Jaarstukken 2022
Tekst van het document
Juiste en tijdige afstemming tussen beleid en uitvoering en tussen de pijlers van de Toekomstvisie blijven om aandacht vragen.
Pagina 59 van 120
Paragraaf F | Verbonden partijen In deze paragraaf vindt u een lijst met partijen waarmee de gemeente Doesburg banden is aangegaan ter behartiging van bepaalde publieke belangen. Het gaat hierbij om privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke organisaties, waarin Doesburg een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Van een financieel belang is sprake als een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. Ook als er financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt, is er sprake van een financieel belang. De toelichting op de verbonden partijen vindt u in desbetreffende programma’s.
Lijst met verbonden partijen Hieronder volgt een lijst met de partijen verbonden aan de gemeente Doesburg verdeeld naar gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Gemeenschappelijke regelingen Verbonden partij
Vestigingsplaats
Groene Metropool regio Arnhem- Nijmegen
Arnhem
Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden
Arnhem
Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg
Zevenaar
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Arnhem
Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)
Arnhem
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal-Gelderland (MGR)
Arnhem
Euregio Rijn-Waal
Emmerich
Stichtingen/Verenigingen Verbonden partij
Vestigingsplaats
Coöperaties/Vennootschappen Verbonden partij
Vestigingsplaats
BNG Bank
Den Haag
Alliander
Arnhem
Vitens
Utrecht
Circulus-Berkel B.V.
Zutphen
Voor nadere inhoudelijke informatie over de verbonden partijen wordt u verwezen naar de verschillende programma's. Hierin wordt onder ander stil gestaan bij de visie, beleidsvoornemens en wordt de financiële positie van de verbonden partijen nader uiteengezet.
Pagina 60 van 120
Paragraaf G | Grondbeleid 1. Samenvatting Teruggeblikt wordt op de verschillende in gang gezette ontwikkelingen, de gemeentelijke grondposities, en in hoeverre de gemeentelijke investeringen in lijn zijn met de verwachtingen. De particuliere woningbouw in Beinum West is nagenoeg gerealiseerd. Eén bouwkavel moet nog worden verkocht. Wanneer dit in 2023 gaat gebeuren, kan snel daarna dit grondbedrijfproject administratief worden afgesloten met waarschijnlijk een positief eindresultaat, iets waar het lange tijd niet naar uit heeft gezien. Over het andere grondbedrijfproject: Koppelweg 20-22 valt te vermelden dat in het najaar van 2022 de woonkavels zijn verkocht aan de beoogde ontwikkelaar. De verwachting is dat de woningen rond september 2023 worden opgeleverd, waarna in opdracht van de gemeente de openbare ruimte rondom de woningen wordt ingericht. De stand van zaken van deze twee projecten wordt naast tien andere projecten besproken in hoofdstuk 5. Omdat op het merendeel van de ontwikkelingslocaties woningbouw wordt gerealiseerd, wordt in hoofdstuk 4 kort het woonbeleid aangestipt en worden de afspraken die hierover binnen de stadsregio zijn/worden gemaakt kort toegelicht. De schaarste aan woningen vraagt van gemeenten -waar mogelijk- woningbouw te versnellen, maar ook waar mogelijk- méér te bouwen dan alleen voor de lokale woningbehoefte.
De bijdrage van Doesburg zal bescheiden zijn en naar inschatting voor de komende jaren zich beperken tot enkele honderden woningen.
2. Inleiding In deze paragraaf wordt primair verantwoording afgelegd van de in gang gezette ontwikkelingen op gemeentelijke gronden over 2022, en secundair over de stand van zaken met betrekking tot herontwikkeling en herinrichting op gronden, waarvan de gemeente niet eigenaar is. We hebben het dan over initiatieven van derden, die door de gemeente worden gefaciliteerd. Op die locaties waar we als gemeente een grondpositie hebben, gaat de gemeentelijke inbreng verder dan het stellen van randvoorwaarden en het verlenen van de nodige vergunningen. Op gronden in eigendom staat de gemeente zelf ‘aan de lat’ voor het bouw- en woonrijpmaken. De wijze waarop hier verder uitvoering aan wordt gegeven kan variëren van een actieve grondexploitatie tot het sluiten van zogenaamde anterieure overeenkomsten met potentiële bouwers en ontwikkelaars. In al deze gevallen gaat het om de gemeente die acteert als ondernemer, waarvoor de spelregels zijn vastgelegd in de BBV en in gemeentelijk grondbeleid. Daarnaast dienen ontwikkelingen te voldoen aan wettelijke bepalingen zoals vastgelegd in bestemmingsplan en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Voor het gemeentelijk grondbeleid wordt verwezen naar de Nota Grondbeleid 2008.
Zie hiervoor: https://www.doesburg.nl/grondbeleid Het merendeel van de ontwikkelingen in voorbereiding en in uitvoering is terug te voeren op het gemeentelijk woonbeleid, zoals vastgelegd in de Woonvisie 2017-2022. Zie hiervoor: https://www.doesburg.nl/woonvisie-doesburg-2017-2022/. Hoewel het woonbeleid strikt genomen buiten de reikwijdte valt van wat in deze paragraaf verantwoord dient te worden, besteden we hier wel aandacht aan. Het woonbeleid kan namelijk niet los worden gezien van het grondbeleid, waar het betreft het toevoegen van nieuwe woningen, waarvoor gronden moeten verworven. De verschillende ontwikkelingslocaties zijn onderverdeeld in zogenaamde grondbedrijfprojecten en niet-grondbedrijfprojecten. Voorwaarde voor grondbedrijfprojecten is dat de gemeente zelf eigenaar is van de grond en zij de geprognosticeerde kosten en opbrengsten moet verantwoorden in financiële grondexploitaties (GREX’en). Waar het vroeger gangbaar was dat gemeenten gronden aankochten voor woningbouw om daarmee volledige ‘grip’ te houden op wat wordt gebouwd is dat met de huidige Wro minder noodzakelijk. De Wro biedt gemeenten mogelijkheden om grondeigenaren, bouwers en ontwikkelaars woningen te laten bouwen volgens een vastgesteld gemeentelijk woningbouw-programma.
Afspraken over het bouwprogramma en over de kwaliteit van de aan te leggen openbare voorzieningen worden in een zo vroeg mogelijk stadium schriftelijk vastgelegd in bijvoorbeeld een intentieovereenkomst. 3. Stand van zaken met betrekking tot de verschillende ontwikkelingen 3.1 Resultaatverwachting grondbedrijf projecten (2): Bijgestelde resultaatverwachting Beinum West vermoedelijk jaar van realisatie 2023 Bedragen x 1.000
2022
2021
verschil
duiding
Kosten
€ 7.471
€ 7.520
€ 49
uiteindelijke kosten worden lager ingeschat
Opbrengsten
€ 7.600
€ 7.520
€ 33
uiteindelijke opbrengsten worden lager ingeschat
Saldo
€ 116
€ 47
€69
Het geprognosticeerde bedrijfsresultaat lijkt nu vrijwel alle kosten en opbrengsten zijn gerealiseerd nog iets gunstiger uit te pakken.
Gerealiseerd K
99%
96%
3%
Gerealiseerd O
99%
93%
6%
Resterende kosten betreffen met name het bouwrijp maken van de laatste bouwkavel voor de realisatie van vier starterswoningen.
In 2022 is één bouwkavel verkocht.
•
De lagere kosten laten zich verklaren door een voorspelbare uitvoering van het bestek voor het woonrijp maken van de Strijp-De Kilder, waardoor zich niet tot nauwelijks onvoorziene zaken hebben voorgedaan.
•
De hogere grondopbrengst laat zich met name verklaren doordat één koopgarantwoning door de corporatie is verkocht, waarover volgens afspraak een nabetaling over de grond heeft plaatsgevonden (€ 28.000).
•
Lange tijd werd als gevolg van de financiële crisis nog vanuit gegaan dat Beinum-West zou afsluiten met een negatief resultaat van € -100.000 (zoals verantwoord in de GREX, 5de wijziging van juni 2018).
Pagina 61 van 120
Pagina 62 van 120
Bijgestelde resultaatverwachting Koppelweg 20-22 vermoedelijk jaar van realisatie 2024
Bedragen x 1.000
2022
2021
verschil
Kosten
€ 710
€ 710
€ 0
€ 1.249
€ 1.249
€0
Saldo
€ 539
€ 539
€0
Gerealiseerd K
59%
42%
17%
Gerealiseerd O
100%
0%
100%
duiding
De kosten zijn grotendeels gebaseerd op offertes en op basis hiervan verleende
Opbrengsten
opdrachten. Er is geen aanleiding om de hierop gebaseerde geprognosticeerde kosten bij te stellen
De grondopbrengsten zijn gerealiseerd conform de hierover gemaakte contractafspraken.
De in 2022 gerealiseerde kosten hebben met name betrekking op het bouwrijp maken van de ontwikkelingslocatie.
In 2022 zijn de woonkavels verkocht voor de afgesproken prijs, zoals is opgenomen in de GREX, 1e wijziging van 25 mei 2022.
3.2 Financiële stand van zaken van de niet-grondbedrijf-projecten Niet – grondbedrijf-projecten (bedragen x € 1.000) nr
projectnaam
d.d.
krediet
saldo
duiding
In 2021 kon een netto grondopbrengst worden bijgeschreven van € 3
Sluyswachter
27-6-2018
€ 23
€ 46
47.000 als gevolg van de verkoop van een perceel gemeentegrond (Koppelweg 14). De resterende kosten bedragen circa € 5.000 en hebben betrekking op de overdracht van de openbare ruimte. Dit vindt waarschijnlijk in 2023 plaats.
4
5
6
7
8
Centrum Beinum
4-11-2021
€ 145
€107
Voorbereidingsbudget is opgenomen in Programmabegroting 2022-2025
Uitvoeringsbudget uit Programmabegroting 2020-2023. In de IBB van 2020 is het budget overgeheveld naar 2022, restant wordt overgeheveld
Halve Maanweg
31-10-2019
Bloemenbuurt
19-12-
(PeGe)
2019
€ 50
€ 27
naar 2023. Dit is nodig omdat de aanleg van de parkeerplaatsen rondom de nieuwbouw volgt op de oplevering van het wooncomplex. De aanleg ervan heeft vertraging opgelopen
€ 1.660
€ 504
Project is in 2022 afgesloten. Van het restantbedrag vloeit een deel terug naar het budget Watertakenplan (€ 330.000)
Schoollocatie
Herontwikkeling van deze schoollocatie wordt voorlopig niet opgestart. In
De Ooi
2022 is de school ingericht voor tijdelijke huisvesting van Oekraïners.
Turfhaven
30-11-2017
€ 163
€ 86
Uitgaven zijn gereserveerd voor o.a. het invoeren van een nieuw betaalsysteem in de passantenhaven.
Voor de herinrichting van de winkelstraten, de uitbreiding van locatie De 9
Vitale Binnenstad
Bleek en voor de herinrichting van de Kloostertuin t.h.v. Supermarkt AH 19-12-2019
€ 4.400
€ 2.063
moeten in 2023 e.v. nog kosten worden gemaakt. Voor deze drie projecten is er een resterend budget beschikbaar van respectievelijk: € 836.000 € 60.500 en € 163.000.
10
Project Flora 23
23-08-2022
€ 60
€ 59
Gelijktijdig met vastgesteld projectplan is besloten om € 60.000 aan planvoorbereidingskosten beschikbaar te stellen voor het opnieuw inrichten van de openbare ruimte rondom de nieuw te bouwen woningen.
Pagina 63 van 120
3.3 De financiële risico’s Algemeen risico: Met betrekking tot de financiële risico’s van de twee genoemde grondbedrijfprojecten houden we in de berekening van het weerstandsvermogen rekening met een algemeen risico van 20% van de boekwaarde van de grexen. Zie tevens onderstaand kader. Projectspecifieke risico’s: Ten aanzien van de projectspecifieke risico’s worden in de grexen afzonderlijk rekening gehouden met stelposten dit om mogelijke tegenvallers binnen de grex op te kunnen vangen. Zo wordt er een post onvoorzien opgenomen, die aan het begin van het ontwikkelingsproces hoog is en naar mate meer kosten zijn gerealiseerd qua bedrag afneemt. Algemene risico’s bouwgrondexploitaties en weerstandsvermogen: Bij het opstellen van grondexploitaties wordt ingespeeld op mogelijke risico’s. Gedurende de uitvoering van het project kunnen echter risico’s manifest worden die vooraf niet of niet juist zijn ingeschat. Dit kan met name het geval zijn bij exploitaties die zich over een langere periode van meerdere jaren uitstrekt. De risico’s kunnen worden onderverdeeld in gebied gerelateerde risico’s (bodem, archeologie e.d.) en marktrisico’s (economische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen e.d.). Het risicobedrag wordt grofweg ingeschat op 20% van de boekwaarde van de diverse complexen per enig jaar. 4.
De woningbouwontwikkelingen 4.1 Het woningbouwprogramma Het merendeel van de hierboven genoemde ontwikkelingen heeft betrekking op woningbouw. In hoofdstuk 5 wordt op de te onderscheiden ontwikkelingen nader ingegaan. Woningbouwinitiatieven worden getoetst aan de in 2018 vastgestelde Woonvisie 2017-2022 en aan de meest recente cijfers over de bevolkings- en huishoudensamenstelling. Bedoeling is om in 2023 een woon(zorg)visie op te stellen op basis van 1) de nieuwste woningbouwprognoses en 2) de ambitie om te komen tot een (meer) evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat volgens de vastgestelde Toekomstvisie Doesburg 2040. 4.2 Verstedelijkingsstrategie Groene Metropool Stadsregio Arnhem Nijmegen en regio Food Valley werken eendrachtig aan de Verstedelijkings-strategie Groene Metropool. De strategie draait om het faciliteren van de groei in de regio, én het tegelijkertijd versterken van de leefkwaliteit. Voor de (middel)lange termijn beschrijft de strategie de voorwaarden en principes om te komen tot groei van wonen en werken. Deze groei moet bijdragen aan het versterken van mobiliteit, leefbaarheid en landschap.
Daarbij is het voortdurend zoeken naar de juiste balans tussen enerzijds stedelijke ontwikkeling (er moeten tot 2040 circa 100.000 woningen worden bijgebouwd), en anderzijds een ontspannen leefkwaliteit, dit onder het motto: “Meer landschap, meer stad”. In het najaar van 2022 hebben alle regiogemeenten ingestemd met het Verstedelijkingsakkoord Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley. Dit akkoord vormt de basis voor een langjarige samenwerking tussen Rijk, provincies, waterschappen, regio’s en regiogemeenten. Het vormt de basis voor het maken van afspraken met het Rijk over te nemen concrete maatregelen; investeringen in onder andere mobiliteit en infrastructuur om daarmee de woningbouwopgaven in onze regio in “goede banen” te kunnen leiden De rol van Doesburg in het bouwen van extra woningen is vanwege zijn ligging en zijn beperkte uitbreidingsmogelijkheden bescheiden. Tot 2030 gaat het naar verwachting om enkele honderden toe te voegen woningen. 4.3 Huisvestingsverordening Doesburg 2024 De huisvestingsverordening 2020 expireert 31-12-2023. Omdat er nog steeds sprake is van schaarste aan corporatiewoningen is in het verslagjaar besloten om een nieuwe regionale huisvestingsverordening op te stellen. De voorbereidingen hiervoor zijn medio 2022 gestart. Begonnen is met een evaluatie van de huidige verordening.
Hiervoor zijn naast meetbare resultaten gemeenten, corporaties en woningzoekenden bevraagd naar hun ervaringen en om te komen met eventuele verbetervoorstellen. Al sinds 2007 worden in de woningmarktregio Arnhem-Nijmegen alle vrijkomende woningen van de woningcorporaties op dezelfde manier verdeeld. Met de verordening wordt op regionale schaal schaarse woonruimte op een rechtvaardige, uniforme en transparante wijze verdeeld. 4.4 Woondeal 2.0 In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Aanleiding was de constatering dat de regio in de top 3 van regio’s met het hoogste woningtekort stond, de woonopgaven boven-gemiddeld zijn en de uitvoering onder druk staat. Recent uitgevoerd regionaal woningbehoefte-onderzoek herbevestigen dat de woonopgave het lokale niveau overstijgt. In 2022 is de opvolger van de eerste woondeal voorbereid. Hierin is opgenomen dat gemeenten vanaf 2025 in hun nieuwbouwplannen tenminste 30% sociale huurwoningen moeten opnemen en minimaal 35% van de nieuwbouwwoningen moeten bestaan uit middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000). Maar ook dient een deel van deze betaalbare koopwoningen specifiek beschikbaar te komen voor lagere inkomens. Daarbij hoort dan een maximale koopsom van € 250.000.
4.5 Prestatieafspraken Wonen In de jaarlijks met Stichting Woonservice IJsselland te maken Prestatieafspraken Wonen worden de te behalen doelen op de aspecten: Bereikbaarheid & betaalbaarheid, Duurzaamheid, Zorg (en welzijn) en Leefbaarheid. De afspraken worden getoetst aan het gemeentelijk woonbeleid, zoals vastgelegd in woonvisie en de in 2021 vastgestelde toekomstvisie voor Doesburg 2040. Vierjaarlijks vindt er met de corporatie een formeel bestuurlijk overleg plaats. Tijdens deze besprekingen worden actuele zaken besproken, waaronder de voortgang in de verschillende projecten, zoals opgenomen in de prestatieafspraken.
Pagina 64 van 120
5. De projecten 5.1 Beinum West In het verslagjaar is de laatste bouwkavel voor particulier opdrachtgeverschap verkocht. Op een resterende incourante bouwstrook van circa 600 m2 is in 2021 een koopovereenkomst gesloten met een ontwikkelaar die op deze strook vier starterswoningen gaat bouwen. De planvoorbereidingen kosten de initiatiefnemer meer tijd dan aanvankelijk door hem ingeschat. Hierdoor kon de verwachting om in 2022 de bouwkavel te verkopen niet worden waargemaakt. Dit wordt nu zeer waarschijnlijk 2023. Aantal nog niet opgeleverde
Aantal onverkochte
Aantal onverkochte
Aantal nog niet opgeleverde
kavels op1-1-2022
kavels per 31-12-2022
woningen op kavels op 1-1-2022
woningen op kavels op 31-122022
00 van 29
00 van 29
01 van 29
00 van 29
Het Erf
01 van 02
01 van 02
04 van 05
04van 05
Fase 2 (De Strijp, De Kilder
01 van 23
00 van 23
04 van 23
01 van 23
Totalen
2 van 54
01 van 54
09 van 58
05 van 58
Fase 1 excl. Het Erf
5.2 -5.3 Koppelweg e.o. De Havenmeester In 2022 is bouwgrond in bouwrijpe staat verkocht aan de beoogde ontwikkelaar. Op deze voormalige locatie van de Stadswerf verrijzen 13 meergeneratiewoningen. Eind 2022 is gestart met de bouw. Naar verwachting zullen de woningen in het vierde kwartaal van 2023 worden opgeleverd, waarna in opdracht van de gemeente de openbare ruimte (straten, groenperkjes et cetera) wordt ingericht. De Sluyswachter Iets verderop op een voormalige bedrijfslocatie aan de Koppelweg worden 55 koopwoningen gerealiseerd; 15 eengezinswoningen zijn in 2022 opgeleverd. De kopers van de 40 appartementen krijgen in de eerste helft van 2023 de sleutel uitgereikt. Nadat voor rekening van de ontwikkelaar de openbare ruimten zijn ingericht worden deze overgedragen aan de gemeente, die vanaf dat moment het beheer en onderhoud op zich neemt. Herinrichting Koppelweg De woningbouw vraagt om een herinrichting van de Koppelweg. De planvoorbereidingen hiervoor zijn in het najaar van 2022 opgestart. Om te beginnen is aan de bewoners gevraagd welke aandachtspunten voor de nieuwe inrichting de ontwerpers mee willen geven. Er komt in ieder geval een voetpad. Ook worden wegdek en wegfundering, daterend uit de jaren ’60 vervangen, én de weg wordt waarschijnlijk ingericht als een 30km-weg, iets wat ook duidelijk de voorkeur heeft van de nieuwe bewoners.
5.4 Centrumplan Beinum De gemeente wil van het huidige centrum van Beinum een plek maken tot een plek waar men graag komt. Een aantrekkelijk centrumgebied biedt de inwoners van deze wijk kans op contact en ontmoetingen met andere buurtbewoners wat de leefbaarheid ten goede komt. In het gebied liggen op dit moment veel opgaven en kansen op het gebied van leefbaarheid, voorzieningen, verkeersveiligheid & parkeren, klimaatadaptatie en onze woningbouwopgave. Zo dient het toekomstige ontwerp in ieder geval ruimte te bieden aan het toevoegen van appartementen, een uitbreiding van de supermarkt, het verbeteren van de verkeersveiligheid en vooral in te zetten op het verbeteren van de leefbaarheid in het gebied. In 2022 heeft het project Hart van Beinum in het teken gestaan van vele groepsgesprekken, straatinterviews, ruim 200 ingevulde enquêtes en een wijkfestival in de sporthal Beumerskamp. Dit leidde tot de ‘Nota van Uitgangspunten’, een lijst met randvoorwaarden voor het nieuwe centrum van Beinum. Afgelopen november heeft de gemeenteraad deze uitgangspunten vastgesteld waarna in januari gestart is met de ontwerpfase. Het streven is om in december een definitieve ontwerp, inclusief een onderbouwing van de financiële en ruimtelijke haalbaarheid voor het nieuwe ‘Hart van Beinum’, aan de gemeenteraad voor te leggen.
5.5 Halve Maanweg Bedoeling was om in het vierde kwartaal van 2022 het aan de Halve Maanweg verrezen appartementencomplex op te leveren. De levering van stroom waarvoor de capaciteit van het netwerk moet worden uitgebreid heeft vertraging opgelopen. Thans is het streven om in januari 2023 de sleutels uit te reiken. In het eerste kwartaal van 2023 worden rondom de nieuwbouw in opdracht van Stichting WIJ 30 gratis bezoekersparkeerplaatsen aangelegd, met daarnaast 2 x 10 parkeerplaatsen op de nabijgelegen locaties Mauritsveld en De Linie. Met deze vijftig extra parkeerplaatsen wordt door de corporatie een toezegging uit 2003 ingelost. De extra parkeerplaatsen dragen bij aan de ambitie om de binnenstad autoluw te maken (zie hiervoor 5.9; Project Vitale Binnenstad). 5.6 Herstructurering Bloemenbuurt (Vervanging PeGe-woningen) De rondom de hier gebouwde nieuwe woningen is in opdracht van de gemeente de openbare ruimte aangepakt, onder gelijktijdige renovatie/vervanging van de riolering. Deze werkzaamheden zijn in het voorjaar van 2022 afgerond. 5.7 Schoollocatie Horizon De Ooi Met ingang van het schooljaar 2019-2020 is basisschool Horizon De Ooi opgeheven. Om verpaupering van het leegstaande gebouw te voorkomen is een vastgoedbeschermer gecontracteerd. In 2022 is het schoolgebouw beschikbaar gesteld als woonruimten voor Oekraïners.
Dit heeft ervoor gezorgd dat de transformatie van deze locatie tot woonlocatie voor onbepaalde tijd is uitgesteld.
Pagina 65 van 120
5.8 Turfhaven De eigenaren van de GTW-loods in de Turfhaven transformeren deze loods in fasen tot een toeristisch recreatieve verblijfsplaats. De haven en camperplaatsen blijven voorlopig geëxploiteerd worden door de gemeente. De haven kampt vanaf de oprichting met een exploitatietekort. In het verslagjaar hebben wij ons georiënteerd op de wijze waarop de haven het beste kan worden geoptimaliseerd met als doel het jaarlijks tekort op de exploitatie te doen verminderen. Een eerste aanzet hiertoe is gegeven door op korte termijn toe te werken naar een ander beter toegankelijk betaalsysteem. Hiervoor is in het verslagjaar alvast de verordening op het innen van lig-, sta- en kadegelden aangepast. In 2023 wordt het nieuwe betaalsysteem ingevoerd. 5.9 Vitale binnenstad Met het project Vitale Binnenstad waarvoor een investeringskrediet beschikbaar is gesteld, hebben we als doel gesteld de aantrekkelijkheid van de binnenstad te behouden en te versterken voor zowel bezoekers als bewoners. Het gaat dan in grote lijnen om het opwaarderen van het kernwinkelgebied en het opnieuw inrichten van de aangrenzende parkeerplaats Kloostertuin. In het verslagjaar is gestaag gewerkt aan de herinrichting van de winkelstraten. Dit gebeurt in meerdere fasen, waarbij rekening wordt gehouden met het toeristenseizoen; in die periode wordt niet gewerkt.
Verwachting is dat medio 2023 de laatste fase kan worden afgerond. De Kloostertuin is grotendeels opnieuw ingericht. Wat resteert is de openbare ruimte grenzend aan de supermarkt van AH. Dit wordt opgepakt nadat de supermarkt is uitgebreid. Wanneer deze uitbreiding ter hand wordt genomen is op dit moment niet duidelijk, wel zijn hierover principe-afspraken gemaakt met de eigenaar van AH. 5.10 Project Flora 23 In het verslagjaar is voor de vervanging van 59 gedateerde PéGé-woningen in wijk De Ooi de stedenbouwkundige kaders vastgesteld, en er is met initiatiefnemer Stichting Woonservice IJsselland een samenwerkingsovereenkomst gesloten, onder andere inhoudende dat de corporatie een bijdrage levert in het opnieuw inrichten van de openbare ruimte rondom de woningen. Dit opnieuw inrichten is nodig omdat de woningen met het oog op de gewenste variatie in woningtypes anders op de locatie worden gepositioneerd. De te vervangen woningen bevinden zich aan de Betulastraat, Notenstraat en op locatie Ribesstraat-Prunusstraat-Van Tuijlplein. Bij de opnieuw en idealiter duurzaam klimaat-adaptief in te richten openbare ruimte wordt gelijktijdig de riolering, daterend uit de jaren ’60 (deels) vervangen, en er wordt een apart riool voor de afvoer van regenwater aangelegd. De corporatie streeft ernaar om in het vierde kwartaal van 2023 te starten met de eerste fase woningbouw.
We hebben het dan over de Betulastraat en Notenstraat, waarvoor met inbreng van bewonerscommissie en omwonenden 5.11 Project Wemmersweerd In 2022 hebben er gesprekken plaatsgevonden met de eigenaar van 5,5 hectare bouwland in Beinum Noordwest. Eigenaar is ontwikkelaar Roosdom Tijhuis uit Rijssen (Ov), die jaren geleden deze grond, grenzend aan de wijk “Wemmersweerd” om strategische reden heeft aangekocht. Met deze ontwikkelaar is contact gelegd om te bezien hoe alhier woningbouw kan worden gerealiseerd, en hoe met deze locatie invulling kan worden gegeven aan de door u vastgestelde Toekomstvisie Doesburg 2040; “het streven naar een meer evenwichtig en leeftijdsbestendig woon- en vestigingsklimaat.” In het verslagjaar is met de ontwikkelaar een intentieovereenkomst gesloten, inhoudende dat ontwikkelaar en gemeente samen onderzoek doen naar de ruimtelijke en financiële haalbaarheid. In gezamenlijke opdracht is een stedenbouwkundig bureau gecontracteerd, die met inbreng van stakeholders waaronder omwonenden een ontwikkelingsplan gaat opstellen. De tussenproducten worden gepubliceerd op www.onsdoesburg.nl, een digitaal platform waar een ieder over de ontwerpuitgangspunten zijn mening kan geven.
5.12 Flexwoningen Kraakselaan Om versneld woningen te bouwen voor starters en statushouders is in het verslagjaar een overeenkomst gesloten met Stichting Woonservice IJsselland om op basis van een tijdelijke vergunning 15 flexwoningen te plaatsen op een perceel gemeentegrond gelegen aan de Kraakselaan. Over dit plan is in een zo vroeg mogelijk stadium een informatiebijeenkomst voor omwonenden georganiseerd. Met de opbrengst van deze bijeenkomst is een schetsplan uitgewerkt en zijn er haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd op ruimtelijk en financieel gebied. Deze haalbaarheids-onderzoeken, maar ook de voorwaarden waaronder gemeentegrond uiteindelijk geleverd wordt aan de corporatie zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (getekend op 9 december 2022). Streven is om rond 1 oktober 2023 de sleutels uit te reiken aan de toekomstige bewoners. Hieraan voorafgaand moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd en verleend op basis van de Crisis- en herstelwet. Gebruikmakend van deze wet kan een vergunning worden verleend voor een periode van 20 jaar.
Pagina 66 van 120
Paragraaf H | Wet Open Overheid Inleiding Wet Open Overheid (Woo) In de Wet Open Overheid is bepaald dat bestuursorganen zich moeten verantwoorden in de begroting en de jaarrekening hoe zij rekening houden met de met de bepalingen uit deze wet in beleid en uitvoering. De Woo is sinds 1 mei 2022 van kracht en is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo gaat uit van het recht op informatie van de inwoner dat de overheid actief openbaar maakt of op aanvraag kan verstrekken. Daarom moet de overheid, volgens de Woo, haar informatie zodanig op orde brengen, beheren en ontsluiten dat altijd en tijdig de juiste informatie kan worden gevonden of op aanvraag kan worden verstrekt. Er is een gefaseerde invoering van te publiceren documenttypen per informatiecategorie. De fasering moet nog officieel worden vastgesteld bij Koninklijk Besluit. Op welke platforms documenten worden gepubliceerd is nog onduidelijk. Woo en Doesburg We zijn in 2022 gestart met het inventariseren wat er volgens de WOO moet gebeuren. Hiervoor zijn seminars en trainingen gevolgd. Op dit moment is vanuit de wetgever nog steeds niet op alle punten helder wat in welke fase van de invoering moet worden opgeleverd. In Doesburg is het standpunt ingenomen dat we de uitgangspunten van de WOO volgen en deze geleidelijk aan zullen invoeren.
In 2022 zijn, zoals gevraagd, twee medewerkers als WOO functionaris benoemd. Zij houden zich naast hun reguliere takenpakket, bezig met de invoering van een aantal WOO zaken en zijn aanspreekpunt. Ook is er anonimiseringssoftware aangeschaft om openbaar te maken stukken gemakkelijker te kunnen ontdoen van persoonsgegevens. Het gebruik van de software wordt in 2023 in gebruik genomen. In 2023 gaan we verder met de uitrol. Het grip krijgen op informatiebeheer om tijdig en juist te kunnen publiceren is urgent maar gebeurt nog maar mondjesmaat omdat hiervoor middelen en menskracht ontbreken.
Pagina 67 van 120
Jaarrekening 2022 Overzicht van baten en lasten Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten per programma Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat: 1. per programma de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan; 2. het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting; 3. het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen 1 en 2; 4. de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; 5. het gerealiseerde resultaat, volgend uit de onderdelen 3 en 4. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging. JAARREKENING 2022 (GEREALISEERDE TOTAAL VAN BATEN EN LASTEN)
Raming voor wijziging
Raming na wijziging
Baten
Lasten
Saldo
Bestuur en veiligheid in Doesburg
159.567
2.313.355
Leefbaar en duurzaam Doesburg
3.911.982
6.571.949
789.949
Realisatie
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
-2.153.788
284.567
2.468.505
-2.183.938
1.137.753
2.865.280
-1.727.527
-2.659.967
4.175.646
6.410.550
-2.234.904
4.211.271
6.667.001
-2.455.731
1.458.579
-668.630
596.294
1.573.224
-976.930
2.637.834
3.051.216
-413.382
5.034.331
20.805.502
-15.771.171
4.791.223
23.031.394
-18.240.171
4.683.690
21.880.489
-17.196.799
305.058
5.374.790
-5.069.732
372.378
5.714.410
-5.342.032
545.580
6.161.786
-5.616.206
10.200.887
36.524.175
-26.323.288
10.220.108
39.198.083
-28.977.975
13.216.128
40.625.772
-27.409.645
Lokale heffingen
2.351.685
227.459
2.124.226
2.381.035
252.459
2.128.576
2.384.087
275.971
2.108.116
Algemene uitkeringen
22.894.891
0
22.894.891
26.506.891
0
26.506.891
27.137.635
0
27.137.635
443.141
0
161.859
-161.859
341
Programma
Wonen, werken en recreëren in Doesburg Zorg in Doesburg Algemene dienst en financiën Totaal programma's
Algemene dekkingsmiddelen *1
Overige algemene dekkingsmiddelen Calculatieverschil/Vennootschapbelasting Algemene dekkingsmiddelen
Onvoorzien
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
443.141
341
0
0
0
0
20.000
-20.000
0
77.707
-77.707
25.689.717
227.459
25.462.258
28.887.926
434.318
28.453.608
29.522.063
353.678
29.168.385
0
15.000
-15.000
0
15.000
-15.000
0
0
0
35.890.604
36.766.634
-876.030
39.108.034
39.647.401
-539.367
42.738.191
40.979.450
1.758.741
12.910
38.143
38.143
13.660
524.629
2.425.937
2.357.798
68.139
2.409.337
2.357.798
51.539
0
431.500
521.000
-89.500
431.500
521.000
-89.500
Toevoegingen en onttrekkingen reserves per programma Bestuur en veiligheid in Doesburg
12.910
Leefbaar en duurzaam Doesburg
891.642
367.013
Wonen, werken en recreëren in Doesburg
13.660
Zorg in Doesburg
143.929
131.933
11.996
527.867
169.378
358.489
412.867
169.560
243.307
Algemene dienst en financiën
48.307
2.604
45.703
633.021
654.800
-21.779
846.747
659.800
186.947
Totaal mutatie reserves
1.096.788
501.550
595.238
4.056.468
3.702.975
353.493
4.114.110
3.708.157
405.953
Gerealiseerd resultaat
36.987.392
37.268.184
-280.792
43.164.502
43.350.376
-185.874
46.852.301
44.687.608
2.164.694
Ad.1: Dividend en het saldo van de financieringsfunctie behoren ook tot de algemene middelen maar zijn in programma 5 opgenomen. Vanwege de leesbaarheid is de aansluiting tussen deze tabel en de saldo's op de programma's in stand gehouden. In het hoofdstuk over algemene dekkingsmiddelen zijn deze onderdelen wel weergegeven.
Pagina 68 van 120
Toelichting op het overzicht van baten en lasten Analyse van het resultaat t.o.v. de begroting Algemene verwijzing naar de toelichting bij de programma's Hoewel de toelichting op de afwijkingen van de baten en lasten per programma en op taakveld niveau onderdeel is van de jaarrekening 2022, is deze toelichting uit oogpunt van efficiency opgenomen bij de programma's in het jaarverslag van 2022. Deze toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022 van de gemeente Doesburg treft u dan ook bij de programma's in het jaarverslag aan en wordt geacht ook onderdeel te zijn van deze jaarrekening die door de externe accountant is gecontroleerd.
Onvoorzien Onvoorzien Het verloop van de post onvoorzien is als volgt:
Post onvoorziene uitgaven
Bedrag
Post onvoorziene uitgaven (primitieve begroting)
15.000
Af: geraamde bedragen ten laste van post onvoorzien
0
Post onvoorziene uitgaven (na wijziging)
15.000
In 2022 is geen beroep gedaan op de begrote lasten voor onvoorziene gebeurtenissen.
Overzicht incidentele baten en lasten Overzicht van incidentele baten en lasten per programma
Baten
Lasten
Programma Bestuur en veiligheid in Doesburg mutatie reserves
26.750
diversen < € 15.000 Totaal Bestuur en veiligheid in Doesburg
13.528 26.750
13.528
2.284.737
2.357.798
Leefbaar en duurzaam Doesburg mutatie reserves subsidie Provincie Gelderland voor overdracht bodemtaken
50.000
gebouwen beheer
30.000
diverse projecten duurzaamheid
268.957
Grondexploitatie
1.848.064
diversen < € 15.000 Totaal Buitenruimte van Doesburg
1.458.636 13.579
4.182.801
4.128.970
28.245
58.605
Wonen, werken en recreëren in Doesburg Centrum Beinum Canon Doesburg
20.000
Openbare inrichting Halve Maanweg
200.000
200.000
mutatie reserves
431.500
521.000
diversen < € 15.000 Totaal Wonen, werken en recreëren in Doesburg
3.500 659.745
803.105
Zorg in Doesburg diversen < € 15.000
21.100
Energietoeslag
1.141.059
mutatie reserves
268.938
169.560
Totaal Zorg in Doesburg
268.938
1.331.719
mutatie reserves
798.439
659.800
diversen < € 15.000
12.735
12.735
Totaal Algemene dienst en financiën
811.174
672.535
Totaal incidentele baten en lasten
5.949.408
6.949.856
Algemene dienst en financiën
Pagina 69 van 120
Toelichting incidentele baten en lasten Hieronder is een toelichting opgenomen op incidentele baten en lasten > € 15.000 en m.u.v. de mutatie in de reserves. Programma Leefbaar en duurzaam Doesburg •
Subsidie Provincie Gelderland voor overdracht bodemtaken: Als de Omgevingswet in werking treedt, dragen provincies een aantal bodemtaken over naar de gemeenten. Ter voorbereiding heeft de gemeente subsidie ontvangen van provincie.
•
Gebouwen beheer: Om het vastgoedbeheer te professionaliseren zijn incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld.
•
Projecten duurzaamheid: Voor de energietransitie lopen diverse projecten t.b.v. energiebesparing, opwekking en duurzame warmte.
•
Grondexploitatie: De resultaten van grondexploitatie zijn niet meegenomen in de reguliere programma begroting en worden als incidenteel aangemerkt.
Programma Wonen, werken en recreëren in Doesburg •
Centrum Beinum: Kosten ivm het project om het centrum van Beinum te ontwikkelen tot een volwaardig hart van Beinum.
•
Canon Doesburg: bij de resultaatbestemming 2021 is besloten een bijdrage te verlenen aan het project om een canon van Doesburg te realiseren.
•
Openbare inrichting Halve Maanweg: Een integrale gebiedsgerichte aanpak waarbij het gaat om herbestemming, transformatie of sloop van leegstaande of leegkomende gebouwen, gecombineerd met een aanpak van de openbare ruimte en passend in een actuele visie op de ontwikkeling van het gebied. Voor dit project is subsidie ontvangen van de provincie Gelderland die doorgestort is naar de Stichting Woonservice IJsselland.
Programma Zorg in Doesburg •
Energietoeslag: In 2022 is aan huishoudens met een inkomen tot 120% van het bestaansminimum de energietoeslag uitbetaald. Daarmee werden ze geholpen met het betalen van de energierekening. Via het gemeentefonds zijn wij gedeeltelijk gecompenseerd voor deze lasten.
Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves
Toevoeging
Onttrekkingen
Programma Bestuur en veiligheid in Doesburg
12.910
Leefbaar en duurzaam Doesburg
124.600
Zorg in Doesburg
143.929
Algemene dienst en financiën
48.307
0
329.746
De muaties betreffen de onttrekkingen aan de reserve kapitaalslasten die worden ingezet ter dekking van afschrijvingslasten van activa.
Pagina 70 van 120
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Overzicht algemene dekkingsmiddelen Lokale heffingen
De gemeente Doesburg kent de volgende niet-bestedingsgebonden gemeentelijke heffingen:
Realisatie 2022 Raming 2022 na wijziging Raming 2022 primitief Onroerende zaakbelasting
2.249.646
2.249.505
2.220.155
Toeristenbelasting
321.798
408.006
408.006
Precariobelasting
26.442
24.862
24.862
Roerende zaakbelasting
3.202
1.820
1.820
Hondenbelasting
51.558
54.127
54.127
Reclamebelasting Totaal
53.239
50.721
50.721
2.705.885
2.789.041
2.759.691
Deze heffingen zijn tot de aangegeven bedragen verwerkt in de jaarrekening 2022
Algemene uitkering De verantwoorde uitkering uit het Gemeentefonds is gebaseerd op de betaalspecificatie waarin ook de decembercirculaire 2022 is verwerkt. Realisatie 2022 Raming 2022 na wijziging Raming 2022 primitief Algemene uitkering 2022
26.996.962
Algemene uitkering 2021*)
140.477
Algemene uitkering 2020*)
195
Totaal
27.137.634
26.506.891
22.894.891
26.506.891
22.894.891
*) Betreft verrekening eerdere uitkeringsjaren
In de decembercirculaire is een voorschot opgenomen voor de energietoeslag 2023 (€305.000)
Dividend Verantwoord zijn de volgende dividenden:
Realisatie 2022 Raming 2022 na wijziging Raming 2022 primitief BNG
62.955
Alliander
145.611
Circulus-Berkel Totaal
208.567
217.850
247.850
Het in de jaarrekening opgenomen dividend betreft het dividend over het boekjaar 2021 van de betreffende deelneming en nog te ontvangen dividendbelasting over 2020.
Saldo financieringsfunctie
Realisatie 2022 Raming 2022 na wijziging Raming 2022 primitief Baten
134.525
56.616
56.616
Lasten
16.444
0
0
Totaal rente resultaat
118.081
56.616
56.616
In 2022 is een grootboeklening van het Rijk afgelost. Het verschil tussen de boekwaarde en de uitkering is als rente baat verantwoord.
Pagina 71 van 120
Pagina 72 van 120
Balans Activa en Passiva In de balans worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorige begrotingsjaar opgenomen. ACTIVA
31-12-2022
31-122021
26.041.646
22.816.498
Vaste activa
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut:
8.584.574
6.744.548
Investeringen met een economisch nut, waarvoor een heffing kan worden geheven
8.664.865
8.556.657
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
8.792.206
7.515.293
(de vergelijkende cijfers 2021 voor investering met een economisch nut en maatschappelijk nut zijn door herrubricering aangepast)
Financiële vaste activa
4.931.012
5.138.306
Kapitaalverstrekkingen aan: - deelnemingen
101.430
101.430
1.062.226
1.140.210
757.080
757.080
3.010.276
3.139.586
Leningen aan: - woningbouwcorporaties - deelnemingen Overige langlopende leningen u/g (de vergelijkende cijfers 2021 voor kapitaalverstrekkingen en leningen zijn door herrubricering aangepast)
Totaal vaste activa
30.972.658
27.954.804
-497.611
150.027
Vlottende activa
Voorraden Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
-497.611
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
150.027
9.888.549
5.928.619
Vorderingen op openbare lichamen
3.770.385
2.544.995
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
5.294.340
2.649.248
Rekening courantverhouding met niet financiële instellingen
246.654
Overige vorderingen
577.169
Liquide middelen Kas- en banksaldi
734.376
478.127 478.127
Overlopende activa
485.328 485.328
1.515.635
2.902.254
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van : - overige Nederlandse overheidslichamen
151.838
- overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
2.750.417 1.515.634,54
Totaal vlottende activa
11.384.700
TOTAAL GENERAAL
9.466.228
37.421.032 42.357.358
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Pagina 73 van 120
PASSIVA
31-12-2022
31-122021
27.368.066
25.609.324
Vaste Passiva
Eigen vermogen Algemene reserve
4.491.463
3.574.087
Bestemmingsreserves
20.711.908
18.351.680
Gerealiseerde resultaat
2.164.694
3.683.557
Voorzieningen
2.770.721
1.689.234
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
724.711
83.269
Voorzieningen ter egalisering van kosten
785.405
458.037
Voorzieningen bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor heffing geheven
1.260.604
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
1.147.928 2.400.000
Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2.400.000
Waarborgsommen
Totaal vaste passiva
32.538.787
27.298.558
4.968.860
4.213.134
Vlottende passiva
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi Overige schulden
4.968.860
Overlopende passiva Verpichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergeljkbaar volume
4.213.134
4.849.711
5.909.340
707.364
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de bedragen van: - het Rijk
3.867.723
4.383.804
- Overige Nederlandse overheidslichamen
90.230
828.033
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
184.394
697.503
Totaal vlottende passiva
9.818.571
TOTAAL-GENERAAL
10.122.474
37.421.032 42.357.358
Gewaarborgde geldleningen / garantstellingen
1.953.917
2.211.872
Pagina 74 van 120
Waarderingsgrondslagen Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijv. bij reorganisaties) dient wel een voorziening te worden gevormd mits aan de voorwaarden daartoe wordt voldaan. Tenzij anders aangegeven zijn alle bedragen vermeld in euro’s. Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen in maximaal 5 jaar worden afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan na afsluiting van het geïnvesteerde bedrag. Afsluitkosten van opgenomen geldleningen mogen worden afgeschreven in de looptijd van de betrokken geldlening. Immateriële vaste activa mogen in maximaal 5 jaar worden afgeschreven.
(De gemeente Doesburg heeft geen immateriële vaste activa op de balans geactiveerd.) Materiële vaste activa Artikel 35 BBV beschrijft het onderscheid tussen: 1) Investeringen met (beperkt) economisch nut; 2) Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3) Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Ad 1) Investeringen met (beperkt) economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt over het saldo afgeschreven. Ad 2) Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Conform artikel 62 lid 3 wordt de voorzieningen vervangingsinvesteringen riolering (ex. artikel 44 lid 1 sub d) eveneens in mindering gebracht op de betreffende investeringen; in dergelijke gevallen wordt over het saldo afgeschreven.
Ad 3) Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging– of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden conform artikel 62 lid 2 BBV op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt het saldo afgeschreven. Het afschrijvingsbeleid wordt toegepast conform de door de raad vastgestelde financiële verordening. In deze verordening is in artikel 9 - en de daarbij behorende bijlage - de waardering & afschrijving van vaste activa opgenomen. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Indien nodig is hierop een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt mocht dalen tot onder de verkrijgingprijs zal afwaardering plaatsvinden. (De actuele waarde ligt in de gemeente Doesburg ruim boven de verkrijgingprijs.) Vlottende activa Voorraden De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs.
De vervaardigingprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en administratie- en beheerskosten. Winsten uit de grondexploitaties worden slechts genomen indien en voor zover deze met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd kunnen worden aangemerkt. Daarbij wordt de voorgeschreven percentage of completion-methode toegepast. Verliezen in de grondexploitaties worden genomen middels het vormen van een voorziening op het moment dat het verlies zich aandient. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor de verwachte oninbaarheid is hierop een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte kans op inning. Liquide middelen Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen. Recht op verliescompensatie VpB Het recht op verliescompensatie per einde boekjaar krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt (buiten de tellingen) opgenomen onder de activa-kant van de balans. Pagina 75 van 120
Vaste Passiva Reserves De (bestemmings)reserves zijn gevormd c.q. ingesteld op basis van daartoe door de raad genomen besluiten. De vermeerderingen en de verminderingen die ten gunste respectievelijk ten laste van deze (bestemmings)reserves zijn verantwoord, zijn eveneens gebaseerd op daartoe strekkende raadsbesluiten (veelal vastgelegd in oorspronkelijke begroting en/of begrotingswijzigingen). Voorzieningen De voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Op basis van relevante notities van de commissie BBV dient aan ingestelde voorzieningen, die strekken ter egalisering van lasten over een aantal begrotingsjaren, een door de raad vastgesteld actueel beheerplan ten grondslag te liggen. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De vlottende schulden hebben in principe een rente-typische looptijd van korter dan één jaar. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente Doesburg zijn gewaarborgd, is onder de passiva-kant van de balans (buiten de telling) het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.
Dit wordt toegelicht bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Eigen bijdrage WMO Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding, zorg in natura of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een eigen bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen. Voor de gemeente Doesburg gaat het hier om een onzekerheid van € 120.381.
Pagina 76 van 120
Toelichting op de balans ACTIVA Aan de activa zijde van de balans staan de bezittingen van de gemeente vermeld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vaste en vlottende activa.
VASTE ACTIVA Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa. Materiële vaste activa met een economisch nut Boekwaarde 1-12022
Investeringen
5.210.328
2.404.193
Gronden en terreinen
227.513
64
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
354.709
Machines, apparaten en installaties
433.783
Vervoermiddelen
44.419
Bedrijfsgebouwen
Desinvesteringen
Afschrijvingen Bijdragen van derden
Afwaardering
241.633
Boekwaarde 31-122022 7.372.888 227.577
10.673
367.092
61.626
344.037
516.788
222.460
16.546
27.873
99.503
389.739
Woonruimten
0
Overig
473.796
15.447
Totaal
6.744.548
2.786.796
0
429.982
516.788
0
8.584.574
Afschrijvingen Bijdragen van derden
Afwaardering
Boekwaarde 31-122022
Materiële vaste activa met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Boekwaarde 1-12022 Bedrijfsgebouwen
Investeringen
Desinvesteringen
14.609
Gronden en terreinen
874
13.735
0
0
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
8.542.048
480.691
Totaal
8.556.657
480.691
0
Boekwaarde 1-12022
Investeringen
Desinvesteringen
357.508
14.100
8.651.131
358.383
14.100
0
8.664.865
Afschrijvingen Bijdragen van derden
Afwaardering
Boekwaarde 31-122022
Materiële vaste activa met een maatschappelijk nut
Gronden en terreinen
0
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
7.515.293
1.537.381
Totaal
7.515.293
1.537.381
TOTAAL
22.816.497
4.804.867
141.600
118.868
8.792.206
0
141.600
118.868
0
8.792.206
0
929.964
649.755
0
26.041.645
Door herrubricering wijken de boekwaardes per 1-1-2022 op onderdelen af van de jaarrekening 2021. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van activa met een economisch nut naar activa met maatschappelijk nut. Daarnaast heeft er ook een verschuiving plaats gevonden tussen de soort activa. Daarbij gaat het vooral om een verschuiving van activa onder gronden en terreinen naar grond-,weg- en waterbouwkundige werken. Het totale saldo is wel gelijk aan de jaarrekening 2021. Financiële vaste activa Boekwaarde 1-12022
Investeringen
Desinvesteringen
Aflossingen
Afwaardering
Boekwaarde 31-122022
Kapitaalverstrekking aan: Deelnemingen
101.430
101.430
Leningen aan: Woningbouwcorporaties Deelnemingen
0 1.140.210
77.984
1.062.226
757.080
Overige langlopende leningen
3.139.586
Totaal
5.138.306
757.080
129.310
0
0
207.294
3.010.276
0
4.931.012
Door herrubricering wijken de boekwaardes op onderdelen per 1-1-2022 af van de jaarrekening 2021. Het totale saldo is wel gelijk aan de jaarrekening 2021.
VLOTTENDE ACTIVA Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.
Pagina 77 van 120
Voorraden
Saldo 31-12-2021
Saldo 31-12-2022
150.026
-497.611
Voorraad
De voorraad betreft de bouwgrond in exploitatie. Een toelichting op de grondexploitatie is opgenomen in de paragraaf grondbeleid. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de mutaties in 2022. Omschrijving
2021
2022
Beinum-West
-148.849
10.462
Koppelweg 20 en 22
298.875
-508.072
0
0
Boekwaarde onderhanden werk
150.026
-497.611
Totaal boekwaarde voorraden
150.026
-497.611
Beinum-West
Koppelweg 20-22
Totaal
Boekwaarde 01-01-2022
-148.849
298.875
150.026
Vermeerderingen
193.636
122.309
315.944
Verminderingen
-104.007
-1.249.000
-1.353.007
Winstneming
69.681
319.744
389.425
Boekwaarde 31-12-2022
10.461
-508.072
-497.612
Nog te verwachten kosten
54.000
288.816
342.816
Nog te verwachten verkoopopbrengst
-66.300
-
-66.300
Nog te realiseren winst
1.839
219.256
221.096
Geraamde eindresultaat
115.625
539.000
654.626
m2 verkocht in 2022
528
2.435
2.963
m2 nog te verkopen
600
-
600
1.128
2.435
3.563
Onderhanden werken:
Af: Risicovoorziening Grondexploitatie(s)
Het verloopoverzicht van de complexen is als volgt:
Totaal
De raming van kosten en opbrengsten is gebaseerd op de laatst vastgestelde grondexploitaties, rekening houdend met de meest actuele prognoses nog te maken kosten.
Uitzettingen korter dan één jaar Soort vordering Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
Gecorrigeerd saldo 31-12-2021
Saldo per 31-12-2022
2.544.995
3.770.385
734.376
1.323.919
Rekening courant verhouding met niet financiële instellingen
Voorziening oninbaarheid
Gecorrigeerd saldo 31-12-2022 3.770.385
746.750
577.169
246.654
246.654 5.294.340
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een looptijd korter dan 1 jaar
2.649.248
5.294.340
Totaal
5.928.619
10.635.299
Saldo 01-01-2022
2022
2.201.848
2.250.760
343.147
1.519.625
2.544.995
3.770.385
746.750
9.888.549
De vordering op openbare lichamen bestaan uit:
BTW compensatiefonds Overige vorderingen op openbare lichamen Boekwaarde per 31 december
De post overige vorderingen bestaat vooral uit algemene en belastingdebiteuren en debiteuren bijstandsverlening. Voor deze vorderingen is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. De voorziening dubieuze debiteuren is ultimo 2022 als volgt opgebouwd:
Omschrijving voorziening
Bedrag
Algemene- en belastingdebiteuren
130.486
Debiteuren bijstandsverlening
616.264
Totaal
746.750
Pagina 78 van 120
Liquide middelen Liquide middelen
Saldo 2021
Saldo 2022
€ 485.328
€ 478.127
2021
2022
483.426
475.907
De liquide middelen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
Omschrijving Banksaldi Kassaldi Saldo per 31 december
1.902
2.221
485.328
478.127
De liquide middelen betreffen direct opeisbare tegoeden.
Gemeenten zijn verplicht om overtollige middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Er is echter wel een drempelbedrag van toepassing van €1.000.000. In onderstaand overzicht is de ruimte onder het drempelbedrag weergegeven en het gemiddelde saldo per kwartaal dat aangehouden is op de rekening schatkistbankieren.
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dag basis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen.
295
335
630
550
Gemiddeld saldo op rekening schatkistbankieren
1709
6380
9683
5919
Bedragen x €1.000
Overlopende activa De overlopende activa kunnen als volgt worden gespecificeerd: Omschrijving
2021
2022
Nog te ontvangen bedragen
1.304.083
847.411
Vooruit betaalde bedragen
1.446.335
668.224
Ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
151.838
Boekwaarde per 31 december
2.902.256
1.515.635
Ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel en van derden verkregen middelen Overige Nederlandse overheidslichamen In onderstaande staande tabel wordt onderscheid gemaakt in de ontvangen voorschotbedragen van het rijk en van overige Nederlandse overheidslichamen. Ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
Saldo 1/1/2022 Vermeerderingen Verminderingen Saldo 31/12/2022
Vrz. Brede impuls Combinatiefuncties
26.476
26.476
0
Vrz. Uitvoering Landschapsbeleid Doesburg
12.474
12.474
0
Algemeen Milieubeleid( Warmtetransitie)
4.888
4.888
0
Cultuur- en erfgoedpact Achterhoek 2017-2020
108.000
108.000
0
Totaal
151.838
151.838
0
0
PASSIVA Aan de passiva kant staan de schulden en het eigen vermogen van de gemeente vermeld. Onderscheid wordt gemaakt tussen vaste en vlottende passiva.
VASTE PASSIVA Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Eigen vermogen Reserves kunnen worden onderverdeeld in de Algemene reserves en in bestemmingsreserves. Met het nog te bestemmen resultaat over het begrotingsjaar vormen de reserves samen het eigen vermogen van de gemeente. Onderstaand is een totaaloverzicht van de reserves opgenomen. Per reserve is een toelichting opgenomen in deze jaarrekening bij het onderdeel Toelichting reserves, voorzieningen en van derden verkregen middelen. Hierin wordt de aard en reden van iedere (bestemmings)reserve toegelicht.
Pagina 79 van 120
Het Eigen vermogen kan als volgt gespecificeerd worden: Eigen Vermogen
Saldo 01-01-2022
Saldo 31-12-2022
Algemene reserve
3.574.087
4.491.463
Bestemmingsreserves
18.351.680
20.711.908
Nog te bestemmen resultaat*)
3.683.557
2.164.694
Saldo per 31 december
25.609.324
27.368.066
Saldo 01-01-2022
Resultaatbestemming 2021
Totaal algemene reserve
3.574.087
3.683.557
Bestemmingsreserves
Saldo 01-01-2022
Resultaatbestemming 2021
*) resultaat voor bestemming
Algemene Reserve
onttrekking
Saldo 31-12-2022
2.766.180
4.491.463
toevoeging
onttrekking
Saldo 31-12-2022
29.046
5.104
2.500
31.650
16.096.365
633.941
329.746
16.400.560
Mobiliteitsfonds parkeercapaciteit
90.623
20.000
Openbare verlichting
8.257
83.941
Huisvesting onderwijs (IHP)
142.024
32.122
174.146
Vervanging speeltoestellen
37.471
407
37.878
Reserve BUIG-budget (inkomensdeel WWB)
800.000
100.000
Groot onderhoud kapitaalgoederen (tijdelijk)
52.640
16.600
Reserve overgehevelde middelen
574.500
1.094.000
Reserve Digitaal Werken
54.535
Arbeidsvoorwaardenmaatregelen Kapitaallasten
toevoeging
110.623 83.941
8.257
179.000
721.000 69.240
574.500
1.094.000 54.535
Reserve wachtgeldverplichtingen
566.696
Reserve SW bedrijven
37.438
37.438
Reserve Wegen
767.909
767.909
350.000
816.219
Rehabilitatie van Wegen Totaal bestemmingsreserve
466.219 18.351.680
0
3.708.157
178.243
388.453
1.347.930
20.711.908
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd wegens: 1. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs valt in te schatten; 2. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs valt in te schatten; 3. Kosten die in een volgend dienstjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Voorzieningen moeten de benodigde omvang hebben van de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen niet kleiner of groter zijn dan de verplichtingen of de risico’s, waarvoor ze zijn ingesteld. Om de toereikendheid van de voorzieningen te kunnen beoordelen is het noodzakelijk dat wordt beschikt over door de gemeenteraad vast te stellen beheerplannen, waaruit de benodigde omvang blijkt. Deze plannen moeten regelmatig worden geactualiseerd. Indien bij een dergelijke actualisatie blijkt dat de voorziening niet meer op niveau is, dan moet door middel van extra dotaties de voorziening weer op peil worden gebracht. Blijkt dat de voorziening meer dan toereikend is, dan kan het te veel (vrijval/surplus) eenmalig ten gunste van de exploitatie worden afgeboekt.