CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde begroting 2025 en Meerjarenbegroting 2026-2029

Gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente DoesburgBij agendapunt: Jaarstukken 2024, begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 e.v. MGR Sociaal domein13.425 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Modulair Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland

BEGROTING

2026

Incl. gewijzigde begroting 2025 - actualisatie programmaplan 2025 programmaplan 2026 en meerjarenbegroting 2026 - 2029

‘Wij staan voor een krachtige en samenhangende aanpak van regionale vraagstukken in het sociaal domein’

Zorg

Participatie

Onderwijs

INHOUD Voorwoord 3 Deel 1: Hoofdlijnen van beleid ▪ Algemene ontwikkelingen 2025 en 2026 ▪ Uitgangspunten voor de begrotingsramingen ▪ Ontwikkelingen 2025 en 2026 in cijfers ▪ Impact uitvoeringsbeleid 2025 ▪ Impact uitvoeringsbeleid 2026

4

Deel 2: Beleidsbegroting ▪ Programmaplan 2025 ▪ Programmaplannen – Thema Zorg – Thema Onderwijs – Thema Participatie – MGR Beheerorganisatie ▪ Overzicht kosten van overhead ▪ Het bedrag van onvoorzien ▪ Overzicht algemene dekkingsmiddelen ▪ Beleidsindicatoren bestuur en organisatie ▪ De Paragrafen

7

Deel 3: De Financiële begroting ▪ Overzicht baten en lasten ▪ Toelichting overzicht baten en lasten ▪ Overzicht geraamde incidentele baten en lasten ▪ Uiteenzetting van de financiële positie ▪ Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid ▪ Geprognotiseerde eindbalans 2025 en 2026 ▪ Ontwikkeling van het EMU saldo ▪ Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld

42

2

Deel 4: De meerjarenraming 49 ▪ Meerjarenraming 2026 - 2029 ▪ De geprognotiseerde balans ▪ De uiteenzetting van de financiële positie ▪ Baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid Deel 5: Bijlagen ▪ Bijdragen per gemeente

53

Voorwoord Voor u ligt de actualisatie van het programmaplan 2025, de begrotingswijziging 2025 en het programmaplan 2026 met de meerjarenbegroting 2026 – 2029 van de Modulaire gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland (MGR SDCG). Deze begroting is tot stand gekomen in samenwerking met diverse ambtelijke- en bestuurlijke vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten. Hierdoor zijn we erin geslaagd om een begroting voor 2025 te presenteren die kan rekenen op herkenning bij onze opdrachtgevers. Transparantie en draagvlak zijn tenslotte belangrijke uitgangspunten voor onze samenwerking. Voor gemeenten brengt de periode van deze (meerjaren)begroting grote financiële uitdagingen met zich mee. Op basis van besprekingen in de bestuurscommissies en het algemeen bestuur zijn de mogelijkheden geïnventariseerd en waar mogelijk verwerkt in de programmaplannen en begrotingen van de modules. We blijven zoeken naar mogelijkheden om gemeenten te ontzorgen en kosten te besparen door samen te werken in de regio. De begroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2029 is geïndexeerd met prijsontwikkeling van het accres gemeentefonds, om rekening te houden met financiële posities van gemeenten. Dit hebben we kunnen doen door scherp te kijken naar onze kosten. De omvang van de begroting 2025 is hoger dan die van 2024.

Dit is grotendeels terug te herleiden tot de gestegen prijzen (indexering) van leveranciers en hogere beloningen als gevolg van CAO-ontwikkelingen. U kunt per module de programmaplannen en financiële consequenties teruglezen. De afrekening per module kunt u terugvinden in de bijlage. Uiteindelijk is waar wij als MGR voor staan: het ontzorgen van gemeenten en zorgen voor samenhang en een efficiënte uitvoering voor de samenwerkende gemeenten. De samenwerking in onze Modulaire GR werkt praktisch, kostenbesparend en zorgt voor focus op efficiënte uitvoering. We hebben het afgelopen jaar gemerkt dat de arbeidsmarkt voor de MGR, met name voor specifieke functies, uitdagend is. We zien de uitdaging van de arbeidsmarkt voor alle sectoren waar we werkzaam zijn. Dit betreft de zorg, het onderwijs en gemeenten. Het is daarom nog meer van belang om een aantrekkelijk werkgever te zijn en professionals te boeien en te binden. Daarin wordt samen met andere organisaties in opgetrokken. We nodigen u uit kennis te nemen van de plannen en begroting voor de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland.

T.A.F.A. Klomberg Voorzitter MGR SDCG

S. van den Brand Secretaris/directeur MGR SDCG

3

1. HOOFDLIJNEN VAN BELEID » » » » »

Algemene ontwikkelingen 2025 en 2026 Uitgangspunten voor de begrotingsramingen Ontwikkelingen 2025 en 2026 in cijfers Impact uitvoeringsbeleid 2025 Impact uitvoeringsbeleid 2026

3

Algemene ontwikkelingen 2025 en 2026 Inkoop Zorg De module Inkoop Zorg neemt vanaf 2025 niet langer budget op voor de verbindingsdag voor zorgaanbieders. Regionale Facilitering Zorg Het programmaplan en bijbehorende begroting zijn geactualiseerd op basis van het door colleges vastgestelde Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd. RBL Binnen de module RBL blijven we door ontwikkelen richting de nieuwe wet Van school naar duurzaam werk. Deze en andere maatschappelijke ontwikkelingen hebben geleid tot een nieuwe organistieontwikkeling, die in 2025 tot volwassenheid zal gaan groeien. WSP Het WSP verwerkt enkele regionale opdrachten, waaronder de Regionaal Verbinder Statushouders. WgSW Binnen de module WgSW is sprake van een herverdeling van de gemeentelijke baten op basis van het aantal arbeidsjaren per oktober 2024. Contractmanagement Inburgeringstrajecten Bij de Contractmanagement Inburgeringstrajecten verwerken we vanaf 2025 op verzoek van gemeenten een structurele inkoopopdracht.

Uitgangspunten voor de begrotingsramingen Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 12 december 2024 zijn de kaders voor de begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 vastgesteld. De begroting 2026 wordt berekend op basis van de prognose 2025 en de onderstaande kaders voor bestaand beleid. Het AB heeft besloten uit te gaan van de prijsontwikkeling van het accres uit de septembercirculaire 2024 voor loonkosten en overige indexeringen. Op basis van de septembercirculaire 2024 (zijn de volgende indexeringen van toepassing voor de komende jaren:

Prijsontwikkeling Accres

2025

2026

3,5%

2,7%

Voor 2027 en verder wordt er in de meerjarenraming zonder indexatie gerekend. •

•

De CAO SGO verloopt per 31 maart 2025. Op het moment van schrijven is er nog geen nieuwe CAO voor na deze periode. De onderhandelingen zijn nog in volle gang. Afhankelijk van de uitkomst van de onderhandeling kunnen de loonontwikkelingen wel of niet worden opgevangen binnen bovenstaande indexatiepercentages. De CAO SW verloopt per 31-12-2025. Er is nog geen zicht op een nieuwe CAO.

Het verwachte uitstroompercentage SW op basis van pensionering, langdurige ziekte, ondergrens etc. is door de bestuurscommissie WgSW vastgesteld in maart 2024.

5

Ontwikkelingen 2025 en 2026 in cijfers

Impact uitvoeringsbeleid 2025 Voor de begroting 2025 zijn er enkele autonome ontwikkelingen. De overige ontwikkelingen kunnen binnen begroting worden gerealiseerd. De grootste impact ten opzichte van de primaire begroting 2025 wordt veroorzaakt door: 1. Alle modules: Bij alle modules houden we rekening met een hogere doorbelasting van ICT en administratiekosten door gemeentelijke dienstverleners. 2. Regionale Facilitering Zorg: Het programmaplan en de begroting zijn geactualiseerd op basis van het door colleges vastgestelde Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd 2025. 3. WSP en RBL: In 2025 worden verschillende regionale opdrachten uitgevoerd, waaronder de Harrie-trainingen en inzet voor het RMT. Hier staan regionale middelen tegenover. Voor 2026 zijn deze beperkt begroot. 4. CMI: Bij de module Contractmanagement Inburgeringstrajecten houden we rekening met een structurele inkoopopdracht. 5. Overhead: Op basis van de realisatie 2024 houden we vanaf 2025 rekening met hogere rentebaten, waarmee we de uitvoeringslasten financieren. Vanaf 2026 organiseren we zelf onze financiële, personele en salarisadministratie. In 2025 houden we rekening met implementatiekosten.

Impact uitvoeringsbeleid 2026 Voor de primaire begroting 2026 is op dit moment onvoldoende in te schatten welke extra regionale opdrachten er bij de MGR worden ondergebracht. We houden in de begroting 2026 rekening met de volgende ontwikkelingen: 1. RBL: Vanaf 2026 worden de Doorstroompuntactiviteiten bij het RBL op een andere wijze gefinancierd door het Rijk. Hoewel nog niet zeker is welke inhoudelijke wijzigingen dit met zich meebrengt in de dienstverlening en financiering, is al wel rekening gehouden met een verschuiving in de financiering.

6

2. BELEIDSBEGROTING » Programmaplan 2025 » Programmaplannen

» » » » »

–

Thema Zorg

–

Thema Onderwijs

–

Thema Participatie

–

MGR Beheerorganisatie

–

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

–

Beschikbare weerstandscapaciteit

–

Inventarisatie van de risico's

–

Beleid weerstandscapaciteit en de risico's

–

Kengetallen

–

Verhouding kengetallen i.r.t. financiele positie

–

Financiering

–

Openbaarheid van informatie

Overzicht kosten van overhead Het bedrag van onvoorzien Overzicht algemene dekkingsmiddelen Beleidsindicatoren bestuur en organisatie De Paragrafen

3

De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de verplichte paragrafen volgens het Besluit Begroting & Verantwoording (BBV).

Programmaplan 2025 Het programmaplan bestaat voornamelijk uit een overzicht van de te realiseren programma’s en een overzicht van de kosten van de overhead. Het programmaplan is opgebouwd uit: a. De belangrijkste ontwikkelingen die betrekking hebben op de uitvoering van de dienstverlening: met welke ontwikkelingen houden we rekening? b. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren: wat willen we bereiken? c. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen: wat gaan we daarvoor doen? d. de raming van baten en lasten: wat gaat het kosten?

Programmaplan thema Zorg Module Inkoop Zorg Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 De Hervormingsagenda Jeugd heeft als doel knelpunten in de jeugdhulp structureel aan te pakken. Een ander doel is het jeugdhulpstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. De hervormingsagenda omvat een groot pakket afspraken om deze doelen te bereiken. In de uitwerking van deze hervormingen worden een aantal principes gehanteerd die van belang zijn voor de regiogemeenten en Inkoop SDCG. Zo wordt uitvoering gegeven aan de opgaven door o.a. sturing op het terugdringen van het gebruik van residentiële Jeugdhulp door het vergroten van de inzet van ambulante alternatieven. Financiële positie aanbieders en gemeenten Hoewel er reden blijft tot zorgen over de financiële positie van een deel van de zorgaanbieders, zien we ook dat de invoering van de nieuwe reële tarieven de tarieven perspectief biedt. Samen met het feit dat het voor sommige aanbieders financieel gezien ingewikkeld blijft om kostendekkend te werken maakt dat er een reëel risico op discontinuïteit en daarmee op de beschikbaarheid van voldoende zorg voor inwoners blijft. Ook voor gemeenten worden de nodige financiële uitdagingen verwacht. Er is sprake van onzekerheid in de ontwikkeling van het gemeentefonds in algemene zin. Hierdoor komt de uitvoerbaarheid van de wettelijke taken van en door gemeenten verder onder druk te staan.

Daarbij maakt de arbeidsmarktkrapte het voor een deel van de aanbieders en gemeenten lastig om personeel aan te trekken en te behouden. Dit kan naast een financieel effect ook inhoudelijk effect hebben op de tijdigheid en beschikbaarheid van passende hulp voor inwoners. Beschermd wonen Onder leiding van het programmamanagement Samen aan Zet wordt sinds 2023 gewerkt aan de nieuwe inkoopopdracht voor de zorgvorm Beschermd wonen. Inkoop SDCG blijft ook in 2025 het programmamanagement ondersteunen in de voorbereiding van de inkoop(opdracht).

8

Inkoop Zorg

Krapte op de arbeidsmarkt Niet alleen zorgaanbieders, maar ook regiogemeenten hebben te maken met krapte op de arbeidsmarkt waardoor het lastiger is om personeel te werven. We hebben de regiogemeenten als beleidsverantwoordelijken hard nodig, zodat we daarmee meer sturing kunnen geven aan de uitvoering van het beleid. Ook de gemeenten hebben te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Wij zien dat door personeelswisselingen kennis uit de regio verdwijnt. Tegelijkertijd hebben wij de regiogemeenten hard nodig voor de beleidsvisie op korte en langere termijn.

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Regiogemeenten zijn voor ons een belangrijke partner en bepalen de beleidsmatige doelstellingen. Inkoop SDCG kan, met inkopen en het managen van contracten als een belangrijk instrumenten, bijdragen aan het realiseren van de beoogde doelstellingen. Inkoop SDCG kan als gesprekspartner tevens een verbinder zijn tussen gemeenten en de zorgaanbieders die daadwerkelijke hulp leveren aan kwetsbare inwoners.

Activiteiten

Wat willen we bereiken? Ook dit jaar zien we diverse op elkaar ingrijpende ontwikkelingen waaronder de hervormingsagenda jeugd, eigen bijdrage Wmo, woonplaatsbeginsel beschermd wonen en het Integraal zorg akkoord (IZA/GALA). Het is van belang dat we binnen deze ontwikkelingen prioriteiten en kaders stellen, zodat we binnen Inkoop SDCG een realistische vraag en opdracht van de regiogemeenten hebben die tevens past bij de beschikbare bemensing. Naast onze reguliere werkzaamheden met betrekking tot contractering sociaal domein en de op basis van vraag/behoefte vanuit gemeenten op te starten themagerichte projecten, zijn er voor 2025 twee grote overstijgende projecten. 1. Verbredingen ‘Taakstelling begroting’ Voor het lokaal maatwerk en de samenloop lokaal & regionaal contractmanagement is in 2024 onderzocht of op regionale schaal voordelen te behalen zijn die bijdragen aan dit taakstellingsverzoek. De uitkomsten van beide onderzoeken bieden mogelijkheden om op regionale schaal efficiënter met middelen om te gaan. De onderzoeksresultaten worden in 2025 verder uitgewerkt tot concrete voorstellen. De voorstellen bevatten inhoudelijke keuzes in de dienstverlening van Inkoop SDCG die van belang zijn voor de begroting van 2026 en verder.

Een voorwaarde voor het uitwerken van de concrete voorstellen is besluitvorming door de regiogemeenten om te bepalen waar ruimte zit voor het regionaliseren van taken. Daarbij zetten we tevens in op meer uniforme uitvoering en standaardisering van de inkoop ter vermindering van de administratieve lasten in lijn met de opgave vanuit de landelijke hervormingsagenda Jeugd.

9

Inkoop Zorg

2. Inkoop 2025 Verlenging contracten 2025 De huidige overeenkomsten Ambulant worden per 1 juli 2025 verlengd voor de periode van één jaar waarmee de looptijd wordt verlengd tot 1 juli 2026. We grijpen dit verleningsmoment aan om een aantal verbeteringen door te voeren binnen de bestaande inkoop. Deze verbeteringen hebben betrekking op: • In 2025 start een onderzoek naar de geconstateerde ‘overlap’ in indexering door een gespecialiseerd onderzoeksbureau. Inkoop SDCG maakt op basis van de bevindingen een voorstel waarbij gekeken wordt naar het doorvoeren van een correctie op de indexering van 2025 bij verlengen van de overeenkomsten per 1 juli 2025. • Het verlengen van de overeenkomsten per 1 juli 2025 is een natuurlijk moment om over te gaan naar de contractstandaarden. Inkoop SDCG start in 2025 met het doorlopen van een proces met aanbieders en regiogemeenten voor het invoeren van de contractstandaarden. Doorontwikkelen zorgaanbod Ook dit jaar ondersteunt Inkoop SDCG de regiogemeenten bij het doorontwikkelen van ingekochte zorg en het verbeteren van het ondersteuningsaanbod. • Op dit moment lopen er trajecten rondom Behandeling en Beschermd wonen, die in 2025 worden voortgezet. • Het regionaal plan van aanpak arbeidsmarktkrapte loopt door in 2025.

In dit plan zijn diverse mogelijkheden verkend hoe de instroom van professionals vergroot kan worden en hoe we de professionals kunnen behouden in de zorg. • De AMvB-zorgvormen bepaalt welke jeugdhulp minimaal regionaal wordt ingekocht. Dat zijn de zorgvormen die ook landelijk worden gestandaardiseerd. In de loop van 2025 worden de uniforme begrippenlijst en de landelijke productstructuur verwacht. Later volgt nog de concretisering in product-dienstbeschrijving. Na analyse zal Inkoop SDCG regiogemeenten een advies geven voor de implementatie van de AmvB zorgvormen in de regio Centraal Gelderland. Inkoop regionale zorgdashboard Naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie m.b.t. de bruikbaarheid van het regionale zorgdashboard is besloten om het dashboard opnieuw in te kopen. Inkoop SDCG is trekker van dit project en werkt daarbij samen met de werkgroep regionaal dashboard. Implementatie functies zoektool 2025 Met de verbetering van de zoektool in 2024 zijn ook wensen opgehaald bij gebruikers uit de regiogemeenten. In 2025 wordt de zoektool verder doorontwikkeld, diverse functionaliteiten worden gefaseerd geïmplementeerd. Ook verbeterwensen vanuit het regionaal uitvoeringsplan Jeugd ‘het versterken van de toegang’ worden meegenomen in de doorontwikkeling van de zoektool. De zoektool kan een gunstig effect hebben op het inzichtelijk maken en verminderen van wachtlijsten.

Onderzocht wordt hoe ook voor andere zorgvormen via de zoektool betrouwbaar inzicht in wachttijden gegeven kan worden.

10

De begroting neemt in 2025 toe met € 17.000 als gevolg van een hogere doorbelasting van gemeentelijke leveranciers. Alle overige ontwikkelingen worden binnen begroting opgevangen. In 2026 houden we enkel rekening met indexatie.

Inkoop Zorg

Wat gaat het kosten?

Toelichting: 1. Personeelslasten nemen in 2025 toe met € 24.000 als gevolg van een hoger verwachte loonkostenstijging dan de gehanteerde indexatie. 2. Uitvoeringslasten dalen in 2025 met € 28.000 door de relatie dag voor zorgaanbieders niet te organiseren, ter compensatie van de hogere loonkosten. 3. Overheadlasten stijgen in 2025 met € 20.000, dit wordt veroorzaakt door een hogere doorbelasting van ICT en administratiekosten door gemeentelijke dienstverleners. 4. Baten bestaan volledig uit bijdragen van deelnemende gemeenten.

11

Het team Facilitering Zorg is verantwoordelijk voor de uitvoeringstaken van het regiosecretariaat en het regioadvies bij de uitvoering van het ‘Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd’ voor de regio Centraal Gelderland.

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? Regiogemeenten werken samen aan het project ‘Versterken van de regionale samenwerking’. Dit project is in 2024 gestart en wordt in 2025 geïmplementeerd. Met uitvoering van deze opdracht ontstaat een aangepaste regionale structuur gebouwd vanuit de inhoudelijke opgaven van de regio met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Mogelijke veranderingen in de regionale overleg-, en samenwerkingsstructuur kunnen gevolgen hebben voor de omvang van het takenpakket van het regiosecretariaat en de regioadviseurs jeugd. Gewenste wijzigingen worden verwerkt indien hierover in de regio overeenstemming is. Regioadvies Jeugd en regionale activiteiten De themalijnen en de bijbehorende inspanningen die in 2025 worden opgepakt zijn: 1. Verbeteren van de regionale samenwerking; er wordt o.a. gewerkt aan een regionale visie jeugdhulp. 2. Verstevigen lokale teams en toegang; o.a. door het implementeren van de werkwijze verklarende analyse. 3. Voorkomen van complexe hulpvragen en bevorderen uitstroom; o.a. door het zorgaanbod voor jeugdigen met complexe hulpvragen verder te ontwikkelen. 4. Versterken kind en gezinsbescherming; waaronder de uitvoering van de Toekomstscenario. 5.

Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen gericht op verbeteren van de regionale samenwerking gemeenten-jeugdhulp- onderwijs In het ‘Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd 2025, regio Centraal Gelderland’ (UVP jeugd 2025) staat beschreven welke werkzaamheden worden verricht.

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Het regiosecretariaat en de regioadviseurs jeugd werken zowel met bestuurlijke als ambtelijke collega’s van de regiogemeenten samen. Met als doel om de bestuurlijke en ambtelijke overleggen efficiënt en effectief te ondersteunen en de bestuurlijke en ambtelijke opdrachten, zoals opgenomen in het ‘”UVP jeugd 2025’, efficiënt en effectief uit te voeren. Ook werken zij met hetzelfde doel samen met de collega’s van de module Inkoop SDCG binnen de MGR SDCG. Een stevige randvoorwaarde voor het behalen van onze doelstellingen is de inzet vanuit gemeenten, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de gezamenlijke opgave die er ligt is het nodig met elkaar deze beweging te maken om de gewenste resultaten te behalen binnen de planning. Hierbij laveren we tussen gemeente en aanbieders, zowel beleidsmatig, inhoudelijk en vanuit de uitvoering. Er ligt een uitdaging om over de juiste en voldoende informatie te beschikken om daarmee de gemeenten bestuurlijk en inhoudelijk goed te kunnen adviseren en recht te doen aan het spanningsveld tussen de verschillende belangen.

Regionale Facilitering Zorg

Module Regionale Facilitering Zorg

12

Wat willen we bereiken? Vanuit het regiosecretariaat blijven wij in 2025 bijdragen aan het versterken van de regionale samenwerking. Dit doen we onder andere door de bestuurlijke regionale overleggen (RPO Zorg, de Bestuurscommissie Inkoop Zorg en de Adviescommissie) en het overleg in voorbereiding hierop (RAO Zorg) efficiënt en effectief te ondersteunen. Ook neemt de regiosecretaris deel in de projectgroep van het project ‘Versterken regionale samenwerking’. Tevens wordt in 2025 blijvend gewerkt aan het procesmatig werken bij het regiosecretariaat en verder ontwikkelen van de administratieve organisatie. Regioarchief Het project regioarchief ronden we in 2025 af. Hiermee waarborgen we dat we voldoen aan de eisen van de archiefwet maar bovenal dat alle informatie zodanig beheerd en be¬waard wordt dat deze nu en ook later bruikbaar is. Teamontwikkeling Voor regiosecretariaat en regio advies heeft teamontwikkeling en samenwerking zowel binnen het team als in de regio focus voor 2025.

Regionale Facilitering Zorg

Activiteiten

Uitvoeren regionaal uitvoeringsplan jeugd De focus voor de regioadviseurs jeugd ligt op de rol regisseur, verbinder, adviseur en woordvoerder. Daarnaast vervullen de regioadviseurs de rol van opdrachtgever voor projecten die in het ‘UVP jeugd 2025’ zijn beschreven. Daarbij ondersteunen en houden zij overzicht op (de voortgang van) alle activiteiten en thema’s en daarmee ook op de voortgang van het Regionale Uitvoeringsplan Jeugd 2025. Regionale samenwerking vraagt om een actieve rol van regiogemeenten en regioadviseurs: - Voor beleidsmedewerkers van regiogemeenten ligt het accent ligt op goede voorbereiding van werkgroepen, een actieve rol als schrijver en doener in werkgroepen en de verantwoordelijkheid om regionale ontwikkelingen en besluitvorming in eigen gemeenten verder te brengen (horizontaal en verticaal). - Voor regioadviseurs jeugd ligt het accent op het voeren van regie op de thema’s in het uitvoeringsplan. Zij vormen de schakel tussen het beleid, regionale afspraken en (boven)regionale en landelijke ontwikkelingen. Daarbij is de rol van het team gericht op regie voeren, adviseren , stimuleren, informeren, verbinden, rapporteren, ‘halen en brengen’, samen met de ambtelijke regio-collega’s. De regioadviseurs jeugd adviseren het Regionale Ambtelijke Overleg Zorg.

Tevens zijn zij ambtelijk woordvoerder voor de regio en nemen zij deel aan verschillende regionale, bovenregionale en landelijke bijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen.

13

De begroting 2025 neemt met € 96.000 toe, voornamelijk door actualisatie van het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd. In 2026 houden we enkel rekening met indexatie.

Regionale Facilitering Zorg

Wat gaat het kosten?

De module Regionale Facilitering Zorg bestaat uit het regiosecretariaat, regioadvies en projecten.

Regiosecretariaat

Toelichting: 1. Personeelslasten blijven conform de primaire begroting. 2. Uitvoeringslasten blijven conform de primaire begroting. 3. Overheadlasten stijgen in 2025 beperkt; dit wordt veroorzaakt door een hogere doorbelasting van ICT en administratiekosten door gemeentelijke dienstverleners. 4. Baten bestaan volledig uit bijdragen van deelnemende gemeenten.

14

Regionale Facilitering Zorg

Regioadvies en regionale projecten

Toelichting: 1. Personeelslasten blijven conform de primaire begroting. 2. Uitvoeringslasten stijgen in 2025 met € 82.000. Deze stijging ontstaat in de actualisatie van het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd. 3. Overheadlasten stijgen in 2025 beperkt; dit wordt veroorzaakt door een hogere doorbelasting van ICT en administratiekosten door gemeentelijke dienstverleners. 4. Baten bestaan volledig uit bijdragen van deelnemende gemeenten. NB: ter vergelijk met het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd is de subsidieverstrekking via Arnhem opgenomen in bovenstaande tabel. Deze subsidieverstrekking maakt expliciet geen onderdeel uit van de begroting RFZ.

15

Module Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? •

•

We verwachten dat de stijging van het aantal meldingen doorzet gezien de stijging van 13% van het aantal leerplichtmeldingen in het eerste halve schooljaar (augustus 2024 t/m januari 2025). Dit zet de continuïteit en kwaliteit van de huidige dienstverlening van het RBL onder druk. De onderstaande ontwikkelingen zijn hiervoor mede de aanleiding: ◦ De toegenomen meldingsfrequentie van de scholen; ◦ De verwachting dat de migratiestroom van jongeren verder toeneemt; ◦ Oplopende wachttijden voor de inzet van jeugdhulp en speciaal onderwijs; ◦ Meer meldingen van luxeverzuim; ◦ Toename van ernst en complexiteit van de problematiek van de jeugdigen. De nieuwe wetten ‘Van School naar Duurzaam Werk’ en ‘Terugdringen Verzuim’ zijn naar de Tweede Kamer. In de loop van 2025 wordt concreter wat dit betekent voor de dienstverlening en organisatie van het RBL Midden-Gelre.

RBL Midden-Gelre

Programmaplan thema Onderwijs

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Vanwege de toenemende complexiteit van de opgave van het RBL, wordt er steeds vaker een beroep gedaan op de expertise van professionals om jeugdigen passende ondersteuning en ontwikkelingskansen te bieden. Om dit te regelen is de samenwerking tussen gemeenten, onderwijs, de sociale (wijk) teams en andere partners in het sociaal en justitieel domein belangrijk. Het RBL is hierin vaak de verbindende schakel tussen de verschillende niveaus. Daarom zijn we ook op beleidsniveau gesprekspartner op het snijvlak van onderwijs, zorg en participatie. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) is in de regio de gezamenlijke basis.

Activiteiten

Wat willen we bereiken? Met de uitvoering van (wettelijke) taken heeft het RBL de ambitie dat zoveel mogelijk jeugdigen een route volgen naar een startkwalificatie1. Deze startkwalificatie geeft hen een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Jeugdigen die ongeoorloofd verzuimen of (dreigen) uit te vallen, begeleidt het RBL terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid. Jongeren in een kwetsbare positie houden we in beeld.

1 Een startkwalificatie is een diploma op ten minste mbo-2, havo of vwo-niveau.

16

Beleidsindicatoren

Landelijk gemiddelde 20232

20232

20243

Prognose 2025

Prognose 2026

Absoluut verzuim4 (per 1.000 leerplichtigen)

6,3

1

1,4

1,4

1,4

Relatief verzuim (per 1.000 leerplichtigen)

27

37

47

52

55

vsv-percentage regio Arnhem (12-23 jaar)

2,3%

2,6%

Prognose5: 2,8%

2,8%

2,8%

RBL Midden-Gelre

Beleidsindicatoren taakveld Onderwijs1

Toelichting • •

•

•

De stijging van absoluut verzuim kent een sterke relatie met migratie. De prognose voor absoluut verzuim is daarmee ook afhankelijk van de ontwikkelingen omtrent migratie en het daarmee samenhangende overheidsbeleid. We verwachten dat de stijgende trend in het aantal verzuimmeldingen verder doorzet. Deels doordat we als RBL investeren in de samenwerkingsrelatie met scholen en daarmee inzetten op vroegtijdig en consequenter melden. Daarnaast zijn er maatschappelijke ontwikkelingen en factoren die nadrukkelijk een rol spelen, zoals de toename van (complexe) problematiek onder jeugdigen, beschikbaarheid van jeugdhulp en dagbestedingsplekken. Dit is een landelijk beeld. De afgelopen jaren is het vsv-percentage, zowel landelijk als regionaal, gestegen. We zien ook in het schooljaar 2023-2024 een toename van het aantal jeugdigen met een vsv-melding en verwachten daarom dat het vsv-percentage stijgt. De voortdurende krapte op de arbeidsmarkt en de hierboven beschreven maatschappelijke ontwikkelingen en multiproblematiek onder jeugdigen zijn hiervan invloed. De nieuwe definitie van voortijdig schoolverlaten als gevolg van de nieuwe wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’ is nog niet bekend. Zodra deze bekend is kan een nieuwe inschatting gemaakt worden van de prognose voor het vsv-percentage.

1 In de regeling 'beleidsindicatoren gemeenten' zijn drie beleidsindicatoren vastgesteld die door gemeenten in de programmaverantwoording opgenomen moeten worden: absoluut verzuim, relatief verzuim en het vsv-percentage. 2 Bron: DUO/Ingrado op website ‘Waarstaatjegemeente.nl’ 3 Bron: DUO art25 rapportage, oktober. Voor deze rapportage wordt een andere peildatum gebruikt dan het jaarverslag van het RBL. De cijfers wijken om die reden af. 4 Het landelijk gemiddelde van absoluut verzuim ligt al jaren veel hoger en we zien grote verschillen tussen regio's op de website ‘Waarstaatjegemeente’. We vermoeden dat dit te maken heeft met een verschil in registratie. Zo registreren wij absoluut verzuim wanneer na een administratieve controle blijkt dat leerlingen niet zijn ingeschreven en er actie vanuit leerplicht nodig is. Er zijn ook regio’s waarbij elke melding van absoluut verzuim als zodanig wordt geregistreerd. Hierdoor is het niet goed te vergelijken. 5 Voorlopige vsv-cijfers zijn pas in maart beschikbaar.

17

Het RBL voert de wettelijke taken uit op het gebied van leerplicht, kwalificatieplicht en Doorstroompunt voor de jeugdigen in de leeftijd van 5 tot 23 jaar. Daarnaast participeert het RBL bij het regionaal vsv-programma in verschillende teams. We voeren de taken van verzuim 18+ uit, zijn opdrachtnemer voor het Schakelpunt onderwijs-werk en we leveren de programmaleider voor de Sluitende Keten en de coördinator van Team Overstap. Een aantal focuspunten uitgelicht: • Vanwege de toename van het aantal verzuimmeldingen van de Internationale Schakelklas (ISK) maken we in samenwerking met de ISK aanvullende afspraken over de verzuimaanpak en onderzoeken we of inzet van extra formatie op de ISK mogelijk is. • Voor een effectievere aanpak van thuiszittersproblematiek wordt een overeenkomst opgesteld voor gegevensdeling van thuiszitters tussen de samenwerkingsverbanden en het RBL. De nieuwe wet ‘Terugdringen schoolverzuim’ lijkt hier namelijk niet in te voorzien. • We bereiden ons voor op de verruiming van de doelgroep en de uitbreiding van de taken van het Doorstroompunt vanwege de nieuwe wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’ • Alle brieven worden herschreven en gecontroleerd op begrijpelijke taal. • We werken aan het ontwikkelen van een actueel dashboard. Daarmee krijgen we meer inzicht in onze werkzaamheden, prestaties, knelpunten, ontwikkelingen en trends.

Op deze manier zijn we beter in staat passend advies te geven en tevens de impact van beleid te toetsen en analyseren.

RBL Midden-Gelre

Wat gaan we daar voor doen?

Wat gaat het kosten? De begroting neemt in 2025 toe met € 330.000 als gevolg van aanvullende en uitbreiding van regionale opdrachten. De ontwikkelingen passend bij de basisdienstverlening, worden binnen begroting opgevangen. In 2026 houden we enkel rekening met indexatie (2,7%) en mutaties in de regionale opdrachten.

18

1. Personeelslasten nemen in 2025 toe met € 351.000 ten opzichte van de primaire begroting: • Als gevolg van nieuwe regionale opdrachten en uitbreiding van taken binnen de bestaande regionale opdrachten, stijgen de personeelslasten (€ 315.000). • Als gevolg van een hoger dan verwachte loonkostenstijging dan past binnen de indexatie, stijgen personeelslasten met circa € 36.000. In 2026 dalen de personeelskosten. De gevolgen van indexatie (€ 88.000) worden tenietgedaan door het wegvallen van een tijdelijke opdracht met bijbehorende personeelslasten uit 2025 (€ 100.000), en de onzekerheid over het nieuwe regionaal programma vsv.

RBL Midden-Gelre

Toelichting:

2. Uitvoeringslasten stijgen in 2025 met € 16.000: de groei van de Internationale Schakelklas brengt hogere tolkkosten met zich mee. 3. Overheadlasten dalen in 2025 met € 37.000: • Kosten van de managementuitbreiding vallen € 50.000 lager uit dan begroot. • Administratiekosten door de gemeentelijke dienstverlener stijgen met circa € 14.000. 4. Baten bestaan uit bijdragen van deelnemende gemeenten, de regionale bijdrage voor het Doorstroompunt, het regionaal programma vsv en overige baten. Gemeentelijke bijdragen • In 2025 nemen deze beperkt toe met € 15.000 als gevolg van de hogere doorbelasting door de gemeentelijk dienstverlener. Overige ontwikkelingen worden binnen de primaire begroting opgevangen. • In 2026 stijgen de gemeentelijke bijdragen als gevolg van reguliere indexatie en het wegvallen van de bijdrage voor de Coördinator Team Overstap. • Vanaf 2027 houden we rekening met het wegvallen van de Arnhemse vsv-bijdrage (€ 149.500). Regionale bijdragen • In 2025 stijgen de regionale bijdragen met € 130.000 als gevolg van taakuitbreiding binnen de huidige DSP opdracht. • In 2026 stijgt de DSP bijdrage als gevolg van de nieuwe DSP financiering. De bijdrage voor het Schakelpunt wordt hierin verwerkt. • Vanaf 2026 wordt een nieuw regionaal programma vsv van kracht.

Hoewel daar vanuit historisch en inhoudelijk oogpunt wel aanleiding toe is, is het nog niet zeker of hierin een taak voor het RBL is weggelegd; de bijbehorende vergoeding wordt voorzichtigheidshalve niet geraamd (€ 180.000). De bijbehorende lasten zijn eveneens afgeschaald. Dit leidt in totaal tot een daling van regionale bijdragen in 2026 van € 92.000. Overige baten • In 2025 bestaan de overige baten uit bijdragen voor de coördinator Team Overstap voor het regionale vsv programma, een regionale opdracht voor Werk&Inkomen en een aanvullende beleidsopdracht in voorbereiding op de nieuwe DSP financiering. • Deze middelen vervallen in 2026 en worden deels onderdeel van de DSP financiering.

19

Het programma Participatie bestaat uit de modules: - Werkgeversservicepunt Midden-Gelderland (WSP) - Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening (WgSW) - Contractmanagement Inburgeringstraject (CmI)

Module WSP Het WSP bestaat uit een team dat aangestuurd wordt vanuit UWV en een team dat onderdeel uitmaakt van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland (MGR SDCG). De teams werken samen op het gebied van kennisdeling, arbeidsbemiddeling en ontmoetingen.

Werkgeversservicepunt

Programmaplan thema Participatie

Met de bestuurscommissie Participatie is de afspraak gemaakt dat het programmaplan voor het daaropvolgende jaar (in dit geval 2026) beperkt blijft tot de financiële kaders van de begroting 2026. In het najaar, tijdens de vergadering van de bestuurscommissie in november, wordt het inhoudelijke jaarplan 2026 voorgelegd. Hierdoor sluit het jaarplan beter aan op de actuele arbeidsmarktsituatie.

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? Arbeidsmarktinfrastructuur Het komende jaar wordt regionaal uitwerking gegeven aan de implementatie van de nieuw te vormen Regionale Werkcentra. Het regionale streven is om per 1 januari 2026 de werkcentra operationeel te hebben. Het WSP zal zich binnen het Werkcentrum blijven richten op het behouden en uitbreiden van werkgeverscontacten; met name bij werkgevers die inclusie hoog in het vaandel dragen. Daarbij zal de nadruk steeds meer komen te liggen op: • het faciliteren van de ontmoeting tussen werkgevers en werkzoekenden; • het acteren als adviseur van werkgevers bij HR-vraagstukken.; • het ondersteunen van werkgevers bij de inzet van instrumenten, voorzieningen en subsidies. Verhuizing WSP-gemeenten Begin 2026 gaat WSP verhuizen. De planning is om samen met Scalabor begin 2026 een geheel nieuw pand te betrekken. Uitfasering UWV-systemen en Transparantie van bestanden De uitfasering van de UWV-applicaties Sonar en WBS staat gepland voor januari 2026. Binnen het WSP betekend dit dat een nieuw (CRM) systeem moet worden geïmplementeerd. Parallel hieraan loopt regionaal het proces om te komen tot afspraken met betrekking tot het onderling delen van gegevens.

Regionale samenwerking Gelijk aan eerdere jaren zal het WSP bijdragen aan regionale ontwikkelingen, projecten en samen-werkingen die in het kader van de regionale strategische agenda worden opgezet. Belangrijke thema’s hierbij zijn het verkleinen van de afstand van jongeren naar werk en het vergroten van het netwerk van inclusieve werkgever en arbeidsmarktkansen voor statushouders vergroten.

20

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? • • •

• • •

Uitgangspunt in de relatie met de negen deelnemende gemeenten is dat gemeenten en WSP directe samenwerkingspartners zijn. Het team WSP-UWV is onderdeel van de WSP-organisatie in Midden-Gelderland. Daarnaast is de werkzoekendendienstverlening van UWV, gelijk aan onze gemeentelijke partners, de partij waar bemiddelbare kandidaten vandaan komen. Scalabor is een belangrijke partner van het WSP. Nagenoeg alle kandidaten van de gemeente Arnhem starten het traject naar werk via Scalabor. Bemiddeling van werkfitte kandidaten wordt uitgevoerd door Scalabor en nog 4 ingekochte partijen. Het WSP is voor al deze partijen partner richting de arbeidsmarkt. Het WSP is betrokken bij de regionale implementatie van de nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’ die in 2026 in werking zal treden. Bij deze nieuwe wet speelt het levenslang ontwikkelen en de verbinding tussen school en de arbeidsmarkt een grotere rol. Contacten met het onderwijs en SBB ten behoeve van het levenslang ontwikkelen (o.a. praktijkverklaringen, ontwikkelpaden). Werkgeverscontacten worden onder meer onderhouden via de lokale en regionale ondernemersverenigingen, de gemeentelijke afdelingen Economische Zaken en via ondernemersverenigingen zoals VNO-NCW.

Activiteiten

Wat willen we bereiken? Doelstelling op vacaturevervulling en plaatsingen Het team WSP-gemeenten heeft met de gemeenten afgesproken om met name kwalitatieve resultaatafspraken te maken op onder meer het gebied van samenwerking/partnership, vacaturevervulling en plaatsingen. De aantallen worden gemonitord en gerapporteerd. Prestatie-indicatoren Voor WSP-gemeenten wordt de verantwoording van de resultaatafspraken vormgegeven tijdens de evaluatiegesprekken met gemeenten, het halfjaarbericht en jaarverslag aan de Bestuurscommissie. • Aansluiting op ambities gemeenten: in onze gesprekscyclus met gemeenten bespreken we welke ontwikkelingen zich voordoen in de werkzoekendendienstverlening en hoe wij hier onze bijdrage aan kunnen leveren, zodat we maximaal aansluiten op de gemeentelijke ambities. De focus voor 2025 ligt vooral op maatwerk, aansluiten op de lokale arbeidsmarkt, stimuleren van samenwerking met andere (gemeentelijke) partijen en de contacten met Economische Zaken • Vacaturevervulling: in aansluiting hierop zijn we met gemeenten in gesprek over een andere be-nadering van de taakstelling en meetbaarheid op vacaturevervulling. De prestaties op deze KPI’s zijn namelijk ook afhankelijk van het aantal werkfitte kandidaten/werkzoekenden dat door ketenpartners in beeld is gebracht. De meetbaarheid van deze prestatie is tevens afhankelijk van de ICT-systemen.

Werkgeversservicepunt

Projecten waaraan het WSP vanuit het jaarplan 2025 van de arbeidsmarktregio een bijdrage levert: Regionaal Verbinder Statushouders Beschut Werk HARRIE-trainingen en intervisiebijeenkomsten Matchingstafel Buses for jobs Stage- en banenfestival specifiek voor jongeren van VSO/Pro- en Entree-onderwijs. Deze activiteiten worden gefinancierd uit regionale middelen. Verder neemt het WSP deel aan ambitieteams en werkgroepen waarbij een directe verbinding met de regionale werkgeversdienstverlening is.

21

Ambities WSP Midden-Gelderland • Focus op core business: WSP is als strategisch partner een gids voor werkgevers en draagt bij aan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. • Uitwerking geven aan de drempelloze klantreis: WSP werkt nauw samen met de verschillende disciplines van UWV en op subregionaal niveau met gemeenten met als resultaat een hogere klanttevredenheid en hogere uitstroom. • Vakmanschap en deskundigheidsbevordering: WSP organiseert zes keer per jaar een kennis¬sessie over actuele arbeidsmarktthema’s voor eigen medewerkers. Regionale samenwerking Gelijk aan eerdere jaren blijft het WSP bijdragen aan regionale ontwikkelingen en projecten/samenwerkingen die in het kader van onder meer de regionale strategische agenda worden opgezet. Een aantal projecten toegelicht:

Werkgeversservicepunt

Wat gaan we daar voor doen?

Harrie-training Met deze training kunnen werkgevers hun werknemers met een arbeidsbeperking beter zelf begeleiden. WSP blijft zich in 2025 inzetten om werkgevers te motiveren aan de Harrie-training deel te nemen. Samen met CNV is een maatwerk Harrie training gericht op werken met statushouders ontwikkeld. Deze training wordt vanaf 2025 minimaal 2x per jaar aangeboden. Aanpak jongeren In het kader van de Regionale Aanpak Jeugdwerkloosheid (RAJ) is het WSP betrokken bij een aantal projecten. • WSP is kartrekker van de Matchingstafel. Het doel van de Matchingstafel is om met de partners tot succesvolle matches te komen tussen jongeren en werkgevers. • Buses voor Jobs geeft jongeren/schoolverlaters de mogelijkheid zich te oriënteren op de arbeidsmarkt. Samen met het onderwijs worden jaarlijks 6 verschillende bustours georganiseerd met jongeren naar werkgevers. • Het Stage en Banenfestival wordt vanuit het WSP voor leerlingen uit het VSO/Pro en Entree-onderwijs georganiseerd. Het doel van het festival is het ontwikkelen van een platform waar leerlingen in contact komen met potentiële werkgevers en vice versa.

22

Ontmoetingen en evenementen Een inclusieve arbeidsmarkt vraagt om kennisdeling en verbinding tussen werkgevers en werkzoekenden (met een afstand tot de arbeidsmarkt). Dit doen we ook door het organiseren van ontmoetingen in de vorm van kennissessies, evenementen, banenmarkten en kleinere meet & greets. Voor 2025 staan de volgende activiteiten gepland: Planning Event Q1

Financiering

Q2

Grootschalige banenbeurs voor de doel- • Regionaal Verbinder Statushouders groepen statushouders en asielzoekers • Stage en Banenfestival voor jongeren • Regionale middelen (Regionale AanVSO/PRO/Entree-onderwijs pak Jeugdwerkloosheid). Evenement voor de brede doelgroep WSP

Q3

Ontdek je werkplek-markt (FNV)

WSP levert financiële bijdrage

Q4

‘Maand van inclusie’ met Slotevent

Samen voor een Baan Netwerk

Werkgeversservicepunt

Statushouders/nieuwkomers Voor deze doelgroep specifieke aanpak zijn rijksmiddelen verstrekt die ingezet kunnen worden voor de financiering van de Regionaal Verbinder Statushouders. Deze functie is belegd bij het WSP zodat zowel de expertise van het WSP over de doelgroep statushouders als de intensieve contacten die er zijn met werkgevers hiervoor optimaal benut kunnen worden. Vanaf 2025 is binnen deze financiering gestart met de pilot Jobcoaching Verkort Nieuwkomers met als doel en hogere uitstroom en duurzame plaatsingen.

•

Naast deze groot opgezette evenementen organiseren we kleinere “ontmoetingen” in de vorm van banenmarkten, meet & greets en kennissessie. WSP werkt met een digitale eventkalender die gepubliceerd wordt op de website van het WSP. Deskundigheidsbevordering Het WSP organiseert zes keer per jaar een kennissessie voor de eigen medewerkers als ook kennissessies voor werkgevers. Uitfasering Sonar en WBS In de afgelopen jaren heeft de arbeidsmarktregio gebruik gemaakt van applicaties via het “UWV-portaal”. De applicaties van UWV zijn vanaf 1 januari 2026 niet meer beschikbaar. Voor WSP-gemeenten betekent dit een nieuwe situatie, waarbij gegevens moeten worden geregistreerd en beschikbaar worden gesteld in “eigen systemen”. In de begroting van de MGR wordt vanaf 2025 rekening gehouden met een investering voor onderzoek naar en het aankopen van vervangende software.

23

De begroting neemt in 2025 toe met € 196.000 als gevolg van toegewezen regionale opdrachten. De ontwikkelingen passend bij de basisdienstverlening worden binnen begroting opgevangen. In 2026 houden we enkel rekening met indexatie en mutaties in de regionale opdrachten.

Werkgeversservicepunt

Wat gaat het kosten?

Toelichting: 1. Personeelslasten blijven conform de primaire begroting. 2. Uitvoeringslasten stijgen in 2025 met € 176.000: de stijging wordt volledig veroorzaakt door regionale opdrachten. Deze regionale opdrachten zijn niet zeker, en daarom niet begroot in 2026. 3. Overheadlasten stijgen in 2025 met € 20.000; dit wordt veroorzaakt door een hogere doorbelasting van ICT en administratiekosten door gemeentelijke dienstverleners. 4. Baten bestaan uit bijdragen van deelnemende gemeenten en bijdragen voor regionale opdrachten: - Gemeentelijke bijdragen dalen in 2025 met € 155.000; het beschikbaar komen van regionale opdrachten zorgt dat de bijbehorende vaste loonkosten gedekt worden. - In 2026 stijgen de gemeentelijke bijdragen, enerzijds als gevolg van reguliere indexatie, anderzijds omdat overige baten niet zeker zijn. - Regionale baten bestaan in 2025 bestaan onder andere uit de Harrie-trainingen, de Matchingstafel, het evenementenbudget en het regionaal verbindingsproject statushouders. In 2026 is vooralsnog alleen de bijdrage voor het regionaal verbindingsproject zeker.

24

Sinds 2018 voert Scalabor de begeleiding- en ontwikkelingstaken uit voor mensen met een SW-indicatie in de regio Midden-Gelderland. Het formeel werkgeverschap voor de SW-medewerkers in de arbeidsmarktregio is sinds 2019 ondergebracht bij de MGR/module WgSW.

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? In 2020 is de dienstverlening én het gekozen construct met de scheiding tussen het formeel werkgeverschap (MGR) en materieel werkgeverschap (Scalabor) voor de eerste keer geëvalueerd. De afspraken tussen Scalabor, gemeenten en de MGR zijn, na een verkennend onderzoek, met ingang van 2022 gecontinueerd voor de periode 2022 – 2025 (met een opzegtermijn van twaalf maanden). Eind 2024 is door iedere individuele gemeente besloten om de dienstverlening voor de komende drie jaar (2026-2028) te continueren. Hetzelfde geldt voor de MGR en Scalabor. In lijn met het vernieuwde aanwijzingsbesluit is door de MGR ook een hernieuwde dienstverleningsovereenkomst aangegaan met Scalabor voor de uitvoering van de personeels- en salarisadministratieve taken. De groep SW-medewerkers daalt jaarlijks met ruim 100 mensen. Begin 2025 zijn er nog 1.480 medewerkers (1.318 fte) in dienst bij de MGR en dat dat aantal eind 2027 zal zijn gedaald tot ca. 1.200 personen. Deze aantallen zijn inclusief ca. 56 Begeleid Werkers. De gemiddelde uitstroom in de begroting is berekend op 5%. De begroting voor de module WgSW is niet toereikend ten gevolge van een aantal structurele, niet beïnvloedbare factoren.

Wijzigingen in de CAO en landelijke voorzieningen zoals het wegvallen van het LIV (lage inkomensvoordeel) en loonsverhogingen hoger dan het geïndexeerde kunnen niet volledig worden opgevangen binnen de begroting. Hiertoe is de gewijzigde begroting 2025 opgesteld.

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Naast de negen deelnemende gemeenten heeft de module WgSW voornamelijk contact met Scalabor als materieel werkgever voor de SW-populatie en met Cedris als kennispartner.

Op welke wijze gaat de module invulling geven aan (burger)participatie? Hoe en met welk doel? Scalabor voert onder haar medewerkers twee jaarlijks een medewerkersbelevingsonderzoek uit. De uitkomsten van dit onderzoek worden gedeeld met de MGR/module WgSW.

Werkgeverschap SW-medewerkers

Module Werkgeverschap SW-medewerkers

25

Wat willen we bereiken? Ook voor 2025 wordt invulling gegeven aan de formele werkgeversrol voor SW-medewerkers. Dat betekent dat ontwikkelingen die van invloed zijn op de werkgeversrol vanuit de module worden gesignaleerd en daar waar nodig vertaald naar beleid en/of regelgeving ten aanzien van de SW-medewerkers. Verder blijft de focus op de naleving van de afspraken met Scalabor zoals vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.

Wat gaan we daar voor doen? Het doel van de module werkgeverschap SW is het formeel werkgeverschap voor de SW-medewerkers van de negen deelnemende gemeenten te borgen en zorgen voor aansluiting op het aanwijzingsbesluit van deze gemeenten. Per 2023 zijn hernieuwde afspraken gemaakt met Scalabor over het vervullen van de taken in het kader van het materieel werkgeverschap, bestaande uit: • Invulling geven aan de werkgeversrol, te weten formele kwesties als in- en uitdiensttreding van personeel, aanstellingen en ontslag. • De betaling en financiering van de loonkosten en werkgeverslasten. Deze kosten worden door de deelnemende gemeenten betaald. De module WgSW draagt er zorg voor dat dit bedrag vooraf goed wordt begroot en geïnd bij de deelnemende gemeenten en dat de betalingen aan SW-medewerkers goed verloopt.

Werkgeverschap SW-medewerkers

Activiteiten

De module WgSW ziet erop toe dat de afspraken die zijn gemaakt in de DVO met Scalabor goed worden nageleefd en dat de ontwikkelingen en resultaten worden gedeeld in de bestuurscommissie.

26

De begroting voor de WgSW stijgt in 2025 met € 1,7 miljoen, als gevolg van een hoger dan begrootte loonkostenstijging, in combinatie met herstel van een onvolkomenheid in de primaire begroting.

Werkgeverschap SW-medewerkers

Wat gaat het kosten?

1. Personeelslasten nemen in 2025 met €1,6 miljoen toe ten opzichte van de primaire begroting. Hiervoor zijn verschillende oorzaken: Herstel omissie in begroting: In de actualisatie van de begroting 2024 is een omissie terecht gekomen in de raming van de personeelslasten, als gevolg van een onjuiste verwerking van het vakantiegeld en de bijbehorende sociale lasten. Dit heeft een doorwerkfout met zich meegebracht in de primaire begroting. Deze omissie wordt nu hersteld, het financieel effect is circa € 600.000. Effect loonkostenontwikkeling en uitstroom: De primaire begroting 2025 is opgesteld op basis van het gehanteerde indexpercentage van 3,5%, zijnde de prijsontwikkeling van het accres van het gemeentefonds. Dit indexpercentage is lager dan de verwachte loonkostenontwikkeling. In januari heeft een stijging plaatsgevonden van 3,3% (op basis van de LPO 2024 van 6,4%1, minus de loonstijging van juli 2024 van 3,1%). Daarnaast verwachten we in juli 2025 een stijging van 1,77%, op basis van de Macro Economische Verkenningen 2024-2025. Voor heel 2025 middelt zich dit uit op 4,2%. Daarnaast doet zich een effect voor dat zich in eerdere jaren niet heeft laten zien: Er vindt in januari 2025 een plotse en flinke loonstijging plaats, terwijl de uitstroom nog niet op gang is gekomen. De uitstroom van SW’ers gebeurt immers geleidelijk door het jaar heen.

In de eerste vier maanden van het jaar nemen de loonkosten toe. Rond het eerste halfjaar komen uitstroom en loonontwikkeling enigszins in balans, maar dan vindt in juli de volgende loonstijging plaats. Op jaarbasis houden de geleidelijke uitstroom en de plotse en flinke loonstijging elkaar daarmee in evenwicht, waardoor er zelfs een beperkte stijging te zien is in de totale loonkosten ten opzichte van 2024. Het effect hiervan is circa € 1 miljoen.

1 https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/sectornieuws/fnv-overheid/2024/06/loonsverhogingen-cao-sw

27

2. Uitvoeringskosten vallen in 2025 € 65.000 hoger uit dan primair begroot: 1. De loonkostensubsidie Begeleid Werkers neemt toe als gevolg van het stijgende aantal begeleid werkers (€ 21.000). 2. De DVO kosten dalen met € 73.000 als gevolg van de uitstroom van SW-medewerkers. 3. De kosten voor begeleid werken nemen toe met € 117.000, als gevolg van stijging van de rijksbijdrage SW. In de DVO met Scalabor is afgesproken dat voor iedere begeleid werker Scalabor van MGR de rijksbijdrage ontvangt. Dit om te bevorderen dat SW’ers ook daadwerkelijk doorstromen richting begeleid werk; immers als Scalabor deze medewerkers niet meer in kan zetten voor regulier werk, dan zal deze medewerker ook geen omzet voor Scalabor genereren. De rijksbijdrage SW geldt dan ook als compensatie 3. Overheadlasten dalen beperkt (€ 7.000) als gevolg van een wijziging in de personele inzet. 4. Baten bestaan uit de bijdragen van deelnemende gemeenten, overige baten en de rijksbijdrage voor SW-medewerkers uit buitengemeenten: 1. De gemeentelijke bijdragen stijgen in € 2025 met € 1,7 miljoen ten opzichte van de primaire begroting. In 2026 dalen de bijdragen, waarbij we er vanuit gaan dat de loonkostenstijging lager ligt dan de uitstroom. 2. Overige baten dalen met € 107.000 ten opzichte van de primaire begroting 2025.

Deze overige baten bestaan uit overige kosten die de MGR aan Scalabor kan doorbelasten, en bestaan voornamelijk uit uitbetaalde verlofuren en reiskosten. Deze laatste categorie valt sinds vorig jaar onder de CAO SW, en komen voor rekening van de formeel werkgever. Dat leidt er toe dat de MGR deze niet langer kan doorbelasten aan Scalabor. 3. De vergoeding voor SW’ers uit buitengemeenten stijgt, door de stijging van de rijksbijdrage SW, met structureel doorwerkend effect. Voor 2025 is het effect € 133.000.

Werkgeverschap SW-medewerkers

Voor het jaar 2026 houden we rekening met een uitstroompercentage van 5%, en een loonkostenstijging van 2,7%. De CAO SW loopt eind 2025 af, voor 2026 is er nog geen zicht op ontwikkelingen. Gelet op de MEV 2025 lijkt dit aan de lage kant, en is het reëel dat de daadwerkelijke loonkostenontwikkelingen hoger uit zullen vallen.

28

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? Per 1 januari 2022 is de nieuwe wet Inburgering (Wi2021) in werking getreden. De negen gemeenten van de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland hebben voor de uitvoering van deze wet gezamenlijk contracten afgesloten met aanbieders van het taal- en participatie gedeelte van deze leerroutes. Hiervoor is in percelen ingekocht op de volgende leerroutes: • De B1 route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijk kunnen zij meedoen door (vrijwilligers)werk. Voor deze route worden de percelen taal en participatie als aparte percelen ingekocht. • De onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger. Ook worden zij dan voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding. • De zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 te moeilijk is. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1-niveau, waar mogelijk hoger). Deze mensen worden voorbereid (op een eenvoudige manier) om mee te doen in de Nederlandse samenleving. Voor deze route worden de percelen taal en participatie als aparte percelen ingekocht. • De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) voor gezinsmigranten en overige migranten wordt los ingekocht.

Regionaal zijn er twee ambtelijke overleggremia actief op het gebied van inburgering. Maandelijks vindt het regionale beleidsoverleg plaats met beleidsmedewerkers uit alle gemeenten, evenals aanwezigheid vanuit het WSP. Dit overleg is gericht op het (door)ontwikkelen van inburgeringsbeleid en de daaraan te relateren participatie van inburgeraars in de maatschappij. Eens per kwartaal vindt er een overleg plaats tussen de beleidsmedewerkers en de contractmanagers van de gemeente, hierbij sluit ook het WSP aan. Dit overleg is gericht op het stroomlijnen van de contacten met aanbieders en het toezien op de contractafspraken. De deelnemende gemeenten hebben bij de MGR de opdracht neergelegd tot contractbeheer over de inburgeringstrajecten en in voorkomende gevallen de inkoop hiervan. Het gaat om de volgende taken: • contractbeheer en contractmanagement; • toegankelijk maken van contractinformatie; • informatie ophalen over de behaalde resultaten; • contractgesprekken voeren op grond van informatie en signalen; • het verzorgen van rapportages; • op basis van inkoopopdrachten uitvoeren van inkoopprocessen. De contracten met de huidige taalaanbieders B1 en Z-route lopen formeel tot eind 2026. In de contracten is opgenomen dat er een mogelijkheid is om telkens voor één jaar te verlengen.

De contracten met de huidige aanbieders Onderwijsroute lopen formeel tot eind 2026, hierin is geen verlenging meer mogelijk. Ten tijde van het schrijven van deze gewijzigde begroting wordt gestart met het onderzoek voor en de voorbereidingen op de nieuwe inkoopopdracht Onderwijsroute per 2027. Zodra hierover meer duidelijk is, zal naar verwachting in de tweede helft van 2025, afhankelijk van de bijbehorende planning, eventueel een aanvullende opdracht richting de module Contractmanagement Inburgering komen. Als dat het geval is, dan zullen hiervoor aanvullende afspraken tussen de MGR en de deelnemende gemeenten gemaakt worden.

Contractmanagement Inburgeringstrajecten

Module Contractmanagement Inburgeringstrajecten

29

De module CmI heeft contacten met: • De bestuurders en ambtenaren van de aan de module deelnemende gemeenten; • De contractpartijen waarmee afspraken zijn gemaakt op één of meerdere percelen.

Wat gaat het kosten? De begroting neemt in 2025 toe met € 10.000, primair als gevolg van taakuitbreiding binnen de module. In 2026 houden we enkel rekening met indexatie.

Toelichting: 1. Personeelslasten nemen in 2025 toe met € 7.000 de deelnemende gemeenten hebben een structurele inkoopopdracht toegevoegd aan deze module, waarvoor aanvullende capaciteit nodig is. De werkzaamheden binnen de module CMI worden uitgevoerd door het team Inkoop Zorg. 2. Uitvoeringslasten blijven conform de primaire begroting. 3. Overheadlasten stijgen in 2025 met € 3.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere doorbelasting van ICT en administratiekosten door gemeentelijke dienstverleners. 4. Baten bestaan volledig uit bijdragen van deelnemende gemeenten.

Contractmanagement Inburgeringstrajecten

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen?

30

Omgeving

Wat zijn de verwachte ontwikkelingen? MGR SDCG is een uitvoeringsorganisatie. De governance van de MGR SDCG is hierop ingericht. Gemeenten dragen zorg voor een duidelijke opdrachtverlening. MGR SDCG met haar bestuurscommissies dragen zorg voor een efficiënte uitvoering. Het is belangrijk om iedereen bewust te houden op deze rolverdeling. In 2025 wordt de regeling geëvalueerd. Het Algemeen Bestuur (AB) van de MGR SDCG heeft besloten om een bestuurskrachtonderzoek uit te laten voeren. Hoofdvraag van het onderzoek is “Hoe functioneert de governance van de MGR SDCG en welke maatregelen kunnen worden genomen om de governance toekomstbestendig te houden?”. Het onderzoek wordt uitgevoerd in de eerste helft van 2025.

MGR Beheer

Programmaplan MGR Beheerorganisatie

Gemeenten hebben te maken met een sterke terugval van hun inkomsten vanuit het gemeentefonds. Zij voelen zich gedwongen om harde keuze te maken in uitvoering en dienstverlening. MGR SDCG wil als regionale uitvoerder van gemeentelijk beleid constructief zijn en daar waar mogelijk taken efficiënt uitvoeren voor de gemeenten. Ook voor de bestaande dienstverlening wordt in overleg met de bestuurscommissies doorlopend gekeken naar efficiëntie of het niveau van dienstverlening. De samenleving heeft te maken met een krappe arbeidsmarkt. Dit merkt MGR SDCG ondertussen ook bij de invulling van vacatures. Daarnaast merkt MGR SDCG ook dat het bij gemeenten moeizaam wordt om voldoende medewerkers aan te trekken en te behouden. Dit heeft invloed op de continuïteit en kwaliteit van beleidsontwikkeling en besluitvorming. MGR SDCG kijkt samen met de gemeenten hoe we hier het beste mee om kunnen gaan.

Wie zijn onze partners en hoe betrekken we onze partners bij het bereiken van onze doelstellingen? Intensieve samenwerking Het uitvoeren van onze werkzaamheden op basis van een duidelijke opdrachtverlening door de deelnemende gemeenten kan alleen door een intensieve samenwerking met een groot aantal partners. Voor MGR SDCG Beheer gaat het met name om de bestuurlijke omgeving en de gemeentelijk organisaties waarmee intensief wordt samengewerkt. Colleges en gemeenteraden Ook in 2025 gaan we door om met samen met de griffies en andere gemeenschappelijke regelingen uit Centraal Gelderland raadsinformatiebijeenkomsten te organiseren. Dit is alle partijen goed bevallen en zal worden voortgezet en doorontwikkeld. Andere GR-en en gemeenten In 2025 blijven we voor onze bedrijfsvoering samenwerken met gemeenten en andere gemeenschappelijke regelingen. Het gaat dan om huisvesting, HR-dienstverlening en financiële administratie en ICT-dienstverlening. Vanaf 2026 organiseren we zelf onze financiële, personele en salarisadministratie. In 2025 houden we rekening met implementatiekosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=280cd2d5-6f82-4319-bee1-77bef6644967