02 - Bestemmingsplan Hertelerweg 3 - 2022 (1e vaststelling).pdf
Tekst van het document
4. Bossingel
Bossingels en kleine bosjes zijn landschapselementen die bestaan uit hoog opgaande beplanting. Het kunnen doorgeschoten hakhoutwallen zijn, maar ook recent aangelegde houtsingels. Een bosje is een klein vrij liggend vlakelement, een singel is een lijnvormig element. Instapeisen - Een bossingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken. - Een bossingel is minimaal 20 meter lang. Inrichtingseisen bij aanleg bossingel - alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken; - plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 1,50m x 1,50 meter; - aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; - raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij; - afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende bossingels op één perceel is tenminste 50 meter.
5. Knip- of scheerheg
Heggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Op de droge gronden dienden de heggen veelal als eigendoms- of perceelscheiding. De doornige meidoorn kon daarnaast ook nog een veekerende functie hebben. Met de komst van het prikkeldraad zijn veel heggen uit het landschap verdwenen. Door het regelmatig knippen heeft de heg een strak en recht uiterlijk. Heggen zijn van belang voor flora en fauna, zo bieden ze schuilmogelijkheden voor diverse diersoorten. Instapeisen - Een knip- of scheerheg is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met een aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen en/of struiken, dat wordt geknipt of geschoren. - Een knip- of scheerheg is minimaal 25 meter lang. - Een knip- of scheerheg kan periodiek gevlochten worden. Inrichtingseisen bij aanleg knip- of scheerheg - alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken; - het betreft een element met één- of twee rijen; - plantafstand in de rij bij 1 rij minimaal 0,25 meter en maximaal 0,40 meter en bij twee rijen plantafstand in de rij minimaal 0,30 cm en maximaal 0,50 meter en afstand tussen rijen minimaal 0,30 meter en maximaal 0,50 meter; - aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van Nederlandse herkomst; - mogelijk raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij.
6. Struweelhaag
Struweelhagen komen in heel Gelderland voor en er zijn vele lokale varianten. Een struweelhaag wordt minder frequent gesnoeid en kan daardoor breder uitgroeien. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals vlechtheggen. Struweelhagen vormen een belangrijk leefgebied voor aan struwelen en zomen gebonden flora en fauna. Instapeisen - Een struweelhaag is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken. - Een struweelhaag is minimaal 25 meter lang. - Hagen die minimaal eenmaal per 3 jaar worden gesnoeid horen tot het beheertype Knipof scheerheg. Inrichtingseisen bij aanleg struweelhaag - alleen gebruik inheemse struiken, waarvan 50% bestaat uit doornachtige struiken; - het betreft een element met één- of twee rijen; - plantafstand in de rij bij 1 rij minimaal 0,25 meter en maximaal 1 meter en bij twee rijen plantafstand in de rij minimaal 0.50 cm en maximaal 1,00 meter en afstand tussen rijen minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 meter; - aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; - raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij; - afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende struweelhagen op een perceel is tenminste 50 meter.
7. Laan
Lanen zijn wegen die aan beide zijde met een of meerdere rijen bomen zijn beplant. Vooral op landgoederen en buitenplaatsen zijn ze in het verleden aangeplant. Lanen werden niet alleen aangeplant uit esthetische motieven, maar dienden ook als beschutting tegen weersinvloeden en voor de houtproductie. Lanen zijn van belang voor aan oude bomen of boomholten gebonden vogels en vleermuizen en op bomen groeiende mossen en korstmossen. Instapeisen - Een laan is een weg of pad, die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen is beplant en is bedoeld en aangelegd als laan. - Bij een laan gaat het meestal om bomen van dezelfde soort en leeftijd en er is sprake van een herkenbaar en regelmatig plantverband. - Onder dit beheertype vallen ook dijken met een weg, bovenop de kruin van de dijk, die aan beide zijden met bomen is beplant. - Een laan is minimaal 40 meter lang. Inrichtingseisen bij aanleg laan - alleen gebruik inheemse bomen; - plantafstand in de rij minimaal 8 en maximaal 12 meter; - afstand tussen twee bomenrijen maximaal 8 meter; - aanplant laanbomen met minimale boommaat 10-12; - raster minimaal op 1 meter uit het hart van de buitenste rij.
8. Knotboom
Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam, waarbij periodiek de boven op die stam groeiende takken (of pruik) worden gesnoeid. Op deze snoeihoogte ontstaat een vergroeiing van de stam: de knot. Knoteiken worden traditioneel een keer in de zeven tot acht jaar geknot, knotessen eens in de vijf tot zes jaar en knotwilgen en -populieren worden meestal eens in de vier jaar geknot. Knotbomen bieden broedgelegenheid aan diverse vogels. Vooral oude knotbomen kunnen zeldzame mossen en korstmossen herbergen. Instapeisen - Een knotboom is een inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,0 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot). - Knotbomen kunnen solitaire bomen zijn, rijen of kleine groepen. Inrichtingseisen bij aanleg knotboom - alleen gebruik inheemse bomen; - plantafstand in de rij minimaal 5 meter en maximaal 25 meter; - aanplant ‘laanbomen’ met minimale maat 10-12 of 3 jarige onbewortelde wilgenstek; - raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij; - afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende knotbomenrijen op een perceel is tenminste 20 meter.
9. Hoogstamboomgaard
Een hoogstamboomgaard is een boomgaard of boomweide met fruit- of notenbomen. Hoogstamboomgaarden komen vooral voor als onderdeel van het boerenerf, maar ook bij landgoederen en buitenplaatsen waren vaak boomgaarden te vinden. Hoogstamboomgaarden komen met name voor op kleigronden, op zandgrond zijn ze relatief schaars. Boomgaarden worden vaak door een heg, haag of sloot afgescheiden van de omgeving. De ondergrond van de hoogstamboomgaard is vaak een begraasd grasland. Hoogstamboomgaarden vormen naast hun landschappelijke betekenis ook een belangrijk leefgebied voor diverse diersoorten. Instapeisen - Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,50 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie. - Een hoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 6 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 200 bomen per hectare. - Een hoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving. Inrichtingseisen bij aanleg hoogstamboomgaard - Minimaal 6 bomen; - Stam van minimaal 1,50 meter hoog; - Dichtheid van minimaal 50 en maximaal 200 fruitbomen per ha.; - Aanplant fruitbomen met minimale maat 8-10; - Rond jonge bomen boomkorf aanbrengen indien perceel wordt beweid.
10. Struweelrand
Struweelranden zijn aaneengesloten randen die bestaan uit ruigtekruiden, struiken of een combinatie van beide. Deze randen kunnen zich ontwikkelen vanuit een extensief beheerde situatie, of aangeplant worden. Kenmerk van een struweelrand is dat deze zowel vrij kan liggen, als aansluiten op een ander element. Struweelranden kunnen dienen als overgangsgebied tussen een agrarisch perceel en bos. Ze zijn vooral van belang voor insecten, amfibieën, reptielen, broedvogels en planten. Instapeisen - Een struweelrand is een aaneengesloten rand met een wisselende beplanting (bramen en/of andere inheemse bomen of struiken) en een kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die zich spontaan ontwikkelen. - De rand is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed. - Maximaal 50% van de oppervlakte van de rand wordt ingenomen door bomen en/of struiken. - De struweelrand kan langs een bosrand of een landschapselement liggen, maar ook vrij in het veld, bijvoorbeeld langs een perceelsrand. Inrichtingseisen bij aanleg struweelrand - in de rand koomen minimaal 10 inheemse grassen en/of kruiden voor. Om hiertoe te komen mag de rand ook worden ingezaaid met een (inheems) zaadmengsel.
11. Vlechtheg
Een vlechtheg is een heg waarbij door het half inkappen en horizontaal buigen van takken een dichte heg wordt gevormd. Het historische hoofddoel van vlechtheg is veekering. Bijkomende voordelen van deze beheersvorm is dat de heg door het vlechten wordt aangezet tot natuurlijke verjonging. Een vlechtheg kan daardoor eeuwenoud worden. Vlechtheggen vormen een belangrijk leefgebied voor aan struwelen en zomen gebonden flora en fauna. Instapeisen - Een vlechtheg is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten, (deskundig) gevlochten begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken. - Een vlechtheg is minimaal 25 meter lang. Inrichtingseisen bij aanleg gelegde heg/vlechtheg - alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken; - het betreft een element met één- of twee rijen; - plantafstand in de rij bij 1 rij minimaal 0,25 meter en maximaal 0,40 meter en bij twee rijen plantafstand in de rij minimaal 0,30 cm en maximaal 0,50 meter en afstand tussen rijen minimaal 0,30 meter en maximaal 0,50 meter; - aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van Nederlandse herkomst; - raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij; - afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende heggen op een perceel is tenminste 50 meter.
12. Fruitlaan
Fruitlanen zijn wegen die zijn beplant met een of meerdere rijen fruitbomen. Lanen werden niet alleen aangeplant uit esthetische motieven, maar dienden ook als beschutting tegen weersinvloeden en voor de houtproductie. Lanen vormen niet zelden de oprit naar landhuis of boerderij. Lanen zijn van belang voor oude bomen of boomholten gebonden vogels en vleermuizen. Instapeisen - Een fruitlaan is een weg of pad, die aan beide zijden met een of meerdere rijen fruitbomen is beplant en is bedoeld en aangelegd als laan. - Bij een laan gaat het meestal om bomen van dezelfde soort en leeftijd en er is sprake van een herkenbaar en regelmatig plantverband. - Een laan is minimaal 40 meter lang. Inrichtingseisen bij aanleg fruitlaan - alleen gebruik inheemse fruitbomen; - plantafstand in de rij minimaal 6 en maximaal 10 meter; - afstand tussen twee bomenrijen maximaal 8 meter; - aanplant fruitbomen met minimale maat 8-10; - raster minimaal op 1 meter uit het hart van de buitenste rij.
13. Halfstamboomgaard
Halfstamboomgaarden zijn zeer authentiek. Laag genoeg om in onderhoud te nemen, hoog genoeg voor het kleinvee om er niet bij te kunnen komen. Veel halfstamboomgaarden hadden een tweeledige functie, het telen van fruit en het houden van kleinvee op dezelfde plek. Instapeisen - Een halfstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,20 meter en maximaal 1,50 hoog, de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie. - Een halfstamboomgaard bestaat uit minimaal 8 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 250 bomen per hectare. - Een halfstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving. Inrichtingseisen bij aanleg halfstamboomgaard - Minimaal 8 bomen - Stam van minimaal 1,20 meter hoog en maximaal 1,50 hoog - Dichtheid van minimaal 50 en maximaal 200 fruitbomen per ha. - Aanplant fruitbomen met minimale maat 8-10; - Rond jonge bomen boomkorf aanbrengen indien perceel wordt beweid.
14. Struikenboomgaard
Een struikenboomgaard is de ouderwetse vorm van een laagstamboomgaard. De eerste zijtakken zitten meestal op 50 cm boven de grond. De struiken bereiken een hoogte van 4 tot 5 meter. Struikenboomgaarden hebben een hoge cultuurhistorische waarde. Instapeisen - Een struikenboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 0,50 meter en maximaal 1,20 meter hoog waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie. - Een struikenboomgaard bestaat uit minimaal 6 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 200 bomen per hectare. - Een struikenboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving. Inrichtingseisen bij aanleg struikenboomgaard - Minimaal 6 bomen - Stam van minimaal 0,50 meter hoog en maximaal 1,20 hoog - Dichtheid van minimaal 50 en maximaal 200 fruitbomen per ha. - Aanplant fruitbomen met minimale maat 8-10; - Rond jonge bomen boomkorf aanbrengen indien perceel wordt beweid.
15. Hakhoutbosje
Hakhoutbosjes voorzagen de boeren in het verleden in de behoefte aan hout. Het hout werd bijvoorbeeld gebruikt voor brandhout, staken voor de groentetuin of hout voor gereedschapsstelen. Dit type bosjes wordt ook wel geriefhoutbosje genoemd. Instapeisen - Een hakhoutbosje is een vrijliggend vlakvormig landschapselement, met inheemse bomen en/of struiken dat als hakhout wordt beheerd. - Een hakhoutbosje is minimaal are en maximaal hectare groot. Inrichtingseisen bij aanleg hakhoutbosje - alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken; - plantverband van minimaal 1,50 m x 1,50 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 2,00 m x 2,00 meter; - aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; - raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij; - afstand tussen 2 nieuwe hakhoutbosjes op een perceel is tenminste 100 meter.
16. Griend
Grienden zijn natte moerassige gebieden die zijn aangeplant met wilgen. Deze wilgen werden om de 4 tot 6 jaar enkele tientallen centimeters boven de grond afgezaagd. Het geoogste hout, vaak wilgentenen genoemd werd o.a. gebruikt als rijshout ter bescherming van waterkeringen. Vooral de oude wilgengrienden hebben vaak een rijke ondergroei van hogere planten, varens en mossen. Ze zijn ook van belang als schuilplaats voor kleine zoogdieren en broedgebied voor zangvogels. Instapeisen - Een griend is een vrijliggend vlakvormig landschapselement met inheemse wilgensoorten dat als hakhout wordt beheerd. - Het griend is minimaal 1are en maximaal 1hectare groot. Inrichtingseisen bij aanleg griend - alleen gebruik inheemse bomen en struiken, waarvan minimaal 80% bestaat uit inheemse wilgensoorten; - plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 1,50 m x 1,50 meter; - aanplant met 2-3 jarige wilgenstek; - raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij; - afstand tussen nieuwe grienden op een perceel is tenminste 100 meter.
17. Bomenrij Bomenrijen zijn vaak een beeldbepalende elementen in het landschap. Ook een enkele boom los in het veld of op de akker kan deze rol vervullen. Vaak ook duiden ze iets aan en zijn de begeleiding van een weg, sloot of pad. De bomen hebben niet alleen een landschappelijke waarde maar ook waarde als broedgelegenheid voor vogels, of als corridor voor vleermuizen. Instapeisen - Een bomenrij/solitaire boom is een vrijliggend landschapselement van inheemse loofbomen. - Bedoeld worden solitaire bomen of bomen in een groep of rij die op of langs landbouwgrond staan. - Een bomenrij is minimaal 40 meter lang en bestaat uit minimaal 6 bomen per 40 meter. Inrichtingseisen bij aanleg bomenrij en solitaire boom - alleen gebruik inheemse bomen; - plantafstand in de rij minimaal 8 en maximaal 12 meter; - afstand tussen twee bomenrijen maximaal 8 meter; - aanplant laanbomen met minimale boommaat 10-12; - raster minimaal op 1 meter uit het hart van de buitenste rij.
18. Rietzoom en klein rietperceel
Rietzomen bestaan uit smalle rietstroken die grenzen aan een perceel. Een klein rietperceel is een klein vlakvormig element. Vanwege een extensief gebruik zijn rietzomen en kleine rietpercelen een belangrijk broedgebied voor rietvogels,en eveneens van belang voor amfibieën, insecten en moerasvegetaties. Instapeisen - Een rietzoom bevindt zich langs een waterloop en bestaat uit riet-, biezen en/of zeggevegetaties met een dominantie van riet, minimaal 50%. - De rietzoom heeft een breedte van minimaal 1 meter en is minimaal 20 meter lang. - Een klein rietperceel is een vlakvormig element met een vegetatie die overwegend uit riet bestaat. Inrichtingseisen bij aanleg rietzoom en klein rietperceel - het beheertype wordt aangelegd in de vorm van een plasberm of een drasberm, hierbij gelden de volgende inrichtingseisen; - de plasberm wordt uitgegraven tot 50 cm onder of 10 boven het gemiddelde waterpeil. 50% van de breedte van de oever moet dan voldoen aan deze voorwaarde, of; - de drasberm wordt uitgegraven tot 10 cm onder of 10 boven het gemiddelde waterpeil. 50% van de breedte van de oever moet dan voldoen aan deze voorwaarde. - natte gedeelte van berm wordt aangeplant met rietstekken; 4 stuks per m2.
19. Natuurvriendelijke oever Een natuurvriendelijke oever is een verbreding die wordt aangebracht aan een bestaande waterloop. Deze verbreding kan bestaan uit een plas- of drasberm of een flauw talud. De begroeiing bestaat uit plantensoorten van natte ruigten en natte graslanden. Door de kenmerkende flora en fauna hebben deze oevers een hoge ecologische waarde. Instapeisen - Een natuurvriendelijke oever is een aaneengesloten oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud (flauw talud minimaal 1: 3) met een begroeiing van inheemse planten. - De oever heeft een breedte van minimaal 1,5 en maximaal 10 meter en is minimaal 20 meter lang. Inrichtingseisen bij aanleg natuurvriendelijke oever - een natuurvriendelijke oever wordt aangelegd in de vorm van een drasberm of een flauw talud, waarbij de volgende inrichtingseisen gelden; - de drasberm wordt uitgegraven tot 10 cm onder of 10 boven het gemiddelde waterpeil. 50% van de breedte van de oever moet dan voldoen aan deze voorwaarde, of; - er wordt een flauw talud aangelegd waarbij de taludschuinte minimaal 1:3 of flauwer is. Het talud wordt uitgegraven vanaf het gemiddelde waterpeil.
Subsidie Bij de provincie is het mogelijk om voor het beheer van bovengenoemde landschapselementen subsidie
te krijgen. Het beheer moet dan aan voorwaarden voldoen. Bekijk hiervoor de website van de provincie. Een aantal instapeisen is door de provincie strenger geformuleerd. Bron landschapselementen: Model subsidieverordening Groenblauwe diensten Gelderland, l april 2011.
Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven
30
GELUID
GEVAAR
VERKEER
01
01
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
0125
0149
0
Fokken en houden van overige dieren:
0125
0149
5
- bijen
10
0
30
C
10
1
G
30
0125
0149
6
- overige dieren
30
10
30
C
0
1
G
30
014
016
0
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
014
016
2
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m²
30
10
30
10
1
G
014
016
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
1
G
0142
0162
KI-stations
30
10
30
0
1
15
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
1551
1051
0
Zuivelprodukten fabrieken:
1552
1052
2
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
10
0
30
0
1581
1071
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
30
10
30
1584
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584
10821
3
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²
30
10
1584
10821
6
- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
30
10
18
14
-
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
182
141
20
16
-
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
2010.2
16102
0
Houtconserveringsbedrijven:
205
162902
22
58
221
581
Uitgeverijen (kantoren)
0
0
2222.6
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
2223
1814
A
Grafische afwerking
0
2223
1814
B
Binderijen
2224
1813
Grafische reproduktie en zetten
2225
1814
223
182
24
20
-
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2442
2120
0
Farmaceutische produktenfabrieken:
2442
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
26
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
262, 263
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
262, 263
232, 234
1
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
30
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
31
26, 27, 33
-
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN
316
293
33
26, 32, 33
-
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
33
26, 32, 33
A
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
36
31
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
0
362
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
30
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
3663.1
32991
Sociale werkvoorziening
40
35
-
PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
40
35
C0
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
40
35
C1
- < 10 MVA
40
35
D0
Gasdistributiebedrijven:
40
35
D3
- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A
40
35
D4
40
35
E0
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
40
35
E2
- blokverwarming
41
36
-
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER
41
36
B0
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
41
36
B1
- < 1 MW
45
41, 42, 43
-
BOUWNIJVERHEID
45
41, 42, 43
3
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
50
45, 47
-
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS
501, 502, 504
451, 452, 454
5020.4
45204
5020.5
45205
503, 504
453
505
473
0
Benzineservisestations:
505
473
3
- zonder LPG
30
2
1
G
1
30
2
1
G
1
G
30
2
1
G
1
1
G
30
2
1
G
1
10
1
G
30
2
1
G
1
30
10
1
G
30
2
1
G
1
30
10
1
G
30
2
1
G
1
30
10
2
G
30
2
2
G
2
0
1
G
30
2
1
G
1
10
0
1
P
10
1
1
P
1
30
0
1
P
30
2
1
P
1
0
10
0
1
G
10
1
1
G
1
30
0
30
0
2
G
30
2
2
G
1
30
0
10
10
2
G
30
2
2
G
1
B
Overige grafische aktiviteiten
30
0
30
10
2
G
30
2
2
G
1
B
Reproduktiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
1
G
10
1
1
G
1
10
10
30
10
2
G
30
2
2
G
1
10
10
10
10
C
C
30
BODEM
1
D
VISUEEL 1
G
GROOTSTE AFSTAND
G
1
NUMMER
1
2
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
Elektrotechnische industrie n.e.g.
B
INDICES
2
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
-
AFSTANDEN IN METERS
LUCHT
STOF
OMSCHRIJVING
VERKEER
SBI-2008
CATEGORIE
SBI-1993
GEUR
Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven
10
D
10
30
10
1
G
30
2
1
G
1
10
30
10
1
G
30
2
1
G
1
10
1
G
30
2
1
G
1
30
0
1
G
30
2
1
G
1
10
10
0
10
1
1
P
1
10
10
10
1
G
30
2
1
G
1
30
10
30
10
2
G
30
2
2
G
2
0
30
30
0
1
P
30
2
1
P
1
1
P
30
2
1
P
1
30 30 30
10 0
30
B
L
B
0
0
30
C
10
0
0
10
C
10
10
1
1
P
1
- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B 0 en C
0
30
C
10
1
P
30
2
1
P
1
10
0
30
C
10
1
P
30
2
1
P
1
0
0
30
C
10
1
P
30
2
1
P
1
0
10
30
30
2
1
G
1
B B
10
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
10
0
30
10
2
P
30
2
2
P
1
Autobeklederijen
0
0
10
10
1
G
10
1
1
G
1
Autowasserijen
10
0
30
0
3
P
30
2
3
P
1
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
0
0
30
10
1
P
30
2
1
P
1
30
0
30
10
3
P
30
2
3
P
1
B
B
GELUID
GEVAAR
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
46
5122
4622
Grth in bloemen en planten
10
10
30
0
2
G
30
2
2
G
1
5134
4634
Grth in dranken
0
0
30
0
2
G
30
2
2
G
1
5135
4635
Grth in tabaksprodukten
10
0
30
0
2
G
30
2
2
G
1
5136
4636
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
2
G
30
2
2
G
1
5137
4637
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen
30
10
30
0
2
G
30
2
2
G
1
5138, 5139
4638, 4639
Grth in overige voedings- en genotmiddelen
10
10
30
10
2
G
30
2
2
G
1
514
464, 46733
Grth in overige consumentenartikelen
10
10
30
10
2
G
30
2
2
G
1
5148.7
46499
0
Grth in vuurwerk en munitie:
5148.7
46499
1
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton
10
0
30
10
2
G
30
2
2
G
1
5148.7
46499
5
- munitie
0
0
30
30
1
G
30
2
2
G
1
5153
4673
0
Grth in hout en bouwmaterialen:
5153
4673
2
- algemeen: b.o. <= 2000 m²
0
10
30
10
1
G
30
2
1
G
1
5153.4
46735
4
zand en grind:
5153.4
46735
6
- algemeen: b.o. <= 200 m²
0
10
30
0
1
G
30
2
1
G
1
5154
4674
0
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
5154
4674
2
- algemeen: b.o. < = 2.000 m²
0
0
30
0
1
G
30
2
1
G
1
5155.2
46752
Grth in kunstmeststoffen
30
30
30
30
1
G
30
2
1
G
1
5156
4676
Grth in overige intermediaire goederen
10
10
30
10
2
G
30
2
2
G
2
518
466
2
G
519
466, 469
52
47
527
952
55
55
5552
562
60
49
6022
493
603
495
63
52
-
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
6311.2
52242
0
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:
6312
52109
B
6321
5221
1
634
5229
64
53
641
531, 532
642
61
A
642
61
B0
zendinstallaties:
642
61
B2
- FM en TV
642
61
B3
71
77
-
711
7711
Personenautoverhuurbedrijven
10
0
30
10
2
P
30
714
772
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
10
10
30
10
2
G
30
72
62
-
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
72
62
A
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
0
0
10
0
1
P
72
58, 63
B
Datacentra
0
0
30
73
72
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
731
721
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
30
10
30
30
1
732
722
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
0
0
10
0
1
74
63, 69 t/m 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
7481.3
74203
Foto- en filmontwikkelcentrales
10
0
30
10
7484.4
82992
Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
0
0
10
0
90
37, 38, 39
-
MILIEUDIENSTVERLENING
9001
3700
A0
RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks:
9001
3700
B
rioolgemalen
30
0
10
9002.2
382
A0
Afvalverwerkingsbedrijven:
9002.2
382
A7
- verwerking fotochemisch en galvano-afval
10
10
30
9002.2
382
C0
Composteerbedrijven:
92
59
-
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE
921, 922
Studio's (film, TV, radio, geluid)
0
0
30
926
591, 592, 601, 602 931 0
926
931
11
- buitenbanen met voorzieningen: boogbanen
0
0
30
926
931
2
- binnenbanen: boogbanen
0
0
10
93
96
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
9301.2
96012
Chemische wasserijen en ververijen
30
0
30
30
9301.3
96013
A
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
9301.3
96013
B
Wasserettes, wassalons
0
0
10
0
0
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
30
0
2
G
30
2
2
G
1
0
0
10
10
1
P
10
1
1
P
1
10
0
30
C
10
1
G/ 30 P
2
1
G/ 1 P
Taxibedrijven
0
0
30
C
0
2
P
30
2
2
P
1
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
0
0
30
C
10
1
P
30
2
1
P
1
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
0
0
30
C
10
2
G
30
2
2
G
1
Autoparkeerterreinen, parkeergarages
10
0
30
C
0
3
P
30
2
3
P
1
Expediteurs, cargadoors (kantoren)
0
0
10
0
1
P
10
1
1
P
1
Post- en koeriersdiensten
0
0
30
C
0
2
P
30
2
2
P
1
Telecommunicatiebedrijven
0
0
10
C
0
1
P
10
1
1
P
1
0
0
0
C
10
10
1
1
P
2
- GSM en UMTS-steunzenders (indien 0 0 0 C 10 bouwvergunningplichtig) VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
10
1
1
P
2
2
2
P
1
2
2
G
2
10
1
1
P
1
30
2
1
P
1
P
30
2
1
P
1
P
10
1
1
P
1
2
G
30
2
2
G
1
2
P
10
1
2
P
1
30
2
1
P
1
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven
-
-
R
0
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) -
V
Grth in machines en apparaten: Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden 0 e.d.
-
INDICES
LUCHT
STOF
51
-
AFSTANDEN IN METERS
BODEM
GEUR
OMSCHRIJVING
VISUEEL
SBI-2008
NUMMER
SBI-1993
VERVOER OVER LAND
D
D
B
L
POST EN TELECOMMUNICATIE
C
C
C
0
0 30
C
R
R
D
1
G
30
2
1
G
1
10
2
G
30
2
2
G
1
30
1
P
30
2
1
P
1
10
1
P
10
1
1
P
1
2
G
30
2
2
G
1
1
G
30
2
1
G
1
1
P
10
1
1
P
1
B
B
L
B
L
Schietinrichtingen: C
R
Bijlage 5 Nota 'Parkeernormen Auto en Fiets gemeente Doetinchem' Bijlage 5 Nota 'Parkeernormen Auto en Fiets gemeente Doetinchem'
31
Nota Parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem
1
INHOUD
1.
2.
Inleiding 1.1 Achtergrond: Parkeernota basis voor parkeernormen ............................................................. 3 1.2 Doel en reikwijdte van de Nota Parkeernormen Auto en fiets .................................................. 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................ 3 Parkeernormen auto 2.1 Gebiedsindeling ................................................................................................................... 4 2.2 Relatie parkeerbehoefte en loopafstanden ............................................................................. 4 2.3 Toe te passen parkeernormen: het gemiddelde van de bandbreedte ....................................... 4 2.4 Parkeernormen voor de hoofdgroep woningen....................................................................... 5 2.5 Parkeren bij bedrijven ........................................................................................................... 5 2.6 Bijzondere vormen van parkeren ........................................................................................... 5 2.6.1 Elektrische auto’s .........................................................................................................
5 2.6.2 Minder validen ............................................................................................................. 5 2.6.3 Dubbelgebruik en loopafstanden ................................................................................... 6 2.6.4 Laden & Lossen ............................................................................................................ 6 2.6.5 Algemene Plaatselijke Verordening ................................................................................ 6
3. Parkeernormen: fietsen ...................................................................................................... 7 3.1 Parkeernorm fiets: stimuleren fietsgebruik ............................................................................. 7 4. De parkeernormen toegepast 8 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 8 4.2 Procedure ........................................................................................................................................ 8 4.2.1 Bepalen van de parkeerbehoefte ........................................................................................... 8 4.2.2 Inspanningsverplichting en Parkeercompensatiefonds .......................................................... 9 4.2 Toepassing van de fietsparkeernormen ................................................................................. 10
Bijlagen: Bijlage A: Parkeernormen auto Bijlage B: Aanwezigheidscijfers Bijlage C: Parkeernormen fiets Bijlage D: eisen aan het parkeeronderzoek Bijlage E: Bijzonder gemeentelijk belang
2
1. Inleiding
1.1 Achtergrond: Parkeernota basis voor parkeernormen De huidige Parkeernota en parkeernormen zijn ruim 4 jaar oud. Sinds 2012 is er veel veranderd. Zo groeide het autobezit en is er een trend die inzet op een mix van autogebruik en alternatieven, zoals openbaar vervoer en fiets. De komende jaren worden ook bestemmingsplannen geactualiseerd en zijn er bouw- en wijzigingsplannen in ontwikkeling. In 2012 zijn door het CROW nieuwe parkeerkengetallen gepubliceerd. Actuele parkeernormen en een eenduidige interpretatie van de beleidsregels rondom rekenmethodes zijn een noodzakelijk beleidsinstrument. Daarom is deze Nota Parkeernormen opgesteld. Deze Nota is een integraal onderdeel van de Parkeernota 2016-2020 van de gemeente. Met het vaststellen door de raad van de Parkeernota is dan ook deze Nota Parkernormen van kracht. Op basis van de Parkeernota 2016 – 2020 en deze Nota Parkeernormen wordt voor situaties waarvoor een omgevingsvergunning (WABO) vereist is, berekend hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn. Als het beleid wijzigt, wordt aan het nieuwe beleid getoetst. In deze Nota Parkeernormen is ook het effect van de Reparatiewet BZK 2014 verwerkt. Volgens die wet dient elk bestemmingsplan, dat voorziet in nieuwe ontwikkelingen, aandacht te besteden aan de parkeerbehoefte. Voor bestaande bestemmingsplannen geldt een overgangstermijn tot 1 juli 2018.
Voor nieuwe bestemmingsplannen vervalt de parkeerbepaling uit de bouwverordening direct. Via een verplichting is te regelen dat er voldoende plaatsen, in beginsel op eigen terrein, aanwezig moeten zijn, voordat de bestemming in gebruik wordt genomen. Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel auto- en fietsparkeerplaatsen voor een functie nodig zijn bij een eenheid: zo kan voor woningen een parkeernorm voor autoverkeer 1,5 parkeerplaats per woning gelden. De procedure voor het gebruiken, toetsen en afwijken van de normen moet helder en eenduidig zijn.
1.2 Doel en reikwijdte van de Nota Parkeernormen Auto en fiets Parkeernormen hebben tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen voor te schrijven, dat voorzien wordt in de in te schatten parkeervraag. Dat aantal voorkomt dat door de aanleg van te weinig plaatsen er een tekort ontstaat. Ook voorkomt het toepassen van de normen dat er teveel plaatsen komen, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid nadelig wordt beïnvloed. De nota wil ook de toepassing van de normen voor burgers, bedrijven, gebouweigenaren, ontwikkelaars, et cetera inzichtelijk maken. Ook juridisch gezien dient de invulling van de parkeernormen dus gewaarborgd te zijn. De nota is niet van toepassing op de bestaande omgeving, omdat die al gerealiseerd zijn. De nota is ook niet van toepassing op plannen waarvoor al een ontwerpbesluit ter inzage ligt of heeft gelegen. Bij plannen met een vastgesteld stedenbouwkundig plan, maar waarvan geen ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen, overlegt de gemeente met de initiatiefnemer over welke normen worden opgenomen. 1.3 Leeswijzer De hoofdstukken 2 en 3 vertalen landelijke kencijfers naar parkeernormen voor respectievelijk het auto en fiets. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe de gemeentelijke parkeernormen in de praktijk toegepast worden.
3
2. Parkeernormen auto 2.1 Gebiedsindeling Landelijke kencijfers voor parkeernormen zijn vastgelegd bij het platform voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte, het CROW. Zij gaat uit van twee gebiedsindelingen: a. stedelijkheidsgraad: uiteenlopend van Zeer Sterk Stedelijk tot Niet Stedelijk. b. stedelijke zone: Centrum, Schil/overloopgebied, Rest bebouwde kom en Buitengebied. De stedelijkheidsgraad is van invloed op de parkeerbehoefte van veel functies. Volgens het CBS is de stedelijkheidsgraad het aantal adressen per km2. Doetinchem heeft een “adressendichtheid” van 1.115 adressen per km2 (bron: CBS). Dat wordt gekwalificeerd als ‘matig stedelijk’.
Klasse Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk
Adressen per km² >2.500 1.500 – 2.500 1.000 – 1.500 500 – 1.000 <500
2.2 Relatie parkeerbehoefte en loopafstanden Voor de parkeerkencijfers hanteert het CROW een onderscheid in: • Centrum • Schil/overloopgebied • Rest bebouwde kom • Buitengebied Onderstaande figuren tonen dat de gemeente Doetinchem bestaat uit de kernen Wehl, Gaanderen en Doetinchem. De kern Doetinchem heeft een centrum met schil/overloop. De kernen Wehl en Gaanderen hebben een zodanig lage adressendichtheid, dat zij behoren tot “Rest bebouwde kom”. De resterende gebieden behoren tot het buitengebied. De navolgende figuren tonen het resultaat Centrum Schil/overloop station/overloop
4
2.3 Toe te passen parkeernormen: het gemiddelde van de bandbreedte Bijlage A geeft de toe te passen parkeernormen voor de gemeente Doetinchem weer. Die normen zullen altijd moeten aansluiten op de actuele landelijke kencijfers van het CROW. Als de kencijfers veranderen, dan gelden de dán actuele cijfers. Per functie geeft het CROW minimum en maximum kencijfers. De gemeente kiest voor het gemiddelde van de bandbreedte als parkeernorm voor auto- en fietsverkeer. Per functie zijn de voor dit moment geldende (2016) normen in bijlage A per tabel verwoord, onderverdeeld naar zeven hoofdgroepen: 1. Wonen. 5. Zorginstellingen. 2. Winkels. 6. Horeca. 3. Werkgelegenheid. 7. Sport- en Sociaal-culturele voorzieningen. 4. Onderwijsvoorzieningen. 2.4 Parkeernormen voor de hoofdgroep woningen Bijlage A geeft de parkeernormen voor de volgende type woningen: • Vrijstaand • 2 onder 1 kap • Rijtjeswoningen: Tussen-/hoekwoning • Appartementen in een gebouw • Kamer (voor verhuur) • Aanleunwoning c.q. serviceflat Er zijn ook bezoekers aan woningen, zoals buurtzorg, arts en therapeut. Dit is verwerkt in de norm. Appartementen zijn onderscheiden naar prijsklasse. Uitgangspunt voor het onderscheid naar sociale huur- en koopwoningen zoals de gemeente die hanteert, betreffen (1) Goedkoop (tot € 192.000), (2) Midden (€ 192.000 - € 300.000) en (3) Duur (vanaf € 300.000).
Ook huurwoningen en -appartementen worden onderscheiden naar prijsklasse (huur per maand): Huurhuis, sociale huur; goedkoop/midden huurappartement (< € 710,68) en Duur appartement; huurhuis vrije sector (> € 710,68). Bij veel woningen is er behoefte aan parkeren op eigen terrein. Per woning wordt gerekend met 1 parkeerplaats op eigen terrein. De ervaring leert evenwel dat dergelijke voorzieningen vaak anders dan voor parkeren worden gebruikt. Het parkeren wordt dan afgewenteld op de openbare ruimte en kan leiden tot parkeerproblemen. Dit gedrag is evenwel niet verboden. 2.5 Parkeren bij bedrijven De plaatsen bij bedrijven moeten volledig op eigen terrein worden aangelegd. Dit bevordert gecombineerd een pand / bedrijf meerdere zelfstandige functies aanwezig zijn, wordt wel voor iedere functie afzonderlijk getoetst gebruik. Uitgangspunt bij het stellen van parkeernormen is toetsing aan de hoofdfunctie en eventuele ondergeschikte functies, zoals een kantoor van een transportbedrijf wordt niet afzonderlijk getoetst. Indien binnen en kan een totale parkeerbalans worden opgesteld (bijlage Parkeerbalans van de Parkeernota 2016 - 2020). 2.6 Bijzondere vormen van parkeren 2.6.1 Elektrische auto’s Om het elektrisch rijden te laten toenemen zijn oplaadplaatsen nodig. Deze oplaadplaatsen zijn niet voor openbaar gebruik en nemen bovendien (openbare) parkeerruimte in beslag.
Het is onduidelijk hoe snel de elektrische auto opkomt. In deze Nota wordt voorgesteld om initiatiefnemers geen norm op te leggen voor elektrisch vervoer. Indien oplaadpunten bij nieuwe initiatieven in het openbaar gebied gerealiseerd worden, komen die plaatsen (voor de gemeente) extra op de parkeereis. 2.6.2 Minder validen Bij openbare c.q. maatschappelijke voorzieningen, zoals het gemeentehuis, sportcomplexen, zorginstellingen en zwembad dienen algemene minder-validenplaatsen (zonder onderbord met kenteken) aangewezen te worden. Met het aanwijzen van deze plaatsen wordt de bereikbaarheid van deze voorzieningen voor minder validen gegarandeerd. Minimaal 2% van de openbare parkeerplaatsen
5
dienen algemene minder-validenplaatsen te zijn. De plaatsen dienen goed verspreid over de gemeente bij de voorzieningen te liggen. 2.6.3 Dubbelgebruik en loopafstanden Niet alle plaatsen worden gelijktijdig gebruikt. Zo parkeren bewoners vooral ’s avonds en ’s nachts. Bezoekers aan en medewerkers van het kernwinkelgebied en/of kantoren parkeren op momenten dat de meeste bewoners vertrokken weg zijn. Die lege plaatsen zijn dan door de anderen te gebruiken. Dat vraagt om inzicht in de aanwezigheid per functie. Bijlage B toont de aanwezigheidscijfers. Gecombineerd gebruik van plaatsen leidt dus tot een lager aantal benodigde openbare plaatsen. Om gecombineerd gebruik te benutten is ook de ligging van de parkeerplaatsen van belang. Als een parkeerplaats te ver van de gecombineerde functie ligt, dan is dat niet bij de parkeerbalans te betrekken. Bij meerdere functies geldt de loopafstand tot de hoofdfunctie. Op basis van het parkeeronderzoek Doetinchem (2015/2016), aangevuld met de landelijke kencijfers, komen voor alle kernen en gebieden in de gemeente Doetinchem de volgende acceptabele afstanden naar voren. Hoofdfunctie Wonen Bezoekers bewoners Kort parkerende bezoekers (winkels, gemeentehuis) Lang parkerende bezoekers (werken) Werken (ambulant) Ontspanning Gezondheidszorg Onderwijs
Acceptabele loopafstand ≤ 100 meter ≤ 200 meter ≤ 200 meter ≤ 500 meter ≤ 250 meter ≤ 200 meter ≤ 150 meter ≤ 150 meter
2.6.4 Laden & Lossen Als een gebouw aanleiding geeft tot behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte voldoende zijn voorzien op eigen terrein aan, in of onder dat gebouw. De eis van voldoende ruimte voor het laden of lossen van goederen op eigen terrein, blijft gehandhaafd. Deze Nota Parkeernormen gaat er van uit dat speciale laad- en losplaatsen niet worden aangelegd. Kleine voertuigen die in een normaal parkeervak passen, kunnen tijdens dat laden en lossen ook normaal parkeren (eventueel tijdens venstertijden). 2.6.5 Algemene Plaatselijke Verordening De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regelt aspecten, het parkeren van motoren, van bromfietsen en brommobielen. De (APV-2016) van de gemeente Doetinchem blijft van kracht voor de in hoofdstuk 5 afdeling 1 “Parkeerexcessen” met betrekking tot de volgende onderwerpen: • Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (artikel 5.2). • Te koop aanbieden van voertuigen (artikel 5.3). • Defecte voertuigen (artikel 5.4). • Voertuigwrakken (artikel 5.5). • Kampeermiddelen e.a. (artikel 5.6). • Parkeren van reclamevoertuigen (artikel 5.7). • Parkeren van grote voertuigen/vrachtauto’s (artikel 5.8). • Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen (artikel 5.9). • Parkeren van voertuigen met een stank verspreidende stof (artikel 5.10). • Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen (artikel 5.11).
• Overlast van fiets of bromfiets (artikel 5.1.12).
Pagina 6 van 20
3. Parkeernormen: fietsen
3.1 Parkeernorm fiets: stimuleren fietsgebruik De gemiddelde fietsparkeernormen zijn een maat die bepaalt hoeveel fietsparkeerplaatsen minimaal gerealiseerd dienen te worden. Iedere functie of voorziening moet voldoen aan een parkeernorm voor fietsen. Net als bij de parkeernormen voor auto’s, geldt hier ook de eis “voldoen aan de fietsstallingsnorm”. Het uitgangspunt bij nieuwbouw, verbouwing of functiewijziging is dat fietsparkeervoorzieningen zoveel mogelijk op eigen terrein wordt gerealiseerd. De fietsparkeernorm draagt er aan bij dat er maatregelen getroffen kunnen worden voor de fietser bij ruimtelijke ontwikkelingen. De aantrekkelijkheid van het fietsgebruik wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van fietsstallingen. De fietsparkeernorm dient daarmee bij te dragen aan het stimuleren van het fietsgebruik. De gemeente Doetinchem heeft op basis van kencijfers van het CROW (+Leidraad Fietsparkeren) de fietsparkeernormen bepaald. Omwille van eenduidigheid is aansluiting gezocht bij de systematiek van de parkeernormen voor de auto. Per functie zijn de voor dit moment geldende (2016) parkeernormen in bijlage C verwoord, Voor afstanden tot 7,5 kilometer en met de opkomst van de elektrische fiets tot 15 kilometer, is de fiets een uitstekend alternatief voor de auto.
Voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen kunnen leiden tot minder autogebruik en dus tot een geringere behoefte aan parkeerplaatsen voor auto’s bij functies. Het gewenste aantal fietsparkeervoorzieningen bij een kantoor, een winkel of openbare voorzieningen worden bepaald op basis van tellingen. Dat biedt de beste garantie dat het aanbod past bij de vraag. De fietsparkeernormen zijn bedoeld voor afzonderlijke functies. Ze zijn niet geschikt voor gebieden met grote menging van functies, zoals het centrumgebied. Het drukste moment in de week of in het jaar is maatgevend voor de parkeernorm. De parkeernormen gelden niet voor het NS-station Doetinchem. De verschillen tussen NS-stations zijn te groot. Voor gedetailleerde inzichten wordt verwezen naar ProRail. Die heeft inzicht in de parkeer- c.q. stallingsbehoefte per station.
Pagina 7 van 20
4. De parkeernormen toegepast
4.1 Inleiding Voor het toepassen van de parkeernormen worden procedures doorlopen om te komen tot het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de auto en/of fiets, tot het gebruik van de plaatsen, het dubbelgebruik (aanwezigheidspercentage) en tot mogelijkheden als niet aan de parkeereis is te voldoen. 4.2 Procedure De parkeerbehoefte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen komt tot stand via aantal stappen: 1. Bepalen van de parkeerbehoefte voor auto’s en/of fietsen. 2. Inspanningsverplichting van de ontwikkelaar/initiatiefnemer: de parkeervraag dient in de planontwikkeling op eigen terrein te worden opgelost. 3. Ontheffing en afkoopregeling: a. Alternatieven: inzet van alternatieve parkeerlocaties als aantoonbaar niet in de parkeerbehoefte op eigen terrein is te voorzien. b. Gebruik van openbare parkeerplaatsen: het opvangen van de parkeerbehoefte door het gebruik van gemeentelijke, openbare parkeerplaatsen via de afkoopregeling c. Ontheffing op basis van belangenafweging. 4.2.1 Bepalen van de parkeerbehoefte De hoofdstukken 2 en 3 verwijzen naar de parkeernormen en aanwezigheidscijfers. Ontwikkelingen c.q. initiatieven waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, dienen te voldoen aan de parkeernormen. De initiatiefnemer/ontwikkelaar dient een parkeerberekening aan te leveren bij de vergunningaanvraag voor (één van) de volgende situaties: a.
Nieuwbouw dient te voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Bij verbouwing of functiewijziging van bestaande gebouwen is het reeds aanwezige aantal plaatsen op eigen terrein in mindering te brengen op de nieuwe parkeerbehoefte. Het inbrengen van bestaande parkeercapaciteit is alleen mogelijk als deze behoort tot een functie die vervalt. Dan worden die parkeerplaatsen toegewezen aan de nieuwe functie. Het vernieuwen van een woongebied door woningcorporaties vergt maatwerk. Daarbij wordt het aantal parkeerplaatsen in de bestaande situatie bepaald. De uitkomst wordt vergeleken met het aantal benodigde plaatsen in de nieuwe situatie. Het verschil moet worden opgelost bij een toename. Alleen de vervallen plaatsen door de planontwikkeling, moeten worden gecompenseerd. Een voorbeeld. Situatie Aantal woningen:
Bestaande situatie 60
Nieuwe situatie 65
Parkeernorm auto: 1,5/woning 50 woningen met P-norm 1,3 / 10 met 1,5 / 5 met 1,4 Benodigd aantal plaatsen 90 65 + 15 + 7 = 87 Conclusie: de nieuwe situatie heeft minder plaatsen nodig. Een parkeerprobleem hoeft daarmee niet opgelost zijn. Het is gewenst om een tekort aan te vullen.
De optelsom van de berekende parkeerbehoefte van de verschillende doelgroepen is vaak dan de werkelijke parkeerbehoefte. De uitwisseling hiervan is toegestaan. De mogelijkheden daarvoor hangen af van de locatie van de parkeerplaatsen, de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd (aanwezigheidscijfers en loopafstanden (§2.5.3). Parkeren op eigen terrein wordt onmogelijk als garages of opritten gebruikt worden als bergruimte en/of tuin. De parkeernormen houden hiermee geen rekening. Daardoor kunnen parkeerproblemen op straat ontstaan. Het behoud van de parkeerplaatsen op eigen terrein is dan gewenst. Een oprit naar de parkeergarage die voldoet aan de minimale afmetingen van een parkeerplaats wordt gezien als
Pagina 8 van 20
parkeerplaats op eigen terrein. Het realiseren van een parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan als dat ten koste gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Bijlage D geeft situaties weer voor de beoordeling van dergelijke situaties en beoordeelt wanneer inritten zijn toegestaan. b. Bestaande situaties (bv uitbreiding van een bestaande winkel of woning): de extra parkeerbehoefte wordt vastgesteld op basis van het aantal m² uitbreiding. Reeds aanwezige parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen in mindering worden gebracht op de nieuwe parkeerbehoefte ná uitbreiding. Dit geldt uitsluitend als er sprake is van overcapaciteit. Bij herbouw van een bestaand pand na brand of sloop anderszins wordt het niet redelijk geacht om een voorziening die is afgebrand en moet worden herbouwd op te zadelen met een nieuwe parkeereis als de voormalige functie in dezelfde omvang terugkeert. Wel dient met de initiatiefnemer voor herbouw gezocht te worden naar een passende oplossing. Als op de betreffende locatie een nieuwe functie wordt gerealiseerd, dan dient aan de vigerende parkeernorm te worden voldaan. c. Verbouw c.q. functiewijziging en sloop: op basis van de parkeernormen de parkeereis berekenen. Die parkeereis mag verminderd worden met de parkeereis van de laatste actieve functie.
Het inbrengen van bestaande parkeerplaatsen is toegestaan, als die plaatsen behoren tot een functie die verdwijnt. Dan worden die plaatsen toegewezen aan de nieuwe functie, bijvoorbeeld via verkoop. Voor openbare plaatsen kan dit ook in de planvorming worden geregeld. De ontwikkelaar van de nieuwe functie krijgt dan een beschikking dat hij X parkeerplaatsen minder hoeft te realiseren (en dus ook geen compensatiebedrag hoeft te betalen). De gemeente voorziet in beginsel niet in de extra parkeerbehoefte. Zij heeft de mogelijkheid om daarin wel te voorzien door middel van het parkeercompensatiefonds.
4.2.2 Inspanningsverplichting en Parkeercompensatiefonds Inspanningsverplichting
Het handhaven van een strikt beleid met betrekking tot de toepassing van parkeernormen is essentieel om Doetinchem duurzaam bereikbaar en leefbaar te houden. Voor nieuwbouwlocaties is het voorzien in de eigen parkeerbehoefte veelal geen probleem, maar voor ontwikkelingen in bestaande situaties, zoals in de binnenstad, schil c.q. kernen is dit vaak niet mogelijk, omdat er geen ruimte beschikbaar is of omdat de kosten van een gebouwde parkeervoorziening te hoog zijn. Dan moet de parkeerruimte elders worden gevonden. De aanvrager van een omgevingsvergunning moet aantonen dat er voldoende inzet geleverd is om benodigde plaatsen te realiseren en dat die op eigen terrein niet te realiseren zijn. Pas dan kan de aanvrager op zoek naar alternatieve, openbare parkeerruimte. Daarbij mag de alternatieve parkeervoorziening niet in gebruik zijn voor een andere ontwikkeling en gelden de loopafstanden tot de ontwikkeling (§2.6.3). Dit alternatief kan alleen als er voldoende parkeerruimte is. Als grens geldt in beginsel een bezetting van 85% in 2020 voor alle functies in de gehele gemeente. De aanvrager moet door middel van een onafhankelijk parkeeronderzoek aantonen dat binnen de genoemde loopafstanden rondom zijn planontwikkeling voldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is. Dit moet met de omgevingsaanvraag worden meegeleverd.
Bijlage E toont de eisen die de gemeente stelt aan het parkeeronderzoek. Als blijkt dat de ontwikkeling dan kan plaatsvinden, geldt de parkeercompensatieregeling. Wanneer een initiatiefnemer in zijn ontwikkeling speciale maatregelen treft waardoor de automobiliteit vermindert, is bijstelling van de parkeernorm mogelijk. Een voorbeeld is de inzet van deelauto’s bij woningen. Het College kan in bijzondere gevallen besluiten om ontheffing te verlenen van de parkeernormen (bijlage F). Het is dan mogelijk dat een planontwikkeling gerealiseerd wordt, zonder dat aan de parkeernorm wordt voldaan. Bijvoorbeeld als de planontwikkeling voor de gemeente van een bijzonder gemeentelijk belang is, dat het voldoen aan de parkeernormen niet als doorslaggevende factor wordt beschouwd, dan kan het College ontheffing verlenen van de parkeereis. De afdeling FO moet betrokken
Pagina 9 van 20
worden in deze gevallen. Een voorbeeld van zo’n “bijzonder gemeentelijk belang” is een ontwikkeling die een aanzet geeft voor nieuwe ontwikkelingen of waar een ander groot belang uit voortkomt. Parkeercompensatieregeling: bijdrage aan parkeren in het centrum
De huidige Parkeercompensatieregeling van de parkeereis is voor velen onduidelijk. Bovendien blijkt het voor de gemeente vaak onhaalbaar om de afgekochte parkeerplaatsen alsnog aan te leggen. De essentie van deze regeling is er evenwel op gericht om ontwikkelingen, die niet aan de parkeereis van de omgevingsvergunning (kunnen) voldoen, tóch mogelijk te maken. Afwijken van de parkeereis is dus mogelijk. Dat is te realiseren bij bijvoorbeeld aantoonbaar dubbelgebruik, het voor langere tijd benutten van structurele leegstaande parkeercapaciteit, voldoende ruimte voor commerciële deelauto’s, gebruik van openbaar vervoer of fiets en in uitzonderlijke situaties in een bestuurlijke afweging van een bijzonder gemeentelijk belang. In alle gevallen waar ontwikkelaars er evenwel voor kiezen om geen parkeerplekken aan te leggen en te kiezen voor een alternatief, wordt vanuit de gemeente geen parkeervergunning verstrekt. Dat geldt voor de huidige eigenaar en de daaropvolgende. De gemeente houdt wel de mogelijkheid van maatwerk voor kleine bouwprojecten (1.500 m2, drie à vier woningen) of appartementen/kleine woningen ((<50 m2 GO). Per te realiseren parkeerplaats moeten dan minimaal 2 fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit bovenop de verplichte berging volgens het Bouwbesluit. Bewoners van die woningen hebben geen recht op de aanvraag van een parkeervergunning.
Zij kunnen ze een abonnement nemen in de Catharina- of Amphiongarage. Als de fietsvoorziening niet op eigen terrein is te realiseren, dan mag er een alternatief binnen 60 meter loopafstand vanaf de hoofdingang worden gerealiseerd. Dit alternatief moet aan de vergunning eisen voldoen, met specifieke aandacht voor de toegankelijkheid, het gebruiksgemak en sociale veiligheid. De parkeerplaatsen die in het kader van de parkeercompensatieregeling worden gerealiseerd, dienen altijd aan te sluiten bij het gemeentelijk Parkeerbeleid, inclusief de parkeerbalans en bij te dragen aan de kostenneutrale jaarlijkse Parkeerexploitatie.
Indien aan bovenstaande niet is te voldoen kan het college in extremis besluiten om de ontwikkelaar/ initiatiefnemer voor de niet gerealiseerde parkeerplaatsen een compensatiebedrag in rekening te brengen. Hij/zij betaalt aan de gemeente een bedrag voor de aanleg van plaatsen die niet op eigen terrein zijn te realiseren. Het gaat om concrete locaties van parkeerplaatsen. Daarom wordt per ontwikkeling c.q. aanvraag bekeken of dit bedrag naar beneden of naar boven dient te worden bijgesteld. Het tarief, prijspeil 2016, exclusief BTW en jaarlijks te indexeren per parkeerplaats op maaiveld bedraagt: • Centrum: € 7.920,-. • Schil/overloop: € 6.800,-. • Rest bebouwde kom (de overige kernen): € 6.800,-. 4.2 Toepassing van de fietsparkeernormen De fietsparkeernormen dienen toegepast te worden. Ook deze juridische grondslag daarvoor dient ingebed te worden in plankaders (bestemmingsplan of omgevingsvergunning). Daarmee kan het college in bijzondere gevallen afwijken (bijlage F). Bij een functiewijziging van te renoveren, nieuw te bouwen c.q. bestaande gebouwen wordt de fietsparkeerbehoefte afgetrokken van de fietsparkeerbehoefte van de nieuwe functie. Het verschil aan fietsparkeerplaatsen moet worden gerealiseerd. Een overschot hoeft niet te worden opgeheven. Het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen kan worden teruggebracht als het onmogelijk om aan de norm is te voldoen.
Het is aan de ontwikkelaar/initiatiefnemer om aan te tonden dat daarvan sprake is (parkeeronderzoek uitvoeren).
Pagina 10 van 20
Bijlage A: Parkeernormen auto
Tabel 1.1: Parkeernormen voor Wonen Gemeente
Doetinchem
Weergave:
Gebied Type WONING Vrijstaand Twee-onder-één-kap Rijtjeshuis (tussen/hoekwoning) Appartement-duur Appartement-middenprijs Appartement-goedkoop Vrije sector Sociale huur Appartement-duur Appartementmidden/goedkoop Aanleunwoningen Kamer
Verstedelijkingsgraad:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen WONEN Rest Cen- Schil/overBuitenbeb. Eenheid trum loop gebied kom Koopwoningen 1,8 1,9 2,2 2,4 woning 2,2 1,8 2,1 2,2 woning
0,3/woning 0,3/woning
1,5 1,6 1,4 1,3 1,5 1,3 1,4
1,7
Aandeel bezoek
1,9
2
woning
0,3/woning
1,7 2 1,6 1,3 1,4 1,6 Huurwoningen 1,7 1,9 1,4 1,6 1,6 1,8
2,1 1,9 1,6
woning woning woning
0,3/woning 0,3/woning 0,3/woning
2 1,6 1,9
woning woning woning
0,3/woning 0,3/woning 0,3/woning
1,1
1,2
1,4
1,4
woning
0,3/woning
1,1 0,5
1,1 0,6
1,1 0,7
1,2 0,7
woning woning
0,3/woning 0,2/woning
Tabel 1.2: Parkeernormen voor Werkgelegenheid Gemeente
Doetinchem
Weergave:
Verstedelijkingsgraad:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen: WERKGELEGENHEID
Gebied Type WERKGELEGENHEIDSINSTELLING Kantoor zonder baliefunctie (zonder afspraak niet binnenlopen)
Centrum
Schil/over- Rest beb. Buitenloop kom gebied
Eenheid
Aandeel bezoek
1,5
2
2
2,5
ppl/100 m²
5%
Commerciele diensten (kantoor met balie): zakelijk/ privébezoek, makelaar, gemeentehuis, uitzendbureau, etc.
2
2,3
2,8
3,5
ppl/100 m²
20%
Arbeidsintensief (weinig bezoekers) (industrie, laboratorium, werkplaats, transportbedrijf)
1,5
1,9
4,3
4,3
ppl/100 m²
5%
Arbeidsextensief (weinig bezoekers) (loods, opslag, transportbedrijf)
0,6
0,8
1
1
ppl/100 m²
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
1,2
1,5
1,8
1,9
ppl/100 m²
5%
Pagina 11 van 20
Tabel 1.3: Parkeernormen voor Winkels Gemeente
Doetinchem
Weergave:
Verstedelijkingsgraad:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen: WINKELEN EN BOODSCHAPPEN
Gebied Type WINKEL Full-service supermarkt (hoog prijsnivo) (uitgebreid assortiment/hoog servicenivo/AH/Jumbo/Plus)
Centrum
Schil/over- Rest beb. loop kom
Buitengebied
Eenheid
Aandeel bezoek
3,6
4
4,9
N.V.T.
ppl/100m²
93%
3,1
4,7
5,4
N.V.T.
ppl/100m²
93%
3,3
4,9
6,5
N.V.T.
ppl/100m²
96%
Buurtsupermarkt (≤600m²) (dorp-/ wijkcentrum)
1,9
2,7
3,5
N.V.T.
ppl/100m²
89%
Grote supermarkt (>2500m²)
6
6,9
7,7
N.V.T.
ppl/100m²
84%
Binnenstad Doetinchem
3,3
N.V.T.
N.V.T.
N.V.T.
ppl/100m²
82%
Buurt-/dorpscentrum
N.V.T.
3,1
3,7
N.V.T.
ppl/100m²
72%
Wijkwinkelcentrum (klein)
N.V.T.
3,7
4,5
N.V.T.
ppl/100m²
76%
Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)
N.V.T.
4,4
5,1
N.V.T.
ppl/100m²
79%
Wijkwinkelcentrum (groot) Weekmarkt (1 kraam = 6m¹ + 1 ppl per standhouder) Kringloopwinkel
N.V.T.
4,8
5,7
N.V.T.
81%
0,19
0,19
0,19
N.V.T.
85%
N.V.T.
1,2
1,8
2,2
ppl/100m² 1 m¹ kraam ppl/100m²
Bruin-/witgoedwinkel
3,9
5,8
7,8
9,2
ppl/100m²
92%
Woonwarenhuis/woonwinkel
1,2
1,6
1,8
1,9
ppl/100m²
91%
Bouwmarkt Tuincentrum (≥1.000m² buiten-/rand stedelijk gebied met aanverwante artikelen (dieren, kerst, etc) Groencentrum (kleine tuincentra bij hoveniersbedrijf, kwekerij, o.d., beperkt extra artikelen (gereedschap))
N.V.T.
1,8
2,3
2,4
ppl/100m²
87%
N.V.T.
2,2
2,5
2,8
ppl/100m²
89%
N.V.T.
2,2
2,5
2,8
ppl/100m²
89%
Groothandel levensmiddelen (op bedrijventerrein)
ppl/100m²
80%
Outletcentrum
ppl/100m²
94%
Full-service supermarkt (laag prijsnivo) laag servicenivo/≥1.000m²) (Aldi) Discount supermarkt (laag prijsnivo/-beperkt assortiment) (Emté)
89%
Tabel 1.4: Parkeernormen voor Onderwijsinstellingen Gemeente
Doetinchem
Weergave:
Verstedelijkingsgraad:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen: ONDERWIJSINSTELLINGEN Gebied
Type ONDERWIJSINSTELLING
Centrum
Schil/over- Rest beb. loop kom
Buitengebied
Eenheid
Aandeel bezoek
Basisonderwijs
0,7
0,7
0,7
0,7
per lokaal
0%
Middelbaar onderwijs
3,7
4,5
4,9
4,9
per 100 leerlingen
11%
ROC
4,7
5,4
5,8
5,9
per 100 leerlingen
7%
Hogeschool (Iselinge)
9,3
10
10,7
10,9
per 100 leerlingen
72%
Kinderdagverblijf
1
1,2
1,4
1,5
per 100m² BVO
0%
Avondonderwijs
4,5
5,6
6,8
10,5
per 10 studenten
95%
Pagina 12 van 20
Tabel 1.5: Parkeernormen zorg- / maatschappelijke instellingen Gemeente
Doetinchem
Verstedelijkingsgraad:
Weergave:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM
Parkeernormen: ZORGINSTELLINGEN EN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Gebied Type ZORGVOORZIENING Huisartsenpost Apotheek Fysiopraktijk Consultatiebureau (kinderen) Consultatiebureau (ouderen) Tandartsenpraktijk Gezondheidscentrum Ziekenhuis**
Centrum
Schil/over- Rest beb. loop kom
2 2,2 1,2 1,3 1,3 1,5 1,5 1,4
2,4 2,7 1,4 1,5 1,6 1,9 1,8 1,6
2,9 3,1 1,7 1,8 1,9 2,3 2,1 1,7
Buitengebied
Aandeel bezoek
Eenheid
3,2 N.V.T. 1,9 2,1 2,2 2,6 2,4 2
1 behandelkamer 57% Apotheek 45% 1 behandelkamer 57% 1 behandelkamer 50% 1 behandelkamer 38% 1 behandelkamer 47% 1 behandelkamer 55% 100 m² BVO 29% gelijktijdige Crematorium N.V.T. N.V.T. 30,1 30,1 99% plechtigheid gelijktijdige Begraafplaats N.V.T. N.V.T. 31,6 31,6 97% plechtigheid Penitentiaire inrichting 1,6 2,1 3,2 3,6 10 cellen 37% Religiegebouw (kerk/moskee) 0,1 0,1 0,1 N.V.T. zitplaats Verpleeg-/verzorgingshuis 0,6 0,6 0,6 N.V.T. wooneenheid 60% Ziekenhuis** : het betreft hier algemene kencijfers. Parkeerbehoefte verschilt per type zorginstelling. Specifieke kencijfers voor type ziekenhuizen (cf CBZ/COTG/NVTG): HTPP-Verkeer en Parkeren (info@htpp.nl)
Tabel 1.6: Parkeernormen horeca Gemeente
Doetinchem
Weergave:
Verstedelijkingsgraad:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen: HORECA EN (VERBLIJFS)RECREATIE Gebied
Type: HORECA / RECREATIE Camping Bungalowpark (huisjescomplex) Hotel 1* Hotel 2* Hotel 3* Hotel 4* Hotel 5* Café / bar / cafetaria Restaurant Discotheek
Cen- Schil/overtrum loop N.V.T. N.V.T. 0,4 1,3 2,1 3,4 5,3 5 9 6,9
N.V.T. N.V.T. 0,8 2,2 3,3 5,1 7,9 5 9 13,9
Rest beb. kom
Buitengebied
Eenheid
Aandeel bezoek
N.V.T. 1,7 2,4 4 5 7,2 10,6 6 13 20,8
1,2 2,1 4,5 6,2 6,8 9 12,6 N.V.T. N.V.T. 20,8
Standplaats bungalow 10 kamers 10 kamers 10 kamers 10 kamers 10 kamers 100 m² BVO 100 m² BVO 100 m² BVO
90% 91% 77% 80% 77% 73% 65% 90% 80% 99% 99%
Evenementenhal/beurs-/ congresgebouw
5,5
6,5
8,5
N.V.T.
100 m² BVO
Fastfoodrestaurant #
N.V.T.
N.V.T.
2285
N.V.T.
vestiging
# Toelichting: Van deze functie zijn geen kencijfers bekend. Er is een globale kencijfers verkeersgeneratie bekend. Voor deze functie geldt het kencijfer "Restaurant" met norm tussen 11 en 15 plaatsen/100 m m² BVO
Pagina 13 van 20
Tabel 1.7: Parkeernormen Sociaal-culturele voorzieningen Gemeente
Doetinchem
Weergave:
Verstedelijkingsgraad:
MATIG
GEMIDDELDE PARKEERNORM Parkeernormen: SOCIAAL-CULTURELE VOORZIENINGEN Gebied
Type VOORZIENING
Centrum
Schil/over- Rest beb. loop kom
Buitengebied
Eenheid
Aandeel bezoek
1,1
1,3
100 m² BVO
97%
Bibliotheek
0,4
0,7
Museum
0,6
0,8
1,1
N.V.T.
100 m² BVO
95%
Bioscoop
3,2
8
11,2
13,7
100 m² BVO
94%
Filmhuis/filmtheater
2,6
5,3
7,9
9,9
100 m² BVO
97%
Schouwburg
7,4
8
9,8
12
100 m² BVO
87%
Musicaltheater