CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8c Programmabegroting 2026-2029 Westervoort

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente DoesburgBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Stadspartij Doesburg: De Liemers-Coalitie33.193 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2024

2025

2026

2027

2028

2029

-789 39.593 38.802

-479 42.758 42.279

-475 42.732 42.257

-481 43.690 43.209

-510 43.715 43.205

-537 45.161 44.624

0 38.802

0 42.279

0 42.257

0 43.209

0 43.205

0 44.624

38.802

42.279

42.257

43.209

43.205

44.624

Toelichting Hierna volgt een toelichting op de 3W-vragen naar doel en hoofddoelen, speerpunten, verbonden partijen en financiële middelen per deelprogramma. Daar waar mogelijk worden indicatoren gebruikt.

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 2.6.1 Financiële middelen

59

2.6.1 Financiële middelen 2024

2025

2026

2027

2028

2029

-174 -174 -123 -318 0 -789

-14 -60 -112 -293 0 -479

-10 -60 -111 -293 0 -475

-16 -60 -111 -293 0 -481

-45 -60 -111 -293 0 -510

-72 -60 -111 -293 0 -537

584 3.188 596 116 35.109 39.593 38.804

110 4.199 815 159 37.475 42.758

193 3.914 734 128 37.762 42.732

133 4.014 754 131 38.658 43.690

133 4.119 774 135 38.554 43.715

133 4.222 794 138 39.874 45.161

42.279

42.257

43.209

43.205

44.624

Aanpassing budgetten na de voorjaarsnota 2025 Resultaat voorjaarsnota 2024 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Hondenbelasting 0.7 Gemeentefonds Resultaat meerjarenbegroting 2024-2028

2025

2026 42.566 87 -285 -80 -31 0 42.257

2027 43.560 31 -272 -79 -31 0 43.209

2028 41.707 5 -255 -76 -30 1.854 43.205

2029 42.559 -24 -152 -56 -27 2.324 44.624

0.5 0.61 0.62 0.64 0.7

0.5 0.61 0.62 0.64 0.7

Lasten Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Hondenbelasting/belasting overig Gemeentefonds Totaal lasten Baten Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Hondenbelasting Gemeentefonds Totaal baten Resultaat algemene dekkingsmiddelen

96 4.139 703 -134 37.475 42.279

60

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - Hoofdstuk 3 Paragrafen

Hoofdstuk 3 Paragrafen 3.0 INLEIDING De paragrafen vormen een belangrijke informatiebron en beogen een “dwarsdoorsnede” van de programma’s te geven. In de paragrafen zijn beleidslijnen vastgelegd over de beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Het doel van de paragrafen is om informatie die voorheen op meerdere plekken in de begroting stond bijeen te brengen. Hierdoor is het mogelijk om sneller en beter inzicht en overzicht te krijgen in deze onderwerpen. De raad heeft hiermee een extra instrument in handen om de beleidskaders vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren. Het besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft acht paragrafen verplicht voor. Paragraaf duurzaamheid is extra toegevoegd. §1 - Lokale heffingen §2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing §3 – Kapitaalgoederen §4 – Financiering §5 - Bedrijfsvoering §6 - Verbonden partijen §7 - Grondbeleid §8 - Openbaarheid §9 - Duurzaamheid

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

61

3.1 Lokale heffingen 3.1.1 Algemeen Deze paragraaf bevat informatie over gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in drie typen belastingen. De algemene belastingen, de bestemmingsheffingen en de retributies. Na de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds zijn dit de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Het aandeel van de gemeentelijke belastingen in het totaal van de inkomsten op basis van de begroting 2026 is 17% Algemene belastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen niet voor een specifiek en wettelijk bepaald doel, maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen mogen worden ingezet. De onroerende-zaakbelastingen (hierna: OZB) en de hondenbelasting behoren tot deze categorie. Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder deze categorie vallen de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Retributies zijn belastingen die worden geheven als er door of namens de gemeente een specifiek product of een specifieke dienst wordt verleend. De leges, de lijkbezorgingsrechten en de marktgelden behoren tot deze categorie. Voor bestemmingsheffingen en retributies geldt dat er geen winst mag worden gemaakt.

De opbrengst mag daarom niet hoger zijn dan de kosten die worden gemaakt om het product of de dienst te verlenen. In de gemeente Westervoort worden diverse belastingen geheven, te weten OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting en rechten (o.a. leges). 3.1.2 Belastingopbrengsten In onderstaand overzicht zijn de geraamde belastingopbrengsten voor het jaar 2026 opgenomen. De geraamde opbrengsten voor 2025 zijn ter vergelijking bijgevoegd.

OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Lijkbezorgingsrechten Marktgelden Leges omgevingsvergunning Leges Huuropbrengst sport Totaal

Begroting 2026 4.640.875 1.782.238 1.938.072 127.776 53.000 5.000 214.005 321.168 24.500 9.106.634

Begroting 2025 3.936.940 1.833.601 1.879.105 130.500 54.378 10.080 291.000 406.715 24.500 8.566.819

3.1.3 Ontwikkeling tarieven De inwoners van de gemeente krijgen jaarlijks een aanslag gemeentelijke belastingen. Voor de beoordeling van de lastendruk zijn de tarieven dan ook van groot belang.

62

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

De ramingen en de tarieven in de voorcalculaties zijn gebaseerd op de tarieven 2025. Een voorstel tot aanpassing van de tarieven vindt plaats in de financiële begroting. Bij aanpassing van de tarieven zal kritisch worden beoordeeld in hoeverre tariefstijging plaats dient te vinden. Daarbij wordt steeds een efficiënte en klantgerichte uitvoering van diensten en producten nagestreefd. Uitzonderingen hierop zijn de ramingen voor afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges omgevingsvergunning. Deze ramingen zijn gebaseerd op de geraamde kosten voor 2026 en de berekende tarieven voor 2026. Er is voor deze werkwijze gekozen omdat het voor genoemde heffingen en rechten noodzakelijk is om de kostendekkendheid voor 2026 te bepalen. Het is namelijk wettelijk niet toegestaan dat deze heffingen en rechten meer dan kostendekkend zijn. Naast kostenontwikkelingen (bijvoorbeeld inzameling- en verwerkingsprijzen afval) wordt normaal gesproken uitgegaan van een indexering van de tarieven 2026 met 2,74% voor loonen prijsontwikkelingen overeenkomstig het percentage BBP (Bruto Binnenlands Product) uit de meicirculaire gemeentefonds 2025 (voor 2027 2,52%, voor 2028 2,61% en voor 2029 2,50%). Verder wordt het uitgangspunt gehanteerd dat afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges omgevingsvergunning en leges kostendekkend zijn.

Voor marktgelden is het uitgangspunt om zoveel mogelijk kosten te verhalen en voor lijkbezorging 60% kostendekkend zijn. Hieronder zijn de belastingtarieven voor het jaar 2026 vermeld. In het overzicht zijn, ter vergelijk, de tarieven voor 2025 opgenomen. De tarieven van de rechten, waaronder de leges zijn divers. Daarom zijn deze tarieven niet opgenomen in het overzicht. Tariefontwikkeling belastingen OZB eigendom % woningen van de vastgestelde waarde (per € 1.000) OZB eigendom % niet-woningen van de vastgestelde waarde (per € 1.000) OZB gebruik niet-woningen van de vastgestelde waarde (per € 1.000) Hondenbelasting 1e hond Hondenbelasting 2e hond Hondenbelasting 3e hond Hondenbelasting per kennel Afvalstoffenheffing vastrecht Afvalstoffenheffing variabel, per lediging 140 liter container restafval Afvalstoffenheffing variabel, per lediging 240 liter container restafval Afvalstoffenheffing variabel, per storting ondergrondse container Bedragen in €

Tarief 2026 0,1711 0,3771 0,2883 109,43 145,49 290,70 259,63 219,69 13,45 16,67 1,86

Tarief 2025 0,1458 0,3214 0,2457 104,48 143,39 277,54 247,88 177,00 10,84 13,43 1,50

In de meicirculaire 2025 is aangegeven dat er een landelijk gemiddelde waardestijging van 10,5% voor woningen en 2% voor niet-woningen wordt verwacht. De gemiddelde waardestijgingen voor Westervoort zijn nog niet bekend. Daarom is voor de berekening van de OZB-tarieven 2025 uitgegaan van de oude Westervoortse waarden. Alle OZB-tarieven worden nog herzien op basis van de daadwerkelijke waardeontwikkeling in de gemeente Westervoort. Een wijzigingsvoorstel hiertoe wordt in december 2025 aan de gemeenteraad voorgelegd. 3.1.4 Regelgeving Gemeenten kennen een gesloten belastingstelsel. Dit betekent dat een gemeente een belasting alleen kan heffen als een wet daar nadrukkelijk de bevoegdheid toe geeft. Het beleid betreffende de gemeentelijke belastingen is opgenomen in landelijke wet- en regelgeving. De belastingtarieven zijn opgenomen in onderstaande belastingverordeningen. - "Verordening onroerendezaakbelastingen 2026". - "Verordening afvalstoffenheffing 2026". - "Verordening rioolheffing 2026".

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

63

- "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026". - "Verordening hondenbelasting 2026". - "Verordening marktgelden 2026". - "Verordening leges omgevingsvergunning 2026". - "Legesverordening 2026". In de verordeningen zijn verder bepalingen opgenomen ter uitvoering van de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen. 3.1.5 Beleidsnormen Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen bestaan uit een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De belastingen worden geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Voor woningen wordt alleen een eigenarenbelasting geheven. In 2026 worden alle onroerende zaken in de gemeente Westervoort voorzien van een nieuwe WOZ-waarde naar waarde peildatum 1 januari 2025. Deze nieuwe WOZ-waarden gelden voor het jaar 2026 en vormen de grondslag voor de berekening van de aanslagen OZB. Er bestaat een relatie tussen de OZB en de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. De financiële verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds over gemeenten. De Algemene Uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen en ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken.

Gemeenten met veel waardevol onroerend goed ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt 80% meegerekend en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde landelijke OZB-tarief. Het resulterende bedrag wordt gekort op de Algemene Uitkering van de betreffende gemeente. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft geen enkel effect op deze aftrekpost. De rekentarieven zijn door het Rijk aangepast aan de landelijke waardeontwikkeling. De rekentarieven voor 2025 zijn 0,0862% voor OZB woningen eigenaren, 0,3145% voor OZB niet-woningen eigenaren en 0,2393% voor OZB niet-woningen gebruikers. Bij de opbrengst is er al met 9% extra verhoging rekening gehouden. Hondenbelasting Hondenbelasting wordt geheven voor het houden van honden. Het aantal honden dat wordt gehouden is bepalend. Er is een uitzondering gemaakt voor blindengeleidehonden, honden die aan een gehandicapte ten dienste zijn gesteld ter bevordering van de zelfstandige deelname aan het maatschappelijk verkeer en voor honden die voor deze taken worden opgeleid. Er zijn vrijstellingen voor politiehonden, asielhouders en honden jonger dan drie maanden die nog bij de moederhond verblijven en voor de honden van de Reddingshonden vereniging.

Voor kennelhouders geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied geldt een vast tarief. De tarieven hebben een progressieve opbouw. Het uitgangspunt is dat de kosten van kwijtschelding in de tarieven worden verdisconteerd. De tarieven worden, naast de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%, wegens bezuinigingsmaatregelen met 2% extra verhoogd. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een kostendekkende heffing. Loon- en prijsstijgingen alsmede (vervangings-)investeringen hebben invloed op de tarieven. Er wordt onderscheid gemaakt in een vastrecht en een variabel tarief per lediging van de container voor restafval of per storting in een ondergrondse container. Voor 2026 wordt bij een 140-liter container voor restafval uitgegaan van een gemiddelde van 5 ledigingen per jaar (ten opzichte van 6 in 2025) en bij een 240-liter container van een gemiddelde van 7 ledigingen per jaar (ten opzichte van 8 in 2025), gebaseerd

64

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

op het gemiddelde van de laatste drie jaren. Voor stortingen in een ondergrondse container blijft uitgegaan worden van een gemiddelde van 32 stortingen per jaar (ongewijzigd ten opzichte van 2025). De kosten van kwijtschelding zijn in de tarieven afvalstoffenheffing verwerkt. Door de afname van het aantal ledigingen ontvangt de gemeente minder inkomsten. Van de afvalstoffenheffing wordt de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval betaald. Voor een groot deel wordt de dienstverlening hiervoor uitgevoerd door Circulus. Daarnaast worden ook de kosten voor communicatie, het schoonhouden van de openbare ruimte, salariskosten en overheadkosten van 1Stroom hieruit gedekt. Jaarlijks worden de budgetten voor het inzamelen en verwerken van afval geactualiseerd. Op basis van het totaal van de inkomsten en uitgaven wordt uiteindelijk het tarief voor vastrecht en het variabel tarief (per lediging) becijferd. De kosten voor afval zijn in totaal gestegen met 7,19% nl. € 148.666. In 2025 was er ook een flinke stijging, destijds is er echter voor gekozen om deze niet in zijn geheel door te belasten in de afvalstoffenheffing. Deze stijging is in 2025 opgevangen door het inzetten van een voorziening van € 188.000 en een verlaging van de afvalstoffenheffing van €10,- per huishouden (dit is in totaal € 68.000). Nu we ruim een halfjaar samenwerken met Circulus zijn de eerste ervaringscijfers bekend.

Circulus heeft aangegeven dat de kosten voor de inzameling voor de gemeente Westervoort op het niveau liggen zoals ze waren ingeschat. Hierdoor zal alleen een reguliere indexering van de kosten voor de dienstverlening van Circulus plaatsvinden, deze bedraagt voor 2026 4,80%. Voor onderzoek naar de toekomst van het afvalaanbiedstation en de ontwikkeling van een Circulair Ambachtscentrum wordt € 15.000 uit de afvalstoffenheffing bijgedragen. Ook de verhoging van de doorbelasting vanuit 1Stroom op het product afval zorgt voor een stijging van de totale afvalkosten. Daarnaast komen er minder opbrengsten binnen doordat inwoners de container minder vaak aanbieden. Uitgaande van 100% kostendekkendheid zal het tarief voor de afvalstoffenheffing stijgen. Voorgesteld wordt de kostenstijging gelijkelijk te verwerken in het vaste en het variabele tarief van de afvalstoffenheffing. Met de nieuwe variabele tarieven voor het aanbieden van de restafvalcontainer worden inwoners voldoende gestimuleerd tot het scheiden van afval. Rioolheffing Rioolheffing is een kostendekkende heffing. Het tarief is een vast bedrag per perceel. Het tarief wordt voor het jaar 2026 niet verhoogd voor de investeringen vanuit het WaterTakenPlan. De tarieven worden alleen aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%.

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn rechten die worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven worden aangepast met de voor 2026 percentage van kostendekkendheid. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het uitstallen van goederen of verkoopwaren tijdens de wekelijkse markt op de daarvoor aangewezen plaatsen en tijden en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de wekelijkse markt. Het aantal ingenomen strekkende meters bepaalt de tarieven. Het uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk kosten worden verhaald. De tarieven worden aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%. Leges omgevingsvergunning Leges omgevingsvergunning betreft leges die de gemeente kan heffen voor aanvragen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Er is gekozen voor het toepassen van kruissubsidiëring. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten (bijvoorbeeld dakkapellen) laag te kunnen houden. Het uitgangspunt is dat de tarieven kostendekkend zijn. De tarieven worden aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%.

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

65

Leges Leges zijn rechten die worden geheven voor het door de gemeente verrichten van diensten. De diensten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening. Het uitgangspunt is dat de tarieven kostendekkend zijn. De tarieven worden aangepast met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,74%. Tarieven binnensportaccommodaties De tarieven worden aangepast met de voor 2025 verwachte inflatie van 2,74%. 3.1.6 Kostendekkende tarieven Hieronder staan de lasten- en batenoverzichten van de kostendekkende tarieven. Er is inzichtelijk gemaakt hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit is gedaan voor de tarieven van de belastingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn. Voor legestarieven, anders dan leges omgevingsvergunning, zijn de berekeningen niet gemaakt. Dit zal gebeuren bij de begroting voor het jaar 2026.

Kostendekking afvalstoffenheffing TV2.1 Reiniging openbaar gebied (33% van de kosten) TV2.1 Doorbelasting 1Stroom openbaar gebied (33% van de kosten) TV7.3 Huishoudelijk afval huis aan huis inzamelen TV7.3 Kosten Circulus TV7.3 Opbrengsten huishoudelijk afval huis aan huis inzamelen TV7.3 Doorbelasting 1Stroom TV7.3 Afvalaanbiedstation TV7.3 Opbrengsten afvalaanbiedstation TV7.3 Lasten heffing en invordering TV2.1 BTW TV7.3 BTW TV7.3 Kwijtschelding TV7.3 Oninbaar/leegstand Totale lasten TV7.3 Opbrengst belastingen Totale baten Dekking

Kostendekking riool TV7.2 Riool TV7.2 Doorbelasting 1Stroom TV7.2 Rioolgemalen en randvoorzieningen TV7.2 Lasten heffing en invordering TV7.2 te compenseren BTW Totale lasten TV7.2 Baten rioolheffing Totale baten Dekking

Bedragen in €

2026 21.206 34.523 133.007 1.321.989 -144.713 277.111 186.223 -56.364 18.876 4.453 323.757 70.000 25.000 2.215.068 2.215.068 100%

2026 844.547 437.340 154.759 42.461 362.624 1.938.172 1.938.172 1.938.172 100%

66

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

Kostendekking Lijkbezorging TV7.5 Begraafplaatsen TV7.5 Doorbelasting 1stroom Totale lasten TV7.5 Overige leges Totale baten Dekkingspercentage

2026 46.144 42.096 88.240 60.003 68%

Kostendekking Marktgelden TV3.3 Kosten markten TV3.3 Doorbelasting 1Stroom Totale lasten TV3.3 Opbrengst marktgelden Totale baten Dekkingspercentage

2026 2.000 20.431 22.431 5.000 5.000 22%

Kostendekking Leges omgevingsvergunning TV8.3 Kosten omgevingsvergunning TV8.3 BTW TV1.1 Kosten omgevingsvergunning TV8.3 Doorbelasting 1Stroom Totale lasten TV8.3 Opbrengst omgevingsvergunning Totale baten Dekkingspercentage

2026 34.950 7.340 37.938 133.777 214.005 214.005 214.005 100%

Bedragen in € 3.1.7 Lokale lastendruk De lokale lastendruk geeft aan wat een gemiddeld meerpersoonshuishouden met een eigen woning in Westervoort kwijt is. De stijging van de lastendruk in 2026 ten opzichte van voorgaand jaar bedraagt 13,3%. In onderstaande tabellen is te zien hoe de lokale lastendruk opgebouwd is. Aannames Gemiddelde WOZ-waarde woning Ledigingen 240-liter container restafval Rioolaansluiting woning

€ 333.000 7 keer * vast bedrag

*Tot en met 2025 is uitgegaan van gemiddeld 8 ledigingen en voor 2026 van 7 ledigingen Ontwikkeling lokale lastendruk OZB-eigenaar woningen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal Meerjarig ontwikkeling lastendruk OZB- Eigenaar

2023

2024

2025

2026

453,55 221,91 240,95 916,41

491,84 231,56 253,48 976,88

485,51 263,72 262,23 1011,46

569,68 313,84 269,42 1152,94

% Ontwikkeling t.o.v. 2025 17,3 19,0 3,7 13,3

2026

2027

2028

2029

569,68

584,03

599,28

614,26

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal Stijgingspercentage t.o.v. voorgaand jaar

67

313,84 269,42 1.152,94

307,60 276,21 1.167,84

307,83 283,42 1.190,52

308,01 290,50 1.212,77

13,3

1,29

1,94

1,87

Vergelijking lastendruk per inwoner binnen Gelderland in € Gemeente Westervoort Liemerse gemeenten (incl.Westervoort)* Gemeente Duiven Gemeente Zevenaar Gelderland (incl. Westervoort)

2020 421,00 439,00 450,00 464,00 435,69

2021 436,00 450,20 465,00 474,00 449,02

2022 447,00 464,00 469,00 485,00 464,40

2023 477,00 489,40 477,00 532,00 490,90

2024 505,00 529,80 541,00 552,00 525,90

68

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

* Liemerse gemeenten: Duiven, Doesburg, Montferland, Westervoort en Zevenaar Bron: Provincie Gelderland, afd. KOB/IBT. Zie hiervoor de tabel Belastingdruk totaal per inwoner. De gegevens zijn ingevuld naar de stand van 4 september 2025. Bij de lastendruk wordt de volgende opmerking gemaakt: Het is voor de afvalstoffenheffing lastig een vergelijk te maken aangezien iedere gemeente een eigen systeem heeft van tariefberekening. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld bij de bepaling van de lastendruk.

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

69

3.1.8 Kwijtschelding Inwoners met weinig vermogen en een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. Voor de hondenbelasting kan alleen kwijtschelding verleend worden voor de eerste hond. In de begroting is gerekend met een bedrag van € 5.000 (totaalbedrag kwijtschelding € 101.000).

70

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.1 Lokale heffingen

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

71

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.0 Inleiding In de uitvoering van onze taken zijn risico’s niet te vermijden. Het is belangrijk om ze in beeld te hebben omdat ze impact kunnen hebben op de realisatie van onze doelen. Daarom gaat de gemeente zorgvuldig om met risico’s, wil de gemeente bewuste afwegingen maken bij het aangaan van risico’s en passende beheersmaatregelen nemen. Als risico’s zich toch voordoen dan wil de gemeente ze kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen geeft een indicatie in welke mate de gemeente hiertoe in staat zijn. De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de omvang van de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Een gezond weerstandsvermogen (> 1,0) stelt de gemeente in staat om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit tot ombuigingen dwingt ten koste van het uitvoeren van bestaande taken. De weerstandscapaciteit kan worden gezien als een noodzakelijke buffer om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Die buffer ligt deels in de sfeer van de exploitatie (de baten en lasten) en deels in de vermogenssfeer (reserves*). De onderstaande tabel geeft weer hoe de structurele en incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd. 3.2.1 Weerstandscapaciteit

Weerstand Algemene reserve Resultaat Bestemmingsreserves Mei circulaire Resultaat Voorjaarsnota 2025 Onvoorzien Totale weerstandscapaciteit

2025

2026

2027

2028

2029

4.170 849 0 454 644 -25 6.093

6.093

7.289

9.125

11.329

1.221

1.861

2.229

3.256

-25 7.289

-25 9.125

-25 11.329

-25 14.560

Onvoorzien De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene tegenvallers. Het dekt lasten die onvoorzien, onvermijdelijk en niet uit te stellen zijn. Vanaf 2024 is een bedrag van € 25.000 structureel geraamd. Onbenutte belastingcapaciteit De resterende belastingcapaciteit geeft inzicht in de mogelijkheden voor nog te heffen lokale lasten. Door het afschaffen van de drempeltarieven is de hoogte van de onroerendezaakbelastingen niet meer gemaximeerd. Algemene reserve De reserves bestaan uit de algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve is een reserve waarvoor geen specifieke bestemming is bepaald en daarom vrij kan worden ingezet voor het afdekken van risico’s.

72

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Niet beklemde bestemmingsreserves Van de aanwezige bestemmingsreserves is bij het vaststellen van de nota weerstandsvermogen geconcludeerd dat zij niet vrij aanwendbaar zijn, omdat bij beschikking over de reserve dekkingsproblemen ontstaan. Er is daarom geen ruimte. Stille reserves De gemeente heeft aandelen in het netwerkdeel van NUON en aandelen Vitens, BNG, Nazorg Bodem en Leisurelands (voormalige RAL). Voor een groot gedeelte dienen deze aandelen op basis van de wet in het bezit van de overheid te blijven. Daarnaast bezit de gemeente nog een aantal activa. Bij de activa gaat het om de mogelijk te realiseren winsten bij verkoop van panden. De bijdrage van bovenstaande stille reserves aan de weerstandscapaciteit raamt de gemeente op nul. 3.2.2 Risico’s Nummer Risico Open einde regelingen 1.1 Jeugdzorg 1.2 Participatie (BUIG) 1.3 Wet maatschappelijke ondersteuning 1.4 Armoedebeleid 1.5 Woonplaatsbeginsel Overige risico's 2.1 Pandemieën 2.2'* Ontwikkeling WestervoortNoord, incl. Verplaatsen sportvelden 2.3'** Centrumplan Westervoort Bedrijfsvoering 3.1 Personeel 1Stroom 3.2 Databeveiliging Financieel 4.1 Algemene uitkering 4.2 Grondexploitaties 4.3'*** Wachtgeld bestuurders 4.4 Overige risico's Totaal

Kans 80% 50% 90%

Financieel gevolg Minimum Maximum 400.000 750.000 100.000 250.000 50.000 500.000

Risico Gemiddeld 460.000 87.500 247.500

70% 90%

50.000 50.000

250.000 850.000

105.000 405.000

5% 50%

100.000 0

250.000 2.000.000

8.750 500.000

25%

0

550.000

68.750

50% 90%

250.000 50.000

500.000 200.000

187.500 112.500

70% 70% 30% 25%

250.000 0 50.000 2.100.000 3.450.000

2.000.000 200.000 250.000 2.100.000 16.650.000

787.500 70.000 45.000 525.000 3.610.000

'* In het laatste kwartaal van 2025 wordt de GREX Westervoort-Noord vastgesteld. Hierin zijn ook de risico’s opgenomen van zowel de plannen voor Westervoort-Noord als de verplaatsing van de sportvelden. De voorbereidingskosten worden bij het in exploitatie nemen ingebracht in de GREX/ voorraden. Een belangrijk risico is, dat als de ontwikkeling van het gebied niet doorgaat, zowel de voorbereidingskosten als de meerwaarde van de aangekochte gronden boven de landbouwwaarde (inclusief rente) ten laste van de exploitatie komen. Het maximale financiële gevolg hiervan, exclusief beheermaatregelen, bedraagt circa € 2 miljoen. '** Het centrumplan bestaat uit drie deelprojecten: Wyborgh, openbare ruimte en gemeentehuis. 1. Wyborgh: vertraging door uitblijven afspraken met Albert Heijn → risico € 50.000, kans 25%. 2. Openbare ruimte: ontwerp gereed, uitvoering vanaf 2026; hogere ramingen maar plannen kunnen worden aangepast → risico € 0.

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

73

3. Gemeentehuis: grootste onzekerheid. Subsidie (SPUK IW) vervalt bij niet/tijdige realisatie. Totale plankosten € 500.000; risico dat 50% (€ 250.000) niet doorgaat, kans 50%. '*** Er bestaat een risico op extra kosten in de vorm van mogelijk wachtgeld voor de huidige bestuurders. 3.2.3 Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de weerstandscapaciteit die nodig is om de restrisico’s op te vangen. Dit zijn risico’s waar géén maatregelen voor zijn getroffen om die af te dekken. Als een restrisico zich in de praktijk voordoet, zullen de liquide middelen worden aangesproken. Bij onvoldoende middelen kan het nodig zijn om een lening aan trekken, die extra rentelasten met zich meebrengt. Voor het begrotingsjaar 2026 is de berekening van de ratio weerstandsvermogen als volgt: Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 6.093 € 3.610

1,69

De normtabel biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

Het verloop van de ratio weerstandsvermogen voor de jaren 2025 tot en met 2029 is hieronder weergegeven: Verloop ratio weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit (A) Risico's (B) Ratio weerstandsvermogen (A:B) J(aarrekening) of B(egroting)

2025 6.093 3.610 1,69 B

2026 7.289 3.610 2,02 B

2027 9.125 3.610 2,53 B

2028 11.329 3.610 3,14 B

2029 14.560 3.610 4,03 B

Toelichting: De ratio weerstandsvermogen is gebaseerd op verwachtingen. Economische ontwikkelingen kunnen grote invloed hebben op de begrotingsresultaten, waarbij de financieringssystematiek van het gemeentefonds een belangrijke negatieve invloed kan hebben. Doordat de gemeente genoodzaakt is de Algemene Reserve in te zetten om de begrotingstekorten te dekken wordt het weerstandsvermogen steeds slechter.

74

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt een beslag op een deel van de financiële middelen. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, groen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beleidsplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college van burgemeester en wethouders om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudsvoorzieningen te doen. Deze voorzieningen worden gevuld door een jaarlijkse storting vanuit de diverse taakvelden. De kosten van het onderhoud worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Integraal beleidskader In 2024 is het Integrale Beleidsplan Openbare Ruimte 2023-2032 (IBOR) vastgesteld door de Raad. Het IBOR beschrijft het strategische kader voor de integrale aanpak van de openbare ruimte voor een periode van 10 jaar.

Het IBOR heeft als doel effectief en efficiënt te kunnen werken aan grote opgaven als een toekomstbestendige leefomgeving en een openbare ruimte die bijdraagt aan een inclusieve samenleving en uitnodigt tot een gezonde en sociale levensstijl. Dit in combinatie met de grootschalige vervangingsopgaven waar de gemeente voor staat. Het IBOR zorgt daarnaast voor het beheersbaar houden van de aanleg en onderhoudskosten, duurzaam financieel beleid en een grotere betrokkenheid van de samenleving door hier met elkaar aan te werken. Naar verwachting wordt medio 2026 het integrale beheerplan openbare ruimte vastgesteld door het college. Dit betreft de tactische vertaling van het IBOR naar uitvoeringsniveau. Een belangrijk onderdeel hiervan is de Meerjaren Onderhoudsplanning Openbare Ruimte (MJOP-OR). Begin 2026 wil de gemeente ook starten met het opstellen van een nieuw (digitaal) Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Dit is al lange tijd een wens van de organisatie waarvoor in de VJN 2023 geld is aangevraagd. Het oude handboek wordt nog steeds gebruikt als toetsingskader voor de (her)inrichting van de openbare ruimte en beschrijft waar de openbare ruimte aan moet voldoen zodat deze goed functioneert en te onderhouden is. De komende jaren wordt er veel ontwikkeld, waardoor het nu noodzakelijk is het handboek te vernieuwen.

Vanwege prioritering is het budget in 2024 niet gebruikt en teruggevloeid naar de algemene reserve. Omdat gemeente Zevenaar begin 2026 start met de actualisatie vragen we nu € 20.000 aan zodat we dit gezamenlijk kunnen oppakken. Een goede groene leefomgeving heeft een grote positieve invloed op de samenleving. Door uitsluitend te kijken naar financiële aspecten doet de gemeente geen recht aan de brede maatschappelijke waarde van een verzorgde, groene openbare ruimte die uitnodigt tot gebruik. Daarom wil de gemeente in 2026 onderzoeken hoe de waarde van groen beter in beeld kunnen brengen en wat dit betekent voor het beheer. Hierbij wordt het zes-waardenmodel als uitgangspunt genomen. Dit model maakt onderscheid tussen zes vormen van kapitaal: • Financieel kapitaal • Geproduceerd kapitaal • Intellectueel kapitaal • Menselijk kapitaal • Sociaal relationeel kapitaal • Natuurlijk kapitaal

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

75

In 2050 moet de grond -weg en waterbouw circulair zijn. Binnen programma duurzaamheid zijn lijnen uitgezet om dit te bereiken. Circulariteit en duurzaamheid wordt daarom nu al meegenomen in aanbestedingen. Wegen en civiele kunstwerken Beleidskader Binnen het beleidskader IBOR is het onderhoudsniveau voor wegen vastgesteld op niveau B voor asfaltverharding en niveau C voor element- en overige verharding conform de CROW systematiek (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). In de gemeente begroting zijn gelden beschikbaar gesteld voor wegen en civiele kunstwerken, waaronder een ‘voorziening onderhoud wegen’ en een ‘voorziening achterstallig onderhoud wegen’. De voorziening achterstallig onderhoud is enkele jaren geleden beschikbaar gesteld om de grote achterstand van vooral elementenverharding in een beperkt aantal jaren in te lopen. Een voorziening mag volgens de regels de eerstvolgende 10 jaar niet negatief worden. Uitvoering Wegonderhoud; Onderhoud wordt uitgevoerd als de kwaliteit onder het minimale niveau is gekomen. Jaarlijks wordt daarvoor een weginspectie uitgevoerd op alle verhardingen. De laatste weginspectie is in 2025 uitgevoerd. De geïnspecteerde verhardingen worden in beheersysteem BrutIS bijgehouden en verwerkt. Het groot onderhoud wordt, na toetsing en afstemming, uitgevoerd in het jaar dat daarvoor is aangegeven.

Klein onderhoud dat tijdens reguliere inspecties wordt geconstateerd, wordt in principe binnen hetzelfde kalenderjaar opgepakt. Meldingen via Fixi, het Klant Contact Centrum (KCC) of door eigen waarneming worden waar mogelijk en noodzakelijk ook zo snel mogelijk opgepakt. Naast het uitvoeren van klein en groot onderhoud zal er een verschuiving optreden naar vervangen. Dit komt vooral voort uit ouderdom en onvoldoende kwaliteit. Groot onderhoud wordt integraal afgestemd met de andere disciplines als groen, riool, verkeer en ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de energietransitie, de aanleg van glasvezel en de woningbouwopgave. Vervangingen worden aan de gemeenteraad aangedragen en vastgesteld in de gemeentelijke begroting cyclus. In 2026 staren we met de uitvoering van een nieuw contract voor meer jaren onderhoud van elementen verharding. Eind 2025 is de aanbesteding daarvan. De betrouwbaarheid van de gegevens die uit het beheersysteem BrutIS komen staat onder druk. Daarom is eind 2025 gestart met de aanbesteding voor een nieuw beheerpakket. In het voorjaar van 2026 kunnen we op basis van uitkomsten uit het nieuwe beheerpakket uitvoering geven aan het groot onderhoud van de verhardingen en nieuwe prognoses maken voor de komende jaren. Een aandachtspunt is dat er over ca. 10 jaar een onderhoudsgolf aankomt.

In verband met de financiering vanuit een voorziening die niet negatief mag worden, is het belangrijk hier tijdig op te anticiperen en gericht sturing aan te geven. Kunstwerken; De inspectie en schouw van de kunstwerken gaat volgens een inspectieplan. Een houten brug wordt afwisselend om het jaar geschouwd of geïnspecteerd. Voor beton, staal en overige is dit 1 keer per 3 jaar. De inspectie of schouw van het begrotingsjaar bepaalt het noodzakelijke onderhoud voor de jaren tot de volgende inspectie, en dat wordt ook uitgevoerd. Voor de latere jaren is het onderhoud berekend. Bij de inspectie wordt per hoofdonderdeel de schade in beeld gebracht. Per schade wordt een herstel advies gegeven. Dit kan ook een renovatie of vervanging zijn als daar aanleiding toe is. Indien nodig volgt nader onderzoek.

76

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Kwaliteitsniveau Verhardingen; De kwaliteit van het asfalt is bij de laatste inspectie nagenoeg gelijk gebleven. Een aandachtspunt is dat vooral bij asfaltwegen schade optreedt door sterk wisselende weersomstandigheden. De afwisselende periodes van lang aanhoudende droogte en erg natte periodes zorgen voor beweging in de klei ondergrond. Vervolgens straalt dit door naar asfalt verhardingen in de vorm van scheuren. Het is belangrijk asfalt op redelijk niveau te houden om kapitaalvernietiging te voorkomen. De kwaliteit van de elementen verharding is gestegen ten opzichte van de vorige inspectie. Met het extra budget voor achterstallig onderhoud wordt vanaf eind 2022, 4 jaar lang een inhaalslag gemaakt om de kwaliteit op het vastgestelde niveau te brengen. Met een totaal budget van 2 miljoen betekent dat jaarlijks € 500.000 aan achterstallig straatwerk. In 2026 wordt volgens planning nog ongeveer een kwart van de totale achterstanden verwerkt. Kunstwerken; Het aangetroffen kwaliteitsniveau van de civiele kunstwerken voldoet aan de verwachtingen in relatie tot de leeftijd van het areaal. Voorziening onderhoud wegen Stand per 1 januari Toevoeging aan de voorziening Onttrekking aan de voorziening Stand per 31 december

2025 273 494 455 312

2026 312 494 460 346

2027 346 494 604 236

2028 236 494 459 271

2029 271 494 48 717

Voorziening achterstallig onderhoud wegen Stand per 1 januari Toevoeging aan de voorziening Onttrekking aan de voorziening Stand per 31 december

2025 800

2026 300

2027

2028

2029

500 300

300 0

0

0

0

Riolering, gemalen, randvoorzieningen en water Beleidskader De gemeenteraad heeft in 2022 het Watertakenplan 2022–2026 vastgesteld. Dit plan vormt het centrale beleidsdocument voor het beheer en onderhoud van zowel het riolering- als watersysteem. Het bevat beleidsdoelen, uitvoeringsrichtlijnen en een financiële onderbouwing. Het Watertakenplan is tevens ingebed in het bredere beleidskader van het Integraal Beleid Openbare Ruimte (IBOR). Naast het Watertakenplan zijn in 2022 ook de volgende beleidsstukken vastgesteld: • Het uitvoeringsprogramma DPRA (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie), • De rioolaansluitverordening, • De hemelwaterverordening. Deze documenten zijn opgesteld in samenwerking met de Liemerse gemeenten en het Waterschap Rijn en IJssel. De bekostiging van het uitvoeringsprogramma DPRA is opgenomen in het Watertakenplan. In 2026 wordt een start gemaakt met het opstellen van een nieuw watertakenplan, de gemeente is voornemens om het uitvoeringsprogramma van klimaat hierin op te nemen. Dit zal naar alle verwachtingen in 2027 ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

77

Uitvoering en kwaliteit Riolering, gemalen en randvoorzieningen; In 2025 zijn er nieuwe beheerscontracten opgesteld omtrent het reinigen en inspecteren van vrijvervalriolen, kolken en lijngoten. Uit het onderzoek naar de kwaliteit van de zuiverende voorzieningen blijkt dat deze over het algemeen voldoende is, waardoor grootschalige maatregelen niet nodig zijn. Wel zal bij enkele voorzieningen groot onderhoud plaatsvinden. Water; Om de gevolgen van droogte structureel aan te pakken, zijn in 2023 een feitenrelaas en een handelingsperspectief opgesteld. Deze vormen de basis voor concrete maatregelen. De uitwerking hiervan is gestart in 2024 en zal ook in 2026 grotendeels worden voortgezet. • Het feitenrelaas beschrijft de huidige situatie rondom droogte, inclusief oorzaken, gevolgen en trends. • Het handelingsperspectief biedt handelingsopties en maatregelen, inclusief verantwoordelijkheden, kosten en prioriteiten. De waterkwaliteit van zwemlocatie De Waaij was de afgelopen jaren zeer slecht. Naar aanleiding hiervan is onderzoek uitgevoerd, waarbij het probleem is vastgesteld en opgelost. Recente meetgegevens tonen aan dat de waterkwaliteit inmiddels weer goed is. Vanwege regelgeving moet de kwaliteit echter over een periode van vier jaar stabiel blijven voordat het negatieve zwemadvies kan worden opgeheven.

Voorziening riolering Stand per 1 januari Toevoeging aan de voorziening Onttrekking aan de voorziening Stand per 31 december

2026 3.425 418 -59 3.785

2027 3.785 479 -59 4.204

2028 4.204 479 -59 4.624

2029 4.624 479 -59 5.044

Water Budget Totaal

2026 124 124

2027 136 136

2028 195 195

2029 200 200

Onderhoud groen Beleidskader Binnen het beleidskader IBOR is het onderhoudsniveau voor groen vastgesteld conform de CROW- systematiek. Voor beplanting is dit kwaliteitsniveau C, met uitzondering van de vaste planten. Deze beheergroep heeft kwaliteitsniveau B. Overige onderdelen als vegen en onkruidbestrijding en A-locaties hebben ook kwaliteitsniveau B gekregen. De bomenverordening 2016 is het geldende beleidskader voor bomen. Hierin staan regels over onder andere kap, behoud en bescherming. Onderdeel hiervan is de Groene Kaart. Dit betreft een topografische kaart met daarop alle monumentale en waardevolle groenelementen en monumentale bomen. De komende jaren wordt ingezet om doelstellingen zoals geformuleerd in Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie uit te voeren. Binnen de gemeentegrenzen zijn zowel de Japanse duizendknoop als de reuzenberenklauw aangetroffen. Naar aanleiding van EU-verordening ‘Invasieve Uitheemse Soorten’ is de gemeente wettelijk verplicht gesteld in te grijpen bij het aantreffen van invasieve exoten om verdere verspreiding te voorkomen. Binnen het groen wordt gewerkt conform de wet Natuurbescherming (Wnb). Deze wet beschermt de dieren en planten in Nederland en hun leefgebied.

78

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Uitvoering en kwaliteit Naast het creëren van een veilige aantrekkelijke en groene leefomgeving ligt het zwaartepunt bij het groenbeheer steeds meer op de maatschappelijke opgaven die de gemeente hebben in relatie tot vergroenen, klimaatadaptatie, ecosysteemdiensten en biodiversiteit. Dit maakt dat de gemeente anders gaan beheren. Groen; In 2025 is begonnen met het opstellen van nieuwe onderhoudsbestekken voor het reguliere groenonderhoud en het onkruid vrij maken en het vegen van de verhardingen. Ook hierin worden de ambities vanuit het IBOR meegenomen. De prijzen in de groenbranche zijn fors gestegen door o.a. gebrek aan personeel, hogere energiekosten en weersextremen van de afgelopen jaren. Bij het opstellen van deze begroting zijn de resultaten van de aanbesteding nog niet bekend. De verwachting is dat de onderhoudskosten zullen stijgen. De plantvakken liggen niet overal op het vastgestelde kwaliteitsniveau. Voor de uitvoering van grootschalige renovaties wordt gezocht naar maximale integraliteit met overige vakgebieden in de openbare ruimte. Bomen; Voor het beheer van bomen wordt het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen gehanteerd. Dit handboek bevat kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn op de uitvoering van werkzaamheden aan bomen. Jaarlijks wordt één derde van het boomareaal geïnspecteerd op veiligheid en gebreken.

Het boomareaal veroudert, wat leidt tot stijgende onderhoudskosten, vooral bij bomen in woonstraten. Het behoud van met name grote bomen blijft essentieel vanwege hun waardevolle bijdrage aan verkoeling, biodiversiteit en andere ecosysteemdiensten. Het in stand houden van deze bomen brengt regelmatig extra kosten met zich mee, zoals voor specialistisch onderzoek, het toevoegen van voedingsstoffen en het treffen van maatregelen tegen wortelopdruk. Daarnaast is het aantal bomen toegenomen door klimaatadaptieve maatregelen. Vanaf 2026 zullen de onderhoudskosten hierdoor verder stijgen. Bermbeheer: Het maaibestek (bermen) is begin 2023 aanbesteed. Waar mogelijk wordt er gemaaid en afgevoerd en is de frequentie teruggebracht. In de maand mei maaien we alleen daar waar nodig in verband met de verkeersveiligheid. In deze maand is een bloeiende berm extra belangrijk voor de insecten. Invasieve soorten: De invasieve soorten in onze gemeente worden beheerst conform het opgestelde plan van aanpak. De bestrijdingsmethode wordt afgestemd op de omvang van de locatie. Er worden geen chemische bestrijdingsmiddelen toegepast. Jaarlijks wordt de voortgang gemonitord. Vooralsnog is er geen sprake van grootschalige uitbreiding van invasieve exoten, zoals Duizendknoop en Reuzenberenklauw. Buitensportterreinen; Eind 2025 wordt het onderhoud van de sportvelden opnieuw aanbesteed.

De verwachte kostenstijging is opgenomen in de Voorjaarsnota (VJN) en verwerkt in de begroting. Daarnaast wordt een mogelijke samenwerking met Ataro verkent. Honden: Zoals besloten met de voorjaarsnota 2025, gaan we in 2026 de voorbereidingen treffen om met ingang van 2027 geen hondenpoep meer op te ruimen. Dat betekent dat de opruimplicht voor hondenbezitters in heel Westervoort binnen de bebouwde kom van toepassing wordt.

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud groen Budget Totaal

2026 1.066 1.066

79

2027 1.112 1.112

2028 1.164 1.164

2029 1.219 1.219

Onderhoud gebouwen Beleidskader Op het moment dat deze begroting wordt gemaakt wordt ook gewerkt aan de Nota Vastgoedbeleid Maatschappelijk Vastgoed 2026 - 2040. Enkele speerpunten worden hierna opgenomen. Bij de begroting van 2025-2028 is het onderhoudsplan voor het vastgoed aan de raad toegezonden. Uitvoering De beschikbaarheid van vastgoed, of dat nu is door eigenaarschap of bijvoorbeeld via huur, is altijd faciliterend van karakter en is noodzakelijk om taken van de gemeente uit te voeren of om beleid effectief en/of efficiënt te kunnen realiseren. Het hebben van vastgoed dient dus bij te dragen aan taken en doelstellingen van de gemeente waar de markt dit niet oppakt. Hiervoor worden 4 doelstellingen gecategoriseerd: • Dat kan zijn om de eigen organisatie huisvesting te bieden of om de buitendienst onder te brengen (vastgoed voor eigen huisvesting). • Het kan ook betreffen voorzieningen in het maatschappelijk domein zoals buurthuizen, scholen voor het primair en voortgezet onderwijs inclusief integrale kindcentra (IKC’s), multifunctionele accommodaties (MFA’s) of sportaccommodaties (maatschappelijk vastgoed). • Een andere categorie wordt gevormd door objecten met een strategische ligging voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen of waar tijdelijk gebruik plaatsvindt in afwachting van definitieve invulling (herontwikkelingsvastgoed).

• Tot slot is er een restcategorie, waaronder begraafplaatsen en gebouwde voorzieningen in de openbare ruimte (overig vastgoed). Deze gezamenlijke 4 categorieën van beleidsondersteunend vastgoed vormen de kernportefeuille en hebben een functie in de realisatie van gemeentelijk beleid. Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) bestaand vastgoed Voor het MJOP (beheerplan) wordt gewerkt met de NEN 2767 norm in combinatie met de RVB BOEI methodiek. Daarbij wil de gemeente sturen op sober en doelmatig onderhoud waarbij het uitgangspunt is een Redelijke Onderhoudsconditie waarbij ernstige en serieuze gebreken zijn uitgesloten en waarbij ook vanuit een Aspect Prioriteiten matrix wordt gewerkt waarin Veiligheid, Gezondheid en Bruikbaarheid meewegen in de risicobenadering. In het onderhoudsplan wordt 10 jaar vooruit gekeken. Projecten uit het IHP Basisonderwijs In de raad van Westervoort is op 17 juni 2024 het IHP Basisonderwijs 2024 vastgesteld. Bij de voorjaarnota op 1 juli 2024 zijn de budgetten voor de termijn 2024-2028 gevoteerd. Hierin is de realisatie van twee projecten gepland. Dat betekent dat de gemeente de komende jaren gaan werken aan uitbreiding IKC de Brug en wordt gestart met een haalbaarheidsonderzoek voor nieuwbouw ten noorden van de spoorlijn. De planvorming voor de uitbreiding van IKC de Brug is inmiddels opgestart en zal voor wat betreft de uitvoering in 2026 zijn vervolg krijgen.

Uitvoering onderhoud

80

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

In 2025 is er een onderhoudsplan gemaakt met onderstaande verloop van de voorzieningen. Na vaststelling van de begroting 2025-2028 loopt het onderhoud via een daarvoor ingerichte voorziening onderhoud gebouwen. Het uitvoeringsprogramma MJOP 2024-2028 is gemaakt op basis van de resultaten van de eerder genoemde NEN2767 inspectie om de gebouwen op conditie 3 (sober en doelmatig onderhoudsniveau) te houden. Uit de inspecties volgde een actueel beeld op benodigde middelen voor onderhoud. Onderhoud voorkomt ook kapitaalverlies In 2025 is een groot deel van het achterstallig onderhoud weggewerkt. Een deel van het achterstallig onderhoud zal nog in 2026 worden uitgevoerd. Het restant budget van nog niet uitgevoerd onderhoud in 2025 zal via budgetoverheveling worden doorgeschoven naar 2026. Onderhoud gebouwen Budget Totaal

2026 98 98

2027 98 98

2028 102 102

2029 98 98

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.4 Financiering

81

3.4 Financiering Inleiding Het streven is naar de optimale financiering van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Westervoort op korte en lange termijn. Om deze treasury-functie goed uit te voeren, wordt gekeken naar de meerjarige liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de gelden kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën) en het treasurystatuut van de gemeente Westervoort vastgesteld in 2021. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn moeten plaatsvinden. Het is vervolgens de taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. We beperken het tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen: • Er is voldoende financiering op de korte en lange termijn; zodoende is er altijd geld om aan onze betaalverplichting te voldoen. • De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt; het betreft het renterisico, het koersrisico en het debiteuren-/crediteurenrisico. • De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt. • De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt.

Rentevisie De verwachting is dat de rente in 2026 nog langzaam daalt. Als gevolg van afnemende inflatie in Europa. Ook speelt de stabilisatie van de economische groei na de recessieperiode 2024-2025 hierbij een rol. Vanaf 2017 is het onzeker over de ontwikkeling van de rente vanwege o.a. De import heffingen Verenigde Staten en de verdere ontwikkelingen in de wereld.

82

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.4 Financiering

Renterisico’s De specifieke risico’s die samenhangen met de uitvoering van de treasuryfunctie bestaan voornamelijk uit renterisico’s, die worden getoetst aan twee normen. Dit zijn: • De kasgeldlimiet. Deze geeft het maximale bedrag aan dat een gemeente aan vlottende financieringsmiddelen (looptijd korter dan een jaar) mag opnemen. • De renterisiconorm. Hiermee wordt het renterisico op de vaste schuld in beeld gebracht (looptijd vanaf een jaar). Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een bovengrens aan de toegestane omvang van de kortlopende schuld (looptijd korter dan een jaar). Reden hiervoor is dat een korte schuldpositie een potentieel renterisico in zich bergt, omdat rentestijgingen direct doorwerken in de rentelasten. Het is dan ook van belang dat de grote fluctuaties van de rentelasten op de korte financiering gedurende het begrotingsjaar beheerst worden. Hiervoor is een goede liquiditeitsprognose voor de korte en lange termijn noodzakelijk. Voor structurele liquiditeitstekorten is financiering met geldleningen met een looptijd langer dan een jaar de aangewezen oplossing. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting (8,5%) en geldt voor het gehele begrotingsjaar. Berekening kasgeldlimiet Kasgeldlimiet Totale uitgaven Toegestane kasgeldlimiet in % Toegestane kasgeldlimiet in €

2026 55.503 8,5 4.717

2027 54.797 8,5 4.658

2028 54.222 8,5 4.609

2029 54.392 8,5 4.623

De berekende kasgeldlimiet wordt periodiek getoetst aan de werkelijke omvang van het aangetrokken kasgeld. Op basis van de liquiditeitsprognoses wordt bepaald of er kort of lang geld aangetrokken moet worden voor een bepaalde looptijd, rekening houdend met de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Voor de gemeente Westervoort betekent dit dat er in 2026 niet meer dan € 4.717.000 geleend mag worden met kort geld. Kort geld is geld geleend voor een periode van een jaar of korter. De wet Fido geeft aan dat de kasgeldlimiet niet mag worden overschreden. Indien een overschrijding voor het derde achtereenvolgende kwartaal geschiedt, dan moet de toezichthouder hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht. De lange rente is duurder dan kort geld waardoor het financieel aantrekkelijk is volledig gebruik te maken van het bedrag onder de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Bij de renterisiconorm gaat het om het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente voor de rentelasten. Aanpassing van de rentepercentages doet zich voor bij herfinancieren en renteherziening. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijkertijd opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten.

De renterisiconorm wordt ook berekend door een percentage van 20 te nemen van de jaarbegroting. Renterisiconorm Totale uitgaven Renterisiconorm in % Renterisiconorm in €

2026

2027

2028

2029

55.503 20 11.101

54.797 20 10.959

54.222 20 10.844

54.392 20 10.878

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.4 Financiering

83

Uit dit overzicht blijkt dat er in 2026 tot € 11.101 miljoen aan leningen mogen worden afgesloten zonder de renterisiconorm te passeren. De liquiditeitsprognose geeft aan dat de gemeente Westervoort in 2026 tot en met 2029 een financieringsbehoefte heeft. Uit de prognose blijkt dat er financieringsbehoefte in 2027 en 2028 aanwezig is. Renteschema a. b.

c.1 d1. e. e2 f.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rente baten van leningen verenigingen De externe rente baten van Schatkistbankieren Saldo rentelasten en rentebaten Doorbelaste rente grondexploitatie Rente over eigen vermogen of voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag 0,77%) Ontvangen rente verenigingen doorbelasten Rente resultaat positief

364.643 -18.207 -60.000 286.436 -3.504 0 282.932 -298.053 18.207 3.086

Kredietrisico Garantiestellingen Naast bovengenoemd renterisico wordt door de gemeente ook kredietrisico gelopen in het kader van de publieke taak gegarandeerde geldleningen. Het kredietrisico betreft het risico dat de leningen niet worden terugbetaald. In totaal heeft de gemeente aan leningen gegarandeerd met een schuldrest per 1 januari 2025 van € 38.717.000. Voor € 38.717.000 is gegarandeerd aan de Stichting Plavei, Woonzorg Nederland en de Stichting Vivare. Hier kan de gemeente Westervoort voor maximaal 50% aangesproken worden omdat deze via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw lopen. Verstrekte leningen De gemeente Westervoort loopt risico op de verstrekte geldleningen. Op 1 januari 2025 is het saldo van de verstrekte leningen €2.327.610. Deze leningen zijn verstrekt aan Westervoortse verenigingen en instellingen. Naast deze leningen staat er nog geld uit bij het stimuleringsfonds voor duurzaamheids- en startersleningen en de kredietbank Leeuwarden voor totaal € 2.040.051. Dit risico is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen in het bedrag van € 2,1 miljoen. Wet schatkistbankieren Medio december 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet Schatkistbankieren aangenomen. De wet verplicht decentrale overheden om overtollige geldmiddelen onder te brengen in ’s Rijks schatkist.

Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor het verplichtschatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Westervoort heeft een begroting van € 55.5 miljoen. 2% hiervan is €1.110.000 . Liquiditeit Om te komen tot een goede en effectieve financiering voor de gemeente Westervoort voor de korte en lange termijn is een goede en volledige liquiditeitsprognose noodzakelijk. Daarvoor moet rekening worden gehouden met: beginstanden banken, inkomsten en uitgaven grondexploitatie, aflossingen van geldleningen, planning investeringen, ontwikkeling standen debiteuren/crediteuren en de inkomsten en uitgaven uit de reserves en voorzieningen. Hieronder staat de liquiditeitsprognose voor de periode 2022-2026 weergegeven. Als het bedrag negatief is moet er geld worden aangetrokken.

84

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.4 Financiering

Cumulatieve liquiditeitsprognose Liquiditeitsprognose: Te financieren: Cumulatief opnieuw: Totaal te financieren:

2024 4.995 4.995

2025 -3.676 4.995 1.319

2026 -3.180 1.319 -1.861

2027 -3.058 -1.861 -4.919

2028 -2.971 -4.919 -7.890

In de prognose is het weer aantrekken van gelden die worden afgelost verwerkt. Financieel zijn deze ook in de begroting meegenomen. Zoals de tabel al aangeeft, is er vanaf 2026 behoefte aan financieringsmiddelen. Het tekort mag in 2026 nog gefinancierd worden met het aantrekken van kort geld. Deze behoefte kan gedekt worden met het aantrekken van kortgeld. Er mag voor bijna € 4 miljoen gefinancierd worden met kortgeld (kasgeld). Daarboven moet er lang geld aangetrokken worden. Debiteuren-/crediteurenbeheer De organisatie is erop gericht dat vorderingen tijdig, dus uiterlijk op de vervaldatum, worden geïnd. Wanneer dit niet wordt gerealiseerd, worden kort na de vervaldatum volgens een vaste procedure de nodige invorderingsmaatregelen genomen. Zogenaamde dubieuze debiteuren worden op basis van een kosten/baten-analyse en op juridische haalbaarheid beoordeeld waarna óf invordering via de gerechtsdeurwaarder plaatsvindt óf de vordering oninbaar wordt verklaard.

Programmabegroting Westervoort 2026-2029 - 3.5 Bedrijfsvoering

85

3.5 Bedrijfsvoering Inleiding De gemeente levert een scala aan producten. Om de levering van deze producten te garanderen, heeft de gemeente het werk op een bepaalde wijze georganiseerd; de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering heeft betrekking op de totale gemeentelijke organisatie: zowel de ‘ambtelijke’ als de ‘bestuurlijke’. Onder bedrijfsvoering wordt de inzet van (productie-)middelen en de toepassing van processen bij de totstandkoming van producten gerekend. De bedrijfsvoering is met ingang van 2018 ondergebracht in de werkorganisatie 1Stroom (een ambtelijk samenwerkingsverband van de gemeenten Duiven en Westervoort). De bedrijfsvoeringsaspecten inzake ICT en Inkoop zijn ondergebracht in Samenwerking de Liemers (een ambtelijk samenwerkingsverband van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar).

De volgende nota’s inzake bedrijfsvoering zijn vastgesteld: • Coalitieakkoord 2022-2026; • Missie en Visie 1Stroom; • Regeling Delegatie en Mandaat; • Verordening Financieel beleid, het financieel beheer en de financiële organisatie (artikel 212 Gemeentewet); • Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213 Gemeentewet); • Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid van het door het college gevoerde beleid (artikel 213a Gemeentewet); • Gemeenschappelijke regeling ‘Samenwerking De Liemers (2010)’; • Informatiebeleidsplan (2017); • Gemeenschappelijke regeling 1Stroom (2017). Financiën, doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid De interne regels met betrekking tot de financiële beheersing van de organisatie met de daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn neergelegd in de verordeningen ex artikel 212, 213 en 213a van de Gemeentewet. De relevante instrumentaria behorende bij de planning en control zijn hierop afgestemd. Sedert het boekjaar 2023 dient het college een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen. Het college legt met dit nieuwe instrument verantwoording af aan de Raad inzake naleving van wet- en regelgeving.

Doel is met een bepaalde mate van zekerheid vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving. De accountant geeft een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. Daarmee geeft hij ook een oordeel over de getrouwheid van de rechtmatigheidsverklaring van het college. Hij doet dus ook onderzoek waar het college deze rechtmatigheidsverantwoording op heeft gebaseerd. Onderdeel van de onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording zijn de uitkomsten van de interne controles die binnen de gemeente uitgevoerd worden om vast te stellen of wet- en regelgeving zijn nageleefd. Dit betekent dat de organisatie zelfstandig vaststelt of wordt voldaan aan het normenkader waarin relevante wet- en regelgeving is opgenomen. Over de uitkomsten van de interne controles wordt gerapporteerd in de planning en control cyclus. Informatiebeleid Informatisering en de digitale samenleving Diverse wet- & regelgeving, zoals de "Wet open overheid", de “Wet modernisering elektronisch bestuur”, de “Wet digitale overheid” en het “Besluit digitale toegankelijkheid” nopen tot het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=882fb2a2-bf53-40c8-b179-e67cf653df43