10 Toelichting Bijlage 1-1 Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Bouwplan ambt Doetinchem sectie P, nummer 499
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Planologische situatie 1.3 Conclusie 1.4 Leeswijzer
4 4 4 6 6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
7 7 8
Hoofdstuk 3
9
Conclusie
Hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse 4.1 Landschap 4.2 Bebouwing
10 10 10
Hoofdstuk 5 Beleidskader 5.1 Inleiding 5.2 Rijksbeleid 5.3 Provinciaal beleid 5.4 Regionaal beleid 5.5 Gemeentelijk beleid
12 12 12 13 16 19
Hoofdstuk 6 Haalbaarheid 6.1 Algemeen 6.2 Milieueffectrapportage 6.3 Bodem 6.4 Akoestiek 6.5 Luchtkwaliteit 6.6 Externe veiligheid 6.7 Bedrijven en milieuzonering 6.8 Flora en fauna 6.9 Water 6.10 Archeologie en cultuurhistorie 6.11 Verkeer en parkeren 6.12 Economische uitvoerbaarheid 6.13 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
24 24 25 24 25 27 28 30 31 32 33 36 38 38
Bijlagen
39
2
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Ruimtelijke onderbouwing
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
3
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De gemeente Doetinchem heeft bij de opstelling van het bestemmingsplan Wijnbergen Oosseld-2013 en Stedelijk gebied - najaar 2019, de woonbestemming voor het perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr 499 geschrapt op basis van de Uitvoering herziene woningbouwstrategie. De eigenaar/initiatiefnemer heeft hierop bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door de gemeente ongegrond verklaard maar uiteindelijk is het bezwaar in hoger beroep erkend door de Raad van State die het besluit van de gemeente heeft vernietigd wegens een ondeugdelijke motivering. Inmiddels is ook het woningbouwbeleid/strategie herzien waardoor er sprake is van een heel ander toetsingskader dan ten tijde van de door de Raad van State vernietigde beslissing op bezwaar. Het nieuwe woningbouwbeleid is inmiddels geen reden meer om medewerking aan het initiatief te weigeren. De wens is een woning te realiseren op voornoemd perceel conform oorspronkelijke bestemming uit 2004. Het doel van deze ruimtelijke onderbouwing is het bestemmingsplan te wijzigen en een bouwplan te ontwikkelen voor de onderhavige locatie (hierna: “bouwplan P499”).
1.2
Planologische situatie
Het vigerende bestemmingsplan is “Oosseld en Wijnbergen – 2013” (onherroepelijk 19 09 2013).
Bouwplan P499
Uitsnede bestemmingsplan Oosseld en Wijnbergen – 2013
Bron: Ruimtelijke Plannen
Het plangebied heeft hier de enkelbestemming “Tuin”. Recent (30 03 2020) is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad, het betreft “Stedelijk gebied -najaar -2019”
4
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Bouwplan P499
Uitsnede bestemmingsplan Stedelijk gebied-najaar 2019
Bron: Ruimtelijke Plannen
Het plangebied bouwplan P499 heeft hier de enkelbestemming “Groen” met dubbelbestemming Archeologische verwachting 2. Tevens zijn van kracht de “Parapluherziening Parkeren- 2018”en de Parapluherziening Uitsluiten woningbouw bestemmingen Centrum en Gemengd – 2018. Referentie bestemmingsplan: Gelet op de aanleiding voor deze ruimtelijke onderbouwing moet deze toetsing ook betrokken worden op het bestemmingsplan “Wijnbergen- 2000-1” met de wijzigingen voor het onderhavige perceel P499 uit 2004. Dit is de basis voor dit verzoek om wijziging en de aanleiding voor opstelling van deze ruimtelijke onderbouwing.
Bouwplan P499
Uitsnede bestemmingsplan Wijnbergen – 2000 -1
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
Bron: Initiatiefnemer
5
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Het onderhavige bouwplan ligt in de oksel van de Doetinchemseweg en een doodlopend zijstraatje van deze weg in Wijnbergen en naast huisnummer 19. De locatie heeft de enkelbestemming “Groen”. De beoogde realisatie c.q. bouw van een woning past niet binnen de enkel bestemming Groen, omdat deze bestemming met bijbehorende regels de bouw van een woning in zijn geheel niet toelaat. Hiervoor moet het (vigerende of nieuwe ontwerp) bestemmingsplan dan worden herzien of dient een afwijkingsprocedure te worden gevoerd. In overleg is gekozen voor een bestemmingsplanherziening mede omdat dit de uitwerking van het bouwplan binnen de bestemminsplankaders nog vrij laat. De gemeente Doetinchem heeft de initiatiefnemer alsnog de gelegenheid geboden een plan in te dienen en deze ruimtellijke onderbouwing te laten opstellen. De gemeente is onder voorbehoud van een goede ruimtelijke onderbouwing bereid de procedure te voeren. Het betreft dan de herziening van de bestemming “Groen” naar “Wonen (en Tuin)”.
1.3
Conclusie
De ontwikkeling van een bouwplan P499 past niet in het vigerende bestemmingsplan maar is op basis van het geactualiseerde woningbouwbeleid op deze locatie in beginsel mogelijk. Daarmee wordt ook recht gedaan aan de uitspraak van de Raad van State en invulling gegeven aan een woonbestemming conform het oorspronkelijke bestemmingsplan Wijnbergen 2000-1. De realisatie is inpasbaar middels een bestemmingsplanherziening en onder voorbehoud van de ruimtelijke en haalbaarheidsonderzoeken in de volgende hoofdstukken van deze ruimtelijke onderbouwing. Op basis van deze randvoorwaarden is het beoogd initiatief haalbaar. De zaken waar rekening mee moet worden gehouden in het herzieningsplan zijn:
1.4
De dubbelbestemming Archeologische verwachting 2;
Ontheffing hogere grenswaarde geluid;
Behoud esdoornhaag en plaatsing vleermuiskast in het kader van natuurinclusief bouwen.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 Conclusie zijn de conclusies en eventuele randvoorwaarden weergegeven van hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse, hoofdstuk 5 Beleidskader en hoofdstuk 6 Haalbaarheid.
6
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied van bouwplan P499 ligt in Wijnbergen aan de Doetinchemseweg tussen de Oude IJssel en de nieuwbouwwijk aan het oude dorpslint en de oude interlokale weg tussen Doetinchem en Zeddam.
Uitsnede lokale ligging
Bron: Google Maps
Bouwplan P499
Uitsnede situatie Wijnbergen
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
Bron: Google Maps
7
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
2.2
Toekomstige situatie
Voor de onderhavige kavel is een bouwplan ontwikkelt door bureau Egbert Ketelaar. Het plan voorziet in een woning gericht op de Doetinchemseweg en met een aanbouw garage gericht op de doodlopende zijweg.
Bouwplan P499 positie plattegrond
Zicht op het plangebied vanaf de Doetinchemseweg
Bron: Initiatiefnemer en bureau Egbert Ketelaar
Bron: Google Maps
Dit plan voegt zich in de stedenbouwkundige structuur zoals ingezet bij de ontwikkeling van de bouwplannen op het voormalige schoolterrein met insteekweg vanaf de Doetinchemseweg.
8
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Hoofdstuk 3
Conclusie
In dit hoofdstuk komen de conclusies naar voren van hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse, hoofdstuk 5 Beleidskader en hoofdstuk 6 Haalbaarheid. Ruimtelijke analyse De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de ruimtelijke structuur van het buurtschap Wijnbergen met haar historische structuur van lintbebouwing. Beleidskader De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij het beleid van de verschillende overheden. Haalbaarheid Het project levert geen problemen op ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
9
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijke analyse
Landschap
Bouwplan P499
Situatie Wijnbergen 1925
Bron: Kadaster, Tijdreis
Het buurtschap Wijnbergen heeft zich ontwikkelt op de oeverwal van de Oude IJssel langs de interlokale weg van Doetinchem naar Zeddam en ’s-Heerenberg. De basis was de RK kerk met daarnaast een kleine basisschool. Door de jaren ontwikkelde zich het buurtschap met lintbebouwing langs de Doetinchemseweg. Pas in de vijftiger jaren heeft zich de woonwijk ontwikkelt nabij de spoorlijn Doetinchem-Arnhem met destijds een eigen station in Wijnbergen (Doetinchem West). Door de jaren is de lintbebouwing uitgebreid en met ook industriële functies zoals overslagbedrijven en bouwmaterialen handel langs de Oude IJssel. Ten zuiden van het plangebied ligt de oude draaikom voor schepen in de Oude IJssel.
4.2
Bebouwing
Bouwplan P499
Situatie Wijnbergen 2000
10
Bron: Kadaster, Tijdreis
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Vanaf 2006 is de school gestopt en hierin is nu een chiropractorpraktijk gevestigd. Het schoolterrein en aanliggende gronden zijn herbestemd en bebouwd met woningen. Hiervoor is een doodlopend weggetje aangelegd vanaf de Doetinchemseweg. Het onderhavige perceel en bouwplan was onderdeel van deze visie op de bouw van woningen welke in structuur afweek van de lintbebouwing.
Bouwplan P499
Situatie Wijnbergen 2014
Bron: Kadaster, Tijdreis
Rond 2010 is de nieuwe brug over de Oude IJssel gerealiseerd met de verbinding tussen Verheulsweide en Wijnbergen.
Zicht op het plangebied vanuit zuidelijke richting
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
Bron: Google Maps
11
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Hoofdstuk 5 5.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op de specifieke ontwikkeling Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn: besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), Rijksoverheid, vastgesteld op 22 augustus 2011, inclusief de latere aanvullingen; cultuur en Erfgoed 2017-2020, Beleef het mee! Provincie Gelderland, vastgesteld 29 juni 2016; masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007; detailhandelsbeleid Doetinchem, gemeente Doetinchem, 18 juli 2013; visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018; kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008; beleidskader Bedrijventerreinen In Verandering (BIVA), vastgesteld 27 juni 2019; continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017; mobiliteitsvisie 2016-2026, gemeente Doetinchem, vastgesteld 3 november 2016. Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid wat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen.
5.2
Rijksbeleid
5.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 inwerking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte. De structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden.
In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Onderzoek en conclusie Voor de ontwikkeling bouwplan P499, staat in de SVIR het volgende wat van invloed is. De provincie is samen met de gemeente verantwoordelijk voor het woningbouwprogramma. In onderhavig geval gaat het dan om de Regionale woonagenda 2015-2025 en aanpassing daarvan als gevolg van de regionale notitie kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek. Op basis hiervan is de Woningbouwstrategie 2019 opgesteld waaraan onderhavig plan voldoet. 5.2.2
De Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. 12
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? 2. Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? 3. Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Onderzoek 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van twaalf woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling.
Aangezien het de ontwikkeling van één extra vrijstaande (burger)woning betreft is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals dit in het Bro wordt gedefinieerd. Het doorlopen van de ladder is daarmee niet noodzakelijk. Onderzoek bestaand stedelijk gebied De locatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied. Conclusie Het bouwplan vindt plaats in bestaand stedelijk gebied en is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor de ladder niet hoeft te worden doorlopen. Het plan voorziet in een behoefte.
5.3
Provinciaal beleid
5.3.1
Omgevingsvisie Gelderland
De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd.
Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie.
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
13
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overals waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen.
In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland. Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid.
Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Doetinchem. Bij 'onderzoek en conclusie' is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op Woon- en leefomgeving. Bij 'onderzoek en conclusie' is de toetsing aan dit beleid verwoord. Onderzoek en conclusie
14
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 De ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld sluit aan op de volgende onderdelen van de visie: De woon- en leefomgeving. Het initiatief zal duurzaam en circulair worden gebouwd, aardgasloos, energieneutraal en met aandacht voor klimaatadaptieve maatregelen. Regionaal waterprogramma Deze vormt, samen met de onderdelen op het gebied van water in de Omgevingsvisie, 'het beleid' op het thema water. Het Regionaal waterprogramma is tevens het verplichte regionale waterplan op grond van artikel 4.4 van de Waterwet. Het bevat geen nieuw beleid, maar is een voortzetting van het bestaande waterbeleid. De onderwerpen die belicht worden zijn: water en ondergrond waterveiligheid en -overlast water en natuur water en kwaliteit water en gebruik Op de themakaart waterbeleid zijn diverse onderdelen ook terug te vinden. Bij plannen die in of nabij locaties op de themakaart liggen, moet het waterprogramma meegenomen worden bij de toetsing. Handreiking plussenbeleid Dit is een kader voor gemeenten bij vaststelling van de eigen beleidsregel Plussenbeleid. Het heeft tot doel om niet-grondgebonden veehouderij uitbreidingsruimte te geven, in ruil voor extra investeringen ten gunste van de ruimtelijke kwaliteit. Beleidslijn windenergie Deze beleidslijn is opgesteld om twee redenen: 1.
de beleidsvertaling van de provinciale taak die voortvloeit uit de Europese richtlijn hernieuwbare energie, uitgewerkt in het Energieakkoord; 2. de doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn. Bij windenergieplannen ook deze beleidslijn hanteren bij de toetsing aan beleid. Het geeft uitgangspunten weer, gaat in op draagvlak en participatie, en geeft de provinciale visieschets op de energietransitie weer. Een deel van wat in deze beleidslijn staat, is op de themakaart ruimtelijk beleid terug te vinden. Voor het overige staan in de Omgevingsvisie geen specifieke ontwikkelingen beschreven die betrekking hebben op de ontwikkeling. 5.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Het voorliggende plan is een herzieningsplan voor inpassing van een woning en gaat niet over stedelijke ontwikkelingen. De omgevingsverordening heeft daarom geen gevolgen voor het plan. 5.3.3
Cultuur en Erfgoed 2017-2020 Beleef het mee!
Gelderland is rijk aan cultuur en erfgoed: onder andere musea, theater, dans, festivals, monumenten, archeologie en het historische landschap. Het stimuleren van toegankelijkheid van cultuur en erfgoed voor de inwoners van Gelderland is een belangrijke provinciale kerntaak. Vanuit het programma Cultuur en Erfgoed worden verbindingen gezocht met overige provinciale kerntaken en de gebiedsopgaven. De duidelijkste verbindingen liggen bij de programma's Leefbaarheid, SteenGoed Benutten, Energietransitie, Gebiedsopgaven en Toerisme en Recreatie.
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
15
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Inwoners en bezoekers van Gelderland moeten de mogelijkheid hebben om cultuur en erfgoed te beleven en ervan te genieten. De provincie faciliteert dat hiertoe in alle regio's initiatieven ontplooid kunnen worden. Versterking van de regionale identiteit door middel van cultuur en erfgoed is hierbij het uitgangspunt. De provincie wil hierbij een verbindende en inspirerende rol vervullen, en investeren in de verdere ontwikkeling van kennis en onderzoek. Ondernemerschap en innovatie van de culturele sector worden gestimuleerd. Erfgoed ontwikkelen en beleven Erfgoed is om te beleven en om van te genieten. Toeristen en inwoners genieten van kastelen, historische steden en oude bossen. Erfgoed ontleent zijn bestaansrecht aan de waardering van mensen. Er is een onderscheid tussen materieel en immaterieel erfgoed. Materieel erfgoed bestaat uit historische bebouwing, historisch landschap en archeologie. Immaterieel erfgoed bestaat uit verhalen, tradities, gewoonten en gebruiken. Op het gebied van materieel erfgoed worden drie hoofddoelen onderscheiden. A. Versterken van de functionaliteit van erfgoed. Dit doet de provincie door het stimuleren van restauratie en herbestemming van monumenten en het tegengaan van leegstand.
Extra aandacht is er voor duurzaamheid van monumenten door het stimuleren van energiebesparende maatregelen, en het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan duurzaam onderhoud van groen erfgoed. B. Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk. Bundeling van kennis en capaciteit bij het uitvoeren van restauraties, het opstellen van uitvoeringsvoorschriften en een kwaliteitsborgingssysteem de zogenaamde Gelderse Voet en de Groene Voet voor erfgoedhoveniers, en voorzetten van het beleid op het gebied van regioarcheologie. C. Stimulering van innovatie en nieuwe ontwikkelingen. Samen met de erfgoedsector wordt gewerkt aan de onderwerpen: klimaat en duurzaamheid, kennis en innovatie in de praktijk, nieuwe opgaven (bijv. leegstand van monumentaal vastgoed), toegankelijk maken van cultuurhistorische en archeologische waardenkaarten en een kennisagenda Archeologie van Gelderland. Onderzoek en conclusie In paragraaf 6.11, wordt nader ingegaan op de aanwezige cultuurhistorie in het ontwikkelingsgebied. De ontwikkeling sluit aan op de doelstellingen zoals aangegeven in het beleidskader.
5.4
Regionaal beleid
5.4.1
Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012
Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: omgaan met de krimp; externe relaties; veranderingen in het landelijk gebied; overstap naar duurzame energie.
16
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Visiekaart Achterhoek Huidige kwaliteit als basis voor de toekomst De kaart geeft de regionale structuren en kwaliteiten weer. Landschap: De verschillen in landschaptypen zijn een belangrijkste identiteitsdrager van de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten willen die kenmerken en landschappelijke verschillen in de toekomst behouden, versterken of herstellen. Het gaat er daarbij niet om terug te keren naar het verleden, maar om het opdoen van inspiratie uit het verleden bij de toekomstige inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De karakteristieken van deze landschapstypen bieden aanknopingspunten voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het Achterhoekse landschap kan veel functies absorberen. De 'landschapstypekaart' (bijlage 5 van de structuurvisie) geeft het regionale kader weer. De aanbevelingen met betrekking tot lokale wijze van inpassing staat hier ook verder beschreven. Het bouwplan ligt in een bestaand woongebied en heeft geen invloed op het omliggende landschap buiten de woonwijk. Infrastructuur: Bereikbaarheid van en in de regio is van groot belang. De infrastructuur is derhalve wel functioneel van belang. Deze is voor de toekomst maar zeer beperkt ruimtelijk ordenend, niet meer dan het nu al is. De pijlen geven de verbindingen aan waar verbetering noodzakelijk-wenselijk is.
Het bouwplan ligt nabij de spoorlijn Arnhem-Doetinchem-Winterswijk maar heeft hier geen invloed op. Dorpenlandschap: Voorzieningen worden in een bepaalde mate geconcentreerd in bestaande grotere kernen, te weten Doetinchem, Winterswijk, Vorden, Hengelo, Borculo, Eibergen, Ruurlo, Neede, Lichtenvoorde, Groenlo, Aalten, Dinxperlo, Varsseveld, Gendringen, Steenderen , Wehl, Didam, 'sHeerenberg, Zelhem, Ulft /Gendringen en Silvolde/Gaanderen/Terborg. Dit betekent echter niet dat overal hetzelfde voorzieningenniveau wordt nagestreefd. In eerste instantie bepalen lokale behoefte en initiatief het niveau van de voorzieningen. Regionaal wordt afstemming gezocht om overaanbod en/of concurrentie door nabijheid te voorkomen. Het uitkristalliseren van deze afstemming is nog in
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
17
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 voorbereiding. Het bouwplan voegt zich in bestaand woongebied Wijnbergen en toekomstige bewoners maken gebruik van het lokale voorzieningenniveau. Overige speerpunten, zoals duurzame energie, toerisme enzovoort: deze speerpunten gelden regionaal en zijn in banners in de zijkant weergegeven. Er zijn geen specifieke locaties voor aangewezen. Wel wordt regionale afstemming nagestreefd. Het bouwplan heeft geen invloed op dit beleidsveld. 5.4.2 Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek De groei van het aantal huishoudens in de regio Achterhoek houdt langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen om te kunnen voorzien in de kwalitatieve behoefte die er nu en in de toekomst is. Daarom is in regionaal verband vanuit de thematafel Wonen en Vastgoed de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' opgesteld en door alle Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Doetinchem heeft deze notitie op 26 september 2019 vastgesteld. Op basis van deze notitie wordt onder voorwaarden ruimte gegeven aan de bouw van extra woningen in de regio Achterhoek.
Daarmee moeten nieuwe plannen voor het toevoegen van woningen in ieder geval worden getoetst aan de volgende drie voorwaarden/kwaliteitscriteria: de behoefte is aangetoond, voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop) en inbreiding gaat voor uitbreiding. De notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' is door de provincie Gelderland vastgesteld als wijziging op een aantal passages van de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025. Meer hierover in paragraaf 5.4.3 Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025. Tegelijkertijd heeft de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem, conform en met in achtneming van de inhoud van de notitie, het college van burgermeester en wethouders opdracht gegeven om de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' nader uit te werken voor de gemeente Doetinchem. Deze nadere uitwerking is noodzakelijk om daadwerkelijk medewerking te kunnen verlenen aan plannen voor het toevoegen van nieuwe woningen in de gemeente Doetinchem. De nadere (lokale) uitwerking heeft zijn beslag gekregen in de 'Woningbouwstrategie 2019'. Meer hierover in paragraaf 5.5.3 Woningbouwstrategie 2019. 5.4.3 Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 Op 25 juni 2015 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020.
De Regionale woonagenda schets de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar procesbegeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De in paragraaf 5.4.2 toegelichte notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek', zal de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 voor wat betreft het kwantitatieve deel vervangen. Dit betekent concreet dat passages uit de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 die (in relatie tot inmiddels verouderde prognoses) betrekking hebben op (de afspraken over) het aantal (netto) toe te voegen woningen tot 2025 (inclusief de in 2015 afgesproken verlaging met 10%) niet meer van toepassing zijn c.q. worden vervangen door de inhoud van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek'. Daarmee wordt op grond van regionaal beleid ruimte geboden om woningen toe te voegen voor zover die woningen (onder andere) voorzien in een aantoonbare behoefte in plaats van dat de ruimte die er is om woningen toe te voegen een afgeleide is van een afgesproken maximaal aantal woningen (het woningcontingent). Daarnaast is met het vaststellen van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' de onwenselijkheid die in de Regionale Woonagenda 2015-2025 is opgenomen t.a.v.
het toevoegen van extra woningen in de kleine kernen en het buitengebied, niet meer van toepassing voor nieuwe plannen. De in de Regionale Woonagenda 2015-2025 opgenomen mogelijkheid voor maatwerkoplossingen in incidentele gevallen blijft onverkort van toepassing op bestaande en nieuwe plannen die betrekking hebben op het toevoegen van woningen in de kleine kernen en het buitengebied. De provincie Gelderland stelt de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' vast als wijziging van de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 op de hiervoor genoemde passages. Plannen die betrekking hebben op het toevoegen van nieuwe woningen in de gemeente Doetinchem en voldoen aan de lokale uitwerking van de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' c.q. de 'Woningbouwstrategie 2019', zijn daarmee ook passend binnen de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025.
18
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
5.5
Gemeentelijk beleid
5.5.1
Structuurvisie Doetinchem 2035
Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan twee voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn: beherend ontwikkelen van stad en land; kwaliteit en beleving; Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na.
De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Onderzoek en conclusie De Structuurvisie Doetinchem 2035 van de gemeente bevat geen specifieke voorwaarden voor het plangebied bouwplan P499. 5.5.2
Doetinchem Natuurlijk Duurzaam
Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om de duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen. Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen.
In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Onderzoek en conclusie In het voorliggende initiatief bouwplan P499 zal aandacht zijn voor een natuurlijk duurzame inrichting van perceel en nieuwbouw en met gebruikmaking van zonnepanelen en -collectoren. Het bouwplan heeft een hoge energieneutraliteitsambitie.
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
19
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 5.5.3 Woningbouwstrategie 2019 Op 28 november 2019 heeft de gemeenteraad de 'Woningbouwstrategie 2019' vastgesteld. De afgelopen jaren kon beperkt medewerking worden verleend aan woningbouwplannen. Aanleiding daarvoor waren regionale afspraken over het maximaal aantal toe te voegen woningen en bijbehorend lokaal beleid onder de noemer (uitvoering) herziene woningbouwstrategie uit 2015 en 2016. Tegelijkertijd heeft dit beleid ervoor gezorgd dat de gemeente de regie weer in handen heeft als het gaat om het toevoegen van nieuwe woningen; de latente woningbouwcapaciteit in bestemmingsplannen is geschrapt. De gemeente kan nu weer meewerken aan gewenste woningbouw ontwikkelingen. De groei van het aantal huishoudens in de regio Achterhoek alsook in de gemeente Doetinchem houdt langer aan dan eerder was voorzien ten tijde van het vaststellen van regionale afspraken over het maximaal aantal toe te voegen woningen en bijbehorend lokaal beleid onder de noemer (uitvoering) herziene woningbouwstrategie uit 2015 en 2016. Dat de groei van het aantal huishoudens langer aanhoudt dan verwacht, betekent dat er extra woningen moeten komen om te kunnen voorzien in de kwalitatieve behoefte die er nu en in de toekomst is.
De gemeenteraad van Doetinchem heeft daartoe op 26 september 2019, net als de andere Achterhoekse gemeenten, de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek' vastgesteld. Daarmee is een nieuw regionaal kader gegeven waaraan nieuwe woningbouwontwikkelingen in de regio en dus ook in de gemeente Doetinchem moeten voldoen. Zie voor meer informatie paragraaf 5.4.2. De 'Woningbouwstrategie 2019' vormt de uitwerking van dat kader c.q. de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek'. Met de 'Woningbouwstrategie 2019' kan de gemeente Doetinchem sturen op het toevoegen van woningen waar behoefte aan is voor de verschillende doelgroepen, op het toevoegen van stedenbouwkundige kwaliteit en op het bestrijden van leegstand. Daarmee geeft de 'Woningbouwstrategie 2019' mede invulling aan de opvatting van de gemeente dat degenen die in de gemeente Doetinchem willen wonen ook terecht moeten kunnen op de woningmarkt binnen de gemeente Doetinchem. Met de 'Woningbouwstrategie 2019' wordt het voor initiatiefnemers duidelijk aan welke voorwaarden hun initiatieven in ieder geval moeten voldoen om in principe medewerking van de gemeente te verkrijgen. Onderzoek en conclusie Het voorliggende initiatief bouwplan P499 is als passend beschouwd binnen de Woningbouwstrategie 2019.
Er is sprake van een inbreidingslocatie en de te realiseren woning behoort tot een categorie waar op basis van de Woningbouwstrategie 2019 behoefte aan zou zij, namelijk de categorie Vrijstaand vanaf € 350.000. 5.5.4
Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 vormt de basis voor de omgang met water in het algemeen en het rioleringsstelsel in het bijzonder. Met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het stedelijk gebied zijn de volgende gidsprincipes voor integraal waterbeheer van belang: het toepassen van de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren; water van schoon naar minder schoon laten stromen (geen afwenteling); met water de identiteit van een plek zichtbaar maken; een goede communicatie opzetten (intern en extern); water als mede-ordenend principe toepassen bij ruimtelijke plannen; samenwerken en afstemmen; balans in watersysteem en waterketen. Door het toepassen van deze principes wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een robuust, veerkrachtig en gezond watersysteem binnen de gemeentegrenzen, gecombineerd met een aantrekkelijke woonomgeving met optimale belevings- en gebruiksmogelijkheden van het water. Er is een goede samenwerking en afstemming tussen alle bij het waterbeheer betrokken partijen, en er vindt geen bestuurlijke, financiële of ruimtelijke afwenteling plaats. Dit is het algemene streefbeeld voor 2030. In het Gemeentelijk Rioleringsplan wordt het algemene streefbeeld per functie en thema nader uitgewerkt. In paragraaf 6.10 Water wordt nader op het aspect water ingegaan. Dit bouwplan sluit aan op het gestelde in het Gemeentelijk Rioleringsplan.
20
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 5.5.4
Groenstructuurplan Doetinchem 2017
Het Groenstructuurplan Doetinchem 2017 vormt de basis van de groene bestemmingen in dit plan. Het groenstructuurplan is recent geactualiseerd en op 27 juni 2017 vastgesteld door het college. Het plan is het beleidsdocument waarin beleid en ambities ten aanzien van de groen- en bomenstructuren zijn vastgelegd. Het gaat daarbij zowel om de functionele als de visueel-ruimtelijke aspecten van het groen. Het groenstructuurplan is leidend bij ruimtelijke vraagstukken waar zij onderdeel van uitmaakt. De beleidsuitgangspunten voor het plan komen voort uit de Structuurvisie Doetinchem 2035. De belangrijkste doelen van het plan zijn: vastleggen van bestaande, te behouden, te versterken en nieuw te ontwikkelen (hoofd)groen- en bomenstructuren; verwoorden groene ambities en uitwerken naar concrete projecten en acties; handvatten bieden voor afwegingen bij ruimtelijke claims, afstoten en verkoop van het openbaar groen; functioneren als toetsingsinstrument voor de Bomenverordening; mede richting geven aan aanleg, beheer en onderhoud.
Bouwplan P499
Groenstructuurkaart, Kaart 1 Doetinchem Onderzoek en conclusie De groenstructuur in het plangebied is vastgelegd met de bestemmingen 'Groen'. De waterlopen en waterpartijen hebben hierbij de bestemming 'Water' gekregen. De aardkundig waardevolle gebieden zijn vastgelegd op de plankaart. In de regels van dit bestemmingsplan is met een specifieke beschermingsregeling de aardkundige waarden vastgelegd. Het bouwplan grenst aan de bestemming “Groen” en gaat hier door al bestaande haagbeplantingen naadloos in over en vormt geen belemmering. 5.5.6
Continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
21
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 Op 21 september 2017 heeft de gemeenteraad de nieuwe nota cultuurhistorie 'Continuïteit in Karakter' vastgesteld. In de nota is aandacht voor het verhaal van Doetinchem en het zichtbaar maken van cultuurhistorie in de openbare ruimte. Mede hierdoor wordt de kennis over en waardering voor cultuurhistorie vergroot, en kan cultuurhistorie als inspiratiebron dienen bij ruimtelijke planvorming. De nota kent een brede insteek en beschrijft ambities op een aantal maatschappelijke thema's. Daarnaast beschrijft de nota ook de beleidskaders en de manier waarop cultuurhistorie in de ruimtelijke planvorming geborgd wordt. Hiervoor zijn vijf belangrijke thema's onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5.
krimp, leegstand en herbestemmen; duurzaamheid en innovatie; instandhouding; kennis vergroting en uitwisseling; leefomgeving en participatie.
1. Krimp, leegstand en herbestemmen Bij leegstand van monumenten is herbestemming het uitgangspunt. Bij andere gebouwen met een cultuurhistorische waardeis de keuze of herbestemming of (gedeeltelijke) sloop. Naast cultuurhistorische waarde wordt het oordeel ook gebaseerd op de omgevingswaarde, de maatschappelijke waarde en de bouwtechnische waarde van het leegstaande gebouw. 2. Duurzaamheid en innovatie In 2030 wil Doetinchem energieneutraal zijn. Bij erfgoed wordt energiebesparing en het gebruik van alternatieve energiebronnen met rekening houdend met de cultuurhistorische waarde van de gebouwen gestimuleerd. De gemeente Doetinchem werkt aan een actueel overzicht van mogelijkheden voor eigenaren van historische gebouwen. 3. Instandhouding Het is de ambitie waardevol cultuurhistorisch erfgoed blijvend te beschermen, in stand te houden en verval te voorkomen. De gemeente monitort actief de bouwkundige staat van monumenten en handhaaft de monumentensubsidieverordening. 4. Kennis vergroting en uitwisseling De gemeente streeft er naar de aanwezige kennis over de cultuurhistorie van Doetinchem te vergroten, te delen en inzichtelijk te maken voor een groot publiek. Hiervoor wordt onderzoek gedaan naar cultuurhistorische waarden, waarbij in het bijzonder ook het funerair erfgoed (begraafplaatsen en kerkhoven) wordt genoemd.
Ook wordt nader onderzoek gedaan naar potentiële monumenten en wordt de monumentenlijst geactualiseerd. De gemeente blijft actief in gesprek met in- en externe deskundigen, en onderzoekt de wenselijkheid van een cultuurhistorische waardenkaart voor haar inwoners. 5. Leefomgeving en participatie De gemeente wil cultuurhistorie zo goed mogelijk zichtbaar en beleefbaar maken voor haar inwoners om op deze manier het besef en de waardering voor cultuurhistorie te vergroten. Particulier initiatief wordt gestimuleerd en de gemeente levert jaarlijks een bijdrage aan de Open Monumentendag. Algemeen De gemeente Doetinchem kent verschillende historische identiteiten, zoals bijvoorbeeld landschap, wonen en werken, de middeleeuwse stad, de naoorlogse stad, de boerderijen in het buitengebied welke de komende jaren een leidraad moeten vormen voor het cultuurhistorisch beleid. Daarnaast moet het cultuurhistorisch beleid zoveel mogelijk aansluiten op bestaande wetgeving. De gemeente heeft inmiddels veel informatie beschikbaar over de archeologie, de naoorlogse wijken, het industrieel erfgoed, het centrum van Doetinchem, het landelijk gebied en enkele kleinere onderzoeksgebieden. Uit alle onderzoeken zijn aanbevelingen naar voren gekomen voor behoud en ontwikkeling van bepaalde panden of structuren, onder en boven de grond.
Voor sommige panden heeft dat een bescherming opgeleverd als gemeentelijk monument. Voor andere loopt die procedure of volgt die nog. Daarnaast zijn er panden die net niet in aanmerking komen voor de monumentale status, maar wel bescherming verdienen tegen sloop. Door het
22
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 toekennen van cultuurhistorische waarde van deze panden in het bestemmingsplan, worden deze cultuurhistorische waardevolle panden tegen sloop beschermd. Meer hierover in paragraaf Cultuurhistorisch erfgoed. Onderzoek en conclusie Het onderhavige bouwplan P499 voegt zich in de lintbebouwing van de buurtschap Wijnbergen en vormt met de bestaande haagstructuur rond het perceel een goede overgang naar de groenstructuur aan de oevers van de Oude IJssel. Verdere thema’s uit de nota zijn niet relevant. 5.5.7
Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020
Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017-2020' en de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' vastgesteld. De gemeente biedt voor haar eigen inwoners en bezoekers een aantrekkelijke binnenstad waarbij bereikbaarheid en parkeren belangrijke pijlers zijn. Het parkeren biedt in en rond de binnenstad van Doetinchem, in de kernen van Wehl en Gaanderen en in woongebieden en buitengebied ondersteuning aan de daar aanwezige functies (zoals: wonen, winkelen, werken en recreëren). De parkeervisie is opgedeeld in vier pijlers: 1. parkeerlocatie en kwaliteit: alle openbare parkeerplaatsen moeten sociaal veilig, beschikbaar, vindbaar en te financieren zijn; 2. doelgroep gericht: per locatie hebben specifieke parkeerdersgroepen prioriteit. a. binnenstad - personeel en publiek; b. woongebieden - bewoners en bezoek; c. bedrijfsterreinen - personeel; 3. flexibiliteit: de uitvoering van de werkzaamheden uit de parkeervisie moeten gefaseerd uitgevoerd kunnen worden; 4. exploiteerbaarheid: de parkeerexploitatie dient te voldoen aan de financiële taakstelling. Parkeernormen hebben tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen voor te schrijven, dat voorzien wordt in de in te schatten parkeervraag. Dat aantal voorkomt dat door de aanleg van te weinig plaatsen er een tekort ontstaat.
Ook voorkomt het toepassen van de normen dat er teveel plaatsen komen, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid nadelig worden beïnvloed. De nota wil ook de toepassing van de normen voor burgers, bedrijven, gebouweigenaren, ontwikkelaars, e.d. inzichtelijk maken. Onderzoek en conclusie In de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' staat per situatie de parkeernormen. Het parkeerbeleid is voor het plangebied nader uitgewerkt in paragraaf 6.13 Verkeer en parkeren.
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
23
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499
Hoofdstuk 6 6.1
Haalbaarheid
Algemeen
Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en andere omgevingsaspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties. Als dit zo is, blijkt dit uit de tekst onder het bepaalde aspect.
6.2
Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. De activiteit(en) die het plan of besluit mogelijk maakt, komt niet voor in of kan niet worden beschouwd als een activiteit zoals opgenomen in kolom 1 van onderdeel C (C-lijst) of D (D-lijst) van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht. 2. Een m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; a. M.e.r.
is verplicht bij een plan als: het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is. of als de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is. b. M.e.r. is verplicht bij een project: als de activiteit die mogelijk wordt gemaakt is opgenomen in kolom 1 van de C-lijst. als de omvang van de activiteit de drempelwaarde van kolom 2 van de C-lijst overschrijdt. en er een besluit als genoemd in kolom 4 van de C-lijst nodig is. 3. Een formele m.e.r.-beoordelingsplicht: indien sprake is van een formele beoordelingsplicht, dan moet het bevoegd gezag (aan de hand van de criteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling) met een m.e.r.-beoordelingsbesluit beoordelen of de voorgenomen activiteit (door de initiatiefnemer bij bevoegd gezag gemeld in de vorm van een aanmeldnotitie) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben c.q. of belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Indien belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen wel worden uitgesloten, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk.
Er is sprake van een formele m.e.r.-beoordelingsplicht als de voorgenomen activiteit: voorkomt/beschouwd kan worden als een activiteit in kolom 1 van de D-lijst, en groter is dan de drempelwaarde in kolom 2 van de D-lijst, en mogelijk gemaakt wordt door een besluit in kolom 4 van de D-lijst (indien de activiteit mogelijk wordt gemaakt door een plan in kolom 3, dan geldt een plan-m.e.r.-plicht).
24
Rapportnummer PBO 20042801.6, 19 november 2020, definitief
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 4.
Een 'vormvrije' m.e.r.-beoordelingsplicht: indien sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, dan moet het bevoegd gezag (aan de hand van de criteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling) met een m.e.r.-beoordelingsbesluit ook beoordelen of de voorgenomen activiteit (door de initiatiefnemer bij bevoegd gezag gemeld in de vorm van een aanmeldnotitie) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben c.q. of belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Indien belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, dan moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Als belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wel kunnen worden uitgesloten, dan volstaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling en is het een milieueffectrapportage niet nodig. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling als de voorgenomen activiteit: voorkomt/beschouwd kan worden als een activiteit in kolom 1 van de D-lijst, en kleiner is dan de drempelwaarde in kolom 2 van de D-lijst, en mogelijk gemaakt wordt door een besluit in kolom 4 van de D-lijst.
Onderzoek Een enkele woning komt niet voor op de C- of D-lijst en er geldt dan geen M.E.R. plicht of (vormvrije) M.E.R. beoordelingsplicht. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling – en de invulling van de oorspronkelijk al voorziene bouw in het voorgaande bestemmingsplan Wijnbergen – is met de bouw van één vrijstaande woning geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Ook is er geen sprake van een milieubelang. De inrichting van de kavel met te handhaven haag rond het perceel is een uitwerking op basis van eerdere stedenbouwkundige visie. Het bouwplan voegt zich in de lintbebouwing langs de Doetinchemseweg en is de afronding van de bouwplannen op het voormalige schoolterrein. Er worden geen milieuaspecten bedreigt, zie ook bijlage quickscan flora en fauna. Conclusie Het initiatief bouwplan P499 is niet M.E.R. plichtig.
6.3
Bodem
Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming. De eisen die worden gesteld aan de bodemkwaliteit en de noodzaak tot het uitvoeren van een bodemonderzoek staan vermeld in onder meer de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit, de Woningwet en het Bouwbesluit. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Ook mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door bijvoorbeeld grondverzet (het zogenaamde stand still-beginsel). Onderzoek Het onderhavige bouwplan betreft een correctie van de eerder voor woondoeleinden bestemd perceel. De bodem is toen onderzocht op belemmeringen. Die waren niet aanwezig. Er hebben geen bodemingrepen plaatsgevonden of anderszins beïnvloeding vanuit de omgeving. Het onderzoek is geactualiseerd door bureau Lycens. Het rapport met nummer 2020-0278 d.d. 24 juni 2020 is als bijlage toegevoegd. Geconcludeerd wordt dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de planologische procedure en herinrichting van de locatie. Conclusie Er waren en zijn geen bezwaren ten aanzien van de bodemkwaliteit en deze vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
6.4
Akoestiek
6.4.1
Wegverkeerslawaai
Rapportnummer PBO 20042801.6, definitief
25
Ruimtelijke Onderbouwing bouwplan Doetinchemseweg perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, nr. 499 Wegverkeer kan overlast bij woningen of geluidsgevoelige functies veroorzaken. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn daarom geluidsnormen opgenomen. Onderzoek en conclusie In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Buiten de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte voor tweestrooks wegen die aan weerszijden van de weg gerekend vanuit de wegas, in acht moet worden genomen 250 meter. Binnen de bebouwde kom bedraagt deze afstand 200 meter. Ingeval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone moet een akoestisch onderzoek plaatsvinden. Daar waar geen sprake is van een wettelijke onderzoekszone moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening het aspect akoestiek ook afgewogen worden. Aangezien de voorliggende ontwikkeling een geluidsgevoelige functie mogelijk maakt in de vorm van wonen binnen de geluidzone van de Doetinchemseweg is akoestisch onderzoek in principe nodig. Het plangebied is doorgerekend ten aanzien van de geluidsbelasting door bureau K+ adviesgroep. Het rapport met kenmerk RM200449aaA0 is als bijlage toegevoegd.
In dit onderzoek wordt bevestigd dat er alleen sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 DB(A) ten aanzien van de Doetinchemseweg. Deze is 51 DB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Voor het plan moet een ontheffing hogere grenswaarde geluid worden aangevraagd. Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd deze te verlenen. De ontheffing wordt parallel aan deze bestemmingsplanprocedure gevoerd. Uit het onderzoek komt naar voren dat het geluidsaspect geen probleem oplevert voor de voorliggende ontwikkeling mits ontheffing hogere grenswaarde. Dit zal plaatsvinden. 6.4.2
Railverkeerslawaai
Voor railverkeerslawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Er is van rechtswege (Wgh) een zone gelegen langs iedere spoorlijn. De spoorlijn Arnhem - Doetinchem - Winterswijk heeft een zone van 100 meter. Onderzoek en conclusie Het bouwplan P499 ligt buiten de zone van 100 m en derhalve is geen aanvullend akoestisch onderzoek nodig in kader van railverkeerslawaai. 6.4.3
Industrielawaai/bedrijfszonering
In de Wgh is bepaald dat rond industrieterreinen waarop bepaalde, krachtens Het Besluit omgevingsrecht (BOR) aangewezen, inrichtingen zijn gevestigd of zich mogen vestigen (grote lawaaimakers), een geluidzone moet zijn vastgesteld. Met deze zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel lawaaimakers als aan woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Lawaaimakers kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen, te veel oprukken naar de lawaaimakers. Buiten deze geluidzone mag de geluidsbelasting door industrielawaai niet meer bedragen dan 50 dB(A) (de voorkeursgrenswaarde industrielawaai). In de Wet geluidhinder is vastgelegd dat het vastleggen, opheffen of wijzigen van een geluidzone moet plaatsvinden via het vaststellen van een bestemmingsplan. Niet is vastgelegd dat bestaande geluidzones opnieuw overgenomen moeten worden. Het opnemen van de geluidzone heeft dan ook vooral een signaleringsfunctie en is niet nodig vanuit het oogpunt van rechtszekerheid. Onderzoek en conclusie Voor het voorliggende plangebied bouwplan P499 zijn de bedrijventerreinen Hamburgerbroek en Verheulsweide van belang.