02 - Bestemmingsplan Hertelerweg 3 - 2022 (1e vaststelling).pdf
Tekst van het document
2,9
3,4
4
5,1
100 m² BVO
86%
Casino
5,7
6,1
6,5
8
100 m² BVO
86%
Bowlingcentrum
1,6
2,3
2,8
2,8
100 m² BVO
89%
Biljart-/snookercentrum
0,8
1,1
1,3
1,7
100 m² BVO
87%
Dansstudio
1,6
3,9
5,5
7,4
100 m² BVO
93%
Sportschool/fitnessstudio
1,4
3,4
4,8
6,5
100 m² BVO
87%
Fitnesscentrum
1,7
4,5
6,3
7,4
100 m² BVO
90%
Wellnesscentrum (thermen, kuur, beautycentrum)
N.V.T.
N.V.T.
8,8
10,3
100 m² BVO
99%
Sauna / hammam
2,5
4,6
6,7
7,3
100 m² BVO
99%
Sporthal
1,5
2,1
2,8
3,4
100 m² BVO
96%
Squashhal
1,6
2,4
2,7
3,2
100 m² BVO
84%
Sportzaal
1,1
1,9
2,7
3,2
100 m² BVO
94%
Tennishal
0,3
0,4
0,5
0,5
100 m² BVO
87%
Zwembad overdekt
N.V.T.
10,7
11,5
13,3
m ² bad
Zwembad openlucht
N.V.T.
10,1
12,2
15,8
m ² bad
Zwemparadijs (verkeersgeneratie; forse marges)
N.V.T.
N.V.T.
12,5
N.V.T.
100 m² BVO
Stadion (De Graafschap-Vijverberg)
0,15
0,15
0,15
N.V.T.
zitplaats
99%
Sportveld
20
20
20
20
hectare terrein
95%
99%
Kunstijsbaan (<400m)
1,2
1,5
1,8
2
100 m² BVO
98%
Kunstijsbaan (400m)
N.V.T.
2,2
2,5
2,7
100 m² BVO
98%
Ski-snowboardhal (verkeersgeneratie; forse marges)
N.V.T.
N.V.T.
5,7
N.V.T.
100 m² BVO
Jachthaven
0,6
0,6
0,6
0,6
ligplaats
Golfoefencentrum
N.V.T.
N.V.T.
51,1
56,2
centrum
93%
Golfbaan (18 holes)
N.V.T.
N.V.T.
96
118,3
18 holes/60 ha.
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal, gemiddeld/klein)
3,1
3,9
4,7
5,1
100 m² BVO
97%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal, groot)
3,7
4,6
5,6
6,1
100 m² BVO
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal, zeer groot)
3,9
4,9
5,8
64
100 m² BVO
98%
Kinderboerderij (verkeersgeneratie; forse marges)
N.V.T.
18,8
22,5
N.V.T.
boerderij
Manege (forse marges)
N.V.T.
N.V.T.
N.V.T.
0,4
box
90%
Dierenpark
8
8
8
8
ha netto terrein
99%
Attractie-/pretpark
8
8
8
8
ha netto terrein
99%
Volkstuintjes
N.V.T.
1,2
1,3
1,4
100%
Plantentuin (botanisch)
N.V.T.
27,5
30,5
N.V.T.
10 tuintjes gemiddelde tuin
Pagina 14 van 20
Bijlage B: Aanwezigheidscijfers
Moment van de dag Functie Woningen bewoners
werkdagochtend 50%
werkdag- werkdagmiddag avond
koopavond
werkdagnacht
zaterdagmiddag
zaterdagavond
zondagmiddag
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
Supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
Bioscoop/theater/podium/etc.
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
Sociaal medisch (arts/ therapeut/consultatiebureau)
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
Verpleeg-/verzorgingstehuis/flat/ aanleunwoning Ziekenhuis patiënten incl. bezoek Ziekenhuis medewerkers
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Pagina 15 van 20
Bijlage C: Parkeernormen fiets
Gemeente
Doetinchem
Verstedelijkingsgraad:
Weergave:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen: Fiets
Werken
Woningen
Functies
Onderwijs Winkelen
Schil/over- Rest beb. loop kom
Buitengebied
Grondslag voor norm
Normen conform Rijksbouwbesluit Artikel 4.31. Aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen Kantoor (personeel)
1,7
1,2
1,2
0,7
100 m² BVO
Kantoor met balie
5
5
5
5
Balie
Basisschool (medewerkers) Middelbare school (leerlingen) Middelbare school (medewerkers) Crèche, Peuterspeelzaal/KDV ROC (leerlingen)
4,3 5 6,2 0,4 14 0,6 1,5 12
ROC (medewerkers)
0,9
Winkelcentrum Supermarkt
Basisschool (leerlingen)
Horeca
Centrum
<250 250 - 500 >500
Bouwmarkt (Week)markt
per 10 ll. per 10 ll. per 10 ll. per 10 ll. 100 m² BVO 100 m² BVO 100 m² BVO 100 m² BVO
0,5 1,5
0,4 1,5
2,7
2,7
1,5
100 m² BVO
2,9
2,9
1,6
100 m² BVO
0,25
Maatwerk
100 m² BVO
100 m² BVO
Maatwerk Maatwerk
Tuincentrum
0,4
Maatwerk
0,1
Fastfood-restaurant/afhaalcentra Eenvoudig restaurant/café Luxe restaurant
29
29
10
18 4
15 4
15 4
100 m² BVO
100 m² BVO 100 m² BVO
Pagina 16 van 20
Bijlage C: Parkeernormen fiets (vervolg)
Gemeente
Doetinchem
Verstedelijkingsgraad:
Weergave:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen: Fiets
Functies
Zorg en maatsch. Voorz. Sport, cultuur en ontspanning
Schil/over- Rest beb. loop kom
Buitengebied
Grondslag voor norm
7
Locatie
Apotheek (medewerkers)
4
Locatie
Gezondheidscentrum (bezoekers)
1,3
100 m² BVO
Gezondheidscentrum (medewerkers)
0,4
100 m² BVO
Ziekenhuis (bezoekers)
0,5
100 m² BVO
Ziekenhuis (medewerkers)
0,4
100 m² BVO
Begraafplaats/crematorium
5
Kerk/moskee Bibliotheek
3
Gelijktijdige plechtigheid 100 zitplaatsen 100 m² BVO
Bioscoop
7,8
4,3
1,4
100 m² BVO
Fitness
5
3,7
2
100 m² BVO
Museum
0,9
Sporthal
2,5
2,5
2,5
Sportveld
61
Sportzaal
4
Evenementen
32
Apotheek (bezoekers)
OV
Centrum
40 (maatwerk)
100 m² BVO 100 m² BVO ha netto terrein 4
4
100 m² BVO 100 bezoekers
Maatwerk
Stadion (Vijverberg)
100 zitplaatsen
Theater / schouwburg
24
21
18
100 zitplaatsen
Zwembad (overdekt)
28
28
28
100 m² Bassin
Zwembad (openlucht) Busstation Bushalte Carpoolplaats
20
20
20
100 m² Bassin halterende buslijn halte autoppl
42 42 0,8
0,8
Pagina 17 van 20
Bijlage D: Eisen aan het parkeeronderzoek
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning kan ontheffing worden verleend op basis van parkeren op de openbare weg. De aanvrager dient voldoende onderzoek te doen voordat ontheffing kan worden verleend. De gemeente Doetinchem stelt de volgende eisen bij een parkeeronderzoek: • •
•
•
De binnenstad, het centrumgebied en de schil/overloopgebied dienen expliciet te worden meegerekend in het onderzoek, omdat in die gebieden de parkeer- en stallingbehoefte groot is. Het onderzoeksgebied wordt vooraf met de afdelingen BuHa en FO vastgesteld. Het onderzoek wordt door een onafhankelijk adviesbureau dat aantoonbaar gespecialiseerd is in de werkvelden Verkeer en Parkeren uitgevoerd. De afdelingen FO en BuHa accorderen vooraf. Afhankelijk van de functies worden tellingen uitgevoerd (parkeerbezetting c.q. parkeerduur) op een ochtend- , middag-, avond- c.q. nachtperiode. De afdelingen BuHa en FO stellen de exacte tijdstippen en perioden vast. Uitkomsten van het parkeeronderzoek moeten in een onderzoeksrapport gepresenteerd worden. In relatie tot de vergunningaanvraag stelt de gemeente Doetinchem de volgende minimale eisen aan dergelijke rapporten: 1. Inleiding met vraag-, probleem- en doelstelling. 2. Situatie plangebied (locatie, ontwikkel-/bouwplan in relatie tot parkeereis, parkeermogelijkheden op eigen terrein en noodzakelijk aantal parkeerplaatsen in openbaar gebied). 3. Werkwijze en resultaten van het parkeeronderzoek (onderzoeksgebied, sectie-indeling, weersomstandigheid, tijdstip onderzoek, weergaven in tabellen en grafieken, weergave per secties van de parkeerbehoefte (absoluut en %), parkeerduur en parkeernood (85% - 100% en >100%). 4.
Conclusie, synthese en aanbevelingen.
Pagina 18 van 20
Bijlage E: Bijzonder gemeentelijk belang
Als er sprake is van een bijzonder gemeentelijk belang, dan kan het college besluiten af te zien van de plicht tot het realiseren van parkeervoorzieningen op eigen terrein of binnen de planontwikkeling. Het gaat hierbij in hoofzaak om vooral de volgende situaties: a.
b.
c. d.
e.
Stedenbouwkundig ongewenst: door de aanleg van benodigde parkeerplaatsen wordt de stedenbouwkundige structuur aangetast en is de ruimtelijke kwaliteit in het geding. Bijvoorbeeld: bij omzetten van bestaande bebouwing naar een commercieel te exploiteren privé-parkeerterrein is het ongewenst dat het erf wordt verhard/gebruikt voor parkeren. De parkeernormen leiden nooit tot problemen op het eigen terrein. De eis om het parkeren op eigen terrein op te lossen, leidt er vaak toe dat de volledige beschikbare grond rondom het gebouw ingezet wordt voor parkeren. Dat kan leiden tot ruimtelijk ongewenste situaties en aantasting van de woonkwaliteit. Bij de beoordeling van het bouwplan dient niet alleen voldaan te worden aan de parkeernorm, maar dient ook een afweging in ruimtelijke aanvaardbaarheid gemaakt te worden. De afdelingen BuHa en FO onderbouwen de afweging van de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Verder mag het ontwikkelplan niet zodanig overvragen dat het parkeren niet op eigen terrein is op te lossen. Het plan is dan te groot. Dit is ruimtelijk onaanvaardbaar. Wonen boven winkels, kantoren, horeca, detailhandel en commerciële functies: Als er een uitbreiding is van het aantal m2 bvo, dan gelden de parkeernormen.
Tijdelijk Ander Gebruik: het wordt toegestaan dat er tijdelijk een andere functie in een pand of op braakliggende percelen wordt gevestigd (bijvoorbeeld parkeren op het Sportpark Zuid, Terrein Eimers, Action of tijdelijke huisvesting). Als de nieuwe parkeereis meer dan bijvoorbeeld 10 plaatsen afwijkt van de oude parkeereis, dan moet er worden bekeken of het mogelijk is om het initiatief door te laten gaan. De aanvrager moet dan een parkeeronderzoek verrichten naar een oplossing c.q. alternatief. Het tijdelijk ander gebruik kan alleen gedurende de periode dat het is toegestaan. Wordt de functie permanent, dan moet het bestemmingsplan gewijzigd worden en moet het initiatief voldoen aan de actuele parkeernorm Bij alle functies moet rekening worden gehouden met minder validen. Hiervoor gelden de actuele CROWrichtlijnen en het Handboek Toegankelijkheid.
Pagina 19 van 20
Nota Parkeernormen auto- en fietsverkeer gemeente Doetinchem
Bijlage 6 Bestemming 'Waarde - Archeologie' Bijlage 6 Bestemming 'Waarde - Archeologie'
32
Artikel X Waarde - Archeologie X.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, versterking, bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem; b. Als een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op één bouwperceel, moet uitgegaan worden van de waarde die past bij de onderliggende verwachtingszone. X.2 Bouwregels X.2.1 Archeologisch rapport Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 50 m² en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. als uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is mutatis mutandis van overeenkomstige toepassing. X.2.2 Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunningaanvraag als bedoeld in lid [X.2.1] sub a, wint het advies in bij de archeologisch deskundige.
X.2.3 Geen archeologisch rapport Het bepaalde in lid [X.2.1] sub a geldt niet als: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen. X.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid [X.2], nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de afmetingen van bouwwerken; b. de situering van bouwwerken; c. de inrichting en het gebruik van gronden; als uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond ('in situ') te behouden. X.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden X.4.1 Vergunningplicht Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
het ophogen van de bodem met meer dan 1 m over een oppervlakte van meer dan 50 m2; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld, over een oppervlakte van meer dan 50 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, maar ook het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of oppervlakte verhardingen en het graven van een bouwput; c. bodem verlagen of afgraven dieper dan 0,3 m onder maaiveld, en over een oppervlakte van meer dan 50 m2, (ook voor het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
X.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid [X.4.1] opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in dit kader is verleend; f. als op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet gelden. X.4.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in lid [X.4.1] genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, dat zal moeten blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen.
In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd bezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. X.4.4 Voorschriften Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; d.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.
X.4.5 Advies archeologisch deskundige Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid [X.4.1] wint het advies in bij een archeologisch deskundige. X.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen door de dubbelbestemming '[Waarde - Archeologie]' geheel of gedeeltelijk te verwijderen als: a. op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Bijlage 7 Inrichtingsplan Hertelerweg Gaanderen Bijlage 7 Inrichtingsplan Hertelerweg Gaanderen
33
Inrichtingsplan Hertelerweg te Gaanderen
Onderdeel van de bestemmingswijziging
Colofon
Hoog-Keppel
: mei 2014
Rapportnummer Projectnummer
: 1384 : 2287
Opdrachtgever Contactpersoon
: Cumela Advies : Dhr. R. Wolting
Opdrachtnemer
: Stichting Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641910 info@staringadvies.nl www.staringadvies.nl
Auteur(s)
: D.J. Stronks
Eigendom Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever. Het rapport blijft eigendom van de opdrachtgever. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d. m. v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Kwaliteitszorg Stichting Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het Netwerk Groene Bureaus is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het Netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl
Inhoudsopgave
1
Inleiding
3
2
Landschap
4
3
Het groen- en inrichtingsplan
5
4.
Beheer
10
1
Inleiding
In verband met de geplande ruimtelijke ontwikkelingen op gelegen tussen de Hertelerweg en de Steverinkstraat te Gaanderen is het voorliggende groen- en inrichtingsplan opgesteld. Het plan is om op deze locatie de bestaande loods uit te breiden en een stuk grond te bestemmen voor de opslag van zand en grond. De gemeente Doetinchem wil hier aan meewerken, mits het aangrenzende terrein ingericht wordt ten behoeve van natuur en landschap. Dit plan geeft invulling aan deze wens. In figuur 1 is de topografische ligging van de locatie weergeven.
Figuur 1. Topografische ligging planlocatie (rode cirkel).
Stichting STARING ADVIES
|
3
2
Uitgangspunten
Door ERS architecten bna is een eerste inrichtingsschets gemaakt. Op basis van deze schets en een veldbezoek door de auteur van dit plan op 14 mei 2014 is dit plan opgesteld. Tegelijk met dit bezoek zijn ter plekke met de eigenaar de ideeën voor de inrichting besproken. Tijdens het veldbezoek is ter plekke een grondboring verricht om de mogelijkheden voor aanleg van een poel goed te kunnen beoordelen. Tijdens het veld bezoek is ook de omgeving van de planlocatie bekeken met als doel om een goede aansluiting op het omringende landschap te verkrijgen. Landschappelijk gezien is het gewenst om de harde grens met het erf aan de westzijde te verzachten. Met deze harde grens wordt de lange metershoge beukenhaag bedoeld die als een muur om het erf gelegen is. Langs de noordzijde van het plangebied is het gewenst om door middel van aanplant het terrein dicht te maken zodat inloop van die zijde wordt vermeden. Het is wenselijk de openheid naar het oosten te handhaven zodat het plangebied geen afgesloten op zich staand gebiedsvreemd element wordt in het landschap. Vanuit natuuroogpunt gezien liggen hier potenties voor flora en fauna welke gebonden is aan struweel, soortenrijk grasland en geïsoleerde wateren. Op 14 mei 2014 bevond de grondwaterspiegel zich op circa 90 cm onder maaiveld.
Het voorjaar van 2014 was erg droog, zodat aannemelijk is dat gemiddeld in mei de grondwaterspiegel hoger is.
Stichting STARING ADVIES
|
4
3
Het groen- en inrichtingsplan
In dit hoofdstuk worden de volgende elementen beschreven, inclusief een onderbouwing van gemaakte keuzes: •
De aangrenzende groenelementen.
•
Te handhaven elementen.
•
Te rooien groenelementen.
•
Aan te leggen groenelementen.
3.1
De aangrenzende groenelementen
Figuur 2 laat een overzicht zien van de aangrenzende groenelementen. Het erf ten westen van het plangebied heeft een groene inrichting met veel bomen en struiken. Vanaf de planlocatie gezien is het erf verstopt achter een hoge beukenhaag. Aan de noordzijde van het plangebied grenst de Steverinkstraat met daarlangs een laanbeplanting van zomereik. Ten oosten van het plangebied ligt een extensief gebruikt weitje. Aan de zuidwestzijde staan op de perceelscheiding enkele jonge knotwilgen. Deze lijnvormige beplanting is in westelijke richting langs de Hertelerweg doorgetrokken.
Stichting STARING ADVIES
|
5
laanbeplanting zomereik
grasland
hoge beukenhaag
‘groen’ erf met veel bomen en struiken
jonge knotwilgen
Figuur 2. Huidige situatie en aangrenzende (groen)elementen.
3.2 Te handhaven elementen.
De planlocatie bestaat geheel uit grasland. Een deel van dit grasland verdwijnt in verband met de aan te leggen groenelementen.
Stichting STARING ADVIES
|
6
3.3
Het inrichtingsplan
Figuur 3. Inrichtingsplan.
Stichting STARING ADVIES
|
7
Figuur 3 geeft de inrichtingsmaatregelen weer.
Beschrijving van de inrichtingsmaatregelen 1. Half-natuurlijk grasland. Hier vinden geen inrichtingsmaatregelen plaats. 2. Schraal vochtig grasland. Hier wordt de bouwvoor met een dikte van circa 40 cm natuurtechnisch ontgraven over een oppervlakte van circa 410 m2. Dat wil zeggen: met een graafmachine, voorzien van een gladde bak, wordt de bouwvoor afgeschraapt tot op het grensvlak met de minerale ondergrond. Daarbij wordt achteruit gewerkt en wordt er niet met de machines over de afgegraven delen gereden. Op de overgang naar het aangrenzende half-natuurlijk grasland wordt een talud aangehouden van 1:5 tot 1:10. Bij het grondwerk komt circa 165 m3 zwarte grond vrij welke wordt afgevoerd. 3. Poel. De poel wordt uitgegraven met een graafmachine. De maximale diepte is 160 cm. De taluds variëren van 1:2 tot 1:5. De oppervlakte van de poel, gemeten vanaf de insteek, is circa 215 m2. Bij het grondwerk komt circa 85 m3 zwarte grond en circa 170 m3 zand vrij welke wordt afgevoerd. 4. Bosmantel. Aanplant van tweejarig bosplantsoen. Aan te planten soorten en aantallen: zie plantsoenlijst. De oppervlakte van deze eenheid is circa 310 m2. Het bosplantsoen wordt in wildverband met een gemiddelde plantafstand van 1,5 x 1,5 meter geplant. Daarbij wordt groepsgewijze menging toegepast, d.w.z.
5 tot 15 stuks van dezelfde soort worden als groepen geplant om te voorkomen dat één soort gaat overheersen. In totaal worden hier 140 stuks bosplantsoen geplant. 5. Struweel. Verdeeld over twee plantvakken wordt tweejarig bosplantsoen aangeplant. Aan te planten soorten en aantallen: zie plantsoenlijst. De oppervlakte van deze eenheid is circa 190 m2. Het bosplantsoen wordt in wildverband met een gemiddelde plantafstand van 1,5 x 1,5 meter geplant. Daarbij wordt groepsgewijze menging toegepast, d.w.z. 5 tot 15 stuks van dezelfde soort worden als groepen geplant om te voorkomen dat één soort gaat overheersen. In totaal worden hier 85 stuks bosplantsoen geplant. 6. Struweelhaag. Over een lengte van 95 meter wordt een struweelhaag aangeplant door twee rijen tweejarig bosplantsoen te planten. De afstand tussen beide rijen is 50 centimeter. In elke rij worden 2 stuks bosplantsoen per meter geplant. In totaal worden er dus per meter 4 stuks bosplantsoen geplant. In totaal worden hier 380 stuks bosplantsoen geplant.
Stichting STARING ADVIES
|
8
aantal stuks bosplantsoen per plantvak soort plantvak 4 plantvak 5 plantvak 6 Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Spaanse aak of Veldesdoorn Acer campestre 100 Haagbeuk Carpinus betulus 100 Hazelaar Corylus avellana 25 10 Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna 10 75 Brem Cytisus scoparius 10 Wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus 15 10 Beuk Fagus sylvatica 50 Wilde liguster Ligustrum vulgare 10 55 Mispel Mespilus germanica 10 Vogelkers Prunus padus 25 Sporkehout of Vuilboom Rhamnus frangula 15 10 Boswilg Salix caprea 15 Gewone vlier Sambucus nigra 10 Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia 15 10 Gelderse roos Viburnum opulus 10 15 totalen: 140 85 380 Tabel 1. Plantsoenlijst (overzicht plantmateriaal per plantvak).
Stichting STARING ADVIES
|
9
4. Beheer Per onderdeel wordt hieronder het te voeren beheer voor het plangebied beschreven. Dit beheer is er gericht op de instandhouding en ontwikkeling van de te de nog aan te leggen beplanting. 1. Half-natuurlijk grasland. Door in de eerste jaren het grasland frequent te hooien zal het schraler en soortenrijker worden. Op den duur streven naar één keer hooien in augustus. 2. Schraal vochtig hooiland. Eens per jaar hooien in augustus. Spontane opslag van bomen en struiken uittrekken of afmaaien. 3. Poel. Opschonen met kraan als meer dan de helft is dichtgegroeid. Spontane opslag van bomen en struiken op de oevers uittrekken of afmaaien. 4. Bosmantel. Indien meer dan 30% van de aanplant afsterft, deze vervangen. Op langere termijn te hoog opschietende struiken afzetten. 5. Struweel. Indien meer dan 30% van de aanplant afsterft, deze vervangen. Op langere termijn te hoog opschietende struiken afzetten. 6. Struweelhaag. Als meerdere planten naast elkaar afsterven, deze vervangen. Eens per 2 tot 5 jaar snoeien, afhankelijk van het gewenste beeld.
Stichting STARING ADVIES
|
10
Bijlage 8 Akoestisch onderzoek Bijlage 8 Akoestisch onderzoek
34