CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025

Commissie Financiën 1 november 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Programmabegroting 2022-2025 gemeente Doesburg28.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren met betrekking tot riolering zijn verwerkt in het WTPO 2018-2022.

C.3 Water

3.1 Het beleidskader Uitgangspunt is het streven naar een betrouwbaar en duurzaam watersysteem. Met name ruimte voor water in relatie tot de ruimtelijke ordening vraagt nadere aandacht. Hiervoor is in 2003 de watertoets in het leven geroepen. Het is een wettelijke verplichting bij bestemmingsplan procedures. Het wettelijke kader is vastgelegd in het besluit ruimtelijke ordening (BRO) van 2008. De watertoets is belangrijk in het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Pagina 71 van 128

Met de komst van de waterwet en het daarmee wegvallen van verschillende vergunningen treedt een belangrijke wijziging op in de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en de waterbeheerder (Rijkswaterstaat en/of waterschap). Deze wijziging vraagt een andere manier van (samen)werken. Samenwerken op basis van afspraken in plaats van op basis van vergunningvoorschriften. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het begrip “stedelijke wateropgaaf” zijn zaken waarmee provincie en waterschap nadrukkelijk aandacht vragen voor het op orde brengen van het watersysteem. Aandachtspunten zijn hierbij: extra waterbergend vermogen (ruimte voor water), op een andere wijze omgaan met regenwater, de capaciteit van het rioleringsstelsel en de veiligheid van onze burgers. Waterbeheer zal daarmee in de toekomst steeds meer een gezamenlijk proces van alle overheden worden. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen zullen steeds meer samenwerking (moeten) zoeken. Naast alle gestelde doelen en nieuwe wetgeving springt het samenwerken wel het meest in het oog. Een sectorale benadering zoals in het verleden plaatsvond, verdwijnt. Een integrale benadering komt daar voor in de plaats. Water houdt zich immers niet aan gemeente- en nationale grenzen. Sinds 2015 moet het oppervlaktewater aan een aantal ecologische- en waterkwaliteitsnormen voldoen.

Het betreft de zogenaamde Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hoofddoel van de KRW is het beschermen van grond- en oppervlaktewater. De bescherming van waterbronnen is een uitgangspunt voor de KRW. Voor het bereiken van deze doelen is een organisatie opgezet afgestemd op de stroomgebieden. Oost-Gelderland valt daarbij onder het stroomgebied Rijn-Oost wat loopt van Zuid Drenthe tot Arnhem. Ook Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen behoren tot het stroomgebied Rijn-Oost. Voor Doesburg zijn geen fysieke maatregelen nodig voor de KRW, omdat de vuilemissie vanuit de riolering al is aangepakt (basisinspanning) en er geen specifieke waterkwaliteitsdoelen gelden. Bronnen die nog wel aandacht vragen (m.b.t. de KRW) zijn het beleid voor bouwmaterialen, de wijze van onkruidbestrijding en het opsporen van foutieve aansluitingen in de gescheiden stelsels.

3.2 Het beheer Het oppervlaktewater in de binnenstad (stadsgrachten), de Molenvelden en De Ooi is al geruime tijd in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Al deze wateren zijn in de periode 2005-2008 gebaggerd. Onder de Koepoortdijk is in 2010 een nieuwe (grotere) duiker aangebracht. De oude duiker was voor een deel ingestort en functioneerde niet meer. Om de doorstroming te verbeteren en kroosvorming terug te dringen heeft de beheerder, Waterschap Rijn en IJssel, in 2012 een aantal maatregelen getroffen. Onder de B. Ubbinkweg is een nieuwe duiker aangelegd en is een verdeelwerk gemaakt die voor een betere waterverdeling van de stadsgrachten zorgt. In het Noordelijk Molenveld zijn op enkele locaties zogenaamde kroosslurpers aangebracht. De waterpartijen in Beinum zijn eveneens in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel.

3.3 Actuele ontwikkelingen Daar waar het watersysteem deel uit maakt van (verbeterd) gescheiden rioolstelsel vragen foutieve aansluitingen een speciale aandacht. Het betreft hier het stelsel in Beinum en Campstede. Foutieve aansluiting zijn vuilwaterhuisaansluitleidingen aangesloten op het regenwatersysteem dan wel regenwaterleidingen die zijn aangesloten op het vuilwatersysteem. De eerste kunnen de waterkwaliteit

Pagina 72 van 128

in negatieve zin aantasten. De laatste kunnen zorgen voor een capaciteitsprobleem doordat te veel regenwater in het vuilwatersysteem van de riolering terecht komt. Door het herstellen van de foute aansluiting komt er meer regenwater in de vijvers. Meer regenwater in de vijvers kan de waterkwaliteit en de doorstroming verbeteren. Het onderzoek naar de foutieve aansluitingen voor Molengaarde en Leigraafseweg (1e fase) is afgerond en de desbetreffende aansluiting zijn hersteld. Momenteel is het onderzoek naar foutieve aansluitingen opgeschaald naar het overige deel van Beinum. Dit als deelproject van het project Optimalisatie watersysteem Beinum.De foutieve aansluitingen zijn in kaart gebracht en dienen nu nog hersteld te gaan worden. Om de doorstroming in het watersysteem (stadsgrachten) van de oude stad te verbeteren zijn recent 5 duikers vervangen door grotere en beluchte exemplaren. Hiermee is een belangrijke stap gezet voor een betere doorstroming van het watersysteem. Samen met het Waterschap Rijn en IJssel wordt er gewerkt aan een plan voor het optimaliseren van het watersysteem in Beinum (Naar buiten in Beinum). De vijvers in Beinum zijn meer dan 40 jaar oud en zijn aan een renovatie toe. Daarbij staat de huidige constructie ook ter discussie. Ook de doorstroming van het watersysteem moet worden aangepakt.

Het project “Naar buiten in Beinum” beoogt naast het verbeteren van het watersysteem ook het versterken van de groenstructuur en leefomgeving. In verband hiermee zal het onderzoek naar foutieve aansluitingen verder worden opgeschaald. De renovatie moet leiden tot een verbetering van de waterkwaliteit en minder kroosvorming. Uitgangspunt voor de renovatie is een toekomstbestendig en duurzaam watersysteem wat de leefomgeving van onze burgers ten goede komt. Deltaprogramma: Het deltaprogramma is een nationaal programma. Het doel van het Deltaprogramma is Nederland nu en in de toekomst beschermen tegen overstromingen, zorgen voor voldoende zoetwater en de inrichting van het land klimaatbestendig maken. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken hiervoor samen met inbreng van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Dat is de kern van het deltaprogramma. Er is een deltacommissie en een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van het deltaprogramma. Ieder jaar op Prinsjesdag verschijnt een nieuwe editie van het Deltaprogramma, die vooruitkijkt naar volgende jaar. In het deltaprogramma wordt o.a. een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt.

De huidige overschrijdingskansnorm voor dijken wordt vervangen door een overstromingskansnorm op basis van een risicobenadering, waarbij de kans op een overstroming en het gevolg van een overstroming beide in beeld komen. Voor de toekomst kan dat betekenen dat dijkverhoging achterwege blijft maar dat er ruimtelijke maatregelen moeten worden genomen of dat de maatregelen rond een overstroming worden verbeterd waardoor de gevolgschade kan worden teruggebracht. De provincie Gelderland heeft samen met de regio (IJsselgemeenten en overige partners) het rapport Kansrijke strategieën Waal, Merwede en IJssel Zuid opgesteld. De provincie is de trekker van het zogenaamde regioproces. Samen met de regio, de gemeenten die langs de IJssel liggen, waterschappen, natuurbeschermingsorganisaties, de stedendriehoek en de veiligheidsregio zijn verschillende strategieën bekeken voor het deltaprogramma in onze regio (IJssel Zuid loopt van Arnhem tot Deventer).

Pagina 73 van 128

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Onze 1.286 ha. grote gemeente bestaat voor ongeveer 107 ha. (8,3%) uit oppervlaktewater. Hiervan bestaat ongeveer 87% uit rivieren en kanalen en is in beheer bij derden (Rijkswaterstaat en Waterschap Rijn IJssel). De overige 13% bestaat uit stedelijk water (stadsgrachten en dergelijke) dat in beheer is bij het Waterschap Rijn en IJssel. De zorg voor kwaliteit van het oppervlaktewater ligt primair bij de beheerder, het Waterschap Rijn en IJssel. Ook de gemeente Doesburg speelt hier echter een rol in. Het betreft dan aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening en doorstroming. C.1a Civiele Kunstwerken. In de openbare ruimte van Doesburg bevinden zich verschillende civiele kunstwerken. Civiele kunstwerken zijn meestal aangelegd om de infrastructuur te ondersteunen. Dit kan het afwikkelen van verkeer (bruggen) over een watergang zijn, maar bijvoorbeeld ook het keren van grond of water. In het beheerplan civiele kunstwerken zijn de duikers niet meegenomen aangezien deze zijn opgenomen in het Watertakenplan (vGRP). Het beheerplan is bedoeld om het beheer en onderhoud aan de civiele kunstwerken voor de komende vijf jaar op een efficiënte wijze voort te zetten en waar mogelijk te verbeteren en een gemiddeld jaarbudget te bepalen op basis van een langjarig gemiddelde.

Het primaire doel is de kunstwerken op het gewenste onderhoudsniveau te brengen en te houden. Bij de integrale afweging kadernota 2021 is budget aangevraagd en toegekend voor het onderhoud en instandhouding civiele kunstwerken. Jaarlijks beheer en (klein en groot) onderhoud van onze civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, kademuren, steigers, overkluizingen en grond- en/of waterkerende constructies) in de openbare ruimte conform het beheerplan civiele kunstwerken 2020-2024. Met als doel ; 1. Wettelijke zorgplicht als (vaar)wegbeheerder voor een veilige openbare ruimte. 2. Veiligheid van (vaar)weggebruikers. 3. Voorkomen dat we in toekomst voor vroegtijdige vervanging en onvoorziene uitgaven komen te staan a.g.v. achterstallig onderhoud. Toelichting financiën ; Ten behoeve van een structureel beheer en onderhoud van onze civiele kunstwerken (onderhoudsniveau 3: redelijke conditie) is in de periode 2020-2024 € 322.614 nodig. Dit komt neer op een bedrag van (gemiddeld) € 65.000 per jaar aan onderhoudskosten. Dit is incl. de inspectie, reiniging en instandhouding van de objecten. Een doorkijk tot 2030 laat zien dat in totaal 6 civiele kunstwerken vervangen moeten worden. De totale vervangingswaarde van deze objecten is €700.000 incl. 10% risicoreservering. De theoretische piek van de vervanging ligt tussen 2023-2025.

Door klein onderhoudsmaatregelen is deze theoretische piek uit te stellen, maar vanaf 2023 zal rekening moeten worden gehouden met jaarlijkse kapitaalslasten van ca. €17.500 per jaar. Pagina 74 van 128

Formeel dient het beheerplan nog wel te worden vastgesteld door het college en de raad, najaar 2021 zal dit in procedure worden gebracht waarbij gelijktijdig een uitvoeringsprogramma voor beheer en vervanging zal worden opgesteld waarbij deze voorjaar 2022 aan college kan worden aangeboden. In het kader van rationeel beheer zal de totale inventaris civiele kunstwerken worden opgenomen in het beheerpakket voor de openbare ruimte.

C.4 Groen

4.1 Het beleidskader Het Groenstructuurplan 2013 en het Bomenbeleidsplan 2014 vormen het gemeentelijk beleidskader ten aanzien van het stedelijk groen en geven richting aan het na te streven eindbeeld. De gemeente Doesburg wenst via het Groenstructuurplan en Bomenbeleidsplan haar beleid aangaande het stedelijk groen nader te structureren in met name te ontwikkelen bebouwingslocaties. Beide beleidsplannen dienen een stelselmatige inrichting en doelgericht beheer van de Openbare Ruimte.

4.2 Het beheer De visie voor het beheer van het openbaar groen moet zijn vastgelegd in een beleidsdocument waarin de structuur en kwaliteit zijn omschreven en een beheerplan waarin de uitvoering en de kosten worden verantwoord. Een hulpmiddel hierbij is het gemeentelijke groenbeheersysteem. Het groenbeheerplan is in 2013 opgesteld en dient geactualiseerd te worden. Ten behoeve van de uitvoering ”buiten“ zijn onderhoudsbestekken gemaakt die uitgaan van het beheer op “beeldkwaliteit”. Ingaande 1 januari 2016 is het beheer van het openbaar groen ondergebracht bij Circulus Berkel en maakt dit werk onderdeel uit van de overeenkomst die de gemeente heeft met Circulus Berkel. Het toezicht op de uitvoering van het werk en de kwaliteit hiervan is belegd bij het team Stadsbeheer. Uitvoeringsprogramma?s van het onderhoud spelen een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. De hoofdgroepen in het beheer kunnen als volgt worden omschreven: 

groenbeheer door de gemeente en Circulus Berkel door middel van een samenwerkingsovereenkomst

beheer van gazons en bermen door Circulus Berkel door middel van een samenwerkingsovereenkomst

beheer van sportvelden door aannemer door middel van uitbesteding

boombeheer door gemeente en aannemer door middel van uitbesteding

4.3 Actuele ontwikkelingen

Pagina 75 van 128

Via een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Doesburg en Circulus Berkel wordt momenteel het openbaar groen binnen de gemeente beheerd. De huidige populatie SW-medewerkers blijven werkzaam in Doesburg en er wordt fors uitvoering gegeven aan het begrip Social Return. Het voorliggende beheerplan voorziet in een kwaliteitsslag in het centrum en de centra in de wijken. Hiervoor is in 2018 begonnen met het opstellen van een groenrenovatieplan voor alle wijken in de gemeente Doesburg met een extra accent voor de wijk Beinum door middel van het project Naar Buiten in Beinum. Vervolgens kan dit plan gefaseerd uitgevoerd gaan worden waarbij rekening gehouden wordt met het omvormen van groen, waar dit gewenst is, naar gazon dan wel vaste planten. De weg zoals deze nu is ingezet, wordt in 2022 doorgezet. Bomen vormen een belangrijk onderdeel van onze groenstructuur. De gemeente heeft voor dit onderdeel een wettelijke zorgplicht. De achterstand in de onderhoudstoestand is in 2021 verder aangepakt door boomonderhoud in de wijken Binnenstad en Beinum. De inhaalslag wordt gecontinueerd om het bomenbestand naar het gewenste en vereiste kwaliteitsniveau te brengen. Er wordt een inhaalslag gemaakt om het beheerplan te actualiseren om zodoende snel in te kunnen spelen op wensen die betrekking hebben op de beheermethodiek en het verder optimaliseren van de kosten.

Wel is een groot gedeelte van de boomsoort essen aangetast door de essentaksterfte. Dat heeft vooral grote consequenties voor de essenlanen in het buitengebied. Momenteel is geen budget beschikbaar om deze lanen te vervangen. Daar waar nodig snoeien we deze lanen extra in verband met dood hout.

4.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Het openbaar groen omvat ca. 55 hectare. Hiervan hoort ongeveer 2 hectare bij de voetbalvelden aan de Oranjesingel waarvan 1 natuurgrasveld wordt onderhouden door Gemeente Doesburg en 1 kunstgrasveld wordt onderhouden door Sportclub Doesburg. Daarnaast is 2 hectare omgevormd naar tennisbanen. Effectief heeft de Gemeente Doesburg ongeveer 51 hectare openbaar groen in beheer. Het totale bomenbestand dat de gemeente in beheer heeft, beslaat afgerond 5.400 stuks.

C.5 Gebouwen

5.1 Schoolgebouwen 5.1.1. Het beleidskader De verordening voorziening onderwijshuisvesting vormt het beleidskader voor het beheer van schoolgebouwen.

5.1.2 Het beheer De schoolbesturen zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uitvoering van het binnen- en buitenonderhoud aan de basisscholen. Zij ontvangen hiervoor rechtstreek een rijksvergoeding.

5.1.3 Actuele ontwikkelingen

Pagina 76 van 128

De schoolgebouw aan de Begoniastraat (locatie Horizon Ooi) heeft geen onderwijsbestemming meer en is in eigendom weer overgedragen aan de gemeente. Voor dit pand wordt gekeken welke bestemming het meest passend is.

5.1.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De gemeentelijk schoolgebouwen zijn: 

Wetelaar

Horizon Stad

Anne Frankschool

5.1.5 Financiële consequenties

Programma / product

Opgenomen lasten 2016

4 / 421.0.2 Basisonderwijs huisvesting 0 KP50610 Scholencomplex Beinum

0

980.0.0 BR Integraal huisvestingsplan 20.515 Totaal

20.515

5.2 Overige gemeentelijke gebouwen 5.2.1 Het beleidskader Eind 2020 is de strategische koers voor het gemeentelijk vastgoed vastgesteld. Deze strategische koers, biedt een duidelijk kader voor de vraag waarom Doesburg vastgoed in haar bezit heeft. De gemeente Doesburg heeft vastgoed in bezit: 

Omdat het bijdraagt in het bereiken van beleidsdoelen. Bijvoorbeeld door huisvesting te bieden aan maatschappelijke activiteiten en organisaties;

Voor het verlenen van excellente dienstverlening aan onze burgers die bovendien laagdrempelig en goed toegankelijk is. We werken vanuit het principe één-loket voor alle vragen. Daar hoort bij één balie en ook goede werkplekken voor onze medewerkers en faciliteiten voor medewerkers van andere hulporganisaties;

Om de historische waarden te behouden, zowel op het gebied van de collectieve kwaliteit en aantrekkingskracht van de binnenstad als op het gebied van individuele monumentale gebouwen.

De strategische koers is kader stellend, waardoor raad en college zicht hebben en houden op het lange termijn perspectief als zij keuzes maken over gebouwen. Ook investeringsbesluiten worden daardoor minder ad hoc genomen. Pagina 77 van 128

5.2.2 Het beheer Het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) gemeentelijke gebouwen bevat het kader voor het beheer van het gemeentelijk vastgoed. In het onderhoudsbeheerplan wordt hoofdzakelijk uitgegaan van een kwaliteitsniveau 2. Dit kwaliteitsniveau staat gelijk aan goed onderhoud. Uitzondering hierop zijn de sportaccommodaties, hiervoor geldt momenteel kwaliteitsniveau 3, redelijk onderhoud waarbij het gebouw nog steeds veilig en gezond gebruikt kan worden. Reden hiervoor is de strategische keuze voor de toekomstige sportaccommodaties. Het MJOP is in 2016 vastgestelde, het huidige onderhoudsplan dateert uit 2017, het MJOP wordt jaarlijks bijgewerkt en om de 4 jaar geactualiseerd. In 2021 is de volgende actualisatie, waarbij de bijbehorende dotatie door de Raad wordt vastgesteld. Het MJOP is ondergebracht in een geautomatiseerd beheersysteem. Dit dynamisch beheerprogramma geeft voor elk object afzonderlijk de beheersmatige informatie weer. Een MJOP is in de basis ook altijd een dynamisch document, dat jaarlijks op basis van gerealiseerd onderhoud wordt bijgesteld.

5.2.3 Actuele ontwikkelingen Er wordt gewerkt aan een uitvoeringsagenda op basis van de vastgestelde strategische koers gemeentelijk vastgoed. Zodra deze agenda is vastgesteld zal een nieuw MJOP ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Waarschijnlijk begin 2021. Er loopt een onderzoek naar de herstructurering van de binnen sportaccommodaties. Gevolg is dat er een keuze is gemaakt in de wijze van beheer van de huidige accommodaties. De sportaccommodaties worden om die reden beheerd op kwaliteitsniveau 3. Het stadhuis, met name het monumentale gedeelte, wordt vanaf 2021 gerestaureerd en verduurzaamd. De vochtproblematiek aan de buiten muren wordt hiermee opgelost. Hiervoor is een provinciale subsidie beschikbaar gesteld. De uitvoering moet uiterlijk oktober 2022 gereed zijn. De gemeentelijke investeringsbijdrage moet hiervoor nog beschikbaar gesteld worden. Voor het in stand houden van de rijksmonumenten in eigendom van de gemeente is rijkssubsidie verkregen vanuit de stimuleringsregeling instandhouding monumenten (SIM). Deze SIM wordt om de 6 jaar geactualiseerd. In het kader van duurzaamheid wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed.

5.2.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Gebouw

Adres

Bouwjaar b.v.o . in m² Kwaliteitniveau

Stadhuis

Philippus Gastelaarsstraat 2

1475

3433

2

Sporthal

Breedestraat 39

1980

2719

3

Gymzaal

Wilgenstraat 2

1973

491

3

Pagina 78 van 128

Gymzaal

Armgardstraat 22a

1976

491

3

Mauritskazerne

Halve Maanweg 3

1994

1090

2

Stads- en streekarchief Nieuwstraat 4

1907

943

2

Jongerencentrum

De Linie 2

2006

796

2

De Harmonie

Burgemeester Nahuyssingel 2a 1970

338

3

Martinitoren

Markt 2

1960

504

2

Poortgebouw

Meipoortwal 3

1815

61

2

Baarhuisje

Meipoortwal 3

1873

20

2

Grafmonument

Meipoortwal 3

nb.

Stadswerf

Parallelweg Den Helder 2

2017

832

2

2006

1279

2

Gebouw De Linie (huur) De Linie 4 (incl. bibliotheek)

3

C. 6 Openbare verlichting

6.1 Het beleidskader De openbare verlichting (OV) draagt bij aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare situatie tijdens de duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar). Medio 2015 is het beleidsplan openbare verlichting vastgesteld en eind 2016 het beheerplan. In het vastgestelde beleid is onder andere besloten dat er zal worden gewerkt met beeldkwaliteiten, dat er speciale verlichting in de binnenstad wordt aangebracht en dat er zal worden gewerkt aan energiebesparing. In het beheerplan is beschreven hoe het beheer wordt vorm gegeven. Het betreft exploitatielasten (met name energiekosten), publieke taak (o.a. beleidsontwikkeling), kort cyclisch onderhoud (dagelijks beheer en onderhoud) en lang cyclisch onderhoud (met name vervangingen).

6.2 Het beheer Het beheer en onderhoud zijn afgestemd op het genoemde beleidskader. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan de openbare verlichting, als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen. Daarom is de “Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL 2011)” van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) richtinggevend. Afwijken kan, mits gemotiveerd. In het beleidsplan is aangegeven dat de gemeente ten aanzien van de lichtsterkte afwijkt van de ROVL. Toepassing zou leiden tot meer licht en tot meer energieverbruik.

Pagina 79 van 128

Het onderhoud van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. Het contract omvat een periodieke controle op basis van klachtenregistratie, aan de hand waarvan kapotte lampen worden vervangen en andere kleine gebreken worden hersteld. Daarnaast zorgt dit bedrijf voor de noodzakelijke uitbreidingen en de instandhouding op de langere termijn. Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is een doorlopend proces, waarbij de gemeente samen met het externe bedrijf werkt aan verbetering van het rendement van de openbare verlichting.

6.3 Actuele ontwikkelingen Eerder is door het college het Beheerplan openbare verlichting 2017-2024 vastgesteld, inclusief een vervangingsplan. Het uitvoeringsplan is enigszins aangepast om werk met werk te kunnen maken, dit betreft bijvoorbeeld de PeGe-woningen, Bergstraat en Windmolenstraat. Omdat de aanpassing invloed heeft gehad op de resterende beschikbare middelen wordt momenteel gewerkt aan een aanpassing van het uitvoeringsplan. Met het (aangepaste) beheerplan wordt o.a. gezorgd voor een verdere uitvoering van het vervangingsplan, zodat o.a. de minder zuinige bestaande armaturen worden vervangen door zuinige led-armaturen. Door de uitvoering van het beheerplan tot nog toe zijn de hoofdwegen en De Ooi voorzien van ledarmaturen. Tevens wordt hiermee ook vormgegeven aan de standaardisatie van de verlichtingsmaterialen. In de afgelopen jaren is verder gewerkt aan een optimalisatie van de coördinatie. Dat wil zeggen dat de oneindige overeenkomst met een onderhoudspartij is vervangen door een werkwijze waarbij frequent een raambestek op de markt wordt gezet. Daarmee wordt invulling gegeven aan de inkoopregels. Tegelijkertijd is ook het informatiemanagement verbeterd, er wordt nu geen gebruik meer gemaakt van de software van de (voormalige) onderhoudspartij, maar de gemeente heeft onafhankelijke software aangeschaft en gegevens opgewerkt.

Verder is inmiddels gestart met het vormgeven van de installatieverantwoordelijkheid in het kader van het Besluit Elektrische Installaties, zodat de elektrotechnische installaties veilig zijn. Ten aanzien van het verbeteren van de energiekosten wordt meegelift op een gemeentebreed project, om hierin meer inzicht te krijgen.

6.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De omvang van het openbare verlichtingsnet binnen de gemeente bedraagt ongeveer 2.500 lichtmasten. In Doesburg staan een kleine 300 masten langs achterpaden; deze zijn eigendom van Woonservice IJsselland. Minder dan 4% van het geheel bestaat uit klassieke verlichting (binnenstad). Door de periodieke controle worden over het algemeen tijdig gebreken onderkend. Daarnaast is het beleid de afgelopen jaren gericht op het vervangen van de oude hoog vermogende armaturen door dimbare energiezuinige laag vermogende armaturen (veelal led). Het moment van in- en uitschakelen van de openbare verlichting wordt extern centraal geregeld. Dit betekent in de praktijk dat, wanneer de situatie daarom vraagt, de OV aan dan wel uit zal gaan. Via de OV-kabel wordt een signaal meegezonden die zorgt voor de avond- en nachtschakeling. Voor Doesburg is de nachtschakeling ingesteld op 22.00 uur. Uit oogpunt van (sociale) veiligheid is voor de nieuwe energiezuinige armaturen afgezien van een avond- en nachtschakeling. In het kader van

Pagina 80 van 128

energiebesparing/reductie CO2-uitstoot zal nagegaan worden of het wenselijk is deze situatie te handhaven. Het energieverbruik is gedaald ondanks dat het aantal lichtmasten de laatste jaren is toegenomen. Dit is met name toe te schrijven aan het toenemende gebruik van energiezuinige armaturen. Dit resulteert in een afname van het gemiddelde energieverbruik per lichtpunt.

C. 7 Speelgelegenheid

7.1 Het beleidskader Tot op heden wordt gewerkt met de door de gemeenteraad vastgestelde beheervisie (2007-2009) voor speelgelegenheden, waarin onder andere verschillende onderhoudsniveaus zijn vastgesteld. In 2017 heeft een evaluatie van het speelbeleid plaatsgevonden. De output is gebruikt voor het in 2018 vastgestelde beleidsplan. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Naar aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan aangepast worden en vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld. Het beleidskader is een vertaling van het geldende wet- en regelgeving op dit onderdeel. De belangrijkste zijn: 

Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS)

NEN-EN 1176;

NEN-EN 1177.

Het WAS is in 1997 inwerking getreden en stelt eisen aan de producent en beheerder van speeltoestellen. De hoofdeis voor de beheerder luidt: de beheerder van een speeltoestel dient er voor te zorgen dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd, onderhouden en van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat.

7.2 Het beheer Het beheer en onderhoud dient te voldoen aan de door de raad vastgestelde beleidskaders, waaronder de genoemde wet- en regelgeving. Om daaraan te voldoen is het beheer als volgt vorm gegeven: 

Publieke taak, bestaande uit onder andere: beleidsontwikkeling, advisering en procesmanagement;

Dagelijks onderhoud, bestaande uit onder andere: controleren op zichtbare gevaren, herstel vernielingen, bijhouden ondergronden en bijhouden gegevens in beheersoftware;

Kort cyclisch onderhoud, onder andere bestaande uit:

Pagina 81 van 128

o

frequente inspectie van speeltoestellen, -aanleidingen en ondergronden, met vastlegging van de resultaten (in de beheersoftware) en - indien noodzakelijk uitvoering van reparaties;

o

groot onderhoud: verven van toestellen en vervangen zand in zandbakken;

Lang cyclisch onderhoud, bestaande uit: o

vervangen van toestellen, -aanleidingen en ondergronden.

7.3 Actuele ontwikkelingen In 2018 is een nieuw beleidsplan opgesteld. Met het vaststellen van het beleidsplan is ook besloten eerst een pilot uit te voeren met dit beleid. Na aanleiding van de pilot zal waar nodig het beleidsplan aangepast worden. Vervolgens zal het beheerplan worden opgesteld.

7.4 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren De gemeente verzorgt van 44 speelgelegenheden het beheer, onderhoud en vervanging. Het aantal toestellen op die speelgelegenheden bedraagt op dit moment 348 stuks.

Paragraaf D - Financiering Paragraaf D | Financiering .3In de paragraaf financiering moet tenminste het beleid van het risicobeheer en van de financieringsportefeuille worden behandeld. Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt de gemeente tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet er bij geleend worden. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij het Rijk door middel van Schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille c.q. financieringspositie heeft. Deze moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken. De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de gemeenteraad bepaald in artikel 15 van de financiële verordening 2020. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten: o

het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;

o

het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;

o

het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;

o

het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Pagina 82 van 128

Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd:

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat van overheidswege maximaal gefinancierd mag worden met kort geld. Aan de hand van de primitief begrote kasgeldlimiet en het begrote primitieve financieringssaldo kan vervolgens de kasgeldlimietruimte berekend worden:

Begrotingstotaal (uitgaven excl. primair resultaat)

2022

2023

2024

2025

36.864.778

36.192.280

36.016.313

36.140.781

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

3.133.506

3.076.343

3.061.386

3.071.966

-13.801.086

-12.270.088

-10.392.404

-8.423.879

-10.667.580

-9.193.745

-7.331.018

-5.351.913

Percentage regeling

Kasgeldlimiet

Geraamd financieringssaldo + = financieringsoverschot -/- = financieringstekort

Kasgeldlimietruimte

Met de instelling van een kasgeldlimiet wordt het renterisico op de korte financiering beperkt. Voor de korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in de korte rente hebben immers direct invloed op de rentelasten. Zoals uit het vorenstaande blijkt, wordt de kasgeldlimiet op begrotingsbasis en in meerjarenperspectief overschreden. Ten tijde van de uitvoering zal strak gestuurd worden op het kasgeld limiet en indien noodzakelijk zal er externe financiering aangetrokken worden. Het financieringssaldo is per 1 januari als volgt berekend: 2025 2022

2023

2024

2026

Boekwaarde investeringen

34.697.063

33.124.778

31.589.727

30.068.933 28.557.051

Uitgeleende langlopende geldleningen

4.475.476

4.267.254

4.059.032

3.850.810

3.642.588

Pagina 83 van 128

2025 2022

2023

2024

2026

A: Totaal te financieren vaste activa

39.172.539

37.392.032

35.648.759

33.919.743 32.199.639

Algemene reserve

4.148.000

3.867.000

3.954.000

4.049.000

Bestemmingsreserves

18.128.912

17.808.674

17.492.685

17.262.159 17.337.415

Voorzieningen

3.094.541

3.446.270

3.809.670

4.184.705

4.571.015

0

0

0

0

0

B: Totaal voor financiering beschikbare vaste passiva

25.371.453

25.121.944

25.256.355

25.495.864 25.957.430

(B -/- A) Financieringssaldo (+ is financieringsoverschot; -/- financieringstekort)

-13.801.086

-12.270.088

-10.392.404

-8.423.879 -6.242.209

tekort

tekort

tekort

Opgenomen langlopende geldleningen

tekort

4.049.000

tekort

Het omzetten van kortlopende geldleningen in langlopende geldleningen (consolidatie) is door het ontbreken van opgenomen langlopende geldleningen en door het positieve financieringssaldo niet aan de orde. Of er eventueel geconsolideerd moet worden, wordt jaarlijks bezien in relatie tot de voorgenomen investeringen.

Renterisiconorm Ter beperking van het gevaar van ongewenste renteschommelingen is in het kader van de wet Fido/Ruddo een zogenaamde renterisiconorm van toepassing: 2022

2023

2024

2025

(1)

Renteherzieningen

0

0

0

0

(2)

Aflossingen

0

0

0

0

Pagina 84 van 128

2022

2023

2024

2025

(3)

Renterisico (1+2)

0

0

0

0

(4)

Renterisiconorm

7.372.956

7.238.456

7.203.262

7.228.156

(5a) =(4>3)

Ruimte onder de renterisiconorm

7.372.956

7.238.456

7.203.262

7.228.156

(5b) =(3>4)

Ruimte boven de renterisiconorm

36.864.778

36.192.280

36.016.313

36.140.781

20%

20%

20%

20%

7.372.956

7.238.456

7.203.262

7.228.156

Berekening renterisiconorm (4a)

Begrotingstotaal (uitgaven excl. primair resultaat

(4b)

Percentage regeling

(4)= (4a x 4b / 100%)

Renterisiconorm

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat onze gemeente in 2022-2025 ruimschoots aan de renterisiconorm voldoet.

Verstrekken van leningen en garanties Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg is bepaald dat leningen of garanties op grond van de publieke taak kunnen worden verstrekt aan door het college van B&W / de raad goedgekeurde derde partijen. Ter beperking van financiële risico’s wordt een aantal criteria gehanteerd, waaraan verzoeken tot het verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties minimaal moeten voldoen: 

een aanvraag dient vergezeld te gaan van de meest recent vastgestelde begroting en jaarrekening;

de current ratio (verhouding vlottende activa: vlottende passiva) moet minimaal 1 zijn (liquiditeit);

de verhouding vaste passiva: vaste activa moet minimaal 100% zijn (solvabiliteitspositie);

de begroting moet minimaal vier jaar aansluitend materieel in evenwicht zijn. Dit betekent dat geen incidentele baten mogen worden gebruikt voor de dekking van structurele lasten;

de investeringslasten waarvoor de financiering wordt gevraagd moet in meerjarenperspectief binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen.

Het uitzetten van overtollige geldmiddelen Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren.

Valutarisicobeheer

Pagina 85 van 128

Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.

Koers- en kredietrisicobeheer De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. De hoofdsom blijft bij dergelijke uitzettingen in tact mits gekozen wordt voor een tegenpartij met een hoge kredietwaardigheid. De facto is dit nu met name het Rijk, doordat overtollige geldmiddelen uitsluitend mogen worden uitgezet via Schatkistbankieren.

Beleidsvoornemens t.a.v. de financieringsportefeuille Er zijn vooralsnog geen bijzondere beleidsvoornemens voorzien t.a.v. de financieringsportefeuille. Mogelijk moet - om in de toekomstige financieringsbehoefte te voorzien - vreemd vermogen worden aangetrokken door de gemeente Doesburg. Dit zal met name het geval zijn als er de komende jaren flink geïnvesteerd gaat worden. Het momentum is daarvoor gunstig, vooral gelet op de historisch lage rentestand.

Rentevisie Onze rentevisie hebben wij ontleend aan de economische verwachtingen en de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten. Mede op basis hiervan hebben wij in deze programmabegroting 20222025 de navolgende rentepercentages verwerkt: Financieringstekort (rentelast kasgeld 1 maand)

0,00%

Financieringsoverschot (rentebaat deposito 1 maand)

0,00%

Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente)

0,00%

Rente lang geld (lang geld gelijk 25 jaar)

0,74%

Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie De commissie BBV beveelt aan om inzicht te geven in de manier waarop het saldo van de rentelasten in de programmabegroting aan de programma's en taakvelden wordt toegerekend. In de primaire begroting 2022-2025 zijn bij Programma 5 op het Taakveld 0.5 Treasury de navolgende rentelasten en rentebaten begroot: Taakveld 0.5 Treasury Programma 5, Renteresultaat (A) Externe rentelasten over kortlopende en langlopende leningen (betreft rente- en beheer SVn leningen)

2022

2023

2024

2025

1

1

1

1

Pagina 86 van 128

Taakveld 0.5 Treasury Programma 5, Renteresultaat

2022

2023

2024

2025

57

52

47

47

-/- 56

-/- 51

-/- 46

-/- 46

(D) Rente door te berekenen aan grondexploitaties

0

0

0

0

(E) Rente toe te rekenen aan het eigen vermogen

0

0

0

0

(F) (= c + d + e) Totaal raming aan de taakvelden toe te rekenen rente

0

0

0

0

(G) Aan de taakvelden toe te rekenen d.m.v. de rente-omslagsystematiek

0

0

0

0

-/-56

-/- 51

-/- 46

-/- 46

Rentelasten Taakveld 0.5 Treasury (zie A)

1

1

1

1

Totaal lasten Taakveld 0.5 Treasury

1

1

1

1

Rentebaten Taakveld 0.5 Treasury (zie B)

57

52

47

47

Dividendbaten Taakveld 0.5 Treasury

248

248

248

248

Totaal baten Taakveld 0.5 Treasury

305

300

295

295

(B) Externe rentebaten over langlopende en langlopende leningen (rente over uitgezette geldleningen, inclusief rente SVn leningen) (C) (= a -/- b) Saldo rentelasten en rentebaten

(H) (= f -/- g) Verwacht renteresultaat bij Programma 5 op Taakveld 0.5 Treasury (-/- is een rente-voordeel / + is een rentenadeel)

Recapitulatie Taakveld 0.5 Treasury Programma 5, Rente en dividend

Rentelasten worden in principe door middel van de rente-omslagmethode toegerekend aan de verschillende programma’s en taakvelden. In de primaire begroting 2022-2025 zijn echter geen rentelasten opgenomen.

Opgenomen langlopende geldleningen De gemeente Doesburg heeft op 1-9-2021 geen kortlopende en langlopende leningen opgenomen om te voorzien in de financieringsbehoefte.

Paragraaf E - Bedrijfsvoering Paragraaf E | Bedrijfsvoering De gemeente Doesburg is voortdurend bezig om haar organisatie en de bedrijfsvoering te versterken om samen met de collega’s nog betere resultaten te boeken voor de stad, zijn inwoners, bedrijven en instellingen. We weten wat er binnen en buiten de organisatie speelt. We adviseren, ondersteunen en werken integraal samen met onze collega’s en hun opgaven voor Doesburg. Ook zoeken we steeds actiever de samenwerking op met collega’s in de regio omdat we niet alles alleen kunnen oplossen. We werken vanuit het gedachtengoed van de Doesburgse dienstverleningsprincipes Om dit waar te kunnen maken, richt Bedrijfsvoering zich op drie hoofdthema’s: de doorontwikkeling van de organisatiecultuur, beheer en processen op orde en de versterking van het integraal adviseren.

Pagina 87 van 128

Financiën, planning en control In 2021 zijn we gestart met het optimaliseren van de P&C cyclus. Hier gaan we in 2022 mee verder. Ook werken we mee aan een nieuwe begroting op basis van de vastgestelde toekomstvisie. We zetten in 2022 opnieuw stappen in het verbeteren van ons financiële beheer. De verplichtingenadministratie wordt in gebruik genomen. De voorbereiding hiervan vond in 2021 plaats. We nemen onze financiële vakapplicatie steeds verder in gebruik waardoor de kwaliteit van de financiële administratie toeneemt. In 2022 zal vanuit financieel advies proactief worden meegedacht en gewerkt aan invulling van de budget verruimende maatregelen. In onze teamontwikkeling focussen we op het versterken van de adviesfunctie. In de voorgaande coronajaren was het lastiger dit gezamenlijk op te pakken. Informatisering & automatisering Informatieveiligheid komt in 2022 als topprioriteit op de agenda te staan, omdat er inmiddels regelmatig pogingen worden gedaan om misbruik van onze systemen en onze informatie te maken. Veiligheid was natuurlijk al langer een belangrijk onderwerp voor ons als gemeente. Maar we proberen er nu, samen met onze ICT samenwerking (ICT- SAMEN) alles aan doen, binnen de financiële ruimte die we hebben, om te voorkomen dat we het slachtoffer worden van een cybercrisis.

We moeten voorkomen om in een situatie terecht te komen zoals regelmatig de media worden gemeld. Denk hierbij aan de crisis bij de gemeente Hof van Twente en de Universiteit van Maastricht. Zo’n situatie heeft een zeer grote impact op de uitvoering van het werk en het imago van de gemeente. Daarnaast resulteert het in zeer hoge herstelkosten. We hebben inmiddels de nodige maatregelen genomen voor de beveiliging van onze systemen en informatie. Bijvoorbeeld het werken met 2 factor beveiligde toegang en controles op wie tot welke informatie toegang heeft, het veiligstellen van back-up gegevens en het werken met beveiligde mail. Ook hebben we al onze werkapparaten (laptops en telefoons) centraal in beheer genomen. Dat draagt behoorlijk bij aan de veiligheid van de informatie. Andere zaken die we vanaf 2022 oppakken en bijdragen aan de veiligheid, zijn het regelmatig oefenen met veiligheidsincidenten, het continu monitoren van verdachte activiteiten op onze ICT-infrastructuur met behulp van speciale software en het centraal vastleggen van alle belangrijke ICT-gegevens in een architectuurtool. Ook willen we een bedrijfscontinuïteitsplan opstellen voor de meeste kritische bedrijfsprocessen. Tenslotte blijven we activiteiten uitvoeren om het veiligheidsbewustzijn op het gebied van informatie en automatisering te vergroten.

De verwachting is dat de kosten I&A en veiligheid vanuit de ICT- SAMEN in de komende jaren zullen toenemen. Voor veiligheidszaken die buiten de ICT- SAMEN vallen, stellen we, waar nodig, een apart investeringsplan op. We stellen ook een apart plan op voor de aansluiting op een e-depot, de digitale bewaarplaats van informatie die noodzakelijk is om onze informatie blijvend en goed toegankelijk te houden voor anderen. De landelijke ontwikkelingen op het ICT - terrein en de uitvoering van de speerpunten van het I&Abeleid, vragen de komende jaren om veel technische aanpassingen in de infrastructuur en kantoorautomatisering. Op het ICT- terrein werken we nauw samen in de regio (ICT - SAMEN). We

Pagina 88 van 128

proberen zoveel mogelijk aanpassingen gezamenlijk op te pakken en waar mogelijk gebruik te maken van dezelfde applicaties. Met ICT- SAMEN schaffen we bovengenoemde architectuurtool aan om het ICT landschap goed in beeld te kunnen brengen en de software voor het monitoren van onze ICTinfrastructuur. Zo werken we samen verder aan de veiligheid en de efficiency van onze systemen en gegevens die daarin gebruikt worden. Personeel & organisatie Onze organisatie blijft in ontwikkeling. De afgelopen periode heeft de focus vooral op de doorontwikkeling van onze teams en medewerkers gelegen. De vraag: ‘Hoe helpen we de inwoner én elkaar verder’ heeft centraal gestaan. Samen met alle medewerkers zijn we gekomen tot een inspirerend ‘medewerkerskompas’. Een kompas waarin we geformuleerd hebben wat medewerkers van elkaar en van de organisatie verwachten in hun werk voor onze stad en zijn inwoners en in hun eigen ontwikkeling. Dit medewerkerskompas ligt er nu en verankeren we in het duurzame gesprek (de gesprekscyclus). Dit geeft richting. Hoe je het verder invult, heeft in de komende periode de aandacht. Hiermee willen we ook de aantrekkelijkheid van Doesburg als werkgever vergroten. Een werkgever waar (jonge) talenten de kans hebben zich te blijven ontplooien en willen gaan voor onze stad. In lijn met de Toekomstvisie willen we focus aanbrengen in onze regionale samenwerking.

Doel hiervan is het verminderen van onze kwetsbaarheid in de uitvoering van ons werk en het werk zodanig organiseren dat we kwaliteiten bundelen en het zo efficiënt mogelijk uitvoeren. Communicatie Communicatie sluit steeds nauw aan bij alle belangrijke projecten, ontwikkeling van beleid en de uitvoering. Communicatie sluit ook aan bij de uitwerking van gemeente brede projecten zoals het verder uitwerken van de Toekomstvisie. Het team adviseert hierbij over alle communicatieve aspecten van informatievoorziening tot en met participatie van inwoners. De communicatieadviseurs zijn in te zetten als sparringpartner voor de beleidsmedewerkers en houden hierbij de inwoner steeds in het vizier. Communicatie adviseert over de juiste wijze van benadering van de inwoner en ondersteunt waar mogelijk in de uitvoering. We zetten in 2022 in op het beter inzetten van multimedia.

Juridische Zaken Naast de reguliere werkzaamheden van advisering, ondersteuning en de be- /afhandeling van bezwaar en beroep, leggen we in 2022 het accent op de uitvoering het in 2021 vastgestelde juridische kwaliteitsplan. We geven workshops en trainingen/digitale leerlijnen aan medewerkers over de juridische basiskennis. Ook gaan we met hen in gesprek over het zoeken naar de balans en oordeelsvorming in het dagelijkse werk tussen wetgeving en regels, maatwerk en dienstverlening aan onze inwoners. Inwoners vragen dit immers meer en meer van de overheid. We onderzoeken de mogelijkheden van de informele aanpak bij mogelijke bezwaarschriften en geven de mogelijkheden aan voor Doesburg. Door het vroegtijdig persoonlijk benaderen van inwoners of ondernemers die het niet eens zijn met besluiten, proberen we escalatie te voorkomen met behoud van de relatie. Inkoop Belangrijk streven binnen de gemeente blijft het rechtmatig en doelmatig aanbesteden en inkopen. Dit doen we door begeleiding en advisering bij inkooptrajecten en het verder grip krijgen op en het optimaliseren van ons inkoopproces en contractbeheer. De inkoopprofessionaliteit houden we op orde door het geven van (digitale) trainingen.

Pagina 89 van 128

Gemeentelijk Vastgoed In 2022 werken we aan het uitvoeringsplan Vastgoed lijn 1 (Huis van de Stad, huisvesting dienstverlening en ambtelijk apparaat) en lijn 2 (huisvesting verenigingen). Deze plannen zijn gemaakt op basis van de eerder vastgestelde strategische koers vastgoed. We werken verder aan het optimaal en multifunctioneel gebruik van onze gebouwen en maken goede huurafspraken met de gebruikers conform het huurprijsbeleid. In 2022 gaan we het professionele vastgoed beheer structureel organiseren.We zoeken hiervoor een geschikte samenwerkingspartner die ook zijn bijdrage levert aan de uitvoering van de zaken die voortvloeien uit de hierboven genoemde lijn 1 en lijn 2. Gegevens Personeel In 2022 bedraagt de omvang van het aantal fte 93,44. De loonsom voor het ambtelijk apparaat bedraagt € 7.376.827. Ondanks de lichte daling van de formatie (2021: 94,18 fte) stijgt de loonsom ten opzichte van 2021. Dit komt omdat de premies ABP en de werkhervattingskas stijgen. Inhuur derden Het streven is voor maximaal 15% van de loonsom in te huren. We merken jaarlijks, ondanks de strakke sturing erop, dat er een toenemende druk is op het percentage inhuur. Oorzaken hiervan zijn de toename van complexe vraagstukken die op onze gemeente afkomen en steeds vaker vragen om de inhuur van specialistische kennis.

Ook worden wij flink geconfronteerd met schaarste op de arbeidsmarkt waardoor bepaalde vacatures erg lastig of niet te vervullen zijn. Kosten automatisering De jaarlijkse kosten voor automatisering bedragen € 1.123.483 . Dit betreft de dienstverleningsovereenkomst met Doetinchem, software, licensies, verstrekking van devices en onderhoud. Vanaf 2022 zijn de kosten gestegen vooral door toegenomen kosten voor veiligheid en meer inzet van personeel, die noodzakelijk is gebleken. In 2022 kijken we opnieuw kritisch naar het ICT budget in combinatie met de ontwikkelingen die eraan komen en werken we aan een meerjarenraming waarin onder andere de ontwikkelingen van het edepot en de extra activiteiten voor veiligheid zijn opgenomen. Huisvestingskosten De netto kosten voor de huisvesting van het ambtelijk apparaat bedragen € 572.557. Het gaat hierbij om de gebouwen Stadhuis, de Stadswerf en de Linie 4. Budgetten raad, griffie, rekenkamer en accountant De jaarlijkse kosten voor de diverse onderdelen bedragen: • Raad- en raadscommissies : € 256.455 • Griffie : € 98.583 • Rekenkamer : € 6.600 • Accountant : € 55.661

Pagina 90 van 128

Paragraaf F - Verbonden partijen Paragraaf F | Verbonden partijen In deze paragraaf vindt u een lijst met partijen waarmee de gemeente Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt, is er sprake van een financieel belang. De toelichting op de verbonden partijen vindt u in desbetreffende programma’s. Lijst met verbonden partijen Hieronder volgt lijst met de partijen verbonden aan de gemeente Doesburg verdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Voor de financiele kengetallen van de verbonden partijen wordt u verwezen naar de programma's. Gemeenschappelijke regelingen Verbonden partij

Vestigingsplaats

Groene Metropool regio Arnhem - Nijmegen.

Arnhem

Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden

Arnhem

Steekarchivariaat De Liemers en Doesburg

Zevenaar

Omgevingsdienst Regio Arnhem

Arnhem

Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)

Arnhem

Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal-Gelderland (MGR)

Arnhem

Euregio Rijn-Waal

Emmerich Stichtingen/Verenigingen

Verbonden partij

Vestigingsplaats

Coöperaties/Vennootschappen Verbonden partij

Vestigingsplaats

BNG bank

Den Haag

Alliander

Arnhem

Vitens

Utrecht

Circulus-Berkel B.V.

Zutphen

Pagina 91 van 128

Paragraaf G - Grondbeleid Paragraaf G | Grondbeleid Algemeen Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de richtlijnen van de Nota Grondbeleid (2008) en aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in bestemmingsplan en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De Wro biedt gemeenten mogelijkheden om grondeigenaren, bouwers en ontwikkelaars woningen te laten bouwen volgens een vastgesteld gemeentelijk woningbouwprogramma (gemeentelijke woonvisie). Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd, wanneer initiatiefnemers afwijken van dit gemeentelijk programma. Met deze “stok achter de deur” is het voor gemeenten minder noodzakelijk zelf bouwgrond in eigendom te hebben. Ook zonder grond kan de gemeente ‘sturen’ in bouwprogramma’s en in de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving. De gemeente Doesburg zal of zij nu zelf wel of niet grond inbrengt in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken met ontwikkelaars en/of bouwers over bouwprogramma’s en de aanleg van openbare voorzieningen.

Beleidsregels In de Nota grondbeleid 2008 zijn de navolgende 12 beleidsregels opgenomen: 1. De gemeente Doesburg houdt rekening met de beleidskaders die van invloed zijn op het lokale grondbeleid. 2. Wanneer de gemeente kiest voor een actief grondbeleid zal zij hiervoor het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten gebruiken. Eventueel gevolgd door het onteigeningsinstrument in die gevallen, waar een minnelijke verwerving van ontwikkelingsgronden lijkt te zijn uitgesloten. 3. Zodra een bestemmingsplan is vastgesteld wordt, indien nodig voor de verwerving van de gronden, aan de hand van een onteigeningsplan een onteigeningsbesluit genomen; Dit besluit laat onverlet dat de gemeente zal blijven proberen om gronden langs minnelijke weg te verwerven. 4. Bij uitbreidingslocaties wordt in beginsel gekozen voor een actief grondbeleid. 5. Per geval wordt voorafgaand aan verwerving bepaald op welke wijze onroerende zaken het beste kunnen worden beheerd. Financiële aspecten spelen bij de besluitvorming een belangrijke rol. 6. Bij nieuwe erfpachtovereenkomsten wordt de canon ééns in de 5 jaar herzien én wordt de canon jaarlijks geïndexeerd op inflatie-effecten, bijvoorbeeld door hierop het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie (CPI) toe te passen. 7.

Afhankelijk van de uitkomsten van een uit te voeren onderzoek naar ongeoorloofd grondgebruik zal een voorstel aan de gemeenteraad worden voorgelegd inzake handhaving gemeentelijke eigendommen. 8. Bij de bepaling van gronduitgifteprijzen zal gebruik worden gemaakt van de berekeningsmethoden zoals beschreven in de bijlagen C en D behorende bij de nota Grondbeleid. Periodiek en afhankelijk van de situatie zullen gronduitgifteprijzen worden

Pagina 92 van 128

vastgesteld en/of geactualiseerd . Voor nieuwe exploitaties zal de gronduitgifteprijs, zodra de exploitatie ter hand kan worden genomen, door de gemeenteraad worden vastgesteld. 9. Bij elke ontwikkeling waarbij de gemeente grond verkoopt en/of diensten en werken aanbesteedt zullen de criteria ‘voorkoming staatssteun’ en de regels met betrekking tot het (Europees) aanbestedingsrecht in acht worden genomen. 10. Bij particuliere ontwikkelingen, waarbij de gemeente voorzieningen moet treffen van openbaar nut, zal de gemeentelijke inzet er onverminderd op zijn gericht om met desbetreffende markpartijen realisatieovereenkomsten te sluiten met hierin opgenomen afspraken over de te leveren financiële bijdragen in openbare voorzieningen. 11. De gemeente Doesburg voert een actief risicomanagement, door: a. de uitgangspunten van de planexploitatie continu te monitoren en zo nodig bij te stellen, zonder dat hiermee de kwaliteit van het plan substantieel wordt aangetast. In dat geval is nieuw bestuurlijk draagvlak vereist; b. de onderdelen van de planontwikkeling realistisch in te schatten; c. activiteiten in het planontwikkelingsproces te toetsen aan het vastgestelde financiële kader. 12. Jaarlijks wordt van alle grondbedrijf projecten het eindresultaat geprognosticeerd (boekwaarde plus inkomsten minus uitgaven) en verantwoord in de jaarrekening.

De gemeente Doesburg actualiseert periodiek de actieve grondexploitaties.

Stand van zaken met betrekking tot de verschillende ontwikkelingen A. Resultaatverwachting

Projecten binnen gemeentelijk grondbedrijf naam locatie

prognose eindresultaat *)

(vermoedelijk) jaar van realisatie

1. Beinum-West

0/-

2023

2. Woningbouwproject De Havenmeester Koppelweg 20-22

0/+

2024

Projecten buiten gemeentelijk grondbeleid naam locatie

prognose eindresultaat (vermoedelijk) jaar van *) realisatie

3. Woningbouwproject De Sluyswachter, Koppelweg 8-14

+

2023

4. Centrumplan Beinum

-

?

Pagina 93 van 128

naam locatie

prognose eindresultaat (vermoedelijk) jaar van *) realisatie

5. Halve Maanweg (locatie Woningcorporatie)

-

2022

6. Herstructurering Bloemenbuurt wijk De Ooi

-

2022

7. Transformatie schoollocatie Horizon De Ooi

+

2024

8. Turfhaven (GTW –loods)

0

2021

*) + (positief), 0 (neutraal), - (negatief, vraagt een gemeentelijke investering; grondopbrengsten niet aanwezig of niet toereikend) 0/- Ondanks grondopbrengsten is hier naar verwachting een bijdrage vanuit de algemene middelen nodig om hieruit de gemeentelijke kosten te kunnen betalen. - Gemeente heeft op deze locaties geen grondpositie. Hierdoor kunnen geen grondopbrengsten worden ingezet ter dekking van (een deel van) de gemeentelijke kosten. De herinrichting van de openbare ruimte moet worden bekostigd uit algemene middelen / reserves beheer & onderhoud / evt. subsidies van derden. + De netto opbrengst uit verkoop (is verkoopsom minus boekwaarde) is naar inschatting ruim voldoende om hieruit de gemeentelijke projectkosten te betalen.

B. De woningbouwontwikkelingen op middellange termijn 1. Toekomstvisie Doesburg In juni 2021 is de toekomstvisie: “Doesburg Duidelijk Duurzaam Door” vastgesteld. De stad staat aan de vooravond van een aantal serieuze uitdagingen, die het gemeentebestuur met haar burgers en bedrijven wil aangaan. Inzet is het behoud van een toekomstbestendige, leefbare en vitale stad. Dit wil zij bereiken via drie elkaar versterkende hoofdkeuzes: 1. Een evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat 2. Verbindende en versterkende sociale aanpak 3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie De eerste hoofdkeuze vraagt een nieuwe gemeentelijke woonvisie, daarbij inspelend op de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt op korte en lange termijn. Maar ook zou nieuwbouw het antwoord moeten zijn op het wegtrekken van bepaalde groepen wegens onvoldoende aanbod in het middensegment huur- en koopwoningen. 2. De gemeentelijke woonvisie In de woonvisie met een horizon tot 2022 worden de nog niet tot ontwikkeling gebrachte inbreidingsen herstructureringslocaties voortdurend “tegen het licht gehouden”. In de vigerende woonvisie wordt

Pagina 94 van 128

in het bijzonder aandacht gevraagd voor het opwaarderen van de bestaande woningvoorraad. Levensloopbestendig, duurzaam en betaalbaar zijn hier sleutelbegrippen. In 2022 wordt met inbreng van onder andere bewoners de woonvisie geactualiseerd, met als vertrekpunt de in de Toekomstvisie Doesburg geformuleerde doelen en met bijzondere aandacht voor senioren, starters en het middensegment. Een extra uitdaging bij nieuwbouw vormt het gebrek aan voldoende ruimte. Ruimte waar niet alleen een beroep op wordt gedaan voor wonen, maar ook voor infrastructuur, bedrijvigheid, natuur en herwaardering van (cultuur) historische waarden. 3. De Liemerse Woonagenda In 2020 is de Liemerse Woonagenda: de koers voor 2020-2025 vastgesteld en door betrokken partijen (provincie en gemeenten) ondertekend. Met deze geactualiseerde agenda is het weer mogelijk om met initiatiefnemers actuele afspraken over woningbouw te maken. De woningbouwafspraken uit de vorige agenda waren gebaseerd op een eerdere veronderstelde afnemende vraag naar woningen. Er zou in sommige gemeenten zelfs sprake zijn van krimp. De nieuwste prognoses laten voor de Liemers in z’n geheel tot tenminste 2040 een huishoudensgroei zien. Eén van de thema’s die door de Liemerse gemeenten gezamenlijk wordt opgepakt is: “Wonen met zorg”.

Uit een in 2021 uitgevoerde inventarisatie blijkt dat mét zorgverleners en volkshuisvesters aanvullende maatregelen en voorzieningen moeten worden getroffen om de groeiende groep ouderen en kwetsbaren uitzicht te blijven geven op goede zorg en geschikte huisvesting. Daar waar nieuwbouw en of een herinrichting aan de orde is, zal tevens gekeken worden naar waar “het ontmoeten” kan worden bevorderd, dit in het besef dat welzijn van ouderen de vraag naar zorg kan doen verminderen. 1. Verstedelijkingsstrategie Groene Metropoolregio Anno 2022 wordt van gemeenten gevraagd een versnelling te realiseren in de woningbouwopgaven. Het woningtekort op nationaal niveau, maar ook op regionaal niveau is aanzienlijk is. Zo moeten er in de Groene Metropool Regio tot 2040 circa 100.000 woningen worden bijgebouwd, waarvan het merendeel in Arnhem-Oost, Nijmegen-West en en Foodvalley-Zuid. Dit is een gigantische operatie waarbij de regiogemeenten de afspraak hebben gemaakt dat nieuwbouw niet ten koste mag gaan van natuurwaarden. Het wordt aldus voortdurend zoeken naar de juiste balans tussen enerzijds stedelijke ontwikkeling en anderzijds een ontspannen leef-kwaliteit, dit onder het motto: “Meer landschap, meer stad”, zo valt te lezen in de verstedelijkingsstrategie, waarvan de ontwerpprincipes door alle 26 regiogemeenten in het najaar van 2021 zijn vastgesteld.

De bouwopgave van Doesburg in dit geheel is vanwege haar ligging en beperkte bouwmogelijkheden gering. Dit neemt niet weg dat ook alles wat Doesburg versneld kan toevoegen welkom is. Afspraken over woningbouwversnellingen zijn in 2020 vastgelegd in een Woondeal tussen Rijk, provincie en alle gemeenten uit de Regio Arnhem Nijmegen.

C. De (potentiële) ontwikkelingslocaties 1. Beinum West Verwachting is dat in 2022 het grondbedrijfproject Beinum West kan worden afgesloten. Alle kavels zijn dan naar verwachting verkocht, en De Strijp/ De Kilder is dan heringericht als 30-km weg, en voorzien van groen en openbare parkeerplaatsen. Pagina 95 van 128

In 2008 is voor deze uitbreidingswijk een eerste financiële grondexploitatie vastgesteld voor de realisatie van 190 koop- en huurwoningen (waarvan 45 vrije sector kavels), én een woonzorggebouw. Het ontwikkelingsgebied is grofweg 10 hectare groot, waarvan iets minder dan de helft is uitgegeven aan woonkavels met een grondopbrengst van afgerond € 7.600.000 (is exclusief BTW).

2. Woningbouwproject De Havenmeester - Koppelweg 20-22 In 2021 is na gehouden woonconsumentenonderzoek de planvoorbereiding voor de bouw van 13 koopwoningen, waarvan 6 patiowoningen voortvarend opgepakt. Uit gehouden onderzoek is gebleken dat er in ruime mate belangstelling is voor de woningen. Ontwikkelaar is Van Wijnen Oost BV, die in 2018 voor deze voormalige locatie Stadswerf het ontwikkelingsrecht heeft verkregen. De ontwikkelingsvoorwaarden zijn vastgelegd in een realisatieovereenkomst. Als gemeente staan we “aan de lat” voor het bouw- en woonrijp maken van deze locatie. Hiervoor is in december 2018 een financiële grondexploitatie vastgesteld, met een geprognosticeerd positief bedrijfsresultaat. De ontwikkelaar verwacht in 2022 na verleende omgevingsvergunning te kunnen starten met de bouw. Het voor deze woningbouw te wijzigen bestemmingsplan is in 2020 vastgesteld en onherroepelijk geworden. 3. Woningbouwproject De Sluyswachter - Koppelweg 8-14 In 2021 is gestart met de bouw van 40 koopappartementen en 15 eengezins koopwoningen. Waar het aanvankelijk de bedoeling was om de woningbouw in twee fasen te realiseren wordt, vanwege de grote belangstelling, alle woningen in één bouwstroom gerealiseerd. Verwachting is dat de woningen rond de jaarwisseling 2022-2023 worden opgeleverd. Voor deze bouwlocatie heeft de gemeente circa 1.000 m2 bouwgrond ingebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=03ca7bcd-7d7f-4c1b-913b-8bd1139f46f8