Toelichting bijlage 14 Deelrapport natuur.pdf
Tekst van het document
Projectnummer: 355559 Referentienummer: SWNL00559 Datum: 28-11-2017
Deelrapport natuur m.e.r. Logistiek Ecopark IJsselvallei Doesburg
Concept
Verantwoording Titel
Deelrapport natuur
Subtitel
MER Logistiek Ecopark IJsselvallei Doesburg
Projectnummer
355559
Referentienummer
SWNL00559
Revisie
C2
Datum
28-11-2017
Auteur(s)
Daniel Tuitert
E-mailadres
Daniel.Tuitert@sweco.nl
Gecontroleerd door
Hans Jaspers
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Maarten Mouissie
Paraaf goedgekeurd
nl_rapport.docx 20161201
2 (53)
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1
Inleiding .................................................................................................................. 7
1.1
Aanleiding ................................................................................................................ 7
1.2
Doel ......................................................................................................................... 7
2
Alternatieven .......................................................................................................... 8
2.1
Inrichtingsalternatief 1: model Rivier - verborgen .................................................... 8
2.2
Inrichtingsalternatief 2: model Natuur - compact ..................................................... 9
2.3
Inrichtingsalternatief 3: model Cultuur - sprong..................................................... 10
2.4
Inrichtingsalternatief 4: model Stadsfront - full circle ............................................. 11
3
Huidige situatie .................................................................................................... 13
3.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................... 13
3.1.1
Inleiding...............................................................................................................................13
3.1.2
Natura 2000-gebied Rijntakken (deelgebied Uiterwaarden IJssel) .....................................13
3.2
Gelders natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone ............................................. 17
3.2.1
Begrenzing ..........................................................................................................................17
3.2.2
Wezenlijke kenmerken en waarden ....................................................................................17
3.2.3
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap ..........................................................................18
3.2.4
Aanwezigheid soorten en elementen ..................................................................................19
3.3
Beschermde soorten ............................................................................................. 21
3.3.1
Vogels .................................................................................................................................21
3.3.2
Habitatrichtlijnsoorten .........................................................................................................21
3.3.3
Andere beschermde soorten ...............................................................................................21
4
Effecten en toetsing ............................................................................................ 23
4.1
Inleiding ................................................................................................................. 23
4.2
Alternatief 1............................................................................................................ 26
4.2.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................................26
4.2.2
Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone ..........................................................29
4.2.3
Beschermde soorten ...........................................................................................................30
4.3
Alternatief 2............................................................................................................ 31
4.3.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................................31
4.3.2
Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone ..........................................................35
4.3.3
Beschermde soorten ...........................................................................................................37
4.4
Alternatief 3............................................................................................................ 38
nl_rapport.docx 20161201
3 (53)
4.4.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................................38
4.4.2
Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone ..........................................................42
4.4.3
Beschermde soorten ...........................................................................................................42
4.5
Alternatief 4............................................................................................................ 43
4.5.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................................43
4.5.2
Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone ..........................................................47
4.5.3
Beschermde soorten ...........................................................................................................48
5
Conclusie.............................................................................................................. 49
5.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 49
5.2
GNN / GO .............................................................................................................. 50
5.3
Beschermde soorten ............................................................................................. 50
5.4
Conclusie ............................................................................................................... 50
6
Mitigerende / compenserende maatregelen ..................................................... 51
6.1
Mitigerende maatregelen ....................................................................................... 51
6.2
Compenserende maatregelen ............................................................................... 51
7
Literatuur .............................................................................................................. 53
nl_rapport.docx 20161201
4 (53)
Samenvatting
In het deelrapport natuur zijn de verschillende in het MER onderzochte alternatieven tegen elkaar afgewogen op het aspect ecologie. Onderstaand zijn de gevolgen van de verschillende alternatieven op het aspect ecologie samengevat. Het oppervlakteverlies aan foerageergebied voor herbivore watervogels zoals ganzen en smient verschilt per alternatief vanwege onderscheid in ruimtegebruik in de verschillende alternatieven. Alternatief 3 kent het grootste verlies aan grasland in de Stadsweide. De overige alternatieven kennen een min of meer vergelijkbaar oppervlakteverlies aan grasland in de Stadsweide. Aangezien de betreffende soorten echter niet op korte afstand van bebouwing foerageren, zal het resterende deel van het grasland van de Stadsweide door verstoring ongeschikt worden als foerageergebied voor herbivore watervogels. Per saldo onderscheiden de verschillende alternatieven zich derhalve niet daar waar het gaat over verlies aan foerageergebied voor herbivore watervogels (als gevolg van oppervlakteverlies en verstoring). In de alternatieven 2 en 4 is voorzien in gedeeltelijke demping van het Zwarte Schaar. Het betreft in beide alternatieven het oostelijke deel van het gedeelte tussen de IJssel en de dam waarover de Verhuellweg loopt. Dit betreft het ecologisch meest waardevolle deel van dit gedeelte van het Zwarte Schaar.
Als gevolg van het dempen van dit deel van het Zwarte Schaar gaat leefgebied van enkele kwalificerende eendensoorten en leefgebied van diverse beschermde soorten zoals bever, vleermuizen en kwabaal verloren. De alternatieven 2, 3 en 4 voorzien in het amoveren van loonbedrijf Derksen. De bebouwing op dit erf vormt verblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis (kraamverblijf), laatvlieger (zomerverblijf), huismus (13 nestplaatsen), boerenzwaluw (3 nestplaatsen) en kerkuil (rustplaats). Het erf fungeert tevens als essentieel leefgebied voor een deel van deze soorten. Aangezien het bedrijf – en daarmee de genoemde functies voor beschermde soorten – in alternatief 1 behouden blijft, scoort alternatief 1 op dit punt beter dan de andere drie alternatieven. Alle alternatieven voorzien in extra verstoring van de oude strang en het deel van de Fraterwaard direct ten noorden daarvan. De verstoring is het grootst bij alternatief 3 waarbij langs vrijwel langs de gehele lengte van de strang bebouwing op korte afstand van de oevers wordt gerealiseerd. Bij de overige alternatieven blijft het westelijk deel van de strang onverstoord. Verstorende uitstraling. In de alternatieven 1, 3 en 4 is voorzien in een integrale ophoging van het bedrijventerrein. Hierdoor vindt over een grotere afstand verstoring (optische verstoring) van kwalificerende vogelsoorten dan bij alternatief 2.
Alternatief 2 voorziet in de aanleg van een primaire waterkering langs de noordzijde van het bedrijventerrein. Hierdoor hoeft het bedrijventerrein zelf niet integraal te worden opgehoogd en zorgt de primaire waterkering tevens voor een afschermende werking. Verstoring van vogels die in de oude strang en het deel van de Fraterwaard ten noorden daarvan leven worden daarom minder verstoord in alternatief 2 dan bij de overige alternatieven.
nl_rapport.docx 20161201
5 (53)
In onderstaande tabel zijn de gewogen scores voor de verschillende deelaspecten Natura 2000, GNN/GO en beschermde soorten per alternatief weergegeven. Tabel S: gewogen scores alternatievenvergelijking ecologie MER
Aspect Natura 2000 GNN/GO Beschermde soorten
Alt. 1 -
Alt. 2 --
Alt. 3 ----
Alt. 4 --
nl_rapport.docx 20161201
6 (53)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding De twee echt Doesburgse bedrijven, Koninklijke Rotra (logistieke dienstverlener) en Ubbink (producent van onder andere systemen voor rookgasafvoer, ventilatie en dakramen), maken een gestage economische groei door. Om ook op langere termijn te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte van beide bedrijven, moet het bestaande bedrijventerrein aan de Verhuellweg in Doesburg worden uitgebreid en doorontwikkeld als logistiek watergebonden bedrijventerrein. Om de ontwikkeling van deze logistieke hotspot planologisch mogelijk te maken, dient onder andere een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Daarnaast zullen verschillende andere vergunningen en ontheffingen moeten worden aangevraagd en moet mogelijk een extra primaire waterkering worden aangelegd. Gelet op de aard en omvang van deze voorgenomen activiteiten en de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied Rijntakken, dient ten behoeve van de besluitvorming over dit bestemmingsplan (en mogelijk de primaire waterkering) tevens een m.e.r.-procedure te worden doorlopen. 1.2 Doel Het deelrapport natuur vormt de onderbouwing voor de alternatievenvergelijking in het MER vanuit het aspect natuur. Het betreft een toetsing op hoofdlijnen, waarbij op het detailniveau van de alternatievenbeschrijving in het MER per te onderzoeken alternatief is beoordeeld tot welke natuureffecten dit zou kunnen leiden.
Wanneer het voorkeursalternatief is gekozen en meer in detail is uitgewerkt, vindt een meer gedetailleerde toetsing plaats aan de wet- en regelgeving voor natuur. In dat kader wordt ook een passende beoordeling opgesteld en eventueel de ADC-toets doorlopen.
nl_rapport.docx 20161201
7 (53)
2
Alternatieven
2.1
Inrichtingsalternatief 1: model Rivier - verborgen
Het concept / ruimtelijke context Het concept voor dit ruimtelijk model is geïnspireerd op rivierkundige en nautische aspecten. Bestaande oppervlaktewateren blijven daarom gehandhaafd. De ruimteclaim aan de noordzijde van het Zwarte Schaar is beperkt gehouden. De vormgeving van de uitbreiding van het bedrijventerrein is toegesneden op de rivierstroming in de uiterwaarden van de IJssel en krijgt een gestroomlijnde vorm. Rondom het nieuwe bedrijventerrein in de Fraterwaard wordt voorzien in zware afschermende beplanting die tevens als nautisch windscherm kan dienen.
Figuur 2.1 Inrichtingsalternatief 1: model rivier – Verborgen
Beschrijving van de inrichting van het alternatief In dit inrichtingsalternatief wordt ervan uitgegaan dat op het bestaande bedrijventerrein de twee bedrijfspanden van Rotra worden gesaneerd. Op deze locatie wordt kantoorruimte en een nieuw warehouse voor Rotra gerealiseerd. Het automatisch fietsenmagazijn blijft behouden. Ubbink bereidt zich in dit alternatief in westelijke richting uit, deels op de plek van het huidige bedrijfspand van Rotra. Aan de overzijde van Het Zwarte Schaar, in de Fraterwaard is voorzien in de ontwikkeling van een crossdock. Het daarvoor benodigde terrein wordt in dit alternatief integraal opgehoogd. De bedrijfsbebouwing in de Fraterwaard wordt zo compact mogelijk opgezet, zodat sprake is van een minimale ruimteclaim op de uiterwaard. Ook het agrarisch hulpbedrijf Derksen blijft in dit alternatief gehandhaafd. Op het perceel van de voormalige vuilstort wordt parkeerruimte gerealiseerd. De bestaande overslagfaciliteiten van Rijkswaterstaat en
nl_rapport.docx 20161201
8 (53)
Tennet blijven in dit alternatief behouden. Ook de bestaande containerterminal blijft behouden en wordt onder een knik met 130 m verlengd. Vanuit deze terminal wordt een efficiënte verbinding naar het crossdock gerealiseerd. Als beschutting tegen westenwind wordt voorzien in de aanplant van zware beplanting als windscherm. In totaal wordt in dit alternatief uitgegaan van een bruto uitbreiding van het bedrijventerrein met 12,5 ha (waarvan 6,9 netto bedrijfsprogramma), in aanvulling op het bestaande bedrijventerrein. 2.2
Inrichtingsalternatief 2: model Natuur - compact
Het concept / ruimtelijke context In dit inrichtingsalternatief wordt uitgegaan van een maximale benutting van reeds bestaande ruimte en een zo compact mogelijke uitbreiding, zodat de ruimteclaim naar de omgeving geminimaliseerd wordt (maximale afstand tot de oude geul aan de noordruimte en benutten van voormalige vuilstort als parkeerterrein). De Fraterwaard, een waardevolle kronkelwaard, kan zich zo natuurlijk mogelijk kan ontwikkelen. De afstand tot de oude geul aan de noordzijde van het plangebied is relatief groot gehouden. Het verontreinigde perceel (oude vuilstort) wordt ingezet voor de parkeerbehoefte. In dit alternatief wordt gekozen voor zowel het gedeeltelijk dempen van het Zwarte Schaar als voor het gedeeltelijk bebouwen van de uiterwaard, waarmee beide waarden: natte en droge natuur gelijkmatig worden belast. Het bedrijventerrein wordt in dit alternatief voorzien van een (doorlopende) primaire waterkering.
Figuur 2.2 Inrichtingsalternatief 2: model natuur-compact
Beschrijving van de inrichting van het alternatief De uitbreiding van het bedrijventerrein sluit in dit alternatief rechtstreeks op het bestaande bedrijventerrein Verhuellweg aan. Hiertoe wordt het Zwarte Schaar over een lengte van circa 450 m gedempt. Ter plaatse van Het Zwarte Schaar wordt een nieuw crossdock aan-
nl_rapport.docx 20161201
9 (53)
gelegd en het bedrijfspand van Ubbink kan zich in noordelijke richting uitbreiden. In de Fraterwaard is voorzien in de realisering van warehouseruimte voor Rotra. Op de voormalige vuilstort wordt een parkeerterrein gerealiseerd. Rondom de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt een primaire waterkering aangelegd. In dit alternatief vindt dus geen integrale ophoging van het terrein plaats. De kadelengte van de bestaande containerterminal van Rotra wordt verdubbeld tot 260 m en de insteekhaven wordt voorzien van een zwaaikom met een diameter van 110 m (klasse V-schepen). De bestaande kadefaciliteit (loswal) van Rijkswaterstaat blijft in dit alternatief gehandhaafd, maar die van Tennet wordt verplaatst naar de nieuwe zwaaikom. Het bestaande bedrijventerrein Verhuellweg wordt (zeker vergeleken met het vorige alternatief) hier in grotere mate geherstructureerd. In totaal wordt in dit alternatief uitgegaan van een bruto uitbreiding van het bedrijventerrein met 17 ha waarvan 14,3 ha netto bedrijfsprogramma, in aanvulling op het bestaande bedrijventerrein. 2.3
Inrichtingsalternatief 3: model Cultuur - sprong
Het concept / ruimtelijke context In dit antropogene model wordt de bedrijfslocatie ingepast met respect voor de landschappelijke gelaagdheid die kenmerken uit verschillende perioden vertoont. De bestaande omgeving is een waardevol resultaat van de lange occupatiegeschiedenis. Het ontstaan van een nieuwe laag met eigentijdse kenmerken wordt daarbij als logisch ervaren. Het idee achter dit ruimtelijk concept is om aan te haken bij de cultuurhistorische waarden uit de omgeving van het gebied (De Hoge Linie). Dat kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de aanleg van een zware beplantingsstructuur, als volwaardige beëindiging van de Hoge Linie.
Figuur 2.3 Alternatief 3, model Cultuur- sprong
nl_rapport.docx 20161201
10 (53)
Beschrijving van de inrichting van het alternatief In tegenstelling tot het vorige alternatief, blijft Het Zwarte Schaar in dit alternatief behouden. De geplande uitbreiding vindt volledig plaats in de Fraterwaard (dislocatie). Het zuidelijk deel van het terrein blijft gehandhaafd. In het noordelijk deel van het plangebied wordt een tweede containerterminal (kadelengte 130 m) gerealiseerd, met op korte afstand daarvan een crossdock en ten noorden daarvan warehouses voor Rotra en een tweede productielocatie/warehouse van Ubbink ter plaatse van de voormalige vuilstort die wordt gesaneerd. Het nieuwe bedrijventerrein wordt in dit alternatief integraal opgehoogd. De uitbreiding van het bedrijventerrein is georiënteerd op de vaarweg. De gebouwen richten zich met hun voorzijde naar het zuiden en het terrein wordt, zoals gezegd, landschappelijk ingepast door de aanleg van een zware beplantingsstructuur die een volwaardige beëindiging van de Hoge Linie vormt. De structuur van dit markante landschapselement wordt opgebouwd naar analogie van de Hoge Linie, bestaande uit een samenhangende reeks elementen met achtereenvolgens open landschap (schootsveld), inundatievlakte, open water, aarden wal, hoog opgaande beplanting en uiteindelijk stedelijk gebied en bebouwing. In dit alternatief wordt het agrarisch hulpbedrijf Derksen gesaneerd. Op deze locatie wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
De bestaande loswalfaciliteiten van Rotra, Rijkswaterstaat en Tennet aan de zuidzijde van Het Zwarte Schaar blijven in dit alternatief gehandhaafd. Om de druk op het bestaande wegennet te spreiden, wordt in dit alternatief aan de zuidoostzijde een extra aansluiting op de N317 voorzien. In totaal wordt in dit alternatief uitgegaan van een bruto uitbreiding van het bedrijventerrein met 29 ha (waarvan 17,7 ha netto bedrijfsprogramma), in aanvulling op het bestaande terrein. 2.4
Inrichtingsalternatief 4: model Stadsfront - full circle
Het concept / ruimtelijke context In dit inrichtingsalternatief wordt ervan uitgegaan dat het bedrijfscomplex, dat voor de regio van grote maatschappelijke betekenis is, een dito beeldkwaliteit krijgt en dus gezien mag worden. De locatie vormt een prominente factor in het westelijk stadssilhouet en is al van verre zichtbaar. De schaal van gebouwen en installaties is bovendien dusdanig dat een totale afscherming een illusie is. Uitgangspunt is dan ook de ontwikkeling van een bedrijfslocatie met een iconografisch en representatief karakter dat het wervend visitekaartje voor Doesburg wordt. De beeldvorming vanaf de N317 en de IJssel staan in dit model centraal. Om de schaal en maat van het complex te relativeren, wordt ervoor gekozen om de visuele expositie te beperken, De landschappelijke context is gericht op enscenering van een beeldbepalend deel van het bedrijfscomplex.
nl_rapport.docx 20161201
11 (53)
Figuur 3.4 Alternatief 4, model Stadsfront – full circle
Beschrijving van de inrichting van het alternatief In dit model blijft de primaire waterkering intact. De loswallen van Rijkswaterstaat en Rotra blijven gehandhaafd, maar die van Tennet wordt verplaatst naar een plek nabij de loswal van Rijkswaterstaat aan de haveningang. Om de bedrijfsontwikkeling op deze locatie mogelijk te maken, wordt in dit alternatief een deel van de voormalige vuilstort en van het agrarische hulpbedrijf Derksen gesaneerd. Met een extra aansluiting op de N317 wordt de druk op het bestaande wegennet gespreid. De zuidelijke afrit, vanaf de brug naar de binnenstad van Doesburg wordt in dit alternatief afgesloten voor vrachtverkeer, voor zover dit is gericht is op het terrein aan de Verhuellweg. Hoewel in dit model ruimte wordt gereserveerd voor verlenging van de containerterminal, is het uitgangspunt dat de bestaande voorziening (loswal, kraan en containerstack) voldoet, mits de tijdvensters in de milieuvergunning kunnen worden verruimd. Het nieuwe bedrijventerrein in de Fraterwaard wordt integraal opgehoogd en sluit deels aan op het bestaande bedrijventerrein. Daartoe wordt het Zwarte Schaar over een lengte van circa 450 m gedempt en de invaart wordt voorzien van een zwaaikom die geschikt is voor schepen van klasse V (110 lengte).
Dit alternatief gaat uit van een ideale mix tussen gebruik maken van bestaande ruimten en het realiseren van nieuwe investeringen aan de noordzijde en vergt een maximale samenwerking tussen de twee bedrijven, waarbij de logistieke onderdelen van Ubbink (langdurige opslag en einddistributie) bij Rotra worden ondergebracht. Het alternatief kent een rationeel ruimtelijk model, gebaseerd op efficiency en functionaliteit, een overzichtelijke ordening van gebouwen en installaties, met een oriëntatie op de haven en representatieve zichtzijde op de havenmonding en de N317. In totaal wordt in dit alternatief uitgegaan van een bruto uitbreiding van het bedrijventerrein met 20,5 ha (waarvan 14.2 ha netto bedrijfsprogramma), in aanvulling op het bestaande terrein.
nl_rapport.docx 20161201
12 (53)
3
Huidige situatie
3.1
Natura 2000-gebieden
3.1.1
Inleiding
Het plangebied ligt (deels) binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken en valt binnen het deelgebied Uiterwaarden IJssel. Het huidige terrein van de bedrijven Rotra en Ubbink en het erf van loonbedrijf Derksen vallen buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Andere Natura 2000-gebieden, zoals Veluwe, Stellekampsveld en Landgoederen Brummen liggen op grotere afstand (> 3,5 km) van het plangebied, waardoor effecten (behalve als gevolg van stikstofdepositie) op voorhand kunnen worden uitgesloten. 3.1.2
Natura 2000-gebied Rijntakken (deelgebied Uiterwaarden IJssel)
Beschrijving Het deelgebied Uiterwaarden IJssel omvat het systeem van de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden. De IJssel is een zijtak van de Rijn en loopt van Arnhem tot aan het IJsselmeer. Het landschap is ontstaan in een periode dat de rivier een veel groter deel van de waterafvoer verzorgde en de monding nog een echte delta was. De IJssel neemt in perioden van hoge afvoer 1/6 deel van de Rijnafvoer voor haar rekening. In perioden met lage afvoer wordt het water op peil gehouden door de stuw in de Neder- Rijn. Gedurende het winterhalfjaar zijn grote delen van de uiterwaarden geïnundeerd raken. De overstromingsduur en -frequentie variëren sterk van jaar tot jaar. Er zijn grote verschillen in het buitendijkse gebied, verschillen in hoogteligging, afwisseling tussen smalle en brede delen en tussen dichte kleinschalige en grote open delen. Plaatselijk treedt grondwater uit en monden beken uit in het IJsseldal. Zandige kalkrijke oeverwallen en rivierduinen worden afgewisseld met kleiige, vlakke stroomdalen. Bij Arnhem en Dieren snijdt de rivier de stuwwal van de Veluwe aan. Tot aan Olst zijn in het verleden brede meanders (kronkelwaarden) gevormd. In het middendeel stroomt de rivier tussen relatief smalle, hoog gelegen uiterwaarden. Bij Zalk, in het benedendeel, krijgt de rivier een breder bed dat bij Kampen overgaat in een kleine delta.
Dit jong gebied is gevormd na de Romeinse tijd en voor de afsluiting van het IJsselmeer. Tussen Dieren en Wijhe liggen veel landgoederen met daarbij behorende oude verkavelingspatronen, heggen en bossen. Het landschap van het noordelijkste deel is open en wordt gekenmerkt door grasland. Een aantal vrijwel onvergraven en reliëfrijke uiterwaarden zoals Cortenoever, Rammelwaard, Ravenswaard en Scherenwelle, vormt een kleinschalig oud cultuurlandschap met daarin stroomdalgraslanden, kievitsbloemhooilanden en glanshaverhooilanden. In reliëfrijke delen komt plaatselijk hardhoutooibos voor. Begrenzing Op onderstaande figuur is de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken weergegeven ter plaatse van het plangebied. Het deel van het Natura 2000-gebied ter plaatse van het plangebied is alleen aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (VRL). Zowel Het Zwarte Schaar als het deel van de Stadsweide binnen het plangebied zijn onderdeel van de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Het bestaande bedrijventerrein ten zuiden van Het Zwarte Schaar en het erf van loonbedrijf Derksen vallen buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken.
nl_rapport.docx 20161201
13 (53)
Figuur 3.1.2: Begrenzing Natura 2000-gebied Rijntakken rondom het plangebied (rood omcirkeld). Lichtblauw gearceerd het VRL-deel en groen gearceerd VRL + HRL-deel van het Natura 2000-gebied.
Instandhoudingsdoelstellingen In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Rijntakken weergegeven. Tabel 3.1.2: Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000-gebied Rijntakken. oppervlakte Habitattypen H3150
H3260B
H3270 H6120 H6430A H6430C H6510A
H6510B
H91E0A
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden) Slikkige rivieroevers *Stroomdalgraslanden Ruigten en zomen (moerasspirea) Ruigten en zomen (droge bosranden) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) *Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)
doelstelling kwaliteit
>
>
>
=
> > =
> > =
>
>
>
>
>
>
=
>
populatie
draagkracht aantal vogels aantal paren
nl_rapport.docx 20161201
14 (53)
H91E0B
H91F0
*Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Droge hardhoutooibossen
oppervlakte >
doelstelling kwaliteit >
>
>
Zeeprik Rivierprik Elft Zalm Bittervoorn Grote modderkruiper Kleine modderkruiper Rivierdonderpad Kamsalamander Meervleermuis Bever
> > = = = > = = > = =
> > = = = > = = > = >
Dodaars Aalscholver Roerdomp Woudaapje Porseleinhoen Kwartelkoning Watersnip Zwarte Stern IJsvogel Oeverzwaluw Blauwborst Grote karekiet
= = > > > > = = = = = >
= = > > > > = = = = = >
Fuut Aalscholver Kleine Zwaan Wilde Zwaan Toendrarietgans
= = = = =
= = = = =
A041
Kolgans
=
=
A043
Grauwe Gans
=
=
A045
Brandgans
=
=
A048 A050 A051 A052 A053 A054
Bergeend Smient Krakeend Wintertaling Wilde eend Pijlstaart
= = = = = =
= = = = = =
Habitatsoorten H1095 H1099 H1102 H1106 H1134 H1145 H1149 H1163 H1166 H1318 H1337 Broedvogels A004 A017 A021 A022 A119 A122 A153 A197 A229 A249 A272 A298 Niet-broedvogels A005 A017 A037 A038 A039b
populatie
draagkracht aantal vogels aantal paren
> > > > = > = = > = > 45 660 20 20 40 160 17 240 25 680 95 70 570 1300 100 30 f 125 s 2800 f 35400 s 180100 f 8300 s 21500 f 920 s 5200 120 17900 340 1100 6100 130
nl_rapport.docx 20161201
15 (53)
A056 A059 A061 A068 A125 A130 A140 A142 A151 A156 A160 A162
Slobeend Tafeleend Kuifeend Nonnetje Meerkoet Scholekster Goudplevier Kievit Kemphaan Grutto Wulp Tureluur
oppervlakte = = = = = = = = = = = =
doelstelling kwaliteit = = = = = = = = = = = =
populatie
draagkracht aantal vogels aantal paren 400 990 2300 40 8100 340 140 8100 1000 690 850 65
f = foerageerfunctie s = slaapfunctie
Aanwezigheid kwalificerende waarden Het deel van het Natura 2000-gebied waarin het plangebied ligt is uitsluitend aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn. Voor dit deel van het Natura 2000-gebied gelden derhalve alleen de instandhoudingsdoelstellingen die voor Vogelrichtlijnsoorten zijn geformuleerd voor dit Natura 2000-gebied. Het betreft enkele broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten. Tijdens het soortenonderzoek (Econsultancy 2017) is de kwalificerende broedvogelsoort ijsvogel in het plangebied en de kwalificerende broedvogelsoort dodaars in de oude strang net buiten het plangebied. Uit het onderzoek van Econsultancy blijkt dat er in het plangebied zelf geen geschikte nestplaatsen voor de ijsvogel aanwezig zijn. Het plangebied fungeert als foerageergebied voor de soort, nestplaatsen bevinden zich elders. Van de dodaars is een territorium aangetroffen in de oude strang ten noorden van het plangebied. Er zijn tijdens het soortenonderzoek geen waarnemingen gedaan van andere kwalificerende broedvogelsoorten zoals kwartelkoning, porseleinhoen en watersnip. Het plangebied is ook slechts in beperkte mate geschikt voor de kwartelkoning, aangezien het grootste gedeelte van het weidegebied intensief wordt beheerd. De meer extensief beheerde graslanden langs de oude strang zijn in potentie geschikt als broedgebied voor de kwartelkoning.
De moeraszones langs de oude strang vormen geschikt broedbiotoop voor watersnip en porseleinhoen. De watersnip is enkele jaren geleden wel als broedvogel langs de oude strang aangetroffen (NDFF). Andere kwalificerende broedvogelsoorten worden niet verwacht in het plangebied omdat geschikt biotoop ontbreekt. De oude strang wordt door kwalificerende steltlopers zoals de grutto en wulp gebruikt als slaapplaats. In de NDFF is een waarneming uit 2014 opgenomen van een slaapplaats van 25 exemplaren van de grutto en een slaapplaats van 145 wulpen. De oude strang wordt tevens door enkele kwalificerende eenden- en ganzensoorten gebruikt als slaapplaats en/of foerageergebied. In de NDFF zijn waarnemingen uit de afgelopen 10 jaar opgenomen van de eendensoorten pijlstaart (max. 18 ex), slobeend (max. 44 ex), smient (max. 100 ex), tafeleend (max. 110 ex), wilde eend (max. 60 ex) en wintertaling (max. 80 ex) en van de ganzensoorten kolgans (max. 1.200 ex) en grauwe gans (max. 300 ex).
nl_rapport.docx 20161201
16 (53)
Het deel van het Zwarte Schaar binnen het plangebied wordt door enkele kwalificerende eendensoorten gebruikt als slaapplaats. In de NDFF zijn waarnemingen uit de afgelopen 10 jaar opgenomen van de soorten kuifeend (max. 75 ex), nonnetje (max. 8 ex), tafeleend (max. 110 ex) en wilde eend (max. 60 ex). Het grasland binnen het plangebied wordt door de kwalificerende herbivore watervogelsoort kolgans gebruikt als foerageergebied. In de NDFF zijn meerdere waarnemingen van (kleine) foeragerende groepen kolganzen van maximaal 400 exemplaren uit het plangebied bekend. 3.2
Gelders natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone
3.2.1
Begrenzing
Op onderstaande figuur is de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelingszone (GO) weergegeven ter plaatse van het plangebied. Zowel de IJssel zelf, Het Zwarte Schaar als het deel van de Stadsweide tot aan de oude strang aan de noordzijde van het plangebied is begrensd als Groene ontwikkelingszone. De oude strang aan de noordzijde van het plangebied is begrensd als Gelders natuurnetwerk.
Figuur 3.2.1: Begrenzing GNN en GO op basis van de Omgevingsverordening Gelderland van juni 2017.
3.2.2
Wezenlijke kenmerken en waarden
Het plangebied ligt in deelgebied 154 Havikerwaard – Fraterwaard. Onderstaand zijn de kernkwaliteiten voor natuur en landschap van dit deelgebied weergegeven:
nl_rapport.docx 20161201
17 (53)
• Matig dynamische rivier met geologische en geomorfologische dynamiek, water-, sedi• •
• • • • • • • • • • •
ment- en diasporentransport; ecologisch kerngebied (Natura 2000-gebied) én verbinding tussen Midden-Europa en de Noordzeekust onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe qua schaal, volledigheid en kwaliteit unieke gradiënt van Veluwe naar rivier, met bronbossen (in 131), zacht- en hardhoutooibos, grondwatergevoede beken en sloten, oude rivierlopen met rietmoeras, bosjes, hogen en knotbomen; onderdeel van de Haviker Poort waarvan het ecoduct over de A348 in 2012 is geopend onderdeel van de klimaatcorridor Veluwe - Reichswald het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel van landgoederen en beken in de Zuidelijke IJsselvallei waarin soorten als de das, amfibieën en vleermuizen voorkomen. het goed bewaard gebleven reliëf en de daarmee samenhangende variatie en hoge kwaliteit van de natuur in de IJsseluiterwaarden. Met in deze uiterwaarden zowel gave kronkelwaarden met stroomdalgraslanden, hagen en hardhoutooibosjes Parel/A-locaties bos Havikerwaard: twee bosjes in de uiterwaard zijn A-locaties bos: een klein essenhardhoutbosje met slangelook en een spontaan zachthoutbos in een voormalige kleiafgraving leefgebied das leefgebied steenuil Weidse vergezichten over de rivier en vaak fraai zicht op de stuwwallen (Veluwezoom), fraaie stadsgezichten bij Doesburg abiotiek: aardkundige waarden (o.m.
reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen op pollen, steenfabrieken, jachthavens, waterstaatswerken) rust, ruimte en donkerte m.u.v. de omgeving van stedelijke gebieden alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied
3.2.3
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap
Voor het deelgebied zijn enkele ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap geformuleerd voor zowel GNN als GO. Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling): • Ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden • ontwikkeling waterplanten-gemeenschappen • ontwikkeling gemeenschappen van slikkige oevers • ontwikkeling hardhoutooibossen • ontwikkeling zachthoutooibossen • ontwikkeling moerassen, ruigteranden en laag gelegen bloemrijke graslanden • ontwikkeling populaties van water- en moerasvogels, waaronder porseleinhoen, kwartelkoning, zwarte stern en ijsvogel • ontwikkelen populatie kamsalamander • ontwikkeling populaties van vissen van traagstromende en stilstaande wateren, waar onder: bittervoorn, kleine en grote modderkruiper, rivierdonderpad • ontwikkeling populatie bevers en otters
nl_rapport.docx 20161201
18 (53)
• ontwikkeling heggenlandschap • ontwikkeling coulissenlandschap met lokaal doorzichten op stuwwallen en stadsgezichten • behoud reliëf kronkelwaarden Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone: • Ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden • ontwikkeling waterplanten-gemeenschappen in kwelsloten en oude rivierlopen • ontwikkeling gemeenschappen van slikkige oevers • ontwikkeling hardhoutooibossen • ontwikkeling zachthoutooibossen • ontwikkeling moerassen, ruigteranden en laag gelegen bloemrijke graslanden • ontwikkeling heggenlandschap • ontwikkeling populaties van water- en moerasvogels, waaronder porseleinhoen, kwartelkoning, zwarte stern en ijsvogel • ontwikkelen populatie knoflookpad en kamsalamander • ontwikkeling populaties van vissen van traagstromende en stilstaande wateren, waar onder: bittervoorn, kleine en grote modderkruiper, rivierdonderpad • ontwikkeling populatie bevers en otters • ontwikkeling coulissenlandschap met lokaal doorzichten op stuwwallen en stadsgezichten • behoud reliëf kronkelwaarden 3.2.4
Aanwezigheid soorten en elementen
Het plangebied bevat slechts een beperkt aantal van de kernkwaliteiten natuur en landschap die voor het deelgebied waarin het plangebied ligt zijn geformuleerd. In het plangebied is geen Parel/A-locatie bos aanwezig. Het plangebied bevat ook geen hoge kwaliteit natuur in de vorm van gave kronkelwaarden met stroomdalgraslanden, hagen en hardhoutooibosjes. De Fraterwaard is weliswaar een kronkelwaard, maar het plangebied ligt in de Stadsweide en maakt geen onderdeel uit van de kronkelwaarden in de Fraterwaard.
nl_rapport.docx 20161201
19 (53)
Figuur 3.2.4: Hoogtekaart Fraterwaard met duidelijk zichtbare kronkelwaarden in het noordoostelijke deel van de Fraterwaard.
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een samenhangend geheel van landgoederen en beken in de Zuidelijke IJsselvallei. Vanwege de ligging van het plangebied tegen de begrenzing van Doesburg (huidige bedrijventerrein van Rotra en Ubbink) aan, is ook geen sprake van weidse vergezichten over de rivier met fraai zicht op de stuwwallen (Veluwezoom) en is momenteel geen sprake van rust, ruimte en donkerte in het landschap. Specifiek genoemde abiotische waarden zoals reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen zoals de oude strang ten noorden van het plangebied liggen (net) buiten het plangebied. Eén van de genoemde natuurlijke kenmerken als kernkwaliteit voor GNN is onbebouwdheid van de uiterwaarden, met uitzondering van enkele boerderijen op pollen, steenfabrieken, jachthavens en waterstaatswerken. Het plangebied is nu deels onbebouwd (Stadsweide) met daarin wel het erf van loonbedrijf Derksen en een voormalige stortplaats. Specifiek als kernkwaliteit natuur benoemde leefgebieden van soorten zijn die van das en steenuil. In het plangebied is eenmaal een das gefotografeerd met een cameraval tijdens het soortenonderzoek (Econsultancy 2017). Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied onderdeel uitmaakt van essentieel leefgebied van de das.
Er zijn in of in de directe omgeving van het plangebied ook geen verblijfplaatsen (kraamburcht, bijburcht, vluchtpijp) van de das aanwezig. Uit het soortenonderzoek blijkt tevens dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van omliggende territoria van de steenuil. Het plangebied vormt geen essentieel leefgebied voor steenuilen. In het plangebied komen wel verschillende beschermde soorten voor, die onderdeel uitmaken van de wezenlijke kenmerken en waarden van GNN. Het betreft verschillende soorten
nl_rapport.docx 20161201
20 (53)
broedvogels, vleermuizen, bever, otter en mogelijk grote modderkruiper en kwabaal. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op het voorkomen van beschermde soorten. 3.3
Beschermde soorten
3.3.1
Vogels
Uit het soortenonderzoek van Econsultancy uit 2017 blijkt dat de volgende vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats (categorie 1-4 Aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten) in of in de directe omgeving van het plangebied voorkomen: • Buizerd (twee nesten buiten het plangebied op ca. 200 en 400 meter van het plangebied) • Sperwer (nest net buiten het plangebied bij gebouw de Blikvanger) • Gierzwaluw (drie nestplaatsen in gebouw de Blikvanger) • Huismus (13 nestlocaties en essentieel leefgebied op het erf van loonbedrijf Derksen) • Kerkuil (rustplaats in bebouwing op het erf van loonbedrijf Derksen) Daarnaast komen in het plangebied enkele broedvogelsoorten voor waarvan het nest alleen op grond van zwaarwegende ecologische belangen jaarrond is beschermd (categorie 5 Aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten). Het betreft de soorten boerenzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, zwarte roodstaart en enkele holenbroeders zoals koolmees en pimpelmees. Van overige broedvogelsoorten die in het plangebied voorkomen zoals diverse soorten zangvogels, weidevogels, watervogels en steltlopers is het nest niet jaarrond beschermd. Nesten van deze soorten zijn alleen beschermd wanneer deze in gebruik zijn tijdens het broedseizoen. 3.3.2
Habitatrichtlijnsoorten
Uit het soortenonderzoek van Econsultancy uit 2017 blijkt dat de volgende Habitatrichtlijnsoorten in of in de directe omgeving van het plangebied voorkomen: • Gewone dwergvleermuis (kraamverblijfplaats en enkele zomer-/paarverblijfplaatsen in de bebouwing van loonbedrijf Derksen en essentieel foerageergebied) • Ruige dwergvleermuis (paarverblijfplaats in een wilg langs het Zwarte Schaar) • Laatvlieger (zomerverblijfplaats in de bebouwing van loonbedrijf Derksen en essentieel foerageergebied) • Rosse vleermuis (paarverblijfplaats langs het Zwarte Schaar buiten het plangebied en niet-essentieel foerageergebied in het plangebied) • Watervleermuis (essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute in de vorm van het Zwarte Schaar) • Meervleermuis (essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute in de vorm van het Zwarte Schaar) • Bever (essentieel leefgebied in de vorm van het Zwarte Schaar en de strang in de Fraterwaard) • Otter (geen verblijfplaatsen en geen essentieel leefgebied) 3.3.3
Andere beschermde soorten
nl_rapport.docx 20161201
21 (53)
Uit het soortenonderzoek van Econsultancy uit 2017 blijkt dat de volgende andere beschermde soorten in of in de directe omgeving van het plangebied voorkomen: • Das (geen verblijfplaatsen en geen essentieel leefgebied) • Steenmarter (geen verblijfplaatsen en geen essentieel leefgebied) • Kwabaal (mogelijke paaiplaats in het Zwarte Schaar) • Grote modderkruiper (mogelijke voortplantingsplaats/leefgebied in het Zwarte Schaar)
nl_rapport.docx 20161201
22 (53)
4
Effecten en toetsing
4.1 Inleiding In onderstaande paragrafen worden voor de verschillende alternatieven de effecten van de verschillende verstoringsfactoren besproken. In onderstaande tabel is de verstoringsgevoeligheid van de kwalificerende waarden van het Natura 2000-gebied Rijntakken weergegeven, gebaseerd op de door het Ministerie van LNV opgestelde effectenindicatoren. Tabel 4.1-1. Overzicht gevoeligheid habitattypen en soorten voor verstoring gevoeligheid voor verstoring geluid verdroging
licht
optisch
n.v.t.
zeer gevoelig
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
zeer gevoelig
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
zeer gevoelig niet gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig gevoelig
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
gevoelig
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
niet gevoelig
n.v.t.
n.v.t.
gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig gevoelig onbekend gevoelig gevoelig
zeer gevoelig zeer gevoelig gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig gevoelig zeer gevoelig
gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig zeer gevoelig gevoelig niet gevoelig gevoelig
niet gevoelig niet gevoelig gevoelig gevoelig niet gevoelig
gevoelig niet gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig
gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig
Habitattypen H3150
H3270
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden) Slikkige rivieroevers
H6120
*Stroomdalgraslanden
H6430A
Ruigten en zomen (moerasspirea)
H6430C
Ruigten en zomen (droge bosranden)
H6510A
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) *Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) *Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Droge hardhoutooibossen
H3260B
H6510B H91E0A H91E0B H91F0
Habitatsoorten H1095 Zeeprik H1099 Rivierprik H1102 Elft H1106 Zalm H1134 Bittervoorn H1145 Grote modderkruiper H1149 Kleine modderkruiper H1163 Rivierdonderpad H1166 Kamsalamander H1318 Meervleermuis H1337 Bever Broedvogels A004 Dodaars A017 Aalscholver A021 Roerdomp A022 Woudaapje A119 Porseleinhoen
niet gevoelig gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig
nl_rapport.docx 20161201
23 (53)
A122 Kwartelkoning A153 Watersnip A197 Zwarte Stern A229 IJsvogel A249 Oeverzwaluw A272 Blauwborst A298 Grote karekiet Niet-broedvogels A005 Fuut A017 Aalscholver A037 Kleine Zwaan A038 Wilde Zwaan A039b Toendrarietgans A041 Kolgans A043 Grauwe Gans A045 Brandgans A048 Bergeend A050 Smient A051 Krakeend A052 Wintertaling A053 Wilde eend A054 Pijlstaart A056 Slobeend A059 Tafeleend A061 Kuifeend A068 Nonnetje A125 Meerkoet A130 Scholekster A140 Goudplevier A142 Kievit A151 Kemphaan A156 Grutto A160 Wulp A162 Tureluur
niet gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig gevoelig
niet gevoelig zeer gevoelig gevoelig gevoelig niet gevoelig gevoelig gevoelig
gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig
niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig
niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig
niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig zeer gevoelig zeer gevoelig niet gevoelig niet gevoelig
gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig gevoelig
gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig niet gevoelig gevoelig
Ten behoeve van het aspect natuur zijn geluidsberekeningen uitgevoerd, waarbij is gekeken welke voor vogels relevante verschuiving aan geluidsbelasting (42 en 27 dB(A)) optreedt. Dit is in onderstaande tabellen en op onderstaande figuur weergegeven. Tabel 4.1-2. Oppervlakte (hectare) met geluidsbelasting binnen Natura 2000-gebied Rijntakken. Natura2000 47 dB(A) 42 dB(A)
huidige 104 212
autonome groei 107 215
1 125 246
Alternatief 2 3 129 142 252 263
4 132 255
nl_rapport.docx 20161201
24 (53)
Tabel 4.1-3. Oppervlakte (hectare) met geluidsbelasting binnen Gelders natuurwetwerk Gelders Natuurnetwerk 47 dB(A) 42 dB(A)
huidige 39 73
autonome groei 41 74
1 44 93
Alternatief 2 3 47 55 97 99
4 47 98
Tabel 4.1-4. Oppervlakte (hectare) met geluidsbelasting binnen Groene Ontwikkelingszone Groene Ontwikkelingszone huidige 47 dB(A) 103 42 dB(A) 201
autonome groei 104 204
1 121 217
Alternatief 2 3 123 129 220 230
4 126 222
Figuur 4.1: Verschuiving geluidcontouren (47 dB(A)) per alternatief ten opzichte van de huidige situatie.
nl_rapport.docx 20161201
25 (53)
4.2
Alternatief 1
4.2.1
Natura 2000-gebieden
Oppervlakteverlies Ruimtebeslag bij alternatief 1 op het Natura 2000-gebied Rijntakken heeft alleen betrekking op VRL-gebied. Oppervlakteverlies op voor het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten is derhalve uitgesloten. Het ruimtebeslag bij alternatief 1 binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken bedraagt bruto 12,5 ha, waarvan 6,9 ha netto aan bedrijfsprogramma. Er vindt alleen ruimtebeslag plaats op landhabitat (foerageergebied) van vogelsoorten. Oppervlakteverlies op het foerageergebied van in het plangebied voorkomende herbivore watervogels (ganzen en smient) is beoordeeld aan de hand van een beknopte analyse naar verlies aan draagkracht op basis van kolgansdagen. Kolgansdagen geven een goed beeld van het gebruik van het gebied door wintergasten, omdat het een maat is voor het gebruik tijdens het hele winterseizoen. De berekening is gebaseerd op de dagelijkse energiebehoefte van de verschillende soorten overwinteraars en de beschikbaarheid van voedsel in de winterperiode. In het plangebied is momenteel ca. 16 ha aan productiegrasland aanwezig en ca. 7,5 ha aan natuurgrasland. De draagkracht van het plangebied bedraagt dan 16 ha x 450 1 = 7.200 kgd + 7,5 ha x 2902 = 2.175 kgd. Totaal bedraagt dit 9.375 kgd. Bij alternatief 1 gaat ca.
13 ha aan productiegrasland als foerageergebied voor herbivore watervogels verloren. Dit betreft een draagkrachtverlies van 5.850 kgd, een afname van ca. 0,06% ten opzichte van het totaal aan beschikbare draagkracht aanwezig in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Bij alternatief 1 blijft Het Zwarte Schaar behouden als leefgebied voor kwalificerende vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken, zoals enkele eendensoorten (smient en kuifeend) en steltlopers. Aangezien alleen een relatief beperkt deel van het foerageerhabitat van herbivore watervogels in de Stadweide verloren gaat, is per saldo sprake van een negatief effect (-) door oppervlakteverlies. Verstoring Verstoring door geluid wordt voornamelijk veroorzaakt door de gewijzigde verkeersstromen en (aanleg en) bedrijfsvoering van de bedrijven zelf waaronder een 24 uurs kade. Geluidsverstoring onder alternatief 1 wijzigt ten opzichte van huidige situatie vrijwel alleen voor het gedeelte van de Fraterwaard net noordelijk van het deelgebied Stadsweide, waarbij de grens komt te liggen bij de strang. Dit valt binnen het deelgebied Stadsweide/Koekingsbouwing, waarvan broedvogeltellingen door Vogelwerkgroep van Stad en Ambt Doesborgh beschikbaar zijn.
Hieruit blijkt dat van de broedvogels met instandhoudingsdoelen die gevoelig zijn voor verstoring door geluid hier in de periode 2012-2014 watersnip is vastgesteld met 1 paar in 2014. In de overige onderzochte deelgebieden, Dollemansstede en Waardmansplaat, werd nog een territorium van watersnip vastgesteld, overige geluidsgevoelige broedvogelsoorten waren niet aanwezig. Het niet-onderzochte centrale deel van de Fraterwaard 1 2
Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie. Gebaseerd op Voslamber & Lieftink 2011, uitgaande van een verstoorde situatie.
nl_rapport.docx 20161201
26 (53)
kent overwegend agrarisch gebruik, de overige voor geluid gevoelig broedvogelsoorten zijn riet- en moerasvogels en kunnen hier niet verwacht worden. Van de niet-broedvogels worden kemphaan, grutto, wulp en tureluur nabij plangebied waargenomen op Stadsweide en Dollemansstede (NDFF/waarneming.nl). De relevante 47 dB(A)-contour reikt echter tot zeer weinig buiten het plangebied. Het zal naar verwachting effecten kunnen hebben op foeragerende vogels op de oever van de oude strang die hier direct noordelijk van het plangebied ligt. Het geluidseffect op de strang en haar oevers is in alternatief 1 het kleinst. Verstoring door geluid onder water kan beperkte effecten hebben op de vissoorten in de IJssel, Het Zwarte Schaar en de kleinere wateren in het plangebied. Voor vissen aangewezen HR-gebied ligt op ruime afstand van het plangebied, er zullen daarom geen effecten zijn op instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende vissoorten. Het dichtstbijzijnde deel van het Natura 2000-gebied dat (ook) in het kader van de Habitatrichtlijn is aangewezen ligt in de Havikerwaard op ca. 2,5 km van het plangebied. Het plan heeft geen toename van geluid binnen HR-gebied tot gevolg. Verstorende geluiden/trillingen in de aanlegfase dragen niet zover dat dit tot een significante verstoring in HR-gebieden zullen leiden.
Effecten op instandhoudingsdoelstellingen van voor het Natura 2000-gebied kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende habitatsoorten als gevolg van verstoring door geluid worden derhalve uitgesloten. Verstoring door verlichting zal alleen in avond en nacht op kunnen treden, en hiermee effecten kunnen hebben op schemer- en nachtactieve diersoorten. Dit zal alleen het geval zijn op de Fraterwaard in de directe omgeving van het bedrijventerrein. Van de broedvogels met instandhoudingsdoelen zijn roerdomp, woudaapje, porseleinhoen, kwartelkoning ´s nachts actief. Deze soorten zijn recent echter niet vastgesteld in de onderzochte deelgebieden in de Fraterwaard. Van de niet-broedvogelsoorten met instandhoudingsdoelstelling foerageren verschillende eendensoorten, waaronder tafeleend, kuifeend en wilde eend, ‘s nachts. De duikeenden foerageren dan op de grotere wateren, andere eenden in ondiep water of op het land. Op deze eenden, die nabij het plangebied op Het Zwarte Schaar, de strang en sloten en in aangrenzende graslanden foerageren kan lichtverstoring een beperkt negatief effect hebben. Vanwege bebouwing aan de strang kan er een beperkt verstorend effect uitgaan naar graslanden hier direct noordelijk van. Optische verstoring kan optreden door aanwezigheid van de bedrijfsgebouwen en de verkeersbewegingen die op het bedrijventerrein plaatsvinden.
In alternatief 1 wordt een gedeelte van het terrein opgehoogd, waarmee het van grotere afstand zichtbaar wordt. Deels wordt dit hoger liggend deel van het buitengebied afgeschermd met aanplant van bomen. Een deel van de het bedrijventerrein en de verkeersbewegingen zal zichtbaar zijn vanuit de Fraterwaard en leiden tot optische verstoring van kwalificerende vogelsoorten, met name van foeragerende herbivore watervogels. Per saldo is sprake van een negatief effect (-) door verstoring.
nl_rapport.docx 20161201
27 (53)
Geluidscontouren voor 42 dB(A) (groen) en 47 dB(A) (rood) voor alternatief 1 in Natura 2000-gebied Rijntakken.
Stikstofdepositie Aanlegfase In de aanlegfase worden mobiele wektuigen ingezet voor het bouwrijp maken van het terrein(ondergronds infra), het ophogen van het terrein, aanleg van een laad/loskade en overige inrichting van het terrein. De grond die wordt gebruikt om het gebied op te hogen wordt per schip aangevoerd. Daarbij worden er materialen aangeleverd met vrachtwagens. Stikstofeffecten in de aanlegfase zijn berekend met Aerius Calculator. Uit de stikstofberekening voor de aanlegfase blijkt dat op 4 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een zeer negatief effect (--). Tabel 4.2.1-1: Stikstoftoename in de aanlegfase Hectare met hoogste projectbijdrage (mol/ha/jaar)
2020 Alternatief 1: Rivier - Verborgen
Rijntakken
Veluwe
Landgoederen Brummen
Stelkampsveld
92,77
0,47
0,19
0,06
nl_rapport.docx 20161201
28 (53)
Gebruiksfase In de gebruiksfase kunnen de huidige twee bedrijven op het terrein uitbreiden. Hierdoor zullen de bedrijfsgebonden emissies toenemen. Daarnaast zal door de uitbreiding van de beide bedrijven meer wegverkeer en scheepvaartverkeer van en naar het bedrijventerrein rijden. Stikstofeffecten in de gebruiksfase zijn berekend met Aerius Calculator op basis van een maximale uitbreiding van het bedrijventerrein van 20 ha. Uit de stikstofberekening voor de gebruiksfase blijkt dat op 3 Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr. De maximale toenames op deze Natura 2000-gebieden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Per saldo is sprake van een negatief effect (-). Tabel 4.2.1-2: Stikstoftoename in de gebruiksfase Hectare met hoogste projecteffect (mol/ha/jaar)
2030 Alternatief 1: Rivier - Verborgen
Rijntakken
Veluwe
Landgoederen Brummen
Stelkampsveld
6,80
0,06
0,01
-
Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de verandering van de GHG en GLG bij alternatief 1 beperkt is tot binnen het ontwikkelingsgebied/projectgrens. Er is dus geen sprake van verdroging/vernatting van omliggende leefgebieden van kwalificerende soorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit aspect scoort derhalve neutraal (0). Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit. 4.2.2
Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone
Oppervlakteverlies Het ruimtebeslag bij alternatief 1 bedraagt bruto 12,5 ha, waarvan 6,9 ha netto aan bedrijfsprogramma. Dit ruimtebeslag vindt vrijwel geheel plaats binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone (GO). Slechts een klein deel (ca. 0,6 ha) vindt plaats binnen de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN). Het Zwarte Schaar blijft volledig behouden bij dit alternatief. Per saldo is bij het aspect oppervlakteverlies op GNN/GO sprake van een negatief effect (-) bij alternatief 1. Verstoring Uit de geluidberekeningen blijkt dat bij alternatief 1 sprake is van een toename aan geluidsbelasting (47 dB(A)) op GNN en GO ten opzichte van de huidige situatie. Op GNN is sprake van een extra geluidsbelaste oppervlakte van 5 ha ten opzichte van de huidige situatie, op GO is dit 18 ha. Dit aspect scoort negatief (-).
nl_rapport.docx 20161201
29 (53)
Geluidscontouren 42 dB(A) (groen) en 47 dB(A) (rood) voor alternatief 1 in GNN/GO-gebied.
Hydrologische effecten Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de verandering van de GHG en GLG bij alternatief 1 beperkt is tot binnen de plangrens. Er is dus geen sprake van verdroging/vernatting van omliggende GNN/GO-gebieden. Dit aspect scoort derhalve neutraal (0). Als gevolg van toename van het totaal oppervlak aan verharding neemt de uitspoeling ter plaatse van de stortplaats af. Echter is de IJssel de belangrijkste component voor het uitspoelen van eventuele verontreinigingen. Er treedt nagenoeg geen verandering op ten aanzien van het aspect verontreinigingen. Per saldo is sprake van een neutraal (0) effect op de waterkwaliteit. 4.2.3
Beschermde soorten
Vogels In dit alternatief vindt ruimtebeslag plaats op (potentieel) broedhabitat van verschillende broedvogelsoorten van weilanden, struweel en ruigtes. Het Zwarte Schaar wordt niet gedempt, dus er gaat geen broedhabitat verloren van vogels die langs de oevers van het Zwarte Schaar broeden. In dit alternatief blijft loonbedrijf Derksen als bedrijf behouden. De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van huismus, boerenzwaluw en kerkuil blijven dus ook behouden. Indien werkzaamheden plaatsvinden aan het gebouw de Blikvanger kunnen nesten van de gierzwaluw worden aangetast. Naast vernietiging kan het voorgenomen plan zowel in de aanlegfase als in de gebruikfase tot verstoring van vogels leiden. Buiten het plangebied zijn nesten van buizerd en sperwer
nl_rapport.docx 20161201
30 (53)
vastgesteld. Zonder afschermende maatregelen zouden deze nestplaatsen verstoord kunnen worden. Verstoring van broedvogels kan tevens plaatsvinden op de oude strang ten noorden van het plangebied. In dit alternatief is voorzien in een integrale ophoging van het bedrijventerrein en wordt de huidige stortplaats gebruikt als parkeerplaats. De parkeerplaats loopt door tot aan de oude strang. In de strang aanwezige broedvogels kunnen verstoord worden door geluid en licht vanaf deze parkeerplaats. Het gebied direct ten noorden van de oude strang kan als gevolg van schaduwwerking of visuele verstoring van de bebouwing (het terrein wordt integraal opgehoogd) verstoord worden als broedgebied voor weidevogels of foerageergebied voor herbivore watervogels. Per saldo is sprake van een negatief effect (-) op Vogelrichtlijnsoorten. Habitatrichtlijnsoorten In dit alternatief vindt geen direct ruimtebeslag plaats op essentieel leefgebied van de bever aangezien het Zwarte Schaar niet wordt gedempt. Wel kunnen de oevers van het Zwarte Schaar en de oude strang waarin de bever foerageert extra verstoring ondervinden. Bevers zijn veelal nachtactief en met name gevoelig voor extra lichtverstoring tussen zonsondergang en zonsopkomst. In dit alternatief blijft loonbedrijf Derksen als bedrijf behouden.
De in de bebouwing op dit erf aanwezige verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger blijven dus ook behouden. De verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis in een boom langs het Zwarte Schaar blijft eveneens behouden. Dit geldt ook voor het essentiële foerageergebied en/of vliegroutes van vleermuizen langs het Zwarte Schaar en op het erf van loonbedrijf Derksen. Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen kunnen zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase wel extra verstoord worden, met name door verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst. In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de otter. Dit heeft geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soort. Per saldo is sprake van een negatief effect (-) op Habitatrichtlijnsoorten. Andere beschermde soorten In dit alternatief gaat een beperkt deel van een groter geheel aan leefgebied verloren van de steenmarter en de das. Dit heeft echter geen invloed op de buiten het plangebied gelegen verblijfplaatsen van deze soorten. Aangezien het Zwarte Schaar niet gedempt wordt en de dam niet wordt verplaatst, is geen sprake van aantasting van (potentieel) leefgebied van de vissoorten grote modderkruiper en kwabaal. Per saldo is sprake van een negatief effect (-) op andere beschermde soorten. 4.3