kan worden vastgesteld dat een indicatie beschut werk de best passende plek voor de betreffende inwoner is gecombineerd met een geleidelijke invulling van de taakstelling middels een pilot “van Zorg naar Werk” vanuit de doelgroep PRO/VSO en de doelgroep dagbesteding met een uitkering. Kaderstellend (nr.8): het belang van en de best passende plek voor de inwoner blijft voorop staan, waarbij de realisatie van de taakstelling beschut werk geen doel op zich is. Migratie en inburgering Op het gebied van migratie en inburgering vinden diverse ontwikkelingen plaats waarvan de uitkomsten zich lastig laten voorspellen. Op nationaal niveau introduceerde het kabinet een wetsvoorstel die de mogelijkheid voor gemeenten schrapt om voor statushouders voorrang te geven op sociale huurwoningen op grond van het feit dat ze statushouder zijn. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een breder pakket maatregelen om de asielinstroom te beperken en de druk op de opvang te verlichten. Zo zijn eerder de wetsvoorstellen voor asielnoodmaatregelen en het tweestatusstelsel door de Tweede Kamer aangenomen. Daarmee worden onder andere strengere voorwaarden gesteld aan nareizigers.
Het kabinet verwacht dat hierdoor minder mensen via nareis naar Nederland komen en dat nieuwkomers sneller zelfredzaam worden. De kamerbrief over het langetermijnbeleid en een transitievoorstel voor Oekraïense ontheemden kondigt een overgang aan van tijdelijke bescherming naar een gereguleerd tussenmodel, waarin Oekraïense ontheemden 11
perspectief krijgen op participatie en zelfstandigheid, terwijl opvang en beleid beheersbaar blijven1. De aangekondigde maatregelen op het gebied van migratie zullen direct en indirect invloed hebben op de instroom, duur en aard van de dienstverlening aan inwoners met een migratieachtergrond. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota is het nog lastig te bepalen welke van de aangekondigde nationale maatregelen daadwerkelijk beleid worden en wat de uiteindelijke effecten zullen zijn. Internationaal heerst eveneens onzekerheid. De voorlopige conclusie is dat op het vlak van migratie en inburgering zaken gaan veranderen. Tegelijkertijd zijn we ook van mening dat inwoners met een migratieachtergrond binnen onze gemeenten, die vallen onder de werking van de Wet inburgering, de Participatiewet en/of de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, blijvend moeten kunnen rekenen op onze hulp en ondersteuning. De aangekondigde plannen gaan in meer of mindere mate effect hebben op de dienstverlening van Laborijn en de inwoners die daar gebruik van maken. Voor Laborijn betekent dit meer als tevoren vinger aan de pols houden als het gaat om (het flexibel aanpassen van) ons dienstverleningsconcept.
Kaderstellend (nr.9): Laborijn heeft zich te verhouden tot de huidige wetgeving en het landelijk beleid op het gebied van migratie en inburgering en zal mee moeten bewegen met aangepaste wet- en regelgeving, aangepast beleid en de beschikbare financiële middelen. Extra gelden Rijk voor taalonderwijs In de Rijksbegroting 2026 staat dat het kabinet vanaf 2027 extra middelen heeft vrijgemaakt voor taalonderwijs voor mensen in de bijstand die het vereiste taalniveau nog niet halen2. Dit is onderdeel van de inzet op taal en werk, zodat nieuwkomers (NT2) en laaggeletterde Nederlanders (NT1) snel kunnen integreren en volwaardig mee kunnen doen. Laborijn streeft naar een integrale benadering van laaggeletterde inwoners (doelgroep Wsw en P-wet) die aansluit bij het beleidsdoel om laaggeletterdheid preventief en duurzaam aan te pakken. Hierbij is het voorveld, bestaande uit huidige trajecten bij het Graafschap College, Taalhuis, bibliotheken, Stichting Lezen & Schrijven en andere partners, voorliggend. Een betere aansluiting betekent dat trajecten voor inburgeraars (vooral in Z-route en B1-route) en NT1-/NT2-laaggeletterden beter op elkaar worden afgestemd op inhoud, organisatie en overdracht.
De extra middelen en de aanscherping van de taaleis binnen de Participatiewet bieden een basis om deze kwetsbare doelgroep met nog meer focus en maatwerk te kunnen ondersteunen bij hun taalontwikkeling. Kaderstellend (nr.10): Laborijn versterkt de inzet op taalonderwijs in de komende jaren, waarbij de WEB-middelen en het bestaande voorliggende aanbod leidend zijn. Eventuele extra rijksmiddelen worden aanvullend ingezet om inwoners met een PW-uitkering en/of een Wsw-dienstverband gericht te ondersteunen bij het behalen van het vereiste taalniveau, in samenhang met participatie en werk. Einde Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) Oekraïners Sinds de inval van Rusland in Oekraïne in 2022 zijn duizenden mensen op de vlucht geslagen. In Nederland dragen de gemeenten zorg voor opvang en voorzieningen voor deze vluchtelingen, waaronder de verstrekking van leefgeld en de inning van een eigen bijdrage ter dekking van de kosten van verblijf.
1 Kamerbrief van de Minister van Asiel en Migratie, Mevrouw M. Keijzer, Verzamelbrief over opvang Oekraïners,
Den Haag, 28 november 2025. 2 Ministerie van Financiën, Rijksbegroting 2026, Den Haag, 16 september 2025.
12
De opvang van ontheemde Oekraïners is op basis van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Deze richtlijn is in verband met de voortduring van de oorlog de afgelopen jaren een aantal malen verlengd en loopt definitief af per maart 2027. Om een rechtmatig verblijf ook na die datum te borgen, komt de ontheemde in aanmerking voor een transitiedocument. Aan dit document zijn rechten, plichten en voorzieningen verbonden. Een deel van de ontheemden zal naar verwachting een beroep gaan doen op een uitkering op grond van de Participatiewet. Het Rijk voorziet hiervoor een gefaseerde transitie om de overgang voor de uitvoering behapbaar te houden. De verdere invulling van de transitie van de leefgeldregeling naar de arbeidsmarkt of Participatiewet zal worden betrokken bij de financiële besluitvorming van het Rijk in het voorjaar van 2026 en is mede afhankelijk van de op dit moment lopende kabinetsformatie. De inzet van het Rijk is om het voorzieningenniveau zoveel mogelijk in lijn te brengen met dat van andere ingezetenen. Daarom zal het Rijk (blijven) inzetten op maximale arbeidsparticipatie. Laborijn voert sinds 2022 voor de gemeenten Aalten en Doetinchem de leefgeldregeling en inmiddels ook de eigen bijdrageregeling uit. Daarnaast ondersteunt Laborijn de Oekraïense inwoners van deze gemeenten bij het vinden en behouden van werk.
In 2025 is in de gemeente Aalten gestart met casemanagement door Laborijn; een proactieve en planmatige ondersteuning van Oekraïense inwoners van 18 jaar en ouder. Deze aanpak is gericht op het verhogen van de arbeids- en participatiegraad en draagt bij aan informele inburgering, versterking van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Met het casemanagement wordt vooruitgelopen op de wijzigingen die vanaf maart 2027 worden voorzien bij het aflopen van de tijdelijke regeling voor Oekraïense ontheemden, waarmee wordt beoogd de instroom in de Participatiewet en de begeleidingsbehoefte op re-integratie zoveel mogelijk te beperken. Kaderstellend (nr.11): Laborijn anticipeert op het aflopen van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) door zo maximaal mogelijk in te zetten op arbeidsparticipatie om instroom in de Participatiewet zoveel als mogelijk te beperken. Impulsbudget sociale infrastructuur Al geruime tijd wordt vanuit SZW aangegeven dat een solide vangnet, voor mensen die wel kunnen werken, maar voor wie dit niet, of nog niet, bij reguliere werkgevers mogelijk is, van belang is. Voor deze mensen blijven sociaal ontwikkelbedrijven – ook in de toekomst – belangrijk. Als opstap naar werk, als een plek waar je in een beschutte omgeving kunt werken en als een plek waarop je kunt terugvallen als het even niet lukt bij een reguliere werkgever.
Vanaf 2025 tot 2035 ontvangen gemeenten jaarlijks een ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’ om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Voor de financiële vertaling hiervan zie paragraaf 5.6. De gemeente Montferland zal in het eerste kwartaal 2026, na planvorming, een keuze maken over of de impulsmiddelen geheel, gedeeltelijk of niet aan Laborijn worden overgemaakt. Kaderstellend (nr.12): Laborijn benut het ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’ van de jaren tot 2035 om haar infrastructuur door te ontwikkelen en toekomstbestendig te houden. Hiervoor maken wij gebruik van de bestemmingsreserve ‘doorontwikkeling infrastructuur werkontwikkelbedrijf Laborijn’. Jaarlijks wordt het extra budget toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Rijksbijdrage sociale infrastructuur Naast het ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’ is er een structurele extra basisfinanciering voor de bedrijfskosten van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze basisfinanciering bedraagt € 13
19,8 miljoen in 2025 en loopt op naar structureel € 35,9 miljoen per jaar vanaf 2035. Net als de impulsmiddelen wordt de ‘Rijksbijdrage sociale infrastructuur’ op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’ verdeeld. De budgettaire verwerking heeft inmiddels plaatsgevonden. Voor de financiële vertaling van deze middelen zie paragraaf 5.7. Deze structurele infrastructurele opslag maakt meer ruimte voor banen voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven, zodat zij - waar mogelijk - vervolgens de stap naar regulier werk kunnen zetten. Laborijn zet deze middelen in ten behoeve van tijdelijke dienstverbanden voor de DGI-doelgroep. Kaderstellend (nr.13): de ‘Rijksbijdrage sociale infrastructuur’ is een structurele extra basisfinanciering voor de bedrijfskosten van sociaal ontwikkelbedrijven. De bedoeling van deze structurele infrastructurele middelen is meer ruimte voor banen voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Laborijn zet deze middelen in ten behoeve van tijdelijke dienstverbanden voor de DGI-doelgroep.
14
2.
De klantstromen
In dit hoofdstuk nemen we u mee in de verwachtte klantstromen voor de komende jaren. Dit vooral kwantitatieve hoofdstuk, met als belangrijke bron de CPB-ramingen, neemt u mee in welke diverse doelgroepen we onderscheiden en hoe de aantallen zich ontwikkelen in de tijd. Dit hoofdstuk geeft daarmee duiding aan de omvang en aard van de (verschuivende) opdracht en taak van Laborijn. Laborijn ziet haar klantenbestand langzaam wijzigen. Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet. De Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Inwoners die voorheen in de Wsw en Wajong konden instromen, worden ‘de nieuwe doelgroepen’ binnen de Participatiewet genoemd. De effecten van deze instroom worden zo langzamerhand goed zichtbaar. Ook de ‘nieuw beschut’-doelgroep maakt zijn intrede binnen de Participatiewet. Op alle nieuwe doelgroepen is de Participatiewet van toepassing. Inwoners met een arbeidsbeperking worden middels een langdurige loonkostensubsidie (LKS) geplaatst bij werkgevers. Deze LKS is bedoeld om de verminderde loonwaarde van een medewerker voor de werkgever te compenseren. Voor wat betreft onze doelgroep zien we een toename van uitkeringsgerechtigden met een activeringsprofiel en een afname van inwoners met een re-integratieprofiel.
Naarmate de tijd verstrijkt, zal ook de doelgroep ‘nieuw Wajong en voormalig Wsw’ een steeds groter aandeel hebben in het totale bijstandsbestand. De landelijke verwachting is dat er vanaf 2026 een lichte netto stijging van het aantal mensen in de bijstand zal zijn. Omdat de verwachting ten aanzien van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de regio Achterhoek positief is, is het zaak om maximaal in te zetten op het verkleinen van de eventuele afstand tussen mensen en het aanwezige werk. Daarnaast kennen we een nieuwe groep inwoners vanuit de Wet Inburgering 2021. We zien dat de aanpak voor deze nieuwe inwoners intensief is en maatwerk vraagt. De doelgroep inburgeraars gaat naar verwachting toenemen. Onze inschatting is dat de instroom van asielstatushouders per jaar met 5% gaat stijgen. Hierdoor stijgen de klantaantallen t/m 2030, ondanks dat de eerste inburgeraars na een periode van 3 jaar het inburgeringstraject zullen afronden. Voor deze groep inwoners wordt de verbinding gemaakt tussen de Wet inburgering en de Participatiewet. Op dit moment3 hebben 412 inwoners een inburgeringstraject. We zien hierbij dat 56% van deze 412 inwoners met een inburgeringstraject onder de nieuwe Wet Inburgering 2021 ook een Participatiewet-uitkering ontvangt, namelijk 232 inwoners (waarvan 95% van de asielstatushouders en 5% van de gezinsmigranten).
3 Peildatum 22 oktober 2025
15
16
Stand ultimo jaar (2025 met stand 7 oktober) Bijstand (huishoudens) Bijzondere bijstand Studietoeslag Alleenverdienersregeling LKS Wsw (inclusief RVU en BW en DVO partners) Beschut werk (inclusief DVO partners) Dienstverband DGI (inclusief DVO partners) Inburgering (asielstatushouders) Inburgering (gezinsmigranten) Oekraïners leefgeldregeling Oekraïne eigen bijdrage regeling Oekraïners casemanagement Aalten Oekraïne bemiddeling Doetinchem VSO/NUG Totaal te bedienen Stand ultimo jaar (2025 met stand 7 oktober) Bijstand (huishoudens) Bijzondere bijstand Studietoeslag Alleenverdienersregeling LKS Wsw (inclusief RVU en BW en DVO partners) Beschut werk (inclusief DVO partners) Dienstverband DGI (inclusief DVO partners) Inburgering (asielstatushouders) Inburgering (gezinsmigranten) Oekraïners leefgeldregeling Oekraïne eigen bijdrage regeling Oekraïners casemanagement Aalten Oekraïne bemiddeling Doetinchem VSO/NUG Totaal te bedienen
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 1436 1494 1484 1477 1502 1509 1534 1564 1597 20 20 10 10 10 10 10 10 10 20 25 36 48 48 48 48 48 48 0 0 0 0 40 40 40 40 40 262 315 301 313 336 366 390 413 436 906 849 794 741 692 647 609 574 542 28 40 53 44 47 50 53 53 57 9 22 21 16 16 17 17 17 18 71 183 278 439 408 384 406 429 453 60 80 100 133 133 133 133 133 133 133 101 114 129 129 129 129 129 129 0 0 0 0 177 177 177 177 177 0 0 0 116 116 116 116 116 116 0 0 0 300 300 300 300 300 300 40 40 135 50 50 50 50 50 50 2985 3169 3326 3816 4004 3977 4012 4053 4105 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 1436 1494 1484 1477 1502 1509 1534 1564 1597 20 20 10 10 10 10 10 10 10 20 25 36 48 48 48 48 48 48 0 0 0 0 40 40 40 40 40 262 315 301 313 336 366 390 413 436 906 849 794 741 692 647 609 574 542 28 40 53 44 47 50 53 53 57 9 22 21 16 16 17 17 17 18 71 183 278 439 408 384 406 429 453 60 80 100 133 133 133 133 133 133 133 101 114 129 129 129 129 129 129 0 0 0 0 177 177 177 177 177 0 0 0 116 116 116 116 116 116 0 0 0 300 300 300 300 300 300 40 40 135 50 50 50 50 50 50 2985 3169 3326 3816 4004 3977 4012 4053 4105
In bovenstaande tabellen is de ingeschatte ontwikkeling van het aantal te bedienen klanten tot en met 2030 inzichtelijk gemaakt. Dit betreffen de klanten per regeling. Op dit moment bedienen we 3250 unieke klanten. De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen. Ook is te zien dat het aantal inwoners werkzaam met een loonkostensubsidie gaandeweg zal toenemen. Duidelijk te zien is dat het aantal inwoners onder de Wet inburgering stijgt. Hiervan zal een deel ook bijstand ontvangen. De groei onder de klantstroom overig is gelegen in de toename van het aantal Oekraïners dat Laborijn bedient. De groei van het totaal aantal te bedienen inwoners schatten we nu echter wat hoger in dan vorig jaar in de Kadernota 2027 - 2029. Dit komt met name door het bedienen van Oekraïense inwoners m.b.t. de eigen bijdrageregeling, de nieuwe alleenverdienersregeling, en door een verwachte toename door het rijk voor de bijstand en LKS. Deze toename in klantaantallen zal per saldo naar verwachting leiden tot een lichte toename van de benodigde formatie om de basisopdracht goed uit te voeren. Kaderstellend (nr.14): de landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen.
Deze groei in het aantal inwoners dat we bedienen vanuit de Participatiewet en de Wet Inburgering als grondslag compenseert ruimschoots de afname van het aantal Wsw-collega's met een dienstverband vanuit de Wet sociale werkvoorziening. Per saldo neemt de omvang van de opdracht en taak van Laborijn toe. Hierbij is er de komende jaren sprake van een wezenlijke verschuiving van onze focus en in de aard van ons sociaal ontwikkelbedrijf. 17
Specifiek inzicht in de doelgroep met een arbeidsbeperking en een doelgroepindicatie Gezien de landelijke en regionale aandacht voor inwoners met een arbeidsbeperking is het helpend om u aanvullend inzicht te verschaffen in de doelgroep van inwoners met een arbeidsbeperking en een doelgroepindicatie. Vanuit dit inzicht kunnen keuzes worden gemaakt over het wellicht intensiever en/of breder bedienen van (een deel van) deze doelgroep. Deze groep inwoners zit al deels in de cijfers zoals hierboven gepresenteerd, namelijk de inwoners die al dienstverlening van Laborijn ontvangen in de vorm van een Participatiewet-uitkering en/of loonkostensubsidie (LKS) en jobcoaching. Een deel van deze doelgroep ontvangt (nog) geen dienstverlening van Laborijn, terwijl hier wel een doelgroepindicatie van toepassing is. Op dit moment4 is van in ieder geval 494 inwoners in Aalten en Doetinchem bekend dat er sprake is van een arbeidsbeperking met een doelgroepindicatie. Hierbij onderscheiden we de volgende categorieën: 1. 2.
3. 4.
Inwoners met een doelgroepindicatie met een Participatiewet-uitkering en zonder LKS. Dit zijn inwoners die nog niet werkzaam zijn en niet zelfstandig op eigen kracht in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft nu 183 inwoners. Inwoners met een doelgroepindicatie zonder een Participatiewet-uitkering en met LKS. Dit zijn inwoners die wel werkzaam zijn en daarbij ondersteuning krijgen, zowel LKS voor de werkgever als jobcoaching voor de inwoner en werkgever, en die inmiddels zelfstandig op eigen kracht in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft nu 287 inwoners. Inwoners met een doelgroepindicatie met LKS en aanvullende bijstand. In vergelijking met de vorige groep zijn dit inwoners die ook werkzaam zijn met ondersteuning, maar die nog niet volledig in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze groep betreft op dit moment 24 inwoners. Inwoners met een doelgroepindicatie zonder een Participatiewet-uitkering en zonder LKS. Dit zijn nietuitkeringsgerechtigde inwoners met een doelgroepindicatie. Hiervan zal een deel mogelijk in de toekomst recht hebben op een Participatiewet-uitkering, zoals VSO/PRO-jongeren. Het is onbekend welke omvang deze groep exact heeft.
Hierbij verwachten we in zijn algemeenheid dat deze doelgroep blijft groeien, omdat de Wsw is afgesloten, de Wajong alleen nog beschikbaar is voor mensen die geen arbeidsvermogen meer hebben, de verwachting is dat de bevolkingsgroei toeneemt en parttime werken voor een groter deel van onze inwoners het hoogst haalbare zal zijn.
4 Peildatum 12 december 2025
18
3.
Het potentieel en perspectief van de basisopdracht, dilemma's en keuzes
In dit inhoudelijke hoofdstuk nemen we u mee in het financiële perspectief ten aanzien van het uitvoeren van onze basisopdracht versus het potentieel dat wij als werkontwikkelbedrijf in huis hebben voor het bereiken van de doelstellingen van het brede sociaal domein. Hierbij geven wij aan welke rol en verantwoordelijkheid wij binnen het sociaal domein van de Arbeidsmarktregio Achterhoek op ons nemen en de wijze waarop wij uitvoering geven aan onze basisopdracht en dienstverlening. Vervolgens gaan wij in op een aantal dilemma’s - of spanningsvelden - die wij als werkontwikkelbedrijf ervaren en hoe wij daarmee omgaan. 3.1 Het potentieel en (financieel) perspectief van de klantaantallen en de basisopdracht In het vorige hoofdstuk zijn de klantstromen en de ontwikkeling van de diverse klantstromen geduid. Met dit huidige beeld van de (per saldo naar boven bijgestelde raming van de) klantaantallen, in vergelijking met vorig jaar (en opgenomen in de Kadernota 2026 - 2029), is naar verwachting iets meer formatie nodig (trap op) voor de basisopdracht. Tegelijkertijd zien wij allerlei (politieke, economische, sociaal-demografische) landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen die (meer of aanvullende) wensen en ambities voor het sociaal domein en Laborijn in het bijzonder met zich meebrengen.
Laborijn heeft veel (meer) potentieel in huis ten behoeve van het bereiken van de doelen en beoogde resultaten van het sociaal domein. Hiervoor zijn een 5-tal uitgangspunten relevant die gaan over onze visie en basishouding, de rol en verantwoordelijkheid die wij binnen het sociaal domein van de Arbeidsmarktregio Achterhoek op ons nemen en de wijze waarop wij uitvoering geven aan onze basisopdracht en dienstverlening. Van belang om hierbij te vermelden, is dat deze principes geen beroep doen op formatie en dan ook geen hogere uitvoeringslasten voor de gemeenten met zich meebrengen. Het betreft de volgende uitgangspunten: Uitgangspunt (nr.15a): Laborijn geeft invulling aan haar nadrukkelijke wens en inhoudelijke ambitie om voor alle doelgroepen die dit nodig hebben een integrale bijdrage te leveren met inzet van de voor hen gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten. Uitgangspunt (nr.15b): Laborijn stelt als systeempartij haar instrumentarium en de ondersteuningsinfrastructuur op verzoek van de gemeenten en onze samenwerkingspartners graag ook beschikbaar voor klantstromen die niet tot onze wettelijke opgave behoren, maar wel passen in onze inhoudelijke opdracht gericht op ontwikkeling naar werk, en stimuleert daarbij de integrale en overstijgende manier van denken en de wijze van domein brede samenwerking.
Uitgangspunt (nr.15c): Laborijn is als 1 van de systeempartijen in het sociaal domein een belangrijke vindplaats die alle inwoners met een ondersteuningsbehoefte die bij Laborijn in het bestand zijn opgenomen in beeld heeft en voortrekker in de samenwerking van alle partijen rondom de ontwikkeling van deze inwoners. Uitgangspunt (nr.15d): het gedachtengoed ‘Simpel Switchen’ - het vereenvoudigen van het wisselen tussen de verschillende fasen in de participatieketen - is ingebed in onze reguliere werkwijze. Met focus op ‘de inwoner centraal’ wordt de inwoner bediend met een brede, integrale en zo nodig financieel ontschotte dienstverlening. Uitgangspunt (nr.15e): Laborijn is partner binnen de arbeidsmarktregio Achterhoek en levert daarin actief haar bijdrage om de arbeidsmarktinfrastructuur van regio Achterhoek door te ontwikkelen; waar dat kan sluiten we proactief regionaal aan en pakken het in co-creatie samen met onze regionale partners op.
19
3.2 Dilemma’s en keuzes m.b.t. de basisopdracht versus ambities en ontwikkelingen Dilemma en keuzes m.b.t. de basisopdracht versus wensen, ambities en potentieel In hoofdstuk 1 is de basisopdracht voor Laborijn geformuleerd. In de beleidskaders sociaal domein van de drie gemeenten zijn integrale brede sociale opgaven geformuleerd. Laborijn is een belangrijke verbonden partij/partner die in samenwerking met andere partners werkt aan deze sociale opgaven. Het uitvoeren van de 3 wettelijke regelingen die tot de basisopdracht van Laborijn behoren (Participatiewet, Wet sociale werkvoorziening en Wet Inburgering 2021) dragen daar in grote mate aan bij. Laborijn hoort meer wensen en ambities en ziet mogelijkheden om oplossingen te bieden of het antwoord te kunnen zijn bij het bereiken van deze sociale opgaven. Daarbij speelt de betaalbaarheid hiervan een nadrukkelijke rol alsmede het vraagstuk of en in hoeverre ambities en specifieke taken bij de opdracht van Laborijn behoren en/of bij andere (samenwerkings-)partners in het sociaal domein. Er zijn een aantal onderwerpen of thema’s die tegen de basisopdracht aan schuren en waarover, vanuit een zorgvuldige afweging, keuzes moeten worden gemaakt. Om deze reden is gesproken over hoe om te gaan met eventuele (aanvullende) nieuwe opdrachten.
Een belangrijk kader of uitgangspunt hierbij is dat de basisopdracht wordt gefinancierd vanuit structurele middelen. Met incidentele middelen kunnen extra, tijdelijke taken en experimenten in pilotvorm worden gefinancierd. Een inhoudelijk goede en financieel gezonde business case op de langere termijn is de voorwaarde om activiteiten duurzaam te borgen in de basisopdracht. Kaderstellend (nr.16): de basisopdracht wordt gefinancierd vanuit structurele middelen. Met incidentele middelen kunnen extra, tijdelijke taken en experimenten in pilotvorm worden gefinancierd. Een inhoudelijk goede en financieel gezonde business case op de langere termijn is de voorwaarde om activiteiten duurzaam te borgen in de basisopdracht. Bedrijfsvoering beweegt mee met ontwikkelingen Gezien de dynamiek (in de omgeving) van de organisatie, de veranderende (vooral groeiende) vraag, de gevraagde snelheid om hierop te anticiperen en de toenemende diversiteit en complexiteit ligt er een bovenmatige druk op de organisatie Laborijn en haar medewerkers.