CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie jeugdbeleid 2015-2020 gemeente Doesburg

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Evaluatie Jeugdbeleid 2015-2020 Gemeente Doesburg18.499 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

EVALUATIE JEUGDBELEID 2015-2020

Augustus 2021

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding: ……………………………………………………………………………………………………………….blz.3 2. Terugblik: ………………………………………………………………………………………………………………blz.4 3. Waar heeft het toe geleid? …………………………………………………………………………………..blz.8 3.1.

De resultaten

3.2.

Wat heeft het gekost?

3.3.

Verklaringen voor de toenemende jeugdzorgkosten

3.4.

Reeds genomen maatregelen om kosten te besparen

4. Geleerde lessen …………………………………………………………………………………………………….blz. 18 4.1.

Lokaal

4.2.

Regionaal

4.3.

Landelijk

4.4.

Belangrijkste wijzigingen van de jeugdwet

5. Speerpunten voor de toekomst ……………………………………………………………………………blz. 26 5.1.

Speerpunt 1: Blijven inzetten op vroegsignalering en preventie

5.2.

Speerpunt 2: Extra aandacht voor multiprobleemgezinnen

5.3.

Speerpunt 3: Versterking van de samenwerking tussen het jeugdteam, het onderwijs, de jeugdarts en de huisartsen

5.4.

Speerpunt 4: Verbetering van de samenwerking met de jeugdbeschermingsketen en de jeugdzorgaanbieders

BIJLAGE 1 Overzicht van innovatieprojecten……………………………………………………………………blz. 36 BIJLAGE 2 Totaaloverzicht van uitgaven jeugdzorg 2015-2020……………………………………..blz. 40 BIJLAGE 3 Verslag van de gesprekken met de samenwerkingspartners…………………………blz. 46 Afkortingenlijst…………………………………………………………………………………………………………………..blz. 51

2

1. INLEIDING In 2015 zijn we vol goede moed begonnen aan de nieuwe gedecentraliseerde opgave waarbij de gemeente bestuurlijk en financieel verantwoordelijk werd voor alle vormen van jeugdzorg. Vóór 2015 was er sprake van een zeer versnipperd jeugdzorglandschap met verschillende wettelijke en bestuurlijke systemen (provincies, verzekeraars en ministeries). Gemeenten waren toen nog slechts verantwoordelijk voor preventie, jeugdwelzijn en jeugdgezondheidszorg. Omdat deze versnippering in de praktijk tot veel problemen leidde (waaronder wachtlijsten, geëscaleerde problematiek, te veel hulpverleners in één gezin, onveilige situaties) werd gekozen voor een meer integraal stelsel, uitmondend in de inwerkingtreding van de Jeugdwet in 2015. Door de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor het hele palet aan mogelijkheden voor jeugdzorg bij gemeenten te leggen, kreeg één bestuurslaag (de gemeente dus) de regie op het geheel: van preventie, vroegsignalering en lichte hulp tot aan (zeer) gespecialiseerde hulp, gedwongen jeugdbeschermingsmaatregelen en passende nazorg. De gemeente moest daarbij ook zorgen voor: ➢

de beschikbaarheid van een passend en effectief voorzieningenaanbod.

➢

het sturen op de toestroom tot het voorzieningenaanbod: de lokale toegang.

In de beleidsnotitie die is opgesteld bij de start van de decentralisatie staat uitgebreid beschreven welke vormen van jeugdhulp onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zijn komen te vallen en welke relaties er liggen met onderwijs en algemene voorzieningen als kinderopvang, jeugdgezondheidszorg en jongerenwerk. In deze evaluatie zal dat niet herhaald worden. We zijn nu zes jaar verder. Tijd om terug te kijken en nieuwe piketpalen te slaan. Dat doen we door onze doelen en resultaten te evalueren. Wat waren we van plan en wat is daarvan ook daadwerkelijk gerealiseerd? Welke lessen hebben we geleerd en wat betekent dat voor de insteek voor de komende tijd? Een conceptversie van deze notitie hebben we besproken met diverse samenwerkingspartners. Opmerkingen en aanvullingen hebben we verwerkt. Ook hebben we in een vroeg stadium gesproken met de adviesraad sociaal domein. We blikken terug en nemen daarbij lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen mee. In het laatste hoofdstuk van de evaluatie formuleren we de belangrijkste speerpunten die verder uitgewerkt kunnen worden door een nieuw college na de verkiezingen. De speerpunten sluiten aan bij de richting die staat beschreven in de Toekomstvisie Doesburg “Doesburg Duidelijk Duurzaam Door”1, namelijk: een samenhangende, wijkgerichte aanpak waarbij we de kracht van de gemeenschap meer gaan benutten.

We hopen dat deze evaluatie de eerste ingrediënten zullen leveren voor de inkleuring daarvan.

1

Toekomstvisie Doesburg. Doesburg Duidelijk Duurzaam Door. Berenschot, juni 2021

3

2. TERUGBLIK Het doel in 2015 was te zorgen voor kwalitatief betere jeugdhulp en daarbij tegelijkertijd een afname van het gebruik van de duurdere, specialistische zorg te realiseren. Dat wilden we bereiken door: 1. De ondersteuning en zorg dichter bij de bewoners te organiseren. 2. Te zorgen voor een snellere en betere analyse met meer maatwerk (in één keer raakschieten). 3. De versnippering van hulp aan het gezin terug te dringen (één gezin, één plan, één regisseur). 4. Op een andere manier naar de problematiek te kijken: demedicaliseren en normaliseren. 5. De bureaucratie terug te dringen.

Wat hebben we gedaan om dat bereiken? 1. Allereerst hebben we gezorgd dat er voor inwoners een goede toeleiding naar ondersteuning en zorg via het CJG (voor informatie en enkelvoudige vragen) en het jeugdteam (voor complexe vragen).

CJG

Jeugdteam

specialisten

Vraagbaak

In tegenstelling tot veel andere gemeenten hebben we er in Doesburg voor gekozen om het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) te behouden en een belangrijke rol te geven in de toeleiding naar de gespecialiseerde zorg. Naast een werkplek op De Linie hebben we het CJG direct bij de start (november 2011) ook op de basisscholen gepositioneerd (en later ook op de kinderopvang) omdat het een plek is waar ouders sowieso komen en makkelijk hun vragen kunnen stellen. CJG-ers zijn algemeen maatschappelijk werkers die ondersteuning kunnen bieden bij problemen op het gebied van opvoeding, relaties, echtscheiding, rouw of verlies, werk en financiën. Het algemeen maatschappelijk werk wordt in Doesburg uitgevoerd door Santé Partners. Binnen het CJG wordt intensief samengewerkt met VGGM (consultatiebureau). Daarmee wordt een groot bereik gerealiseerd: het consultatiebureau ziet immers alle kinderen in het eerste jaar van hun leven. Daarnaast hebben we een extern jeugdteam ingericht met professionals met verschillende expertise die zelf kortdurende hulp kunnen verlenen (zonder beschikking), maar ook kunnen doorverwijzen naar de gespecialiseerde hulpverlening (met beschikking) en eventueel (ook na doorverwijzing) de regie kunnen houden in gezinnen met meerdere hulpverleners. Het jeugdteam wordt ingezet bij complexe problematiek.

Zowel het CJG als de scholen, leerplichtambtenaar, huisartsen en andere zorgverleners kunnen bij complexe problematiek naar het jeugdteam doorverwijzen.

4

In het Jeugdteam is zowel generalistische als specialistische expertise aanwezig van de volgende organisaties: -Algemeen maatschappelijk werk van Santé Partners; -Cliëntondersteuning voor mensen met een beperking van MEE; - Opvoed- en opgroeihulp van Entrea Lindenhout (tevens aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling); -Jeugdhulp voor jeugdigen met LVB-problematiek van Zozijn; -Consultatie voor jeugdigen met GGZ-problematiek van GGnet; -Een gedragswetenschapper van Entrea Lindenhout. -De jeugdverpleegkundige van VGGM op afroep. De coördinator van het CJG is tevens de coördinator van het Jeugdteam. Inwoners in Doesburg worden voor vragen over opvoeden of jeugdhulp altijd eerst geleid naar het CJG. De CJG-ers maken ook deel uit van het jeugdteam, waardoor er bij complexe problematiek een directe lijn is naar het jeugdteam. Doordat verschillende expertise in het jeugdteam aanwezig is, kan er snel een goede analyse van de problematiek gemaakt worden en zo snel mogelijk passende hulp ingezet worden. Als specialistische hulp nodig is, geeft het jeugdteam een bindend advies hierover aan de gemeente. De leerplichtambtenaar schuift structureel aan bij het jeugdteamoverleg zodat ook hier een goede verbinding met het onderwijs wordt gelegd.

Om de overgang van de zorg aan jongeren die 18 jaar worden soepeler te laten verlopen, schuift inmiddels ook een Wmo-consulent aan bij de jeugdteamoverleggen. 2. We hebben de Vraagbaak op de Linie gerealiseerd: één loket voor informatie, advies, en ondersteuning op het gebied van wonen, zorg, welzijn, werk en inkomen. De Vraagbaak maakt het samenwerken makkelijker en zorgt voor een meer integrale blik. Vooral als er meerdere problemen in het gezin spelen (geld, werk, ziekte) is het belangrijk dat die goed in beeld zijn bij de hulpverlener(s) zodat op verschillende manieren gewerkt kan worden aan verbetering van de thuissituatie. Het CJG en het jeugdteam werken op De Linie samen met de consulenten Wmo, consulenten Werk & Inkomen, Buurtacademie, buurtsportcoaches, jongerenwerk en politie. Om de harde knip tussen 18- en 18+ te beslechten en complexe problematiek beter integraal op te pakken is vanaf 2020 de doelgroep van het jeugdteam uitgebreid: jongeren tot 27 jaar kunnen door het jeugdteam begeleid worden naar de juiste hulp. Het jeugdteam kan voor deze groep jongeren geen voorzieningen vanuit de jeugdwet inzetten, maar wel zorgen dat de betreffende jongere op de juiste plek komt voor ondersteuning of toeleiding naar onderwijs of werk. Hiermee kan escalatie van problemen in de toekomst worden voorkomen. 3. Er zijn verschillende innovatieprojecten uitgevoerd.

We hebben een lokaal innovatiefonds opgericht om vernieuwende voorstellen van organisaties en inwoners te kunnen ondersteunen. Om in aanmerking te kunnen komen voor een financiële bijdrage dienen voorstellen bij te dragen aan minstens twee van de volgende transformatiedoelen: a. Meer uitgaan van eigen oplossingen van hulpvragers en meer inzetten van het eigen sociale netwerk. b. Verschuiving van het inzetten van individuele voorzieningen naar algemene voorzieningen. c. Integrale aanpak en ontschotting van traditioneel afgebakende domeinen (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Onderwijs). d. De vraag centraal en niet het aanbod. e. Minder bureaucratie. f. Kostenbesparingen.

5

De volgende projecten hebben de afgelopen jaren een bijdrage gekregen uit het innovatiefonds: -Projecten ‘Vitaal Zwanger’ en ‘Nu Niet Zwanger’ gericht op het begeleiden van kwetsbare zwangere vrouwen en hun partners en het voorkomen van zwangerschappen bij kwetsbare jonge vrouwen (bijvoorbeeld vanwege een verslaving of een verstandelijke beperking). -Project Meeleefgezin: vrijwillige gezinnen die opvang bieden aan kinderen tot 5 jaar van ouders met psychische problemen. -Warm Hart voor Pleegkinderen: extra ondersteuning voor Doesburgse pleegouders, die een eigen netwerk hebben opgericht dat ingezet wordt om bestaande én toekomstige pleeggezinnen te adviseren en te ondersteunen. -Project WIJscheiden: tegengaan van escalaties bij scheidingssituaties. -Het Jongerennetwerk: een buddyproject waarbij ervaringsdeskundige jongeren gekoppeld worden aan jongeren die ondersteuning nodig hebben, om zo problemen en persoonlijke vraagstukken op een informele manier aan te pakken. In tegenstelling tot veel andere hulpverleners weet het JongerenNetwerk de meest onbereikbare jongeren wél te bereiken, d.w.z. jongeren die geen zorg willen, nergens terecht kunnen en met niemand willen praten. Zie bijlage 1 voor een overzicht van de beoogde doelen en de uiteindelijke resultaten van de innovatieprojecten jeugd. 4.

Er is een goede samenwerking opgebouwd tussen het CJG/het jeugdteam, de jeugdverpleegkundige, het jongerenwerk, de politie en de buurtsportcoaches. De jeugdverpleegkundige schuift op afroep aan bij het jeugdteamoverleg. Zij heeft vrijwel alle jeugdigen in beeld, namelijk 95% van de kinderen tot 4 jaar en 90% van de kinderen boven de 4 jaar (via het consultatiebureau, de voorschoolse voorzieningen en de scholen). In het aanbod van de jeugdgezondheidszorg wordt onderscheid gemaakt tussen basiszorg en extra zorg. Alle jeugdigen krijgen vijftien contactmomenten aangeboden tussen 0 en 4 jaar en vijf contactmomenten tussen 4 en 18 jaar. Daarnaast krijgt een deel van de jeugdigen een vervolgcontact met de jeugdarts of de jeugdverpleegkundige naar aanleiding van deze reguliere contactmomenten. Als extra zorg biedt de jeugdarts begeleiding bij schoolziekteverzuim in het voortgezet onderwijs. De jeugdgezondheidszorg volgt de lichamelijke, cognitieve en psychosociale ontwikkeling van het kind in zijn/haar omgeving en geeft advies, maar is geen hulpverlening. Daarom is de samenwerking binnen het CJG en het jeugdteam zo belangrijk. Door het grote bereik heeft de jeugdgezondheidszorg een belangrijke rol bij het tijdig signaleren van bedreigende factoren bij het opvoeden en opgroeien van jeugdigen, waaronder signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling.

De jeugdverpleegkundige neemt inmiddels deel aan het project Kansrijke Start (met extra aandacht voor de eerste 1000 dagen van een kind). Ook het jongerenwerk, het jongerennetwerk en de politie schuiven af en toe aan bij het jeugdteamoverleg. De jongerenwerkers zijn zowel actief op locatie (in het jongerencentrum op de Linie) als in de stad (outreachend). Er is een intensieve samenwerking met Doesburg Beweegt, de gemeente, politie en scholen. Het outreachend jongerenwerk is met name gericht op het terugdringen/voorkomen van overlast door jongeren in Doesburg. De outreachend jongerenwerker zoekt de jongeren op in hun eigen omgeving en houdt contact met samenwerkingspartners en instanties (zoals Iriszorg). De buurtsportcoach maakt onderdeel uit van het team van jongerenwerkers. Vanuit Doesburg Beweegt worden samen met de jongerenwerkers diverse sportieve activiteiten georganiseerd.

6

Het jongerenwerk heeft een signalerende functie. Samenwerkingspartners worden ingelicht wanneer extra inzet gewenst lijkt. Dit gebeurt altijd in samenspraak met het jeugdteam. Doordat het jongerenwerk periodiek aanschuift bij het jeugdteamoverleg worden jongeren/overlastgevende groepen en/of casussen al in een vroeg stadium besproken. Hierdoor hebben beide kanten ervaren hoe waardevol het is om informatie uit te wisselen en samen op te trekken in het terugdringen van overlast en het snel overzicht krijgen van situaties. Daarnaast vindt er structureel overleg plaats tussen politie en jongerenwerk.

5. We hebben een nieuw klantvolgsysteem aangeschaft. Met de nieuwe taak door de decentralisatie van de jeugdzorg werd de gemeente verantwoordelijk voor de hulpverlening aan jeugdigen en moest de geleverde hulpverlening ook goed geregistreerd worden. Daar hadden we echter geen goed instrument voor, waardoor de hulpverlening niet goed gemonitord kon worden en ook geen goede managementinformatie kon worden gegenereerd. Door middel van een aanbesteding is een nieuw registratiesysteem aangeschaft, genaamd Mens Centraal, waar het jeugdteam van 2017 tot 2019 naar volle tevredenheid mee heeft gewerkt. In 2019 is een deel van de gemeentelijke backofficetaken voor jeugdhulp en Wmo (waaronder de administratie en declaratieproces) uitbesteed aan Zorg Lokaal. De aansluiting van het registratiesysteem Mens Centraal op het systeem van Zorg Lokaal én de nieuwe regionale aanbesteding van Wmo- en jeugdhulpaanbieders hebben helaas voor vervuiling van de cijfers gezorgd, waardoor een goede monitoring van de kostenontwikkelingen bij de Wmo en jeugdhulp pas weer na 2021 zal kunnen plaatsvinden.

6. We hebben met 11 gemeenten de modulaire gemeenschappelijke regeling (MGR) opgericht die o.a. de regionale inkoop voor jeugd en (delen van de) Wmo uitvoert. De gemeenten in de regio hebben met deze gemeenschappelijke regeling gekozen voor keuzevrijheid en flexibiliteit in de samenwerking, met daarnaast ook samenhang in het sociaal domein zonder een lappendeken aan samenwerkingsvormen. Het modulaire karakter maakt het mogelijk dat gemeenten per taak kunnen kiezen voor regionale samenwerking of juist niet. Er is nadrukkelijk voor gekozen om het beleid buiten de MGR te houden. Zo zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor hun beleid, de toegang tot de zorg en de financiering van de geboden zorg. Het inkopen door de MGR zorgt voor efficiencyvoordelen doordat inkoop- en contractmanagementtaken eenduidig en voor elf gemeenten gezamenlijk worden gedaan vanuit een gezamenlijke structuur. Voor een kleine gemeente als Doesburg zijn de kosten voor contractbeheer en contractmanagement relatief laag door de gezamenlijke inkoop en hebben we een sterke positie tegenover (grote) marktpartijen om goede tarieven en innovatie bij zorgaanbieders ‘af te dwingen’. Tevens zorgt regionale samenwerking voor minder bureaucratie bij de zorgaanbieders. Zij hebben immers één gesprekspartner in plaats van elf aparte gemeenten met ieder hun eigen eisen en werkwijze.

7

3. WAAR HEEFT HET TOEGELEID? In deze paragraaf zetten we de belangrijkste cijfers vanaf 2015 op een rijtje. 3.1.

De resultaten

HULP

2015

2016

2017

2018

2019

2020

CJG

337

361

147 *

138

144

158

25

26

20

13 gezinnen en 4

15

korte adviestrajecten

gezinnen

Vragen/ trajecten Project

-

Wijscheiden

*In 2017 is de werkwijze tussen het CJG en het jeugdteam versimpeld. Complexe vragen en de brede vraagverheldering worden dan meteen doorgespeeld naar het jeugdteam (en gebeuren niet meer eerst door de CJG-er). Vóór 2017 gebeurde dus meer dubbel.

Belangrijkste problematiek in Doesburg (CJG en AMW) Gezondheid & psychosociale problematiek Partnerrelatie Financiën Het jeugdteam wordt ingezet bij complexe problematiek en voert verschillende taken uit: -Zelf kortdurende hulp verlenen. -Doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. -De casusregie houden bij doorverwijzing als er meerdere hulpverleners in het gezin zijn. -Monitoring/nazorg. De resultaten van het jeugdteam worden ieder jaar gepresenteerd aan het college en de gemeenteraad. Hieronder geven we een overzicht van de aanmeldingen vanaf 2015. Meer details over werkwijze en resultaten van het jeugdteam staan beschreven in de eerder geleverde jaarverslagen.

Aanmeldingen jeugdteam 2015

2016

2017

2018

2019*

2020**

Casussen instroom

149

66

41

79

71 t/m sept.

Geen info

Casussen afsluiting

46

56

82

87

62 t/m sept.

Geen info

Casussen eindstand

148

158

118

131

123

143

Verwijzingen naar specialistische

110

180

233

296

Geen info

241

hulp (producten) *Door de overgang van de backoffice naar de externe partij Zorg Lokaal hebben we over 2019 geen betrouwbare cijfers. **Door de nieuwe regionale aanbesteding van jeugdhulp in 2020 is ook in 2020 vervuiling opgetreden door het gebruik van nieuwe productcodes, waardoor oude codes moesten worden afgesloten en nieuwe moesten worden ingevoerd.

8

Het is belangrijk om te beseffen dat het de gemeenten niet makkelijk is gemaakt om goede kwantitatieve sturingsinformatie te genereren. Bij de decentralisatie in 2015 werden gemeenten geconfronteerd met meer dan 5000 productcodes voor de verschillende soorten jeugdhulp waarnaar kon worden verwezen. In de loop der jaren zijn daarom vereenvoudigingsslagen uitgevoerd om dit aantal drastisch terug te brengen. Dat heeft echter tot gevolg gehad dat de cijfers van de afgelopen jaren niet goed meer met elkaar te vergelijken zijn en er ook moeilijk betrouwbare benchmarks zijn uit te voeren. Om toch een beeld te geven van de verschillende verwijzers naar jeugdhulp geven we het overzicht van 2020: Verwijzers in 2020

Aantal verwijzingen naar specialistische hulp (producten)

Huisarts

170

Jeugdteam

241

Gecertificeerde instellingen

99

Raad van de Kinderbescherming

48

Medisch specialist

42

Jeugdarts

6

School (dyslexie)

6

Anders

19

Bron: Mens Centraal

Meest voorkomende reden van aanmelding Psychische/psychiatrische problematiek (van licht tot zeer zwaar) Problematiek i.v.m. licht verstandelijke beperking (LVB) (V)echtscheiding en relatieproblematiek Zorgen t.a.v. veiligheid m.b.t. de kinderen Combinatie bovenstaande met huisvesting / financiële problemen Bron: Mens Centraal

Naar welke aanbieders wordt het meest doorverwezen in Doesburg? (door alle verwijzers) Zozijn (expertise verstandelijke beperkingen en nietaangeboren hersenletsel) Kinderpraktijk KOM (kinder en jeugdtherapie bij psychische, emotionele en leerproblemen) GGNet (Psychiatrische en ernstige psychosociale problematiek) Karakter (academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie) Jeugdbescherming Gelderland (complexe problematiek waarbij de veiligheid in het geding is) Bron: Zorg lokaal

De cijfers laten zien dat Doesburg relatief veel gezinnen met kinderen met complexe of meervoudige problematiek heeft. Vaak betreft dat LVB- en complexe GGZ-problematiek. Voor een deel is dat chronisch. Het gaat dan o.a. om:

9

-Kinderen met een licht, matig of ernstig verstandelijke beperking (IQ < 70). -Kinderen die op zwakbegaafd niveau functioneren (IQ tussen 70 en 85), waarbij sprake is van een niveau van sociaal-emotioneel functioneren dat beduidend lager ligt dan het cognitief functioneren. -Kinderen met een lichamelijke beperking die als gevolg van hun beperking blijvende beperkingen ondervinden in hun ontwikkeling tot zelfstandigheid. -Kinderen met complexe GGZ-problematiek zoals: eetstoornissen, zelfverminking, autismespectrum-stoornissen, psychose, angst- en dwangstoornissen, bi-polaire en borderlinestoornissen. Chronische problematiek is moeilijk op te lossen. Een succesvolle aanpak zal voor deze groep vooral gericht moeten zijn op het vroegsignaleren zodat de juiste hulp op tijd wordt ingezet en het versterken van de draagkracht van het gezin. 3.2.

Wat heeft het gekost?

Bij de start in 2015 hebben we van het Rijk een decentralisatie-uitkering van € 3.413.907,- voor de overgehevelde jeugdzorg gekregen. Dit budget hebben we in onze gemeentebegroting verdeeld over verschillende posten (FCL’s)2:

FCL 1197 1227 1228 1229 1230 1231 1232 1235

Grootboek jeugdwet 3D Jeugdteam Innovatiemiddelen jeugd lokaal en regionaal Overige algemene kosten Jeugdzorg Jeugd belangenorganisatie en cliëntparticipatie Persoonsgebonden budget (PGB) Individuele voorzieningen Jeugd Noodfonds sociaal domein Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd

Vanaf 2019 hebben we ook nog eens extra budget ontvangen van het Rijk3: 2019: € 341.000,2020: € 259.000,2021: € 259.000,In onderstaande tabel is te zien wat we in totaal voor de gedecentraliseerde jeugdzorg hebben begroot vanaf 2015 en wat de uitgaven zijn geweest. Deze cijfers bevatten dus alle bovengenoemde FCL’s (dat is inclusief uitvoeringskosten).

Begroot 2015 2016 2017 2018 2019 2020

3.006.802 3.167.153 3.384.261 3.307.853 3.708.444 4.047.397

Werkelijke uitgaven 2.405.666 2.511.934 3.326.340 3.877.470 4.012.942 4.345.458

2

Daarnaast hebben we in 2015 voor de implementatie van de 3 decentralisaties een bedrag van € 443.522,- van deze decentralisatie-uitkering jeugd ingezet voor bedrijfsvoeringkosten 3D algemeen. 3 Het Rijk heeft onlangs nogmaals extra budget voor jeugdhulp voor 2022 toegekend (incidenteel via de algemene uitkering). Het indicatiebedrag voor Doesburg bedraagt € 986.999,-.

10

In bijlage 2 staat een gedetailleerd overzicht van de begroting van 2015 t/m 2020. 3.3.

Verklaringen voor de toenemende jeugdzorgkosten

Duidelijk is dat er vanaf 2015 sprake is van een gestage toename van uitgaven aan jeugdhulp. In 2018 hadden we voor het eerst een overschrijding op het budget voor jeugdhulp. Dit is overeenkomstig de landelijke trend. Het jeugdzorggebruik in Nederland is de afgelopen jaren sterk gegroeid: kreeg twintig jaar geleden ongeveer 1 op de 27 kinderen jeugdzorg, nu is dat 1 op de 8. Wat zijn mogelijke oorzaken van deze landelijk almaar oplopende uitgaven voor jeugdhulp? 1. Eén van de uitgangspunten van de decentralisatie is dat de hulpvrager eerder in beeld komt. Door preventie en vroegsignalering zou er eerder kunnen worden ingegrepen en daardoor duurdere zorg worden voorkomen. Deze beoogde besparing zou zich echter pas laten zien op de lange termijn. In eerste instantie zorgt dit beleid immers voor een boeggolf, zo was het idee. Er komt in de beginperiode meer zorgvraag in beeld, waardoor de kosten stijgen. Uit het landelijke onderzoek naar de financiële tekorten van jeugdzorg uitgevoerd door Andersson Elffers Felix in december 2020 (in opdracht van de ministeries van VWS, BZK, Financiën, J&V en de VNG)4 blijkt echter dat deze aanname van het boeggolf-effect niet klopt. De instroom naar jeugdhulp vanaf 2015 blijkt landelijk namelijk redelijk stabiel te zijn, zo laat dit onderzoek zien.

Er is wel sprake van een toename van de kosten voor de inzet van het voorliggend veld en de lokale toegang, maar niet van de instroom in jeugdhulptrajecten. Tevens laat dit onderzoek zien dat de uitstroom consequent lager is dan de instroom. Ieder jaar blijven jeugdigen dus langer in jeugdzorg. De stijging in aantallen jeugdigen in zorg wordt dus niet veroorzaakt door toenemende instroom, maar door achterblijvende uitstroom, volgens de onderzoekers. 2. Ook blijkt uit bovengenoemd onderzoek dat de gemiddelde kosten per jeugdige in zorg vanaf 2015 zijn gestegen met 16%. Dat komt niet doordat er meer jeugdhulp met verblijf (een dure vorm van jeugdzorg) wordt ingezet, want daar is deze stijging niet te zien. De stijging van de kosten betreft de ambulante jeugdzorg. Dat zou veroorzaakt kunnen worden door hogere tarieven van de ambulante jeugdhulp of door meer intensieve ambulante jeugdhulptrajecten. De onderzoekers hebben echter onvoldoende informatie vergaard om daar uitsluitsel over te kunnen geven. Wel is uit het onderzoek gekomen dat het mediane inkomen van gezinnen met jeugdhulp is gestegen vanaf 2015 (het mediane inkomen is het middelste inkomen als alle inkomens van laag naar hoog zijn gesorteerd). Er zijn niet méér gezinnen met een laag inkomen bereikt over de jaren, en ook niet méér jeugdigen uit eenoudergezinnen of met een niet-westerse achtergrond. 3.

Aanbod creëert vraag. Dat kan op verschillende manieren uitwerken. Uit onderzoek blijkt dat hoe dichter degene die beslist over de te verlenen zorg bij de cliënt staat, hoe meer zorg er gegeven wordt. En dat effect is nog sterker als het budgettaire aspect weinig of geen rol speelt. Dit wordt in de economie ook wel ‘moral hazard’5 genoemd. ‘Moral hazard’ kan op twee manieren een rol spelen bij de toeleiding naar en het gebruik van specialistische jeugdhulp: ten eerste bij verwijzers die niet worden geconfronteerd met de kosten van de inzet, zoals

4

Stelsel in Groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. Andersson, Elffers Felix, 15 december 2020 5 Moral hazard betekent: moreel risico of moreel wangedrag en is een economisch begrip dat verwijst naar veranderingen in het gedrag van partijen indien zij niet direct risico lopen voor hun daden.

11

huisartsen en rechters, en ten tweede bij cliënten en ouders. Vanuit het motto: ‘baat het niet, dan schaadt het niet’, kunnen zij druk uitoefenen op de verwijzende professionals tijdens het opstellen van de zorg- of hulpplannen. Dat gebeurt makkelijker als je zelf de rekening niet hoeft te betalen. Meer zorg betekent meer kans dat je problemen worden opgelost. Waarom zou je dan minder willen? In die zin wordt de behoefte aan zorg onbegrensd, zo lijkt. We zien dan ook dat ouders meer dan vroeger om dyslexie-testen, adhd-diagnoses en specialistische hulp vragen. Iedere ouder wil immers het beste voor zijn of haar kind. De manier waarop de jeugdzorg nu is ingericht zorgt dus voor een grotere kans dat er juist meer in plaats van minder medicalisering optreedt. 4. Toename van de factoren die het opvoeden en opgroeien moeilijker maken. We leven momenteel in een grenzeloze wereld vol prikkels, complexe informatie, veel eigen verantwoordelijkheid en verschillende waarheden. Het lijkt steeds moeilijker te worden om goede keuzes te maken en aan alle eisen te voldoen. Bovendien voelen veel mensen zich eenzaam en depressief door de toenemende individualisering. Het is niet vreemd dat deze ontwikkeling heeft geleid tot een toename van problemen bij ouders en kinderen.

Een heel concreet voorbeeld van toegenomen problematiek is het oplopende aantal (v)echtscheidingen en de vaak ingrijpende gevolgen daarvan voor de kinderen. Wat we daarbij ook zien is dat de problematiek die eigenlijk voortkomt uit sociale en/of economische factoren vertaald wordt naar individuele, psychologische effecten bij ouders en kinderen waar een behandeling op moet volgen volgens het medische model. Ook zorgt het ‘gepersonaliseerd leren’ in het onderwijs voor een toename van de individuele druk op leerlingen. Er wordt steeds meer eigen verantwoordelijkheid voor een succesvolle schoolloopbaan bij kinderen zelf gelegd. Als je verantwoordelijk bent voor je eigen succes, ben je dat dus ook voor alles wat mislukt. Zo kan het aantal gezinnen waar ‘iets’ mee is en dat ‘behandeld’ moet worden, steeds verder groeien. 5. Ook is de verschuiving van de norm van wat als ‘normaal’ en wat als ‘afwijkend’ wordt gezien van belang. Dan gaat het dus om de bril: we tolereren spanningen, problemen en risico’s in mindere mate dan vroeger, mede door de hoge geluksnorm die we hebben. Deze norm wordt o.a. gevoed door de televisie en sociale media: we moeten zoveel mogelijk genieten en het ‘leuk’ hebben met elkaar. Voor veel mensen staat dat beeld echter in schril contrast met hun alledaagse gezinsleven of schoolsituaties.

Diagnoses die op problemen worden geplakt lijken daarbij een middel om dat contrast te verklaren: de norm is niet haalbaar, want het kind heeft een probleem (zoals ADHD, ODD of PDD-NOS). Prof. Dr. Tom van Yperen, die als orthopedagoog werkzaam is bij het Nederlands Jeugdinstituut, signaleert dat kinderen steeds jonger een etiket krijgen en stelt dat we lijken te vergeten dat sommige problemen bij het opgroeien horen, zoals de voorbeelden hieronder.

Voorbeelden van 'normale' problemen bij kinderen en jongeren • • • •

0-2 jaar - voedingsproblemen; slaapproblemen; scheidingsangst; angst voor vreemden, donkerte en geluiden 2-4 jaar - angst voor vreemden, donkerte en geluiden; koppigheid; driftbuien; agressie; ongehoorzaamheid; druk/overactiviteit 5-12 jaar - Ruzies en regelovertreding; concentratie-problemen; laag prestatieniveau; schoolweigering; kattenkwaad; stelen of vandalisme als incident; ritualistisch gedrag 12-17 jaar - Gebruik psychoactieve stoffen (alcohol, drugs); twijfels over identiteit en/of toekomst; problemen met uiterlijk; problemen met autoriteiten; incidenteel spijbelen

12

We zouden het ook anders kunnen zien, namelijk dat problemen met opgroeien en opvoeden normaal zijn en inspanning vragen van kinderen en opvoeders, eventueel met behulp van het sociale netwerk of algemene voorzieningen. Dat laat natuurlijk onverlet dat voor sommige kinderen en gezinnen professionele jeugdzorg onontbeerlijk is, omdat ze ernstige problemen hebben waar ze zonder deze hulp niet uitkomen. Toch lijkt het gebruikmaken van hulp steeds meer onderdeel te vormen van het gewone leven, in de hoop dat die hulp de stress verzacht die het opgroeien en opvoeden geregeld opleveren.

Een voorbeeld van de invloed van normen en waarden is beschreven in een Amerikaans onderzoek naar de kinderhulplijn: De verwachting was dat daar allemaal telefoontjes binnen zouden komen over zelfdoding en mutilatie, maar de meest gehoorde klacht bleek: ik ben zo lelijk. “We creëren een universele schoonheid en een universeel succes en dat is een groot probleem, want die zijn voor de meesten helemaal niet realistisch of haalbaar.”6

6. Daar komt bij dat er tegenwoordig minder steun vanuit het eigen netwerk is door de toenemende individualisering. In tegenstelling tot vroeger is het minder gebruikelijk om een familielid (oma, opa, oom of tante) om ondersteuning te vragen bij problemen met de opvoeding (wel als oppas, maar meestal blijft het daar bij). Professionele hulp is normaler geworden. 7.Jeugdhulp is een containerbegrip. De beschrijving in de jeugdwet is zo ruim dat er van alles onder kan vallen. Een therapiehond of -paard, sociale vaardigheidstrainingen, kinderyoga, opvoedvaardigheden voor allochtone vaders, vechtsport als weerbaarheidstraining: het aanbod is zeer divers. De vraag dringt zich op: wat moet nu eigenlijk onder de jeugdwet vallen en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de overheid? Wat moet de gemeente bekostigen en wat niet, op grond waarvan? Het is niet voor niets dat het ministerie heeft voorgesteld om het begrip jeugdhulp beter af te bakenen. Wellicht kan dat leiden tot kostenvermindering voor gemeenten. 8.Niet alle jeugdhulp die wordt ingezet is effectief. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat er nog onvoldoende bekend is waarom een bepaalde (soms innovatieve) therapie bij de één wel werkt en de ander niet. Een deel van de jeugdigen blijft lang in het systeem en gaat van jeugdhulptraject naar jeugdhulptraject of komt bij beëindiging na verloop van tijd weer terug.

Veel problemen zijn bovendien moeilijk te op te lossen. Autisme is bijvoorbeeld niet te genezen, wel kun je er mee om leren gaan. Soms is er levenslange begeleiding nodig. Er zit dus een grens aan wat jeugdzorg kan bereiken aan resultaten. Dat geldt ook voor preventieve interventies. Uit het eerdergenoemde onderzoek van Andersson Elfers Felix blijkt dat slechts één van de acht ingezette interventies tot goede resultaten leidt en dat de kosten voor de interventies vaak relatief hoog zijn. En áls preventieve interventies wel effectief zijn dan is dat vaak op de langere termijn en zal meestal leiden tot baten in andere domeinen dan de jeugdwet, namelijk de Zorgverzekeringswet, Wmo, Participatiewet, Wet Langdurige Zorg.

6

Uit: De Groene Amsterdammer, nr. 18, 5 mei 2021, We gooien al die breinen op één hoop. Interview met psychiater Floortje Scheepers, geschreven door Margreet Fogteloo

13

9. Door de invoering van de nieuwe meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is het aantal meldingen bij Veilig Thuis flink gestegen en daarmee ook de instroom bij lokale teams. 10. En dan is er nog het opstroopeffect door late facturering. De eerste jaren zijn er veel problemen geweest in de administratieve processen, waardoor de geleverde zorg regelmatig pas laat gefactureerd werd door de zorgaanbieder (soms nog 2 jaar nadat de zorg geleverd was). Zorgaanbieders hebben formeel het recht om nog tot 5 jaar nadat de zorg is geleverd facturen in te dienen. Regionaal zijn daar nu andere afspraken over gemaakt: de gemeenten mogen 25% van het gedeclareerde bedrag aftrekken wanneer de declaratie meer dan drie kalendermaanden na de in het standaard administratieprotocol vermelde termijnen wordt ingediend.

3.4.

Reeds genomen maatregelen om kosten te besparen

Op alle niveaus wordt steeds gekeken hoe we de oplopende kosten in de jeugdzorg kunnen beteugelen. Maatregelen die worden genomen betreffen het voorkomen van dure zorg door meer inzetten van lichte hulp, het eigen netwerk en algemene voorzieningen (normaliseren), door eerder af te schalen van dure naar lichtere, goedkopere zorg, snellere uitstroom te bevorderen en zoveel mogelijk preventie & vroegsignalering te realiseren. Welke maatregelen zijn al genomen?

Overzicht maatregelen voor kostenbesparingen jeugdhulp Lokaal

Inzetten lichte hulp

Er wordt steeds meer ondersteuning & advies via CJG (op de scholen) gegeven en het jeugdteam is nog kritischer gaan indiceren.

Inzetten eigen sociale netwerk

Zorgt voor structurele ondersteuning nabij en een veilig en veerkrachtig opvoedklimaat.

Inzet Integrale Vroeghulp

Op tijd onderkennen van (dreigende) ontwikkelings- of gedragsvraagstukken bij kinderen van 0-7 jaar.

Inzet echtscheidingscoach

Ter voorkoming van escalatie bij (v)echtscheidingen.

Werken met buddy’s

Samenwerking met het jongerenwerk, buurtsportcoach en het jongerennetwerk (jongeren die vroeger problemen hadden zijn een maatje zijn voor jongeren die nu problemen hebben).

Inzet collectieve voorziening

Waar mogelijk worden groepsbegeleiding/groepsactiviteiten aangeboden in plaats van individuele begeleiding.

Project Kansrijke Start (de

Intensieve samenwerking rondom

eerste 1000 dagen van een

kwetsbare zwangeren (verloskundigen,

kind)

JGZ, CJG/Jeugdteam, huisartsen, ziekenhuis).

14

Sam&Doesburg

Bundeling van initiatieven voor financiële ondersteuning zodat kinderen mee kunnen doen aan o.a. cultuur-, sport of leeractiviteiten. Samenwerking van het Jeugdfonds, Stichting Leergeld, Jarige Job en Nationaal Fonds Kinderhulp.

Ontschotten regelingen sociaal

Werken volgens de methode van de

domein

omgekeerde toets, d.w.z. uitgaan van de situatie van het gezin in plaats van de regelingen. Leidt tot andere, uiteindelijk vaak goedkopere, oplossingen.

Afspraken met het jeugdteam

Te beginnen met een uitbreiding van 20%

om meer zelf hulp te verlenen.

naar 25% zelf hulpverlenen aan jeugdigen (juni 2021).

Opdracht aan het jeugdteam

Er wordt een verkenning uitgevoerd om te

om 5% reductie aan dure of

kijken of het mogelijk is om een

langdurige zorg te realiseren via

triageteam met een aantal voor Doesburg

een pilot met een aantal

belangrijke zorgaanbieders op te richten

zorgaanbieders, in afstemming

(GGNet, Karakter, Entrea Lindenhout,

met huisartsen en

Zozijn). Doel is om 2e en 3e lijns kennis

gecertificeerde instellingen.7

naar voren te halen, zodat sneller een juiste analyse gemaakt wordt en passende hulp ingezet kan worden. Het triageteam moet dubbele intakes, te dure zorg en/of inzet van steeds weer nieuwe zorgtrajecten voorkomen en kan zorgen voor meer vloeibare overdrachten naar lichtere hulp (juni 2021).

Regionaal

Afspraken met de

Afspraken over tijdig afschalen van zorg

gecontracteerde zorgaanbieders

en samenwerking met aanbieders van lichtere zorg en de lokale toegang i.v.m. in te zetten algemene voorzieningen (de nieuwe GGZ en positieve gezondheid). Is meegenomen bij de nieuwe aanbesteding van juli 2020 wordt periodiek besproken tijdens de regionale trimestergesprekken met de zorgaanbieders.

Transformatieopdracht Karakter

D.m.v. triage en samenwerkingsafspraken

(aanbieder

met zorgaanbieders en huisartsen de

kinder&jeugdpsychiatrie).

verwijzingen naar Karakter verminderen en zo snel mogelijk de zorg afschalen.

Gelderse Verbeteragenda

Betere afstemming van de gecertificeerde

Jeugdbescherming (GVJB):

instellingen met de lokale toegang over

verbetering samenwerking

inzet van zorg en eventueel algemene

binnen de veiligheidsketen

lokale voorzieningen, en over de

7

Gecertificeerde instellingen zijn de organisaties die maatregelen in het kader van de jeugdreclassering en jeugdbescherming mogen uitvoeren. Naast huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en rechters zijn het autonome verwijzers naar specialistische jeugdhulp.

15

overdracht van jeugdigen als de maatregel afloopt. Regionale Transformatieagenda

De regionale transformatieagenda heeft 4

(2018-2021)

ontwikkellijnen: 1. Versterken gemeentelijke lokale toegang 2. Transformatie ambulante specialistische jeugdzorg. 3. Transformatie Verblijf (zie hieronder). 4. Aanpak complexe scheidingen (er is o.a. een regionaal digitaal scheidingsloket met informatie opgericht).

Transformatie van de dure

Doel: minder uithuisplaatsingen en dus

Verblijfszorg

minder inzet van dure zorg (de ambitie is dat 50% minder kinderen op terreinvoorzieningen worden geplaatst). Ons Collectief is opgericht: samenwerkingsverband van aanbieders van verblijf met meer focus op het beperken van de instroom in verblijf en het versnellen van de uitstroom.

Bovenregionaal

Verbeteren samenwerking in de

De regionale werkgroep GVJB (zie

veiligheidsketen door middel

hierboven) werkt samen met andere

van het Gelderse

regio’s aan de Doorbraakaanpak. Doel is

Doorbraakplan, waarin het

dat acute en structurele onveiligheid van

organiseren van maatwerk per

kinderen snel in beeld is en er snel

gezin en het samenwerken van

gehandeld kan worden. Gewerkt wordt

de gecertificeerde instellingen

aan de vereenvoudiging van de

met gemeenten aan een snelle

veiligheidsketen in zijn geheel, met

oplossing centraal staat.

minder verkokering en terugdringing van de veelheid aan hulpverleners in de gezinnen. Het Gelderse Doorbraakplan heeft 3 actielijnen: -Geen wachttijden aan de voordeur; -Passende hulpverlening voor iedere knellende casus op ieder moment, eventueel met inzet van een regionaal expertiseteam (het perspectiefoverleg); -Heldere verantwoording aan de Inspectie en het Rijk over de werking van het veiligheidsnetwerk in Gelderland. Er zijn nieuwe samenwerkingsprotocollen opgesteld.

Versterken van de

o.a. via de nieuwe Norm voor

bovenregionale samenwerking

Opdrachtgeverschap waarbij het Rijk de regionale en bovenregionale samenwerking inzake de inkoop van

16

jeugdzorg wil vastleggen. Doel is het garanderen van kwalitatief goede jeugdzorg die betaalbaar is en blijft voor gemeenten. Transformatie van de dure

o.a. door het Bovenregionaalplan

Verblijfszorg (Jeugdzorg Plus)

Vastgoedtransitie Jeugdzorg Plus. Minder uithuisplaatsingen zorgt voor minder behoefte aan gesloten jeugdzorg. Omdat gesloten jeugdzorg wel beschikbaar moet blijven, moet het afbouwen van de terreingebonden verblijfsvoorzieningen landelijk goed afgestemd worden. Als alternatief voor huidige terreingebonden verblijfsvoorzieningen moet het aanbod aan regionaal kleinschalig verblijf worden vergroot en dient er voldoende zelfstandige woonruimte voor jongeren in de regio beschikbaar te zijn.

Openstelling van de Wet

Het gaat hierbij om jongeren die zeer

langdurige zorg (Wlz) voor

ernstige ggz-problematiek hebben, soms

jongeren met ernstige ggz-

in combinatie met een licht verstandelijke

problematiek (door VWS).

beperking of ernstige gedragsproblemen, waarbij het nu al aannemelijk is dat ze voor de rest van hun leven op zorg zijn aangewezen. Deze jongeren krijgen op dit moment hulp onder de Jeugdwet.

“De resultaten zijn erg gericht op cijfers en kosten. Terwijl kwaliteit en duurzaamheid ook belangrijke resultaten zijn. Als een jeugdige door de hulpverlening weer zonder problemen verder kan, is dat van enorme waarde. Het is alleen lastig te meten en in overzichten weer te geven.” Opmerking tijdens de bijeenkomst evaluatie jeugdbeleid op 15 juli 2021

17

4. GELEERDE LESSEN 4.1.

Lokaal

Wat kunnen we leren van de ervaringen in Doesburg van de afgelopen jaren? Door de jaren heen hebben we betrokkenen op verschillende manieren om een oordeel gevraagd: door middel van onderzoek door een extern bureau, evaluatieformulieren, gesprekken met jeugdigen, ouders en professionals en door middel van een klantreis. Daarnaast hebben we voor deze evaluatie apart nog een keer gesprekken gevoerd over de resultaten. A. Onderzoek door extern bureau. De eerste 2 jaar hebben we klanttevredenheidsonderzoeken laten uitvoeren door externe bureaus: eerst door Companen en het jaar daarna door Magis. Beide keren was er sprake van een zeer lage respons van jeugdigen en ouders, ondanks herinneringsbrieven, telefoontjes en inzet van beloningen bij deelname. B. Evaluatieformulieren: Het Jeugdteam Doesburg vraagt aan alle jeugdigen en ouders om na afloop van een ondersteuningstraject een evaluatieformulier in te vullen. De respons is alle jaren echter zeer laag, ongeacht welk instrument we daarvoor inzetten. C. Klantreis door een extern bureau: Bij een klantreis worden de ervaringen onderzocht van de klant (jeugdige en/of ouders) met het jeugdteam en met de zorgaanbieder waarnaar is doorverwezen. De ervaringen van de klanten zijn vervolgens besproken met het jeugdteam en afgezet tegen de ervaringen, de verwachtingen en de beoordeling die de jeugdteamleden zelf hebben. D.

Gesprekken met jongeren uitgevoerd door het jongerennetwerk: Omdat jongeren makkelijker praten met een vertrouwenspersoon hebben we de buddy’s van het jongerennetwerk gevraagd om met Doesburgse jongeren in gesprek te gaan over hun ervaringen met jeugdhulp en de toegang daartoe. Ook is gevraagd of ze tips voor verbeteringen hebben. E.

Evaluatie met het jeugdteam Doesburg en lokale organisaties: De uitkomsten van de evaluatie hebben we besproken met de diverse partijen die actief bezig zijn met de jeugd van Doesburg. Aanvullingen zijn vervolgens verwerkt in deze notitie.

Uitkomsten van de evaluatiegesprekken Samenvattend uit alle evaluatiemomenten en –gesprekken zien we onderstaande punten om te behouden en om te verbeteren. Wat gaat goed en wat kan beter volgens betrokkenen? Lokaal Goed •

De laagdrempeligheid van het CJG, het jongerenwerk, de buurtsportcoaches en jongerennetwerk.

•

Het jeugdteam wordt beoordeeld als: professioneel, snel en adequaat, nemen de tijd, wordt goed geluisterd.

•

Het jeugdteam kan makkelijk op- en afschalen en zelf overbruggingszorg leveren als kinderen op de wachtlijst staan van een gespecialiseerde aanbieder.

18

•

De realisatie van de Vraagbaak: één toegangsloket met integraliteit voor de eerste vragen van inwoners.

•

Er is een goede lokale samenwerking opgebouwd tussen het CJG/Jeugdteam en de jeugdgezondheidszorg, het basisonderwijs, het jongerenwerk, de buurtsportcoaches, de politie, de Wmo-consulenten. Regelmatig schuiven organisaties aan bij de jeugdteamoverleggen.

Wat kan beter? •

Bekendheid van de route naar jeugdhulp en positionering jeugdteam.

•

De huidige privacywetgeving maakt een goede afstemming en integrale aanpak door samenwerkingspartners soms moeilijk. Het op tijd kunnen uitwisselen van informatie kan (escalatie van) problemen voorkomen.

•

Betreffende de doorverwezen specialistische jeugdzorg (de behandelaren): beter luisteren naar jeugdige zelf. Dit is vaak aangegeven door de wat oudere jongeren die zijn bevraagd over hun ervaringen. Veel jongeren voelen zich niet goed begrepen.

•

Zorg voor een veilige omgeving voor jongeren (met een vertrouwenspersoon).

•

Beter betrekken van jongeren bij opstellen hulpverleningsplan.

•

Effectiviteit van de hulpverlening is erg afhankelijk van de ‘klik’ met de hulpverlener en die is er niet altijd.

•

Samenwerking met huisartsen (waaronder verbetering afstemming en terugkoppeling op casusniveau en kennisuitwisseling gecontracteerde aanbieders en mogelijkheden voorliggend veld), voortgezet onderwijs en MBO.

•

Verschuiving naar minder intensieve/dure zorg (demedicaliseren en normaliseren.)

“De jeugdzorg kan heel goed zijn maar heeft meer nadelen. Ik voelde me niet geaccepteerd en begrepen. Ik voelde me ook niet gesteund en er was ook totaal geen vertrouwen. Er is één gezinshuis geweest waar ik zes tot zes en een half jaar heb gewoond, daarna zeiden ze dat ik er altijd terecht kon maar zodra ik weg was merkte ik al gauw dat ik zodra ik weg was ik niet meer welkom was.” Uit een interview met een jongere via het jongerennetwerk

4.2.

Regionaal Het inkopen van jeugdhulp gebeurt regionaal door de module Inkoop van de modulaire gemeenschappelijke regeling waar 11 gemeenten, waaronder Doesburg, deel van uitmaken. Ook regionaal is de afgelopen jaren gekeken naar mogelijke verbeteringen.

19

Goed •

Keuzevrijheid met ruim zorgaanbod voor gemeenten waardoor voldoende specialistische zorg voor de inwoners beschikbaar is. Door de ‘Open House’constructie en het Interactief Aankoopsysteem (I.A.S.) van deze regeling kunnen zowel grote als kleine zorgaanbieders aansluiten (mits voldoende gekwalificeerd).

•

Financieringsmethode: meerjarige raamcontracten.

•

Vereenvoudiging en vermindering van aantal producten. Bij de nieuwe regionale inkoopronde die is afgerond in juli 2020 is het aantal producten flink teruggebracht, vooral vergeleken bij de start van de decentralisatie in 2015.

•

Samenwerking en overleg tussen gemeenten en MGR.

Wat kan beter? •

Verschuiving naar minder intensieve/dure zorg vindt te weinig plaats (in alle gemeenten)

•

Toetsing en monitoring van de kwaliteit van de zorgaanbieder (dit zien we soms ook terug in de lokale uitvraag: het jeugdteam wordt dan beter beoordeeld dan de hulp waarnaar het jeugdteam heeft doorverwezen).

•

Terugdringen bureaucratie. Zowel in het doorverwijzings- en toekenningsproces van de gespecialiseerde jeugdhulp als bij de regionale inkoop. Jeugdhulpaanbieders klagen over toenemende administratieve lasten. Dat kan ten koste gaan van kleine aanbieders en innovatieve initiatieven.

Een aantal verbeterpunten is meegenomen in de nieuwe regionale inkoop Wmo en jeugdzorg die per 1 juli 2020 is afgerond. Resultaat van de nieuwe inkoop is: -Er heeft een betere kwaliteitstoetsing plaatsgevonden bij de inschrijving waardoor zorgaanbieders die geen goede kwaliteit leverden zijn uitgesloten. -Het aantal zorgaanbieders voor Wmo en Jeugdzorg waar inwoners van Doesburg uit kunnen kiezen is teruggebracht tot ongeveer 350 (een afname van ongeveer 50-60%). -De verschillende producten zijn zoveel mogelijk gesynchroniseerd en daardoor ook in aantal teruggebracht. -De transformatiedoelen van de gemeenten zijn verwerkt in de productbeschrijvingen waardoor er beter gestuurd kan worden op het behalen van die doelen. Het gaat dan o.a. om het stimuleren van de onderlinge samenwerking tussen aanbieders en het voorliggend veld, het stimuleren van tijdige afschaling van zorg (naar minder dure zorg), het versterken van zelfredzaamheid, het inzetten van het eigen sociale netwerk en meer uitgaan van positieve gezondheid. Van de aanbieders wordt een proactieve houding verwacht op het behalen deze doelen. Uit de gesprekken met jeugdhulpaanbieders blijkt dat ook daar het besef is doorgedrongen dat de toename van jeugdzorggebruik een keer moet stoppen.

“Eigenlijk zouden wij als behandelaren bij de start meer aan verwachtingenmanagement moeten doen, namelijk aan de voorkant direct meegeven dat de behandeling een beperkt effect zal hebben. Het gaat vaak niet om oplossen, maar om verdragen.” Uitspraak jeugdhulpaanbieder tijdens een regionale bijeenkomst met GGZ-jeugdhulpaanbieders op 4 juni 2021

20

Tevens is de module Inkoop van de MGR uitgebreid met een regionale kwaliteitsmedewerker waardoor monitoring van de kwaliteit en handhaving structureel is geborgd.

4.3.

Landelijke evaluatie Ook landelijk is de jeugdwet uitgebreid geëvalueerd. De afgelopen jaren zijn meerdere evaluatierapporten verschenen, waarin o.a. is gekeken naar: -in hoeverre de doelen van de jeugdwet worden behaald; -wat de belangrijkste knelpunten zijn (met een focus op de problemen in de jeugdveiligheidsketen); -of de aannames bij de start van de decentralisaties wel realistisch zijn geweest; -wat de oorzaken zijn van de financiële tekorten op jeugdzorg bij de gemeenten (zie ook paragraaf 3.1). Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat het kabinet heeft besloten om een aantal veranderingen door te voeren, onder andere via een wijziging van de jeugdwet. Sommige van de voorgestelde landelijke verbeterpunten hebben wij lokaal of regionaal al gerealiseerd.

Goed •

In de wetswijziging staat beschreven dat in de lokale toegang 5 basisfuncties moeten zijn geborgd. Het Jeugdteam Doesburg voldoet hier in belangrijke mate aan door de aanwezige professionele expertise en werkwijze waardoor snel een goede analyse van de problematiek gemaakt kan worden en makkelijk kan worden op- en afgeschaald (zie paragraaf 4.4).

•

In de wetswijziging is opgenomen dat er meerjarige contracten met zorgaanbieders afgesloten moeten worden waardoor een duurzame samenwerking tussen gemeenten en jeugdzorgaanbieders ontstaat. Met onze regionale inkoop en de afgesloten raamcontracten voldoen we hieraan.

Wat kan beter? •

Meer samenhang in de hulp aan jeugdigen in de veiligheidsketen in het algemeen (Jeugdbescherming, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming).

•

Betere bescherming van jeugdigen in onveilige situaties en terugdringen van de wachtlijsten bij jeugdzorgaanbieders.

•

Meer passende jeugdhulp in de regio voor jeugdigen met zeer complexe problematiek.

•

Verlaging van de werkdruk, minder verloop en ziekteverzuim van jeugdhulpverleners in het algemeen.

•

Betere samenwerking tussen het sociaal en het medisch domein (lokale toegang en de huisartsen).

•

Vermindering van de bureaucratie.

21

Regionaal en bovenregionaal wordt inmiddels al hard gewerkt aan een betere samenwerking en afstemming met en binnen de jeugdbeschermingsketen middels de ‘Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming’. De belangrijkste nieuwe afspraken betreffen een uniforme contractering van de 7 Gelderse regio’s met de vier gecertificeerde instellingen (dat wil zeggen: dezelfde contracten, aanmeldroutes, tarieven, voorwaarden en tegenprestaties, dus vermindering van bureaucratie), één werkwijze voor alle Gelderse Jeugdbeschermingstafels en meer afstemming van de gecertificeerde instellingen met de lokale teams over welke zorg wordt ingezet. Het uitgangspunt is om van estafettemodel naar teammodel te gaan in de samenwerking en zware zorg zoveel mogelijk te voorkomen (zie ook paragraaf 5.4 voor meer toelichting). Niet alleen is de jeugdwet geëvalueerd, ook is er landelijk gekeken naar de verbeteringen die nodig zijn in het passend onderwijs. Daarbij is o.a. geconcludeerd dat de samenwerking tussen scholen, gemeenten en jeugdhulpaanbieders nog beter kan. Dat geldt ook voor Doesburg. De samenwerking tussen de Doesburgse basisscholen en het CJG/jeugdteam is goed, ook vanwege de positionering van de CJG-medewerkers op de scholen. De lijnen zijn kort en ook tijdens de lockdown vanwege corona wist men elkaar makkelijk te vinden en kon er goed vinger aan de pols gehouden worden.

De contacten met het voortgezet onderwijs zijn minder vanzelfsprekend en lopen vooral via de leerplichtambtenaar. Afstemming en overleg gebeuren vaak in een later stadium en soms is er onduidelijkheid over wat onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs en wat onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (de jeugdwet) valt. Deze constatering komt overeen met de landelijke conclusies over het passend onderwijs. Wat betreft de afstemming tussen jeugdhulp en passend onderwijs zijn de volgende verbeterpunten genoemd door de minister van Onderwijs8: •

De verplichting om een regionaal doorbraakplan op te stellen als onderwijs en zorg niet tot een goed aanbod komen. Soms lukt het onderwijs, gemeenten en (jeugd)zorg niet om tot een gezamenlijk aanbod voor leerling en ouders te komen. Er komt een wettelijke verplichting dat alle samenwerkingsverbanden en gemeenten een regionale doorbraakaanpak organiseren.

•

Schrappen van een melding bij Veilig Thuis als een geschil alleen het passend onderwijs betreft. Het is heel belangrijk dat scholen melden wanneer ze een vermoeden van kindermishandeling hebben. Een melding doen alleen omdat ouders en school het niet eens kunnen worden over passende ondersteuning (en hun kind vervolgens thuishouden) is niet constructief gebleken en heeft vaak een veel te grote impact gehad op kind en gezin.

•

Expertise van jeugdhulp beter benutten in de school. Hoewel er steeds beter wordt samengewerkt tussen het onderwijs, de jeugdgezondheidszorg en de jeugdzorg, is voor de partijen niet altijd even helder wie waarvoor

8

Kamerbrief Evaluatie en Verbeteraanpak Passend Onderwijs en Route naar Inclusiever Onderwijs, 4 november 2020, Ministerie van OC&W.

22

verantwoordelijk is en wordt er soms te makkelijk jeugdhulp ingezet, volgens gemeenten. •

De samenwerkingsverbanden moeten meer in dialoog gaan over het ondersteuningsplan. Samenwerkingsverbanden moeten eens in de vier jaar het regionale ondersteuningsplan tegen het licht houden en aanpassen en dit goed met de gemeenten af te stemmen, in het op overeenstemming gericht overleg (OOGO).

4.4.

Belangrijkste wijzigingen van de jeugdwet De geconstateerde knelpunten en de toenemende financiële tekorten op het jeugdzorgbudget bij gemeenten heeft geleid tot ingrijpen van de regering als stelselverantwoordelijke. Dat ingrijpen heeft zijn beslag heeft gekregen in een (voornemen tot) een jeugdwetswijziging. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? Landelijk wordt op de volgende punten ingezet: 1. Versteviging van het opdrachtgeverschap van gemeenten middels een verplichte regionale samenwerking. Om te borgen dat er structureel kwalitatief goede zorg en ondersteuning voor inwoners voor handen is, worden er via deze jeugdwetswijziging regionaal duurzame (dus nietvrijblijvende) samenwerkingsverbanden afgedwongen. Gemeenten moeten duurzame afspraken over de samenwerking en een lange termijnvisie vastleggen binnen de jeugdregio. Een belangrijk onderdeel van die samenwerking is de verbinding met bovenregionale afspraken en met het lokale beleid en de (lokale) toegang. Goed opdrachtgeverschap is daarbij cruciaal. Geconstateerd is namelijk dat gemeenten en aanbieders tot nu toe te weinig zicht hadden op de maatschappelijke opgave en welke jeugdhulp nodig is op de korte en lange termijn. Met deze maatregel moet voorkomen worden dat een aanbieder gevraagd wordt om aanbod af te bouwen, dat later of elders toch nodig blijkt te zijn.

Tevens dient de regio reële tarieven te hanteren en zullen aanbieders transparant moeten zijn over de opbouw van hun tarief. Voor onze regio heeft deze maatregel geen ingrijpende gevolgen. Gemeenten in de Regio Centraal Gelderland hebben reeds een niet-vrijblijvende samenwerkingsstructuur ingericht in de vorm van een modulaire gemeenschappelijke regeling waar de inkoop van de jeugdzorg is neergelegd. Deze samenwerkingsvorm voldoet aan de uitgangspunten die worden beschreven in het wetsvoorstel. Tevens is een bovenregionale samenwerking gerealiseerd met de 7 Gelderse jeugdregio’s. De 7 Gelderse Jeugdregio’s hebben onlangs een Gelderse Verbeteragenda opgesteld. Onderdeel daarvan is het opstellen van een breed gedragen visie, zodat een paraplu van veiligheid ontstaat voor kinderen en gezinnen in Gelderland. Er wordt door deze 7 Gelderse Jeugdregio’s toegewerkt naar eenzelfde wijze van inkoop en contracten voor jeugdbescherming en –reclassering. Betrokken partijen gaan op basis van deze nieuwe uniforme werkwijze en samenwerking in het gehele netwerk aan de slag om daarvoor aangepaste normen en reële tarieven of budgetten te bepalen. 2. Gemeenten versterken de toegang tot jeugdhulp.

23

Geconstateerd is dat de manier waarop de toegang tot jeugdhulp door gemeenten wordt ingevuld, niet altijd duidelijk is voor inwoners en per gemeente verschilt van kwaliteit. Sommige lokale toegang-teams zijn nog te veel een loket en vooral gericht op indiceren en doorverwijzen, terwijl in andere teams ook concreet hulp wordt aangeboden. Daarnaast is kennis over bijvoorbeeld ggz-problematiek binnen de lokale toegang en samenwerking met specialistische aanbieders en huisartsen vaak nog beperkt. Om de kwaliteit van de lokale toegang beter te borgen worden vijf basisfuncties onderscheiden die als leidraad moeten dienen voor lokale teams. Op lokaal niveau wordt bepaald “hoe” de basisfuncties daadwerkelijk worden ingevuld. Vijf basisfuncties voor de lokale teams 1. Veilige leefomgeving: heb oog voor een veilige leefomgeving van de inwoner en pas de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toe. 2. Tijdig signaleren van vraag: wees aanwezig daar waar de doelgroep is, zodat vragen gezien worden. Maak verbinding met de wijk en werk ‘outreachend’. Investeer in preventie. 3. Vindbare en toegankelijke hulp: wees toegankelijk en vindbaar en voer een goede triage uit. 4. Handelen met een brede blik: verhelder de vraag, maak een plan van en met het gezin en verleen ondersteuning, beleg de regie, maak duidelijke afspraken, houd een vinger aan de pols en blijf zichtbaar en benaderbaar.

5. Leren en verbeteren: Verzamel inzichten over je handelen, deel ze, ga erover in gesprek en trek er lessen uit.

Door de manier waarop we in Doesburg het jeugdteam en het CJG hebben ingericht voldoen we in belangrijke mate aan de bovenstaande criteria en ook aan de aanbevelingen die de SER onlangs heeft gedaan in een advies aan de formateur (mei 2021)9. In dat advies van de SER wordt o.a. aangedrongen op het versterken van de expertise in de lokale toegang en het versterken van de autonomie van de jeugdzorgprofessional en wordt gewaarschuwd voor te veel controle en regels door gemeenten vanwege de oplopende tekorten. We hebben een laagdrempelig CJG gerealiseerd met spreekuren op de scholen en een directe relatie met het jeugdteam voor het geval er sprake is van complexe problematiek. Eén van de jeugdteamleden is tevens aandachtsfunctionaris kindermishandeling en huiselijk geweld en er is veel verschillende expertise aanwezig in het jeugdteam, dat zelf ook kortdurende hulp kan verlenen. Leerplichtambtenaar, Wmo-consulent, jeugdverpleegkundige, jongerenwerk en politie schuiven regelmatig aan bij het jeugdteamoverleg. Iedere week worden casussen besproken in bijzijn van een gedragswetenschapper die de intervisie verzorgt. De coördinator van het jeugdteam heeft wekelijks contact met de beleidsadviseur van de gemeente. Tevens bespreken de managers van de jeugdteamleden en de wethouder ieder kwartaal de ervaringen en ontwikkelingen van het jeugdteam.

9

Jeugdzorg: van systemen naar mensen. Tien aanbevelingen voor de korte termijn. SER mei 2021.

24

In tegenstelling tot de landelijke ontwikkeling, waarbij bij het steeds moeilijker wordt om goed personeel in de jeugdzorg te vinden en vast te houden, heeft Doesburg een zeer stabiel jeugdteam (weinig ziekteverzuim en wisselingen). Het belangrijkste verbeterpunt voor Doesburg betreft de samenwerking tussen jeugdteam, de huisartsen en de gecertificeerde instellingen. 3. Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen versterken hun opdrachtnemeren werkgeverschap en goed bestuur. Evaluatierapporten laten zien dat er steeds complexere bedrijfsstructuren zijn ontstaan bij zorgaanbieders, ook in de jeugdzorg. Daardoor komt veel geld dat bedoeld is voor zorg daar niet terecht. Ook zijn de financiële reserves van grote jeugdzorgaanbieders sterk geslonken. Om risico’s voor de beschikbaarheid van zorg voor jeugdigen zoveel mogelijk te voorkomen, is een wettelijke verankering van het interne en externe toezicht en de transparante financiële bedrijfsvoering in de jeugdsector noodzakelijk. 4. Versterken inzicht in en toezicht op zorg voor jeugdigen Kinderen en gezinnen moeten erop kunnen vertrouwen dat zorg voor jeugdigen in voldoende mate beschikbaar is en blijft. Om de zorgcontinuïteit te kunnen borgen, is het van belang continuïteitsproblemen tijdig te signaleren, te voorkomen en op te vangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=e18d489a-a713-485a-9394-588864e9f0b7