Jaarstukken 2025
Tekst van het document
De speeltoestellen worden jaarlijks gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. De toestellen waarvan de reparatiekosten te hoog zijn worden verwijderen. Omdat er geen financiële middelen zijn worden deze niet vervangen. In het Beleidsplan is vastgesteld dat in samenspraak met de inwoners het aantal speelgelegenheden en speeltoestellen verminderd wordt. Binnen het project Naar buiten in Beinum zijn de speelgelegenheden en -toestellen meegenomen, naar verwachting wordt dit in 2026 uitgevoerd. De speelplaats aan de Waterstraat en de skatebaan bij jongerencentrum 0313 zijn in 2025 vernieuwd. Door een sponsor is het mogelijk geweest een klimnet aan het Hanzeplein te vervangen. De schoolpleinen worden in 2026 overgedragen aan de Stichting IJsselgraaf. De Gemeente Doesburg blijft de inspecties doen, maar door de overdracht is de stichting verantwoordelijk voor het beheer van de speeltoestellen. De pleinen blijven een openbaar karakter houden. Ieder jaar moeten er 2 locaties gerenoveerd of omgevormd worden, volgens het vigerende beleidsplan, maar daar zijn geen financiële middelen voor gereserveerd.
Pagina 40 van 113
Paragraaf D | Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente regelt dat ze steeds voldoende geld heeft om alle rekeningen te kunnen betalen. Dreigt ze tijdelijk te weinig ‘in kas’ te hebben, dan moet ze lenen. Heeft de gemeente tijdelijk teveel ‘in kas’, dan is ze verplicht dit geld uit te zetten bij de Staat middels schatkistbankieren. Al deze activiteiten leiden ertoe dat de gemeente een financieringsportefeuille heeft. Die moet worden beheerd om de kosten en risico’s te beperken. De kaders voor de uitoefening van de treasuryfunctie zijn door de raad bepaald in de financiële verordening. Deze kaders zijn door het college verder uitgewerkt in een treasurystatuut dat februari 2019 is geactualiseerd. De uitoefening van de treasuryfunctie die is opgedragen aan het college van B&W behelst op hoofdlijnen de navolgende activiteiten: o
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
o
het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s (indien van toepassing);
o
het zo veel mogelijk beperken van de kosten van eventuele leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
o
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Beleidsvoornemens t.a.v. risicobeheer In het kader van risicobeheer worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd: Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico te beperken met betrekking tot kortlopende financiering (netto vlottende schuld). Het geeft de limiet aan die maximaal gefinancierd mag worden met kort geld en bedraagt 8,5% van de totale lasten bij aanvang van het begrotingsjaar 2025. 2025 Begrotingstotaal
49.235.673
Percentage regeling
8,50%
Kasgeld limiet
4.185.032
.14 Begin 2025 zijn diverse keren kasgeldleningen aangetrokken ter dekking van de tijdelijke financieringsbehoefte. In het 2e kwartaal is ter financiering van het verwachte liquiditeitstekort een lening aangetrokken van € 5 miljoen. In 2025 bleven echter de uitgaven voor investeringen en energieprojecten achter bij de begroting. Ook was er sprake van voorfinanciering van het Rijk voor Oekraïne opvang en is de algemene uitkering fors hoger dan begroot. Achteraf was de lening nog niet nodig geweest maar dat was niet te voorzien. In onderstaand tabel is een overzicht opgenomen van de gemiddelde netto vlottende middelen per kwartaal.
Netto vlottende middelen
(bedragen * 1000)
1e kwartaal
1.969
2e kwartaal
7.678
3e kwartaal
8.226
4e kwartaal
8.763
Renterisiconorm De renterisiconorm is bedoeld om het renterisico op langlopende leningen te beperken als gevolg van tussentijdse rente aanpassingen en herfinanciering van langlopende leningen. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt blijven wij ruimschoots binnen de limiet. Ultimo 2025 staan er 3 langlopende lening open met een totaal van € 10.6 miljoen. Op 1 lening wordt jaarlijks wordt er € 600.000 afgelost. 2 leningen word aan het eind van de looptijd in één keer afgelost. Begroot (1)
Renteherzieningen
0
(2)
Aflossingen
600.000
(3)
Renterisico (1+2)
600.000
(4)
Renterisiconorm
9.847.135
(5a)=(4>3)
Ruimte onder renterisiconorm
9.247.135
(5b)=(3>4)
Ruimte boven renterisiconorm
Berekening renterisiconorm 20205 (4a)
Begrotingstotaal (uitgaven excl. Primair resultaat)
(4b)
Percentageregeling
(4)=(4a x 4b/100%)
Renterisiconorm
49.235.673 20% 9.847.135
Pagina 41 van 113
Verstrekken van leningen en garanties Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden zo mogelijk zekerheden of garanties geëist. In het treasurystatuut van de gemeente Doesburg zijn de volgende criteria opgenomen voor het verstrekken van leningen en garanties: •
De door de gemeente te financieren zaken moeten nodig zijn in het kader van de uitvoering van een publieke taak in de gemeente. Dat wil zeggen dat ze moeten passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. Tevens moet er met de financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijk doel worden gediend.
•
De te financieren zaken moeten essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager (functionaliteitscriterium).
•
De te financieren zaken moeten in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente.
•
Een lening wordt niet verstrekt indien de te financieren zaken niet voldoende zekerheid bieden voor verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken garantie of lening. Dit betekent dat in geval de te financieren zaak een onroerende zaak is, het recht van hypotheek wordt verleend.
Een overzicht van de verstrekte leningen en garanties is opgenomen bij de toelichting op de balans. Het uitzetten van overtollige kasmiddelen Door het Rijk is bepaald dat het uitzetten van overtollige geldmiddelen uitsluitend mag geschieden bij het Rijk zelf, het zogenaamde Schatkistbankieren. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitende leningen te verstekken, aan te gaan of te garanderen in euro's. Koersrisicobeheer De gemeente maakte bij uitzettingen uitsluitend gebruik van rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten. Op dit moment is dit niet meer aan de orde vanwege de verplichting tot schatkistbankieren. Ontwikkeling financieringsstructuur De ontwikkeling van de financieringsstructuur was in 2025 als volgt: 31/12/2024
31/12/2025
Boekwaarde investeringen
32.583.614
34.755.741
Uitgeleende langlopende geldleningen
3.831.967
3.793.106
A: Totaal te financieren vaste activa
36.415.581
38.548.847
Algemene reserve
6.560.520
7.572.779
Bestemmingsreserves
21.712.220
21.166.439
Voorzieningen
1.338.887
2.933.943
Opgenomen langlopende geldleningen
6.200.000
10.600.000
B: Totaal voor financiering beschikbare vaste passiva
35.811.627
42.273.161
(B-A) Financieringssaldo (+ is overschot; -/- is tekort)
-603.954
3.724.314
tekort
overschot
Externe rentelasten korte en lange financiering
87.870
237.318
Externe rentebaten
153.111
154.886
Aan taakvelden toe te rekenen rente
65.241
-82.433
0
82.538
65.241
105
Rentekosten verbonden aan de financieringsfunctie / toe te rekenen aan taakveld. In de jaarrekening 2025 zijn de navolgende rentebaten en lasten verwerkt, die zijn verbonden aan de financieringsfunctie:
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
Bij een nadelig renteresultaat worden de rentelasten d.m.v. de renteomslag-methode toegerekend aan de taakvelden binnen de verschillende programma's. Dat is het geval in 2025. In 2024 was het saldo echter positief.
Pagina 42 van 113
Paragraaf E | Bedrijfsvoering Vanuit de afdeling Externe en Interne Dienstverlening blijven we streven naar goede dienstverlening aan inwoners, organisaties en collega’s. Dit gebeurt in een context van toenemende complexiteit, digitalisering en arbeidsmarktkrapte. Tegelijkertijd dragen we bij aan de pijlers van de Toekomstvisie Doesburg. In 2025 stonden drie hoofdthema’s centraal: 1. Processen en beheer op orde, 2. Aantrekkelijk en duurzaam werkgeverschap 3. Communicatie, participatie en herindeling 1. Processen en beheer op orde Informatieveiligheid en privacy De Autoriteit Persoonsgegevens bracht in 2025 een inspectiebezoek. De AP constateerde dat Doesburg op enkele onderdelen nog niet volledig voldoet aan de AVGverplichtingen, mede door de beperkte omvang van de organisatie. De verbeterpunten zijn gedeeld met management en college. Omdat de menselijke factor een groot risico blijft, is een nieuw bewustwordingsprogramma gestart om medewerkers te ondersteunen bij veilig omgaan met informatie. Digitale ontwikkelingen en AI Doesburg zette in 2025 de eerste stappen op het gebied van AI. Met het managementteam is verkend hoe AI verantwoord kan worden toegepast. Een pilot met Copilot leverde inzichten op die hebben geleid tot afspraken over het gewenste ambitieniveau en de vervolgaanpak.
Informatiehuishouding en procesinrichting Voor digitale samenwerking blijft MS Teams de aangewezen applicatie. In 2025 is ingezet op bewustwording en uniform gebruik, wat waardevolle inzichten opleverde voor vervolgstappen. Daarnaast is de migratie van het oude belastingpakket GISVG naar Key2Belastingen in de SaaS-omgeving vrijwel afgerond. 2. Aantrekkelijk en duurzaam werkgeverschap Goed werkgeverschap In 2025 zijn bijeenkomsten georganiseerd rond vinden, binden en boeien. De ideeën die daaruit voortkwamen, zijn verwerkt in het HR-beleid. Ook is de basis gelegd voor een vitaliteitsplan dat in 2026 verder wordt uitgewerkt. Het verloop onderstreept de noodzaak om hierin te blijven investeren: 13 medewerkers traden in dienst en18 vertrokken. Deze krapte maakt het versterken van onze aantrekkingskracht als werkgever essentieel. Functiegebouw en samenwerking Daarnaast is begonnen met het actualiseren van het functiegebouw, dat in 2026 wordt afgerond en aansluit op HR21. De afstemming met de OR verliep goed, waardoor besluitvorming tijdig kon plaatsvinden. Veilige werkomgeving De RI&E is in 2025 geactualiseerd en er is een nieuw protocol Veilige Werkomgeving vastgesteld voor het multifunctionele Stadskantoor. 3. Communicatie, participatie en herindeling Herindeling Op 2 juli 2025 besloot de gemeenteraad te willen fuseren met drie andere Liemerse gemeenten.
Dit leidde tot een verschuiving in werkzaamheden: communicatie- en participatiecapaciteit werd in toenemende mate ingezet voor het herindelingsproces. De verandering vraagt intensieve samenwerking en aandacht voor de menselijke kant. Extern nam de aandacht toe, wat leidde tot meer webcare en monitoring. Participatie Participatie blijft belangrijk. Inwoners denken steeds vaker mee over ontwikkelingen in hun omgeving. De participatiewijzer wordt bij grote projecten toegepast om doelen, fasering en participatieniveau te bepalen. OnsDoesburg blijft het digitale platform waar inwoners en initiatiefnemers met elkaar in gesprek gaan.
Aanvullende informatie financiële rechtmatigheid Omschrijving (toelichting) In dit onderdeel van de paragraaf bedrijfsvoering is aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. Het gaat hierbij om vanuit intern uitgevoerde verbijzonderde controles geconstateerde afwijkingen groter dan € 50.000 conform artikel 10 lid 2 van de financiële verordening en de maatregelen welke door het college worden/inmiddels zijn getroffen om de vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Toelichting verbijzonderde interne controle De verbijzonderde interne controle (VIC) heeft primair als doel om onafhankelijk (vanuit het team control) van de uitvoering binnen de teams (lijn) vast te stellen of de controlemaatregelen binnen de processen juist en op een rechtmatige wijze hebben plaatsgevonden. De (aantoonbare) interne controlemaatregelen in de lijn (als onderdeel van de primaire processen) zijn in onze gemeente beperkt. Dit heeft o.a. te maken met de beperkte ambtelijke capaciteit. De VIC is in onze gemeente daarom vooral gegevensgericht. De VIC is in onze gemeente opgedragen aan de werkgroep rechtmatigheid.
De werkgroep verricht onder verantwoordelijkheid van de concerncontroller op basis van een in overleg met de accountant tot stand gekomen VIC actieplan de controlewerkzaamheden met behulp van het zogenaamde KIC online systeem vanuit het door de raad vastgestelde controleprotocol met het bijbehorende normenkader, waarin o.a. een gedetailleerde inventarisatie van relevante externe en interne wet- en regelgeving is opgenomen. Voor zover de bevindingen daartoe aanleiding geven, worden zo nodig (aan de desbetreffende proceseigenaar) voorstellen tot verbetering en/of herstel gedaan.
Pagina 43 van 113
1. VOORWAARDENCRITERIUM Europese aanbestedingsregels Er zijn bij een aantal crediteuren overschrijdingen geconstateerd van de grensbedragen voor Europese aanbesteding, waarbij niet Europees is aanbesteed. Dit geeft een onrechtmatigheid van € 1.101.077. De overschrijdingen doen zich met name voor bij stilzwijgende verlengingen van overeenkomsten, waarbij door oplopende uitgaven in opvolgende jaren een overschrijding van de grensbedragen voor Europese aanbesteding wordt gerealiseerd, zonder dat er tijdig wordt ingegrepen. De volgende maatregelen zijn getroffen: •
Om meer grip te krijgen op de overschrijdingen van de EA-grens bij de inhuur van extern personeel is er per 1 januari 2025 een contract aangegaan met een broker (DAS), waarmee de inhuur van personeel binnen de Europese aanbestedingsregels is gewaarborgd. Er is in 2025 nog wel sprake van onrechtmatige doorlopende contracten van voor 1 januari 2025. Vanaf 2026 speelt dit niet meer.
•
Per 1 januari 2025 is er een aangescherpte inkoopprocedure in werking getreden met betere waarborgen voor een conforme toepassing van het interne inkoopbeleid en de Europese aanbestedingsregels. Ten opzichte van 2024 zien we ook dat het bedrag van de onrechtmatige aanbestedingen fors lager is (44%).
Intern inkoopbeleid Naast een VIC op de toepassing van de Europese aanbestedingsregels is ook een VIC uitgevoerd op het volgen van het interne inkoopbeleid voor inkopen onder de Europese aanbestedingsgrens. In de aan deze VIC gekoppelde steekproef zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd. 2. MISBRUIK EN ONEIGENLIJK GEBRUIK Onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording is in hoeverre misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) van gemeentelijke regelingen door derden wordt voorkomen en bestreden. Het gaat dan bijvoorbeeld om uitkeringen en voorzieningen, subsidies en het innen van belastingen. Voorop staat het vertrouwen van de gemeente in een goed gebruik van de gemeentelijke regelingen door inwoners en bedrijven/instellingen. Maatregelen die worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en indien nodig te sanctioneren, dienen proportioneel te zijn. Dit betekent dat ze in verhouding moeten staan tot het risico dat wordt gelopen. Het college heeft inmiddels een gemeentelijk overkoepelend M&O beleid vastgesteld dat hiervoor een onderliggend kader moet gaan bieden. Het formuleert uitgangspunten, bevat richtlijnen voor controle en eventuele sancties en benoemt welke risicogebieden er zijn.
Ook geeft de nota M&O beleid richting aan, op welke wijze beheersmaatregelen kunnen worden toegepast in de bedrijfsvoering om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en te sanctioneren. In 2024 is dit beleid reeds verder verankerd. Er zijn geen fouten en/of onrechtmatigheden aangetroffen > € 50.000. 3. BEGROTINGSRECHTMATIGHEID Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5 van de financiële verordening. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: •
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
•
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
•
De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
Programma
Begroot
Realisatie
Saldo
1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat
11.586
12.395
-809
2. Verbindende en versterkende sociale aanpak
28.197
28.356
-159
3. Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie
1.203
1.078
125
4. Bestuur en organisatie
8.033
8.610
-577
460
450
10
49.479
50.889
-1.410
Algemene dekkingsmiddelen Totaal Programma 1. Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat
De gepresenteerde lasten op programma 1 overschrijden de begroting met € 1.349.000. De hogere lasten betreffen o.a. extra lasten voor inhuur van een toezichthouder parkeren, vanwege een onderbezetting. Deze extra lasten worden nagenoeg gedekt door een hogere opbrengst aan parkeerheffingen en parkeerbelasting. Voor de Bibliotheek waren er extra lasten ad € 97.000 voor het verbeteren en doorontwikkelen van de bestaande voorziening, tegenover deze extra lasten staat een extra bate uit een specifieke uitkering. Door een aanpassing in de wijze van factureren van Circulus zijn de lasten voor afval in realisatie nog hoger dan de begroting, door deze aanpassingen stijgen echter ook de opbrengsten. Per saldo zijn de baten hoger dan de lasten waardoor er € 14.000 werd toegevoegd aan de egalisatievoorziening. Deze toevoeging is verantwoord onder de lasten. Het boeken van mutaties op de grondexploitatie vindt plaats bij de jaarrekening. De geboekte lasten voor de grondexploitatie werden gedekt door een mutatie in de boekwaarde van de voorraad. Op milieubeheer is een overschrijding van € 62.000 te melden, deze overschrijding wordt gedekt door vooruit ontvangen bedragen uit Specifieke uitkeringen voor deze activiteiten.
Van de overschrijding op programma 1 is een bedrag van € 444.000 acceptabel omdat tegenover de overschrijding hogere opbrengsten staan (€ 42.000 parkeren, € 243.000 afval, € 62.000 milieubeheer, € 97.000 Bibliotheek) of past binnen bestaand beleid (€ 309.000 grondbeleid). Een bedrag van € 56.000 kan als begrotingsonrechtmatigheid beoordeeld worden. Dit betreft het niet tijdig melden van kleinere overschrijdingen op enkele posten waaronder ruimtelijke ordening en openbare orde en veiligheid. Programma 2. Verbindende en versterkende sociale aanpak De overschrijding van de lasten betreffen de extra kosten voor de Oekraïne opvang € 60.000. Er zijn extra kosten gemaakt voor beveiliging in het laatste kwartaal, extra kosten voor speeltoestellen. Door problemen op de opvanglocatie was deze inzet noodzakelijk. De kosten voor inburgering zijn hoger dan geraamd (€ 62.000) vanwege hogere kosten van hulpverlening en onderwijs. Hier staan hogere uitgaven tegenover uit de specifieke uitkering. De kosten voor begeleiding laten een overschrijding zien t.o.v. de bijgestelde raming van € 40.000. Dit betreft een open-einde regeling. Pagina 44 van 113
Programma 4: Bestuur en organisatie De hogere lasten worden veroorzaakt door de storting in de pensioenvoorziening voor de wethouders. In verband met de toekomstige overgang van de pensioenvoorziening naar het ABP is door het ministerie van BZK een berekening gemaakt van de kapitaalstorting die nodig is om de opgebouwde pensioenaanspraken te financieren. De commissie BBV heeft bepaald dat bij de bepaling van de voorziening rekening moet worden gehouden met deze kapitaalstorting. Voor Doesburg gaat het om een bedrag van € 705.000. De hoge kapitaalstorting is mede het gevolg van de hoge dekkingsgraad van het ABP. Bij het opstellen van de IBB was dit nog niet bekend.
Kredieten Belastingapplicatie 2022 (K)
Begroot
Realisatie
Saldo
90.750
92.349
-1.599 0
Totaal
90.750
92.349
-1.599
Belastingapplicatie De overschrijding is ontstaan door hogere lasten voor de migratie en koppeling van de applicatie aan de overige software van de gemeente.
Pagina 45 van 113
Paragraaf F - Verbonden partijen In deze paragraaf vindt u een lijst met partijen waarmee de gemeente Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt, is er sprake van een financieel belang. De verbonden partijen worden afzonderlijk toegelicht. Lijst met verbonden partijen Hieronder volgt lijst met de partijen verbonden aan de gemeente Doesburg verdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, overige verbonden partijen en coöperaties/vennootschappen. Verbonden Partijen Gemeenschappelijke regelingen
Vestigingsplaats
Groene Metropool regio Arnhem-Nijmegen
Arnhem
Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden
Arnhem
Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg
Zevenaar
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Arnhem
Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)
Arnhem
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal-Gelderland (MGR)
Arnhem
Overige verbonden partij
Vestigingsplaats
Euregio Rijn-Waal
Emmerich
Coöperaties/Vennootschappen
Vestigingsplaats
BNG Bank
Den Haag
Alliander
Arnhem
Vitens
Utrecht
Circulus B.V.
Zutphen
Groene metropool regio Arnhem - Nijmegen Het gemeenschappelijk orgaan is een samenwerkingsverband dat de belangen behartigt van deelnemende gemeenten in de regio. De focus ligt op het fysieke domein: woningbouw, circulariteit, economie en mobiliteit. Maar ook samenwerking op het gebied van cultuur en toerisme is een aandachtsveld. Het doel van de samenwerking is het realiseren van groei én het versterken van het groene karakter van deze bijzondere regio. Het draagt bij aan de doelstelling van programma 1 “Een evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat. Het aandeel van de gemeente is afgerond 1,0 %. De lasten worden omgeslagen naar rato van het aantal inwoners per gemeente. Beleidsvoornemens: Met ingang van 2025 is de deelname aan de Groene metropool regio beperkt tot de opgaven van de groene groeiregio, circulaire regio, verbonden regio en het regioprogramma werklocaties als onderdeel van de productieve regio voor de periode 2025-2028. Risico’s Het financiële risico is beperkt tot de bijdrage van de gemeente. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Bijdrage gemeente
Jaarrekening
2024
€ 371.783
€ 6.728.664
€ 244.427
€ 102.285
Jaarrekening
2025
€ 358.035
€ 6.568.034
€ 258.035
€ 85.629
Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) De gemeenschappelijke regeling verzorgt voor 16 gemeenten in de regio Midden-Gelderland de regionale brandweer, ambulancezorg en volksgezondheid/GGD. Het draagt bij aan de doelstelling van programma 1 ‘Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat’ en programma 2 ‘Verbindende en versterkende sociale aanpak, in verband met volksgezondheidszorg’. Het aandeel van de gemeente schommelt rond de 1,5%. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : Het financiële risico is beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie.
Pagina 46 van 113
Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Bijdrage gemeente
Jaarrekening
2024
€ 14.331.000
€ 47.664.000
€ 4.059.000
€ 1.174.000
Jaarrekening
2025
€ 13.506.000
€ 65.018.000
€ 1.152.000
€ 1.281.967
Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg Het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg beheert de archieven van de gemeenten Doesburg, Duiven, Westervoort en Zevenaar. Bij het Streekarchivariaat is veel historisch materiaal beschikbaar over Doesburg. Het draagt bij aan de doelstellingen van programma 3 ‘Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie’. Het aandeel van de gemeente is ongeveer 24%. De kosten van het Streekarchivariaat worden over de deelnemende gemeenten verdeeld op basis van inwoners en naar rato van werktijden. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s: Het financiële risico is beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Bijdrage gemeente
Jaarrekening
2024
€0
€ 81.379
€0
€ 93.741
Jaarrekening
2025
€0
€ 125.423
€0
€ 112.900
Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) De Omgevingsdienst verzorgt namens gemeenten en provincie milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast heeft Doesburg ook de verlening van omgevingsvergunningen voor bouwen ondergebracht bij de ODRA. Het draagt bij aan de doelstellingen van programma 1 ‘Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat’. Het aandeel van de gemeente voor de milieu- en algemene taken is 1,3 %, het aandeel in de bouwtaken is 4,2 % Er wordt afgerekend op basis van prijs x hoeveelheid. Beleidsvoornemens: De omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) is per 1-1-2026 gefuseerd met de omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) tot de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM). Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : De toenemende complexiteit van de uitvoering en de maatschappelijke opgaven vraagt om een innovatieve omgevingsdienst. Schaalvergroting tot een robuuste en toekomstbestendige omgevingsdienst is noodzakelijk om de benodigde innovatiekracht en ontwikkelcapaciteit te realiseren. Om die reden is de Omgevingsdienst per 1 januari 2026 gefuseerd met de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. De harmonisatie van ODRA en ODRN tot ODGM zal meerdere jaren in beslag nemen.
Deze transitie gaat gepaard met diverse risico’s, waaronder risico’s op financieel, organisatorisch en bestuurlijk gebied, die actief gemonitord en beheerst moeten worden.
Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen (* € 1.000)
Vreemd vermogen (* € 1.000)
Exploitatieresultaat ( * € 1.000)
Bijdrage gemeente (* € 1.000)
Jaarrekening 2024
870
6.555
67
643
Jaarrekening 2025
889
6.351
55
574
Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN) De vervoersorganisatie behartigt de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Er wordt op toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer optimale aansluiting heeft op het openbaar/vervoer/netwerk. Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 2 'Verbindende en versterkende sociale aanpak' (WMO, jeugd en onderwijs). Het aandeel in de overhead is minder dan 2%. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : In de begroting wordt rekening gehouden met groei van de vraag naar vervoer, waardoor het risico daarvoor laag wordt ingeschat.
Pagina 47 van 113
Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Bijdrage gemeente
Jaarrekening
2024
€0
€ 10.120.622
€0
€ 529.041
Jaarrekening
2025
€0
€ 10.316.194
€0
€ 545.353
MGR sociaal domein Centraal-Gelderland De MGR (Modulaire Gemeenschappelijke Regeling) biedt een algemeen kader voor samenwerking op het gebied van het sociaal domein binnen de regio CentraalGelderland en voorziet in samenwerkingsmodules. Er wordt deelgenomen aan de modules: Inkoop Zorg, Werkgevers Service Punt (WSP) en Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening (WgSW). Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 2 'Verbindende en versterkende sociale aanpak' (WMO, jeugd en participatiewet). Het aandeel in de overhead is ruim 2%. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : Het financiële risico is beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie. In de begroting van de MGR is rekening gehouden met loonstijgingen van SW-ers. Dit kan afwijken n.a.v. CAO ontwikkelingen. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Bijdrage gemeente
Jaarrekening
2024
€ 560.000
€ 4.512.000
€0
€ 1.591.433
Jaarrekening
2025
€ 714.000
€ 4.358.000
€0
€ 1.690.275
Euregio Rijn-Waal De Euregio Rijn-Waal heeft als belangrijkste doel de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van economie en maatschappij te verbeteren en te intensiveren. De Euregio Rijn-Waal brengt partners bij elkaar om gezamenlijke initiatieven te starten en zo gebruik te maken van synergie-effecten. Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 1 Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat.3 Het lidmaatschap kost ca. € 3.300 Beleidsvoornemens: In 2024 is het lidmaatschap opgezegd, er geldt een opzegtermijn van 3 jaar. Risico’s : Het financiële risico is zeer beperkt. De gemeente draagt bij aan een eventueel tekort in de exploitatie. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Bijdrage gemeente
Jaarrekening
2024
€ 1.588.995
€ 2.300.406
€ -145.629
€ 3.250
Jaarrekening
2025
n.n.b
n.n.b
n.n.b
€ 3.300
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Doesburg is aandeelhouder van de BNG. De BNG is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De deelneming in aandelen bedraagt 0,05%. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : Het financiële risico is zeer beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 69.030, in de begroting is het dividend geraamd op € 70.000. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
ontvangen dividend
Jaarrekening
2024
4.777 miljoen
123.614 miljoen
294 miljoen
€ 59.642
Jaarrekening
2025
4.863 miljoen
111.701 miljoen
172 miljoen
€ 69.306
Pagina 48 van 113
Alliander Alliander N.V. is de holding van een netwerkbedrijf. De dochterbedrijven zijn netbeheerders voor het transport van (duurzame) energie. De deelneming in aandelen bedraagt 0,13%. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : Het financiële risico is beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 8.168, in de begroting is het dividend geraamd op € 100.000. Daarnaast hebben we in 2021 een achtergestelde geldlening verstrekt van € 757.800. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
ontvangen dividend
Jaarrekening
2024
6.038 miljoen
6.918 miljoen
976 miljoen
€ 219.105
Jaarrekening
2025
6.203 miljoen
7.960 miljoen
289 miljoen
€ 120.333
Vitens Vitens is het waterbedrijf voor ruim 4 miljoen mensen en bedrijven in Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht. De deelneming in aandelen bedraagt 0,24%. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : Het financiële risico is beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 1.996, in de begroting is geen dividend geraamd. Er is al enkele jaren geen dividend uitgekeerd. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Dividend
Jaarrekening
2024
713,6 miljoen
1.684,8 miljoen
34,5 miljoen
€0
Jaarrekening
2025
809,1 miljoen
1.846,1 miljoen
90,6 miljoen
€0
Circulus B.V. Circulus B.V. verzorgt het afvalbeheer en verricht diensten in de openbare ruimte voor klantgemeenten, die ook aandeelhouder zijn. Het werkgebied van Circulus bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Bronckhorst, Brummen, Deventer, Doesburg, Epe, Lochem, Zutphen, Duiven, Westervoort en Voorst. De activiteiten worden uitgevoerd op basis van individuele afspraken met gemeenten, met als gezamenlijk doel een duurzame leefomgeving. Het draagt bij aan de doelstellingen van Programma 1 Evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat. De deelneming in aandelen bedraagt 2,44%. Beleidsvoornemens: Er zijn geen wijzigingen voorzien in de samenwerking. Het bestaande beleid wordt voortgezet. Risico’s : Het financiële risico is beperkt. De boekwaarde van de aandelen is € 22.235. In de begroting is geen dividend geraamd. Financieel overzicht: Bron:
Jaar
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Exploitatie-resultaat
Dividend
Jaarrekening
2024
€ 17.439.208
€ 48.611.800
€ 857.198
€0
Jaarrekening
2025
€ 19.640.334
€ 45.481.151
€ 1.235.127
€0
Pagina 49 van 113
Paragraaf G | Grondbeleid Inleiding In deze paragraaf wordt primair verantwoording afgelegd over de in gang gezette ontwikkelingen op gemeentelijke gronden over 2025, en secundair over de stand van zaken met betrekking tot herontwikkeling en herinrichting op gronden, waarvan de gemeente niet eigenaar is. We hebben het dan over initiatieven van derden, die door de gemeente worden gefaciliteerd. Op die locaties waar we als gemeente een grondpositie hebben, gaat de gemeentelijke inbreng verder dan het stellen van randvoorwaarden en het verlenen van de nodige vergunningen. Op deze gronden is de gemeente zelf opdrachtgever voor het bouw- en woonrijp maken en gaat zij over de gronduitgifte. De wijze waarop hier verder uitvoering aan wordt gegeven kan variëren van een actieve grondexploitatie tot het sluiten van zogenaamde anterieure overeenkomsten met potentiële bouwers en ontwikkelaars. In al deze gevallen gaat het om de gemeente die acteert als ondernemer, waarvoor de spelregels zijn vastgelegd in de BBV en in gemeentelijk grondbeleid. Daarnaast dienen ontwikkelingen te voldoen aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in Omgevingsplan en Omgevingswet.
1. Samenvatting Teruggeblikt wordt op de verschillende in gang gezette ontwikkelingen, de gemeentelijke grondposities, en in hoeverre de gemeentelijke investeringen in lijn zijn met de verwachtingen. Met ingang van 1 januari 2025 telt Doesburg nog maar één grondbedrijfproject, namelijk voor de transformatie van het Centrum van Beinum. Ruim driekwart van dit ontwikkelingsgebied is gemeentelijk eigendom. Naast deze ontwikkelingslocatie worden in hoofdstuk 6 nog zes andere ontwikkelingen besproken. Omdat op het merendeel van deze ontwikkelingslocaties woningbouw wordt gerealiseerd, wordt in hoofdstuk 5 het woonbeleid aangestipt en worden de afspraken die hierover binnen de stadsregio zijn gemaakt toegelicht.
2. Beleid In de nota Grondbeleid Doesburg 2024 is de beleidskeuze gemaakt voor het toepassen van Sturend Grondbeleid, met een voorkeur voor een faciliterende rol. Sturend Grondbeleid gaat uit van een manier van werken die door de tijdige inzet van grondbeleidsinstrumenten leidt tot de tijdige bestuurlijk gewenste verandering in het ruimtelijk grondgebruik. Doesburg neemt in ontwikkelingen bij voorkeur een regisserende rol en toont zich daarbij bereid om met ontwikkelaars, bouwers en corporaties op voet van gelijkheid te onderhandelen en samen te werken. Een optimale onderhandelingspositie wordt gecreëerd door zo effectief mogelijk gebruik te maken van het aan gemeenten beschikbaar gestelde grondbeleidsinstrumentarium. In de Omgevingswet (Ow) zijn alle wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving geïntegreerd in één stelsel. De juridische instrumenten voor grondbeleid zijn in de Ow vervat in: •
de regeling van het voorkeursrecht
•
de regeling van onteigening
•
de regeling kostenverhaal
Indien er niet, niet tijdig of niet op voor de gemeente acceptabele voorwaarden tot overeenstemming kan worden gekomen, kan de realisatie van een nieuwe functie aldus worden afgedwongen door het inzetten van een of meerdere van de hierboven genoemde wettelijke instrumenten. Ontwikkelingslocaties zijn onderverdeeld in zogenaamde grondbedrijfprojecten en niet-grondbedrijf-projecten. Voorwaarde voor grondbedrijfprojecten is dat de gemeente zelf eigenaar is van de grond en zij de geprognosticeerde kosten en opbrengsten moet verantwoorden in financiële grondexploitaties (Grexen).
3. Stand van zaken Met het afsluiten van de GREX Beinum West in 2024 resteert één grondbedrijfproject, namelijk die voor de transformatie van het centrum van Beinum. Voor andere grote ontwikkelingslocaties (zie hoofdstuk 6) geldt dat de gemeente hierin geen grondpositie heeft, maar dat de gemeente initiatieven van derden faciliteert. En dat is geheel in lijn met de afspraken die hierover zijn gemaakt in de in 2024 geactualiseerde Nota Grondbeleid. Daarin is bewust gekozen om bij (woningbouw) ontwikkelingen bij voorkeur een faciliterende rol aan te nemen; een rol die beter past bij een gemeente van geringe omvang zoals Doesburg, waar de ambtelijke capaciteit beperkt is. Grondbedrijfproject: Centrum van Beinum In 2024 is gelijktijdig met het vaststellen van de ontwikkelingskaders voor het nieuwe centrum een eerste financiële grondexploitatie vastgesteld, gebaseerd op het ontwikkelingsplan. Bedragen x € 1.000
2025
2024
verschil
duiding
Kosten
5.564
5.464
Opbrengsten
6.173
6.173
Saldo
609
709
Vooralsnog wordt rekening gehouden met een positief bedrijfsresultaat.
Gerealiseerd K
7,0%
1,3%
De in 2025 gerealiseerde kosten hebben betrekking op de planvoorbereidingskosten die op basis van de vaststelling van de GREX op 29 mei 2024 hierop worden geboekt. Niet voorzien waren kosten die moesten worden gemaakt met betrekking tot een kortgedingprocedure tegen de voorgenomen verkoop van bouwgrond aan de supermarkt die in het projectgebied een grondpositie heeft (zie tevens 4. Risico’s)
Gerealiseerd O
0
0
100 Er wordt ingeschat dat er € 100.000 extra kosten moeten worden gemaakt voor onvoorziene juridische procedures bij de grondverkoop
Pagina 50 van 113
Niet grondbedrijfprojecten: Wemmerse Woerden en Stoerwoud Voor deze twee woningbouwprojecten zijn met de ontwikkelaars anterieure overeenkomsten gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over de door de ontwikkelaar aan de gemeente te betalen kostenverhaalsbijdrage. Hieruit dienen met name de (ambtelijke) kosten te worden betaald voor het begeleiden/ faciliteren van de woningbouwplannen. Dit betreft ook kosten van inhuur van bijvoorbeeld een supervisor die ter plekke de aanleg van de openbare ruimte controleert op de hierover gemaakte afspraken in het bestek voor bouw- en woonrijpmaken. De eerste bijdrage wordt door de ontwikkelaar betaald op het moment dat het omgevingsplan is vastgesteld. Latere betalingen zijn gekoppeld aan series opgeleverde woningen. De kostenverhaalsbijdrage worden jaarlijks aangepast aan de Consumenten Prijs Index (inflatiecorrectie). Nacalculatie is niet aan de orde. De aan deze twee projecten toe te schrijven ambtelijke uren worden op geld gewaardeerd en worden tot het moment dat eerste betalingen plaatsvinden zolang bekostigd uit de Algemene Middelen. Projectnaam
Bijdrage (2025)
Bijdrage (geïndexeerd)
Projectkosten 2025
Projectkosten Totaal
Uitbetaald
Tussen-resultaat
Wemmerse Woerden
411.089
411.089
177.689
177.689
-
-177.689
Stoerwoud
162.336
162.336
21.428
21.428
-
-21.428
4. Risico's Algemeen risico: De financiële risico’s binnen grondexploitaties bestaan onder meer uit marktrisico’s (prijs- en afzetrisico), kostenstijgingen, plannings- en realisatierisico’s en renterisico’s als gevolg van vertraging in procedures. Deze risico’s worden integraal meegenomen in de opzet en jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties (GREX) via aannames over kosten, opbrengsten, fasering en rente. In de berekening van het weerstandsvermogen wordt daarom geen afzonderlijk generiek risico voor grondexploitaties opgenomen. Projectspecifieke risico’s: Ten aanzien van de project specifieke risico’s worden in de grondexploitaties afzonderlijk rekening gehouden met stelposten, dit om mogelijke tegenvallers binnen de grondexploitatie op te kunnen vangen. Zo wordt er een post onvoorzien opgenomen, die aan het begin van het ontwikkelingsproces hoog is en naar mate meer kosten zijn gerealiseerd qua bedrag afneemt. Indien bij actualisatie van een grondexploitatie blijkt dat het geraamde eindresultaat negatief is, wordt conform BBV een voorziening getroffen ter grootte van het volledige verwachte verlies (op basis van contante waarde). Deze voorziening wordt direct ten laste van het resultaat gebracht.
Project Centrum Beinum (nader beschouwd) Hoewel de gevolgen in deze projectfase (definitiefase) voor het uiteindelijke bedrijfsresultaat nog niet vallen in te schatten willen wij de onvoorziene uitgaven in 2025 niet onbenoemd laten. Deze onverwachte uitgaven betreffen het medio 2025 aanhangig gemaakte kort geding tegen de voorgenomen verkoop van bouwgrond aan de supermarkt. Het gaat hier dan met name om kosten voor juridische bijstand en extra kosten voor inzet van het ambtelijk apparaat. Dit geschil krijgt een vervolg in 2026 (en mogelijk ook in jaren daarna) Met het inzicht dat we nu hebben gaat het naar eerste inschatting om een kostenpost van tussen € 100.000 en € 150.000. Dit nog los gezien van mogelijke vertraging in de planuitvoering. Zie tevens hetgeen hierover staat vermeld onder 6.2. Algemene risico’s bouwgrondexploitaties en weerstandsvermogen: Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekken. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.).
Het risico wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde van de diverse complexen per enig jaar.
5. Woningbouw ontwikkelingen 5.1 Het woningbouwprogramma Alle hierna in hoofdstuk 5 genoemde ontwikkelingen hebben betrekking op woningbouw. Woningbouwinitiatieven worden getoetst aan de Woonzorgwelzijnvisie 2024-2028 en aan de meest recente cijfers over de bevolkings- en huishoudensamenstelling. In de nieuwe visie is de ambitie opgenomen om tot een (meer) evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat te komen. Door schaarste aan (betaalbare) woningen wordt beroep gedaan op gemeenten om -zo mogelijk- méér te bouwen dan alleen voor de lokale behoefte. In Doesburg gaat het om enkele honderden woningen extra, waarmee tegelijkertijd meer balans in woningvoorraad kan worden gebracht. Een woningvoorraad die zich laat typeren als een voorraad met een bovengemiddeld aandeel sociale huurwoningen en een fors aandeel goedkope koopwoningen. In de Woonzorgwelzijnvisie zijn de prioriteiten van het lokale woonbeleid in al zijn facetten voor de komende jaren vastgelegd. De visie geeft niet alleen inhoud en richting aan de ontwikkelingen op de woningmarkt. In samenhang met wonen wordt ook bezien wat nu en in de nabije toekomst gewenst is op het gebied van zorg en welzijn. Daarbij wordt qua programma concreet ingezet op de komende vijf tot zeven jaar, met een doorkijk richting 2040.
De gemeente baseert zich daarbij in belangrijke mate op het Woning-behoefteonderzoek Doesburg 2022-2040. 5.2 Regionaal afsprakenkader (nadere uitwerking Woondeal 2.0) In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Aanleiding is het grote woningtekort, waardoor de woonopgaven bovengemiddeld zijn en de uitvoering onder druk staat. In de geactualiseerde regionale woondeal – Woondeal 2.0 - stond de afspraak dat de regio aan de slag gaat met een regionale woonzorgvisie (afspraak 14). Dit ook vanwege het besef dat de opgave in het huisvesten van de verschillende aandachtsgroepen te groot is om als individuele gemeenten, zonder afstemming, op te pakken. Regionale afspraken kunnen hierin helpen. Deze afspraken komen in de plaats van een regionale woonzorgvisie. De basis voor het afsprakenkader bestaat uit twee uitgangspunten: 1) de aandachtsgroepen zijn onze inwoners en 2) we werken toe naar toekomstbestendige vitale wijken.
Pagina 51 van 113
1. Aandachtsgroepen? Onze inwoners! Elke aandachtsgroep of urgentiecategorie bestaat uit inwoners van alle regiogemeenten. Het Rijk verstaat onder aandachtsgroepen mensen die dak- en thuisloos zijn, die uitstromen uit een intramurale (zorg)instelling, statushouders en diverse groepen mensen met sociale of medische urgentie, waaronder slachtoffers van huiselijk geweld en mantelzorgers. Deze mensen hebben niet alleen een dak boven hun hoofd nodig, maar vaak ook behoefte aan zorg en ondersteuning. Daarnaast vallen arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, studenten en ouderen onder de aandachtsgroepen. Allemaal inwoners die door omstandigheden wat extra hulp en urgentie nodig hebben bij het vinden van een thuis. De gemeenten van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen zien het als hun gezamenlijke taak om te zorgen voor voldoende en goede huisvesting voor al haar inwoners, dit onder het motto: “Een thuis voor iedereen!” 2. Toekomstbestendige vitale wijken als basis De komende decennia krijgen we te maken met dubbele vergrijzing, waaronder een toename van eenpersoonshuishoudens (vooral van mensen boven de 75 jaar). Sommigen hebben wat meer zorg en aandacht nodig, terwijl het tekort aan zorgpersoneel de komende jaren toeneemt. Dit vraagt om een nieuwe manier van denken bij zowel inwoners als maatschappelijke organisaties.
Begrippen zoals sociale cohesie, inclusie, samenredzaamheid en wederkerige ondersteuning krijgen betekenis in de dagelijkse praktijk, zodat kwetsbare mensen zelfstandiger kunnen blijven in hun buurt. Tussen wijken, maar ook tussen gemeenten, bestaan grote verschillen. Sommige wijken/gemeenten zijn overbelast, andere hebben ruimte. Dit vraagt om goede toedeling en beleid. Hoe worden de gestelde doelen bereikt? De komende jaren wordt binnen de stadsregio op basis van de vastgestelde regionale afsprakenkaders ingezet op een evenwichtige verdeling van onze inwoners, die extra ondersteuning en aandacht vragen over wijken/gemeenten. Dit wordt gedaan op basis van inwoneraantal. In de woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028 is gesignaleerd dat de lokale behoefte aan wonen met zorg niet volledig kan worden gerealiseerd in onze gemeente. Oplossing voor dit probleem lijkt gevonden te kunnen worden door samen te werken met andere gemeenten, waarbij elke gemeente bijvoorbeeld een aandachtsgroep huisvest waar niet alleen eigen inwoners maar ook inwoners uit omliggende gemeenten met dezelfde indicatie en/of problematiek kunnen worden gehuisvest. 5.3 Prestatieafspraken Wonen In de jaarlijks met Stichting Woonservice IJsselland te maken Prestatieafspraken Wonen worden de te behalen doelen over wonen in relatie tot bereikbaarheid & betaalbaarheid, duurzaamheid en zorg & welzijn vastgelegd.
In 2023 zijn prestatieafspraken voor de komende vier jaar vastgelegd in een convenant. Elk jaar worden de afspraken uit dit convenant geëvalueerd en geactualiseerd. Het geactualiseerde convenant wordt door de corporatie overgelegd aan de Autoriteit wonen.
6. Projecten 6.1 Beinum West Waar verwacht had mogen worden dat de vier starterswoningen na verleende omgevingsvergunning snel zouden worden gerealiseerd, kreeg de ontwikkelaar (en de toekomstige bewoners) te horen dat Liander pas in 2026 menskracht kan leveren voor het aansluiten van deze woningen op het elektranetwerk. In 2024 is de financiële grondexploitatie voor Beinum West afgesloten en is voor de resterende kosten een voorziening van maximaal € 27.000 getroffen. Van deze voorziening is in het verslagjaar een klein bedrag besteed aan bouwplaats begeleiding. Het resterende bedrag wordt overgeheveld naar 2026. Kosten die gemaakt moeten worden hebben met name betrekking op het woonrijp maken waaronder aanplant rondom de nieuwbouw. 6.2 Centrumplan Beinum Medio 2025 is overeenstemming bereikt met de eigenaar van de DekaMarkt over een grondruil. Alvorens de koop daadwerkelijk kon worden gesloten moest het voornemen tot verkoop van gemeentegrond conform het Didam-arrest worden gepubliceerd in Gemeenteblad. Deze bekendmaking heeft geleid tot een door een collega supermarktondernemer aangespannen kort geding, gevolgd door een inbeslagname van een groot deel van het ontwikkelingsgebied (waaronder de locatie waar de nieuwe supermarkt moet komen).
Als gevolg van deze acties moet de tenderprocedure voor het contracteren van een gebiedsontwikkelaar voor onbepaalde tijd worden uitgesteld, en zo ook de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan. Wel is verder gegaan met het uitvoeren van noodzakelijke ruimtelijke onderzoeken die als opmaat dienen voor het te wijzigen omgevingsplan. Daartoe behoort ook onderzoek naar de wijze waarop de in het verslagjaar van het Waterschap Rijn en IJssel aangekochte vijver het beste kan worden gedempt (hierop komt de nieuwe supermarkt) en welke maatregelen in de vorm van wadi’s (voor de opvang van regenwater) moeten worden getroffen. 6.3 Project Wemmerse Woerden Eind 2025 is een ontwerp tot wijziging van het omgevingsplan in procedure gebracht. Hieraan vooraf zijn door de ontwikkelaar allerlei ruimtelijke onderzoeken gedaan die de basis zijn voor het te wijzigen omgevingsplan; een wijziging van het vigerende gebruik, die de bouw van ruim 300 woningen mogelijk moet maken op uitbreidingslocatie Wemmerse Woerden (groot circa 14 hectare). Medio 2025 is met de ontwikkelaar een vervolgovereenkomst gesloten. Deze zogenaamde anterieure overeenkomst bevat nadere afspraken over onder andere de wijze waarop ná realisatie van de woningen de openbare grond (wegen, groen, riolering, straatmeubilair) wordt ingericht en wordt geleverd aan de gemeente.
De woningen zullen in meerdere fasen worden gerealiseerd wat naar verwachting zes tot acht jaar in beslag neemt. De ontwikkelaar streeft ernaar om in 2028 de eerste fase woningen op te leveren. 6.4 Project Flora 23 Eind 2025 zijn de woningen in de tweede en tevens laatste fase opgeleverd. Niet eerder dan begin 2026 kunnen de laatste sleutels aan de huurders worden uitgereikt. Dit heeft er mee te maken dat Liander onvoldoende medewerkers heeft om alle woningen tijdig aan te sluiten op het openbare elektranetwerk. In deze tweede fase ging het om de sloop van 39 eengezinswoningen, die worden vervangen door 19 grotendeels uit hout opgetrokken eengezinswoningen en 39 appartementen, waarvan er 24 toekomstbestendig zijn. Vervangende woningbouw aan Betulastraat en Notenstraat (1e fase), Van Tuyllplein, Prunusstraat en Ribesstraat (fase 2) was aanleiding om de openbare ruimte rondom de te bouwen woningen opnieuw in te richten. Het openbaar gebied krijgt meer groen, minder verharding waarmee wordt geanticipeerd op klimaatverandering. Ook wordt het uit de jaren ’60 daterende riool aangepakt. Het riool wordt (deels) vervangen. In 2026 wordt in opdracht van de gemeente de openbare ruimte rondom de nieuw gebouwde woningen opnieuw ingericht.
Stichting Woonservice IJsselland levert -als eigenaar/ exploitant van de nieuw gebouwde woningen volgens afspraak- een bijdrage in de herinrichtingskosten. 6.5 Gymzaal Armgardstraat In december 2025 is de procedure tot wijziging van het omgevingsplan opgestart dat het mogelijk moet maken om op deze locatie wonen met zorg te realiseren. Verwachting is dat medio 2026 het omgevingsplan kan worden vastgesteld, waarna de locatie op de markt kan worden gezet en partijen kunnen bieden. Wanneer het exact op de markt wordt gezet is nog niet bekend. Dit is afhankelijk van wanneer een natuurvergunning kan worden verleend voor het “verhuizen” van de in het gebouw aanwezige vleermuizen.
Pagina 52 van 113
Voorafgaande aan de procedure wijziging omgevingsplan is een stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd over een nieuwe invulling van deze locatie. Dit heeft geresulteerd in de voorkeur om alhier een geclusterde vorm van wonen met zorg te realiseren. 6.6 Stoerwoud In het verslagjaar zijn belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van woningbouwproject Stoerwoud, de bouw van een duurzame en natuurinclusieve woonwijk van circa 90 eengezinswoningen te realiseren in verschillende prijsklassen, deels huur, merendeels koop. Voor Doesburg uniek, is met de ontwikkelaar overeengekomen dat de bewoners/eigenaren collectief eigenaar worden van de gronden in het plangebied. Dit met uitzondering van de woonpercelen die toebehoren aan de individuele bewoner/ eigenaar. Daartoe behoren onder andere de parkeerplaatsen, het groen en de geluidwal langs de provinciale weg. Niet collectief uitgeefbaar worden de hoofd- en zijwegen met de onder deze wegen gelegen riolering en nutsvoorzieningen en langs deze wegen te plaatsen verlichting. Deze komen ná aanleg ervan in eigendom en beheer van de Gemeente. Deze en andere afspraken zijn vastgelegd in een zogenaamde anterieure overeenkomst. In december 2025 is de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan gestart. Verwachting is dat medio 2026 het omgevingsplan kan worden vastgesteld, waarna de verkoop van de woningen start.
In 2027 hoopt de ontwikkelaar te kunnen starten met de bouw van de eerste woningen. 6.7 Nieuwe multifunctionele sportaccommodatie Met het vaststellen van de ruimtelijke kaders voor het centrum van Beinum (29 mei 2024) is tevens besloten tot het weg bestemmen van de binnen dit projectgebied gelegen sporthal Beumerskamp; een sporthal die gedateerd is en wanneer niet nieuw wordt gebouwd een grondige en dure renovatie vereist. Als vervangende locatie is een perceel aangewezen naast zwembad Den Helder. De eigenaar van deze locatie heeft bij eerdere gelegenheid aangegeven zijn grond hiervoor aan de gemeente te willen verkopen. In het verslagjaar heeft een eerste verkenning plaatsgevonden over de wijze waarop een nieuwe duurzame sportaccommodatie op de beoogde locatie het beste kan worden gerealiseerd. Dit heeft in grote lijnen geresulteerd in twee varianten; 1. Een minimale variant waar alle verenigingen en gebruikers die nu gebruik maken van sporthal Beumerskamp en gymzaal Wilgenstraat gebruik kunnen maken 2. Een grotere voor multifunctioneel gebruik inzetbare sportaccommodatie waar ook ruimte is voor allerlei vormen van fitness en evenementen; een accommodatie waarin de gemeente mogelijk mét private partijen samenwerkt.
Een samenwerking met één of meer (lokale) sport- en/of fitnessondernemers blijkt uit een eerste doorrekening voor de gemeente financieel aantrekkelijk, in die zin dat de jaarlijkse exploitatielasten lager zijn dan wanneer de gemeente een sporthal volledig zelf exploiteert. Vraag die daarbij nog wel moet worden beantwoord is op welke wijze de risico’s bij een privaat-publieke samenwerking voldoende kunnen worden afgedekt. Dit vraagt een gedegen vervolgonderzoek. Medio 2026 moet er een volwaardig en evenwichtig voorstel liggen op basis waarvan een besluit kan worden genomen over wat voor soort sportaccommodatie uiteindelijk wordt gerealiseerd.
Pagina 53 van 113
Paragraaf H | Wet Open Overheid Inleiding Wet open overheid (Woo) De Woo gaat uit van het recht van inwoners op overheidsinformatie, die actief openbaar gemaakt wordt of op aanvraag kan worden verstrekt. Volgens de Woo moet de overheid haar informatie zodanig beheren en ontsluiten dat altijd en tijdig de juiste informatie kan worden gevonden of op aanvraag kan worden verstrekt. De wet voorziet in een gefaseerde invoering van actieve openbaarmaking via verschillende informatiecategorieën (tranches). Op 1 november 2024 is de eerste tranche in werking getreden. De tweede tranche omvat onder meer ontwerpen van regelgeving waarover extern advies is gevraagd, adviezen van adviescolleges en commissies, jaarplannen en jaarverslagen. Ook Woo-verzoeken en -besluiten vallen onder de tweede tranche én die worden inmiddels al actief openbaar gemaakt. Wanneer de tweede tranche formeel in werking treedt voor gemeenten, is nog niet bekend. Woo en Doesburg Het grip krijgen op informatiebeheer om tijdig de juiste informatie actief te kunnen openbaren of op aanvraag te verstrekken blijft urgent. Gemeente Doesburg heeft hiervoor het platform woo.doesburg.nl ingericht, dat ook is geïntegreerd in de gemeentelijke website. Hier worden de wettelijk verplichte informatiecategorieën toegankelijk gemaakt.
De afhandeling van Woo-verzoeken is belegd bij het juristenteam, dat fungeert als coördinerend loket. De beperkte formatieve capaciteit van het juristenteam én het DIV-team vormt een aandachtspunt: tijdige en volledige naleving van de Woo vraagt een structurele inzet die bij verdere uitbreiding van de openbaarmakingsplicht én de stijging van het aantal te behandelen Woo-verzoeken onder druk kan komen te staan. In 2026 wordt de voortgang van de implementatie verder gemonitord, mede in het licht van de nog te activeren informatiecategorieën en het verbeteren van de informatiehuishouding.
Pagina 54 van 113
Jaarrekening 2025 Balans Activa en Passiva In de balans worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorige begrotingsjaar opgenomen. ACTIVA
31/12/2025
31/12/2024
34.755.741
32.583.614
Vaste activa
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut:
10.134.843
10.845.388
Investeringen met een economisch nut, waarvoor een heffing kan worden geheven
9.132.825
8.294.970
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
15.488.074
13.443.256
Financiële vaste activa
3.793.106
3.831.968
Kapitaalverstrekkingen aan: - deelnemingen
101.430
101.430
- woningbouwcorporaties
120.282
132.642
- deelnemingen
757.080
757.080
2.814.313
2.840.816
Leningen aan:
Overige langlopende leningen u/g
Totaal vaste activa
38.548.847
36.415.582
975.925
423.088
Vlottende activa
Voorraden Onderhanden werk (bouwgronden in exploitatie)
387.344
78.669
Gereed product en handelsgoederen
588.582
344.419
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
12.034.587
5.838.443
Vorderingen op openbare lichamen
3.398.411
3.781.315
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
7.690.442
1.066.627
Rekening courantverhouding met niet financiële instellingen
402.493
0
Overige vorderingen
543.241
990.501
Liquide middelen Kas- en banksaldi
501.948 501.948
Overlopende activa
276.219 276.219
4.218.272
2.837.299
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van : - het Rijk
447.007
162.233
- overige Nederlandse overheidslichamen
176.917
162.004
3.594.348
2.513.062
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Totaal vlottende activa
17.730.733
9.375.049
TOTAAL GENERAAL
56.279.580
45.790.631
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Pagina 55 van 113
PASSIVA
31/12/2025
31/12/2024
30.823.941
29.293.302
Vaste Passiva
Eigen vermogen Algemene reserve
7.572.778
6.560.520
Bestemmingsreserves
21.166.440
21.712.220
Gerealiseerde resultaat
2.084.722
1.020.562
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
2.976.689
1.338.887
1.635.291
368.669
Voorzieningen ter egalisering van kosten
634.164
385.317
Voorzieningen bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor heffing geheven
581.489
584.901
van derden verkregen middelen die specifiek besteed
125.746
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
10.600.000
6.200.000