Gewijzigde begroting 2025 en Meerjarenbegroting 2026-2029
Tekst van het document
31
Wat willen we bereiken? Inclusie en diversiteit MGR SDCG staat met haar dienstverlening voor een inclusieve samenleving en inclusief werkgeverschap. Er wordt grote waarde gehecht aan de inclusie en diversiteit in de dienstverlening, maar ook in de eigen organisatie.
MGR Beheer
Activiteiten
Signalerende, adviserende en faciliterende rol MGR SDCG MGR SDCG heeft een signalerende, adviserende en faciliterende rol. Signalen, trends en risico’s die worden ervaren in de uitvoering worden teruggekoppeld aan de deelnemende gemeenten. In 2025 willen we investeren in de samenwerking met de gemeentelijke organisaties om taken, rollen en verantwoordelijkheden beter op elkaar aan te laten sluiten. Meerwaarde Governance Het AB van MGR SDCG heeft besloten om een bestuurskrachtonderzoek uit te laten voeren. Hoofdvraag van het onderzoek is “Hoe functioneert de governance van MGR SDCG en welke maatregelen kunnen worden genomen om de governance toekomstbestendig te houden?”. Met de uitkomsten van het onderzoek wil het bestuur de organisatie klaarmaken voor de komende jaren. Bijdrage beheerorganisatie MGR SDCG voert basistaken uit die randvoorwaardelijk zijn voor de modules en die zorgen voor transparantie van de uitvoering en kosten die hiermee gemoeid zijn voor gemeenten. Het gaat dan om de bestuurlijke besluitvorming en informatievoorziening aan deelnemende gemeenten, colleges en raden enerzijds en aspecten van de bedrijfsvoering zoals financiën, HR en het waarborgen van zaken als privacy en informatieveiligheid anderzijds. Onder druk van de financiële positie van gemeenten, worden bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen keuzes gemaakt in de dienstverlening.
Dit werkt soms door in de samenwerking of dienstverlening aan andere gemeenschappelijke regelingen zoals MGR SDCG. We blijven op dit terrein naar samenwerking zoeken om niet alleen als MGR SDCG, maar als collectief effectief en efficiënt te blijven. De huisvesting van de module Inkoop SDCG, de module Regionale Facilitering Zorg en de beheerorganisatie is tot eind 2025 verlengd bij de gemeente Westervoort. De overeenkomsten op het vlak van ICT met RID de Liemers en HR-dienstverlening en de financiële administratie met 1Stroom, zijn ook verlengd tot eind 2025. In 2025 gaan we besluiten hoe we ons in 2026 en verder willen laten ondersteunen.
Wat gaan we daar voor doen?
De werkzaamheden van de beheerorganisatie bestaan o.a. uit: • Het voorbereiden van bestuursvergaderingen, de verslaglegging daarvan en uitvoeren van de bestuursbesluiten; • Toepassing van de governance van MGR SDCG; • Het HR-beleid en werkgeverschap van medewerkers met de focus op talent- en opgavegericht werken van medewerkers en gezond en veilig werken. Leren en ontwikkelen van medewerkers is essentieel en wordt actief ondersteund; • Het financieel beheer is op orde en leidt tot inzichtelijke rapportages voor het management en bestuurders. Transparantie van de resultaten en kosten staan hoog in het vaandel; • Actieve informatievoorziening voor alle betrokkenen, waaronder gemeenteraden, met goed digitaal toegankelijke websites. De websites hebben op het gebied van digitale toegankelijkheid een B-status; • Zorgvuldig omgaan met informatie en gegevensbescherming van alle betrokkenen in het kader van privacy, informatiebeheer en archivering; • Behandelen van klachten en ondersteuning bij WOO-verzoeken; • Uitvoeren van een bestuurskrachtonderzoek en het opvolging geven aan de aanbevelingen. • In 2025 implementeren we een ERP pakket voor de financiële, personele en salarisadministratie. Vanaf 2026 verzorgen we deze zelfstandig.
32
De beheerorganisatie heeft te maken met een enkele prijsontwikkelingen voor 2025 en 2026. In 2025 zijn er enkele inhoudelijke ontwikkelingen, in 2026 betreft de ontwikkeling enkel de toegestane indexatie van 2,7%.
MGR Beheer
Wat gaat het kosten?
Beheer wordt gezien als overhead. In de kosten beheer zijn de personeelslasten, uitvoeringskosten en overhead opgenomen. We lichten deze posten hieronder toe. 1. Personeelslasten vallen in 2025 hoger uit dan primair begroot (€ 10.000) als gevolg van het lagere indexatiepercentage. Dit effect wordt gecompenseerd door de post onvoorzien af te schalen. In 2026 is er slechts sprake van indexatie. 2. Uitvoeringskosten vallen in 2025 incidenteel € 128.000 hoger uit dan begroot als gevolg van enerzijds het bestuurskrachtonderzoek dat in opdracht van het Algemeen Bestuur wordt uitgevoerd (€ 28.000). Anderzijds houden we in 2025 rekening met implementatiekosten (€ 100.000) voor een ERP pakket om zelf de verschillende administraties te kunnen organiseren. In 2026 is er slechts sprake van indexatie. 3. Overhead valt € 3.000 hoger uit dan begroot. Dit ontstaat door hogere doorbelasting van gemeentelijke dienstverleners 1Stroom en de RID. In 2026 is er slechts sprake van indexatie. 4. Onvoorzien is per 2025 met € 10.000 afgeschaald om loon- en prijsontwikkelingen die niet binnen de toegestane indexatie passen, op te vangen. 5. Baten stijgen in 2025 met € 130.000: - De bijdragen van deelnemende gemeenten stijgen in 2025 met € 10.000 ten opzichte van de - primaire begroting, als gevolg van de incidentele kosten voor implementatie van een ERP systeem.
In 2026 is er geen sprake van een incidentele uitgave, en dalen de gemeentelijke bijdragen weer. - In 2024 is voor het eerst rekening gehouden met structurele rentebaten; uit de realisatie blijkt dan we rekening kunnen houden met hoger uitvallende rentebaten, ook als het resultaat van het voorgaand boekjaar is uitbetaald. Voor 2025 en verder houden we daarom rekening met hogere (€ 120.000) rentebaten.
33
Overzicht kosten van overhead Conform de uitgangspunten is de MGR ‘lean en mean’ ingericht. De meeste ondersteunende functies worden afgenomen bij externe dienstverleners. Het gaat om de volgende ondersteunende taken bij 1Stroom: - Financiële administratie; - Salaris- en personeelsadministratie; - P&O advisering. 1Stroom heeft aangegeven per 1 januari 2026 niet langer de bovenstaande ondersteuning te kunnen leveren. Ook bij andere gemeenten is er geen mogelijkheid om de MGR te ondersteunen. Dat betekent dat we in 2025 ERP systeem zullen implementeren, en vanaf 2026 zelf deze administraties en P&O advisering gaan organiseren. Voor 2025 houden we rekening met incidentele implementatiekosten. Voor de jaren 2026 gaan we er, ook met het oog op het organiseren van continuïteit, vanuit dat de kosten ongeveer gelijk blijven. Andere ondersteunende taken op het terrein van ICT worden afgenomen door de RID (Inkoop, WSP, WG SW en beheer) of De Connectie (Onderwijszaken). De MGR kent een Privacy & Information Security Officer met ondersteunende taken op het brede terrein van privacy, informatiebeleid en archief en informatiebeveiliging voor de MGR en haar modules. Vanaf de tweede helft van 2025 wordt de FG functie vervuld door een extern bureau. We blijven zoeken naar samenwerking met andere gemeenten en/of GR-en, om zo specialistische functies met beperkte omvang in kunnen vullen.
Met deze samenwerking willen we beogen dat we interessante functies met voldoende omvang en kruisbestuiving kunnen vormgeven om zo een interessant werkgever te blijven voor experts. De MGR wil zelf als werkgever invulling blijven geven aan de banenafspraak. Binnen Beheer geven we sinds 2023 invulling aan de banenafspraak door middel van een administratief ondersteuner informatiebeheer. Huisvesting en duurzaamheid De MGR is met haar vier modules gehuisvest op 3 locaties, te weten: - Gemeentehuis Westervoort – Modules Inkoop Zorg, Facilitering Zorg en Beheer – in 2020 energielabel D met verwarming via stadsverwarming, ledverlichting, stroom via Groene Stroomfabriek, mede afkomstig van zonnepanelen dat gemeentehuis en bibliotheek. - Stadskantoor Arnhem – module onderwijszaken – in 2025 energielabel A++. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp die kan koelen en verwarmen. Voor verwarmen in koude periodes is de warmtepomp aangesloten op het warmtenet. Ook daar wordt groene stroom van de Groene stroomfabriek gebruikt. - Bedrijfsverzamelgebouw op Het Broek – module WSP – Het pand is modern, goed geïsoleerd en heeft goede klimaatbeheersing. Op de locaties is sprake van gescheiden afvalverwerking voor papier en overige. De mate van afvalscheiden verschilt per locatie. Er wordt door medewerkers gebruik gemaakt van elektrische fietsen voor dienstreizen.
Met mobiliteitsregeling wordt fietsen en gebruik OV gestimuleerd, o.a. via gebruik businesscard voor OV, leenauto en leenfietsen. In 2025 verruimen we de reiskostenregeling zodat fiets en OV verkeer beter vergoed en daardoor meer gestimuleerd worden. Op het gebied van duurzame inzetbaarheid van medewerkers wordt ingezet op het inzetten van de eigen talenten en vergroten van ontwikkelmogelijkheden, verlagen van werkdruk, opnemen van verlof, inzet preventiemedewerkers, aandacht voor goede werkhouding ter verhoging van het werkplezier en beperken van verzuim. Een goede balans tussen op kantoor werken en thuiswerken draagt tevens bij aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. In 2023 is de hernieuwde arbobeleidscyclus, na evaluatie van de voorgaande cyclus, voor 3 jaar vastgesteld.
34
De totale overheadkosten worden in de onderstaande tabel zowel per kostengroep als per module gepresenteerd.
Toelichting - Personeelskosten en Huisvestingskosten volgen in 2025 de primaire begroting. - ICT kosten, P&O en FA kosten nemen toe ten opzichte van de primaire begroting als gevolg van hogere doorbelasting door gemeentelijk dienstverleners, en in 2025 de implementatie van een ERP pakket. - Overige kosten nemen beperkt af door efficiëntere invulling van enkele elementen rondom informatiebeveiliging.
Het bedrag van onvoorzien Er is een bedrag opgenomen van € 27.000 voor onvoorziene uitgaven in de overhead (module Beheer).
Overzicht algemene dekkingsmiddelen n.v.t. voor de MGR.
35
Beleidsindicatoren bestuur en organisatie De beleidsindicatoren voor bestuur en organisatie geven een beeld van de ontwikkeling van de formatie en de verhouding tussen vaste bezetting en externe inhuur. De ontwikkeling van de kengetallen over meer jaren geeft een goed inzicht in verbetering van de structuur van de organisatie. Het aantal SW dienstverbanden is in onderstaande tabel niet opgenomen. Deze zijn apart benoemd bij de module WgSW.
36 In 2025 en 2026 begroten we de externe inhuur respectievelijk op 5% en 2% van de totale loonsom. Hierbij gaan we er van uit dat we vacatureruimte snel zelf in kunnen vullen.
De Paragrafen Voor de MGR zijn enkel de paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering, Bedrijfsvoering en Openbaarheid van informatie van toepassing.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover MGR beschikt om niet begrote kosten te dekken en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de MGR in staat is om financiële en budgettaire tegenvallers op te vangen.
Beschikbare weerstandscapaciteit De MGR beschikt niet over algemene reserves die kunnen worden ingezet ter dekking van risico’s. In 2019 is er voor de module WgSW een specifieke bestemmingsreserve opgenomen voor het op- vangen van negatieve fluctuaties in de personeelslasten van SW dienstverbanden. Voor de overige modules is er een mogelijkheid om een beperkte bestemmingsreserve op te bouwen bij een positief resultaat van maximaal € 50.000. In totaal zijn er eind 2024 vijf bestemmingsreserves met in totaal € 560.000. De bestemmingsreserves mogen alleen voor de specifieke module worden ingezet. De module beheer beschikt over een begrotingspost voor onvoorziene uitgaven van € 27.000. Voor de MGR is een ‘open einde’ systematiek afgesproken. In de regeling is opgenomen dat in de jaarrekening de kosten per module na aftrek van de inkomsten, worden verdeeld over de deelnemende gemeenten volgens de in de regeling vastgestelde kostenverdeelsleutel. Alle resterende risico’s vallen daarmee ten laste van de deelnemende gemeenten.
37
Inventarisatie van de risico’s Als onderdeel van het risicomanagement zijn de volgende belangrijkste risico’s geïnventariseerd en beheersmaatregelen vastgesteld: Risico
Kans
Reputatie en/of Financiële maatschappelijke impact impact
Beheersmaatregelen
1
Incident/hack ICT beveiliging/ AVG / ICT systeem niet beschikbaar
Laag
Hoog
200k of 20k per dag
▪ ▪ ▪ ▪
DVO’s RID De Liemers & De Connectie; Informatiebeveiliging beleid Beveiligde mobiele telefoons. Aanstellen Ciso.
2
Loonkostenstijging SW > Begroting
40%
500k (1%)
▪ ▪ ▪ ▪
Bestemmingsreserve. Behoedzaam begroten. Accepteren kans op overschrijding. Begrotingswijziging in het volgende jaar
3
Liquiditeitstekort
Laag
Laag
Hoog
▪ Afstemmen voorschotnota’s op verwachte uitgaven. ▪ Resultaat boekjaar als buffer tot aangepaste voorschotnota’s verstuurd kunnen worden.
4
Onrechtmatigheid of fraude
Laag
Hoog
<50k
Intern controleplan: ▪ Betalingen door vier mensen goedgekeurd; ▪ Notitie Misbruik en Oneigenlijk gebruik.
5
Specifieke uitvoerings- Medium Medium/Hoog risico’s bij modules leiden er toe dat maatschappelijke doelstellingen niet worden gehaald.
Indirect
Signalering en advisering door ambtelijk overleg en bestuurscommissies. Planning & control cyclus: actualiseren van uitvoeringsprogramma. Talent- en kennisontwikkeling: Inzet op kennis, houding en motivatie van medewerkers.
6
De MGR wordt verantwoordelijk gehouden voor regionaal beleid
Medium Hoog
Indirect
Algemeen: De deelnemende gemeenten maken duidelijke en niet vrijblijvende afspraken over het bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgeverschap en eigenaarschap dat opgenomen wordt in een DVO. De colleges stellen ook het lokale en/of regionale beleid vast. Specifiek: MGR SDCG voert enkel taken uit op basis van het door de colleges vastgestelde uitvoeringsplan Jeugd.
7
Wegvallen van deel financiering van gemeenten, door uittreden bij één of meer modules.
Laag
500k (10% structuur)
Goede lange termijnplanning. Bescherming in regeling waarbij reorganisatiekosten bij uittreders worden gelegd.
38
Risico
Kans
Reputatie en/of Financiële maatschappelijke impact impact
Beheersmaatregelen
8
Geen passend personeel met expertise kunnen vinden voor het uitvoeren van de opdrachten
Hoog
Medium
100k
▪ Een betrouwbare, zorgvuldige en interessante werkgever zijn waar mensen graag willen werken. ▪ Inzetten op een regionale arbeidsmarkt voor overheidsorganen, om zo meer te kunnen bieden aan huidige en potentiële werknemers. ▪ Eventueel inhuren van specifieke deskundigheid, die niet zelf geworven kan worden tegen hogere kosten. ▪ Inhuur van ZZP is, gelet op het afschaffen van het handhavingsmoratorium, niet langer vanzelfsprekend.
9
Niet voldoen aan weten regelgeving voor gemeenten (waaronder privacy en gegevensbescherming)
Laag
Hoog
50K
▪ Monitoring door manager bedrijfsvoering en privacyofficer. ▪ Voortdurende afweging wat van toepassing is op een kleine GR met beperkte taken. ▪ Kennis en expertise samen organiseren met andere GR’en of gemeenten. ▪ Afweging maken tussen inhuren of in dienst nemen.
10
Financiële situatie bij gemeenten leidt tot beperkingen bij GR’en
Hoog
Medium
500K
▪ Lean & mean begroten en organiseren. ▪ Deelnemende gemeenten bepalen welke taken zij bij de MGR SDCG leggen ter uitvoering. ▪ Regionale uitvoering (bij de MGR SDCG) kan kosteneffectiever zijn dan zelfstandige uitvoering.
11
Rente-inkomsten vallen lager uit dan begroot
Medium Medium
100K
Behoedzaam begroten. Renteontwikkelingen op de voet volgen.
12
Onzekere inkomsten uit regionale opdrachten (ten opzichte van structurele kosten)
Medium Medium
100K
▪ Strategische personeelsplanning i.r.t. incidentele en onzekere regionale opdrachten; ▪ Aangesloten blijven op regionale ontwikkelingen.
13
Onzekere (continuïteit) en/of beperkte dienstverlening door gemeenten en GR’en
Hoog
Hoog
200k
▪ Langdurige en concrete dienstverleningsovereenkomsten afsluiten. ▪ Bestuurlijk commitment op ondersteuning door gemeenten en GR’en. ▪ Eventueel zelf organiseren.
14
Onduidelijke of willekeurige opdrachtverstrekking door gemeenten
Hoog
Medium
100k
▪ Kritisch opdrachtnemersrol uitvoeren. ▪ Governance toekomstgericht inrichten en uitvoeren.
39
Beleid weerstandscapaciteit en de risico’s In de Planning & Control cyclus wordt er aan het Dagelijks Bestuur op kwartaalbasis gerapporteerd m.b.t. de gerealiseerde en geprognotiseerde uitgaven tot jaareinde. De bestuurscommissies van de modules krijgen twee keer per jaar een financiële rapportage. Het algemeen bestuur krijgt 2 keer per jaar een geconsolideerde financiële rapportage met adviezen van de bestuurscommissie en het DB hoe er bij eventuele overschrijdingen gehandeld kan worden. De bovengenoemde beheersmaatregelen in samenhang met de bestemmingsreserves voor de grootste risico’s (loonkosten SW en overschrijdingen modules) leidt tot een beheerste situatie.
Kengetallen Met de bestemmingsreserves is er een beperkt eigen vermogen. Dit is beperkt ten opzichte van de totale baten. De voorfinanciering door gemeenten leidt tot een negatieve schuldquote. Er zijn geen externe leningen.
Verhouding kengetallen i.r.t. financiële positie De solvabiliteitsratio is goed en blijft de komende jaren stabiel. Het eigen vermogen (bestemmingsreserves) en voorzieningen worden langzaam afgebouwd, en enig resultaat wordt altijd geretourneerd aan de deelnemende gemeenten. De structurele exploitatieruimte blijft daarmee op nul staan doordat er geen sprake is vrij besteedbare middelen vanuit algemene reserves. Structurele lasten en baten zijn meerjarig in evenwicht. Er wordt immers jaarlijks afgerekend zoals hierboven is aangegeven. Er is dus sprake van een stabiele ontwikkeling zonder opbouw van structurele exploitatieruimte bij de MGR. Er is nadrukkelijk niet gekozen om een algemene reserve aan te houden. De weerstandscapaciteit, gevormd door de module specifieke bestemmingsreserves. Hiermee kan een groot deel van de risico’s in eerste instantie worden opgevangen. Het weerstandsvermogen daarmee is op korte termijn redelijk in balans. Daarnaast wordt er sterk ingezet op de beheersmaatregelen inclusief de tijdige rapportage in de P&C-cyclus.
Financiering De financiering van de activiteiten van de MGR gebeurt door voorfinanciering op kwartaalbasis door de deelnemende gemeenten gebaseerd de begroting. De financiering van de verloning van de SW medewerkers gebeurt maandelijks voor de 15e kalendermaand. De verlegde BTW wordt per halfjaar achteraf verrekend. Op basis van deze begrotingscijfers met gezonde solvabiliteit is er geen externe financiering voor werkkapitaal nodig. Vanaf 2023 zijn we onderhavig aan een Wet gemeenschappelijke regelingen waarin is vastgelegd dat gemeenteraden twaalf weken tijd krijgen voor het indienen van een zienswijze. Hierdoor kan de begroting niet voor medio september worden vastgesteld. Wachten tot de begroting definitief is vastgesteld alvorens de gewijzigde gemeentelijke bijdragen de factureren kan liquiditeitsproblemen tot gevolg hebben. Om te voorkomen dat de MGR daardoor alsnog externe financiering aan zou moeten trekken is besloten na het vaststellen van de conceptbegroting reeds de gewijzigde gemeentelijke bijdragen te factureren.
40
Vanaf het najaar 2022 ontvangt de MGR rente op de schatkist. In 2025 houden we rekening met een rentebate, gebaseerd op de rentebaten ontvangen in het vierde kwartaal van 2024. De MGR heeft geen beleid om rentebaten te minimaliseren of maximaliseren. Omzetbelasting De MGR kan de btw op de kosten van de beheersorganisatie en de modules doorschuiven naar de deelnemende gemeenten, zodat deze btw door de deelnemende gemeenten kan worden gecompenseerd. Dit betekent dat de begroting van de MGR voor de beheerstaken en de respectievelijke modules exclusief btw wordt opgesteld. Na afloop van het jaar wordt een opgave van de btw aan iedere deelnemer verstrekt. Gemeenten kunnen de verschuldigde btw bij het btw-compensatiefonds declareren. Alleen de administratieve activiteiten met betrekking tot de verloning van SW dienstverbanden is BTW plichtig. Dit wordt apart doorbelast. Vennootschapsbelasting Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting zullen worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden. Aangezien de MGR geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald is MGR geen vennootschapsbelasting verschuldigd.
Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering betreft de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren. In 2023 is de financiële administratie en interne controle zodanig ingericht dat het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheidsverantwoording kan afgeven. In de jaarverantwoording 2023 en 2024 is dit succesvol gebeurd, en is de conclusie dat het enige thema met invloed op de rechtmatigheidsverantwoording de Europese aanbestedingen bedraagt. In 2024 is het intern controleplan geactualiseerd. De planning & control cyclus start met de begroting en uitvoeringsprogramma waarin de afspraken over het te voeren beleid per module worden vastgelegd. Aan de partners wordt per module gerapporteerd. De rapportages worden halfjaarlijks opgesteld. Het jaar wordt afgesloten met de jaarrekening waarin verantwoording, per module, wordt afgelegd over het afgesloten jaar. De administratieve organisatie is zodanig opgesteld dat de dagelijkse gang van zaken erop ingericht is dat de financiële verordening, de controleverordening en het mandaat van de treasury nageleefd worden. Daarbij moet er opgemerkt worden dat MGR de financiële en personeelsadministratie uitbesteed heeft een externe dienstverlener: 1Stroom.
De salarisadministratie voor de verloning van de SW-dienstverbanden en de administratie van SW-gerelateerde betaling is bij Scalabor belegd.
Openbaarheid van informatie De Wet open overheid (WOO) is per 1 mei 2022 in werking getreden als vervanging van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Binnen de MGR is de manager bedrijfsvoering aangewezen als contact-functionaris voor externen. Een van de grote wijzigingen ten opzichte van de WOB is de verplichte actieve openbaarmaking van gegevens: er zijn elf categorieën van gegevens die de MGR verplicht moet publiceren. De MGR publiceert reeds de meest relevante informatie op de eigen website, en specifieke informatie zoals verordeningen en aangewezen besluiten worden conform de Wet elektronische publicaties al via lokaleregelgeving.overheid.nl gepubliceerd. In 2024 zijn er geen WOO verzoeken binnengekomen. In 2025 zetten we de ingezette koers voort.
41
3. FINANCIELE BEGROTING » » » » » » » »
Het overzicht van baten en lasten en de toelichting Overzicht baten en lasten Overzicht geraamde incidentele baten en lasten Uiteenzetting van de financiële positie Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Geprognotiseerde eindbalans 2025 en 2026 Ontwikkeling van het EMU saldo Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld
3
Het overzicht van baten en lasten en de toelichting In het overzicht van baten en lasten worden de verschillende onderdelen van het programmaplan (hoofdstuk 2) samengevoegd.
Overzicht baten en lasten De overheadlasten zijn integraal in de programma’s van de modules verantwoord, in plaats van in een apart programma overhead. Dat doen we ook zo voor de beheerorganisatie. Op deze manier zijn de lasten van de modules binnen de programma’s in evenwicht met de baten. Een overzicht van de totale lasten van overhead is conform de bepalingen in het BBV opgenomen in het programmaplan.
43
Toelichting op het overzicht van baten en lasten De belangrijkste afwijkingen in de ontwikkelingen in de baten en lasten door nieuw beleid wordt hier toegelicht. De uitgangspunten van de ramingen voor bestaand beleid zijn reeds toegelicht vanaf pagina 4. Per programma zijn de cijfers toegelicht in hoofdstuk 2. De impact van incidentele baten en lasten wordt in een aparte tabel aan het einde van deze paragraaf toegelicht. 1. De module RFZ heeft voor het onderdeel Regioadvies en Regionale projecten de begroting geactualiseerd op basis van het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd 2025. 2. De module Onderwijs krijgt vanaf 2026 te maken met gewijzigde financiering voor het Doorstroompunt. 3. De module WSP voert extra activiteiten uit voor het regionale RMT: deze zijn als overige lasten en baten (€ 350.000 vanuit regionale middelen) opgenomen in de begroting 2025 4. Bij de module WgSW liggen de kosten hoger dan in de primaire begroting. Dit wordt veroorzaakt door herstel van een omissie in de primaire begroting 2025, in combinatie met een hogere loonkostenontwikkeling dan begroot. 5. Bij de module beheer houden we rekening met hogere rentebaten vanaf 2025, en implementatie van een ERP pakket in 2025. 6. De baten en lasten zijn in evenwicht.
44
Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten
45
Toelichting 1. De module Inkoop begroot € 15.000 voor vervanging van mobiele telefoons in 2025. 2. De module RBL (Onderwijs) begroot € 125.000 incidentele baten voor regionale opdrachten. 3. De module WSP voert extra activiteiten uit voor het RMT: deze zijn als overige lasten (€ 164.000) en baten (€ 214.000) vanuit regionale middelen opgenomen in de begroting 2025. Hiermee worden deels structurele lasten gedekt. 4. Bij Beheer is in 2025 sprake van een bestuurskrachtonderzoek (€ 28.000) en implementatie van een ERP pakket ( € 100.000).
Uiteenzetting van de financiële positie De jaarlijkse lasten bestaan grotendeels uit personeelskosten. Deze zijn stabiel, met incidentele lasten voor extra opdrachten. De kosten van de SW dienstverbanden neemt stapsgewijs af. Er zijn beperkte bestemmingsreserves voor het opvangen van risico’s zoals toegelicht in de paragraaf financiering. De voorzieningen voor boventalligen wordt afgebouwd totdat de voormalig medewerkers van Presikhaaf Bedrijven de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. De waardering van niet opgenomen vakantiedagen en niet uitbetaald vakantiegeld SW dienstverbanden is niet op de balans opgenomen. Deze posten nemen af met de afname van het aantal SW dienstverbanden.
Financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid In het volgende overzicht is een raming van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid opgenomen.
46 Toelichting A. De jaarlijks terugkerende arbeidskosten kunnen worden verdeeld in de loonsom voor vaste dienstverbanden, externe inhuur en de loonkosten voor SW dienstverbanden. B. Er is geen behoefte aan externe financiering. C. Er is geen behoefte aan externe financiering doordat er wordt gewerkt met voorschotfacturen aan gemeente. Ook is er vanaf 2020 een financiële buffer met de opgebouwde bestemmingsreserves en de overgenomen voorziening Presikhaaf Bedrijven. D. Er zijn komende jaren geen onttrekkingen voorzien aan de bestemmingsreserve WgSW, deze voorziening mag maximaal 1% bedragen van de totale loonsom. Na de onttrekking eind 2024 valt de stand van de reserve lager uit. E. De beoogde ontwikkeling verplichting op balansdatum voor niet opgenomen vakantiedagen en niet uitbetaald vakantiegeld laat een langzame daling zien door het gecombineerde effect van de uitstroom SW-dienstverbanden en de begrote salarisstijgingen. De uitbetaalde vakantiedagen bij uitdiensttreding worden deels vergoed door Scalabor die verantwoordelijk is voor de tijdig afbouw van dit saldo.
Geprognotiseerde eindbalans 2025 en 2026 Het balanstotaal is in 2024 gedaald tot € 5 miljoen. De komende jaren zal het balanstotaal afnemen door afbouw van voorzieningen. We houden in de begroting rekening met beperkte overlopende posten.
Ontwikkelingen van het EMU saldo Het EMU-saldo of vorderingensaldo is het financieringssaldo waarin het exploitatie resultaat wordt gecorrigeerd voor baten en lasten die geen financiële uitgaven of inkomsten zijn.
47
Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld Conform de BBV worden de baten en lasten verdeeld over de taakvelden. Voor de baten is dit grotendeels in lijn met de verdeling per module (Onderwijs, WgSW en WSP). De lasten zijn verdeeld tussen programmataakvelden en overhead taakvelden zoals opgenomen in het programmaplan (hoofdstuk 2). Voor de modules beheer en Inkoop, en het regiosecretariaat Zorg zijn zowel de baten als de lasten onder overhead geclassificeerd.
Een korte toelichting voor de administratieve verwerking: “Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen moeten als directe lasten op de taakvelden worden geboekt. De bijdragen worden aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen verwerkt zonder afsplitsing van de overhead naar het taakveld Overhead. Aan de lastenkant bij de gemeenschappelijke regelingen vindt de afsplitsing van de overhead op het taakveld Overhead wel plaats.” “Wanneer de gemeenschappelijke regeling overheadtaken van de gemeente uitvoert, dan wordt de bijdrage voor deze gemeentelijke overheadtaken aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen wel op het taakveld Overhead begroot en verantwoord.”
48
4. MEERJARENRAMING » » » »
Meerjarenraming 2026 - 2029 De geprognotiseerde balans De uiteenzetting van de financiële positie Baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid
3
Meerjarenraming 2026 - 2029 De meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen.
Geprognotiseerde balans De geprognotiseerde balans laat een geleidelijke daling zien als gevolg van een daling in de voorziening (boventalligen). De impact van het teruglopen van het SW personeelsbestand komt terug in lagere overlopende activa en overlopende passiva.
De uiteenzetting van de financiële positie De begrote baten en lasten vanaf 2025 zijn zonder indexatie berekend. De financiële positie wijzigt wel door minder SW dienstverbanden en afname van de voorziening boventalligen en niet uit de balans blijkende verplichtingen zoals niet opgenomen vakantie dagen en niet uitbetaald vakantiegeld van SW medewerkers. Er is geen externe financieringsbehoefte, in 2028 is een nieuwe investering gepland voor de vervanging van hardware.
50
Baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid
51
Toelichting De belangrijkste uitgangspunten voor de meerjarenraming zijn: a. Er is geen indexatie in de meerjarenraming meegenomen zodat de ontwikkeling in lasten enkel de verwachte wijzigingen in de hoeveelheid mensen en middelen weergeeft. b. De jaarlijkse verlaging van het aantal SW dienstverbanden leidt tot lagere salariskosten en tot lagere uitvoeringskosten voor de Module WgSW. Bij de andere modules zijn er geen wijzigingen in de bezetting opgenomen. c. Er zijn geen incidentele baten en lasten geraamd voor deze periode. d. Er wordt in principe jaarlijks afgerekend met de deelnemende gemeenten. Hierdoor is er geen sprake van structurele toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves.
De geprognotiseerde meerjaren-ontwikkeling van het EMU-saldo is als volgt:
52
5. BIJLAGEN » Bijdragen per gemeente: –
Module Inkoop Zorg
–
Module Regionale Facilitering Zorg
–
Module CmI
–
Module RBL
–
Module WSP
–
Module WgSW
–
Module Beheer
–
Totaaloverzicht
3
Bijdragen per gemeente Module Inkoop
Module Regionale Facilitering Zorg
54
Module Contractmanagement Inburgeringstrajecten
Module RBL
55
Module WSP
Module WgSW De verdeling van de gemeentelijke bijdrage is conform de regeling aangepast voor de gewijzigde begroting op basis van het aantal arbeidsjaren per gemeente op 30/10/2024. Voor 2025 wordt gerekend met dezelfde verdeling op basis van een gelijkmatige uitstroom voor alle gemeenten. De bijdrage van medewerkers woonachtig in buitengemeenten verloopt via gemeente Arnhem.
56
Module Beheer
Totaaloverzicht
57