CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-47 Bijlage Onderzoeksverslag evaluatie armoede beleid 2018 2022.pdf

beeldvormende raad 16 september 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6: Evaluatie armoedebeleid (raadsmededeling 2021-47)16.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

EVALUATIE ARMOEDEBELEID 2020 GEMEENTE DOETINCHEM

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Evaluatie armoedebeleid 2020 gemeente Doetinchem Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid, beleidsanalyse en de mening en ervaringen van ketenpartners en de doelgroep in de gemeente Doetinchem.

Colofon Opdrachtgever Gemeente Doetinchem Datum April 2021 Auteurs Michelle Ellens Grafische ondersteuning Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting................................................................................................................................. 4 1. Minima in gemeente Doetinchem .............................................................................................. 8 2. Huidige situatie ........................................................................................................................ 11 3. Inkomensondersteunende regelingen ..................................................................................... 19 4. Ervaring inwoners .................................................................................................................... 21 5. Uitvoering van het beleid ......................................................................................................... 24 Bijlage 1. Systematiek Armoede Index ....................................................................................... 29 Bijlage 2: Ketenpartners .............................................................................................................. 30 Bijlage 3: Gemeentelijke regelingen ............................................................................................

31 Bijlage 4: Enquête: ...................................................................................................................... 33

1

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Inleiding Aanleiding onderzoek Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te laten voorzien. De regering heeft extra middelen ter beschikking gesteld voor de intensivering van het armoede- en schuldenbeleid van de gemeenten. Het armoedebeleid is ook in de gemeente Doetinchem een actueel thema. Het huidige Armoedebeleid betreft de beleidsperiode 2018 – 2022. In dit beleid is tevens de aanpak van schulddienstverlening opgenomen. Ter voorbereiding op het nieuwe beleid vanaf 2022 heeft de gemeente besloten om een evaluatie te houden van het huidige beleid. Voor dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal:  Hoe tevreden zijn de klanten van de gemeente Doetinchem over het aanbod van voorzieningen?  Hoe tevreden zijn de netwerkpartners en de sociale raad over de samenwerking inzake vroegsignalering en preventie van armoede en schulden?  Hoe ziet de nabije toekomst eruit? Om antwoord te geven op deze vragen voeren we een aantal deelonderzoeken uit: Armoede Index, beleidsanalyse, interviews met ketenpartners, vragenlijst onder de doelgroep van het armoede- en schulddienstverleningsbeleid en het in kaart brengen van de te verwachten ontwikkelingen.

Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort. Dit zijn de minimahuishoudens op 1 januari 2021 met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Daarnaast wordt het gebruik van de regelingen in 20191 weergegeven, op basis van aantallen die door de gemeente zijn aangeleverd. Vergelijkingen met andere gemeenten die worden gedaan zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ. Beleidsanalyse Voor de beleidsanalyse is er gebruikgemaakt van verschillende documenten en gebruikscijfers. Uit deze documenten is de visie en doelstellingen van de gemeente Doetinchem op het armoede en schulddienstverlening in beeld gebracht. Het document “Armoedebeleid 20182022” dient als basis voor de beleidsanalyse. Onderzoeksmethode interview Er is een lijst met ketenpartners opgesteld die betrokken zijn met het armoede- en schulddienstverleningsbeleid. Per organisatie is minimaal één persoon aangeschreven voor een online vragenlijst. Deze vragenlijst is in februari 2021 verstuurd.

1 Het gebruik van de regelingen en bereik onder de doelgroep van de regelingen hebben wij gemeten aan

de hand van de gebruikscijfers van 2019. De reden hiervoor is omdat door de Coronacrisis de cijfers van 2020 kunnen afwijken van de ‘normale situatie’, Door de landelijk geldende maatregelen tegen het Coronavirus hebben activiteiten niet door kunnen doorgaan en was sporten ook niet altijd mogelijk. Dit heeft effect gehad op de situatie.

2

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Deze vragenlijsten dienen als voorbereiding voor de interviews. De interviews met de ketenpartners hebben in februari en maart 2021 plaatsgevonden. Na ieder interview is eren gespreksverslag gemaakt en dit is ter akkoord verstuurd aan de geïnterviewden. De informatie die tijdens deze gesprekken zijn verzameld, is in dit onderzoek verwerkt. Onderzoeksmethode vragenlijst De totale doelgroep voor de enquête bestaat uit 4.657 personen. Zij hebben in 2020 op enig moment gebruik gemaakt van een minimaregeling. Uit deze doelgroep is een steekproef getrokken en zijn er 2.403 personen aangeschreven. De vragenlijst is verstuurd in januari 2021 en waren zowel op papier als online in te vullen. In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal:  Toegang en informatie;  Kennis en gebruik regelingen;  Schulden;  Hulp vragen;  Contact;  Preventie;  Coronacrisis. Respons vragenlijst Van de 2.403 aangeschreven personen in de doelgroep, hebben 558 personen de vragenlijst ingevuld. Dat betekent een respons van 23 procent. Dit is ruim voldoende om statistisch betrouwbare uitspraken over de volledige doelgroep te kunnen doen. Leeswijzer Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk de doelgroep in kaart gebracht, waarbij er een schatting is gemaakt hoe groot de doelgroep is en worden er een aantal kenmerken van de doelgroep beschreven. In het tweede hoofdstuk volgt de beleidsanalyse.

In dit hoofdstuk wordt de huidige visie en doelstellingen weergegeven. In het volgende hoofdstuk wordt het gebruik en bereik van de minimaregelingen berekend en in hoofdstuk 4 wordt een analyse gegeven van de mening en ervaringen van de inwoners die tot de doelgroep behoren. Tot slot volgt in hoofdstuk 5 een analyse van de mening en ervaringen over het minima- en schulddienstverleningsbeleid van de ketenpartners gegeven. In bijlage 1 wordt de systematiek van de Armoede Index beschreven. Vervolgens wordt in bijlage 2 een volledig overzicht gegeven van de ketenpartners die hebben meegewerkt aan dit onderzoek. Bijlage 3 geeft een uitgebreidere analyse van de minimaregelingen en in bijlage 4 wordt een uitgebreide analyse van de enquête onder de inwoners weergegeven.

3

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Samenvatting S1.1 Doelgroep minima- en schulddienstverleningsbeleid Naar schatting hebben 3.600 huishoudens in de gemeente op 1 januari 2021 een 3.600 inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Dat is 13,9 procent van alle 1.500 huishoudens in de gemeente en dat ligt boven het landelijk gemiddelde van 10 procent. Daarnaast ligt het ook hoger dan het gemiddelde van 8 procent in gemeenten van vergelijkbare grootte. 2.300 huishoudens daarvan hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. De groep van 3.600 huishoudens vormt de primaire doelgroep voor het minimabeleid. Naar schatting wonen er 1.480 kinderen tot 18 jaar in de minimahuishoudens tot 120 procent Wsm, dat is 13,3 procent van alle kinderen in de gemeente. Van de 3.600 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm heeft 31 procent, 1.120 huishoudens, een bijstandsuitkering. 1.000 huishoudens hebben AOW en de overige 1.480 huishoudens krijgen een andersoortig inkomen, bijvoorbeeld uit de WW of een baan. Ruim de helft (56 procent) van de minimahuishoudens is een alleenstaand huishouden en 28 procent heeft thuiswonende kinderen. Dergelijke verhoudingen zien we ook bij andere gemeenten.

Daarnaast laat het landelijke beeld zien dat het aantal bijstandsuitkeringen de laatste jaren licht daalt, maar dat mensen wel meer moeite hebben om uit de armoede te komen en het aandeel langdurige minima dus toeneemt.

S1.2 Minima- en schulddienstverleningsbeleid In de visie op het minimabeleid in Doetinchem staan (het versterken van) zelfredzaamheid en preventie centraal. De gemeente Doetinchem streeft naar maximale zelfredzaamheid van de inwoners en dat zij geen financiële problemen ervaren. De gemeente is er voor diegenen die hulp en/of ondersteuning nodig hebben, zodat iedereen in de samenleving kan participeren. De gemeente heeft voor het beleid een zestal pijlers opgesteld. De pijlers geven richting aan de beleidskaders en visie. 1. Schulddienstverlening 2. Jongeren en schulden 3. Preventie 4. Kinderen/ jongeren & armoede 5. Samenwerking & nieuwe initiatieven 6. Toegankelijkheid, bekendheid & gebruik.

Gebruik en bereik minimaregelingen Om er voor te zorgen dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving, heeft de gemeente een aantal minimaregelingen. Onderstaand geven we het gebruik en bereik van de verschillende gemeentelijke minimaregelingen in 20192 weer. Het bereik van de regelingen wordt berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de doelgroep die gebruik van de regeling zou kunnen maken.

2 Het gebruik van de regelingen en bereik onder de doelgroep van de regelingen voor deze rapportage is

gemeten aan de hand van de gebruikscijfers van 2019 (en dus niet het meest recente jaar 2020). De reden hiervoor is dat door de Coronacrisis de cijfers van 2020 kunnen afwijken van de ‘normale situatie’, Door de landelijk geldende maatregelen tegen het Coronavirus hebben activiteiten niet door kunnen doorgaan en was sporten ook niet altijd mogelijk. Dit heeft effect gehad op de situatie en het gebruik van regelingen. Het gebruik van de regelingen is afgezet tegen de doelgroep zoals die in hoofdstuk 1 zijn weergegeven. Dit is de doelgroep van het minimabeleid op 1 januari 2021.

4

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Tabel S1.1 Bereik regelingen Soort regeling

Gebruik

Gemiddeld bereik andere gemeenten3

Bereik

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

2.121 huishoudens

92%

70 à 75 procent

Individuele bijzondere bijstand

819 huishoudens

36%

30 à 35 procent

Collectieve zorgverzekering (via Menzis

2.376 huishoudens

66%

40 à 45 procent

Meedoenarrangement Volwassenen

2.130 volwassenen

49%

40 à 45 procent

Meedoenarrangement kinderen

1.237 kinderen

84%

45 à 50 procent

Compensatieregeling chronisch zieken en gehandicapten

821 personen

-4

-

Het bereik van de gemeentelijke regelingen is goed te noemen. Het bereik van de meeste regelingen ligt gemiddeld boven het bereik in andere gemeenten.  Het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen (92 procent) ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bereik dat we bij andere gemeenten zien (70 à 75 procent);  Het bereik van de collectieve zorgverzekering ligt ook boven het gemiddelde bereik dat in andere gemeenten gangbaar is. De gemeente Doetinchem biedt in samenwerking met zorgverzekering Menzis drie verschillende aanvullende pakketten aan. Hierdoor spelen ze in op de verschillende zorgbehoeften van inwoners met een minimuminkomen;  Het Meedoenarrangement kent een goed bereik, met name het Meedoenarrangementvoor kinderen wordt veelvuldig gebruikt.  De bijzondere bijstand kent een bereik van 36 procent van de doelgroep. Dit is net iets hoger dan het gemiddelde bereik. Over het algemeen worden er relatief veel verstrekkingen gedaan voor bewindvoeringskosten.

S1.3 Inwoners De meeste respondenten weten dat zij bij de gemeente terecht kunnen als zij hulp nodig hebben bij hun schulden (77 procent van de respondenten) of wanneer ze niet rond kunnen komen (67 procent van de respondenten). Het aantal respondenten dat weet hoe zij deze hulp moet aanvragen is lager. De bekendheid en het gebruik van de meeste regelingen is goed te noemen. Van alle minimaregelingen is het Meedoenarrangement zowel de meest bekende als de meest gebruikte regeling. Maar ook de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de collectieve zorgverzekering zijn bij meer dan 80 procent van de respondenten bekend. De regelingen passen bij de behoeften van de respondenten (82 procent) en hebben een positief effect. Met name voor respondenten met kinderen. Over het algemeen zijn de respondenten tevreden over het aanvragen van de regelingen. Toch lukt het niet iedereen om de aanvraag zelfstandig te doen, de helft van de respondenten heeft hier hulp bij nodig.

3 Het gemiddelde bereik bij andere gemeenten is gebaseerd op vergelijkbare gemeenten. 4 Omdat het onduidelijk is hoeveel personen aan de voorwaarden voldoen van de Compensatieregeling

chronisch zieken en gehandicapten, kan de doelgroep niet worden vastgesteld. Hierdoor kan ook het bereik van de regeling niet worden berekend.

5

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Driekwart van de respondenten zal naar de gemeente gaan om hulp te vragen als dit nodig blijkt te zijn. Tegelijkertijd vindt de helft van de respondenten het vervelend om naar het Stadshuis te moeten om hulp te krijgen en een derde durft zich niet bij de gemeente te melden als hij financiële problemen heeft. Tevens is er een groep die nooit om hulp zal vragen als hij schulden heeft. Schaamte speelt hier een belangrijke rol bij. Respondenten hebben een aantal tips en adviezen voor het minimabeleid van de gemeente Doetinchem:  Meer regelingen en/of hogere tegemoetkomingen om mensen beter te ondersteunen in het dagelijks leven.  (Meer) hulp bij het aanvragen van regelingen. Sommige mensen vinden dit namelijk moeilijk;  Het verbeteren van het contact met de gemeente. Sommige respondenten noemen hier dat zij meer behoefte hebben aan persoonlijk contact met de gemeente en/of niet alles digitaal kunnen doen;  Betere informatievoorziening en (pro)actievere communicatie vanuit de gemeente. Hierbij geven respondenten aan dat zij niet afwisten van het bestaan van (sommige) minimaregelingen, en dat graag actief benaderd willen worden met informatie waar zij mogelijk recht op hebben.

Daarnaast is er behoefte aan duidelijker brieven en informatie (met eenvoudig taalgebruik);  Het zo veel mogelijk verlagen van de drempel om de gemeente om hulp te vragen, bijvoorbeeld door mensen actief hulp aan te bieden, het liefst in persoon, en door meer ervaringsdeskundigen in te zetten.

S1.4 Ketenpartners Over het algemeen zijn de ketenpartners tevreden over het minima- en schulddienstverleningsbeleid. Het beleid sluit aan bij de doelgroep en de ketenpartners zijn tevreden over de minimaregelingen. Er is een breed pakket aan minimaregelingen, dat diverse doelgroepen bedient. Het Meedoenarrangement is toegankelijk en zorgt er voornamelijk voor dat kinderen mee kunnen doen, maar ouderen hebben minder baat bij de vergoedingen in dit arrangement. De ketenpartners noemen nog een aantal verbeterpunten wat betreft het minimabeleid. Zo blijft het voor ketenpartners, maar ook voor de doelgroep onduidelijk welke kosten via de bijzondere bijstand aangevraagd kunnen worden. Daarnaast is de informatie over de minimaregelingen en het aanvragen van de regelingen gedigitaliseerd, maar is niet iedereen digitaal vaardig. En tot slot geeft een aantal ketenpartners aan dat zij in de praktijk zien dat inwoners met een laag inkomen soms hoge zorgkosten hebben, maar zij kunnen hier geen vergoeding voor krijgen. De ketenpartners zijn over het algemeen ook tevreden over het schulddienstverleningsbeleid. Wat met name als positief wordt ervaren is dat de gemeente alle producten van schulddienstverleningsbeleid in eigen beheer uitvoert, er wordt ingezet op vroegsignalering en er maatwerk is voor elke inwoner met schulden.

Ook voor het schulddienstverleningsbeleid is er een aantal verbeterpunten genoemd. De ketenpartners vinden dat er meer ingezet moet worden op preventie en dat er meer samenwerking tot stand moeten komen tussen de verschillende organisaties/gemeenten en de inwoner met schulden. Tot slot wordt het gebruik van ervaringsdeskundigen genoemd als tip genoemd. De gemeente zou hier vaker gebruik van kunnen maken. Naast bovenstaande ervaringen met het beleid hebben de ketenpartners ook aangegeven welke ontwikkelingen ze in de doelgroep signaleren. De belangrijkste observatie is dat de complexiteit en zwaarte van de problematieken steeds meer toeneemt. Daarnaast melden mensen zich vaak (te) laat. Ketenpartners geven aan dat het erg belangrijk is om mensen snel in beeld te hebben en dat inwoners zelf ook moeten weten waar en hoe ze zich kunnen melden met vragen of problemen. Tegelijkertijd geven de ketenpartners aan dat de schaamte onder inwoners met financiële problemen groot is: het onderwerp is taboe, mensen willen zich liever niet bij de 6

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

gemeente melden en jongeren ervaren steeds meer druk om alles goed voor elkaar te hebben. Hier wringt de schoen: de gemeente heeft (financiële) zelfredzaamheid hoog in het vaandel staan, maar dit is niet voor iedereen realistisch. Inwoners melden zich niet (snel), maar kunnen ook niet altijd de informatie vinden die ze nodig hebben en hebben soms moeite met de digitalisering. Daarnaast vinden inwoners het soms lastig om zelf zaken uit te zoeken.

S1.5 Conclusie  

  

Het aandeel minima is iets hoger dan in andere gemeenten van vergelijkbare grootte; De gemeente zet in op preventie van financiële problemen maar houdt hierbij nog niet altijd voldoende rekening met het feit dat niet iedereen in dezelfde mate zelfredzaam is. Echter kan dit breder worden door getrokken door iedereen actief te informeren over het beleid; Een groot deel van de doelgroep weet dat zij de gemeente om hulp kunnen vragen, maar ze weten niet hoe zij deze hulp kunnen aanvragen; Niet iedereen kan de minimaregelingen zelfstandig aanvragen. De helft van de respondenten geeft aan hier hulp bij nodig te hebben; Het sociaal veld is compleet, maar niet iedereen uit het werkveld is even goed bekend met de sociale kaart. Hier is nog winst te behalen, zorg dat er goed wordt samengewerkt en dat de doorverwijzingen goed zijn.

Minimabeleid    

7

De gemeente heeft een breed pakket aan minimaregelingen waarbij er aan alle doelgroepen wordt gedacht; Het gebruik en het bereik van de regelingen is goed en ze zijn goed bekend; Rondom medische kosten zijn er twijfels en is er onduidelijkheid bij de ketenpartners als de inwoners. Beiden zijn bijvoorbeeld niet goed op de hoogte welke medische kosten zij via de bijzondere bijstand kunnen aanvragen; De gemeente biedt een collectieve zorgverzekering aan waarbij minima kunnen kiezen uit drie verschillende aanvullende pakketten. Het bereik van de collectieve zorgverzekering (60 procent) is bovengemiddeld (gemiddeld in andere gemeenten: 40 à 45 procent). Uit de enquête blijkt dat inwoners ook tevreden zijn over de collectieve zorgverzekering. Tegelijkertijd geeft een aantal ketenpartners aan dat het pakket prijzig is en niet altijd passend. Tussen de beleving van de inwoners en de ketenpartners zit een discrepantie.

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

1. Minima in gemeente Doetinchem In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de huishoudens met inkomens tot 120 procent van het Wettelijk sociale minimum. Dit is de doelgroep voor het armoedebeleid van de gemeente Doetinchem. Het aantal minimahuishoudens schatten we aan de hand van de Armoede Index5. De Armoede Index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het armoedebeleid behoort.

1.1. Alle huishoudens In de gemeente Doetinchem wonen 58.001 personen, verdeeld over 25.891 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,2 personen komt. Dat is lijn met het landelijke gemiddelde. Van de 58.001 personen in de gemeente, zijn er 11.096 (19 procent) jonger dan 18 jaar en 11.435 personen zijn 66 jaar en ouder. De huishoudsamenstelling in de gemeente Doetinchem wijkt iets af van het landelijke beeld. Er zijn iets minder alleenstaanden en het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen ligt hoger dan het gemiddelde. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners Doetinchem Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte

25.891 58.001 2,2

Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type Huishoudtype

Aantal

Aandeel

Aandeel landelijk

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

9.077 1.819 8.084 6.911 25.891

35% 7% 31% 27% 100%

38% 7% 26% 29% 100%

1.2. Minimahuishoudens Van alle huishoudens in de gemeente Doetinchem moet (naar schatting) 2.300 huishoudens rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Dit 8,9 procent van alle huishoudens. Het landelijke percentage met een dergelijk inkomen ligt op 10 procent. In totaal hebben 2.800 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm, 10,8 procent van alle huishoudens in de gemeente Doetinchem. Meerdere regelingen in de gemeente Doetinchem hebben een maximale inkomensgrens van 120 procent Wsm. Naar schatting hebben 3.600 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm, 13,9 procent van alle huishoudens. De volgende tabel bevat een overzicht van het actuele aantal en aandeel huishoudens in de gemeente dat een inkomen heeft tot maximaal 130 procent van het Wettelijk sociale minimum voor het betreffende huishoudtype.

5 In bijlage 1 staat de systematiek van de Armoede Index beschreven.

8

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen in Doetinchem cumulatief (schatting) Inkomen Aantal Aandeel Tot 100% Wsm 2.300 8,9% Tot 110% Wsm 2.800 10,8% Tot 120% Wsm 3.600 13,9% Tot 130% Wsm 4.200 16,2% Overige inkomens Totaal

21.691 25.891

83,8% 100%

Verdeling naar kenmerken De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor 31 procent uit bijstandsgerechtigden en voor 41 procent uit huishoudens met een overig inkomen, zoals werk of WW. Ruim een kwart (28 procent) heeft een AOW-uitkering. In andere gemeenten zien we gemiddeld dat 45 à 50 procent van de minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet heeft, 35 à 40 procent een overig inkomen en 15 à 20 procent heeft een AOW-uitkering. In Doetinchem zijn er dus relatief veel minimahuishoudens met de AOWleeftijd, en relatief weinig minima met een bijstandsuitkering. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (56 procent) alleenstaand. Dit beeld komt overeen met wat we in andere gemeenten met een inwonersaantal tussen de 50.000 en 100.000 inwoners vinden. Gemiddeld ligt het aandeel alleenstaanden in deze gemeenten tussen de 50 en 55 procent van alle minimahuishoudens. In totaal heeft 29 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit ligt iets onder met het gemiddelde dat we bij andere gemeenten van vergelijkbare grootte zien; gemiddeld heeft ongeveer een derde van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Tabel 1.2.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 100% en 120% Wsm Categorie

100% Wsm

120% Wsm

Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen Totaal

1.120 500 680 2.300

49% 22% 29% 100%

1.120 1.000 1.480 3.600

31% 28% 41% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

1.330 350 375 245 2.300

58% 15% 16% 11% 100%

2.000 450 615 535 3.600

56% 13% 17% 15% 100%

1.3. Kinderen Van alle 11.096 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Doetinchem groeien er naar schatting 1.5756 op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent van het voor dat huishouden geldende wettelijke sociale minimum. In totaal vormen zij 14,2 procent van alle kinderen in de gemeente. Dat is iets meer dan we elders zien: in andere gemeenten van vergelijkbare grootte vormen kinderen gemiddeld zo’n 8 à 9 procent van alle kinderen. Circa 890 kinderen (8 procent van alle kinderen) wonen in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en naar 6 De cijfers van KWIZ geven een iets ander beeld dan de cijfers van het CBS als het over een aantal

minimakinderen gaat. In bijlage 2 geven we de verschillende in methodiek weer tussen het CBS en KWIZ – het aantal minimakinderen dat wij vinden past bij het aantal minimahuishoudens dat we vinden, evenals met de kinderen die al bij de gemeente bekend zijn omdat zij gebruikmaken van bepaalde regelingen.

9

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

schatting 1.150 kinderen (10,4 procent) groeien op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Tabel 1.3.1 Aantal kinderen naar inkomen in Doetinchem, cumulatief (schatting) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 890 1.150 1.480 1.575

Aandeel 8,0% 10,4% 13,3% 14,2%

Overige inkomens Alle kinderen

9.521 11.096

85,6% 100%

10

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

2. Huidige situatie In dit hoofdstuk staat het huidige armoede- en schulddienstverleningsbeleid (visie, doelstellingen en opzet) van de gemeente Doetinchem beschreven.

2.1. Pijlers en doelstellingen 2018 – 2022 De gemeente Doetinchem speelt een belangrijke rol in het bestrijden van armoede. De gemeente streeft ernaar om kwetsbare burgers te ondersteunen en het toekomstperspectief te verbeteren. Het armoebeleid 2018 – 2022, waarin armoedebestrijding een belangrijke rol speelt en schulddienstverlening integraal onderdeel is, is opgebouwd uit zes pijlers die richting geven aan de visie en de beleidskaders binnen het armoedebeleid.

2.1.1. Beleidsvisie In de visie op het armoedebeleid in Doetinchem staan (het versterken van) zelfredzaamheid en preventie centraal. De gemeente Doetinchem streeft naar maximale zelfredzaamheid van de inwoners en dat zij geen financiële problemen ervaren. Mochten er wel financiële problemen ontstaan, dan zou de ideale situatie zijn dat inwoners dit zelf kunnen oplossen. De gemeente is er voor diegenen die hulp en/of ondersteuning nodig hebben, zodat iedereen in de samenleving kan participeren. Dit met de gedachte dat armoede niet alleen uit financiële problemen bestaat, maar ook negatieve effecten heeft op bijvoorbeeld gezondheid. In de visie wordt armoede als volgt gedefinieerd: armoede is allereerst een gebrek aan geld. Armoede betekent dat een huishouden (te) weinig geld heeft voor basisbehoeften zoals huur, gas, water en licht, voeding, kleding, persoonlijke verzorging, gezondheidszorg en onderwijs. Maar armoede betekent ook dat er weinig geld is voor sociale participatie, zoals het ontvangen van bezoek of bij anderen op bezoek gaan, openbaar vervoer, vrije tijd (sport of hobby) en vakantie. Mensen met een inkomen hoger dan 120 procent van de bijstandsnorm kunnen door schulden ook in armoede leven. Het besteedbaar inkomen is hier van belang. Armoede heeft ook duidelijke emotionele gevolgen zoals eenzaamheid en somberheid.

Voor het sociaal domein van de gemeente Doetinchem zijn in 2018 nieuwe beleidskaders vastgesteld, met als hoofdprincipe “positieve gezondheid”. Armoede heeft negatieve invloed op gezondheid. Mensen in armoede hebben vaker gezondheidsproblemen7. Ze hebben vaak minder goede leefomstandigheden, kunnen niet altijd de zorg krijgen die ze nodig hebben en er zijn vaak mentale problematieken (zoals stress). Daarnaast beoordelen ze hun eigen gezondheid ook als minder goed. Dit geldt ook voor de mensen met schuldenproblematiek. Armoede en schuldenproblematiek hebben invloed op de manier waarop mensen in de samenleving staan en in hoeverre zij mee kunnen doen in de dagelijkse samenleving. Mensen met schulden hebben vaak te weinig geld om te besteden aan participatie. Binnen armoedebeleid 2018 – 2022 geven de volgende kaders vorm aan het beleid en de uitvoering ervan:  Inzet op eigen regie en maximale financiële zelfredzaamheid. Waar nodig biedt de gemeente ondersteuning.  De ondersteuning die de gemeente biedt is maatwerk en sluit aan bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner.  De gemeente zet in op preventie en vroegsignalering.  De gemeente werkt integraal samen met hun interne en externe samenwerkingspartners.  Door de regelingen wordt de kans op zinvolle deelname aan de samenleving verbeterd.

7 Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

11

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

2.1.2. Zes pijlers In het armoedebeleid van de gemeente Doetinchem zijn zes pijlers geformuleerd. Deze pijlers vormen de basis van de aanpak en deze pijlers kunnen jaarlijks worden geëvalueerd. De pijlers geven richting aan de beleidskaders en visie. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Schulddienstverlening Jongeren en schulden Preventie Kinderen/ jongeren & armoede Samenwerking & nieuwe initiatieven Toegankelijkheid, bekendheid & gebruik.

Hieronder gaan we in op de visie, doelstellingen en werkwijzen die de gemeente per pijler hanteert. Schulddienstverlening Meer dan de helft van de huishoudens in de schulddienstverlening heeft een bijstandsuitkering. 8 Echter, circa 30% van de groep huishoudens in de schulddienstverlening heeft een inkomen dat hoger ligt dan de bijstandsnorm. Problematische schuldsituaties ontstaan onder andere door life events als een scheiding of ontslag. Maar ook wordt voor een toenemende groep huishoudens de samenleving te complex: een wirwar aan inkomensondersteunende regelingen met eigen regels en ingewikkelde formulieren kan mensen in de problemen brengen, bijvoorbeeld wanneer toeslagen te hoog blijken en terugbetaald moeten worden. 9 10 De inwoners melden zich bij de schulddienstverlening omdat zij schulden en betalingsproblemen hebben. De schuldenproblematiek wordt steeds complexer, waardoor er geen standaardoplossing is. Bij de schulddienstverlening in de gemeente Doetinchem ligt de nadruk op maatwerk waarbij geldt: “voor iedereen een aanbod”. Het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) zoekt een passende oplossing, waarbij er ook samen wordt gewerkt met de Buurtcoach. De Buurtcoach is het eerste aanspreekpunt voor mensen met (dreigende) financiële problemen en de regievoerder van het dossier.

Bij iedere aanmelding wordt de mate van financiële zelfredzaamheid door middel van een screeningsdocument onderzocht. Er wordt een plan gemaakt waarbij er wordt gekeken wat de persoon zelf kan en waar hij ondersteuning nodig heeft en welk tijdspad hierbij past. Daarnaast wordt er ook gekeken naar mogelijke achterliggende problematieken. Naast dat het BvFO zich richt op het oplossen van deze problematiek, streven ze ook naar duurzame financiële zelfredzaamheid. Er wordt ingezet op kennis, vaardigheden en gedrag om mensen er in de toekomst te behoeden voor financiële problemen. Hierbij probeert BvFO aan te sluiten op de mogelijkheden van de inwoner. Het BvFO heeft als doel om geen dossiers voortijdig af te sluiten zonder dat er daadwerkelijk een passend aanbod is gedaan. Inwoners die na een aanvraag zonder aanbod vroegtijdig BvFO verlaten kunnen daarom alleen niet-willers zijn. Vrijwilligers Financiële Ondersteuning Wanneer een klant van het BvFO een traject schulddienstverlening ingaat, wordt gekeken of aan hem ook nog hulp kan worden geboden door een vrijwilliger Financiële Ondersteuning. Deze vrijwilligers helpen klanten van BvFO om de financiële situatie op orde te krijgen, denken met de klant mee en geven advies over mogelijke regelingen en voorzieningen waar de klant gebruik van kan maken.

8 Jaarcijfers NVVK 2015, www.nvvk.eu 9 Panteia, Huishoudens in de rode cijfers, 2015 10 Berenschot, Evaluatierapport Wet gemeentelijke schulddienstverlening, 2016

12

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Doelstellingen In het beleidsplan zijn de volgende doelstellingen aan de pijler schulddienstverlening gekoppeld:       

Inwoners maken stappen met behulp van de dienstverlening op het gebied van financiële zelfredzaamheid; Er wordt uitgegaan van een integrale aanpak; Iedereen ontvangt een passend aanbod; Het bereik wordt door een proactieve houding vergroot; De dienstverlening wordt uitgebreid met beschermingsbewind; Er wordt meer gezocht naar een samenwerking met de buurtcoaches en vrijwilligers financiële ondersteuning; Meer afstemming met BBZ.

Jongeren en schulden Schuldenproblematiek is een veelvoorkomend probleem bij jongeren. Hierdoor is er speciale aandacht voor deze doelgroep. Uit onderzoek 11 blijkt dat bij deze doelgroep houding en financiële vaardigheden van grote invloed zijn op het ontstaan van financiële problemen. De kans op financiële problemen wordt – logischerwijs - vergroot als de financiële administratie niet op orde is, mensen te weinig kennis over de financiële situatie en niet vooruit willen of kunnen plannen. Daarnaast doen jongeren vaker impulsieve aankopen en zijn ze gevoelig voor status. Dit zorgt er voor dat jongeren vaak/vaker duurdere aankopen doen, terwijl ze daar de financiële middelen niet voor hebben. Dit vergroot de kans dat iemand moeilijk met geld om kan gaan, niet kan rondkomen en schulden heeft. De schuldenproblematiek van jongeren is niet eenvoudig om aan te aanpakken. Jongeren geven aan niet snel hulp buiten hun eigen netwerk te zoeken. Hoewel deze groep terecht bij het reguliere aanbod van schulddienstverlening Ziet de gemeente maar weinig jongeren terug. Er is een aantal projecten en instrumenten dat momenteel wordt ingezet om deze doelgroep te kunnen ondersteunen.  Project met “mijn school”: De bedoeling van het project is dat er een vorm van ondersteuning wordt aangeboden die aansluit bij de leefwereld van de jongeren. (Reeds afgesloten).

 Onderwijsprogramma ‘Grip op Geld’. Dit is een onderwijsprogramma voor alle voortgezet onderwijs scholen en middelbaar beroepsonderwijs (MBO).  Theatervoorstelling ‘Grip op Geld’. Dit is ook voor alle voortgezet onderwijs scholen en mbo-scholen.  Flyer 18 jaar en dan? Jongeren ontvangen in de maand dat ze 18 jaar worden deze flyer om ze te informeren over de (financiële) veranderingen.  Vroegsignalering in samenwerking met de zorgverzekeraar. De gemeente heeft de mogelijkheid om jongeren met betalingsachterstanden bij de zorgverzekeraar Menzis actief te benaderen. Met deze samenwerking kan de gemeente vroegtijdig opsporen en ondersteuning bieden.  Samenwerking met Stichting Jongeren Opvang Doetinchem (SJOD) & Platform Armoedebestrijding Doetinchem (PAD). Doelstellingen  De gemeente zorgt voor een passend aanbod voor doelgroep jongeren met schulden;  De gemeente wil de jongeren met schulden meer in kaart brengen en ze ondersteuning bieden;  De gemeente zorgt voor een laagdrempelige aanpak en betrekken hier de jongeren bij;  De gemeente betrekt netwerkpartners bij de aanpak voor deze doelgroep.

11 Armoedebeleid 2018 – 2022 gemeente Doetinchem. NIBUD (2016)

13

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Preventie Armoede veroorzaakt achterstanden op verschillende gebieden omdat armoede breder is dan alleen gebrek aan geld. Armoede heeft een negatieve invloed op het zelfvertrouwen en eigenwaarde. Daarom zet de gemeente in op financiële zelfredzaamheid en willen ze het meedoen bevorderen. Vanuit de schulddienstverlening heeft de gemeente de mogelijkheden om grote financiële problemen te herstellen. Toch wil de gemeente deze problemen juist voorkomen, door ze vroegtijdig in beeld krijgen en de kans op recidive zo klein mogelijk maken. Figuur 2.1.2. Schema preventieve activiteiten12

Dit doet de gemeente door:  Schuldpreventie: Schuldpreventie is gericht op het voorkomen van schulden, het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek om escalatie te voorkomen, het stabiliseren van de financiële huishouding en voorkomen van terugval tijdens en recidive na een schuldregeling. Voorkomen is beter dan genezen. 

Selectieve preventie: In de gemeente Doetinchem worden op een aantal scholen voorlichtingen gegeven over budgetteren en het ontstaan van schulden. Het doel hiermee is om mensen met problemen sneller te bereiken en te ondersteunen.

Geïndiceerde preventie: Zo is vroegsignalering een van de acties. De gemeente heeft samenwerkingsafspraken met ketenpartners om inwoners in armoede en/of schulden vroegtijdig te kunnen vinden. Ook wordt hierbij samengewerkt met de vrijwilligers Financiële ondersteuning.

Zorggerelateerde preventie: Gedurende het traject wordt er niet alleen ingezet op het oplossen van het huidige probleem, maar het doel is ook het voorkomen van nieuwe problemen in de toekomst.

Doelstellingen  De gemeente gaat op zoek naar de doelgroep;  De gemeente breidt haar preventieve activiteiten uit in samenwerking met interne en externe partijen; 12 Dit schema is vanaf 2018 verder uitgebreid. Echter is er geen nieuwere versie van het schema.

14

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

De gemeente streeft naar een duurzame oplossing voor de problematiek; minder ‘recidive’.

Kinderen en jongeren die opgroeien in armoede Preventie van armoede begint op jonge leeftijd. Kinderen die opgroeien in gezinnen met een minimaal inkomen of in gezinnen met schulden verdienen dezelfde kansen te krijgen als kinderen die opgroeien in meer welvarende gezinnen. Voor kinderen is het extra belangrijk dat zij mee kunnen doen en het gevoel hebben er bij te horen. Armoede leidt tot uitsluiting. De kans dat ‘minimakinderen’ hierdoor later zelf blijven steken op een minimaal inkomen is groot. Gezinnen in de gemeente Doetinchem kunnen gebruikmaken van het Meedoenarrangement. Met het Meedoenarrangement biedt de gemeente kinderen de kans om zich te ontplooien en activiteiten te ondernemen, ondanks het lage inkomen van het gezin. De gemeente wil het bereik van het Meedoenarrangement vergroten door (onder andere) het aanbod verder te verrijken. Doelstellingen Voor kinderen en jongeren in armoede heeft de gemeente de volgende doelstellingen geformuleerd in het beleidsplan:      

De gemeente breidt het Meedoenarrangement uit met gebruik van de rijksgelden; De gemeente vergroot de doelgroep naar 130 procent Wsm voor kinderen; De gemeente kiest voor een projectmatige aanpak met initiatieven vanuit het werkveld; Het inzetten van het Doorbraakfonds voor de leeftijd 16 tot 27 jaar; Voorlichting basisonderwijs; Samenwerking uitvoeringsagenda Jeugd.

Samenwerking en nieuwe initiatieven Voor de bestrijding van armoede wil de gemeente Doetinchem actiever samenwerken met het maatschappelijk veld. Naast BvFO zijn er diverse partijen betrokken bij het armoedebeleid, zowel intern als extern. Armoede en schulden hebben immers invloed op alle levensgebieden. De samenwerking zoeken en/of verder uitwerken blijft daarom belangrijk, aldus de gemeente. Doelstellingen Op het gebied van samenwerking en nieuwe initiatieven heeft de gemeente twee doelstellingen:  

Nieuwe samenwerkingsverbanden worden opgezet, zowel intern als extern Nieuwe initiatieven vanuit het werkveld worden gestimuleerd.

De samenwerking tussen verschillende partijen kan en moet volgens de gemeente nog een stuk beter. Daarnaast is het doel om nieuwe samenwerkingsverbanden te creëren. Nieuwe samenwerkingsverbanden of samenwerkingsverbanden die extra aandacht blijven behoeven zijn die met:  Buurtplein: Er is een samenwerkingsovereenkomst tussen het Buurtplein en de gemeente. Hierin is een aantal punten opgenomen. Dit heeft betrekking op de (organisatie/ werkwijze omtrent) schulddienstverlening, de rol van de buurtcoach en de rol van het Buurtplein.  Laborijn13: De gemeente werkt samen met Laborijn. Doelstelling voor komende periode: Vergemakkelijken van het aanvragen van regelingen. Er zijn afspraken omtrent het delen van informatie, zodat de inwoner niet iedere keer alle gegevens moet verzamelen en inleveren. Daarnaast is er een actieve samenwerking wanneer het gaat om schuldenproblematiek.

13 Laborijn is de uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet en de Wsw voor de gemeente Doetinchem.

15

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

 

versie 1.1

UWV: Een samenwerking tussen het UWV en de BvFO kan bijdragen in het vroegtijdig vinden van mensen met financiële problemen en de kans om werk te vinden te vergroten. Uit cijfers van het UWV blijkt namelijk dat een deel van de uitkeringsgerechtigden ook (problematische) schulden heeft. Voor werkzoekenden met schuldenproblematiek is het moeilijker om werk te vinden, maar zeker ook om werk te behouden. Werkgevers Servicepunt: Het doel is om werkgevers die schuldenproblematiek bij de werknemer signaleren, direct ondersteuning. Werkgevers kunnen de werknemers doorverwijzen naar Schulddienstverlening. PAD & SJOD: Voor jongeren met financiële problemen is de samenwerking gezocht met PAD (Platform Armoedebestrijding Doetinchem) en SJOD (Stichting Jongeren opvang Doetinchem. Deze twee organisaties staan dicht bij de doelgroep, en door de samenwerking krijgt de gemeente deze jongeren makkelijker in beeld. Hierdoor kunnen meer jongeren de hulp krijgen die zij nodig hebben. PAD en SJOD dienen in de samenwerking als toegangsorganisatie voor de gemeente. Samenwerking Bbz: Er is een verbinding gezocht met BBZ. Hiermee wil de gemeente ook een passend aanbod bieden voor ZZP‘ers met schulden.

De gemeente heeft ook als doelstelling dat er binnen het maatschappelijk veld ruimte en draagkracht moet zijn voor nieuwe initiatieven. Een voorbeeld van zo’n nieuw initiatief is het Werkgevers Servicepunt. Dergelijke initiatieven vanuit het veld worden gestimuleerd. Toegankelijkheid, bekendheid en gebruik De gemeente streeft naar toegankelijke en laagdrempelige ondersteuning. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat inwoners over het algemeen tevreden zijn over de gemeentelijke ondersteuning en er wordt over het algemeen veel gebruik gemaakt van de diensten van de gemeente. Mensen weten de weg naar de gemeentelijke dienstverlening te vinden. Maar er zijn ook groepen die de weg naar het BvFO minder goed weten te vinden. Daarnaast kan hulp vragen bij de gemeente drempelverhogend werken voor mensen die het al moeilijk vinden om hulp te vragen. Over sommige regelingen is er bij de inwoners nog onduidelijkheid. Zij zijn niet op de hoogte van de regelingen die de gemeente aanbiedt. Ook zijn niet alle samenwerkingspartners even goed op de hoogte van de producten en diensten die vanuit het BvFO wordt aangeboden. Daarnaast komt uit onderzoek van de gemeente naar voren dat sommige inwoners moeite hebben met de digitalisering van de dienstverlening. De gemeente houdt rekening met de inwoners die minder digitaal vaardig zijn.

Wanneer de gemeente (te) veel van de inwoners verlangt op het gebied van de digitalisering, zien ze er op toe dat de inwoners ondersteuning krijgt van het netwerk, vrijwilligers of professionals. De toegankelijkheid van de dienstverlening wordt gewaarborgd door veel samen te werken met de Buurtcoaches. Zij komen bij de inwoners thuis en kunnen ondersteunen bij een aanvraag. Jongeren weten de gemeente moeilijker te vinden. De drempel naar de gemeente is voor hen hoog. Door het project “Jongeren & Schulden” wil de gemeente de drempel voor jongeren verlagen. Ook de samenwerking met het SJOD en het PAD moet de ondersteuning van jongeren bevorderen en de drempel tot toegang naar de reguliere hulp verlagen. Doelstellingen Binnen deze pijler van het beleid zijn de volgende doelstellingen geformuleerd:     

16

Het gebruik van de regelingen wordt vergroot De gemeente zet in op een grotere bekendheid van alle regelingen die ingericht zijn bij het BvFO De gemeente maakt breed inzichtelijk waar de regelingen voor zijn De gemeente zorgt voor een breed toegankelijke website De gemeente zet in op goed begrijpbare brieven

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

   

versie 1.1

De gemeente zorgt dat directe samenwerkingspartners goed op de hoogte zijn van de inhoud van de regelingen De gemeente screent op financiële zelfredzaamheid en past hier de dienstverlening op aan De gemeente screent op laaggeletterdheid Meer aandacht voor nazorg

2.1.3. Prestatie indicatoren Om de resultaten van het armoede- en schulddienstverleningsbeleid te kunnen toetsen en monitoren, heeft de gemeente een aantal prestatie indicatoren opgesteld. Deze indicatoren zijn gekoppeld aan de doelstellingen die voortvloeien uit de zes pijlers binnen het beleid. Hieronder wordt per indicator ook aangegeven onder welke pijler deze valt.                

Inwoners maken met behulp van de gemeentelijke dienstverlening stappen op het gebied van financiële zelfredzaamheid (pijler 1, 3). Maximaal 10 procent van de mensen die een intake bij schulddienstverlening krijgt, ontvangt daarna geen aanbod (pijler 1). Alle intakes vinden plaats binnen vier weken (pijler 1). Door de preventieve activiteiten wordt vaker escalatie van financiële problemen voorkomen, waardoor het aantal crisisintakes en moratoriumverzoeken afneemt (pijler 3). Alle crisisintakes vinden binnen 3 werkdagen plaats (pijler 1). De gemeente heeft een structureel aanbod voor Jongeren & Schulden (pijler 2). De gemeente heeft beschermingsbewind geïmplementeerd binnen de schulddienstverlening (pijler 1). Jaarlijks worden minimaal 25 jongeren geholpen op het gebied van financiële problemen door het opzetten van de nieuwe werkwijze zoals die in het beleidsplan beschreven staat (pijler 2, 4). Door nieuwe initiatieven wordt de instroom met minimaal 50 intakes per jaar vergroot (pijler 5, 6). Door de preventieve activiteiten worden inwoners met schulden in een eerder stadium gevonden waardoor de problematiek minder complex is (pijler 3). Iedereen die gebruik heeft gemaakt van de schulddienstverlening wordt een Nazorgtraject aangeboden (pijler 1). Het bereik van het Meedoenarrangement loopt vanaf 2018 op tot minimaal 80 procent in 2022 (pijler 4, 6).

Door de toegankelijkheid en bekendheid van het Meedoenarrangement te vergroten onder 55-plussers streeft de gemeente naar een jaarlijkse toename van 30 procent (pijler 6). Het aantal inwoners met een vergoeding voor bewindvoeringskosten neemt af (pijler 3, 6). De deelname aan de collectieve zorgverzekering (GarantVerzorgd) blijft minimaal gelijk (pijler 6). Jaarlijks wordt er een hercontrole uitgevoerd onder klanten van de schulddienstverlening om te controleren of het aanbod van diensten nog past bij hun behoeften of dat het aanbod bijgesteld moet worden (pijler 6).

Omdat de prestatie indicatoren aansluiten op één of meer pijlers binnen de visie op het armoedebeleid kan de gemeente de inzet en resultaten van de verschillende pijlers inzichtelijk maken. De meeste van de bovengenoemde prestatie indicatoren uiten zich in meetbare (kwantitatieve) resultaten voor de gemeente. Een paar prestatie indicatoren, zoals het bieden van een structureel aanbod voor Jongeren & Schulden, zijn minder concreet geformuleerd, en zijn mogelijk lastiger in cijfers uit te drukken. Om de indicatoren te meten is de gemeente deels afhankelijk van andere organisaties, waarbij diverse onderdelen zijn belegd bij (externe) organisaties. Deze organisaties leggen periodiek 17

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

verantwoording af aan de gemeente over de bereikte resultaten en ingezette middelen. Voor het BvFO wordt jaarlijks een jaarverslag opgesteld, waarin resultaten en kosten worden beschreven. Ook geeft het BvFO hierin enige aanbevelingen voor ontwikkeling van het armoedebeleid.

18

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

3. Inkomensondersteunende regelingen Om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen, heeft de gemeente Doetinchem een aantal inkomensondersteunende regelingen. In dit hoofdstuk worden de verschillende regelingen beschreven en geven we het gebruik en bereik van de regelingen weer. Het gebruik van de regelingen en bereik onder de doelgroep van de regelingen voor deze rapportage is gemeten aan de hand van de gebruikscijfers van 2019 (en dus niet het meest recente jaar 2020). De reden hiervoor is dat door de Coronacrisis de cijfers van 2020 kunnen afwijken van de ‘normale situatie’, Door de landelijk geldende maatregelen tegen het Coronavirus hebben activiteiten niet door kunnen doorgaan en was sporten ook niet altijd mogelijk. Dit heeft effect gehad op de situatie en het gebruik van regelingen. Het gebruik van de regelingen is afgezet tegen de doelgroep zoals die in hoofdstuk 1 zijn weergegeven. Dit is de doelgroep van het minimabeleid op 1 januari 2021.

3.1. Regelingen voor het minimabeleid In de volgende tabel staan de minimaregelingen die bij de gemeente Doetinchem aangevraagd kunnen worden14. Tabel 3.1.1 Inkomensgrenzen regelingen en omvang doelgroep Soort regeling

Inkomensgrens t.o.v. Wsm

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Tot 100% Wsm

-

Individuele bijzondere bijstand

Tot 100% Wsm

Individuele vergoedingen

Collectieve zorgverzekering (via Menzis)

Tot 120% Wsm

Tot 120% Wsm voor volwassenen Meedoenarrangement Tot 130% Wsm voor kinderen

Compensatieregeling chronische zieken en gehandicapten

Tot 120% Wsm

(Maximaal) bedrag

Keuze uit 3 aanvullende pakketten: GarantVerzorgd 1, GarantVerzorgd 2, GarantVerzorgd 3 Kinderen tot 4 jaar: 450 punten; Kinderen van 4 tot 18 jaar: 900 punten; 18 jaar en ouder: 500 punten. Deze punten kunnen worden ingezet via een webshop. Individuele vergoedingen.

14 Naast deze regelingen, zijn er regelingen die via Laborijn aangevraagd kunnen worden. Deze gegevens

worden voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.

19

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

Tabel 3.1.2 Gebruik en bereik minimaregelingen gemeente Doetinchem Geschatte Gemiddeld andere Soort regeling Gebruik Bereik Doelgroep gemeenten Kwijtschelding 2.300 2.121 gemeentelijke 92% 70 à 75 procent huishoudens huishoudens belastingen Individuele bijzondere bijstand Collectieve zorgverzekering (via Menzis Meedoenarrangement Volwassenen

2.300 huishoudens

819 huishoudens

36%

30 à 35 procent

3.600 huishoudens

2.376 huishoudens

66%

40 à 45 procent

4.320 volwassenen

2.130 volwassenen

49%

40 à 45 procent

Meedoenarrangement kinderen

1.480 kinderen

1.237 kinderen

84%

45 à 50 procent

Compensatieregeling chronisch zieken en gehandicapten

N.t.b.

821 personen

-15

-

Het bereik van de gemeentelijke regelingen is goed te noemen. Het gebruik van de meeste regelingen liggen gemiddeld boven het bereik in andere gemeenten.  Het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen (92 procent) ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bereik dat we bij andere gemeenten zien (70 à 75 procent);  Het bereik van de collectieve zorgverzekering ligt ook boven het gemiddelde bereik dat in andere gemeenten gangbaar is. De gemeente Doetinchem biedt in samenwerking met zorgverzekering Menzis drie verschillende aanvullende pakketten aan. Hierdoor spelen ze in op de verschillende zorgbehoeften van inwoners met een minimuminkomen;  Het Meedoenarrangement16 kent een goed bereik, met name het Meedoenarrangementvoor kinderen wordt veelvuldig gebruikt.  De bijzondere bijstand kent een bereik van 36 procent van de doelgroep. Dit is net iets hoger dan het gemiddelde bereik. Over het algemeen worden er relatief veel verstrekkingen gedaan voor bewindvoeringskosten.

15 Omdat het onduidelijk is hoeveel personen aan de voorwaarden voldoen van de Compensatieregeling

chronisch zieken en gehandicapten, kan de doelgroep niet worden vastgesteld. Hierdoor kan ook het bereik van de regeling niet worden berekend. 16 In 2019 hebben 4.274 personen informatie over het Meedoenarrangement opgevraagd en hebben het Meedoenarrangement gevonden/ weten over het bestaan van de regeling. Uiteindelijk zijn er 3.367 (2.130 volwassenen en 1.237 kinderen) actieve deelnemers van het Meedoenarrangement.

20

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

4. Ervaring inwoners In dit hoofdstuk wordt het minimabeleid vanuit de doelgroep (inwoners met een inkomen tot 120 procent Wsm) bekeken. Deze groep inwoners hebben door middel van een vragenlijst hun mening en ervaringen over het minimabeleid kenbaar gemaakt. Uit de doelgroep is een steekproef van 2.403 personen getrokken en deze groep heeft een vragenlijst per post ontvangen. Uiteindelijk hebben 558 respondenten de vragenlijst ingevuld (23 procent van de doelgroep). Dit is ruim voldoende om statistisch betrouwbare uitspraken over de volledige doelgroep te kunnen doen. In de vragenlijst staat een aantal thema’s centraal, zoals: toegang en informatie, kennis en gebruik regelingen, schulden, hulp vragen. Hieronder volgt een analyse van de ervaringen en meningen van de respondenten. In bijlage 4 staat een uitgebreide analyse van de vragenlijst. Over het algemeen zijn respondenten tevreden over het minimabeleid van de gemeente Doetinchem. Al zijn er nog slagen te maken in de vindbaarheid van de regelingen. Respondenten weten soms niet waar ze met hun hulpvraag terecht kunnen en weten soms niet hoe ze de regelingen moeten aanvragen. Hierbij worden de digitalisering en de onoverzichtelijkheid van het maatschappelijk veld als obstakels gezien.

Kennis De meeste respondenten weten dat zij bij de gemeente terecht kunnen als zij hulp nodig hebben bij hun schulden (77 procent van de respondenten) of wanneer ze niet rond kunnen komen (67 procent van de respondenten). Het aandeel respondenten dat weet hoe zij deze hulp moet aanvragen ligt voor zowel schulden als rondkomen zo’n 10 procentpunt lager (65 procent van de respondenten weet hoe hij hulp moet aanvragen bij schulden en 55 procent weet dat wanneer hij hulp nodig heeft omdat hij niet kan rondkomen). De buurtcoach is de voornaamste informatiebron als het gaat om het krijgen van informatie over het minimabeleid. Daarnaast zijn familie, vrienden en kennissen een belangrijke informatiebron. Voor respondenten die aangeven moeite te hebben met de Nederlandse taal, geven familie, vrienden en kennissen vaker aan als informatiebron dan respondenten die geen moeite hebben met de Nederlandse taal. De gemeentelijke website of medewerkers van de gemeente zijn in veel mindere mate een informatiebron voor de inwoners. Ondanks dat 41 procent van de respondenten de gemeentepagina in het Doetinchems Vizier leest, halen zij lang niet allemaal hun informatie hier vandaan. Slechts 10 procent van de respondenten die deze pagina leest, haalt de informatie over de regelingen uit dit blad. Minimaregelingen De bekendheid en het gebruik van de meeste regelingen is goed te noemen.

Van alle minimaregelingen is het Meedoenarrangement zowel de meest bekende als de meest gebruikte regeling: 90 procent kent deze regeling, 80 procent gebruikt deze ook. Maar ook de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de collectieve zorgverzekering zijn bij meer dan de 80 procent van de respondenten bekend. De compensatieregeling zorgkosten is het minst bekend: 37 procent van de respondenten kent de regeling. Maar Deze regeling is dan ook bedoeld voor een specifieke doelgroep, waardoor het enigszins logisch is dat niet iedereen deze regeling kent. De regelingen passen bij de behoeften van de respondenten en hebben een positief effect. Met name voor respondenten met kinderen. Door de regelingen kunnen mensen mee doen in de samenleving en voor respondenten met kinderen zorgen de regelingen ervoor dat zij wat extra’s kunnen doen voor hun kinderen. Over het algemeen zijn de respondenten tevreden over het aanvragen van de regelingen. De vragen op het aanvraagformulier zijn begrijpelijk en de aanvraag wordt snel behandeld. Toch lukt het niet iedereen om de aanvraag zelfstandig te doen, de helft van de respondenten heeft

21

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

hier hulp bij nodig. De reden hiervoor is dat de respondenten niet alles begrepen en/of dat ze de niet in staat zijn om zelf digitaal te kunnen aanvragen. Schulden Mensen met financiële problemen kunnen hulp vragen bij de gemeente. Driekwart van de respondenten zegt naar de gemeente te gaan om hulp te vragen als hij het overzicht over hun geldzaken kwijt is en eveneens driekwart gaat naar de gemeente als hij de vaste lasten niet meer kan betalen. Tegelijkertijd blijft hulp vragen voor veel respondenten lastig. De helft van de respondenten vindt het vervelend om naar het Stadshuis te moeten om hulp te krijgen en een derde durft zich niet bij de gemeente te melden als hij financiële problemen heeft. Tevens is er een groep die nooit om hulp zal vragen als hij schulden heeft. De respondenten die hulp krijgen bij hun schulden, krijgen veelal hulp van het BvFO. Het merendeel van de respondenten die hulp hebben gekregen, hebben langer dan een jaar gewacht voordat ze de hulp gingen zoeken. Redenen voor het (lange) wachten zijn schaamte, het zelf willen oplossen en het niet weten dat ze hier hulp voor konden krijgen of hoe ze dit moesten opzoeken. Hulp vragen Mensen vinden het vervelend dat hun omgeving weet dat zij weinig geld hebben en in mindere mate vinden ze het ook vervelend dat de gemeente hiervan af weet. Ook hier speelt schaamte een grote rol.

Respondenten schamen zich ervoor dat zij minimaregelingen gebruiken of schulden hebben. Toch zien de respondenten in dat de gemeente hun financiële situatie moet kennen om goed te kunnen helpen. Daarom vinden de respondenten het minder/ niet vervelend dat gemeente de financiële situatie kent. Preventie Om financiële problemen in de toekomst te kunnen voorkomen, hebben respondenten met name behoefte aan meer financiële tegemoetkomingen. Daarnaast hebben ze meer behoefte aan informatie over het armoedebeleid en waar ze terecht kunnen voor hulp. Dit zou financiële problemen in de toekomst kunnen voorkomen. Contact Over het algemeen zijn mensen tevreden over het contact met de gemeente, met name over de vriendelijkheid van de medewerkers. Ook vinden zij dat de medewerkers hun serieus nemen en goed antwoord geven op vragen. Een aandachtspunt is dat iets minder dan de helft van de respondenten weet bij wie zij moeten zijn voor vragen over de minimaregelingen. Daarnaast vindt een aantal respondenten de (vak)taal in de brieven en de informatie moeilijk. Tips en adviezen Respondenten hebben een aantal tips en adviezen voor het minimabeleid van de gemeente Doetinchem:  meer regelingen en/of hogere tegemoetkomingen om mensen beter te ondersteunen in het dagelijks leven.  (Meer) hulp bij het aanvragen van regelingen.

Sommige mensen vinden dit namelijk moeilijk;  Het verbeteren van het contact met de gemeente. Sommige respondenten noemen hier dat zij meer behoefte hebben aan persoonlijk contact met de gemeente en/of niet alles digitaal kunnen doen;  Betere informatievoorziening en (pro)actievere communicatie vanuit de gemeente. Hierbij geven respondenten aan dat zij niet afwisten van het bestaan van (sommige) minimaregelingen, en dat graag actief benaderd willen worden met informatie waar zij

22

Evaluatie armoedebeleid Gemeente Doetinchem

versie 1.1

mogelijk recht op hebben. Daarnaast is er behoefte aan duidelijker brieven en informatie (met eenvoudig taalgebruik);  Het zo veel mogelijk verlagen van de drempel om de gemeente om hulp te vragen, bijvoorbeeld door mensen actief hulp aan te bieden, het liefst in persoon, en door meer ervaringsdeskundigen in te zetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7534/documents/37967