2025-11 Bijlage 1 - Lokale Energie Strategie Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Lokale Energie Strategie Doetinchem Definitief, versie 1.0 Gemeente Doetinchem 18 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Contactpersoon MICKY WESTERBEEK JORIS POUW
Arcadis Nederland B.V. Postbus 7895 1008 AB Amsterdam Nederland
2
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
3
Inleiding
6
1.1
Samenvatting
6
1.2
Nationale & regionale doelen
7
1.3
Waarom een LES?
8
1.4
Samenhang LES met andere opgaven
8
1.5
Leeswijzer
9
Opgaven Doetinchem
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
Doelstellingen Doetinchem
11
Het energiesysteem van de toekomst
14
3.1
Energiebesparing
14
3.2
Gebruik lokale duurzame energie
15
3.3
Gebruik regionale duurzame energie
18
Toekomstbeeld 2050
21
4.1
Energiescenario 2050
21
4.2
Uitdagingen bij de energietransitie
22
4.3
Kansen bij de realisatie
24
De Energiestrategie voor Doetinchem
27
5.1
Doelstelling
27
5.2
Sturende principes
28
5.3
Strategische prioriteiten
28
5.3.1
Verduurzaming en aardgasvrij maken van de bestaande bouw
32
5.3.2
Woningbouw
34
5.3.3
Verduurzaming en ontwikkeling bedrijventerreinen
35
5.3.4
Opwek duurzame elektriciteit
36
5.3.5
Ontwikkeling elektriciteitsnet
37
5.3.6
Duurzame gassen: waterstof en groengas
38
5.3.7
Duurzame mobiliteit
39
5.4
Vervolgstappen
41
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Bijlagen Bijlage A Plannen Liander/TenneT
43
Bijlage B ETM Model
44
Colofon
46
4
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Afkortingenlijst Overzicht van gebruikte afkortingen in de LES B&W
Burgemeester en Wethouders
CNG
Compressed natural gas
CO2
Koolstofdioxide
CV
Centrale verwarming
EML
Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing
ETM
Energietransitiemodel
EV
Electric vehicle
FGU
Flevoland, Gelderland en Utrecht
GWIB
Gelderse Warmte Infrabedrijf
Ha
Hectare
HTO
Hoge temperatuur opslag
I&W
Infrastructuur en Waterstaat
KEV
Klimaat-en Energieverkenning
Kton
Kiloton
KWh
Kilowattuur
LES
Lokale Energie Strategie
LS
Laagspanning
MER
Milieueffectrapportage
MS
Middenspanning
MW
Megawatt
MWh
Megawattuur
NAL
Nationale Agenda Laadinfrastructuur
PJ
Petajoule(s)
pMIEK
Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
RES
Regionale Energie Strategie
RO
Ruimtelijke ordening
RU
Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek
RVO
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
RWZI
Rioolwaterzuiveringsinstallatie
TJ
Terajoule(s)
TVW
Transitievisie Warmte
TWh
Terawattuur
VRO
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
WKO
Warmte-koude opslag
5
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
1
Inleiding
Om beter sturing te geven op en middelen te alloceren aan de energietransitie, heeft het college van B&W van de gemeente Doetinchem opdracht gegeven een Lokale Energie Strategie (LES) op te stellen. De LES brengt realistische doelen voor de gemeente in kaart en is een strategisch sturingsdocument. Het stelt de gemeente in staat om hierop concrete acties te formuleren, samen te werken met andere gemeenten en regionale partners, de samenhang met de Transitievisie Warmte (TVW) en andere beleidsstukken te waarborgen en duidelijkheid te bieden naar haar bewoners en bedrijfsleven. De LES zorgt ervoor dat tijdens het opzetten van projecten en programma’s een kader beschikbaar is waarbinnen keuzes gemaakt kunnen worden. Het wordt een programma onder de Omgevingswet en het besluit om tot uitvoering over te gaan wordt gemaakt door het college van B&W. De LES raakt aan duurzaamheid, wat in de basis een veel breder thema is dan alleen de energietransitie. Je zou bij de verschillende uitgewerkte prioriteiten ook kunnen kijken naar bijvoorbeeld circulariteit, biobased isoleren, passief bouwen en verbetering van openbaar vervoer. Dergelijke aspecten laten we in deze LES buiten beschouwing.
Deze LES is opgesteld in de periode april tot en met december 2024 in nauwe samenwerking tussen het projectteam van medewerkers van de gemeente Doetinchem en Arcadis, de stuurgroep onder voorzitterschap van wethouder Rens Steintjes met Janine Koetsier (teamleider Leefomgeving) en Dennis Kramer (teamleider Ontwikkelen en Ondernemen) en met input van en reflectie door de klankbordgroep. De deelnemers van de klankbordgroep waren: • Joël van Tiem – Liander. • Warner van Hattem – TenneT. • Robin van der Sluijs – Sité. • Aleid Diepeveen – 8RHK Ambassadeurs. • Klaartje Legtenberg – Gemeente Doetinchem. • Johnny Janssen – Gemeente Doetinchem. • Erik Raben – Gemeente Doetinchem.
1.1
Samenvatting
De gemeente Doetinchem heeft samen met de andere gemeenten in de Achterhoekse regio het Akkoord van Groenlo gesloten en is tevens onderdeel van het Gelders Energie Akkoord. Hierin is vastgelegd dat de regio Achterhoek toewerkt naar 55% CO2-reductie in 2030. De regionale opgave is om in 2030 1,35 TWh aan duurzame energie op te wekken, waarvan 0,35TWh door grootschalige opstelling van zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing en maximaal 1 TWh op land geproduceerd door windturbines en zonneparken. De ontwikkeling van wind op land blijft nog achter op de doelstellingen, terwijl de doelen voor zon op land wel worden bereikt. Voor 2050 is de ambitie om als regio energieneutraal te zijn. Arcadis heeft onderzocht wat het betekent om dit doel te bereiken met duurzame opwek en hoe de energiemix er naar verwachting uit komt te zien. De conclusie is dat er in de regio 27 windturbines en ongeveer 350 hectare aan zonnestroom (of een equivalent hiervan in windturbines) nodig zijn om te voldoen aan de energiebehoefte van Doetinchem. Tegelijkertijd zullen alternatieven voor aardgas moeten worden gevonden. Groengas wordt momenteel opgewekt bij de RWZI, andere ontwikkelingen in de regio zijn nog niet gerealiseerd en het is onzeker in hoeverre dit in de toekomst alsnog gaat gebeuren.
Waterstof wordt als energiedrager niet als kansrijk gezien omdat de mogelijkheid tot grootschalige afname niet aanwezig is. Eerdere onderzoeken hebben laten zien dat bodemenergie voor Doetinchem wel kansrijk is en verder onderzocht moet worden. Een bodemenergieplan is daarom een van de prioriteiten om te zorgen dat de beschikbare warmte efficiënt wordt ingezet bij nieuwbouw, want Doetinchem heeft de ambitie om tot 2036 door te groeien tot 70.000 inwoners. Energiebesparing is noodzakelijk om de warmtevraag en elektriciteitsvraag omlaag te brengen. Het effect hiervan is niet alleen een comfortabeler woning en lagere energierekening, maar vooral een lagere behoefte aan duurzamere opwek van energie en dus minder ruimtevraag of benutting van duurzame maar schaarse warmtebronnen. In de Regionale uitvoeringsagenda zijn hier plannen voor opgenomen, waarmee het onderwerp isolatie en duurzame warmte al stevig op de kaart staat
6
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Netcongestie is een barrière bij de energietransitie. Door de sterke elektrificatie van het energieverbruik neemt de vraag toe, het net kan dat in de huidige omvang niet aan. Het gevolg is dat bedrijven die uitbreiding van hun transportcapaciteit of een nieuwe aansluiting willen, dat al 2 jaar niet meer kunnen krijgen. Tegelijkertijd wordt er in de zomerperiode zoveel energie opgewekt met zonnepanelen dat op sommige plekken ook invoeding niet meer mogelijk is. In 2025 is een deel van de congestie in het Liander-net opgelost, terwijl dit voor de congestie op het hoogspanningsnet van TenneT zeker tot 2029 gaat duren. Deze mismatch tussen vraag en aanbod moet opgevangen gaan worden door opwek en verbruik meer in balans te brengen, door te sturen op pieken en in de toekomst gebruik te maken van grootschalige opslag van elektriciteit en warmte. Grootschalige opslag is opslag die tot doel heeft elektriciteit op het netvlak te distribueren. Daarom wordt in de strategie aandacht besteed aan maatregelen om netbewustzijn door te voeren bij nieuwbouw en verduurzaming. Dit is niet alleen voor de korte termijn relevant, maar draagt ook op lange termijn bij aan betere benutting van het net. Om te zorgen dat èn de verduurzaming èn de realisatie van duurzame opwek èn de groei van Doetinchem kan plaats vinden wordt er veel van de gemeente gevraagd.
Er zullen keuzes en afwegingen worden gemaakt, waarvoor tien sturende principes zijn ontwikkeld. Dit zijn geen vrijblijvende uitgangspunten, ze sturen bij het maken van de keuzes, om vaart te houden in de ambities van de gemeente. De focus van de inspanningen moet liggen op het faciliteren van de uitbreiding van het net, en het slimmer benutten van het net moet daarin parallel worden opgepakt. Netbewust bouwen en verduurzamen van woningen en andere gebouwen zijn daarbij een opkomend thema, evenals de toepassing van collectieve aansluitingen op het net bij energyhubs. Daarom wordt voorgesteld bij iedere gebiedsontwikkeling een energievisie op te stellen waarbij het energiesysteem en de ruimtelijke inpassing hiervan worden uitgewerkt. Dit vraagt om een integrale benadering van ontwikkelingen. Integraal werken lukt al goed bij de gemeente Doetinchem, wel blijkt dat voor het programmatisch uitwerken van de strategie een opdracht verstrekt moet worden om die integraliteit te verdiepen met kennis van netcongestiemaatregelen, planologische kennis en strategisch inzicht. De LES is uitgewerkt in een zevental prioriteiten die in hoofdstuk 5 worden uitgewerkt: 1. Verduurzaming van de gebouwde omgeving. 2. Woningbouw. 3. Verduurzaming en ontwikkeling van bedrijventerreinen. 4. Opwek van duurzame elektriciteit. 5. Ontwikkeling van het elektriciteitsnet. 6. Duurzame gassen. 7.
Duurzame mobiliteit.
De vervolgstap na het opleveren van de strategie is om te bepalen met welke middelen en menskracht welke activiteiten binnen de verschillende prioriteiten met voorrang worden opgepakt.
1.2
Nationale & regionale doelen
Op nationaal niveau heeft Nederland zich gecommitteerd aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord stelt dat Nederland in 2030 55% minder CO2 moet uitstoten ten opzichte van 1990 (Rijksoverheid, 2019). In 2050 is Nederland klimaatneutraal en is onze energievoorziening duurzaam opgewekt en CO2 -neutraal. Doetinchem volgt deze doelstelling waarbij in de coalitie agenda 2022 – 2026 de ambitie is vastgesteld dat de Achterhoek energieneutraal is in 2050. In het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek (Boots & Bos, 2023) staat dat de Achterhoek 55% C02-reductie in 2030 moet hebben verwezenlijkt. Overigens betekent dit niet dat Doetinchem zelf een resultaatverplichting heeft om 55% minder CO2 uit te stoten. Middels het Klimaatakkoord heeft het Rijk een breed pakket aan maatregelen en initiatieven opgezet om tot de CO2-doelstelling te komen. Dit betreffen afspraken met een grote groep belanghebbenden, waaronder de mobiliteitssector, de industrie, de land- en tuinbouwsector. Het is niet de taak van de gemeente om binnen haar grenzen ook al deze afspraken te maken om tot een beoogde CO2-reductie te komen. Veel afspraken worden immers al op landelijk niveau gemaakt. Een van de grotere doelstellingen van het Rijk in het Klimaatakkoord, is om in 2030 35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken op land.
Om dit te realiseren heeft het Rijk Nederland opgedeeld in energieregio’s, die samen in 2030 35 TWh moeten opwekken. Om tot goede plannen te komen hebben de regio’s een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. 7
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
De gemeente Doetinchem is onderdeel van de RES Achterhoek. Binnen de RES 1.0 heeft de gemeente Doetinchem zich ook gecommitteerd aan een aantal doelstellingen (RES Achterhoek, 2021). De RES 1.0 is leidend voor de gemeente in het bepalen van haar eigen doelstellingen. De LES van Doetinchem sluit aan bij deze regionale doelen door te kijken naar de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking in de gemeente en deze af te stemmen met de andere gemeenten in de regio.
1.3
Waarom een LES?
De LES richt zich op het toekomstige energiesysteem tot en met 2050. Hierin staan de doelen en initiatieven geformuleerd die de gemeente wil inzetten om te komen tot dat toekomstige energiesysteem en daarbij aan te sluiten bij zowel nationale als regionale doelen. De LES is nodig om verschillende uitdagingen in de energietransitie aan te pakken. Ten eerste helpt een LES om de problemen rondom netcongestie op te lossen, een knelpunt dat de overstap naar een energieneutrale en aardgasvrije toekomst belemmert en de groei van bedrijventerreinen en woongebieden in Doetinchem vertraagt. Hoewel uitbreiding van het elektriciteitsnet gepland staat voor 2029, zal dit netcongestie niet volledig oplossen. Daarnaast wordt energieplanologie steeds belangrijker in ruimtelijke ontwikkeling omdat de transitie naar duurzame energie grote invloed heeft op de inrichting van onze leefomgeving. Een LES speelt hierin een cruciale rol door de opgave scherp te krijgen en de raakvlakken inzichtelijk te maken voor opwekking, opslag en distributie van energie voor overige ruimtelijke opgaven zoals woningbouw en uitbreiding bedrijventerreinen.
1.4
Samenhang LES met andere opgaven
De acht gemeenten in de Achterhoek trekken al sinds 2009 gezamenlijk op in de energietransitie. De regionale samenwerking is in 2024 opnieuw bekrachtigd in het akkoord van Groenlo 3.0. Het Regionale Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek is de vertaling van het akkoord naar concrete opgaven om de Achterhoek energieneutraal te maken. De doelstelling om energieneutraal te worden is uitgewerkt in o.a. de RES 1.0, de Omgevingsvisie, Transitievisie Warmte (TVW), het Regionale Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek en nu ook de LES (Gemeente Doetinchem, 2021; De Lorijn et al., 2021). In de RES 1.0 zijn plannen opgenomen om als regio bij te dragen aan de landelijke opgave om 35 TWh energie op te wekken met zon en windparken. De TVW beschrijft de visie van de gemeente (en haar inwoners) op de transitie naar aardgasvrij in 2050. De TVW richt zich specifiek op de verduurzaming van de warmtevraag, terwijl de LES een gedetailleerd overzicht biedt van het gehele energiesysteem. Dit overzicht omvat de totale opgave en de mogelijkheden voor de gemeente, met een focus op elektriciteit, mobiliteit (brandstof) en warmte. Voor het onderdeel warmte in de LES worden zowel de inzichten uit de TVW als de inzichten na vaststelling van de TVW van de afgelopen twee jaar meegenomen.
De Omgevingsvisie beschrijft het samenhangende beleid voor de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorschrijft. Het biedt een integrale visie voor verschillende opgaven waaronder het opstellen van een ontwikkelstrategie voor de woningbouwopgave voor Doetinchem en een ontwikkelstrategie voor de spoorzone. De groeiambitie op het gebied van wonen en werken uit de omgevingsvisie is verweven met de energietransitie. Meer woningen en bedrijven vraagt om meer duurzame energie. Het Regionale Uitvoeringsprogramma is de regionale uitwerking van de energietransitie prioriteiten waarin naast duurzame opwek en warmtetransitie ook energiebesparing is opgenomen. De LES richt zich op de concrete maatregelen die de gemeente wil nemen. De TVW en RES 1.0 zijn strategische documenten die de overkoepelende doelstellingen beschrijven. Tijdens de uitvoeringsfase komen deze documenten samen, wat resulteert in een gecoördineerde aanpak van de energietransitie. Deze integratie is cruciaal voor het stroomlijnen van de inspanningen en het bereiken van doelstellingen op zowel lokaal als regionaal niveau. De LES is een programma onder de Omgevingswet en wordt door B&W vastgesteld.
8
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
De integratie van de omgevingsvisie, TVW, LES en RES 1.0 in de uitvoeringsfase creëert een samenhangend plan dat de weg vrijmaakt voor een duurzame toekomst in de gemeente Doetinchem. Met de TVW als lokale leidraad voor duurzame warmte, de RES 1.0 als regionale aanpak voor duurzame opwek van elektriciteit en de LES als overkoepelend kader voor het energiesysteem is er een stevige basis voor een succesvolle en veerkrachtige energietransitie.
1.5
Leeswijzer
Dit document beschrijft de LES van de gemeente Doetinchem en biedt een overzicht van de opgaven, doelen en maatregelen die de gemeente zal nemen om haar klimaat- en energiedoelstellingen te realiseren. In hoofdstuk 1 wordt het belang van de LES belicht, evenals de samenhang met regionale en nationale doelen en opgaven. Hoofdstuk 2 gaat dieper in op de specifieke opgaven en doelstellingen van de gemeente Doetinchem. In hoofdstuk 3 worden de verschillende onderdelen van het toekomstige energiesysteem beschreven aan de hand van de Trias Energetica, met een duidelijke koppeling naar de gemeente en de regio Achterhoek. Hoofdstuk 4 schetst een energiescenario voor 2050 en geeft hierbij aan wat de knelpunten en kansen zijn. Tot slot vertaalt hoofdstuk 5 deze inzichten naar een strategie en aanpak, die is gebaseerd op sturende principes en strategische prioriteiten en de vervolgaanpak.
9
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
2
Opgaven Doetinchem
2.1
Huidige situatie
De gemeente Doetinchem, met bijna 60.000 inwoners, 26.000 woningen en 5.400 bedrijven, vervult een belangrijke centrumfunctie in de Achterhoek. Om de centrumfunctie te behouden heeft de gemeente de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036 (Gemeente Doetinchem, 2021). De kwaliteit van leven en het woonmilieu staan centraal. De Omgevingsvisie zet in op woningbouw met aandacht voor groen en een goede balans met het landelijke gebied. Het belang van een duurzame en groene leefomgeving is een rode draad in de omgevingsvisie. De gemeente draagt actief bij aan initiatieven voor de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulaire economie, om zo een toekomstbestendige leefomgeving en een sterk ondernemingsklimaat te creëren. Door de elektrificatie van het energiesysteem en de toenemende inwonersgroei ontstaat er een toenemende vraag naar energie. Dit vraagt om een slimme aanpak. Momenteel gaat 46% van het energieverbruik naar de gebouwde omgeving, 30% naar verkeer en 20% naar industrie (zie Figuur 2) Om aan de groeiende vraag te voldoen en de CO2uitstoot te verminderen, zet de gemeente in op energiebesparing, duurzame opwekking en de warmtetransitie. In 1990, bedroeg de uitstoot van CO2-emissies in Doetinchem 376 kton (Quintel, z.d.). Figuur 2 toont hoe de gemeente vanaf 2011 haar CO2-uitstoot flink heeft gereduceerd.
Dit heeft geleid tot een reductie van 26% in 2022 ten opzichte van 1990. Een van de redenen voor deze reductie is dat het energieverbruik in Doetinchem in 2022 met 25% is gedaald ten opzichte van 2011. Vooral op het gebied van warmteverbruik (aardgas en (hernieuwbare) warmte) heeft de gemeente al een grote slag geslagen en is het warmteverbruik in 2022 met 35% gedaald ten opzichte van 2011 (Rijksoverheid, 2024). Daarnaast is volgens de Klimaatmonitor het aandeel hernieuwbare energie binnen de gemeente in 2022 met circa 160% gestegen ten opzichte van 2011.
Figuur 1 Totaal bekende CO2-uitstoot gemeente Doetinchem
Figuur 2 Energieverbruik per sector in de gemeente Doetinchem
10
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Netcongestie In de provincie Gelderland zit het elektriciteitsnet al grotendeels vol. Dat geldt zowel voor het hoogspanningsnet van TenneT als het onderliggende net van Liander. Samen met de Flevopolder en Utrecht maakt Gelderland deel uit van het FGU-netwerk van TenneT waar dringend uitbreiding nodig is. Door spannings- en capaciteitsproblemen kan Liander tijdelijk niet voldoen aan alle aanvragen op verdeelstation Doetinchem. Dit geldt voor zowel verbruik als teruglevering van elektriciteit. Doetinchem heeft nu al een congestieprobleem. In 2025 wordt een deel van het congestieprobleem lokaal opgeheven. Er is daarna tot 2029 nog congestie op het hoogspanningsnet, waarvoor onder andere het koppelpunt Doetinchem Langerak van TenneT wordt uitgebreid. Er is al een wachtlijst voor grootverbruikers in Doetinchem tot 2029. Zonder uitbreidingen verwacht netbeheerder Liander dat tegen 2033 op 72% van de onderstations een tekort zal zijn om verbruik aan te sluiten en op 58% van de onderstations een tekort zal zijn om opwekking aan te sluiten. Liander gaat dit oplossen door het verzwaren en uitbreiden van het distributienet en verdeelstation. Naar verwachting rondt Liander dit gefaseerd af tussen het eerste kwartaal 2025 en het vierde kwartaal van 2028. Raadpleeg Bijlage A voor een gedetailleerde beschrijving van de plannen van TenneT en Liander met betrekking tot netcongestie.
2.2
Doelstellingen Doetinchem
De Omgevingsvisie van Doetinchem geeft aan hoe Doetinchem zich wil ontwikkelen de komende jaren. Net als andere gemeenten in Nederland, heeft Doetinchem veel (maatschappelijke) opgaven die een beroep doen op de ruimte. Een aantal opgaven heeft een sterke koppeling met energie. In onderstaande tabel staan per thema daarom de ambities die de gemeente heeft en die we meenemen in de LES. Hierin houden we ook rekening met de afspraken die gemaakt zijn in de RES. Tabel 1 Doelstellingen gemeente Doetinchem op verschillende prioriteiten die relevant zijn voor de LES
Thema
Doelstellingen
Wonen
• •
Werken
• •
Energie
• • •
11
Brondocument
Doetinchem is aardgasvrij in 2050 en er zijn voor • 15 (uitvoerings-)plannen opgesteld om aardgasvrij te • worden. Gemeente heeft ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036. Nieuwbouw en verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen, op weg naar aardgasvrij in 2050. Gemeente heeft de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners, met bijbehorende prognoses voor de arbeidsmarkt. Er is geen prognose gegeven voor de hoeveelheid banen.
• •
C02-uitstoot met 55% verminderen in 2030 ten • opzichte van 1990 • Achterhoek energieneutraal in uiterlijk 2050 • (exclusief industrie en mobiliteit) 3.391 TJ energiebesparing in 2030, waarvan de helft in de gebouwde omgeving.
TVW Woonvisie 2023 – 2036
TVW Omgevingsvisie
Gelders Energie Akkoord Akkoord van Groenlo 3.0 Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Wonen Doetinchem is aardgasvrij in 2050 Doetinchem streeft ernaar om tegen 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn. In de TVW presenteert de gemeente haar strategie om de komende decennia van het aardgas af te gaan. In de TVW worden drie meest kansrijke oplossingen genoemd: warmtepompen, thermische energie uit oppervlaktewater en afvalwater en warmte-koude opslag (WKO). Doetinchem heeft de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036 In de woonvisie van de gemeente (april 2023) is de ambitie opgenomen om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036 waarvoor 6.300 nieuwe woningen nodig zijn. In de periode tot 2030 realiseert de gemeente minimaal 2.470 woningen. Dat is vastgelegd in de woondeal met het Rijk en de provincie Gelderland. Daarbij zijn de volgende sleutelprojecten benoemd: • 650 woningen – Transformatie spoorzone tot aan 2036. • 350 woningen – Verdichten en stadsreparatie ei en stadsschil. • 250 woningen – Transformatie kantoren o.a. Koopmanslaan e.o. • 250 woningen – Wonen aan de Oude IJssel. • 250 woningen – Stads- en dorpsranden projecten. Inmiddels is de woondealperiode veranderd. De aangepaste periode loopt van 1 januari 2025 t/m 31 december 2035.1 Van de benodigde 6.300 woningen zijn er in de jaren 2022 t/m 2024 ongeveer 860 gerealiseerd. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2025 nog 5.440 woningen aan de woningvoorraad zullen moeten worden toegevoegd.
Dat aantal is opgenomen in de geactualiseerde woondeal. De verlenging van de periode t/m 2035 leidt ertoe dat het aantal te realiseren woningen in de spoorzone zal toenemen. Mogelijk zullen op den duur 2.000 woningen in de spoorzone worden gerealiseerd. Woningcorporaties, gemeenten en huurdersorganisaties overleggen jaarlijks met elkaar over prestatieafspraken. Dit is vastgelegd in de Woningwet 2015 In de prestatieafspraken leggen de partijen vast wat de plannen voor het woningbeleid zijn voor het komende jaar, ook op het gebied van verduurzaming. In de nationale handreiking prestatieafspraken is opgenomen dat woningcorporaties in 2030 450.000 woningen aardgasvrij moeten hebben gemaakt (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2022). Uiterlijk in 2028 mogen er geen woningen meer zijn met energielabel E, F en G in de woningcorporatiesector. De nationale prestatieafspraken worden vertaald naar afspraken tussen gemeenten en lokale partijen. Zo is in de prestatieafspraken 2024 tussen de gemeente Doetinchem en woningcorporatie Sité vastgelegd dat Sité jaarlijks circa 200 woningen verduurzaamt. Hierbij krijgen de woningen een beter energielabel en wordt de overstap naar elektrisch koken gemaakt. Verder lopen deze afspraken gelijk met de TVW en buurtuitvoeringsplannen, waarbij woningen stapsgewijs worden aangepakt om in 2050 CO2neutraal te zijn.
Liander houdt voor haar investeringsplannen in haar net rekening met de woonvisie zoals hiervoor genoemd. Dit betekent dat uitbreidingen in het net worden geprogrammeerd in het investeringsprogramma van Liander en eventuele knelpunten met de gemeente worden besproken. Werken Nieuwbouw en verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen, op weg naar aardgasvrij in 2050 De gemeente onderzoekt de mogelijkheden voor energiehubs op bestaande bedrijventerreinen. Zo lopen er in 2024 al verschillende initiatieven. De bedrijventerreinen De Huet en Keppelseweg zijn samen bezig met de oprichting van een energiecoöperatie. De bedrijventerreinen Verheulsweide en Wijnbergen nemen samen deel aan het provinciaal aangestuurde project ‘Nationale Agenda Laadinfrastructuur – Regio Oost Nederland’ (NAL-Oost). Daarnaast is de potentie voor energiehubs op het bedrijventerrein A18 en de nieuw te bouwen spoorzone gemonitord, maar bevinden de ontwikkelingen zich nog in de verkennende fase.
1 De aangepaste woondeal is in december 2024 in concept gereed. Vaststelling vindt plaats in het eerste kwartaal van 2025.
12
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
De gemeente heeft ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners, met bijbehorende prognoses voor de arbeidsmarkt. Doetinchem telt ruim 5.400 bedrijven, 36.600 banen en ruim 10.000 MBO studenten. Met de komst van bedrijven op het A18 bedrijvenpark zijn over de afgelopen jaren ruim 1000 banen toegevoegd. Bovendien zijn ook de bestaande bedrijven gegroeid. De werkgelegenheid in de gemeente Doetinchem is de afgelopen 5 jaar met bijna 11% gestegen. De gemeente verwacht te groeien tot 70.000 inwoners en stelt een bijbehorende prognose op voor de arbeidsmarkt. In de planMER van de omgevingsvisie schat dat circa 4.600 nieuwe banen nodig zijn (omgerekend 13 tot 26 ha aan werklocaties)(Bruchem, 2023). De huidige bedrijventerreinen in Doetinchem beslaan circa 300 ha. Veel van de nieuwe werkgelegenheid zal zich hier gaan concentreren. De mer-procedure schetst geen beeld in hoeverre bestaande bedrijventerreinen voldoende ruimte voor inbreiding van werkplekken bevatten. Stec heeft hier wel onderzoek naar gedaan. De gemeente heeft voor de verwezenlijking hiervan een gebiedsmakelaar aangetrokken. Energie CO2-uitstoot met 55% verminderen in 2030 In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland in 2030 55% minder CO2 moet uitstoten ten opzichte van 1990. Dit legt de basis voor de doelstellingen zoals deze zijn vastgelegd in de RES.
De gemeente Doetinchem volgt deze doelstelling en heeft samen met de Achterhoekse gemeenten in het Akkoord van Groenlo in het Regionaal Uitvoeringsprogramma afgesproken om voor 2030 een CO2-reductie van 55% te willen bereiken ten opzichte van 1990. Deze doelstelling resulteert in de opgave om in 2030 1,35 TWh aan duurzame energie op te wekken. De voorwaarde aan deze bijdrage is dat 0,35 TWh wordt geproduceerd door grootschalige opstelling van zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing. Hiermee wordt dus maximaal 1 TWh op land geproduceerd door windturbines en zonneparken. Voor 2030 sluit deze LES zoveel mogelijk aan bij de gestelde doelen in de RES en het Regionaal Uitvoeringsprogramma, met opwekdoelstellingen en een sterke focus op energiebesparing en efficiëntie. Figuur 3 toont een overzicht van de zeven speerpunten die bijdragen aan het CO2-emissiereductiedoel. Deze speerpunten zijn vertaald naar concrete maatregelen die tot 2030 nodig zijn voor de energetische vraagstukken waar de gemeenten invloed op kunnen uitoefenen.
Figuur 3 Doelstellingen duurzame opwek Achterhoekse gemeenten
13
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
3
Het energiesysteem van de toekomst
In 2050 is Nederland klimaatneutraal en is onze energievoorziening duurzaam opgewekt en CO2-neutraal. In de toekomst zullen we de overstap maken van aardgas en andere fossiele brandstoffen naar elektriciteit. In het Nationaal Plan Energiesysteem staat omschreven hoe dit systeem er conceptueel uitziet: “Nederland werkt aan een toekomst met duurzame energie (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2023). Voor onze mobiliteit en huizen, maar ook voor onze industrie. Hiervoor maken we steeds meer gebruik van duurzame energiebronnen zoals zon, wind en aardwarmte. Ook gaan we steeds vaker energie opslaan via batterijen en waterstof en passen we onze energieinfrastructuur aan”. Om de transitie naar dit systeem invulling te geven is de Trias Energetica een handzaam model (weergegeven in Figuur 4). De Trias Energetica is een driestrappenstrategie om een energiezuinig systeem te maken: • Stap 1. Beperk de energievraag. • Stap 2. Gebruik lokale duurzame energie en houdt de energie zo lokaal mogelijk. • Stap 3. Gebruik regionale/nationale (duurzame) energie. De kansen worden volgens de Trias Energetica in de volgende sub-paragrafen toegelicht.
Figuur 4 Trias Energetica 2.0
3.1
Energiebesparing
In het energiesysteem van de toekomst moet efficiënter worden omgegaan met energie. Want energie die je niet gebruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Energiebesparing voor huishoudens is mogelijk door middel van isolatiemaatregelen. In het kader van de warmtetransitie en bijbehorende Nationaal Isolatieprogramma hebben de gemeenten in de Achterhoek een Plan van Aanpak ontwikkeld voor een regionaal isolatieprogramma. Dit programma wordt uitgevoerd door het Achterhoeks Energieloket. Binnen het energieloket wordt alle uitvoering ingezet van zowel landelijke als gemeentelijke programma’s. De gemeente Doetinchem is van plan om subsidies te gebruiken voor het isoleren van 545 huizen in de eerste tranche van het Isolatieprogramma. Daarnaast maakt de gemeente Doetinchem gebruik van het Volkshuisvestingsfonds dat onder andere wordt gebruikt voor de verduurzaming van woningen in de meest kwetsbare gebieden. In 2024 ontving de gemeente een bijdrage van circa 2,5 miljoen euro voor DoetinchemNoord. Daarnaast zijn er nog verschillende individuele subsidies die inwoners van Doetinchem kunnen aanvragen, zoals de subsidie vanuit de gemeente voor isolatiemaatregelen voor huishoudens met een laag inkomen. Een exacte planning voor de uitvoering van het Plan van Aanpak van het regionaal isolatie programma is afhankelijk van veel factoren.
In overleg met de gemeente worden de stappen gezet die nodig zijn om het doel te behalen, zie voorbeeld stappenplan (Figuur 5). 14
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
De Omgevingswet verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren. Deze energiebesparingsplicht geldt voor bedrijven en instellingen met een relevante milieubelastende activiteit die jaarlijks vanaf 50.000 kWh of 25.000 m³ aardgasequivalenten aan brandstoffen verbruiken. Zij moeten hierover eens in de vier jaar rapporteren aan RVO. In de Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML) van de Rijksoverheid zijn 149 maatregelen opgenomen die bedrijven moeten nemen om aan de energiebesparingsplicht te voldoen. De EML bestaat uit drie categorieën: gebouwen, faciliteiten en processen. Voor de glastuinbouwsector is er een aparte lijst opgesteld (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2024).
Figuur 5 Uitvoering isolatieprogramma Doetinchem
3.2
Gebruik lokale duurzame energie
De verduurzaming van de warmtevraag (door middel van warmtepompen) en de brandstofvraag (door middel van bijvoorbeeld elektrische auto's) zal in de toekomst leiden tot een fors hogere elektriciteitsvraag dan nu, ondanks de mogelijkheden voor energiebesparing. Meer opwek van duurzame elektriciteit is dus noodzakelijk om de duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Landelijk ligt hierbij de nadruk op wind op zee. Maar ook lokaal is de opwek van duurzame elektriciteit belangrijk. Dit gebeurt door middel van wind op land, zonnepanelen op daken en zonneparken. In de RES zijn zoekgebieden aangewezen voor vier windparken en vier zonneparken. Het algemene uitgangspunt bij initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking is dat deze voor minimaal 50% worden opengesteld voor medezeggenschap door de omgeving. Zonne-energie In de RES-Achterhoek is opgenomen dat er 1,35 TWh duurzame energie wordt opgewekt. In 2021 is er in Doetinchem 0,006 TWh aan grootschalig zon gerealiseerd. In de gemeente bestonden toen vier initiatieven voor zonneparken met een gezamenlijk opwekpotentieel van circa 0,025 TWh waarvan één al is gerealiseerd: • Zonnepark Bahrseweg (15 MW). • Langerak (7,6 MW). • Doetinchemseweg/ Heislagseweg in de buurt van bedrijventerrein A18 (2 MW). • Europaweg (0,8 MW).
15
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Deze vier zonneparken zijn opgenomen in de RES 1.0 en vormen dus in feite het RES-bod van de gemeente Doetinchem voor zon op veld. Het project aan de Europaweg gaat (vooralsnog) niet door, omdat geen transportcapaciteit is verworven. Dit project behoeft niet te worden vervangen door een ander project vanwege de verhouding wind-zon. Zonnepark Langerak is inmiddels al in gebruik. Windenergie Tot op heden zijn er nog geen windparken gerealiseerd in Doetinchem. In de RES is afgesproken dat Doetinchem 0,06 TWh opwekt met windenergie. Het beoogde Windpark Doetinchem, gepland op Landgoed Keppel, heeft voldoende ruimte om ongeveer 0,06 TWh te kunnen leveren. Dit is te vergelijken met drie windturbines van 5,5 MW of vijf turbines van 3 MW. Hoeveel TWh exact opgewekt zal kunnen worden, is afhankelijk van de keuze voor het aantal molens, de locatie en de afmetingen van de molens bij de vormgeving van het project. Het initiatief voor dit windpark wordt momenteel met belanghebbenden vormgegeven. Binnen het participatieproces kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de inpassing van de windturbines in het landschap en de te behouden minimale afstand tot woningen. Als dit windpark wordt gerealiseerd, levert Doetinchem de in de RES toegezegde bijdrage aan windenergie. (zie Figuur 6).
Figuur 6 Bijdragen windenergie (TWh) van de gemeenten uit de RES 1.0
De warmtetransitie In het toekomstige energiesysteem gebruiken we duurzame warmte voor het verwarmen van woningen en bedrijven en voor het gebruik van warmte in industriële processen. Dit betekent dat we moeten afstappen van het gebruik van aardgas. Volgens de Klimaatmonitor is de productie van hernieuwbare warmte in de afgelopen jaren stabiel gebleven. De warmtevraag in Doetinchem bedraagt 1.300 TJ. (zie Figuur 7). De grootste afnemer van warmte is de gebouwde omgeving (82 procent van de huidige warmtevraag). De sectoren industrie, energie, afval en water vormen samen 18 procent van de huidige warmtevraag.
16
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
1.300 TJ
Figuur 7 Verdeling warmtevraag Doetinchem (TVW, 2021)
De TVW heeft onderzocht welk type duurzame verwarming het meest geschikt en rendabel is voor verschillende buurten. Aan de hand van een multicriteria-analyse is een prioriteitenlijst van vijftien buurten opgesteld voor de implementatie van warmte-oplossingen. Deze uitkomst is niet definitief, maar dient als hulpmiddel voor de indeling van buurten. Samen met deze buurten wil de gemeente diverse buurtuitvoeringsplannen ontwikkelen en is het voornemen om er twee per jaar te realiseren tot 2030. In 2026 gaat de gemeente de TVW herzien. In het Warmteprogramma zet zij dan haar nieuwe strategie uiteen. De gemeente is begonnen met de uitvoering van de TVW in de Kleurrijke Buurt en de Romantische Buurt Zuid. Beide buurten zijn relatief nieuw en de woningen zijn over het algemeen goed geïsoleerd. Het buurtuitvoeringsplan richt zich op individuele warmte-oplossingen (zoals all-electric), omdat een warmtenet economisch niet haalbaar is. Er moeten nog diverse stappen worden ondernomen: technische analyses en pilots uitvoeren, financiële arrangementen en subsidies uitwerken, bewoners actief betrekken via meedenkgroepen en regelmatige communicatie en collectieve inkoopmogelijkheden onderzoeken. In 2024 en 2025 werkt de gemeente aan een wijkuitvoeringsplan voor Dichteren. De gemeente gaat uit van een individuele oplossing; er komt dus geen warmtenet.
Daarnaast wordt er in een ander traject onderzoek gedaan naar de aanleg van een warmtenet voor twee buurten (Muziekbuurt-Overstegen en Gaanderen). Energie-infrastructuur Ons energiesysteem verandert en wordt uitgebreid, zowel bovengronds als ondergronds. Er is meer energieinfrastructuur nodig in de vorm van transformatorstations, transformatorhuisjes en kabels en leidingen voor het transport van elektriciteit en op termijn ook voor warmte. Ook is er in de toekomst, wanneer elektriciteit nog meer wordt opgewekt door wind en zon, opslag nodig van energie om het net lokaal in balans te houden en een deel van de behoefte aan elektriciteit vanuit opslag te voorzien. Zoals beschreven in hoofdstuk 2.1 worden verschillende onderstations de komende jaren uitgebreid. Hiermee ontstaat vanaf 2025 en 2030 geleidelijk aan weer ruimte op het net voor zowel levering als teruglevering van elektriciteit.
17
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
3.3
Gebruik regionale duurzame energie
Momenteel worden woningen, bedrijven en de industrie voornamelijk verwarmd met aardgas. In de transitie naar aardgasvrij zijn er alternatieve warmtebronnen nodig om woningen en industrie van warmte te voorzien. Bodemenergie Bodemenergie is hernieuwbare warmte of koude uit de ondiepe ondergrond, tot 500 meter diep. Deze energie kan op een duurzame en doeltreffende manier gebruikt worden voor het verwarmen én koelen van gebouwen tot een comfortabele temperatuur. De vele voordelen voor toepassing in zowel nieuwbouw als in bestaande bouw maken bodemenergie tot een belangrijke, onmisbare schakel in de energietransitie. Uit onderzoek van IF Technology blijkt dat er hoge potentie is voor het gebruik van gesloten bodemenergiesystemen (zoals bodemlussen) in de regio (Den Hartog et al., 2024). Dit type systeem kan bijna overal aan de bovengrondse vraag voldoen, met uitzondering van enkele locaties waar de warmtevraag extreem hoog is, zoals voor bedrijfsprocessen in de industrie. Dit inzicht biedt veel kansen voor de ruimteverwarming van nieuwe woningen en bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed met duurzame warmte. Bodemlussen worden momenteel al toegepast in een aantal nieuwbouwbuurten in Doetinchem. Open bodemenergiesystemen (zoals WKO) kunnen volgens het onderzoek van IF Technology worden toegepast in de gebieden ten oosten en ten westen van de stad Doetinchem.
Binnen de stadsgrenzen zelf lijkt de potentie voor open bodemenergiesystemen van tevoren al beperkt te zijn door de aanwezigheid van kleiige formaties dichterbij het oppervlak. Open bodemenergiesystemen zijn niet toegestaan ter plaatse van het waterwingebied ten zuiden van Doetinchem. De haalbaarheid van het gebruik van open bodemenergiesystemen in collectieve oplossingen hangt samen met de maatschappelijke kosten, specifiek voor toepassing in de bestaande bouw. Hier is toepassing mede afhankelijk van aanvullende isolatiemaatregelen waarmee de warmtevraag beperkt wordt en de complexiteit van de aanleg van infrastructuur. In de nieuwbouw is toepassing kansrijker voor de grotere projecten worden collectieve systemen onderzocht. Het voordeel van collectieve systemen is dat deze minder belasting leggen op het elektriciteitsnet en met warmtebuffers kunnen werken, waardoor het piekverbruik stuurbaar wordt. Dit draagt bij aan het optimaal benutten van het elektriciteitsnet. In september 2024 is in opdracht van de Provincies Gelderland, Utrecht, Overijssel en het Ministerie van I&W een voorkeursladder voor duurzame (bodem)warmte ontwikkeld. Met deze bouwstenen wordt een stappenmodel geïntroduceerd waarmee overheden en initiatiefnemers afwegingen kunnen maken bij de keuze van warmtesystemen voor nieuw- en bestaande bouw.
Dit kan op projectniveau alsmede voor het vaststellen van beleid worden ingezet. Groen gas Groen gas speelt in het energiesysteem van de toekomst een belangrijke rol als duurzame energiebron. Het biedt een veelzijdige oplossing voor de energietransitie, omdat het gebruikt wordt in situaties waarbij de transitie naar een duurzamer alternatief (nog) niet mogelijk is. Denk daarbij aan industriële processen, elektriciteitsproductie en specifieke vormen van mobiliteit. Groen gas wordt gemaakt van biogas, wat voorkomt uit vergisting van organisch materiaal zoals mest, groente-, fruiten tuinafval, rioolslib of speciale energiegewassen. Na de vergisting ondergaat het gas een zuiveringsproces om onzuiverheden en schadelijke stoffen te verwijderen, zodat het geschikt is voor verschillende toepassingen. Op lokaal niveau wordt groen gas al ingevoerd op het gasnet. Vanaf 2026 zijn energieleveranciers bovendien verplicht om groen gas bij te mengen, waarbij de bijmengverplichting jaarlijks oploopt tot ongeveer 20% van het geleverde gas in de gebouwde omgeving in 2030. De Papierfabriek Doetinchem krijgt al rechtstreeks groen gas via een fysieke persleiding van de rioolwaterzuivering (RWZI) in Etten.
De Provincie Gelderland geeft aan dat er potentie is voor het opschalen van de toepassing van groen gas in de regio en dat het een belangrijke rol kan spelen binnen de warmtetransitie (en voor lokale energiegemeenschappen). Het is echter de vraag hoe dit op technisch niveau georganiseerd kan worden. In de periode tot 2050 zal naar alle waarschijnlijkheid een vorm van gas (voorlopig aardgas, op termijn eventueel groen gas) benodigd zijn om de energiebehoefte in te vullen: 18
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
a. Voor de verwarming van bestaande gebouwen die nog niet zijn verduurzaamd en nog niet voorzien zijn van een duurzaam energiesysteem. b. Voor industrie die lastig of niet te elektrificeren is. Waterstof Waterstof heeft groot potentieel in het energiesysteem van de toekomst vanwege zijn veelzijdigheid en potentieel als schone energiedrager. Groene waterstof, die wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen via elektrolyse, kan dienen als opslagmedium voor hernieuwbare energie. Het kan in diverse sectoren zoals transport, industrie en de gebouwde omgeving worden ingezet als een alternatief voor fossiele brandstoffen. In de industrie kan waterstof worden toegepast als brandstof voor hoge temperatuur processen en als grondstof voor chemische producten. De ontwikkeling van de waterstof backbone die uiterlijk in 2030 gerealiseerd moet zijn, verbindt de Nederlandse zeehavens met de grote industriële clusters in ons land en met opslaglocaties voor waterstof (zie Figuur 8). Dit creëert kansen voor lokale bedrijven en industrieën om hierop aan te sluiten. In de provincie Gelderland zijn in de Gelderse Energievisie twee clusters van industrieën aangewezen in de pMIEK waar waterstof mogelijk een belangrijke rol kan gaan spelen: Brick Valley en cluster Lochem-Borculo (Provincie Gelderland, 2023). Deze clusters bevinden zich nabij het toekomstige waterstofnetwerk.
Voor Doetinchem komt in principe geen aftakking. In de energietransitie speelt waterstof een rol als energiedrager en bij de opslag van energie. Waterstof kan een rol spelen bij duurzame verwarming in de gebouwde omgeving. Gezien de schaarste van waterstof is dat alleen een verstandige keuze, wanneer er geen enkel alternatief is. Hierbij kan worden gedacht aan historische panden in binnensteden die slecht te isoleren zijn. Vooralsnog wordt hier – behoudens enkele pilotprojecten – zowel landelijk als provinciaal niet op ingezet. In navolging van de pMIEK zal worden onderzocht en uitgewerkt welke bedrijven in de regio Achterhoek kunnen worden aangesloten en of waterstof ook in de gebouwde omgeving wordt toegepast. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre groene waterstof een rol kan spelen in de opslag van energie. De provincie geeft aan dat waterstof voor 2030 geen rol speelt en daarna alleen voor industriële clusters, niet voor individuele bedrijven. In Doetinchem kan sinds 2021 waterstof getankt worden. Dit station bedient de waterstofgedreven busvloot van Arriva, maar ook andere afnemers kunnen hier gebruik van maken. Het tankstation krijgt waterstof in tubetrailers geleverd vanuit de Antwerpse haven. Idealiter wordt waterstof op termijn betrokken vanuit een lokale elektrolyzer.
Productie wordt door de Provincie vooralsnog niet als realistisch gezien door de beperkte hoeveelheid aan lokale, duurzame opwek.
19
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Liander ziet in haar onderzoek naar transitiepaden voor industriële klanten (zoals de keramische industrie, papierfabrieken en voedingsmiddelen industrie) een sterke potentie voor waterstof. De Achterhoek en Doetinchem beschikken weliswaar over dit type bedrijven (papierfabriek en levensmiddelen), echter ontbreekt het hier aan clustering. Het overige type bedrijf (maakindustrie, agrarisch ondernemers etc.) en de schaal hiervan (heel weinig grote gasverbruikers) zorgen ervoor dat een transitiepad naar waterstof niet waarschijnlijk is.
Figuur 8 Waterstofnetwerk Nederland (Gasunie)
20
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
4
Toekomstbeeld 2050
4.1
Energiescenario 2050
Het Energiescenario 2050 voor de gemeente Doetinchem is opgesteld met behulp van het Energietransitiemodel (ETM) van Quintel. Toekomstscenario’s in het ETM worden gemaakt met startjaar 2019. Het 2050 scenario is o.a. opgebouwd uit de trends en ontwikkelingen vanuit de Klimaat-en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (2024). Verder is aanvullende informatie vanuit de gemeente (zoals de ontwikkeling van warmtenetten en de ontwikkeling van grootschalige opwek) toegevoegd. Een aantal belangrijke uitgangspunten die zijn gehanteerd voor de totstandkoming van het energiescenario 2050 in de LES van Doetinchem is als volgt: • CO2-neutraliteit met 100% hernieuwbare energie is een regionale doelstelling. Voor de LES van Doetinchem is de energiemix o.b.v. de toekomstige vraag van Doetinchem doorgerekend. • Voor de modellering en het in beeld brengen van de ruimtebehoefte is uitgegaan van een verdeling van 80% wind en 20% grondgebonden zon. • Tot 2036 stijgt het inwonersaantal naar 70.000 en komen er 6.300 woningen bij. Voor 2050 is uitgegaan van een inwonersstijging naar 77.000. • Toename bedrijfspanden is op +500 gezet, gebaseerd op het aantal te ontwikkelen hectares. • 11,2% van de woningvoorraad (3500 woningen) is op een MT-warmtenet aangesloten in 2050. • 30% van de bedrijfspanden (3149 panden) is op een HT-warmtenet aangesloten met biogas als bron.
• Vooralsnog geen waterstof in de industrie en gebouwde omgeving van Doetinchem. Alleen een klein aandeel waterstof in transport. • De totale besparing van de warmtevraag in de bestaande gebouwde omgeving bedraagt 21% bij woningen (2009-2050) en 36% bij kantoren.
Figuur 9 Energiescenario voor de Gemeente Doetinchem in 2050
21
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
In het opgestelde toekomstscenario voor 2050 neemt de energievraag af naar 2.830 TJ, terwijl het elektriciteitsverbruik verdubbelt naar 2.167 TJ. Door conversieverlies is er iets meer elektriciteit nodig dan 2.167 TJ om aan de vraag te kunnen voldoen. Uit het ETM volgt het getal 2.311 TJ. Het overgrote deel van de energie komt uit wind, zon, biogas, omgevingswarmte en restwarmte van de industrie en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ook is weergegeven hoeveel energie moet worden opgewekt om energieneutraal te zijn (met een verdeling wind/zonneveld 80/20). Dit is geen doelstelling van de gemeente maar wel van de Achterhoek. Om het doel van energieneutraliteit te halen zijn gezien de elektriciteitsvraag in 2050 en bij de genoemde 80/20 verhouding 27 grote windturbines (5,6 MW turbines, 2539 vollasturen) en 85 hectare zonnevelden nodig (1000 vollasturen, 384 Wp/1,6m²). De totale opwek uit zonne-energie is echter meer. Want er wordt ook flink wat opgewekt door zonnepanelen op daken. Zie onderstaand overzicht. Tabel 2 Benodigde energie om als gemeente energieneutraal te zijn
Opwek om energieneutraal te zijn
Geïnstalleerd vermogen
Opgewekte energie
#
Met zon op dak woningen
136 MW
391 TJ
355.000 panelen
Met zon op dak, solarcarports en kantoren daken
71 MW
204 TJ
184.000 panelen
Met wind
150 MW
1371 TJ (80%)
27 turbines van 5,6 MW op 1215 ha2
Met zon op veld
120 MW
345 TJ (20%)
85 hectare**
Totaal
2311 TJ (2,31 PJ)
Warmte wordt in dit scenario grotendeels opgewekt door all-electric warmtepompen, aangevuld met warmtenetten op basis van biogas en warmtepompen. In de industrie en gebouwde omgeving van Doetinchem is niet uitgegaan van waterstof; hier wordt ingezet op elektriciteit en groen gas. Waterstof speelt in dit scenario alleen een rol in het transport.
4.2
Uitdagingen bij de energietransitie
Netcongestie Een belangrijk knelpunt in de weg naar aardgasvrij is netcongestie. Voor grootverbruikers geldt hierdoor dat zij op dit moment geen (uitbreiding van hun) vermogen kunnen krijgen. Netcongestie vraagt om het maken van ruimte voor de energie-infrastructuur, zodat deze de toekomstige behoefte kan faciliteren. De huidige knelpunten op het hoogspanningsnet zullen naar verwachting rond 2029/2030 zijn opgelost, maar ook op lagere netdelen moet er nog veel werk gebeuren. De energie-infrastructuur vraagt ruimte en moet tijdig in het totale ruimteverdelingsvraagstuk worden meegenomen. Liander hanteert hierbij de Buurtaanpak voor de gebouwde omgeving (het laagspanningsnet), daarnaast worden ook het middenspanningsnet en onderstation in Doetinchem uitgebreid. Netcongestie is in potentie echter een blijvend fenomeen als pieken op het net door vraag en aanbod niet worden afgevlakt. Dit vraagt om het optimaal benutten van het net. Naast netcongestie komt op basis van het energiescenario uit het ETM een aantal andere knelpunten naar voren die hieronder zijn toegelicht.
2
Vollasturen 2539 o.b.v. Monitor Wind op Land 2023 (rvo.nl)
22
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Optimaliseren van vraag en aanbod van duurzame energie De energievraag fluctueert door de seizoenen: in de winter is er meer vraag, terwijl deze vraag in de zomer afneemt. Voor het energieaanbod geldt het omgekeerde. Mede door het gebruik van zonne-energie stijgt de productie in de zomer en is er tekort in de winter. Dit is zichtbaar gemaakt in onderstaand overzicht. Hier is gevisualiseerd dat er in de maanden maart-september een overschot in de productie van elektriciteit is en in de maanden oktober-februari een tekort.
Naarmate het energiesysteem verder elektrificeert en aardgas wordt uit gefaseerd, zal de vraag naar elektriciteit verder stijgen. De elektriciteit die tussen maart en september duurzaam wordt opgewekt, kan niet voor de winterbehoefte worden opgeslagen in batterijen. Voor de korte termijn betekent dit dat het bijplaatsen van meer zonnestroom zorgt voor onbalans op het net, tenzij de opwek direct gekoppeld is aan afnemers. Windenergie kan voor de vraag in de winter wèl een bijdrage leveren. Het ligt daarom voor de hand om vooral in te zetten op duurzame opwek middels windturbines.
Het flexibel maken van de vraag door te sturen op het vermijden van pieken, met batterijen en eventueel thermische opslag en zo nodig het bijplaatsen van tijdelijke opwek zijn noodzakelijk in de komende jaren waarin netcongestie aan de orde is. Deze flexibiliteit is echter ook een randvoorwaarde voor het energiesysteem van de toekomst. Daarom wordt er landelijk ook gewerkt aan netbewuste maatregelen bij nieuwbouw, verduurzaming van de bestaande bouw en slim laden. Netbewustheid betekent dat met slimme, technische oplossingen de vraag op piekmomenten zoveel mogelijk wordt gedrukt.
Figuur 10 Onbalans in maandelijkse volumes van vraag en aanbod
Realisatie van duurzame opwek De benodigde ruimte voor duurzame opwekking van energie (zoals wind en eventueel zon) in de gemeente Doetinchem is onvoldoende om in 2050 energieneutraal te worden. Het doel ligt weliswaar op regio-Achterhoekniveau en dat betekent dat het deel dat niet binnen de gemeentegrenzen kan worden opgewekt, binnen de regio moet worden opgewekt. Zon op land is vooralsnog niet meer toegestaan, maar zou ook tot meer tot invoedingscongestie leiden. Er worden daarom op dit moment geen parken meer bijgebouwd. Voor windturbines is één locatie in het vizier op Landgoed Keppel. In 2025 worden nieuwe landelijke kaders voor windparken verwacht, zodra die bekend zijn wordt bekeken of het realiseren van de windturbines ook daadwerkelijk haalbaar is. Naast het beschikbaar hebben van ruimte, hebben ontwikkelende wet- en regelgeving nog een rol in de realisatie van windparken. De provincie werkt aan een MER (Milieu Effect Rapportage, gereed begin 2025) en landelijk komt er een nieuwe norm voor windparken (voor de zomer van 2025 verwacht). Tot die tijd zullen er lokaal geen beslissingen genomen worden.
23
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
Duurzame warmte Er is bij de gemeente behoefte aan woningbouw en uitbreiding van bedrijventerreinen om de gemeente en de regio economisch aantrekkelijk te houden. Het toekomstige energiesysteem moet de verduurzaming van zowel bestaande als nieuwe woningen ondersteunen. De keuze voor een duurzaam warmtesysteem (individueel of collectief) moet nog worden gemaakt. Voor het aardgasvrij maken van woningen, gebouwen en productieprocessen zijn alternatieven nodig. Het gasverbruik is in de winter het hoogst, terwijl de opwek van duurzame elektriciteit dan minder is. Het betekent dat wanneer warmte opgewekt wordt met warmtepompen, het stroomverbruik in de winter sterk zal toenemen en dat dit ook een extra belasting legt op het net. Om deze vraag te dempen is het relevant om te kijken naar de mogelijkheden van bodemenergie en warmtenetten, specifiek voor de nieuwbouw. Voor de bestaande bouw kan dit ook van toepassing zijn, mits de isolatiewaarde van woningen toeneemt en de warmteafgiftesystemen worden aangepast. Alternatieve warmte kan verkregen worden uit centrale systemen met restwarmte van de industrie en voor specifieke gevallen of als back-up groengas-gedreven CV-ketels in een warmtenet.
Voor restwarmte dient onderzocht te worden in hoeverre het aanbod van restwarmte uit productieprocessen uit de industrie van voldoende kwaliteit is om langjarig ingezet te worden als bron voor de bestaande bouw en nieuwbouw. Isolatie opgave Het reduceren van de warmtevraag van bestaande woningen is de eerste stap in verduurzaming. De kosten van het aardgasvrij ready maken van woningen door isolatie, aanpassing van warmte afgiftesystemen etc. kunnen niet door alle bewoners worden gemaakt. Een heldere koers richting het systeem van de toekomst voor de betreffende buurt, intensieve begeleiding en financiële middelen in de vorm van subsidies zijn noodzakelijk om het knelpunt voor de vraagreductie aan te pakken. Groen gas Lokaal geproduceerd groen gas heeft potentie, maar kan in de toekomst niet volledig voldoen aan de vraag van moeilijk te verduurzamen bedrijven en woningen, zoals bijvoorbeeld in het stadscentrum. De hoeveelheid is zeer waarschijnlijk niet toereikend en het is onzeker in hoeverre het potentiële volume in de toekomst gehandhaafd blijft, vooral als de veeteelt afneemt. Groen gas uit de RWZI kent wel een langjarig potentieel en het wordt momenteel via een directe verbinding geleverd aan de papierfabriek.
4.3
Kansen bij de realisatie
Op basis van het energiescenario 2050 is een aantal knelpunten geïdentificeerd die in de vorige paraaf zijn beschreven. Daarnaast zijn er tal van kansen om een duurzaam, toekomstvast energiesysteem te realiseren waarmee de energiedoelstellingen van Doetinchem haalbaar worden. 1. Collectieve en individuele oplossingen Het uiteindelijke energiesysteem kan bestaan uit zowel individuele als collectieve oplossingen. De keuze hangt af van de energievraag, de energiebron en de manier van distributie. Collectieve systemen hebben enkele voordelen ten opzichte van individuele oplossingen. Ze bieden meer mogelijkheden om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, verminderen netcongestie en maken een breder gebruik van duurzame bronnen zoals bodemenergie mogelijk. Het heeft daarom de voorkeur om eerst te kijken naar de mogelijkheden van collectieve systemen. Bij het maken van keuzes staan duurzaamheid, netimpact, kosten voor eindgebruikers en maatschappelijke kosten centraal. Het doel is om eindgebruikers enthousiast te maken voor zowel collectieve als individuele oplossingen. Voorbeelden van collectieve oplossingen zijn warmtenetten met warmte koude opslag en energyhubs op bedrijventerreinen. In de volgende paragrafen worden de kansen per thema verder uitgewerkt, waarbij telkens kan worden gekozen tussen collectieve en individuele oplossingen. 2.
Optimaal benutten van het net Uitbreiding van het elektriciteitsnet is noodzakelijk, maar het optimaal benutten is minstens zo belangrijk. Zo voorkomen we de ‘onnodige’ uitbreiding van het net (met bijbehorende kosten en ruimtelijke impact) en dragen we bij aan het zo efficiënt mogelijk gebruiken van duurzame energie. Dit betekent dat het energiesysteem van de toekomst zo duurzaam en flexibel mogelijk moet zijn en op gebiedsniveau (op netvlakken) geregeld wordt, waardoor zo min mogelijk congestie op knooppunten ontstaat. De volgende mogelijkheden dragen bij aan optimaal benutten van het net:
24
Onze referentie: TEZJR2KWNVZA-442182706-426:1.0 - Datum: 17 december 2024 - Confidential
LOKALE ENERGIE STRATEGIE DOETINCHEM
•
Vraagsturing. Dit betekent dat de vraag naar energie stuurbaar wordt. Dit kan op eigen initiatief door het verbruik te verschuiven naar momenten dat duurzame opwek beschikbaar is. Voor grootverbruikers (bedrijven, laadinfrastructuur) betekent dit dat flexibiliteit gevonden kan worden op basis van prijssturing (het zogenaamde congestiemanagement en beschikbaar stellen van flexibel vermogen voor de onbalansmarkt van TenneT). • Lokale energieopslag en wijkbatterijen. Op gebiedsniveau investeren in grotere batterijsystemen die energie lokaal opslaan wanneer de opwekking hoog is (zoals zonne-energie overdag) en die energie beschikbaar stellen tijdens momenten van piekverbruik. Deze oplossing werkt voor korte termijnopslag. • Slimme wijken. In een slimme wijk zijn huishoudens en bedrijven via een lokaal energiemanagementsysteem verbonden met het net, waarbij het systeem de energiebehoefte slim verdeelt op basis van opwekking en beschikbaarheid. Dit helpt om overbelasting te voorkomen. • Energyhubs op bedrijventerreinen. Bedrijven werken samen op het gebied van energietransport, energieopwekking, energieopslag en energieverbruik met als doel om lokaal opgewekte energie ook zoveel mogelijk lokaal te gebruiken en een oplossing voor het verkrijgen van stroom bij grootverbruikers bij netcongestie.