Jaarverslag en Jaarrekening 2024
Tekst van het document
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland
&
JAARVERSLAG JAARREKENING
2024
‘Wij staan voor een krachtige en samenhangende aanpak van regionale vraagstukken in het sociaal domein’
Zorg
Participatie
Onderwijs
INHOUD Voorwoord 2 1. Inleiding 4 2. Samenstelling Bestuur/Commissies
5
3. Jaarverslag Programmaplannen 6 3.1 Thema Zorg 6 3.2 Thema Onderwijs 13 3.3 Thema Participatie 17 3.4 MGR Beheerorganisatie 24 4. Paragrafen
28
5. Jaarrekening 5.1 Financiële verantwoording
34
5.2 Controleverklaring
47
Bijlagen Overzicht van de afrekening per module
54
Zorg
Onderwijs
Participatie
Voorwoord Hierbij bieden wij u het jaarverslag en de jaarrekening 2024 aan van onze Modulaire Gemeenschappelijke Regeling voor het sociaal domein in Centraal Gelderland (MGR SDCG). We noemen het expliciet ‘onze’ MGR omdat deze regeling de uitvoering van diverse taken verzorgt in opdracht van de deelnemende gemeenten en voor hun inwoners. Voor de MGR SDCG kenmerkte het jaar 2024 zich door veranderingen in de organisatie, voorbereiding op en uitvoeren van nieuwe taken. Wat bleef was de grote en onvoorwaardelijke betrokkenheid van onze medewerkers bij de uitvoering van de belangrijke taken die wij vervullen in de regionale zorgvoorzieningen. Bij het Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre (RBL) veranderde de organisatiestructuur met als doel de regionale uitvoering beter te laten aansluiten op de lokale uitdagingen. Tevens is er een personele inhaalslag gemaakt in verband met toegenomen en complexere verzuimmeldingen. De Wet van School naar duurzaam werk heeft in 2024 zijn schaduw vooruit geworpen. Het RBL bereidt zich hierop voor en trekt hierbij samen op met gemeenten, scholen, andere regionale partners én het Werkgeversservicepunt Midden-Gelderland (WSP). Het WSP is voor deze regionale aanpak een route naar de arbeidsmarkt. Het WSP vormt een belangrijke schakel in de samenwerking met de partners voor de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur.
Het WSP heeft in 2024 o.a. de dienstverlening, op het gebied van SROI (social return on investment) en als regionaal verbinder statushouders, versterkt voor een meer inclusieve arbeidsmarkt. In 2024 startte ook de nieuwe module Regionale Facilitering Zorg (RFZ). Hiermee hebben we de regionale activiteiten geborgd en de adviseurs op het gebied van (jeugd)zorg een plek gegeven. Onder andere bij deze module zien we dat ontwikkelingen en opgaven in het sociaal domein naast een lokaal ook een regionaal en soms een bovenregionaal karakter hebben. Het is de uitdaging van de MGR SDCG om de regionale taken kwalitatief, rechtmatig en financieel aantrekkelijk voor de gemeenten uit te voeren. De druk op de gemeentelijke begrotingen en de rem op de uitgaven, denk daarbij aan de komst van het ravijnjaar 2026, maakt deze uitvoering niet gemakkelijker. In het licht van een krappe arbeidsmarkt en forse uitdagingen in het sociaal domein, ontstaan er aan de andere kant meer kansen om samen te gaan werken. Bijvoorbeeld hoe we samen talent aan onze organisaties en regio kunnen binden en ‘ziek en piek’ van onze medewerkers kunnen opvangen. De samenwerking van de 11 gemeenten in onze regio heeft met MGR SDCG een stabiele basis, met de belangen die we vertegenwoordigen, de (gezamenlijke) regie die we als gemeenten voeren én de democratische verantwoording richting colleges en raden.
In dit jaarverslag kunt u teruglezen wat de MGR SDCG voor de gemeenten en inwoners heeft gedaan. Met elkaar en voor elkaar. Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de MGR sociaal domein centraal Gelderland op 27 maart 2025, T.A.F.A. Klomberg Voorzitter MGR SDCG
S. van den Brand Directeur
3
1. Inleiding 1.1 Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland Binnen de regio centraal Gelderland hebben 11 gemeenten (Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Wageningen, Westervoort en Zevenaar) de samenwerking binnen het sociaal domein geformaliseerd in een Modulaire Gemeenschappelijke Regeling voor het sociaal domein (MGR SDCG). Binnen de MGR SDCG wordt op verschillende terreinen samengewerkt in samenwerkingsmodules op het terrein van Zorg, Onderwijs en Participatie. De MGR SDCG bestaat uit zes modules en een beheerorganisatie. In onderstaand schema kunt u aflezen welke gemeenten per module deelnemen. Deelnemende gemeenten per module Arnhem
Beheer
Inkoop SDCG
RFZ
Onderwijs
WSP
WgSW
CMI
√
√
√
√
√
√
√
Doesburg
√
√
√
√
√
√
Duiven
√
√
√
√
√
√
√
Lingewaard
√
√
√
√
√
√
√
Overbetuwe
√
√
√
√
√
√
√
Renkum
√
√
√
√
Rheden
√
√
√
√
√
√
√
Rozendaal
√
√
√
√
√
√
√
Wageningen
√
√
√
Westervoort
√
√
√
√
√
√
√
Zevenaar
√
√
√
√
√
√
√
1.2 Inleiding op jaarverslag en jaarrekening De programmaverantwoording van de MGR SDCG bevat een beeld van ontwikkelingen in het algemeen en per module in het bijzonder, de verrichte werkzaamheden en gerealiseerde doelen en wat het heeft gekost. In deze programmaverantwoording worden per module de volgende onderwerpen toegelicht:
Omgeving
a. Ontwikkelingen: Wat waren de ontwikkelingen waar we mee te maken hebben gehad? b. Partners en netwerk: Met welke partners en netwerk hebben we deze resultaten behaald?
Activiteiten
c. Doelen: Wat hebben we bereikt? In welke mate zijn de beoogde doelstellingen gerealiseerd? d. Aanpak: Wat hebben we gedaan? Op welke wijze hebben we de beoogde maatschappelijke effecten bereikt?
Cijfers
e. Realisatie: Wat heeft het gekost? De gerealiseerde baten en lasten. De afrekening per gemeente, per module is te vinden in de bijlage. Bij de programmaverantwoording van Beheer wordt ook de ontwikkeling van de overheadlasten verklaard.
4
2. Samenstelling bestuur en commissies De MGR SDCG kent een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB). Het DB en de voorzitter wordt uit het AB gekozen. Daarnaast kennen vijf modules een Bestuurscommissie en de module Regionale Facilitering Zorg (RFZ) kent een Adviescommissie. De samenstelling van het bestuur en bestuurscommissies is als volgt:
Samenstelling Algemeen Bestuur op balansdatum AB-lid Maurits van der Geijn Birgit van Veldhuizen Marieke Overduin Nick Hubers Rik van den Dam Arend Meijer Dorus Klomberg (voorzitter) Simon Warmerdam Guido van Vulpen Peter Pennekamp Arthur Boone
Plaatsvervangend AB-lid Marco van der Wel Loes van der Meijs-van der Laar Joyce Zwaga-Komen Aart Slob Chantal Teunissen Joa Maouche Paul Hofman Tineke van der Pas Maud Hulshof Jan Derksen Stef Bijl
Gemeente Arnhem Doesburg Duiven Lingewaard Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Wageningen Westervoort Zevenaar
Samenstelling Dagelijks Bestuur op balansdatum AB-lid Dorus Klomberg Maurits van der Geijn Birgit van Veldhuizen Sjaak van den Brand
Functie Voorzitter Plv. voorzitter Lid Ambtelijk secretaris/Directeur
Gemeente Rheden Arnhem Doesburg
Samenstelling Bestuurscommissies op balansdatum Gemeente Arnhem Doesburg Duiven Lingewaard Overbetuwe Renkum
Zorg (inkoop) Marco van der Wel Bart Elbers Marieke Overduin Aart Slob (Plv. voorzitter) Chantal Teunissen Eline Vink
Rheden Rozendaal Wageningen Westervoort Zevenaar Regiosecretaris Module manager
Gea Hofstede (voorzitter) Tineke van der Pas Guido van Vulpen Jan Derksen Stef Bijl Marrit Gouverneur Emma Nikkelen
Onderwijs (RBL) Nermina Kundic Joyce Zwaga-Komen Nick Hubers Chantal Teunissen Arend Meijer
Participatie (WSP, WgSW, CMI) Mark Lauriks Bart Elbers Joyce Zwaga-Komen Johan Sluiter Rick van den Dam
Ronald ter Hoeven Tineke van der Pas
Gea Hofstede Tineke van der Pas
Peter Pennekamp Bart Kagei Semih Rayman Inge Hoogland
Laura Kaper Stef Bijl (voorzitter) Helga van de Weerd Meggie Rutten
Samenstelling Adviescommissie op balansdatum
De module RFZ kent een Adviescommissie bestaande uit Aart Slob (vanuit het RPO Zorg), Esther van Haarlem (voorzitter Rao Zorg) en Marrit Gouverneur (regiosecretaris Zorg). Emma Nikkelen is aangesloten vanuit haar functie als modulemanager van RFZ en Inkoop SDCG.
5
3. Programmaplan 3.1 Thema Zorg Module Inkoop Zorg Omgeving
Met welke ontwikkelingen hebben we te maken gehad? In de doorontwikkeling van zorgvormen, de inkoop en het contractmanagement zijn zowel nieuwe producten toegevoegd als bestaand zorgaanbod gewijzigd en verbeterd. Met als doel het beter op elkaar laten aansluiten van de zorgvraag en het zorgaanbod. In het regionaal contractmanagement worden aanbieders meer gestuurd op het leveren van integrale zorg. Hiermee sluit de kwaliteit van zorg én de in- en doorstroom beter aan bij de hulpvraag van inwoners. Implementatie uitkomsten tarievenonderzoek Om te bepalen of de huidige tarieven reëel waren voor alle aanbieders, is eind 2023 een volledig tarievenonderzoek uitgevoerd door een onafhankelijke partij. De nieuwe tarieven zijn per april 2024 geïmplementeerd omdat deze ingangsdatum recht doet aan zowel de financiële belangen van gemeenten als van aanbieders. Om de raden van onze deelnemende gemeenten zo goed mogelijk te informeren over de ontwikkelingen op dit dossier, heeft Inkoop SDCG diverse raadsinformatiebrieven opgesteld en heeft er een evaluatie plaatsgevonden van het proces rond het tarievenonderzoek. De evaluatie laat zien dat het onderzoek op een juiste en transparante wijze is uitgevoerd. Een meerderheid van de aanbieders is tevreden over de wijze waarop de regiogemeenten opnieuw reële tarieven hebben vastgesteld.
Met enkele aanbieders zijn bestuurlijke gesprekken gevoerd om de uitkomsten te bespreken en de regionale samenwerking te versterken. Besluitvorming definitieve indexering 2025 In de contracten met aanbieders is vastgelegd dat de vergoeding voor indexatie van tarieven (ontwikkeling loonkosten en materiele kosten) een jaar later worden verrekend. De indexatie voor 2025 is gebaseerd op de OVA (overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling) en CPI (consumentenprijsindex) van 2024. Het tariefonderzoek dat in Q4 van 2023 is uitgevoerd, heeft rekening gehouden met de toen bekende ontwikkelingen van 2024. Besloten is om indexatie per 1 januari 2025 conform contracten toe te passen en een voorstel uit te werken hoe bij de verlenging van de overeenkomsten per 1 juli 2025 een correctie op de indexering kan worden gedaan. Dit sluit ook aan bij de aanbevelingen van het onderzoeksbureau tarievenonderzoek om de tarieven meerjarig reëler te houden. Signalen aanbieders Er zijn in het afgelopen jaar diverse signalen geweest rondom de financiële gezondheid van aanbieders. Inkoop SDCG is betrokken in het verhelderen van vraagstukken, het zoeken naar structurele oplossingen en de communicatie richting alle belanghebbenden.
Met welke partners en netwerk hebben we deze resultaten behaald? Wij hebben de resultaten kunnen behalen door intensieve samenwerking met de collega’s binnen de regiogemeenten en de gecontracteerde aanbieders. Inkoop SDCG is de verbinder tussen de regiogemeenten en de aanbieders die de ingekochte zorg/hulp bieden aan de inwoners. Daarnaast werken we bovenregionaal met 7 Gelderse jeugdregio’s samen aan een dekkend zorglandschap voor zeer specialistische hulp.
6
Activiteiten Wat hebben we bereikt? Zijn onze beoogde doelstellingen gerealiseerd? In 2024 hebben meerdere onderzoeken plaatsgevonden. Zowel onderzoeken die bijdragen een aan hogere kwaliteit van dienstverlening door Inkoop SDCG als onderzoeken met betrekking tot betere beheersing van (zorg)kosten en het beschikbaar hebben van voldoende passende zorg. Alle onderzoeken zijn afgerond en op basis van de resultaten zijn (of worden) concrete aanbevelingen gedaan. Het betreft de volgende onderzoeken: Onderwerp onderzoek
Status
Concreet opgeleverd
Doorontwikkeling zorgvorm Behandeling
Onderzoek afgerond
Kwaliteitstoezicht
Onderzoek afgerond aanbeveling overgenomen
Taakstelling begroting MGR
Onderzoek afgerond, verder voorstel wordt in 2025 uitgewerkt Onderzoek afgerond
Samen met regiogemeenten wordt gewerkt aan een herijking van de ingekochte zorg. Toepassen Wet Bibob in regionale contracten en Thematoezicht als nieuwe proactieve toezichtsvorm toegevoegd. Onderzoeksresultaten zijn gedeeld met BC Inkoop Zorg
Tariefdifferentiatie Regionaal dashboard zorggegevens Zoektool
Evaluatie uitgevoerd, analyse en aanbevelingen worden geformuleerd Onderzoek afgerond aanbeveling overgenomen
Routekaart mogelijkheden tarief differentiatie. De evaluatie en aanbevelingen worden in 2025 opgeleverd. Aanbevelingen opgenomen in verbeterde zoektool, juli 2024 gelanceerd.
Invoering Wet Bibob in regionale contracten Met de Wet Bibob kunnen gemeenten voorkomen dat zij (ongewild) bijdragen aan het faciliteren van criminele activiteiten door aanbieders. Besloten is om binnen de regionale inkoop van zorg en ondersteuning binnen de Wmo en Jeugdzorg de Wet Bibob als toetsingsinstrument toe te passen, zowel tijdens inkoopprocedures (preventief) als gedurende de contractering (reactief). Inkoop Verblijf Jeugd & Essentiële functies jeugd Per 1 juli 2024 respectievelijk 1 januari 2025 zijn de nieuwe raamovereenkomsten gestart voor de zorgvormen Verblijf Jeugd en Essentiële functies. Hiermee creëren we in regio Centraal Gelderland een dekkend zorglandschap voor jeugdigen die een complexe hulpvraag hebben. Met de inkoop van deze (zeer) specialistische jeugdhulp lopen we als regio voor op de Hervormingsagenda Jeugd. Inkoop inburgering Regiogemeenten hebben verzocht in 2024 de inkoop van inburgeringstrajecten uit te voeren. Deze extra werkzaamheden zijn uitgevoerd en de nieuwe overeenkomsten inburgering zijn per 1 januari 2025 van kracht. Zoals eerder genoemd gaat de module Contractmanagement Inburgering per 1 januari 2025 van bestuurscommissie Participatie over naar bestuurscommissie Zorg. Doorontwikkeling zorgvorm Behandeling en Beschermd wonen In 2024 zijn we samen met de regiogemeenten gestart met de doorontwikkeling van de zorgvorm Behandeling.
Omwille van kwaliteit en zorgvuldigheid is er voor gekozen om voldoende tijd te nemen en samen met de regiogemeenten en aanbieders te focussen op aanbod dat aansluit bij de behoeften van de inwoners.
7
Zoektool gecontracteerd aanbod De nieuwe zoektool gecontracteerd aanbod is medio 2024 live gegaan. Hiermee kan de lokale toegang passend aanbod vinden bij een hulpvraag. De werking is vereenvoudigd zodat aanbieders en specialismen eenvoudiger vindbaar zijn. Op basis van diverse ontwikkelpunten worden in januari 2025 enkele nieuwe functies toegevoegd. De pilot voor het inzichtelijk krijgen van wachttijden bij Huishoudelijke ondersteuning is afgerond. Het is mogelijk om wachttijden te registreren in de zoektool, maar de werking is afhankelijk van de mate waarin aanbieders de tool vullen. Arbeidsmarktkrapte Met het regionaal prioriteren van werkzaamheden is het oppakken van het regionaal plan van aanpak arbeidsmarktkrapte tijdelijk on hold gezet. In dit plan zijn diverse mogelijkheden verkend hoe de instroom van professionals vergroot kan worden en hoe we de professionals kunnen behouden in de zorg. Dit plan wordt in 2025 door een regionale werkgroep opgepakt en verder uitgewerkt.
8
Cijfers Realisatie Het resultaat van de module Inkoop Zorg is € 14.000 positief. De gemeentelijke bijdragen worden met dit bedrag verlaagd.
Toelichting lasten • Personeelslasten vallen hoger uit dan begroot. Dit wordt primair veroorzaakt door het invullen van vacatureruimte met inhuurcapaciteit, en een dotatie aan de voorziening verlofsparen. • Uitvoeringslasten vallen lager uit dan begroot. Advieskosten voor Wmo-toezicht en de BIBOP toetsing vallen hoger uit dan begroot (nadeel € 40.000). Dit wordt echter gecompenseerd door een voordeel op de advocaatkosten (€ 20.000) en Verbindingsdag (€ 25.000). De verwachte doorontwikkeling van ICT-software is zelfstandig door de leverancier ingezet zonder opdracht van Inkoop SDCG, waardoor een aanvullend voordeel is ontstaan (€ 25.000). • Overheadlasten vallen hoger uit dan begroot als gevolg van een hogere afrekening van de ICT-leverancier en een dotatie aan de voorziening verlofsparen. Toelichting baten en bestemmingsreserve • De gemeentelijke bijdragen worden na afrekening verlaagd met € 14.000. • Er zijn geen mutaties op de bestemmingsreserve, de stand per 31-12-2024 is € 50.000.
9
Module Regionale Facilitering Zorg Omgeving
Met welke ontwikkelingen hebben we te maken gehad? Regiosecretariaat In 2024 hebben de regiogemeenten een opdracht vastgesteld voor het versterken van de regionale samenwerking. Met uitvoering van deze opdracht ontstaat een nieuwe regionale structuur gebouwd vanuit de inhoudelijke opgaven van de regio met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Het regiosecretariaat werkt actief mee aan deze ontwikkeling en deze ontwikkeling heeft impact op de toekomstige werkzaamheden. Daarnaast waren in 2024 personele ontwikkelingen van invloed op het werk bij het regiosecretariaat. Na afwezigheid en pensionering is nieuwe ondersteuning aangetrokken en ingewerkt. Regioadvies Jeugd en regionale activiteiten Voor het regionaal advies Jeugd geldt dat regiogemeenten een jaarlijks ‘Uitvoeringsplan Jeugd’ vaststellen waarin staat welke thema’s worden opgepakt. Voor 2024 geldt dat de regiogemeenten bij collegebesluit in december 2023 het ‘Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland’ hebben vastgesteld. Behaalde resultaten en ontwikkelingen in 2024 zijn onderdeel van de herijking van dat uitvoeringsplan voor 2025. De module is op 1 januari 2024 ondergebracht binnen de MGR SDCG en 2024 stond in het teken van opbouw van de module. Er zijn op elkaar in grijpende personele ontwikkelingen binnen de module en de regionale samenwerking met regiogemeenten geweest.
De regioadviseurs jeugd hebben vanwege onderbezetting noodgedwongen prioriteiten gesteld, waarbij duidelijk werd dat sturing vanuit regiogemeenten op de inhoudelijke prioriteiten noodzakelijk is. Daarmee moest voorkomen worden dat de omvang van de opdracht van de regiogemeenten onvoldoende aansloot bij de beschikbare bemensing. Dit is meegenomen in de ontwikkeling van het Uitvoeringsplan jeugd voor 2025. De capaciteit is randvoorwaarden voor het uitvoeren van het ‘Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland’ behoeven aandacht, daarom is per 2025 naast een concretisering van rollen en taken ook aandacht voor de benodigde capaciteit op regionaal niveau (gemeenten en MGR) om de gestelde doelen te kunnen behalen.
Met welke partners en netwerk hebben we deze resultaten behaald? Het regiosecretariaat en de regioadviseurs jeugd werken zowel met bestuurlijke en ambtelijke collega’s van de regiogemeenten samen om respectievelijk de bestuurlijke en ambtelijke overleggen efficiënt en effectief te ondersteunen en de bestuurlijke en ambtelijke opdrachten zoals opgenomen in het ‘Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland’ efficiënt en effectief uit te voeren.
Activiteiten Wat hebben we bereikt? Zijn onze beoogde doelstellingen gerealiseerd? Opbouw en professionalisering Het team heeft een eerste stap gezet in professionalisering en opbouwen van het team als geheel. Door personele wisselingen blijft dit wel een punt van aandacht. De impact hiervan is, mede door de beperkte omvang van het team, groot.
10
Regiosecretariaat Het regiosecretariaat heeft in 2024 procesmatig werken geïmplementeerd en werkzaamheden zijn beschreven in werkinstructies. Binnen het project archivering is op de administratie die vanuit de regiogemeenten is overgekomen een professionaliseringsslag gemaakt en het archief is geordend. In 2025 wordt het project archivering afgerond. Ook zijn twee heidagen georganiseerd en is actief een bijdrage geleverd aan het project Versterken Regionale Samenwerking. Dit alles naast de reguliere ondersteuning van de bestuurlijke (RPO Zorg, BC Inkoop Zorg, Adviescommissie RFZ) en ambtelijke overleggen (RAO Zorg), de facilitaire ondersteuning en het beheer van contactpersonen. Regioadvies Jeugd en regionale activiteiten De plannen van aanpak zijn geconcretiseerd en vastgesteld door het RPO Zorg. De plannen zijn verdeeld over drie hoofdthema’s zoals benoemd in het ‘Uitvoeringsplan Jeugd Regio Centraal Gelderland’: Kind en gezinsbescherming; Sterke lokale toegang; Complexe hulpvragen.
11
Cijfers Realisatie Het resultaat van de module Regionale Facilitering Zorg is € 84.000 positief. De gemeentelijke bijdragen worden met dit bedrag verlaagd.
Toelichting lasten Regiosecretariaat • Personeelslasten vallen € 30.000 lager uit als gevolg van vacatureruimte in het eerste kwartaal. • Uitvoeringslasten vallen lager uit dan begroot als gevolg van beperkte invulling aan regionale bijeenkomsten. • Overheadlasten volgen de begroting. Toelichting baten Regiosecretariaat • Gemeentelijke bijdragen voor het regiosecretariaat worden verlaagd met € 39.000. Toelichting lasten Regioadvies Jeugd • Personeelslasten vallen € 83.000 hoger uit dan begroot als gevolg van inhuur voor ziektevervanging. • Uitvoeringslasten bestaan uit kosten voor regionale bijdragen zoals de G7 kosten en regionale projecten jeugdzorg. Als gevolg van minder inzet op de regionale projecten vallen de uitvoeringslasten € 90.000 lager uit, bestaande uit € 20.000 uitvoeringskosten en € 70.000 regionale projecten. • Overheadlasten volgen de begroting. Toelichting baten Regioadvies Jeugd • Gemeentelijke bijdragen voor het regioadvies en regionale projecten worden verlaagd met € 44.000. • Overige baten bestaan uit € 40.000 Bovenregionaal Expertisenetwerk (BOEG)-middelen als compensatie voor zorgaanbieders die deelnemen aan de Regionaal Expert Tafel (RET). Toelichting bestemmingsreserve module RFZ • Er is voor deze module geen bestemmingsreserve ingesteld.
12
Programmaplan 3.2 Thema Onderwijs Module Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre (RBL) Omgeving
Met welke ontwikkelingen hebben we te maken gehad? •
• •
De eerder ingezette stijgende lijn in het aantal verzuimmeldingen heeft zich in het afgelopen schooljaar verder doorgezet met een stijging van 23 % ten opzichte van het vorige schooljaar. Daarnaast is de toegenomen zwaarte en complexiteit van de meldingen een verzwarende factor die van invloed is op onze dienstverlening. Deze ontwikkeling vraagt meer en langduriger inzet van de consulenten. Dit zet de continuïteit en kwaliteit van de huidige dienstverlening van het RBL onder druk. Het aantal leerlingen op de Internationale Schakelklas (ISK) is flink gestegen. Het gevolg hiervan is dat ook het aantal verzuimmeldingen vanuit de ISK fors is gestegen. De invoering van de nieuwe wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’ is uitgesteld. Naar verwachting treed de wet in plaats van 1 augustus 2025 op 1 januari 2026 in werking.
Met welke partners en netwerk hebben we deze resultaten behaald? Het RBL werkt binnen het sociaal domein intensief samen met scholen, gemeenten, jeugdartsen en andere professionals op casusniveau en zijn we actief deelnemer aan het regionaal programma vroegtijdig schoolverlaten (vsv). Verschillende medewerkers van het RBL zijn betrokken bij projecten en werkgroepen in de regio op de thema’s onderwijs, zorg en participatie. Op deze manier delen we onze kennis en expertise en houden we aansluiting bij onze samenwerkingspartners. Het afgelopen jaar hebben we ons gericht op o.a.: • het Openbaar Ministerie over de onderlinge samenwerking, effectieve aanpak verzuim en afhandeling van Processen Verbaal. • de samenwerkingsverbanden in de regio over de gegevensdeling van thuiszittende leerlingen. • het veiligheidsdomein; we hebben afspraken gemaakt met gemeenten en scholen over het delen van gegevens, waartoe alleen het RBL toegang tot heeft. • de samenwerking met de sociale (wijk)teams, onder andere over de jeugdbeschermingstafel. • het versterken van de samenwerkingsrelatie met de scholen door het starten met jaargesprekken.
Activiteiten Wat hebben we bereikt? Zijn onze beoogde doelstellingen gerealiseerd? Het RBL heeft de ambitie dat zoveel mogelijk jeugdigen een route volgen naar een startkwalificatie1. Jeugdigen die ongeoorloofd verzuimen of (dreigen) uit te vallen, begeleidt het RBL terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid. Jongeren in een kwetsbare positie houden we in beeld. Het RBL legt inhoudelijk verantwoording af en duidt de resultaten op verschillende momenten gedurende het jaar, met o.a. een halfjaarlijkse monitor, de Doorstroompunt-effectrapportage in het voorjaar en het jaarverslag en de artikel 25 rapportage (leerplicht) in het najaar. Het jaarverslag van het RBL over schooljaar 2023-2024 is door het algemeen bestuur van de MGR vastgesteld en ter informatie aangeboden aan de deelnemende gemeenteraden en is gepubliceerd op onze Website. 1Een startkwalificatie is een diploma op ten minste mbo-2, havo of vwo-niveau.
13
Beleidsindicatoren taakveld Onderwijs¹ Beleidsindicatoren
20222
20232
2024
Landelijk gemiddelde (2023)2
Absoluut verzuim3 (per 1.000 leerplichtigen)
1,6
1,0
1,44
6,3
Relatief verzuim (per 1.000 leerplichtigen)
32
37
474
27
VSV-percentage regio Arnhem (12-23 jaar)
2,4%
2,6%
Prognose5: 2,8%
2,3%
Toelichting beleidsindicatoren • Afgelopen schooljaar hebben we een stijging gemeten in het aantal absoluut verzuimmeldingen (jongeren zonder schoolinschrijving). Deze lijkt grotendeels te verklaren door nieuwkomers die vanwege migratie kort in de regio verblijven en nog niet konden worden ingeschreven op een school vanwege wachttijden bij de ISK-afdelingen. Deze groep beslaat een derde van het totaal aantal absoluut verzuimmeldingen. • Het aantal meldingen van relatief (wettelijk) verzuim is opnieuw gestegen. We signaleren al een aantal jaar een stijgende trend, zowel regionaal als landelijk. Wel ligt het aantal meldingen in onze regio aanzienlijk hoger dan het gemiddelde in Nederland en vergelijkbare regio’s. • Er is opnieuw een stijging in het aantal voortijdig schoolverlaters. De voortdurende krappe arbeidsmarkt waarin jongeren nog steeds worden verleid om aan het werk te gaan lijkt hierop van invloed. Daarnaast lijken persoonlijke factoren, zoals psychisch welbevinden, een rol te spelen bij voortijdige uitval. Dit blijkt onder andere uit cijfers die gepubliceerd worden over de mentale gezondheid onder jongeren.
Wat hebben we gedaan? Hebben we de beoogde maatschappelijke effecten bereikt? Het RBL voert de wettelijke taken uit op het gebied van leerplicht, kwalificatieplicht en is Doorstroompunt voor jeugdigen in de leeftijd van 5 tot 23 jaar. Daarnaast participeert het RBL bij het regionaal vsv-programma in verschillende teams en zijn we opdrachtnemer voor het Schakelpunt onderwijswerk en we leveren de programmaleider voor de Sluitende Keten en de coördinator van Team Overstap. Een aantal punten uitgelicht: • In 2024 is een nieuwe organisatiestructuur van het RBL geïmplementeerd en is de leerplichtformatie uitgebreid. Met de nieuwe structuur versterken we de verbinding met de (lokale) ketenpartners, de kwaliteit van dienstverlening en deskundigheidsbevordering om goed te kunnen inspelen op alle ontwikkelingen. • Vanwege de toename van het aantal verzuimmeldingen van het ISK is er meer formatie ingezet voor de ISK en zijn er aanvullende afspraken gemaakt met de ISK over de verzuimaanpak. • In voorbereiding op de nieuwe wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’ heeft het RBL de dienstverlening al uitgebreid voor jeugdigen vanaf 16 jaar op het praktijkonderwijs en speciaal onderwijs, jongeren in kwetsbare positie en is de rol van de transitiecoach geïntegreerd.
1 In de regeling ‘beleidsindicatoren gemeenten’ zijn drie beleidsindicatoren vastgesteld die door gemeenten in de programmaverantwoording opgenomen moeten worden: absoluut verzuim, relatief verzuim en het vsv- percentage. 2 Bron: DUO/Ingrado op website ‘Waarstaatjegemeente.nl’ 3 Het landelijk gemiddelde van absoluut verzuim ligt al een aantal jaar veel hoger en we zien grote verschillen tussen regio’s op de website ‘Waarstaatjegemeente’. We vermoeden dat dit te maken heeft met een verschil in registratie. Zo registreren wij absoluut verzuim wanneer na een administratieve controle blijkt dat leerlingen niet zijn ingeschreven en er actie vanuit leerplicht nodig is. Er zijn ook regio’s waarbij elke melding van absoluut verzuim als zodanig wordt geregistreerd. Hierdoor is het niet goed te vergelijken. 4 Bron: DUO art25 rapportage, oktober. Voor deze rapportage wordt een andere peildatum gebruikt dan het jaarverslag van het RBL. De cijfers wijken om die reden af. 5 Voorlopige VSV cijfers zijn pas in maart beschikbaar. De prognose is gebaseerd o.b.v. de stijging van het aantal vsv-meldingen in het schooljaar 2023-2024.
14
Cijfers Wat heeft het gekost? Er is een positief resultaat voor afrekening van € 357.000. De lasten van de module zijn binnen begroting gerealiseerd. Bij de realisatie na afrekening wordt de gemeentelijke bijdrage aan de sub-module leerplicht met € 139.000 verlaagd. De kosten voor regionale taken zijn € 217.000 lager dan begroot. Deze worden gefinancierd uit regionale middelen voor het Doorstroompunt en Jeugdwerkeloosheid.
Toelichting lasten Personeelslasten De personeelslasten vallen € 258.000 lager uit dan begroot. • Dit wordt met name veroorzaakt doordat vacatureruimte stapsgewijs ingevuld is en in een aantal gevallen lager ingeschaald is dan begroot. • In de begroting is rekening gehouden met € 109.000 aan loon- en inhuurkosten voor de pilot Transitiecoach. Uit de pilot is gebleken dat de betreffende werkzaamheden een grote mate van overlap kennen met de reguliere werkzaamheden van het Doorstroompunt, waardoor de werkzaamheden binnen de bestaande formatie zijn opgevangen. Hierdoor ontstaat een voordeel op de regionale bijdrage. Uitvoeringslasten • Uitvoeringslasten vallen hoger uit doordat de tolkkosten hoger zijn dan begroot (€ 7.000). Dit is met name een gevolg van de groei van de Internationale Schakelklas doelgroep. Overheadlasten De overheadlasten vallen € 89.000 lager uit dan begroot. De belangrijkste redenen hiervoor zijn: • De teamleidersfunctie is lager ingeschaald ten opzichte van de begroting en leidt tot een structurele besparing van € 20.000. In 2024 is er daarnaast een incidenteel voordeel van € 50.000 vanwege deze inschaling en doordat de vacatures in het eerste halfjaar nog niet ingevuld waren. • Communicatiekosten, volgend uit de implementatie van de nieuwe organisatiestructuur, valt goedkoper uit als begroot (€ 10.000).
• Enkele kleinere posten worden beperkt ingezet en als gevolg van later en goedkoper dan verwachte vacature-invulling ontstaat een voordeel op de indirecte overheadkosten voor informatieondersteuning (€ 10.000).
15
Toelichting baten en bestemmingsreserve Gemeentelijke bijdrage • De gemeentelijke bijdrage wordt verlaagd met € 139.000. Dit bedrag wordt terugbetaald aan de gemeenten. Regionale bijdrage ▪ De bijdrage voor de regionale taken van het Doorstroompunt vallen € 108.000 lager uit. ▪ De pilot Transitiecoach heeft niet geleidt tot aanwending van de toegekende subsidie, het bedrag van € 109.000 zal worden geretourneerd. Overige baten • Overige baten vallen hoger uit vanwege een ontvangen subsidie voor het project Jongeren in Beeld (€ 16.000). Reserve • Er zijn geen mutaties op de bestemmingsreserve, de stand per 31-12-2024 is € 50.000.
16
Programmaplan 3.3 Thema Participatie Het programma Participatie van de MGR bestaat uit drie modules: - WerkgeversServicepunt Midden-Gelderland (WSP- team met focus op gemeenten); - Werkgeverschap SW (WgSW); - Contractmanagement Inburgeringstrajecten (CmI)
Omgeving
Met welke ontwikkelingen hebben we te maken gehad? In 2024 is in de regio Midden-Gelderland gestart met de hervorming van de arbeidsmarkt infrastructuur. Daarmee sluit de regio aan bij de landelijke ontwikkelingen. Onderdeel daarvan is het toewerken naar een WerkCentrum waarbinnen de werkgeversdienstverlening wordt opgenomen. In dit bestuurlijke en samenwerkingsproces neemt het WSP actief deel. Na een proefperiode in 2023 maakt het steunpunt SROI (Social Return on Investment) vanaf 2024 formeel onderdeel uit van het WSP. Het steunpunt adviseert zowel gemeenten als ondernemers. Voor gemeenten richt het steunpunt zich op de taak die inkooporganisaties van gemeenten of gemeenschappelijke regelingen hebben om in hun aanbestedingen SROI-verplichtingen op te nemen. Het steunpunt ondersteunt ondernemers bij de uitvoering van gemeentelijke opdrachten/ contracten. Het team WSP-gemeenten is begin 2024 verhuisd naar een nieuwe locatie aan de Bruningweg 10 te Arnhem. Per februari 2024 is de functie van de Regionaal verbinder statushouders belegd bij het Werkgeversservicepunt. Hiermee wordt de kennis en expertise van het WSP over de doelgroep statushouders en de intensieve contacten die er zijn met werkgevers, optimaal benut.
Met welke partners en netwerk hebben we deze resultaten behaald? Voor alle drie de modules geldt dat intensief wordt samengewerkt met de deelnemende gemeenten. De vorm waarin dit gebeurt verschilt per module. ▪ Voor het WSP is deze samenwerking onder meer uitgewerkt in sub-regionale dienstverlening vanuit de “klaverbladstructuur”. Iedere gemeente heeft een eigen “eerste aanspreekpunt”. ▪ Voor WgSW is deze samenwerking met gemeenten meer op afstand en wordt deze vooral vorm-gegeven door de dienstverlening die samen met Scalabor aan gemeenten verleend wordt. ▪ Voor CmI is in 2024 de startende samenwerking ingevuld met deelname aan de regionale werkgroep Inburgering en het verbinden van de Regionaal verbinder statushouders. Daarnaast hebben de aanbieders van inburgeringstrajecten een SROI-verplichting waarbij het steunpunt SROI (onderdeel van het WSP) ondersteuning biedt.
Module Werkgevers ServicePunt Midden-Gelderland (WSP) WSP bestaat uit een team van medewerkers van UWV (WSP-UWV) en MGR (WSP-gemeenten). Gezamenlijk voeren wij de werkgeversdienstverlening uit en organiseren wij events en kennissessies. Daarnaast wordt veel samengewerkt met Scalabor, een breed scala aan grotere en kleinere organisaties rondom re-integratie, VNO-NCW, Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL), het Leerwerkloket, het onderwijs en Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven ( SBB.) Het WSP heeft intensief contacten met en afspraken over regionale dienstverlening en projecten zoals het RMT en de Regionale Aanpak Jeugdwerkloosheid. Landelijk wordt het WSP regelmatig gevraagd door bijvoorbeeld de Programmaraad (samenwerkingsverband waarin Divosa, de VNG, UWV en Cedris vertegenwoordigd zijn) om kennis te delen en presentaties te verzorgen.
17
Activiteiten
Wat hebben we bereikt? Zijn onze beoogde doelstellingen gerealiseerd? Het WSP is strategisch partner, een gids voor de werkgevers en draagt bij aan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Hierbij staat de vraag van de werkgever centraal. In de dienstverlening heeft WSP voor 2024 de focus gehad op vijf belangrijke pijlers: 1. Preventie en baanbehoud. Het WSP zet in op duurzame inzetbaarheid en baanbehoud. In 2024 zijn meerdere leerwerktrajecten opgezet. Bij deze trajecten wordt samengewerkt met het Leerwerkloket en onderwijsinstellingen. Ook speelt WSP een actieve rol gespeeld bij het stimuleren van de praktijkverklaringen in het mbo. WSP-gemeenten is gestart met ‘jobcoaching verkort statushouders’ om bij deze doelgroep een intensieve vorm van nazorg aan werkgever en (nieuwe) werknemer te kunnen bieden. 2. Inclusieve arbeidsmarkt. Het WSP zet zich in voor het ontmoeten en verbinden van inclusieve werkgevers middels diverse kanalen. Van kennissessies over cultuursensitief werken tot presentaties over praktijkleren en specifieke doelgroep-events waaronder het stage- en banenfestival voor praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso) en entreeonderwijs. 3. Maatwerk. Werken vanuit de bedoeling met oog voor de menselijke maat. Daar waar de dienstverlening knelt en een directe match niet mogelijk lijk kijkt het WSP verder naar mogelijkheden.
Het WSP zet hierbij, in overleg met de betrokken partners en werkgevers, verschillende vormen van maatwerkoplossingen in zoals praktijkleren, praktijkroute, verruimde Loonkostensubsidie, aanbodgericht matchen en een verlengde proefplaasting. Doel is een duurzame plaatsing en een goede match voor zowel de werkgever als de betrokken werkzoekende. 4. Drempelloze klantreis. Het WSP stelt de werkzoekenden en werkgevers centraal waardoor een zo soepel mogelijk werving- en selectieproces wordt ervaren. Het is daarbij cruciaal om zowel de interne- als de externe samenwerking met onze partners goed te stroomlijnen. Dit is in 2024 verder vormgegeven. 5. Intensiveren samenwerking. Klant & Service van UWV, Arbeidsjuridische Dienstverlening (AJD) van UWV en Economische Zaken van gemeenten. Het team WSP-gemeenten maakt intensief gebruik van de regionaal arbeidsdeskundige die door UWV is aangesteld. De samenwerking met de Arbeidsjurisdiche Dienstverlening UWV is goed. Zij hebben in 2024 een kennissessie gegeven aan het WSP. Accountmanagers van het WSP kunnen juridische vraagstukken voorleggen. De contacten met Economische Zaken zijn vanuit de subregionale dienstverlening vormgegeven. Samen met de accountmanagers van de gemeenten wordt gekeken naar de lokale ontwikkelingen en arbeidsmarktkansen.
Verder zijn de volgende resultaten bereikt: • Uit de landelijke monitor naar de werkgeverstevredenheid blijkt dat WSP Midden-Gelderland, met een 8.0 landelijk op een prachtige gedeelde 2e plaats staat. Een mooi resultaat waar we trots op zijn. Als strategisch partner scoort het WSP Midden-Gelderland hoog op zowel kennis en advisering als op de ondersteuning bij werving en selectie. • In 2024 zijn in totaal acht Harrie-trainingen en twee intervisiebijeenkomsten georganiseerd. Ook is in 2024 de eerste ‘Harrie helpt’ statushouderstraining georganiseerd voor werkgevers. • Om een goed beeld te hebben van de werkzoekende/klanten uit de bestanden van de gemeenten, is het WSP dichter bij gemeenten georganiseerd. Het WSP is bij alle gemeenten wekelijks aanwezig om arbeidsmarktkennis te delen (vacatures, bijeenkomsten, leer/ werk trajecten) en om direct samen met de betrokken consulenten te matchen. Daarnaast vinden ieder kwartaal kwartaalevaluaties plaats, zijn per gemeente ambities afgestemd en is de samenwerking met Economische zaken per gemeente ingericht. • Voor een toenemend aantal bedrijven in alle branches is het WSP een strategische gids op het gebied van personeel. We zien een toename in het aantal contacten met een strategisch component en een kwantitatieve toename van lokale bedrijven waarmee het WSP voor het eerst contact heeft gehad.
• Binnen het WSP is geïnvesteerd in verdere professionaliseren van de collega’s en samenwerking onderling middels het organiseren van zes kennissessies, het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling en het inregelen van intervisiebijeenkomsten.
18
Wat hebben we gedaan? Hebben we de beoogde maatschappelijke effecten bereikt? Het WSP is strategisch adviseur voor werkgevers op het gebied van HR-vraagstukken, het organiseren van begeleidingsinstrumenten en het faciliteren van voorzieningen. Voor het WSP is het passend en duurzaam plaatsen op betaald werk van werkloze werkzoekenden uit de bestanden van gemeenten en UWV een van de belangrijkste doelstellingen. Het WSP heeft in 2024 in het kader van “ontmoeten & verbinden” diverse kleinere en een drietal grote events georganiseerd. Het inclusief werkgeverschap is actief onder de aandacht gebracht. wij trekken in de regio daarin samen op binnen het ‘Inclusief werkgeversnetwerk Samen voor een Baan’. Werkzoekenden en regionale partijen, van onderwijs tot ketenpartners en private partijen tot vluchtelingenwerk, zijn met werkgevers in contact gebracht voor het uitwisselen van kennis en expertise. Het team WSP heeft met de gemeenten in Midden-Gelderland voor 2024 met name kwalitatieve resultaatafspraken gemaakt op het gebied van samenwerking, vacaturevervulling en plaatsingen. De aantallen worden gemonitord en gerapporteerd. In totaal zijn in 439 plaatsingen geregistreerd. Dit aantal is niet volledig. Onder andere door registratieachterstand , het niet verkrijgen van NAW-gegevens en doordat matches tot stand zijn gekomen n.a.v. evenementen.
Matches komen ook tot stand door intensieve samenwerkingen waarbij het WSP een adviserende rol heeft. Deze matches worden niet in systemen bijgehouden. Opvallend is de sterke daling van overige plaatsingen. Dit is verklaarbaar door een sterke afname van werkzoekende Oekraïners. Doelgroep
UWV
P-wet
Overig
Totaal
MGR
45
92
69
206
UWV
203
12
18
233
Totalen
248
104
87
439
19
Cijfers Wat heeft het gekost? Het resultaat van de module Werkgeversservicepunt Midden-Gelderland is € 20.000 positief. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdragen.
Toelichting lasten • Personeelslasten vallen beperkt lager uit als gevolg van vacatureruimte en een beperkt voordeel op reiskosten. • Uitvoeringslasten vallen € 89.000 lager uit als gevolg van lagere inzet op regionale opdrachten. De bijbehorende vergoeding wordt geretourneerd of, in het geval van het evenementenbudget, gereserveerd voor 2025. • Overheadlasten volgen de begroting. Toelichting baten • Gemeentelijke bijdragen worden verlaagd met € 20.000. • De overige baten worden verlaagd met € 78.000, bestaande uit: » Harrietrainingen € 10.000 » Evenementenbudget € 59.000 (in te zetten in 2025) » Stage en banenfestival € 9.000 Reserve • Er zijn geen mutaties op de bestemmingsreserve, de stand per 31-12-2024 is € 50.000.
20
Module Werkgeverschap SW-medewerkers Activiteiten Wat hebben we bereikt? Zijn onze beoogde doelstellingen gerealiseerd? Het doel van de module Werkgeverschap SW-medewerkers (WgSW) is invulling gegeven aan de formele werkgeversrol voor SW-medewerkers. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de werkgeversrol van SW-medewerkers worden gesignaleerd en daar waar nodig vertaald naar beleid en/of regelgeving. Verder ligt de focus op de naleving van de afspraken met Scalabor zoals vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. In 2024 zijn met de negen gemeenten evaluatiegesprekken gevoerd om de mate van tevredenheid bij partijen over de actuele afspraken tussen Scalabor, gemeenten en de MGR te toetsen. Deze afspraken waren met ingang van 2022 gecontinueerd voor de periode 2022 – 2025. Vanwege een opzegtermijn van 12 maanden moesten, voor een volgende periode, de individuele gemeente eind 2024 een besluit genomen hebben over de voortzetting van de afspraken en de voorwaarden die daarvoor gelden. Hetzelfde geldt voor de MGR en voor Scalabor. Besloten is om voor een periode van drie jaar (2026-2028) de samenwerking voort te zetten.
Cijfers Wat heeft het gekost? Het resultaat van de module Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening is € 154.000 negatief. Door onttrekking aan de bestemmingsreserve ter grootte van hetzelfde bedrag ontstaat een eindresultaat van nihil.
21
Toelichting personeelslasten Personeelslasten vallen € 165.000 hoger uit dan begroot: • Reguliere loonkosten vallen circa € 700.000 hoger uit dan begroot (nadeel). Dit wordt veroorzaakt door een onjuiste verwerking van sociale lasten in de begroting. • UWV ontvangsten vallen € 240.000 hoger uit dan begroot (voordeel), dit zijn vergoedingen voor verzuim. • LIV ontvangsten vallen € 270.000 hoger uit dan begroot (voordeel). Door uitruil via het IKB valt een grotere doelgroep onder het drempelbedrag dan verwacht in 2024 (voordeel € 150.000). Daarnaast is de daadwerkelijke LIV-uitkering over 2023 € 120.000 hoger dan verwacht, dit voordeel valt in 2024 vrij. • Transitievergoedingen vallen circa € 70.000 hoger uit dan begroot (nadeel). In 2024 zijn naar verhouding veel medewerkers ziek uit dienst gegaan, waardoor de uitbetaalde transitievergoedingen tot anderhalf keer hoger zijn. Daarnaast zijn enkele transitievergoedingen uitbetaald die niet voor compensatie in aanmerking komen. • Reiskosten vallen € 180.000 lager uit dan begroot.
Toelichting overige lasten • Uitvoeringslasten vallen € 73.000 hoger uit dan begroot. Dit saldo wordt veroorzaakt door enerzijds een besparing op de DVO-kosten met Scalabor, anderzijds vallen de kosten voor Begeleid Werkers hoger uit als gevolg van de stijging van de Rijksbijdrage. • Overheadkosten vallen lager uit door een besparing op salariskosten en het niet inzetten van adviesbudget. Toelichting baten en bestemmingsreserve • Gemeentelijke bijdragen zijn conform begroting, er is geen wijziging. • Bijdrage buitengemeenten vallen als gevolg van de gestegen Rijksbijdrage € 145.000 hoger uit. • Overige baten vallen € 101.000 lager uit dan begroot, deze baten bestaan uit een doorbelasting van kosten aan Scalabor. Aangezien reiskosten per 2024 onder de CAO vallen kunnen deze niet langer worden doorbelast, dit leidt tot een nadeel. • Het totale resultaat van de module valt € 154.000 lager uit dan begroot. Dit bedrag wordt gedekt door een onttrekking aan de bestemmingsreserve te doen ter grootte van dit bedrag, waardoor de gemeentelijke bijdragen niet verhoogd hoeven te worden. De stand van de bestemmingsreserve per 31-12-2024 is € 360.000.
22
Module Contractmanagement Inburgeringstrajecten Activiteiten
Wat hebben we bereikt? Zijn onze beoogde doelstellingen gerealiseerd? De gemeenten voeren de inburgeringstaken uit vanuit de Wet inburgering 2021 (verder Wi2021). De uitgangspunten van de Wi2021 is dat inburgeraars een zo hoog mogelijk taalniveau behalen en dat ze snel kunnen meedoen in de maatschappij. Om het doel te bereiken zijn er drie leerroutes: de Zelfredzaamheidsroute (hierna: Z-route), de B1-route en de Onderwijsroute. De Z-route richt zich op het beheersen van de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau, zodat de doelgroep zelfstandig kan participeren in de maatschappij. De B1-route richt zich ook op een zo hoog mogelijk taalniveau om hiermee het perspectief op de arbeidsmarkt te verhogen. De Onderwijsroute is ook gericht op een zo hoog mogelijk taalniveau met doorstroom op een hoger of wetenschappelijk onderwijs. In 2024 is gestart met een semi openhouse procedure van inburgeringsroutes B1 en Z. Inmiddels zijn de aanbieders hiervoor gekwalificeerd. Door de nieuwe kwalificaties en contractverlengingen voor de Onderwijsroute is een compleet aanbod van de drie inburgeringsroutes ingekocht. De contracten voor de B1-routen en Z-route zijn in eerste instantie afgesloten voor een periode van twee jaar: van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Hierna kan de looptijd steeds worden verlengd met een jaar.
De contracten voor de Onderwijsroute zijn verlengd tot en met 31 december 2026 en daarna is geen verlenging meer mogelijk. Binnen de regio is de samenwerking voortgezet middels de werkgroep Inburgering en de periodieke voortzetting (per kwartaal) van de regionale overleggen waaraan ook de contractmanagers van de module Inkoop SDCG deelnemen.
Cijfers Wat heeft het gekost?
Het resultaat van de module CMI is € 18.000 negatief. Dit bedrag zal worden verrekend met het totaalresultaat van 2024, dat aan gemeenten wordt geretourneerd.
Toelichting lasten • Personeelslasten vallen € 15.000 hoger uit als gevolg van de incidentele opdracht tot inkoop van een aantal onderwijstrajecten. Als gevolg van enkele bezwaren tegen de uitslag van de inkoopprocedure is de inzet hoger dan vooraf begroot. • Uitvoeringslasten volgen de begroting. • Overheadlasten vallen hoger uit dan begroot als gevolg van de incidentele inkoopopdracht. Toelichting baten en bestemmingsreserve • Gemeentelijke bijdragen worden verhoogd met € 18.000. Dit bedrag wordt verrekend met het resultaat van geheel 2024. • Er is voor deze module geen bestemmingsreserve ingesteld.
23
Programmaplan 3.4 MGR Beheerorganisatie Omgeving
Met welke ontwikkelingen hebben we te maken gehad? In 2024 hebben we op het gebied van bedrijfsvoering (huisvesting, P&F-diensten, ICT-diensten) samengewerkt met de gemeenten. De MGR huurt op verschillende locaties ruimte bij een gemeente. Ook de P&F- en ICT-diensten worden van gemeenten afgenomen. Dit is een logisch gevolg van het eigenaarschap van de gemeenten en de wens om efficiënt en effectief te zijn als organisatie. Onze professionals werken samen met collega’s uit gemeenten en andere GR-en uit de regio. In 2024 hebben we samen met de andere GR-en een tweetal raadsinformatiebijeenkomsten georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten werd het programmaplan en de begroting toegelicht en gingen we in op het thema ‘Ontwikkelingen voor de jeugd en hun toekomst’. Aansluitend konden vragen van raadsleden worden beantwoord.
Activiteiten Gewijzigde regeling Per 1 januari is een geactualiseerde regeling MGR ingegaan. Hierin is de nieuwe module Regionale Facilitering Zorg (RFZ) opgenomen. Voor de module RFZ is een adviescommissie ingesteld om het opdrachtnemerschap goed te beleggen. Ook is het steunpunt SROI opgenomen als nieuwe taak in de regeling. Bestuur en directie Per 1 februari 2024 is een nieuwe directeur gestart. Er heeft een warme overdracht plaatsgevonden van de voorgaande directeur. De directeur heeft na zijn eerste 100 dagen een terugkoppeling gegeven aan het algemeen bestuur. De organisatie en governance is effectief en efficiënt gebleken in de afgelopen jaren. Het advies was om te onderzoeken of we ook voor de komende jaren goed georganiseerd zijn. Dit heeft geleid tot het bestuurskrachtonderzoek wat in opdracht van het algemeen bestuur in 2024 is gestart. De uitkomsten worden medio 2025 verwacht. In de bestuurscommissies en het algemeen en dagelijks bestuur zijn er wisselingen geweest. Vier bestuurders zijn in 2024 gestopt of hebben hun portefeuille overgedragen en zijn vervangen door nieuwe bestuurders in de bestuurscommissies of algemeen bestuur. Ook het voorzitterschap van het algemeen bestuur is in 2024 overgedragen.
24
Cijfers Wat heeft het gekost? Het resultaat van de beheerorganisatie is € 168.000 positief. De gemeentelijke bijdragen zullen met dit bedrag worden verlaagd.
Toelichting lasten ▪ Overheadlasten vallen hoger uit dan begroot, als gevolg van een hogere afrekening van de ICT-leverancier, inzet van verlofsparen en de start van het bestuurskrachtonderzoek. ▪ De post onvoorzien is beperkt ingezet voor een nagekomen factuur voor IT-kosten, investering in audioapparatuur en een naheffing pensioenpremie. Toelichting baten en bestemmingsreserve ▪ De gemeentelijke bijdragen worden na afrekening verlaagd met € 168.000, als gevolg van de hoger dan begrote rentebaten. ▪ Rentebaten vallen hoger uit dan begroot. ▪ Er zijn geen mutaties op de bestemmingsreserve, de stand per 31-12-2024 is € 50.000.
25
Overzicht Overheadlasten De overheadlasten (€ 2.841.000) zijn € 127.000 lager dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het goedkoper invullen van de uitbreiding van de managementformatie binnen het RBL, vacatureruimte binnen overhead en lager uitvallende kosten voor onvoorzien en overige kosten.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen De baten vallen per saldo € 281.000 lager uit dan begroot.
26
Gemeentelijke bijdragen worden na afrekening met € 385.000 verlaagd tot € 61 miljoen. Daarnaast heeft de MGR SDCG in 2024 rentebaten ontvangen en valt de bijdrage buitengemeenten als gevolg van een hogere rijksbijdrage voor gemeenten hoger uit. De onttrekking aan de bestemmingsreserve was niet begroot. Nadere duiding van de baten wordt toegelicht bij de programma’s.
Beleidsindicatoren bestuur en organisatie Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording worden de effecten van beleid toegelicht met behulp van een vaste set beleidsindicatoren.
Het percentage inhuur is in 2024 niet verder afgenomen. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door het opvangen van vacatureruimte en vervanging van zwangerschapsverzuim. Vervanging van ziekteverzuim is enkel van toepassing voor essentiële functies, en is op voorhand besproken met de bestuurscommissie. Daarnaast worden, voor tijdelijke opdrachten waaronder de regionale opdrachten, medewerkers ingehuurd als de benodigde inzet niet binnen de bestaande formatie kan worden opgevangen, en hebben we in het eerste halfjaar enkele trainees gehad. De SW-dienstverbanden en de resterende dienstverbanden van de boventalligen (in dienst tot 31-12-2024) zijn niet in dit overzicht opgenomen.
27
4. Paragrafen In de paragrafen wordt ingegaan op het beleid met betrekking tot de beheersmatige aspecten van de organisatie.
Paragraaf: weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen De MGR wordt gefinancierd door deelnemende gemeenten en kent geen algemene reserve. Tot de aanwezige weerstandscapaciteit van de MGR kunnen slechts twee posten worden gerekend: ▪ Bestemmingsreserves ▪ Post onvoorzien De Bestemmingsreserve WgSW is in 2019 gevormd en specifiek voor het risico van externe factoren die de personeelskosten SW beïnvloeden. De reserve is maximaal 1% van de personeelskosten. Voor de overige modules zijn er beperkte bestemmingsreserves ingericht (max. € 50.000, afhankelijk van het begrotingsoverschot in voorgaande jaren). De modules RFZ en CMI kent geen bestemmingsreserve. Bij de post ‘onvoorzien’ is een bedrag van € 37.000 begroot voor het jaar 2024.
De netto schuldquote blijft negatief omdat de schulden lager zijn dan de vlottende activa. Door de bestemmingsreserves is een beperkt eigen vermogen ontstaan hetgeen terugkomt in de solvabiliteitsratio. Deze is hoger dan 2023, gelet op de lagere terugbetaling aan de gemeenten. De structurele exploitatieruimte is nul doordat structurele lasten en baten in evenwicht zijn. Vennootschapsbelasting Binnen de MGR SDCG is er geen sprake van een winststreven en derhalve valt de MGR SDCG niet onder de Vennootschapsbelastingplicht. Inventarisatie risico’s De in de begroting genoemde risico’s over 2024 zijn met beperkt optreden van deze risico’s afgerond. Voor de MGR SDCG is de ‘open einde’ systematiek van toepassing: bij een tekort moeten de deelnemende gemeenten bijbetalen, bij een overschot krijgen zij geld terug. De uitgewerkte risico’s zijn dus vrijwel direct ook risico’s voor de deelnemende gemeenten. Als onderdeel van het risicomanagement is er een risico-inventarisatie gemaakt. De belangrijkste risico’s met de meeste impact worden hieronder genoemd en aangeduid met de genomen beheersmaatregelen.
28
Inventarisatie risico’s en beheersmaatregelen
29
>> vervolg volgende pagina
(vervolg) inventarisatie risico’s en beheersmaatregelen
30 Toelichting op de risico’s: De actualisatie van de risico’s is gebaseerd op de risico-inventarisatie uit de gewijzigde begroting 2024. Ten opzichte van de gewijzigde begroting zijn enkele nieuwe risico’s geïdentificeerd. Alle risico’s zijn meerjarige structurele risico’s waar de MGR SDCG altijd mee te maken zal hebben. De benoemde risico’s zijn in 2024 beperkt tot uiting gekomen.
Paragraaf: financiering Het financieringsvraagstuk van de MGR is van een beperkte omvang. De gemeenten betalen voorschotnota’s, zodat de financieringsrisico’s om die reden slechts beperkt zijn tot het tijdig ontvangen van deze bedragen. Rentelasten en baten Aangezien de MGR geen externe financiering aantrekt is er geen sprake van rentelasten. In 2024 heeft de MGR rentebaten ontvangen over 2024. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: • geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido; • nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; • de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Vanaf eind 2022 ontvangt de MGR SDCG rente op de schatkist. In 2024 heeft dit een bate van ruim € 237.000 opgeleverd. Dit was gelet op de onzekerheid slechts beperkt begroot. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van de stortingen in de reserves. De kasgeldlimiet bedraagt derhalve € 5,4 miljoen.
Het werkkapitaal is positief met voorfinanciering van de gemeentelijke bijdrage, dus is er geen behoefte aan externe financiering. De liquide middelen betreft het rekening-courant tegoed bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. Schatkistbankieren Het saldo wordt dagelijks afgeroomd door de BNG naar ’s Rijks schatkist.
Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisico-norm. De MGR heeft geen schulden aangetrokken of geldleningen uitgezet. Relatiebeheer Het betalingsverkeer is geconcentreerd bij de BNG.
31
Paragraaf: bedrijfsvoering Waar staat de MGR SDCG voor? De MGR SDCG is een samenwerkingsverband dat is ingesteld voor het zo efficiënt en effectief mogelijk uitvoeren van regionale taken in het sociaal domein. De MGR SDCG voert een transparant financieel beleid. De bedrijfsvoering van de MGR SDCG is dienend aan de uitvoering binnen de samenwerkingsmodules. Personeel en integriteit Het lukt de MGR SDCG nog de meeste vacatures in het primaire proces goed in te vullen zodat we de opdracht van de MGR SDCG naar tevredenheid kunnen uitvoeren. Het aantal medewerkers is licht gegroeid, door de uitbreiding van taken en werkzaamheden. De MGR SDCG kent een gedragswijzer privacy, informatieveiligheid en integriteit en een gedragscode. Nieuwe medewerkers krijgen een toelichting op de gedragscode en het integriteitsbeleid van de MGR SDCG en leggen de eed of belofte af. Gezond en veilig (thuis)werken Door management en personeel wordt o.a. met ARBO-beleid, gedragscode, PMO, RI&E en een vertrouwenspersoon gewerkt aan een gezonde en veilige werksituatie en -sfeer. Uit het jaarverslag blijkt dat in 2024 de vertrouwenspersoon door het management twee maal preventief en met succes is betrokken. Ook voor medewerkers die thuiswerken is er aandacht voor de fysieke en mentale gezondheid. Er is een regeling voor het inrichten van een thuiswerkplek en thuiswerken wordt als normaal ervaren.
Er zijn voldoende mogelijkheden om één-op-één of in groepsverband digitaal of hybride te werken. Er is bij de MGR SDCG sprake van een gezonde mate van verloop van medewerkers. Het ziekteverzuim is, na een stijging in het voorgaande jaar, gedaald en laag ten opzicht van gemiddeld in de sector.
32 HR, talent- en opgavegericht werken Omdat het werk van de MGR SDCG in ontwikkeling is, blijven medewerkers van de MGR SDCG zich ook ontwikkelen. MGR SDCG werkt daarom talent- en opgave gericht. Met de werktitel Time4Talent is dat proces structureel ingebed in onze ontwikkelcyclus en wijze van samenwerken. Inclusie en diversiteit De opdrachten die de MGR SDCG uitvoert namens de gemeenten richten zich op het creëren van kansengelijkheid en inclusie voor alle inwoners in de regio. Zo kijkt de MGR SDCG ook naar de eigen organisatie. We bieden kansen aan trainees, stagiaires en mensen die onder de banenafspraak vallen. De diversiteit van de medewerkers van de MGR SDCG kan echter nog verder vergroot worden. Daarvoor onderzoeken we wat de mogelijkheden zijn. De MGR SDCG participeert in dat kader in o.a. de diversiteitsreis die door de gemeente Arnhem is geïnitieerd. Digitaal toegankelijke websites Wij willen dat onze websites en de informatie daarop voor iedereen toegankelijk is. Om dat te bereiken voldoen onze websites aan de eisen voor digitale toegankelijkheid zoals beschreven in WCAG (Web Content Accessibility Guidelines). Klachten Uit het jaarverslag van de klachtencoördinator blijkt dat er in 2024 drie klachten zijn ontvangen.
Professionele bedrijfsvoering De MGR SDCG heeft als beheerorganisatie te voldoen aan alle (nieuwe) wettelijke vereisten het terrein van privacy, informatiebeheer, informatieveiligheid, archiefverplichtingen, toegankelijkheid van informatie en openbaarheid bestuur. In 2024 is verder ingezet op professionalisering van de bedrijfsvoering. In 2024 zijn de volgende stappen gezet: • Invulling van de functie Privacy en Security Officer (PISO). • Invulling van de functie Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG). • Rapportages vinden plaats op basis van het interne controleplan. • Huisvesting voor het RBL en WSP zijn meerjarig geconsolideerd. Huisvesting voor Inkoop SDCG, beheer en RFZ zijn voor de korte termijn vastgelegd. Er wordt gewerkt aan uitbreiding van de huisvesting. • Er zijn nieuwe regelingen, DVO’s, mandaatbesluiten en verwerkersovereenkomsten gesloten om aan kwaliteits- en wettelijke vereisten te voldoen. • Uit de accountantscontrole blijkt dat de MGR SDCG voor de organisatie, financiële beheersing en verantwoording in control is. • Uit het toezichtsverslag van het Gelders Archief blijkt dat de MGR SDCG het informatiebeheer goed op orde heeft. ICT MGR SDCG beheer en de modules Inkoop SDCG, Regionale Facilitering Zorg, WSP, WgSW en CMI hebben in 2024 gebruik gemaakt van de ICT-omgeving (hardware en software) van RID De Liemers.