2022 Geamendeerde begroting gD.pdf
Tekst van het document
Risico's
Gekwantificeerde risico’s (= benodigde weerstandscapaciteit) Hieronder geven we een actualisatie van de gekwantificeerde risico’s in de gemeentebegroting en de daardoor benodigde weerstandscapaciteit. We geven een korte toelichting op de gekwantificeerde risico’s. Vervolgens tonen we de beschikbare weerstandscapaciteit (= algemene reserve + stelpost incidentele onvoorziene uitgaven). Tenslotte tonen we de ratio van het weerstandsvermogen (= de verhouding tussen risico’s en weerstandscapaciteit). De informatie is een actualisatie van de Kadernota 2022.
88
Overzicht risico's nr
Risico's
2022
2023
2024
2025
1a,b
Sociaal domein
4.500
4.500
4.500
4.500
2
Verbonden partijen (GR's en BV's gD)
3
Ontwikkellocaties: MPO 2021
500
500
500
500
1.935
1.935
1.935
1.935
4
Garanties & leningen
890
890
890
890
5
Subsidies van derden
250
250
250
250
6
Gemeentefonds: reguliere risico's
700
700
700
700
7
Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures
2.000
2.000
2.000
2.000
8
Risico's ivm landelijke, regionale en plaatselijke beleidsontwikkelingen
2.000
2.000
2.000
2.000
Totaal gekwantificeerde risico's
12.775
12.775
12.775
12.775
Toelichting op de risico’s 1a. Sociaal domein - structureel Sinds het najaar van 2018 werken we aan het terugdringen van tekorten en transformatie van het sociaal domein, onder de noemer ‘Taskforce financiële beheersing sociaal domein’. De Taskforce heeft de opdracht om besparingen te realiseren die zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Het risico bestaat dat de opgenomen taakstellingen niet (geheel) worden gerealiseerd in het jaar waarin ze zijn geraamd. Hoezeer we sturing geven aan de maatregelen en gevraagde resultaten, het sociaal domein blijft in de basis een open-eind-regeling en dat brengt een meer algemeen risico met zich mee, Daarnaast zijn er nog meer specifieke risico’s waar we rekening mee moeten houden. Dat is bijvoorbeeld de vernieuwde governance gerelateerd aan de doordecentralisatie van Wmo Wonen (voormalig beschermd wonen), maatschappelijke opvang en OGGz. In 2021 is een deel van de Wmo Wonen-cliënten overgegaan naar de Wet langdurige zorg. Van Rijkswege volgt hierover nog een nacalculatie; dit kan voor Doetinchem nadelige gevolgen hebben. Voor jeugdhulp wordt per 1 januari 2022 de Wet wijziging woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. Hiervan is nu nog onduidelijk wat voor financieel effect dit zal hebben omdat we o.a. afhankelijk zijn van het aanleveren van gegevens door andere gemeenten in Nederland.
Eveneens houden we voorzichtigheidshalve rekening met risico’s aangaande de nieuwe regionale aanbesteding vanaf 2022. We kunnen bijvoorbeeld niet vooruitlopen op het onderhandelingsresultaat, en ook niet of het vooraf ingeschatte aantal cliënten waarop de lumpsumfinanciering gebaseerd is, overeen zal komen met de werkelijkheid. Met de investeringen van de afgelopen jaren in het dashboard sociaal domein kunnen we dit goed monitoren en gerichter bijsturen. Gegeven de begrotingsomvang van het sociaal domein in combinatie met bovengenoemde risico’s schatten we de benodigde weerstandscapaciteit in de algemene reserve vanaf 2022 op € 4,1 miljoen. Overigens dienen eventuele structurele gevolgen van deze risico's te zijner tijd te worden vertaald in het financieel
89
meerjarenperspectief en zullen daarmee het exploitatieresultaat van de gemeentebegroting beïnvloeden. 1b. Sociaal domein - lokale implementatie vernieuwde inkoop 2022 - incidenteel Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor adequate zorg en ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben. Deze zorg wordt geleverd door zorgaanbieders. In 2022 gaan we over op resultaatgerichte ondersteuning en financiering, en gaan we met minder aanbieders (dan voorheen) contracten voor langere tijd (dan voorheen) aan. Voor sommige inwoners betekent dat mogelijk dat zij zorg krijgen via een andere aanbieder, en/of dat hun zorg inhoudelijk verandert. In Doetinchem behelst deze vernieuwde zorginkoop ruim 2.500 cliënten en vertegenwoordigen de contracten een waarde van bijna € 40 miljoen per jaar. Om deze overgang voor onze inwoners zo verantwoord en rustig mogelijk te laten verlopen, is een goede voorbereiding en tijdige en duidelijke communicatie noodzakelijk. Aan de “achterkant” moeten we verder onze bedrijfsvoering, backoffice en contractmanagement gereed maken voor de nieuwe wijze van zorgleveranties en facturatie. Daarnaast heeft onze uitvoeringsorganisatie Buurtplein een grote klus te klaren als het gaat om samen met inwoners te kijken naar de meest passende zorg. Al deze werkzaamheden beginnen al in 2021, en lopen door in 2022. en doen we in Doetinchem met eigen personeel.
Daarbij werken we ook intensief samen met de andere Achterhoekse gemeenten. Toch ontkomen we er waarschijnlijk niet aan om eenmalig te investeren, teneinde deze omzettingsoperatie verantwoord en tijdig te laten plaatsvinden. Dit heeft o.a. te maken met het zorgvuldig omzetten van cliënten van "oude" naar nieuw gecontracteerde aanbieders. Dit mag duren tot uiterlijk 1 juli 2022 en dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat er veel herindicatiegesprekken eerder moet plaatsvinden, dan zónder de vernieuwde inkoop het geval zou zijn. Dat heeft direct gevolgen voor de workload bij uitvoeringspartner Buurtplein, onze eigen gemeentelijke backoffice en uiteraard is het niet wenselijk dat inwoners daar nadelige gevolgen van ondervinden. Onduidelijkheid en onzekerheid willen we zo veel mogelijk voorkomen. Daarom is het waarschijnlijk dat we ook in 2022 nog met extra implementatie- dan wel uitvoeringskosten te maken krijgen. Hiervoor hanteren we nu een risico van € 400.000. 2. Verbonden partijen Tot de verbonden partijen behoren o.a. de gemeenschappelijke regelingen (GR’s) en de gemeentelijke BV’s. Zie de paragraaf “Verbonden partijen” in de gemeentebegroting. De risico’s van onze verbonden partijen worden op verschillende manieren verwerkt in de gemeentebegroting: •
De deelnemende gemeenten stellen de begrotingen van de GR’s vast. Als dit ertoe leidt dat de gemeentelijke bijdragen omhoog moeten om tot een sluitende begroting van de GR te komen, dan wordt dit vertaald in een aanmelding in de kadernota en/of de gemeentebegroting.
90
•
Daarnaast maken we jaarlijks een nauwkeurige berekening van de kosten van nominale ontwikkelingen in de gemeentebegroting, waaronder die voor de verbonden partijen. De berekeningen van de totale kosten voor nominale ontwikkelingen kunnen leiden tot een aanmelding voor nominale ontwikkelingen in de gemeentebegroting. Daar staat tegenover dat we geen afzonderlijk risico voor nominale ontwikkelingen op de verbonden partijen opnemen.
•
Blijft, dat enkele van onze gemeentelijke BV’s (Buurtplein en Buha) risico’s melden in hun begrotingen. Met hen zijn we zowel als aandeelhouder alsmede als opdrachtgever in gesprek over hun eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden voor een totaal sluitende bedrijfsbegroting.
Gegeven bovenstaande ontwikkelingen rekenen we voor de risico’s bij de verbonden partijen vanaf 2022 op € 0,5 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 3. Ontwikkellocaties: grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten Het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) 2021 is het basisdocument. Dit document is door de raad vastgesteld op 8 juli 2021. Het MPO bevat de uitgangspunten, het programma, de resultaten, de financiën en de risico’s van de lopende grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten. Deze gegevens vormen de basis voor de begroting 2022. In het MPO 2021 is een analyse van de risico’s van de ontwikkellocaties opgenomen. Met de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit gedurende de komende jaren. Voor de risico’s in de ontwikkellocaties rekenen we in de komende jaren € 1,9 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 4. Garanties en leningen Het bestuur tracht een juiste balans te vinden tussen de wens om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen en de financiële houdbaarheid van onze lening- en garantieportefeuille. Daarom heeft de raad op 3 november 2016 nieuwe kaders gesteld. Het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven mag de financiële positie van de gemeente niet in gevaar brengen.
Bij nieuw te verstrekken garanties en geldleningen maken we uitdrukkelijk de afweging tussen het maatschappelijk belang van het initiatief en het risicoprofiel dat ermee gepaard gaat. Om het risicoprofiel te bepalen, beoordelen we de kredietwaardigheid van de betrokkene en de getroffen risicobeperkende maatregelen zoals gekoppelde zekerheden in de vorm van bijvoorbeeld een hypotheekrecht voor de gemeente. Jaarlijks maken we een actuele analyse van de risico’s bij alle verstrekte leningen en garanties. Deze rapportage is als bijlage bij deze begroting opgenomen. Op basis van de deze risicoanalyse rekenen we voor risico’s in de garanties en leningen € 890.000 weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 5. Subsidies van derden Als gemeente zijn we voortdurend op zoek naar subsidiemogelijkheden bij de provincie, landelijke overheid of de Europese Unie. Vaak gaat de subsidie gepaard met cofinanciering van de gemeente. Subsidieverleners stellen een controleprotocol op 91
waarin afspraken met ons als subsidieontvanger worden vastgelegd. We sturen op maatregelen om de inhoudelijke en procedurele afspraken na te komen. Als we niet aan de voorwaarden voldoen moeten we de subsidies terugbetalen. Naar huidige inzichten voldoen we aan de afspraken en voorwaarden. Gegeven de omvang van het totale subsidiebedrag en de veelheid aan subsidievoorwaarden, houden we € 250.000 in de algemene reserve beschikbaar voor mogelijke risico’s bij dit onderwerp. 6. Gemeentefonds: reguliere risico’s Wij ontvangen jaarlijks het grootste deel van onze inkomsten via een uitkering van het Rijk in het gemeentefonds. Het risico bestaat dat het Rijk (onverwachts) de bijdrage wijzigt. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de algemene uitkering sterk fluctueert met grote gevolgen voor de gemeentebegroting. Tot deze risico’s behoren o.a. de opschalingskorting. We kunnen helaas weinig invloed uitoefenen op de rijksbesluiten over de uitkeringen. Gezien de omvang van de algemene uitkering houden we vanaf 2022 € 0,7 miljoen beschikbaar in de algemene reserve. 7. Algemene basis algemene reserve onvoorziene risico’s Niet alle risico’s kunnen worden voorzien of (nu al) met ramingen worden onderbouwd. We willen voor dergelijke risico’s een basisreserve aanhouden. Daarom hanteren we een algemene basis in onze algemene reserve voor onvoorziene risico’s van € 2 miljoen.
Uit deze algemene basis dekken we ook de risico’s voor kapitaallasten en lopende procedures als specifieke risico’s. De risico’s voor de kapitaallasten schatten we in als gering. Bij procedures en handhaving lopen we risico’s in een specifieke casus. Hieronder beschrijven we enkele specifieke risico's in deze categorie: Handhavingstraject Voltastraat 86a Ten aanzien van het dossier Voltastraat 86a blijven er financiële risico’s voor de gemeente Doetinchem. Uitgangspunt is de kosten zoveel als mogelijk te verhalen. Echter of, en in welke mate dit gaat lukken is nog niet te voorspellen. Het definitief afvoeren van de opgeslagen vloeistoffen met PFAS, de bodem- en grondwater sanering en de ontmanteling van de silo’s zal leiden tot een financiële investering. De kans dat de gemeente een deel van deze kosten voor haar rekening moet nemen is groot. Wachtgeldverplichting wethouders ivm raadsverkiezingen 2022 In maart 2022 worden de reguliere gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Afhankelijk van de uitslag en daarmee de zetelverdeling wordt de nieuwe gemeenteraad benoemd. De raadspartijen dragen kandidaat-wethouders voor en uiteindelijk worden nieuwe wethouders (her)benoemd. Op het moment van opstellen van de begroting 2022 is niet te zeggen over de uitkomst van de verkiezingen in 2022 en of deze uitkomst mogelijk zal leiden tot wachtgeldverplichtingen voor “voormalig” wethouders.
We hebben een wachtgeld-outplacement voorziening wethouders. Echter de omvang van deze voorziening mag enkel gelijk zijn aan de daadwerkelijke wachtgeldverplichting.
92
Behandeltijd Registratie Niet-ingezetenen (RNI) Door een (verplichte) wijziging in het werkproces is de behandeltijd van een inschrijving verdubbeld. Hierdoor is het totaal aantal inschrijvingen aanzienlijk lager. Het ministerie is voornemens de vergoeding per inschrijving te verhogen om zo de gemiste inkomsten te compenseren. De hoogte van deze compensatie en wanneer we deze kunnen verwachten is (op dit moment) onduidelijk. De schatting is dat we incidenteel € 100.000 tot € 150.000 minder inkomsten genereren. Naheffing Belastingdienst Afvalbrengpunt Vanaf de verzelfstandiging van Buha is er geen BTW in rekening gebracht over de inkomsten van afval van burgers (op het afvalbrengpunt). Er komt een naheffing van de Belastingdienst over 2017 t/m 2020. De onzekerheid zit nog in de hoogte van het bedrag. De naheffing kan een extra kostenpost worden van circa € 150.000, die gedekt moet worden uit de voorziening afvalverwerking. 8. Risico’s i.v.m. landelijke, regionale en plaatselijke beleidsontwikkelingen De gemeente wordt geconfronteerd met onzekerheden door ontwikkelingen in de maatschappij en door andere overheden, die grote invloed hebben op onze bestuurlijke agenda en op onze financiële positie. Te denken valt aan de invoering van de Omgevingswet, rijksmaatregelen aanvullende taakstellingen Jeugd, duurzame energietransitie, etc. Daarnaast zijn investeringen nodig i.v.m.
de bestuurlijke ambities en plaatselijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld voor huisvesting scholen, investeringen in Cultuur, Sport, Sociaal domein, ruimtelijke projecten, onderhoudsbudgetten ruimte en onze groei-ambities in het kader van. gD 2036. Gegeven de onzekerheden over deze ontwikkelingen kunnen deze vaak (nog) niet worden vertaald in het financieel meerjarenperspectief van de begroting. Om toch een signaal te geven van mogelijke financiële consequenties, reserveren we voor deze beleidsonderwerpen een risicobedrag van € 2 miljoen in de algemene reserve. Let op: het bedrag dat als risico is genoemd voor deze onderwerpen is geen reservering die op voorhand wordt gedaan. Het zijn dus geen dekkingsmiddelen voor deze onderwerpen. Het bedrag geeft een indicatie van de financiële risico’s in de gemeentebegroting als gevolg van deze ontwikkelingen. Op termijn zal de raad een besluit nemen over de aanmeldingen voor deze onderwerpen en de financiële dekking in de kadernota en/of gemeentebegroting. 3. Beschikbare weerstandscapaciteit en ratio weerstansvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die kunnen worden ingezet voor het afdekken van de negatieve financiële effecten als gevolg van de gekwantificeerde risico’s. In Doetinchem zijn hiervoor de algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven beschikbaar.
In 2022 bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit circa € 26,6 miljoen.
93
Bedragen x € 1.000,Weerstandscapaciteit Algemene reserve per ultimo
2022
2023
2024
2025
26.066
29.717
30.978
32.072
Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven
80
80
80
80
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
26.146
29.797
31.058
32.152
Ratio Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Eerder heeft de raad besloten dat als de ratio tussen de 0,8 en 1,2 is, we dan beschikken over voldoende buffer om risico’s op te vangen. De risico's vormen dan geen bedreiging voor onze financiële positie. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico’s te beperken. Boven de norm geeft ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Bij de afwegingen hierover worden ook de financiële kengetallen ‘solvabiliteit’ en ‘schuldpositie’ betrokken. In hoofdstuk 2 Financiële positie tot 2025, is beschreven dat we vanaf deze begroting 2022 de onder- en bovennorm voor de weerstandsratio verhogen. In de afgelopen jaren hebben we meer ervaring opgedaan met risicomanagement. Daarbij zien we dat naast de gekwantificeerde risico's, zich in de komende jaren ontwikkelingen en/of risico's voordoen die op dit moment (nog) niet of nauwelijks zijn te kwantificeren, maar die wel een beroep zullen doen op onze algemene reserve. De omvang ervan hangt af van bestuurlijke keuzes van rijk en onze gemeente en van maatschappelijke ontwikkelingen.
Te denken valt aan enkele groepen van ontwikkelingen: •
Nog niet te kwantificeren risico's. Bijvoorbeeld Taakstelling Taskforce Sociaal domein, overschrijding loonsom,
•
Autonome maatschappelijke, landelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld rijksmaatregelen aanvullende taakstellingen Jeugd, kostenoverschrijding (decentralisaties van het ) sociaal domein, invoering omgevingswet, duurzame energietransitie,
•
Kosten/ investeringen in verband met bestuurlijke ambities. Bijvoorbeeld huisvesting scholen: herziening IHP, investeringen in Cultuurbedrijf, Sportbedrijf; Sociaal domein: van repressief naar preventieve maatregelen; ruimtelijke projecten; onderhoudsbudgetten ruimte in relatie tot lopende bezuinigingsopdrachten Keuzerichtingen; analyse Vastgoedfonds; onze groeiambities in het kader van gD 2036.
94
We achten het daarom gewenst om over een algemene reserve te beschikken die ruimer is dan alleen de gekwantificeerde risico's. Bovendien laat het grillige verloop van het financieel meerjarenperspectief in de kadernota 2022 ten opzichte van dat in de begroting 2022 zien, welke impact rijksmaatregelen kunnen hebben op onze financiële positie. Waar in de kadernota 2022 alleen de jaarschijf 2022 sluitend was, laat deze begroting 2022 een meerjarig sluitend (positief) perspectief zien. Met zo'n grillig verloop van ons financieel meerjarenperspectief is het zaak dat we 'voldoende vlees op de botten hebben' in de vorm van de algemene reserve. Daarnaast zien we landelijk dat veel gemeenten een hogere ondernorm voor de weerstandsratio hanteren dan Doetinchem. Veelal ligt deze op tenminste 1,0. Ook de provincie Gelderland als toezichthouder van de gemeentebegroting , geeft aan dat een belangrijk onderdeel in de beoordeling van de financiële stabiliteit van een gemeente is de omvang van het weerstandsvermogen is. Het gaat om de mate waarin een gemeente in staat is gekwantificeerde risico’s af te dekken. Zij achten het belangrijk dat wij voor een ruim voldoende weerstandsvermogen zorgen. In de afgelopen begrotingsbrief geven zij dan ook aan dat ze hopen dat Doetinchem haar weerstandsvermogen op pijl houdt en dat dit niet verder afneemt.
In vergelijking tot de gemiddelde Gelderse gemeenten was onze weerstandsratio laag. Om bovengenoemde redenen kiezen wij ervoor om de minimale norm voor de weerstandsratio te stellen op 1,0 en de bovennorm te verhogen van 1,2 naar 1,5. Daarmee ligt de bandbreedte van de weerstandsratio tussen de 1,0 en 1,5. Het blijft belangrijk dat raad en college voortdurend het open gesprek voeren over het weerstandsvermogen. Immers, een incidentele uitschieter buiten de onder- of bovennorm hoeft niet onmiddellijk te leiden tot maatregelen of geeft bestedingsruimte. Het gaat om de tendens van het weerstandsvermogen in relatie tot een gezonde financiële positie op langere termijn.
95
Ratio weerstandsvermogen
bedragen x € 1.000
nr
Risico's
2022
2023
2024
2025
1a,b
Sociaal domein
4.500
4.500
4.500
4.500
2
Verbonden partijen (GR's en BV's gD)
3
Ontwikkellocaties: MPO 2021
500
500
500
500
1.935
1.935
1.935
1.935
4
Garanties & leningen
890
890
890
890
5
Subsidies van derden
250
250
250
250
6
Gemeentefonds: reguliere risico's
700
700
700
700
7
Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures
2.000
2.000
2.000
2.000
8
Risico's ivm landelijke, regionale en plaatselijke beleidsontwikkelingen
2.000
2.000
2.000
2.000
Totaal gekwantificeerde risico's
12.775
12.775
12.775
12.775
2022
2023
2024
2025
Weerstandscapaciteit Algemene reserve per ultimo
26.066
29.717
30.978
32.072
Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven
80
80
80
80
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
26.146
29.797
31.058
32.152
2,05
2,33
2,43
2,52
Ratio weerstandsvermogen
Wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit in 2022 van € 26,06 miljoen wordt geconfronteerd met de gekwantificeerde risico’s/ benodigde weerstandscapaciteit van € 12,8 miljoen, dan beschikt de gemeente Doetinchem over voldoende weerstandsvermogen. De weerstandsratio komt uit op circa 2,05 in 2022. Dit ligt zelfs boven de nieuwe bovennorm van 1,5. In de jaren na 2022 stijgt het beschikbare weerstandsvermogen als gevolg van een begrote stijging van de algemene reserve. Bovenop de risicobuffer van 12,8 miljoen beschikt de algemene reserve in 2022 daarmee nog over een buffer van circa € 13,3 miljoen voor de hierboven genoemde ontwikkelingen. 4.
Financiële kengetallen
Bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente gelden nu primair de twee hoofduitgangspunten die de raad heeft vastgesteld. Deze zijn in de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording vastgelegd. Het rijk heeft daarnaast in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) nog vijf kengetallen opgenomen voor het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De berekeningswijze is vastgelegd in een ministeriële regeling. De financiële kengetallen nemen we op in de begroting en de jaarstukken. De bedoeling ervan is om de raadsleden meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. En omdat de berekeningswijze voor iedere gemeente gelijk is, zouden kengetallen tussen gemeenten onderling kunnen worden vergeleken. De commissie BBV heeft geen landelijke normen vastgesteld om de kengetallen te beoordelen. 96
De gemeenteraad mag per kengetal zelf een norm of een gewenste richting bepalen. De provincie Gelderland heeft zelf kaders voor de kengetallen bepaald. In haar begrotingsbrief vergelijkt de provincie de kengetallen van de gemeente met deze kaders. De kengetallen spelen geen rol bij het besluit van de provincie over het financieel toezicht op de gemeentebegroting. Hoe kunnen we de financiële kengetallen gebruiken? De kengetallen zoals de schuldquote (verhouding tussen schulden en inkomsten) en de solvabiliteit (deel van bezittingen dat we met eigen middelen hebben betaald) dienen vooral als indicatieve sturingsinstrumenten. Ze zijn aanvullend op de bestaande financiële uitgangspunten voor de begroting. De kengetallen geven een ontwikkeling aan die het bestuur in acht kan nemen bij de besluitvorming. Daarom zullen bij raadsvoorstellen met grote investeringen of grote financiële consequenties, de gevolgen voor de ontwikkeling van de schuldquote en/of de solvabiliteit worden vermeld. Dit, in relatie tot risico’s en kansen van het voorstel en de gevolgen ervan voor het weerstandsvermogen. De raad kan deze aspecten betrekken in de afwegingen bij de besluitvorming. Deze kengetallen zijn echter pas op de lange termijn te beïnvloeden. De financiële kengetallen in één overzicht Hieronder treft u een overzicht aan van de financiële kengetallen.
Daarna geven we toelichting op elk kengetal. Het Erratum én de amendementen hebben consequenties voor de financiële kengetallen. Onderstaande getallen zijn de definitieve uitkomsten na verwerking van alle wijzigingen. Omdat de rente en schulden van verstrekte leningen en grondvoorraden niet drukken op onze begroting hebben we aan de verplichte kengetallen toegevoegd het kengetal 1a ‘netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen’ en 2a ‘solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden’. Financiële kengetallen 1 Netto schuldquote 1a Netto schuldquote gecorrigeerd met alle verstrekte leningen 2 Solvabiliteitsratio 2a Solvabiliteitsratio excl leningen en grondvoorraden 3 Kengetal grondexploitatie 4 Structurele exploitatieruimte 5 Belastingcapaciteit: woonlasten als % van landelijk gemiddelde
1-jan-2022 86% 81% 20% 24% 19% 2,87% 100%
1-jan-2023 84% 78% 21% 25% 16% 2,21% 100%
1-jan-2024 78% 73% 22% 26% 13% 0,99% 100%
1-jan-2025 72% 66% 23% 26% 9% 0,76% 100%
1. Netto schuldquote Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle inkomsten. De omvang van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente (maar dat is voor bedrijven en particulieren niet anders) kan dragen. De provincie Gelderland geeft de volgende norm: zodra de netto schuldquote boven 130% is, is sprake van een zeer hoge schuld. Is de quote hoger dan 100%, dan is waakzaamheid geboden. Tot 100% is deze voldoende. We zien dat de schuldquote onder de 100% ligt. Dit komt doordat we aflossen op onze schulden (zie
97
hiervoor de toelichting op de balans, onderdeel vaste passiva). Een deel van onze schuld zijn we aangegaan om deze vervolgens door te lenen. We gaan ervan uit dat onze inkomsten in de komende jaren toenemen met de prijsindexering (1,6% voor 2022, 1,9% voor 2023, 1,6% voor 2024 en 1,6% voor 2025). 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal (eigen en vreemd vermogen samen). Het cijfer geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. De provincie Gelderland acht een solvabiliteit lager dan 20% risicovol, tussen 20% en 50% voldoende en boven 50% minst risicovol. We zien dat onze solvabiliteitsratio op termijn een stijgende lijn laat zien. De geprognosticeerde balans laat zien dat ons eigen vermogen de komende jaren stabiel blijft, terwijl het balanstotaal daalt. Ons balanstotaal daalt onder andere doordat we onze schulden aflossen. Wat moeten we doen om de solvabiliteit/netto schuldquote te verbeteren? De solvabiliteit is de mate waarin het bezit van onze gemeente is gefinancierd met eigen vermogen. Dit kengetal zegt dus iets over de schuldpositie van de gemeente. Volgens deze begroting is ons totale bezit in 2022 voor 20% is gefinancierd met eigen vermogen. Voor het overige hebben wij vreemd vermogen moeten aantrekken.
De provincie Gelderland normeert een solvabiliteit lager dan 20% als onvoldoende. Om dit kengetal te verbeteren zal het eigen vermogen omhoog moeten en /of het vreemd vermogen omlaag moeten. Gerelateerd aan ons balanstotaal van circa € 300 miljoen kan als grove vuistregel worden gehanteerd dat een mutatie in bijvoorbeeld de leningen of investeringen met € 1 miljoen leidt tot 0,05% verandering (verslechtering of verbetering) van onze solvabiliteit. Omgerekend: € 20 miljoen mutatie leidt tot 1% verandering in onze solvabiliteit. Om de solvabiliteit wezenlijk te verbeteren moeten ingrijpende maatregelen worden genomen door € 60 tot € 100 miljoen minder te investeren (en dus minder te lenen); of door eigendommen te verkopen of te bezuinigen om zo’n bedrag toe te kunnen voegen aan onze algemene reserve Ter indicatie: het gaat dan om 20 tot 30% van ons balanstotaal. 3. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de boekwaarde van de grondpositie is ten opzichte van de jaarlijkse baten van de gehele gemeente begroting. Gemeenten met gronden met een lage boekwaarde lopen minder risico dan gemeenten met een hoge boekwaarde. In 2022 ligt het kengetal op 19%. Dit kengetal ligt onder de 20% waardoor deze in de minst risicovolle categorie wordt geclassificeerd. In de jaren daarna zakt het kengetal nog verder.
De boekwaarde afgezet tegen de totale baten zegt overigens weinig. Om te kunnen beoordelen of een gemeente goed scoort met haar grondbedrijf, moeten ook afzetprognoses en getroffen voorzieningen beoordeeld worden. Wij doen de
98
beoordeling en bijstelling jaarlijks via het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) en onze accountant beoordeelt deze vanuit zijn verantwoordelijkheid. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening zoals die nu is voorgeschreven moeten we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen delen door de totale baten. Het kengetal moet hierdoor minimaal groter dan 0 zijn, anders duidt dit op een tekort in de structurele ruimte. Het kengetal ligt boven de 0% in 2022 (2,87%). 5. Belastingcapaciteit: woonlasten als percentage van landelijk gemiddelde Bij dit kengetal worden de Doetinchemse woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde afgezet tegen het landelijk gemiddelde tarief van het jaar vóór het begrotingsjaar. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten in Doetinchem dus lager dan gemiddeld in Nederland. Voor 2022 zijn onze tarieven bekend evenals het landelijk gemiddelde tarief voor 2021. Om de kengetallen voor de jaren 2023 en verder te berekenen kunnen we niet anders dan zowel onze tarieven als het landelijk gemiddelde tarief te verhogen met het prijsindexcijfer.
Het percentage blijft hierdoor steeds hetzelfde. De lokale belastingdruk is 100% t.o.v. het verwachte landelijke gemiddelde. Wat moeten we doen om de onbenutte belastingcapaciteit te verbeteren? Het gaat om de woonlasten: OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Aanpassingen van deze belastingen beïnvloeden het percentage van de belastingcapaciteit. Het veranderen of vervallen van de hondenbelasting heeft geen invloed op dit kengetal.
99