2021-47 Bijlage Onderzoeksverslag evaluatie armoede beleid 2018 2022.pdf
Tekst van het document
23
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
5. Uitvoering van het beleid In de voorgaande hoofdstukken hebben we een beeld geschetst van de visie en het beleid van de gemeente op het gebied van armoede- en schulddienstverlening. In dit hoofdstuk wordt de uitvoering van het huidige beleid beschreven. De ketenpartners van het armoede- en schulddienstverleningsbeleid hebben een vragenlijst ingevuld en daarnaast zijn er verschillende groepsgesprekken gevoerd met de ketenpartners. Zowel de interviews als de vragenlijst van de ketenpartners zijn verwerkt in dit hoofdstuk. In de gemeente Doetinchem zijn verschillende partijen betrokken bij het armoede- en schulddienstverleningsbeleid betrokken. In eerste instantie is de dit de gemeente en daarnaast zijn dat meerdere (maatschappelijke) organisaties en vrijwilligersorganisaties.
5.1. Doelgroep Het beeld dat de ketenpartners schetsen is dat er een lichte stijging is van het aantal aanmeldingen en dat de doelgroep kampt met steeds zwaardere en complexere problematiek. Ketenpartners verwachten in de (nabije) toekomst echter nog een grote golf van aanmeldingen, als gevolg van de coronacrisis. Tot nu toe zorgt de (grote) overheidssteun er voor dat de stijging in die zin meevalt. De ketenpartners zien bij de doelgroep dat schaamte voor de financiële problemen een grote rol speelt. Door deze schaamte melden mensen met problemen zich vaak (te) laat. De drempel om over de problemen te praten of om hulp te zoeken wordt als ‘te hoog’ ervaren. Er heerst nog steeds een taboe over het onderwerp. Hulp vragen bij de gemeente wordt dan ook als een grote hindernis ervaren. Het label ‘gemeente’ schrikt sommige mensen af. Mensen die zich schamen trekken zich terug en geven vaak geld uit aan status om de armoede en/of schulden te verbloemen, aldus sommige ketenpartners. Een andere reden dat mensen zich soms pas laat melden is volgens de ketenpartners dat het moeilijk is om de juiste informatie op internet te vinden en mensen moeten steeds meer zelf regelen. “De gemeente zou een hulplijn kunnen opzetten waar mensen naartoe kunnen bellen om informatie over de minimaregelingen en schulddienstverlening.
Hierdoor hoeven ze niet zelf alle informatie op te zoeken.” “Mensen zoeken iemand die ze één op één informeel om advies kunnen vragen. Deze hulpverleners zouden de mensen weer door kunnen verwijzen naar maatschappelijke organisaties en/of gemeente.” Ook jongeren hebben steeds grotere problemen en hogere schulden. De schulden escaleren steeds verder, deels door een veranderende maatschappij. Jongeren ervaren steeds hogere normen en standaarden waar zij aan moeten voldoen. Hogere schulden zijn daar – voor sommige jongeren - de prijs van. Een van de redenen hiervoor is dat jongeren moeilijk te bereiken zijn en niet weten waar ze hulp kunnen vinden, met oplopende schulden als gevolg. De ketenpartners maken zich zorgen over de verborgen armoede. De gemeente en ketenpartners hebben immers niet alle inwoners met schulden of financiële problemen in beeld en dat is problematisch: hoe kunnen deze mensen geholpen worden als de gemeente ze niet kent en hoe komen deze mensen wel in beeld? Bij de hulpverlening wordt vaak uitgegaan van eigen kracht. Dit is ook het uitgangspunt van de gemeente, maar een aantal ketenpartners vindt dat het hier knelt. De zelfredzaamheid van deze doelgroep is vaak minimaal. Al met al is er dus een aantal zorgelijke ontwikkelingen waar de gemeente en de ketenpartners op in zullen moeten spelen.
24
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
5.2. Armoede- en schulddienstverleningsbeleid Armoedebeleid Over het algemeen zijn de ketenpartners tevreden over het gemeentelijk armoedebeleid, maar ze geven ook aan dat het niet altijd voor iedereen toereikend is. Zij beoordelen het beleid met een ruime voldoende (cijfer: 7,1) en ook worden de minimaregelingen goed beoordeeld (cijfer: 7,0). De landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen geven inwoners met een laag inkomen een steuntje in de rug. Hierdoor kunnen zij meedoen in de samenleving. Maar als inwoners net buiten de boot vallen, omdat ze net niet aan alle voorwaarden voor ondersteuning voldoen, is dat een groot probleem. Iemand die bijvoorbeeld net een te hoog inkomen heeft om gebruik te kunnen maken van minimaregelingen kan daardoor in de problemen komen. Bijna twee derde van de ketenpartners vindt dat de minimaregelingen van het armoedebeleid bij de doelgroep passen en een derde vindt dat de regelingen gedeeltelijk bij de doelgroep passen. Het Meedoenarrangement wordt door de meeste ketenpartners als zeer positief ervaren. Hierdoor kunnen minima sportieve en culturele activiteiten ondernemen. “De regelingen vervullen een groot deel van de behoeften. Zeker bij kinderen sluiten de regelingen goed aan bij hun behoeften”. Toch benoemen de ketenpartners ook een paar verbeterpunten in het armoedebeleid.
Zij missen bijvoorbeeld een regeling voor de kosten van chronische ziekten en van tandartskosten. De ketenpartners zien een stijging van het aantal mensen dat kampt met hoge zorgkosten die mensen zelf niet kunnen betalen. De gemeente biedt weliswaar een collectieve zorgverzekering aan, maar een aantal ketenpartners is van mening dat deze relatief duur is voor de doelgroep of juist dat de collectieve zorgverzekering niet toereikend genoeg is. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat de collectieve zorgverzekering vaak gunstig is voor chronisch zieken en voor mensen die jaarlijks het volledig eigen risico opmaken, maar dat voor mensen met minder zorgkosten het pakket vaak te uitgebreid en (daardoor) ook te prijzig is. Daarbij komt dat inwoners met een minimuminkomen vaak geen bijzondere bijstand kunnen krijgen voor hun medische kosten. Dit levert vaak problemen op, aldus de ketenpartners. Daarnaast schetsen de ketenpartners het beeld dat het Meedoenarrangement met name op sportieve activiteiten is gericht. Hier maken ouderen weinig tot geen gebruik van, omdat zij niet willen of kunnen sporten. Er is verder een beperkt aanbod van de mogelijkheden. Het aanbod zou beter kunnen, waardoor alle doelgroepen profijt hebben van het Meedoenarrangement. Figuur 5.2.1. Passen de regelingen bij de doelgroep (N=13)
Passen de regelingen bij de doelgroep Ja Armoedebeleid: minimaregelingen
Gedeeltelijk 62%
Nee 38%
0%
Uit de groepsgesprekken met de ketenpartners komt een aantal positieve punten en een aantal verbeterpunten ten aanzien van het minimabeleid naar voren. Positieve punten: Breed pakket van minimaregelingen; Het Meedoenarrangement is een toegankelijke voorziening; Er zijn meerdere voorzieningen die mensen met financiële problemen kunnen helpen.
25
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Verbeterpunten: Bijzondere bijstand: het blijft onduidelijk voor welke kosten er wel of geen verstrekking wordt gedaan; Een aantal ketenpartners is van mening dat de collectieve zorgverzekering prijzig is voor inwoners met een laag inkomen en (relatief) lage zorgkosten; Inwoners kunnen geen verstrekking voor medische kosten vanuit de bijzondere bijstand krijgen. Maar als er gedurende het jaar medische kosten ontstaan, kunnen ze ook geen gebruik meer maken van de collectieve zorgverzekering. Dit leidt tot zorgmijding; De ketenpartners vinden dat de regelingen niet voldoende toegankelijk zijn, omdat de informatievoorziening en aanvraag veelal digitaal plaatsvindt of omdat de informatie en/of aanvraagformulieren moeilijk te begrijpen is. Daardoor vinden de ketenpartners dat een deel van de inwoners wordt uitgesloten van het minimabeleid, omdat ze digitaal niet vaardig zijn; Het Meedoenarrangement is minder geschikt voor ouderen. Schulddienstverleningsbeleid De ketenpartners zijn over het algemeen ook tevreden over het schulddienstverleningsbeleid. Dit beoordelen ze namelijk met een 7,0. Het schulddienstverleningsbeleid sluit aan bij de doelgroep. Er wordt een volledig pakket van dienstverlening aangeboden en dat wordt als positief ervaren. Daarnaast worden er voorlichtingen gegeven op scholen en er is een lespakket ontwikkeld.
In het kader van preventie is dit een goede stap. De ketenpartners zijn blij met de ontwikkelingen op het gebied van vroegsignalering. De gemeente werkt samen met verschillende externe organisaties (zoals de woningbouwvereniging) om mensen met eventuele financiële problemen vroeg te signaleren en te ondersteunen indien nodig. Waar men tegen aan loopt is dat de verwachtingen van de cliënten vaak getemperd moeten worden. Dit staat of valt met goede voorlichting en informatievoorziening. Hier ligt ook nog een verbeterpunt voor de hulpverleners. Zij zouden meer op de hoogte moeten zijn van wat de klant kan verwachten en er moeten geen onrealistische zaken voorgespiegeld worden. Dit Een aantal ketenpartners schetst het beeld dat de cliënten nog beter gemonitord kunnen worden en dat de nazorg van cliënten kan worden geoptimaliseerd. Het komt voor dat cliënten na een hulpvraag uit beeld verdwijnen. Het is dan onduidelijk wat er met hen gebeurd terwijl er dus wel voorzieningen zijn zoals nazorg. Maar dit wordt niet altijd voldoende ingezet. Figuur 5.2.2. Past het schulddienstverleningsbeleid bij de doelgroep (N=13)
Past het schulddienstverleningsbeleid bij de doelgroep Ja
Gedeeltelijk
Schuldhulpverlening: producten en diensten Schuldhulpverlening: vroegsignalering en diensten
Nee
23% 31%
77% 62%
Een aantal positieve punten op een rij: Alle producten van de schulddienstverlening worden in eigen beheer uitgevoerd; Er wordt ingezet op vroegsignalering; Er is maatwerk voor elke inwoner met schulden.
26
8%
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Verbeterpunten: Er moet meer ingezet worden op preventie, waaronder meer informatie en voorlichtingen; Meer samenwerking tussen de verschillende organisaties/ gemeente en persoon met schulden; De gemeente moet pro-actiever worden; Meer gebruik maken van ervaringsdeskundigen.
5.3. Informatievoorziening en hulp vragen De ketenpartners vinden preventie erg belangrijk. Voorkomen is beter dan genezen. Oftewel, voorlichting aan de doelgroep en daarmee voorkomen dat er financiële problemen ontstaan. Daarbij is het van groot belang dat de doelgroep weet waar hij terecht kan voor informatie en ondersteuning. Preventie en informatievoorziening kunnen dus niet zonder elkaar. Een aantal ketenpartners geeft aan dat inwoners soms het armoedebeleid niet kennen. De ketenpartners vinden dan ook dat er meer aandacht nodig is voor de communicatie over het minimabeleid. Tegelijkertijd is de informatie over de minimaregelingen en het aanvragen van de minimaregelingen gedigitaliseerd. Een deel van de inwoners is digitaal niet vaardig en missen daardoor informatie en kunnen niet zelfstandig regelingen aanvragen. Zij zijn afhankelijk van ondersteuning van bijvoorbeeld het fomulierencafé, maar dit is soms al lastig omdat de drempel om hulp te vragen te hoog is. De ketenpartners zijn van mening dat door de digitalisering een deel van de doelgroep wordt uitgesloten van ondersteuning via het minimabeleid. De gemeente zou een hulplijn kunnen opzetten waar mensen naartoe kunnen bellen als ze hulp nodig hebben. Hierdoor hoeven mensen niet zelf alle informatie op te zoeken. Het moet voor de doelgroep veel makkelijker en laagdrempeliger worden om hulp te zoeken en te vragen.
5.4. Samenwerkingen De gemeente Doetinchem kent een groot sociaal veld op het gebied van armoede en schulddienstverlening. Er zijn meerdere gemeentelijke organisaties en maatschappelijke organisaties betrokken bij de doelgroep, die deels dezelfde doelgroep willen bedienen met hun dienstverlening. Mensen die al langer in het sociale veld werken, hebben een samenwerkingsrelatie opgebouwd en hebben daardoor korte(re) lijntjes met andere organisaties. Deze korte lijntjes werken goed, het belang van de cliënt staat voorop. Over het algemeen vinden ketenpartners dat de samenwerking tussen de organisaties goed gaat en dat het doorverwijzen naar de verschillende organisaties ook goed gaat. “Er wordt niet alleen naar de hulpvraag gekeken, maar ook naar het verhaal erachter.” Door deze samenwerkingen zijn klanten soms iets eerder geholpen. Mensen zijn nu bijvoorbeeld vaak minder lang afhankelijk van de Voedselbank omdat de problemen breder worden opgelost. Dit komt bijvoorbeeld door de inzet van de buurtcoach. De Buurtcoach doet niet alleen de indicatie voor de Voedselbank, maar kijkt ook of er meer problemen spelen. Ondanks dat de meeste ketenpartners elkaar kennen, is het niet altijd duidelijk wie wat doet. Sommige geïnterviewden missen een sociale kaart waarop alle mogelijke paden op zijn aangegeven. Niet iedereen heeft het overzicht over alle lijntjes en organisaties.
Er is daarnaast ook geen regulier overleg tussen de verschillende ketenpartners en de gemeente in zijn totaliteit. Bij het Buurtplein is er regelmatig verloop van medewerkers. Dit wordt door de cliënten, maar ook door de ketenpartners soms als lastig ervaren. Voor de cliënten verhoogt dit soms de drempel om hulp te vragen, omdat ze bij een nieuwe buurtcoach de problematiek waarmee ze kampen (het verhaal) opnieuw moeten uitleggen. Daarnaast heeft iedere buurtcoach een eigen aanpak van problemen en dit kan als verwarrend worden ervaren. Hierdoor haken mensen af. Het beeld dat de ketenpartners schetsen is dat de doelgroep een (te) hoge drempel ervaart om 27
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
bij de gemeente hulp en ondersteuning te vragen. Soms worden mensen door ketenpartners doorverwezen naar de maatschappelijke organisaties en niet naar de formele kanalen (zoals de gemeente). De reden hiervoor is dat deze organisaties niet onder de noemer “gemeente” vallen, waardoor mensen zich soms wel durven te melden. De formele kanalen worden daarbij niet ingezet. Dit zijn bijvoorbeeld de gemeente en het BvFO. Figuur 5.4.1. Voldoende samenwerking tussen de gemeente en de ketenpartners? (N=12&13)
Is de samenwerking voldoende? Ja
Gedeeltelijk
Tussen de gemeente en ketenpartners
Tussen ketenpartners onderling
Nee
58%
15%
42%
85%
0%
0%
Witte vlekken De ketenpartners hebben nog een aantal punten genoemd dat beter kan in het minimabeleid. Dit zijn punten waar zij zelf of de doelgroep tegen aan lopen: Het aanvragen van de minimaregelingen gebeurt niet ambtshalve. Daarnaast geldt dat bij elke organisatie moet de inwoner zichzelf opnieuw verantwoorden en de bewijsstukken inleveren. Een aanvraag zou binnen de gemeente breder opgepakt kunnen worden. Dit levert minder weerstand op bij de inwoners en kost minder tijd voor de maatschappelijke organisaties en vrijwilligers. “Het continu opnieuw moeten verantwoorden, verhoogt de drempel bij de doelgroep om hulp en ondersteuning te vragen bij de gemeente.” Er zou ondersteuning moeten komen voor het digitaal aanvragen van hulp en ondersteuning. Meer mogelijkheden tot maatwerk bij het Meedoenarrangement en meer ondersteuning voor ZZP’ers bij hun financiële administratie. De nazorg of monitoring van cliënten zou beter kunnen. Mensen verdwijnen na een hulpvraag vaak uit beeld en dan is het onduidelijk wat er met deze mensen gebeurt. Er zijn voorzieningen zoals nazorg, maar dit wordt niet altijd voldoende ingezet. De gemeente/ Buurtplein zouden vaker mensen door kunnen verwijzen naar vrijwilligers Financiële organisatie. Dit gebeurt nu niet altijd.
28
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Bijlage 1. Systematiek Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, waarbij we inzicht verschaffen in de omvang en samenstelling van de armoededoelgroep (naar huishoudens en inkomenscategorieën) en het bereik van de minimaregelingen. De Armoede Index is samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en door ons ontwikkelde kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Belangrijke toevoeging is dat we rekening houden met de vermogens en derhalve op deze wijze alleen inzoomen op de doelgroep die in aanmerking komt voor de minimaregelingen. We gaan hierbij als volgt te werk. -
-
29
In eerste instantie inventariseren we op basis van de door ons bewerkte CBS-informatie hoeveel huishoudens in de gemeente Doetinchem inkomens tot 100%, 110%, 120% en 130% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm) hebben, met geen of een laag eigen vermogen; We geven een overzicht van de inkomensbronnen; Vervolgens wordt voor iedere afzonderlijke groep in kaart gebracht hoe de huishoudsamenstelling is en om hoeveel kinderen tot 18 jaar het gaat; Dit overzicht vullen we aan met gemeentelijke getallen over het gebruik van de minimaregelingen in 2019 (Individuele Inkomenstoeslag, Kwijtschelding gemeentelijke belastingen, Participatieregelingen, Kindpakket, en eventuele overige inkomensondersteunende regelingen).
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Bijlage 2: Ketenpartners De ketenpartners van het armoede- en schulddienstverleningsbeleid zijn betrokken bij het onderzoek. Aan de hand van een vragenlijst en groepsgesprekken is gevraagd hoe het huidige beleid wordt uitgevoerd, hoe zij het huidige beleid beoordelen en waar zij ruimte zien voor verbetering. Voor dit onderzoek zijn de volgende ketenpartners betrokken geweest:
30
Bureau voor Financiële Ondersteuning Buurtplein Laborijn UWV Platform Armoedebestrijding Doetinchem Voedselbank Sociale Raad Stadskamer Iriszorg Gasthuisfonds RMC – LerenWerkt Stichting Present Stichting Jongeren Opvang Doetinchem.
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Bijlage 3: Gemeentelijke regelingen In deze bijlage worden de gemeentelijke regelingen weergegeven. Met daarbij de bijbehorende voorwaarden.
B3.1 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding gemeentelijke belastingen aanvragen voor de afvalstoffenheffing, onroerendezaakbelasting en rioolheffing. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. In 2019 is aan 2.121 huishoudens kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verstrekt. Dit is een bereik van 92 procent onder de primaire doelgroep. Bij andere gemeenten vinden we meestal een bereik tussen 70 en 75 procent, het bereik in de gemeente Doetinchem ligt daar aanzienlijk boven. Tabel 5.4.2 Bereik kwijtschelding gemeentelijke belastingen Categorie Doelgroep Gebruik kwijtschelding Percentage bereik
2.300 2.121 92%
B3.2 Bijzondere bijstand De bijzondere bijstand in de gemeente Doetinchem is erop gericht op het ondersteunen van inwoners die bijzondere, noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen. Deze kosten worden volledig vergoed aan inwoners met een inkomen tot 100 procent Wsm; bij een inkomen hoger dan 100 procent Wsm wordt draagkracht berekend 17. In 2019 hebben 819 huishoudens één of meerdere verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand gekregen. Dit is een bereik van 36 procent onder de primaire doelgroep (huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm). Dit ligt iets boven het gemiddelde bereik dat we vinden in andere gemeenten (30 à 35 procent). Tabel 5.4.3 Bereik bijzondere bijstand Categorie Doelgroep Gebruik bijzondere bijstand Percentage bereik
2.300 819 36%
B3.3 Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van Menzis. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. In 2019 maakten 2.851 volwassenen gebruik van de collectieve zorgverzekering. Met elkaar vormen deze personen 2.376 huishoudens 18. Dit komt neer op een bereik van 66 procent onder de doelgroep. Het bereik van de zorgverzekering ligt bij veel andere gemeenten (50.000 tot 100.000 inwoners) rond de 40 tot 45 procent. Het bereik in de gemeente Doetinchem ligt dus aanzienlijk hoger.
17 Bij een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm moet 10 procent van het inkomen boven de
bijstandsnorm worden ingezet als draagkracht. Bij een inkomen tussen 120 en 150 procent Wsm wordt 50 procent van het extra inkomen boven de bijstandsnorm als draagkracht genomen. 18 Gemiddeld wonen er 1,2 volwassenen in een minimahuishouden.
31
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Tabel 5.4.4 Bereik collectieve zorgverzekering Categorie Doelgroep Gebruik collectieve zorgverzekering Percentage bereik
3.600 2.376 66%
B3.4 Meedoenarrangement Inwoners van de gemeente Doetinchem met een inkomen tot 120 procent Wsm19 kunnen gebruikmaken van het Meedoenarrangement. Vanuit dit arrangement krijgen zij een jaarlijks tegoed om te besteden aan sportieve, culturele en educatieve activiteiten. Dit tegoed bestaat uit punten die minima kunnen besteden in een webwinkel. In 2019 hebben 1.721 volwassenen gebruikgemaakt van het Meedoenarrangement. Dit betekent een bereik van 49 in de doelgroep van huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Bij andere gemeenten vinden we bij vergelijkbare regelingen gemiddeld een bereik van 40 à 45 procent, het bereik van het Meedoenarrangement ligt hier dus iets boven. Tabel 5.4.5 Bereik Meedoenarrangement volwassenen Categorie Doelgroep volwassenen Gebruik Meedoenarrangement volwassenen Percentage bereik
4.320 2.130 49%
Kinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm kunnen (via hun ouders) zelf ook een tegoed krijgen voor het Meedoenarrangement. In 2019 hebben 1.237 kinderen een tegoed hiervoor gekregen. Dit betekent een bereik van 84 procent onder de (geschatte) doelgroep van kinderen tot 120 procent Wsm. Dit ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bereik dat we bij andere gemeenten zien (45 à 50 procent). Tabel 5.4.6 Bereik Meedoenarrangement kinderen Categorie Doelgroep (kinderen) Gebruik Meedoenarrangement kinderen Percentage bereik
1.480 1.237 84%
B3.5 Compensatieregeling meerkosten chronisch zieken/ gehandicapten In de gemeente Doetinchem kunnen mensen met een chronische ziekte of handicap een tegemoetkoming ontvangen voor noodzakelijke (bijzondere) zorgkosten. Hierbij gelden dezelfde regels als bij de bijzondere bijstand. De hoogte van de vergoeding kan per situatie verschillen. Als op grond van de Wmo wordt vastgesteld dat iemand moet verhuizen vanwege zijn of haar chronische ziekte of handicap, dan kunnen de verhuiskosten eveneens worden vergoed vanuit deze regeling. In 2019 hebben 821 personen gebruikgemaakt van deze regeling. De grootte van de doelgroep van deze regeling kan niet worden bepaald omdat we niet over cijfers beschikken over het aantal chronisch zieken en gehandicapten in de gemeente. Hierdoor kunnen we ook geen inschatting geven over het bereik. 19 Vanaf 2021 kunnen kinderen jonger dan 18 jaar uit een gezin met een inkomen tot 130 procent Wsm
gebruikmaken van het Meedoenarrangement (was 120 procent Wsm). Hun ouders kunnen hier dan echter geen gebruik meer van maken.
32
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Bijlage 4: Enquête: B4.1 Kenmerken respondenten In dit hoofdstuk geven we een aantal kenmerken van de respondenten van de enquête weer. Het grootste deel van respondenten is tussen de 46 en 66 jaar en meer dan de helft van de respondenten woont alleen Van alle respondenten is 44 procent tussen de 46 en 66 jaar oud. 31 procent is 66 jaar of ouder. 57 procent van de respondenten is alleenstaand, 18 procent woont met thuiswonende kinderen. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten met name dat zij in een instelling of verzorgingstehuis wonen. Figuur B4.1.1 Leeftijd & woonsituatie (N=551)
Leeftijd
Woonsituatie Ik woon alleen
3%
18 t/m 26 jaar 7% 22%
31%
6%
Alleenstaand met thuiswonende kinderen
27 t/m 45 jaar Samenwonend zonder thuiswonende kinderen
19% 46 t/m 65 jaar
57% 11%
44% 66 jaar of ouder
Samenwonend met thuiswonende kinderen Anders, namelijk:
Eén op de vijf respondenten heeft moeite met lezen en schrijven Bijna één op de vijf respondenten (19 procent) heeft moeite met lezen en schrijven. Daarnaast heeft 12 procent moeite met Nederlands praten en verstaan. Ruim de helft van de respondenten die moeite heeft met lezen en schrijven heeft eveneens moeite met Nederlands praten en verstaan. Figuur B4.1.2 Taalproblemen (N=458 & N=454)
Ik heb moeite met lezen en schrijven.
Ik heb moeite met Nederlands praten en verstaan.
33
19%
12%
81%
88%
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
De coronacrisis leidt vooral tot zorgen over de toekomst De respondenten is gevraagd welke invloed de coronacrisis heeft gehad op hun financiële situatie. Bijna driekwart van de respondenten maakt zich door de coronacrisis meer zorgen over de toekomst van hun kinderen en 64 procent maakt zich meer zorgen over hun toekomst. Ook stelt 61 procent dat hun kans op een baan door de coronacrisis (nog) kleiner is geworden. Figuur B4.1.3 Door de coronacrisis… (N=195 ~ N=422) … maak ik mij meer zorgen over de toekomst van mijn kinderen.
72%
… maak ik mij meer zorgen over mijn toekomst.
64%
… is mijn kans op een baan (nog) kleiner geworden.
34
61%
… heb ik extra kosten (zoals mondkapjes) die ik niet kan betalen.
38%
… heb ik minder geld uitgegeven.
36%
… is mijn financiële situatie verslechterd.
35%
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
B4.2 Enquête: Hulp van de gemeente De meeste respondenten weten dat zij bij de gemeente terechtkunnen Ruim driekwart van de respondenten weet dat de gemeente hen kan helpen bij hun schulden en twee derde wist dat de gemeente hen kon helpen om rond te komen. Wel is te zien dat minder respondenten weten hoe zij de gemeente om hulp kunnen vragen dan dat zij de gemeente om hulp kunnen vragen: 65 procent weet hoe zij de gemeente om hulp kan vragen bij schulden, 55 procent weet hoe zij de gemeente om hulp kunnen vragen om rond te komen. Figuur B4.2.1 Stellingen gemeente (N=393 ~ 440) Ik weet dat de gemeente mij kan helpen als ik schulden heb.
77%
Toen ik (extra) hulp nodig had om rond te kunnen komen, wist ik dat de gemeente mij hier bij kon helpen.
67%
Ik weet hoe ik de gemeente om hulp kan vragen als ik hulp bij schulden nodig heb.
65%
Het is makkelijk om hulp te vragen bij de gemeente
63%
Toen ik (extra) hulp nodig had om rond te kunnen komen, wist ik hoe ik de gemeente om hulp kon vragen.
55%
De meeste respondenten weten via de buurtcoach dat zij bij de gemeente terechtkunnen Een derde (34 procent) van de respondenten wist via hun buurtcoach dat de gemeente hen kon helpen toen zij niet goed rond konden komen, 22 procent wist dit via familie, vrienden of kennissen. Een op de vijf respondenten wist niet dat de gemeente hen kon helpen. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten voornamelijk hun bewindvoerder of een hulpverlener van bijvoorbeeld IrisZorg. Figuur B4.2.2 Hoe wist u dat u bij de gemeente moest zijn? (N=558) Via Buurtplein/ de buurtcoach
34%
Via familie, vrienden of kennissen
22%
Zelf opgezocht
13%
Via de website van de gemeente
8%
Via een medewerker van de gemeente
7%
Via Laborijn
7%
Via een folder van de gemeente
4%
Via de gemeentepagina in het Doetinchems Vizier
4%
Via het Bureau voor Financiële Ondersteuning
3%
Dat wist ik niet Dat weet ik niet meer Anders, namelijk:
35
20% 8% 17%
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
De meeste respondenten zoeken informatie zelf op Als respondenten informatie nodig hebben over de gemeentelijke regelingen, dan zoekt 40 procent deze informatie zelf op via internet. Ruim een derde (36 procent) belt of mailt de gemeente. Figuur B.4.2.3 Wat doet u als u informatie nodig heeft over de regelingen? (N=558) Ik zoek de informatie zelf op via internet
40%
Ik bel naar de gemeente of stuur een e-mail
36%
Ik vraag mijn contactpersoon/consulent
29%
Ik vraag familie, vrienden of kennissen Ik kijk in de folders
22% 6%
Anders, namelijk:
14%
Ruim 40 procent van de respondenten leest de gemeentepagina in de lokale krant Van alle respondenten leest 41 procent de gemeentepagina in de lokale krant, het Doetinchems Vizier. Echter, slechts 10 procent van de respondenten die de gemeentepagina leest, wist via de gemeentepagina dat de gemeente hen kon helpen bij hun financiële situatie. Ter vergelijking: 12 procent van de respondenten die de gemeentepagina lezen wisten helemaal niet dat de gemeente hen kon helpen. Figuur B4.2.3 Leest u de gemeentepagina in het Doetinchems Vizier? (N=551) Ja
Nee, maar die ontvang ik wel
41%
36
Nee en die ontvang ik ook niet
30%
29%
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
B4.3 Enquête: Regelingen Bijna alle respondenten zijn bekend met het Meedoenarrangement Van alle regelingen is het Meedoenarrangement het meest bekend en gebruikt: 90 procent van de respondenten kent deze regeling, 80 procent maakt er ook gebruik van. 88 procent is bekend met de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, driekwart maakt gebruik van deze regeling. De bijzondere bijstand is bij meer dan de helft van de respondenten bekend, hoewel iets meer dan een kwart deze regeling gebruikt. Schulddienstverlening en de compensatieregeling zorgkosten zijn bij minder dan de helft van de respondenten bekend. Deze regelingen zijn voor een specifieke doelgroep, dit verklaart voor een deel dat de bekendheid en gebruik iets lager is. Figuur B4.3.1 Gebruik en bekendheid minimaregelingen (N=396 ~ N=524)
Gebruikt u de regelingen? Ja
Nee, maar ken ik wel
Nee
Meedoenarrangement
80%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
75%
Collectieve zorgverzekering
67%
Bijzondere bijstand
28%
Schulddienstverlening van BvFO
23%
Compensatieregelingen Zorgkosten
19%
10% 10% 13% 16%
28% 17% 18%
12% 17%
44% 60% 63%
Respondenten zijn tevreden over de regelingen die zij gebruiken De respondenten die één of meerdere regelingen gebruiken is gevraagd naar hun mening over en de effecten van de regelingen. 82 procent van de respondenten vindt dat de regelingen passen bij wat zij nodig hebben. Voor zo’n driekwart van de respondenten zorgen de regelingen ervoor dat zij wat extra’s kunnen doen om mee te kunnen doen aan de samenleving. 14 procent van alle respondenten heeft thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar. Van deze respondenten geeft 86 procent aan dat zij door de regelingen iets extra’s kunnen doen voor hun kinderen, 83 procent vindt dat de regelingen passen bij wat hun kinderen nodig hebben om mee te kunnen doen aan de samenleving. Iets meer dan de helft (52 procent) geeft aan dat de regelingen voldoende van de kosten vergoeden.
37
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
Figuur B4.3.2 Stellingen regelingen (N=6520 ~ N=427) Door de regelingen kan ik wat extra’s doen voor mijn kinderen zodat ze mee kunnen doen in de samenleving.
86%
De regelingen van de gemeente passen bij wat mijn kinderen nodig hebben om mee te kunnen doen in de samenleving.
83%
De regelingen van de gemeente passen bij wat ik nodig heb om mee te kunnen doen in de samenleving.
82%
Door de regelingen kan ik wat extra’s doen voor mijzelf om mee te kunnen doen in de samenleving.
74%
De gemeente biedt voldoende regelingen.
70%
Door de regelingen heb ik minder zorgen over geld.
61%
Het bedrag van de regelingen is voldoende voor de kosten die ik maak.
52%
Respondenten zijn tevreden over het aanvragen van de regelingen De respondenten die één of meerdere regelingen gebruiken is gevraagd wat zij vonden van het aanvragen van de regelingen. Hierbij geeft 84 procent aan dat zij de vragen op het formulier begrijpen, 78 procent weet dat zij de regelingen digitaal aan kunnen vragen. Iets minder dan de helft (49 procent) kan de regelingen zonder hulp aanvragen. Figuur B4.3.3 Stellingen aanvraag regelingen (N=367 ~ N=441)
Ik begrijp de vragen op het aanvraagformulier.
84%
16%
Ik weet dat ik de regelingen digitaal kan aanvragen.
78%
22%
Mijn aanvraag werd snel behandeld.
77%
23%
Ik kan de regelingen aanvragen zonder hulp.
49%
51%
Toelichting over de regelingen en het aanvragen De respondenten konden een toelichting geven bij hun antwoorden op de vragen over de regelingen. Het grootste deel van deze toelichtingen gaan over het aanvragen van de regelingen. Deze respondenten geven voornamelijk aan dat de aanvraag door iemand anders is geregeld (zoals de bewindvoerder), dat zij hulp nodig hadden bij de aanvraag en dat zij de
20 De stellingen over het effect van de regelingen voor kinderen zijn gemeten onder een relatief kleine
groep van 77 respondenten met thuiswonende kinderen van 18 jaar. De antwoorden op deze stellingen betreffen respondenten van deze groep die één of meerdere regelingen hebben gebruikt.
38
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
regelingen niet digitaal aan kunnen vragen. Andere respondenten lichten toe dat de aanvraag hen makkelijk af ging. Het andere deel van deze toelichtingen gaat over de regelingen. Respondenten lichten hier toe dat zij de regelingen niet kennen of kenden en hier graag meer informatie over willen. Andere respondenten stellen dat de bestaande regelingen niet altijd toereikend zijn. Hieronder volgen een aantal van deze toelichtingen.
“Als ik een aanvraag wil doen bij de gemeente vraag ik familie om hulp.” “Mijn bewindvoerder regelt mijn aanvragen voor regelingen.” “Mijn begeleider helpt mij bij het aanvragen, omdat ik het niet goed begrijp.” “Ik weet dat het aanvragen online kan, maar heb er te weinig verstand van.” “Voor het Meedoenarrangement moet je documenten digitaal bijvoegen, als je deze apparaten niet hebt moet je altijd bij anderen om hulp vragen. Het zou beter zijn als je gewoon kopieën kunt maken en opsturen met een aanvraagformulier op papier.” “Ik ben bekend met de kwijtschelding van de gemeente belastingen en het Meedoenarrangement, verder wist ik niet dat er meer opties zijn. “ “Het duurt vaak lang voordat je antwoord krijgt van de gemeente en de regelingen zijn te beperkt. Ik kan nog steeds niet sporten, omdat daar geen geld voor is.” “Meedoen met weinig geld is lastig. Je moet kiezen: of naar de kapper of schoenen kopen of gezond eten.” “Ik weet niks van de regelingen en hoe ik dat in werking moet zetten.”
39
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
B4.4 Enquête: Schulden De meeste respondenten lenen nooit geld van familie en vrienden 70 procent van de respondenten leent nooit geld van familie en vrienden om rekeningen te kunnen betalen. Van de respondenten die dit wel doen, doen de meesten dit soms. Figuur B4.4.1 Geld lenen van familie en vrienden (N=542) 2% 6% Ja, vaak 22%
70%
Ja, regelmatig Ja, soms Nee
De meeste respondenten zouden naar de gemeente gaan als zij financiële problemen hebben Driekwart van de respondenten zouden naar de gemeente gaan om hulp te vragen, zodra zij het overzicht over hun financiën kwijt zijn. Eveneens 74 procent zou dit doen op het moment dat zij hun vaste lasten niet meer kunnen betalen. Iets meer dan de helft (51 procent) vindt het vervelend dat zij naar het Stadhuis moeten om hulp te krijgen bij hun schulden. Daarnaast durft 31 procent zich niet bij de gemeente te melden en zou een kwart van de respondenten nooit om hulp vragen bij hun schulden. Figuur B4.4.2 Wanneer naar de gemeente met schulden? (N=245 ~ N=324)
Wanneer zou u naar de gemeente gaan voor hulp bij schulden? Zodra ik het overzicht over mijn geldzaken kwijt ben. Pas als ik mijn vaste lasten (water, elektriciteit, internet) niet meer kan betalen.
74% 74%
Pas als ik uit huis gezet wordt of dreig te worden.
57%
Pas als mijn familie, vrienden of kennissen mij niet (meer) kunnen helpen.
54%
Pas als ik meerdere schulden heb.
53%
Ik vind het vervelend dat ik naar het Stadhuis moet om hulp te kunnen krijgen. Ik durf me niet te melden bij de gemeente met mijn financiële problemen. Ik zou nooit om hulp vragen bij mijn schulden.
40
51% 31% 25%
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
30 procent van de respondenten heeft momenteel schulden Eén op de vijf respondenten heeft meer dan € 1.000 schuld. Van de respondenten met schulden heeft ruim driekwart al langer dan een jaar schulden Figuur B4.4.3 Heeft u schulden? & Hoe lang heeft u schulden? (N=547 & N=162)
Schulden? 5%
Ja, minder dan €500
Korter dan 3 maanden
6%
6%
7% 19%
70%
Hoe lang schulden?
Ja, tussen €500 en €1.000
11%
Ja, meer dan €1.000
Tussen 3 en 6 maanden Tussen 6 maanden en een jaar
76% Nee
Langer dan een jaar
De meeste respondenten met schulden krijgen hier hulp bij, met name van het BvFO Van de respondenten met schulden krijgt 68 procent hulp bij hun schulden; 28 procent krijg hulp van het BvFO, 17 procent krijgt hulp van een bewindvoerder. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten dat zij hulp krijgen van een bewindvoerder, de buurtcoach of de kredietbank. Figuur B4.4.4 Krijgt u hulp bij schulden? (N=161) Ja, van het BvFO
28%
Ja, van een bewindvoerder
17%
Ja, van Buurtplein/ de buurtcoach
6%
Ja, van familie of vrienden
4%
Ja, van een Vrijwilliger Financiële Ondersteuning
1%
Ja, van de uitkeringsinstantie
1%
Ja, van een Vrijwilliger Financiële Ondersteuning
1%
Anders, namelijk:
11%
Een kwart van de respondenten met schulden krijgt geen hulp bij hun schulden omdat zij hun problemen zelf willen oplossen, 8 procent krijgt geen hulp bij hun schulden maar zou dit wel graag willen. Figuur B4.4.5 Geen hulp bij schulden (N=161)
Geen hulp Nee, ik los mijn problemen zelf op Nee, ik krijg geen hulp, maar ik zou wel graag hulp willen
41
25% 8%
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
De meeste respondenten hadden langer dan een jaar schulden voordat zij hulp kregen Bijna twee derde (63 procent) van de respondenten die nu hulp krijgen bij hun schulden had al langer dan een jaar schulden voordat zij deze hulp kregen. 13 procent kreeg binnen 3 maanden hulp bij hun schulden. Figuur B4.4.6 Hoe lang schulden voordat u hulp kreeg? (N=105) Korter dan 3 maanden 13% 11% 13%
63%
Tussen 3 en 6 maanden Tussen 6 maanden en een jaar Langer dan een jaar
Toelichting schulden Respondenten konden hun antwoorden op de vragen over schulden toelichten. Hierbij lichten de meeste respondent toe hoe hun schulden zijn ontstaan, andere respondenten lichten toe waarom zij wel of niet (eerder) om hulp bij hun schulden vroegen. Veelgenoemde redenen hiervoor zijn schaamte, het zelf willen oplossen en het niet weten of en hoe zij hier hulp bij konden krijgen. Hieronder volgt een aantal van deze toelichtingen.
“Ik had al heel lang schulden voordat ik wist dat ik hulp kon krijgen. En het duurde toch nog meer dan een jaar voor dat alles was geregeld.” “Ik heb eerst geprobeerd mijn schulden zelf op te lossen met rechtszaken.” “Toen mijn schulden op begonnen te lopen heb ik vrijwillig om beschermingsbewind gevraagd.” “Ik heb schulden van over de 5 jaar oud omdat ik eerst hulp geweigerd heb en het ontkende omdat ik me er voor schaamde!” “Ik was zwaar depressief. Mijn financiën waren op dat moment geen prioriteit, net als om hulp vragen.” “Ik had eerst geen hulp omdat ik niet wist wat ik moest doen, ik had namelijk een eigen zaak en daar ging het mis. Ik ben via mijn dochter in contact met mijn bewindvoerder gekomen en die heeft mij geholpen met wat ik moest doen en heeft er voor gezorgd dat ik onder bewind kwam te staan.”
42
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
B4.5 Enquête: Hulp vragen Respondenten vinden het vooral vervelend dat bekenden weten dat zij weinig geld hebben Ruim de helft van de respondenten (55 procent) vindt het vervelend dat mensen in hun omgeving weten dat zij weinig geld hebben. Dat de gemeente weet van hun financiële problemen vinden respondenten minder vervelend. Een op de drie respondenten met schulden vindt het vervelend dat de gemeente weet dat zij schulden hebben. Van alle respondenten vindt 29 procent het vervelend dat de gemeente weet dat zij weinig geld hebben, een kwart schaamt zich ervoor dat zij minimaregelingen gebruiken. Figuur B4.5.1Stellingen financiële situatie (N=152 ~N=448) Ik vind het vervelend dat mensen in mijn omgeving weten dat ik weinig geld heb.
55%
45%
Ik vind het vervelend dat de gemeente weet dat ik schulden heb.
34%
66%
Ik vind het vervelend dat de gemeente weet dat ik weinig geld heb.
29%
71%
Ik schaam me ervoor dat ik regelingen van de gemeente gebruik.
25%
75%
Toelichting stellingen financiële situatie Als toelichting bij de stellingen over hun financiële situatie geven respondenten aan waarom zij zich wel of niet schamen voor hun financiële situatie. Hieronder volgt een aantal quotes van respondenten hierover. “Als een instantie weet dat ik schulden heb, dan vind ik dat niet erg. Mochten wij door deze situatie hulp krijgen om het op te lossen, dan hebben wij er baat bij.” “Het is juist zeer prettig om te weten dat er instanties zijn zoals de gemeente die willen helpen op het moment dat het fout dreigt te gaan. Schaam je niet om hulp te vragen, de drempel is misschien hoog, maar je bent niet de enige.” “Ik vind het best vervelend dat ik schulden heb, maar ik heb er alles aan gedaan om een oplossing te vinden. Alleen kwam ik er niet uit, dus ik ben blij dat ik een bewindvoerder heb gevonden die mij kon helpen.” “ik zie geen reden om me schuldig te voelen. Iedereen kan in een specifieke situatie in de schulden komen.” “Ik weet niet of ik me ervoor schaam dat ik de regelingen gebruik, maar ik denk dat een ander het altijd beter kan gebruiken. En ik vind het jammer dat ik het zover heb laten komen dat de gemeente mij moet helpen.” “Ik schaam me het meest naar mijn kinderen en mijn familie. Ik heb mijn kinderen niks tot weinig te bieden waardoor ik me nog meer schaam. Dit heeft te maken met trots.
Ik kan langer dan een jaar bijna niks leuks doen met mijn kinderen. Laat staan een dagje uit of vakantie.” “Je wil graag onafhankelijk zijn, indien mogelijk.”
43
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
B4.6 Enquête: Preventie De respondenten is gevraagd wat de gemeente zou kunnen doen om te voorkomen dat mensen in financiële problemen komen. Bij deze vraag hebben 232 respondenten (42 procent) een antwoord gegeven. Van deze respondenten vindt 8 procent dat de gemeente al genoeg doet of dat het voorkomen van financiële problemen geen taak voor de gemeente is. De andere respondenten geven tips over hoe de gemeente financiële problemen kan voorkomen. Van deze 232 respondenten vindt 31 procent dat de gemeente financiële problemen kan voorkomen door inwoners financieel tegemoet te komen. Dit kan bijvoorbeeld door meer regelingen en vergoedingen aan te bieden, door de voorwaarden en inkomensgrenzen van de bestaande regelingen ter verruimen of door kosten (zoals de gemeentelijke belastingen en andere vaste lasten) te verlagen. 20 procent van de respondenten die een tip heeft om problemen te voorkomen vindt dat de gemeente de informatie over de regelingen en andere ondersteuning beter moet verspreiden. Dit kan volgens de respondenten door meer voorlichting te geven over de mogelijkheden, door folders met informatie neer te leggen op vindbare plekken (zoals bij Buurtplein) en door inwoners proactief (bijvoorbeeld met een brief) op de hoogte te brengen van de regelingen. 17 procent van deze respondenten vindt dat de gemeente inwoners met financiële problemen beter kan behandelen.
Deze respondenten noemen dat medewerkers van de gemeente vriendelijker kunnen zijn en meer inlevingsvermogen en begrip kunnen tonen. Een aantal respondenten noemt dat de gemeente meer tijd voor hen kan nemen en maar aandacht kan hebben voor hun situatie. Zo’n 11 procent vindt dat de gemeente inwoners beter kan begeleiden, met name in het leren omgaan met geld en het vinden van werk. Respondenten noemen hierbij ook dat het beter is om te oorzaak van de problemen op te lossen dan de gevolgen. 9 procent van de respondenten vindt dat de gemeente meer kan inzetten op vroegsignalering, bijvoorbeeld door sneller in te grijpen als er sprake is van betalingsachterstanden. Als laatste noemt zo’n 5 procent dat de gemeente de drempels tot hulpverlening kan verlagen, zoals door de gemeente bereikbaarder en toegankelijker te maken. Hieronder volgt een aantal van de tips die de respondenten geven.
44
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
“De gemeentelijke belastingen zijn erg hoog voor iemand met een inkomen van € 1.100.” “Misschien kan de gemeente nog andere regelingen aanbieden, bijvoorbeeld extra hulp met school voor de kinderen en meer mogelijkheden in het Meedoenarrangement.” “Proactief informeren welke regelingen bestaan en eventueel van toepassing zijn. Veel regelingen zijn prima middelen voor financiële en sociale ondersteuning.” “Meer voorlichting over mogelijkheden om schulden aan te pakken, bijvoorbeeld folder neerleggen bij Buurtplein en de Stadskamer en een link op gemeentewebsite.” “Meer maatwerk, behandel burgers niet als verdachten. Kijk naar de situatie en niet alleen maar regels. Neem de verantwoordelijkheid als iets fout gaat.” “De vraag bij de juiste consultent neer leggen en niet elke keer een ander aan wie je het weer uit moet gaan leggen.” “De mensen bijbrengen hoe ze om moeten gaan met geld.” “Sneller actie ondernemen door het geheel over minder schijven te laten gaan.
Er moet teveel gecommuniceerd worden voor dat er ergens wat geregeld kan worden en dat kost kostbare tijd.” “De gemeente moet niet afwachten totdat iemand zich meldt, alle gegevens zijn bekend en als iemand in de gevarenzone komt moet de gemeente direct ingrijpen en ondersteuning bieden.” “De gemeente kan laagdrempelig zijn zodat de financiële situatie niet uit de hand loopt.” “Makkelijkere toegang voor de ouderen, minder digitaal.”
45
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
B4.7 Enquête: Contact De respondenten zijn over het algemeen tevreden over het contact met de gemeente Meer dan de helft van de respondenten is tevreden over het contact dat zij hebben met de gemeente. Zo vindt 68 procent de medewerkers vriendelijk en voelt 62 procent zich serieus genomen door de medewerkers. Bij vrijwel alle stellingen is telkens een klein deel (5 tot 11 procent) van de respondenten het met de stelling oneens. De enige uitzondering is dat iets minder dan de helft van de respondenten (48 procent) weet bij wie zij moeten zijn als zij een vraag hebben over de regelingen; 21 procent is het niet eens met deze stelling en weet dus niet waar zij terecht moeten met hun vraag. B4.7.1 Stellingen contact gemeente (N=495 ~ 505) (Helemaal) mee eens
Neutraal
(Helemaal) niet mee eens
De medewerkers zijn vriendelijk.
68%
27%
5%
De medewerkers nemen mij serieus.
62%
31%
7%
De medewerkers geven goed antwoord op mijn vragen.
61%
32%
7%
De medewerkers komen hun afspraken na.
60%
33%
7%
De medewerkers leggen alles goed uit.
59%
33%
8%
De gemeente is telefonisch goed bereikbaar.
57%
32%
11%
Ik weet bij wie ik moet zijn bij vragen over de regelingen van de gemeente.
48%
31%
21%
Toelichting contact Hieronder volgen een aantal quotes waarin respondenten hun antwoorden toelichten. “Ik heb geen problemen als ik hulp nodig heb van de gemeente. Ik maak er geregeld gebruik van.” “Er zijn goede duidelijke afspraken gemaakt, het is goed geregeld.” “Ik word heel goed en prettig geholpen door mijn buurtcoach, altijd vriendelijk en goed bereikbaar.” “Als ik vragen heb weet ik dat ik altijd mijn contactpersoon kan vragen.” “Ik vind het vervelend dat de gemeente alleen in de ochtend bereikbaar is.” “Ik word vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Ik word niet serieus genomen.” “De gemeente spreekt met woorden en vaktaal die ik niet begrijp en die voor hun normaal is.” “Soms moet ik een buurtcoach of iemand anders hebben in plaats van de gemeente. Veel is niet duidelijk omdat er geen overzicht is.”
46
Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem
versie 1.1
B4.8 Enquête: Tips en adviezen Aan het eind van de vragenlijst kregen respondenten de gelegenheid om tips en adviezen te geven voor het minimabeleid van de gemeente. Hierbij hebben 174 respondenten (32 procent) tips en adviezen gegeven. Daarnaast geven 17 respondenten hier aan tevreden te zijn over de gemeente en de regelingen. De tips en adviezen zijn grofweg in te delen in de volgende categorieën:
Een verandering in de minimaregelingen, door meer of andere regelingen en vergoedingen aan te bieden, door de voorwaarden van de regelingen te verruimen en door het aanvragen makkelijker te maken (109 respondenten);
Het verbeteren van het contact met de gemeente, met duidelijkere brieven en informatie en meer vriendelijkheid en betrokkenheid bij de inwoners (32 respondenten);
Meer informatie verstrekken en voorlichting geven over de regelingen, en deze informatie (pro)actief verspreiden onder de doelgroep (25 respondenten);
Het zo veel mogelijk verlagen van de drempel om de gemeente om hulp te vragen, bijvoorbeeld door mensen actief hulp aan te bieden, het liefst in persoon, en door meer ervaringsdeskundigen in te zetten (8 respondenten).
Hieronder volgt een aantal van deze tips en adviezen.
“Breid het Meedoenarrangement uit. Geef mensen met een uitkering automatisch kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, ook als ze een uitkering van het UWV krijgen. Bezuinig niet op de Wmo, mensen hebben deze ondersteuning echt nodig.” “Het zou fijn zijn als er bij het Meedoenarrangement ook de mogelijkheid was om te kiezen voor cadeaubonnen voor supermarkten of een VVV-bon. Het is leuk dat je een creatieve cursus kunt volgen maar daar komen altijd extra kosten bij voor bijvoorbeeld materialen en dat geld heb je dan weer niet dus is meedoen dan geen optie!” “Een financiële compensatie aanschaf een bril, gehoortoestel of laptop, vooral voor schoolgaande kinderen.” “De gemeente moet het belang van telefonisch contact inzien. Vooral voor mensen van mijn leeftijd. Menselijk contact is super belangrijk!!” “De medewerkers bij de gemeente moeten meer mens zijn!” “Niet alles digitaal maken, ook op papier. Ik heb door hersenbloeding moeite met computer. Ik hoef geen computer te kopen voor contact met overheid.” “De informatie makkelijker en toegankelijk maken over wat de gemeente precies kan bieden.” “Soms moet je er via-via achter komen dat er bepaalde regelingen zijn. Ik vind dat de gemeente meer openheid moet geven.” “Actiever hulp aanbieden in plaats van wachten tot mensen zelf om hulp gaan vragen. Dit zou voor veel mensen de drempel voor hulp een stuk lager maken.”
47