Ontwerpbegroting ODRA 2023 en meerjarenraming ODRA tot 2026
Tekst van het document
Werken aan een gezonde veilige en duurzame leefomgeving begroting 2023 en meerjarenraming tot 2026
Begroting ODRA 2023
pag. 1
Inhoudsopgave
Voorwoord ................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 1 ............................................................................................................... 4 1.1
Inhoudelijke opgaven voor ODRA. .................................................................... 4
1.1.1 Nieuw kabinet – grote uitdagingen .................................................................. 4 1.1.2 Economische en maatschappelijke ontwikkelingen ............................................. 4 1.1.3 Bestuurlijke ontwikkelingen/wet en regelgeving ................................................ 6 1.1.4 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering ............................................................... 9 Hoofdstuk 2 .............................................................................................................. 11 2.1
Consequenties voor de programma-begroting ................................................... 11
2.1.1 PDC 2022/23 .............................................................................................. 11 2.1.2 Vergunningverlening; (reguliere) veranderingen ............................................... 13 2.1.2 Toezicht en handhaving ................................................................................ 14 2.1.3 Advies........................................................................................................15 2.1.4 Programma Gelders stelsel ............................................................................16 2.1.5 Programma Projecten en Algemene diensten ................................................... 17 2.2
Risico’s .......................................................................................................20
Hoofdstuk 3 .............................................................................................................. 21 3.1
Outputfinanciering (ontwikkelingen) ................................................................ 21
3.1.1 Hybride vorm - provinciale programma’s - Commissie Aartsen ........................... 21 3.1.2 Besparingsdoelstellingen / uitgangspunten in de begroting ................................ 22 3.3 Overige begrotingskaders. .................................................................................. 23 3.3.1 Tarief voor 2023 .......................................................................................... 23 3.3.2 Overige normen en trends ............................................................................23 3.4 Programma -en categoriale begroting .................................................................24 3.4.1 Programma & taakveld begroting ...................................................................24 3.4.2 Categoriale begroting ................................................................................... 25 3.4.2 Overhead ...................................................................................................26 3.3.4 Meerjarenraming ......................................................................................... 27 3.5 Geprognosticeerde Balans en financiële kengetallen ............................................... 28 3.5.1 Vaste activa ................................................................................................
29 3.5.2 Overige activa ............................................................................................. 30 3.5.3 Passiva ......................................................................................................30 3.5.4 Financiële weerbaarheid ............................................................................... 31 Ondertekening .......................................................................................................32
Bijlage 1; Overzicht bijdragen klanten .......................................................................33 Bijlage 2: Overzicht van te leveren producten ............................................................. 34 Bijlage 3; Overzicht te leveren diensten .....................................................................35 Bijlage 4: Overige overzichten en specificaties ............................................................ 36
Begroting ODRA 2023
pag. 2
Voorwoord Het conflict over de ruimte De maatschappelijke uitdagingen waar we als samenleving de komende jaren voor staan, zijn samen te vatten in vijf woorden: het conflict over de ruimte. Ruimte voor bedrijvigheid, infrastructuur en mobiliteit, voor wonen en recreëren, voor wateropvang, windmolens en zonneparken, voor natuur en landbouw, voor publieke voorzieningen en privé-activiteiten. De ruimte is schaars in Nederland en de claims zijn groot en van een visie gedreven gecoördineerde ruimtelijke ontwikkeling is vooralsnog geen sprake. Hoe het verder moet, daarover verschillen de meningen en die lopen over de as ‘meer centraal-minder centraal, meer regulering-minder regulering’. De claim op de schaarse ruimte is veelal een gevolg van rijksbeleid (wonen, energie, klimaat, mobiliteit, etc.), maar het antwoord moet uit de regio’s komen. Waar kan wat en wie gaat erover? En wat te vinden van meningen en initiatieven van omwonenden? Zij die hun omgeving zien veranderen en de toegevoegde waarde van investeringen niet terugzien in de eigen regio, maar via de beurs zien verdwijnen naar andere landen. Dat roept ergernis en verzet op, zoals in Groningen. Betrouwbaarheid van de overheid is dan in het geding.
De mondige burger, geholpen door de sociale media, en gedreven door het niet in mijn achtertuin-effect (Nima), passen slecht in de huidige participatiemodellen, waarin zenden en informeren leidend zijn. Het gaat in de klassieke modellen niet om daadwerkelijke co-creatie met inwoners, maar om afvinken van het lijstje. Wethouders merken dat alle dagen, aan hun bureau en de telefoon en in het politiek versplinterde politieke landschap in de gemeenteraad. Ook op dat front zal het een en ander veranderen. Gaan we vaker de rechter om een oordeel vragen? Het zou een bijeffect kunnen zijn van de Omgevingswet. Een nieuw conflict tussen stad en platteland dringt zich op. De stedelijke ambities vallen neer in het landelijk gebied, uitbesteed aan internationale projectontwikkelaars en ondernemingen. Tegelijkertijd verdwijnen vanwege geldgebrek (lagere bijdrage uit gemeentefonds en hogere kosten, leegloop, minder WOZ en inkomsten uit leges) en opgelegde efficiencydoelen de openbare voorzieningen (scholen, bibliotheken, politieposten, buurthuizen) uit de dorpen, en waar de publieke voorzieningen verdwijnen en de overheid niet meer zichtbaar is, ontbreekt het gezag. En zonder een zichtbare overheid, en wij als uitvoeringsdienst, nemen de kansen voor ondermijnende activiteiten en populisme toe en zal de roep om toezicht en handhaving sterker worden. Een lastige paradox voor gemeenten.
We willen een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, daarover is geen twijfel, hooguit een nuanceverschil, maar de betaalbaarheid is een serieus thema. Er is kortom, niet één issue dat aandacht vraagt, het is een complex van vraagstukken dat op elkaar ingrijpt dat aandacht vraagt. Op tal van fronten worden van onze opdrachtgevers (partners) ‘slimme en verstandige antwoorden verwacht’. Met deze begroting anticiperen we op de bijdrage die wij kunnen leveren om samen met onze partners hun vraagstukken op te lossen. Wat betekenen die maatschappelijke uitdagingen voor ons werk in de komende jaren, is de rode draad in deze begroting. Ruben Vlaander Directeur Omgevingsdienst Regio Arnhem
Begroting ODRA 2023
pag. 3
Hoofdstuk 1 1.1 Inhoudelijke opgaven voor ODRA. 1.1.1 Nieuw kabinet – grote uitdagingen Op het moment van schrijven van deze begroting is het Kabinet Rutte IV enkele maanden onderweg. Er is een regeerakkoord, maar, niet onbelangrijk voor ons werk de komende jaren, is de concrete uitwerking hiervan in nieuw beleid nog niet volledig uitgewerkt. Zoals de transitie naar een meer circulaire- en minder fossiel afhankelijke economie, woningbouw, natuur, klimaatadaptatie en de miljarden investeringen voor de toekomst (technologie, mobiliteit, innovatie, onderwijs). De grote maatschappelijke uitdagingen zijn, zoals in het voorwoord staat, samen te vatten als het conflict over de ruimte. De ruimte is schaars in Nederland en de claims zijn groot en van gecoördineerde ruimtelijke ontwikkeling is vooralsnog geen sprake. In deze complexe dynamiek heeft ODRA haar plannen voor 2023 vormgegeven. Het zijn vele issues die aandacht vragen van ODRA.
Met deze begroting zetten we de consequenties, voor zover deze zijn te overzien (veel beleid zal nog door het kabinet worden geconcretiseerd) op een rij, en beantwoorden de vraag: Wat betekenen die maatschappelijke uitdagingen voor ons werk in de komende jaren? 1.1.2 Economische en maatschappelijke ontwikkelingen Bedrijvenbestand De recente en verwachte economische ontwikkelingen leiden tot een gewijzigd en groter bedrijvenbestand in een aantal gemeenten. Bedrijven stoppen, nieuwe bedrijven komen, kleine bedrijven worden groter, internationale bedrijven zoeken een locatie om zich te vestigen en bedrijven stoten activiteiten af en voegen nieuwe activiteiten toe. Vanuit het oogpunt ‘als er iets gebeurt bij een bedrijf…’ en wij kennen het bedrijf niet of onvoldoende, ligt het risico van incidenten en negatieve publiciteit om de hoek. En daar houden inwoners van gemeenten en hun bestuurders niet van. Meer bedrijvigheid betekent voor gemeenten derhalve ook meer vergunningaanvragen en meer toezicht; juist om genoemd risico te verkleinen. We verwachten dat er een verdere aanscherping van het beleid (VTH-stelsel) ten aanzien van milieucriminaliteit (wetgeving) en ‘ondermijning’ wordt ingezet. Monitoren van activiteiten op bedrijventerreinen en in de buitengebieden is input voor toezicht en handhaving en daarmee direct van invloed op een gezonde en veilige leefomgeving.
Wetgeving zal ons in staat gaan stellen om meer gebruik te maken van data-analyses en data-koppelingen (bijv. gebruik elektriciteit, water, UWV, KvK, etc.), die een indicatie kunnen zijn voor ongewenste praktijken. Doorlichting van het bedrijvenbestand, en continue actualisatie van dit bestand, is een belangrijk aandachtspunt de komende jaren.
Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is het van belang het bedrijvenbestand op orde te hebben en vinger aan de pols te houden bij hetgeen buiten gebeurt. Door goede registratie en het actueel houden daarvan, worden we in staat gesteld slimmer en effectiever toezicht te houden. Om dit te bewerkstelligen, investeren we de komende jaren in de kwaliteit van gegevensbeheer en intensievere samenwerking met andere diensten. Daarnaast zal (de groei van) het bedrijvenbestand geconcretiseerd worden in de werkpakketten die we voor 2023 gaan afsluiten. De toename van het volume aan
Begroting ODRA 2023
pag. 4
bijvoorbeeld controles was nog niet concreet genoeg om een plek te krijgen in deze begroting.
We bereiden ons met onze eigenaren en opdrachtgevers voor op de klimaatmaatregelen die het kabinet zal voorstellen. De details kennen we nu nog niet, maar de richting is wel helder. Er zal ingegrepen en gestimuleerd worden, alleen het tempo en de mate van concreetheid van de maatregelen is onzeker. Klimaatmaatregelen zien we terug via het energiespoor (besparen), de reductie van broeikasgassen door opwekken van wind, water en bio-energie (vergunningen en toezicht) en aanpassingen in het landschap (voor dijken en waterberging) waar grondtransporten voor nodig zijn.
Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent het klimaatbeleid dat we vaker met ondernemingen zullen meedenken om te kunnen voldoen aan het klimaatbeleid (via projectgelden - denk aan energie-advisering, best beschikbare technieken, toezicht grondtransporten). Ook zullen onze medewerkers hierop (bij) geschoold moeten worden.
Stikstofbeleid Het stikstofbeleid is een verdelings- en reductievraagstuk. Voor de bouw (woningen en infrastructuur) is stikstofruimte nodig, voor natuurontwikkeling moet de depositie van stikstof juist naar beneden. Welke sector levert in en welke sector krijgt stikstof? Het totaal van de uitstoot en depositie moet terug, dat ligt vast in Europees beleid en Europese- en nationale richtlijnen en wetten. Het is op dit moment nog lastig in te schatten welk effect de stikstofmaatregelen hebben voor ons werk. Als Wnb-vergunningen (wet natuurbeheer) niet verleend kunnen worden, heeft dat ook effect op de Wabo-vergunningverlening.
Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent het stikstofbeleid extra controles, advisering over Wnb-vergunningen voor bedrijven die een Wabo-vergunning aanvragen. Daarnaast zullen we komende jaren projecten opstarten die bijdragen aan de doelstelling van de energietransitie en circulaire economie en daarin is stikstof een van de componenten. Integrale toetsing wordt onderdeel van onze werkwijze.
Leefbaarheid Bovengenoemde ontwikkelingen raken bedrijven en burgers in ons werkgebied direct. In sommige regio’s zal komende jaren veel meer gebouwd moeten worden. Waarschijnlijk, en op veel plekken onvermijdelijk, gaat de woningbouw de hoogte in. Dat geeft binnenstedelijk druk op de beperkte ruimte en leidt vaker tot overlast. In de steden is de vraag naar woningen en locaties voor bedrijven groot, op het platteland lopen dorpen leeg en staat het ontwikkelen van bedrijventerreinen als verdienmodel voor gemeenten onder druk. Leefbaarheid krijgt zo niet alleen een landelijke-, maar ook een stedelijke dimensie. Geluidsoverlast, geuroverlast, meer klachten over buren, gezondheidsschade, weinig groen, hittestress, waterberging, etc. zullen ons werk beïnvloeden.
We gaan vaker en gericht communiceren met de omgeving. Dat wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook van ons gevraagd. We zijn deelnemer aan de omgevingstafels. Het adagium is: een buurt die ergens tegen is, is ook ergens voor. De kunst wordt om bijvoorbeeld aan dialoogtafels bondgenoten te vinden in de plaats voor een gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
Woningbouw De provincie Gelderland stuurt vanuit een landelijke opdracht, aan op versnelling van de bouw van woningen. Geschikte locaties vinden is een issue, dus verschuift de aandacht naar minder Begroting ODRA 2023
pag. 5
geschikte grond. Er is een bovenregionale aansturing van bouw- en ruimtegebrek nodig, dat meer en beter zal moeten worden vastgelegd in de bestemmingsplannen/omgevingsplannen. We zullen het ook merken in het aantal bouwvergunningen en controles, ontwikkelingen van industrieterreinen en alle eisen die op het gebied van energie zullen worden gesteld aan gebouwde omgeving.
Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent het een toename van volumes en complexiteit. En dat is werk aan de winkel. Ook voor onze toezichthouders bodem.
Digitalisering Digitalisering zal de komende jaren een nog grotere impact krijgen op ons werk. We gaan niet alleen de archivering verder op orde brengen, documenten netjes opslaan en digitaal toegankelijk maken (goede zoektermen, etc.). We gaan ook onze VTH-zaken beter registreren en voor de ‘klant’ toegankelijk maken. Ons hele service- en dienstverleningsconcept zal een digitaliseringsslag doormaken. Mede gestuurd door nieuwe wetgeving waaronder de Wet electronisch publiceren (Web) en de Wet open overheid (Woo). En niet alleen onze eigen data moeten we op orde hebben, maar we gaan meer en meer data van (semi)overheden, nutsbedrijven en andere inspecties- en opsporingsdiensten aan elkaar koppelen. Dat doen we om de kwaliteit van vergunningen en toezicht (en handhaving) te verbeteren en op termijn bij te dragen aan de betaalbaarheid van het VTH-stelsel. Digitalisering heeft ook gevolgen voor wat onze medewerkers moeten kunnen en kennen. Training en opleiding in ‘digitaal werken’ is zeker een issue voor de komende jaren.
Data op orde brengen en houden en data delen met andere instanties en overheden zal ons werk sterk beïnvloeden, oftewel data-gedreven werken. Er zal meer en meer behoefte zijn aan data-analisten en data-architecten. Privacy en toegankelijkheid en opleiden zijn belangrijke aspecten van de digitalisering. De samenwerking met andere omgevingsdiensten en overheden zal intensiever worden om datagebruik en uitwisseling (DSO) beter te faciliteren.
1.1.3 Bestuurlijke ontwikkelingen/wet en regelgeving Commissie van Aartsen Vanuit het ministerie van I&W wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen die de Commissie van Aartsen en Algemene Rekenkamer in het voorjaar van 2021 publiceerden. Verbetering van het toezicht, versterking van de omgevingsdiensten, deskundigheid en expertise delen en andere financieringsvormen. Dit kan nog van grote invloed zijn op deze begroting.
Het is niet ondenkbaar dat de hele begroting op andere financieringsprincipes of structuur (qua programma indeling en taakvelden) moet worden gebaseerd.
Uitvoeringsdiensten De politieke debatten in Den Haag over de Toeslagenaffaire zijn goed beschouwd debatten over de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving en over de rol van ‘incidentenpolitiek’. Verder gaat de discussie in de Kamer over de inzet van ICT en algoritmes, over de afstand overheid-burger en het populisme in de politiek. Factoren die direct of indirect invloed hebben op de organisaties die voor de uitvoering van beleid verantwoordelijk zijn. Dus ook over de Omgevingsdiensten. Is komende jaren sprake van ‘herwaardering en herpositionering’ van de uitvoeringsdiensten, dan zal dat ongetwijfeld invloed hebben op ons werk.
Begroting ODRA 2023
pag. 6
Wij kiezen nadrukkelijk om het doel centraal te stellen. Het gaat ons om een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. VTH is een van de instrumenten om dat te bereiken, maar ook actief meedenken in de beleidscyclus over de uitvoerbaarheid.
Verantwoording Recente kwesties laten wederom zien dat verantwoording, transparantie en openheid bepalende factoren zijn voor acceptatie en naleving van wet- en regelgeving en de legitimiteit van onze organisatie. ‘Onder de pet houden’ wordt maatschappelijk niet langer geaccepteerd. We zien dat eerlijkheid, openheid en delen van de (bestuurlijke) dilemma’s worden gewaardeerd. ‘Eromheen draaien’ niet. De Wet Open Overheid (Woo), en eerder ook de regelgeving over toegankelijkheid van websites, wijzen ons de weg.
We zetten in op transparante (lean) werkprocessen, zelfbewust verantwoorden en duidelijk zijn over ons werk en we werken aan contact en vertrouwen bij burgers en ondernemingen. In het project Rijker Verantwoorden ontwikkelen we nieuwe inzichten over hoe we de effecten (outcome) van ons handelen inzichtelijk kunnen maken.
Robuust en vertrouwen Vanaf de oprichting van de omgevingsdiensten als een direct gevolg van grote incidenten (onder meer Enschede), zijn robuust, deskundig, nabij en onafhankelijk de woorden geweest die steeds weer om een nadere positionering vroegen. We hebben in de verschillende discussies positie moeten verwerven en moeten verdedigen. Komende jaren zal het vraagstuk robuust (voldoende expertise en onafhankelijk) zeker aan de orde zijn. Onze omgeving verwacht dat de omgevingsdienst optreedt en deskundig is en ondernemingen met gezag kan aanspreken op hun gedrag.
Dat vraagt investeringen (in mensen, in samenwerking, in uitwisseling, in ICT) van de eigenaren en opdrachtgevers om de gezonde, veilige en duurzame leefomgeving te kunnen borgen.
Strafrecht, bestuursrecht Fragmentatie en vrijblijvendheid is kenmerkend voor het VTH-stelsel, concludeert de commissie Van Aartsen. Adequate handhaving van wet- en regelgeving is van essentiële betekenis voor het realiseren van doelstellingen van beleid. Maar in de praktijk loopt dat toch vaak anders. De druk vanuit de samenleving – vaak aangezwengeld door particuliere belangen - om toezicht en handhaving steviger neer te zetten wordt groter, getuigen de verschillende rechtszaken tegen overheid en bedrijven. Bestuursrecht dat gericht is op opheffen van de overtreding en strafrecht dat gericht is op bestraffen van de overtreding, moeten meer samenwerken omwille van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
De druk om toezicht en handhaving steviger neer te zetten wordt groter. De wil om in het belang van de samenleving de regels met handhaving te borgen, doeltreffend, evenredig en afschrikkend, is evident. Daarin past een actieve samenwerking met andere opsporingsdiensten.
Omgevingswet Dat de invoering van de Omgevingswet verschillende keren is uitgesteld, geeft aan hoe ingewikkeld deze operatie is. De wet heeft impact op ons werk. De invoeringsdatum is nu gepland op 1 januari 2023. Een verandering, van belang voor de begroting, is onze Producten- en Diensten Catalogus (PDC).De veranderingen nodig voor de omgevingswet zijn al in de werkpakketten vanaf 2022 gebruikt. De Wkb en bodemtaken (zie hieronder) zijn eveneens apart gekwantificeerd. Inhoudelijk bereiden we ons al twee jaar voor. Dat doen we samen met onze eigenaren, opdrachtgevers en onder andere via pilots, omdat de implementatie van afspraken en werkwijzen een gezamenlijke opgave is en praktisch moeten gaan werken. Begroting ODRA 2023
pag. 7
We hebben de ambitie dat onze medewerkers actief meedenken over omgevingsvisies en omgevingsplannen die gemeenten moeten opstellen, met oog voor de menselijke maat. Dit zijn voor ons in de uitvoering belangrijke kaders. We leiden toezichthouders op voor risico- en informatie gestuurd toezicht en vergunningverleners voor integraal afhandelen van een aanvraag. De samenwerking met de collega’s binnen ODRA en met collega’s van de gemeentelijke afdelingen zoals Ruimtelijke Ordening en Economische zaken wordt intensiever.
Het interne programma Omgevingswet heeft als doel dat we op 1 januari 2023 klaar zijn voor de Omgevingswet. We hebben werkafspraken gemaakt, we zetten in op het omgevingsplan en adviseren over verplichte programma`s, we zijn betrokken bij toepasbare regels en vragenbomen voor onze dienstverlening en bij het aansluiten van onze digitale systemen op het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
Wet private kwaliteitsborging (WKB); verbeteren bouwkwaliteit Tegelijk met de Omgevingswet wordt ook de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) van kracht. In de bouw zal onder invloed van deze wet veel veranderen, ook voor onze medewerkers. Als de Wkb eenmaal van kracht is, moet de particuliere- en zakelijke opdrachtgever via een private kwaliteitsborger een risicobeoordeling laten uitvoeren. We kijken onder andere naar wat de invloed van privatisering is op capaciteit en taken van ODRA, maar het hoofddoel van de Wkb is het verbeteren van de bouwkwaliteit, verbeteren van de positie van de particuliere- en de zakelijke bouwconsument en verminderen van de zogenoemde faalkosten. Rapporten over de consequenties zijn onlangs (feb 2022) aangeboden aan partners en ODRA. Validatie en doorrekening in deze begroting 2023 heeft nog niet kunnen plaatsvinden. We hebben een belangrijke rol als uitvoerder om te signaleren en te adviseren op milieuspecialismen, onder anderen geluid, licht, geur en externe veiligheid. Dit zal komende jaren alleen maar toenemen.
We gaan niet meer vooraf toetsen, maar achteraf. Vooraf zoeken we juist de samenwerking en nemen een adviesrol op ons. Bij oplevering van de bouw moet de aannemer aantonen dat aan de (bouw)regelgeving is voldaan. De rol van de
bouwtoezichthouders zal veranderen. Dit vraagt om investeren in deels andere vaardigheden.
Vanuit de rapporten komt een raming naar boven van een daling van enkele fte’s afhankelijk van de bouwpartner, op de werkzaamheden voor gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken, woningbouw, industriebouw met maximaal twee woonlagen).
We verwachten ook een capaciteitstoename, omdat taken terugkomen. De omvang daarvan is echter minder dan de afname. In de werkprogramma’s 2023 wordt dit gezamenlijk met de mogelijke afname, verder geconcretiseerd.
Bodemtaken Met het van kracht worden van de Omgevingswet verschuift ook het bevoegd gezag bij gevallen van ernstige bodemverontreiniging van de provincie Gelderland naar gemeenten. Dit heeft impact op het Wbb-bodemtoezicht (Wet bodembescherming) en de beoordeling van saneringsevaluaties die wij voor de provincie uitvoeren. De gemeenten in ons werkgebied krijgen in het kader van de Omgevingswet taken over van de provincie.
ODRA zal in dit taakveld blijven opereren, maar dan met de gemeenten als opdrachtgever. Niet alles verandert, want de provincie blijft bevoegd gezag voor de gevallen van grondwaterverontreiniging en afhandeling van de spoedlocaties.
Begroting ODRA 2023
pag. 8
De financieringsstroom gaat wel veranderen, het budget dat nu nog bij de Provincie ligt zal worden neergelegd bij de gemeenten. Hoe deze overheveling er precies uitziet is op dit moment nog niet duidelijk. De omvang betreft circa € 0,6 miljoen aan taken die ODRA nu uitvoert.
Provinciale programma’s Al twee jaar (per 1 januari 2020) is ODRA verantwoordelijk voor de uitvoering van het programmaplan ‘Handhaving complexe bedrijven’ met de provincie als bevoegd gezag. Begin 2021 is ook het programma ‘Aandachtsbedrijven’ onder de hoede van ODRA gekomen. Daarnaast wordt er een plan opgesteld om ook voor de gemeentelijke complexe bedrijven een gecoördineerde aanpak in het Gelders Stelsel op te zetten. De programma’s hebben tot substantiële verandering in de exploitatie bij ODRA geleid, voornamelijk vanwege intensivering (op de kwaliteit). Financieel technisch ook; de activiteiten en kosten, die voorheen bij andere omgevingsdiensten waren begroot, lopen nu via de begroting van ODRA.
Om continuïteit en kwaliteit beter te kunnen sturen, verwachten we dat er meer eigen medewerkers zullen worden ingezet, waarbij een aandachtspunt op de robuustheid is van de andere omgevingsdiensten. Bij ODRA zal de verhouding ‘intern – extern’ worden beïnvloed met andere marges en andere overhead tot gevolg.
1.1.4 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering ODRA maakt majeure interne ontwikkelingen door. Afgelopen jaren is onder meer een transitie geweest naar outputfinanciering, de administratie is met een nieuw systeem (SAP en SAC als BI-instrument) in eigen beheer gekomen, het zaaksysteem (VTH) is vervangen (Open Wave), de datakwaliteit wordt op orde gebracht (incl. archief) en we zijn gestart met een doorontwikkeling van het team bedrijfsvoering. Nieuwe huisvesting Na twee jaar pandemie zijn ook de structurele effecten op de bedrijfsvoering zichtbaar geworden, met name op de huisvesting en arbeidsvoorwaarden in relatie tot thuiswerken. Eind 2021 is de businesscase voor nieuwe huisvesting aan het bestuur aangeboden. In deze businesscase zijn alle effecten over anders werken (gericht op ‘ontmoeten’ en plaats onafhankelijk werken), duurzaamheid, en ruimtelijke - en gebouw-technische eisen mee genomen.
We gaan verhuizen naar de Airborne Tower in Arnhem. De verhuisdatum is medio 2022, vanaf dat moment gaan we over naar een volledige zelfstandige bedrijfsvoering, waarbij invulling wordt gegeven aan een duurzame kantooromgeving. Het betekent ook loskoppeling van onze gastheren; gemeente Arnhem en De Connectie. Er zijn naast de inhoudelijke effecten (hiermee realiseren we een groot deel van de door de partners gevraagde besparingen) ook financieel technische veranderingen op gebied van investeringen en afschrijvingen, en mogelijk financieringsafspraken in de vorm van leningen.
ICT transitie De verhuizing gaat gepaard met een volledige ICT-transitie. Het beleid om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken is medio 2022 een feit. Alle ICT zal via ‘the cloud’ worden vormgegeven en beheerd, alle medewerkers zijn dan geëquipeerd met mobiele apparatuur. De ICT transitie bracht en brengt ook met zich mee dat de focus op onze proces- en datakwaliteit moet worden versterkt. Adequate en snelle informatievoorziening aan onze (keten) partners wordt steeds belangrijker, zowel met betrekking tot de reguliere P&C-cyclus, maar ook voor beter toezicht en kwalitatieve beoordelingen.
Begroting ODRA 2023
pag. 9
Voor de partners is een ‘businesscase archief’ opgesteld, waarin het belang hiervan wordt weergegeven. Voorstellen hiervoor zullen medio 2022 aan de partners voor besluitvorming worden aangeboden. Effecten op de (meerjaren) begroting worden na accordering van deze businesscase afzonderlijk inzichtelijk gemaakt.
Personeelsbeleid Daarnaast zullen de externe-, maatschappelijke ontwikkelingen vertaald gaan worden in de bedrijfsvoering. De veranderingen eisen een adequaat personeelsbeleid, zowel kwantitatief, maar zeker ook kwalitatief. We worden geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt, relatief veel verloop en pensionering van medewerkers en oplopende tarieven (loonkosten) voor externe inhuur. Het beleid is erop gericht om meer specialisten zelf op te leiden, conform de eisen van de kwaliteitscriteria (versie 2.2). Zelf opleiden versus inhuur is een dilemma tussen kosten, productiviteit, flexibiliteit en kwaliteit. Met de zes Gelderse Omgevingsdiensten wordt campagne-matig online gewerkt aan meer naamsbekendheid voor het werk van omgevingsdiensten. In beeld en geluid zetten we ‘eigen mensen’ in, bezoeken we hogescholen en geven inleidingen op relevante podia.
We hebben een strategisch personeelsplan in de maak. Het plan wordt de ‘gids’ voor meerjarig personeelsbeleid.
Organisatieontwikkeling Onze ambitie om de doelen en het bereiken van maatschappelijke effecten voorop te stellen, vergt ook aanpassingen in de bedrijfsvoering. In 2022 worden pilots gestart onder de noemer ‘rijker verantwoorden’. Een werkwijze waarbij niet de output (aantal producten of diensten), maar de daarmee te bereiken effecten (outcome) voorop staat. De pilots willen we bekostigen uit het innovatiebudget. ‘Rijker verantwoorden’ speelt ook een belangrijke rol in de wijze waarop we het accountmanagement hebben ingericht. In de ambtelijke gesprekken willen we nadrukkelijker het gesprek aangaan over de inhoudelijke ambities van onze partners en breder de vraag stellen hoe het milieudomein er over drie/vier jaar uitziet.
Dat doen we samen met onze partners; in 2022 voeren we een stakeholder-onderzoek uit, we maken een visie, organiseren ronde tafel, gesprekken om te inspireren. De gemeenteraadsleden zijn belangrijk om hen mee te nemen in deze ontwikkelingen. We staan voor de uitdaging om visie en vakmanschap te vertalen in budgetten. We zien het als gezamenlijk groeiproces.
Tariefstelling en tariefdifferentiatie In ons huidige systeem van outputfinanciering wordt gewerkt met een uniform basistarief per uur. Dit tarief is, ondanks inflatie en loonstijgingen in de CAO, al twee jaar (in 2021/22) stabiel op € 92,- per uur. Ook in 2023 zal het tarief wederom € 92,- per uur zijn. De besparingen die we realiseren maken dit mogelijk.
Begroting ODRA 2023
pag. 10
Overzicht 1: Tarief opbouw ODRA in relatie tot onze benchmark. Tarief opbouw
realisatie 2021
begroting 2022
begroting 2023
benchmark 2023
Pers oneel s kos ten di rect *)
€ 63
€ 67
€ 67
€ 57
Pers oneel s kos ten i ndi rect
€ 17
€ 14
€ 15
€ 16
Ma teri eel - hui s ves ting & fa ci l i ta i r
€4
€4
€4
€8
- i ct
€4
€4
€4
€4
- overi ge kos ten
€3
€3
€2
€4
Overhea d
€ 11
Bel ei ds rui mte*
€1
€ 11
€ 10
€ 17
Totaal
€ 92
€ 92
€ 92
€ 92
Aa nta l productieve uren
1.423
1.400
1.409
1.409
€2
* in 2021 betrof dit het batig saldo
Met betrekking tot het aantal productieve uren: in 2021 zijn we uitgekomen boven de norm, deels door minder verlof opname, deels door de werkgevers gunstige data van de feestdagen. De verwachting is dat we in de begroting 2023 dicht in de buurt komen van de benchmark ‘overheidstarieven’ die wij al enige jaren als referentie gebruiken. ODRA hanteert een uniform tarief. Dit tarief geldt ongeacht het type dienst of product. We constateren dat dit tarief niet altijd marktconform is voor standaard- en eenvoudiger services en knelt waar het specialistische functies betreft.
Tariefdifferentiatie is een middel om dit probleem te tackelen. Afhankelijk van de besluiten die op basis van de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen worden genomen over de bekostiging van omgevingsdiensten, stellen we voor de mogelijkheden voor tariefdifferentiatie te onderzoeken. Een tijdstip daarvoor is nog niet bepaald en is mede afhankelijk van de wens van de partners.
Hoofdstuk 2 2.1 Consequenties voor de programma-begroting 2.1.1 PDC 2022/23 Binnen het Gelders Stelsel is de afspraak gemaakt dat onze werkzaamheden worden gecategoriseerd in programma’s en taakvelden. We werken binnen ODRA met drie taakvelden (milieu, bouw en algemeen) en vijf programma’s (vergunningverlening, toezicht en handhaving, advies, stelseltaken, projecten/algemeen). De Omgevingswet zal gaan conflicteren met deze historisch vastgestelde indeling in Gelderland. Die indeling wordt minder valide, omdat activiteiten in het kader van de Omgevingswet een integraal karakter krijgen en niet opgesplitst zoals nu het geval is. In de Producten en Dienstencatalogus (PDC) 2022-2023, die de basis is voor onze dienstverlening, is de ‘Gelderse indeling’ vooralsnog gehandhaafd, maar we zien het aandeel ‘projecten en algemeen’ groeien. Er is in de toekomst een structuurwijziging nodig om dit in lijn met elkaar te brengen. Dit voorzien we voor een toekomstige begroting; 2024 of 2025 als er ervaringscijfers beschikbaar zijn. In november 2021 heeft het bestuur de nieuwe PDC 2022/23 vastgesteld. Hierin zijn alle bekende veranderingen vanuit de Omgevingswet en de in hoofdstuk 1 vermelde Begroting ODRA 2023
pag. 11
ontwikkelingen verwerkt. Er is een aantal nieuwe producten en diensten toegevoegd en de naamgeving is zo veel mogelijk in lijn gebracht met de nieuwe wet. In de PDC 2022/23 is tevens een vereenvoudiging doorgevoerd. Een aantal producten is samengevoegd en vanuit het in 2021 uitgevoerde kengetal-onderzoek zijn aanpassingen gedaan op de definitie van de producten/diensten. Het is gebleken dat een aantal producten met voorheen een vast tarief beter als dienst gepositioneerd kunnen worden. Hiermee bereiken we dat de administratieve inrichting eenvoudiger en efficiënter wordt, de kwaliteit van de data omhoog gaat en, zeer belangrijk, de risico’s op een verkeerde tariefstelling en te hoge kosten voor partners, kleiner worden. De aanpassingen in de PDC 2022/23 leiden tot veranderingen in de aantallen en verhoudingen tussen de producten, diensten en gezamenlijke diensten / overig (= doorbelaste materiele kosten). In 2021, was de verhouding in omzet respectievelijk 50 – 39 – 11%. Voor 2023 gaan we naar een verhouding 36 – 54 – 11%. Dat verklaart de grote verschuiving in aantallen diensten versus producten in de begroting 2023 (zie kerntabel). Daarbij geldt ook dat de provinciale programma’s (complexe handhaving en aandachtsbedrijven) geheel als dienst worden afgerekend (22% van het geheel).
Overzicht 2: ‘kerntabel’ Aantallen producten en diensten / omzet en kosten Begroting 2023 op hoofdlijnen x € 1.000
aantallen realisatie * 2021
aantallen begroting * 2022
aantallen
begroting 2023
Ba ten Producten (obv a a ntal l en)
11.921
9.681 50%
12.589
9.962 48%
10.314
7.352 36%
Di ens ten (obv uren)
41.102
3.787 19%
42.275
3.889 19%
70.611
6.496 32%
Di ens ten Prov. Progra m. (uren)
41.571
3.884 20%
49.500
4.554 22%
48.862
4.495 22%
Gez. di ens ten (va s te pri js ) Overi ge di ens ten Vri jva l ba l a ns pos ten Totaa l ba ten La s ten
1.599
8%
1.529
7%
1.708
8%
523
3%
650
3%
527
3%
16
pm
pm
19.490
20.584
20.577
a a ntal fte
a a ntal fte
a a ntal fte
La s ten progra mma 's
146,1
13.751
152,8
15.400 75%
152,5
15.264 74%
La s ten overhea d
39,2
5.674 29%
32,3
5.184 25%
36,5
5.314 26%
185,3
19.425
185,1
20.584
189,0
20.577
Totaa l l a s ten Sa l do
64
0
0
* De aantallen zijn door de wijziging in de PDC 2023 niet volledig vergelijkbaar met de begroting 2023.
Deze kernbegroting 2023 is gebaseerd op de door de partners opgegeven omvang per programma en taakveld. Bij de meeste partners is het een extrapolatie vanuit het werkpakket 2022. In het najaar 2022 worden, binnen dit gestelde kader, de werkpakketten ’23 op productniveau opgesteld. Er is voor 2023 een sluitende begroting opgesteld, met een gelijkblijvend tarief van € 92,- per uur. In het dienstenpakket voorzien we wel een ophoging van de gezamenlijke diensten. Dit heeft vooral betrekking op investeringen in de datakwaliteit (voorheen gegevensbeheer). Verderop worden deze veranderingen in de kosten nader toegelicht. Overzichten 3: Grafieken; omzet per programma en taakveld
Begroting ODRA 2023
pag. 12
Omzet per taakveld x € 1.000
Omzet per programma x € 1.000
€15.000
€ 10.000
real 2019 real 2020
€10.000
€ 7.500
real'21
€ 5.000
bg 2022
€5.000
€ 2.500
kdr 2023
€-
€vergun.
toezicht
real '19
real '20
advies real '21
bg '22
stelsel
bouw
projecten
milieu en algemeen
bg '23
Zoals hierboven aangegeven hebben we naast de indeling van de PDC in productgroepen te maken met vijf programma’s en drie taakvelden. In de grafieken is de omzetontwikkeling hiervan weergegeven. We zien daarin de volgende trends: De toename van de omzet van afgelopen jaren heeft vooral betrekking op toezicht en handhaving – milieu. Het merendeel van de diensten voor de provinciale programma’s zijn hieronder gebracht. Het aandeel bouw heeft een wat grillig verloop. Het is grotendeels economisch gestuurd. In lijn met de voorspelde economische ontwikkelingen zal het aantal aanvragen voor bouwvergunningen wel toenemen, maar daarentegen zal de Wkb het werk veranderen. Het aandeel projecten zal komende jaren gaan stijgen, met name energie en circulaire economie. De gezamenlijke dienst ‘gegevensbeheer’ wordt ‘databeheer en kwaliteit’ en zal in omvang toenemen. 2.1.2 Vergunningverlening; (reguliere) veranderingen De omvang van het programma vergunningverlening is de afgelopen jaren vrij stabiel op een omvang van circa € 4,5 miljoen. Dit is 22% van de totale omzet van ODRA. In aantallen producten en diensten is het aandeel bouw sinds 2019 gegroeid (tov de jaren daarvoor). Dit is in lijn met de economische ontwikkelingen.
Met betrekking tot het kader 2023 verwachten we een verdere verhoging van enkele procenten door de toenemende bedrijvigheid en nieuwe woningbouw, maar deze is nog niet in de (concept) werkpakketten 2022 en 2023 verwerkt. Overzichten 4: Trends en kwantitatieve doelen programma vergunningen
werkpakketten vergunningen € 4.000 € 3.000
aantal producten & diensten vergunningen 15.000 10.000
€ 2.000 5.000
€ 1.000 €-
0
bouw real 2019
real 2020
milieu en algemeen real'21
bg 2022
kdr 2023
Aantal producten WP's Aantal uur diensten WP's real 2019
real 2020
real'21
bg 2022
kdr 2023
*In 2019 nog geen output financiering -> derhalve niet vergelijkbaar
Toelichting op de doelen: Door de aanpassingen in de PDC 2023 zijn de aantallen producen en diensten niet volledig vergelijkbaar met 2021 en begroting 2022. Vandaar dat het percentage ‘tov ‘22’ een hoge waarde heeft.
Begroting ODRA 2023
pag. 13
Beoogd resultaat programma vergunningen Productie
tov 2022 *-1%
aantal
50%
14.006
Tus s en de 95%-105% va n de werkprogra mma 's + a a nvul l end i s gerea l i s eerd Tijdigheid Verl enen vergunni ngen (Wa bo) bi nnen de wettel i jke termi jn Kwaliteit Medewerkers vol doen a a n kwa l i tei ts cri teri a Klanttevredenheid Kl a nten zi jn (zeer) tevreden over de di ens tverl eni ng
4.024
Financiele realisatie
begroting 2023 producten
tov 2021 1%
di ens ten (i n uren)
-11%
aantal
begroting 2022 4.083 producten 9.337
realisatie 2021 4.036 producten
di ens ten (i n uren)
10.527
di ens ten (i n uren)
90%
90%
89%
90%
90%
% wa s ni et te bepa l en
80%
80%
74%
saldo € 162 -1% 0%
- kos ten ( x € 1.000) - ba ten ( x € 1.000)
aantal
saldo € 132 1% 0%
€ 4.402 € 4.564
saldo € 143
€ 4.435 € 4.567
€ 4.402 € 4.545
* Door de wi jzi gi ng i n de PDC 2023 i s het a a ntal producten en di ens ten ni et goed vergel i jkba a r
Het aandeel van het aantal producten/diensten (in uren) is als volgt:. Omgevingsvergunningen (eenvoudig tot complex); 47%. (in 2022 -> 46%) Meldingen besluit bouw en leefomgeving; 34%. (in 2022 -> 31%) Meldingen milieu belastende activiteiten (mba’s); 11%. (in 2022 -> 11%) Overig (wo vuurwerk); 8% De belangrijkste diensten zijn: (waarden 2022 niet geheel representatief door andere PDC) Begeleidingen vergunningen; 30%. (in 2022 -> 46%) Omgevingsvergunningen; 36%. (in 2022 -> 25%) Juridische diensten; 18%. (in 2022 -> 17%) Beoordelingen bbl; 16%. De normen voor kwaliteit zijn vooralsnog gelijk aan eerdere jaren. 80% voor klanttevredenheid en 90% afhandeling van de vergunningen binnen de gestelde termijn. Het financiële beslag van dit programma is nagenoeg gelijk als in 2021 en begroting 2022. 2.1.2 Toezicht en handhaving De omvang van het programma toezicht en handhaving is de afgelopen jaren stabiel op een omvang van circa € 9,5 miljoen. Dit is 46% van de totale omzet van ODRA. Wat betreft het aantal producten en diensten is er een trendbreuk. In de onlangs vastgestelde PDC voor 2022-2023 is een aantal producten omgevormd naar dienst. Derhalve een afname van het aantal producten en een toename van diensten. Ook in de realisatie 2022 is dat te verwachten. Overzichten 5: Trends en kwantitatieve doelen programma toezicht en handhaving.
werkpakketten toezicht & hh €10.000 €8.000 €6.000 €4.000 €2.000 €-
37.500 30.000 22.500 15.000 7.500 0 bouw
real 2019
producten & diensten toezicht & hh
real 2020
real'21
milieu en algemeen
Aantal producten WP's
bg 2022
real 2019
kdr 2023
real 2020
Aantal uur diensten Prov. Prog. aantal WP's uur real'21
bg 2022
kdr 2023
*In 2019 nog geen output financiering -> derhalve niet vergelijkbaar
Begroting ODRA 2023
pag. 14
Toelichting op de doelen: Door de aanpassingen in de PDC 2023 zijn de aantallen producten en diensten niet goed vergelijkbaar met 2021 en begroting 2022. Hieronder is het aandeel van de nieuwe producten aangegeven. Klachtafhandeling rapport; 30% van het totaal (in 2022 -> 24%) Controle rapporten preventief milieu toezicht; 26% van het totaal (in 2022 -> 17%) Controle rapporten Briks; 26% van het totaal (in 2022 -> 12%) Her -en andere controles; 14% In het programma complexe handhaving worden ruim 1.700 producten geleverd. De belangrijkste diensten zijn: Handhavingsbesluiten; 28% (in 2022 producten) Bodemonderzoek; 29% (in 2022 producten) Controle bestaande bouw & projecten; 25% (in 2022 -> 28%) Juridische expertises; 16% (in 2022 -> 30%) De normen voor kwaliteit zijn vooralsnog gelijk aan eerdere jaren. Hier ligt gezien de realisatie in 2021 een uitdaging. Het financiële beslag van dit programma neemt af ten opzichte van afgelopen en huidig jaar. Beoogd resultaat Toezicht en handhaving Productie 95-105% va n de werkprogra mma 's + a a nvul l ende opdra chten gerea l i s eerd 100% rea l i s a tie progra mma pl a n
tov 2022 *
begroting 2023
6.290
producten
*di ens ten (i n uren) uren 19.434 PCH/PAB. 31.239
Tijdigheid % va n de kl a chtmel di ngen, di e i n beha ndel i ng genomen zi jn bi nnen de ges tel de normen <3 Kwaliteit Mdw. vol doen a a n VTH - % vol l edi ge na l evi ng - % opgeheven overtredi ngen Klanttevredenheid % (zeer) tevreden over de di ens tverl eni ng - control es - kl a chtafha ndel i ng Financiele realisatie - kos ten ( x € 1.000) - ba ten ( x € 1.000)
aantal
-3% -4%
tov 2021 aantal
0%
7.861
41%
10.220
47%
*di ens ten (i n uren) uren 28.442 PCH/PAB.
di ens ten (i n uren) uren 19.389 PCH/PAB. gemeten percentage i s l a a g. Zi e toel i chting
90% 60% 85%
90% 60% 85%
saldo
-€ 323
€ 9.699 € 9.376
2% -10%
realisatie 2021
7.885 producten
80%
gemi ddel d
aantal
producten
80%
80%
begroting 2022
7.225
ni et gemeten
80%
gemi ddel d
90%
saldo
-€ 266
saldo
€ 10.023 € 9.757
€ 1.083
€ 9.805 € 10.888
* Door de wi jzi gi ng i n de PDC 2023 i s het a a ntal producten en di ens ten ni et goed vergel i jkba a r
2.1.3 Advies De omvang van het programma advies is de afgelopen jaren toegenomen op een omvang naar circa € 1,8 miljoen. Dit is 9% van de totale omzet van ODRA. Voor 2023 verwachten we een toename vanwege herplaatsing diensten in de PDC. Overzichten 6: Trends en kwantitatieve doelen programma advies
Begroting ODRA 2023
pag. 15
diensten advies
werkpakketten advies €4.000
20.000
€3.000
15.000
€2.000
10.000
€1.000
5.000 0
€bouw real 2019
real 2020
Aantal producten WP's
milieu en algemeen real'21
bg 2022
real 2019
kdr 2023
real 2020
Aantal uur diensten WP's real'21
bg 2022
Prov. Prog. aantal uur kdr 2023
*Binnen het programma Advies worden alleen diensten verleend.
Toelichting op de doelen: Binnen het programma advies is één KPI gedefinieerd, zijnde: alle medewerkers voldoen aan de kwaliteitseisen en zijn geaccrediteerd voor de ‘meetdienst’. Binnen het programma advies worden geen producten geleverd. De belangrijkste diensten zijn: Meetadvies rapporten; 31% van de uren (in 2022 -> 43%) Advies rapport leefomgeving; 47% (in 2022 -> 41%) Beoordeling saneringen; 19%
Beoogd resultaat programma advies Productie 90% uren i s gel everd
Kwaliteit - Medewerkers zi jn gea ccredi teerd & vol doen a a n kwa l i tei ts cri teri a Financiele realisatie - kos ten ( x € 1.000) - ba ten ( x € 1.000)
tov 2022 *
aantal
begroting 2023
tov 2021 aantal
aantal
realisatie 2021
15.455
*di ens ten (i n uren)
-10%
12.803
*di ens ten (i n uren)
14.253
* di ens ten (i n uren)
7.620
uren PCH/PAB.
22%
5.750
uren PCH/PAB.
4.702
uren PCH/PAB.
100%
59% 79%
begroting 2022
100% saldo € 2.856 € 3.156
€ 300 -1% 10%
saldo € 1.794 € 1.764
100% -€ 30
saldo € 1.813 € 1.599
-€ 214
2.1.4 Programma Gelders stelsel Onder de stelseltaken is de coördinatie van de provinciale programma’s PCH (toezicht en handhaving complexe bedrijven) en PAB (aandachtsbedrijven) ondergebracht qua dienstverlening. De reguliere (controle) activiteiten worden binnen de programma’s toezicht en advies opgenomen. Ook de kosten van de coördinatie worden daaraan toegerekend. In de stelseltaken zijn kosten opgenomen die de Gelderse omgevingsdiensten (en ODNL) bij ons in rekening brengen voor de taken die zij voor het hele stelsel uitvoeren. Het voorstel is om voor de begroting 2023 de kosten op gelijk niveau te houden, namelijk afgerond € 0,4 miljoen. Ondanks dat de omgevingsdiensten jaarlijks de kosten indexeren, stuurt ODRA er inhoudelijk op aan om de kosten te reduceren. Dit zal met name op het gebied van I-GO/ data gedreven werken zijn.
Begroting ODRA 2023
pag. 16
Overzicht 7: Doelen ‘stelseltaken’ Beoogd resultaat Stelseltaken Productie Progra mma PCH (coordi na ti e) Overi ge s tel s el ta ken Kwaliteit en tevredenheid Afges proken i n projectpl a n met provi nci e Financiele realisatie stelseltaken - kos ten ( x € 1.000) - ba ten ( x € 1.000)
tov 2022 *
aantal
begroting 2023
3.840 uren * 0 uren 100% rea l i s a ti e projectpl a n PCH en PAB
10% -100%
saldo € 400 €0
tov 2021 aantal
begroting 2022
-21%
3.695 uren * 202 uren 100% rea l i s a ti e projectpl a n PCH en PAB
-€ 400 -24% 864%
saldo € 363 € 322
-€ 41
aantal
realisatie 2021
4.702 uren 363 83% va n het werkprogra mma geha a l d saldo -€ 445 € 479 € 33
Samenwerking bij Complexe Inrichtingen (Programma Samen Sterk) De provincie Gelderland heeft in 2019 gevraagd om toezicht en handhaving op de provinciale complexe inrichtingen programmatisch te organiseren en heeft die taak vervolgens bij ODRA neergelegd. In 2020 is op initiatief van de provincie samen met ODRA en ODRN, het totale provinciale takenpakket (VTH) onder de loep genomen en ondergebracht in het programma Samen Sterk. Onder deze vlag werken provincie, ODRN en ODRA samen aan verbetering van de VTH-taken. De taken zijn verdeeld: ODRN heeft vergunningen, ODRA toezicht en handhaving, Provincie Gelderland de WNB (wet natuur beheer). Gemeentelijke complexe bedrijven In 2021 is de opdracht gegeven om te onderzoeken op welke wijze vergunningen en toezicht op de gemeentelijk complexe bedrijven in het Gelders Stelsel meer uniform kan worden opgepakt. Op moment van schrijven is nog niet bekend welk beleid hierop zal worden geformuleerd. Voor de begroting 2023 kan dit dus nog niet worden meegenomen. 2.1.5 Programma Projecten en Algemene diensten Het programma projecten bevat naast de projecten ook alle diensten die niet zijn onder te brengen onder de drie kernprogramma’s; vergunningen, toezicht en advies. Gaat vooral om diensten als projectleiding, ondersteuning, detacheringen en overige diensten.
In deze paragraaf worden ook de gezamenlijke projecten beschreven en de gezamenlijke diensten, ondanks dat deze qua kosten zijn ondergebracht in de betreffende programma’s. Overzichten 8: Trends en doelen programma projecten en algemeen
producten & diensten projecten
werkpakketten projecten 30.000 22.500 15.000 7.500 0
€4.000 €3.000
€2.000 €1.000
Aantal uur diensten WP's
€bouw real 2019
real 2020
real'21
milieu en algemeen bg 2022
kdr 2023
real 2019
real 2020
real'21
Prov. Prog. aantal uur bg 2022
kdr 2023
2024
2024
Toelichting op de doelen: Binnen het programma projecten en algemeen is één KPI gedefinieerd, zijnde: de juridische kwaliteit. Dit geldt voor de juridische activiteiten in alle programma’s. Bij meting is het onderscheid niet te maken, vandaar hier ondergebracht. De belangrijkste diensten in dit programma zijn: Begroting ODRA 2023
pag. 17
Programma en projectmanagement; 52% Ondersteuning en participatie; 34% Specifieke diensten; 14% Beoogd resultaat projecten en algemeen Productie 90% va n het a a nta l begrote producten én 90% uren i s gel everd Juridische kwaliteit % bezwa ren en beroepen di e ongegrond zi jn verkl a a rd, da nwel zi jn i ngetrokken. Financiele realisatie - kos ten ( x € 1.000) - ba ten ( x € 1.000)
tov 2022 *
aantal
begroting 2023
tov 2021 aantal
begroting 2022
0
producten
0
producten
*di ens ten 9.911 (i n uren) uren 17.968 PCH/PAB.
5%
90%
-19% -17%
saldo € 3.220 € 3.481
*di ens ten 8.996 (i n uren) uren 18.140 PCH/PAB. 90%
€ 261 36% 72%
saldo € 3.969 € 4.174
aantal
realisatie 2021 0 producten
8.534
* di ens ten (i n uren)
12.545 PCH/PAB.
87% € 205
saldo -€ 502 € 2.927 € 2.425
Projecten en programma’s Met onze partners is afgesproken dat de ‘Planning en Control-cyclus’ voor projecten een bijzondere positie krijgt in de uitgangspuntennotitie. Hiermee bereiken we dat onze projecten transparanter worden (qua doelen en budget) en de partners in staat zijn om hierop te sturen (en te begroten). Voor 2023 (en verder) zijn de volgende projecten opgenomen in de begroting.
Programma Duurzaam Ondernemen (voorheen energie) zal komende jaren een belangrijk aandachtsgebied zijn voor ODRA. Het programma is gericht op het leveren van een bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen rondom duurzaamheid, energietransitie en circulariteit. Het programma bouwt voort op het programma energie met daaronder diverse projecten, die al in 2021 zijn gestart. Het betreft voor 2023 in ieder geval: Project Energie Project Label C (kantoorgebouwen) Project EPBD3 (energy performance buildings directive) Project Circulaire Economie Naast deze projecten werkt ODRA samen met andere omgevingsdiensten en met OD NL. Mogelijk wordt OD NL co-financier; vanwege de onzekerheid hierover is dit in dit kader voor de begroting nog niet meegenomen. In 2023 heeft het programma een grotere omvang voor dan vorig en huidig jaar (zie bijlage).
Programma Omgevingswet is in 2023 gericht op de implementatie van de Omgevingswet. Nog lang niet alle veranderingen zijn uitgedacht en in de praktijk (pilots) getoetst. We zullen zeker nog issues tegen het lijf lopen. Er zal ook gewerkt moeten worden aan de omgevingsplannen (tot 2032) die met name gericht zijn op praktische issues die voortkomen uit de implementatie van de wet en de bijdragen aan de verschillende Omgevingsplannen.
Project WKB is gericht op de implementatie van de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) voor de bouw. Het proces loopt parallel aan de invoering van de Omgevingswet. Uitgaande van inwerkingtreding van de eerste fase medio 2022 (gekoppeld aan de Omgevingswet), is het project in 2023 alleen gericht op praktische issues die volgen uit de implementatie van de wet. Naar verwachting zal in 2025 de eerste fase geëvalueerd worden en de tweede fase inwerkingtreden.
Begroting ODRA 2023
pag. 18
Project A15 is gericht op in samenhang uitvoeren van de VTH-taken bij de aanleg van de A15. Belangrijke afhankelijkheid is de datum van het definitieve tracé-besluit van RWS. Afgelopen jaren is gebleken dat dit moeilijk was te voorspellen, waardoor ook de geraamde middelen in de begroting telkenmale te hoog waren. Deze onzekerheid is er ook voor 2022 en 2023.
Project Rijker Verantwoorden is gericht op het inzichtelijk en transparant maken van onze bijdrage aan de maatschappelijke uitdagingen. We ontwikkelen indicatoren voor een rijkere verantwoording. In 2022 is gestart met ‘circulaire economie’ (aansluitend op de Groene Metropoolregio). In 2023 wordt een vervolg voorzien met andere onderwerpen. Dit wordt bekostigd uit het innovatiebudget. Voor 2023 zijn er nog geen concrete plannen gemaakt. De pilots zijn daarvoor de input.
Programma Theseus beoogt voor de deelnemende partners een eerste stap te zijn in de aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen door actief monitoren en data verzamelen. In 2023 loopt het project door. De omvang is sterk afhankelijk van de mogelijkheden voor financiering. Beoogde financiers zijn provincie Gelderland, Rijksoverheid en mogelijk andere partijen.
In de bijlage is een overzicht opgenomen van de kosten van de projecten. Daarbij is de totale omvang zichtbaar, inclusief de gezamenlijke versus individuele gefinancierde onderdelen. Gezamenlijke diensten De gezamenlijke diensten worden vanaf 2022 ondergebracht in de betreffende programma’s. Voorheen onder het programma ‘projecten en algemeen’. Overzicht 9; Gezamenlijke diensten Gezamenlijke diensten
real. '21
bg '22
x € 1.000
bg '23
bg '23
toelichting / klanten
partners PCH / OD's
Pi ket
toezi cht mi l i eu
56,0
107,0
106,9
a l l e pa rtners
Stra frecht
toezi cht mi l i eu
178,7
147,2
147,2
55,2 pa rtners en PCH
Ketentoezi cht
toezi cht mi l i eu
91,1
152,3
170,9
73,1 pa rtners , PCH en OD's
Kl a ntadvi es mi l i eu
vergun. mi l i eu
6,8
65,4
65,3
a l l e pa rtners
Kl a ntadvi es bouw
toezi cht mi l i eu
396,9
368,0
368,0
cf s l eutel bouw pa rtners
Beh. zones , ka a rten, da ta vergun. bouw & mi l i eu
133,7
81,2
167,3
7,5 a l l e pa rtners
RvmK
toezi cht mi l i eu
64,1
93,3
DAT/LMA/Keten voor OD's toezi cht mi l i eu
39,1
143,9
0,0
110,4 OD's en pa rtners
GUOV
22,4
23,0
22,9
a l l e pa rtners
0,0
36,9 100,0
100,0
Totaa l
988,7
1.318,2
1.148,6
- geza menl i jk deel projecten zi e bi jl a ge
562,6
335,8
312,9
ORM
nvt
Innova tie
toezi cht mi l i eu
i n 2023 bi j ka a rten,da ta
nvt a l l e pa rtners 246,2
totaa l
1.394,8 312,9
Ten opzichte van voorgaande jaren is er een aantal wijzigingen: Keten – en data gedreven toezicht De stijging wordt veroorzaakt doordat er drie services zijn samengevoegd. Naast ketentoezicht ook de LMA en DAT. Deze waren voorheen deels als individuele dienst in de werkpakketten aanwezig, deels als gezamenlijke dienst. Beheer zones, kaarten en data Binnen deze beheersactiviteiten (vh gegevensbeheer) zijn ook een aantal voorheen afzonderlijke diensten samengevoegd. Zo ook RvmK.
Begroting ODRA 2023
pag. 19
Verder maken we de beweging om beheer activiteiten, ten behoeve van data voor het primaire proces, hier onder te brengen. Dit is zuiverder met betrekking tot de bepaling van de overhead. Het betreft de intake en registratie van zaken en waarborgen van de kwaliteit van de gegevens in onze systemen. Daarnaast onderzoeken we een uitbreiding met betrekking tot basisgegevens voor het primaire proces (startdossiers / archief). Er komt een voorstel (businesscase), waarin de overdracht (die ook via de DVO’s moet plaatsvinden) in kaart zijn gebracht. Eventuele meerkosten zijn nog niet meegenomen in de begroting. Innovatie In de begroting 2022 is voor het eerst een budget voor innovatie opgenomen. Naast de werkzaamheden zoals begroot in de in de reguliere werkprogramma’s en (gezamenlijke of individuele) programma’s en projecten, speelt ODRA waar mogelijk in op nieuwe (onvoorziene) ontwikkelingen. Denk hierbij aan ontwikkelingen rondom nieuwe wet- en regelgeving, beleid, vak-inhoud of werkwijze. ODRA heeft hiervoor een vooraf vastgesteld innovatiebudget begroot ad € 100.000. ODRA informeert partners over besteding van dit budget, en geeft (gedurende het begrotingsjaar) verantwoording over de werkzaamheden en resultaten. Veelal zullen dit verkenningen zijn, die (al dan niet) leiden tot een nieuw programma of project.
Vanaf 2022 wordt het budget onder meer besteed aan verkenningen op het gebied van duurzaamheid (energietransitie en circulaire economie) en ‘Rijker (outcome gericht)- plannen en verantwoorden’. Dit zal in 2023 worden gecontinueerd, afhankelijk van de resultaten in 2022.
2.2 Risico’s In de risico benadering van ODRA wordt een vijftal categorieën onderscheiden. Hieronder worden ze voor 2023 geduid:
Exploitatierisico’s Het meest reële risico is dat de werkpakketten niet worden gehaald. Partners boeten dan mogelijk in op de inhoudelijke taken (of lopen meer risico), bij ODRA geeft dit een lagere omzet. De vaste kosten lopen veelal door. Dit effect hebben we gezien tijdens covid-19 en stikstofcrisis; een deel van het vraaggestuurde werk in de werkpakketten (bv. vergunningaanvragen, projecten die vertragen) kan niet worden gerealiseerd. In 2021 hebben we gezien dat het om bedragen oplopend tot een € 1,0 miljoen kan gaan. Dit risico mitigeren we door een dynamische capaciteitsplanning op te stellen (werkend vanaf 1e kwartaal 2022), waarmee we de werving en inhuur van medewerkers kunnen sturen.
Risico’s op de taakuitvoering Deze paragraaf betreft de aansprakelijkheid voor fouten en nalatigheid in de uitvoering. Omdat burgers en ondernemers ‘mondiger’ worden en ook als zodanig acteren, wordt dit risico voor ons groter. Het risico is in principe via een verzekering afgedekt, maar geeft veel verstoring (dus extra kosten) in de bedrijfsvoering. Daarnaast merken we dat de impact van ons hele handelen meer onder een vergrootglas komt te liggen. Steeds meer berichten in de media over de omgevingsdiensten, onderzoeken naar functioneren van het VTH-stelsel (I&W/ commissie Aartsen) en de toegenomen Wob-verzoeken kunnen impact hebben op ons imago en indirect op
Begroting ODRA 2023
pag. 20
bedrijfsvoering. We kunnen anticiperen door scherp te blijven focussen op de kwaliteit van onze dienstverlening.
Frictiekosten Frictiekosten ontstaan meestal als gevolg van grote veranderingen in de organisatie. Bijvoorbeeld als partners besluiten om de niet-wettelijke taken in eigen beheer op te pakken. Ook kunnen grote fricties ontstaan bij medewerkers die (niet meer) passen op het werk dat moet worden uitgevoerd. Voor 2023 verwachten we dat er geen noemenswaardige frictie zal optreden. Financieel wordt jaarlijks een bedrag gereserveerd voor personele frictie. Dit continueren we in 2023.
Compliance aan wet- en regelgeving Indien we ons niet aan de wet (kunnen) houden, is dit vooral een risico met effect op ons imago. Als we het ‘te bont’ maken, leidt het tot een afkeurende accountantsverklaring. Het is inmiddels bekend dat 2022 het eerste jaar zal zijn dat het ODRA-bestuur zelf een controle-verklaring moet opstellen. Deze is grotendeels gericht op de compliance op onder meer Europese aanbesteding, Fraudepreventie, AVG, enz. Medio 2022 stelt ODRA een plan op t.b.v. deze nieuwe richtlijn.
Liquiditeit Met de partners is afgesproken dat zij aan het begin van elk kwartaal een kwart van het werkprogramma als voorschot betalen. Zonder dit systeem zou ODRA niet aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Het eigen vermogen is immers gelimiteerd tot een € 0,5 miljoen. Deze afspraak houden we overeind. De voorgenomen verhuizing en ICT-aanpassing gaan gepaard met een aantal forse investeringen. Ruim € 1 miljoen. Dit geld is binnen ODRA niet op voorhand beschikbaar. We zullen dit bedrag lenen bij onze bank. ODRA heeft daarna een totaal andere financieringsstructuur voor onze ICT en kantoorinrichting. Voorheen verzorgde De Connectie deze diensten. Vanaf 2023 gaan we via de kapitaaldienst (lenen – afschrijven – aflossen) werken. Dit vergt een extra aandachtspunt in de bedrijfsvoering.
Hoofdstuk 3 3.1 Outputfinanciering (ontwikkelingen) 3.1.1 Hybride vorm - provinciale programma’s - Commissie Aartsen In 2020 is het systeem van ‘beheerste’ outputfinanciering ingevoerd. Deze vorm van financiering geldt alleen voor de werkpakketten van partners en omgevingsdiensten. Voor de provinciale programma’s geldt dat deze worden afgerekend via een input-methode, namelijk op basis van gerealiseerde uren (circa 22% van de omzet). Deze hybride vorm van financiering brengt inefficiënties met zich mee qua administratieve inrichting, tarifering en verantwoording naar de klanten. Ons uitgangspunt voor de begrotingen 2023 en verder is dat deze hybride vorm nog enkele jaren in stand blijft. De provincie heeft aangegeven nog geen aanleiding te zien in een overgang naar outputfinanciering voor de provinciale programma’s. Ook is de verwachting dat het nog enkele jaren gaat duren voordat een nieuw financieringssysteem wordt geïmplementeerd als een mogelijk gevolg van de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen.