CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Warmtetransitievisie definitief

Gemeenteraad 21 oktober 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Warmtetransitie Visie ‘Doesburg aardgasvrij’.17.058 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

n te voegen]

Doesburg aardgasvrij

Samen op weg naar een breed gedragen Transitievisie Warmte

Colofon

Datum 8 oktober 2021 Projectnummer 19266 Status Definitief concept, ter besluitvorming in de gemeenteraad Opdrachtgever Gemeente Doesburg Mario Groot Kormelink Uitgevoerd door DWA B.V. Harderwijkweg 7 2803 PW GOUDA 088 – 163 53 00 Contact: martijn.koop@dwa.nl, 06 – 128 297 78 Auteurs Ing. Rianne Raat, Danielle Heijligers MSc en drs. Martijn Koop Leden klankbordgroep en denktank Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke partners van de gemeente: Woningstichting IJsselland, Waterschap Rijn en IJssel, netbeheerder Liander, Vitens, Rijkswaterstaat, De Warmteregisseurs en Eteck. Wij danken hen voor de constructieve feedback in een tweetal sessies en op onze vragen per mail/telefoon/video. Ook dank voor alle input van bewoners tijdens twee bijeenkomsten.

Doesburg aardgasvrij | 19266

2

Inhoudsopgave Voorwoord

4

1

Op weg naar energieneutraal in 2050

5

1.1

Een visie op de warmtetransitie

6

1.2

Positie en doel van de Transitievisie Warmte

6

1.3

De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden

7

1.4

We doen het niet alleen

8

1.5 2

Leeswijzer Uitgangspunten bij de warmtetransitie

8 9

3

Alternatieven voor aardgas

11

3.1

Van aardgas over op hernieuwbare warmtebronnen

11

3.2 4

Marktrijp en aannemelijk voor woningen Stand van zaken en kansrijke technieken

12 14

4.1

Huidige situatie

14

4.2

Warmtevraag en aardgasverbruik

16

4.3

Beschikbare warmtebronnen

17

4.4 5

Kansrijke techniek per buurt Koppelkansen en route

18 22

5.1

Koppelkansen

22

5.2

Op weg naar een route

24

5.3

Afhankelijkheden

25

5.4 6

Koppelkans bij de koppelkans Kosten en betaalbaarheid

26 28

6.1

Subsidies en leningen

29

6.2 7

Soorten kosten Bewoners betrekken

29 31

7.1

We maken het procesontwerp samen met bewoners en andere partners

31

7.2

We geven iedereen de mogelijkheid om mee te doen

32

7.3

We zorgen dat iedereen gehoord wordt

32

7.4

We werken aan een betrouwbare kennisbasis

32

7.5

Ondersteun bewoners om de stap te maken

32

7.6

Hoe nu verder?

33

Bijlage 1.

Potentie bronnen en technieken

34

Bijlage 2.

Startanalyse van het PBL

40

Bijlage 3.

Handelingsperspectief

43

De start: isoleren

43

Bijlage 4.

Bouwperiode en isolatiegraad Kaarten

43 46

Bijlage 5.

Positie Waterschap Vallei en Veluwe

52

Bijlage 6.

Strategie Woonservice IJsselland

53

Doesburg aardgasvrij | 19266

3

Voorwoord Alle Nederlandse gemeenten moeten uiterlijk in 2021 een ‘Transitievisie Warmte’ vaststellen; een gemeentelijke visie op de warmtetransitie. Deze verplichting komt voort uit de afspraken uit het nationale Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord beschrijft op welke manier we, op een groot aantal thema’s, onze CO2-uitstoot drastisch gaan terugdringen. Zo ook in de gebouwde omgeving; alle woningen en gebouwen in Nederland. Dat lukt alleen als we stoppen met die te verwarmen met fossiele brandstoffen, zoals aardgas. Die stoten immers veel CO2 uit. Het is wel belangrijk dat er dan een alternatief beschikbaar is. We hebben nog een kleine dertig jaar om alternatieven voor aardgas te implementeren en te ontwikkelen, maar dan moeten we wel nu beginnen. Anders zijn we in 2050 niet klaar. In de voorliggende warmtevisie hebben we op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt hoe de overgang van het verwarmen met gas naar het verwarmen met duurzame warmte in Doesburg kan plaatsvinden. Per wijk hebben we inzichtelijk gemaakt welke warmtebron of -bronnen aanwezig zijn en met welke techniek we de woningen en overige gebouwen duurzaam kunnen gaan verwarmen. Op basis van wijk- en woningkenmerken inzichtelijk gemaakt wat kansrijke alternatieven voor aardgas zijn. Deze transitievisie is een visie op hoofdlijnen; de geïnventariseerde warmtebronnen en technieken gieten we niet in beton.

We zijn bovendien al begonnen, in de wijk De Ooi en in het gebied rond de IJsselkade. Als we in de toekomst in gesprek gaan met een volgend gebied over de overgang van aardgas naar duurzame warmte, gaan we in meer detail– in een ‘wijkuitvoeringsplan’ – onderzoek doen naar concreet beschikbare bronnen op dat moment, technieken die daarbij horen en een aanpak op maat voor de betreffende buurt. Net zoals nu gebeurt in De Ooi en aan de IJsselkade. Dat is altijd maatwerk, of we nu naar de binnenstad kijken of naar het buitengebied. Naast beschikbare bronnen en techniek zijn ook betaalbaarheid, betrouwbaarheid en draagvlak van belang. Uit het proces om tot deze visie te komen, bleek dat alle stakeholders dat essentieel vinden bij het vervolg van het proces, als we aan de slag gaan op wijkniveau. Het Project Aardgasvrije Wijk (PAW) De Ooi, waar we sinds januari aan werken, is zo’n voorbeeld van hoe de warmtetransitie er in de praktijk uit ziet. Daar wordt nu gewerkt aan het op detailniveau inzichtelijk krijgen van zaken als: exacte kosten, aanpassingen die op woningniveau nodig zijn, benodigde ruimte in de ondergrond om warmte te bufferen, etc. De warmtetransitie wordt een langjarig en complex proces. Niet alleen technisch wordt de warmtetransitie de komende decennia een uitdaging, maar vooral ook voor onze inwoners.

Als we onze schouders er samen onder zetten, gaat het ons lukken om onze stad klaar te maken voor een duurzame toekomst: ‘Vandaag samen voor de energie van morgen’.

Peter Bollen Wethouder

Doesburg aardgasvrij | 19266

4

1 Op weg naar energieneutraal in 2050 In Doesburg gaan we net als alle andere gemeenten in Nederland over naar duurzame warmte voor onze woningen. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve, duurzame warmtebron voor aardgas. Voor een energieneutrale gemeente wordt de benodigde energie lokaal opgewekt. Dit doen we om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen en onze afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland te beperken. In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het vergaand terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO₂. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. De Rijksoverheid heeft daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. We verbruiken immers veel aardgas om onze woningen te verwarmen, dus als we dat op een duurzamere manier gaan doen, voorkomen we veel CO2-uitstoot. 2050 klinkt nog ver weg, maar die tijd is echt nodig om samen onze woningen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Daarom willen we voor 2030 al de beweging richting duurzame warmte op gang brengen. De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa.

De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie in Nederland betekent het overgaan van circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen op duurzame warmte en elektriciteit. In Doesburg gaat het om circa 6.200 woningequivalenten (WEQ) waarvan 5.200 woningen1. Dit betekent dat er de komende jaren in fasen veel gebouwen van het aardgas af gaan. Op welke manieren bewoners en ondernemers over kunnen stappen op andere warmte beschrijven we in deze Transitievisie Warmte (TVW). Daarbij leggen we de focus op de doelen en stappen die we nemen tot 2030, de voorzienbare toekomst. Het is een grote opgave, maar Doesburg begint gelukkig niet bij nul. Zo hebben we al uitgebreid de potentie van een aantal alternatieve warmtebronnen onderzocht en zijn we in De Ooi al aan de slag met een zogenaamde ‘proeftuin’ voor een eerste aardgasvrije wijk. Voor de IJsselkade wordt de mogelijkheid onderzocht om die te verwarmen met restwarmte van de ijzergieterij. In onderstaande figuur is de tijdlijn tot 2050 op hoofdlijn weergegeven.

1

De WEQ is het aantal woningen en utiliteitsgebouwen; 100 m2 utiliteit staat gelijk aan 1 WEQ.

Doesburg aardgasvrij | 19266

5

Energieneutraal en aardgasvrij Bij de overstap naar een aardgasvrije energievoorziening, zoals besproken wordt in het nationale Klimaatakkoord, wordt het gebruik van aardgas als bron van CO2-emissie uitgefaseerd. Concreet betekent dit dat het gasnet, dat nu door de meeste woningen gebruikt wordt voor verwarming van de woning en bereiding van warmtapwater, niet meer in gebruik blijft voor het transport van aardgas. Voor de opwekking van warmte en warmtapwater moet dus een andere energiebron worden gebruikt. Hiervoor zijn op hoofdlijnen een aantal opties: •

een duurzaam opgewekt gas, zoals biogas of waterstofgas;

•

extern opgewekte warmte vanuit restwarmte, geothermie of een centrale warmtepompinstallatie;

•

opwekking met een eigen warmtepomp, waarbij de woning alleen een aansluiting heeft op het elektriciteitsnet (ook wel ‘all-electric’ genoemd – er ligt alleen nog een elektriciteitskabel naar de woning).

In al deze opties is de wijk/stad aardgasvrij gemaakt. De wijk/stad is echter nog niet energieneutraal. In Doesburg streven we naar energieneutraal, en daarvan is pas sprake als de benodigde energie ook daadwerkelijk zelf wordt opgewekt. Concreet betekent dit dat het benodigde biogas/waterstofgas/warmte/elektriciteit binnen de grenzen van de wijk/stad wordt opgewekt. Voor energieneutraliteit worden overigens verschillende definities gebruikt. Het gaat er daarbij vooral om welke energie zelf wordt opgewekt. Dat kan zijn alleen de energie die nodig is voor verwarming van de woningen (energieneutraal warmtenet), alle gebouwgebonden energie (dus ook het huishoudelijk gebruik), of alle energie die wordt gebruikt (dus ook algemeen gebruik (straatverlichting), vervoer, et cetera).

1.1

Een visie op de warmtetransitie

Ondanks dat de transitie naar aardgasvrij een opgave is voor heel Nederland en daardoor grotendeels generiek is, is Doesburg uniek en vraagt de transitie om maatwerk. De Hanzestad Doesburg bestaat uit één woonkern van rijke historie en een eigen karakter. Dat zien we ook terug in de vele monumentale panden. De TVW sluit aan op de unieke kenmerken van de gemeente en haar inwoners, en zoekt de oplossingen die het beste zijn voor Doesburg. In deze TVW voor Doesburg geven we richting aan hoe woningen en gebouwen in Doesburg in de toekomst verwarmd kunnen worden zonder aardgas. Daarnaast beschrijven we welke stappen hiervoor gezet moeten worden vóór 2030. Het gaat hierbij om uitgangspunten en potentiële oplossingen, niet om definitieve beslissingen. Bij het zetten van stappen focussen we dus niet op wijken. In het volgende hoofdstuk (uitgangspunten) gaan we in op de uitgangspunten die bepalen waar we willen starten. De visie is een startdocument en wordt elke vijf jaar, of zoveel eerder, als nodig herzien. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Goede ideeën van inwoners, de gemeente en bedrijven kunnen de TVW de komende jaren verder aanscherpen.

1.2

Positie en doel van de Transitievisie Warmte

Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de (Wijk)uitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet. In de kaders hieronder lichten we de Regionale Energiestrategie, Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen verder toe.

Doesburg aardgasvrij | 19266

6

Regionale Energiestrategie - RES Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een Regionale Energiestrategie (RES) moeten opstellen. Doesburg maakt onderdeel uit van de RES regio Arnhem en Nijmegen. Het concept van de RES voor Arnhem en Nijmegen is in mei 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de RES komt de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten aan bod. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren. Uit de concept RES Arnhem en Nijmegen is onderzocht of de Rioolwaterzuivering (RWZI) in Olburgen een mogelijke warmtebron in de regio zou kunnen zijn om een deel van de woningen in Doesburg te verwarmen. In paragraaf 4.3 gaan we verder in op de potentie van de RWZI in Olburgen. Het is belangrijk dat er wordt ingezet op zo effectief en efficiënt mogelijk benutten van de aanwezige potentiële bronnen. Transitievisie Warmte - TVW Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Daarin moet het tijdspad staan waarop wijken van het aardgas gaan. Dit tijdspad noemen wij de routekaart.

Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor de eindgebruikers. Het einddoel staat vast: geen gebruik meer van fossiele brandstoffen. Wijkuitvoeringsplannen - WUP De concrete uitwerking van het duurzame warmtealternatief op wijk-/buurt-/gebiedsniveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). Een WUP hoeft dus niet per definitie betrekking te hebben op een wijk. In het WUP betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en -techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch en financieel haalbaar is. Hierin trekken wij samen op met actieve bewoners in de wijk, zoals een bewonersinitiatief of een energiecoöperatie.

1.3

De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden

Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de energietransitie te maken, maar geen enkele stakeholder kan deze transitie zelf en onafhankelijk van de ander doorlopen. De gemeente neemt de regie in dit proces, een belangrijke rol die hier vanuit het Rijk wordt neergelegd. De TVW geeft de gezamenlijke focus en richting die nodig is om aan de slag te gaan. Het maakt keuzes inzichtelijk, borgt een zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader. Dat vraagt om schakelen en verbinden: tussen overheid, bewoners en bedrijven, tussen individuele en collectieve mogelijkheden en tussen schaalniveaus van regio tot woning. Het doel van de warmtetransitie mag dan duidelijk zijn, de uitvoering is dat niet. Transities verlopen niet lineair en vragen om flexibiliteit en maatwerk. Er bestaat geen kant-en-klare oplossing voor Doesburg, kennis en techniek ontwikkelen snel en er zijn veel onbeantwoorde vragen, zowel op technisch als maatschappelijk vlak. Onze uitdaging is dat we de diverse losse projecten bundelen om deze vervolgens te kunnen koppelen aan een gezamenlijke ambitie en een gedeeld belang. Dit schalen we vervolgens op, tot een visie voor de gemeente en met maatwerk per gebied.

Doesburg aardgasvrij | 19266

7

1.4

We doen het niet alleen

De energietransitie is een opgave waarvoor intensieve samenwerking belangrijk en noodzakelijk is. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte Doesburg werkt de gemeente samen met interne en externe stakeholders waaronder netbeheerder Liander, woningcorporatie Woonservice IJsselland en Waterschap Rijn en IJssel. Vanuit de gemeente hebben medewerkers vanuit de beleidsvelden ruimtelijke ordening, vastgoed, sociaal domein en duurzaamheid meegewerkt. In meerdere bijeenkomsten met verschillende deelnemers bespraken we techniek, communicatie en participatie. De bijeenkomsten gaven de input voor de Transitievisie Warmte.

1.5

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten voor Doesburg, deze zijn belangrijk voor het bepalen op welke wijze we van het aardgas af gaan. In hoofdstuk 3 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer, en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 4 nemen we u mee in de opgave voor Doesburg. We analyseren de warmtevraag en de potentie van bronnen in de gemeente. In hoofdstuk 5 bespreken we de route naar een aardgasvrij Doesburg en de oplossingsrichtingen per wijk. Over kosten van de warmtetransitie en mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren, gaat hoofdstuk 6. De warmtetransitie kan alleen succesvol verlopen als er draagvlak is voor de transitie. Hoofdstuk 7 gaat daarom over samenwerking, communicatie en participatie. In de bijlagen gaan we dieper in op de kansrijke technieken en de startanalyse van PBL, een handelingsperspectief voor bewoners, het statement van het drinkwaterbedrijf en Waterschap Vallei en Veluwe (niet Rijn en IJssel) en de strategie van Woonservice IJsselland en we hebben er de meest relevante kaarten op groot formaat geplaatst.

Doesburg aardgasvrij | 19266

8

2 Uitgangspunten bij de warmtetransitie Een eerste aanzet tot de uitgangspunten is gemaakt tijdens een gezamenlijke sessie met relevante stakeholders die plaatsvond in het voorjaar van 2021. Deze uitgangspunten staan centraal in de totstandkoming én uitvoering van de Transitievisie Warmte voor Doesburg. Deze zijn in overleg met de stakeholders bepaald. De doelen, zorgen en wensen die aan bod kwamen bij deze sessies zijn verwerkt in de volgende tien uitgangspunten. Eerst besparen Door meer te besparen aan de ene kant, hoeven we aan de andere kant minder op te wekken. Daarom is de warmtetransitie direct verbonden met de opgave om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te gaan isoleren. Het terugdringen van de warmtevraag is noodzakelijk in de transitie naar aardgasvrij. Om gebouwen met een laag energielabel op duurzame wijze te kunnen verwarmen en koelen met een voldoende comfortniveau, is goede isolatie noodzakelijk. Daarom is het belangrijk om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te gaan isoleren. De gemeente pakt hierin een stimulerende rol. De transitie is betaalbaar voor iedereen De overgang naar duurzame warmte vraagt investeringen van de maatschappij én van de inwoners, netbeheerders en energiebedrijven. De gemeente streeft ernaar om de kosten voor de transitie zo laag mogelijk te houden.

Daarom is betaalbaarheid van de mogelijke nieuwe technieken een belangrijke factor bij het bepalen van de route. Iedereen moet de gevolgen voor zijn of haar situatie kunnen dragen en niet met onnodig hoge kosten blijven zitten. ‘Woonlastenneutraliteit’ die in het Klimaatakkoord wordt genoemd, is een ambitie die we omarmen. Betrouwbaarheid (leveringszekerheid) Het is van belang dat de bewoners alle dagen in het jaar in hun benodigde warmtevraag worden voorzien. De warmtebron moet betrouwbaar zijn in het leveren van de warmte. Vanzelfsprekend is dat het van constante kwaliteit is waar de bewoners geen gedoe krijgen voor het verwarmen van hun woning. Duurzaamheid (van het alternatief voor aardgas) In het Klimaatakkoord is aangegeven dat we geen gebruik willen maken van fossiele brandstoffen per 2050. Een hoogwaardige warmtebron is nodig om van het aardgas af te gaan. We willen het probleem niet verschuiven en daarom willen we een duurzaam alternatief voor aardgas. Een alternatieve warmtebron die niet uitputtend is, lokaal beschikbaar en goed voor de leefomgeving. Het verminderen van CO2-uitstoot staat hierin centraal. Zoveel mogelijk keuzevrijheid (van energieleverancier) Het is prettig om bewoners zo lang mogelijk zoveel mogelijk keuzevrijheid te geven. Op een gegeven moment houdt die vrijheid echter op; voor aardgas kan dan niet meer gekozen worden.

In het Klimaatakkoord is opgenomen dat gemeenten een ‘aanwijsbevoegdheid’ krijgen. Dat betekent dat de gemeente kan aangeven welke buurten wanneer geen gebruik meer kunnen maken van aardgas. De aankondiging voor het loskoppelen van het aardgas dient minimaal acht jaar van tevoren aangekondigd te worden. Zo min mogelijk gedoe (aan de woning) en inpasbaarheid (in de openbare ruimte) De warmtetransitie gaat grote gevolgen hebben zowel ‘achter de voordeur’ als op straat. We beseffen dat dit een grote ingreep kan zijn in de woonsituatie van alle inwoners. Daarom proberen we deze overlast zoveel mogelijk te beperken door ingrepen efficiënt te combineren met werkzaamheden die toch al gepland staan.

Doesburg aardgasvrij | 19266

9

Ondersteuning/ontzorging (ook voor monumenten) Er zijn veel huizen waar nog veel kansen liggen om energie te besparen. Er zullen aanpassingen nodig zijn aan de woningen in Doesburg. We willen de bewoners ondersteunen bij de nodige (bouwkundige) maatregelen. Het inschakelen van energiecoaches, opstellen van maatwerk in adviezen en organiseren van collectieve inkoopacties helpt bewoners bij het uitvoeren van de energiebesparende maatregelen in hun woning. ‘Behapbaar’ voor iedereen (snel, maar niet overhaast) De warmtetransitie kost geld. Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle inwoners, ondernemers en andere gebruikers in Doesburg. Het streven daarbij is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven. Het ontstaan van energiearmoede is onwenselijk. Energiearmoede ontstaat wanneer de energierekening meer dan 10% van het maandelijkse inkomen inneemt. We zoeken dus naar de maatschappelijk goedkoopste oplossing en gaan stapsgewijs toe naar een aardgasvrije omgeving. In de uitvoeringsplannen leggen we samen met inwoners de stappen vast, zij bepalen het tempo. Transparante communicatie De warmtetransitie is een bijzonder complex vraagstuk met veel betrokkenen. Energieneutraal worden gaat een grote impact hebben op de gebouwde omgeving, op eigenaren, ondernemers en huurders.

Er zijn nog veel vragen over de warmtetransitie, ook voor de gemeente. Heldere en eerlijke communicatie naar bewoners toe is noodzakelijk om de bewoners van de juiste informatie te voorzien en om vertrouwen te krijgen en behouden. Goede voorbeelden gaan we delen, zodat de energietransitie breder gedragen zal worden en de voordelen bij bewoners landen. Het moet duidelijk zijn voor een bewoner hoe de keuze voor het voorkeursalternatief tot stand is gekomen en wat de consequenties zijn voor zijn woning. Dit geeft bewoners duidelijkheid welke maatregelen zij kunnen treffen en wanneer. Duidelijkheid in de verdeling van kosten is daarnaast essentieel. Aansluiten bij wat er leeft in de wijk De transitie naar aardgasvrij kan alleen succesvol zijn met draagvlak en het meedoen en -denken van bewoners en andere partijen. Wij gaan actief op zoek naar de energie van eigen initiatieven van bewoners en zien dit als dé kans om samen concrete stappen te zetten om wijken van het aardgas te halen. Woonservice IJsselland is hierin een belangrijke partner, als eigenaar van zo’n 40% van de woningen in Doesburg. De transitie naar een aardgasvrij Doesburg is een gezamenlijke opgave. We hebben bewoners, bedrijven, de woningcorporatie en maatschappelijke organisaties nodig.

Daarnaast haken we waar mogelijk aan op ontwikkelingen in de omgeving, zoals renovaties van corporatiewoningen en/of de openbare ruimte, zoals vervanging van riolering, aanpassingen van het openbaar groen en klimaatadaptatie. Dit noemen we meekoppelkansen en kan kosten en overlast in de uitvoering beperken.

Doesburg aardgasvrij | 19266

10

3 Alternatieven voor aardgas Technisch gezien lijken er veel verschillende mogelijkheden beschikbaar om van aardgas af te stappen. Die zijn niet allemaal al vóór 2030 beschikbaar. Veel alternatieven zijn te groeperen op gemeenschappelijke eigenschappen, waardoor het beeld overzichtelijker wordt. In dit hoofdstuk kijken we naar die alternatieven. In het hoofdstuk hierna werken we die uit voor de bestaande bebouwing in de gemeente Doesburg.

3.1

Van aardgas over op hernieuwbare warmtebronnen

Om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn moeten alle woningen in Nederland die nu nog op aardgas aangesloten zijn over op andere manieren van koken en verwarmen. Daarnaast zullen ook bedrijven en instellingen van het aardgas af moeten. Een grote en ambitieuze opgave, waarmee zo snel mogelijk gestart moet worden. Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen stapt meer dan één woning over op een bepaalde technologie, vaak is dit een heel gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. Wij maken onderscheid in drie hoofdcategorieën: warmtenetten, individuele elektrische oplossingen en warmtebronnen waarvan gebruik wordt gemaakt van het bestaande gasnet voor (duurzaam) gas. Deze zetten wij hiernaast verder uiteen. In bijlage 2 leest u meer over de verschillende alternatieve warmtebronnen. Duurzaam gas (Bestaande) gasnetten kunnen duurzame, hoog-energetische gassen als groengas en waterstofgas naar woningen vervoeren.

De beschikbaarheid en marktrijpheid van deze gassen is nog deels onbekend en vooralsnog beperkt. Zo is waterstof geen bron, maar moet dit worden gemaakt. Dat is niet alleen een energieintensief proces, dit vraagt veel elektriciteit en die moet dan door zon en wind worden opgewekt. Energieintensievere sectoren als industrie en mobiliteit zullen dit schaarse gas als eerste willen gebruiken. De behoefte aan duurzaam gas voor verwarming in de gebouwde omgeving kan worden verminderd door de inzet van hybride warmtepompen. Deze verwarmen met elektriciteit en schakelen enkel bij koude dagen over op gas. Individuele oplossingen (all-electric) Woningen worden elektrisch verwarmd, meestal met een warmtepomp. Warmtepompen verwarmen met een lage temperatuur. Als bron wordt de warmte uit de lucht, bodem of grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel woningniveau toegepast, maar kan ook op grotere schaal. Een wijk all-electric maken vraagt vaak om een goed geïsoleerde woning, het verzwaren van het elektriciteitsnet en plaatsen van een transformatorstation. ‘Maken’ klinkt ook eenvoudiger dan het is; elke bewoner of gebouweigenaar moet immers meedoen en aan de slag. Warmtenetten Warmtenetten zijn netwerken van warm water om gebouwen mee te verwarmen.

Mogelijke energiebronnen zijn aardwarmte, restwarmte van bedrijven en vormen van aquathermie zoals warmte uit oppervlaktewater of rioolzuiveringswater. Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie kan het gaan om een hoge temperatuur (HT), midden temperatuur (MT) of lage temperatuur (LT) warmtenet. Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur

Doesburg aardgasvrij | 19266

11

van de warmte is, hoe beter je de woning moet isoleren. Warmtenetten leggen we onder de grond, in de openbare ruime, en hebben daarmee veel impact op de omgeving. Wat is het verschil tussen HT-, MT- en LT-warmte? We maken een onderscheid tussen hoog-, midden- en laagtemperatuurwarmtebronnen: HT of hoogtemperatuurwarmtebronnen:

diepe geothermie, restwarmte, biomassa, hernieuwbare gassen, doorgaans 70-90°C;

MT of middentemperatuurwarmtebronnen:

ondiepe geothermie, restwarmte, doorgaans 40-70°C;

LT of laagtemperatuurwarmtebronnen:

grondwater, lucht, energie uit afvalwater, oppervlaktewater, doorgaans 10 tot maximaal 40°C.

De temperatuur waarop de warmtebron zijn warmte kan afgeven bepaalt welke mate van isolatie en afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) de woning straks nodig heeft. Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in de woning nodig. Dit komt overeen met de werking van ons huidige cvsysteem. Dit is met name geschikt voor oudere woningen, die lastig te isoleren zijn. Voor MT-warmtebronnen zijn er meerdere aanpassingen nodig in de woning. Ook relatief oudere woningen kunnen aan een MTwarmtenet, alleen als de woningen goed geïsoleerd kunnen worden. Bij LT-warmtebronnen moet de woning ook worden aangepast (andere radiatoren, vloerverwarming et cetera) en moet de woning goed geïsoleerd zijn. LTwarmtebronnen zijn daarom met name voor nieuwere woningen geschikt. Die zijn doorgaans al beter geïsoleerd en hebben minder aanpassingen nodig waardoor de investering in het huis lager is dan bij een MT-warmtenet. Het figuur hierna geeft het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT (links) naar HT (rechts).

Figuur - Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)

3.2

Marktrijp en aannemelijk voor woningen

De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet elke techniek is al marktrijp of een logische keuze voor alle woningen. Sommige technologieën moeten nog verder worden uitgewerkt, terwijl andere technologieën zich meer lenen voor bedrijven en industrie. Op weg naar 2030 moeten we inzetten op technieken die nú al toepasbaar en dus marktrijp zijn. We sluiten onze ogen niet voor innovaties, maar het kan nog wel tien tot twintig jaar duren voordat deze nieuwe technieken op de markt zijn. De huidige marktrijpe technieken zijn goed toepasbaar en we kunnen er morgen mee beginnen. In de figuur hierna brengen we ze overzichtelijk in beeld. Deze indeling is voortdurend in beweging en afhankelijk van ontwikkelingen in de markt.

Doesburg aardgasvrij | 19266

12

Figuur - Verdeling marktrijpe en geschikte warmtebronnen voor woningen

Temperatuur doet ertoe Op dit moment zijn met name een warmtenet en all-electric verwarming (met een warmtepomp) interessante oplossingen voor de huidige woningbouw. Ook is de hybride warmtepomp een geschikte oplossing, waarbij de warmtepomp samenwerkt met een extra warmtebron, doorgaans een cv-ketel. Met een hybride warmtepomp heb je nog maar weinig aardgas nodig. Later kan dit worden vervangen in een groengas. Duurzaam gas is schaars en zal voornamelijk benut gaan worden door de industrie en mobiliteit. Alleen daar waar laagtemperatuursystemen niet toepasbaar zijn, zoals in bijvoorbeeld vooroorlogse woningen en vrijstaande monumentale boerderijwoningen, is levering van groengas op termijn denkbaar. De keuze voor duurzame warmtebronnen en -technieken hangt sterk samen met isolatie. Hoe beter de isolatie van een gebouw, hoe minder het warmteverlies. Hoe lager de warmtevraag van woningen, hoe meer woningen verwarmd kunnen worden vanuit dezelfde warmtebron. Daarnaast zorgt isoleren voor een lagere piekvraag (de vraag naar energie op momenten dat het erg koud is), wat belangrijk is om de kosten van energienetten en duurzame bronnen beperkt te houden. Woningen van na 1992 zijn relatief goed geïsoleerd of relatief makkelijk te isoleren. Dit heeft te maken met het Bouwbesluit 1992, waar een eis is opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning.

Vanaf 2005 is deze eis nog verhoogd, waardoor woningen vanaf 2005 nog beter geïsoleerd zijn. Deze woningen zijn over het algemeen geschikt voor toepassing van laagtemperatuurverwarming. Als regel geldt: hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de temperatuur kan zijn om je woning te verwarmen. Bij woningen gebouwd vóór 1992 zijn er sterke verschillen in isolatiewaarde en moet deze per woning worden vastgesteld. In bijlage 1 gaan we dieper in op deze technieken en de consequenties voor woningen en de buitenruimte. In hoofdstuk 4, hierna, kijken we naar de specifieke situatie in Doesburg.

Doesburg aardgasvrij | 19266

13

4 Stand van zaken en kansrijke technieken Als stad willen wij in 2050 niet alleen aardgasvrij zijn, maar ook energieneutraal, wat betekent dat wij naar een CO2-arme energievoorziening toe gaan. Het is daarom belangrijk om de opgave van Doesburg in kaart te brengen. Wat is de huidige warmtevraag van de bestaande bebouwing? En welke duurzame bronnen hebben we nu al om in deze vraag te voorzien? In dit hoofdstuk werken we dat uit.

4.1

Huidige situatie

Doesburg bestaat uit het historische centrum, meerdere woonwijken en een verspreid buitengebied met veel individuele bebouwing en buurtschappen. In totaal heeft Doesburg 11.077 inwoners (2020) en ongeveer 5.200 woningen. In de figuren hieronder is weergegeven hoe deze woningen verdeeld zijn naar bouwjaar en bouwtype. Voordat een woning of gebouw overgaat op een nieuwe manier van verwarmen is het belangrijk een gebouw goed te isoleren. Isoleren verlaagt namelijk de warmtevraag. Hierdoor dalen de kosten en stijgt het comfort van een gebouw. Daarnaast kunnen door daling van de warmtevraag meer gebouwen vanuit dezelfde warmtebron worden verwarmd. Ook is de benodigde temperatuur van warmte lager als een gebouw goed is geïsoleerd. Ten slotte verlaagt isolatie de piekvraag, wat gunstig is voor de energie-infrastructuur. Isoleren noemen we daarom een no-regret of ‘geen-spijt’ maatregel. Welke alternatieve warmtebron er ook komt, het is altijd nuttig en positief voor de energierekening om te isoleren.

Figuur - Bouwjaren per pand

Figuur - Woningcorporatiebezit

Relevantie: het bouwjaar, gebruikstype en de bouwhoogte

Relevantie: hoe meer eigenaren ‘van het aardgas’ moeten,

van panden zijn indicatoren die iets zeggen over de kans

hoe lastiger de discussie. Wanneer in een buurt een groot

dat gebruikers of bewoners op korte termijn iets moeten

aantal woningen van één eigenaar zijn, vergemakkelijkt dat

gaan doen aan verduurzaming, en wat dan de meest voor

de discussie over alternatieven.

de hand liggende ingrepen zijn of wat het meest kansrijke energieconcept is.

Doesburg aardgasvrij | 19266

14

Voor woningen van voor 1975 is het nodig om de muren beter te isoleren om van LT-warmte gebruik te kunnen maken. Echter lopen de kosten van isolatie voor dit soort huizen snel op. Hierdoor kan het soms kostenefficiënter zijn om van een andere bron gebruik te maken (HT). Per woning moet worden vastgesteld welke isolatiemaatregelen mogelijk zijn. Woningen die gebouwd zijn tussen 1945-1974 zijn vaak voorzien van een luchtspouw. Daarmee kan met relatief een kleine investering een grote verbetering in de woning worden gerealiseerd. Daarnaast is het noodzakelijk ook de vloer, beglazing en het dak te isoleren. In de woningen die gebouwd zijn tussen 1945 en 1974 kan dit allemaal relatief eenvoudig uitgevoerd worden. Zolang er geen aanvullende maatregelen zijn doorgevoerd dienen alle geveldelen aangepakt te worden. Woningen die voor 1945 gebouwd zijn, hebben lang niet altijd een spouwmuur. Dit betekent dat gevelisolatie aan de binnen- of buitenzijde geplaatst moet worden. Dit maakt de maatregel duur en ingrijpend. Ook hebben deze woningen lang niet altijd een (toegankelijke) kruipruimte. Ook de aanleg van vloerisolatie is daardoor duurder en ingrijpender. Door de hoeveelheid aanpassingen die nodig zijn in de woning en de bijkomende investeringskosten, is het daardoor kostenefficiënter om gebruik te maken van een hoogwaardige temperatuurbron.

Monumentale panden een klasse apart Eén van de wijken is de historische binnenstad met beschermd stadszicht. Ruim 400 panden worden als monumentaal of belangrijk gezien. Het merendeel van deze panden is particulier bezit, hoewel de gemeente een aantal publieke monumenten in beheer heeft. De gemeente Doesburg wil onderzoeken hoe met een LTwarmtenet de historische binnenstad kan worden verwarmd. Deze verwarming met een LT-warmtenet lijkt in tegenspraak met de hoogtemperatuur verwarming zoals deze op dit moment aanwezig is in de panden, en waarop de nadruk vaak ligt wanneer we kijken naar alternatieve warmtebronnen voor monumentale panden. Dat zit zo: bij verwarming stijgt de temperatuur snel in de woning. Dit zorgt voor snelle daling (en stijging) van de relatieve vochtigheid in het pand wat weer zorgt voor scheurvorming, verslechtering van houtconstructies en condensrisico’s. Een constante aanvoertemperatuur is beter voor het monument. Ondertussen, weten gemeente en een aantal monumenteigenaren, wordt er in Nederland volop geëxperimenteerd met isolatietechnieken voor monumenten, in de vorm van monumentenglas, wandisolatie of plafondisolatie bijvoorbeeld. Die tasten het aangezicht maar zeer beperkt aan. Panden op deze manier ‘inpakken’ maakt ze geschikt voor een lagere aanvoertemperatuur, en dan is een laagtemperatuur (LT) alternatief in deze panden een interessante optie.

Afgifte van LT-verwarming is mogelijk via vloer- en wandverwarming. De plaatsing van een LT-afgiftesysteem kan goed gecombineerd worden met reeds gepland aanbrengen of verbeteren van stucwerk. Er zijn er ongeveer 1.600 woningen uit de periode 1975-1991. Deze zijn vaak goed te isoleren tot een hoger energielabel (B), waardoor overstappen naar middentemperatuur (MT) warmte mogelijk wordt. Daarnaast zijn er ook ongeveer 45% woningen waarvan we goed moeten kijken tot welk energielabel er geïsoleerd kan worden en welke warmtetechniek hiervoor geschikt is. Vaak zit de spouwmuur van deze woningen al bijna vol met isolatie waardoor het navullen hiervan wel zinvol is, maar minder bijdraagt dan de reeds aanwezige isolatie. Hierdoor is de terugverdientijd van muurisolatie voor dit soort woningen een stuk langer. Ruim 1.200 woningen zijn gebouwd na 1991. Woningen die sinds 1992 zijn gebouwd, hebben op basis van het Bouwbesluit 1992 een goede isolatiewaarde. Deze woningen zijn met relatief weinig inpandige aanpassingen te verwarmen met een laagtemperatuur (LT) warmtebron. Extra isolatiemaatregelen bij deze woningen zijn kostbaar en ingrijpend (met uitzondering van eventuele hr++-beglazing). Bij woningen gebouwd vóór 1992 zijn er sterke verschillen in isolatiewaarde en moet deze per woning worden vastgesteld. Zo’n 40% van de woningen in Doesburg is in het bezit van Woonservice IJsselland.

Doesburg aardgasvrij | 19266

15

Bouwjaar woningen

1992-heden 24%

Bouwtype woningen

t/m 1945 15%

Hoogbouw 11%

1946-1964 18%

1975-1991 31%

4.2

Laagbouw 89%

1965-1974 12%

Warmtevraag en aardgasverbruik

Het huidige aardgasgebruik is afhankelijk van onder meer de samenstelling van het huishouden, het woningtype en de ouderdom van een woning. De verwachting is dat het elektriciteitsverbruik gaat toenemen bij het overgaan op andere warmtebronnen dan aardgas, omdat elektriciteit vaak een rol speelt in duurzame warmte, zoals bij het gebruik van warmtepompen. Waar gebruiken we aardgas nu voor in onze woningen? Ongeveer 75% gebruiken we voor het verwarmen van de ruimte, 20% voor warm water (voornamelijk douchen) en een heel klein deel voor het koken. Hieronder wordt de totale warmtevraag van de gemeente weergegeven over de verschillende sectoren. De totale warmtevraag van gemeente Doesburg bedraagt 316 TJ (10,3 miljoen m3). Het grootste deel hiervan wordt gebruikt als warmtebron voor laag- en hoogbouwwoningen. In de TVW wordt alleen gekeken naar aardgas dat wordt gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving en het verhitten van tapwater. Het gaat daarbij om het verwarmen van alle woningen en gebouwen, maar exclusief proceswarmte (warmte die benodigd is voor industriële processen). De gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals kantoren en scholen, noemen we utiliteits- of bedrijfsgebouwen. Voor dit gasverbruik moeten

Energie, wat is dat?

alternatieven worden gevonden voor 2050. In Doesburg is de warmtevraag van de gebouwde omgeving 316 TJ

We hebben het doorgaans over een ‘warmtevraag’

waarvan 75% afkomstig is van woningen (zie figuur hierna).

in Gigajoule (GJ). Maar: wat is een GJ?

De gasvraag voor alle sectoren met uitzondering van

1 GJ is ongeveer …

35 m3 aardgas

woningen is afkomstig van Klimaatmonitor uit 2019. De

1 woning verbruikt …

30 - 40 GJ (1.000 – 1.500 m3 gas)

warmtevraag van woningen is per buurt bepaald aan de hand van gasverbruiken uit 2019, gepubliceerd door Liander.2 Het totale aardgasgebruik van de woningen in

De standaardeenheid in de natuurkunde voor

Doesburg is ongeveer 7 miljoen m3 (2019). Het gemiddelde

energie is Gigajoule (GJ) of kilowattuur (kWh).

gasgebruik per huishouden in Doesburg is 1.350 m3.

Deze eenheden zijn in elkaar om te rekenen

Hiermee hebben we scherp wat de verduurzamingsopgave

(1 GJ = 278 kWh).

is voor de stad.

2 De warmtevraag is hierbij berekend door het gasverbruik te vermenigvuldigen met het ketelrendement.

Doesburg aardgasvrij | 19266

16

Huidige warmtevraag

Gebruiksfuncties sport, 2%

logies, 7%

overige, 1%

onderwijs, 7% gezondheidszorg, 1%

Utiliteit zonder koudevraag 3%

Utiliteit met koudevraag 5%

Hoogbouw 8%

industrie, 2% winkel, 1% kantoor, 4% woning, 75%

4.3

Laagbouw 84%

Beschikbare warmtebronnen

Niet elke gemeente heeft de beschikking over dezelfde alternatieve warmtebronnen, zoals we die introduceerden in hoofdstuk 3. Zo heeft de ene gemeente bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor energie uit oppervlaktewater en een andere uit aardwarmte. Voor Doesburg kijken we dan naar de volgende alternatieven voor aardgas. Een uitgebreide toelichting op de warmtebronnen vindt u in bijlage 1. Omgevingswarmte – warmte uit de buitenlucht Waar: overal Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte in de buitenlucht. Dit is warmte uit de buitenlucht en in principe ongelimiteerd. Bij warmtepompen op basis van buitenlucht is geluidsoverlast iets waar rekening mee gehouden moet worden. Hiervoor zijn wettelijke normen. Aquathermie - Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) Waar: Oude IJssel, Gelderse IJssel en het Zwarte Schaar Bij TEO wordt warmte onttrokken uit een rivier, kanaal of meer. Doesburg is gelegen naast de Gelderse IJssel, de Oude IJssel en het Zwarte Schaar. De drie open wateren zijn (langzaam) stromend of (bijna) stilstaand, zoals Het Zwarte Schaar. Hier kan mogelijk warmte uit onttrokken worden. De warmtepotentie van het water in Het Zwarte Schaar is, ondanks een gebrek aan stroomsnelheid, overigens enkele malen groter dan de warmtepotentie van het water uit de Oude IJssel.

Aquathermie - Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) Waar: Rioolgemaal Doesburg, Angerlo en RWZI Olburgen Bij TEA wordt warmte onttrokken aan het afvalwater. Er zijn drie rioolwaterzuiveringsinstallaties in de regio van Doesburg: Rioolgemaal Doesburg, Angerlo en de RWZI Olburgen. Uit de drie RWZI’s kan mogelijk warmte onttrokken worden. De potentie hangt af van de afstand tot de woonkernen en het technisch vermogen. Hierop komen we verderop terug. Bodemenergie – warmte uit de ondergrond Waar: niet in drinkwatergebied of bij hoogbouw Een ‘bodemlus’ is een techniek om warmte te winnen uit de ondiepe bodem 1-100 meter diep, onder de woning of het gebouw. De technische potentie voor warmte uit de bodem door middel van bodemlussen is in Doesburg groter dan de warmtevraag (1.500 TJ). Bodemlussen worden vooral kleinschalig ingezet voor één of een paar huizen.

Doesburg aardgasvrij | 19266

17

Restwarmte Waar: Gieterij Doesburg BV Restwarmtebronnen komen in veel vormen en maten voor. Het is de warmte die ‘overblijft’ na bijvoorbeeld een productieproces. Er zijn kleine restwarmtebronnen beschikbaar als de Aldi, Coop en Doesburg Have. Deze warmtebronnen zijn te klein voor een economische potentie. De Gieterij Doesburg doet op dit moment onderzoek (door bedrijf Eteck) naar warmtelevering aan de IJsselkade. Geothermie Waar: in geschikte aardlagen en niet in drinkwatergebied Geothermie of aardwarmte ontstaat door de warmte-uitstraling uit het binnenste van de aarde. Zowel ondiepe (tussen de 500 en 1.500 meter) als (ultra)diepe geothermie (dieper dan 1.500 meter) zijn technisch haalbaar in Doesburg. De schaalgrootte van de woonkern in Doesburg is te klein voor de economische potentie van een businesscase op basis van (ultra)diepe geothermie. Er zijn minimaal 4.000 – 5.000 aansluitingen nodig om die haalbaar te maken. Biomassa Waar: alleen in buitengebied Bij biomassa wordt warmte opgewekt uit organische materialen die in de natuur voorkomen. Uit (de verbranding van) snoeiafval kan warmte opgewekt worden voor circa vijftig woningen in Doesburg. Groengas Waar: daar waar geen goede alternatieven zijn Biogas is het gas dat vrijkomt bij de vergisting van natte biomassa zoals mest en GFT-afval, dat kan worden omgezet naar groengas dat aardgas één op één kan vervangen.

Uit natte biomassastromen kan voor circa 1.200 woningen groengas worden geproduceerd. Warmte-koudeopslag (wko) Waar: overal, geen beperking door grondwaterwingebied Warmte wordt, net als bij de ‘bodemlus’, gewonnen uit de ondergrond. In tegenstelling tot de – gesloten – bodemlus die we hiervoor noemden is dit een ‘open’ systeem. In de winter wordt het gebouw verwarmd met een warmtepomp die warmte onttrekt aan het opgepompte grondwater uit de warme bron. Het grondwater koelt af en wordt weer teruggepompt in de koude bron. In de zomer is de cyclus andersom. Het potentieel voor wko in Doesburg is in principe groter dan de warmtevraag (53.000 WEQ). In Doesburg is er geen (beschermd) grondwaterwingebied.

4.4

Kansrijke techniek per buurt

Als we dan kijken naar de elf Doesburgse wijken en we koppelen daaraan de meest kansrijke warmtebronnen, ontstaat het volgende beeld. Let op: we leggen hiermee deze keuzes nog niet vast, dat doen we – samen met bewoners en lokale stakeholders – in de loop van het transitieproces. De warmtetechnieken zijn vergeleken met de ‘startanalyse’ van het Planbureau Leefomgeving (PBL). Een toelichting hierop is te vinden in bijlage 2.

Doesburg aardgasvrij | 19266

18

Onderzoek ijzergieterij en IJsselkade Bedrijf Eteck heeft een quickscan gedaan voor het nuttig gebruiken van de restwarmte van Gieterij Doesburg. In deze quickscan bekeken ze de haalbaarheid en risico’s van dit project. Op basis van een raming van de investeringskosten en de te verwachtte kostenbesparingen in de exploitatie, ziet Eteck kansen om te investeren in een koppeling van de restwarmte aan de woningen aan de IJsselkade, om zo een significante gasbesparing te realiseren. Omdat de gieterij geen langjarige garanties kan geven over de looptijd, de hoeveelheid en de temperatuur van de restwarmtebron, kan een definitief investeringsbesluit pas genomen worden op het moment dat er meer inzicht beschikbaar is. Dat proces loopt nu. Uitgangspunt voor een succesvol plan is langjarige leveringszekerheid voor bewoners. Voor het daadwerkelijk realiseren van het warmtenet moeten er - vanuit de gemeente en eventueel waterschap – bovendien vergunningen verleend worden. In de komende periode gaan partijen met elkaar in gesprek om de randvoorwaarden van dit project verder af te stemmen. In veel van de buurten komen verschillende woningen met verschillende eigenschappen voor. Er zal vaak geen universele oplossingsrichting die voor de gehele wijk gekozen wordt. Een mix van meerdere warmtebronnen vormt waarschijnlijk het eindbeeld in 2050.

Per gebied/buurt hebben we daarom een keuze gemaakt voor een voorkeurstechniek op basis van woning- en buurtkenmerken en beschikbaar warmteaanbod met de horizon op 2030 (want: waar gaan we starten vóór 2030?). In de volgende tabel de conclusie van deze analyse. Tabel 1 - De techniekkeuze per buurt aan de hand de potentie en de locatie van de verschillende warmtebronnen

1

Buurt

Techniek

Kansrijke warmtebron

Onderbouwing voorkeursoplossing

De oude Stad binnen de Gracht

LT-warmtenet/ individueel bij grootschalige renovatie

• • • •

Hybride (groengas) All-electric Restwarmte (ijzergieterij) TEO (IJssel) met collectieve (water) warmtepomp

• • • •

Weinig aanpassingen nodig in woning bij groengas Veel verschillende bouwjaren Grootschalige renovatie op de planning, waardoor LTwarmtenet mogelijk is Klein collectief bij ijzergieterij en nader gelegen hoogbouw

2

Noorderlijk Molenveld

MT-warmtenet

•

TEO (Zwarte Schaar) met collectieve (water) warmtepomp

• • •

Dichtbij de warmtebron (250 m) Bouwjaar <1970 Veel zelfde type woningen met hoge bebouwingsdichtheid

3

Zuidelijk Molenveld

Individueel

• • •

Hybride (groengas) All-electric Aansluiten op WoCo strategie

• • • • •

Geen warmtebron in de buurt Geen koelvraag (daarom wko minder kansrijk) Veel WoCo bezit TEO lijkt kansrijk, maar vanwege afstand tot bron en aard van de bebouwing niet aannemelijk Verschillende bouwjaren en type woningen

4

De Ooi

MT-warmtenet

•

TEO (de Oude IJssel) met collectieve (water) warmtepomp

• • •

Veel WoCo bezit Relatief oude bebouwing en hoge woningdichtheid Goedkeuring PAW-traject

5

Beinum I

Individueel of MTwarmtenet

• • •

Hybride (groengas) All-electric TEO (IJssel) met collectieve (waterwarmtepomp Aansluiten op WoCo strategie

• • • •

Uniforme wijk met woningen tussen 1975-1991 Aardgasvrij-ready met een hybride warmtepomp Naar all-electric warmtepomp Individuele keuze zorgt voor keuzevrijheid van energieleverancier Keuze voor collectief afhankelijk van draagvlak bewoners (70% instemming nodig voor corporatiebezit)

•

Doesburg aardgasvrij | 19266

•

19

6

Buurt

Techniek

Kansrijke warmtebron

Onderbouwing voorkeursoplossing

Beinum II

Individueel

• • •

• •

All-electric Hybride (groengas) Aansluiten op WoCo strategie

• • •

7

Bedrijventerrein Beinum

Individueel

•

Afhankelijk van bedrijfstak • een individuele warmtebron (wko, all-electric) • Proceswarmte (en daarmee restwarmte) op bedrijventerrein is geen onderdeel van TVW

Denkrichting: kantoren individueel vanwege diversiteit in bouwjaren Toepassing wko interessant voor koeling

Denkrichting: kantoren individueel vanwege diversiteit in bouwjaren Toepassing wko interessant voor koeling

•

Afhankelijk van bedrijfstak • een individuele warmtebron (wko, all-electric) • Proceswarmte (en daarmee restwarmte) op bedrijventerrein is geen onderdeel van TVW

• •

Hybride (groengas) All-electric

•

8

9

Bedrijventerrein Verhuellweg

Individueel

Verspreide huizen Individueel Noordoost

•

• • • •

10 Verspreide huizen Individueel FraterswaardOost

• •

Hybride (groengas) All-electric

• • • •

11 Verspreide huizen Individueel IJssel en Oude IJssel

• •

Hybride (groengas) All-electric

• • • •

Doesburg aardgasvrij | 19266

Uniforme wijk met woningen gebouwd na 1992 All-electric is mogelijk met weinig aanpassingen in de woning Hybride als eventuele tussenoplossing (Buurt-)wko was met name kansrijk geweest bij nieuwbouw – achteraf alsnog is kostbaar(der) Natuurlijke overgang naar hybride warmtepomp

Door afstand geen collectieve techniek mogelijk Toepassing van duurzaam gas/groengas Op natuurlijk moment naar hybride warmtepomp (in verband met schaarste groengas) All-electric waar bouwjaren van woning het toelaat (woningen na 1992) Door afstand geen collectieve techniek mogelijk Toepassing van duurzaam gas/groengas Op natuurlijk moment naar hybride warmtepomp (in verband met schaarste groengas); All-electric waar bouwjaren van woning het toelaat (woningen na 1992) Door afstand geen collectieve techniek mogelijk Toepassing van duurzaam gas/groengas Op natuurlijk moment naar hybride warmtepomp (in verband met schaarste groengas) All-electric waar bouwjaren van woning het toelaat (woningen na 1992)

20

Doesburg aardgasvrij | 19266

21

5 Koppelkansen en route Nu we weten welke uitgangspunten we hanteren bij de warmtetransitie, wat de startsituatie is en aan welke alternatieven voor aardgas we moeten denken, is de vraag: waar gaan we beginnen? Voor Doesburg is dat feitelijk niet helemaal van toepassing, want we zijn al gestart. Met ‘proeftuin’ De Ooi en met het onderzoek naar het gebied rond de IJsselkade. Niettemin willen we weten hoe de ‘route’ naar aardgasvrij en energieneutraal er verder uit komt te zien. Wat is het meest kansrijke alternatief voor aardgas in elke buurt, wat zou een interessante buurt zijn om na De Ooi en de IJsselkade (oude binnenstad) mee in gesprek te gaan over de transitie? We herijken deze visie circa om de vijf jaar en zo hebben we alvast een doorkijk richting 2030.

5.1

Koppelkansen

Koppelkansen zijn concrete aanleidingen om nu in een buurt te beginnen, zoals grootschalige wegwerkzaamheden of actieve buurtinitiatieven. Het idee is om hier ‘werk met werk te maken’. We kijken daarvoor naar met name: •

vervanging aardgasnet;

•

andere grote aanpassingen aan infrastructuur en ontwikkellocaties;

•

corporatie- en VvE-bezit;

•

daadwerkelijke beschikbaarheid alternatief voor aardgas;

•

actieve bewoners of buurtinitiatieven.

De ‘optelsom’ van koppelkansen maakt een wijk erg geschikt om het gesprek over de warmtetransitie te starten, en bepaalt daarmee de route naar energieneutraal.

Relevantie: deze kaart laat zien waar vanuit Liander sprake is van oudere gasnetten. Om vervroegde afschrijving van het gasnet te voorkomen heeft het de voorkeur om wijken met oudere gasnetten voorrang te geven op wijken met nieuwere gasnetten. Het is hierbij van belang om af te stemmen met activiteiten van andere ‘grondroerders’ zoals het waterleidingbedrijf of de Figuur - Afschrijving gasnet (bron: Alliander)

Doesburg aardgasvrij | 19266

gemeente.

22

Vervanging aardgasnet Er zijn vier wijken in Doesburg waar het gasnet met meer dan 70% is afgeschreven, zie de voorgaande figuur. Dat wil niet zeggen dat het aardgasnet ook meteen vervangen moet worden; het is dan economisch afgeschreven, maar technisch doorgaans nog niet aan het einde van de levensduur. Het betekent doorgaans wel dat in de komende jaren daar werkzaamheden in de openbare ruimte staan gepland. Een mooie kans om verzwaring van elektriciteitsnet of een warmtenet aan te leggen. In het oude centrum is 81% van het gasnet afgeschreven en er staan renovaties gepland voor de monumentale panden. De panden kunnen daarbij voorzien worden van een goede isolatiegraad waardoor een lagere temperatuurbron mogelijk is. Let op, bij een verzwaring van het elektriciteitsnet is het vaak nodig om ook zogenaamde ‘trafohuisjes’ te plaatsen, in dit geval ook in de binnenstad. Een belangrijke vraag voor een volgende fase (wijkuitvoeringsplan en uitvoering) is of dit ruimtelijk in te passen is. Andere grote aanpassingen aan infrastructuur en ontwikkellocaties Werkzaamheden aan de riolering en vervanging van straten en pleinen zijn in Doesburg volgend op de energietransitie.

Dat betekent dat we deze hier en nu niet zien als ‘koppelkans’ – als een aanleiding om het gesprek over de transitie te starten – maar dat de planning hiervan logisch volgt op de wijkvolgorde die in deze visie ontstaat. Er zijn wel een aantal nieuwbouwontwikkelingen die op stapel staan, voornamelijk in De Ooi. Dat is een kans om werk met werk te maken, en de transitie naar energieneutraal in te zetten als de straat en de buitenruimte toch ‘op de schop gaan’. Zo besparen we kosten en voorkomen we veel gedoe, wat aansluit op de Doesburgse uitgangspunten uit hoofdstuk 2. Woningcorporatie- en VvE-bezit Het huidige woningcorporatiebezit van Woonservice IJsselland is voorzien van energielabel B. Met een

Figuur – Nieuwbouwprojecten in Doesburg

strategisch voorraadbeleid, voor de periode 2018-2028, gaat de woningportefeuille naar energielabel A+. De woningcorporatie loopt momenteel op schema met het verduurzamingsbeleid en er is een planning gemaakt van de woningen die in aanmerking komen voor een renovatie. Er gaan zo’n 35 woningen per jaar gerenoveerd worden naar energielabel A +. Dit komt met name neer op isolatiepakketten en wtw-installaties. Er wordt nu niet gekozen voor een hybride verwarmingsinstallatie; wellicht is deze technologie in de toekomst meer van toepassing. Komende jaren worden er nog cv-ketels vervangen voor nieuwe hr cv-ketels. De woningcorporatie heeft de volgende werkzaamheden in de wijken staan gepland: •

Beinum – Redelijk eenvoudig naar energielabel A+ middels all-electric warmtepompen (werkzaamheden tot en met 2027);

•

Molenveld (noord en zuid) – Isolatiemaatregelen en all-electric warmtepomp in het zuiden. Wanneer er een warmtenet wordt ontwikkeld in Noordelijk Molenveld kijkt IJsselland Wonen positief naar aansluiting op een warmtenet (werkzaamheden vanaf 2028);

•

Binnenstad – Oude woningen isoleren (werkzaamheden vanaf 2028);

Doesburg aardgasvrij | 19266

23

•

De Ooi – Afhankelijk van het alternatief dat gekozen wordt in de wijk, worden werkzaamheden vervroegd (werkzaamheden tot en met 2026) en zijn daarmee een concrete koppelkans.

De grootste VvE bevindt zich aan de IJsselkade. Dat is nu net het gebied waar onderzocht wordt of de bestaande aardgasinstallatie in de toekomst niet vervangen kan worden door verwarming met de warmte uit de ijzergieterij. Net als bij de renovatie van de buitenruimte is dit een koppelkans, we maken hier werk (verduurzaming) met werk (geplande renovatie). Alternatief voor aardgas daadwerkelijk beschikbaar Een belangrijke aanleiding om in een wijk al voor 2030 te starten met de transitie, is dat de alternatieve warmtebron daadwerkelijk beschikbaar is. Zo is geothermie een kansrijke bron, maar wanneer de potentie nog onderzocht moet worden, verwarmen we hier in 2030 nog geen wijk mee. Daar is de doorlooptijd van een onderzoek, exploratie

Figuur - Koppelkansen VvE- en woningcorporatiebezit

en exploitatie simpelweg te lang. Voor waterstof geldt hetzelfde; wellicht op termijn kansrijk, maar we gaan hier in 2030 nog niet (grootschalig) woningen op aansluiten en de kans is groot dat de beschikbare waterstof eerst aangewend wordt voor andere, energie-intensieve, sectoren (industrie, mobiliteit). We gebruiken voor de beschikbaarheid de analyse uit hoofdstuk 4. Actieve bewoners of buurtinitiatieven Binnen de gemeente zijn er nog geen actuele wijkinitiatieven bekend anders dan het initiatief van de bewoners aan de IJsselkade (VvE) in samenwerking met de ijzergieterij. Via het Energieloket Agem houdt de gemeente de initiatieven en potentiële energie in de wijk wel scherp en er is ook een gemeentelijke energiecoöperatie, Doeswatt, waar bewoners lid van kunnen worden.

5.2

Op weg naar een route

Wanneer we de koppelkansen ‘optellen’ ontstaat zicht op de route naar aardgasvrij. We zien dan immers waar het kansrijk is om te starten en waar op dit moment geen directe aanleidingen zijn om de transitie te starten. Zie ook de kaart op pagina 27. We zien op de tabel hierna dat De Ooi en de IJsselkade (oude binnenstad) de lijst aanvoeren. Een logische keuze om daar tot 2030 de focus op te laten dus. Bewoners kunnen in dat geval stapsgewijs en op natuurlijke momenten maatregelen treffen aan hun woning om de energievraag te beperken. Dit geldt in grote mate voor de aanpak van de monumentale binnenstad, waar bewoners zelf aan de slag zouden kunnen met maatregelen om hun pand geschikt te maken voor verwarming met een lagere temperatuur. De wijk Beinum I is een wijk met corporatiebezit en particuliere woningeigenaren. Tot en met 2027 staan er renovaties vanuit de woningcorporatie gepland voor verduurzamingsmaatregelen. De woningen zijn gebouwd na 1975 en kunnen met goede na-isolatie van het aardgas af. Aangezien het niet om een collectieve oplossing gaat zullen de particuliere woningeigenaren individuele warmtepompen moeten gaan plaatsen. Op natuurlijke momenten gaan we de woningeigenaren stimuleren om de cv-ketel te vervangen voor een hybride warmtepomp.

Doesburg aardgasvrij | 19266

24

Tabel 2 - Overzicht koppelkansen in Doesburg

Buurt

Vervanging Grote infra, Corporatiebezit (%)/ gasnet ontwikkellocaties VvE (afgeschreven%)

De oude Stad binnen de Gracht

Ja (81%)

Ja

Ja (VVE, IJzergieterij, monumentenverenging IJssel 400 leden)

De Ooi

Ja (79%)

Ja

Ja (61%)

Beinum I

Ja (89%)

Ja

Noorderlijk Molenveld Zuidelijk Molenveld

Ja (51%)

Ja (72%)

(Collectieve) bron beschikbaar

Initiatief in Aantal de buurt koppelkansen

IJsselkade

Oude IJssel

4

IJssel

3

Zwarte schaar

2

Ja (81%)

Beinum II

5

1

IJssel

1

Bedrijventerrein Ja (83%) Beinum

1

Bedrijventerrein Verhuellweg

0

Verspreide huizen Noordoost

0

Verspreide huizen FraterswaardOost

0

Verspreide huizen IJssel en Oude IJssel

0

5.3

Afhankelijkheden

In overleg met de stakeholders constateerden we dat het goed is om een ‘winstwaarschuwing’ af te geven bij dit overzicht. Om concreet aan de slag te gaan, is een grote mate van zekerheid rond de beschikbaarheid van bronnen nodig. Dat geldt zowel voor het stromend water waaruit we warmte kunnen winnen, als rond de continuïteit van de (warmteproductie van de) ijzergieterij. Het eerste voorbeeld gaat ook over vergunningen en de vraag hoeveel warmte we kunnen winnen uit de Oude of uit de Gelderse IJssel. Het tweede heeft ook te maken met risico’s en kosten voor bewoners of een exploitant van warmte. Ook niet onbelangrijk is het streven naar ‘woonlastenneutraliteit’ in het Klimaatakkoord. Het kabinet ziet ‘woonlastenneutraliteit’ als het gelijk blijven of lager worden van de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie (gas, elektriciteit, warmte) en hypotheeklast of huur. Dat wil zeggen dat de verlaging van de energierekening van een huishouden minimaal gelijk is aan de maandelijkse financieringskosten of huurverhoging op het moment dat de energiebesparende maatregelen worden genomen. Door de maatregelen verbetert daarnaast vaak ook het wooncomfort en zal de waarde van een woning naar verwachting stijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=5e7d098c-8e07-4a9f-b06b-c809bc982a8a