MGR Jaarstukken 2020 en begroting 2021 e.v. Bijlage 4: Jaarverslag en jaarrekening 2020
Tekst van het document
JAARVERSLAG 2020
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland
25 maart 2021
2
Deelnemende gemeenten
Deelnemende gemeenten per module Arnhem Doesburg Duiven Lingewaard* Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Wageningen Westervoort Zevenaar
Module Beheer ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module inkoop ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module Onderwijs ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module WSP ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module WgSW ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
* Gemeente Lingewaard neemt in 2020 nog niet deel aan de submodule Leerplicht
3
INHOUD
Resultaten in beeld
2
0
Voorwoord
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding en inzicht per module Inleiding op jaarverslag en jaarrekening Impact Covid-19 Totaal overzicht baten en lasten Overzicht baten en lasten per module en afrekening
6
2 2.1 2.2. 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4
Jaarverslag Inleiding Programmaverantwoording Programma module Inkoop Programma module Onderwijszaken Programma module Werkgeversservicepunt Programma module Werkgeverschap SW Programma MGR beheer, overhead en onvoorzien Beleidsindicatoren bestuur en organisatie Paragrafen Inleiding Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering
15
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Jaarrekening Overzicht baten en lasten Overzicht incidentele baten en lasten Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid Balans Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Toelichting op de balans Gebeurtenissen na balansdatum Wet Normering Topinkomens
41
Bijlage 1 Bijlage 2
Overzicht baten en lasten per taakveld Overzicht zorgvormen module inkoop
4
52 53
Voorwoord Hierbij bieden we u het Jaarverslag en de Jaarrekening 2020 aan van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein centraal Gelderland (MGR SD CG).
Vanuit de MGR werken 11 gemeenten samen op het terrein van inkoop van zorg, 9 gemeenten werken samen binnen de module Onderwijszaken (RBL) en 9 gemeenten werken samen op het terrein van het Werkgeversservicepunt (WSP) en het Werkgeverschap van SW medewerkers. Het jaar 2020 kenmerkt zich door de effecten van Covid-19. Dit heeft voor iedereen in de regio gevolgen gehad. Dat geldt voor verzoeken vanuit gemeente om in te spelen op de directe gevolgen van Covid-19 bij jeugdigen, zorgaanbieders en werkgevers en het geldt zeker ook voor de medewerkers van de MGR die snel hebben geschakeld en vooral vanuit huis hun werk hebben voortgezet. Het Dagelijks Bestuur heeft veel waardering voor de manier waarop de MGR is omgegaan met de nieuwe situatie en constateert dat er vanuit de vier modules met enige aanpassingen in de uitvoering wegens Covid-19 in 2020 goede resultaten zijn geboekt en de modules allemaal binnen begroting zijn gebleven. Dit leidt tot een teruggave aan gemeenten. We nodigen u graag uit kennis te nemen van de resultaten in 2020. Daarnaast wijzen we u op de publieksversie van het jaarverslag van de MGR dat inzicht biedt in de toegevoegde waarde voor uw gemeente en uw inwoners. Aldus opgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van de MGR sociaal domein centraal Gelderland op 15 maart 2021, De voorzitter,
De secretaris,
J. Goossen
H.H. Wiselius
5
1
Inleiding en inzicht per module
1.1
Inleiding op jaarverslag en jaarrekening
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de totale baten en lasten van de verschillende modules. Dit betreft zowel de programma lasten als de overhead lasten. De totale lasten vormen de basis voor het vaststellen van de definitieve bijdrage van de deelnemende gemeenten per module. De bedragen in de tabellen staan uitgedrukt in duizend euro tenzij anders vermeld. Door afrondingsverschillen kan een optelling maximaal duizend euro afwijken. Ook in de tekstuele toelichting worden bedragen afgerond op duizend euro.
1.2
Impact Covid-19
Ook voor de MGR heeft de Covid-19 pandemie grote gevolgen gehad voor de uitvoering van de werkzaamheden door de medewerkers. De uitvoering van het werk is gewijzigd doordat in overleg met gemeenten is ingespeeld op de nieuwe vraagstukken en dit grotendeels vanuit huis is uitgevoerd. In algemene zin kan geconcludeerd worden dat de manier van werken in alle modules snel is aangepast aan de digitale mogelijkheden en flexibel ingespeeld is op de ontstane situatie. Daarmee zijn vrijwel alle beoogde resultaten toch behaald. De bestuurlijke afstemming over eventuele aanpassingen is soepel verlopen. Met extra inzet van alle partijen is het gelukt de inkoop van zorg tijdig af te ronden, zodat deze per 1 juli 2020 kon worden ingevoerd. Hier is heel snel geacteerd door de module Inkoop en zijn bestuurders en zorgaanbieder hier goed in meegenomen. Ook is een faciliterende rol vervult bij de afspraken en communicatie over de continuering van de zorg. Tijdens de (gedeeltelijke) schoolsluiting heeft het RBL scholen ondersteund in het (weer) in beeld krijgen van de jeugdigen door contact te leggen met ouders en/of jeugdigen. Zo nodig gingen de consulenten van het RBL op deurbezoek. Verzuimmeldingen kregen een andere functie. Consulenten werden door scholen en andere netwerkpartners meer om advies gevraagd op het gebied van schoolverzuim en schooluitval.
We zien bij de jeugdigen dat er steeds meer sprake is van (verzwaarde) persoonlijke problemen. Covid-19 heeft een grote impact gehad op alle ondernemers. Voor WSP betekende dit dat de vragen van werkgevers, zich voornamelijk richtten op advies over de inzet van steunmaatregelen. De accountmanagers van het WSP hebben hier, ook in samenwerking met de input van UWV, veel aandacht aan besteed. Van gemeenten en UWV werd veel extra inspanning gevraagd op het uitvoeren van de steunmaatregelen. Aan het WSP is zowel door UWV als door gemeenten extra ondersteuning gevraagd en geleverd op de werkzoekendendienstverlening om hiermee de continuïteit te borgen. Onder de vlag van het WSP is het adviesteam Midden Gelderland Werkt Door opgezet ter ondersteuning van werkgevers in de arbeidsmarktregio. Daarmee is de verbinding tussen werkgevers met een tekort aan personeel en werkgevers met een personeelsoverschot tot stand gebracht. Door extra werkzaamheden richting werkgevers en kanteling van de arbeidsmarkt, is het aantal plaatsingen wat achter- gebleven ten opzichte van 2019. Bij de module WgSW is contact onderhouden met Scalabor om te zien op welke wijze de SWmedewerkers veilig konden blijven werken omdat dit voor hen extra belangrijk is. Dit is gezien de omstandigheden goed verlopen. Het bestuurlijk proces is met aanpassingen zorgvuldig verlopen, veelal op digitale wijze.
Dat geldt ook voor de informatievoorziening aan raadsleden. De cruciale bedrijfsprocessen zijn vanuit huis goed uitgevoerd en hebben niet tot problemen geleid. Wel is een enkel project, zoals het inrichten van het DMS systeem ten behoeve van de archivering wat vertraagd. Er is subsidie aangevraagd en ontvangen van het A en O fonds gemeenten om extra activiteiten te kunnen ondersteunen voor de medewerkers die zoveel mogelijk vanuit huis werkten.
6
De financiële impact voor de MGR is beperkt doordat enerzijds de inkomsten stabiel zijn en anderzijds zijn de incidentele extra kosten relatief beperkt. Sommige reguliere uitgaven zijn juist door Covid-19 dit jaar niet gemaakt, zoals kosten van bijeenkomsten met werkgevers of zorgaanbieders. Ook zijn er minder opleidingen gevolgd. In totaal is er door Covid-19 incidenteel € 84.000 minder uitgegeven (impact voor alle modules). Deze incidentele besparing zijn zichtbaar in de incidentele effecten per module. De verwachting is dat dit in de volgende jaar slechts beperkt zal leiden tot extra kosten, zodat het grotendeels een éénmalige besparing oplevert in dit boekjaar. De lange termijneffecten van Covid-19 worden in verschillende werkgebieden van de MGR verwacht, zoals bij de module WSP en bij de module Onderwijszaken-het RBL. Bij de module WSP zijn er extra programma’s opgestart waarvoor extra financiering wordt ontvangen in 2021. In overleg met ketenpartners zullen werkzaamheden worden gericht op die doelgroepen die extra ondersteuning nodig hebben. De toekomstige financiële effecten liggen minder op het terrein van de financiering van de huidige activiteiten, maar op het terrein van de financiering van de extra activiteiten die als gevolg van de Covid-19 crisis noodzakelijk zijn. Hierover blijven we in gesprek met de opdrachtgevers.
1.3
Totaal overzicht baten en lasten
De baten en lasten worden vergeleken met de gewijzigde begroting 2020, die is vastgesteld in juli 2020 door het algemeen bestuur. In die begroting is uitgegaan van een nullijn voor de modules Inkoop, WSP en Beheer. Daarnaast is er een incidentele opdracht voor de module WgSW als het gaat om de boventalligen en zijn er additionele opdrachten voor de module Inkoop (kwaliteitstoezicht) en de module Onderwijszaken (Leerplicht gemeente Renkum). Deze opdrachten zijn voor alle modules gerealiseerd binnen de begroting. De MGR heeft naast de gemeentelijke bijdrage van deelnemende gemeenten ook extra inkomsten, zoals de vergoeding voor SW dienstverbanden uit een gemeente buiten de MGR regio. De module onderwijs ontvangt regionale bijdragen vanuit het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC). Daarnaast zijn er overige baten voor extra activiteiten en incidentele inkomsten. De gemeentelijke en regionale baten worden op basis van begroting gefactureerd. Samen met de gerealiseerde lasten lasten en overige baten leidt dit tot een voorlopige realisatie voor bestemming. Dit resultaat wordt na de verwerking van de mutaties van de bestemmingsreserves gecrediteerd aan gemeenten. Hiermee is de realisatie na bestemming weer in evenwicht. Het positieve resultaat met lagere lasten en lagere gemeenlijke bijdrage komt dan tot uitdrukking in de verschillenanalyse.
Voor de module WgSW is in 2019 een bestemmingsreserve gevormd voor het opvangen van fluctuaties in de personeelskosten door externe ontwikkelingen. De omvang is maximaal 1% van de personeelskosten. Voor alle modules is er vanaf dit jaar een beperkte bestemmingsreserve ingericht van maximaal € 50.000 voor het opvangen van onvoorziene kosten in de bedrijfsvoering en onvoorziene personeelskosten voor het uitvoeren van de reguliere taken van de module. De bestemmingsreserve wordt alleen gevormd en gevuld, uit een batig saldo in een bepaald jaar in een bepaalde module.
7
Er is een positief resultaat vóór bestemming van € 2.565.000 door de hogere baten en lagere lasten. Dit wordt in de kolom Realisatie na bestemming als volgt verdeeld: A. € 2.466.000 lagere gemeentelijke bijdrage; B. € 56.000 lagere RMC bijdrage; C. € 68.000 netto toevoeging aan bestemmingsreserves (zie toelichting per module in de volgende paragrafen).
Lasten en baten Euro x 1.000 Lasten per module Inkoop Onderwijs WSP WgSW Beheer Lasten (incl. overhead) Baten Gemeentelijke bijdrage Regionale bijdrage (RMC) Buitengemeenten (SW) Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
Realisatie voor bestemming
Realisatie na bestemming
Gewijzigde Begroting
Verschil
1.436 2.606 1.707 60.789 307 66.845
1.436 2.606 1.707 60.789 307 66.845
1.549 2.766 1.681 62.508 329 68.833
-113 -160 26 -1.719 -21 -1.988
62.372 1.134 1.493 4.410 69.410 2.565
59.931 1.078 1.493 4.410 66.913 68 63 -131 0
62.397 1.134 1.444 3.800 68.776 -57 57 0 0
-2.466 -56 49 610 -1.863 125 6 -131 0
2.565
Toelichting ➢ De reguliere lasten zijn voor alle modules binnen de begroting gerealiseerd. ➢ De lagere kosten van de module WgSW (€ 1.719.000) hebben de meeste impact op de lagere totale lasten (€ 1.988.000). ➢ De module WSP heeft € 45.000 extra baten ontvangen voor het uitvoeren van extra activiteiten die niet zijn opgenomen in de begroting. ➢ De overige baten zijn € 610.000 hoger dan begroot en de SW rijksbijdrage van buitengemeenten is € 49.000 hoger dan begroot.
8
1.4
Overzicht baten en lasten per module en afrekening
In de volgende paragrafen wordt de realisatie van de lasten en baten per module vergeleken met de gewijzigde begroting. De inhoudelijke resultaten van de modules en de afwijkingen van de programmalasten worden in hoofdstuk twee toegelicht.
1.4.1 Module Inkoop Er is een positief resultaat voor bestemming van € 114.000 doordat de reguliere lasten van de module inkoop binnen de begroting blijven. Bij de realisatie na bestemming wordt de gemeentelijke bijdrage met € 64.000 verlaagd en wordt er € 50.000 toegevoegd aan de nieuwe bestemmingsreserve van de module Inkoop. Lasten en baten Module Inkoop Euro x 1.000 Programma Overhead Lasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
Realisatie voor bestemming
Realisatie na bestemming
Gewijzigde Begroting
Verschil
1.112 324 1.436 1.549 0,2 1.549 114
1.112 324 1.436 1.485 0,2 1.486 50
1.247 302 1.549 1.549 1.549 -
114
-50 -
-
-135 22 -113 -64 0,2 -63 50 -50 -
Toelichting ➢ De programmakosten zijn lager door minder inhuur van externe partijen voor het uitvoeren van kwaliteitstoeten (€ 125.000) en door 2% lagere personeelskosten (€ 23.000). ➢ De overheadkosten zijn € 22.000 hoger door hogere licentiekosten en de aanschaf van mobiele telefoons. De gemeentelijke bijdrage is 4% lager dan begroot.
Gemeentelijke bijdrage Module Inkoop
Realisatie
Gewijzigde Begroting
Verschil
Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal gemeenten
548.339 34.584 89.517 124.997 144.562 110.518 118.023 4.084 105.476 52.816 152.403 1.485.319
571.849 36.067 93.355 130.356 150.760 115.256 123.083 4.259 109.998 55.080 158.937 1.549.000
-23.510 -1.483 -3.838 -5.359 -6.198 -4.738 -5.060 -175 -4.522 -2.264 -6.534 -63.681
9
1.4.2 Module Onderwijszaken Er is een positief resultaat voor bestemming van € 159.000: de lasten van de module onderwijszaken zijn binnen de begroting gerealiseerd. Daarmee is de bezuinigingsopdracht voor 2021 een jaar eerder gerealiseerd. Wel moet er worden gezorgd dat de incidenteel lagere personeelskosten ook structureel lager blijven. Bij de realisatie na bestemming wordt er € 50.000 toegevoegd aan de nieuwe bestemmingsreserve van de module Onderwijszaken en de gemeentelijke bijdrage aan de submodule leerplicht wordt met € 54.000 verlaagd. De kosten voor regionale taken zijn € 56.000 lager dan begroot. Deze worden gefinancierd uit regionale RMC middelen. Lasten en baten Module Onderwijs Euro x 1.000 Programma Overhead Lasten Deelnemende gemeenten Regionale bijdrage Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
Realisatie voor bestemming
Realisatie na bestemming
Gewijzigde Begroting
Verschil
1.958 648 2.606 1.589 1.134 42 2.765 159
1.958 648 2.606 1.536 1.078 42 2.656 50
2.068 698 2.766 1.590 1.134 41 2.766 -
159
-50 -
-
-110 -50 -160 -54 -56 0 -110 50 -50 -
Toelichting ➢ De programmakosten zijn lager door UWV ontvangsten (€ 54.000), lagere externe inhuur van personeel (€ 29.000) en lagere opleidingskosten (€ 22.000). ➢ De overheadkosten zijn lager door structureel lagere huisvestingskosten (€ 14.000) en door lagere personeel-gerelateerde uitgaven (€ 31.000). De gemeentelijk bijdrage voor Leerplicht is 4% lager.
Gemeentelijke bijdrage Module Onderwijs Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal Leerplicht VSV Gemeente Arnhem Totaal gemeenten
Realisatie 2020
Gewijzigde Begroting 760.000
731.396 84.014 146.087 83.004 135.982 2.406 63.227 140.601 1.386.717 149.500 1.536.217
87.300 151.800 86.250 141.300 2.500 65.700 146.100 1.440.950 149.500 1.590.450
10
Verschil -28.604 -3.286 -5.713 -3.246 -5.318 -94 -2.473 -5.499 -54.233 -54.233
1.4.3
Module WSP
Het resultaat voor bestemming is beter dan begroot. De totale lasten van de module WSP zijn € 26.000 hoger dan begroot. Hier staan € 45.000 aan extra inkomsten tegenover: de onttrekking aan de reserve is daarmee € 20.000 lager dan begroot. Lasten en baten Module WSP Euro x 1.000 Programma Overhead Lasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
Realisatie voor bestemming
Realisatie na bestemming
Gewijzigde Begroting
Verschil
1.187 519 1.707 1.534 135 1.669 -37
1.187 519 1.707 1.534 135 1.669 -37 37
1.141 540 1.681 1.534 90 1.624 -57 57
-37
-
-
46 -21 26 45 45 20 -20 -
Toelichting ➢ De programmakosten zijn € 46.000 hoger door extra inzet van personeel op het project Schakelpunt en het project WSP Midden-Gelderland werkt door (€ 37.000) en hogere communicatiekosten voor deze projecten (€ 8.000). Voor beide projecten is er extra financiering ontvangen (€ 45.000). ➢ De ICT investering en verhuizing is gerealiseerd voor € 42.000. Dit is € 15.000 lager dan de begroting van € 57.000. ➢ De overige overheadkosten vallen incidenteel ook lager uit dan begroot. Daarom is de onttrekking aan de bestemmingsreserve € 37.000 in plaats van € 57.000. ➢ Het saldo van de bestemmingsreserve WSP was eind 2019 € 75.000. Het resterende bedrag van de bestemmingsreserve is eind 2020 € 38.000. De gemeentelijke bijdrage voor 2020 blijft ongewijzigd.
Gemeentelijke bijdrage Module WSP Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal gemeenten
Realisatie 2020
Gewijzigde Begroting 611.600 44.600 100.200 182.700 187.100 171.300 6.200 59.200 171.000 1.533.900
611.600 44.600 100.200 182.700 187.100 171.300 6.200 59.200 171.000 1.533.900
11
Verschil -
1.4.4 Module WgSW Het resultaat voor bestemming is € 2,3 miljoen positief. De lasten van de module WgSW zijn € 1.719.000 lager dan begroot. De bijdrage van buitengemeenten en overige baten zijn respectievelijk € 49.000 en € 554.000 hoger dan begroot. De bestemmingsreserve wordt met € 26.000 verlaagd naar € 555.000 zodat het saldo weer gelijk is aan 1% van de personeelskosten. De gemeentelijke bijdrage wordt in de realisatie na bestemming verlaagd tot 55 miljoen. Lasten en baten Module WgSW Euro x 1.000 Programma Overhead Lasten Deelnemende gemeenten Bijdrage buitengemeenten Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
Realisatie voor bestemming
Realisatie na bestemming
Gewijzigde Begroting
Verschil
60.610 179 60.789 57.372 1.493 4.222 63.087 2.298
60.610 179 60.789 55.047 1.493 4.222 60.763 -26 26
62.321 187 62.508 57.395 1.444 3.669 62.508 -0 0
2.298
-
-
-1.711 -8 -1.719 -2.348 49 554 -1.745 -26 26 -
Toelichting ➢ De programmalasten zijn € 1.711 lager dan begroot omdat er gemiddeld 1,2% minder fte’s in dienst zijn (impact € 625.000) en door lagere gemiddelde loonsom per medewerker door lagere sociale lasten (impact € 700.000). De details van de loonkostenontwikkeling worden toegelicht in paragraaf 2.2.4. ➢ Incidentele overige baten: ter voorbereiding op de liquidatie van de Presikhaaf bedrijven (GR Werkvoorziening Midden-Gelderland) zijn de dienstverbanden van 14 boventalligen per 1 januari 2020 overgegaan naar de MGR. Hiervoor heeft de MGR € 3,5 miljoen ontvangen van Presikhaaf bedrijven. Daarnaast bestaan de overige baten uit het overnemen van de latente verplichtingen van Presikhaaf Bedrijven na liquidatie eind november (€ 250.000) en de doorbelasting van enkele looncomponenten aan Scalabor. ➢ De voorzieningen die van Presikhaaf Bedrijven zijn overgenomen lopen eenmalig via de baten en lasten. In 2020 zijn er enkele boventalligen uit dienst gegaan. Hierdoor is het totale geactualiseerde bedrag voor beide voorzieningen € 730.000 lager dan het bedrag dat is ontvangen van Presikhaaf Bedrijven (lagere programmakosten). Dit is onderdeel van de € 2.348.000 die in mindering wordt gebracht op de gemeentelijke bijdrage. De gemeentelijk bijdrage is 4% lager dan begroot.
Gemeentelijke bijdrage Realisatie 2020 Module WgSW Gemeente Arnhem 28.707.021 Gemeente Doesburg 1.796.569 Gemeente Duiven 1.834.836 Gemeente Lingewaard 4.637.011 Gemeente Overbetuwe 3.945.987 Gemeente Rheden 6.521.816 Gemeente Rozendaal 49.969 Gemeente Westervoort 2.558.182 Gemeente Zevenaar 4.995.711 Totaal gemeenten 55.047.102 12
Gewijzigde Begroting 29.931.500 1.873.200 1.913.100 4.834.800 4.114.300 6.800.000 52.100 2.667.300 5.208.800 57.395.100
Verschil -1.224.479 -76.631 -78.264 -197.789 -168.313 -278.184 -2.131 -109.118 -213.089 -2.347.998
1.4.5 Module Beheer & Onvoorzien De reguliere kosten voor de module beheer blijven binnen de begroting. Bij onvoorzien is de realisatie lager dan begroot. De toevoeging aan de bestemmingsreserve bedraagt € 31.000. Lasten en baten Module Beheer Euro x 1.000 Programma Overhead Lasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
Realisatie voor bestemming
Realisatie na bestemming
Gewijzigde Begroting
Verschil
307 307 329 10 339 31
307 307 329 10 339 31
329 329 329 329 -
31
-31 -
-21 -21 10 10 31 -31 -
-
Toelichting ➢ De MGR is in 2020 gestart met online opleidingsprogramma MGR Academy en online vitaliseringsprogramma. Hiervoor is € 10.000 subsidie ontvangen. Dit is gelijk aan de kosten van deze programma’s. ➢ Binnen de begroting van beheer is € 31.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. In 2020 zijn de onvoorziene lasten slechts € 12.000. ➢ De reguliere overheadkosten zijn € 2.000 lager dan begroot. De gemeentelijke bijdrage voor 2020 blijft ongewijzigd.
Gemeentelijke bijdrage Module Beheer Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal gemeenten
Realisatie
Gewijzigde Begroting 111.200 8.100 18.200 33.200 34.000 22.400 31.100 1.100 27.500 10.800 31.100 328.700
111.200 8.100 18.200 33.200 34.000 22.400 31.100 1.100 27.500 10.800 31.100 328.700
13
Verschil -
1.4.6
Samenvatting gemeentelijke bijdragen
In onderstaande tabel zijn de totaal bedragen per module opgenomen. De verschillen tussen de ontvangen voorschotbedragen van gemeenten en de definitieve bijdrage worden gecrediteerd en zijn als overige schulden op de balans opgenomen. Gemeentelijke bijdrage Alle modules
Realisatie
Gewijzigde Begroting
Verschil
Gemeente Arnhem Gemeente Doesburg Gemeente Duiven Gemeente Lingewaard Gemeente Overbetuwe Gemeente Renkum Gemeente Rheden Gemeente Rozendaal Gemeente Wageningen Gemeente Westervoort Gemeente Zevenaar Totaal gemeenten Inkoop Onderwijs WSP WgSW Beheer Totaal modules
30.859.056 1.883.853 2.126.767 4.977.908 4.457.736 215.922 6.978.221 63.759 132.976 2.744.225 5.490.815 59.931.238 1.485.319 1.536.217 1.533.900 55.047.102 328.700 59.931.238
32.135.649 1.961.967 2.212.155 5.181.056 4.637.960 223.906 7.266.783 66.159 137.498 2.858.080 5.715.937 62.397.150 1.549.000 1.590.450 1.533.900 57.395.100 328.700 62.397.150
-1.276.593 -78.114 -85.388 -203.148 -180.224 -7.984 -288.562 -2.400 -4.522 -113.855 -225.122 -2.465.912 -63.681 -54.233 -2.347.998 -2.465.912
14
Reeds Te crediteren gefactureerd 32.123.388 1.961.201 2.211.369 5.179.069 4.636.275 222.604 7.264.002 66.136 137.498 2.856.992 5.713.810 62.372.344 1.549.000 1.589.148 1.533.900 57.371.596 328.700 62.372.344
-1.264.332 -77.348 -84.602 -201.161 -178.539 -6.682 -285.781 -2.377 -4.522 -112.767 -222.995 -2.441.106 -63.681 -52.931 -2.324.494 -2.441.106
2
Jaarverslag
2.1
Inleiding
De MGR kent een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB). Het Dagelijks Bestuur en de voorzitter wordt uit het Algemeen Bestuur gekozen. Daarnaast kennen de vier modules een Bestuurscommissie.
Samenstelling Algemeen Bestuur MGR op balansdatum AB-lid Ronald Paping Birgit van Veldhuizen Johannes Goossen Helga Witjes Brigitte Faber – de Lange Marinka Mulder Marieke Albricht Dorus Klomberg Leo Bosland Rob Raaijman Nanne van Dellen
Plaatsvervangend AB-lid Geen vaste plaatsvervanger Loes van der Meijs Ineke Knuiman Aart Slob Rob Engels Leonie Rolink Anton Logemann Ronald Haverkamp Maud Hulshof Geen vaste plaatsvervanger Hans Winters
Gemeente Arnhem Doesburg Duiven Lingewaard Overbetuwe Renkum Rozendaal Rheden Wageningen Westervoort Zevenaar
Samenstelling Dagelijks Bestuur MGR op balansdatum Dagelijks Bestuur Johannes Goossen Ronald Paping Dorus Klomberg Hermien Wiselius
Functie Voorzitter Plaatsvervangend voorzitter Lid Ambtelijk secretaris /Directeur
Gemeente Duiven Arnhem Rheden
Samenstelling Bestuurscommissies modules MGR op balansdatum Gemeente Arnhem Doesburg Duiven Lingewaard Overbetuwe Renkum Rozendaal Rheden Wageningen Westervoort Zevenaar Regiosecretaris Manager module
Inkoop Roeland van der Zee Peter Bollen Ineke Knuiman Aart Slob Rob Engels Marinka Mulder Anton Logemann Marc Budel Leo Bosland Hans Breunissen Hans Winters Margareth van Diermen Janny Kuijpers
Onderwijszaken (RBL) Hans de Vroome Ineke Knuiman Helga Witjes Rob Engels Marinka Mulder Anton Logemann Ronald Haverkamp Rob Raaijman Nanne van Dellen Nannette Zwiers Inge Hoogland
15
WSP en WgSW Martien Louwers Arthur Boone Ineke Knuiman Aart Slob Dimitri Horsthuis-Tangelder Anton Logemann Ronald Haverkamp Rob Raaijman Belinda Elfrink Kees Bouwhof Angele Welting - WSP Werner van der Linden - WgSW
2.2
Programmaverantwoording
In deze programmaverantwoording worden per module de volgende onderwerpen toegelicht: a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd: wat hebben we bereikt? b. de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken: wat hebben we gedaan? c. de gerealiseerde baten en lasten: wat heeft het gekost? Als onderdeel van de paragraaf Beheer wordt ook de ontwikkeling van de overheadlasten verklaard. Deze niet gemaakte uitgaven worden benoemd als incidentele negatieve lasten bij de incidentele lasten en baten. Om de ontwikkeling van de onderliggende structurele kosten per programma goed in beeld te brengen is deze analyse toegevoegd.
2.2.1 Programma module Inkoop Het jaar 2020 heeft vooral in het teken gestaan van de contractering van zorgvormen die in juli 2020 is in gegaan. De zorgvormen zijn onderverdeeld in1:
1 Voor een inzicht welke zorgvormen vallen onder deze hoofdindeling verwijzen wij u naar het overzicht op bijlage 2
16
Covid-19 heeft een grote invloed op gehad op het proces van de contractering. Met de gemeenten was afgesproken dat er in de eerste helft van 2020 met alle ingeschreven aanbieders een verificatiegesprek gehouden zou worden. Deze gesprekken zijn 3 dagen live gevoerd. Daarna volgde de Coronamaatregelen van maart 2020. Vanwege de urgentie van deze inkoopprocedure is meteen de overstap gemaakt naar digitale verificatiegesprekken via Teams. Naast het coronaproof voortzetten en afronden van de contracteringsprocedure heeft inkoop SDCG ook de coördinerende rol op zich genomen in de regionale Corona-werkgroep. Inkoop SDCG zorgde voor de planning, agendering, voortgang en communicatie met de aanbieders over de regionale Corona- maatregelen. De maatregelen betroffen vooral de continuïteit van financiering en de regeling meerkosten Covid-19. Een twintigtal aanbieders heeft inkoop SDCG niet vóór 1 juli kunnen contracteren. Dit is de On Holdprocedure geworden. Aanbieders zijn later dan 1 juli gecontracteerd of afgewezen. Inkoop SDCG is drie maal gedagvaard door zorgaanbieders naar aanleiding van een afwijzing. Twee kort geding zittingen zijn in 2020 gevoerd, de derde volgt in het voorjaar 2021. Zowel bij het eerste als tweede kort geding is de primaire eis van de aanbieder afgewezen.
Bij het eerste kort geding is ook de secundaire eis volledig afgewezen voor het tweede kort geding is de secundaire eis afgewezen maar moet inkoop SDCG wel aanvullend onderzoek doen.
Wat hebben we bereikt? ➢
➢
➢
Per 1 juli 2020 zijn nieuwe zorgcontracten bij 11 gemeenten ingegaan voor periode juli 2020 t/m juni 2024. De gecontracteerde aanbieders zijn getoetst op de (kwaliteits)eisen die in de contractering zijn opgenomen en die samen met de gemeenten zijn vastgesteld. Hiermee wordt is een passend zorg- aanbod voor inwoners gegarandeerd. Alle aanbieders zijn getoetst op de inschrijving, kwaliteitseisen en hebben een verificatiegesprek gehad. De jaarrekening van een groot aantal aanbieders is getoetst en in de verificatie meegenomen. Op 1 juli zijn op alle zorgvormen voor alle gemeenten totaal zo’n 400 aanbieders gecontracteerd, ongeveer 70 aanbieders zijn niet gecontracteerd (de vorige contractering: 900 aanbieders).
Na de contractering is inkoop SDCG gestart met het verder uitwerken van artikelen uit de contractering. 1. Uitwerking proces tussentijdse openstellingen In de contractering staat dat tussentijdse openstellingen kunnen worden uitgevoerd op aangeven van en ten behoeve van één of meerdere gemeenten en één of meerdere zorgvormen of producten. De uitwerking van het proces “tussentijdse openstellingen” is ingericht en ook op verzoek van gemeenten Lingewaard, Overbetuwe, Doesburg en Zevenaar uitgevoerd. Het proces staat beschreven op de website van inkoop SDCG. 2. Uitwerking proces onderaannemers. Onderaannemers zijn bij toetreding aangemeld. Na toetreding moet inkoop SDCG toestemming geven voor het inzetten van nieuwe onderaannemers. Daarnaast kunnen gemeenten aangeven of zij nieuwe onderaannemers voor zorgvormen en producten accepteren. Het proces “onderaannemers” is uitgewerkt , gecommuniceerd en geplaatst op de website. 3. Aanpassen producten In de contractering is aangegeven dat producten/ tarieven kunnen worden aangepast. In het najaar 2020 is een aangepast product Huishoudelijke Ondersteuning voor Zevenaar en Doesburg regionaal gecontracteerd. 4. Kwaliteitstoetsing Vanaf 1 juli is het proactieve kwaliteitstoezicht bij 70 WMO-aanbieders uitgevoerd. Deze Quick scans monitoren de kwaliteitseisen op hoofdlijnen. Hiervoor is het instrument van de Quick scans ontworpen.
Deze scans worden uitgevoerd door de VGGM. Op basis van de uitkomst kan 17
een verdiepend onderzoek door de VGGM worden ingezet of kan een gesprek volgen over de bevindingen. De resultaten van de Quick scans worden meegenomen in de trimesterrapportages die 3x per jaar worden opgeleverd door inkoop SDCG. De eerste resultaten van de eerste Quick scans zijn nog in bewerking.
Wat hebben we gedaan? Van januari tot juli 2020 stond de inkoopprocedure centraal. Op 3 februari 2020 is de inschrijving gesloten. Daarna zijn de volgende taken uitgevoerd: 1. Toetsing van de inschrijving: is de inschrijving correct en compleet? 2. Opvragen diploma’s en VOG. Bij deze stap was een standaardprocedure bestaande uit de opvraag van enkele diploma’s en VOG. Voor een aantal aanbieders is een grotere of volledige uitvraag gedaan van diploma’s en VOG soms aangevuld met arbeidsovereenkomsten en dienstroosters. 3. Inplannen en voeren van verificatiegesprekken. 4. Beoordelen van inschrijver: toelaten of afwijzen. 5. Juridische toets voor de af te wijzen aanbieders. 6. Aanbieder heeft kwalificatiebrief of afwijzingsbrief gekregen. Van juli tot en met december 2020 stond de afronding van de contractering centraal en de doorontwikkeling van de nieuwe contractering. 1. Aanbieders On Hold- proces werd gevolgd voor aanbieders die niet vóór 1 juli gecontracteerd konden worden. Eind december stonden nog twee aanbieders op deze lijst. 2. Eerste nadere uitwerkingen van de contractering zijn gemaakt: proces tussentijdse openstellingen en regeling onderaannemers. 3. Quick scans in het kader van proactief toezicht is uitgevoerd bij 70 WMO-aanbieders. 4.
Vanwege de verdere decentralisaties is de looptijd van contractering voor Beschermd Wonen tot 1 januari 2022, met een mogelijkheid tot verlenging. Er is een stuurgroep en werkgroep actief om de decentralisatie van Beschermd Wonen regionaal te regelen. Inkoop SDCG heeft zitting in de werkgroep en stuurgroep en door inkoop worden de marktverkenningen met aanbieders georganiseerd. 5. Zo’n 30 klachten over de afwijzingen van aanbieders zijn afgehandeld. Daarnaast is inkoop SDCG 3x gedagvaard, in 2020 zijn 2 kort gedingen gevoerd en gewonnen. Eén kort geding volgt in februari 2021. 6. Met het WSP is contact geweest over de uitvoering van de SROI-opdracht. Daarnaast is een voorlichting geweest bij RBL over de nieuwe inkoop en wat dat betekent voor de jeugdzorg. 7. Er zijn 10 rechtmatigheidsonderzoeken geweest en twee kwaliteitstoezichten op basis van signalen.
Wat heeft het gekost? De programmalasten bedragen € 1.112.000 en zijn daarmee € 135.000 lager dan begroot. Dit heeft in de realisatie geleid tot € 64.000 lagere gemeentelijke bijdrage en € 72.000 hoger saldo voor de dekking van de hogere overheadlasten (€ 22.000) en de storting van € 50.000 in de bestemmingsreserve Inkoop.
18
Lasten en baten Programma Inkoop Euro x 1.000 Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma Inkoop Overheadlasten EIndresultaat
Realisatie 2020
Gewijzigde Begroting
Verschil
Realisatie incidenteel
945 167 1.112 1.485 0,2 1.486 374
968 279 1.247 1.549 1.549 302
-4 -105 -110
-50 324 324 -
302 302 -
-23 -112 -135 -64 0,2 -63 72 -50 22 22 -
Begroting incidenteel
0,2 0,2 110 -50 60 7 53
Toelichting ➢ De personeelskosten zijn 2% lager dan begroot (- € 23.000). De reiskosten zijn in 2020 incidenteel € 4.000 lager. De resterende besparing van € 19.000 heeft een structureel effect, mede doordat de extra-inhuur voor de begeleiding van proces nieuwe inkoop dit jaar is afgerond. ➢ De uitvoeringskosten zijn € 112.000 lager dan begroot. Hiervan is € 105.000 incidentele besparing veroorzaakt door: o lagere advieskosten voor het uitvoeren van kwaliteitstoeten (- € 125.000). Deze activiteit is pas geïntensiveerd na het afronden van de nieuwe inkoop. Daardoor zijn deze kosten incidenteel lager en leidt dit niet tot structurele ruimte in de begroting. o De advocaatkosten voor de verdediging in processen n.a.v. de contratering nieuwe inkoop bedragen € 30.000. o Overige incidentele besparing op externe bijeenkomsten en ICT-ontwikkelkosten (totale impact -€ 10.000) ➢ De overheadkosten zijn € 22.000 hoger door hogere licentiekosten Microsoft en de aanschaf van mobiele telefoons (€ 7.000). De ICT kosten zijn daarmee structureel €15.000 hoger. ➢ Conclusie: de besparing op de programmakosten van € 135.000 is grotendeels incidenteel (-€ 110.000). Van de resterende structurele besparing van € 25.000 is €15.000 nodig voor de dekking van de structureel hogere overheadlasten.
19
2.2.2. Programma module Onderwijszaken Het Regionaal Bureau Leerlingzaken is dé gids voor jeugdigen van 5 tot 23 jaar in het recht op leren en ontwikkelen. Met de jeugdigen én met betrokkenen uit hun leven komen we tot een perspectief voor een passende plek in de samenleving door het recht op leren en ontwikkelen te bewaken. Het RBL Midden-Gelre is belast met de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van leerplicht en voortijdig schoolverlaten en beoogt daarmee schoolverzuim en schooluitval onder jeugdigen terug te dringen en waar mogelijk te voorkomen. De ambitie van het RBL is om zoveel mogelijk jeugdigen een startkwalificatie2 te laten behalen. Jeugdigen die verzuimen of (dreigen) uit te vallen, begeleidt het RBL terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid. Samenwerking met netwerkpartners in o.a. onderwijs, gemeenten en zorg is hierin onmisbaar. Alles wat het RBL doet, heeft als doel om het recht op leren en ontwikkelen voor onze jeugdigen te bewaken. Voor de gemeenten Arnhem, Duiven, Overbetuwe, Renkum (na 1 april 2020), Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar voert het RBL alle wettelijke taken uit. De gemeente Lingewaard3 participeert in 2020 in de kwalificatieplichttaken op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en in RMC.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs worden de leerplichttaken en kwalificatieplichttaken uit gemeentelijke bijdragen gefinancierd. De kwalificatieplichttaken op het mbo en RMC-taken worden bekostigd uit rijksmiddelen.
3.1. Wat hebben we bereikt? Het RBL legt inhoudelijk verantwoording af en duidt de resultaten op verschillende momenten gedurende het jaar met o.a. een halfjaarlijkse monitor in februari en het jaarverslag, de artikel 25 rapportage (leerplicht) en de RMC effectrapportage in het najaar. Ook wordt er jaarlijks na het verschijnen van de (voorlopige) vsv-cijfers een regionale kwantitatieve vsv analyse gemaakt.
Het jaarverslag van het RBL over schooljaar 2019-2020 is door het algemeen bestuur van de MGR vastgesteld en ter informatie aangeboden aan de deelnemende gemeenteraden. Gemeenten ontvangen ook een cijfermatige verantwoording per gemeente. Het jaarverslag voor het schooljaar 2019-2020 is te vinden op de website van het RBL. Externe ontwikkelingen In 2020 had het RBL te maken met verschillende externe ontwikkelingen die invloed hadden op de dienstverlening. Zo trad op 1 april 2020 de gemeente Renkum toe tot de module leerplicht. Verder stond 2020 vooral in het teken van de Covid-19 pandemie die veel impact had op de maatschappij, de jeugdigen in de regio Midden-Gelderland en op de dienstverlening van het RBL.
2
Een startkwalificatie is een diploma op ten minste mbo-2, havo of vwo niveau. Op de 18e verjaardag vervalt de kwalificatieplicht. 3 Vanaf 2021 voert het RBL ook voor gemeente Lingewaard alle wettelijke taken uit.
20
Beleidsindicatoren taakveld Onderwijs 4 Doelgroepen & Resultaten Jeugdigenpopulatie (4 tot 23 jaar) Leerlingenpopulatie (4 tot 23 jaar) Leerplichtige leerlingen5 (5 tot 18 jaar) Beleidsindicatoren Absoluut verzuim (per 1000 leerplichtigen) Absoluut verzuim (aantal leerplichtigen) Relatief verzuim (per 1.000 leerplichtigen) Relatief verzuim (aantal leerplichtigen) VSV percentage regio Arnhem (12-23 jaar)
Schooljaar 2018-2019
Schooljaar 2019-2020
78.200
78.347
61.900
63.435
50.128
49.873
1,4
2,5
71
127
29
27
1.461
1.359
2,03 %
Prognose was: 2,09%6
Landelijk gemiddelde (2018-2019)
1,8
26
2,0 %
Toelichting • In de jeugdigenpopulatie zijn de jeugdigen van de gemeente Renkum en Lingewaard nog niet meegenomen, omdat zij in schooljaar 2019-2020 nog niet of deels deelnamen aan de leerplichtmodule van het RBL. • Voor de stijging van het aantal jeugdigen met absoluut verzuim zijn twee verklaringen: 1) In schooljaar 2019-2020 startten we met een zomeractie rondom leerplichtige leerlingen met absoluut verzuim. Deze actie is nodig, omdat elk jaar duizenden jeugdigen uit- en ingeschreven worden op school. Tussen de uit- en inschrijving zit vaak een aantal weken, waardoor jeugdigen die echt risico lopen om zonder school te zitten moeilijk opvallen. Doel van deze intensievere aanpak is om sneller zicht te hebben op administratieve fouten en daarmee sneller zicht op de jeugdigen die echt geen schoolinschrijving hebben. 2) Door betere interne toetsing van de aanvragen voor vrijstellingen artikel 15 van de Leerplichtwet is het aantal toewijzingen sterk afgenomen, met als gevolg dat het aantal jeugdigen met absoluut verzuim toe is genomen (zie hieronder bij 'uitgelicht' voor een uitgebreidere toelichting). • We zien dat in schooljaar 2019-2020 het aantal meldingen van leerplichtige leerlingen met relatief verzuim licht is gedaald. Wel scoren we nog net boven het landelijk gemiddelde. De afname is te wijten aan de schoolsluiting vanwege de Covid-19 pandemie in maart 2020.
De verwachting is dat dit landelijk terug te zien is en dat het landelijk gemiddelde dus ook iets zal dalen. We verwachten dat dit een tijdelijk effect is. Tot maart 2020 zagen wij wel een toename van het aantal meldingen ten opzichte van het schooljaar daarvoor. Net na de schoolsluiting in maart 2020 lag de focus van de scholen op het inrichten van het onderwijs op afstand en was het voor ongeveer 3 weken onduidelijk wanneer en welk verzuim zij bij het RBL moesten melden, daarna namen de meldingen weer toe. Scholen en andere samenwerkingspartners hebben we sinds de eerste schoolsluiting steeds op de hoogte gehouden van landelijke richtlijnen en aanpassingen in onze werkwijze. 4 In de regeling 'beleidsindicatoren gemeenten' zijn drie beleidsindicatoren vastgesteld die door gemeenten in de
programmaverantwoording opgenomen moeten worden: absoluut verzuim, relatief verzuim en het vsv percentage. De cijfers zijn gebaseerd op de artikel 25 rapportage en de definitieve vsv cijfers van november 2019 van het ministerie OCW 5 De gegevens van de gemeente Renkum zijn hier niet in meegenomen 6 Dit wordt in maart 2021 bekend
21
•
Het vsv-percentage is voor de subregio Arnhem licht gedaald, namelijk van 2,09% in 2017-2018 naar 2,03% in 2018-2019. Dit is een trendbreuk na een aantal jaar een stijging en de landelijk stijging die doorzet. We zagen een daling op mbo niveau 2,3 en 4. Op mbo entree (niveau 1) zagen we regionaal een lichte stijging.
Toelichting infografic De aanpak voor jeugdigen die niet op school zitten verschilt voor leer- of kwalificatieplichtige en niet leerplichtige jeugdigen. Dit wordt toegelicht in het jaarverslag van het RBL. Van de jeugdigen van 5 tot 18 jaar zit bijna de helft (49%) bij de start van het schooljaar 2020-2021 weer op school. Van de jeugdigen van 18 jaar en ouder zien we dat bij de start van het schooljaar 53% weer een opleiding volgt of hun startkwalificatie heeft behaald. Dit is in totaal 52% van de jeugdigen van 5 tot 23 jaar. In het schooljaar 2019-2020 is van 3,8% van schoolgaande jeugdigen van 5 tot 23 jaar verzuim gemeld bij het RBL. Dit waren 2.415 jeugdigen, waarvan 62% leer- of kwalificatieplichtig.
Wat hebben we gedaan? De taken De wettelijke taken van het RBL zijn: a. Toezien op de naleving van de leerplicht voor jeugdigen van 5 tot 16 jaar. b. Toezien op de naleving van de kwalificatieplicht voor jeugdigen van 16 en 17 jaar. c. Uitvoering geven aan de regionale meld-, en coördinatiefunctie7 (RMC) voor jeugdigen van 18 tot 23 jaar. Daarnaast voert het RBL taken uit in het kader van het regionaal VSV programma: verzuim 18+, Schakelpunt (aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt voor jeugdigen die uitstromen van mbo entree en niveau 2) en participeert het RBL in de Sluitende keten (overstap vmbo-mbo) en Start & GO MBO. Het RBL voert ook preventieve taken uit. Dit betreft de inzet bij beginnend verzuim en het geven van voorlichting en advies aan scholen en netwerkpartners. Ten slotte biedt het RBL loopbaanadvies aan jongeren tot 27 jaar in de gemeente Arnhem die een uitkering ontvangen en de scholingsplicht opgelegd hebben gekregen. Dit is een aparte opdracht van de gemeente Arnhem aan het RBL. Uitgelicht • De Covid-19 pandemie had een groot effect op de dienstverlening van het RBL, vooral toen er sprake was van de (gedeeltelijke) schoolsluiting. In de tijd van de schoolsluiting is er veel contact geweest met de verschillende scholen en hebben wij hen regelmatig geïnformeerd over wat wij voor hen konden betekenen.
Dit heeft in schooljaar 2019-2020 onze visie op het recht op onderwijs en ontwikkeling en onze aanpak vanuit maatschappelijke zorg in plaats van handhaven versterkt. We ondersteunden scholen in het (weer) in beeld krijgen van de jeugdigen door contact te leggen met ouders en/of jeugdigen. Om in contact te komen, gingen de consulenten van het RBL ook op deurbezoek. Daarnaast heeft het RBL scholen continu op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rondom leerplicht en RMC, waardoor de samenwerking steeds goed op elkaar afgestemd kon worden. Ook merkten we dat scholen en andere netwerkpartners het RBL meer weten te vinden om advies te vragen op het gebied van schoolverzuim en schooluitval en zien we bij de jeugdigen dat er steeds meer sprake is van (verzwaarde) persoonlijke problemen. Onze verwachting was dat na de zomer er veel meldingen zouden komen vanuit het mbo, omdat we landelijk en regionaal meerdere signalen ontvingen dat deze groep jeugdigen het zwaar had en heeft. Extra meldingen zagen we echter in het eerste deel van het schooljaar niet terug, wel is er goed contact tussen de consulenten en de mbo scholen in de regio. 7
Verzuimmeldingen en uitschrijvingen registreren en in behandeling nemen van jongeren van 18 tot 23 jaar. 22
•
•
•
•
In 2020 zette het RBL in op het beter intern toetsen van aanvragen voor vrijstellingen voor "ander onderwijs" (artikel 15 Leerplichtwet). Ouders van kwalificatieplichtige jeugdigen die geen regulier onderwijs volgen kunnen deze aanvragen. De expertisegroep vrijstellingen van het RBL denkt met leerplichtconsulenten mee over deze aanvragen en besluit samen met de betrokken consulent wat de beste oplossing is voor de jeugdige en of die oplossing aan de voorwaarden van een vrijstelling voldoet. Door deze aanpak daalde het aantal toewijzingen van 43 in schooljaar 2018-2019 naar 9 in schooljaar 2019-2020. Het aantal leerplichtige vsv'ers (absoluut verzuim) nam daardoor wel toe. De afname van het aantal toewijzingen en de toename van leerplichtige vsv'ers betekent echter niet dat deze jeugdigen thuis op de bank zitten. Deze werkwijze zorgt er juist voor dat we meer maatwerkoplossingen kunnen bieden aan jeugdigen en de jeugdigen beter in beeld houden. Wij geloven dat dit hen op lange termijn een beter perspectief biedt dan een vrijstelling of procesverbaal op korte termijn. In 2019 formuleerde het RBL een nieuwe missie en visie. In 2020 werd een start gemaakt met het formuleren van kernwaarden, -kwaliteiten, ambities, doelen en doestellingen. In 2021 gaat het RBL hier mee verder.
De uitkomsten hiervan gebruikt het RBL onder andere voor het uitstippelen van het beleid en dienstverlening voor de komende jaren en om zich beter te profileren in de regio Midden-Gelderland. Er is steeds meer aandacht voor de overgang van onderwijs naar arbeid, zo ook bij het RBL. In 2020 werden de consulenten van het RBL getraind door de consulenten van het Schakelpunt onderwijs-werk, met als doel dat zij de arbeidsmarkt en de ondersteuningsmogelijkheden die daar zijn beter leerden kennen. Consulenten van het RBL weten hierdoor beter welke andere partijen ze moeten betrekken wanneer er een vraag is rondom arbeid. We onderzoeken nader welke rol het RBL zelf kan spelen in de eerstelijns begeleiding van jeugdigen naar een werkplek. De consulenten van het RBL zijn, vanwege hun contacten met de sociale wijkteams bij het inzetten van zorg, in september 2020 door de module Inkoop geïnformeerd over de nieuwe inkoop van jeugdhulp.
Wat heeft het gekost? De programmalasten bedragen € 1.958.000 en zijn daarmee € 110.000 lager dan begroot. Dit heeft in de realisatie geleid tot € 54.000 lagere gemeentelijke bijdrage en € 56.000 lagere regionale bijdrage. Het saldo voor de dekking van overheadkosten is gelijk gebleven. Dit betekent dat de toevoeging van € 50.000 in de bestemmingsreserve Onderwijs komt uit de besparingen op overheadkosten.
23
Lasten en baten Realisatie 2020 Programma Onderwijs Euro x 1.000 Personeelskosten 1.933 Uitvoeringskosten 26 Programmalasten 1.958 Deelnemende gemeenten 1.536 Regionale bijdrage 1.078 Overige baten 42 Baten 2.656 Saldo 698 Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve -50 Resultaat Programma Onderwijs 648 Overheadlasten 648 Resultaat 0
Gewijzigde Begroting
Verschil
Realisatie incidenteel
Begroting incidenteel
2.037 31 2.068 1.590 1.134 41 2.766 698
-104 -5 -110 -54 -56 0 -110 -50 -50 -50 0
-63 -5 -69
17
42 42 110
17 17 -
-50 60 -16 76
-
698 698 -
17
Toelichting ➢ De personeelskosten zijn incidenteel lager door UWV ontvangsten (€ 54.000), lagere externe inhuur van personeel (€ 29.000) en lagere opleidingskosten (€ 22.000). De incidentele kosten voor het personeel voor het uitvoeren van de extra opdrachten bedraagt (€ 42.000); in de begroting is uitgegaan van één extra opdracht van € 17.000. ➢ De overheadkosten zijn lager door structureel lagere huisvestingskosten (€ 14.000) en door lagere personeel-gerelateerde uitgaven (€ 31.000). Van deze besparing is € 16.000 incidenteel. ➢ Conclusie: de besparing van € 110.000 op programmalasten is incidenteel. De besparing op de overheadlasten is grotendeels structureel: € 34.000.
24
2.2.3 Programma module WerkgeversServicepunt Het WerkgeversServicepunt is een integrale organisatie waarin medewerkers van UWV en van de MGR gezamenlijk uitvoering geven aan de taakstelling van het WSP. Deze taakstelling in de vorm van basisdienstverlening is vastgelegd in de DVO’s (gemeenten/MGR) c.q. de samenwerkingsovereenkomst (UWV/MGR). Het jaar 2020 is voor het WerkgeversServicepunt een dynamisch jaar geweest, waarin met name drie situaties effect hebben op zowel de werkzaamheden in 2020 als op de daarop volgende jaren. 1. sinds maart 2020 heerst met Covid-19 een pandemie die wereldwijd heeft geleid tot een kanteling van de economie en het daarbij behorende arbeidsmarktperspectief; 2. binnen onze arbeidsmarkt is het besluit genomen tot een herijking van de opdracht van het WSP. Hiervoor is in september door de Bestuurscommissie het Herijkingsdocument vastgesteld met de daarbij behorende integrale opdracht tot uitvoering door het WSP; 3. in juli 2020 is het wijzigingsbesluit SUWI gepubliceerd in de Staatscourant. Dit besluit treedt per januari 2021 in werking. Het besluit is gericht op het organiseren van integrale werkgeversservicepunten voor iedere arbeidsmarktregio8. Op basis van deze ontwikkelingen is in de Bestuurscommissie van december 2020 een addendum aan het Uitvoeringsprogramma 2021 toegevoegd.
De uitkomsten van de herijking en de inhoud van het addendum zijn bij de accentverschuivingen in het uitvoeringsprogramma 2021 en het uitvoeringsprogramma 2022 als onderdeel van de meerjarenbegroting opgenomen. De herijking helpt bij het implementeren van de kaders die vanuit de nieuwe SUWI-wetgeving per januari 2021 van kracht zijn.
Wat hebben we bereikt? Realisatie plaatsingen De plaatsingsdoelstelling is sinds 2018 gelijk gehouden op het plaatsen van 1.156 personen. De Covid-19 pandemie heeft veel impact gehad op de plaatsingsmogelijkheden. In 2020 zijn in totaal 934 plaatsingen gerealiseerd. Dit is inclusief proefplaatsingen. Percentueel is hiermee op gemeenteniveau 76,6% van de reguliere taakstelling en 78,8% van de taakstelling op de banenafspraak gerealiseerd. Voor het UWV ligt deze realisatie op 83,9%. Plaatsingen worden gedefinieerd als “alle geplaatste kandidaten op vacatures van het WSP inclusief proefplaatsingen (in het kader van de banenafspraak)”. Plaatsing van niet uitkeringsgerechtigden (NUG) wordt vooral gerealiseerd vanuit de contacten met schoolverlaters VSO/Pro (voortgezet speciaal onderwijs/praktijkonderwijs). Voor deze jongeren wordt getracht te borgen dat zij zoveel als mogelijk vanuit de leersituatie naadloos door kunnen naar een werksituatie. Dit gebeurt vaak via eindstages. Per uitkeringsvorm geeft 2020 het volgende beeld: Aantal plaatsingen per Realisatie Realisatie Doelstelling Realisatie uitkeringsvorm 2018 2019 2020 2020 Niet uitkeringsgerechtigden 100 225 97 Participatiewet 373 369 380 194 Banenafspraak 440 268 256 259 Werkloosheidswet 365 298 496 359 WAO/WIA/Wajong 21 24 24 25 Totaal 1.299 1.184 1.156 934 8
Verschil 97 -186 3 -137 1 -222
Eén website en emailadres en één telefoonnummer waarmee werkgevers toegang krijgen tot de werkgeversdienstverlening en het borgen van continuïteit in het contact met de werkgever.
25
Werkgeversbenadering Vanwege alle coronamaatregelen en de daarmee gepaard gaande lockdowns, heeft een groot aantal werkgevers problemen gehad met het behouden van de werkgelegenheid. Vanuit het WSP zijn deze werkgevers ondersteund met adviezen over zowel de mogelijkheden om werknemers (tijdelijk) elders te plaatsen (via WSP Midden Gelderland Werkt Door) als ook over alle ondersteunende financiële mogelijkheden waar werkgevers gebruik van kunnen maken (NOW, TOZO, TGLS, enz.). Ook vraagt het om met werkgevers meer strategisch te kijken naar hun personeelsplanning op de langere termijn. Dit vertaalt zich ook in onderstaande tabel, waarin met name het aantal contacten in het kader van strategisch partnerschap, zeker ten opzichte van de contacten in het kader van acquisitie en regulier relatiebeheer, hoog is. Type contacten Acquisitie Strategische partnerschap Werving, selectie, nazorg Relatiebeheer Informatie en advies Totaal
Aantal contacten 337 2.258 1.779 571 30 4.975
In totaal zijn over 2020 1.155 werkgevers door accountmanagers van het WSP bezocht. In de tabel zijn deze onderverdeeld naar bedrijfsgrootte. Bedrijfsgrootte Groot: > 100 werknemers Middel: 10-99 werknemers Klein: <10 werknemers Totaal
Aantal werkgevers bezocht 71 321 763 1.155
Wat hebben we gedaan? Werkgeversadvisering Werkgeversadvisering is een van de belangrijkste taken van de accountmanagers van het WSP. De accountmanager heeft richting de werkgever de rol van strategisch adviseur en faciliteert vanuit die rol breed over alle arbeidsmarktvraagstukken waar een werkgever mee van doen kan krijgen. In het verslagjaar heeft Corona een grote impact gehad op alle ondernemers. Inherent hieraan is dat de vragen van werkgevers, zeker tijdens de eerste lockdown in maart 2020, zich voornamelijk richtten op advies over de inzet van steunmaatregelen. De accountmanagers van het WSP hebben hier, ook in samenwerking met de input van UWV, veel aandacht aan besteed. Ondersteuning gemeenten en UWV Door de lockdowns en de effecten daarvan op de bedrijfsvoering van ondernemers, werd van gemeenten en UWV veel extra inspanning gevraagd op het uitvoeren van de steunmaatregelen, vooral TOZO en NOW. Aan het WSP is zowel door UWV als door gemeenten extra ondersteuning gevraagd en geleverd op de werkzoekendendienstverlening om hiermee de continuïteit te borgen. WSP Midden Gelderland Werkt Door Ter ondersteuning van werkgevers in de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland is, in navolging van NL Werkt Door, onder de vlag van het WSP het adviesteam Midden Gelderland Werkt Door opgezet.
MGWD is een publiek-/private samenwerking waarbij Randstad vanuit de private sector expertise en coördinatie heeft ingebracht. Daarnaast is in het adviesteam expertise vanuit het WSP, Scalabor en VNO-NCW gebundeld. Vanuit dit project is de verbinding tussen werkgevers met een tekort aan personeel met werkgevers met een personeelsoverschot tot stand gebracht. Het project is gefinancierd vanuit middelen van Perspectief op Werk. 26
Evenementen / ontmoetingen In het kader van de Strategische Uitvoeringsagenda is in intentie breed ingezet op het organiseren van ontmoetingen tussen werkzoekenden en werkgevers. Uiteraard hebben ook hier de coronamaatregelen zijn effect gehad. Veel fysieke ontmoetingen/evenementen hebben geen doorgang kunnen vinden. In de loop van het verslagjaar zijn steeds meer digitale instrumenten ontwikkeld (bijvoorbeeld Webinars), om werkgevers en werknemers virtueel te informeren en met elkaar kennis te kunnen laten maken. We verwachten deze ontwikkelingen vanaf 2021 volop te kunnen gaan benutten. Naast het (beperkt) organiseren van banenmarkten en meet & greet-evenementen, is de werkapp, die ontwikkeld is door RSD De Liemers, tot een regionaal instrument voor werkzoekenden doorontwikkeld. Ook in 2020 zijn HARRIE-trainingen verzorgd (deels digitaal), waarmee steeds meer inclusieve werkgevers uit ons netwerk nu de beschikking hebben over eigen interne jobcoaches: HARRIES. Inzet WSP voor het Schakelpunt/RBL In 2019 is een pilot opgezet om proefondervindelijk te ervaren in hoeverre het WSP, via het Schakelpunt, met een actieve inzet mee kan werken aan het realiseren van een sluitend vangnet voor jongeren die zich bevinden op het snijvlak van onderwijs, arbeidsmarkt en (jeugd)zorg.
Het gaat om jongeren (mbo-entree/mbo-2) die door hun problematiek extra kwetsbaar zijn en die vaak geen netwerk hebben om een goede start te maken op de arbeidsmarkt. De pilot was in eerste instantie opgezet voor de duur van het schooljaar 2019 - 2020. Aangezien de opstart van de pilot meer tijd vroeg, is besloten deze door te laten lopen tot eind 2020. Uiteindelijk zijn in totaal 67 leerlingen tijdens de pilotperiode onder de aandacht van het WSP gebracht. Daarvan zijn 31 personen geheel of gedeeltelijk aan het werk gegaan en is voor zes personen traject richting werk uitgezet (bijvoorbeeld BBL/BOL of een werkfittraject ). Uit de evaluaties komt naar voren dat het continueren van de inzet van het WSP, ook voor 2021, waardevol is voor zowel de scholen als de studenten. Hierbij ligt de focus voor het WSP primair op studenten waar bemiddeling/uitstroom naar werk aan de orde is. Huisvesting Huisvesting van het integrale WSP met medewerkers van UWV en MGR is een verantwoordelijkheid van de MGR. In 2019 is gezocht naar een nieuwe locatie voor het WSP. Diverse opties zijn verkend en uiteindelijk is door het dagelijks bestuur ingestemd met het huurvoorstel voor een eigen ruimte in Arnhem op bedrijventerrein Gelderse Poort. In februari 2020 heeft de verhuizing naar deze nieuwe locatie plaatsgevonden.
Helaas heeft het WSP door de lockdowns nog niet goed van haar nieuwe stek gebruik kunnen maken.
Wat heeft het gekost? De programmalasten bedragen € 1.187.000 en zijn daarmee € 46.000 hoger dan begroot. Hiertegenover staat € 45.000 aan extra overige baten. Het Saldo voor de dekking van overheadkosten is nagenoeg gelijk gebleven. De lagere overheadkosten leiden tot lagere onttrekking aan de bestemmingsreserve WSP: € 37.000 in plaats van € 57.000 die was begroot.
27
Lasten en baten Programma WSP Euro x 1.000 Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma WSP Overheadlasten Resultaat
Realisatie 2020
Gewijzigde Begroting
Verschil
Realisatie incidenteel
Begroting incidenteel
1.162 25 1.187 1.534 135 1.669 482 37
1.132 9 1.141 1.534 90 1.624 483 57
30 16 46
60
519 519 -
540 540 -
127 8 135 135 135 0 37 37 37 0
45 45 -1 -20 -21 -21 -
60 90 90 30 57 87 44 43
Toelichting ➢ De personeelskosten zijn € 30.000 hoger doordat er extra inzet is geweest voor het project WSP Midden-Gelderland werkt door!, naast de geplande incidentele inzet voor het programma Schakelpunt (€ 69.000). Al deze extra kosten hebben geleid tot extra overige baten: het saldo van de incidentele lasten en baten is op programmaniveau weer in evenwicht. ➢ De uitvoeringskosten zijn hoger door extra communicatiekosten (€ 8.000) en incidentele extra inzet voor het project WSP Midden-Gelderland werkt door! (€ 8.000). ➢ De kosten van de verhuizing en de ICT projectkosten vallen ten laste van de overhead. Deze incidentele kosten bedragen € 42.000 zijn daarmee lager dan begroot (€ 57.000). De overige overheadkosten vallen incidenteel € 5.000 lager uit dan begroot. ➢ Conclusie: Het saldo van de lasten en baten is structureel in evenwicht. Extra incidentele activiteiten worden apart gefinancierd en er resteert € 38.000 in de bestemmingsreserve WSP ten behoeve van afschrijvingskosten ICT.
28
2.2.4 Programma module Werkgeverschap SW De module werkgeverschap SW is de module van de MGR die sinds 1-1-2019 belast is met het formeel werkgeverschap voor de nu nog ruim 1.850 SW medewerkers. Negen gemeenten9 nemen deel aan de module Werkgeverschap SW van de MGR SDCG. Daarvoor heeft de MGR een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Scalabor gesloten welke in ieder geval nog doorloopt tot 31-12-2022.
Wat hebben we bereikt? -
-
-
-
-
Uitvoering gegeven aan de werkgeversrol voor ruim 2000 SW medewerkers. Toezicht op de DVO afspraken gemaakt met Scalabor BV over de dienstverlening, de begeleiding van SW medewerkers en de groep “begeleid werken”. Specifiek betrof het onder andere de volgende KPI’s: ontwikkeling medewerkers, medewerkers-tevredenheid en ziekteverzuim van SW medewerkers. Conform de CAO Sociale Werkvoorziening heeft de werkgever de verplichting om voor iedere medewerker een actueel ontwikkelplan op te stellen (IOP) met uitsluiting van langdurig zieken. Deze taak is belegd bij Scalabor. Afgesproken is dat Scalabor garandeert dat minimaal 85% van de mensen een actueel ontwikkelplan heeft. Actueel wil zeggen dat het plan niet ouder is dan 12 maanden. Op 30 juni 2020 was dit percentage nog 88% maar in de tweede helft van dit jaar is dat percentage sterk gedaald naar 61% op 31-12-2020. De oorzaak hiervan ligt in het feit dat er veel minder contact is geweest tussen werkbegeleiders en medewerkers en de focus is gericht op het aan het werk houden van de medewerkers. Veel werk viel weg waardoor er elders werk gevonden moest worden om mensen aan de slag te houden. Ook in 2020 is een medewerkersbelevingsonderzoek uitgevoerd (conform DVO afspraak). De medewerkerstevredenheid kwam uit op een 7,4 op een schaal van 10 in 2020 (was in 2019 een 7,0).