CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

QuickScan omgevingsaspecten (incl. bijlagen)

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente DoesburgBij agendapunt: Stedenbouwkundige uitgangspunten Herontwikkeling centrum Beinum12.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Herontwikkeling centrum Beinum QuickScan omgevingsaspecten modellenstudie 25 mei 2023

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Projectgebied 3. Modellenstudie 4. Distributieplanologisch onderzoek 5. Bodem 6. Waterbodem 7. Milieuzonering 8. Verkeer 9. Archeologie 10. Cultuurhistorie 11. Natuur - soorten / gebied 12. Waterberging 13. Waterkwaliteit 14. Externe veiligheid 15. Kabels en leidingen 16. Bijlagen

2

1. Inleiding In de ruimtelijke structuurvisie is de ambitie vastgelegd het centrum van Beinum te ontwikkelen tot een volwaardig hart van Beinum met een voorzieningen- en ontmoetingsfunctie. In het gebied liggen veel opgaven en kansen op het gebied van leefbaarheid, voorzieningen, verkeersveiligheid & parkeren, klimaatadaptatie alsook onze woningbouwopgave. Met een integrale herstructurering zetten we in op de realisatie van een toekomstbestendig en leefbaar centrum. Een centrum dat uitnodigt tot ontmoeten en de leefbaarheid van de wijk ten goede komt. Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van een nieuw definitief ontwerp voor het centrumgebied. Gelet op de omvang van het plangebied en de vele opgaven die in het gebied liggen zijn er verschillende mogelijkheden om dit nieuwe centrum te ontwikkelen. Daarom is de ontwerpfase eerst gestart met een modellenstudie waarbij via drie verschillende en uiteenlopende schetsen inzichtelijk gemaakt wat er mogelijk zou kunnen zijn in het gebied. Op basis van deze enquêtes en gesprekken met bewoners, eigenaren en de gemeenteraad zijn uitgangspunten voor het definitieve ontwerp opgesteld. basis van input van de gemeenteraad, inwoners, eigenaren en ander stakeholders zijn uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor het ontwikkelen van het definitieve ontwerp. Dit ontwerp wordt te zijner tijd in een omgevingsplan vastgelegd.

Om de haalbaarheid ervan te onderzoeken zijn onderzoeken uitgevoerd voor verschillende thema’s om inzicht te krijgen in de ruimtelijke (on)mogelijkheden van de schetsen uit de modellenstudie. In deze QuickScan zijn per thema de conclusies / aandachtspunten van deze onderzoeken opgenomen.

3

2. Projectgebied Beinum is een relatief jonge wijk in een oud rivierenlandschap. Het is de grootste en de nieuwste wijk van Doesburg. De stedenbouwkundige opzet is van de jaren 70. In de jaren 70 en 80 is er flink gebouwd aan de wijk en er wordt nog steeds gebouwd. De wijk wordt van de rest van de stad gescheiden door een brede strook landschap met daarin de gekanaliseerde loop van de Oude IJssel en het Broekhuizenwater. De wijk ligt daardoor letterlijk “buiten” de stad. Maar ook het beeld van de wijk wordt in de eerste plaats bepaald door groen. Restanten van het oude landschap zijn opgenomen in de wijk. Het plangebied Hart van Beinum ligt in het midden van de wijk en omvat ten oosten van de Breedestraat de supermarkt, de sporthal, parkeerplaats en een stukje braakliggend terrein. Ten westen van de Breedestraat vallen de vijver en de speeltuin binnen het plangebied. Het plangebied is zo gekozen dat in samenhang gewerkt kan worden aan deze verschillende opgaven. De huidige speeltuin, waterberging de Brink en een deel van de wegen Bingerdenseweg en Breedestraat maken dan ook onderdeel uit van het projectgebied. Deze plekken zijn belangrijk voor het groene beeld van het Hart van Beinum; ze spelen een belangrijke rol in de waterhuishouding en hier liggen de belangrijkste cultuurhistorische waarden.

Ook de Bingerdenseweg en Breedestraat zijn onderdeel van de planvorming voor het Hart van Beinum.

4

Hier een kaartje/luchtfoto met het projectgebied omlijnd

3. Modellenstudie Op basis van de uitgangspunten uit de Nota van uitgangspunten is een ontwerpstudie uitgevoerd voor het centrumgebied. Hiervoor zijn drie verschillende en uiteenlopende schetsen bedacht. Deze maken inzichtelijk wat er te kiezen is en op welke manier allerlei functies een plek kunnen krijgen in het nieuwe centrum. De schetsen hebben dan ook elk een eigen sfeer en indeling. Thema’s zoals water, woningbouw, parkeren en ontmoeten zijn bij iedere schets dus op een andere manier vormgegeven. De QuickScan is uitgevoerd voor de volgende schetsen: De Brinkjes Het lijkt een buurtschap of klein dorp. Het bestaat uit een netwerk van kleine pleintjes. Verbonden door wandel- en fietspaden. Om de supermarkt liggen 3 verschillende brinkjes: variërend van rustig tot levendig. De bebouwing is rond de plek van de huidige supermarkt. Hier is plaats voor een klein appartementencomplex, met de schaal van een grote dorpsvilla. Parkeerplaatsen liggen op het dak van de supermarkt. Laden en lossen vindt plaats via de Beumerskamp. De Nieuwe Pol Het verwijst naar het oude waterland met bebouwing op de pollen. De supermarkt wordt diep verzonken in de grond. Daarboven op de heuvel is plaats voor een kleine kas of schuur. Deze krijgt bij voorkeur een publieke functie. Vanaf dit park ziet men het hele Hart van Beinum. Er komt een wadi met eventueel 1 of meer vijvers.

Er komen woningen op de plek van de huidige supermarkt. Alle parkeerplaatsen komen op straatniveau. Laden en lossen vindt plaats vanaf de Bingerdenseweg. Het Marktplein Het grotere plein wordt hier omringd door meer stedelijke bebouwing. Op oudere marktpleinen vind je vaak een toren. Ook in deze schets komt een toren terug. Het is een woontoren. Langs de wegen komt groen en water. Er komt een herkenbare entree naar het Hart van Beinum. Onder de supermarkt komt een parkeerdek. Laden en lossen vindt plaats vanaf de Bingerdenseweg. 5

4. Distributieplanologisch onderzoek (DPO) Om inzicht te krijgen in de kwantitatieve uitbreidingsruimte voor de supermarkt in het centrum van Beinum is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Dit om inzicht te geven in de mogelijke (ruimtelijke) effecten van een uitbreiding op het voorzieningenniveau en op (dreigende) leegstand elders in het centrum of in de gemeente. Het onderzoek geeft aan dat er aanleiding is om de supermarkt in de wijk Beinum uit te breiden en te moderniseren, waarmee voor de inwoners van de wijk een toekomstbestendige boodschappenlocatie gerealiseerd wordt. Dit past binnen het gemeentelijk detailhandelsbeleid mits de uitbreiding geen afbreuk doet aan de algehele detailhandelsstructuur van de gemeente. Het centrum van Doesburg is hét hoofdwinkelgebied en de enige bovenlokale boodschappenlocatie in de gemeente. Om deze positie niet te ondermijnen is het belangrijk dat de supermarkt in Beinum geen bovenlokale aantrekkingskracht krijgt. Het onderzoek concludeert dan ook om een uitbreiding van de supermarkt tot maximaal 1.200 m² wvo (met een maximale bruto-vloeroppervlakte (bvo)* van 1.500m² toe te staan, deze vervult nog steeds een wijkverzorgende functie.

* De totale ruimte van een winkel bestaat uit winkel-vloeroppervlak en niet voor consumenten toegankelijke ruimten (opslag, kantine, etc.). Het winkelvloer-oppervlak bedraagt, afhankelijk van de branche, circa 70 à 80% van het brutovloeroppervlak. 6

5. Bodem Bij een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang of het huidige of toekomstige gebruik van de bodem afgestemd kan worden op de aanwezige bodemkwaliteit. De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de beoogde functie. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling is voor het gebied een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem heeft tot doel te komen tot een adequate invulling van het velden laboratoriumonderzoek (bepaling van de te volgen onderzoeksstrategie), door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving worden uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over: • het historische, huidige en toekomstige gebruik; • eventuele calamiteiten; • eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; • de bodemopbouw en geohydrologie. Doel van dit onderzoek is om te achterhalen of de locatie ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ is voor het aantreffen van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek dient inzicht te geven in het historische, huidige en toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie en de aangelegen terreindelen of percelen.

Geadviseerd wordt om ter plaatse van de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek, een verkennend onderzoek asbest in bodem/puin en een asfaltonderzoek uit te voeren volgens het voorstel in de hoofdstukken 13 en 14. Indien er uit deze (bodem)onderzoeken blijkt dat er sprake is van een sterke (bodem) verontreiniging, zal de verontreinigde grond/puin moeten worden gesaneerd. Zodra er meer duidelijkheid is over het definitieve ontwerp en de bouwlocaties zal hier een vervolg aan gegeven worden. 7

Hier een kaartje met omliggende bedrijven en milieuzoneringen

6. Waterbodem In opdracht van Waterschap Rijn en IJssel is in 2022 ter plaatse diverse vijvers en watergangen in de wijk Beinum een verkennend vooronderzoek waterbodem uitgevoerd. Het onderzoek had als doel het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van het sediment en de vaste waterbodem in de watergangen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen baggerwerkzaamheden. Ter voorbereiding op deze werkzaamheden is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de actuele kwaliteit van de betreffende waterbodem tot 1,0 m onder het folie. Uit het onderzoek blijkt dat het zand onder het folie toepasbaar op landbodem en in oppervlaktewater is. Hierin is geen PFAS aangetroffen. Het slib was niet toepasbaar op landbodem en in oppervlaktewater vanwege te hoge gehalten minerale olie of zink, en vanwege PFAS in gehalten boven de bepalingsgrens. Inmiddels is de waterbodem van vijver de Brink door het Waterschap gesaneerd, de verontreiniging is daarbij verwijderd. Deze levert geen belemmeringen op voor de vervolgfase.

8

7. Milieuzonering Milieuzonering betreft het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende functies enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Dit gebeurd veelal door het aanhouden van een bepaalde afstand tussen deze functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. In het gebied liggen percelen met de bestemming ‘Centrum’ (de supermarkt), ‘Horeca’ (de snackbar), ‘Maatschappelijk’ (sporthal en ‘buurthuis’) en ‘Wonen’. In de drie schetsen wordt niet aan alle richtafstanden voldaan aan de richtafstanden voor milieuzonering. In het gebied is ook een sporthal gelegen. Hiervoor geld volgens de VNG(advies)lijst een maximale richtafstand (aspect geluid) van 50 meter voor geluid. Mocht dit toch kleinschaliger zijn dan kan ook sprake zijn van een gymnastiekzaal. Dan is de maximale richtafstand (aspect geluid) 30 meter. Het is mogelijk om gemotiveerd van deze VNG richtafstanden af te wijken. Bij het ontwikkelen van het definitieve ontwerp dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening gemotiveerd te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de woningen en dat de bedrijven niet in hun belangen worden geschaad.

Dit dient te worden aangetoond met nader onderzoek per milieuaspect waarbij ook gekeken zal worden naar de activiteiten die ondernomen worden, zoals bijvoorbeeld verkeersbewegingen. Met nader onderzoek kan vaak worden aangetoond dat sprake is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Ook kan onderzocht worden of er vanwege de bijzondere kenmerken van het nieuwe ontwerp sprake is van een functiemengingsgebied, Dat is alleen niet op voorhand te zeggen. Dat moet het onderzoek uitwijzen nadat er meer duidelijkheid is over het definitieve ontwerp. 9

Hier een kaartje met omliggende bedrijven en milieuzoneringen

8. Verkeer Indicatieve effecten verkeersgeneratie Voor de modellenstudie is, op basis van verkeersgeneratiekencijfers uit CROWpublicatie, de (indicatieve) verkeersgeneratie per weekdag voor de te realiseren woningen in beeld gebracht. In de uitgangspunten is de oppervlakte van de nieuwe winkel gemaximaliseerd zodat deze geen bovenlokale aantrekkingskracht krijgt. De insteek is en blijft uitsluitend een wijkverzorgende functie. Het is de verwachting dat dit dan ook niet tot een verschuiving in koopstromen zal leiden waardoor bij het onderzoek geen rekening is gehouden met additionele verkeersgeneratie ten gevolge van de uitbreiding. Uit onderzoek blijkt dat de indicatieve additionele verkeersgeneratie ten gevolge van de ontwikkeling circa 510 motorvoertuigbewegingen per weekdag bedraagt. Hiervan zal circa 10% in het drukste uur van een etmaal afgewikkeld worden. Het gaat hierbij derhalve in het drukste uur van de dag om een toename van 51 motorvoertuigen in een uur. Deze toename zal volgens het onderzoek in de praktijk voor omwonenden niet of nauwelijks te herkennen zijn.

De politie geeft aan in de modellenstudie geen onoverkomelijke bezwaren qua mobiliteit te zien mits er in ieder geval goed nagedacht wordt waar en hoe de vrachtwagens gaan lossen bij de supermarkt. Dat kan namelijk problemen opleveren in woonwijken. Hier is in de opgenomen uitgangspunten rekening mee gehouden. 10

9. Archeologie Archeologie Voor het plangebied is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd. Vanwege de landschappelijke situering van het plangebied – relatief hooggelegen en nabij diverse waterlopen – geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting. Op twee locaties is een diepe bodemverstoring ontstaan bij de aanleg van een vijver en de bouw en uitbreiding van een supermarkt. Ter hoogte van de ‘diepe verstoringen’ (figuur 17) worden geen archeologische resten meer verwacht. Voor het vervolgproces zijn deze locaties vanuit archeologisch oogpunt vrij gegeven. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de toekomstige bodemingrepen. Indien ervoor het ontwerp bodemingrepen worden gepland buiten de ‘diepe verstoringen’ wordt aanbevolen om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Dit onderzoek wordt uitgevoerd zodra er meer duidelijkheid is over het definitieve ontwerp Cultuurhistorie Het Gelders Genootschap heeft in samenwerking met de Adviescommissie cultuurhistorie een verkenning van de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden voor het gebied uitgevoerd.

Deze uitgevoerde verkenning omvat het verhaal van de historische ontwikkeling van Beinum en richt zich op het grondgebied van het huidige Hart van Beinum. De verkenning gaat daarbij in op de culturele kenmerken en waarden, die behoudens waardig zijn of inspiratie vormen voor de transformatie van het Hart van Beinum. De conclusie van het (relatief jonge) centrum is dat samenhang in de bebouwing en ruimtes niet geheel logisch oogt en dat voor de openbare ruimte een duidelijke ontwerpgedachte ontbreekt. Hiervoor zijn in het document een aantal concrete waarden, knelpunten en kansen benoemd. 11 Het historische verhaal vormt één van de lagen van het toekomstige Hart van Beinum. De mate waarin de historische laag beleefbaar wordt is afhankelijk van de nog te

Figuur 17. Bekende erven (rood), dijk/weg (oranje), diepe bodemverstoringen (zwart gearceerd) en onbekende bodemverstoringen (bebouwing, paars).

10. Cultuurhistorie Cultuurhistorie Het Gelders Genootschap heeft in samenwerking met de Adviescommissie cultuurhistorie een verkenning van de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden voor het gebied uitgevoerd. Deze uitgevoerde verkenning omvat het verhaal van de historische ontwikkeling van Beinum en richt zich op het grondgebied van het huidige Hart van Beinum. De verkenning gaat daarbij in op de culturele kenmerken en waarden, die behoudens waardig zijn of inspiratie vormen voor de transformatie van het Hart van Beinum. De conclusie van het (relatief jonge) centrum is dat samenhang in de bebouwing en ruimtes niet geheel logisch oogt en dat voor de openbare ruimte een duidelijke ontwerpgedachte ontbreekt. Hiervoor zijn in het document een aantal concrete waarden, knelpunten en kansen benoemd voor diverse cultuurhistorische waarden in het gebied.. Het historische verhaal vormt één van de lagen van het toekomstige Hart van Beinum. De mate waarin de historische laag beleefbaar wordt is afhankelijk van de nog te maken keuzes voor het definitieve ontwerp.

12

11. Natuur Soortenbescherming Voor het centrum van Beinum is een QuickScan wet natuurbescherming (bureauonderzoek en veldbezoek) uitgevoerd. Doel is om in te schatten of er in het gebied planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen herontwikkeling. Voor de volgende soorten/ soortgroepen kan de herontwikkeling van het gebied mogelijk verstorend werken en zijn eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten noodzakelijk: Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten geldt dat, indien de groenwerkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Vleermuizen Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, wordt op dit moment een aanvullend onderzoek uitgevoerd voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis en laatvlieger. Dit om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen vast te kunnen vaststellen. Op basis hiervan kan vastgesteld worden of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. In de periode april jl. tot en met september worden hier een aantal veldbezoeken voor uitgevoerd.

Grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën In het kader van de zorgplicht is het tijdens e realisatiefase noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke te doen om het doden van individuen te voorkomen. 13

11. Natuur Gebiedsbescherming Voor elk Natura2000 gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor het centrum van Beinum is een QuickScan wet natuurbescherming (bureauonderzoek en veldbezoek) uitgevoerd. Doel is om in te schatten of de herontwikkeling een negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen. Het centrum van Beinum is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 245 meter afstand ten noorden van de onderzoekslocatie (zie figuur 7.1). Gelet op deze korte afstand kunnen effecten op dit gebied niet worden uitgesloten. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen in het centrumgebied zijn, gezien de genoemde afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden en de ligging van de planlocatie binnen de bebouwde kom niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de sloop en nieuwbouw op voorhand niet uit te sluiten. In de vervolgfase is vervolgonderzoek ten aanzien van stikstof dan ook noodzakelijk.

Zodra er meer bekend is over het definitieve ontwerp en het bijbehorende programma zal dit onderzocht worden middels een modelberekening (AERIUS-berekening) voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase.

14

12. Waterberging Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Bij ontwikkelingen vormen de uitgangspunten in de uitgangspuntennotitie ‘Water in ruimtelijke plannen’ van het Waterschap hier het vertrekpunt voor. Op basis van deze uitgangspunten zijn gesprekken gevoerd over de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en het effect op het watersysteem, de waterketen en waterveiligheid. Voor het opvangen van hemelwater in het gebied dient, in verband met de klimaatverandering, rekening gehouden te worden met een T100 bui (70 mm in een uur). Het aantal kuub wat in het gebied behouden moet blijven voor berging is naar verwachting grofweg 2600 m3. Deze berging moet ongeveer op dezelfde hoogte liggen als nu of in ieder geval niet voor een hoger peil zorgen dan nu (dus op 9,10 m +NAP evenveel bergen als in huidige situatie). De inschatting is dat een wadi met bodemhoogte vanaf 8 m +NAP voldoende droog valt. Mocht in het definitieve ontwerp een andere hoogte gewenst of noodzakelijk zijn dan heeft dit gevolgen voor de te bergen kuub in het gebied. De maximale capaciteit van de vijver is op dit moment nog twee keer zo groot als wat wordt benut in een T100 bui. Dit komt omdat de vijver vrij diep in het landschap ligt. Nog niet duidelijk is of deze overcapaciteit ook in een nieuwe ontwerp meegenomen moet worden.

Zodra er meer duidelijkheid is over het definitieve ontwerp en de toe te voegen verharding en/of open water in het gebied zal hier opnieuw afstemming met het Waterschap over plaats vinden. In de verschillende schetsen lijken voldoende mogelijkheden te zijn om ook bij het definitieve ontwerp te voorzien in voldoende waterberging voor het gebied.

15

Hier een passende afbeelding

13. Waterkwaliteit Vanuit het Waterschap zijn aanbevelingen en voorwaarden aan de waterkwaliteit gesteld. Bij een herontwikkeling van het centrumgebied adviseert zij in te zetten op een robuuste Wadi. In de huidige situatie treed vooral in zomers als het warm en droog is, met deze voedselrijkheid van het watersysteem, snel algenontwikkeling op. Al een aantal zomers is er blauwalg in deze vijver geconstateerd. Blauwalgen in bloei bevatten toxische stoffen. Aanraking met de huid kan in die situatie tot ernstige gezondheidsproblemen leiden. Wanneer in het nieuwe ontwerp wordt gekozen voor Wadi’s, dan is deze opgave meteen opgelost en niet meer van toepassing, omdat er dan geen open water meer aanwezig is. Deze Wadi dient, om de druk in het stelsel en de daarmee samengaande stijghoogte af te vlakken, ten alle tijden in open verbinding te blijven met het duikerstelsel. Wanneer voor open water wordt gekozen, is een minimale capaciteit en een minimale bodemhoogte nodig. Ook wordt dan aanbevolen om een extra aansluiting met het duikerstelsel en de vijver te realiseren. Zo wordt meer beweging in het water mogelijk gemaakt wat de waterkwaliteit ten goede komt. De bestaande folielaag in de bodem van de huidige vijver moet worden verwijderd. Bekleden van de vijverbodem met ondoorlatende klei is optioneel. Zonder klei, zal de vijver gaan mee fluctueren met het grondwaterpeil.

Tijdens extreme droogte zou hij tijdelijk plas-dras of droog kunnen worden. Voldoende water in de vijvers is dan meer weersafhankelijk en leidt bij lage waterstanden in bij warm weer sneller tot opwarming en waterkwaliteitsproblemen. Zodra er meer duidelijkheid is over het definitieve ontwerp en de wadi’s en/of open water in het gebied zal voor de borging van een goed beheer van de waterkwaliteit naar de toekomst toe, een integraal beheer en onderhoudsplan (voor alle vijvers in Beinum) opgesteld worden. 16

De vijvers in Beinum staan onderling met elkaar in verbinding door middel van een ondergronds watersysteem (duikers), dit zijn de gele lijnen op de afbeelding.

14. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen zijn bijvoorbeeld vuurwerk, lpg of munitie. Het vervoer van die stoffen kan over weg, water en spoor of door buisleidingen gaan. Externe veiligheid kan dan ook op twee manieren ingedeeld worden: enerzijds tussen transportrisico en het risico bij inrichtingen. Dit beleid is vooral gericht op de kans op overlijden maar ook steeds meer op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid van een incident. Hiermee wordt ook de kans op gewonden meegewogen. Aspecten waar in de vervolgfase met name afstemming met de brandweer moet plaats vinden. Vanuit externe veiligheid zijn gemeenten verplicht deze risico's te inventariseren. Deze gegevens staan op de Risicokaart. De VGGM (Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden) heeft aangegeven dat binnen het plangebied waar de herontwikkeling van het centrum van Beinum plaats gaat vinden, zich op dit moment geen Externe veiligheid gerelateerde activiteiten plaats vinden. Zodra er meer duidelijkheid is over het definitieve ontwerp en concrete categorieën (functies) die in het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, zal opnieuw afstemming plaats vinden met de VGGM.

Dit om te bespreken of er met deze activiteiten externe veiligheidsrisico’s te verwachten zijn waar eventueel regels voor opgenomen moeten worden in het omgevingsplan.

17

15. Kabels en leidingen Voor het centrumgebied Beinum is een oriëntatiemelding gedaan bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). Langs de Bingerdenseweg en Breedestraat loopt een kabels en leidingenstrook met onder andere water, lage druk gas, en een laag- en middenspanning. Mocht in het definitieve ontwerp sprake zijn van een aanpassing van het wegtracé dan kan het zijn dat deze strook of gedeelten hiervan verlegd dienen te worden. Verder zijn er binnen het plangebied voornamelijk huisaansluitleidingen aangetroffen, die bij herinrichting van het gebied verlegd te worden ten behoeve van de nieuwbouw. Er zijn bij deze melding geen transportleidingen ( hoogspanning, hogedruk gas, water, persleiding riolering aangetroffen.) Zodra er meer duidelijkheid is over het definitieve ontwerp dient deze binnen het combi-overleg besproken te worden met de kabels en leiding bedrijven. Voor het opstellen van het definitief ontwerp dient daarnaast een inmeting te worden uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat technische, en onderhoudseisen die van invloed zijn op het ruimtegebruik pas laat in beeld komen en in een laat stadium tot ongewenste planaanpassingen leiden. Gegevens van de bestaande situatie, zoals hoogten, elementen en kabels en leidingen komen hierbij aan bod.

18

16. Bijlagen • • • • • • • •

19

Verkenning cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden Distributieplanologisch onderzoek (DPO) Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Verkennend vooronderzoek waterbodem Indicatieve verkeersgeneratie Archeologisch vooronderzoek QuickScan wet natuurbescherming Notitie waterkwaliteitsaspecten vijver De Brink

VERKENNING CULTUURHISTORISCHE, STEDENBOUWKUNDIGE EN LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN HART VAN BEINUM GEMEENTE DOESBURG

VERKENNING CULTUURHISTORISCHE, STEDENBOUWKUNDIGE EN LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN HART VAN BEINUM GEMEENTE DOESBURG partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl | 2

COLOFON Initiatiefnemer

Gemeente Doesburg

Contactpersoon

Harm Schuiling | gemeente Doesburg

Datum

19-10-2022

Gelders Genootschap

026 4421742 Jan Wabeke | j.wabeke@geldersgenootschap.nl Anne van Schaijk | a.vanschaijk@geldersgenootschap.nl

INLEIDING De gemeente Doesburg is voornemens het Hart van Beinum een impuls te geven. Op dit moment heeft het centrum een gedateerde uitstraling en functioneert onvoldoende als hart van de wijk. Door een aantrekkelijk centrum te ontwikkelen draagt de locatie bij aan de toekomst en leefbaarheid van de wijk. Daarbij is ruimtelijke kwaliteit voor de gemeente een belangrijk onderwerp. Het historische verhaal vormt één van de lagen van het toekomstige Hart van Beinum, vandaar dat deze verkenning van de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden is opgesteld. Het plangebied Hart van Beinum ligt in het midden van de wijk Beinum en omvat ten oosten van de Breedestraat de supermarkt, de sporthal, parkeerplaats en een stukje braakliggend terrein. Ten westen van

de Breedestraat vallen de vijver en de speeltuin binnen het plangebied. Deze verkenning bekijkt het hart zelf, maar ziet deze ook in de bredere context. Beinum is een relatief jonge wijk in een oud rivierenlandschap. Beide omvatten culturele kenmerken en waarden, die behoudenswaardig zijn of inspiratie vormen voor de transformatie van het Hart van Beinum. De mate waarin de historische laag beleefbaar wordt is afhankelijk van de keuzes in het ontwerpproces. Deze verkenning omvat het verhaal van de historische ontwikkeling en benoemt een aantal concrete waarden, knelpunten en kansen.

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl | 3

HISTORISCHE ONTWIKKELING

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl | 4

Topografische kaart 1870 (bron: topotijdreis)

Topografische kaart 1940 (bron: topotijdreis)

Topografische kaart 1970 (bron: topotijdreis)

Topografische kaart 1980 (bron: topotijdreis)

Topografische kaart 1990 (bron: topotijdreis)

Topografische kaart 2020 (bron: topotijdreis)

HISTORISCHE ONTWIKKELING Met een aantal grote passen stappen we door de geschiedenis van Beinum, waarbij we ons richten op het grondgebied van het huidige Hart van Beinum. VOOR DE BEDIJKING; EEN DEKZANDRUG TUSSEN RIVIERGEULEN Het landschap van Beinum en Angerlo bestond uit dekzandruggen met daartussen riviergeulen. De vroegere geul tussen Beinum en Angerlo is nu nog te herkennen in de laagte aan de noordkant van de Mariëndaalseweg. De dekzandruggen liepen regelmatig onder water, wat zorgde voor vruchtbare landbouwgrond. In de Karolingische tijd vond bewoning met name plaats op de rivierduin. De naam van het buurtschap, met de uitgang –um, duidt ook op een Karolingische plaatsnaam als ‘Beino-hem’: de woonplaats van de persoon ‘Beino’. Later werden ook lager gelegen gebieden gebruikt voor bewoning. Om toch droge voeten te houden, werden boerderijen op pollen (terpen) gebouwd. Op de huidige hoogtekaart zien we dat het erf de Grote Pol (eerder Hof te Beinum genoemd) op zo’n kunstmatige verhoging in het landschap ligt. Exacte datering van de boerderij is lastig. Uit stukken van Huis Bingerden blijkt in ieder geval de belening van Joannes E. van der Heijden met Hof te Beinum of de Pol door de leenkamer van Keppel in 1753.

TUSSEN BEDIJKING EN 1960; BUURTSCHAP EN MARKE BEINUM Waar de IJsseldijk in de 14e eeuw precies is aangelegd, is ons niet bekend. Mogelijk dat de hoofdstroom van de IJssel vroeger noordelijker lag. Misschien ter hoogte van de huidige Lamme IJssel. Misschien wel noordelijk van de Beijmerwaard. Op kaarten uit de 18de eeuw is duidelijk te zien dat de IJsseldijk ongeveer ter hoogte van de Bingerdenseweg ligt. De dijk knikt zich rond het erf De Pol, dat buitendijks ligt. De dijk ligt dan dus meer landinwaarts dan nu het geval is. De Breedestraat sluit aan op de dijk bij de dijkafrit naar De Grote Pol. De weg loopt richting Angelo en is voorzien van laanbeplanting. Iets ten oosten van de Breedestraat ligt het erf Zanderskamp. Later in de 19de eeuw zien we ook het erf de Kleine Pol op de kaart verschijnen. De plek van het huidige Hart van Beinum is dan dus al een knooppunt in de ruimtelijke structuur. Tot 1960 verandert er weinig. In 1957 gaat Beinum over van de gemeente Angerlo naar de gemeente Doesburg. Rond 1970 wordt de marke Beinum officieel opgeheven. Een nieuw tijdperk begint voor Beinum.

1970-HEDEN; ONTWIKKELING STADSDEEL BEINUM Stedenbouwkundig plan Beinum 1972 Bij de naoorlogse uitbreidingswijken werd aanvankelijk weinig rekening gehouden met de historische ondergrond. In de jaren ‘70 zien we het idee over stedelijke uitbreidingswijken veranderen. Er is meer oog voor bestaande gebiedskenmerken. Historische relicten en landschap worden geïnventariseerd en gewaardeerd en waar mogelijk opgenomen in de nieuwe De Grote Pol in 1953

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl |

1960-1970: AANPASSING INFRASTRUCTUUR Tussen 1960 en 1970 wordt de infrastructuur aangepast. De Bingerdenseweg wordt ca. 1960 recht getrokken. De knik bij de Grote Pol verdwijnt. De Bingerdenseweg houdt de functie van rivierdijk én de functie van hoofdweg van Doesburg naar Zevenaar. In de eerste helft van de jaren 70 verandert deze situatie alweer. De nieuwe IJsseldijk wordt aangelegd dichter bij de rivier en voor het doorgaande verkeer wordt de nieuwe Provinciale Weg aangelegd (huidige N338), waardoor Beinum en Angerlo van elkaar worden gescheiden. Tussen de nieuwe IJsseldijk en de nieuwe provinciale weg kan de stad Doesburg gaan uitbreiden.

5

HISTORISCHE ONTWIKKELING woonwijk. De gedachte is dat de wijk daarmee minder steriel wordt; Er is iets te beleven.

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl | 6

Schetsontwerp centrum Beinum 1985

Schetsontwerp centrum Beinum 1989

Tegelijkertijd heeft men een afkeer van grote gebaren. Kleinschaligheid en knusse, veilige woonomgevingen staan centraal. De Forum-beweging met architecten als Aldo van Eyck pleit hiervoor. Voor de ontwikkeling van de wijk wordt een zogenaamd vlekkenplan gemaakt. Vlekken zijn deelgebieden met een eigen functie; wonen, werken, centrum. De vlekken zijn verbonden door de verkeersstructuur. In Beinum waren dat de al bestaande wegen. Alleen de Bingerdenseweg vond men te recht en deze kreeg opnieuw enkele knikken. De vlekken werden gescheiden door een wijkgroenstructuur, waarin fiets- en voetpaden werden opgenomen, alsmede de watergangen. Kenmerkend is dat de oudste vlekken van binnenuit werden ontwikkeld en niet gericht zijn op de hoofdstructuur. Het zijn de zogenaamde woonerf- of bloemkoolbuurten. De woonervenbuurten zijn sterk naar binnen gericht. De bebouwing bestaat steeds uit groepjes met eenzelfde architectuur. Een duidelijke omslag in de stedenbouwkundige opvattingen vindt plaats rond 1990. Postmoderne stedenbouw komt op, waarbinnen de klassieke bouwkunst wordt herontdekt. Dat is te zien aan de buurten ten westen van de Breedestraat, die een meer klassieke stratenverkaveling hebben en een meer monumentale as gericht op het buurtcentrum.

Ontwikkeling van een centrum Het lijkt erop dat men van begin af aan wel het idee heeft gehad dat het Hart van Beinum ergens bij de kruising van de Breedestraat en de Bingerdenseweg moest komen te liggen, dus bij de vroegere Hof te Beinum. De bouw van de sporthal Beumerskamp in 1980 wijst hierop. Maar op dat moment had men nog geen idee hoe het centrum eruit moest komen zien. Er is een schetsontwerp voor het centrumgebied uit 1985, waarbij ook de drie boerderijen, die uiteindelijk behouden zijn, zijn afgebeeld. Opvallend is dat het erf Zanderskamp hierbij een prominente plek heeft tussen het centrum en het park aan de oostkant. Een tekening uit 1989 laat zien hoe het plan is uitgevoerd. We zien een aantal woonstraatjes met rijtjes woningen met topgevels en een dubbele woningen met grote zadeldaken langs de rand van het park. De voorzieningen liggen schijnbaar willekeurig aan het parkeerterrein.

HISTORISCHE ONTWIKKELING In het ontwerp van de buurt Campstede zijn pogingen gedaan om het Hart van Beinum verder vorm te geven. De hoofdas is een laan, die begint bij het buurtcentrum en zich vervolgens splitst in twee takken. De gekromde bebouwingswand kadert het centrum als het ware in en richt zicht duidelijk naar het centrum. Het ingekaderde gebied mist samenhang en kwaliteit. Het diepe, zadelvormige waterbassin “De Brink” vormt een vreemd element op ongeveer het hoogste punt van de dekzandrug. De speelplek en de oude erven van de Grote Pol en de Kleine Pol liggen verscholen achter begroeide grondwallen.

Beumerskamp, rijtjeswoningen met topgevels

De Bogaert, postmoderne kenmerken De architectuur van de gekromde wand van de Bogaert heeft postmoderne kenmerken. De wand is opgebouwd uit een compositie van rechthoekige vlakken en volumes. Lichte gekleurde baksteen wordt afgewisseld met donkere vlakken opgebouwd uit donker gekleurde puien. Door

Bingerdensweg, rijtjeswoningen met topgevels

Tweekappers Beumerskamp

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl |

Post 65 architectuur Beumerskamp, rijtjeswoningen met topgevels, kleinstedelijke forum architectuur Zoals in de meeste wijken uit deze periode is de architectuur niet bijzonder uitgesproken. Het meest uitgesproken zijn de rijtjeswoningen met topgevels langs de Beumerskamp en deels ook langs de Bingerdenseweg. Deze lijken geïnspireerd door de Forum-architectuur. Door de met hout beklede topgevels, de loggia’s en de naar voren komende muurtjes bij de voordeuren is iedere woning in een rij afzonderlijk herkenbaar en ontstaat een kleinschalig en kleinstedelijk beeld. Het doet in de verte denken aan de iets jongere gevelwand van langs de Blekersgracht in het centrum van Doesburg.

Tweekappers Beumerskamp, boerderijachtige forum-architectuur Een tweede typologie lijkt naast de forum-architectuur ook geïnspireerd op de boerderijen van de oude buurtschap. We zien dit bij de tweekappers aan Beumerskamp aan de kant van het park. Kenmerkend hierbij zijn de forse zadelkappen, de lage goten en de rode baksteen. We zien dit ook bij de rijtjeswoningen aan de Zanderskamp, waarbij naar voren uitgebouwde portieken met een schuine kap ervoor zorgen dat vooral kappen het beeld bepalen en dat tegelijk de individuele woningen binnen het rijtje te onderscheiden zijn. De nieuwe tweekappers aan de Wemmersweerd lijken qua hoofdvorm op de tweekappers aan de Beumerskamp, maar door het gebruik van lichte stenen en de ronde witte erkers weerspiegelen deze duidelijk een ander tijdsbeeld. Toepassing van rode baksteen, lage goten en forse kappen zien we wel weer terug in de architectuur van de sporthal Beumerskamp. Door allesoverheersende brede gele luifel/goot valt dit niet duidelijk op.

7

HISTORISCHE ONTWIKKELING

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl | 8

de symmetrische plaatsing t.o.v. de zijstraat de Bogaert ontstaat een zekere monumentaliteit. Postmodern is ook de huisartsenpraktijk aan de Beumerskamp. Kenmerkend zijn de licht gekleurde bakstenen schijven en het zwevende, deels, gebogen dak. Dit vriendelijk ontworpen gebouw valt helaas wat weg tegen het grote volume van de sporthal.

Bij onbebouwde ruimte ontbreekt een ontwerpgedachte Voor het hele gebied geldt dat de inrichting van de openbare ruimte, de inrichting van voortuinen en ook de erfafscheiding langs zijtuinen niet bijdragen niet aan een verzorgd totaalbeeld. Het principe van parkeren in eigen tuin, dat op een aantal plekken is toegepast, versterkt ook het rommelige beeld.

Rijwoningen Zanderskamp, Breedestraat

Sporthal vanaf de Breedestraat

Rand Campstede

Huisartsenpraktijk vanaf de Beumerskamp

WAARDERING CULTUURHISTORIE IN HART VAN BEINUM DE GROTE POL + KOLDEWEIJ Uit de periode voor de ontwikkeling als woongebied is de Grote Pol een bijzonder waardevol relict. Die waarde zit hem in de terp, die waarschijnlijk van zeer oude datum is en het boerderijensemble, dat een uitstraling heeft van rond 1900 en in het gegeven dat hier de oorspronkelijke Hof te Beinum lag. Het straatje Koldeweij dat hier op aansluit heeft ook nog historische kenmerken. Helaas is de Grote Pol aan de kant van het centrum afgeschermd met grondwallen. De Grote Pol heeft de potentie om visueel en functioneel een grote bijdrage te leveren aan de uitstraling van het Hart van Beinum. De landschappelijk inrichting van het erf en de omliggende omgeving zou meer recht kunnen doen aan het oorspronkelijke karakter. Een passende publieke functie of horeca kan de betekenis voor het centrum vergroten.

Boerderij Sanderskamp omstreeks 1980

Oplevering van de nieuwe boerderij in 1911

Kleine Pol in 1910

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl |

DE KLEINE POL EN DE ZANDERSKAMP Ook de twee andere oude erven: de Kleine Pol en de Zanderskamp zijn waardevolle relicten van voor de woonwijk. Bij de Kleine Pol is mogelijk sprake van een terp. De bebouwing is sterk aangetast en minder waardevol. Bij de Zanderskamp is de oorspronkelijke bebouwing nog wel goed herkenbaar. In potentie zouden deze oude erven een grotere bijdrage kunnen leveren aan de identiteit van het Hart van Beinum, maar op dit moment zijn ze te weinig zichtbaar. De Kleine Pol kan een bijdrage leveren als verbindende schakel tussen de Brink, de straat Zanderskamp en de Breedestraat. Het erf Zanderskamp als schakel tussen het centrum en het park met de waterpartij. Ook voor deze erven geldt dat een passende publieke functie of horeca de betekenis voor het centrum zou kunnen vergroten.

9

WAARDERING CULTUURHISTORIE IN HART VAN BEINUM OUDE WEGEN De Bingerdenseweg, de Breedestraat en de Koldeweij zijn terug te herleiden tot historische structuren. Door ingrepen in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw liggen de eerste twee nu in het centrum niet meer op hun originele tracé. Buiten het centrum is behoud van het dijkprofiel van de Bingerdenseweg wel aan te bevelen evenals herstel van het laanprofiel van de Breedestraat en behoud/herstel van het karakter van de Koldeweij.

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl | 10

Schets van de grondruil Zanderskamp 1977

POST 65 ARCHITECTUUR Langs de Beumerskamp liggen enkele complexen uit de periode na 1965, waarbij enige waarde kan worden toegekend aan de architectuur. Meest waardevol zijn de rijtjes woningen met houten topgevels als voorbeeld van forum-architectuur en de huisartsenpraktijk met postmodernistische kenmerken. De forum-architectuur refererend aan boerderijen langs de parkrand en aan de Zanderskamp is minder waardevol, maar vormt wel een mooi geheel met de hiervoor genoemde forum-architectuur. De gekromde bebouwingswand langs de Bogaert heeft enige waarde, vanwege de postmoderne architectuur. Als stedenbouwkundig gebaar werkt het op dit moment echter niet, door het versnipperde beeld van de ruimte ervoor. SPORTHAL BEUMERSKAMP De sporthal tenslotte is lastig positief te waarderen, door de schrale uitstraling van de dakbedekking en de te fors uitgevallen en opvallende gekleurde goten en luifels. Echter niet ondenkbaar is dat het gebouw kan worden getransformeerd in een gebouw met een meer passende uitstraling, zonder de architectuur uit 1980 geheel uit te wissen. Bijvoorbeeld door de kappen meer te laten spreken. Ook is het denkbaar de constructie te behouden en opnieuw in te vullen.

BRONNEN • • • • • • •

Waterbiografie van De Liemers, Inspiratiedocument 27 januari 2020; Waterschap Rijn en IJssel i.s.m. Liemers ++ https://www.beinumboerderijen.eu/ Beinum Historische Boerderijen https://kvan.courant.nu/issue/NAB/1980-09-01/edition/0/page/70 https://proxy.archieven.nl/0/414643C033B7442590D6BF6E21EA05E9 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Doesburg, 2017 Topotijdreis Street Smart, Cyclomedia

partner in omgevingskwaliteit | www.geldersgenootschap.nl | 11

POSTADRES

Postbus 68 6800 AB Arnhem TELEFOON

+31 (0)26 442 17 42 E-MAIL

info@geldersgenootschap.nl WEBSITE

www.geldersgenootschap.nl

partner in omgevingskwaliteit

RAPPORTAGE milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Centrum Beinum Doesburg

Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Centrum Beinum, Doesburg Opdrachtgever

Gemeente Doesburg Phillippus Gastelaarsstraat 2 6981 BH Doesburg

Rapportnummer

21331.001

Versienummer

D2

Status

Eindrapportage

Datum

12 mei 2023

Opsteller1

Mevrouw D.J. de Jong

Kwaliteitscontrole

De heer drs. M.S.H. Niemarkt

1

AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

Daarom Econsultancy KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadvies- en -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit.

GELDIGHEID ONDERZOEK Het bodemonderzoek betreft een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK .......................................................................... 1

3

GERAADPLEEGDE BRONNEN ..................................................................................................................... 3

4

HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE ......................................................................... 3

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE ............................................................................................................................ 6

6

CALAMITEITEN ........................................................................................................................................... 6

7

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE ................................................. 6

8

AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN ............................................................................................. 7

9

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ................................................................. 7

10

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................................................... 8

11

KABELS EN LEIDINGEN ............................................................................................................................... 8

12

TERREININSPECTIE ..................................................................................................................................... 9

13

HYPOTHESE (ONDERZOEKSOPZET) ............................................................................................................ 9

14

ASFALTONDERZOEK ................................................................................................................................. 11

15

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 12

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4. 5.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto’s onderzoekslocatie - Kadastrale gegevens - Informatie vooronderzoek - KLIC-oriëntatie

1

INLEIDING

Gemeente Doesburg heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Centrum Beinum te Doesburg. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. In dit vooronderzoek is er ook gekeken naar de aanwezige asfaltverhardingen binnen de onderzoekslocatie, welke mogelijk vervangen en/of verwijderd dienen te worden ten behoeve van de herontwikkeling. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem heeft tot doel te komen tot een adequate invulling van het velden laboratoriumonderzoek (bepaling van de te volgen onderzoeksstrategie), door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek" (aanleiding A). Het uitvoeren van een vooronderzoek conform de NEN 5717 voor de waterbodem/vijver valt buiten de scope van onderhavige rapportage. Tevens is er een vooronderzoek conform de CROW 210 uitgevoerd voor de asfaltverhardingen.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie is gelegen in het Centrum Beinum te Doesburg (zie bijlage 1). Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem beperkt zicht tot het landbodemgedeelte van de onderzoekslocatie. Het landbodemgedeelte betreft een oppervlak van circa 2,4 ha.

21331.001 versie D2

1 / 12

De onderzoekslocatie maakt onderdeel uit van diverse percelen. De kadastrale aanduiding van deze percelen is in tabel 2.1 weergeven. De eigendomssituatie zal nog moeten worden vastgesteld. Tabel 2.1 Kadastrale percelen Gemeente

Sectie

Nummer

Globale oppervlakte perceel (deel binnen onderzoekslocatie)

Eigendomssituatie

Doesburg

E

3276

± 9.180 m2

n.t.b.

Doesburg

E

2642

± 120 m2

n.t.b.

Doesburg

E

2505

± 1.897 m2

n.t.b.

Doesburg

E

2303

± 913 m2

n.t.b.

Doesburg

E

3469

± 7.855 m2

n.t.b.

Doesburg

E

3470

± 10 m2

n.t.b.

Doesburg

E

3273

± 83 m2

n.t.b.

Doesburg

E

2376

± 100 m2

n.t.b.

Doesburg

E

2287

± 188 m2

n.t.b.

Doesburg

E

2288

± 855 m2

n.t.b.

Doesburg

E

2425

± 235 m2

n.t.b.

Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 10,8 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 205.687, Y = 446.303.

21331.001 versie D2

2 / 12

3

GERAADPLEEGDE BRONNEN

In tabel 3.1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 3.1

Geraadpleegde bronnen

Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon de heer Schuiling)

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Doesburg (contactpersoon mevrouw C. Staring-Worm), d.d. 6 februari 2023

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen - omgevingsrapportage Gelderland - bodemverontreinigingen kaart Gelderland - asbestdakenkaart Gelderland

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion https://gelderland.omgevingsrapportage.nl/ https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer https://geodata.gelderland.nl/bestanden/Geoteksten/Webmaps/Asbestdakenkaart

Terreininspectie

Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, d.d. 2 maart 2023

4

HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE

Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1850 - 2022 blijkt, dat de Breedestraat en het Zanderskamp al vanaf 1850 zichtbaar zijn. Er is in die periode rondom de onderzoekslocatie op enkele plaatse bebouwing zichtbaar. In de periode 1930-1970 is zichtbaar dat er ten noordwesten van de onderzoekslocatie een boomgaard aanwezig is (>25 meter afstand van de onderzoekslocatie). Tevens heeft er in het verleden een weg het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie doorkruist (zie figuur 4.1). Vanaf eind jaren ‘80 is de eerste bebouwing zichtbaar op de onderzoekslocatie. Rond de jaren ’95 is nieuwe bebouwing zichtbaar, ter plaatse van de huidige DekaMarkt (supermarkt). Tevens is zichtbaar dat de woonwijk ten noordoosten van de onderzoekslocatie is aangelegd. Vanaf 2000 is zichtbaar dat de rijtjeswoningen ten zuidwesten van de onderzoekslocatie zijn gerealiseerd, alsmede de vijver. Rond 2005 is zichtbaar dat de straat De Bogaert is aangelegd en naast de

21331.001 versie D2

3 / 12

DekaMarkt een bijgebouw zichtbaar is, wat nu in gebruik is als een cafetaria. Op figuur 4.1 t/m 4.6 is historisch kaartmateriaal weergegeven, waarbij de rode lijn de onderzoekslocatie aanduidt.

Figuur 4.1 TopoTijdReis 1960

Figuur 4.2 TopoTijdReis 1988

Figuur 4.3 TopoTijdReis 1995

Figuur 4.4 TopoTijdReis 2000

Figuur 4.5 TopoTijdReis 2003

Figuur 4.6 TopoTijdReis 2006

Op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie bevinden zich diverse bedrijfspanden, waaronder een supermarkt, een cafetaria en een sportcomplex. Ten behoeve van deze voorzieningen is een deel van de onderzoekslocatie ingericht als parkeerplaats. Er zijn diverse wegen die de onderzoekslocatie doorkruisen (zie figuur 4.7). Ter plaatse van het westelijk deel van de onderzoekslocatie is een vijver aanwezig. Ten zuiden van de vijver is een speeltuin. Rondom de vijver en de speeltuin zijn parkeerplaatsen aanwezig ten behoeve van de aangrenzende woningen. Uit de terreininspectie is gebleken dat er onder deze parkeerplaatsen puinfundactie is aangebracht. Voor zover bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt verder geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen.

21331.001 versie D2

4 / 12

Figuur 4.7 Overzicht onderzoekslocatie

Uit de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland, blijkt dat een deel van het dak van de DekaMarkt wordt aangemerkt als ‘verdacht, mogelijk asbest aanwezig’. De overige gebouwen binnen de onderzoekslocatie worden aangemerkt als ‘niet verdacht / gesloopt’. Ten oosten van het sportcomplex, net buiten de onderzoekslocatie, worden nog twee gebouwen aangemerkt als ‘verdacht, mogelijk asbest aanwezig’. Op figuur 4.8 is de asbestverdachtheid van de daken van de bebouwing weergegeven.

Figuur 4.8 Asbestdakenkaart Gelderland

In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

21331.001 versie D2

5 / 12

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE

De initiatiefnemer is voornemens de bestaande situatie te herontwikkelen met woningen, waarbij ruimte blijft voor de cafetaria, supermarkt en sporthal (binnen of buiten plangebied). De plannen zijn nog in een voorstadium. Inrichtingsschetsen zijn nog niet bekend. Wel is al bekend dat de vijver buiten de scope van het onderzoek valt. De Breedestraat en Bingerdenseweg zijn (grotendeels) verhard met asfalt. Het deel van deze wegen wat binnen de onderzoekslocatie valt, zal mogelijk ook worden aangepast in het kader van de herinrichting van de onderzoekslocatie. Als het asfalt (gedeeltelijk of geheel) zal worden verwijderd, is asfaltonderzoek noodzakelijk.

6

CALAMITEITEN

Voor zover bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Doesburg blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

7

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE

Uitbreiding supermarkt (t.p.v. huidige DekaMarkt) Naar aanleiding van de voorgenomen uitbreiding van de supermarkt, is in 1995 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten noorden van de supermarkt (Mos Grondmechanica, kenmerk: 611495, d.d. 30 mei 1995). Er zijn geen verontreinigingen aangetroffen in de boven- en ondergrond. Ook in het grondwater zijn geen concentraties boven de streefwaarde aangetoond. EOX is niet verhoogd aangetoond. Hoek Beumerskamp/Breedestraat Naar aanleiding van de voorgenomen bouw op de locatie is in 2002 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel (Verhoeve Milieu bv, kenmerk: 152036, d.d.: 26 februari 2002). Visueel is er puin waargenomen in de bovengrond. Analytisch zijn er licht verhoogde gehaltes aan koper, lood, minerale olie en PAK aangetroffen in de bovengrond. Deze lichte verontreinigen zijn vermoedelijk te relateren aan het aangetroffen puin. In één mengmonster van de bovengrond is tevens een matig verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Dit mengmonster is niet uitgesplitst. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan chroom aangetroffen. EOX is niet verhoogd aangetoond. In bijlage 4 is op een kaart weergegeven op welke locaties bovengenoemde onderzoeken zijn uitgevoerd en een beknopte weergave van de resultaten.

21331.001 versie D2

6 / 12

8

AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN

In hoofdstuk 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. De omliggende percelen hebben voornamelijk een woonfunctie. Rondom de onderzoekslocatie zijn enkele bedrijven gevestigd, zoals een huisartsenpraktijk, een consultatiebureau en een pizzaria. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich een boerderij. In het verleden is er een bodemonderzoek uitgevoerd binnen een afstand van 25 meter van de onderzoekslocatie: Breedestraat 33 Naar aanleiding van de aanvraag van een bouwvergunning is er in 1996 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Breedestraat 33, ten oosten van het sportcomplex (Verhoeve Milieu bv, kenmerk: 76179, d.d. december 1996). In de bovengrond is plaatselijk puin waargenomen. De bovengrond is licht verontreinigd met PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan chroom aangetoond. In het grondwater is de EOX-index verhoogd aangetroffen. Uit de verzamelde informatie blijkt niet, dat er vanuit de omliggende percelen grensoverschrijdende verontreinigingen te verwachten zijn.

9

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN

Algemene verwachting bodemkwaliteitskaart Voor de regio Arnhem is een bodemkwaliteitskaart opgesteld (Witteveen+Bos, kenmerk: 117471, d.d. 14 september 2020). Op basis van de ontgravingskaart worden de boven- en ondergrond ter plaatse van de onderzoekslocatie ingedeeld in klasse ‘AW2000’. De onderzoekslocatie wordt op basis van de functieklassenkaart ingedeeld in klasse ‘Wonen’. PFAS is opgenomen in deze functieklassenkaart. PFAS (bovengrond) Op 13 december 2021 heeft de Staatssecretaris de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm.

21331.001 versie D2

7 / 12

Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. De verwachting is dat er voornamelijk in de bovengrond verhoogde PFAS-gehalten zullen worden aangetroffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS.

10 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een kalkloze ooivaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lichte zavel. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Kreftenheye. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 8,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,8 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordoostelijke richting, naar de rivier de IJssel. Op een afstand van ± 400 m ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn grondwateronttrekkingspunten aanwezig. Deze onttrekkingspunten hebben mogelijk een geringe invloed op de grondwaterstroming van het freatisch grondwater. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=3d133508-c1eb-4b8b-921d-e4bb1585acb2