CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief VGGM 2026

Gecombineerde commissie 15 januari 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: (BO) Kaderbrief VGGM 2026 (Raadsvoorstel)13.865 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

www.vggm.nl

Kaderbrief 2026 Versie: Definitief

2 december 2024

Inhoudsopgave Inleiding

3

1.

Schets maatschappelijke context

4

2.

Besparingen

6

3.

Crisisbeheersing

8

4.

Brandweer

10

5.

GGD

15

6.

Ambulancezorg

19

7.

Bedrijfsvoering

21

8.

Financiële uitgangspunten

29

Bijlage 1: Ontwikkeling gemeentelijke bijdragen vanaf 2024

32

Bijlage 2: Specificatie bijdrage per gemeente

35

Versie:2 december 2024

Pagina

2

Inleiding Deze kaderbrief voor 2026 biedt een overzicht van de beleidsdoelen, uitdagingen en financiële kaders van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). De brief nodigt bestuurders en raadsleden uit om hierover in dialoog te gaan. Om gezamenlijke ambities te bepalen en keuzes te maken die nodig zijn om te blijven zorgen voor een veilige en gezonde regio. VGGM bevindt zich in een dynamische omgeving. Een omgeving waarin geopolitieke spanningen, klimaatverandering, technologie en arbeidsmarktkrapte van invloed zijn op het werkveld. Deze ontwikkelingen hebben belangrijke effecten op de gezondheid en veiligheid van onze inwoners. Om onze inwoners voor te bereiden op nieuwe soorten crisissen en mogelijke maatschappelijke ontwrichting vraagt het Rijk meer inspanningen van gemeenten, Veiligheidsregio’s en GGD-en. Anderzijds lopen beschikbare middelen terug. Deze spanning is een belangrijke rode draad van deze kaderbrief. Een meer uitgebreide beschrijving van de maatschappelijke context is opgenomen in hoofdstuk 2. Aansluitend wordt in hoofdstuk 3 het proces beschreven om te komen tot structurele besparingen op de taakuitvoering. Om deze besparing mogelijk te maken worden in 2025 pijnlijke keuzes verwacht. De kaderbrief brengt relevante ontwikkelingen in beeld die de crisisbeheersing, publieke gezondheidszorg, ambulancezorg en brandweerzorg beïnvloeden.

Per werkveld duiden we ontwikkelingen en risico’s als de impact op het (meerjarig) budgettaire kader. Daarmee is de kaderbrief een belangrijke bouwsteen voor de ontwerpbegroting van 2026. Uitgangspunten VGGM wil de dienstverlening minimaal op het huidige niveau toekomstbestendig continueren en richt zich daarom op versterking en vernieuwing van de organisatie. Dat doen we om beter te anticiperen op veranderende maatschappelijke vraagstukken. Er is aandacht voor personeelstekorten, duurzame initiatieven, technologische toepassingen en de noodzaak van financiële flexibiliteit om ambities waar te maken binnen beperkte middelen. De uitgangspunten van deze kaderbrief zijn gericht op:  Het versterken van de interne organisatie;  De samenwerking met regionale partners;  Het aanpassen aan nieuwe technologische en maatschappelijke eisen;  Focus op duurzaam financieel beheer. De kaderbrief is opgebouwd via de programmalijnen van VGGM, te weten: Crisisbeheersing Brandweer GGD Ambulancezorg Bedrijfsvoering Binnen deze programma’s wordt per verandering de aanleiding beschreven, gevolgd met de geplande activiteiten voor 2025, de aanpassing van het beleidskader voor 2026 en het effect op de financiën. In het laatste hoofdstuk zijn de autonome ontwikkelingen opgenomen. Beleidsontwikkelingen werden voorheen vaak bekostigd uit het financiële resultaat.

We hanteren sinds 2025 het meer zuivere uitgangspunt dat beleidsontwikkeling en (incidentele) budgettaire kaders nadrukkelijk invloed hebben op de gemeentelijke bijdragen. Zo ontstaat meer dynamiek in de financiën van VGGM. Voor alle voorstellen in deze kaderbrief is naast de kosten voor directe capaciteit een opslag voor de ondersteunende processen meegenomen. Op gemeentelijk niveau In de bijlage is op gemeentelijk niveau de impact op de financiële bijdrage zichtbaar. Uitgangspunt is het huidige dienstverleningsniveau voor brandweerzorg, publieke gezondheidszorg en ambulancezorg. Daarop zijn de huidige formatie, middelen en begroting gebaseerd.

Versie:2 december 2024

Pagina

3

1. Schets maatschappelijke context De omgeving van VGGM is sterk in beweging. Deze veranderingen vragen om een transitie van onze dienstverlening. Daarvoor zorgen vraagt om een extra (tijdelijke) investering. Tegelijkertijd staat deze opgave in schril contrast met een toenemende krapte in de overheidsfinanciën. Het is heel belangrijk om de juiste afwegingen te maken en helder te communiceren over de gemaakte keuzes. In dit hoofdstuk is een schets van de belangrijkste ontwikkelingen opgenomen. Weerbare en veerkrachtige samenleving De samenleving moet zich voorbereiden op onzekere tijden en rekening houden met verschillende scenario’s, zoals geopolitieke dreigingen. Een samenleving is weerbaar als die in crisistijd ondanks alles zoveel mogelijk overeind blijft. Een samenleving is veerkrachtig als die kan terugkeren naar het oude normaal of naar een gewenste nieuwe situatie. Een weerbare en veerkrachtige samenleving vraagt iets van iedereen. Iedere burger, elk bedrijf, elke (maatschappelijke) organisatie en iedere overheidsinstantie in Nederland heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. Ook van ons wordt dus iets gevraagd. We leveren een crisisorganisatie om crises en de gevolgen daarvan te bestrijden. Tegelijkertijd kunnen we zelf ook geraakt worden door crises. Reguliere taken moeten dan zoveel mogelijk doorgaan. Daarom werken we aan de eigen weerbaarheid en continuïteit.

Vitaalverklaring De vitaalverklaring door de Rijksoverheid stelt hogere eisen aan de veiligheidsregio’s om de uitvoering van essentiële taken te garanderen. Denk aan de directe inzet van de brandweer, crisiscoördinatie en besluitvorming, en communicatie en informatievoorziening. VGGM is bij het uitvoeren van deze taken sterk afhankelijk van zaken als brandstof, materiaal, mensen en informatiesystemen. Door aanvullende maatregelen borgen we de continuïteit van essentiële taken beter. Bijvoorbeeld door het redundant uitvoeren van vitale processen en door het beperken van de afhankelijkheid van derde partijen. Klimaat en energie Grote transitievraagstukken rond klimaat, energie en dataverwerking hebben urgentie, maar worden niet van vandaag op morgen opgelost. Deze vraagstukken geven ook transitierisico’s bij besluiten die meerjarige impact hebben. Denk aan het vervangen van materieel, het opleiden van nieuwe medewerkers, de wijzigingen in repressief optreden en het bestrijden van crises. Klimaatverandering zorgt niet alleen voor nieuwe typen crises. Klimaatverandering vraagt ook wat van bedrijfsvoering als het gaat om energieopwekking en -gebruik, materieel en de kennis van collega’s. VGGM moet aansluiten op wat inwoners van een eigentijdse publieke organisatie vragen én hulpverlening bieden bij nieuwe soorten van incidenten.

We moeten anticiperen op extreme weersomstandigheden, zoals langdurige droogte, hogere zomerse temperaturen en heftige neerslag of valwinden. De risico's van natuurbranden, stormschade en gezondheidseffecten door langdurige hitte nemen sneller toe dan de verandering in het klimaat. Dit vraagt om een gezamenlijke beleidsverandering vanuit de verschillende beleidsterreinen. Arbeidsmarkt Op de arbeidsmarkt is sprake van krapte. Door een verdere toename van het aantal openstaande vacatures en opnieuw een daling van het aantal werklozen, loopt de spanning op de arbeidsmarkt verder op. Hierdoor is het lastig nieuw personeel te vinden met de juiste expertise. Voor ons weegt dit vraagstuk extra zwaar, omdat de noodzakelijke specifieke expertise op de arbeidsmarkt zeer beperkt voor handen is. Hierdoor zijn we genoodzaakt om medewerkers zelf te scholen. Terecht vraagt de maatschappij dat wij midden in de samenleving staan. Onze collega's horen een goede afspiegeling te zijn van de omgeving waarin ze werken. De ambities rond inclusie en diversiteit uit de kaderbrief 2025 blijven onverminderd overeind. We willen een inclusieve organisatie zijn met medewerkers die zich sociaal veilig voelen in al hun diversiteit. Niet alleen vanuit de overtuiging dat dit ons herkenbaarder maakt en dichterbij brengt. Zeker ook doordat die diversiteit onze organisatie laat groeien.

Versie:2 december 2024

Pagina

4

Informatietechnologie Moderne technologieën als robotics, generatieve artificial intelligence, augmented reality en krachtige sensoren bieden kansen. Zowel op het terrein van de veiligheid als van gezondheid. Kansen voor het voorkomen van en zo snel mogelijk reageren op crises. Net als kansen om processen te verbeteren. Daarbij is vanuit privacy en informatieveiligheid een zorgvuldige uitwerking gevraagd. Heeft VGGM de juiste mensen, middelen en kennis om deze technologieën toe te passen? Een moderne blik op strategische personeelsbeleid is nodig. Een blik die is gericht op inhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling. De wens om informatie gestuurd te werken en de toegenomen beschikbaarheid van data staat op gespannen voet met de privacywetgeving en informatieveiligheid. Uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid, de Algemene verordening gegevensbescherming, de Archiefwet en de Wet Open Overheid vloeit een ogenschijnlijk tegenstrijdige maatschappelijke verwachting voort. Dit vraagt om het maken van heldere keuzes die worden vastgelegd in beleid. Toegankelijkheid van de zorg We maken ons serieuze zorgen voor de toegankelijkheid van de zorg. De gezondheidszorg wordt niet alleen steeds duurder maar onder andere de wachtrijen nemen snel toe. Dat vraag om een transformatie: van aandacht voor ziekte naar aandacht voor gezondheid.

Van aandacht voor patiënten naar aandacht voor (gezonde) burgers. Vanuit de publieke gezondheid zijn wij direct betrokken bij deze transformatie met inzet van onze preventie- en dataspecialisten. Andere ontwikkelingen De bebouwde omgeving transformeert naar een dynamisch stedelijke context met meer hoogbouw, nieuwe circulaire bouwmaterialen en gemengd ruimtegebruik, andere manieren van mobiliteit en gevarieerde demografische samenstelling. Dit vraagt van ons (en hulpverleningspartners) het ontwikkelen en toepassen van andere operationele concepten. Operationele concepten met ander materiaal en materieel, andere arbeidsarrangementen en een andere maatschappelijke positionering. Door toenemende schaarste van grondstoffen stagneren leveringen en lopen prijzen fors op. Daarmee stijgt het belang dat we deelnemen aan een circulaire economie. De verminderde stabiliteit vraagt om financiële wendbaarheid en mogelijk ander gebruik van materieel.

Versie:2 december 2024

Pagina

5

2. Besparingen Met het oog op het Ravijnjaar in 2026 verkennen gemeenten in hoeverre VGGM een bijdrage kan leveren aan de spanning op de gemeentelijke financiën. Daarom heeft het Algemeen Bestuur aanvullend op de ontwerpbegroting 2025 gevraagd om een indicatieve incidentele besparing van tenminste 2% én een mogelijk grotere besparing voor de jaren daarna. Voor de structurele maatregelen in de taakuitvoering heeft het bestuur verschillende scenario’s besproken. Met het gegeven dat VGGM een breed dienstverleningspakket uitvoert tegen een relatief lage prijs betekent dat veelal pijnlijke keuzes worden gemaakt. Op dit moment werkt de organisatie verschillende maatregelen nader uit. Deze uitwerking omvat: Effect op de beleidsdoelstellingen; Gevolgen op de activiteiten van VGGM; De besparing die met de maatregel gerealiseerd kan worden De snelheid waarmee de besparing gerealiseerd kan worden. In het voorjaar van 2025 bespreken we in het algemeen bestuur deze uitwerking en maken we keuzes in de taakuitvoering. Deze keuzes worden verwerkt in een (gewijzigde) begroting 2026 of in de kaderbrief 2027. Voor de incidentele besparing over 2025 en 2026 van 2% heeft in 2024 een nadere uitwerking plaatsgevonden. Deze kaderbrief staat hier uitgebreider bij stil. Beleidskader 2025 en 2026 De besparing van 2% is voor 2025 en 2026 te vinden in de volgende onderwerpen: 

Begroten van hogere rentebaten VGGM factureert conform gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke dienstverlening voor een belangrijk deel vooruit. Hierdoor heeft VGGM gedurende een groot deel van het jaar een positief banksaldo. Door de opgelopen marktrente ontvangt VGGM een hogere rentevergoeding dan initieel begroot. Het bestuur stelt voor om deze hogere rentevergoeding van € 600.000 voor 2026 net zoals in 2025 vooraf te begroten. Keerzijde is dat VGGM op deze begrote post een renterisico loopt. Dat doet zich voor als de marktrente daalt.

Begroten van lagere kapitaallasten De markt voor specifiek materieel is momenteel erg krap. Dit leidt tot oplopende levertijden. Hierdoor ontstaat een vertraging in de reguliere vervanging van materieel en daarmee een (incidenteel) voordeel op de kapitaallasten. Het bestuur stelt voor om de kapitaallasten voor 2026 net zoals in 2025 € 500.000 lager te begroten.

Begroten van hogere opbrengst verkoop afgestoten materieel Door de krappe markt van specialistisch materieel lopen nieuwprijzen aanzienlijk op. Als gevolg van de oplopende prijzen nemen eveneens de prijzen van gebruikt materieel toe. Het bestuur stelt voor om voor 2026 net zoals in 2025 een € 50.000 hogere opbrengstwaarde van afgestoten materieel te begroten.

Temporiseren versterkingsprogramma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren. VGGM is in 2024 gestart met het meerjarige programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren. Doel van dit programma is om de organisatie te ontwikkelen van ad-hoc georganiseerd naar een gestandaardiseerde werkwijze. De noodzaak voor het meerjarige programma wordt onderkend. Tegelijkertijd bestaat de behoefte voor grip op de kostenstijgingen in de meerjarenbegroting. Ook diverse gemeenteraden vragen daarom. Jaarlijks wordt in de begroting een specifieke onderbouwing van de kostenstijging voor dat jaar opgenomen. Voor nu wordt de keuze gemaakt om de noodzakelijke stijging van de bedrijfsvoeringskosten bij te stellen tot € 3 miljoen (in plaats van € 4 miljoen) en deze tegelijkertijd te temporiseren voor zowel 2025 en 2026 met € 500.000. Daarmee laten we de kostenstijging langzamer opbouwen en minder ver doorgroeien dan in de afgelopen meerjarenbegroting opgenomen. Daardoor wordt de versterking minder snel gerealiseerd en

Versie:2 december 2024

Pagina

6

loopt het programma langer door. Het terugbrengen van de risico’s in de kwetsbare bedrijfsvoering lopen dan ook langer door. Of ultimo 2027 of verder alsnog meer middelen nodig zijn, kan dan zowel inhoudelijk als financieel in 2026 worden afgewogen. Risico's voor VGGM als gevolg van deze besparingen Het aanpassen van de begrotingsuitgangspunten leidt tot de volgende risico’s:  De rente valt lager uit dan de begrote 2,5% rente die in lijn is met de DNB-verwachting;  Prijsstijgingen in de markt zijn hoger dan de indexatie na besparingen;  Door het temporiseren van het programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren worden de geïdentificeerde risico's minder snel teruggebracht. Temporiseren leidt tot efficiëntieverlies en hogere kosten voor het programma. Impact op financiën De impact op de financiën als gevolg van het temporiseren van het programma Samen Beter Bedrijfsvoeren is verwerkt in de toelichting op dit programma in hoofdstuk 7 Bedrijfsvoering. In EUR x mln

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: Kapitaallasten

-0,5

-0,5

-

-

-

Gemeentelijke bijdrage

-1,2

-1,2

P.M.

P.M.

P.M.

Overige opbrengst

0,1

0,1

-

-

-

Rentebaten

0,6

0,6

-

-

-

Dekkingsmiddelen:

De getallen in deze tabel zijn niet opgeteld. Het gaat om de verandering ten opzichte van de begroting 2024.

Versie:2 december 2024

Pagina

7

3. Crisisbeheersing Het programma Crisisbeheersing richt zich op de taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s. Hierbij horen de GHOR en de gemeentelijke samenwerking op het gebied van bevolkingszorg. Het beleidsplan Crisisbeheersing 2025-2026 benoemt het speerpunt versterking crisisbeheersing. Daarop blijven we in 2026 inzetten.

3.1 Versterken crisisbeheersing Om onze taken uit te voeren, is versterking van crisisbeheersing nodig. We zien dat de wereld verandert en dreigingen veranderen. De samenleving staat voor grote uitdagingen. Denk aan klimaatverandering, toenemende spanningen in de wereld, energietransitie en verdergaande digitalisering. We moeten ons goed voorbereiden op huidige en toekomstige crises. Die kunnen ingewikkeld, onvoorspelbaar, groot en langdurig zijn. Bijvoorbeeld bij een langdurige uitval van elektriciteit. Er is dan een ernstige verstoring van het maatschappelijk leven. Winkels sluiten omdat pinnen niet kan, het openbaar vervoer rijdt niet, internet en telefonie vallen uit en ziekenhuizen zijn beperkt toegankelijk. Planning 2025 We voeren ons beleidsplan crisisbeheersing 2025-2026 uit. Daarbij richten we ons in 2025 op het scenario langdurige uitval elektriciteit. Daarmee leveren we een directe bijdrage aan het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving. Beleidskader 2026 We voeren ons beleidsplan crisisbeheersing 2025-2026 uit en geven meer invulling aan:  een flexibele en robuuste crisisorganisatie 

een flexibele netwerksamenwerking

versterking en verbinding risico- en crisiscommunicatie

versterking van de informatiepositie van de Veiligheidsregio.

Risico dat we lopen 

Er dreigt een spagaat te ontstaan tussen de benodigde versterking van crisisbeheersing en de bekostiging ervan. De taken worden deels betaald uit de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) en deels door een gemeentelijke bijdrage. In lijn met de miljoenennota 2024 wordt vanaf 2026 een 10% bezuiniging op de BDuR doorgevoerd. Ook de gemeentelijke bijdrage staat onder druk. Mogelijk leidt dit tot herijking van de ambities en doelstellingen van het programma Crisisbeheersing.

De versterking van crisisbeheersing richt zich ook op het uithoudingsvermogen bij een langdurige crisis en het robuuster maken van onze crisisorganisatie. Als de versterking onvoldoende is, heeft dat een negatief effect op de (langdurige) beschikbaarheid en inzetbaarheid van medewerkers in onze crisisorganisatie. Een uitputtingsslag van mens en organisatie dreigt dan.

Crisisbeheersing kan te maken krijgen met extra uitdagingen in de uitvoering van haar wettelijke taak. Onze netwerkpartners hebben te maken met schaarste in capaciteit en middelen. Een voorbeeld hiervan is de beperkte toegankelijkheid van de zorg als gevolg van krapte van personeel en/of een groot aanbod van patiënten.

Versie:2 december 2024

Pagina

8

Impact op financiën In EUR x mln

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: Versterking crisisbeheersing

0,5

0,4

0,4

0,4

0,4

-0,4

-0,4

-0,4

-0,4

0,8

0,8

0,8

0,8

Dekkingsmiddelen: Rijksbijdrage (10% korting BDuR) Rijksbijdrage (versterking)

0,5

De getallen in deze tabel zijn niet opgeteld. Het gaat om de verandering ten opzichte van de begroting 2024.

Versie:2 december 2024

Pagina

9

4. Brandweer De brandweer levert een bijdrage aan de veiligheid van de inwoners van Gelderland-Midden. Wij richten ons op:  Het terugdringen van risico’s door het verkleinen van de kans op incidenten en het beperken van het effect voor de samenleving;  Het redden van mensen en dieren;  Het bestrijden van branden;  Het verlenen van hulp bij (water)ongevallen;  Bestrijden van incidenten met gevaarlijke stoffen. De opgave van de Brandweer is het blijven van een toekomstbestendige, slagvaardige organisatie. Hiervoor werkt de brandweer met een fijnmazig netwerk van brandweerposten, met 800 betrokken gewaardeerde brandweervrijwilligers, informatiegericht en anticipeert op maatschappelijke ontwikkelingen. Een sterke informatiepositie is hierbij een belangrijke voorwaarde. De Wet Veiligheidsregio’s en de Omgevingswet bieden het kader voor onze opgave. Deze is vastgelegd in het beleidsplan Brandweer Gelderland-Midden 2025-2026. De belangrijkste thema’s zijn informatie gestuurd werken, risicogericht werken en bouwen aan een toekomstbestendige brandweer.

4.1 Informatie gestuurd en risicogericht werken Aanleiding Risicogericht werken betekent de focus leggen op risico’s, deze prioriteren, en maatregelen treffen om ze te beïnvloeden. In de veelheid en complexiteit van risico’s, waarmee VGGM momenteel te maken heeft, helpt het risicogerichte werken om die analyse goed te doen, te prioriteren en keuzes te maken. De Omgevingswet biedt meer ruimte om risicogericht te werken, bijvoorbeeld door meer of eerder te adviseren op risico’s die een veilige en gezonde leefomgeving in de weg staan. Planning 2025 De beweging om risicogericht te werken, is in gang gezet, maar daarmee nog niet klaar. De ontwikkelingen op het gebied van informatie gestuurd werken hebben een sterke relatie met risicogericht werken. Het op orde hebben van onze informatievoorziening is hierbij een belangrijke randvoorwaarde. Daarom richten we onze blik op de volgende ontwikkelingen: 

Klimaatveiligheid De klimaatverandering is en blijft van invloed op onze opgave om risico’s te reduceren. Het thema natuurbrand is daarvan een sprekend voorbeeld. Hiervoor is het programma Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing opgezet. We moeten ons voorbereiden op extreme weersomstandigheden (hitte en neerslag). Overstromingen zoals we gezien hebben in Valkenburg of Valencia laten de urgentie hiervan zien. We verwachten in 2025 deze risico’s beter in beeld te krijgen en deze voor 2026 te vertalen in beleidsdoelstellingen.

Veilige energietransitie Vanwege klimaatverandering en bijbehorende klimaatdoelstellingen zien we een overgang naar nieuwe energiebronnen. Dit brengt nieuwe risico’s met zich mee. Denk onder andere aan thuisaccu’s en buurtbatterijen. In het programma Veilige Energietransitie werken we aan het in kaart brengen van deze risico’s en krijgen we een scherper beeld van de urgentie en omvang van deze opgave. In 2025 delen we deze resultaten, zodat we hierin de ambitie kunnen bepalen in relatie tot de huidige beleidsdoelstellingen.

Wonen met zorg Mensen worden steeds ouder en blijven langer zelfstandig thuis wonen. Daarom zijn zij vaker verminderd zelfredzaam. Dit levert extra uitdagingen op bij een brand. In de Omgevingswet wordt dit probleem ondervangen door (toezicht op) de nieuwe meldingsplicht voor de gebruiksfunctie ‘wonen met zorg’. De brandweer heeft incidentele middelen gekregen om deze nieuwe wettelijke

Versie:2 december 2024

Pagina

10

taak uit te voeren. In 2025 onderzoekt zij of deze taak kan worden uitgevoerd binnen de bestaande financiële kaders. Mogelijk leidt dit tot een wijziging in 2026. 

Verstedelijking Groeiende stedelijke gebieden brengen andere risico's met zich mee. Dit zogenaamde verdichtingsvraagstuk vindt ook plaats in onze regio. Er komt meer hoogbouw in GelderlandMidden. We zien toepassingen van andere bouwmaterialen, circulair bouwen en bouwtechnieken waarvan de effecten op de brandveiligheid nog niet altijd duidelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan energieneutraal bouwen en de toepassing van duurzamere bouwmaterialen. Dit brengt nieuwe risico’s met zich mee waar de brandweer nu geen oplossing voor heeft. De 25 veiligheidsregio’s pakken dit vraagstuk samen op in het programma Veilige Hoogbouw. De gevolgen van deze ontwikkelingen gaan we de komende periode vertalen naar beleidsdoelstellingen.

Vuurwerk De brandweer vervult een rol bij vergunningverlening van vuurwerkopslag én we worden gealarmeerd om incidenten met vuurwerk te bestrijden. Onderzoek laat zien dat de risico’s van het opslaan van vuurwerk groter zijn dan we tot nu toe dachten. Hiermee vormt vuurwerkopslag voor de brandweer een groot probleem. Daarom is vuurwerkopslag onderwerp van gesprek tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Veiligheidsberaad. Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de uitkomst hiervan.

Informatie gestuurd werken Voor ingewikkelde problemen hebben we slimme oplossingen nodig. De beschikbaarheid van de juiste informatie is nodig om snel, deskundig en veilig te kunnen handelen, maar ook om preventief risico’s te benoemen en maatregelen te nemen. Betere informatievoorziening zorgt ervoor dat de brandweer steeds beter in staat is om risico's te duiden, analyses te maken en mitigerende maatregelen te nemen. Op landelijke schaal is deze opgave opgenomen in het programma informatievoorziening en ligt er een sterke koppeling met de opgave op het vakgebied van Crisisbeheersing. Op bovenregionale schaal werken we samen in Oost-5-verband (de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel) om actuele gegevens te hebben en risicoinformatie te beheren. In 2025 onderzoekt het collectief van veiligheidsregio’s de samenhang en samenwerking rondom de aansturing en uitvoering van deze opgave. VGGM volgt deze ontwikkeling nauwlettend om er technisch en organisatorisch op aangesloten te blijven en om onze risicogerichte informatiepositie te verbeteren.

Beleidskader 2026 Mogelijk leiden bovenstaande activiteiten tot een bijstelling van onze beleidsdoelen en financiële kaders. Uitgangspunt is om de ontwikkelingen zoveel als mogelijk binnen de huidige financiële kaders op te vangen. Specifiek voor de ontwikkeling Wonen met zorg geldt dat de afhandeling van de gebruiksmeldingen gedekt wordt vanuit een te vormen bestemmingsreserve door in 2024 opgelopen achterstand. Risico dat we lopen Anticiperen op bovenstaande ontwikkelingen is nodig om te voorkomen dat:  We geen passende adviezen geven om de (nieuwe) risico’s te beïnvloeden;  We ons onvoldoende voorbereiden op (nieuwe typen van) incidenten;  We niet veilig genoeg kunnen optreden bij incidenten en/of dat incidenten een groter effect hebben op mens en omgeving.  Het effect van de omvang van deze risico’s op lange termijn mogelijk groter wordt. Bijvoorbeeld: nu het natuurbrandrisico niet aanpakken, geeft grotere kans op onbeheersbare natuurbrand, met effecten op wonen, werken en vitale infrastructuur.

Versie:2 december 2024

Pagina

11

Financiële impact In EUR x mln

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: Veilige energietransitie

0,3

0,3

Structurele capaciteit VET Wonen met zorg

P.M.

P.M.

P.M.

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3 + P.M.

-0,3 + P.M.

-0,3 + P.M.

0,2

Stadspoort Dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage

0,3

Bestemmingsreserve

0,3 0,2

De getallen in deze tabel zijn niet opgeteld. Het gaat om de verandering ten opzichte van de begroting 2024. De dekking voor de activiteiten voor wonen met zorg zijn gebaseerd op de derde gewijzigde begroting 2024.

4.2

Toekomstbestendige brandweer

Aanleiding De brandweer bouwt aan een toekomstbestendige organisatie die anticipeert op maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom spelen we in op veranderingen zoals de overgang naar duurzame energie, digitalisering in werk en extreme weersomstandigheden. Planning 2025 De belangrijkste thema’s en opgaven voor de brandweer zijn:  Weerbare samenleving De samenleving en hiermee ook de brandweer moet zich voorbereiden op onzekere tijden, rekening houdend met verschillende scenario’s, zoals geopolitieke dreigingen en langdurige stroomuitval. Een stevige positie in ons netwerk en een fijnmazig netwerk van brandweerkazernes vervullen hierin een belangrijke rol. Dit geldt voor verschillende schaalniveaus: lokaal, regionaal, bovenregionaal, nationaal alsook voor onze landsgrensoverschrijdende samenwerking. 

Toekomstbestendig werkgeverschap Veranderingen in de arbeidsmarkt zoals arbeidskrapte en vergrijzing en de geschetste ontwikkelingen in onze samenleving hebben ook impact op onze rol als werkgever. Dit vraagt van ons meer aandacht voor de fysieke en mentale gezondheid van onze brandweermedewerkers. Voorbeelden zijn: Posttraumatisch stressstoornis (PTSS), sociale veiligheid en vitaliteit. Ook zijn extra inspanningen nodig om medewerkers te vinden en te binden. Goed werkgeverschap is vitaal voor het aantrekken en behouden van personeel. Om als veiligheidsregio’s onze dienstverlening voort te kunnen zetten, is het nodig onze rol en verantwoordelijkheid als werkgever vanuit een gezamenlijke inspanning verder te versterken. VGGM sluit daarom aan bij de landelijke aanpak op dit thema. In eigen huis gaan we binnen dit thema verder met ons programma ‘Ik, wij, samen de brandweer’ voor goed werkgeverschap en een sociaal veilig werkklimaat. Dit programma kost € 150.000 per jaar en omvat de onderwerpen: sociale veiligheid, team collegiale opvang, nazorg, preventie PTSS en incidentregistratie. Voor PTSS is een landelijke regeling in de maak. Hiervoor is extra geld nodig, zowel regionaal als landelijk

Aanpassing landelijk onderwijsstelsel Het huidige onderwijsstelsel is verouderd. Er komt een aanpassing op het landelijk onderwijsstelsel zodat dit weer aansluit op de situatie van nu en op toekomstige ontwikkelingen. Dit krijgt vorm in het landelijke programma Onderwijs Onderweg en heeft impact op onze eigen organisatie. De gevolgen hiervan zijn nu nog niet bekend.

Versie:2 december 2024

Pagina

12

Beschikbaarheid bluswater Waterleidingmaatschappijen gaan steeds meer over op kleinere leidingdiameters om de wettelijk vereiste kwaliteit van water hoog te houden. Dit heeft negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid van bluswater. De brandweer is het project bluswatervoorziening gestart om oplossingen voor dit probleem in kaart te brengen. De gemeenten zijn verantwoordelijkheid voor het realiseren van voldoende bluswatervoorziening.

Wijziging lokale infrastructuur 30 km Om de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom te verlagen naar 30 km/uur, stellen gemeenten snelheidsbeperkende maatregelen voor. De brandweer doet er dan langer over om op haar bestemming te komen.

Huisvesting Brandweerposten zijn over het algemeen in eigendom van de gemeenten. In overleg met de gemeenten spelen diverse huisvestingopgaven vanwege de levensduur of Arbo voorschriften. Dit geldt in elk geval voor de brandweerposten Ede-centrum, Barneveld-nevenstalling, Otterlo en Oosterhout. Het politiebureau aan de Beekstraat in Arnhem wordt door de politie afgestoten. VGGM maakt ook gebruik van deze locatie en moet daarom op zoek naar een alternatief.

Beleidskader 2026 Mogelijk leiden bovenstaande activiteiten tot een bijstelling van onze beleidsdoelen en financiële kaders. Uitgangspunt is om de ontwikkelingen zoveel als mogelijk binnen de huidige financiële kaders op te vangen. Risico dat we lopen Wanneer we geen of te weinig actie ondernemen op de bovenstaande ontwikkelingen is de brandweer onvoldoende in staat om zich aan te passen en voor te bereiden op de toekomst. Hierdoor lopen we het risico:  dat we actuele kennis en informatie missen die nodig is voor ons brandweerwerk;  dat we ons onvoldoende kunnen voorbereiden op incidenten en op de nazorg voor eigen mensen;  dat de kwaliteit van onze incidentbestrijding afneemt;  we niet veilig genoeg kunnen optreden bij incidenten;  dat incidenten mogelijk een groter effect hebben op mens en omgeving. Daarnaast is in de miljoenennota van september 2025 een korting op de Rijksbijdrage van 10% opgenomen. Deze korting heeft impact op de taken die momenteel vanuit de Rijksbijdrage worden bekostigd, zoals de meldkamer, BTW op materieel en huisvesting en regionaal materieel.

Versie:2 december 2024

Pagina

13

Financiële impact Vanwege de onzekere uitkomst van ontwikkelingen worden de meeste genoemde onderwerpen als PM in de begroting opgenomen. In EUR x mln

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: Programma goed werkgeverschap en sociaal veilig werkklimaat Duurzame inzetbaarheid (PTSS)

0,2 PM

Meldkamer, materieel en huisvesting

0,2

PM

PM

PM

PM

-0,6

-0,6

-0,6

-0,6

Dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage korting 10% Rijksbijdrage (PTSS)

0,2

0,2

-

-0,6

-0,6

-0,6

-0,6

PM

PM

PM

PM

PM

De getallen in deze tabel zijn niet opgeteld. Het gaat om de verandering ten opzichte van de begroting 2024.

Versie:2 december 2024

Pagina

14

5. GGD De GGD heeft een aantal wettelijke taken die hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de Wet Publieke Gezondheid (Wpg). Hieronder vallen onder andere: jeugdgezondheidszorg (JGZ), medische milieukunde, infectieziektebestrijding, gezondheidsmonitoren en gezondheidsvoorlichting. Daarnaast voert de GGD taken uit vanuit andere wettelijke kaders, zoals de Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (Wvggz), de Wet Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers, de Wet Kinderopvang, Warenwetbesluit en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Naast de wettelijke taken voeren we als GGD ook aanvullende taken uit. We maken hierover afspraken met de (individuele) gemeenten. Voorbeelden hiervan zijn de interventies vanuit JGZ, zoals Prenatale voorlichting, Stevig Ouderschap en VoorZorg en deelname aan netwerkbijeenkomsten binnen gemeenten. De GGD stond op de kaart tijdens de coronacrisis. De GGD wil meer werk maken van bekendheid over haar overige taken. Dus naast ‘Beschermen’ tegen dreigingen (zoals vaccineren), ook 'Bewaken’ van de gezondheidssituatie (monitoren) en 'Bevorderen’ van gezondheid met behulp van preventie.

5.1

Landelijk politiek klimaat: bezuinigingen op gezondheid

Aanleiding De GGD heeft te maken met onduidelijkheid wat betreft landelijke beleidskaders en bijbehorende financiële middelen:  Allereerst verwachten we dat de landelijke regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg niet volledig kostendekkend is en dat we verder moeten schrappen in dienstverlening aan kwetsbare doelgroepen.  Landelijk wordt ook voor Versterking Infectieziekte Preventie en Pandemische Paraatheid een flinke bezuiniging aangekondigd. Dit maakt dat de versterking hiervan onder druk staat. Hierin zijn we afhankelijk van landelijke besluitvorming over beleidskaders en financiële middelen.  Het hoofdlijnenakkoord en de miljoenennota spreken vaak over preventie, zonder daar extra middelen aan toe te voegen. We maken ons daarom grote zorgen over de financiële consequenties. Er wordt namelijk flink bezuinigd op de publieke gezondheid: € 300 miljoen minder voor publieke gezondheid en 1 miljard euro korting op subsidies, waarvan € 250 miljoen voor rekening van het ministerie van VWS.  Er komen forse bezuinigingen op het landelijke preventiebeleid. Verschillende subsidies lopen na 2025 af, bijvoorbeeld op het thema Rookvrije Omgeving. Met 10% minder SPUK-middelen kunnen GGD'en minder doen aan aanpak van overgewicht of gezondheidsachterstanden, aan het bevorderen van mentale gezondheid of aan het bevorderen van een kansrijke start voor alle kinderen.

Hiermee komen inspanningen die al zijn gedaan op het gebied van preventie onder druk te staan.  Naast de landelijke bezuinigingen heeft de GGD ook te maken met een besparingsopdracht vanuit gemeenten. Dit betekent dubbele pijn voor de GGD en daarmee voor de gezondheid van inwoners van Gelderland-Midden. Risico dat we lopen Bovenstaande ontwikkelingen kunnen in 2026 zorgen voor een verdere afbreuk in de uitvoering van het wettelijk takenpakket. Opnieuw kan de GGD in een situatie terechtkomen waar de basis ‘niet op orde’ is en dienstverlening afgeschaald moet worden.  Voor ‘Seksuele Gezondheid’ (onderdeel van Algemene gezondheidszorg) betekenen bovenstaande ontwikkelingen grofweg een halvering van onze huidige activiteiten zoals gratis spreekuren, het afnemen van SOA testen en het verstrekken van PrEP, een pil die de kans op een hiv-infectie sterk verlaagt, en alle bijbehorende controles.  Voor ‘Versterking Infectieziekte Preventie’ en ‘Pandemische Paraatheid’ betekent dit minder (financiële) ruimte voor en afschaling van infectieziektebestrijding. Daardoor is er minder bronen contactonderzoek, minder infectiepreventie en voorlichting en minder expertise en

Versie:2 december 2024

Pagina

15

 

 

mogelijkheden om op te schalen bij uitbraken van infectieziekten. Ook kunnen we nieuw opgeleide verpleegkundigen en artsen voor infectieziektebestrijding niet in dienst houden. In de miljoenennota staat dat het kabinet wil inzetten op meer fijnmazig vaccineren om de vaccinatiegraad te verhogen (wijkgerichte uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en doelgroepgerichte voorlichting). Het budget blijft echter hetzelfde, waardoor hierop geen extra activiteiten ingezet kunnen worden. Het risico is een verdere daling van de vaccinatiegraad en verhoging van de kans op uitbraken van infectieziekten, zoals kinkhoest en mazelen. Voor ‘Kansrijke Start’ kunnen we vanuit de JGZ niet meer deelnemen aan lokale coalities Kansrijke Start. Ook de regionale samenwerking komt hierdoor onder druk te staan. Wat betreft het thema ‘Overgewicht’ kunnen we niet (meer) participeren in de ketensamenwerking Kind naar Gezond Gewicht en de JGZ kan niet de rol van de casusregisseur uitvoeren. ‘Mentale Gezondheid’: de JGZ kan niet alle jongeren met mentale problematiek tijdig signaleren, adviseren en zo nodig doorverwijzen. Deelname van de GGD aan landelijke, regionale en lokale netwerken komt onder druk te staan. De onafhankelijke kennis- en adviesfunctie van de GGD kan hierdoor lokaal niet worden ingezet.

Financiële impact In EUR x mln

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: VIP en Pandemische paraatheid

0,9

-1,3

-1,3

-1,3

Aanvullende Seksuele Gezondheid

PM

PM

PM

PM

-1,3 PM

SPUK-middelen

PM

PM

PM

PM

PM

Totale lasten

0,9

-1,3

-1,3

-1,3

-1,3

0,9

-1,3

-1,3

-1,3

-1,3

Dekkingsmiddelen: Rijksbijdrage

De getallen in deze tabel zijn niet opgeteld. Het gaat om de verandering ten opzichte van de begroting 2024.

5.2

Toekomstbestendige GGD

Aanleiding De GGD krijgt de komende jaren met diverse uitdagingen te maken op verschillende taakvelden. Deze gaan over zowel landelijke- als regionale ontwikkelingen. Het wordt steeds belangrijker te investeren in preventie, doordat de toegankelijkheid van de zorg overal onder druk staat. Tegelijkertijd staat de financiering van preventie onder druk. Daarnaast is de kwetsbaarheid van GGD Gelderland-Midden de afgelopen jaren duidelijk geworden en bevestigd in extern onderzoek en benchmarks. Een belangrijke conclusie uit de onderzoeken is dat de GGD ‘knap maar krap’ is georganiseerd. Deze uitkomst is uitgebreid gedeeld met gemeenten waarna het traject “Toekomstbestendige GGD” is gestart. Samen met gemeenten is bekeken hoe de basis weer op orde gebracht kan worden en hoe de GGD weerbaar gemaakt wordt voor de toekomst. Dit is noodzakelijk om de juiste zorg te blijven verlenen in een tijd met veel maatschappelijke spanningen, technologische ontwikkelingen, hybride dreigingen en een krappe arbeidsmarkt. Uitgangspunten hierbij zijn:  De GGD voldoet aan het wettelijk minimum.  Collectieve dienstverlening prefereert boven lokaal aanbod (maatwerk).  De financiering verloopt grotendeels via de inwonerbijdrage.  De GGD zet extra in op dichterbij in wijken/dorpen, op collectieve preventie en het gebruik van data.

Versie:2 december 2024

Pagina

16

Planning 2025 en verder Voor 2025 en verder zijn structurele middelen toegekend om de basis op orde te krijgen en te houden. Met deze structurele middelen zetten we een vervolgstap in het versterken van de GGD-taken. Het gaat om de thema’s:  een gezonde leefomgeving;  werken aan de gezondheid van inwoners;  gezondheid beschermen tijdens rampen en crises;  voorbereid zijn op gezondheidsdreigingen;  nooit meer afschalen in de jeugdgezondheidszorg: basis op orde brengen. 

In 2026 zetten we GGD breed in op een meer regionaal georganiseerd aanbod. Er blijft ruimte voor lokaal aanbod, maar dit zal op beperkte schaal zijn en tegen een hoger tarief. We willen regio-breed meerjarige afspraken maken. Dit voorkomt versnippering van beschikbare capaciteit en financiering, en bevordert een bredere basis, een duurzame organisatie en effectieve en efficiënte dienstverlening. Een voorbeeld hiervan is het programma Nu Niet Zwanger (NNZ) dat landelijk uitgerold wordt sinds 2018, waarbij de uitvoering ligt bij de regionale GGD. Gemeente Arnhem is in 2019 gestart en in 2020 sloten negen omringende gemeenten aan (regio Arnhem). In het voorjaar van 2023 zijn ook gemeenten Ede, Wageningen en Barneveld (regio Ede) aangehaakt. Vanaf 2025 werken we met één regionale begroting en één stuurgroep voor NNZ, waar dit voorheen twee aparte begrotingen en stuurgroepen voor de regio Arnhem en de regio Ede waren op basis van dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met gemeenten. De volgende stap is het opnemen van NNZ in de inwonerbijdrage. Dit past bij de wens vanuit het bestuur om tot meer collectiviteit te komen.

Continueren van ‘Basis op orde’ en het voorkomen van afschaling van het zorgaanbod. De ‘basis op orde’ betekent voor de JGZ minimaal de uitvoering van het wettelijke basistakenpakket, met een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering die ondersteunend is aan de inhoud. Voor de AGZ betekent ‘Basis op orde’ minder versnippering van taken op het gebied van een gezonde en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Zoals in de 5 maandsrapportage staat vermeld loopt ons contract met de leverancier van het kinddossier af. Afhankelijk van de aanbesteding in 2025, moet de JGZ in 2026 (mogelijk) een nieuw kinddossier implementeren. Dit heeft aanzienlijke consequenties voor verschillende aspecten van de dienstverlening, administratie en ondersteunende processen. Vrijwillig overgang medewerkers JGZ vallend onder cao VTT naar CAR-UWO: Vanuit goed werkgeverschap is de wens van het bestuur om met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2024 een vrijwillige overgang mogelijk te maken. Hiervoor is in 2017 een financiële reserve gevormd voor de eerste twee jaren. De structurele dekking kan ten laste komen van de gemeenten of uit de eigen middelen van VGGM. Hierover is nog geen finaal besluit genomen. De financiële consequenties zijn opgenomen in paragraaf 7.4 (bedrijfsvoering).

Risico dat we lopen   

Versnippering van capaciteit en financiering zorgt voor inefficiënte dienstverlening en verhoging van de kosten. Afschalen van zorg (JGZ) heeft als risico het niet tijdig signaleren van gezondheidsrisico’s en onvoldoende ruimte voor voorlichting en advies. Huisartsen verwijzen steeds vaker naar de GGD als het gaat om seksuele gezondheid, infectieziektebestrijding en tuberculosebestrijding. Aan deze toenemende vraag kan de GGD niet voldoen’. Het contract voor de taakspecifieke applicatie voor het digitale dossier (kinddossier) binnen de Jeugdgezondheidszorg verloopt in 2026. In 2025 start een aanbesteding. De mogelijke invoering van een nieuw systeem vraagt om veel aanpassingen, trainingen, en mogelijk een tijdelijke verhoging van de administratieve lasten voor medewerkers. Voor deze implementatie is tijdelijk extra financiële middelen nodig.

Versie:2 december 2024

Pagina

17

Het risico is aanwezig dat (een deel van) de financiële impact van de overgang cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT) naar CAR-UWO ten laste komt van VGGM. Hierdoor kan de primaire taakuitvoering onder wettelijke minimale norm komen. Deze ontwikkeling is nader toelicht binnen het hoofdstuk bedrijfsvoering. Besluitvorming over dit onderwerp is voorzien in de bestuurscyclus eind 2024.

Financiële impact Algemene Gezondheidszorg In EUR x mln

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: Basis op orde

-0,6

-0,6

-0,6

-0,6

Gezonde leefomgeving

0,3

0,3

0,3

0,3

-0,6 0,3

Werken aan gezondheid bij inwoners

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

Gezondheidsbescherming tijdens rampen

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

Voorbereiden op gezondheidsdreigingen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Totale lasten

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

Dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage Lokaal aanbod

1,1

1,4

1,4

1,4

1,4

-

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3

Financiële impact Jeugdgezondheidszorg In EUR x mln

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: TB JGZ Implementatie kinddossier Totale lasten

0,2

0,2

0,2

0,2

-

PM

PM

-

0,2 -

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage

De getallen in deze tabellen zijn niet opgeteld. Het gaat om de verandering ten opzichte van de begroting 2024.

Versie:2 december 2024

Pagina

18

6. Ambulancezorg Ambulancezorg Gelderland-Midden (AGM) verleent spoedeisende medische hulp en ambulancezorg in de regio. Het doel is om snel en deskundig te reageren op noodsituaties, levens te redden en gezondheidsproblemen te verlichten. De belangrijkste (wettelijke) kaders waaraan de ambulancezorgverlening zich moet houden, zijn:  Wet Ambulancezorgvoorzieningen;  Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;  Kwaliteitskader ambulancezorg.

6.1

Verschillende vormen van ambulancezorg (zorgdifferentiatie)

Aanleiding De vraag naar ambulancezorg stijgt door een groeiende bevolking met een toenemende vergrijzing. Daarnaast wordt de zorgvraag complexer, doordat steeds meer patiënten een combinatie van gezondheidsklachten hebben. Hoog complexe zorg centraliseert zich en regionale ziekenhuizen sluiten (deels). Daardoor vindt zorg vaker buiten het ziekenhuis plaats. Planning 2025 AGM stelt in 2025 een toekomstvisie op, waarin zorgdifferentiatie centraal staat. Zorgdifferentiatie omvat verschillende vormen van ambulancezorg: meldkamerzorg, hoog-complexe ambulancezorg, middencomplexe ambulancezorg en rapid responders1. Beleidskader 2026 AGM handelt in 2026 volgens de opgestelde visie ambulancezorg. De visie op ambulancezorg en zorgdifferentiatie draagt bij aan juiste zorg, op de juiste plek, op het juiste moment door de juiste zorgverlener.

6.2

Zorgcoördinatie

Aanleiding Het doel van zorgcoördinatie is om voor burgers en zorgverleners zo snel mogelijk de juiste acute zorg op de juiste plek te organiseren. Van alle ROAZ-regio’s wordt verwacht dat zij 1 januari 2025 een vorm van zorgcoördinatie hebben ingericht. In een brief2 van de minister van VWS aan de Tweede Kamer staat beschreven hoe het concept van zorgcoördinatie eruitziet. Planning 2025 AGM blijft betrokken bij de vormgeving van zorgcoördinatie en versterkt de reeds bestaande samenwerkingsverbanden in de (sub)regio's. Beleidskader 2026 AGM zet zich in op het verder versterken van de (virtuele) samenwerking met haar ketenpartners in de regio. AGM ziet zorgcoördinatie als één van de onderdelen voor een toekomstbestendige acute zorgketen.

1

De Rapid Responder is een klein ambulancevoertuig, waarin een ambulanceverpleegkundige alleen rijdt. De Rapid Responder biedt dezelfde hulp als een gewone ambulance. Het enige dat een Rapid Responder niet kan, is een patiënt naar het ziekenhuis vervoeren. 2 Kamerbrief over inrichting zorgcoördinatie | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Versie:2 december 2024

Pagina

19

6.3

Meldkamer Ambulancezorg

Aanleiding In 2023 zijn de meldkamers in Oost-Nederland samengevoegd. In deze nieuwe meldkamer werken brandweer, ambulancezorg en politie. De ambulancezorg is binnen de meldkamer onderverdeeld in vijf organisaties3 die ieder een deel van de regio vertegenwoordigen. Planning 2025 AGM levert inspanningen op het werven en opleiden van haar meldkamer medewerkers. Daarbij werkt AGM aan het duurzaam inzetbaar houden van de (nieuwe) medewerkers op de meldkamer ambulancezorg. Beleidskader 2026 AGM verbetert en breidt de samenwerking op de Meldkamer Ambulancezorg uit, met zowel de monoals multidisciplinaire ketenpartners.

6.4

Continuïteit van onze dienst - weerbaarheid

Aanleiding De dreigende situatie in de wereld en vernieuwde wetgeving maakt het noodzakelijk om AGM voor te bereiden op rampen en crises. Bijvoorbeeld op een natuurramp, cyberaanval of terroristische aanslag. Planning 2025 In 2025 treedt de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten in werking, waarin AGM waarschijnlijk wordt aangeschreven als kritieke entiteit. Dit vraagt om een verdieping van het huidige continuïteitsplan. Beleidskader 2026 AGM borgt haar continuïteit met een bedrijfscontinuïteitplan waarin mogelijke problemen of incidenten en de (preventieve) oplossingen staan omschreven. Risico dat we lopen Voor bovenstaande beleidskaders zien we de volgende risico’s:  Arbeidsmarktkrapte: tekort aan (medisch) personeel. Er rijden minder ambulances, of er zitten te weinig mensen op de meldkamer. Gevolg is dat patiënten langer moeten wachten op zorg.  Beperkte beschikbaarheid van zorgmateriaal en -voertuigen: we leveren bepaalde zorg niet, of niet op tijd.  Verschil in visies van ketenpartners in de samenwerking op de meldkamer. Dit bemoeilijkt de samenwerking.  Grote(re) militaire of terroristische dreiging in Europa. AGM moet zich hierop voorbereiden, dit kost extra capaciteit en middelen. Financiële impact Ambulancezorg Gelderland-Midden (AGM) wordt bekostigd door de zorgverzekeraars waardoor de financiële impact voor gemeenten nihil is.

AGM maakt hiertoe afspraken over budget, kwaliteit en prioriteit met de zorgverzekeraars. Deze afspraken geven de kaders voor de invulling van de meldkamer, rijdende dienst en bedrijfsvoering van AGM. De budget-gesprekken met de zorgverzekeraars vinden plaats in het vierde kwartaal voorafgaand aan het nieuwe jaar. De afspraken met de zorgverzekeraars verwerkt VGGM in haar gewijzigde begroting voor 2025 en de ontwerpbegroting voor 2026.

3

Ambulancezorg Gelderland-Midden, Ambulancezorg Gelderland-Zuid, RAV Noord- en Oost-Gelderland, Ambulance Oost (Twente) en Ambulance IJsselland.

Versie:2 december 2024

Pagina

20

7. Bedrijfsvoering Het programma bedrijfsvoering ondersteunt het primair proces van de afdelingen in het bedrijfsvoeren. Dit gebeurt vanuit zowel kaderstellende, controlerende, uitvoerende als serviceverlenende rollen op gebied van Control, Juridische zaken, Kwaliteit, Informatiebeveiliging, Privacy, Inkoop, Financiën, Informatievoorziening, ICT, HRM, Facilitair en Communicatie. We werken vanuit diverse wet- en regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld financiën, arbo, kwaliteit, informatiebeveiliging, arbeidsvoorwaarden, privacy en de aanbestedingswet. In 2026 blijven we ontwikkelen op de speerpunten uit het beleidsplan VGGM 2025-2026:  Samen. Beter. Bedrijfsvoeren.  duurzaamheid  arbeidsmarkt  informatievoorziening Een ander aandachtspunt is het mogelijk vitaal verklaren van een aantal processen door de Rijksoverheid. Daarnaast heeft VGGM twee aandachtspunten op het gebied van huisvesting: 1. Er moeten keuzes worden gemaakt vanwege het verstrijken van huurtermijnen; 2. Het vaststellen van de kostenverdeling voor de huisvesting van de brandweer.

7.1

Samen. Beter. Bedrijfsvoeren.

Aanleiding Een van de belangrijkste activiteiten op gebied van de ondersteuning van het primair proces is het versterken van de organisatie door het ingezette programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren. ‘Samen’ door intern de krachten te bundelen, ‘Beter’ door risicogericht te werken en 'Bedrijfsvoeren’ als geheel van ad hoc naar meer gestandaardiseerd. Aanleiding voor het programma is de noodzaak om op korte termijn de ondersteuning en samenwerking in de organisatie te versterken en verbeteren. Dit was een conclusie uit het KPMG-onderzoek (2022) en sluit aan bij de resultaten van de benchmark van Berenschot op de personele overhead uit 2021. Deze onderzoeken kwalificeerde ons als een ad hoc georganiseerde organisatie. Het bestuur heeft de noodzaak van versterking onderkend. Concreet leidt het programma tot een verandering van de organisatie-inrichting, actualisatie van organisatiebeleid en processen, vernieuwing van systemen en versterking van de formatie in kwaliteit en fte’s. De beleidsdoelstelling die daarbij gehanteerd wordt, is om te komen tot gestandaardiseerde werkprocessen (op de schaal van Ad Hoc; Informeel; Gestandaardiseerd; Beheerst; Geoptimaliseerd). Planning 2025 Op een aantal bedrijfsvoeringsfuncties realiseren we versterking in 2025. We werken verder aan de standaardisering van processen en procedures.

De inrichting van de organisatie wijzigt, zodat organisatieontwikkeling, beheersing van de planning & control-cyclus, het interne toezicht en mitigeren van risico’s en de ondersteuning van besluitvorming meer adequaat wordt ingericht. Het vastleggen van interne dienstverlening en de interne doorbelasting staat ook op de agenda voor 2025. Beleidskader 2026 In 2026 werken we verder aan de ontwikkeling van de organisatie. Het borgen van de ingezette verandering is de volgende stap. Temporisering van de activiteiten in 2025 kan leiden tot uitloop van genoemde activiteiten in 2025 richting 2026. Dit resulteert in het later - of op onderdelen gedeeltelijk bereiken van de beleidsdoelstelling om te komen tot een gestandaardiseerde organisatie. We rapporteren de voortgang aan het bestuur. Risico dat we lopen Zonder het programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren. loopt VGGM risico op gebied van continuïteit van de dienstverlening en het voldoen aan wet- en regelgeving. Zij is onvoldoende in staat om noodzakelijke actie te ondernemen op het gebied van personeelszorg, personeelsbehoud, cybercrime, administratieve fouten of opvolgen van wijzigingen in wet- en regelgeving met doorwerking in het primaire proces.

Versie:2 december 2024

Pagina

21

Financiële impact Voor de versterking van de organisatie via het programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren is in de begroting 2024 een prognose opgenomen van in totaal € 4 miljoen aan versterkingskosten. Deze kosten worden gemaakt voor geplande interventies en om hiernaast in vier jaar minimaal toe te groeien naar de gemiddelde personele overhead voor Veiligheidsregio’s (bron: Berenschot rapportage). In de meerjarenbegroting 2024–2027 is daarvoor een eerste inschatting van een jaarlijkse versterking van € 1 miljoen opgenomen. In overeenstemming met hoofdstuk 2 besparingen wordt voor nu de keuze gemaakt om de noodzakelijke stijging van de bedrijfsvoeringskosten bij te stellen tot € 3 miljoen (in plaats van € 4 miljoen) en deze tegelijkertijd te temporiseren voor zowel 2025 en 2026 met € 0,5 miljoen. Daarmee laten we de kostenstijging langzamer opbouwen en minder ver doorgroeien dan in de afgelopen meerjarenbegroting opgenomen. Daardoor wordt de versterking minder snel gerealiseerd en loopt het programma langer door. Het terugbrengen van de risico’s in de kwetsbare bedrijfsvoering lopen dan ook langer door. Of ultimo 2027 of verder alsnog meer middelen nodig zijn, kan dan zowel inhoudelijk als financieel in 2026 worden afgewogen. In 2024 is de eerste miljoen begroot, waardoor voor 2025-2027 nog een versterking van € 2 miljoen resteert.

In EUR (x mln) 2024 2025 2026 2027 2028 In EUR x mln 2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: Programma S.B.B.

-1,0

-1,0

-1,0

-1,0

Implementatie AFAS

0,7

0,4

0,3

0,3

-1,0 0,3

Versterking Management & Organisatie

0,5

0,7

1,5

1,5

1,5

Versterking Data & Systemen

0,1

0,5

0,7

0,7

0,7

Versterking Mens & Cultuur

0,1

0,2

0,3

0,3

0,3

Versterking Processen en Procedures

0,1

0,2

0,2

0,2

0,2

0,5

1,0

2,0

2,0

2,0

Dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage

De getallen in deze tabel zijn niet opgeteld. Het gaat om de verandering ten opzichte van de begroting 2024. Een korte toelichting op de verschillende lijnen: Programma S.B.B. In de begroting voor 2024 waren de versterkingskosten gerelateerd als programmakosten S.B.B. Bij de start van S.B.B. is een schatting gemaakt van de benodigde financiële middelen voor dit programma. Inmiddels kunnen we deze schatting meer concreet maken naar de verschillende onderdelen van dit programma (programmalijnen) om vervolgens in 2025 hiervoor concreet een begroting te maken met een meerjarige doorkijk. Op deze wijze sluit de kaderbrief tevens aan bij de aansturing van het programma. Implementatie AFAS In 2024 zijn we gestart met de implementatie van AFAS als applicatieplatform voor onze CRM-, inkoop-, financiële en HRM-processen. Deze implementatie loopt door tot begin 2026. Daarna resteren structurele licentiekosten die hoger liggen dan de systemen die worden vervangen. Versterking van Management & Organisatie Deze categorie betreft de versterking van de sturing, ontwikkeling en ondersteuning van de organisatie. Dit betreft onder andere:  de blijvend strategische ontwikkeling van het HRM-beleid en informatievoorziening;  elementen die leiden tot een betere besluitvorming.

Denk aan kwaliteitszorg, toetsing aan voldoen aan kaders en bewaking van de voortgang van gemaakte afspraken;  uitvoeringsondersteuning dicht op het primaire proces.

Versie:2 december 2024

Pagina

22

Versterking van Data en Systemen Deze categorie heeft met name betrekking op het versterken van het ICT- , informatielandschap en datakwaliteit. Dit is inclusief het beheer, passend bij de huidige tijdsgeest en binnen de gebruikelijke kaders op het gebied van informatie en informatieveiligheid. Denk hierbij aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) en archiefwet. Versterking Mens en Cultuur Deze categorie betreft de blijvende aandacht voor de organisatiecultuur en ontwikkeling van medewerkers. Dit betreft onder andere een periodieke cultuurmeting, interventies, optimaliseren van samenwerking en bijbehorende houding en gedrag. Versterking van Processen en Procedures In 2024 heeft een inhaalslag plaatsgevonden in het beheer van verschillende organisatieprocessen. Deze categorie bevat de kosten om blijvend de verschillende processen en procedures te onderhouden en te optimaliseren.

7.2

Duurzame bedrijfsvoering

Aanleiding Bij de uitvoering van ons werk worden we steeds vaker geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering. Wij stellen onszelf de vraag wat wij als VGGM zelf kunnen bijdragen aan de doelen zoals gesteld in het Klimaatakkoord. Om te voldoen aan wet- en regelgeving wordt steeds meer gevraagd maatregelen te nemen en informatie te verstrekken. Op termijn is een (verplichte) uitgebreide duurzaamheidsrapportage, inclusief accountantscontrole, te verwachten. In de afgelopen jaren hebben we ingezet op verschillende acties om bijvoorbeeld CO2-uitstoot tegen te gaan. Denk hierbij aan energiebesparing door bewustwording en aanpassing van gedrag op onze kazernes en gebouwen, minder printen, aandacht voor verlaging van de CO2-footprint in de kantine en de inkoop van elektrische auto’s bij de vervanging van niet-repressieve voertuigen. We sluiten hierbij aan bij branche brede ontwikkelingen, zoals de duurzaamheidsagenda vanuit de Veiligheidsregio’s en de Green deal duurzame zorg vanuit GGD-GHOR. Naast onze footprint zetten we ons ook in met onze fingerprint door onze expertise op de terreinen van gezondheid en veiligheid in te zetten in bijvoorbeeld planvorming. Planning 2025 De planning was om eind 2024 aan de slag te gaan met het meetbaar maken van de resultaten van onze reducerende maatregelen door het inrichten van de CO2-prestatieladder als ondersteunend instrument.

Deze planning is niet gerealiseerd vanwege capaciteitsgebrek. In 2025 staat deze alsnog op de planning. Graag gaan wij daarnaast met bestuur en gemeenten in gesprek om de ambitie van VGGM op dit vlak verder uit te werken. Hierin nemen we ook graag de duurzaamheid van de gebouwen die in gemeentelijk eigendom zijn mee. Beleidskader 2026 VGGM wil minimaal voldoen aan de doelen zoals gesteld in het Klimaatakkoord en aan de wet- en regelgeving. Dit doen we door het stellen van concrete doelen en het monitoren van de resultaten. Daarnaast is de gezamenlijk vastgestelde ambitie basis voor verder activiteiten. Risico dat we lopen Belangrijkste risico is het niet kunnen voldoen aan wet- en regelgeving door het nemen van onvoldoende maatregelen en/of het niet zichtbaar kunnen maken van de resultaten. Financiële impact Uitdaging en streven in de komende jaren is het terugbrengen van de CO2-footprint met maatregelen die binnen de budgettaire kaders vallen. Mogelijk leiden maatregelen tot keuzes of hogere kosten. Dan gaan we daarover met het bestuur in gesprek.

Versie:2 december 2024

Pagina

23

7.3

Arbeidsmarktbeleid en -communicatie

Aanleiding VGGM ervaart de krapte op de arbeidsmarkt. Dit geldt op dit moment met name voor medisch personeel, ICT’ers en specialisten op gebied van bijvoorbeeld bedrijfsvoering en risicobeheersing. Dit zijn cruciale functies om de continuïteit in uitvoering te borgen. Het verbeteren van onze arbeidsmarktstrategie en – communicatie is belangrijk om als werkgever een gezond personeelsbestand te hebben en te houden. We willen graag gerichte maatregelen kunnen nemen op gewenste instroom, doorstroom en het voorkomen van ongewenste uitstroom. Inclusie is daarbij een belangrijk thema. Hierbij kijken we ook naar de opgebouwde kennis op dit thema bij onze verbonden gemeenten. Een gezond personeelsbestand draagt bij aan ons streven om zo min mogelijk te werken met tijdelijke inhuur. Ontwikkeling van benodigde kennis en vaardigheden is een belangrijk aandachtspunt voor het binden en boeien van medewerkers en om nieuwe kennis en technologieën effectief te kunnen benutten. Planning 2025 We starten een project voor arbeidsmarktbeleid- en communicatie. We hebben ons in 2024 aangesloten bij het Diversiteitsnetwerk van partners in de regio Arnhem. Beleidskader 2026 In 2026 gaan we door met het arbeidsmarktbeleid. Ook starten we een project voor het goed borgen van opleiding en ontwikkeling binnen de organisatie.

Risico dat we lopen Door de arbeidsmarktkrapte staan sommige vacatures langer open dan gewenst en/of moeten we concessies doen. Dit laatste betekent bijvoorbeeld dat we meer tijd en energie moeten steken in het zelf opleiden van nieuwe medewerkers. Een uiterste maatregel kan zijn dat we dienstverlening moeten aanpassen, omdat er onvoldoende capaciteit of extern moeten inhuren tegen hogere kosten. Financiële impact Een deel van de versterking in formatie is geborgd binnen het programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren. Voor de uitwerking van de arbeidsmarktcommunicatie is voorzien in een investering in de website (werken bij) en werving via sociale media met ondersteunende communicatiemiddelen. Dit wordt gevonden in budget voor het programma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=eb1f9903-3e6f-4ac5-b39f-9482364d0264