MGR Jaarstukken 2020 en begroting 2021 e.v. Bijlage 4: Jaarverslag en jaarrekening 2020
Tekst van het document
Het ziekteverzuim van SW medewerkers is in 2020 gestegen van 14,6% in 2019 naar 15,96% in 2020. Opvallend is dat in de maand maart (start Covid-19 pandemie in Nederland) het ziekteverzuimpercentage extreem hoog lag (20,91%). De verklaring daarvoor is dat in die maand veel mensen die uit voorzorg thuisbleven zich ziekmelden. Na maart zijn er afspraken gemaakt dat mensen met een kwetsbare gezondheid geoorloofd thuis mochten blijven en werd deze vorm van geoorloofde afwezigheid niet meer gemeld als ziekteverzuim. Landelijk zijn op dit moment alleen SW-ziekteverzuimcijfers bekend over het eerste halfjaar 2020. Dit cijfer lag voor alle SWbedrijven in Nederland op 16,1%. Per 1-1-2020 zijn 14 boventalligen van Presikhaaf Bedrijven overgedragen naar de Module WgSW van de MGR. In 2020 zijn opnieuw 6 medewerkers uitgestroomd. 4 medewerkers bereikten de pensioengerechtigde leeftijd en 2 medewerkers hebben elders werk gevonden, waardoor er eind 2020 nog 8 boventallige medewerkers resteren van de oorspronkelijke groep van 41. 2021 is het laatste jaar van het van Werk naar Werk traject voor deze medewerkers. De uitstroom naar werk van 2 medewerkers heeft een positief effect gehad op de voorziening, geld dat terugvloeit naar de gemeenten door een lagere gemeentelijke bijdrage.
-
9
Arnhem, Rheden, Zevenaar, Duiven, Westervoort, Rozendaal, Doesburg, Lingewaard en Overbetuwe
29
Wat hebben we gedaan? We hebben het afgelopen jaar invulling gegeven aan de werkgeversrol en het toezicht op de naleving van de afspraken die zijn gemaakt in de DVO met Scalabor. In 2020 heeft ook voor Scalabor de Covid-19 pandemie veel aandacht gevraagd in de zorg voor het personeel. Ook de SW-medewerkers in dienst van de MGR bleven niet gevrijwaard van de Covid-19 uitbraak maar gelukkig is er tot op heden nog niemand bezweken aan de gevolgen van Covid-19. Een aantal afdelingen moest tijdelijk worden gesloten en ook onderdelen als Intratuin Presikhaaf moest vanwege de lockdown tijdelijk worden gesloten. Dit heeft uiteraard ook effect gehad op de bedrijfsvoering, maar geen financiële gevolgen voor de deelnemende gemeenten binnen de MGR module WgSW. In- en uitstroom SW medewerkers Jaarlijks neemt de groep SW medewerkers in dienst bij de MGR af doordat er wel mensen uitstromen en niet of nauwelijks nieuwe mensen instromen. In 2020 zijn 149 mensen uitgestroomd waardoor het aantal mensen werkzaam met een SW indicatie voor onze regio uitkwam onder de 2000. Het grootste deel van de mensen stroomt uit als gevolg van pensionering (in 2020 73 mensen of 65 fte). Maar ook “gezondheidsproblemen” zijn een belangrijke reden voor uitstroom. In 2020 zijn 47 mensen uitgestroomd omdat ze langer dan 2 jaar ziek waren. Helaas zijn er in 2020 ook 10 medewerkers ons ontvallen door overlijden.
Onderstaand een overzicht van de aantallen mensen die in 2020 uit dienst zijn gegaan. Dat is meer dan begroot (6,8% i.p.v. de begrote 6%). Reden
Aantal
(Vervroegd) Pensioen
73
Ontslag op eigen verzoek
7
Overige redenen
1
Overlijden
10
Overplaatsing naar ander SW-bedrijf
1
Reguliere arbeid
5
Twee jaar ziek
47
Wederzijds goedvinden
5
Eindtotaal
149
Liquidatie Presikhaaf Bedrijven (Werkvoorziening Midden-Gelderland) In 2020 is de liquidatie van Presikhaaf Bedrijven formeel afgerond evenals het opheffen van een tweetal stichtingen verbonden aan Presikhaaf Bedrijven (Stichting Motivaktie en Stichting Personeel Presikhaaf). Een aantal rechten en verplichtingen en contracten is overgeheveld naar de MGR module WgSW (waaronder de huurafspraken met Presikhaaf Schoolmeubelen). Bij de overdracht is dmv een activa-passiva overeenkomst ook een voorziening overgedragen voor een bedrag van € 250.000. Onderzoek uitvoering SW na 2022 in Midden-Gelderland In de tweede helft van 2020 is door de module WgSW een onderzoek uitgevoerd onder de deelnemende gemeenten aan de module, naar de bereidheid om ook na 2022 de uitvoering van de SW te beleggen bij Scalabor. Het huidige contract loopt af op 31-12-2022 en kan stilzwijgend worden verlengd. In het onderzoek zijn de resultaten tot dusver geëvalueerd en is geconstateerd dat de gemeenten bereid zijn om onder de huidige condities de uitvoering van de SW te continueren bij Scalabor. Restitutie transitievergoedingen Door gewijzigde wetgeving is het mogelijk om uitbetaalde transitievergoedingen voor mensen die na 2 jaar ziek uit dienst zijn gegaan, terug te vorderen bij het UWV. In overleg met Scalabor zijn hierover 30
werkafspraken gemaakt. Er zijn vergoedingen teruggevorderd voor de uitbetaalde transitievergoedingen bij de MGR over de jaren 2019 (in totaal voor 40 personen waarbij voor 33 mensen inmiddels geld is terugontvangen) en 2020 (voor 53 mensen en tot dusver 21 terugontvangen).
Wat heeft het gekost? De totale programmakosten vallen € 1.711.000 lager uit dan begroot. Dit komt door € 1.249.000 lagere personeelskosten SW en € 462.000 lagere uitvoeringskosten. De verlaging van de personeelskosten is voornamelijk structureel. De analyse van de personeelskosten SW is gezien de omvang opgenomen in een aparte tabel. De incidentele baten en lasten resulteren in positief saldo van € 839.000. Ook door hogere structurele baten is de bijdrage van deelnemende gemeente is daardoor in totaal € 2.348.000 lager dan begroot. Lasten en baten Programma WgSW Euro x 1.000 Personeelskosten SW Loonkostensubsidie BW DVO Scalabor Voorziening Boventalligen PHB Voorziening Verplichtingen PHB Overige kosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Bijdrage buitengemeenten Overname Boventalligen PHB Overname Verplichtingen PHB Doorbelasting Scalabor 2020 Overige baten Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma WgSW Overheadlasten Resultaat
Realisatie 2020
Gewijzigde Begroting
Verschil
Realisatie incidenteel
55.531 492 1.585 2.749 250 3 5.079 60.610 55.047 1.493 3.479 250 239 254 4.222 60.763 153 26
56.780 504 1.547 3.479 0 11 5.541 62.321 57.395 1.444 3.479 190 3.669 62.508 187 -
-25
179 179 -
187 187 -
-1.249 -12 38 -730 250 -8 -462 -1.711 -2.348 49 250 239 65 554 -1.745 -34 26 -8 -8 -
Begroting incidenteel
2.749 250
3.479
2.999 2.974
3.479 3.479
3.479 250 84 3.813 3.813 839 26 865 -3 868
3.479
3.479 3.479 -
Toelichting ➢ Conclusie: De structurele impact is € 1,5 miljoen lagere gemeentelijk bijdrage. Dit zal ook leiden tot een lagere rijksbijdrage SW voor gemeenten. ➢ De overdrachten van voorzieningen van Presikhaaf komen zowel in de uitvoeringskosten en de overige baten terug. De voorziening Boventalligen PHB is met € 730.000 naar beneden bijgesteld nadat enkele mensen in het van werk-naar-werk traject eerder zijn uitgestroomd. Dit incidenteel voordeel loopt direct terug naar de gemeenten door de lagere bijdrage. ➢ Voor de extra kosten voor de voorziening overname latente rechten en verplichtingen heeft Presikhaaf Bedrijven € 250.000 betaald aan de MGR (opgenomen in de overige baten). Dit is dus kosten neutraal. Een eventueel saldo op deze voorziening wordt op basis van de verdeelsleutel die is vastgesteld bij de liquidatie van Presikhaaf Bedrijven terugbetaald aan de gemeenten. ➢ Overige baten: De extra werk-gerelateerde kosten, zoals overuren en reiskosten naar andere locaties, worden apart aan Scalabor gefactureerd en komen terug als ‘overige baten’. ➢ Conclusie: Het voordeel van € 2,3 miljoen ten opzichte van de begroting is € 0,8 miljoen incidenteel en € 1,5 miljoen structureel lagere kosten. 31
Personeelskosten De totale personeelskosten zijn 2,2% lager dan begroot ( -€ 1.249.000,-) en 4,9% lager dan in 2019 die voor een belangrijk deel het gevolg zijn van een hogere uitstroom uit de SW (1,2%) en lagere sociale lasten (-1,1%). De CAO stijging ten opzichte van 2019 is 2,8%; dit is 0,2% lager dan begroot. Dit zijn niet beïnvloedbare externe factoren. Verschillenanalyse Personeelskosten SW Euro x 1.000 Salarissen Transitievergoeding LIV Reiskosten Overige personeelskosten Totaal Personeelskosten SW Indicatoren Dienstverbanden SW (Fte) Personeelkosten/Fte CAO stijging Sociale lasten/Fte
2020 Realisatie
2020 Begroting
2019 Realisatie
Verschil %Verschil vs. vs. Begroting begroting
55.061 93 -754 748 384 55.531
56.296 84 -676 705 372 56.780
58.145 94 -933 728 335 58.369
-1.235 9 -78 43 12 -1.249
1.717 32.338 2,8% 4.630
1.738 32.667 3,0% 4.977
1.849 31.566 2,5% 4.832
-21 -329 -347
Verschil vs. 2019
%Verschil vs. 2019
-2,2% 0,0% -0,1% 0,1% 0,0% -2,2%
-3.084 -1 179 20 48 -2.838
-5,3% -1,0% -19,2% 2,7% 14,5% -4,9%
-1,2% -1,0% -0,2% -7,0%
-132 772
-7,1% 2,4%
-202
-4,2%
De overige verschillen kunnen als volgt worden toegelicht: ➢ De kosten van transitievergoeding € 93.000, betreft de kosten van de transitievergoeding die niet door UWV worden vergoed. (±6-8%) Dit is in lijn met de begroting. ➢ De belastingkorting m.b.t. Lage Inkomen Voordeel (LIV ) is lager € 179.000 dan vorig jaar door aangepaste regelgeving en lagere korting. Dit wordt ruimschoots gecompenseerd door lagere sociale lasten. ➢ De reiskosten worden gedeeltelijk doorbelast aan Scalabor. In 2019 werd nog een bedrag van € 144.000 aan reiskosten voor extern gedetacheerden op deze kostenpost in mindering gebracht. Nu is dit expliciet zichtbaar in de baten. Netto is er dan geen stijging van € 20.000, maar een daling van € 124.000 (15%) ten opzichte van 2019.
32
2.2.5 Programma MGR beheer en overhead Impact van Covid-19 De MGR heeft in 2020 met haar vier modules ingespeeld op de ontwikkelingen die corona met zich meebracht voor de inwoners, de gemeenten en onze samenwerkingspartners. Er is direct gekeken hoe de werkprocessen doorgang konden krijgen vanuit huis en hoe medewerkers gezond thuis konden werken. Daarbij is aandacht geweest voor de randvoorwaarden van het thuiswerken, zoals ICT voorzieningen enerzijds en de fysieke en mentale gezondheid anderzijds. Per module is gekeken wat er mogelijk is om de opdracht, wellicht in aangepaste vorm, uit te voeren. Met de managers, preventiemedewerkers en OR is regelmatig afstemming geweest om te zien wat er voor de medewerkers nodig en mogelijk is. Medewerkers hebben samen met ketenpartners dynamisch in kunnen spelen op deze situatie. De uitdagingen waren per module heel verschillend. Door dit met elkaar te bespreken zijn we tot passende oplossingen en aanpak gekomen. Regionale uitdagingen Het jaar 2020 stond ook in het teken van grote uitdagingen voor gemeenten, enerzijds door Covid19, anderzijds door financiële uitdagingen in het sociaal domein.
Als regionaal samenwerkingsverband in het sociaal domein heeft de MGR actief meegedacht en een signalerende, adviserende en faciliterende rol gespeeld voor gesprekken in de regio over continuïteit in de zorg, vragen over rechtmatigheid, nieuwe regionale taken op het terrein van inburgering en beschermd wonen en uitdagingen in de arbeidsmarkt en aansluiting van het onderwijs bij de arbeidsmarkt. We realiseren ons dat de regio ervoor gekozen heeft om haar expertise op onderdelen in het sociaal domein te bundelen bij de MGR die breder ingezet kan worden en leveren daarbij graag onze bijdrage. Communicatie bestuurders en gemeenteraden Vanaf medio maart is er vooral digitaal vergaderd door het dagelijks bestuur, algemeen bestuur en bestuurscommissies. Er is een vervolg gegeven aan de actieve communicatie met de raden van de 11 deelnemende gemeenten om hen te informeren over ontwikkelingen bij de MGR via vier digitale raadsinformatiebijeenkomsten, twee in mei en twee in december 2020. Daarmee hebben we iedereen de mogelijkheid gegeven om goed geïnformeerd te zijn over de ontwikkelingen in coronatijd bij de uitvoering van onze opdrachten.
Wat hebben we bereikt? ➢
➢
➢
➢
De MGR heeft het afgelopen jaar laten zien een stabiele uitvoeringsorganisatie te zijn voor gemeenten en ketenpartners die staat voor continuïteit van kwalitatief goede dienstverlening binnen afgesproken opdrachten en budgetten en die dynamisch inspeelt op wat onverwachte situaties van ons vragen. Daarmee dragen we bij aan toegankelijkheid van passende ondersteuning bij onderwijs, participatie en zorg voor alle inwoners in onze regio. De uitvoering van de opdrachten is gebaseerd op zorgvuldige besluitvorming en transparante inhoudelijke en financiële verantwoording aan bestuurders en gemeenteraden. De MGR staat voor een krachtige en samenhangende aanpak van lokale en regionale vraagstukken in het sociaal domein. We zorgen voor een actieve verbinding tussen MGR en deelnemende gemeenten en zetten onze expertise in bij nieuwe vraagstukken in onderwijs, participatie en zorg, zoals bij beschermd wonen, inburgering, nieuw beschut en de mogelijkheden voor het inzetten van SROI door gemeenten en andere GR-en in de regio. Een meer integrale benadering bij de uitvoering van opdrachten van de verschillende modules, waardoor er meer toegevoegde waarde en kruisbestuiving ontstaat bij het werk voor inwoners en gemeenten: Denk daarbij aan: , • RBL en WSP bij overgang onderwijs naar arbeidsmarkt (Schakelpunt) • Inkoop zorg en WSP als het gaat over de SROI verplichting van zorgaanbieders 33
➢
➢
• Inkoop zorg en RBL als het gaat om achtergronden nieuwe inkoop en signalen over zorgaanbieders en afstemming sociale wijkteams; • WSP en WgSW als het gaat over onderzoek en samenhang interventies onderkant van de arbeidsmarkt; • WSP, WgSW en Inkoop als het gaat om inzicht in inkoop arbeidsmatige dagbesteding en participatie. Een organisatie waar medewerkers gezond kunnen (thuis)werken met aandacht voor de fysieke en mentale gezondheid en medewerkers zich verder kunnen ontwikkelen in het talent- en opgavegericht werken. Stabilisatie van het ziekverzuim voor de hele MGR voor heel 2020 5,22% (was 5,44% in 2019 en 9,92% in 2018)
Wat hebben we gedaan? Visie en strategie In 2020 is de overall missie en visie van de MGR als basis voor onze meer integrale benadering en kruisbestuiving tussen de modules vastgelegd. Dit versterkt het gesprek over de impact en bijdrage die je als module van de MGR en als MGR als geheel wilt en kunt leveren aan de lokale en regionale vraagstukken in het sociaal domein. Je wilt als MGR blijven aansluiten bij de verwachtingen, wensen, opdrachten en keuzes die gemeenten hierin maken. Binnen de modules leidt dit tot module specifieke missies en visies. Bestuurlijke besluitvorming en verantwoording afleggen De zorgvuldige bestuurlijke besluitvorming via bestuurscommissies in het dagelijks bestuur en algemeen bestuur, mede gebaseerd op zienswijzen van gemeenteraden levert het draagvlak voor ons dagelijks werk. Daarom zorgen we voor tijdige informatievoorziening, goede advisering en transparantie bij het afleggen van inhoudelijke en financiële verantwoording. Gezond (thuis)werken Deze Covid-19 pandemie heeft veel gevraagd van iedereen, ook van de medewerkers van de MGR. Zij hebben dynamisch ingespeeld op de ontstane situatie door vanuit huis het werk voort te zetten met grote betrokkenheid, professionaliteit en toewijding.
Achter de schermen is er door managers, preventiemedewerkers, communicatie en directie volop inzet op goede ict ondersteuning en aandacht, digitale programma’s en informatie en adviezen voor de fysieke en mentale gezondheid van de medewerkers. Daarbij telkens inspelend op wat er nu kan en nodig is. In verbinding blijven met elkaar en op afstand met elkaar, gemeenten, ketenpartners en met alle partijen in het werkveld samenwerken is een uitdaging voor ons allemaal. Talent- en opgavegericht werken: Time4Talent In 2020 hebben we ons bewust gericht op het in ontwikkeling blijven als professional. We hebben onze HR visie op talent- en opgavegericht werken uitgewerkt tot een ontwikkelcyclus gebaseerd op ontwikkeling en inzetten van de talenten van iedere medewerker ten behoeve van de opgaves van het team en de organisatie als geheel. De OR is daar actief bij betrokken geweest. Om dit goed te implementeren is een project Time4Talent gestart. We hebben ervaren dat deze positief waarderende manier van werken gebaseerd op talenten motiverend en stimulerend werkt en ook in digitale vorm veel positieve energie brengt. Alle medewerkers van de MGR gaan hier in 2021 verder in hun eigen modules mee aan de slag. Daarnaast hebben we gekeken wat er digitaal mogelijk is toen fysieke bijeenkomsten, trainingen en opleidingen geen optie meer waren.
Daarvoor is in de zomer van 2020 een digitale MGR academie ingericht. Daarnaast hebben medewerkers digitaal opleidingen gevolgd om bij te blijven in hun vakgebied en zich te blijven ontwikkelen.
34
Professionele bedrijfsvoering De rol van de integrale bedrijfsvoering is enerzijds faciliterend aan het werk van de medewerkers in de modules en anderzijds draagvlak voor de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Daarbij zijn er in 2020 nieuwe uitdagingen geweest op het vlak van invoering WNRA, rechtmatigheidstoetsing, privacy, informatiebeheer, informatieveiligheid, archivering, en toegankelijkheid van de informatie. Dit heeft geleid tot: ➢ Invoering van WNRA en personeelshandboek digitaal beschikbaar; ➢ Voorbereiden rechtmatigheidstoetsing door dagelijks bestuur op basis van intern controleplan ter voorbereiding van mogelijke invoering in 2021; ➢ Betrouwbare partner informatietoegankelijkheid: Ontwikkelen gedragswijzer privacy, informatieveiligheid en integriteit, waaronder betere databescherming door mobiele telefoons van de MGR; ➢ Nieuwe afspraken en DVO’s van Arnhem, Connectie, RID en 1 stroom 2020 en 2021 t.b.v. inhuur van diensten. ➢ Voldoen aan wetgeving: Inrichten archiefsysteem en start gesprekken met gemeenten over archiveren gemandateerde taken. ➢ Verbetering zichtbaarheid en communicatie: Check digitale toegankelijkheid van onze websites en voorbereiden benodigde aanpassingen in 2021. ➢ Bijeenkomst integriteit en afleggen eed en belofte nieuwe medewerkers; ➢ Kennismaking vertrouwenspersoon; ➢ Gezamenlijke aanbesteding uitzendkrachten/payrolling;
Wat heeft het gekost? De overheadlasten bedragen € 307.000 en zijn daarmee € 21.000 lager dan begroot. Door de incidentele baten heeft dit geleid tot een positief saldo van € 31.000 die wordt toegevoegd aan de nieuwe bestemmingsreserve Beheer. De begroting van de module beheer bestaat uit de kosten van de beheerorganisatie en een post onvoorzien. De onvoorziene kosten zijn per definitie incidenteel. Lasten en baten Beheer(overhead) Euro x 1.000 Beheer Onvoorzien Overheadlasten Deelnemende gemeenten Overige baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Beheer(overhead)
Realisatie 2020
Gewijzigde Begroting
Verschil
Realisatie incidenteel
296 12 307 329 10 31
298 31 329 329 -
-2 -19 -21 10 31 -31 -
-2 12 10 31 10 31
-31 -
-
-31 -
Begroting incidenteel
31 31 31 -
Toelichting ➢ De reguliere kosten van de module Beheer zijn conform begroting. ➢ De onvoorziene lasten zijn met € 12.000 lager dan begroot (€ 31.000). Ook is er extra dekking ontvangen voor deze kosten in de vorm van de subsidie voor opleidingskosten. ➢ Conclusie: incidentele impact verklaart het verschil en structurele lasten en baten zijn in balans.
Overzicht Overheadlasten De overheadlasten (€ 1.977.000) zijn € 78.000 lager dan begroot. Doordat de incidentele kosten € 40.000 lager zijn dan begroot is er structureel ruimte voor € 38.000 verlaging. De verschillen per module zijn reeds in hoofdstuk 1 en in de programmaverantwoording van hoofdstuk 2 besproken.
35
Overzicht Overhead Euro x 1.000 Kosten Groep
Classificatie Personeelskosten Huisvestingskosten ICT kosten P&O & FA kosten Overige kosten
Totaal Overheadlasten Module Inkoop Onderwijs WSP WgSW Beheer Totaal Overhead lasten
Realisatie 2020
Gewijzigde Begroting 1.014 237 299 304 202 2.056 302 698 540 187 329 2.056
973 221 241 327 216 1.977 324 648 519 179 307 1.977
Verschil -41 -16 -58 23 15 -78 22 -50 -21 -8 -21 -78
Realisatie incidenteel -16 -2 42 11 35 7 -16 37 -3 10 35
Begroting incidenteel
29 46 75
44 31 75
Toelichting ➢ De personeelskosten zijn € 41.000 lager dan begroot waarvan € 16.000 incidenteel. ➢ De huisvestingskosten in het stadkantoor in Arnhem zijn lager met het nieuwe huurcontract. ➢ De kosten voor facilitaire dienstverlening (€ 73.000) die eerder onder ICT kosten werden geboekt, zijn nu correct opgenomen in de overige kosten. ➢ De implementatie van het programma Time4Talent leidt tot hogere P&O kosten (€ 23.000) in 2020 en 2021. ➢ De onderliggende kosten (zonder impact verschuiving facilitaire dienstverlening) zijn € 58.000 lager. Dit is voornamelijk door lagere incidentele kosten en incidenteel lagere kosten. ➢ Conclusie: lagere structurele kosten voor Onderwijs en hogere kosten (€ 34.000) voor Inkoop (€ 14.000). ➢ Conclusie lagere personeelskosten, huisvestingslasten en ICT-kosten (door verschuiving).
2.2.6 Beleidsindicatoren bestuur en organisatie Op basis van de nieuwe BBV worden de effecten van beleid toegelicht met behulp van een vaste set beleidsindicatoren. Formatie & indicatoren Bestuur en organisatie Formatie (fte) (formatieplan)
2020 Realisatie
Beheer Inkoop Onderwijs WSP WgSW
2,1 12,8 30,1 17,9 1,2 64,1 2,3 11,4 27,4 17,1 0,3 58,5 11% 3% 13,34 € 0,14 0,13
Totale formatie Bezette formatie Beheer (fte vast) Inkoop Onderwijs WSP WgSW Totaal bezette formatie Indicatoren Externe inhuur % Overhead % Appartaatskosten per inwoner € Formatie Fte per 1.000 inwoners Bezette vaste formatie fte per 1.000 inwoners
2020 Gewijzigde Begroting 2,1 12,8 30,1 17,9 1,2 64,1 2,1 10,6 26,5 17,7 0,2 57,0 10% 3% 14,18 € 0,14 0,12
2019 2021 Realisatie Primaire Begroting 1,8 11,8 28,6 18,0 1,2 61,4 1,3 9,8 27,0 13,1 51,2 18% 5% 15,94 € 0,13 0,11
3,1 12,8 29,2 16,9 1,2 63,2 2,1 10,6 26,5 16,7 0,2 56,0 9% 3% 13,96 0,14 0,12
Vanaf 2020 zijn er conform begroting meer medewerkers in dienst van de MGR gekomen en is minder sprake van inhuur. Incidenteel worden vacatures ingevuld door externe inhuur. Daarnaast is voor tijdelijke opdrachten sprake van inhuur. De SW dienstverbanden en de resterende dienstverbanden van de boventalligen (in dienst tot 31/12/2021) zijn niet opgenomen. 36
2.3
Paragrafen
In de paragrafen wordt ingegaan op het beleid met betrekking tot de beheersmatige aspecten van de organisatie.
2.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen De MGR wordt gefinancierd door deelnemende gemeenten en kent geen algemene reserve. Tot de aanwezige weerstandscapaciteit van de MGR kunnen slechts twee posten worden gerekend: o Bestemmingsreserves o Post onvoorzien De Bestemmingsreserve WgSW is in 2019 gevormd, specifiek voor het risico van externe factoren die de personeelskosten SW beïnvloeden (reserve is max 1% van de personeelskosten). Voor de overige modules zijn er beperkte bestemmingsreserves ingericht (max. € 50.000, afhankelijk van begrotingsoverschot voorgaande jaren). Bij de post 'onvoorzien' is een bedrag van € 31.000 begroot voor het jaar 2019.
Financiële kengetallen
2020 Realisatie Euro x 1.000
netto schuldquote solvabiliteitsratio (A/B) structurele exploitatieruimte
-0,04 0,09 0%
2020 Gewijzigde Begroting -0,05 0,52 0%
2019 Realisatie -0,01 0,16 0%
De netto schuldquote blijft negatief doordat de schulden lager zijn dan de vlottende activa. Door de bestemmingsreserves is een beperkt eigen vermogen ontstaan hetgeen terugkomt in de solvabiliteitsratio. Deze is lager dan 2019 door een toename van het balanstotaal met de voorziening boventalligen en het positieve resultaat over 2020 (eindafrekening naar gemeenten). De structurele exploitatieruimte is nul doordat structurele lasten en baten in evenwicht zijn. Vennootschapsbelasting Binnen de MGR is er geen sprake van een winststreven en derhalve valt de MGR niet onder VPBplicht. Inventarisatie risico's De in de begroting genoemde risico’s over 2020 zijn zonder optreden van deze risico’s afgerond. Ten behoeve van de MGR is de 'open einde' systematiek van toepassing waarbij bij een tekort de deelnemende gemeenten bij moeten betalen en bij een overschot geld terug krijgen. De uitgewerkte risico’s zijn dus vrijwel direct ook risico’s voor de bij de deelnemende gemeenten. Als onderdeel van het risicomanagement is er een risico-inventarisatie gemaakt. De belangrijkste risico’s met de meeste impact worden hieronder genoemd met de genomen beheersmaatregelen.
37
Risico
Kans
Reputatie/ maatsch. Impact
1
Incident/hack ICT beveiliging/ AVG / ICT systeem niet beschikbaar
Laag
Hoog
2
Loonkosten stijging SW > Begroting
40%
3
Onrechtmatigheid of fraude
Laag
4
Specifieke uitvoeringsrisico's Medium modules leiden er toe dat maatschappelijke doelstellingen niet worden gehaald.
5
Wegvallen van deel financiering Laag van gemeenten, door uitreden van een of meer modules.
6
Geen passend personeel met expertise kunnen vinden voor het uitvoeren van de opdrachten
Medium
Financiële impact 200k en 20k per dag
600k (1%)
Hoog
<50k
Medium/ Hoog
Indirect
500k (10% structuur)
medium
50k
Beheersmaatregelen DVO's RID De Liemers & De Connectie; Informatiebeveiliging beleid en beveiligde mobiele telefoons. Bestemmingsreserve & additionele rijksbijdrage voor gemeenten op basis van LPO Intern controle plan; betalingen door 4 mensen goedgekeurd. Planning & control cyclus: actualiseren van uitvoeringsprogramma, periodiek overleg ambtelijke & bestuurlijke overleggen en prestatieverantwoording. Inzet op kwaliteit en motivatie van medewerkers. Goede lange termijnplanning. Bescherming in regeling waarbij reorganisatiekosten bij uittreders worden gelegd.
1. Een betrouwbare, zorgvuldige en interessante werkgever zijn waar mensen graag willen werken. 2. Goede contacten onderhouden met bureaus om snel mensen in te kunnen huren. Kosten worden dan wel hoger.
2.3.2 Financiering Het financieringsvraagstuk van de MGR is van een beperkte omvang. De gemeenten betalen voorschotnota’s, zodat de financieringsrisico's om die reden slechts beperkt zijn tot het tijdig ontvangen van deze bedragen. Rentelasten Dit is niet van toepassing. Renteresultaat en toerekening Er is geen resultaat op rente. Daarmee is de rente ook niet toegerekend aan de modules/ taakvelden. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: • geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido; • nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 38
•
de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van de stortingen in de reserves. De kasgeldlimiet bedraagt derhalve € 5,6 miljoen. Het werkkapitaal is positief met voorfinanciering van de gemeentelijke bijdrage, dus is er geen behoefte aan externe financiering. De liquide middelen betreft het rekening-courant tegoed bij de BNG. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. Schatkistbankieren Vanaf het 3e kwartaal wordt het saldo dagelijks afgeroomd door de BNG naar ’s Rijks schatkist. Overzicht benutting Drempelbedrag schatkistbankieren DrempelKwartaal 1 Euro x 1.000 bedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 513 's Rijks schatkist aangehouden middelen 106 Ruimte onder het drempelbedrag 408 Overschrijding van het drempelbedrag -
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
91 422 -
0 513 -
1 513 -
Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisico-norm. De MGR heeft geen schulden aangetrokken of geldleningen uitgezet. Relatiebeheer Het betalingsverkeer is geconcentreerd bij de Bank Nederlandse Gemeenten.
2.3.3 Bedrijfsvoering Waar staat de MGR voor? De MGR is een samenwerkingsverband dat is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers binnen het sociaal domein. De MGR voert een transparant financieel beleid. Doelen en taken De MGR heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van de basistaken (GR art. 6a, 1a) en de taken uit de samenwerkingsmodules (GR art. 6a, 1b). Over het uitvoeren van taken sluit de deelnemer per module en voor zover van toepassing per sub module een afzonderlijke dienstverleningsovereenkomst af met het samenwerkingsverband. Personeel en integriteit De medewerkers van de MGR hebben een aanstelling bij de MGR. Naast medewerkers met een aanstelling worden medewerkers ingehuurd. Dit is van toepassing op medewerkers die bij de MGR starten en voor taken waarvoor geen vaste formatie is en/of medewerkers waarvoor een specifieke deskundigheid is vereist. Het aantal medewerkers in vaste dienst is conform planning toegenomen. Het aantal medewerkers dat wordt ingehuurd is afgenomen. Er is in 2020 een gedragswijzer privacy, informatieveiligheid en integriteit ontwikkeld en met de OR afgestemd en opgenomen in het personeelshandboek en in Q1 in 2021 per module met medewerkers besproken. 39
Op 2 juli 2020 is een fysieke bijeenkomst geweest in de raadszaal in Westervoort over integriteit en is de eed of belofte afgelegd door nieuwe medewerkers in aanwezigheid van de voorzitter van de MGR. Dienstverleningsovereenkomsten In 2020 was er een dienstverleningsovereenkomst met de RID voor de ICT-diensten en ten behoeve van de module Onderwijszaken met de Connectie ten behoeve van ICT en archief en de gemeente Arnhem wat betreft juridische dienstverlening. Er is een DVO met 1 stroom over de personele en financiële dienstverlening. Er zijn huurovereenkomsten met de gemeente Arnhem en Westervoort en een particuliere verhuurder in Arnhem-Zuid. Rapporteren Aan de partners wordt per programma gerapporteerd. Het is een overzicht van de geleverde prestaties. De rapportages worden halfjaarlijks opgesteld. ICT De MGR beheer, de module Inkoop, de module WSP en de module WgSW hebben in 2020 gebruik gemaakt van de ICT-omgeving (hardware en software) van RID De Liemers. Daarbij is de aangeschafte hardware eigendom van de MGR. Eind 2020 zijn er voor alle medewerkers telefoons van de zaak aangeschaft. Voor de module onderwijszaken is de ICT in 2020 geleverd door de Connectie. Zij leveren vanaf eind december 2020 ook de telefoons van de zaak in bruikleen voor de medewerkers van het RBL. Die hardware is eigendom van de Connectie.
Duurzaamheid De MGR huurt in 2020 kantoorruimte bij de gemeenten Westervoort en Arnhem en bij de Rabobank in Arnhem Zuid. Op de locatie Westervoort is sprake van dubbele beglazing en ledverlichting. Verwarming vindt plaats door stadsverwarming en stroom wordt geleverd door De Groene Stroomfabriek en is mede afkomstig van de zonnepanelen op het dak van het gemeentehuis en bibliotheek. Het gebouw heeft energielabel D. RBL is in het nieuwbouw deel van het stadskantoor in Arnhem gevestigd. Dit deel heeft een energielabel A. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp die kan koelen en verwarmen. Voor verwarmen in koude periodes is de warmtepomp aangesloten op het warmtenet. Ook daar wordt groene stroom van de Groene stroomfabriek gebruikt. Verder is er sprake van gescheiden afvalverwerking voor papier en overige. De mate van scheiden verschilt per locatie. Door Covid-19 is beduidend minder gebruik gemaakt van de kantoorruimten. Er zijn drie elektrische fietsen beschikbaar zodat medewerkers die met openbaar vervoer komen naar hun afspraken kunnen gaan. Ook kan via een OV businesscard gebruik gemaakt worden van OV, leenauto en OV fietsen. Via de mobiliteitsregeling wordt gebruik van openbaar vervoer en fietsen naar het werk ook gestimuleerd. Door Covid-19 en dringende advies om vanuit huis te werken is er in 2020 beduidend minder gereisd.
De MGR zet in op duurzame inzetbaarheid van medewerkers, waaronder vergroten van ontwikkelmogelijkheden, verlagen van werkdruk, opnemen van verlof, inzet preventiemedewerkers, aandacht voor goede werkhouding ter verhoging van het werkplezier en verlaging van het ziekteverzuim. In 2020 stond een groot deel van het jaar in het teken van corona en gezond en veilig thuis of vanuit huis werken. Daarbij is veel aandacht geweest voor arbothema’s zodat mensen mentaal en fysiek gezond hun werk konden doen. Het verzuim is iets lager dan het verzuim in 2020.
40
3
Jaarrekening
Inleiding In dit hoofdstuk worden de baten en lasten van de MGR op verschillende manieren gepresenteerd en toegelicht. De balans en de mutaties van de balansposten ten opzichte van 2019 worden toegelicht. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de controle met betrekking tot de Wet Normering Topinkomens. 3.1
Overzicht baten en lasten
Overzicht baten en lasten Programma Inkoop
Onderwijs
WSP
WgSW
A Overhead
B Eindresultaat Totaal
2020 Realisatie
Euro x 1.000 Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Inkoop Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Onderwijs Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WSP Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WgSW Resultaat Programma's Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat Overhead A+B Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve
1.112 1.486 374 -50 324 1.958 2.656 698 -50 648 1.187 1.669 482 0 37 519 60.610 60.763 153 0 26 179 1.670 1.977 339 -1.639 -31 -1.670 66.845 66.913 68 -131 63 -
Eindresultaat
2020 Gewijzigde Begroting 1.247 1.549 302 0 302 2.068 2.766 698 0 698 1.141 1.624 483 0 57 540 62.321 62.508 187 0 0 187 1.727 2.056 329 -1.727 0 -1.727 68.833 68.776 -57 57 -
2020 Primaire Begroting 976 1.299 323 0 323 1.988 2.666 679 0 679 1.063 1.534 471 0 0 471 58.644 60.314 1.671 0 0 1.671 3.143 3.472 329 -3.143 0 -3.143 66.142 66.142 -
2019 Realisatie 1.022 1.313 291 0 291 1.891 2.550 659 0 659 1.085 1.637 552 -75 0 477 59.030 61.252 2.222 -581 0 1.641 3.067 3.389 322 -3.067 0 -3.067 66.417 67.073 656 -656 -
Toelichting De totale lasten voor bestemming zijn 2,0 miljoen lager dan begroot. De totale baten zijn € 1,9 miljoen lager dan begroot door het verlagen van de gemeentelijke bijdrage met € 2,5 miljoen en hogere incidentele baten. Er wordt netto € 57.000 toegevoegd aan de reserves. In de programmaverantwoording zijn alle onderdelen reeds toegelicht. 41
3.2
Overzicht incidentele baten en lasten
Onderstaande tabel geeft per programma inzicht in de incidentele effecten. In totaal leiden deze incidentele baten en lasten tot een incidenteel voordeel van € 1 miljoen: de onderliggende structurele verlaging van de gemeentelijke bijdrage is € 1,5 miljoen (voornamelijk WgSW) Incidentele impact
Programma Inkoop
Euro x 1.000 Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Inkoop Onderwijs Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Resultaat programma Onderwijs WSP Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WSP WgSW Lasten Baten Saldo Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat programma WgSW A Resultaat Programma's Overhead Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve B Resultaat Overhead Eindresultaat A+B Subtotaal Lasten Baten Saldo Dotatie bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Saldo na bestemmingsreserves
Totale Lasten en Baten Realisatie 2020 Gewijzigde Begroting 1.112 1.486 374 -50 324 1.958 2.656 698 -50 648 1.187 1.669 482
1.247 1.549 302
37 520 60.610 60.763 153 26 179 1.670 1.977 339 -1.639 -31 -1.670 0 66.845 66.913 68 -131 63 -
57 540 62.321 62.508 187
302 2.068 2.766 698 698 1.141 1.624 483
187 1.727 2.056 329 -1.727 -1.727 0 68.833 68.776 -57 57 -
Verschil
Incidentele Lasten en Baten Realisatie Gewijzigde Verschil Begroting
-135 -63 72 -50 22 -110 -110 -0 -50 -50 46 45 -1
-110 0 110 -50 60 -69 42 110 -50 60 135 135 0
-
-20 -20 -1.711 -1.745 -34 26 -8 -57 -78 10 88 -31 57 0 -1.988 -1.863 125 -131 6 -
37 37 2.974 3.813 839 26 865 1.023 35 41 6 -31 -26 997 2.966 4.032 1.065 -131 63 997
57 87 3.479 3.479 -
17 17 60 90 30
87 75 31 -44 0 -44 43 3.631 3.617 -14 57 43
-110 0 110 -50 60 -86 25 110 -50 60 75 45 -30 -20 -50 -505 334 839 26 865 936 -40 10 50 -31 18 954 -665 414 1.079 -131 6 954
Toelichting Structurele lasten die in 2020 lager zijn uitgevallen door incidentele meevallers zijn als negatieve incidentele lasten in het overzicht opgenomen. In de programmaverantwoording zijn alle onderdelen reeds toegelicht. De belangrijkste incidentele bedragen en meevallers zijn: ➢ Inkoop: € 125.000 Lagere advieskosten voor het uitvoeren van kwaliteitstoeten. ➢ Onderwijs: € 54.000 UWV ontvangsten € 51.000 Lagere externe inhuur van personeel en lagere opleidingskosten. € 42.000 Lasten & baten voor het uitvoeren van extra opdrachten. ➢ WSP: € 39.000 Externe inzet voor WSP Midden-Gelderland werkt door! € 69.000 Personele inzet Programma Schakelpunt ➢ WgSW: € 3.479.000 Overdracht voorziening boventalligen van Presikhaaf bedrijven € 250.000 Overdracht voorziening latente verplichtingen Presikhaaf Bedrijven (beide zowel als uitvoeringskosten en als overige baten) € 730.000 Vrijval voorziening boventalligen € 55.000 Extra ontvangst UWV compensatie transitievergoeding 2019 ➢ Overhead € 42.000 ICT en verhuiskosten WSP
42
De conclusies per module zijn hieronder samengevat: ➢ Inkoop: de besparing op de programmakosten van € 135.000 is grotendeels incidenteel (-€ 110.000). Van de resterende structurele besparing van € 25.000 is €15.000 nodig voor de dekking van de structureel hogere overheadlasten. ➢ Onderwijs: de besparing van € 110.000 op programmalasten is incidenteel. De besparing op de overheadlasten is grotendeels structureel: € 34.000. ➢ WSP: Het saldo van de lasten en baten is structureel in evenwicht. Extra incidentele activiteiten worden apart gefinancierd en er resteert € 38.000 in de bestemmingsreserve WSP. ➢ WgSW: Het voordeel van € 2,3 miljoen ten opzichte van de begroting is € 0,8 miljoen incidenteel en € 1,5 miljoen structureel lagere kosten. Dit zal ook leiden tot een lagere rijksbijdrage SW voor gemeenten ➢ Overhead: lagere structurele kosten voor Onderwijs en hogere kosten (€ 34.000) voor Inkoop (€ 14.000). Dit wordt veroorzaakt door lagere personeelskosten, huisvestingslasten en ICT-kosten (door verschuiving).
3.3
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid
De afwijkingen in de lasten ten opzichte van de begroting kunnen als volgt worden verklaard:
Overzicht Lasten
2020 Realisatie
Classificatie Euro x 1.000 3
WSP
1.187
2020 Gewijzigde Begroting 1.141
Verschil vs. gew. Begroting 46
Toelichting Categorie 1 - Compensatie door direct gerelateerde opbrengsten: ➢ De programmalasten van de module WSP zijn hoger dan begroot door extra kosten voor extra activiteiten voor het programma WSP Midden-Gelderland werkt door! Deze kosten zijn gefinancierd vanuit programma Perspectief-op-Werk. De programmalasten van de overige modules en de overheadlasten zijn binnen begroting gerealiseerd.
43
3.4
Balans
ACTIVA (Euro x1.000)
31-12-2020 31-12-2019
Vaste activa
39
PASSIVA
-
Vaste passiva
Materiële vaste activa 39 7.973
4.062
Uitzettingen (looptijd<1 jaar) Vorderingen op openbare lichamen
2.779
656
Bestemmingsreserves
724
656
Resultaat baten & lasten 2020
-
Totaal eigen vermogen
724
656
Eigen vermogen
Investeringen met een economisch nut Vlottende activa
31-12-2020 31-12-2019
911
707
Voorzieningen
2.055
-
5.134
1.599
Vaste schulden
-
-
Overige vorderingen
551
253
Vlottende passiva
5.233
3.406
Totaal uitzettingen
6.596
2.559
-
-
3.283
924
70
72
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist
Liquide middelen (kas- en banksaldi)
Netto-vlottende schulden (looptijd <1 jaar) Overige schulden
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen van overige Nederlandse overheidslichamen
Overlopende passiva Voorschotten van overige Nederlandse overheidslichamen
1.241
1.463
Overige overlopende activa
136
41
Overige Overlopende passiva
1.880
2.411
Totaal overlopende activa
1.377
1.504
Totaal Overlopende passiva
1.950
2.483
8.012
4.062
8.012
4.062
Totaal Activa
Totaal Passiva
Borgstellingen / garantstellingen: nihil Het balans totaal is met € 4,0 miljoen toegenomen. Voornamelijk door de voorzieningen van € 2,1 miljoen ) en een hoger resultaat ten opzichte de begroting dan in 2019. Dit leidt tot hogere terugbetaling aan de gemeenten (€ 2,1 miljoen) dat is opgenomen als een overige schuld op de balans. De opbouw en de mutaties van de balansposten worden in paragraaf 3.7 toegelicht.
44
3.5
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat is bepaald op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden verantwoord slechts op voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Met verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar wordt rekening gehouden als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt op het moment van buitengebruikstelling voor de resterende boekwaarde afgeschreven. Afschrijvingsbeleid De materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. 25 jaar : voorzieningen aan terreinen; b. 40 jaar: gebouwen; c. 15 jaar: machines, apparaten en installaties; d. 15 jaar: inventarissen e.
7 jaar: vervoermiddelen; f. 4 jaar : ICT-investeringen g. 10 jaar: overige activa h. Niet: gronden. Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. De afschrijvingstermijn voor ICT investeringen is teruggebracht van 5 naar 4 jaar. Dit sluit beter aan bij de gebruiksduur van notebooks. De financiële verordening wordt aangepast samen met andere wijzigingen m.b.t. de rechtmatigheidsverklaring. In het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt en vanaf het moment dat het door de MGR in gebruik kan worden genomen, wordt begonnen met afschrijven. Bij het afschrijven wordt er geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen waarderen we tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid hebben we een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statistisch bepaald op basis van de gemaakte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa nemen we tegen nominale waarde op. Vlottende passiva De vlottende passiva waarderen we tegen de nominale waarde. 45
3.6
Toelichting op de balans
Vaste activa De ICT investering in 2020 bedraagt € 51.000. Vaste activa Euro x 1.000 Boekwaarde per 31 december 2019 Investeringen 2020 Afschrijvingen Boekwaarde per 31 december 2020
ICT Investeringen 0 51 -12 39
Totaal 0 51 -12 39
De notebooks worden in 4 jaar afgeschreven vanaf februari 2020. Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar De vorderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
Uitzettingen Euro x 1.000 Vorderingen Openbare lichamen
Debiteur 1 Arnhem 2 Doesburg 3 Duiven 4 Lingewaard 5 Overbetuwe 6 Renkum 7 Rheden 8 Rozendaal 9 Wageningen 10 Westervoort 11 Zevenaar Totaal Deelnemende gemeenten Neder-Betuwe Totaal vorderingen openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist Overige UWV Werkbedrijf MG Vorderingen MBO Rijn IJssel Scalabor EMCO Groep Overige debiteuren Totaal overige vorderingen Totaal uitzettingen
2020 2019 31-12-2020 31-12-2019 467 118 22 18 33 7 63 30 64 129 32 29 85 41 1 2 8 5 33 245 73 37 881 662 30 46 911 707 5.134 35 14 542 177 26 9 1 551 253 6.596 960
Toelichting ➢ De openstaande vorderingen bij gemeenten hebben voornamelijk betrekking op doorbelasting van de BTW-lasten. Voor de activiteiten waar de koepelvrijstelling van toepassing is wordt de BTW doorgeschoven naar gemeenten. Gemeenten kunnen deze BTW verhalen in het BTW compensatiefonds. ➢ De vordering op Scalabor betreft de doorbelasting van werk-gerelateerde looncomponenten voor de jaren 2019 en 2020. ➢ Er is geen sprake van dubieuze debiteuren of betwiste facturen. ➢ De liquide middelen op de rekening-courant van de BNG worden dagelijks verrekend met de rekening-courant in ’s Rijks schatkist. Daarom worden er geen liquide middelen aangehouden. 46
Overlopende activa De post overlopende activa wordt onderscheiden in:
Overlopende activa Euro x 1.000 Omschrijving Nog te ontvangen bijdragen <2019 UWV TV Presikhaaf Bedrijven overige overheid 2019 UWV compensatie transitievergoeding 2020 UWV compensatie transitievergoeding Belastingvoordeel (LIV) Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid Overige Vooruitbetaalde bedragen Overlopende Loonvoorschotten Activa Fietsplan Totaal overige overlopende activa Totaal overlopende activa
2020 2019 31-12-2020 31-12-2019 58 77 370 736 1.241 92 3 40 136 1.377
530 933 1.463 16 2 23 41 1.504
Toelichting ➢ Door nieuwe wetgeving wordt betaalde transitievergoeding bij uitdiensttreding na 104 weken ziekte grotendeels gecompenseerd door het UWV. De MGR heeft de vordering op het UWV van Presikhaaf overgenomen voor 50 dossiers. Op balansdatum resteren er nog 11 dossiers; voor de dossiers zonder UWV beschikking is 83% van vordering opgenomen op de balans. ➢ De laatste 6 dossiers van medewerkers uit 2019 waarvoor transitievergoeding is aangevraagd zijn na balansdatum afgerond. Dit bedraagt € 77.000. Voor de totale groep uit 2019 is van de betaalde transitievergoeding bij uit dienst na 104 weken ziekte 92% ontvangen. ➢ Voor het jaar 2020 resteren er 32 dossiers. Hiervoor is 92% van de betaalde transitievergoeding opgenomen op de balans (€ 370.000) ➢ Het te ontvangen belastingvoordeel voor lage inkomens (LIV) is lager dan in 2019 door gewijzigde regelgeving: er is minder voordeel voor de laagste lonen tot 110% van het WML. ➢ Vooruitbetaalde bedragen: dit jaar zijn meer facturen vooruit ontvangen voor de licentiekosten van software m.b.t. volgende boekjaar. (Totaal bedrag € 72.000). Voor het huurcontract voor het kantoor van het WSP is € 20.000 vooruitbetaald (incl. huur januari). Verloop eigen vermogen De MGR heeft geen algemene reserve. Wel zijn er dit jaar twee module-specifieke bestemmingsreserves vastgesteld.
Bestemmingsreserves Euro x 1.000 Boekwaarde per 31 december 2019 Onttrekkingen 2020 Dotaties 2020 Totaal mutaties Boekwaarde per 31 december 2020
Module Module Inkoop Onderwijs 0 0 0 0 50 50 50 50 50 50
Module WgSW 581 -26 0 -26 555
Module WSP 75 -37 0 -37 38
Module Beheer 0 0 31 31 31
Totaal 656 -63 131 68 724
Deze bestemmingsreserves hebben het volgende doel: 1. WgSW: Opvangen van onvoorziene kosten voor SW dienstverbanden 2. Overige modules: Opvangen van onvoorziene kosten in de bedrijfsvoering en onvoorziene personeelskosten voor het uitvoeren van de reguliere taken van de module.
47
Voorzieningen De voorzieningen kennen het volgende verloop: Voorzieningen Euro x 1.000 Boekwaarde per 31 december 2019 Dotaties 2020 Onttrekkingen 2020 Vrijval Boekwaarde per 31 december 2020
Boventalligen Latente Presikhaaf verplichtingen Bedrijven PHB 0 0 3.479 250 -897 -47 -730 1.852 203
Totaal
0 3.729 -944 -730 2.055
Per 1 januari 2020 is er een voorzieningen gevormd met betrekking tot het overnemen van 14 boventallige medewerkers van Presikhaaf Bedrijven. Doordat bij enkele mensen het dienstverband is beëindigd is er sprake van een vrijval van € 730.000. Per balansdatum resteren er nog 8 boventalligen. Daarnaast is bij de liquidatie van Presikhaaf Bedrijven eind november 2020 een voorziening overgedragen aan de MGR voor latente rechten en verplichtingen. De eventuele toekomstige overschotten of tekorten op deze voorziening worden verrekend met de voormalige deelnemers aan de GR Presikhaaf Bedrijven volgens een vastgestelde verdeelsleutel (conform liquidatieplan Presikhaaf Bedrijven). Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar De overige schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd: Overige schulden Euro x 1.000 Overige schulden aan deelnemende Gemeenten (eindafrekening)
2020 2019 Crediteur 31-12-2020 31-12-2019 1 Arnhem 1.320 250 2 Doesburg 77 16 3 Duiven 85 17 4 Lingewaard 201 43 5 Overbetuwe 179 36 6 Renkum 7 0 7 Rheden 286 57 8 Rozendaal 2 0 9 Wageningen 5 1 10 Westervoort 113 22 11 Zevenaar 223 44 Totaal deelnemende gemeenten 2.497 487 Crediteuren 75 218 Nog te betalen 582 212 BTW 128 7 Totaal overige schulden 3.283 924
Toelichting De creditering van de gemeentelijke bijdrage is opgenomen in de overige schulden. Onder de nog te betalen bedrage is een stijging van het aantal facturen ontvangen na balansdatum die betrekking hebben op 2020 (in totaal € 371.000).
48
Overlopende passiva De post overlopende passiva wordt onderscheiden in: Overlopende passiva Euro x 1.000 Vooruitontvangen bedragen
2020 2019 31-12-2020 31-12-2019
Rubriek Loonkostensubsidie Presikhaaf Bedrijven Voorschot Perspectief op Werk Totaal vooruitontvangen bedragen Overige overlopende Netto salarissen Passiva Afdrachten Pensioenen Afdrachten OGV Afdrachten Loonbelasting Totaal overige overlopende passiva Totaal overlopende passiva
42 28 70 5 0 1.874 1.880 1.950
72 72 19 459 0 1.932 2.411 2.483
Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen De niet uit de balans blijkende verplichtingen zijn: • € 150.000 voor 450 niet opgenomen vakantiedagen ambtelijke dienstverbanden • € 4,4 miljoen voor 34.000 niet opgenomen vakantiedagen SW dienstverbanden • € 2,1 miljoen voor 7 maanden recht op uitbetaling vakantiegeld over 2020
49
3.7
Gebeurtenissen na balansdatum
De situatie van Covid-19 duurt voort in 2021. Er is nog geen zicht wanneer de maatregelen en het vaccinatieplan zal leiden tot meer mogelijkheden voor jeugdigen richting school of werk, werkzoekenden richting werkgevers en zorgvragen richting zorgaanbieders. Alle signalen wijzen erop dat de consequenties voor inwoners in onze regio groot zijn en tot nieuwe vragen en uitdagingen zullen leiden, ook voor de MGR. We realiseren ons dat 2021 en ook 2022 veel impact zal hebben op het werk voor de MGR. We verwachten niet dat dit grote financiële gevolgen met zich mee zal brengen.
3.8
Wet Normering Topinkomens
Per 1 januari 2013 is de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingegaan. De MGR is opgericht per 1-42017. De MGR heeft vanaf 2018 medewerkers in dienst. De gegevens van de directeur/secretaris staan hieronder weergegeven. Bezoldiging topfunctionarissen De WNT is van toepassing MGR Sociaal Domein Centraal Gelderland. Het voor MGR Sociaal Domein Centraal Gelderland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000 op basis van de categorie algemeen.
Gegevens WNT H. Wiselius 2020
2019
Directeur
Directeur
01/01 – 31/12
01/01 – 31/12
0,78
0,78
ja
ja
€ 72.005
€ 70.368
€ 12.908 € 84.913
€ 12.119 € 82.487
€ 156.780
€ 151.320
N.v.t.
N.v.t.
bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
€ 82.487
50
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Topfunctionarissen met zonder bezoldiging
NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
Johannes Goossen Ronald Paping Dorus Klomberg Marieke Albricht Leo Bosland Lara de Brito Nanne van Dellen Brigitte Faber-de Lange Theo Kampschreur Marinka Mulder Rob Raaijman Birgit van Veldhuizen Helga Witjes
VOORZITTER DB EN AB LID DB EN AB LID DB EN AB LID AB LID AB (gestart in 2020) LID AB (beëindigd in 2020) LID AB LID AB LID AB (beëindigd in 2020) LID AB LID AB (gestart in 2020) LID AB LID AB
Bovengenoemde bestuurders zijn lid van het AB op basis van een wethouderschap in een deelnemende gemeente. Zij ontvangen geen bezoldiging van de MGR Sociaal Domein Centraal Gelderland. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2020 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.
51
Bijlage 1
Overzicht van de baten en lasten per taakveld
In dit overzicht worden de lasten en baten ingedeeld per taakveld conform BBV. Overzicht Taakvelden Taakveld Euro x 1.000 Lasten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves Totaal Lasten Baten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves Totaal Baten
2020 Realisatie 1.958 60.610 1.187 3.078 12 131 66.976 2.656 60.763 1.669 1.793 31 63 66.976
2020 Gewijzigde Begroting 2.068 62.321 1.141 3.272 31 0 68.833 2.766 62.508 1.624 1.847 31 57 68.833
Verschil vs. Gew. Begroting -110 -1.711 46 -194 -19 131 -1.857 -110 -1.745 45 -53 0 6 -1.857
Toelichting ➢ De modules vallen grotendeels gelijk aan de taakvelden. ➢ Inkoop en beheer zijn hier geconsolideerd als overhead, samen met de overheadlasten van de overige modules. ➢ De dotaties aan de bestemmingsreserves komen hier als lasten terug en onttrekkingen als baten. De cijfermatige analyse is niet anders dan eerder vermeld.
52
Bijlage 2 Overzicht zorgvormen module inkoop