CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 14 Deelrapport natuur.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Verhuellweg15.912 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Alternatief 2

4.3.1

Natura 2000-gebieden

nl_rapport.docx 20161201

31 (53)

Oppervlakteverlies Ruimtebeslag bij alternatief 2 op het Natura 2000-gebied Rijntakken heeft alleen betrekking op VRL-gebied. Oppervlakteverlies op voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten is derhalve uitgesloten. Het ruimtebeslag bij alternatief 2 binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken bedraagt bruto 17 ha, waarvan 14.3 ha netto aan bedrijfsprogramma. Het Zwarte Schaar wordt in dit alternatief deels gedempt. Oppervlakteverlies op het foerageergebied van in het plangebied voorkomende herbivore watervogels (ganzen en smient) is beoordeeld aan de hand van een analyse naar verlies aan draagkracht op basis van kolgansdagen. Kolgansdagen geven een goed beeld van het gebruik van het gebied door wintergasten, omdat het een maat is voor het gebruik tijdens het hele winterseizoen. De berekening is gebaseerd op de dagelijkse energiebehoefte van de verschillende soorten overwinteraars en de beschikbaarheid van voedsel in de winterperiode. In het plangebied is momenteel ca. 16 ha aan productiegrasland aanwezig en ca. 7,5 ha aan natuurgrasland. De draagkracht van het plangebied bedraagt dan 16 ha x 4503 = 7.200 kgd + 7,5 ha x 2904 = 2.175 kgd. Totaal bedraagt dit 9.375 kgd. Bij alternatief 2 gaat ca.

13 ha aan productiegrasland als foerageergebied voor herbivore watervogels verloren. Dit betreft een draagkrachtverlies van 5.850 kgd, een afname van ca. 0,06% ten opzichte van het totaal aan beschikbare draagkracht aanwezig in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Bij alternatief 2 wordt Het Zwarte Schaar deels gedempt en verdwijnt er dus leefgebied voor kwalificerende vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken, zoals enkele eendensoorten (smient en kuifeend) en steltlopers. Aangezien zowel foerageerhabitat van herbivore watervogels in de Stadweide verloren gaat als leefgebied voor kwalificerende watervogels en steltlopers bij het Zwarte Schaar, is per saldo sprake van een zeer negatief effect (--) door oppervlakteverlies. Verstoring Verstoring door geluid wordt voornamelijk veroorzaakt door de gewijzigde verkeersstromen en (aanleg en) bedrijfsvoering van de bedrijven zelf waaronder een 24 uurs kade. Geluidsverstoring (berekend op 1,5 meter hoogte) onder alternatief 2 wijzigt ten opzichte van huidige situatie vrijwel alleen voor het gedeelte van de Fraterwaard net noordelijk van het deelgebied Stadsweide, waarbij de grens komt te liggen bij de strang. Dit valt binnen het deelgebied Stadsweide/Koekingsbouwing, waarvan broedvogeltellingen door Vogelwerkgroep van Stad en Ambt Doesborgh beschikbaar zijn.

Hieruit blijkt dat van de broedvogels met instandhoudingsdoelen die gevoelig zijn voor verstoring door geluid hier recent de watersnip is vastgesteld met 1 paar in 2014. In de overige onderzochte deelgebieden, Dollemansstede en Waardmansplaat, werd nog een territorium van watersnip vastgesteld, overige geluidsgevoelige broedvogelsoorten waren niet aanwezig. Het niet-onderzochte centrale deel van

3 4

Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie. Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie.

nl_rapport.docx 20161201

32 (53)

de Fraterwaard kent overwegend agrarisch gebruik, de overige voor geluid gevoelig broedvogelsoorten zijn riet- en moerasvogels en kunnen hier niet verwacht worden. Van de niet-broedvogels worden kemphaan, grutto, wulp en tureluur nabij plangebied waargenomen op Stadsweide en Dollemansstede (NDFF/waarneming.nl). De relevante 47 dB(A)-contour reikt echter tot zeer weinig buiten het plangebied. Het zal naar verwachting alleen effecten kunnen hebben op foeragerende vogels op de oever van de oude strang die hier direct noordelijk van het plangebied ligt. Het geluidseffect op de strang en haar oevers is in alternatief 2 een fractie groter dan in alternatief 1. Verstoring door geluid onder water kan beperkte effecten hebben op de vissoorten in de IJssel en de kleinere wateren. Voor vissen aangewezen HR-gebied ligt op ruime afstand van het plangebied, er zullen daarom geen effecten zijn op instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende vissoorten. Het dichtstbijzijnde deel van het Natura 2000-gebied dat (ook) in het kader van de Habitatrichtlijn is aangewezen ligt in de Havikerwaard op ca. 2,5 km van het plangebied. Het plan heeft geen toename van geluid binnen HR-gebied tot gevolg. Verstorende geluiden/trillingen in de aanlegfase dragen niet zover dat dit tot een significante verstoring in HR-gebieden zullen leiden.

Effecten op instandhoudingsdoelstellingen van voor het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten als gevolg van verstoring door geluid worden derhalve uitgesloten. Verstoring door verlichting zal alleen in avond en nacht op kunnen treden, en hiermee effecten kunnen hebben op schemer- en nachtactieve diersoorten. Dit zal alleen het geval zijn op de Fraterwaard in de directe omgeving van het bedrijventerrein. Van de broedvogels met instandhoudingsdoelen zijn roerdomp, woudaapje, porseleinhoen, kwartelkoning ´s nachts actief. Deze soorten zijn recent echter niet vastgesteld in de onderzochte deelgebieden in de Fraterwaard. Van de niet-broedvogelsoorten met instandhoudingsdoelstelling foerageren verschillende eendensoorten, waaronder tafeleend, kuifeend en wilde eend, ‘s nachts. De duikeenden foerageren dan op de grotere wateren, andere eenden in ondiep water of op het land. Op deze eenden, die nabij het plangebied op Het Zwarte Schaar, de strang en sloten en in aangrenzende graslanden foerageren kan lichtverstoring een beperkt negatief effect hebben. Vanwege bebouwing aan de strang kan er een beperkt verstorend effect uitgaan naar graslanden hier direct noordelijk van. Optische verstoring kan optreden door aanwezigheid van de bedrijfsgebouwen en de verkeersbewegingen die op het bedrijventerrein plaatsvinden.

In alternatief 2 komt een primaire waterkering om het bedrijventerrein te liggen, welke de bedrijfsgebouwen en verkeersbewegingen deels aan het zicht onttrekt. Per saldo zal er een negatief effect zijn door verstoring (-).

nl_rapport.docx 20161201

33 (53)

Geluidscontouren voor 42 dB(A) (groen) en 47 dB(A) (rood) voor alternatief 2 in Natura 2000-gebied Rijntakken.

Stikstofdepositie Aanlegfase In de aanlegfase worden mobiele wektuigen ingezet voor het bouwrijp maken van het terrein(ondergronds infra), het ophogen van het terrein, aanleg van een laad/loskade en overige inrichting van het terrein. De grond die wordt gebruikt om het gebied op te hogen wordt per schip aangevoerd. Daarbij worden er materialen aangeleverd met vrachtwagens. Stikstofeffecten in de aanlegfase zijn berekend met Aerius Calculator. Uit de stikstofberekening voor de aanlegfase blijkt dat op 4 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--). Tabel 4.3.1-1: Stikstoftoename in de aanlegfase Hectare met hoogste projectbijdrage (mol/ha/jaar)

2020 Alternatief 2: Natuur - Compact

Rijntakken

Veluwe

Landgoederen Brummen

Stelkampsveld

82,18

0,51

0,20

0,06

nl_rapport.docx 20161201

34 (53)

Gebruiksfase In de gebruiksfase kunnen de huidige twee bedrijven op het terrein uitbreiden. Hierdoor zullen de bedrijfsgebonden emissies toenemen. Daarnaast zal door de uitbreiding van de beide bedrijven meer wegverkeer en scheepvaartverkeer van en naar het bedrijventerrein rijden. Stikstofeffecten in de gebruiksfase zijn berekend met Aerius Calculator op basis van een maximale uitbreiding van het bedrijventerrein van 20 ha. Uit de stikstofberekening voor de gebruiksfase blijkt dat op 3 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een negatief effect (-). Tabel 4.3.1-2: Stikstoftoename in de gebruiksfase Hectare met hoogste projecteffect (mol/ha/jaar)

2030 Alternatief 2: Natuur - Compact

Rijntakken

Veluwe

Landgoederen Brummen

Stelkampsveld

11,95

0,12

0,03

-

Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de verandering van de GHG bij alternatief 2 beperkt is tot binnen de plangrens. De GLG neemt echter wel tot buiten de plangrens toe met maximaal 0,2 m direct ten zuiden van de provinciale weg. Dit betreft een beperkt positief effect op vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken die kunnen profiteren van een verhoging van de GLG (o.a. vogels van plas-dras en moeras zoals porseleinhoen, watersnip en smient). Per saldo is sprake van een neutraal effect (0). Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit. 4.3.2

Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone

Oppervlakteverlies Het ruimtebeslag bij alternatief 2 bedraagt bruto 17 ha, waarvan 14,3 ha netto aan bedrijfsprogramma. Dit ruimtebeslag vindt vrijwel geheel plaats binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone (GO). Slechts een klein deel (ca. 0,6 ha) vindt plaats binnen de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN). Het Zwarte Schaar blijft bij alternatief 2 niet volledig behouden. Per saldo is bij het aspect oppervlakteverlies op GNN/GO sprake van een negatief effect (-) bij alternatief 2.

nl_rapport.docx 20161201

35 (53)

Verstoring De oude strang en aangrenzend moerasgebied maken deel uit van Gelders natuurnetwerk, de rest van het plangebied en de directe omgeving is grotendeels begrensd als Groene ontwikkelingszone. Uit de geluidberekeningen blijkt dat bij alternatief 2 sprake is van een beperkte toename aan geluidsbelasting (47 dB(A)) op GNN en GO ten opzichte van de huidige situatie. Op GNN is sprake van een extra geluidsbelaste oppervlakte van 8 ha ten opzichte van de huidige situatie, op GO van 22 ha. Per saldo is bij het aspect verstoring van GNN/GO sprake van een negatief effect (-) bij alternatief 2.

Geluidscontouren 42 dB(A) (groen) en 47 dB(A) (rood) voor alternatief 2 in GNN/GO-gebied.

Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de verandering van de GHG bij alternatief 2 beperkt is tot binnen het ontwikkelingsgebied/projectgrens. De GLG neemt echter wel tot buiten het ontwikkelimgsbied met maximaal 0,2 m direct ten zuiden van de provinciale weg. Dit betreft een beperkt positief effect op omliggende GNN/GO-gebieden waarin soorten voorkomen die kunnen profiteren van een verhoging van de GLG (o.a. vogels van plas-dras en moeras). Per saldo is sprake van een neutraal effect (0). Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit.

nl_rapport.docx 20161201

36 (53)

4.3.3

Beschermde soorten

Vogels In dit alternatief vindt ruimtebeslag plaats op (potentieel) broedhabitat van verschillende broedvogelsoorten van weilanden, struweel en ruigtes. Het Zwarte Schaar wordt deels gedempt, dus er gaat ook broedhabitat verloren van vogels die langs de oevers van het Zwarte Schaar broeden. Dit geldt ook voor het deel van het Zwarte Schaar ten oosten van de dam omdat de dam in oostelijke richting verplaatst wordt. In dit alternatief zal loonbedrijf Derksen als bedrijf verdwijnen. De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van huismus, boerenzwaluw en kerkuil zullen dus ook verdwijnen. Indien werkzaamheden plaatsvinden aan het gebouw de Blikvanger kunnen nesten van de gierzwaluw worden aangetast. Naast vernietiging kan het voorgenomen plan zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase tot verstoring van vogels leiden. Buiten het plangebied zijn nesten van buizerd en sperwer vastgesteld. Zonder afschermende maatregelen zouden deze nestplaatsen verstoord kunnen worden. Verstoring van broedvogels kan tevens plaatsvinden op de oude strang ten noorden van het plangebied. In dit alternatief is niet voorzien in een integrale ophoging van het bedrijventerrein maar wordt een primaire waterkering rondom het terrein aangelegd. De huidige stortplaats wordt gebruikt als parkeerplaats. De parkeerplaats loopt door tot aan de oude strang.

In de strang aanwezige (broed)vogels kunnen verstoord worden door geluid en licht vanaf deze parkeerplaats, hoewel er een primaire waterkering tussen het terrein en de strang komt die een afschermende werking heeft. Het gebied direct ten noorden van de oude strang kan als gevolg van schaduwwerking of visuele verstoring van de bebouwing verstoord worden als broedgebied voor weidevogels of foerageergebied voor herbivore watervogels. Ook hier geldt echter dat er een primaire waterkering tussen het terrein en de strang komt die een afschermende werking heeft. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op Vogelrichtlijnsoorten. Habitatrichtlijnsoorten In dit alternatief wordt een deel van het Zwarte Schaar gedempt dat onderdeel uitmaakt van het essentieel leefgebied van de bever. Er vindt dus direct ruimtebeslag plaats op essentieel leefgebied van de bever. Daarnaast kunnen de oevers van het resterende deel van het Zwarte Schaar en de oude strang waarin de bever foerageert extra verstoring ondervinden. Bevers zijn veelal nachtactief en met name gevoelig voor extra lichtverstoring tussen zonsondergang en zonsopkomst. In dit alternatief blijft loonbedrijf Derksen niet als bedrijf behouden. De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger gaan dus verloren.

De verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis in een boom langs het Zwarte Schaar gaat eveneens verloren. Dit geldt ook voor het essentiële foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen langs het Zwarte Schaar en op het erf van loonbedrijf Derksen. Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen kunnen daarnaast zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase extra verstoord worden, met name door verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst.

nl_rapport.docx 20161201

37 (53)

In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de otter. Dit heeft geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soort. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op Habitatrichtlijnsoorten. Andere beschermde soorten In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de steenmarter en de das. Dit heeft echter geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soorten. Aangezien het oostelijke deel van het Zwarte Schaar binnen het plangebied wordt gedempt en de dam wordt verplaatst, is sprake van aantasting van (potentieel) leefgebied van de vissoorten grote modderkruiper en kwabaal. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op andere beschermde soorten. 4.4

Alternatief 3

4.4.1

Natura 2000-gebieden

Oppervlakteverlies Ruimtebeslag bij alternatief 3 op het Natura 2000-gebied Rijntakken heeft alleen betrekking op VRL-gebied. Oppervlakteverlies op voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten is derhalve uitgesloten. Het ruimtebeslag bij alternatief 3 binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken bedraagt bruto 29 ha, waarvan 17,7 ha netto aan bedrijfsprogramma. Oppervlakteverlies op het foerageergebied van in het plangebied voorkomende herbivore watervogels (ganzen en smient) is beoordeeld aan de hand van een analyse naar verlies aan draagkracht op basis van kolgansdagen. Kolgansdagen geven een goed beeld van het gebruik van het gebied door wintergasten, omdat het een maat is voor het gebruik tijdens het hele winterseizoen. De berekening is gebaseerd op de dagelijkse energiebehoefte van de verschillende soorten overwinteraars en de beschikbaarheid van voedsel in de winterperiode. In het plangebied is momenteel ca. 16 ha aan productiegrasland aanwezig en ca. 7,5 ha aan natuurgrasland. De draagkracht van het plangebied bedraagt dan 16 ha x 450 5 = 7.200 kgd + 7,5 ha x 2906 = 2.175 kgd. Totaal bedraagt dit 9.375 kgd.

Bij alternatief 3 gaat vrijwel het gehele oppervlakte aan productie- en natuurgrasland in het plangebied als foerageergebied voor herbivore watervogels verloren. Dit betreft een draagkrachtverlies van 9.375 kgd, een afname van ca. 0,09% ten opzichte van het totaal aan beschikbare draagkracht aanwezig in het Natura 2000-gebied Rijntakken.

5 6

Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie. Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie.

nl_rapport.docx 20161201

38 (53)

Bij alternatief 3 blijft Het Zwarte Schaar behouden als leefgebied voor kwalificerende vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken, zoals enkele eendensoorten (smient en kuifeend) en steltlopers. Aangezien een relatief groot deel van het foerageergebied voor herbivore watervogels in de Stadsweide verloren gaat, is per saldo sprake van een zeer negatief effect (--) door oppervlakteverlies. Verstoring Verstoring door geluid wordt voornamelijk veroorzaakt door de gewijzigde verkeersstromen en (aanleg en) bedrijfsvoering van de bedrijven zelf waaronder een 24 uurs kade. Geluidsverstoring (berekend op 1,5 meter hoogte) onder alternatief 3 wijzigt ten opzichte van huidige situatie vrijwel alleen voor het gedeelte van de Fraterwaard net noordelijk van het deelgebied Stadsweide, waarbij de strang vrijwel geheel binnen de 47 dB(A)-contour komt te liggen. Dit valt binnen het deelgebied Stadsweide/Koekingsbouwing, waarvan broedvogeltellingen door Vogelwerkgroep van Stad en Ambt Doesborgh beschikbaar zijn. Hieruit blijkt dat van de broedvogels met instandhoudingsdoelen die gevoelig zijn voor verstoring door geluid hier recent de watersnip is vastgesteld met 1 paar in 2014. In de overige onderzochte deelgebieden, Dollemansstede en Waardmansplaat, werd nog een territorium van watersnip vastgesteld, overige geluidsgevoelige broedvogelsoorten waren niet aanwezig.

Het niet-onderzochte centrale deel van de Fraterwaard kent overwegend agrarisch gebruik, de overige voor geluid gevoelig broedvogelsoorten zijn riet- en moerasvogels en kunnen hier niet verwacht worden. Van de niet-broedvogels worden kemphaan, grutto, wulp en tureluur nabij plangebied waargenomen op Stadsweide en Dollemansstede (NDFF/waarneming.nl). De relevante 47 dB(A)-contour reikt echter tot zeer weinig buiten het plangebied. Het zal naar verwachting alleen effecten kunnen hebben op foeragerende vogels op de oever van de oude strang die hier direct noordelijk van het plangebied ligt. Het geluidseffect op de strang en haar oevers is in alternatief 3 het grootst. Verstoring door geluid onder water kan beperkte effecten hebben op de vissoorten in de IJssel en de kleinere wateren. Voor vissen aangewezen HR-gebied ligt op ruime afstand van het plangebied, er zullen daarom geen effecten zijn op instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende vissoorten. Het dichtstbijzijnde deel van het Natura 2000-gebied dat (ook) in het kader van de Habitatrichtlijn is aangewezen ligt in de Havikerwaard op ca. 2,5 km van het plangebied. Het plan heeft geen toename van geluid binnen HR-gebied tot gevolg. Verstorende geluiden/trillingen in de aanlegfase dragen niet zover dat dit tot een significante verstoring in HR-gebieden zullen leiden.

Effecten op instandhoudingsdoelstellingen van voor het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten als gevolg van verstoring door geluid worden derhalve uitgesloten. Verstoring door verlichting zal alleen in avond en nacht op kunnen treden, en hiermee effecten kunnen hebben op schemer- en nachtactieve diersoorten. Dit zal alleen het geval zijn op de Fraterwaard in de directe omgeving van het bedrijventerrein. Van de broedvogels met instandhoudingsdoelen zijn roerdomp, woudaapje, porseleinhoen, kwartelkoning ´s nachts actief. Deze soorten zijn recent echter niet vastgesteld in de onderzochte deelgebieden in de Fraterwaard.

nl_rapport.docx 20161201

39 (53)

Van de niet-broedvogelsoorten met instandhoudingsdoelstelling foerageren verschillende eendensoorten, waaronder tafeleend, kuifeend en wilde eend, ‘s nachts. De duikeenden foerageren dan op de grotere wateren, andere eenden in ondiep water of op het land. Op deze eenden, die nabij het plangebied op Het Zwarte Schaar foerageren kan lichtverstoring een beperkt negatief effect hebben. Vanwege de hogere ligging van het bedrijventerrein kan er door lichtuitstraling verstorend effect uitgaan op vogels die op de graslanden noordelijk van de strang foerageren. De sloten in hier ten zuiden van liggend grasland/ moerasgebied worden in deze variant als onderdeel van het plangebied gedempt en/of bebouwd en verdwijnen dus als leefgebied voor kwalificerende soorten. Optische verstoring kan optreden door aanwezigheid van de bedrijfsgebouwen en de verkeersbewegingen die op het bedrijventerrein plaatsvinden. In alternatief 3 wordt het nieuwe bedrijventerrein integraal opgehoogd. Het terrein is gericht op het zuiden, aan de andere zijden wordt een zware beplantingsstructuur aangelegd welke het terrein en de verkeersbewegingen (deels) aan het zicht onttrekt. Per saldo zal er een zeer negatief effect zijn door verstoring (--).

Geluidscontouren voor 42 dB(A) (groen) en 47 dB(A) (rood) voor alternatief 3 in Natura 2000-gebied Rijntakken.

Stikstofdepositie Aanlegfase In de aanlegfase worden mobiele wektuigen ingezet voor het bouwrijp maken van het terrein (ondergronds infra), het ophogen van het terrein, aanleg van een laad/loskade en overige inrichting van het terrein. De grond die wordt gebruikt om het gebied op te hogen wordt

nl_rapport.docx 20161201

40 (53)

per schip aangevoerd. Daarbij worden er materialen aangeleverd met vrachtwagens. Stikstofeffecten in de aanlegfase zijn berekend met Aerius Calculator. Uit de stikstofberekening voor de aanlegfase blijkt dat op 4 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--). Tabel 4.4.1-1: Stikstoftoename in de aanlegfase Hectare met hoogste projectbijdrage (mol/ha/jaar)

2020 Alternatief 3: Cultuursprong

Rijntakken

Veluwe

Landgoederen Brummen

Stelkampsveld

79,67

0,51

0,20

0,06

Gebruiksfase In de gebruiksfase kunnen de huidige twee bedrijven op het terrein uitbreiden. Hierdoor zullen de bedrijfsgebonden emissies toenemen. Daarnaast zal door de uitbreiding van de beide bedrijven meer wegverkeer en scheepvaartverkeer van en naar het bedrijventerrein rijden. Stikstofeffecten in de gebruiksfase zijn berekend met Aerius Calculator op basis van een maximale uitbreiding van het bedrijventerrein van 20 ha. Uit de stikstofberekening voor de gebruiksfase blijkt dat op 3 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een negatief effect (-). Tabel 4.4.1-2: Stikstoftoename in de gebruiksfase Hectare met hoogste projecteffect (mol/ha/jaar)

2030 Alternatief 3: Cultuursprong

Rijntakken

Veluwe

Landgoederen Brummen

Stelkampsveld

24,48

0,15

0,04

-

Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de verandering van de GHG en GLG bij alternatief 3 beperkt is tot binnen de plangrens. Er is dus geen sprake van verdroging/vernatting van omliggende leefgebieden van kwalificerende soorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit aspect scoort derhalve neutraal (0). Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit.

nl_rapport.docx 20161201

41 (53)

4.4.2

Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone

Oppervlakteverlies Het ruimtebeslag bij alternatief 3 bedraagt bruto 29 ha, waarvan 17,7 ha netto aan bedrijfsprogramma. Dit ruimtebeslag vindt grotendeels plaats binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone (GO), maar ook binnen een deel (ca. 5 ha) van de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN). Het Zwarte Schaar blijft bij alternatief 3 volledig behouden. Per saldo is bij het aspect oppervlakteverlies op GNN/GO sprake van een zeer negatief effect (--) bij alternatief 3. Verstoring De oude strang en aangrenzend moerasgebied maken deel uit van Gelders natuurnetwerk, de rest van het plangebied en de directe omgeving is grotendeels begrensd als Groene ontwikkelingszone. Uit de geluidberekeningen blijkt dat bij alternatief 3 sprake is van een toename aan geluidsbelasting (47 dB(A)) op GNN en GO ten opzichte van de huidige situatie. Op GNN is sprake van een extra geluidsbelaste oppervlakte van 16 ha ten opzichte van de huidige situatie, op GO betreft dit 26 ha. Dit alternatief scoort zeer negatief (--) op het aspect verstoring. Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de verandering van de GHG en GLG bij alternatief 3 beperkt is tot binnen de plangrens. Er is dus geen sprake van verdroging/vernatting van omliggende GNN/GO-gebieden. Dit aspect scoort derhalve neutraal (0).

Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit. 4.4.3

Beschermde soorten

Vogels In dit alternatief vindt ruimtebeslag plaats op (potentieel) broedhabitat van verschillende broedvogelsoorten van weilanden, struweel en ruigtes. Het Zwarte Schaar wordt niet gedempt, dus er gaat geen broedhabitat verloren van vogels die langs de oevers van het Zwarte Schaar broeden. In dit alternatief zal loonbedrijf Derksen als bedrijf verdwijnen. De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van huismus, boerenzwaluw en kerkuil zullen dus ook verdwijnen. Indien werkzaamheden plaatsvinden aan het gebouw de Blikvanger kunnen nesten van de gierzwaluw worden aangetast. Naast vernietiging kan het voorgenomen plan zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase tot verstoring van vogels leiden. Buiten het plangebied zijn nesten van buizerd en sperwer vastgesteld. Zonder afschermende maatregelen zouden deze nestplaatsen verstoord kunnen worden. Verstoring van broedvogels kan tevens plaatsvinden op de oude strang ten noorden van het plangebied. In dit alternatief is voorzien in een integrale ophoging van het bedrijventerrein en wordt bebouwing gerealiseerd tot vrijwel aan rand van de oude strang. In de strang aanwezige (broed)vogels kunnen verstoord worden door geluid en licht vanaf

nl_rapport.docx 20161201

42 (53)

het bedrijventerrein. Het gebied direct ten noorden van de oude strang kan als gevolg van schaduwwerking of visuele verstoring van de bebouwing verstoord worden als broedgebied voor weidevogels of foerageergebied voor herbivore watervogels. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op Vogelrichtlijnsoorten. Habitatrichtlijnsoorten In dit alternatief vindt geen direct ruimtebeslag plaats op essentieel leefgebied van de bever aangezien het Zwarte Schaar niet wordt gedempt. Wel kunnen de oevers van het Zwarte Schaar en de oude strang waarin de bever foerageert extra verstoring ondervinden. Bevers zijn veelal nachtactief en met name gevoelig voor extra lichtverstoring tussen zonsondergang en zonsopkomst. In dit alternatief blijft loonbedrijf Derksen niet als bedrijf behouden. De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger gaan dus verloren. De verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis in een boom langs het Zwarte Schaar blijft behouden omdat het Zwarte Schaar niet wordt gedempt. Dit geldt ook voor het essentiele foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen langs het Zwarte Schaar. Het erf van loonbedrijf Derksen gaat als essentieel foerageergebied van vleermuizen verloren.

Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen kunnen daarnaast zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase extra verstoord worden, met name door verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst. In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de otter. Dit heeft geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soort. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op Habitatrichtlijnsoorten. Andere beschermde soorten In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de steenmarter en de das. Dit heeft echter geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soorten. Aangezien het Zwarte Schaar niet gedempt wordt en de dam niet wordt verplaatst, is geen sprake van aantasting van (potentieel) leefgebied van de vissoorten grote modderkruiper en kwabaal. Per saldo is sprake van een negatief effect (-) op andere beschermde soorten. 4.5

Alternatief 4

4.5.1

Natura 2000-gebieden

Oppervlakteverlies Ruimtebeslag bij alternatief 4 op het Natura 2000-gebied Rijntakken heeft alleen betrekking op VRL-gebied. Oppervlakteverlies op voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten is derhalve uitgesloten.

nl_rapport.docx 20161201

43 (53)

Het ruimtebeslag bij alternatief 4 binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken bedraagt bruto 29,5 ha, waarvan 14,2 ha netto aan bedrijfsprogramma. Het Zwarte Schaar wordt in dit alternatief deels gedempt. Oppervlakteverlies op het foerageergebied van in het plangebied voorkomende herbivore watervogels (ganzen en smient) is beoordeeld aan de hand van een analyse naar verlies aan draagkracht op basis van kolgansdagen. Kolgansdagen geven een goed beeld van het gebruik van het gebied door wintergasten, omdat het een maat is voor het gebruik tijdens het hele winterseizoen. De berekening is gebaseerd op de dagelijkse energiebehoefte van de verschillende soorten overwinteraars en de beschikbaarheid van voedsel in de winterperiode. In het plangebied is momenteel ca. 16 ha aan productiegrasland aanwezig en ca. 7,5 ha aan natuurgrasland. De draagkracht van het plangebied bedraagt dan 16 ha x 450 7 = 7.200 kgd + 7,5 ha x 2908 = 2.175 kgd. Totaal bedraagt dit 9.375 kgd. Bij alternatief 4 gaat ca. 8 ha aan productiegrasland als foerageergebied voor herbivore watervogels verloren. Dit betreft een draagkrachtverlies van 3.600 kgd, een afname van ca. 0,04% ten opzichte van het totaal aan beschikbare draagkracht aanwezig in het Natura 2000-gebied Rijntakken.

Bij alternatief 4 wordt Het Zwarte Schaar deels gedempt en verdwijnt er dus leefgebied voor kwalificerende vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken, zoals enkele eendensoorten (smient en kuifeend) en steltlopers. Aangezien zowel foerageerhabitat van herbivore watervogels in de Stadweide verloren gaat als leefgebied voor kwalificerende watervogels en steltlopers bij het Zwarte Schaar, is per saldo sprake van een zeer negatief effect (--) door oppervlakteverlies. Verstoring Verstoring door geluid wordt voornamelijk veroorzaakt door de gewijzigde verkeersstromen en (aanleg en) bedrijfsvoering van de bedrijven zelf waaronder een 24 uurs kade. Geluidsverstoring onder alternatief 4 wijzigt ten opzichte van huidige situatie vrijwel alleen voor het gedeelte van de Fraterwaard net noordelijk van het deelgebied Stadsweide, waarbij de grens komt te liggen bij de strang. Dit valt binnen het deelgebied Stadsweide/Koekingsbouwing, waarvan broedvogeltellingen door Vogelwerkgroep van Stad en Ambt Doesborgh beschikbaar zijn. Hieruit blijkt dat van de broedvogels met instandhoudingsdoelen die gevoelig zijn voor verstoring door geluid hier recent de watersnip is vastgesteld met 1 paar in 2014. In de overige onderzochte deelgebieden, Dollemansstede en Waardmansplaat, werd nog een territorium van watersnip vastgesteld, overige geluidsgevoelige broedvogelsoorten waren niet aanwezig.

Het niet-onderzochte centrale deel van de Fraterwaard kent overwegend agrarisch gebruik, de overige voor geluid gevoelig broedvogelsoorten zijn riet- en moerasvogels en kunnen hier niet verwacht worden. Van de niet-broedvogels worden kemphaan, grutto, wulp en tureluur nabij plangebied waargenomen op Stadsweide en Dollemansstede (NDFF/waarneming.nl). De relevante 47 dB(A)-contour reikt echter tot zeer weinig buiten het plangebied. Het zal naar verwachting 7 8

Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie. Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie.

nl_rapport.docx 20161201

44 (53)

alleen effecten kunnen hebben op foeragerende vogels op de oever van de oude strang die hier direct noordelijk van het plangebied ligt. Het geluidseffect op de strang en haar oevers is in alternatief 4 een fractie groter dan in alternatief 1 en vergelijkbaar met alternatief 2. Verstoring door geluid onder water kan beperkte effecten hebben op de vissoorten in de IJssel en de kleinere wateren. Voor vissen aangewezen HR-gebied ligt op ruime afstand van het plangebied, er zullen daarom geen effecten zijn op instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende vissoorten. Het dichtstbijzijnde deel van het Natura 2000-gebied dat (ook) in het kader van de Habitatrichtlijn is aangewezen ligt in de Havikerwaard op ca. 2,5 km van het plangebied. Het plan heeft geen toename van geluid binnen HR-gebied tot gevolg. Verstorende geluiden/trillingen in de aanlegfase dragen niet zover dat dit tot een significante verstoring in HR-gebieden zullen leiden. Effecten op instandhoudingsdoelstellingen van voor het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten als gevolg van verstoring door geluid worden derhalve uitgesloten. Verstoring door verlichting zal alleen in avond en nacht op kunnen treden, en hiermee effecten kunnen hebben op schemer- en nachtactieve diersoorten.

Dit zal alleen het geval zijn op de Fraterwaard in de directe omgeving van het bedrijventerrein. Van de broedvogels met instandhoudingsdoelen zijn roerdomp, woudaapje, porseleinhoen, kwartelkoning ´s nachts actief. Deze soorten zijn recent echter niet vastgesteld in de onderzochte deelgebieden in de Fraterwaard. Van de niet-broedvogelsoorten met instandhoudingsdoelstelling foerageren verschillende eendensoorten, waaronder tafeleend, kuifeend en wilde eend, ‘s nachts. De duikeenden foerageren dan op de grotere wateren, andere eenden in ondiep water of op het land. Op deze eenden, die nabij het plangebied op Het Zwarte Schaar, de strang en sloten en in aangrenzende graslanden foerageren kan lichtverstoring een beperkt negatief effect hebben. Vanwege bebouwing aan de strang kan er een beperkt verstorend effect uitgaan naar graslanden hier direct noordelijk van. Optische verstoring kan optreden door aanwezigheid van de bedrijfsgebouwen en de verkeersbewegingen die op het bedrijventerrein plaatsvinden. In alternatief 4 wordt het nieuwe bedrijventerrein integraal opgehoogd. Hierdoor worden het bedrijventerrein en verkeersbewegingen meer zichtbaar vanuit omliggend buitengebied. Per saldo is sprake van een negatief effect door verstoring (-).

nl_rapport.docx 20161201

45 (53)

Geluidscontouren voor 42 dB(A) (groen) en 47 dB(A) (rood) voor alternatief 4 in Natura 2000-gebied Rijntakken.

Stikstofdepositie Aanlegfase In de aanlegfase worden mobiele wektuigen ingezet voor het bouwrijp maken van het terrein(ondergronds infra), het ophogen van het terrein, aanleg van een laad/loskade en overige inrichting van het terrein. De grond die wordt gebruikt om het gebied op te hogen wordt per schip aangevoerd. Daarbij worden er materialen aangeleverd met vrachtwagens. Stikstofeffecten in de aanlegfase zijn berekend met Aerius Calculator. Uit de stikstofberekening voor de aanlegfase blijkt dat op 4 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--). Tabel 4.5.1-1: Stikstoftoename in de aanlegfase Hectare met hoogste projectbijdrage (mol/ha/jaar)

2020 Alternatief 4: Stadsfront - Full Circle

Rijntakken

Veluwe

Landgoederen Brummen

Stelkampsveld

81,33

0,51

0,20

0,06

nl_rapport.docx 20161201

46 (53)

Gebruiksfase In de gebruiksfase kunnen de huidige twee bedrijven op het terrein uitbreiden. Hierdoor zullen de bedrijfsgebonden emissies toenemen. Daarnaast zal door de uitbreiding van de beide bedrijven meer wegverkeer en scheepvaartverkeer van en naar het bedrijventerrein rijden. Stikstofeffecten in de gebruiksfase zijn berekend met Aerius Calculator op basis van een maximale uitbreiding van het bedrijventerrein van 20 ha. Uit de stikstofberekening voor de gebruiksfase blijkt dat op 3 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een negatief effect (-). Tabel 4.5.1-2: Stikstoftoename in de gebruiksfase Hectare met hoogste projecteffect (mol/ha/jaar)

2030 Alternatief 4: Stadsfront - Full Circle

Rijntakken

Veluwe

Landgoederen Brummen

Stelkampsveld

7,99

0,08

0,03

-

Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de GHG daalt bij dit alternatief met circa 0,05 m tot 0,1 m. Het gebied waarover de GHG verlaagd wordt is relatief gering en vindt vooral aan de noordwestzijde van het plangebied plaats. De GLG neemt over een relatief groot gebied toe als gevolg van de gedeeltelijke demping van het Zwarte Schaar. Dit betreft een beperkt positief effect op vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken die kunnen profiteren van een verhoging van de GLG (o.a. vogels van plas-dras en moeras zoals porseleinhoen, watersnip en smient). Per saldo is sprake van een neutraal effect (0). Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit. 4.5.2

Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone

Oppervlakteverlies Het ruimtebeslag bij alternatief 4 bedraagt bruto 29,5 ha, waarvan 14,3 ha netto aan bedrijfsprogramma. Dit ruimtebeslag vindt vrijwel geheel plaats binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone (GO). Slechts een klein deel (ca. 0,6 ha) vindt plaats binnen de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN). Het Zwarte Schaar blijft bij alternatief 4 niet volledig behouden. De natuurwaarden van Het Zwarte Schaar gaan dus grotendeels verloren bij alternatief 4. Per saldo is bij het aspect oppervlakteverlies op GNN/GO sprake van een negatief effect (-).

nl_rapport.docx 20161201

47 (53)

Verstoring Uit de geluidberekeningen blijkt dat bij alternatief 3 sprake is van een toename aan geluidsbelasting (47 dB(A)) op GNN en GO ten opzichte van de huidige situatie. Op GNN is sprake van een extra geluidsbelaste oppervlakte van 8 ha ten opzichte van de huidige situatie, op GO bedraagt dit 23 ha. Per saldo is bij het aspect verstoring van GNN/GO sprake van een negatief effect (-). Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de GHG daalt bij dit alternatief met circa 0,05 m tot 0,1 m. Het gebied waarover de GHG verlaagd wordt is relatief gering en vindt vooral aan de noordwestzijde van het plangebied plaats. De GLG neemt over een relatief groot gebied toe als gevolg van de gedeeltelijke demping van het Zwarte Schaar. Dit betreft een beperkt positief effect op omliggende GNN/GO-gebieden waarin soorten voorkomen die kunnen profiteren van een verhoging van de GLG (o.a. vogels van plas-dras en moeras). Per saldo is sprake van een neutraal effect (0). Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit. 4.5.3

Beschermde soorten

Vogels In dit alternatief vindt ruimtebeslag plaats op (potentieel) broedhabitat van verschillende broedvogelsoorten van weilanden, struweel en ruigtes. Het Zwarte Schaar wordt deels gedempt, waardoor er ook broedhabitat verloren gaat van vogels die langs de oevers van het Zwarte Schaar broeden. In dit alternatief zal loonbedrijf Derksen als bedrijf verdwijnen. De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van huismus, boerenzwaluw en kerkuil zullen dus ook verdwijnen. Indien werkzaamheden plaatsvinden aan het gebouw de Blikvanger kunnen nesten van de gierzwaluw worden aangetast. Naast vernietiging kan het voorgenomen plan zowel in de aanlegfase als in de gebruikfase tot verstoring van vogels leiden. Buiten het plangebied zijn nesten van buizerd en sperwer vastgesteld. Zonder afschermende maatregelen zouden deze nestplaatsen verstoord kunnen worden. Verstoring van broedvogels kan tevens plaatsvinden op de oude strang ten noorden van het plangebied. In dit alternatief is voorzien in een integrale ophoging van het bedrijventerrein en wordt de huidige stortplaats gebruikt als parkeerplaats. De parkeerplaats loopt door tot aan de oude strang. In de strang aanwezige broedvogels kunnen verstoord worden door geluid en licht vanaf deze parkeerplaats.

Het gebied direct ten noorden van de oude strang kan als gevolg van schaduwwerking of visuele verstoring van de bebouwing verstoord worden als broedgebied voor weidevogels of foerageergebied voor herbivore watervogels Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op Vogelrichtlijnsoorten.

nl_rapport.docx 20161201

48 (53)

Habitatrichtlijnsoorten In dit alternatief wordt een deel van het Zwarte Schaar gedempt dat onderdeel uitmaakt van het essentieel leefgebied van de bever. Er vindt dus direct ruimtebeslag plaats op essentieel leefgebied van de bever. Daarnaast kunnen de oevers van het resterende deel van het Zwarte Schaar en de oude strang waarin de bever foerageert extra verstoring ondervinden. Bevers zijn veelal nachtactief en met name gevoelig voor extra lichtverstoring tussen zonsondergang en zonsopkomst. In dit alternatief blijft loonbedrijf Derksen niet als bedrijf behouden. De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger gaan dus verloren. De verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis in een boom langs het Zwarte Schaar gaat eveneens verloren. Dit geldt ook voor het essentiële foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen langs het Zwarte Schaar en op het erf van loonbedrijf Derksen. Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen kunnen daarnaast zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase extra verstoord worden, met name door verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst. In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de otter. Dit heeft geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soort.

Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op Habitatrichtlijnsoorten. Andere beschermde soorten In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de steenmarter en de das. Dit heeft echter geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soorten. Aangezien het oostelijke deel van het Zwarte Schaar binnen het plangebied wordt gedempt, is sprake van aantasting van (potentieel) leefgebied van de vissoorten grote modderkruiper en kwabaal. Aangezien de dam in dit alternatief niet wordt verplaatst, is geen sprake van ruimtebeslag op het (potentieel) leefgebied van deze soorten in het deel van het Zwarte Schaar ten oosten van de huidige dam. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--) op andere beschermde soorten. 5 Conclusie In onderstaande tabel zijn de m.e.r-scores voor de aspecten Natura 2000, GNN/GO en beschermde soorten en per alternatief weergegeven. 5.1 Natura 2000 In onderstaande tabel zijn de (gewogen) scores voor de verschillende effecttypen weergegeven voor het deelaspect Natura 2000. Tabel 5.1: Scores alternatievenvergelijking Natura 2000

Effecttype Oppervlakteverlies Verstoring Stikstofdepositie

Alt. 1 -

Alt. 2 --

Alt. 3 ---

Alt. 4 --

nl_rapport.docx 20161201

49 (53)

Hydrologische effecten Gewogen score

0 -

0 -

0 --

0 -

5.2 GNN / GO In onderstaande tabel zijn de (gewogen) scores voor de verschillende effecttypen weergegeven voor het deelaspect GNN/GO. Tabel 5.2: Scores alternatievenvergelijking GNN/GO

Effecttype Oppervlakteverlies Verstoring Hydrologische effecten Gewogen score

Alt. 1 0 -

Alt. 2 0 -

Alt. 3 --0 --

Alt. 4 0 -

5.3 Beschermde soorten In onderstaande tabel zijn de (gewogen) scores voor de verschillende effecttypen weergegeven voor het deelaspect beschermde soorten. Tabel 5.3: Scores alternatievenvergelijking beschermde soorten

Effecttype Vogels Habitatrichtlijnsoorten Andere beschermde soorten Gewogen score

Alt. 1 -

Alt. 2 -----

Alt. 3 ----

Alt. 4 -----

5.4 Conclusie In onderstaande tabel zijn de gewogen scores voor de verschillende deelaspecten Natura 2000, GNN/GO en beschermde soorten weergegeven. Tabel 5.4: Gewogen scores alternatievenvergelijking

Aspect Natura 2000 GNN/GO Beschermde soorten

Alt. 1 -

Alt. 2 --

Alt. 3 ----

Alt. 4 --

nl_rapport.docx 20161201

50 (53)

6

Mitigerende / compenserende maatregelen

6.1 Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die ervoor zorgen dat effecten op beschermde natuurwaarden zodanig voorkomen en/of beperkt kunnen worden, dat daardoor een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (t.a.v. Natura 2000 en beschermde soorten) en/of de Omgevingsverordening Gelderland (t.a.v. GNN/GO) is uit te sluiten. Het voorgenomen plan leidt in alle alternatieven tot een verlies aan leefgebied van enkele kwalificerende vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Er vindt in de Stadsweide vernietiging plaats van foerageergebied van herbivore watervogels zoals kolgans en in de alternatieven waarbij het Zwarte Schaar deels wordt gedempt vernietiging van slaapplaatsen en foerageergebied van enkele kwalificerende eendensoorten. Daarnaast vindt mogelijk extra verstoring van slaap- en foerageergebieden van kwalificerende soorten plaats op de oude strang ten noorden van het plangebied en in een zone van de Fraterwaard direct ten noorden van de strang. Verlies aan leefgebied van kwalificerende Vogelrichtlijnsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken dient gemitigeerd te worden door tijdig nieuw leefgebied voor de betreffende soort(en) te creëren. Per saldo is dan geen sprake van verlies aan leefgebied van de betreffende soort(en).

In dat geval is compensatie niet aan de orde en hoeft geen ADC-toets doorlopen te worden om de benodigde vergunning op grond van de Wet natuurbescherming te kunnen krijgen. Indien mitigatie niet, niet volledig of niet tijdig mogelijk is, kunnen significante gevolgen voor kwalificerende soorten niet voorkomen worden. In dat geval dient alsnog compensatie plaats te vinden en dient een ADC-toets doorlopen te worden om de benodigde vergunning op grond van de Wet natuurbescherming te kunnen krijgen. Effecten op beschermde soorten kunnen worden gemitigeerd door verblijfplaatsen en/of essentiële leefgebieden van beschermde soorten te ontzien gedurende de uitvoeringswerkzaamheden. Dit kan bij soorten zonder vaste verblijfplaats bijvoorbeeld door te werken in de periode(n) dat ze niet aanwezig zijn en ervoor te zorgen dat de verblijfplaats en/of het essentieel leefgebied weer beschikbaar is wanneer de betreffende soorten terugkeren. Bij soorten met een vaste verblijfplaats is mitigatie alleen mogelijk om de betreffende verblijfplaats (inclusief functionele leefomgeving) te sparen. Er dient dan zodanig te worden gewerkt dat de functionaliteit van de betreffende verblijfplaats niet in het geding komt.

Indien mitigatie niet, niet volledig of niet tijdig mogelijk is, kan een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten niet voorkomen worden. In dat geval dient alsnog compensatie plaats te vinden en dient een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. 6.2 Compenserende maatregelen Compenserende maatregelen zijn maatregelen ter compensatie van het onvermijdelijke verlies aan beschermde natuurwaarden. Compensatie is aan de orde wanneer mitigerende maatregelen niet mogelijk zijn of niet voldoende zijn om een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (t.a.v. Natura 2000 en beschermde soorten) en/of de Omgevingsverordening Gelderland (t.a.v. GNN/GO) te voorkomen.

nl_rapport.docx 20161201

51 (53)

Indien oppervlakteverlies van leefgebieden van kwalificerende Vogelrichtlijnsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken niet volledig kan worden gemitigeerd, leidt dit ertoe dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten. Verlies aan omvang en/of kwaliteit dient in dat geval tijdig gecompenseerd te worden. Compensatie dient in beginsel gereed en functioneel te zijn voordat reeds aanwezige habitattypen en/of leefgebieden van soorten aangetast mogen worden. Indien compensatie plaatsvindt, betekent dit dat de ADC-toets doorlopen moet worden om de benodigde vergunning op grond van de Wet natuurbescherming te kunnen krijgen. Indien aantasting van (de functionaliteit van) rust- en voortplantingsplaatsen van niet vrijgestelde beschermde soorten niet volledig kan worden gemitigeerd, leidt dit ertoe dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. Verlies aan verblijfplaatsen (of de functionele leefomgeving) dient in dat geval tijdig gecompenseerd te worden, bijvoorbeeld door het aanbieden van vleermuiskasten voor het verlies aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten voor huismus en gierzwaluw voor het verlies aan nestplaatsen van deze vogelsoorten. Compensatie dient tijdig gereed en functioneel te zijn.

Indien compensatie plaatsvindt, betekent dit dat de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten worden overtreden. Daarvoor is dan een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Indien oppervlakteverlies/verstoring van wezenlijke kenmerken en waarden van GNN/GO niet volledig kan worden gemitigeerd, leidt dit tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van GNN/GO. Verlies aan omvang en/of kwaliteit dient in dat geval tijdig gecompenseerd te worden. Indien compensatie plaatsvindt, betekent dit dat de “Nee-tenzij-toets” uit de Omgevingsverordening van Gelderland doorlopen moet worden.

nl_rapport.docx 20161201

52 (53)

7

Literatuur •

Bremer L. van den, Nienhuis J., van Winden E., van Roomen M., van Winden E. & Voslamber B. 2016. Draagkracht voor foeragerende ganzen en Smienten in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Sovon-rapport 2016/29. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

•

Hunink L, 2017. Rapportage Verkennende natuurtoets Bedrijventerrein Verhuellweg te Doesburg. Rapportnummer 3520.001

•

Hunink L, 2017. Rapportage soortgericht onderzoek Bedrijventerrein Verhuellweg te Doesburg. Econsultancy Rapportnummer 3520.003.

•

Sovon Vogelonderzoek Nederland, 2013. Notitie vliegbewegingen Didam-Doesburg (S2013.028).

•

Vogelwerkgroep van Stad en Ambt Doesborgh, 2014. Broedvogels FraterwaardDoesburg 2014; Inventarisatierapport van Stad en Ambt Doesburg.

nl_rapport.docx 20161201

53 (53)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=b7e5c0dd-32a3-4623-96a5-228f814fb89c