Evaluatie jeugdbeleid 2015-2020 gemeente Doesburg
Tekst van het document
De taken van de Jeugdautoriteit, die vanaf januari 2019 actief is, worden in deze wetswijziging structureel verankerd en ondergebracht bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De taak van de NZa wordt in dit verband uitgebreid naar het terrein van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Deze wijziging geeft het Rijk meer inzicht en controle en daarmee meer grip op het zorglandschap. In het algemeen zien we in deze wetswijziging een beweging ontstaan naar een verder gaande schaalvergroting (namelijk steeds groter wordende jeugdregio’s) en steeds meer grip van het Rijk op het zorglandschap. Het Rijk lijkt te hinken op twee gedachten: zowel de uitgangspunten van de decentralisatie naar gemeenten omarmen, als de gevolgen daarvan (het ontstaan van lokale verschillen en het ontbreken van een helikopterview) bekritiseren. Het is de vraag of de voorgenomen wetswijziging de knelpunten in de jeugdzorg voldoende zal oplossen.
25
5. SPEERPUNTEN VOOR DE TOEKOMST In de door de gemeenteraad vastgestelde Toekomstvisie10 wordt voor het sociale domein de komende jaren ingezet op het versterken van de draagkracht, positie en vitaliteit van inwoners van Doesburg door meer preventie, vroegsignalering en maatwerk. De beschreven insteek in de Toekomstvisie sluit aan bij de uitgangspunten die de gemeente Doesburg bij de start van de decentralisaties in 2015 al voor het hele sociale domein had geformuleerd: 1. We verbinden de decentralisaties en zorgen voor een integrale aanpak. 2. Uitgangspunt is: één gezin, één plan, één hulpverlener/regisseur. 3. De vraag van de mensen wordt centraal gesteld en niet het aanbod van zorgaanbieders. 4. Bij de uitvoering van de nieuwe taken in het sociale domein staan begeleiding naar werk, activering, participatie, preventie en eigen verantwoordelijkheid centraal. 5. We streven naar minder bureaucratie en meer sturing op resultaat. 6. Inwoners worden goed geïnformeerd en betrokken bij het sociale beleid. We weten inmiddels dat de praktijk weerbarstiger is en dat goede voornemens niet altijd zo makkelijk te realiseren zijn. Voor jeugd hebben we een goede structuur neergezet van waaruit we verder kunnen werken aan de punten die volgens deze evaluatie beter kunnen. Van belang is om daarbij een focus aan te brengen waar heel gericht met elkaar aan gewerkt kan worden.
Welke speerpunten zijn belangrijk om mee te nemen bij de verdere uitwerking van de maatschappelijke opgaven voor Doesburg, aansluitend bij de Toekomstvisie van de gemeente Doesburg?
5.1.
Speerpunt 1: Blijven inzetten op vroegsignalering en preventie.
Evident is dat het voorkomen van problematiek en zo snel mogelijk handelen als er tóch problemen zijn, het beste voor iedereen is. Preventie en vroegsignalering worden vaak in één adem genoemd, maar zijn verschillende begrippen. Bij preventie richten de activiteiten zich op groepen waarvan verwacht kan worden dat ze in de problemen komen. Bij vroegsignalering zijn er signalen dat er mogelijk al problemen zijn. Deze zijn echter vaak nog niet zo geëscaleerd dat de inwoner zelf besluit om hulp te zoeken. Er zijn verschillende vormen van preventie te onderscheiden. Dit kan op basis van doelgroepen11: -Universele preventie: richt zich op alle jeugdigen en opvoeders. -Selectieve preventie: richt zich op groepen jeugdigen en opvoeders met hoog risico. -Geïndiceerde preventie: richt zich op individuele jeugdigen en opvoeders met hoog risico met beginnend probleem. Uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) blijkt dat het lastig is om te bewijzen dat preventie in algemene zin effect heeft, omdat de effecten moeilijk geheel zijn toe te schrijven aan de preventiemaatregel en effecten pas na langere tijd zichtbaar worden. En zoals eerder al is opgemerkt, hebben preventieve activiteiten regelmatig een domein-overstijgend effect en leveren ze daarmee ook kostenbesparingen in meerdere domeinen op.
In het algemeen wordt met preventie een beweging in gang gezet van het denken en inspelen op problemen, ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag (positieve gezondheid). 10
Toekomstvisie Doesburg. Doesburg Duidelijk Duurzaam Door. Berenschot, juni 2021 en de onderlegger: Plezierig wonen, leven en recreëren in gastvrij en betrokken Doesburg. Een historische Hanzestad aan het water, Berenschot, Maart 2021. 11 Effecten van preventie in het jeugdveld, Nederlands Jeugdinstituut, Maart 2021
26
In Nederland worden de effecten van preventieve activiteiten vaak helemaal niet gemeten. Daarom wordt regelmatig buitenlands onderzoek aangehaald om te bepalen of een preventieve activiteit wel of niet zinvol is. Aangezien de effectiviteit van preventieve activiteiten samenhangt met de sociale, culturele en economische context van een land, zijn conclusies uit een internationale context niet altijd toepasbaar in ons land. Interventies die effectief zijn in het ene land, zijn dat niet automatisch in een ander land. Desalniettemin wordt in het onderzoek van het NJI de voorzichtige conclusie getrokken dat voor jeugd de effecten van afzonderlijke preventieve activiteiten over het algemeen klein zijn. Daarbij heeft universele preventie bij jeugd doorgaans een beperkter effect dan geïndiceerde preventie, omdat bij geïndiceerde preventie de risicogroep per definitie goed bereikt wordt. Er worden door de onderzoekers van het Nederlands Jeugdinstituut 2 conclusies getrokken over de effectiviteit van preventie die straks meegenomen kunnen worden bij het bepalen van actiepunten: 1. Preventie werkt het best als het heel concreet bijdraagt aan het oplossen van een specifiek probleem. 2.
In het algemeen werkt voor jeugd de regel: klein effect x groot bereik x lage kosten x samenhangende aanpak = voldoende maatschappelijk profijt.12 Welke problemen spelen vooral bij de jeugd in Doesburg, oftewel: waar zouden we dan het beste gericht op kunnen inspelen als het gaat om preventie? Uit een inventarisatie onder de beleidsmedewerkers van het sociaal domein en onze samenwerkingspartners blijkt dat er qua preventie nog veel winst te behalen valt bij de volgende onderwerpen: -het voorkomen van overgewicht en het verbeteren van motorische vaardigheden van jonge kinderen; -sociale vaardigheden van de basisschooljeugd; -schoolverzuim van VMBO-leerlingen; -voorkomen van verslavingsproblematiek (drank & drugs) onder pubers; -opgroeien in armoede; -zelfbeeld & sociale media; -vrijetijdsbesteding voor jeugd met complexe problematiek (het huidige aanbod is onvoldoende voor deze groep, vanwege het ontbreken van goede begeleiding). Op een aantal onderwerpen (overgewicht, drankgebruik en schoolverzuim) scoort Doesburg relatief hoog in vergelijking met andere gemeenten in de regio. Bij preventie is een samenhangende aanpak belangrijk. De activiteiten van de jeugdgezondheidszorg, het onderwijs, het jongerenwerk, buurtsportcoaches en het CJG moeten dus goed op elkaar worden afgestemd, zie ook speerpunt 3.
Deze onderwerpen zijn ook onderdeel van het Sportakkoord Doesburg en het Preventieakkoord. Wat betreft vroegsignalering van problemen is uit onze evaluatie gebleken dat de route naar advies, ondersteuning en zorg niet altijd even bekend is bij iedereen. Van belang is dat iedere Doesburger weet dat alle vragen die betrekking hebben op het sociaal domein gesteld kunnen worden bij De Vraagbaak op De Linie waar expertise van zowel jeugd, Wmo als werk en inkomen aanwezig is. Daarnaast is versterking van de sociale basisstructuur, de informele netwerken en ontmoetingsplekken in de wijken belangrijk als preventieve factor. Dit sluit aan bij de onlangs vastgestelde Toekomstvisie Doesburg en kunnen we zien als een maatschappelijke opgave waarbij we samen met Doesburgers, lokale organisaties en ondernemers zorgen voor een vitale en 12
Effecten van preventie in het jeugdveld, Nederlands Jeugdinstituut, Maart 2021
27
veerkrachtige gemeenschap waar inwoners er zijn voor elkaar en problemen vroegtijdig gesignaleerd worden. We zullen dus ook de signaleringsfunctie in de wijken moeten versterken. Niet alleen om tijdig jeugdproblematiek te constateren, maar voor alles wat belangrijk is in de leefwereld van de inwoners. Een sterke basis is essentieel als het gaat om het voorkomen en/of opvangen van problemen. Er zijn diverse positieve, versterkende factoren die bijdragen aan een stevige basis die de kans op gezond en kansrijk opgroeien zo groot mogelijk maakt. Dat zijn o.a.: -sociale binding; -een veilige thuissituatie; -erkenning, waardering voor positief gedrag; -steun van belangrijke volwassenen; -ontmoetingsplekken en voorzieningen in de omgeving van kinderen en jongeren. Een sterke basis van ouders en medeopvoeders zoals familie, vrienden, buurtgenoten, vrijwilligers, jongerenwerkers, buurtsportcoaches en leerkrachten zorgt voor meer draagkracht van de jeugdige en het gezin zelf, ook als er sprake is van langdurige of chronische problematiek. Voor het bepalen van de juiste activiteiten (met de beste effecten) zal een onderscheid gemaakt moeten worden tussen de verschillende groepen: 1. Jonge jeugdigen (basisschoolleeftijd). 2. De jeugd die in het jongerencentrum komt. 3. Jongeren met complexe problematiek.
Het jongerenwerk en Doesburg Beweegt hebben vooral te maken met de eerste twee groepen. De derde groep komt vaak bij de leerplichtambtenaar en het jeugdteam terecht. Deze groep is moeilijker te bereiken. Zij komen vaak niet in het jongerencentrum, maar komen soms wel in beeld bij het outreachend jongerenwerk en/of de politie. Doesburg kent een rijk verenigingsleven dat een belangrijke bijdrage aan het versterken van de sociale basis zou kunnen leveren. Ook worden nu al diverse activiteiten in de wijken georganiseerd door de jongerenwerkers en de buurtsportcoaches. Hoe meer we daarvan kunnen behouden of uitbouwen, hoe sterker de sociale basisstructuur wordt, hoe meer draagkracht er in de gemeenschap ontstaat en hoe meer we van ‘signaleren’ naar ‘normaliseren’ kunnen gaan.
“Ik heb vaak een goede klik met de jongeren in Doesburg als ik met ze sport. Dan vertellen ze me van alles, over hoe het met ze gaat en ook over hun gezinssituatie. Dat contactmoment wordt dan steeds belangrijker voor ze; ze kijken er echt naar uit. Laatst dacht ik nog bij een jongere: hoe moet dat nu als ik straks wegval?” Uitspraak buurtsportcoach tijdens bijeenkomst evaluatie jeugdbeleid op 12 juli 2021
5.2.
Speerpunt 2: Extra aandacht voor multiprobleemgezinnen
Van alle hulpverleners horen we altijd dat Doesburg relatief veel gezinnen met multiproblematiek heeft. Het gaat dan om gezinnen waar verschillende problemen spelen (sociaal, financieel, psychologisch, criminaliteit, veiligheid), die zich opstapelen, elkaar versterken en vervolgens weer tot meer problemen leiden. Bij deze gezinnen zijn daardoor diverse instanties betrokken, die veelal
28
langs elkaar heen werken, vanuit hun eigen procedures handelen en moeite hebben het vraagstuk in zijn geheel te overzien. Een goede aanpak begint dus bij ontschotting en samenwerking waarbij het gezin centraal wordt gesteld; een werkwijze waarbij eerst wordt gekeken hoe het gezin vooruit kan worden geholpen en pas daarna of er regelingen ingezet kunnen worden en waar de ruimte van de verschillende regelingen zit. Er zal gekeken moeten worden welke wereld schuilgaat achter ogenschijnlijk op zichzelf staande problemen. De term “multiprobleemgezinnen” suggereert dat het eigenaarschap van problemen duidelijk en eenzijdig aan de kant van gezinnen ligt. En dat is meestal niet het geval. In een onderzoek van de Erasmus Universiteit naar een effectieve aanpak van multiprobleemgezinnen wordt dit als volgt verwoord: “gezinnen maken problemen (politie, justitie), hebben problemen (schulden, ziekte (psychisch/fysiek), geen werk), maar krijgen ook problemen (door instanties als banken, UWV, gemeente, belastingdienst).13 Voorbeelden hiervan zijn inmiddels pijnlijk aan het licht gekomen in de kindertoeslagaffaire. Het vraagstuk achter het zichtbare probleem laat vaak een gedeeld eigenaarschap zien. Soms worden betrokken instanties zelf ook onderdeel van het probleem en het (gewild of ongewild) in stand houden daarvan.
Om meer zicht te krijgen op deze verwevenheid van problematiek in Doesburg zijn we in juni jl. een onderzoek naar gestapelde zorg gestart, d.w.z. naar het gebruik van meerdere gemeentelijke regelingen tegelijk. De uitkomst daarvan is bij het schrijven van deze evaluatie nog niet bekend. Voor gericht beleid zouden we dat beeld dan ook nog kunnen aanvullen met inzichten van politie, justitie, kredietbank, woningcorporatie, zorgverzekeraars. Helder is al wel dat multiproblematiek bij gezinnen een complex onderwerp is waar niet makkelijk een oplossing voor gevonden kan worden. Het echte vraagstuk is veelzijdig en gaat niet alleen over de gezinnen, maar ook over de veerkracht van systemen en de vraag of en hoe gestuurd kan worden op het voorkomen van problemen, die vaak van generatie op generatie worden overgedragen. Gezinssituaties zijn niet statisch. In de aanpak zal meegenomen moeten worden dat er steeds veranderingen plaatsvinden door de verschillende interacties van o.a. gezinsleden, professionals, buren, vrienden en instituties op elkaar. Voor een goed begrip van de situatie zal gekeken moeten worden hoe diverse gebeurtenissen op elkaar inwerken en hoe de onderlinge samenhang van de verschillende actoren en gebeurtenissen kunnen leiden tot meer balans in het gezin. Veiligheid en rust spelen een belangrijke rol voor het vinden van die balans.
Onderzoek in de ontwikkelingspsychologie laat zien dat ‘veiligheid’ een fundamentele behoefte van de mens is. Als je daarvanuit gaat, dan is ‘angst’ (en de daaruit voortvloeiende stress) een fundamentele emotie waar rekening mee moet worden gehouden en het bieden van bestaanszekerheid een belangrijke maatschappelijke opgave.
5.3.
Speerpunt 3: Versterking van de samenwerking tussen het jeugdteam, het onderwijs (inclusief voorschoolse voorzieningen), jeugdarts (GGD) en huisartsen.
Een laagdrempelige eerstelijnshulpverlening (dicht bij het normale leven van gezinnen) is belangrijk. Zowel de school als de huisarts zijn plekken waar veel problematiek wordt gesignaleerd en besproken. Een goede afstemming, d.w.z. een structurele dialoog, kan escalatie van problemen 13
Wanneer vele handen het werk niet lichter maken. Een complexiteitsbenadering voor gezinnen en instanties met multiproblematiek. Erasmus University Rotterdam, maart 2019.
29
voorkomen. Ondersteuning of hulp in de eerste lijn kan snel, zonder beschikking, worden gegeven door het CJG, het jeugdteam, de jeugdarts van de GGD en het zorgteam op de scholen. Nabijheid, snelheid en laagdrempeligheid zijn de belangrijkste elementen voor het bereiken goede resultaten. Onderwijs Zoals eerder beschreven in paragraaf 4.3 zijn er goede contacten van het CJG/jeugdteam met het basisonderwijs, maar valt er nog winst te behalen door een verbetering van de samenwerking met het voortgezet onderwijs en het MBO. Voor Doesburg is de samenwerking met De Tender en Het Rhedens een hele belangrijke. Dan heb je de grootste groep van de schoolgaande jeugd naar het voortgezet onderwijs te pakken. Het gaat dan om: 1. Samenhang tussen jeugdhulp en onderwijsondersteuning: a) Preventie en basisondersteuning; b) Signalering, integrale analyse en eventueel bieden van extra ondersteuning in het onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en/of gezinsondersteuning. 2. Schoolverzuim en thuiszitters. Daarbij ook aandacht voor hoogbegaafde kinderen. 3. Arbeidstoeleiding voor kwetsbare of moeilijk bereikbare jongeren. School kan een belangrijke bijdrage leveren aan een positief opvoed- en opgroeiklimaat. Een succesvolle schoolloopbaan en doorstroom naar werk ligt aan de basis van welzijn en economische zelfstandigheid.
Daarbij is het goed om extra aandacht te schenken aan de groep jongeren tussen 13 en 27 jaar die grens- of normoverschrijdend gedrag laten zien en daar op tijd op in te spelen. Bij norm-overschrijdend gedrag zijn verschillende grenzen te onderscheiden14:
Normoverschrijdend gedrag Geen professionele hulp nodig 1. grens-------------------------------------------------------------Wel professionele hulp nodig
Geen risico op strafbaar gedrag 2. grens-----------------------------------------------------------Wel risico op strafbaar gedrag
Geen strafbaar gedrag 3. grens-------------------------------------------------------------Wel strafbaar gedrag
14
Grensjongeren. Van riskant tot strafbaar gedrag. Jan van der Ploeg. SWP Amsterdam, 2021
30
Soms zijn deze grenzen volgordelijke, soms lopen ze door elkaar. Een goede analyse van de oorzaken van normoverschrijdend gedrag, een brede blik én vooral een goede dialoog en relatie met de jongeren waar het om gaat, is cruciaal om (escalatie van) problemen in te dammen. In Doesburg is een groep oudere jongeren waarbij door de reguliere hulpverlening, met een gesprek van één of twee uur in de week, weinig tot geen vooruitgang wordt geboekt. Deze jongeren hebben veel problemen en zijn deels in beeld bij het RMC15. Het lastige is dat, áls er uiteindelijk hulpverlening wordt ingezet, ze na verloop van tijd vaak weer afhaken. De aanpak heeft alleen zin als het ook toekomstgericht is. Het moet de jongeren perspectief bieden, want daar ontbreekt het meestal aan. Deze jongeren gaan vaak de grens naar de criminaliteit over. Huisartsen Voor veel gezinnen is de huisarts het eerste aanspreekpunt bij psychosociale problemen of bij vragen over de opvoeding. De jeugdwet heeft de huisarts als autonome verwijzer naar gespecialiseerde jeugdzorg bewust laten bestaan naast de gemeentelijke toegang (in Doesburg: het jeugdteam). Een goede samenwerking kan zorgen voor betere hulp aan jeugdigen en ouders, vooral omdat het Doesburgse jeugdteam zelf hulp kan verlenen en meer tijd heeft dan de huisarts om met een brede blik naar de gezinssituatie te kijken.
Er zijn gemeenten in Nederland die een extra praktijkondersteuner van de huisarts (POH) specifiek voor jeugd hebben bekostigd en gepositioneerd hebben in de huisartsenpraktijk. Meestal zijn dat gemeenten waarvan de lokale toegang niet zelf hulp kan verlenen. Kortdurende hulp kan dan snel door deze POH-er gegeven. In Doesburg hebben we juist een jeugdteam met veel expertise ingericht, waaronder ook een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige (de expertise van een POH-er) en een gedragswetenschapper. Het jeugdteam kan in Doesburg dus dezelfde rol spelen als de POH-er in andere gemeenten. Maar dan moeten ze elkaars expertise wel benutten natuurlijk. Bij de start van de decentralisatie van de jeugdzorg is veel aandacht geschonken aan het betrekken van de huisartsen en de bestaande praktijkondersteuner van de huisartsen (die waren er al voor de decentralisatie van de jeugdzorg). In de loop van de tijd is de samenwerking echter verwatert, ondanks pogingen om de relatie te verbeteren. Ook de samenwerking met de jeugdarts op de scholen, waar het CJG en het jeugdteam goede contacten mee heeft, kan nog verder worden verstevigd.
Tevens kan samen met Coöperatie IJsselstromen (een samenwerkingsverband van eerste lijnszorgpraktijken waar naast huisartsen ook verloskundigen, psychologen, fysiotherapeuten en andere paramedici bij aangesloten zijn) breed gewerkt worden aan een duurzame verbetering van de gezondheid van onze inwoners. Over het geheel genomen heeft Doesburg een kwetsbaar sociaal en demografisch profiel en bekend is dat verschillen in inkomen, beroepsstatus (werkend/niet werkend) of opleidingsniveau een effect hebben op de gezondheid. Zoals in de Nota van Bevindingen, onderdeel van de Toekomstvisie van Doesburg, staat beschreven is het relatief niet zo goed gesteld met de gezondheid van de gemiddelde Doesburger. Ten opzichte van het landelijke, provinciale en regionale gemiddelde heeft Doesburg veel rokende mensen en mensen met overgewicht en zijn relatief weinig inwoners en kinderen aangesloten bij een sportvereniging. Toch wordt er in Doesburg wel veel georganiseerd in het kader van sport en gezondheid en is er financiële ondersteuning geregeld voor gezinnen die activiteiten voor de kinderen moeilijk kunnen betalen (Sam&Doesburg). Uit landelijk onderzoek blijkt echter dat, ondanks alle inspanningen, de gezondheidsverschillen tussen mensen met een hoge sociaaleconomische status (hoge SES) en mensen met een lage sociaaleconomische status (lage SES) de laatste decennia niet zijn 15
RMC is het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt Voortijdig Schoolverlaten
31
veranderd.16 Een verklaring die daarvoor gegeven wordt is dat veel gezondheidsinterventies vaak niet goed werken bij mensen met een lagere sociaalmaatschappelijke positie, omdat deze groep kampt met andere, vaak veel grotere problemen, zoals schulden, werkloosheid, psychische klachten, laaggeletterdheid, instabiele gezinssituaties, slechte huisvesting of (chronische) stress. Het leven van alledag (de korte termijn) is al ingewikkeld genoeg en er is dus weinig ruimte om na te denken en plannen te maken voor het verbeteren van de gezondheid (lange termijn). Campagnes voor de verbetering van de leefstijl sluiten vaak niet aan bij de belevingswereld van deze groep.
Het is belangrijk om te beseffen dat de betekenis van gezondheid niet eenduidig is. Als we uitgaan van het brede begrip ‘positieve gezondheid’ (dat niet de afwezigheid van ziekte en problemen betekent, maar juist het vermogen je aan te passen aan omstandigheden en te weten wat je wél kunt en fijn vindt) dan geeft dat meer mogelijkheden om aan te sluiten bij wat mensen zélf belangrijk vinden. Het is dus goed om opnieuw te kijken naar: 1. Hoe de verschillende professionals en activiteiten optimaal met elkaar verbonden kunnen worden. 2. Of alle doelgroepen voldoende bereikt worden. 3. Of bestaande activiteiten goed genoeg aansluiten bij de concrete behoeften van mensen.
5.4.
Speerpunt 4: Verbetering van de samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders.
In november 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was.17 De belangrijkste betrokken partijen in de jeugdbeschermingsketen zijn: -
Veilig Thuis (VT)
-
Gemeente/lokale teams
-
Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)
-
Kinderrechter
-
Gecertificeerde instellingen (GI’s)18
In schema ziet de jeugdbeschermingsketen er als volgt uit:
16
Zorg voor de toekomst. Over de toekomstbestendigheid van de zorg. SER Juni 2020 Rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd IGJ, 2019 en Signalement Jeugdbeschermingsketen in gevaar,IJV 2019. 18 De gemeente Doesburg heeft, via de Regio Centraal Gelderland, vier Gecertificeerde Instellingen gecontracteerd: Leger des Heils, Jeugdbescherming Gelderland, Jeugd Veilig Verder, William Schrikkergroep. 17
32
Iedereen die zich zorgen maakt over de veiligheidssituatie van een jeugdige kan een melding doen bij Veilig Thuis. De gemeente Doesburg is aangesloten bij Veilig Thuis Gelderland Midden. De grootste melder bij Veilig Thuis is de politie. Maar ook de lokale teams, zoals het Jeugdteam Doesburg, zijn belangrijke melders. Zowel Veilig Thuis als de gemeente of lokale teams kunnen een ‘verzoek tot onderzoek’ doen bij de Raad voor de Kinderbescherming. Pas als zo’n verzoek is gedaan doet de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek naar de opvoedingssituatie van minderjarigen. De uitkomst kan zijn dat aan de rechter wordt gevraagd om een maatregel op te leggen. Een jeugdbeschermingsmaatregel wordt dus altijd door de rechter uitgesproken. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of onvoldoende helpt. Een maatregel is een beperking of een beëindiging van het gezag van de ouder(s). De ondertoezichtstelling is de meest voorkomende maatregel. Het kind krijgt dan een gezinsvoogd toegewezen van een Gecertificeerde Instelling. Deze persoon begeleidt het kind en zijn ouders bij het oplossen van de opvoedingsproblemen. De ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de opvoeding, maar hun gezag wordt door de maatregel gedeeltelijk ingeperkt.
Zowel ouders als kind zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die de gezinsvoogd geeft. Het kind blijft thuis wonen. De rechter kan ook besluiten het kind (tijdelijk) uit huis te plaatsen, bijvoorbeeld in een pleeggezin. Dan wordt er een machtiging uithuisplaatsing aan een Gecertificeerde Instelling gegeven. De meest vergaande jeugdbeschermingsmaatregel is de beëindiging van het gezag van de ouder(s). De belangrijkste bevindingen van de Inspecties ten aanzien van de jeugdbeschermingsketen in Nederland waren: ➢
Kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd worden momenteel onvoldoende beschermd door de overheid.
➢
De instellingen in de jeugdbeschermingsketen hebben te maken met hoge werkdruk, groot verloop en hoog verzuim van personeel, onvoldoende financiële zekerheid en te weinig weerstandsvermogen. Ook is de problematiek in gezinnen complexer geworden.
➢
Er is vaak sprake van onvoldoende aanbod aan passende jeugdhulp (soms ook in combinatie met hulp aan ouders) die de gecertificeerde instellingen direct kunnen inzetten.
➢
Door bovenstaande punten zijn er te veel jeugdigen die op wachtlijsten staan, waardoor de situatie meestal verergert.
➢
Er is te veel bureaucratie in de jeugdbeschermingsketen. De beschermingstaak wordt uitgevoerd door Veilig Thuis-organisaties, de Raad door de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instellingen die steeds weer een eigen onderzoek uitvoeren. Bovendien wordt er veel tijd besteed aan verslaglegging en verantwoording.
De bevindingen van de Inspecties waren zo alarmerend dat het Kabinet besloot dat er op korte termijn maatregelen moesten worden getroffen om de situatie te verbeteren. Alle jeugdhulpregio’s zijn hier vervolgens mee aan de slag gegaan, zo ook onze regio. Gelderland heeft zeven jeugdhulpregio’s (Achterhoek, Centraal Gelderland, FoodValley, MiddenIJssel/Oost-Veluwe, Noord-Veluwe, Rijk van Nijmegen en Rivierenland) en deze hebben samen met vier GI’s, drie Veilig Thuis organisaties en de Raad voor de Kinderbescherming een Gelderse verbeteragenda voor Jeugdbescherming opgesteld. Tevens is een Gelders doorbraakplan gemaakt (zie ook paragraaf 3.4 en paragraaf 4.3). Daar zijn ook jeugdzorgaanbieders bij betrokken. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft in juni 2021 geconcludeerd dat er in Gelderland goede ontwikkelingen in gang zijn gezet, maar dat het nog niet voldoende is. De Gelderse verbeteragenda richt zich vooral op de lange termijn. Voor de korte termijn lijkt de Gelderse doorbraakaanpak er nog niet voor te zorgen dat alle kinderen vanaf het begin van de maatregel
33
een jeugdbeschermer hebben die de zaak ook meteen op kan pakken. Ook is nog niet goed geregeld dat op tijd passende zorg beschikbaar is. Voor jeugdigen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming is het belangrijk dat de noodzakelijke hulp zonder vertraging wordt ingezet. De inspecties verwachten dat alle betrokkenen: de regio, gemeenten, de gecertificeerde instellingen, lokale teams en zorgaanbieders alsnog gaan zorgen voor de noodzakelijke verbeteringen. Juist voor deze kinderen is een goede samenwerking tussen bovenstaande partijen essentieel en we zullen er in Doesburg ook alles aan doen om veiligheid en passende zorg te kunnen garanderen.
Afsluitend De vier speerpunten grijpen in elkaar. En voor alle speerpunten geldt dat deze nog verder uitgewerkt zullen moeten worden met onze samenwerkingspartners en inwoners. Het voornemen van de gemeente Doesburg is om meer integraal vanuit de maatschappelijke opgave te werken, dat wil zeggen: vanuit de verschillende invalshoeken, met elkaar en voor elkaar. Daarbij geldt dat het stimuleren van positief jeugdbeleid niet gezien moet worden als een kostenpost, maar als een investering in een gelukkige jeugd en in zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen van de toekomst.
“Er zijn geen slechte planten, geen slechte mensen, enkel slechte kwekers.” Victor Hugo Bron: Film Les Misérables, 2020
34
BIJLAGEN
35
BIJLAGE 1: INNOVATIEPROJECTEN JEUGD 2015-2020
PROJECT WIJScheiden: uitvoerder: Santé Partners (CJG) Vanaf 2016 Doel: -Voorkomen van escalatie bij scheidingssituaties waar kinderen bij betrokken zijn en daarmee het terugdringen van het inzetten van specialistische hulp bij vechtscheidingen. -Verbeterde werkrelaties met professionals in de regio leidend tot maatwerkoplossingen. -Vernieuwing (ook door combineren) van bestaande methodieken. Middel: -Tijdige, laagdrempelige, gezinsgerichte begeleiding van een professional gespecialiseerd in het de-escaleren bij echtscheidingssituaties. -Outreachende aanpak voor het hele gezin in plaats van afzonderlijke hulp voor de gezinsleden. -Gerichte voorlichting aan burgers en professionals. -Het belang van kinderen staat centraal in deze aanpak. Kinderen praten zelf mee; hun stem wordt gehoord en hun perspectief wordt onder begeleiding ook door ouders gezien. Resultaten: Vanaf 2016 is er preventief hulp geboden aan gemiddeld 22 kinderen en hun (stief)ouders per jaar, waardoor escalaties in scheidingssituaties en opschalen naar specialistische hulp zijn voorkomen en communicatie tussen ouders weer is hersteld. Er is folder- en voorlichtingsmateriaal ontwikkeld. Er is collectieve ondersteuning voor kwetsbare vrouwen na een scheiding opgezet. Er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt met ketenpartners, zoals het CJG, jeugdteam, Vraagbaak, het onderwijs, Veilig Thuis, huisartsen, politie.
Vanwege de succesvolle resultaten is de echtscheidingscoach structureel opgenomen in de reguliere subsidie aan Santé Partners. Kosten: 1e jaar € 16.482,2e jaar € 10.800,3e jaar € 9.805,Daarna structureel opgenomen in de subsidie aan Santé Partners.
36
PROJECT Meeleefgezin 2016-2019
Uitvoerder: GGNet met Stichting Meeleefgezin en Santé (CJG)
Doel: Kwetsbare gezinnen krijgen extra steun van een vrijwillig gezin waardoor rust en meer stabiliteit ontstaat, ouders zonder stress kunnen werken aan herstel en dure specialistische zorg of uithuisplaatsing kan worden voorkomen. Het gaat om kinderen tot 5 jaar met ouders met psychiatrische (GGZ)-problematiek (de z.g KOPPkinderen). Hiermee kan de intergenerationele overdracht van problemen worden doorbroken. Het Meeleefgezin draagt bij aan het uitbreiden en versterken van een netwerk waarin mensen meer zorgverantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Middel: Vrijwillige Meeleefgezinnen worden geworven, gescreend, getraind en begeleid door professionals. De gezinnen die gebruik willen maken van een Meeleefgezin, de vraaggezinnen, worden ook gescreend. Ouders moeten ondanks hun psychiatrische problematiek wel in staat zijn voldoende zorg aan hun kind te kunnen bieden en er mag geen sprake zijn van een onveilige thuissituatie. Resultaten: De bedoeling was dat er maximaal 7 Meeleefgezinnen zouden worden gerealiseerd in Doesburg. Uiteindelijk zijn er 6 Meeleefgezinnen getraind, waarvan er 2 zijn gestopt na mislukte matchpogingen. Twee matches zijn wel gelukt en die gezinnen hebben een langdurige relatie opgebouwd.
Aan het einde van het project is geconcludeerd dat het project minder goed is verlopen dan verwacht doordat het matchen van vraag en aanbod moeilijk bleek in het kleine Doesburg. Potentiele vraaggezinnen vonden het uiteindelijk vaak lastig om met hun problemen naar buiten te treden en trokken zich soms halverwege het kennismakingstraject met het meeleefgezin terug. Er is nog getracht om matches te maken met vraaggezinnen uit andere gemeenten, maar ook dat bleek moeilijk te realiseren. Uiteindelijk is besloten het project stop te zetten. Onderzocht wordt of in samenwerking met gemeenten in de regio een meer laagdrempelig project met vrijwillige buurtgezinnen of steungezinnen kan worden gestart. Kosten: € 48.957,-
37
PROJECT Vitaal Zwanger Doesburg 2017- 2019
Uitvoerder: Stichting De Geboortenis, Verloskundigenpraktijk
Doel: -Het bevorderen van vitaliteit, gezondheid en meer veerkracht van zwangere vrouwen in de gemeente Doesburg. -Het bieden van een kansrijke start (een ‘zachte landing’) aan de jongste inwoners in de eerste 1000 dagen van hun leven. -Betere samenwerking tussen lokale professionals, gynaecologen van nabijgelegen ziekenhuizen en zorgverzekeraars. -Lagere ziektekosten. Middel: Bestaande informatieavonden op de Verloskundigenpraktijk Doesburg zijn uitgebreid met 3-6 thema-avonden die over een periode van 6 maanden steeds zijn aangeboden. Daarin is meer stilgestaan bij gezondheid, leefstijl, voeding, lichaamshouding, stressreductie. Er is een online leeromgeving gecreëerd. Na de bevalling zijn in terugkombijeenkomsten ervaringen uitgewisseld en is stilgestaan bij o.a. de zorg voor het kind, groei en ontwikkeling, de omgeving, eigen gevoelens, veiligheid.
Resultaten: Aan de bijeenkomsten hebben in totaal ongeveer 30 zwangere vrouwen meegedaan, vaak ook nog met partner. In de eerste ronde viel de opkomst van deelnemers zodanig tegen dat besloten is de opzet te wijzigen en het extra aanbod meer te integreren in het bestaande aanbod van de verloskundigenpraktijk. De deelnemende zwangere vrouwen hebben meer inzicht gekregen in de eigen fysieke, mentale en emotionele gezondheid, hoe zij omgaan met spanning en hun sociale netwerk en wat er nodig is voor een goed verloop van de zwangerschap en de bevalling. Ook hebben ze contacten opgebouwd met andere stellen om ervaringen uit te wisselen. De samenwerking tussen de Geboortenis en de verloskundigenpraktijk in Doesburg is echter niet vlekkeloos verlopen. Hoewel het project een vervolg heeft gekregen in het nieuwe project Kansrijke Start, is dit uiteindelijk zonder De Geboortenis verder vormgegeven. Kosten: € 12.510,-
38
PROJECT Jongerennetwerk Uitvoerder: Het Jongerennetwerk (Zorgbelang) Vanaf 2015 Doel: Voorkomen en verbeteren van de jeugdhulpverlening: voorkomen van escalatie en opschaling, signaleren en voorkomen van depressiviteit, suïcide, uithuisplaatsingen, verslavingsproblematiek. Jongeren meer stem geven bij het opstellen van gemeentelijk beleid. Vergemakkelijken van de overgang van 18- naar 18+. Middel: -Buddytrajecten (hulp voor jongeren door jongeren): inzetten van ervaringsdeskundigen (jongeren die vroeger zelf te maken hebben gehad met jeugdhulpverlening). Hiervoor worden jongeren getraind. -Werken op basis van vertrouwen vanuit het perspectief van de jongeren. -Gastlessen op basis- en middelbare scholen. -Sparringpartner voor professionals. -Samenwerking jongerencentrum. -Samenwerking jeugdteam, werk- en inkomensconsulenten. -Klankbord voor beleidsmakers. -Adviesfunctie (gevraagd en ongevraagd) over lokale actuele thema’s. -Brochure 8tienplus met informatie voor alle Doesburgse jongeren die 18 jaar worden. Resultaten: Na een moeizame start en een wisseling van projectleiders is uiteindelijk een goede samenwerking tot stand gekomen en wordt het jongerennetwerk zowel regionaal als lokaal ingezet. In totaal zijn 14 buddytrajecten gerealiseerd t/m 2020. Er wordt structureel samengewerkt met het CJG en het jeugdteam.
Ieder jaar worden er gastlessen gegeven op het voortgezet onderwijs. In februari 2021 heeft iedere jongere die 18 is geworden de brochure 8tienplus van het jongerennetwerk ontvangen. In augustus gebeurt dat nog een keer. Totale kosten: € 17.775,- (van 2015 t/m 2020)
39
BIJLAGE 2: OVERZICHT RAMINGEN EN UITGAVEN JEUGDHULP 2015-2020 GEMEENTEBEGROTING DOESBURG Bij de start in 2015 hebben we van het Rijk een decentralisatie-uitkering van € 3.413.907,- voor de overgehevelde jeugdzorg gekregen. In de onderstaande tabellen is weergegeven hoe dit bedrag in verschillende posten in de gemeentebegroting is ondergebracht, wat ieder jaar weer opnieuw is bijen/of afgeraamd van de verschillende posten en wat het overschot of het tekort is geweest.
2015 Datum 31-1-2020 00:00
Bedrijfscode 10
Grootboeknumm Omschrijving er
Dienstjaar 2015
Periode van 0
Periode t/m 99
I/U/S S
Bedrag Primitief
Bedrag Wijziging
Bedrag Begroot
Bedrag Werkelijk
Bedrag Restant
66710102 66700404 66700406 66700408 66720002 66820001 66820004 66830001
Saldo grootboek Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Totaal saldo grootboek Jeugdwet 3D
€ 26.960 € 106.000 € 115.000 € 10.000 € 359.000 € 2.042.500 € 106.000 € 446.800 € 3.212.260
€ € € -115.000 € € € -90.458 € € € -205.458
€ 26.960 € 106.000 € € 10.000 € 359.000 € 1.952.042 € 106.000 € 446.800 € 3.006.802
€ 625 € 106.000 € 955 € 1.713 € 123.849 € 1.882.633 € € 289.890 € 2.405.666
€ € € € € € € € €
26.335 -955 8.287 235.151 69.409 106.000 156.910 601.136
66710102 66700404 66700406 66700408 66720002 66820001 66820004 66830001
Af: Interne doorbelastingen Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Af: Totaal interne doorbelastingen Jeugdwet 3D
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
-
€ € € € € € € € €
-
66710102 66700404 66700406 66700408 66720002 66820001 66820004 66830001
Resteert: Programmabudget Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Resteert: Totaal programmabudget Jeugdwet 3D
€ 26.960 € 106.000 € 115.000 € 10.000 € 359.000 € 2.042.500 € 106.000 € 446.800 € 3.212.260
€ 625 € 106.000 € 955 € 1.713 € 123.849 € 1.882.633 € € 289.890 € 2.405.666
€ € € € € € € € €
26.335 -955 8.287 235.151 69.409 106.000 156.910 601.136
-
-
€ € € -115.000 € € € -90.458 € € € -205.458
-
€ 26.960 € 106.000 € € 10.000 € 359.000 € 1.952.042 € 106.000 € 446.800 € 3.006.802
Daarnaast hebben we in 2015 voor de implementatie van de 3 decentralisaties een bedrag van € 443.522,- van deze decentralisatie-uitkering jeugd ingezet voor bedrijfsvoeringkosten 3D algemeen.
40
2016 Datum 31-1-2020 00:00
Bedrijfscode 10
Grootboeknumm Omschrijving er
Dienstjaar 2016
Periode van 0
Periode t/m 99
I/U/S S
Bedrag Primitief
Bedrag Wijziging
Bedrag Begroot
Bedrag Werkelijk
Bedrag Restant
66710102 66700404 66700406 66700408 66720002 66820001 66820004 66830001
Saldo grootboek Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Totaal saldo grootboek Jeugdwet 3D
€ 26.960 € 104.000 € € 9.900 € 354.000 € 1.822.923 € 104.000 € 440.600 € 2.862.383
€ 362.772 € € 110.185 € € € -168.187 € € € 304.770
€ 389.732 € 104.000 € 110.185 € 9.900 € 354.000 € 1.654.736 € 104.000 € 440.600 € 3.167.153
€ 341.237 € -10.261 € 111.500 € 6.436 € 73.563 € 1.789.303 € € 200.156 € 2.511.934
€ 48.495 € 114.261 € -1.315 € 3.464 € 280.437 € -134.567 € 104.000 € 240.444 € 655.219
66710102 66700404 66700406 66700408 66720002 66820001 66820004 66830001
Af: Interne doorbelastingen Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Af: Totaal interne doorbelastingen Jeugdwet 3D
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
66710102 66700404 66700406 66700408 66720002 66820001 66820004 66830001
Resteert: Programmabudget Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Resteert: Totaal programmabudget Jeugdwet 3D
€ 26.960 € 104.000 € € 9.900 € 354.000 € 1.822.923 € 104.000 € 440.600 € 2.862.383
41
-
-
€ 362.772 € € 110.185 € € € -168.187 € € € 304.770
-
€ 389.732 € 104.000 € 110.185 € 9.900 € 354.000 € 1.654.736 € 104.000 € 440.600 € 3.167.153
-
€ 341.237 € -10.261 € 111.500 € 6.436 € 73.563 € 1.789.303 € € 200.156 € 2.511.934
-
€ 48.495 € 114.261 € -1.315 € 3.464 € 280.437 € -134.567 € 104.000 € 240.444 € 655.219
2017 Datum 31-1-2020 00:00
Bedrijfscode 10
Grootboeknumm Omschrijving er
Dienstjaar 2017
Periode van 0
Periode t/m 99
I/U/S S
Bedrag Primitief
Bedrag Wijziging
Bedrag Begroot
Bedrag Werkelijk
Bedrag Restant
€ 91.604 € -20.003 € 10.000 € -475 € € 325.796 € -101.000 € -55.508 € 250.414
€ 481.336 € 80.997 € 110.700 € 9.025 € 342.000 € 2.202.284 € € 397.929 € 3.624.271
€ 469.797 € 39.577 € 113.811 € 2.295 € 115.091 € 2.664.800 € € 160.978 € 3.566.350
€ 11.539 € 41.420 € -3.111 € 6.730 € 226.909 € -462.516 € € 236.951 € 57.921
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
Saldo grootboek Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipate Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Totaal saldo grootboek Jeugdwet 3D
€ 389.732 € 101.000 € 100.700 € 9.500 € 342.000 € 1.876.488 € 101.000 € 453.437 € 3.373.857
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
Af: Interne doorbelastingen Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Af: Totaal interne doorbelastingen Jeugdwet 3D
€ - € € - € € 100.700 € € - € € - € € 111.673 € € - € € 27.637 € € 240.010 €
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
Resteert: Programmabudget Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Resteert: Totaal programmabudget Jeugdwet 3D
€ 389.732 € 101.000 € € 9.500 € 342.000 € 1.764.815 € 101.000 € 425.800 € 3.133.847
42
-
€ 91.604 € -20.003 € 10.000 € -475 € € 325.796 € -101.000 € -55.508 € 250.414
€ - € - € € - € - € € 100.700 € 100.700 € € - € - € € - € - € € 111.673 € 111.673 € € - € - € € 27.637 € 27.637 € € 240.010 € 240.010 €
€ 481.336 € 80.997 € 10.000 € 9.025 € 342.000 € 2.090.611 € € 370.292 € 3.384.261
€ 469.797 € 39.577 € 13.111 € 2.295 € 115.091 € 2.553.127 € € 133.341 € 3.326.340
-
€ 11.539 € 41.420 € -3.111 € 6.730 € 226.909 € -462.516 € € 236.951 € 57.921
2018 Datum 31-1-2020 00:00
Bedrijfscode 10
Grootboeknummer Omschrijving
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
Dienstjaar 2018
Periode van Periode t/m 0 99
I/U/S S
Bedrag Primitief
Bedrag Wijziging
Bedrag Werkelijk
Bedrag Begroot
Bedrag Restant
Saldo grootboek Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd
€ 395.967 € € 80.997 € € 40.040 € € 9.169 € € 349.504 € € 1.848.960 € € 50.500 € € 430.406 €
100.185 -5.517 -162.055
Totaal saldo grootboek Jeugdwet 3D
€ 3.205.543 €
-67.387 € 3.138.156 € 3.977.773 €
Af: Interne doorbelastingen Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd
€ € € € € € € €
- € - € - € - € - € 98.397 € - € 1.906 €
-
€ € € € € € € €
- € - € - € - € - € 98.397 € - € 1.906 €
- € - € - € - € - € 98.397 € - € 1.906 €
-
Af: Totaal interne doorbelastingen Jeugdwet 3D
€
100.303 €
- €
100.303 €
100.303 €
-
Resteert: Programmabudget Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Resteert: Totaal programmabudget Jeugdwet 3D
€ 395.967 € € 80.997 € € 40.040 € € 9.169 € € 349.504 € € 1.750.563 € € 50.500 € € 428.500 € € 3.105.240 €
43
€ 496.152 € 481.739 € 14.413 € 80.997 € 15.769 € 65.228 € 40.040 € 21.345 € 18.695 € 9.169 € 1.269 € 7.901 € 349.504 € 47.900 € 301.604 € 1.843.443 € 3.441.718 € -1.598.275 € 50.500 € - € 50.500 € 268.351 € -31.967 € 300.318 -839.617
100.185 € 496.152 € 481.739 € 14.413 - € 80.997 € 15.769 € 65.228 - € 40.040 € 21.345 € 18.695 - € 9.169 € 1.269 € 7.901 - € 349.504 € 47.900 € 301.604 -5.517 € 1.745.046 € 3.343.321 € -1.598.275 - € 50.500 € - € 50.500 -162.055 € 266.445 € -33.873 € 300.318 -67.387 € 3.037.853 € 3.877.470 € -839.617
2019 Datum 28-4-2020 00:00
Bedrijfscode 10
Grootboeknummer Omschrijving
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
Dienstjaar 2019
Periode van Periode t/m 0 99
I/U/S S
Bedrag Primitief
Bedrag Wijziging
Bedrag Werkelijk
Bedrag Begroot
Bedrag Restant
Saldo grootboek Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd
€ 405.074 € € 82.860 € € 40.961 € € 9.380 € € 357.543 € € 1.861.640 € € 51.662 € € 440.306 €
9.805 € 414.879 € 431.766 € -16.887 -19.031 € 63.829 € -12.893 € 76.722 - € 40.961 € 19.108 € 21.853 - € 9.380 € 8.167 € 1.213 - € 357.543 € 8.100 € 349.443 600.000 € 2.461.640 € 3.665.907 € -1.204.267 - € 51.662 € - € 51.662 -29.118 € 411.188 € -4.575 € 415.763
Totaal saldo grootboek Jeugdwet 3D
€ 3.249.426 €
561.656 € 3.811.082 € 4.115.580 €
Af: Interne doorbelastingen Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd
€ € € € € € € €
- € - € - € - € - € 100.688 € - € 1.950 €
-
€ € € € € € € €
- € - € - € - € - € 100.688 € - € 1.950 €
- € - € - € - € - € 100.688 € - € 1.950 €
-
Af: Totaal interne doorbelastingen Jeugdwet 3D
€
102.638 €
- €
102.638 €
102.638 €
-
Resteert: Programmabudget Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Resteert: Totaal programmabudget Jeugdwet 3D
€ 405.074 € € 82.860 € € 40.961 € € 9.380 € € 357.543 € € 1.760.952 € € 51.662 € € 438.356 € € 3.146.788 €
44
-304.498
9.805 € 414.879 € 431.766 € -16.887 -19.031 € 63.829 € -12.893 € 76.722 - € 40.961 € 19.108 € 21.853 - € 9.380 € 8.167 € 1.213 - € 357.543 € 8.100 € 349.443 600.000 € 2.360.952 € 3.565.219 € -1.204.267 - € 51.662 € - € 51.662 -29.118 € 409.238 € -6.525 € 415.763 561.656 € 3.708.444 € 4.012.942 € -304.498
2020 Datum 26-11-2020 00:00
Bedrijfscode 10
Grootboeknummer Omschrijving
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235
Dienstjaar 2020
Periode van Periode t/m 0 99
I/U/S S
Bedrag Primitief
Bedrag Wijziging
Bedrag Werkelijk
Bedrag Begroot
Bedrag Restant
Saldo grootboek Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd
€ 424.391 € € 74.735 € € 41.903 € € 9.596 € € 50.000 € € 2.692.335 € € 52.000 € € 22.028 €
113.859 € 538.250 € 516.949 € -50.774 € 23.961 € 9.426 € - € 41.903 € 42.127 € - € 9.596 € 6.825 € - € 50.000 € 49.709 € 776.067 € 3.468.402 € 3.819.683 € -52.000 € - € - € - € 22.028 € 7.482 €
21.301 14.535 -224 2.771 291 -351.281 14.546
Totaal saldo grootboek Jeugdwet 3D
€ 3.366.988 €
787.152 € 4.154.140 € 4.452.201 €
-298.061
Af: Interne doorbelastingen Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd
€ € € € € € € €
- € - € - € - € - € 104.715 € - € 2.028 €
-
€ € € € € € € €
- € - € - € - € - € 104.715 € - € 2.028 €
- € - € - € - € - € 104.715 € - € 2.028 €
-
Af: Totaal interne doorbelastingen Jeugdwet 3D
€
106.743 €
- €
106.743 €
106.743 €
-
Resteert: Programmabudget Jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatie middelen Jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorg. en cliëntenparticipatie Persoonsgebonden budget Jeugd (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Resteert: Totaal programmabudget Jeugdwet 3D
€ 424.391 € € 74.735 € € 41.903 € € 9.596 € € 50.000 € € 2.587.620 € € 52.000 € € 20.000 € € 3.260.245 €
113.859 € 538.250 € 516.949 € -50.774 € 23.961 € 9.426 € - € 41.903 € 42.127 € - € 9.596 € 6.825 € - € 50.000 € 49.709 € 776.067 € 3.363.687 € 3.714.968 € -52.000 € - € - € - € 20.000 € 5.454 € 787.152 € 4.047.397 € 4.345.458 €
21.301 14.535 -224 2.771 291 -351.281 14.546 -298.061
45
BIJLAGE 3: VERSLAG BIJEENKOMSTEN BESPREKING CONCEPT-EVALUATIE UITKOMST BIJEENKOMST EVALUATIE JEUGDBELEID 12 JULI Aanwezig: Bianca Lankwarden (jeugdteam Esther Spreeuwers (jeugdteam) Levi van Dijk (jongerennetwerk) Peter Jansen (buurtsportcoach) Floor Jansen (gemeente) Petra Oortgiese (gemeente) Peter Bollen (wethouder) Marjel Willekes (gemeente) Digitaal erbij: Jose Koster (jeugdteam) Afgemeld: Hanna Rensen (jongerenwerk)
Op de bijeenkomst wordt de concept-evaluatie jeugdbeleid 2015-2020 besproken. Vanwege de coronamaatregelen gebeurt dat in twee groepen. Doelen in 2015: waar staan we nu? In hoeverre hebben we de genoemde doelen gehaald, welk rapportcijfer geven we ieder doel? Doel 1 Ondersteuning en zorg dichter bij de inwoners wordt beoordeeld als doel dat de beste resultaten heeft gegenereerd (rapportcijfer 8). Vergeleken met de situatie voor 2015 is de zorg en ondersteuning veel laagdrempeliger geworden. Dichter bij de leefomgeving van de inwoners, waardoor ook makkelijker breed gekeken kan worden naar de gezinssituatie en inwoners ook makkelijker binnenlopen voor een vraag. De andere doelen zijn als volgt gerangschikt naar de mate van succes: Snellere en betere analyse met meer maatwerk (veel beter geworden vanaf 2015) Minder versnippering van hulp (gaat een stuk beter, maar is nog winst te behalen. Ook binnen de gemeente zijn nog steeds schotten binnen het sociaal domein) Demedicaliseren en normaliseren (overeenkomstig het landelijk beeld is dit te weinig gelukt) Minder bureaucratie (is helaas juist toegenomen). Resultaten Opmerkingen die worden meegegeven: -Resultaten in cijfers worden steeds belangrijker. Dat komt ook omdat er meer wordt gemeten en verantwoord moet worden. Dan ga je vanzelf ook die bril opzetten, terwijl er natuurlijk veel meer gebeurt dan in cijfers wordt weergegeven.
Als mensen inzicht in cijfers hebben, krijg je vanzelf ook meer normering, want dat wordt dan de meetlat. Dat gebeurt nu veel meer dan vroeger. Gaat ook uit van maakbaarheid. Hoe meet je successen? Want tegelijkertijd met oplopende kosten kunnen er ook veel goede resultaten zijn. En misschien loopt Doesburg wel geheel in de pas. Het beeld van Doesburg is immers conform landelijke ontwikkelingen. -Misschien zouden ook de financiële voordelen van innovatieprojecten in beeld moeten worden gebracht. Dat is niet altijd even makkelijk, maar zouden we meer kunnen proberen. Lastig is natuurlijk ook dat je niet weet wat er was gebeurd als je iets níet had gedaan en meestal spelen veel 46
verschillende factoren een rol. Tip: de Doorbraakmethode van het IPW is misschien een goed instrument. Deze methode maakt inzichtelijk welk maatwerk je inzet en wat dat oplevert. Rotterdam schijnt een succesvolle werkwijze te hebben. Beter is een mix van kwantitatieve en kwalitatieve evaluaties (dus naast cijfers ook verhalen en waarderingen). Beoordelingen -Rol jeugdteam: het is goed dat jeugdzorgprofessionals, die niet alleen verwijzen maar zelf ook hulpverlenen, extern zijn. Als er een goede samenwerking is, zal dat geen verschil maken met consulenten die in dienst zijn van de gemeente qua manier van indiceren. Oppassen voor een soort wij/zij denken: ‘er zijn te veel kosten, dat zal wel door die externen komen’. Dat zie je in veel gemeenten gebeuren. Het jeugdteam heeft ook een ontwikkeling doorgemaakt en is zeer kostenbewust. Jeugdteamleden zijn breder gaan kijken, elkaar meer gaan bevragen, gaan meer uit van positieve gezondheid, en kijken goed naar de mogelijkheden van het eigen netwerk en algemene voorzieningen. Neem ook mee dat er landelijk veel problemen zijn met jeugdzorgpersoneel (ziekteverzuim en wisselingen) en dat Doesburg een heel stabiel team heeft: weinig ziekteverzuim en weinig wisselingen. Dat zegt iets over het werkplezier en de tevredenheid over de manier waarop de gemeente Doesburg het georganiseerd heeft.
-De ‘klik’ met de hulpverlener en de jeugdige is heel belangrijk (dat is overigens ook zo bij hulpverlening aan volwassenen). De opmerking dat die klik vaak ontbreekt heeft betrekking op behandelaren. Dat is nu niet helemaal helder in de notitie. De jongeren hebben dit zelf aangegeven in gesprekken en is ook conform landelijke evaluaties met jongeren. Lastig is dat een ‘klik’ niet te beïnvloeden is. Het is er of het is er niet. De buurtsportcoach heeft vaak een goede klik met de jongeren als hij met ze sport. Dan vertellen ze van alles, ook over hoe het met ze gaat en over de gezinssituatie. Zo’n contactmoment wordt daardoor steeds belangrijker, ze kijken er echt naar uit. Wat als dat wegvalt? Een buurtsportcoach kan in zo’n geval wel een goede brugfunctie vervullen tussen de jongere en het CJG/jeugdteam. Maar aangezien het om vertrouwen gaat, is het ook niet makkelijk over te dragen. Speerpunten Door gebrek aan tijd niet helemaal goed kunnen bespreken. Meegegeven is: -Wat betreft de samenwerking met het onderwijs is een samenwerking met De Tender en Het Rhedens een hele belangrijke. Dan heb je de grootste groep van de schoolgaande jeugd naar het voortgezet onderwijs te pakken. -Meer bekendheid geven aan de Vraagbaak is belangrijk. Daar zit het CJG in. De positionering van het jeugdteam is nu niet helder voor sommige inwoners en zorgt regelmatig voor verwarring.
Daar moeten we nog eens goed naar kijken. Ook voor jeugdteamleden zelf zou het fijner zijn als ze eenduidige ‘visitekaartjes’ zouden hebben. Algemeen De notitie wordt als zeer leesbaar en positief beoordeeld. Gewaarschuwd wordt voor het ontstaan van een negatief beeld door alleen over knelpunten en verbeteringen te praten. Er is heel veel gerealiseerd en er gaat veel goed. De notitie geeft een mooi genuanceerd beeld van alle factoren die een rol spelen, laat dat ook naar voren komen in de gesprekken. 47
UITKOMST BIJEENKOMST EVALUATIE JEUGDBELEID 15 JULI Aanwezig: Ward Terpstra (Doesburg beweegt) Chantine Brinks (jeugdteam) Nadia Schenker (jeugdteam) Margot Dirksen (jeugdteam) Pascal Derksen (jongerenwerker) Dimitri Rieck (jongerenwerker) Jan Luesink (politie) Lotte van der Laan (gemeente) Peter Bollen (wethouder) Marjel Willekes (gemeente) Afgemeld: Miranda van der Meijde (praktijkondersteuner van de huisarts)
Op de bijeenkomst wordt de concept-evaluatie jeugdbeleid 2015-2020 besproken. Vanwege de coronamaatregelen gebeurt dat in twee groepen. Met deze tweede groep hebben we vooral stilgestaan bij de onderwerpen die in de eerste groep van 12 juli minder aan bod zijn gekomen. Resultaten vanaf 2015 Opmerkingen die worden meegegeven: De gepresenteerde resultaten zijn erg gericht op cijfers en kosten. Terwijl kwaliteit en duurzaamheid ook belangrijke resultaten zijn. Als een jeugdige door de hulpverlening weer zonder problemen verder kan, is dat van enorme waarde. Het is alleen lastig te meten en in overzichten weer te geven. De resultaten van preventieve activiteiten zijn lastig aan te tonen. Dat blijkt ook uit het onderzoek van Bureau AEF (Andersson, Elffers Felix). En als er wel effecten zijn, dan komt de winst vaak terecht bij andere partijen dan de gemeente (bijvoorbeeld de zorgverzekeraar). Uit het onderzoek van AEF blijkt dat de kwaliteit van de zorg wel is verbeterd sinds 2015, maar dat de vraag steeds complexer wordt en de uitstroom uit de hulpverlening stagneert. Jeugdigen blijven steeds langer in de zorg. Beoordelingen Het is erg belangrijk dat de jongeren goed gehoord worden en zich eigenaar voelen van het hulpverleningsplan. Het jeugdteam besteedt daar ook veel aandacht aan. De kritiek van de jongeren richt zich dan ook vooral op de behandelaren.
Aan de andere kant laten ouders en jongeren het vaak ook aan de behandelaar om te bepalen wat er moet gebeuren: dat is de deskundige, dus die moet het maar zeggen. Daarbij wordt aangegeven dat jongeren ook wel makkelijk klagen en zelf vaak weinig initiatief nemen. Er is ook een groep oudere jongeren waarbij één keer een uur in de week praten met een hulpverlener echt niet helpt. Daar is zoveel aan de hand dat er veel meer moet gebeuren. Vaak haken ze ook weer af en gaan ze niet meer naar de behandelaar. Bij die jongeren is totaal geen vooruitgang te zien, terwijl er flinke problematiek speelt. Daar zouden we echt naar moeten kijken. Hoe kunnen we beter op deze groep inspelen? Soms is daar meer een vaderfiguur nodig. Er zijn ook jeugdigen die geen gebruik maken van de sportvoorzieningen of het jongerencentrum. Ouders willen soms niet dat ze naar 0313 gaan, omdat daar ‘verkeerde’ jongeren zouden 48
rondhangen. Dat is een hardnekkig beeld bij een deel van de Doesburgers. Terwijl er al veel veranderd is in de loop der jaren. Er komen veel verschillende leeftijdscategorieën in 0313: van basisschoolkinderen tot oudere jongeren. Het is echt een plek voor iedereen, maar mensen zien dat pas als ze langskomen. Er wordt gekeken hoe 0313 nog meer open en aantrekkelijk gemaakt kan worden, ook in samenwerking met de buurtsportcoach en de scholen; ‘het jongerencentrum als onderdeel van het lespakket’. Doesburg Beweegt verbindt sport en educatie met bezoek aan het jongerencentrum. Daar maakt de basisschooljeugd voor de eerste keer kennis met 0313. En dan nog moeten we realistisch blijven: er zullen altijd jongeren blijven die niet naar 0313 komen. De jongeren die niet naar 0313 komen, worden wel opgezocht via het outreachend jongerenwerk. Dat is ook veel gebeurd in coronatijd en dat is heel waardevol geweest. Een goede klik is heel belangrijk. Als een vertrouwensband ontstaat vertellen jongeren vaak meer aan jongerenwerkers dan aan hun ouders. De buurtsportcoach heeft ook zo’n functie. Hij gebruikt sport en bewegen voor het opbouwen van een goede relatie. Maar dat is wel tijdrovend. Het jeugdteam heeft jongeren regelmatig verwezen naar de buurtsportcoach en dat heeft positieve resultaten opgeleverd. Eigenlijk zou je nog zo’n functie moeten hebben, maar dan voor culturele activiteiten.
Niet alle jeugdigen houden namelijk van sporten. Samen een muurschildering maken kan hetzelfde effect hebben bijvoorbeeld. Speerpunten Voor het bepalen van een goede aanpak moet onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende groepen: 1. basisschooljeugd; 2. de jeugd die in het jongerencentrum komt; 3. Jongeren met complexe problematiek. Voor de eerste 2 groepen worden de activiteiten van het jongerenwerk en Doesburg Beweegt ingezet. De 3e groep komt vaak bij de leerplichtambtenaar en het jeugdteam terecht. Dat is de groep waar al eerder aan is gerefereerd. Een voorzichtige inschatting is dat het minimaal 10 jongeren in Doesburg betreft, maar het kan ook het dubbele aantal zijn. Niet alles is in beeld. Het betreft de wat oudere jongeren, waar (deels) ook het RMC mee bezig is. Gekeken kan worden of een groepsactiviteit of groepsbegeleiding met therapie uitkomst kan bieden. De aanpak heeft alleen zin als het ook toekomstgericht is. Het moet de jongeren perspectief bieden, want daar ontbreekt het vaak aan. Deze jongeren gaan vaak de grens naar de criminaliteit over. Preventie en het versterken sociale basis Wat betreft het versterken van de sociale basis en het meer inzetten van algemene voorzieningen wordt meegegeven dat er aangesloten kan worden bij activiteiten die al lopen en die verder uitgebouwd kunnen worden.